logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Gavin Friday - ...

The Exploding Boy

Alarms!

Geschreven door

Dit zestal uit Zweden maakt al gedurende tien jaar wave en postpunk. Ze noemden hun band naar een nummer van The Cure. Maar we kunnen niet zeggen dat ze muzikaal The Cure imiteren. Ze hebben wel degelijk een eigen sound. Met ‘Alarms!’ zijn ze aan hun vijfde album toe. De zang is vrij catchy, melancholisch en maakt dat de muziek toch ook ergens lichtvoetig kan klinken. De zang en muziek komt dus uit het hoekje van de wave en post punk maar is, zoals eerder al gezegd, eerder lichtvoetig. Dat zorgt voor vlot verteerbare post punk dat haast poppy klinkt. Op sommige tracks klinken ze vrij groots en haast als stadionrock (zie Editors of The Killers etc). Ik denk dan aan de opener “Fireland (The End of Dark City)” of “Run Red”. Sfeervolle synths en zang dat galmt onderstrepen nog het gegeven van grootsheid.

‘Alarms!’ is een brokje energie met donkere teksten, catchy en aangename vocals, veel wave-invloeden die ze mixen in een eigen sound. Het album doet mij ook, qua sfeer en vibe, wat denken aan ‘Hot Fuzz’ van The Killers. Of het moet de manier van zingen zijn die er mij doet aan denken. Ik kende hen niet maar het is een aangename kennismaking. 

 

Los Javelin

Cocktail Caracas

Geschreven door

Het Griekse label Green Cookie Records staat bekend vanwege zijn uitstekende surf rock, garage rock en rock n roll releases. Met Los Javelin is dit niet anders. Afkomstig uit Venezuela brengen ze instrumentale surf rock en aanverwante muziek. Geïnspireerd door o.a. The Shadows, Dick Dale & His Deltones, The Ventures… maakt dit trio surfrock sedert 2001. Dat levert hier acht zonnige tracks op. Bas, drums en gitaar aangevuld met wat blazers. Niet voor niets heet de plaat dus ‘Cocktail Caracas’. De Zuid- Amerikaanse vibe zit in heel de plaat.

Het album straalt feestvreugde, Speedy Gonzalez en Mexicaanse tequila feestjes uit. Met zijn acht korte songs (twee a drie minuten) is het feestje na twintig minuten al voorbij. Een beetje te vlug volgens mij want ik begon nog maar juist in de feeststemming te komen.

HeKlAa

1491

Geschreven door

Colmar is een Franse pittoreske stad in de Elzas. Het heeft een zonnig microklimaat en veel wijnbouw. Het is tevens de verblijfplaats van Sébastien Touraton, de man achter dit project, die componeert en geïnspireerd is door post rock, jazz en soundtracks.
‘1491’ is zijn achtste release in zo’n vijf jaar tijd. Het bevat vier songs (goed voor een half uur muziek) en is dus in feite een beetje een mini album. We krijgen dus telkens tracks die als basis nogal wat pianowerk hebben. Aangevuld met atmosferische zang en backings, keys en gitaar. De tracks worden telkens heel goed opgebouwd en beklijven. Elke song heeft wel dat extraatje waardoor de song boven de middelmaat uitkomt. Op “Geimur” is dat bijvoorbeeld het orgel dat halverwege de song doet kantelen en openbreken. De tracks zijn dus atmosferisch, donker en mysterieus. Iets wat onderstreept wordt door het mooie artwork van Grégory Fels
HeKlAa heeft met ‘1491’ een schitterende soundtrack gemaakt waar de film nog voor gemaakt moet worden. Fijne productie en mooi opgebouwde tracks zorgen hier ervoor dat dit mini album terecht wat aandacht mag krijgen.

Antidote

Emotions Singulières

Geschreven door

Dit is het debuut van deze Frans-Belgische band. Het gaat hier dus niet om de gelijknamige ter ziele gegane Nederlandse punkband. De zanger Alain Verdier straalt wat de eigenzinnigheid uit van onze Arno. Daarnaast is hij ook filmmaker, fotograaf en acteur. Zijn Frans gezongen teksten worden met veel overtuiging en de nodige intonatie gezongen. Het geheel klinkt catchy en wat donker. Catchy en melodieus zijn vooral de refreinen. Duister is vooral de stem in de strofen terwijl de begeleiding soms iets melancholisch heeft. Het neigt soms wat naar dark of cold wave maar dan meer in pop songs gegoten. De inbreng van vocaliste Khadjia Othman (die in het verleden onder het pseudoniem Zelda verscheidene prijzen behaalde) zorgt dat het geheel opengetrokken wordt. Hun beide stemmen en manier van zingen vormen een mooi contrast.
Dit alles maakt dat dit een formidabel album is. Eén van de meest verrassende die ik dit jaar al mocht aanhoren. Het klinkt heel rijkelijk en met veel variatie. “Elle Rêve” en “La Bleus De La Loose” zijn haast trage donkere chansons maar op  “Dayina” krijgt de song een dansbaar karakter. Met heerlijke keys, Afrikaans aandoende backings en een kronkelende baslijn.
Twaalf songs lang weet Antidote mij te boeien en te verrassen met hun warme, melancholische en donkere songs. Een etiket of genre opplakken is onmogelijk maar dat is het minste van mijn zorgen met zo’n plaat.

Wat een debuut is dit zeg? Een fantastische plaat gewoon! Ik kan alleen maar zeggen: dit moet je zeker eens checken!

Alien Weaponry

Tu

Geschreven door

Als er dit jaar maar plaats is voor één nieuwe metalband op uw radar, dan kan u reeds de naam invullen: Alien Weaponry. Zij leveren het beste debuutalbum in de metal sinds jaren. Na de eerste luisterbeurt zal u snappen waarom dit geen overdreven grootspraak is.

Alien Weaponry bestaat uit drie Maori, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. Het zijn nog tieners, maar muzikaal en tekstueel klinken ze uitermate volwassen. Ze brengen complexe maar heel efficiënte thrash met invloeden van industrial (Fear Factory) en misschien een klein beetje uit de hardcore. O.a. door afwisselend in hun eigen taal en het Engels te zingen, door wat ‘tribal’-elementen toe te voegen en door hun afkomst en cultuur als centrale thema te kiezen, heeft hun eerste album veel weg van Roots van Sepultura, met o.m. de fantastische singles Roots Bloody Roots en Rattamahata. Met dat verschil dat Roots al het zesde album van de band van Max Cavalera was, terwijl dit uit het niets vanuit Nieuw-Zeeland op ons komt afgestormd. Als ze dit als trio kunnen op hun 15 jaar, wat mogen we dan van hen verwachten als ze muzikaal nog gaan groeien?

Het album werd ‘Tu’ gedoopt, naar de korte naam voor Tumatauenga, de oorlogsgod van de Maori. De roots van de band biedt genoeg onderwerpen waar ze zich boos over kunnen maken: de doden en de diefstal van hun land bij de kolonisering, de onderdrukking van hun taal en cultuur, de belabberde sociale situatie van de oorspronkelijke bevolking, … Behalve een dikke laag woede en agressie ademt het album ook een zekere trots uit. Fierheid over de identiteit en een geloof in eigen kunnen van de band en van de Maori.

Alle songs op dit album zijn sterk. Van “Kai Tangata” via “Ru Ana Te Whenua”  tot “Holding My Breath”.

Ook het platenlabel heeft begrepen dat ze met Alien Weaponry goud in handen hebben. De Nieuw-Zeelanders mogen deze zomer aantreden op de grootste metalfestivals: Wacken Open Air en Summerbreeze in Duitsland, Metal Days in Sloveniê, Bloodstock in de UK, … België staat voorlopig niet op de agenda. Jammer.  

 

Barst

The Endeavour

Geschreven door

Er zijn zo van die artiesten die niet alleen op of naast het podium een diepe indruk nalaten. Sommige van hen verleggen steeds opnieuw grenzen, waar er geen grenzen zijn. Neem nu BARST, het project rond multi-instrumentalist en virtuoos Bart De Smedt. Eerder sloeg hij, in samenwerking met al even gedreven muzikanten binnen dat project, ons met verstomming met ‘The Western Lands’. Via Consouling Sounds schiet BARST een gloednieuwe vuurpijl op ons af in de vorm van ‘The Endeavour’ . Een song van circa drie kwartier lang. Die aanvoelt als drie minuten.
De song bevat zoveel lagen en muziekstijlen, zodat je na zes luisterbeurten weer nieuwe ontdekkingen doet. Dat is nu eenmaal wat een artiest als BARST zo uniek maakt. Met deze song verlegt hij een grens binnen shoegaze, postrock, drones, noise rock, Ambient. En wat weet ik nog veel. Deze song bestaat uit zoveel tempowisselingen en verrassende neven effecten. Soundscapes waarbij je de versterker muisstil moet zetten om iets te horen dat klinkt als dreigend geruis. Om dan over te gaan tot die het trommelvlies doen barsten. Eer je het weet zit je weer in een ander verdieping van het huis dat langzaam wordt opgebouwd. Of eerder een doolhof in een landschap boordevol gevaren, rustpunten en onverwachte wendingen.
Ik houd van spannende thrillers, waar die spanning doorheen de gehele film met vallen en opstaan langzaam wordt opgebouwd tot een climax, af te raden voor mensen met hartproblemen. Nu, ook BARST verstaat die kunst om van deze song een horror film te maken die je op het puntje van je stoel doet zitten, vol spanning afwachtende of er om de hoek geen griezelig wezen tevoorschijn zal komen. Voortdurend bouwt BARST de climax op, doet je gemoed weer tot rust komen, om daarna weer verschroeiend uit te halen en je hart te verbrijzelen. Echter, is het eerder een langzame dood. Het mag niet te snel gaan. BARST verstaat trouwens die kunst om de aanhoorder aan te zetten zijn muziek tot de bot uit te spitten. Echter, dit vergt een inspanning van de luisteraar.
Zoals we aangaven, zelfs na vier of vijf luisterbeurten doen we nieuwe ontdekkingen.  BARST maakt het de aanhoorder dan ook niet gemakkelijk. Ben je voorstander van deze aanpak, dan is deze plaat een sterke aanrader.
Besluit
BARST is steeds een artiest geweest die zijn grens verlegt. Tijdens deze song slaat hij als waanzinnig geworden aan het improviseren en experimenteren tot het bitter einde.  Meer nog. Een echt eindpunt vinden we niet, laat staan een begin. Dit nummer zit zo complex in elkaar dat we enkel maar kunnen besluiten, dat BARST 'muziek tot absolute kunst verheffen', heel hoog in zijn vaandel draagt. Dat bewees hij in het verleden al meermaals. Op dit bijna drie kwartier intensieve tripje, zet hij dit nog meer in de verf. Geef deze song dus niet één maar desnoods tien luisterbeurten, en ga rustig op ontdekkingreis in het bosrijke doolhof, dat luistert naar de naam BARST. Het loont, als avonturier binnen de muziekwereld die je bij het beluisteren van dit meesterwerk toch moet zijn, de moeite om de trip tot de bodem te ondergaan. We wensen de aanhoorder veel succes.
Tracklist:
The Endeavour  42:42

Suntapes

Hunting For Hills

Geschreven door

Suntapes is het alias van Tomas Vanderplaetse. Die naam kan bij sommigen wel een belletje doen rinkelen want deze man speelt sedert 2015 de keyboards bij Arno. Voor de release van dit album haalde Tomas inspiratie uit zijn lange rondreizen door voornamelijk Azië. Dat heeft invloed op o.a. het gebruik van zijn instrumentarium. Naast zijn hoofdinstrument de piano heeft hij ook gebruik gemaakt van wereldse instrumenten zoals bv. De tanpura (India) en de ruan (China). Daarnaast maakt hij ook gebruik van analoge synths, mellotron, field recordings etc… Allemaal zelf ingespeeld in zijn eigen studio. De piano partijen werden door Tomas ingespeeld op de vleugelpiano in studio “Room 13” met Jesse De Roo als opname technieker. Er werd gekozen voor close miking met verschillende vintage microfonen.

Wat levert dit voor de luisteraar op? Dromerige, broeierige en atmosferische lappen instrumentale muziek. Heel mooi opgebouwde en traag voortschrijdende stukjes sfeer die makkelijk allerhande beelden bij je oproepen. Live wordt die muziek begeleidt met live-visuals door Kasper Jordaens waardoor de evenementen kleine audiovisuele gebeurtenissen worden. Die dromerige sound wordt ook mooi weergegeven via het artwork op de hoes waar je doorheen de nevel de heuvels van Tapei kan waarnemen.

‘Hunting For Hills’ is een dromerige soundtrack. Denk aan een warme zomeravond waarbij je buiten in de natuur zit met een glas rode wijn, met je geliefde en dit op de achtergrond… Heel fijne plaat dat ik aanraad om te beluisteren bij geschikte omstandigheden (niet in de auto of op café).

 

The Marcus King Band

The Marcus King Band - (te) competente soulvolle bluesrock

Geschreven door

Supertalent is een term die soms al te gauw in de mond wordt genomen. Akkoord, de nog piepjonge Marcus King kan een verdomd potje gitaar spelen en hij is gezegend met een zeer soulvolle stem die niet aan iedereen gegeven is. Tot zover de factor talent.

Van songschrijven heeft hij echter minder kaas gegeten. Tussen alle virtuoze passages van Marcus King en zijn bandleden bespeuren wij niet echt onvergetelijke songs.

We zien eerder een band die meermaals vervalt in de clichés van het genre. Dit is immers een mengeling van zeer Amerikaans getinte bluesrock met soul-, jazz- en funkinvloeden. Een sound in het verlengde van bands als Blues Traveller, Gov’t Mule of Dereck Trucks Band, allemaal groepen die zweren bij rockmuziek met uitgesponnen songs en wel zeer lange instrumentale passages, alsof de seventies nooit zijn weggeweest. Dergelijke bands zijn dan ook groot in Amerika, maar in Europa laten ze de zalen niet met duizenden vollopen, waarschijnlijk omdat men bij ons nog efficiëntie verkiest boven muzikaal vakmanschap. Een halfvolle Zwerver lijkt hier het hoogst haalbare.

Zo komen we ook meteen bij het grootste probleem van deze band. Er moet zo nodig worden aangetoond dat alle de groepsleden meer dan aardig overweg kunnen met hun instrumenten. Uiteraard is dat zo, de blazers zijn uitmuntend, de keyboards fantastisch en het gitaarvernuft van Marcus King is van buitengewone aard. Alleen de drummer valt wat uit de toon, we zijn sowieso al niet tuk op drumsolo’s (voor ons doorgaans het ideale moment voor een sanitaire pauze), maar deze die we vanavond krijgen voorgeschoteld is één van de meest lamlendige die we ooit hebben mogen meemaken.

Maar goed, op zijn best doet dit bedreven gezelschap ons denken aan Janis Joplin, Frank Zappa, Santana, Allman Brothers Band of Ten Years After, en dat zijn natuurlijk niet van de minsten. Geregeld komt ons ook SIMO voor de geest, een band die vorig jaar nog een geweldig concert verzorgde in de AB Club.

Hoezeer Marcus King ook zijn teamgenoten in de picture zet, hij is natuurlijk nog altijd zelf de ster van de avond. En dat weet hij, zijn soulstem schittert meermaals doorheen de set en zijn gitaarsolo’s vliegen per lopende meter door de zaal. Die zijn steeds genietbaar, maar wij missen in zijn gitaarspel toch wat rauwheid of hier en daar een smerige riff die de set zou kunnen openrijten.

Marcus King lijdt ook een beetje aan het Bonnamassa-syndroom, hoewel het eigenlijk nog net draaglijk blijft. Bij Bonnamassa kan je immers in een tijdspanne van één gitaarsolo achtereenvolgens de lunch nuttigen, een siësta doen en vervolgens nog gauw even de hond uitlaten. Bij Marcus King valt het dus nog best wel mee, hij streelt en omhelst zijn gitaar, maar hij neukt ze niet. Bovendien heeft hij ook niet dat gigantische ego van Joe -kijk eens wat ik allemaal kan- Bonnamassa. Toch best in de gaten houden, want het overkill-beestje lonkt.

Ondanks de soms te uitgebreide solomomentjes weet deze band ons toch meer dan anderhalf uur te entertainen met hun uiterst vaardige en soulvolle rockmuziek. Een beetje te veel van het goede, dat wel, maar dat is natuurlijk eigen aan het genre. En als we het wat bondiger willen, zetten we bij thuiskomst toch gewoon iets van The Ramones op.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

 

Lonesome Shack

Lonesome Shack - Uitgeklede blues

Geschreven door

Wellicht had het terrasjesweer een aandeel in de bedroevend lage opkomst, maar toch. Waar waren al die bluesliefhebbers? Ok, dit was niet echt blues in de traditionele betekenis van het woord maar hetgeen we hier gepresenteerd kregen was zoveel beter dat wat er tegenwoordig op een doorsnee bluespodium te beleven valt.
Lonesome Shack, een trio uit Seattle, bracht al verschillende platen uit, waaronder één, ‘More primitive’, op het kwaliteitslabel Alive records, wat toch een belletje zou moeten doen rinkelen. Maar blijkbaar heeft niemand dat gehoord.  De mannen van Lonesome Shack lieten het niet aan hun hart komen en speelden een meeslepende set. Uitgeklede blues gegoten in stuk voor stuk sterke, eigen songs waarin de geest van Junior Kimbrough voortdurend rondwaarde. Het leek misschien eenvoudig maar het zat bijzonder knap in elkaar. De combinatie van de lome maar steeds indringende gitaarpatronen van zanger Ben Todd, de kurkdroge drums van Kristian Garrard en de subtiel tot dansen uitnodigende bas van Luke Bergman leidde tot een intrigerend resultaat. Ergens te situeren in de hoek waar ook GravelRoad, die hier vorig jaar ook op het podium stond en met wie ze de fascinatie voor Junior Kimbrough delen, zich bevindt. Het wordt nu vooral uitkijken naar de nieuwe plaat die er zit aan te komen...

Vooraf zagen we nog Vincent Slegers uit Gent. North Mississippi Hill Country Blues is zijn ding en dat hij bracht dat met verve. Knappe, donkere songs gezongen met een schuurpapieren stem en voorzien van inventief gitaarspel op dobro (af en toe wat slide) terwijl hij met een stompbox het ritme aangaf. De laatste twee nummers koos hij voor een elektrische gitaar waardoor de sound wat voller klonk. Ook mooi maar ik verkoos toch die breekbare en soms magisch klinkende dobro.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pere Ubu

Pere Ubu - Rariteitenkabinet aan de voet van de Ijzertoren

Geschreven door

Al 43 jaar lang hebben musicologen de grootste moeite om Pere Ubu in een welafgelijnd hokje te proppen. Omdat regelmatig terugkerende termen als ‘postpunk’ en ‘artrock’ de lading amper dekken heeft het Amerikaanse gezelschap rond de -in alle opzichten- imposante frontman David Thomas dan maar zelf een muzikale stempel bedacht: avant garage. In die garage staan afgedankte grasmaaiers, ingedeukte jerrycans en roestige mestvorken broederlijk zijn aan zij als metaforen voor de  avantgardistische spielerei die elke goeie Pere Ubu song boven de conventionele middelmaat doet uitstijgen.

Om haar voorjaarsoffensief met een orgelpunt af te sluiten liet de 4AD club Pere Ubu tijdens hun ‘MonkeyNet’ tour halt houden in Diksmuide. Thomas hoort zijn weg redelijk goed te kennen naar de Ijzertoren: ook in 2011 strompelde hij al een keer het podium van de 4AD op met Pere Ubu’s ‘The Annotated Modern Dance’, en in 2015 deed hij zelfs een geslaagde poging om de nihilistische protopunk van de pre-Ubu band Rocket From The Tombs uit het graf te doen herrijzen.  Na die reunie bleef de punkspirit nog flink nazinderen bij Thomas, wat vorig jaar resulteerde in het meest gitaargeoriënteerde album uit de Pere Ubu geschiedenis, ‘20 Years in a Montana Missile Silo’.

Die laatste worp, waarvoor de band de overstap maakte naar het legendarische Engelse indielabel Cherry Red Records, maakte vanavond het hoofdmenu uit.  Nooit gedacht dat we Pere Ubu nog zo pissig uit de hoek zouden horen komen als tijdens de lichtontvlambare garagepunk van “Monkey Bizness” en “Toe To Toe”, een koppel  rechttoe rechtaan uppercuts die wel weggelopen leken uit de comeback plaat van Rocket From The Tombs. Ook tijdens de funky cross-over van “Funk 49”, de naar PJ Harvey knipogende murder ballad “Howl” en de vintage Ubu weirdness van “Prison Of The Senses” voerde de gitaar de boventoon.

Het lijf van Thomas is in volle aftakeling, maar de radde tong, de cynische bindteksten en de nasale kopstem doen het wel nog steeds. De 64-jarige bompapunk moet al jaren het publiek noodgedwongen entertainen vanop een stoel, steevast vergezeld van een bundel tekstbladen en een fles rood, toch is en blijft hij de onbetwiste leider van het rariteitenkabinet genaamd Pere Ubu.

Want toegegeven, bij geen enkele andere band bestaat de loonlijst uit een gitarist in maatpak die overgeconcentreerd naar zijn partituren staart (Gary Siperko), een bassiste die een paar koppen kleiner leek dan haar instrument (Michele Temple), een sjofele veeboer met baseball pet die de theremin keer op keer laat ontsporen (Robert Wheeler), een langharige drummer die zo leek weggelopen uit de Foo Fighters (Steve Mehlman) en een klarinetspeler (Darryl Boone) die Thomas een paar geleden oppikte in een Engelse jazz club. Check!

Met een back catalogue die intussen reeds vijf decennia overspant hebben Thomas & co een echt luxeprobleem bij de oldies selectie, maar verrassend genoeg speelt de groep tijdens deze tour op veilig door vooral te gaan grasduinen in hun Fontana Years trilogie ‘The Tenement Year’ (’88), ‘Cloudland’ (’89) en ‘Worlds In Collision’ (’91). Dit mogen dan wel met voorsprong de meeste melodieuze jaren in de Pere Ubu geschiedenis zijn, in Diksmuide bleek nog maar eens dat ze met o.a. “Breath”, “Worlds In Collision” en “We Have The Technology” een paar tijdloze popsongs hebben opgeleverd.

In het eerste anderhalf uur onderstreepte Pere Ubu met verve haar bestaansreden anno 2018, zij het tegen een gezapig tempo en met voldoende ruimte voor gevatte oneliners en persoonlijke anekdotes van David Thomas.

Het contrast kon amper groter zijn met de band die na een rookpauze terug uit de kleedkamers tevoorschijn kwam. In een dolle rit met de teletijdsmachine krijste Thomas ineens alles uit zijn vege lijf tijdens withete versies van de punkevergreens “Kick Out The Jams”, “Sonic Reducer” en “Final Solution” (met een cynische knipoog naar Nirvana’s “Smells Like...”).

 

De boodschap is alleszins loud and clear aangekomen: Pere Ubu verloochent haar eigen roemruchte verleden niet maar staat toch vooral met twee benen (en een wandelstok) in het heden.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

 

Pagina 384 van 967