logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...

Best Kept Secret Festival 2013 – zondag 23 juni 2013

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – zondag 23 juni 2013
Best Kept Secret Festival 2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek

De derde dag van Best Kept Secret sprak ons op papier het meeste aan, waardoor we ondanks onze vermoeidheid toch met veel enthousiasme het festivalterrein opliepen. Enthousiast, dat waren ook de jongens van Traumahelikopter. De groep met de coolste naam gaf een stomend punkoptreden, dat ons meteen helemaal wakkerschudde. De muziek was iets te standaard om echt bij te blijven, maar amusant was het zeker en vast.

De lo-fi garagerock van Black Lips was eveneens energiek en een uitzinnig publiek moshte zich een ongeluk op onder meer “Bad Kids”. Memorabel werd het ook hier nergens, maar toch wist de band met hun hipsterlooks en catchy songs onze aandacht te behouden gedurende het hele optreden.

Local Natives begon meteen daarna op de Mainstage hun set in de gietende regen. Het meeslepende en emotionele “You and I” zette meteen de toon en wanneer de zon op het refrein van “Breakers” doorbrak kon het optreden al niet meer stuk. Kippenvel en tranen in de ogen van gelukzaligheid. De band bracht netjes evenveel van hun debuut als van ‘Hummingbird’, en bleef het hele optreden op een waanzinnig hoog niveau spelen. De zomerige en sprankelende indiepop klinkt toegankelijk zodat het een groot publiek kan aanspreken, maar bevat ook voldoende uitdagende arrangementen en emotionele diepgang om de kritische muziekfan te bekoren. Waanzinnig ook hoe mooi de samenzang tussen de verschillende bandleden klonk. Ondertussen had het publiek weer een fikse regenbui over zich heen gekregen, maar tijdens afsluiter “Sun Hands” kwam de zon weer opdagen. Het refrein ‘When I Can Feel With My Sun Hands, I Promise Not To Lose Her Again’ werd uitzinnig meegezongen door de fans, waarna we getrakteerd werden op een flinke portie gitaargeweld. Wat een optreden!

De groep No Age, die bestaat uit een drummer en een gitarist, was helaas de teleurstelling van de dag. De massieve noiserock van de band klonk te eentonig en statisch en was eerder slaapverwekkend dan adrenalineopwekkend. Wellicht was het deels de schuld van de geluidsmix die niet goed zat, maar we misten vooral dynamiek en enige subtiliteit. Nu klonk het allemaal als een onmelodieuze, warrige geluidsbrij.

Suuns daarentegen bewees één van de meest vooruitstrevende bands van het moment te zijn. De tegendraadse ritmes, bezwerende zang en dreunende baslijnen zorgden weeral voor een begeesterende luistertrip. De combinatie van postpunk en elektrorock leek elk moment te kunnen ontploffen, maar pas bij het laatste nummer “Sweet Nothing” werd het gaspedaal helemaal ingedrukt. De rest van de set klonk minimaler, maar des te spannender door de dreiging die telkens in de lucht hing. Dansbaar is de muziek ook zeker, en vooral uiterst geschikt om enkele spastische moves op uit te proberen. Deze hevige koortsdroom was na een uur helaas al gepasseerd, maar met Portishead in het vooruitzicht hadden we alweer iets nieuws om naar uit te kijken.

Ondanks dat zangeres Beth Gibbons niet zo heel sterk bij stem was en de geluidsmix ook niet goed uitkwam op de plek waar we stonden, genoten we toch heel hard van dit optreden van Portishead. Er werd vooral materiaal gespeeld van hun triphopdebuut ‘Dummy’ (dat al van 1994 afstamt!) en van hun comebackplaat ‘Third’, die nog een stukje zwaarder op de maag ligt dan zijn voorgangers en niet gespeend is van enig experiment. Geen muziek om vrolijk op te dansen, maar voer voor de getormenteerde ziel die zich graag eens wentelt in een dosis tristesse. Enkele hoogtepunten waren het heftige en industrial-achtige “Machine Gun”, het enorm zwoele “Glorious Box” en het breekbare, bloedmooie “The Rip”.

De IJslandse postrockband Sigur Rós beloofde de ideale afsluiter te worden van dit driedaags festival, maar loste die verwachting maar half in. De groep speelde veel nieuw materiaal en had een koor vrouwen meegebracht die ook nog eens goed overweg konden met hun blaasinstrumenten. Helaas werden van onze favoriete albums (‘Ágætis Byrjun’ en ‘()’ ) enkel “Popplagið” gespeeld. Naast de nieuwe nummers van hun recentste worp ‘Kveikur’, die een stuk steviger waren dan we gewend zijn van de band, werd de set opgevuld met voorspelbaar materiaal zoals “Festival”, “Glósóli” en “Hoppípolla”. De iets toegankelijkere songs dus, die ook gesmaakt worden door mensen die nog nooit naar de groep geluisterd hebben. Daardoor kwam het optreden echter wat routineus over. Het had een mooie geste geweest naar de fans toe om ook wat minder bekende parels te brengen zoals een “Olsen Olsen” of een “Vaka”. Slecht kan een optreden van Sigur Rós echter nooit zijn, maar het verwachte kippenvel bleef op enkele momenten na uit. 

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/
Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

Best Kept Secret Festival – zaterdag 22 juni

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – zaterdag 22 juni
Best Kept Secret Festival  2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek


Voor Kashmir aan hun set begon gingen we nog snel eens gaan piepen bij French Films, een Fins kwintet dat een vrij conventionele combinatie van dromerige postpunk en garagerock bracht. Op plaat vinden we de muziek wel goed klinken, maar live kwam het nog niet helemaal tot zijn recht.

De Deense band Kashmir timmert al een tiental jaar aan de weg, bracht een aantal goed onthaalde albums uit, maar bleef desondanks bij het brede publiek onder de radar. Dat dit totaal onterecht is bewezen ze ook op BKS. De groep speelde een gevarieerde set, en was niet te schuw om af en toe wat elektronica toe te voegen aan de arrangementen. De frontman was een sympathieke kerel en een beetje zot en wist het publiek zo gemakkelijk voor zich te winnen. Kashmir brengt intelligente muziek die soms wat wordt vergeleken met Radiohead. Mooie luisterliedjes en stevigere gitaarstukken, ze beheersen het beide.  

Mozes And The Firstborn is een Belgisch-Nederlandse band waarvan de leden gemiddeld 18 jaar oud zijn. We hoorden nonchalante popnummers met weinig inhoud. De melodieën gingen het ene oor in en het ander uit. Eén van de mindere dingen die we dit weekend zagen.

Terug naar de Mainstage dus en met Efterklang stond daar weeral een groep uit het Noorden geprogrammeerd. De Denen waren de bescheidenheid zelve en leverden een sympathieke, gezellige set af. We kregen mooie luistermuziek voorgeschoteld met intelligente arrangementen. Het klonk allemaal weliswaar een beetje afstandelijk, waardoor de barokke nummers ingekleurd met elektronica niet echt een emotionele snaar wisten te raken.

Het Belgische Balthazar wisselde daarna geniale momenten af met mindere. De nummers van de eerste plaat waren zonder enige twijfel de hoogtepunten. Zelfs met materiaalpech blijft het nonchalante “Fifteen Floors” een parel van een popnummer met zijn fantastische groove. Ook het heerlijk meanderende “The Boatman” wist meer dan te bekoren. Met de nummers van hun tweede plaat “Rats” daarentegen hebben we wat minder, en bij momenten werden we bijna in slaap gesust. Die plaat is zeker en vast niet slecht, maar door een gebrek aan energie zijn het geen nummer die erom smeken om live gespeeld te worden op een Mainstage.

Een kwartiertje voor tijd besloten we om door te gaan, zodat we een goede plek zouden hebben voor Swans. Die band staat al dertig jaar bekend om zijn inktzwarte en oorverdovend luide optredens. Op BKS viel het al bij al wel mee, we zijn erger gewoon van Swans. Frontman Michael Gira ging desalniettemin maniakaal tekeer terwijl zijn groep alle registers opentrok. De nummers waren lang en werden geduldig opgebouwd. Dit is de muziek die Satan wellicht zou maken mocht hij een instrument kunnen bespelen. De twee drummers zorgden voor een dichtgemetselde en loodzware sound en ondertussen vlogen de drones en noise je rond de oren. Wel jammer dat de band niet ’s avonds laat stond geprogrammeerd, want dan was de muziek wellicht nog wat beter tot zijn recht gekomen.

The History Of Apple Pie moet haast wel de grappigste naam hebben van alle bands die dit weekend op BKS aantraden. Het jonge kwintet speelde een wat rommelige set vol met lichtvoetige shoegaze. Bij dat genre is het weliswaar de bedoeling dat de stem wat op de achtergrond blijft, maar het feit dat we de twee meisjes die de vocalen verzorgden helemaal niet hoorden, was toch wel een groot minpunt. Mits de band nog wat werkt aan hun livesound en wat meer een eigen geluid creëert ziet hun toekomst er redelijk rooskleurig uit.

Two Door Cinema Club bracht happy en springerige indiepop, die het publiek aan het dansen kreeg. Vooral de meisjes hadden het zichtbaar naar hun zin op deze feelgood muziek . Een aangenaam optreden om even op adem te komen na al dat gitaargeweld. Echt boeien deed het echter niet, daarvoor waren de songs te veel dertien in een dozijn.

We besloten dan maar om al naar het tweede podium te wandelen waar Alt-J binnen een halfuur aan zijn set ging beginnen. We waren echter niet de enige met dat idee en al snel puilde de tent helemaal uit. Omdat we niet altijd houden van die immense drukte en we goede berichten hadden gehoord over het optreden van Melody’s Echo Chamber op het Primavera Sound festival in Barcelona beslisten we om naar de kleinste tent te verhuizen. Onze beste beslissing dit weekend zou snel blijken, want deze groep leverde een haast perfect optreden af. Melody Prochet, het liefje van Kevin Parker (Tame Impala), is de frontvrouw en bracht met haar band muziek die daar enigszins mee te vergelijken valt. De dromerige psychedelica klonk teder, maar kwam met momenten ook stevig uit de hoek. Steeds weer werden we verrast door  één of andere wending, en de muzikanten toonden aan grote klasbakken te zijn. Fantastisch hoe de band tegelijk dromerig, stevig, ontroerend, en dansbaar klonk. Prochet pakte met haar zwoele stem het hele publiek in, dat enthousiast reageerde na elke song. Absoluut het beste wat de zaterdag de bieden had.

Helemaal in extase door Melody’s Echo Chamber, zakten we vervolgens naar de Mainstage af voor Damien Rice. Helemaal alleen bracht de kluizenaar hoofdzakelijk intieme, breekbare nummers. Het klonk ons iets te zagerig, al kan dat ook gelegen hebben aan het feit dat we op dat moment niet in de stemming waren voor zo’n muziek. Een “9 Crimes” blijft natuurlijk een ontroerend nummer waar we helemaal week van worden, maar toen Damien Rice er vervolgens nog een vijftal ballads achter plakte, hielden we het voor gezien en besloten we om naar het tweede podium te stappen.

Koreless is een Schotse DJ en draaide een gruizige en futuristische set. Het tempo lag eerst nog redelijk laag (onder meer met een remix van Foals’ “Late Night”), en de nadruk lag op sfeerzetting in plaats van het produceren van beats. Naarmate de tijd vorderde werden zijn mixes iets dansbaarder. Net als de nummers zelf bouwde hij zijn set dus zeer intelligent op.

Daarna mocht Pantha Du Prince het feestje verderzetten, en die hanteerde de zelfde opbouw als zijn voorganger. Hendrik Weber zijn muziek klonk echter een stukje helderder en ging meer de richting van minimal op. Na een kwartiertje kregen de beats het voor het zeggen en werd het feestje echt ingezet. Het publiek begon (vaak met de ogen toe) te dansen en de avond werd zo mooi afgesloten. Het was eens wat anders dan de vele dubstep-, drum & bass-, en hitparade-dj’s die zo vaak het festivalpubliek de nacht in mogen leiden. Een goede keuze, want zo weet Best Kept Secret zich te onderscheiden van andere festivals.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/
Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

 

Dead Can Dance

Dead Can Dance - Muzikale subtiliteit , finesse , schoonheid en klasse

Geschreven door

Na ruim 16 jaar stilte komt Dead Can Dance terug op het voorplan , een return met een grote R. Letterlijk was er vorig jaar de herrijzenis met een nieuwe plaat ‘Anastasis’, en live moesten ze niet onderdoen , want in september ll speelden ze een imponerend , indrukwekkend , loepzuiver optreden in het KC, Brussel. De overdonderende respons bracht hen nu naar een grotere club als Vorst Nationaal , met opnieuw het bordje ‘uitverkocht’ , meer zelfs ze zullen op een paar zomerfestivals te zien zijn, weliswaar niet in ons landje , maar o.m. op Festival Nîmes (Fr), Roskilde (Denemarken) en Rockwave (Griekenland).

Iets apart is de muziek van Dead Can Dance toch , geleid door de Engelse Ier Brendan Perry en de Australische Lisa Gerrard, die van in de beginjaren ’80  ergens zweven tussen neoklassiek, middeleeuwse folk, ambient , cold wave, gothic pop , romantiek, new age en prog, niet vies van Keltische, Oosterse invloeden en world.
Iets uniek door het gebruik van een niet alledaags instrumentarium (oude en niet Westerse) als draailier en een Chinees hakkebord , de hemels bezwerende, bedwelmende  (glossolalie) (sirene) zang van Gerrard en de diep gravende baritonstem van Perry in combinatie met keys, percussie en beats . Een subtiele, symfonische aanpak , moeilijk ergens onder te klasseren , een Orientaals geluid , ondersteund van een prachtige lightshow die een breed publiek weet aan te spreken . Nu dat dreampop en chillwave zich steeds meer opdringen , was dit Muziek om weg te dromen bij sterrenhemel en onder volle Maan , zei de persoon naast mij en gelijk had hij na de twee uur durende set van Dead Can Dance , met een vierkoppige begeleiding , waaronder twee percussionisten .
We waren sterk onder de indruk van de pak knappe , ingenieuze songs , een bijzondere sound en  ritmiek , die boven zichzelf uitstijgt . In het materiaal van Dead Can Dance neemt de symboliek een voorname plaats in .
We waren meteen verkocht op “Children of the sun”  en “Agape” , twee nummers van de nieuwe cd , waaruit natuurlijk rijkelijk geput werd . Kenmerkend is de mooie harmonie, de kwetsbaarheid , de schoonheid die in de nummers schuilt , de gezamenlijk en wisselende zangpartijen . Het publiek kon het enorm waarderen , vooral als Lisa Gerrard in de picture kwam . Ook de repeterende , opbouwende  gitaarlijnen en het getokkel tilden het niveau van de songs naar boven , zoals het donkere etherische “Kiko” . In een song als “Amnesia” schuilde de dreiging en daarmee had je het eerste half uur een reeks nieuwe songs gehoord . Afwisselend in de set kwamen de oudere songs als “Rakim” en “Nierika” , die een filmisch bezwerend karakter hadden ; of de sober, ingehouden “Sanvean”  en “The host of Seraphim”,   vocale hoogstand  van Lisa Gerrard, die zo kon geplukt worden uit  de zondagsmis. “Ime Prezakias” was een oud Grieks nummer , en “All-in good times” besloot het eerste deel van de set, als een lichte frisse windbries, die zich een weg baande in de grote zaal.
Magie straalde het combi ongetwijfeld uit en we kregen op die manier een reeks variabelen te horen . In de bis kwam die world, Keltische sounds en die neoklassieke Middeleeuwse folk wat meer op het voorop als “The ubiquitous Mr Lovegrove”  en op de definitieve afsluiter “The return of she-king” . Tussenin twee sterke covers die Dead Can Dance groots maakten, een helder indringende , “Dreams made flesh” van Lisa Gerrard , gehaald van de This Mortal Coil producties , en een innemende “Song to the siren” (origineel van Tim Buckley , maar ook al op de compilatie van This Mortal Coil met Cocteau Twins te vinden!), van Brendan Perry .

Wat een geslaagde terugkeer van dit duo ! Muzikale subtiliteit , finesse , schoonheid en  klasse wat we hier gepresenteerd kregen . Dit is een band die zeker op een Festival Dranouter ten volle tot z’n recht zou komen onder de zomerzon in het Heuvelland . Volgend jaar misschien !?

Organisatie: Live Nation

Best Kept Secret Festival 2013 – vrijdag 21 juni 2013

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – vrijdag 21 juni 2013
Best Kept Secret Festival 2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek

Best Kept Secret Festival profileerde zich tijdens de aanloop van deze eerste editie als een festival voor mensen die muzikaal graag eens uitgedaagd worden. Kleinschaliger dan Lowlands,  gewaagder dan Pinkpop. De marketingcampagne fixeerde zich op de sociale media, en al snel ontstond er een hele buzz rond BKS. Als de eerst lading namen Arctic Monkeys, Sigur Ros, Portishead en Alt-J bevat mag dat ook niet verwonderen. Naast een handvol grote bands, bleek al snel dat het festival zich vooral focuste op beginnende, beloftevolle groepen. Zowel hiphop-, elektronica - als rockacts werden gestrikt. Ondanks dat de organisatie pech kende door afzeggingen van Modest Mouse, Belle & Sebastian, King Krule, Iceage en Child Of Love werd er toch een knappe affiche afgeleverd. Het festival verkocht dan ook helemaal uit, waardoor elke dag een 15000-tal bezoekers afzakten naar de Beekse Bergen.

Na een flinke treinreis belandden we in het station van Tilburg waar we een pendelbus pakten naar het festivalterrein. Best Kept Secret ligt midden in de Beekse Bergen, een vakantiedomein en safaripark. Snel werd duidelijk dat de wondermooie locatie één van de belangrijkste troeven van het festival is. De mainstage bevindt zich vlak bij een groot meer, terwijl de andere kant van het terrein afgebakend wordt door bomen. Zelfs met het druiligere weer kreeg je daardoor een vakantiegevoel, waardoor je je afvroeg wat het zou gegeven hebben bij hogere temperaturen.
Het eten was er iets duurder dan elders, maar ook tien keer zo lekker dan wat je krijgt voorgeschoteld op andere festivals. Frieten gebakt in biologisch vet, hamburgers met echt rundsvlees, heerlijke pastasalades, kaasfondue en nog veel meer. Het aanbod was zo groot dat je onmogelijk alles kon proberen op de drie dagen. Dat de organisatie goeie smaak heeft bewezen ze ook door Jupiler en Leffe te serveren aan het festivalpubliek.

dag 1 – vrijdag 21 juni 2013
Maar goed, het belangrijkst zijn uiteraard de bands. Hoe brachten zij het er vanaf? Als opener op vrijdag kozen we om Drenge te gaan bekijken op het tweede podium, in de grote tent. Het Britse duo (en broers) bracht hevige en energieke garagerock die ons deed denken aan een rauwere en minder melodieuze versie van The White Stripes. De twee jongen honden smeten zich helemaal op het podium en openden het festival in stijl. Niets spectaculairs of vernieuwends, maar wel een leuke binnenkomer. De afsluiter was echter een mislukte poging om een catchy popsong voor een breder publiek te schrijven, waardoor het optreden met het slechtste nummer van de set werd afgesloten.

Money stelde vervolgens lichtjes teleur. We waren benieuwd naar deze groep, want een unieke sound bezitten ze zeker en vast. De wazige dreampop met een vleugje shoegaze betoverde echter alleen tijdens Bluebell Fields, het overige materiaal viel iets te licht uit en wiegde ons in slaap. De frontman was ongetwijfeld de blikbanger van band. Hij liep voor het optreden nog een rondje in de tent terwijl hij enkele vreemde, poëtische verzen declameerde, verborg zijn homoseksualiteit niet en nodigde een meisje uit het publiek uit om even de vocals voor haar rekening te nemen. (Helaas was die laatste niet zo excentriek als de zanger). De entertainmentfactor lag hoog en de sound zat goed. Nu nog werken aan betere songs en dan komt het volgens ons wel in orde met deze jonge band.

The Maccabees lijken sinds de release van ‘Given To The Wild’ wat meer bekendheid verworven te hebben bij het brede publiek en mochten als beloning dan ook op de Mainstage hun ding doen. Helaas klonken ze live niet zo vol als op plaat en moesten we ook vaststellen dat frontman Orlando Weeks niet bepaald een goede zanger is.  De band koos resoluut voor hun meest toegankelijke materiaal en won daardoor het publiek wel voor zich. Alleen vinden wij dat er tientallen betere en uitdagendere indiepopbandjes rondlopen dan The Maccabees. Met hun songs die op enkele uitzonderingen na (“Feel To Follow”!) te licht uitvielen, en een zwakke livesound wisten ze ons niet te overtuigen.

Van Bloc Party hadden we geen hoge verwachtingen. De band maakte onlangs bekend dat ze na de zomerfestivals voor een onbepaalde periode (weeral) uit elkaar gaan en bovendien was hun laatste worp ‘Four’ bepaald geen hoogvlieger. Toen we de band zonder vaste drummer Matt Tong zagen opkomen, vreesden we het ergste. Gelukkig was stand-in Sarah Jones (New Young Pony Club, Hot Chip) niet enkel knap om naar te kijken maar sprong ze ook enorm vaardig om met de drums. Bovendien speelde de band een soort van best-off setlist met slechts twee nummers van ‘Four’ (“Octopus” en “Truth”). Songs zoals “Positive Tension” en “Hunting For Witches” stoken het vuur aan de lont en lieten het publiek ontploffen. Hoogtepunt was het duo “Song For Clay/Banquet”. Die eerste is een rocktrack die halverwege op geniale wijze explodeert, de tweede een perfect popnummer met een gitaarriff die je dagenlang in je hoofd blijft meeneuriën. “This Modern Love” blijft één van hun prachtigste nummers en zorgde voor torenhoog kippenvel, en tijdens de halve dancetrack “Flux” mochten de voetjes nog eens van de grond. Afsluiter “Helicopter” was ten slotte de gedroomde afsluiter, die nog eens bewees wat voor geniale nummers Bloc Party op zijn repertoire heeft staan. Zeker met de wetenschap in ons achterhoofd dat deze band na de zomer misschien nooit meer op een podium zal staan, waren wij meer dan blij om hier bij te zijn. Jammer, want Bloc Party blijft één van de betere Britse indierockbands die als paddenstoelen uit de grond schoten in de jaren ’00. Maar goed, een album als ‘Four’ bewees misschien wel dat het beter is om te stoppen, vooraleer de band een parodie wordt op zichzelf.

Van de Arctic Monkeys pikten we vervolgens slechts een halfuurtje mee omdat we per se Fuck Buttons wilden bekijken. De band klonk veel strakker dan enkele jaren geleden en bewees dat ze nog steeds groeimarge hebben. Alex Turner staat nu met meer charisma dan ooit op het podium en straalde een lichte arrogantie uit, die perfect past bij de muziek die ze brengen. De jeugdige, onbezonnen Britpopsound is tegenwoordig  ingeruild voor een iets volwassener en smeriger geluid, waardoor de groep live gevarieerd uit de hoek kan komen. Er werden netjes nummers gekozen uit alle vier de albums en een blik op de setlist zorgde ervoor dat we het enorm jammer vonden dit optreden niet helemaal bij te kunnen wonen.

Spijt hadden we echter niet, want Fuck Buttons bezorgde ons een schitterende show. Andrew Hung en Benjamin John Power stapelden laag per laag synthesizermelodieën over elkaar heen. De spacy elektronica klonk psychedelisch en trippy en liet ons een uurtje wegzweven. Het duo nam geruim de tijd om hun nummers op te bouwen, maar toch kenden de songs genoeg wendingen om ons te blijven boeien. Soms klonk het als postrock, maar dan met elektronica in plaats van de gebruikelijke instrumenten. Ook moesten we denken aan shoegaze door de grootse geluidsmuren die werden opgetrokken. De euforische sound zorgde voor een adrenalinekick en wij hebben dan ook zelden met zo’n brede glimlach een optreden bijgewoond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/

Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

The Black Crowes

The Black Crowes - retrorootsrockende nostalgische trip

Geschreven door

Nostalgische hoogdagen binnen de retrorootsrock …Na Neil Young & Crazy Horse en het komende concert van Patti Smith houden andere americanarockers twee keer halt in de AB, The Black Crowes van de van de broers Robinson ,die twee jaar terug tekenden voor een geslaagde return op Blues Peer . Hun diep in de Amerikaanse seventies gewortelde sound overtuigt met soul, blues, gospel invloed en leverde toen drie schitterende platen op , ‘Shake your money maker’ , ‘The southern harmony and musical companion’ en ‘Amorica’; die hen naar alle grote festivals bracht , zelfs tot afsluiter. In hun ruim 20 jarige carrière refereert de band graag naar die periode van de early 90s , en ook vanavond live werd gretig de klok teruggedraaid in dat materiaal.

‘Spelen en uitvoeren’, want de band houdt ervan de nummers uit te spinnen in lekkere vettige, slepende, groovy  jams , en dan kwam je  uit op de sterkte van o.m. een snedige “High head blues” en intens sfeervolle,  broeierige “Wiser time” en “Thorn in my pride”. De gitaristen Rich Robinson en Jackie Green wisselden af in de solopartijen, de ‘70s toetsen en drumpartijen hitsten op en kleurden de sound. En Chris zette blootsvoets en losjes danspasjes in , de ogen gesloten, de handen half gestrekt en de vingers vooruit met een licht heupwieg. Een nauwe band in ‘campfire stijl’ sloot hij vriendelijk en glimlachend met z’n  publiek . Ze waren dus een ‘brave world’ ingeslagen waar het heerlijk genieten was, die liefdevol met een handvol covers nog wat meer elan kreeg o.m. van Traffic “Medicated goo”, waarvan de psychedelica afdroop, of een scherpe “Hard to handle” (Otis Redding ) waaromheen “Hush” (Billy Joe Royal/Deep Purple) werd geweven .
We hadden te maken met fris, meeslepend en gedreven ‘on the road’ songs , die een boost kregen door de herkenbaarheid van directe emotievolle songs “Jealous again” ( opende de set) en “Hotel illness”, aangevuld met het ruwe “Thick’n thin” , de rock’n’soul van “Soul singing” en het dromerige deels semi-akoestische “She talks to angels”, dat schitterend aanzwol .
De ruimte voor de soli en het instrumentarium werd uitermate geapprecieerd, en het onthaal was sterk! Na anderhalf uur was er een korte adempauze en een van onder het stof gehaalde “Oh sweet nothing (Peace anyway)” van de VU , gedragen door de vocals van broer Rich, zette de bis in . Tot slot kon een gevoelig op gospel geleest “Boomer’s story” de set vervolledigen.

Een vijftiental songs in twee uur tijd leverde een uiterst genietbare retrorootsrockende nostalgische trip op van de broers Robinson , die over een hechte, goed op elkaar ingespeelde groep beschikt en houdt van uitgesponnen liveshows vol jams.
The Black Crowes leverden een potje top americanasoulbluesgospel!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/black-crowes-21-06-2013/

Organisatie: Live Nation

 

Werchter Boutique 2013 – Muse in de spotlights – Groots

Werchter Boutique 2013 – Muse in de spotlights – Groots
Werchter Boutique 2013

Vorig jaar stond Metallica in het uitstalraam, de Boutique van Werchter. Dit jaar kwam de spotlight op Muse, die samen met o.m. Coldplay de band zijn van de laatste vijftien jaar . Vorig jaar schitterden ze nog in het Sportpaleis , en ze slaagden er nu (moeiteloos) in 1 avond Werchter met 36000 mensen in te palmen .

Ook al mag de avond in het teken staan van Muse , twee  Belgische talenten Sx en Balthazar kregen de kans het publiek in tropische omstandigheid op te warmen vóór de grootse show van Muse .

Door de verkeersellende en het fileleed is het Kortrijkse Sx aan onze neus voorbijgegaan . Eerder zagen we het trio al in het clubcircuit en sinds vorig jaar ervaren zij een muzikale ‘boost’ met singels als “Black video” , “Gold” en “Graffiti” . We konden maar afgaan op de reacties van de mensen rondom ons, die hen als ‘leuk en goed ‘ ervaarde en hen ‘beleefd’ onthaalde .

Idem dito voor die andere Kortrijkzanen die op vraag van de heren van Muse als support fungeerden . Balthazar mag dan al een klasseplaat uithebben ‘ Applause’ , op een immens groot podium voor een grote mensenzee die voor Muse komt , is er nog niet die ‘klik’ om iedereen te doen rechtveren . Geen nood , het publiek genoot van hun broeierige sound van vernuftig in elkaar gestoken materiaal .
We houden van hun heerlijke melodielijnen, de toevoeging van synths en viool, en ze zijn niet vies van een grillig randje op z’n dEUS . Balthazar  draait rond de zangers/gitaristen/componisten Jinte Deprez en Maarten Devoldere, met drie sterke groepsleden achter zich, die elk hun rol hebben en hun verantwoordelijkheid opnemen. De nummers boeiden door de huppelende, hakkende, stekelige en sfeervol slepende ritmes. “The oldest of sisters”, “The man who owns his place”, “Sinking ship” en oudje “Blood like wine , vaste afsluiter tijdens hun sets, bezorgden ons weliswaar bij dit zwoele weer kippenvel! Hecht songmateriaal van een hecht klinkende band.
Als iedereen komt voor Muse is een visitekaartje als support graag meegenomen . De respons zal alvast bij RW veel sterker zijn en ze kunnen nog een derde keer op het andere TW Classic een ‘klassiek(er)’ publiek overtuigen . Deze band beleeft alvast ‘the time of their life’!

En dan kwamen we uit op Muse tijdens deze Werchter Boutique en in 1 woord was hun sound&show Groots …
Vorig jaar in december waren wij al stevig onder de indruk in het Sportpaleis, maar dit hier was nog indrukwekkender, nog grootser, nog imposanter. Muse is altijd een band geweest die de grenzen van het bombast opzoekt en heel vaak ook overschrijdt, maar om de één of andere reden kunnen we dat van hen verdragen. Waarom ? Omdat het Muse is.

Ook nu weer was het er ver over, maar zoals steeds kwamen ze er mee weg. Hun geheim : ondanks alle bombast en verbluffende showelementen blijft de band splijtende rockmuziek produceren. Het overweldigende visuele spektakel staat, hoe imposant ook, steeds in dienst van een portie potige rockmuziek die dan al over the top mag zijn, het blijft steeds vonken geven (en dit ook meermaals letterlijk vanavond).
Voor de gelukkigen die er in Het Sportpaleis ook al bijwaren was dit trouwens geen herhaling. Ook al was de setlist vrij gelijklopend (wel een stuk langer), de opzet, show en vooral het indrukwekkende podium waren van een gans ander en nog groter kaliber. We konden de verbluffende visuele hoogstandjes haast niet meer bijhouden, originele videoprojecties (zelfs met Elio Di Rupo in een glansrolletje), een spectaculaire lichtshow, knallende steekvlammen en een gigantische gloeilamp met een trapezedanseres in. Hadden we met zijn allen elk vier ogen gehad vanavond, dan was dat geen overbodige luxe.
Maar we zullen het even over de muziek hebben. Met drie kanonkogels van songs, “Bliss”, “New Born” en “Plug in Baby” liet Muse hun beste plaat ‘Origin Of Symmetry’ (2001) schitteren. Ook de prachtige cover “Feeling Good” daaruit, een song die ook al onsterfelijk gemaakt werd door Nina Simone, was een parel.
Maar moeten we hier eigenlijk nog hoogtepunten opnoemen als eigenlijk het ganse concert één lang hoogtepunt was ? Allez vooruit, nog enkele dan : “Survival”, bombastischer dan dit kan een song niet zijn, maar wel uitermate fantastisch. “Knights Of Cydonia”, met die goddelijke Morricone intro, gewoon kippenvel. Of “Time is running out”, ronduit geweldig. En niet te vergeten, “Unintended” waarbij tijdelijk alle visuals volledig op non actief werden gezet en er een bloedmooie naakte song overbleef, daar bewees Muse dat ze het ook zonder die oogverblindende mega verpakking kunnen.
Zelfs de songs die wij op plaat maar wat slapjes vinden zoals “Madness” en “Follow Me” (in Vlaanderen vooral gekend omwille van de rusthuisversie) waren van een metershoog niveau.
Twee en een half uur hield Muse ons in extase met hun mega voorstelling, géén minuut te veel.

Muse is de grootse stadionact die er op dit moment te bewonderen valt op deze aardkloot. U2 en The Stones zullen een serieus tandje moeten bijsteken willen ze met nog iets groter voor de dag komen. Aan het werk, zouden wij zeggen.

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

The A-Bones

The A-Bones - De ultieme rock-'n-rollparty

Geschreven door

Er was een behoorlijk grote aanhang met ze meegereisd, die zich waarschijnlijk te pletter amuseerde, maar op mij liet opener Bunny Bartender uit Moorsele geen te overweldigende indruk na. Het begon nochtans niet onaardig met een pittige instrumental waarin wat surfinvloeden doorschemerden. Wat volgde was erg Brits klinkende rock, die tijdens de betere momenten wat aan Gallon Drunk deed denken, met een zanger die zijn teksten meer declameerde dan zong. Een beetje zoals Mark E. Smith maar dan zonder diens typische nijdigheid. Na een tijdje bleek die zang voor veel te weinig variatie te kunnen zorgen en bleef de band wat ter plaatse trappelen. Jammer want de gitaar van Wim Wallays mocht best gehoord worden.

The A-Bones is de groep rond het echtpaar Billy Miller en Miriam Linna, tevens bezielers van het label Norton Records dat zich vooral bezighoudt met rauwe fifties en sixties rock-'n-roll reissues. Billy zag Miriam voor het eerst toen ze drumde bij The Cramps in 1976 maar een eerste daadwerkelijke ontmoeting vond een jaar later plaats tijdens een platenbeurs waar Billy zijn toekomstige een exemplaar van ‘You must be a witch’ van The Lollipop Shoppe (met Fred Cole van Dead Moon) uit 1968 aansmeerde. Het klikte meteen en na het eerst met de rockabillyband The Zantees geprobeerd te hebben richtten ze uiteindelijk in 1983 The A-Bones op, genoemd naar een nummer van The Trashmen. Na zo'n tien jaar lijkt de groep te zijn uitgespeeld tot in 2009 een nieuwe plaat (‘Not Now!’) verschijnt. Sindsdien treden ze weer regelmatig op en een gunstige wind bracht ze op 18 juni voor een eenmalig Belgisch concert naar de 4AD.

Toen ze het podium betraden bleken ze geen saxofonist (geen onbelangrijk element op hun platen) bij te hebben maar drie jaar geleden, toen ik ze in Utrecht zag, was dat ook al zo en toen deed dat absoluut geen afbreuk aan hun muziek. Iets meer verontrustend was de afwezigheid van gitarist Bruce Bennett. Die kon de tour niet volledig meereizen en voor het resterende deel had Billy Miller wat rondgebeld op zoek naar een vervanger. Eerste keuze was Mick Collins (dat zou wat geweest zijn!) maar die had een optreden met The Gories. Tweede keuze was King Khan die ook verhinderd was maar die stuurde Miller wel door naar ene Dale MacDonald en dat bleek achteraf een perfecte keuze (dank u King!). Dale MacDonald, die tegenwoordig blijkbaar in Berlijn woont, zou je kunnen kennen van obscure bands uit Montreal als The Cockroaches, Chocolat of Hell Shovel maar zal toch vooral dankzij The Demon's Claws bij sommigen een belletje doen rinkelen.
The A-Bones zaten meteen op kruissnelheid met het schitterende "Bird doggin' ", mijn favoriete Gene Vincent-song. Toen al kon mijn avond niet meer stuk! Het was de start van en set vol enorm aanstekelijke rock-'n-rollsongs, meestal covers van obscure nummers uit de jaren '50 en '60 terwijl ook hun eigen songs klinken alsof ze in die periode het levenslicht zagen. Vol vuur en overgave gezongen door Billy Miller die in de loop der jaren een flink tonnetje heeft gekweekt maar daarom niet minder enthousiast over het podium struinde. Ruggengraat van de band was de onverstoorbare bassist Marcus ‘The Carcass’ Natele en de wild meppende Miriam Linna die tevens voor de hitsige en/of kirrende achtergrondgeluidjes zorgde. Een groot zangtalent kun je haar bezwaarlijk noemen maar de paar nummers die zij mocht zingen (of mekkeren) vielen niet eens uit de toon. Maar de verrassing van de avond was een briljante Dale MacDonald. De dag voordien The A-Bones voor het eerst ontmoet, de dag zelf wat gerepeteerd met ze in de bunkers van de 4AD en 's avonds dan het eerste optreden met The A-Bones! Maar die wat onmogelijk lijkende proef doorstond hij glansrijk. Bescheiden en verlegen, maar dat was hij ook bij The Demon's Claws, en slechts af en toe spaarzaam glimlachend naar Miriam Linna. Absoluut geen Bruce Bennett die veel smeriger uithaalt, het grote gebaar niet schuwt en zo eigenlijk eerder zijn tegenpool lijkt. En toch miste ik Bennett geen seconde want de vintage rock-'n-roll klinkende gitaar van Dale paste evenzeer in het plaatje van The A-Bones. Ik vermoed zelfs dat de spanning om met een nieuwe gitarist te spelen ook de rest van de groep extra impulsen gaf. Het zorgde alleszins voor dampende rock-'n-roll, niets spectaculairs maar songs als "World's greatest sinner" (Frank Zappa), "Betty Lou got a new tattoo" of het onvermijdelijke "Wooly bully" bleken onweerstaanbaar.
"Niets meer dan een party" zou je heel oneerbiedig kunnen roepen. Een party, zeker dat, maar dan één van het soort die je nergens nog vindt terwijl The A-Bones ervoor zorgen dat die oude vergeten rock-'n-rollsongs (of de rock-'n-roll tout court) een nieuw leven krijgen. Niet onbelangrijk in deze tijden waarin recyclage steeds meer een noodzaak wordt.

Het is nog wat vroeg om, zoals ik iemand hoorde opperen, van het optreden van het jaar te spreken maar dat ze dicht zullen eindigen staat nu al vast.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-a-bones-18-06-2013/

Organisatie: 4AD, Diksmuide

 

Meet The Storm

To What End...

Geschreven door

Eerder dit jaar maakten we kennis met de Nederlandse band John Coffey, een indrukwekkend vijftal dat er op een zodanige manier in slaagt hun hardcoresound af te wisselen met diverse ander invloeden dat men het platgetreden genre meer dan ontstijgt. Enkele maanden later ontmoeten we met Meet The Storm (ook een Nederlandse formatie nota bene) opnieuw zo een band! De basis van de muziek van dit vijftal is overduidelijk moderne hardcore maar Meet The Storm mixt dat op een uiterst vernuftige manier met rock, rock-n-roll, hardcore, metal en zelfs wat country.  Het resultaat is een energieke, catchy en zeer genietbare plaat die boeit van begin tot eind. 
De tien songs wisselen stevige, compromisloze  stukken  af met melodieuze gedeeltes.  De nummers staan  als  een huis en  dat komt in de eerste plaats door de vocalen van frontman Matthias.  De man varieert  screams af met meezingbare, cleane zanglijnen.  Daarnaast zijn  er de machtige gitaarpartijen die ons regelmatig doen denken  aan het legendarische album ‘Grey Britain’ van Gallows. Ook een topband als  Rise And Fall was niet ver weg bij bijvoorbeeld  de geschifte openingsriff van  “Dead Eyes Don’t Speak”, een song die vervolgens gecombineerd wordt met  een emotioneel, meezingbaar refrein waardoor dit absoluut onze favoriete track is.  Neem van ons aan dat Meet The Storm wel eens the next big thing kan zijn in het genre van de stevige, alternatieve muziek!

Wolf In Loveland

Wolf In Loveland

Geschreven door

Ons land heeft een patent op liedjesmakers die het met hun ingetogen en fragiele mix van pop, rock en folk dikwijls tot ver buiten de landsgrenzen schoppen, denk maar aan Milow of The Bonny King Of Nowhere. 
Ook in Nederland loopt er zo een jongeman die de potentie heeft om het wel es ver te schoppen.  Jan Minnaard is de naam van deze 20-jarige singer-songwriter.  Reeds in 2008 kwam zijn talent naar boven toen hij met zijn allereerste optreden meteen werd uitgeroepen tot Zeeuwse belofte.  Hij trok nadien naar Rotterdam en verzamelde een aantal muzikanten rond zich en stichtte de band Wolf in Loveland.  
Het collectief bracht al twee collecties uit van thuis gecomponeerde liedjes en nu zijn ze met dit titelloos album toe aan hun officiële debuut.
Het plaatje telt vooral ‘oudere’ songs die in een nieuw jasje werden gestopt.  Het zijn stuk voor stuk ontwapenende tracks waarbij de breekbare, herkenbare stem van frontman Minaard opvalt. 
De elf nummers vallen verder op door de heldere, aangename harmoniën en het diverse instrumentarium (banjo, gitaar, synths, contrabas, drums...).  Wij genoten vooral van de gevarieerde en gevoelige opener “Nothing At All”,  en het tweeluik “Tattoos” en “Tattoos#2”.  Ook zeer opvallend was “On The Road”, een nummer dat twijtelt tussen ingetogenheid en uitbundigheid.  Ook “Truth Be Told” bleek zo een luisterliedje dat je zonder problemen diverse keren met plezier na mekaar beluistert.
Een zeer aangenaam debuut dus van een naam waar we ongetwijfeld meer van horen.  Surf snel naar www.wolfinloveland.nl  .

Black Sabbath

13

Geschreven door

Het mag een heus wonder heten dat de heren van Black Sabbath nog zo een vitale plaat weten op de wereld te zetten. Toni Iommi is nog steeds herstellende van kanker en Ozzy zou hervallen zijn in zijn alcoholverslaving, en de man was al een wrak. Maar goed, van de teksten moest hij zich niets aantrekken, want die werden als vanouds geleverd door bassist Geezer Butler, en het muzikale brein achter de groep is nog steeds Tony Iommi die met zijn splijtende en logge riffs het legendarische geluid van Sabbath hier met verve in ere houdt. Enkel originele drummer Bill Ward bedankte voor dit reünie feestje. Hij werd vervangen door Rage Against The Machine’s Brad Wilk, een man die ook wel een aardig potje weet door te meppen.
Het grote geheim achter deze ferme plaat is nog maar eens Rick Rubin, de producer die steevast nieuw leven uit oude fossielen weet te halen. Hij is er immers in geslaagd om Sabbath te doen klinken als in hun beste dagen (lees de eerste zes platen anno 1970-75) en dat is iets wat we nooit hadden durven hopen.
‘13’ is verrassend heavy, nergens banaal, en geeft de meeste volgelingen in het genre het nakijken. De potige metal die Sabbath ons hier voorschotelt in monstersongs van om en bij de 8 minuten, klinkt bijzonder fris en stevig. De ouwe rockers creëren verrassend genoeg een robuuste sound die nergens hun gezegende leeftijd verraadt (zelfs die van Ozzy niet), alle songs (8 stuks, of 12 voor de houders van de deluxe edition zoals dat dan heet) zijn beresterk, er is hier van overbodige vulling geen sprake en dat is op zijn minst erg bewonderenswaardig. Ook het enige rustpuntje “Zeitgeist”, het broertje van “Planet Caravan” zeg maar, staat hier mooi te pronken tussen al dat bronstige geweld.
Heel sterke come back. Hoe ze dit live voor mekaar gaan krijgen is andere koek. Eén ding is zeker, er zullen ettelijke zuurstofpullen aan te pas komen.

Pagina 635 van 966