TW Classic 2013 - Bruce Springsteen –– The Boss brengt een uitverkocht Werchter in vervoering
TW Classic 2013
Festivalterrein
Werchter
Editie 2013 van TW Classic etaleerde zich in schitterende omstandigheden: de barometer voorspelde zonnig en droog weer, met Balthazar en Keane stonden twee groepen op het podium die als ze de standvastigheid kunnen vasthouden mogelijks op weg zijn naar de poort der groten, terwijl met de kranige zestigers Blondie, Charlie Musselwhite (samen met Ben Harper) en Carlos Santana muzikanten op de affiche prijkten die intussen hun strepen in de muziekgeschiedenis al lang verdiend hebben. Als de organisatoren daarbij niemand minder dan Bruce Springsteen – eveneens een zestiger – konden strikken om samen met zijn E Street Band als hoofdact te fungeren, dan is het niet verwonderlijk dat deze feitelijkheden ervoor zorgden dat enkele dagen vóór aanvang van het festival het bericht de wereld werd ingestuurd dat het zich zonder ticket begeven naar de kassa’s geen zin meer had want alle 60.000 kaartjes hadden een eigenaar gevonden.
Balthazar (****)
Volgens de overlevering kwamen de drie wijzen uit het Oosten en was het indertijd wanneer men als Koning Balthasar door het leven ging, bon ton om bij een kribbebezoek mirre mee te brengen. Afgelopen weken werd duidelijk dit stukje geschiedenis herschreven want de Belgische groep Balthazar maakten vanuit Kortrijk en Gent een reis in tegenovergestelde richting om op de weide van Werchter te resideren en daar als mogelijks toekomstige muzikale koningen, ook te regeren. Ze prijkten namelijk niet enkel op de affiche van Werchter Boutique en Rock Werchter maar mochten om 13u ook nog eens TW Classic openen.
Erg opvallend was dat er op het vroege middaguur al veel volk was opgedoken om zich te laven aan de geschenken die zij rijkelijk uitdeelden. Geen mirre maar wel fantastische muziek. Of zoals presentator Luc Janssen citerend uit « Jeroen Brouwers (Schrijft een Boek) » (De Mens) bij hun aankondiging zei: “We beginnen met een Belgische band die hier voor de derde maal op het podium staat. Ze weten hoe het moet en ze doen het goed”. En dat is dan geen verdraaiing van de werkelijkheid want unaniem lovende recensies over hun albums ‘Applause’ (2010) en ‘Rats’ (2010) hebben hen extra vertrouwen gegeven en ook op het podium zijn ze volledig ontbolsterd. Dit gaat ook op voor hun passage in TW Classic. Vanaf het eerste nummer « Later » bleek dat hun onderkoelde, verfijnde en bij momenten schijnbaar tegendraadse muziek ook hun effect niet misten op een groot podium. En dit zonder een lichtvoetige hit op zak te hebben. Balthazar tekende voor een fantastische start van een mooie festivaldag.
Blondie (**)
Wie wel een reeks hits op hun conto staan hebben, is de Amerikaanse formatie Blondie. Vanaf halfweg de jaren ‘70 werkten zij zich vanuit de groezelige doch legendarische New Yorkse club CBGB op tot een wereldgroep van formaat. Vooral frontvrouw Debbie Harry groeide uit tot een fenomeen en oefende door haar opvallende verschijning en vrijgevochtenheid een ware aantrekkingskracht op mannelijke fans uit.
Anno 2013 is de inmiddels 68-jarige Harry ondanks minimaal één facelift natuurlijk niet meer de frisse verschijning zoals deze op het netvlies van zoveel fans staat gebrand. Nostalgische jeugdherinneringen werden dan ook wellicht her en der flink ingedeukt (voor de geïnteresseerden: ze verscheen in een soort zwarte legging met fluorescerende gele jasje en bijhorende heupdoek en droeg een witte pruik).
Wij hadden gelet op het leeftijdsverschil meer oog en vooral oor naar de muziek en ook op dat vlak leek er wat sleet op te zitten.
Aangezien het hun laatste concert van de zomer was, wou de groep (met behalve Harry tevens Chris Stein en Clem Burke als originele leden in de rangen) nog eens alles geven. Harry probeerde het publiek op te peppen door mee te geven dat ze niet zo schuchter moesten zijn, dat er mocht meegezongen worden of door op te roepen om meer blote bovenlijven te laten zien. Maar hoe ze ook probeerde, het gaf een te krampachtig indruk en de weide reageerde pas sporadisch uitgelaten.
Er werd nochtans fraai ingezet met « One Way Or Another » en ook « Hanging On The Telephone » (The Nerves) en « The Tide Is High » (The Paragons) klonken goed maar door de afwisseling met te licht bevonden nieuw werk als « Rave », de nieuwe single « A Rose By Any Name » en het zomerse « Sugar On The Side » (dat gelijkenissen opriep met Manu Chao maar nooit dat niveau haalde) haalde de vaart én de kwaliteit uit de set. Dat de stem van Harry niet opgewassen bleek tegen het gitaargeweld deed er al evenmin goed aan.
Blondie slaagde er in het verleden in om hun vertrouwde mix van punk en new wave te injecteren met disco, reggae, rap en jazz en dat ze nog steeds nieuwe horizonten blijven opzoeken, pleit voor hen maar wat de meerwaarde is van een flauwe versie van « Lights » (Ellie Goulding) blijft een raadsel.
Ook het achterwege laten van hun allergrootste hit « Denis » (cover van Randy And The Rainbows’ « Denise » uit 1963) op een festival dat de naam TW Classic draagt, moet als een grote inschattingsfout beschouwd worden. Niet meteen ons favoriete nummer maar wél eentje waar de weide stond, zat of lag op te wachten.
Naar het einde toe deden extra gitaargetinte versies van « Atomic », « Call Me » en « Heart On Glass » de wei opveren maar konden niet meer verhelpen dat hoewel niet echt slecht, Blondie niet de voldoening gaf waar iedereen op gehoopt had.
Setlist : One Way Or Another / Rave / Hanging On The Telephone / Union City Blue / A Rose By Any Name / The Tide Is High / Maria / Winter / Lights / Atomic / Sugar On The Side / Call Me
Ben Harper & Charlie Musselwhite (****)
Neen, dan veel liever de rauwer klinkende blues van het duo Ben Harper en Charlie Musselwhite. Met ‘Get Up!’ dit jaar verschenen op het vermaarde label Stax Records, zijn ze niet enkel verantwoordelijk voor een fantastisch albums in dit genre maar in Werchter onderstreepten ze hun kunnen en bleef ook live hun combinatie van mondharmonica (Musselwhite) en (slide)gitaar (Harper) mede dankzij een uitstekende begeleidingsgroep, moeiteloos overeind.
Voor het zonnebadende publiek was dit op het vroege namiddaguur misschien geen gemakkelijk verteerbare brok muziek maar voor wie zich liet onderdompelen in de mix van rock, soul en blues was het erg genieten geblazen.
Alles klonk puntig maar tegelijk verzorgd. Als uitschieters golden « I Don’t Believe A Word You Say », « She Got Kick » (mede door de piano die aan Fats Domino, Ray Charles of Jerry Lee Lewis deed denken) en « I’m In, I’m Out, I’m Gone » (met een gitaarrif die even repetitief en kenmerkend was als deze bij Muddy Water’s « Manish Boy »). Ook « Homeless Child » (dat verscheen op Harper’s album ‘The Will To Live uit 1997) was van een hoog niveau.
Musselwhite met zijn 69 jaar de oudste artiest die afgelopen zaterdag op het podium stond, heeft zelf ruim 20 albums op zijn actief staan en is ook te horen is op platen van onder meer Bonnie Raitt, The Blind Boys Of Alabama, Tom Waits en INXS. Daarom was het mooi dat ook hij enkele malen zelf de hoofdvocalen voor zijn rekening mocht nemen zoals bijvoorbeeld tijdens zijn eigen nummer « The Blues Overtook Me ».
Bindteksten waren er niet, een bedanking op het einde van de set buiten beschouwing gelaten, maar beide heren lieten de muziek voor zich spreken. Meestal nam Harper op een stoel plaats met zijn slidegitaar op de schoot terwijl Musselwhite hem gadesloeg zodat hij op de juiste momenten kon invallen met zijn harmonica. Menige keren moesten we qua manier van musiceren spontaan denken aan onze nationale trots Toots Thielemans die ook steeds bescheiden en alert op het podium zijn talenten toont zonder de andere muzikanten in de weg te staan.
Hopelijk krijgen we binnenkort van dit duo nog meer te zien want in een donkere, intiemere zaal moet dit nóg beter klinken.
Setlist:
Get Up! / I Don’t Believe A Word You Say / The Blues Overtook Me / Don’t Look Twice / When It’s Good / She Got Kick / Long Legged Woman / I’m In, I’m Out, I’m Gone / Blood Side Out / Homeless Child / I Ride At Dawn / I’m Going Home / When The Levee Breaks
Carlos Santana (***1/2)
Ook de Mexicaanse zanger en meestergitarist Santana is een zestiger. Volgend weekend mag hij overigens 66 kaarsjes uitblazen en te horen aan de bruisende set die hij op TW Classic bracht, leek het alsof het verjaardagsfeest al werd ingezet. Het stralende weer op de weide leende zich dan ook uitstekend voor de mix van latin rock, jazz, blues, soul, R&B, salsa en Afrikaanse ritmes.
Er werd meteen stevig van wal gestoken met « Toussaint L’Ouverture » waarin een stukje « While My Guitar Gently Weeps » van The Beatles in verwerkt werd. Ook in de intro van « Black Magic Woman/Gypsy Queen maakten The Beatles overigens hun opwachting via een streepje « Eleanor Rigby » terwijl « Incident At Neshabur » al evenzeer de muzikale invloed van de Fab Four verraadde.
Santana kan terugblikken op een rijkgevulde carrière. Zo kende hij zijn doorbraak naar een ruimer publiek via zijn passage op het befaamde Woodstockfestival (waarvan we beelden te zien kregen via « Woodstock Chant/Soul Sacrifice ») en samen met The Rolling Stones is hij de enige artiest die in vier decennia een album in de top tien heeft staan. Bijgevolg werden klassiekers als « Oye Como Va » (dé Tito Puente cover) afgewisseld met meer recente hits als « Maria Maria » (minder tenenkrullend dan op plaat) en « Smooth », de hit die hij in 1999 scoorde met Rob Thomas van Matchbox Twenty.
“Some bands move this way, some bands move that way. We go straight ahead” zei Santana en inderdaad daar leek het duidelijk op met behulp van zijn tienkoppige begeleidingsgroep. In één rechte lijn werd een vakkundig bij elkaar gespeelde, zomerse set gebracht. In tegenstelling tot het North Sea Jazz festival maakte Prince zijn opwachting niet maar dat kon de pret niet bederven.
Setlist:
Toussaint L' Ouverture / Black Magic Woman/Gypsy Queen / Oye Como Va / Maria Maria / Foo Foo / Corazon Espinado / Incident At Neshabur / Smooth / Dame Tu Amor / Woodstock Chant/Soul Sacrifice / Saideira
Keane (***1/2)
Op het eerste zicht lijkt het wat vreemd dat een jonge Engelse groep als Keane waarvan de debuutplaat ‘Hopes And Fears’ pas dateert uit 2004, zo hoog op de affiche geprogrammeerd stond (ook in 2009 waren ze trouwens present op TW Classic). Maar het is en blijft een van de meest succesvolle groepen uit Engeland van de voorbije jaren. Want alle vier de studioalbums (en ook de EP ‘Night Train’ uit 2010) kwamen meteen binnen op de eerste plaats van de hitlijsten in het Verenigd Koninkrijk.
Ook al is bassist Jesse Quin sinds 2011 als volwaardig groepslid opgenomen, het handelsmerk en episch centrum van Keane blijven de pianocomposities van Tim Rice-Oxley (die daarbij meermaals de pianoklanken zodanig vervormt alsof men de indruk krijgt echte gitaren te horen). Voeg daarbij het typische stemgeluid van Tim Chaplin en men heeft meteen een beeld van de ingrediënten die Keane tot zo’n succes maken.
De set die ze brachten had veel weg van een ‘best of’. Er werd nog rustig gestart met « You Are Young » van het vorig jaar uitgebrachte ‘Strangeland’ maar met « Bend And Break », « Everybody’s Changing », « Is It Any Wonder? », « This Is The Last Time », « Somewhere Only We Know » en de gebalde afsluiter « Crystal Ball » volgde de hits elkaar in een sneltempo op. Afgaand op het applaus lijken ook de nieuwe nummers « On The Road », « Silenced By The Night » en « Sovereign Light Café » dezelfde weg op te gaan.
Er was ook aandacht voor enige rustmomenten als « We Might As Well Be Strangers » en « Bedshaped » (waarbij op de zijdelings schermen de zonsondergang mooi in beeld werd gebracht en voor een aparte sfeer zorgde).
Keane verkeerde in topvorm en er werd mooi gemusiceerd en gezongen (Chaplin was opnieuw goed bij stem en heeft zijn problemen ver achter zich gelaten zoals we vorig jaar reeds konden vaststellen op Pukkelpop). Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat de nummers allemaal zo gepolijst en afgewerkt klonken waardoor het nooit echt beklijvend werd.
Setlist:
You Are Young / Bend And Break / On The Road / We Might As Well Be Strangers / Nothing In My Way / Silenced By The Night / Everybody’s Changing / A Bad Dream / Is It Any Wonder? / This Is The Last Time / Somewhere Only We Know / Bedshaped / Sovereign Light Café / Crystal Ball
Bruce Springsteen & The E Street Band (****1/2)
Beklijvend is dan weer een understatement als we het hebben over het concert dat afsluiter Springsteen met zijn E Street Band gaf.
Tien minuten eerder als voorzien (onmiddellijk na het concert van Keane werd zelfs meegedeeld dat Springsteen er zodanig veel plezier in had dat hij een halfuur eerder zou beginnen aan de set) werden meermaals de woorden “Can You Feel The Spirit?” vanuit de coulissen gescandeerd. Het was Springsteen zelf die als een leider van een gospelkoor meteen duidelijk maakte dat het publiek zich één mag voelen met de groep. Het is al langer geweten dat Springsteen tijdens zijn concerten steeds een innige band met zijn publiek onderhoudt maar in Werchter werden qua betrokkenheid alle registers opengetrokken toen hij reeds meteen bij de eerste noten van opener « Spirit In The Night » het podium afdaalde om de eerste rijen fans te gaan begroeten en te omhelzen. Weinigen doen hem dit na.
Meteen zat de sfeer er in en betekende het startsein van een bijna drie uur durende set die geen enkele (maar werkelijk geen énkele) inzinking zou kennen.
« Badlands » bruiste van energie en werd massaal meegezonden alsof het een eigen hymne betrof en « Death To My Hometown » en « We Take Care Of Our Own » klonken door hun maatschappijkritiek niet enkel tekstueel bijzonder scherp maar werden ook snedig gebracht.
Sinds enkele jaren is het tijdens een concert van Springsteen gemeengoed geworden dat het publiek verzoekjes mag richten waarna er dan enkele worden uitgekozen. In Werchter viel de keuze op twee grote knuffeldieren, een beer en een eend om precies te zijn, die respectievelijk pancartes vasthielden met als opschrift « Jailhouse Rock » en « Man’s Job ».
Dit gaat steeds met heel wat spontaniteit gepaard zodat wie deel uitmaakt van The E Street Band een uitstekend muzikant moet zijn omdat men honderden nummers moet kunnen inspelen als erom gevraagd wordt (vaak zelfs door Springsteen zelf). Het verwachte moment houdt aldus ook een mogelijks onverwachte factor in. Dit bleek nog maar eens toen Springsteen nog snel de groep toeschreeuwde in welke toonaard « Jailhouse Rock » moest worden gespeeld en bij « Man’s Job » was er een coördinatieprobleempje toen Curtis King als tweede zanger nog even wou doorzingen terwijl Springsteen al opnieuw de intentie had om over te nemen. Geen zure blik of vermanende woorden werden uitgewisseld. Integendeel, er verscheen een glimlach op het gezicht van Springsteen. Of hoe een perfectionist ook relativerend kan zijn. Toen ook de achtergrondzangeressen Cindy Mizelle en Michelle Moore kwamen meedansen, werden ze na afloop op een kus getrakteerd.
Vervolgens mocht ook Ben Harper zijn opwachting maken om op fraaie wijze « Atlantic City » op akoestische gitaar mee te begeleiden en te zingen. Dat ook hij onder de indruk was van deze opportuniteit, viel duidelijk te merken.
Na « Wrecking Ball » en « Hungry Heart » waarbij Springsteen nog maar eens zijn fans met een bezoekje ging vereren, was er een kippenvelmoment toen Springsteen « The River » via mondharmonica inzette en aangevuld werd door secuur gitaarwerk van ‘Little’ Steven Van Zandt. Het blijft een classic pur sang.
Die andere gitarist, Nils Lofgren, liet zich tijdens « Youngstown » niet onbetuigd en gaf een solopartij van jewelste. Een kunstje dat hij herhaalde tijdens het uitmuntende « Murder Incorporated » waarna ook Springsteen en Little Steven beurtelings enkele straffe riffs uit hun polsen schudden.
« Darlington County », « Bobby Jean » en « Shackled And Drawn » (waarbij Cindy Mizelle haar vocale troeven mocht uitspelen tijdens een gospelstukje) waren de voorbode van een prachtig moment waarbij Springsteen tijdens « Waitin’ On A Sunny Day » een 13-jarig meisje een handkus gaf om haar vervolgens uit het publiek te plukken zodat zij met hem op het podium kon meezingen. Vertederend was toen Springsteen haar zachtjes in de armen nam en haar helemaal persoonlijk terug bij haar moeder bracht.
« The Rising », « Land Of Hope And Dreams » (inclusief een stukje « People Get Ready » van Curtis Mayfield) en « Follow That Dream » (na vele jaren afwezigheid terug live opgepikt) brachten wat rust in afwachting van het trio « Born In The U.S.A » (inclusief een 80’s klinkende synthesizer bespeeld door Charles Giordano en op het einde een ritmisch strakke drumpartij van Max Weinberg), « Born To Run » (waarbij Jake Clemons nog maar eens bewees uit hetzelfde goede ebbenhout te zijn gesneden als zijn betreurde oom) en « Dancing In The Dark » (de synthesizers op de studioversie werden vervangen door een blazerssectie). Net zoals in de bijhorende clip waar Springsteen actrice Courteney Cox uit het publiek tilde om met hem mee te dansen, werden er nu zelfs drie dames op het podium gevraagd. Eentje had via een pancarte aangegeven te willen dansen met Lofgren, een andere met Jake Clemmons en de dame die met Springsteen mocht dansen was helemaal aangedaan toen ze na ruim dertig concerten van hem te hebben gezien, haar droom werkelijkheid zag worden.
Via « Tenth Avenue Freeze-Out » werd door middel van foto’s op de zijdelingse beeldschermen een innemende ode gebracht aan twee te vroeg overleden groepsleden, Danny Federici (2008) en Clarence Clemons (2011).
De finale bestond uit « Twist And Shout » (cover van The Top Notes maar beter bekend in de versie van de Isley Brothers) en een via blazerssectie en percussie conga-uitvoering van « Shout » (eveneens Isley Brothers). Het mooiste werd misschien wel tot het laatst opgespaard toen Springsteen helemaal solo op gitaar « Thunder Road » bracht. We zagen eerder tranen van geluk maar nu rolden er bij vele fans ook tranen van ontroering over de wangen.
De Belgische passage van Springsteen tijdens zijn ‘Wrecking Ball Tour’ was er opnieuw eentje om te koesteren. Het klinkt misschien wat oneerbiedig maar met alle respect voor de andere groepen op de affiche: hoewel sommigen sterk uit de verf kwamen, leek Springsteen iedereen te degraderen tot tweedeklassers.
Wat we ook zo fantastisch vinden is dat Springsteen muziek en sfeer opnieuw voor zich liet spreken. Het zijn steeds de muzikanten die het doen (iets wat we een tweetal weken terug ook bij Leonard Cohen zagen). Van een uitgebreide lichtshow, acrobatie of verkleedpartijen werd geen gebruik gemaakt en als er al vuurwerk te noteren viel, dan was dit opnieuw afkomstig van Springsteen en zijn E Street Band (die trouwens door toevoeging van een blazerssectie, een tweede percussionist en zangeres de grootste samenstelling ooit kende).
Dat we dit concert geen vijf sterren toebedelen, heeft niet zozeer te maken met de muziek die we hoorden. Door de festivalformule moest een strak tijdschema aangehouden worden opdat iedereen die gebruik wenste te maken van extra bussen en nachttreinen (perfect georganiseerd trouwens) ook thuis geraakte. Dit impliceerde dat het vertrouwde ‘meer dan drie uren concerteren’ hier niet aan de orde was en er dus nauwelijks ruimte overbleef voor extraatjes in de zin van b-kantjes of vergeten albumtracks. Maar ach, het publiek werd ruimschoots verwend en kon ‘the spirit’ voelen. En daar was het allemaal om te doen.
Slotsom, wie van rockmuziek houdt en durft te stellen dat een concert van Springsteen hem of haar totaal onberoerd laat, kent en voelt niks van muziek. Dit is een straffe uitspraak maar geheel op zijn plaats want het was dan ook een straffe krachttoer die The Boss liet zien.
Setlist:
Spirit In The Night / Badlands / Death To My Hometown / We Take Care Of Our Own / Jailhouse Rock / Man’s Job / Atlantic City (Ben Harper als gastmuzikant) / Wrecking Ball / Hungry Heart / The River / Youngstown / Murder Incorporated / Darlington County / Bobby Jean / Shackled And Drawn / Waitin’ On A Sunny Day / The Rising / Land Of Hope And Dreams / Follow That Dream / Born In The U.S.A. / Born To Run / Dancing In The Dark / Tenth Avenue Freeze-Out / Twist And Shout / Shout / Thunder Road (solo)
Organisatie: Live Nation - Rock Werchter