logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Gavin Friday - ...

The Icarus Line

Slave Vows

Geschreven door

The Icarus Line draaft al meer dan 12 jaar rond, doorgaans in de underground. Omdat hun muziek altijd te weerbarstig, destructief en chaotisch geweest is heeft deze band nooit een groot publiek kunnen aanspreken. Platen als ‘Penance Soiree’ en ‘Black Lives at the Golden Coast’ waren nochtans venijnige kreten om aandacht met kilo’s aan potentieel, maar de wereld liet toch The Icarus Line aan zich voorbijgaan.
Daar mag voortaan eens verandering in komen want de nieuwe ‘Slave Vows’ lijkt ons het strafste wat deze band tot op heden gepresteerd heeft, hoewel het opnieuw geen gemakkelijk te verteren brok onheil is. Dit snerende album heeft de intensiteit van Swans, de krankzinnigheid van Grinderman (“Laying down for the man”), de rauwheid van The Stooges (op “Don’t let me save your soul” en “Dead Body” lijkt wel een gereïncarneerde Ron Asheton aan het werk te zijn), de vernielzucht van Sonic Youth (gitaren ontsporen compleet op “Marathon Man”), de verbetenheid van Nine Inch Nails, de smerigheid van The Jesus Lizard en de geflipte groove van Primal Scream.
De songs zetten sluimerend in om dan meermaals in uw gezicht te ontploffen. Zanger Joe Cardamone sneert geregeld als de jonge junk Iggy Pop en treedt op het dreigende “No money music” volop in de huid van een ontketende Alan Vega die onder het mom van Frankie Teardrop zijn demonen er uit schreeuwt. Suicide it is.
‘Slave Vows’ bevat amper 8 motherfuckers van songs, het zijn stuk voor stuk bezeten monsters die hongerig uit hun donker hol komen gekropen om zich genadeloos in uw nek vast te bijten. Als dit u afschrikt zouden wij u aanraden om de nieuwe Editors te kopen, maar laat dan wel onze kop gerust.

Avenged Sevenfold

Hail to the king

Geschreven door

Avenged Sevenfold, of kortweg A7X, heeft hun nieuwste plaat losgelaten in muziekland opnieuw onder het ‘Warner Brothers’ label. Het zesde studioalbum werd gedoopt onder de naam ‘Hail to the King’ en zowel Synyster Gates en Zacky Vengeance zijn nog steeds van de partij, eerlijk gezegd de mannen die volgens mij het meeste inspraak op de sound hebben.
Waar de beginalbums van A7X nog metalcore (lees: schreeuwerige zangstukken) invloeden bevatten, is de recentste plaat meer commerciëler en rustiger getint. De muziek die te ontdekken valt op ‘Hail to the King’ behoort volgens mij niet in de metal stijl, maar zou ik persoonlijk direct onder het genre hard rock droppen. Neem hierbij de volledig gepolijste en cleane productie en voeg er de brave stem van M. Shadows bij en je zult waarschijnlijk ook tot deze conclusie komen.
Er zijn leuke nummers te ontdekken op deze plaat zoals bv. “Heretic” waarbij de openingsriffs de boel lekker op gang trappen, het rustige en ingetogen “Crimson Day” met de akoestische gitaarpartijen en “Doing time” waarbij ik direct een link leg naar Guns ’n Roses. Al bij al een plaat die je zonder nadenken mag en kan opleggen en waar fans van A7X zeker van zullen genieten. Indien je een meer ruwere sound verlangt, moet ik je helaas ontgoochelen. Van het titelnummer staat er reeds een officiële video online, dus neem gerust even de tijd om deze clip te bekijken en oordeel zelf!

We Are The Knight

October

Geschreven door

Punkrock is verre van dood in de Lage Landen, zeker zolang er nieuwe bandjes blijven ontstaan als We Are The Knight!  Dit vijftal uit Amersfoort zag het levenslicht in de zomer van 2011 met de bedoeling om zoveel mogelijk op te treden.  Met  ‘October’ dat begin dit jaar uitkwam, is er zelfs al een eerste EP! 
Het plaatje telt vijf catchy poppunksongs en is aldus een zeer mooi visitekaartje!  We Are The Knight is duidelijk  beïnvloed door klinkende namen als No Use For A Name, Yellowcard en New Found Glory.  
WATK haalt logischerwijze nog niet hetzelfde niveau, maar de catchy melodieën, stevige gitaren en uitmuntende vocalen op dit debuut wijzen op heel wat potentie. Songs als “Sunday Mole Ella”, “Lifeline Maze” en titeltrack “October”  klinken enorm catchy en liggen comfortabel in het gehoor.  
Wie zelf wil luisteren naar deze melodieuze punk, kan dat via http://wearetheknight.com/  .  Nog twee weetjes: de drummer van de band is ondertussen voor een jaartje naar Indonesïe en zo zijn de vier overgebleven leden op zoek naar een nieuwe trommelaar.  Daarnaast zat de band opnieuw in de studio en nam het twee nieuwe songs op die je na de zomer mag verwachten.

Pukkelpop 2013 thru the eyes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2013 thru the eyes & ears of Geert Huys

Pukkelpop 2013
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit

PUKKELPOP, Kiewit, 15-17 augustus 2013

Dag 1 (15-08-2013)

PARQUET COURTS
(Marquee, ***½)
Bio
: Naar Brooklyn uitgeweken Texanen die op hun sprankelend debuut ‘Light Up Gold’ met sprekend gemak de hobbelige weg van de strakke punkpop hebben teruggevonden die The Strokes al een aantal jaren kwijt zijn.
On stage
: In een halflege tent bewees de band dat de termen ‘nonchalant’ en ‘slordig’ ook als complimenten kunnen gelden. Echter, voor zowel groep als publiek leek het nog erg vroeg dag en bleef het verwachte muzikaal vuurwerk uit. Graag een herkansing in De Charlatan (20 okt) of de AB club (27 okt).
Highlights: “Gold Record Diamond Minds”; “Borrowed Time”; “Stoned & Starving”

THE ALLAH-LAS
(Club, ***)
Bio
: Viertal waarvan een aantal leden elkaar voor het eerst tegen het lijf liepen in een legendarische platenzaak in Los Angeles én een uitgesproken interesse in de iconische 60ies garagerock verzamelaars Nuggets en Pebbles bleken te delen.
On stage
: Ze klinken niet alleen als een 60ies bandje, met hun strakke donkerblauwe denimpakjes zagen ze er ook zo uit. Net als de meeste ‘Nuggets era’ groepjes bleek dat deze vier jonge kerels behalve twee erg leuke radiohitjes vooral teren op veel afleggertjes die voortborduren op hetzelfde meerstemmige garagerock thema.
Highlights: “Tell Me (What’s on Your Mind)”; “Sacred Sands”

FEW BITS
(Wablief?!, ***½)
Bio
: Belgisch vijftal rond Karolien Van Ransbeeck, de voormalige backing vocaliste van Admiral Freebee en The Go Find. Wordt al maandenlang doodgeknuffeld op Radio 1.
On stage: De ietwat bedeesde Van Ransbeeck lonkte uitdrukkelijk naar de prille Heather Nova en Mazzy Star’s Hope Sandoval. De Antwerpse werd omringd door vier heren die haar spooky folkrock mooi gedoseerd van de nodige tristesse en melancholische weerhaakjes voorzagen. De herfst is dit jaar nog nooit zo vroeg begonnen.
Highlights
: “Shell”; “Wolves”

DEFTONES
(Main stage, ****)
Bio
: Amerikaans vijftal dat midden jaren ’90 tegen wil en dank tot nu-metal act werd gebombardeerd, maar vanaf de mijlpaal ‘White Pony’ (’00) is uitgegroeid tot een genre op zich. Bij elk optreden draagt de groep een nummer op aan de oorspronkelijke bassist Chi Cheng die na een jarenlange coma overleed op 13 april jl.
On stage
: Deftones bedankten Chokri voor hun derde ticket naar Kiewit met een ongezien enthousiasme, en vooral met een erg afwisselende set waarin hard-zacht contrasten subtieler dan ooit waren uitgewerkt. Memorabel was het moment waarop de overigens erg fit ogende brulboei Chino Moreno midden het publiek gewillig zijn kindergeld liet betasten en daarna eensklaps een verschroeiend “Elite” inzette. Een kippenvel versie van “Change (In the House of Flies)” werd opgedragen aan hun gevallen makker Cheng.
Highlights: “Poltergeist”; “Rosemary”; “Elite”; “My Own Summer (Shove It)”; “Change (In
the House of Flies)”

PHOSPHORESCENT (Club,
***½)
Bio
: Nom de plume van Matthew Houck, een minzame singer-songwriter die net als collega treurwilgen Bonnie ‘Prince’ Billy en Bon Iver de introspectie opzoekt als voornaamste inspiratiebron.
On stage
: De ranke Amerikaan koos resoluut voor de vlucht vooruit alsof hij de tent moest opwarmen als voorprogramma van Springsteen. Vergezeld van een vijfkoppige band, inclusief twee keyboardspelers, klonk de americana van Phosphorescent ongewoon extravert, groots en bijwijlen zelfs swingend. Sire, er zijn geen zekerheden meer.
Highlights: “Song for Zula”; “Terror Canyons (The Wounded Master)”

MILES KANE
(Marquee, ****)
Bio
: Amper 27, en toch heeft de frivole Brit er reeds carrières opzitten bij The Rascals en The Last Shadow Puppets én is hij net bevallen van een tweede solo album waarop merseybeat en glamrock op luchtige wijze worden gerecycleerd.
On stage
: Ontdaan van alle studio tierlantijntjes en geruggesteund door een straffe groep klonken Kane’s nummers onverwacht snedig en pretentieloos. Met dit bevlogen optreden in een volle tent nam Kane een klinkende revanche voor zijn gedwongen forfait tijdens de rampeditie van Pukkelpop twee jaar terug.
Highlights: “Rearrange”; “Better Than That”; “Don’t Forget Who You Are”; “Come Closer”

QUICKSAND
(Shelter, ***
½)
Bio
: Kortlevend 90ies gezelschap rond el sympathico Walter Schreifels dat in de voetsporen van Helmet hardcore injecteerde met alternative metal. Schreifels ging later de emo tour op met Rival Schools, en staat 19 jaar na hun eerste doortocht in Kiewit opnieuw op de affiche met zijn oude makkers van Quicksand.
On stage
: De houdbaarheidsdatum van Quicksand’s melodieuze post-hardcore bleek nog niet overschreden, getuige de uitgelezen bloemlezing uit het redelijk fantastische debuut ‘Slip’ (‘93). Anders dan bij Rival Schools kon de schreeuwzang van veteraan Schreifels dit keer wel overtuigen. Ook bassist Sergio Vega verdiende een pluim. Eerst met zijn huidige werkgever Deftones op de Main Stage, en vervolgens met zijn oude Quicksand maatjes in de Shelter speelde de man op een tijdspanne van twee uur twee denderende gigs.

Highlight
: “Dine Alone”
JOHNNY MARR
(Marquee, ****
½)
Bio
: Vormde in The Smiths samen met ene Steven Patrick Morrissey de Lennon & McCartney van de Engelse indiescene tijdens de zes glorieuze jaren ’82-’87. De briljante gitarist werd nadien tijdelijk ingelijfd bij o.a. Electronic, The The, Modest Mouse en The Cribs, en bracht dit voorjaar met ‘The Messenger’ een degelijk solo debuut uit.
On stage
: Op de tonen van John Barry’s ‘The Persuaders Theme’ en met een sneeuwwitte roos tussen de lippen begon Marr als een jonkie die nog alles te bewijzen had aan een vlammende set. Vergezeld van een straffe band etaleerde de ouderdomsdeken van Pukkelpop 2013 (50 binnenkort) zijn briljant en kristalhelder gitaargetwinkel en kwam hij ook vocaal erg aardig uit de hoek. Geen zinnig mens had echter kunnen of durven dromen dat His Godlike Genius ook een stel Smiths evergreens op het menu had gezet, vier om precies te zijn.
Emo moment van de dag: een halflege tent die “To Die By Your Side is Such a Heavenly Way to Die” acapella meebrulde tijdens “There’s a Light That Never Goes Out”.
Highlights: “The Right Thing Right”; “Stop Me if You Think You’ve Heard This One Before”; “Bigmouth Strikes Again”; “I Fought the Law”; “How Soon is Now”; “There’s a Light That Never Goes Out”

SAVAGES (Club, ****)
Bio
: All female postpunk revelatie die met ‘Silence Yourself’ hengelen naar de eretitel ‘debuut van het jaar’. Nauwelijks twee weken na de release van deze plaat scoorden deze straffe meiden ook nog eens hét concert van het voorjaar in een volgepropte Orangerie van de Botanique. U merkt het, we zijn redelijk weg van deze meisjes.
On stage
: Frontvrouw Jehnny Beth tuurde naar het publiek als betrof het een tegenstander die tegen elke prijs moest overwonnen worden. Het zorgde voor meer afstandelijkheid dan in Brussel, maar tegelijkertijd ook voor meer muzikale uitstraling. Furieuze postpunk uppercuts werden afgewisseld met broeierige gothrock die soms naar de performance art neigde. De fans weten intussen wat er hen te wachten staat als finale stroomstoot, en toch, het blijft kicken op “Husbands! Husbands! Husbands! Husbands! Husbands! Husbands! Husbands!”.
Highlights: “City’s Full”; “I Am Here”; “She Will”; “Hit Me”; “Husbands”

MEURIS (Wablief?!, ****)
Bio
: Limburgs vat vol emotie dat zich naast Nederlandstalige rock ook onledig houdt met sterrenkunde, journalistiek en politiek incorrecte opinies. Heeft na ‘Gigant’ (‘94) met Noordkaap en ‘Grand’ (‘05) met Monza nu ook met zijn eerste echte soloschijf ‘Mirage’ opnieuw een klassieker in het genre beet.
On stage
: Voor de Stijn was Pukkelpop 2013 een soort homecoming na jaren afwezigheid. Geruggesteund door een erg straffe groep verkende de geboren entertainer met jeugdige gretigheid alle uithoeken van het podium en strooide hij kwistig met (soms gevatte, soms onfortuinlijke) one-liners. Op de nieuwste plaat omarmen Meuris & co uitdrukkelijk de donkerste en dus interessantste jaren van de 80ies. Niet alleen de recente nummers, maar ook de evergreens van weleer staken bijgevolg in een glinsterend new wave jasje dat gesneden koek bleek voor het Pukkelpop publiek.
Highlights
: “Panamarenko”; “1974”; “Gigant”; “Omerta”; “Wie Danst Er Nog?”; “Arme Joe”

GODSPEED YOU! BLACK EMPEROR (Marquee, ***½)
Bio
: Van oorsprong uit Montreal, Quebec afkomstig instrumentaal collectief dat in 2000 eigenhandig de postrock herdefinieerde met de mijlpaal ‘Lift Your Skinny Fists Like Antennas to Heaven’. Na een lange periode van muzikale bezinning, dat o.a. het zijproject Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra & Tra-La-La Band heeft gebaard, komt dit toonbeeld van de antirock haar plaats terug opeisen.
On stage
: De apocalyps is onafwendbaar, en GY!BE heeft alvast de bijhorende soundtrack gecomponeerd. De Canadezen negeren hierbij alle wetten van een conventioneel rockoptreden. De nauwelijks zichtbare muzikanten hullen zich in een waas van mystiek door niet zichzelf maar wel de muziek centraal te plaatsen, aangevuld met sobere filmprojecties. In feedback gedrenkte gitaren, jankende strijkers en tribal drums vormden de funderingen van composities die begin noch einde schijnen te kennen. Een unieke totaalervaring als afsluiter van de eerste Pukkelpopdag.
Highlights
: “Hope Drone”; “Mladic”

Dag 2 (16-08-2013)
IN THE VALLEY BELOW (Castello, ***)
Bio
: M/v duo uit Los Angeles dat dit voorjaar met ‘Hymnal’ een eerste EP vol pastorale indierock op de wereld losliet. De Passion Pit remix van hun eerste single “Peaches” groeide inmiddels uit tot een bescheiden YouTube hit.
On stage
: Aangevuld met twee extra muzikanten creëerde de van tristesse doorwrongen samenzang van Angela Gail en Jeffrey Jacobs een broeierig en mysterieus sfeertje. Hun 19de eeuwse retro outfit paste dan ook volledig in het plaatje. Fans van Aimee Mann, Cold War Kids en Woven Hand hebben er een favoriet bij.
Highlight: “Peaches”

ANiMAL MUSiC (Dance Hall, ***)
Bio
: Londens trio dat heftige dubstep door de punkmangel haalt. Bouwden eerst een stevige reputatie op in het clubcircuit als remixers en DJs, en gaan sinds kort ook als ‘live’ band de boer op.
On stage
: Deze kerels deden hard hun best om te klinken als The Prodigy in overdrive, en slaagden daar ondanks het vroege uur nog vrij goed in ook. Muzikaal viel het trio terug op pretentieloze cut’n’paste recyclage van vijf decennia popmuziekgeschiedenis, van Ray Charles over Daftpunk tot Queens Of The Stone Age. Bevorderlijk voor de feestvreugde ... en voor de vertering van een stevig ontbijtje.
Highlight: “Jump”

CLOUD BOAT (Castello, ***)
Bio
: Duo uit Noord-Londen dat na omzwervingen in metal en post-rockbandjes besloot om zich te bekeren tot een soort hybride van melancholische folk en downtempo dubstep. Brachten in 2011 hun eerste 10’’ uit op ons eigenste R&S label.
On stage
: Tom Clarke en Sam Ricketts zijn niet enkel boezemvrienden en tourcompagnons van James Blake, maar laten zich ook vocaal en muzikaal duidelijk inspireren door de Londense wonderboy van de offbeat dubstep. Hun combinatie van knisperende electronica en subtiele gitaarecho’s durfde trouwens ook wel eens te knipogen naar The Notwist en post-‘OK Computer’ Radiohead. Ingegeven door de populariteit van Blake lustte het publiek wel pap van Cloud Boat’s dramatische soundscapes. Het duo was duidelijk een beetje van zijn melk door zoveel enthousiasme, en bleef het publiek maar bedanken tot het zelfs een beetje gênant werd.
Highlight
: “Wanderlust”

LORD HURON
(Club, ***)
Bio
: Amerikaans indiefolk gezelschap dat in 2010 het daglicht zag om de muzikale ideeën van natuurfilosoof Ben Schneider aan mens en dier toe te vertrouwen. Hun debuutschijf ‘Lonesome Dreams’ is schatplichtig aan de pastorale close harmony van Fleet Foxes en de organische americana van My Morning Jacket.
On stage
: De zon bleek een prima compagnon voor de luchtige folkpop van het Amerikaanse vijftal. Paul Simon en Vampire Weekend wisten het al langer, en nu heeft ook Lord Huron ontdekt dat het verweven van Afrikaanse gitaarmotiefjes in hun wijdse sound een glimlach op het gezicht van elke festivalganger tovert.
Highlights: “The Man Who Lives Forever”; “Ends of the Earth”

NOAH AND THE WHALE (Main stage, **)
Bio
: Londense folkies die zich gaandeweg steeds meer op radiovriendelijke 80ies pop zijn gaan storten, én bijgevolg al flink wat weken in de Britse charts mochten kamperen. De nieuwe godin van de Engelse folk, Laura Marling, verliet intussen de band en uiteindelijk ook haar lief in de persoon van frontman Charlie Fink.
On stage
: Twee technische pannes zetten de groep een flinke hak onder een loden middagzon, maar ook zonder pech verdenken we Fink & co ervan met bijzonder weinig goesting naar Kiewit te zijn afgezakt. Werkelijk geen enkel nummer, zelfs niet een op stadions bemeten perfecte popsingle als “Tonight’s the Kind of Night”, klonk oprecht catchy of bleef op onze bezwete huid plakken. Ironisch genoeg kregen deze netjes uitgedoste Londenaars de meeste handen op elkaar met een leuke Daftpunk cover, maar tegen dan was Noah’s ark al lang gezonken.
Highlight
: “Digital Love”

FACTORY FLOOR (Castello, ***)
Bio
: Postindustrieel trio uit Londen met een onvoorwaardelijke adoratie voor zowat alles wat eind jaren ’70 tot begin jaren ’80 op het vermaarde Factory Records label (o.a. Joy Division en New Order) verscheen, maar uiteindelijk onderdak vond bij de hippe DFA stal van Tim Goldsworthy en James Murphy (LCD Soundsystem).
On stage
: Na een eerste ronduit indrukwekkend kwartier dachten we één van dé revelaties van Pukkelpop ‘13 beet te hebben. De combinatie van onderkoelde electronica, dubby vocals en retestrakke drumpatronen zoog het publiek steeds dieper mee in een hypnotiserende trance trip waar reguliere bezoekers van de Boiler Room een moord voor zouden begaan. Echter, waar hun inspiratiebronnen New Order en  Giorgio Moroder de nodige variaties op hetzelfde thema inbouwen reed Factory Floor zich gaandeweg vast in de monotonie. Hopelijk/mogelijks/misschien biedt hun langverwachte debuut meer soelaas.
Highlight
: “Two Different Ways”

THE BLACK HEART REBELLION (Wablief?!, ***½)
Bio
: Met deze zes men in black heeft de Gentse muziekscene terug een sensatie van formaat gebaard. In de schaduw van Amenra, sowieso al een plaats waar geen zinnig mens een nachtje wil doorbrengen, brouwt dit gezelschap een mengsel van claustrofobische postrock en gotische folk dat best niet in het bijzijn van gevoelige zielen wordt gedegusteerd.
On stage
: We verdenken frontman Pieter Yuttenhove er niet van een vrolijke jongen te zijn, maar durven wel met zekerheid stellen dat ’s mans stem zich kan meten met deze van Woven Hand’s David Eugene Edwards op een druilerige herfstdag. Maar goed dat zijn maats verscholen zaten in een dik mistgordijn, want hun dreigende postrockmetal verdraagt nu eenmaal niet het minste beetje licht. Als duivelsuitdrijvingen nog bestaan, dan is er geen betere achtergrondmuziekje te bedenken dan een plaat van BHR.
Highlights: “The Woods I Run From”; “Circe”

UNKNOWN MORTAL ORCHESTRA (Club, ***)
Bio
: Geesteskind van Ruban Nielson, een uit Portland, OR afkomstige gitaarwizard die in een vorig leven de stiel leerde bij de Nieuw-Zeelandse punkband The Mint Chicks. Na de split van die groep ontdekte Nielson de subtiliteiten van de luchtige psychedelica waarmee hij inmiddels reeds twee albums van Unknown Mortal Orchestra heeft gevuld.
On stage
: Het orkest in kwestie bleek naast Nielson ook een strakke ritmesectie in de rangen te hebben die zijn gitaaruithalen ondersteunden met een groovy upbeat. De tonnen reverb konden niet verhullen dat toonvast zingen niet het sterkste punt is van de kleine Amerikaan, dus ter compensatie stortten hij en zijn maats zich dan maar op soms ellenlange jams. Zoiets heet dan leuk maar niet onvergetelijk.
Highlights: “Swim and Sleep (Like a Shark)”; “Ffunny Ffrends”

GIRLS IN HAWAII (Marquee, ***)
Bio
: Eén van de weinige Waalse poprock bands die in Vlaanderen een zekere fanbase heeft opgebouwd. De groep vierde haar comeback op Pukkelpop na een lange periode van persoonlijke en muzikale bezinning door het tragische overlijden van drummer Denis Wielemans in een verkeersongeval in 2010.
On stage
: Ook na de wederopstanding blijven we Girls In Hawaii een sympathieke groep vinden die echter over een te hoge aaibaarheidsfactor beschikt om ons echt te beklijven. Met Lionel Vancauwenberghe en Antoine Wielemans heeft de groep 2 ideale schoonzonen in de rangen, weinig verwonderlijk dus dat hun light versie van Grandaddy meets Sparklehorse vooral door het vrouwelijke deel van het publiek erg warm werd onthaald.
Highlight: “This Farm Will End up in Fire”; “Time to Forgive the Winter”

GRUPPO DI PAWLOWSKI
(Wablief?!, ***)
Bio
: Aflevering 314 in de avonturen van de gekste en creatiefste muzikale duizendpoot die Limburg ooit heeft voortgebracht. Bijgestaan door andere veteranen uit de vaderlandse muziekgeschiedenis waaronder Elko Blijweert en Pascal Deweze tast Mauro de grenzen van de experimentele waanzin op.
On stage
: Geen zinnig mens heeft zich waarschijnlijk ooit afgevraagd hoe een jamsessie met Captain Beefheart, Frank Zappa en The Jesus Lizard zou geklonken hebben. Wel, dat is  natuurlijk buiten Mauro en zijn maats gerekend die dergelijke vraag interessant genoeg vinden om met averechtse blues, nowave, freejazz en fusion als basisingrediënten dan maar zelf een wansmakelijke doch unieke cocktail in elkaar te flansen. Anti-rock? Als het genre nog niet bestond, dan bombarderen we Mauro bij deze tot de geestelijke vader ervan.
Highlight: “Who Do You Love?”

POLIÇA (Club, ***)
Bio
: Indiepop gezelschap uit Minneapolis wiens ijle synthpop een grote commerciële toekomst wordt voorspeld. De lead single “Dark Star” uit het debuut is intussen een klassieker, benieuwd of er op de moeilijke tweede ook een dergelijke kanjer prijkt.
On stage
: Voor wie de band enkel kent van haar etherische hitjes was het toch even schrikken. Voortgestuwd door twee drummers klinkt de groep live immers een pak dynamischer en krijgt hun melancholische electropop een welgemikte triphop injectie. Als de frêle zangeres Channy Leaneagh zich een nog iets extravertere pose kan aanmeten dan komen de harde dollars van Clear Channel erg dicht binnen handbereik.
Highlights: “Dark Star”; “Wandering Star”

EELS (Main stage, ****)
Bio
: De eerste vier platen (’96-‘01) van eeuwige anti-held Mark Oliver Everett (oftewel E) als Eels zijn klassiekers waar multi-instrumentale vindingrijkheid en ontwapenend songschrijverschap elkaar wonderwel vinden. Daarna evolueerde Eels naar een muzikaal minder interessante rechttoe rechtaan rockgroep, maar dan wel één die mateloos populair blijft bij de nieuwe jeugd die intussen E’s kids hadden kunnen zijn.
On stage
: Eels besteedt tegenwoordig evenveel aandacht aan volksvermaak als aan een muzikaal sterke prestatie. Het is en blijft een lust voor oog en oor hoe de band een op voorhand strak geregisseerde show toch zo spontaan en ontwapenend kan brengen. Getooid in donkere Adidas trainingspakken en dito sunglasses zoeken en vonden de groepsleden elkaar voor knuffels, fratsen en retestrakke rock. Wetende dat op dat moment Neil Young & Crazy Horse normaal gezien alle registers hadden moeten open gooien trakteerden E en zijn maats het publiek op een fraaie date met Young’s “Cinnamon Girl”.
Highlights: “Cancer for the Cure”; “Oh Well”; “Fresh Feeling”; “That Look You Give That Guy”; “Cinnamon Girl”; “My Beloved Monster/Mr. E’s Beautiful Blues”

LOW (Club, ****)
Bio
: De spil van dit uit Minnesota afkomstig gezelschap is het Mormoonse echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker, die tegen hun zin als de grondleggers van de slowcore worden beschouwd. Het duo heeft na 20 jaar een indrukwekkende cult following opgebouwd, met als grootste compliment het feit dat ene Robert Plant twee Low originals op zijn laatste plaat had staan.
On stage
: Tegen het eind van een slopende festivaldag moet een mens soms moeilijke keuzes maken wanneer een monument als Low de tent sluit: overeind blijven om met open mond Sparhawk’s gitaarcapriolen te aanschouwen, of toch maar languit wegdromen op de plankenvloer met de hemelse vocal harmonies van dit uniek rock’n’roll echtpaar op de achtergrond. Het werd uiteindelijk een combinatie van beide. Net als Eels had ook Low een pleister op de wonde voorzien met een magische versie van Neil Young’s “Down by the River”.
Highlights: “Murderer”; “Especially Me”; “Down by the River”

JAMES BLAKE (Marquee, ***½)
Bio
: 25-jarige Londenaar die ooit op de schoolbanken zat met Katy B, zijn eerste songs opnam in de slaapkamer en intussen is uitgegroeid tot dé posterboy van de downtempo dubstep.
On stage
: Enkel vergezeld van een gitarist en een drummer ontpopte Blake zich tot een erg veelzijdige performer die er in slaagde om een groot deel van de tent in een soort collectieve trance te brengen. In wezen is de Londenaar een singer-songwriter die met behulp van atmosferische dubstep, zwoele neosoul en jachtige electro een geheel eigen geluid weet neer te zetten. De ietwat bedeesde Blake kreeg van de massaal aanwezige tentsletjes een hartverwarmend applaus, maar stuurde ons met koude rillingen de nacht in.
Highlights: “Limit to Your Love”; “The Wilhelm Scream”; “Retrograde”; “Unluck”

Dag 3 (17-08-2013)

CLOCK OPERA (Marquee, ***½)
Bio
: Viertal uit Londen dat aan de overzijde van het kanaal tot één van dé hypes van 2012 werd gebombardeerd  op grond van hun debuutschijf ‘Ways to Forget’. Hun ingenieuze doch licht verteerbare samplepop lonkt voorzichtig naar het soort stadions waar ook de jongens van
Coldplay al een paar liters hebben afgezweet.
On stage
: Elke zanger die vocaal ook maar in de buurt komt van The Blue Nile’s Paul Buchanan kan bij ons weinig verkeerd doen, en tot dat selecte gezelschap moet ook Clock Opera frontman Guy Connelly worden gerekend. Anders dan op hun debuutschijf straalden de songs overigens veel meer grandeur uit door een duidelijk klaarwakkere ritmesectie. Dat veel van hun pianospielerei voorgeprogrammeerd was deerde wonderwel niet.
Highlights: “Move to the Mountains”; “Once and for All”; “Lesson no. 7”

THE SEDAN VAULT (Wablief?, **½)
Bio
: Belgische band met een geweten rond drie telgen uit de familie Meeuwis die reeds twee albums vol experimentele/progressieve rock op hun conto hebben staan. Voor de opnames van de langverwachte derde ‘Minutes to Midnight’ gooiden de broertjes hun Vlaamse bescheidenheid overboord en gingen te rade bij sterproducer Richard Woodcraft (Radiohead, Arctic Monkeys, Duffy).
On stage
: “Goeienavond”!? Om 14u in de namiddag? De zenuwen stonden duidelijk gespannen bij The Sedan Vault, ofwel konden de gasten na een nachtje repeteren wel een stevige cafeïne shot gebruiken. De groep nam in ieder geval een verschroeiende start met een paar manische gitaar/synth/drums uppercuts die onvermijdelijk deden denken aan The Mars Volta. Naarmate hun set vorderde gingen de jongens echter gevaarlijk dicht aanleunen bij Muse, en laat dat nu net een overbevolkt eiland zijn waar ondergetekende niks verloren heeft.
Highlights
: Waren er wel, maar weinig van de nieuwe titels verstaan

I AM KLOOT
(Marquee, ***
½)
Bio
: Oorspronkelijk een trio uit Manchester dat in de begindagen werd ingedeeld bij de ‘New Acoustic Movement’, maar intussen ook het bestaan van strijkers, piano’s en blazers heeft ontdekt. Hun beste songs zijn ontstaan op weg naar, in, of op de terugweg van de pub.
On stage
:  Op Pukkelpop 2001 en 2004 blonk I Am Kloot nog uit in simpele levensliedjes die je onmiddellijk bij het nekvel grepen, maar datzelfde gevoel kregen we dit jaar maar sporadisch. Natuurlijk is en blijft de versleten stem van John Bramwell de sterkhouder van de groep, alleen vragen we ons af wat die drie extra bandleden op keyboards en blazers op het podium hadden verloren.  Less is more, dat had de groep op het eind gelukkig ook begrepen toen ze met z’n drietjes een paar oude krakers bovenhaalden en dat nekhaar alsnog ging rechtstaan.
Highlights:  “Some Better Day”; “86 TV’s”; “From Your Favourite Sky”; “Proof”

ALABAMA SHAKES (Main stage, ***)
Bio
: Een vrouwelijke postbode met het sex appeal van een nijlpaard die samen met een paar vrienden uit Athens, Alabama uit voorliefde voor zowel Led Zeppelin als Otis Redding een rock’n’soul bandje uit de grond stampt dat intussen elk groot Europees festival op de CV heeft staan? Het is en blijft één van de onwaarschijnlijkste succesverhalen uit de recente popgeschiedenis.
On stage
: Chokri luistert naar de StuBru jeugd van tegenwoordig, zoveel is zeker, want hoe kan een band wiens muzikale roots ruim een halve eeuw achter ons liggen anders op de Main stage van Pukkelpop belanden? Op Blues Peer was dit waarschijnlijk een topconcert geweest, zeker wanneer je in de imposante strot van de sympathieke Brittany Howard om de haverklap de geesten van Janis Joplin en Otis Redding ontwaard. In Kiewit luisterde de vintage rhythmn & blues van Alabama Shakes gewoon lekker weg in het gezelschap van een bordje Breydelham.
Highlights: “Hold On”; “Hang Loose”; “Be Mine”

HOLY OTHER (Castello, ***½)
Bio
: Echte naam: onbekend. Woonplaats: ergens tussen Manchester en Berlijn. Beroep: producer. Hobby: naar donkere electronica luisteren. Tja, de Jan Becaus in ons moet het soms stellen met wel heel erg beknopte CVs.
On stage
: In de donkere beslotenheid van de Castello tent ontpopte deze mysterieuze knopjesdraaier zich tot de kroonprins van de slowbeat. Stilstaand dansen was toegestaan, wegdromen met de ogen dicht een must. Hier een genre opplakken is geen sinecure, we houden het bij atmosferische postdubstep met een dramatische ondertoon. Klinkt als: Craig Armstrong, Ryuichi Sakamato en Art Of Noise in de mix.
Highlights: “Love Some1”; “Feel Something”

!!! (Dance Hall, ***½)
Bio
: Gezellige bende New Yorkers die zich ook laten aanspreken als ‘chk chk chk’ en in ’96 besloten om saaie house parties op te luisteren met funky postpunk en strakke leftfield D.I.S.C.O. Met hun vijfde album ‘Thr!!!er’ halen deze bad boys tegenwoordig zelfs Radio 1, wat niet kon verhinderen dat ze reeds voor de derde keer een telefoontje kregen van Chokri.
On stage
: Alhoewel hun platen steeds meer inwisselbaar worden valt live niet te ontkomen aan de verslavende groove van dit zestal. Zoals elke zichzelf respecterende party band heeft ook !!! in de persoon van zanger Nic Offer een volksmenner in de rangen die als een hyperkinetische Mick Jagger kloon met krullen alle uithoeken van het podium verkent. Dat Offer een foute bermuda droeg met de hoesprint van het klassieke Stones album ‘Some Girls’ leek ons overigens puur toeval.
Highlights: “Get That Rhythm Right”; “Californiyeah”

THE SOFT MOON (Castello, ***)
Bio
: Eenmansproject van de Afro-Cubaanse producer, instrumentalist en songwriter Luis Vasquez die zich onledig houdt met de erfenis van Joy Division en Suicide. Jongste album ‘Zeros’ staat dan ook stijf van de dreigende postpunk en kille new wave.
On stage
: Elke combinatie van holle drums, rubberen baslijntjes, doomy synths en uitwaaierende gitaren kan sowieso op onze aandacht rekenen, wat nog niet betekent dat we The Soft Moon daarom op handen dragen. Vocals zijn voor Vasquez immers niet meer dan een instrument zonder boodschap, dus ging de man gretig aan de slag met allerlei stemvervormers. Goed voor een half uurtje, daarna hopeloos monotoon.
Highlights
: “Parallels”; “Insides”

FOALS
(Main stage; **½)
Bio
: Hyperkinetisch indierock vijftal uit Oxford dat zich dankzij een flitsend debuut ‘Antidotes’ (‘08) ergens tussen Bloc Party, Klaxons en Talking Heads in nestelde. Na de overstap naar een major label (Warner MG) koos de groep op hun recente doorbraak album ‘Holy Fire’ voor meer hapklare songs die hen bakken airplay en de sleutel tot grote concertzalen opleverden.
On stage
: Wie niet beter weet zou Foals gemakkelijk kunnen afschilderen als een one-hit wonder. Eens publiekslieveling “My Number” de revue was gepasseerd had de groep namelijk heel wat moeite om nog meer van dat soort catchy artpop uit haar mouw te schudden. Meer dan goed voor hen was verloren Yannis Philippakis en zijn maats zich soms in te lange instrumentale stukken, en gingen hierdoor onnodig op de rem staan. De gebruikelijke duik van Philippakis in het tienerpubliek leverde leuke beelden op, maar kon een bloedeloze set niet meer redden.
Highlights: “Red Socks Pugie”; “Two Steps Twice”

BAT FOR LASHES (Marquee, ***½)
Bio
: Nom de plume van Natasha Khan, een 33-jarige Engelse deerne met Pakistaanse roots wiens etherische indiepop al twee Mercury Prize nominaties voor ‘album of the year’ opleverde.
On stage
: Toegegeven, alleen al Khan’s ontwapenende glimlach volstond om een groot deel van de tent uit haar hand te doen eten. Haar aan Kate Bush en Björk verwante sprookjespop klonk afwisselend erg breekbaar, of werd opgejut door hitsige electrobeats en percussie. Khan en haar muzikaal gevolg genoten zichtbaar van de warme ontvangst die hen te beurt viel.
Highlights: “Horse and I”; “Rest Your Head”; “Daniel”

FRANZ FERDINAND (Main stage, ****½)
Bio
: Vier vrolijke Schotten die de politieke angel uit de punkfunk van Gang Of Four haalden om er dansbare gitaarpop mee te brouwen. De band hield het na drie albums bijna voor bekeken, maar forceert met het kakelverse ‘Right Thoughts, Right Words, Right Action’ momenteel een comeback.
On stage
: De jukebox van Alex Kapranos & co stond overduidelijk in ‘party mode’ en liet in een verschroeiend tempo en met de gretigheid van een stel jonge honden al hun radiohits het publiek in knallen. Akkoord, het muzikale recept van Franz Ferdinand is intussen beproefd, maar smaakte als na een lange vastenperiode des te lekkerder. Met de mash-up van hun “Can’t Stop Feeling” en Donna Summer’s “I Feel Love” maakten deze kerels uit Glasgow hun ultieme statement: een publiek van indie kids en disco lovers zij aan zij uit de bol laten gaan, il faut le faire!
Highlights
: Teveel om op te noemen, wel meeste nekklachten overgehouden aan “This Fire” en “Ulysses”.

THE KNIFE SHAKING THE HABITUAL SHOW (Marquee, ****)
Bio
: Eigenzinnige Zweedse broer-zus combinatie die met hun unieke combinatie van oculte vocals, ratelende beats en claustrofobische soundscapes een buitenbeentje vormt in de electronica scene. Het gezelschap veroorzaakte dit voorjaar de nodige ophef toen de ‘live‘ voorstelling van hun nieuwe opus ‘Shaking The Habitual’ door de verzamelde pers als een impactloze playback show werd beschreven.
On stage
: Karin Dreijer Andersson en broer Olof Dreijer lezen ook recensies, zoveel is duidelijk. The Knife werd op grond van hun eerste concertenreeks wat te vlug met pek en veren overgoten, want dit totaalspektakel zal menige Pukkelpopper nog lang heugen. Met een eclectische mix van choreografische hoogstandjes, grillige electronica, tribal beats en bijhorende visuals kleurde het duo ver buiten de lijntjes van een klassiek festivaloptreden. Live en playback stukken wisselden elkaar regelmatig af, maar nergens kregen we de indruk in een aflevering van Top of the Pops te zijn beland.
Highlights: “A Tooth for an Eye”; “Full of Fire”; “Silent Shout”

THE XX
(Main stage, *****)
Bio
: De Londense kids Oliver Sim en Romy Madley-Croft telden amper 15 lentes toen ze The xx boven de doopvont hielden. Pas met de komst van beatmaster Jamie xx kreeg hun ongeziene symbiose van minimale new wave en onderkoelde R&B langzaam maar zeker voet aan de grond. Op Pukkelpop 2010 mochten ze de Marquee afsluiten met songs van hun titelloze ‘Mercury Prize winning’ debuut, dit jaar zijn ze gepromoveerd tot één van de headliners van het festival.
On stage
: Hoofdacts op een allerlaatste festivaldag moeten het doorgaans hebben van dreunende beats, scheurende gitaren en/of volksmennende frontmannen/vrouwen. The xx kwam, zag en overwon de anders zo rumoerige festivalmeute met geen enkele van deze ingrediënten. Hun devies luidt dan ook ‘less is more’: geen enkele beat of noot teveel, stiltes die even belangrijk bleken als de muziek zelf, en geconcentreerde blikken op oneindig. Voor ons kon dit wel tellen als emotioneel hoogtepunt van de Pukkelpop driedaagse. Zelfs het ijskonijn in Romy Madley Croft ontdooide even toen ze onder toeziend oog van tienduizenden festivalgangers een verjaardagsknuffel kreeg van Oliver Sim.
Highlights: “Heart Skipped a Beat”; “Islands”; “VCR”; “Intro”; “Infinity”; “Angels”

MIDLAKE (Club, ****)
Bio
: Texaans retro gezelschap dat Jethro Tull en Fairport Convention even hoog in het vaandel draagt als pakweg Radiohead en Grandaddy. Frontman Tim Smith verliet een jaartje terug de band om met Harp een nieuw muzikaal avontuur te starten.
On stage
: Ook met gitarist Eric Pulido als kersvers boegbeeld bleef de pastorale folk van Midlake moeiteloos overeind. De vierkoppige close harmony was even welkom als een warm deken op een frisse zomernacht, enkel het knetterende kampvuur moest je er zelf bij verzinnen. Ach, uw verslaggever ter plaatse mag al eens lyrisch worden na optreden no. 38.
Highlights: “Winter Dies”; “Roscoe”; “Rulers, Ruling all Things”

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/lowlands-2013-16-t-m-18-augustus-2013-21e-editie-pics/

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

 

Pukkelpop 2013 – zaterdag 17 augustus 2013

Geschreven door

Pukkelpop 2013 – zaterdag 17 augustus 2013
Pukkelpop 2013
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit

Tijdens deze derde dag werd het rockmindende publiek op z’n wenken bediend . Uitstekende bands volgden elkaar op en die stonden garant voor enkele geniale optredens. We hadden een reeks topconcerten in de Marquee,  de Club en op de mainstage. Meer naar de avond toe waren er bijzondere dance acts van The Knife’s ‘Shaking the habitual now’ , en onze West –Vlaamse trots Goose besloot op het hoofdpodium. Een overzicht

Al vroeg op de middag stond één van ‘De Nieuwe Lichting’ van StuBru geprogrammeerd . Heel wat volk wou het opkomend talent van A Soldier’s Heart aan het werk zien . De jonge Antwerpse band staat op 1 in de Afrekening en heeft met de sfeervolle single “African fire” al meteen een sterke hit . Overwegend hadden we aangename droompop , die houdt van een neurotisch trekje . De zangeres in glitterpak maakt allerhande danspasjes en door haar hyperkinetische bewegingen en kapsel deed ze denken aan Karen O van de Yeah Yeah Yeahs. Als toemaatje kregen we nog een pak papiersnippers over ons heen . A Soldier’s Heart zorgde voor een eerste hartklop!

Het Britse collectief Clock Opera van Guy Connelly slaagde erin het publiek gaandeweg voor zich te winnen. De melodieus uitgedokterde , aanstekelijke droompop kan breed gearrangeerd zijn , houdt van een gepaste dosis bombast en krijgt kleur door keys en de emotievolle, soms hoog uithalende vocals. Na de doorbraaksingle “Move to the mountains” wat verderop in de set, sprankelde de pop nog meer en klonk het gezelschap directer en snediger.

Regina Spektor had met heel pech af te rekenen . Ze was nog maar goed begonnen of een ondraaglijk gekraak stoorde haar prachtig ingenomen , lieflijke songs “Better” en “On the radio”. Ze moest zelfs een paar keer herbeginnen; haar positieve ingesteldheid verloor ze niet. De steun van het publiek deed haar enorm veel deugd . Toen haar werd meegedeeld best te stoppen , verontschuldigde ze zich en verdween in de coulissen . Er werd gewerkt om toch een paar songs te kunnen spelen . Solo speelde ze nog een 3tal songs , breekbare pianopop, waaronder “Us” en haar doorbraaksingle “Samson”.
Regina , voor jou kunnen we niks anders dan respect opbrengen. Een ander ging er waarschijnlijk al lang de brui aan gegeven hebben! Ze zette door.

(Stan Vanhecke) Regina Spektor had te kampen met technische problemen, en moest het podium vroeger verlaten dan werd verwacht. Een kritische noot kan op de techniek gegeven worden, maar niet op de muzikale talenten van Spektor, die zij op geen enkel moment kon naar voor brengen.

Het Britse trio I Am Kloot, rond zanger/gitarist John Bramwell, zorgde samen met een Turin Brakes voor de ‘new acoustic movement’ , songs die puur , spaarzaam begeleid zijn.  Intussen zijn in hun ruim tienjarige carrière een groot deel van de nummers breder verpakt, en worden ze ook aangevuld met een blazerscollectief, piano en accordeon. Ook live valt die afwisseling te noteren . Een elegant bitterzoet herfstig palet maakt zich meester , goed uitgewerkte luistersongs bepaald door een helder innemende stem . Ondanks dat de nummers redelijk serieus klinken , houdt Bramwel wel van een grapje . “Don’t drink too much on the festivals” en ondertussen klinkt hij samen met z’n publiek op een frisse pint.

Het Amerikaanse Alabama Shakes heeft een zangeres Brittany Howard, om U tegen te zeggen . De forse dame kan gitaarspelen , heeft charisma en beschikt over een gouden stem, …  indringend, ruig, helder en zuiver als een klok, overmand van gospel . Haar mondbewegingen spreken boekdelen . Hun fraai aanstekelijke garagerock en rollende southern bluesy soul pop raakt enorm . Nieuw werk zit er aan te komen . De juiste toon werd meteen gezet met “Rise”, “Hang loose” en “Hold on” , ‘real (Alabama) Shake stuff’!; daarna kregen we een reeks uiterst genietbare, aangename en rustig voortkabbelende 70s retrosongs. De Hammond orgeltunes drongen sterk door.  Hier ontbrak Charles Bradley nog om er een ‘hipshakend’, stomend soulpop/gospelfeestje van te maken .

(Stan Vanhecke) Dan verging het Alabama Shakes veel beter. Zeker als men eerst een man op het podium verwacht. Het was echter een serieus stuk vrouwmens dat ten tonele verscheen. En wat een vrouw: wanneer Brittany Howard haar keel open zet , is iedereen mee, en kan je niet anders dan met veel respect kijken naar wat wordt gebracht. De rest van de band moest zeker niet onderdoen. “Hold On” klonk ondertussen al bekend in de oren, de rest van de set toonde aan dat Alabama Shakes meer is dan dat. Deze kleurrijke band slaagt er in de zuiderse Amerikaanse bluesrock op een erg hoog niveau te tillen en betekende een aardige opwarmer voor wat komen zou.

De twee Californische dames Deap Valley waren tijdens deze zonnige namiddag één van de revelaties . Lindsey Tro op gitaar en Julie Edwards (drums) balden de sound van White Stripes , Jack White , Black Mountain en White Hills samen, en zorgden voor een hitsende, dampende , opwindende set . Verrassende Wilde Wijven Muziek . Hun debuut ‘Sistrionix’ zullen we de komende weken zeker checken .

Iets verderop Dans Dans , een Belgisch instrumentaal trio rond gitarist Bert Dockx (Flying Horseman), drummer Steven Cassiers (Dez Mona) en bassist Fred ‘Lyenn’ Jacques, niet onder een gezamenlijke noemer te brengen , maar een crossover van rock’n’roll , psychedelica jazz en surf tot film noir, die live scherp , noisy, avontuurlijk en opbouwend is. Dans Dans is een geluidsproject , een luisterervaring. In die gedrevenheid zorgen  ze ook voor finesse en zijn er een handvol eigenzinnige bewerkingen van andermans composities die een andere interpretatie krijgen . Bijzonder bandje !

‘Rock’n’roll will never die’ , zeker niet als Triggerfinger aan de beurt is. Het trio stond even ‘onhold’ voor de optredens in België . Heel veel volk dus aan de mainstage , gezien ze enkel Pukkelpop selecteerden voor de zomer. In het buitenland, op het Szigetfestival o.m., maakten ze kennis met de drie heren in maatpak . Inpluggen en spelen , puur, onversneden, compromisloos, met een denderende, virtuoze set als gevolg. De songs logen er niet om “I’m coming for you” , “On my knees”, “Let it ride” en “Is it”. Een song mag dan wel eens uitgesponnen worden, maar dat drumsolo avontuurtje van Goossens kennen we nu onderhand wel. Will Tura kwam even de rock’n’roll animals een schouderklopje geven . Ademruimte kregen we met die semi-akoestische Lykke Li’s “I follow rivers”. Alle drie dicht bij elkaar boden ze het hartverwarmende nummer; voor de rest hadden we hier rock’n’roll vertier!

Even de knop omdraaien … Nu werd je letterlijk meegezogen  door de zalvende, dampende beats en lounge van Bonobo in een volle Marquee . De elektronische sterkte hadden we ongetwijfeld van opperaap Simon Green , die deels alleen aan het werk is aan de keys en z’n  mengtafel, zelf nog aanvult op bas , maar breder , dieper gaat door de support van een vocaliste en een voltallige band van drums , sax, klarinet, synths. Bonobo creëerde een fundament van downbeat en  jazzy trip hop op z’n Cinematic Orchestra’s en Thievery Corporation. Dit beestje werd losgelaten , klonk aantrekkelijk  en werkte aanstekelijk op de dansspieren.

We pikten nog iets mee van The Soft Moon , het muzikaal project van de uit San Francisco afkomstige multi-instrumentalist Luis Vasquez , live met drie , die ons in een psychedelisch claustrofobisch shoewavebad dompelde , een poel waar Joy Division – The Cure  - Suicide – Spacemen 3 in ronddwalen; in die duistere, licht verslavende sound waaide de (haast onverstaanbare) zweverige , galmende zang van Vasquez . Goed, maar niet die ‘fond’ om onder de indruk te blijven .

Het uit Oxford afkomstige Foals van Yannis Philippakis heeft met de aantrekkelijke, aanstekelijke single “My number” uit hun derde cd ‘Holy fire’ een aardige hit op zak . Een ideaal nummer om je dagtaak mee aan te vatten , want dit nummer sprankelt, bubbelt, bruist en ademt positivisme uit. Redelijk wat volk kon al vroeg in de set de eerste danspasjes zetten.   Indie , postpunk en punkfunk klinken hier homogeen . In het begin hadden we dit al met de instrumental en “Providence” en op het einde , als de band enorm op dreef was,  met de stekelige “Inhaler” en “Two steps” , Foals classics die een prachtige opbouw hebben, aanzwellen en durven uit de bocht te gaan zonder aan emotie en melodie in te boeten.
De charismatische frontman Yannis probeert in de ietwat intensere, sfeervolle en rustige passages de luisteraar bij de leest te houden en springt met gitaar en al het publiek in.
Misschien is het hoofdpodium nog wat te hoog gegrepen om ons volledig in te palmen, maar die mooie afwisseling van dartelend en dromerig materiaal intrigeerde .

(Stan Vanhecke) Na een, zoals altijd, stevig rockend Triggerfinger, was het de beurt aan Foals. Zij hadden deze zomer een gigantische hit te pakken. “My Number” was dan ook duidelijk het hoogtepunt van de set. Er werd gedanst, gefeest en uit de bol gegaan. Met zo’n climax was het moeilijk om het publiek nog eens uit zijn dak te laten gaan daarna. Yannis Philippakis deed zijn uiterste best om het tempo vol te houden. Dat lukte meer dan aardig: de vrolijke poppy songs die Foals typeren werden af en toe afgewisseld door lekker krachtige songs. De band was zijn plek op de Main Stage meer dan waard.

Op weg naar het excentrieke Canadese elektropopduo Crystal Castles, moeten we last instant constateren dat ze hun set moesten cancelen . Autopech . Later hoorden we dat ze een goed uur later optraden . Nu, geen nood, de etherische , theatrale dromerige  gothic folkpop van Bat For Lashes rond de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst), brengt soelaas; ook al wordt ze geconfronteerd met wat technische problemen en raakt ze ergens de tekst kwijt van een nummer. Ze kon alle frustraties letterlijk van zich afschreeuwen. De subtiliteit, finesse in het materiaal blijft iets moois. “Lillies” en “Glass” waren er mooie voorbeelden .  De knappe mylady in vrolijk broekpak;  is een lieve , dynamische jonge vrouw, die speels , vol levenslust en optimisme over het podium schuifelt . Haar jeugdig enthousiasme en onschuldige look vangt de  ‘emotievol dramatische’ stijl van het materiaal probleemloos op , en ze geeft het elan door stemvariatie en de zwierige hand-  en pasbewegingen. “Laura” grijpt naar de keel en met “Haunted man” en het obligate “Daniel” wordt de set overtuigend besloten .

Een happy return hadden we van het uit Glasglow afkomstige Franz Ferdinand . De postpunkers waren tien jaar terug een van de hipste bands en brachten vrolijke , aanstekelijke, springerige popsongs die jou het Afrekeninsgsavondje bij uitstek bezorgden . Na de welverdiende time-out , lieten ze vorig jaar van zich horen en gingen een paar optredens al het nieuwe werk ‘Right thoughts, right words, right action’, vooraf . ‘Right action’ lazen we op een levensgroot spandoek achter de band  . De single “Love illumination” sluit moeiteloos aan op het oude werk. Gretig speelden Alex Kapranos en C° vorig jaar op Dour . Er was veel volk afgezakt. Kapranos entertainde , dweepte het publiek op en speelde een FF rockcatalogue , net als Editors op Rock Werchter , waarbij af en toe een nieuw nummer doorsijpelde .
Een fris, opwindend, leuk ontspannend setje , van “Dark  of the matinee” , “So you want to” , naar “Michael , “Walk away “, tot “This fire” en andere kleppers “Ulysses”  en “Take me out”. Een feestje waarbij refreinen werden meegezongen, we konden springen en jumpen. Geslaagd optreden op de mainstage.

(Stan Vanhecke) Daarna werd het tijd voor een van de hoogtepunten van de avond. Toen Franz Ferdinand verscheen gingen alle harten sneller slaan. Franz Ferdinand pakte het publiek onmiddellijk mee en zorgde voor een van de grootste feestjes op Pukkelpop. De onvervalste Schotse hits konden voor een uur lang boeien. “Ulysses” en “This Fire” maakten het publiek zo enthousiast dat het stof overal tussen de mensen hing. Met het recentere “Love Illumination” zorgde onze Franz voor een heleboel stagedivers, iets wat we heel Pukkelpop maar zelden zagen. De set werd afgesloten met een knoert van een hit. “Take Me Out” was de beste song om een heerlijk razend optreden af te sluiten.

Na ruim zes jaar komt het Zweedse duo The Knife , broer – zus,  Olof en Karin Dreijer Andersson terug op het voorplan. Het donkere mystieke klankbeeld van vroeger blijft alvast behouden op het epos ‘Shaking the habitual’ , verweven met wave – tribal- en Indiase ritmes. Eerder het jaar was er een ware hetse omtrent het concert , omdat er weinig live instrumenten werden gespeeld en een dansles aan de nummers werd gebreid . Maar die ‘Shaking the habitual’ werd op een festival anders geapprecieerd . De show werd erg sterk onthaald door de evenwichtige combinatie van muziek , dans en de performance van het duo.
De donkere dreiging is de rode draad,  maar het geheel klonk dampend , groovy, hitsend, opzwepend en dansbaar . Meer industriële techno met tropische klanken, instrumentaal of ondersteund door die aparte stem van Karin. Er werden vooral in het eerste deel nogal wat instrumenten gebruikt, of die nu aards - onaards klinken; in het tweede deel van de set hadden we die veelbesproken aerobicssessie op de stage, met de muziek als onderdeel .
De songs op plaat kregen dus een ander jasje aangemeten , “Full of fire”, “Without you my life would be boring”, “Raging lung” of ” Stay out here” . “Silent shout” , één van de nummers die de herkenbaarheid van vroeger deelde , zorgde voor een stomende party door de beats en ging naar een uitbundige climax. Fascinerend.
Naast de party kregen we maatschappijkritische boodschappen ‘tégen racisme, tégen sexisme, tégen homofobie, tégen de door mannen gedomineerde maatschappij. "Het volk zal leiden en de leiders zullen volgen!", "Wij zijn allemaal Pussy Riot!" .
Het was fijn vertoeven in hun universum , geen gewoon concertje alvast …

Nog niet goed bekomen van The Knife , kregen we opnieuw een hoogstaand concert van het Britse The xx . Hoogste plek ooit op een Europees festival! Terecht hoog op de affiche. Hartverwarmend was dit voor het trio;  hun minimalistische ‘pop noir’ is één van de meest originele, creatieve , gevoelige en indringende van de laatste jaren . De ‘less is more’ aanpak intrigeert door die
ingehouden spannende, dreiging , het spooky glamrockend gitaarspel, - getokkel, de verdwaalde donkere bluesrock’n’roll, de rollende wave basstunes en de gestripte synths en toetsen . De duetten van Madley Croft en Sim zijn in een soort half brabbelende vertelzang. De act en communicatie van Sim tussenin brak de onderkoelde sound en de verjaardag van Madley Croft maakte de stijl van het concert nog emotioneler.
Geen enkele nummer moest onderdoen . Sober , elegant; om kippenvel van te krijgen. De twee ‘x-en’ , die in de lasers te zien waren , onderstreepten de sterkte van hun klankenspectrum in de songs als “Try”, “Crystalized”, “Reunion”, “Shelter”, “Vcr”, “Islands”,  “Chained” , “Infinity” en “Angels”, die de set afsloten . Meesterlijk concert in de donkerte !

In het najaar verschijnt nieuw werk van het uit Texas afkomstige Midlake , die het voor de eerste keer moeten doen zonder Tim Smith . De slepende, dromerige rootsrock komt terug wat meer op het voorplan , maar geen nood , die kenmerkende Britfolkrock , psychedelica en deels meerstemmige zang blijft doorschemeren. De set was iets directer dan vroeger . De single “Acts of man” bleef spijtig genoeg opgeborgen , maar we kregen veel moois te horen , waaronder “Young bride” , “The old & young” en “Roscoe“, naast beloftevol nieuw werk . De organisatie van Festival Dranouter mag deze Midlake na June Tabor en Oysterband eens in het oog houden.

Een prima afsluiter voor het festival waren de elektrorockers van Goose , een vettig dansfeestje , een goede zet van de organisatie. Goose ging er tegenaan , pompte, bonkte en beukte . “Control” zette meteen de toon , “United” , “Real” , “Bring it on”, “Can’t stop me now” volgden. Goose bedankte z’n publiek dit feestje met hen te delen . Ook de lightshow was verbluffend , die de sound nog meer kleur en elan gaf.
Goose had er duidelijk zin in en had ook nog iets meer te bieden dan er steeds hard tegenaan te gaan. Tot slot de classics “Synrise” en een uitgesponnen “Words” , de laatste stuiptrekking van samenhorigheid en een heftig feestje. Het was fantastisch voor Karkousse en C° .

Het publiek kan nu maar nagenieten . Pukkelpop 2013 was ‘fantastisch’, zoals de frontman van Goose verwoordde . Het vuurwerk kon terecht knallen . Uitkijken nu naar de volgende editie, maar deze staat alvast in het geheugen gegrift als een schitterende, buitengewone!

Pukkelpop did sound better with you!
Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/lowlands-2013-16-t-m-18-augustus-2013-21e-editie-pics/

Organisatie: Pukkelpop , Hasselt –Kiewit 

Pukkelpop 2013 – vrijdag 16 augustus 2013

Geschreven door

Pukkelpop 2013 – vrijdag 16 augustus 2013
Pukkelpop 2013
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit


Op deze warme zomer dag hadden we op deze succesvolle editie de ontmoeting tussen opkomend talent en een gevestigde waarde binnen de dance . Twee bands die binnen het genre ‘hip’ zijn, Major Lazer en Prodigy . En iedereen was op de afspraak om de ‘dans’scrollende beats van hen letterlijk te ondergaan , want het was op de koppen lopen . Een goede zet van de organisatie om , last instant, deze Major Lazer, binnen te halen. Een zalvend recept voor de verdwaasde Neil Young fan , maar een bijhorend geschenk voor de jongeren.

Waren we nog niet goed bekomen van hun act op Rock Werchter , ook hier gingen ze ook met de hoofdvogel gaan vliegen , zelfs op een mainstage . Major Lazer staat voor een uitzinnig feestje dat iedereen pleziert . Het stof waaide op . Major Lazer is ‘hot today’. En ze worden op handen gedragen . Crazy gewoonweg! Geen echte songs maar de eigen aanstekelijke nummers werden afgewisseld van samples, flarden andere hits, reggae, rock en dancehall . Alles werd door de hitmachine van Major Lazer gehaald . Botsauto muziek op z’n Gunther D’s .
Een crew van twee wulpse deernes , die naast danspassen hipshakes als professionele bezigheid hebben , verder nog een DJ, MC en Diplo, spil van de band , die het publiek opjutten . Een wild stomend feestje dus, een ‘harlem shake’ door de mashup van hun materiaal, waarbij natuurlijk flarden “Bubble but” , “Get free” en “Watch out for this , bumaye” ware hymnes zijn . Een tent of openlucht, het is geen enkel probleem voor Major Lazer.
Maar de belangrijke boost van Major Lazer was de Hot Stuff en het Entertainment ; hipshakes van jonge dames op het podium, t-shirts uittrekken en omhoog gooien , handjeszwaaien, elkaar op de schouders nemen, opblaasballen op z’n Flaming Lips, champagnedouches, lapdance en dat zal de gans verklede jonge man wel geweten hebben op het podium , en ga zo maar verder .
Major Lazer is het nieuwe alternatief voor jouw seksueel beleven. Opwindend , heet op z’n minst . Opnieuw meer dan geslaagd. Als doorwinterde festival rat nog maar weinig gezien …

(Stan Vanhecke) Major Lazer zorgde voor de verrassing van het festival. Zij werden op het programma gezet zonder dat deze verandering echt werd overgebracht. Velen zaten waarschijnlijk nog onwetend op de camping met een middagpils in de hand. Bovendien kan men zich vragen stellen bij de waarde van deze losbollen als vervangers van Neil Young. Of de ‘Bubble Butt’-muzak een Young-fan kan aanspreken is immers maar zeer de vraag. Ondanks het eindeloze gepalaver over deze zaak slaagden de mannen van Major Lazer erin een leutige show te presenteren, en toegegeven, veel meer mocht men niet verwachten.

Ook The Prodigy , één van de meest populaire dance-acts van de jaren 90, het project van Liam Howlett slaagde er, mee dankzij de opvallende frontman Keith Flint en Maxim R, in een breed publiek te bereiken. Hun pompende beats overdonderden en triggerden de jongeren na al die jaren door de opleving van de drum’n’bass en dubstep . Hun hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps, legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektro scene; door de jaren wel iets unieks. Zo zie je maar hoe invloedrijk een band kan zijn . Prodigy is ‘in’, ook al brengen ze geen nieuw werk meer uit …
“Voodoo people” knalde letterlijk de boel op gang; “Poison”, “Breathe “ , “Firestarter”, “Smack my bitch up” en “Outta space” zijn krakers , maar ook o.m. “Thunder, “Omen “, “Spitfast” en “Invaders must die” werden eigentijds opgestoft . Die hits zijn een must en zorgden voor een tweede verpletterend feestje op de mainstage . De Prodigy Warriors stonden op scherp en overtuigden .
Als Tomorrowland ooit eens denkt aan bands bij zoiets …

* Maar er was meer …

Veel volk voor het rockconcept van Eels , die in de opstelling op het podium even deed denken aan Neil Young en net als in het KC hun ‘Adidas’ tenue aanhadden ; en ouwe Neil werd duidelijk niet in een hoekje geduwd; “Cinnamon girl” was een mooi eerbetoon, nadat Eels eerst “Beast of burden” inzette . Humor zit telkens vervat in de set, de voorstelling van de band, het lijflied van de band en de ‘hugs’ aan elkaar, waren  één van de meest weerkerende handelingen .We kregen een rauw rockend en toch gevoelige set , een ”Kinda fuzzy” en daar zit natuurlijk de laatste cd voor iets tussen. Meer herkenbaarheid kregen we met “Fresh feeling” en “That look you give that guy” subtiele emotionele meezingers. Covers zijn Mr E en de zijnen nooit vreemd en een mix van “My beloved monster” en “Mr E’s beautiful blues” op het eind besloten een strak , beheerst , gecontroleerd concert .

(Stan Vanhecke) Eels is een garantie op succes. Op Pukkelpop waren ze zeker niet perfect, maar dan nog stijgt deze band ver boven het gemiddelde uit. “Prizefighter” was een mooie opwarmer voor wat komen zou. Bij E en zijn kompanen zit er altijd een gezonde portie humor in de set en het nummer in de eer van Neil Young werd eigenlijk een cover van “Beast of Burden”. De gespeelde excuses achteraf waren zout in de wonde van de Young-fans. Voor de anderen was het gewoon geniaal sarcasme. De band, met hun typerende trainingspakken van Adidas schoot met scherp en zacht. “Cinnamon Girl” rockte lekker weg, “The Look You Give That Guy” werd een prachtige climax van een topconcert van Eels.

Een aangenaam weerzien hadden we ook bij Skunk Anansie die een uitermate gedreven, gretig concert speelden , en de frontdame Skin die het samenhorigheidsgevoel bevorderde . Een stevige start met “The skank heads “, “I will break you “ , I believe in you , waarbij Skin al bij haar fans te vinden was , konden moeiteloos naast oude krakers” Weak” , “Hedonism” en “Because of you” , Charlie Big Potato” en “Little baby swastikkka” staan. Skunk Anansie heeft een sterke live uitstraling en bracht kippenvel teweeg , gezien ook zij net aan het optreden waren twee jaar terug tijdens de PPstorm; ruim 20 seconden lang konden we alles van ons afschreeuwen . Ze blijven door de jaren een graag geziene band op de festivals . Happy return dus .

(Stan Vanhecke) Skunk Anansie nam revanche op de goden tijdens haar vorige Pukkelpopoptreden. (Zij stond vol in de storm van enkele jaren geleden.) Met haar onophoudelijke energieboosts , loodste zij haar publiek met de glimlach door haar set, met de waanzin in haar ogen. Op het einde knalde Skin zich volledig los met nummers als “Political” en “Little Baby Swastikkka”. Skin dook daarbij het publiek in, wat de gekte alleen maar stimuleerde. Bij “Weak As I Am” vlogen de kartonnen drankhouders naar alle kanten de lucht in. Het werd uiteindelijk een overduidelijke triomf voor Skin.

* En naast deze belangvolle bands waren we terug op stap voor onze ontdekkingstocht
Al vroeg op de middag hadden we Puggy , in Frankrijk en Wallonië al een gevestigde waarde, die lekker in het gehoor liggend materiaal speelden als “To win the world”, “It goes like this” , “When you know “ en “Last day on earth” , ze graag live wat uitsponnen , ergens tussenin een tune van “Chariots of fire” van Vangelis  mengen en er een laag bombast op z’n Muse overgieten .  De band speelde zich in de kijker en frontman Mathew Irons ontpopte zich als een multi-instrumentalist .

Mean , een project van de zanger van The Hickey Underworld (Younes Faltakh), kwamen in monnikshabijt last instant inspringen voor Frank Turner (ingreep aan de rug!). Mean staat voor MiddleEarthAllNighters , hield van de powerpop van die Hickeys en vulden aan met enkele traditionals als het frivole, integere “Loving you”, in een rauwe doom versie , maar de meest opvallende cover was deze van Cosmic Psychos “Can’t come in “.

Lord Huron was in de kalme aanzet in de vroege namiddag overtuigend . De americana/indiepop met een folky tune mag dan af en toe eens worden bijgeschaafd live, de sfeervol, dromerige , melancholische en zwierige pop , waarbij sterk kon worden uitgehaald , was interessant . Fleet Foxes, Local Natives, Wilco en Bruce zitten verweven in mans oeuvre en ondanks de onvaste vocals zweefde Benji Schneidfer ergens tussen Daniel Lanois , Paul Simon en Jackson Browne .

De korte, krachtige songs op zich van de hardcore/punk/noise van Cerebral Ballzy waren de moeite . Ramones, Nirvana , Sex Pistols verschenen voor ons , een ganse reeks  rauw,
rammelende, energieke, chaotische songs , een soort horrorpunk, maar de pauzes tussenin stoorden en haalden telkens de vaart eruit … of was dat nu net de bedoeling?

Happy feelings kregen we van Noah & the whale en het Ierse Little green cars , melodieuze, dromerige , relaxte gitaarpop met een indiefolktune . Niet slecht dus!
Noah & the whale had af te rekenen met heel wat technische problemen , maar probeerde het goed op te vangen met hun zomers ontspannende sound . Tussenin werd nog een Daft Punknummer “Digital ove” naar hun maatstaven gespeeld. ‘Fun fun fun , sun sun sun, love, love love’ …
(Stan Vanhecke)
Om het optreden van Noah and the Whale bij te wonen was het niet makkelijk om op tijd te komen door de enorme rijen voor de busrit vanaf camping B. Toch kon worden genoten van enkele frisse en opgewekte deuntjes van deze band. Op enkele rommelige fases na zorgde de indiegroep uit Londen voor een geslaagd concert. Zeker weten: Noah and the Whale komt beter tot zijn recht in een meer besloten ruimte zoals de gewezen Pyramid Marquee in Werchter, maar “5 years time” en “L.I.F.E.G.O.E.S.O.N.” bleken nog altijd zeer te pruimen.

Er zijn veel in een dozijn bands als Little green cars uit Ierland, indiepopfok, maar de sobere , semi -akoestische begeleiding bijtijds en de sterke man-vrouw samenzang boeiden .

Na het massa spektakel van Major Lazer zaten we in de mensenzee vast en konden we maar een stukje zien van de electropop van Chvrches. De handvol songs waren gelaagd en subtiel uitgewerkt; ze lieten een dromerige indruk na , waarbij de beats af en toe wat heftiger mochten zijn . Het was vooral de strakke ritmiek , de structuur en de heldere , indringende vocals van de zangeres Mayberry die ons bijbleven.

Raketkanon dan, één van de projecten van de Kapitan Korsakov frontman , zorgde voor een portie dampende ontspoorde noiserock . Een ontregelde sound en een vervormde, onverstaanbare zang , maar dat deerde niet , het kwartet leefde zich uit. Raketkanon: Gek, Uit de bocht gaan én Overtuigen .

Ook Ms Mr uit NY zullen we in het oog houden dit najaar; ze komen aandraven met een fijn debuut ‘Secondhand Rapture’. Hun songs boeien  en zitten goed in elkaar. Een opvallende zangeres Lizzy Plapinger, sterke podiumprésence en vocaal bij de leest , wrong zich ergens tussen Goldfrapp en Florence .

Uitermate tevreden zijn we over de return van het Brusselse Girls In Hawaii , die de tijd namen na de fatale crash van hun drummer , enkele jaren terug . Met zes staan ze op het podium, en ze zijn een goed bewaard geheim geweest, die eerder al de Franstalige harten hadden veroverd .
Al aangekondigd in Vlaanderen als de nieuwe dEUS , kunnen ze ons nu zeer zeker  winnen na deze overtuigende set. De ingenieuze songs doen een rockend Grandaddy herleven; doordacht indiemateriaal , subtiel uitgewerkt , dat durft op te bouwen , kan exploderen en live staat als een huis . Met o.m. “This farm will end up in fire”, “Birthday call” en “Flavor” blikten ze terug , maar met de prachtige  “Not dead” en “Misses” keken we vooruit op de nieuwe cd  . Muzikale schoonheid en finesse! Op Leffingeleuren nog te zien! Een heuse clubtour volgt!

Verder hadden we nog Poliça uit
Minneapolis, Minnesota. De betoverende , bezwerende trippop kwam live heel sterk uit de verf met de dubbele percussie en keys . Een meerwaarde , meer diepgang en een voller geluid, en een gepassioneerde zangeres Channy Leaneagh , die een prominente rol innam en de songs elan gaf door haar indringende en licht galmende zang . Muzikaal talent die met “Violent game” en “Chain my name” meer te bieden heeft dan die instant klassieker “Dark star”.

De elektronica soundscapes van het beloftevolle Mount Kimbie werden aangevuld met drums en regelmatig ondersteund van gitaar of bas. Donker, duister met momenten , maar de opbouw, de bezwerende groove en de onverwachtse wendingen zorgden voor een boeiend concept . Tja , hier ergens tussen Boards of canada en Caribou te plaatsen .  

En naast die beloftevolle ontdekkingsreeks stonden we nog even stil bij de missie van de jonge Katy B: fris, sprankelende , onschuldige danspop , die houdt van drum’n’bass , dubstep en tribal . Op het podium , was ze te zien met enkele danseressen. De synths en haar jeugdig enthousiasme kleurden de set met “Try again” , Perfect stranger”, “Easy please me“, “Lights on” en de prachtige nieuwe nummers “Light as a feather” en de single “What love is made of”. ‘Katy B on a mission’ was uitermate geslaagd . Een jong gevoel ervaarden we ! Even heerlijk genieten !

Deels zagen we nog James Blake , weerbarstige donkere huiverende triphopsounds , rollende dubstep/basstunes , waarover lagen gitaar en drums worden verweven en z’n emotievolle indringende vocals zweven. De geluidskunstenaar heeft twee andere bandleden , die perfect op elkaar zijn afgestemd; elk geluidje is bepalend in het JB concept : innemend , slepend , durven opbouwen en harder klinken . In de handvol nummers dat we hoorden ervaarden we een
gevoel, een balans , door het volle, schone trippopgeluid dat getuigt van finesse, beheersing én gewaagd kon zijn. Mooi resultaat! Aanrader voor het zaalconcert in de AB.

(Stan Vanhecke) Daarna werd reikhalzend uitgekeken naar Boys Noize. Het kolkende festivalpubliek maakte zich helemaal klaar in de Boiler Room. Boys Noize stelde echter teleur. Het was af en toe als luisteren naar een koe met hardnekkige diarree. Veel scheten en geloei maar erg weinig inhoud. De geruchten over de verkochte ziel van deze Duitser bleken geheel te kloppen. Dubstep overwoekerde de set en “Heads will Roll” hoort echt niet bij de anders zo gevierde dj. Af en toe flakkerde het optreden weer op met “Go Hard”, maar de echte fans voelden zich verraden. Op deze manier blijft Boys Noize misschien beter weg.

Tot slot Low; hun slowcore/americana getuigt nog steeds van een intrinsieke schoonheid ; de ene keer ingetogen , sober , pakkend , de andere keer fors uithalend , z’n duivels ontbinden door het gitaargepingel en de licht dreigende , onheilzwangere muzikale aanpak. En dan ben je genomen  door nummers als “On my own”, “Monkey”, “Canada” , “Especially me”, “Pissing” en “Murderer” . Hun handshake naar Neil Young kregen we met “Down by the river “.  Hun ‘less is more’ princiep was opnieuw geslaagd .

Op die manier hadden we (opnieuw) een interessant parcours afgelegd . Op naar de afsluitende PP dag …

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/lowlands-2013-16-t-m-18-augustus-2013-21e-editie-pics/

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2013 – donderdag 15 augustus 2013

Geschreven door

Pukkelpop 2013 – donderdag 15 augustus 2013
Pukkelpop 2013
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit

Pukkelpop kreeg terecht het bordje uitverkocht
. Pukkelpop maakte na al die jaren z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek. De organisatie heeft een prachtige variatie klaargestoomd over de drie dagen , een lijst namen van beloftevolle ontdekkingen, gevestigde waarden en een rits artiesten en bands die de Belgische trots uitdragen in de Wablief?! en op de andere podia.
Van de cancels is één van de iconen Neil Young noodgedwongen op stal gehouden , door een ongeval van een lid van z’n Crazy Horse . De jeugd kreeg meteen de pleister met de meeste hippe festivalband van dit moment Major Lazer.
Kleurrijk wordt het festival ingedeeld door de dance acts en dj’s; de terreindecoratie, de randanimatie en de kermisattracties; de immense diversiteit van eet- en drankstandjes sieren het geheel.
Een ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber zijn bijeen en konden hun muzikaal hartje ophalen …
Naast de muziek en animatie was het goed festivalweer om bij de leest te blijven en te genieten van alle geluiden om ons heen.
Na het credo van vorig jaar ‘So good to see you’ liet Pukkelpop dit jaar het volgende statement los, ‘Sounds better with you’ . Lieftallig . Sjiek!

Pukkelpop heeft een meer dan geslaagd weekend achter de rug

Een overzicht van ons parcours
dag 1 – donderdag 15 augustus 2013

Op deze Hemelvaartsdag kwam de optelsom uit op ‘Nostalgie’ , en was de mainstage eerst deels ingepalmd door grootse hiphop namen als Mac Miller, Kendrick Lamar en een replay voor Enimem . Hiphop blijft in de lift , dat is me wel duidelijk na deze gigs .
Ook het hardere genre op de mainstage, Deftones , Fall Out Boy en de industrial van NIN werd positief ervaren en smaakvol onthaald. Verder een overzicht van onze ontdekkingstocht.

Vóór Eminem rond elf uur het podium opkwam, kregen we met Mac Miller en Kendrick Lamar al wat hiphop te horen on in de juiste stemming te geraken . Ondanks dat Eminem een halfuur op zich liet wachten, blijft de Amerikaan superpopulair . Vooraan was er geen doorkomen aan; jong of oud , iedereen wou na al die tijd de man nog wel eens aan het werk zien.
Nostalgie …Songs uit de ‘The Slim Sady’ en ‘The marshall mathers ‘ blijven live nog steeds diegenen die het sterkst zijn en het meest plakken. Een opgezette show op z’n Amerikaans , met een helverlichte ‘E’ op het achterplan; een tweede MC, Mr. Porter , was van de partij en een full band (op een verhoog ver vandaan van de twee rappers) vulde aan . Eminem is meer dan hiphop, want z’n band brengt een breed , vol popgeluid . En dat siert de muziek .
De attitude die Eminem uitstraalt , is zeker niet waar we van houden , en maakt hem nog steeds godverheven boven de anderen . En het schoonheidsfoutje dat hij zich in Brussel waande , zullen we maar terzijde laten .
Juist, we zagen een degelijk professioneel show , met een handvol sterke nummers , “Kill you“, “Criminal”, “The way I am”, “Cleaning out my closet” in het eerste deel van de set ;
verderop boeiden “Stan” en “Sing for the moment” met de toegevoegde vrouwelijke vocals,
”The real slim shady “, “Not afraid” en “Lose yourself”. Sommigen werden aan elkaar verweven. Vakkundig ok , maar tussenin zaten er heel wat dipjes , kenmerkend voor vele doorsnee hiphopartiesten . Dat maakte het feestje er niet minder om , gezien iedereen Eminem nog wel eens wou zien .  

(Stan Vanhecke) Daarna maakten we ons op voor het optreden van Eminem op de Main Stage. Iedereen popelde de eindeloze lijst aan hits mee te kunnen brullen, maar vanaf de eerste noot werd duidelijk dat het nieuwe werk nog in de oren zou worden gedramd. Een gemiste kans voor ‘Marshall Mathers’ die het publiek met de vingers in de neus had meegekregen. In de plaats moesten we een half uur zielloos saaie nummers slikken van de meest recente plaat van deze rasechte ‘whigger’. Daarna begon echter waar heel ‘Brussels’ op zat te wachten: ‘The Slim Shady’ haalde “The Way I Am”, “Stan”, “Cinderella Man” en “My name is” naar boven. Enkele minpunten: een backing track hielp Eminem doorheen de set en Dido en Rihanna waren niet van de partij om de nummers in duet te brengen, al mag men dat eigenlijk ook niet verwachten. Al bij al een geslaagd optreden bij een zeldzame passage van Eminem in België, waarbij vooral het tweede deel van de set kon boeien.

Eerder op de stage stond Nine Inch Nails, NIN,  misschien wat te vroeg op de avond, want die donker dreigende, broeierige en spannende rocksound van deze invloedrijke industrial band van Trent Reznor kan het daglicht iets moeilijker verdragen. Begin september verschijnt na ruim vier jaar nieuw werk . De entree liet heel wat heerlijke techno wavende beats op ons los . De nieuwe tracks “Copy of A” en “Came back haunted” deden ergens een ‘80s Neon Judgement opborrelen. De goed afgetrainde en scherp staande Reznor begon er aan in z’n eentje, gaandeweg kwamen de anderen er bij .
In het eerste deel overheerste de koele elektronica , dan die unieke hardere , fellere , slopende en slepende industrial die ons bracht bij “March of the pigs”, “Terrible lie”, “Gave up”, “Me , I’m not” , ” Wish” en “Head like a hole”, een sterke closing final vol lichteffects , rook en stroboscoops die een paranoa inslag hadden .
Hij beschikte over een goed op elkaar afgestemde band , bood een uiterst beheerste show met de grote schermen achter zich , én …. opnieuw hier sluimert Nostalgie .

Ook Deftones moet niet onderdoen als we het Nostalgie hebben . Moreno en de zijnen zijn nog even vlijmscherp als voorheen , enkel het ontbreekt hen die punch als bij de beklijvende “My own summer”, Be quiet & drive” en “Digital bath” die hen in de jaren 90 groots maakte. De slepende, tergende en strakke ritmiek , de donderende drums en die nasale, zweverige schreeuwzang zijn & blijven en zijn nog altijd iets unieks ; met “Change” als eerbetoon aan de overleden bassist Chi Cheng . Deftones is een beleven , een ondergaan en daar slaagden ze overtuigend in .

Nostalgie zei je? Ook op the shelter noteerden we de return, van o.m. deze Quiksand. Twintig jaar terug verscheen het memorabele ‘Slip‘, en samen met ‘Manic compression’ werd er heel wat materiaal van opgestoft als “Fazer”, “Head to the wall” , “Freezing process” en “Thorn in my side “.
Die posthardcore/nu-metal scene van Deftones , Helmet, Fugazi , Barkmarket en Tool herleefde en Walter Schreifels genoot van het warme onthaal .

(Stan Vanhecke) Johnny Marr kwam op Pukkelpop uitstekend uit de verf. Als opwarmer voor de rest van het festival kon men genieten van wat frisse popsongs waar je gelukkig van wordt. De Marquee vulde zich met blije mensen die de voormalige gitarist van The Smiths solo aan het werk konden zien. Marr speelde ondanks zijn verleden pretentieloos en met een aanstekelijk enthousiasme. “Upstarts” en “Sun & Moon” zetten de set op het juiste spoor, daarna ging de band heerlijk verder met enkele – verrassende – Smiths-klassiekers. Bij “There’s a Light That Never Goes Out” zong het publiek volop mee met Marr, die zich als puike zanger ontpopte.

… Pukkelpop went back to the nineties …

Maar naast deze gevestigde waarden , hadden we gewoontetrouw onze reeks beloftevolle artists en ontdekkingen
* Belgisch talent in de vroege middag …
Oathbreaker uit het Gentse klonk hard en meedogenloos . Niet voor niks een band die zich opwerpt in de posthardcore en de Church of Ra van Amenra.  Stevige , loodzware  en slepende ritmes , snijdende melodische riffs en een schreeuwerige , krijsende zang schudden ons meteen wakker . Heftig en duister!

Of een Psycho 44, eerder al opgemerkt in de HRR een paar jaar terug , speelt een stevig, strak, gedreven fel setje. Scherp en hard , zonder de melodie uit het oog te verliezen; “My demons have distortion” was hier een hoogtepunt . De zanger draagt Black Flag in het hart en die nooit versleten t-shirt siert ‘em!

School is cool
openden het festival . De hits van hun debuut blijven aanstekelijk, opwindend en dynamisch; met de twee nieuwe vrouwelijke groepsleden hebben ze een breder , voller geluid. We moeten het nog een beetje gewoon worden , maar de jeugdigheid en friste blijft totnutoe een centraal gegeven . Een ‘new band’ waarvan we binnenkort meer zullen van horen.

Verderop in de namiddag ervaarden we een rustpunt met de dromerige , subtiel uitgewerkte pop van Few Bits , die ergens aan een sfeervol Bettie Serveert deed denken . Het singeltje “Shell” mag dan een valse start hebben gekend , in z’n geheel een fijn setje van dit uitgebreide gezelschap rond Karolien Van Ransbeeck.

Float Fall , één van ‘De Nieuwe Lichting’ op StuBru , is een duo die door de sobere begeleiding van (verdwaalde) synths en de (indringende) gitaarriedels linkten aan The xx . Naast hun te ontdekken nummers klonk de single “Someday” heerlijk en was de cover van de The Korgis de moeite  .

* En dan het ander rijtje van Beloftevolle ontdekkingen internationaal op ons parcours
Imagine dragons zijn opkomend talent samen met Bastille , die houden van een lekkere melodie, rollende drums , troms en koorpartijtjes . Aan interactie ontbrak het hier zeker niet . Benieuwd wat de toekomst brengt bij deze jonge bands vol hitpotentie.  De sterkste songs “On top of the world” en “Radioactive” werden tot op het einde gehouden. 

Mikal Cronin
  verwerkte muzikaal ergens Ty Segall , Thee oh sees en Sebadoh , hield het garagerock gehalte hoog , klonk gebald , zelfs zwierig en was niet vies wat pedaaleffects in de nummers toe te voegen.

De frisse electropop van Charlie xcx klonk lekker in het gehoor , jeugdig en onschuldig . De kortgerockte jonge Britse zangeres dartelde over het podium en maakte sensuele danspasjes, die de set nog aangenamer maakten. “I love it” en “Grins” waren de moeite , én die cover van The Backstreet Boys was één van de minste , maar dat vergeven we haar graag …

Of iets later Klangkarussell die al konden rekenen op  een volgepropte dance hall ; daar zat die aanstekelijke dansbare single “Sonnentanz” wel voor iets tussen . Samen met een aantal andere nummers deden ze eventjes de tent ontploffen met hun minimal klankenspectrum, die voor de rest wat te veel bleef aanmodderen . Die zullen wel nog eens op Tomorrowland geraken …

Eén van de ontdekkingen waarvan we houden zijn het Amerikaanse Parquet Courts uit Texas die de sound
van The VU – Television - The Fall – Morphine – Guided By Voices – Pavement , The Vaccines én van de onvolprezen Feelies deden opborrelen ; voldoende afwisseling binnen hun rauw puntige lofi indierock hoorden we ; de repeterende opbouwende ritmes rockten meer en klonken live iets snediger en feller . Vooral “Stoned & starving” was hier het hoogtepunt. Fijn bandje!

The Allah-las
 uit L.A., draaiden de klok terug naar de Amerikaanse West Coast garage rock van eind jaren 60. Een zomers ontspannende leuke ‘60s rock’n’roll trip , fris, sprankelend, melancholisch met een psychedelisch tintje , opgesmukt door prikkelende gitaarlijntjes, - getokkel  en zweverige , neuzelende vocals. Zonnige retro met een gekoelde cocktail in de hand.

Surfer Blood: rauw rammelende , onderhouden powerpop die ergens de Pixies, Weezer  deed opwaaien , en kon gieren, zonder de gelaagde melodie uit het oog te verliezen, maar hier moet nog wat geschaafd worden aan die scherpe , onvaste zang.

Miles Kane : Ook een happy weerzien na twee jaar … Britrock met een ‘positive’ feeling, ergens tussen Last shadow puppets , Arctic Monkeys , Paul Weller en The Beatles in; onmiskenbaar voor Kane  dus . Hij heeft al een pak goed singlewerk uit van de twee cd’s. Miles Kane rockt(e) stevig , en de refreinen van “Rearrange” “Don’t forget who you are” en “Come closer ” werden luidkeels meegezongen. De Gallagher Brothers zijn op het achterplan gedrongen .

Voor de nachtwacht hadden we nog de sterke sets van Savages , Crystal Fighters en Godspeed! you black emperor
De Britse dames van Savages zorgen voor een verfrissende wind in 2013. Hun amalgaan van postpunk, rock’n roll, wave mag op plaat gedoseerd zijn , live laten de dames zich lekker gaan; een muzikale wervelwind van een uurtje , waarbij alle registers werden opengetrokken en de fuzz tunes ons soms om de oren slingerden , zonder in te binden aan emotionele geladenheid en verbetenheid. Het mag eens kraken , piepen en knarsen .
In de poel van Savages dreven Siouxie , Polly Harvey, Anna Calvi, Karen O, Cranes en My bloody valentine rond . Luister maar eens naar songs als “City’s full”, “Shut up”, “I am here” en de afsluitende reeks “She will”, “Hit me” en “Husbands”. Straf concert. 

(Stan Vanhecke) We begaven ons snel naar de Club om zo weinig mogelijk van Crystal Fighters te missen. De band maakte er een feestje van en het gezelschap pakte het publiek helemaal in met enkele opzwepende songs. Ze bevestigden hun status en maakten duidelijk dat zij meer zijn dan “Plage”. “San Francisco” ging erin als zoete koek en zette de deur open voor een meer explosieve set dan we hadden verwacht. “Plage” topte dit concert af, samen met “You and I”, de hit van de fantastische plaat ‘Cave Rave’. Hopelijk wordt het optreden van dit najaar in Gent net zo’n succes, maar na het optreden op Pukkelpop kan daar niet aan worden getwijfeld.

Of Godspeed , ze zijn ook terug en brachten vorig jaar nog een overdonderende plaat ‘Behemoth’ uit die de postrock deed verbleken . Op het donker podium zagen, hoorden we een instrumentaal klanktapijt (door o.m.
drie gitaren, twee bassen, twee drums en een viool) van boven de tien (zeg maar vijfentwintig ) minuten , die opbouwden en explodeerden, vooral in het eerste deel van de set ; daarna klonken ze gematigder , waren ze slepender en kwam hun kenmerkende ‘ruis’ wat meer naar boven . De projecties en filmpjes op het achterplan maakten de set nog intenser . Eenzame klasse en wat een contrast met Eminem !

Op de dubsteptunes van Chase & Status sloten we moe , maar tevreden de eerste Pukkelpopdag af . Op naar dag 2!

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://www.musiczine.net/nl/news/divers/lowlands-2013-16-t-m-18-augustus-2013-21e-editie-pics/

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Kurt Vile

Waking on a pretty dazy shade

Geschreven door

Kurt Vile , in een vorig leven nog deel uitmakend van het undergroundcollectief War On Drugs , stond garant voor verfrissende psychedelische indiefolkrock. Hij  is als sing/songwriter al toe aan z’n vierde eigen plaat en heeft met een The Violators een prima begeleidingsband .
We horen een reeks broeierige, dromerige  retrosongs, die lang uitgesponnen kunnen zijn en ruimte laten voor het intense gitaarspel van Vile en de zijnen .
Moedig om al meteen de aandacht te trekken met het 10 minuten durende “Waking on a pretty day” of iets verderop “Was all talk”  en “girl called Alex” . Het zijn mooi uitgewerkte  songs , uiterst interessant, die een verslavende werking hebben. En er zijn naar het einde toe nog zulke nummers te noteren als het bluesy georiënteerde “Too hard”, en de afsluiters “Air bud” en “Goldtone “  . Gitaarliefhebbers kunnen hun hartje laten smelten. Boeiend en warm album alvast!

Junip

Junip

Geschreven door

Junip is de band rond de sing/songwriter José Gonzalez , een oude jeugdliefde. Solo blijft het werk opgeborgen, want op die platen blijft het hier bij een muzikale herinnering van melancholische ‘treurwilg’ (sing/songwriter)pop en twee onnavolgbare breekbare covers, “Heartbeat” (The Knife) en “Teardrop” (Massive Attack). Wereldwijd succes verkreeg hij.
Intussen fabriceerde  hij de  tweede  plaat met Junip , met z’n compagnons Tobias Winterkorn (toetsen) en Elias Araya (drums), live met zes, die een sfeervolle, gesmaakte , overtuigende fusion presenteren van pop, folk, psychedelica, ‘70s en americana . In die  hypnotiserende, spannende, broeierige, dromerige songs wisselen toetsen , synths, (semi-akoestisch) gitaargetokkel en percussie (niet vies van een afrotintje)  in rol af.
Compositorische diepgang en spelplezier, waarbij we ons verder probleemloos laten in meeslepen, en dan kom je uit op de twee pareltjes  “So clear” en “Walking lighty” .

Pere Ubu

Lady from Shangai

Geschreven door

Pere Ubu draait rond de excentrieke sing/songwriter David Thomas .  Hij is lijfelijk niet meer de kolos van vroeger , maar z’n muziek is en blijft iets aparts . Avantgardepop! Poprock, psychedelica en jazz zijn de steeds weerkerende  ingrediënten. Ze zijn al een paar jaar terug als Pere Ubu bezig, onder een steeds wisselende bezetting . Maar met Keith Moliné heeft hij een vaste spil achter zich . Pere Ubu  blijft op de nieuwe cd garant staan voor een niet-alledaags geluid,  een unieke sound, soms niet van deze wereld, die origineel klinkt en getuigt van avontuur en experimenteerdrift.
De songs, geënt op een repetitieve basis, hebben een bezwerende  speelse ritmiek en opbouw, ondergaan diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen. Kleur krijgen ze door de unieke neuzelende, soms hoge neurotische klaagstem. De eerste nummers zijn duidelijk te doen , met “Mandy” als een eerste hoogtepunt . Daarna worden we overmand door meer experimentjes in de sound . In die gewaagde muzikale onderneming zijn we opnieuw onder de indruk van de drie , “The road trip of Bipasha Ahmed”, “Lampshade man” en “414 seconds”. Pere Ubu slaagt er na al die jaren in , nog steeds respect af te dwingen . Opnieuw goed dus!

Pagina 625 van 966