logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...

Mike And The Mechanics

Mike And The Mechanics - Perfecte nostalgische pop-rock avond

Geschreven door

Mike And The Mechanics - Perfecte nostalgische pop-rock avond
Mike And The Mechanics
Depot
Leuven
2017-09-13
Dominiek Cnudde

Slechts zo’n 500 toegewijde fans en nieuwsgierigen kwamen in Het Depot kijken naar ‘supergroep’ Mike + The Mechanics. Vandaag kun je de uit de hand gelopen hobbyband van rockicoon Mike Rutherford (beter bekend als de lange, smalle gitarist van Genesis) niet echt meer een superband noemen. Toen Paul Carrack na het ‘Rewired’ album van 2004 besloot om zich te concentreren op eigen solo werk, was de groep op sterven na dood. Eerder had de groep ook al zanger Paul Young verloren toen die in 2000 stierf na een hartaanval. Doch in 2011 blies Mike zijn band nieuw leven in en deed dit met twee nieuwe Mechanics. Zangers Andrew Roachford en Tim Howar moesten wijlen Paul Young en Paul Carrack doen vergeten. Het daaropvolgende album: ‘The Road’ (2011) werd echter zeer lauw onthaald. Het recente album: ‘Let Me Fly’ is echter een hele grote stap in de richting van perfecte pop-rock en bevat enkele subliem mooie popsongs.
De reïncarnatie van Mike + The Mechanics en dat live in de intieme setting van Het Depot….beter kon een muziekavond niet echt worden.

Voor Mike + The Mechanics aantraden mocht  Ben McKelvey, een Londense singer-songwriter, gewapend met de akoestische gitaar en wat drumloops het publiek opwarmen. De sympathieke jonge man deed zijn uiterste best maar toch deden zijn potige akoestische popsongs à la Billy Bragg mij niet echt warm lopen, al was het Mike + The Mechanics publiek wel heel erg vriendelijk voor de enthousiasteling.

België telt nog steeds erg veel Genesis fans en daarom was ik wel erg verwonderd dat zelfs een kleine zaal zoals Het Depot de avond niet kon uitverkopen. Eens te meer hadden de afwezigen ongelijk want het werd een perfecte, nostalgische pop-rock avond. De 90 min. durende set (Mike + The Mechanics spelen vrijwel altijd korte sets) telde slechts 14 songs. De toepasselijke opener “Are You Ready” liet meteen een vrijwel perfecte sound door Het Depot klinken.
Maar het was toch wachten op de eerste herkenbare tonen van “Another Cup Of Coffee” dat de vonk oversloeg. Meteen werd het duidelijk dat Andrew Roachford dé geschikte vervanger is voor Paul Carrack want wat een mooie warme soulvolle stem heeft die man. Best indrukwekkend!! Het huppelende “Get Up” uit de nieuwe plaat kreeg jammer genoeg de talrijke oude knarren niet uit hun comfortabele rode zitjes. Gezongen door Canadees Tim Howar dat zijn stem leende aan de meer rockende songs, die Paul Young destijds voor zijn rekening nam. “Silent Running”, altijd al een pareltje geweest maar live door Roachford nog een niveau hoger getild. “The Best Is Yet To Come”, deed me wat denken aan het beste werk van The Killers maar was toch een van de mindere momenten van de avond.
Dat beste was niet “Land Of Confusion”, noch “I Can’t Dance” (jawel twee Genesis covers) maar wel het pakkende “Let Me Fly” en de sublieme afsluiter “All I Need Is A Miracle”. De Genesis covers vonden natuurlijk wel hun gading bij de fans, die de ‘schoolband’ van Mike nog steeds op handen dragen, maar zelf had ik in de plaats liever twee extra Mike + The Mechanics songs gehoord. Trouwens ik hoorde dit jaar live bij het concert van Ray Wilson (Genesis Classic) versies van beide songs die mij toch meer konden overtuigen. Opmerkelijk was ook “Cuddly Toy (Feel For Me)”, ofwel hét Andrew Roachford momentum. Het bescheiden hitje uit 1989 van Roachford werd erg lang uitgesponnen maar was wel het party moment van de avond! Wat een energie, power en spelplezier legde de band hier aan de dag! Indrukwekkend.
Bissen deden we met het vanzelfsprekende maar onverwoestbare “The Living Years”. Tijdloze song die prachtig a-capella werd ingezet door Andrew. “Word Of Mouth” mag dan wel dé perfecte afsluiter zijn, de versie die we woensdagavond kregen was toch wel iets te lang uitgesponnen (met voor een tweede keer een toch wel overbodige bandvoorstelling).

Conclusie van de avond: Mike Rutherford regeerde als meester en dirigent maar bleef op enkele schitterende gitaarsolo’s na wel op de achtergrond. Vooral de warme soulstem van Andrew Roachford maakte op mij een bijzonder diepe indruk. Tim Howar kon Paul Young niet helemaal doen vergeten maar bewees wel een goede, energieke frontman te zijn. Ook het keyboardspel van Luke Juby was bij momenten zeer prominent aanwezig en een streling voor het oor. Anthony Drennan lijkt dan weer de geschikte gitarist om Mike + The Mechanics anno 2017 mede gestalte te geven. Kortom een zeer solide band die ongetwijfeld het verhaal van Mike + The Mechanics nog 25 jaar kan verlengen
😊.

Setlist: *Are You Ready *Another Cup Of Coffee *Get Up *Silent Running *The Best Is Yet To Come *Land Of Confusion  *Let Me Fly *A Beggar On A Beach of Gold *Cuddly Toy (Incl."Gimme Some Lovin' " snippet) *I Can't Dance  *Over My Shoulder *All I Need Is A Miracle
*The Living Years
*Word Of Mouth (Incl. “Firth of Fifth” / “Superstition” / “Purple Haze” snippets)

Organisatie: Depot, Leuven

Mesmur

S

Geschreven door

Zin in een trip langs de diepe krochten van de onderwereld of in de donkere kronkels van je onderbewustzijn? Dan ben je met dit album aan het goede adres. Mesmur heeft een opvolger voor hun opzienbarend debuut uit 2014. Daarvan schreef ik toen dat dit éen van de betere debuut albums van het genre was. Een album met veel afwisseling, sfeer en een goede productie. Een geslaagde poging om van de platgetreden paden in het genre af te wijken.
Van hun opvolger ‘S’ kunnen we hetzelfde zeggen en dat is goed nieuws. Het bevestigt tevens hun talent. We krijgen vier tracks waarvan er drie telkens ongeveer een kwartier lang zijn zonder te vervelen. En één kortere instrumental om af te sluiten. Er wordt op opener “Singularity” van start gegaan met trage en logge gitaren die je meenemen in een donkere poel van verderf en radeloosheid. Het mooie eraan is dat ze er telkens in slagen om in deze brij toch de nodige melodieuze elementen (via spaarzaam gebruik van piano, synths en melodieuze gitaarlijntjes) aan te brengen. De vocals zijn onheilspellend en de ritmesectie is superbe. Ook de productie is terug van hoog niveau. Een top track! “Exile” weet dit topmoment niet te overtreffen maar staat hier ook op hoog niveau te pronken. “Distension” weet mij echter terug van mijn sokken te blazen. De filmische intro met de terugkerende gitaarlijn is om kippenvel van te krijgen. Zo schoon en onaards. En dan moet de song nog beginnen. De track wordt traag en zorgvuldig opgebouwd en weet je bij je nekvel te grijpen en hun wereld binnen te slepen. “S = k ln Ω” sluit het album af op een ambient/ drone-achtige wijze. De synths in de eerste helft scheppen een sinistere doch ietwat lichtere wereld. De gitaren komen langzaam en voorzichtig opzetten om de track af te ronden. Mooi.

Mesmur heeft terug een grensverleggend album in het genre gemaakt. Moet ik je nog overtuigen dat dit nu reeds voor mij het funeral doom album van 2017 is?

Highrider

Roll For Initiative

Geschreven door

Het Gothenburgse Highrider zit op dit debuut met zijn ene voet in de jaren 70 en met zijn andere in de hedendaagse metal en hardcore. Dat levert acht ferme maar goed doordachte tracks op. Kenmerkend zijn de aanwezigheid van orgels en keys die klinken alsof ze rechtstreeks uit de jaren 70 komen. Denk daarbij aan bands zoals Deep Purple, Rainbow die dit ook in hun muziek gebruikten. Daarnaast is de zang (schreeuwvocals noem ik ze) en o.a. de ritmesectie duidelijk een product van deze tijd. Dat alles levert een interessante mix op. De songs zijn snedig, boeiend en vinnig. De orgels en keys zorgen soms voor een onheilspellende sfeer in de songs. Luister maar eens naar opener bv “Nihilist Lament” en je zal begrijpen wat ik bedoel. Op “A Burual Scene” hebben ze dan wat elementen uit de doom aan hun muziek toegevoegd. “Batteries” doet de hardrock uit de jaren 70 herleven. “Vagina Al Dente” is een bedenkelijke titel voor een song dat veel uit het oeuvre van Black Sabbath heeft gehaald. Op “Emotional Werewolf” schakelen ze een paar versnellingen hoger wat ook een mooi resultaat oplevert.
Highrider levert hier een ferm debuut af en alhoewel ik niet zo van schreeuwvocals hou, vind ik het hier goed gedaan en geslaagd. Een prima combinatie met de muziek. Nice.

Mogwai

Every Country’s Sun

Geschreven door

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

Whispering sons

White Noise EP

Geschreven door

Met veel plezier ontvingen we hier de nieuwe single van de moderne wave/postpunkband Whispering Sons. Hierop staan twee songs en, beste vinylliefhebbers, hij is o.a. verkrijgbaar in het helderwit en het rood. Maar het belangrijkste blijft toch de muziek die erop staat.
“White Noise” is een nummer dat ons bij de eerste luisterbeurt al wist te overtuigen. De band gaat verder op de ingeslagen en doet geen toegevingen. Fenne Kuppens zingt beter als nooit voorheen. De gitaren treuren en wenen dat het een lieve lust is. En de song dendert met een mooi tempo vooruit. De b-kant is een remix van “Performance” door B. Dat is het techno project van Bert Libeert van Goose. Deze remix is best interessant. De electro behandeling die deze post-punk track hier krijgt toont aan dat het om een sterke song gaat ongeacht het jasje dat ze hem aantrekken.
Wil je deze single in je bezit? Aarzel niet want ze verkopen snel!

Queens of the Stone Age

Villains

Geschreven door

Neen, de nieuwe QOTSA is alweer niet de verhoopte knaller geworden. De heren hebben zich nochtans niet willen bezondigen aan overdaad en hebben hier maar een schamele 9 nieuwe songs op dit album gekwakt. En dan nog zijn er een paar overbodige bij, hoe is het mogelijk. Bloedarmoede ?
Het siert Josh Homme dat hij wil evolueren, maar de nieuwe op glam en dance-rock gericht sound komt niet altijd even sterk uit de verf. ‘Villains’ opent misschien wel nieuwe deuren, maar staat nu echt wel mijlenver van de Kyuss wervelstormen ‘Blues For The Red Sun’ en ‘Welcome To Sky Valley’ of de QOTSA klassiekers ‘Rated R’ en ‘Songs For The Deaf’. Tot nader order mogen we deze vier kanjers beschouwen als het beste wat Josh Homme op de wereld heeft gebracht, en we vrezen dat daar geen verandering meer zal in komen.

Het begint nochtans veelbelovend. “Feet Don’t Fail Me Now” stelt middels een lange intro ons geduld zwaar op de proef, maar wat er na komt is een voltreffer van een song waarin een stel hete riffs, funky synths en een geweldige groove samen tot iets zeer levendigs uitgroeien. Een lekker kontschuddend “The Way You Used To Do” is al even sexy en de funrock van “Domesticated Animals” stuift ook nog lekker door. Met “Fortress”, een lauwe popsong met een zeurend melodietje, gaat QOTSA echter de eerste keer flink de dieperik in. Een haastig, fel en hitsig glampunk nummertje “Head Like A Haunted House” komt dan heel even de meubelen redden, maar helaas, van daar af is het zo goed als gedaan. “Un-Reborn Again” is een leuk ideetje dat veel te lang gerokken wordt , “Hide Away” is slappe eighties pop en afsluiter “Villains Of Circumstances” gaat wel heel ver over de slijmbalgrens. Daartussenin hebben we gelukkig nog de stevige puncher “The Evil Has Landed” gekregen, maar toch blijven we met een hongerig gevoel zitten.
Een 5 op 9 is veel te weinig voor een band van dit kaliber.

Thee Oh Sees

Orc

Geschreven door

Ha, die John Dwyer, als een gek blijft die plaatjes maken, op zijn minst eentje per jaar. En altijd zijn die ronduit opwindend. Ook nu weer, de nieuwe Oh Sees (‘ Thee’ is er afgevallen) is naar goede gewoonte terug een knaller, een woelig plaatje dat prikkelt, knettert, klotst en af en toe eens flink uit de bocht gaat.
Welkom in de gekke wereld van John Dwyer, met opgejaagde garage-rock, kraut-rock met een hoek af, ontspoorde psychedelica  en zelfs wat geflipte heavy-metal.
(Thee) Oh Sees is een band die live steevast voor een uitbundig feestje zorgt en die live dynamiek ook altijd op hun platen weet neer te zetten, zo hangen er met “The Static God”, “Nite Expo” en “Animated Violence” weer ferme brokken ongeremde energie in de lucht. Hiermee kan menig concertzaaltje terug in vuur en vlam worden gezet.
John Dwyer zou echter John Dwyer niet zijn mocht hij ook niet enkele rariteiten in de aanbieding hebben, zoals dat ook al het geval was op ‘A Weird Exits’ en vooral op ‘An Odd Antrances’.  “Keys To The Castle” zet aan als een razende hyena om dan over te gaan in een bedwelmende kraut-rock meets Velvet Underground roestoestand. “Cadaver Dog” sluipt naar binnen als iets van Pink Floyd in LSD georiënteerde Barrett tijden en “Drowned Beast” zweemt langzaam door de kosmos met een uitgebreide paddenstoelencollectie in de rugzak. Het instrumentale “Raw Optics” tenslotte zit er niet om verlegen om met een heuse drumsolo uit te pakken midden in een krautrock bed.
Kortom, het is weer variatie troef met de nieuwe (Thee) Oh Sees, en dat houdt het altijd boeiend.

Amplifier

Trippin with Dr. Faustus

Geschreven door

Het Britse Amplifier is met ‘Trippin With Dr Faustus’   aan zijn zesde album toe. Ze zijn niet zo gemakkelijk in één hokje te plaatsen daar ze elementen uit de spacerock, stoner, alternatieve rock, grunge etc gebruiken in hun muziek. Het is een album geworden dat alle kanten opgaat maar desondanks toch een eigen geluid en stijl heeft meegekregen. Sommige songs hebben wat onverwachte twist and turns zoals “The Commotion (Big Time Party Maker)” en neigen soms naar wat progrock. De lengte van de songs variëren van vier tot acht minuten. “Freakzone” is één van de sterkere tracks op dit album dat nogal spacy begint om dan over te gaan naar steviger rock momenten. “Anubis” is een akoestische song die eerder doet denken aan seventies band zoals Kansas, Boston of The Band. Het album sluit af met “Old Blue Eyes” en drijft op een dikke, vette bas. De stem doet mij, net als in sommige andere songs, wat aan Steven Wilson denken. Het nummer werkt naar het einde toe naar een noisy climax. Andermaal een fijn nummer.
Het zesde album van Amplifier is een geslaagd en eigenzinnig album. Ze gaan resoluut hun eigen weg en brengen songs die soms heel verschillende kanten opgaan zonder geforceerd te klinken. Wie houdt van muziek, dat een mengeling van eerder genoemde stijlen bevat, moet dit beslist eens checken.

Dreams Are Like Water

A Sea Spell (EP)

Geschreven door

De zee is altijd al een rijke inspiratiebron geweest in de muziek. Blijkbaar ook voor de Nieuw- Zeelandse band Dreams Are Like Water dat de in de openingstrack “A Sea Spell” de zee tot ons laat komen. Het is een erg sfeervolle en etherische song met aangename vocals van Rosebud. Dit trio houdt wel van wat donkere en etherische elementen. Hun bandnaam is dan ook niet toevallige vernoemd naar een song van This Mortal Coil.
Deze EP is hun debuut maar klinkt toch al erg volwassen. “(Thrice) In Blood” is dan een meer gothrock/postpunk song dat, qua stijl, eerder richting The Cranes en Siouxsie uitgaat. De (samen)zang en het pianoriedeltje halfweg liften het nummer omhoog. “Ineffable” is niet geheel feilloos in de zang en de opbouw maar afsluiter “Feathered Infant Bells” maakt dit ruimschoots goed. Een bijna tien minuten durende epische darkwave (The Cure is hier bij momenten niet ver weg) track dat goed uitgebouwd is. Toppie! We krijgen daarna nog een radio-edit van ”A Sea Spell”, “Ineffable” en “Feathered Infant Bells”. Op zich niets mis mee maar weinig verschillend van het originele werk.

Voor liefhebbers van dit genre een aanrader. Hopelijk verblijdden ze ons in de toekomst met meer werk.

Two Door Cinema Club

Gameshow

Geschreven door

Het Noord-Ierse Two door cinema club is aan de derde cd toe . De band rond Alex Trimble viel een handvol jaar terug op met hun debuut ‘Tourist history’, een debuut,  met een rits aangename , sprankelende , spring-in-t-veld nummers , speelse , leuke , frisse, twinkelende pop. In die tussentijd verscheen ‘Beacon’ , volwassener en breder van aanpak . Minder bubbels, maar onderstreept nog steeds een jeugdige aanpak.
‘Gameshow’ is een veelzijdige , dynamische plaat . Toegegeven, de onschuld van vroeger is verdwenen , maar de lekkere groove in de songstructuur blijft. Funk , dance en psychedelica krijgen ruimte. Prince kijkt om hun  schouder heen op “Bad decisions”, “Surgery” en “Je viens de la” . De titelsong rockt als vanouds. We gaan lekker door de plaat heen .
Ze zijn opnieuw geslaagd in een overtuigend album . Singles als vroeger zijn er niet echt, maar optimisme en levenslust is het voornaamste credo van de band . Mooi toch …

Pagina 428 van 967