Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel
Het zonnetje scheen zondag vrijgevig boven Brussel en er stond al een flinke wachtrij ongeduldige muziekliefhebbers bij de ingang van het festivalterrein toen wij een beetje voor het openen van de deuren aankwamen. Joelende opgewonden studenten, gepensioneerden, compleet met sandalen en rugzak en gezinnen met jonge kinderen; er waren mensen van alle slag en dat is precies waar de organisatoren met hun jonger en familievriendelijker imago op mikten dit jaar. Dat Couleur Café, dit jaar al weer aan haar 24e editie toe, zich ook wil profileren als een groen en duurzaam festival werd meteen duidelijk bij het betreden van het terrein. Talloze 'Eco Zones', eilandjes van recyclagekliko's, waren verdeeld over het domein en ook de standjes van diverse welzijns- en milieuorganisaties waren present.
Een beetje na vieren mocht de Luikse folkrockband Yew de dag openen op het kleine podium van de Move. Met hun mengeling van elektrische en akoestische gitaren en een viool die de kleur en de sfeer van de muziek bepaalt, smaakten we soms een Waals vleugje Absynthe Minded, maar vaker klonk alles wat chaotisch en waanden we ons op een op hol geslagen gypsy-trouwfeest. Opvallendste figuur op het podium was ongetwijfeld Mathieu Lacrosse, die verkleed als 17e eeuwse boekanier met een enorme krulsnor de mandoline en de bouzouki bespeelde. Ondanks het feit dat er nog niet veel volk was, zorgde Yew wel voor de nodig folk die ze rockend over het publiek rolden. Tijdens de rustige nummers konden we dan weer ontspannen meedrijven op de golvende vioollijnen en deze afwisseling zorgde ervoor dat Yew een aangename opwarmer was voor de dag die nog moest komen.
Eerste gast in de enorme Univers-tent is het Amerikaans-Israëlische Balkan Beat Box. Deze band ging eerst rond de Middelandse Zee deuntjes plukken en brouwde daarmee hun eigen ethische mix, maar aarzelde niet om daar later ook nog Arabische en Mexicaanse aroma's aan toe te voegen. Tomer Yosef en kompanen trokken meteen hun doos met beats open en zorgden in de volle Univers voor een instant jump party. Hopa! Hopa! De opzwepende beats, de hyperkinetische zanger en vooral de twee vette saxofoons die naast hun schetterende klanken ook heel veel party de tent in bliezen, zorgden er voor dat niemand stil kon blijven staan. Helaas werd deze fanfare-rap, hoe aanstekelijk ze in het begin ook was, na een tijdje toch wat teveel van hetzelfde. De marsroffels op de snaredrums waren niet altijd even dansbaar en bij de tiende 'Jump, Jump' is de zin om dat ook werkelijk te doen al een stuk minder. Balkan Beat Box nam ons nog even mee op reis naar Mexico City, wat zeker nog voor een muzikaal opstekertje zorgde, maar wij hielden het toch maar voor bekeken en zo te zien velen met ons.
We zakten opnieuw af naar de Move om daar het ander beginnend Belgisch talent te bewonderen. Voor de Vlaamse band Delvis is Couleur Café, net zoals voor Yew, hun eerste grote festival. De rijke sound van deze Landenaren bevat soul, funk, maar ook jazz en reggae. Wanneer je zanger Niels Delvaux ziet staan, verwacht je je absoluut niet aan de geweldige stem die even later je oren streelt. Deze bebaarde Limburger bezit ongetwijfeld een natuurlijke blaxploitation-flair en doet ons denken aan legendes als Curtis Mayfield, Stevie Wonder en Jamie Lidell, al vertelt Niels ons achteraf dat hij vooral fan is van Aretha Franklin, ook niet mis natuurlijk! Deze straffe zanger heeft tevens een hele vlotte feeling met het publiek en als een ervaren podiumbeest dirigeert hij keurig de rest van de band, die onder andere bestaat uit een draaitafel, synth en een drummer die ook backing vocals verzorgt. Wij konden uitermate genieten van deze relaxte 'sunshine music' en Delvis was voor ons zeker de ontdekking van de dag. Een naam om in de gaten te houden!
Terwijl Raggasonic op het podium van de Titan met hun laatste nummers nog de honger van de reggaefans stilde, schoven wij aan in de broeierig warme Univers voor het optreden van hip-hoplegende Mos Def, die zich liet vergezellen door de Robert Glasper Band. Een ongeduldige zaal begon al snel om Mos Def te roepen – er waren duidelijk veel fans in het publiek – maar moest het eerst met de Robert Glasper Band stellen die openden met een soort slordige jam en een al evenmin geslaagde cover van 'Get Lucky' van Daft Punk. Een experiment of een manier om wat tijd te rekken tot Mos er was? Het was ons niet helemaal duidelijk. De bezetting met Glasper op Rhodes en piano en Casey Benjamin op saxofoon, vocoder en keytar (jawel, ze bestaan nog) leek ons anders wel interessant.
Toen Mos Def uiteindelijk op het podium verscheen, gekleed in een witte djellaba, stoffen pet op het hoofd en met een knalrode old-school mic in de hand, herinnerde hij er ons meteen aan dat hij vanaf nu als Yasiin Bey optreed. What's the point? Vraag het eens aan Mos, euh... Yasiin zelf. Helaas bleef ook met Yasiin erbij het experimentele, kakofonisch jazzy karakter van de muziek behouden, nu wel aangevuld met vaak onverstaanbare en repetitieve rap. Waar wij bij een groep als Us3, de mix van jazz en hip-hop heel erg kunnen smaken, konden we dat hier een stuk minder. Toen Benjamin er op het veel te lang doordravende “What it is” van “Auditorium” ook nog een dwarsfluit bij haalde, waren Mos en zijn maatjes duidelijk mijlen verwijderd van dat waar de meerderheid van het publiek hier voor stond.
Toen na meer dan een half uur uiteindelijk de eerste vette hip-hopbeats door de boxen klonken, voelde je het publiek heropleven, maar helaas verdwenen ze haast even snel als ze gekomen waren en wij verlieten licht geërgerd de tent om nog wat muziek van Rebelution mee te pikken. Hier vonden we gelukkig wat 'Peace of Mind', niet toevallig de titel van Rebelution hun laatste album. Deze vijfkoppige band uit Californië had ook wat minder voor de hand liggende instrumenten bij, maar zij slaagden er wel in om hiermee een aangename blend van reggae, rock en funk te brengen.
Omdat onze maag ondertussen begon te knorren gingen we even rondneuzen in het Palais du bien manger waar voedselstandjes uit verschillende landen onder het goedkeurend oog van een grote gouden Boeddha gerechten van de wereldkeuken verkopen. Bij lekker eten hoort uiteraard goeie achtergrondmuziek en wat kan een mens dan meer wensen dan Calexico. Aangetrokken door de schelle mariachigeluiden begaven we ons richting de Titan, het podium die als een enorme stereoinstallatie was ingekleed. Met hun propere hemdjes en gladgekamde haren zien ze er wat uit als een stel brave huisvaders die het podium opgeduwd zijn, maar muziek maken kunnen ze zeker. Hun mix van Tex-Mex, country, Americana en nog zoveel meer roept in de verbeelding onvermijdelijk beelden uit cowboyfilms op en bood de mogelijkheid om tussen de andere optredens door even wat op adem te komen. Al ontbraken de up-beat nummers zeker niet en met hun trompetten en vlammende gitaren kreeg Calexico het gelukkige publiek op nummers als “Crystal Frontier”, een van de hoogtepunten van het optreden, zeker aan het dansen.
Voor een heuse familiereünie moest je vervolgens in de Univers zijn. Na vijf jaar afwezigheid en diverse soloprojecten is de familie Morgan, beter bekend onder de naam Morgan Heritage terug met een nieuw album 'Here Come The Kings' en een kick-ass optreden op Couleur Café. Deze legendes brengen reggae zoals het hoort en de reggaevlaggen in het publiek konden dan ook met terechte trots wapperen, want zoals hun grote hit “Don't Haffi Dread” zegt, Rasta ben je niet in je dreads, maar in je hart. Met de armen gespreid over het publiek zong zanger Peter Morgan als een ware reggae-Jesus met Rasta, roots in Africa, Jahwe en reggae from the roots het ene cliché na het andere en maar goed ook! Zelf noemen ze hun muziek Rockaz, roots reggae met een rockkantje, maar dat zal de reggaefans in het publiek worst wezen. Zij wiegden vrolijk mee en genoten met volle teugen, getuige de rookwolkjes hier en daar.
Doordat vaste waarde op Couleur Café, Patrice, zijn vlucht had gemist werd er wat met het programma geschoven, waardoor we ook Salif Keita niet zagen optreden. Geen probleem, want dan konden we al gaan aanschuiven voor het optreden waar de meerderheid van de festivalgangers duidelijk al een hele dag op had zitten wachten. Presentatrice Annabel Van Nieuwenhuyse verkondigde aan het begin van de middag al dat er waarschijnlijk niemand was die kon voorspellen waar we ons bij deze band aan mochten verwachten, maar dat het onvergetelijk zou worden, dat wist ze zeker. Annabel had het natuurlijk over de Zuid-Afrikaanse sensatie Die Antwoord. In 2009 werd deze band, bestaande uit Ninja, ¥o-Landi Vi$$er en DJ Hi-Tek, een virale sensatie met de videoclip van het nummer 'Enter The Ninja' en na twee memorabele optredens op Pukkelpop in 2010 en Werchter in 2012 waren de verwachtingen voor Couleur Café dan ook hooggespannen. Niet verwonderlijk dus dat de Univers al van een half uur op voorhand strop zat en dat een kwartier voor de geplande aanvang van het optreden de eerste slow-claps al werden ingezet. Iedere beweging op het nog donkere podium stuurde een golf van gejuich en opwinding door de tent en toen de beeldschermen uiteindelijk opflikkerden en het gezicht van Leon Botha, de kunstenaar en progeriapatient die overleed in 2010 en voorkwam in de clips van Die Antwoord, grijnzend verscheen, barste er bij het publiek een bubbel van oorverdovend lawaai.
Kan dat nog luider? Jawel, want dan verschenen ook de drie protagonisten van het spektakel ten tonele, gehuld in fluo-oranje pakken. Met “Wat Kyk jy?” en “Fok Julie Naaiers” werd de toon voor het hele optreden gezet: een dikke vette muzikale fuck you naar alles en iedereen en teksten als een klap in je gezicht. Die Antwoord opende met wat nummer van hun eerste album '$o$' en frontman Ninja aarzelde niet lang om zijn eerste achterwaartse spong in de deinende massa te wagen. De grote schermen werden gevuld met fascinerende beelden van krioelende maden, beelden uit de videoclips en enkele 'freaks' waar deze band zo voor op komt. Het gaf perfect weer waar de Die Antwoord voor staat. Het is muziek uit een smerig achtersteegje die niet terugdeinst om de imperfectie, vuilheid en banaliteit van de wereld te tonen.
'Fuck the system, we have our own system, we make our own rules!' Daarmee krijg je natuurlijk elke zaal op hol, maar met zangeres Yo-Landi in een strakke gouden legging moet het ook lukken. Stevig met haar billen schuddend op “Rich Bitch” dreef ze de uitzinnige massa richting climax die er na enkele nieuwe nummers kwam met “I Fink U Freeky”. De tent stond stomend heet en toen Die Antwoord hun vunzige muzikale orgie afsloten met “Enter The Ninja” verdween elke werkelijkheid onder een deken van hoge piepstemmetjes die luidkeels meezongen. Toegeven, het is zo fout als het groot is, maar het was een uitzinnig goed optreden waarvan mensen later nog zullen kunnen zeggen, ik was er bij!
Kletsnat van het zweet begaven we ons richting Titan voor het afsluitend optreden van Cee Lo Green terwijl overal rond ons nog koortjes “Ay, ay, I am your butterfly” weerklonken. Aan de hand van een videoclip introduceerde hij zichzelf als 'The Lady Killer'. Cee Lo kwam op vergezeld van vier danseressen en twee stevige backing zangeressen, wat goed was ook, want zelf was hij bijna niet te horen. Muzikaal kende het optreden z'n goede en z'n minder goede momenten, met eigen nummers, maar ook enkele covers zoals David Bowies “Let’s Dance” en “Don’t Cha” van The Pussycat Dolls. Cee Lo is amper een duim groot, spreekt met zijn typisch hoog snaterend stemmetje en is daardoor al een licht komisch zicht, maar het werd er niet beter op toen hij duidelijk worstelde om goeie bindteksten te vinden. Hij zocht dan maar de toevlucht in megalomane zelfpromotie, tot schaamtevervangend jolijt van het publiek. Oneliners als “I am the people”, “you must realize I came all the way from America” en “we are here to celebrate the fine arts” willen we u niet onthouden. Zoals de dames naast mij tussen hun slappe lach door kraaiden “I feel like I'm at Comedy Central”. De hitjes “Smiley Faces”, “Crazy” en “Fuck You” zorgden wel voor enkele goeie momenten, maar in doorsnee was dit toch veel show en poch zonder muzikale ruggengraat.
Hadden we dit geweten waren we naar Wax Tailor gaan kijken die afsloot in de Univers en die, zo hoorden we achteraf, één van de beste optredens van het hele weekend afleverde. Wax Tailor speelde voor een dolenthousiast publiek dat na afloop van het optreden oorverdovend bleef brullen om meer muziek en resoluut weigerde de tent te verlaten, zodat de onfortuinlijke presentator na tien minuten smeken uiteindelijk zelf uit pure armoede zelf kinderliedjes begon te zingen. We hadden duidelijk de verkeerde afsluiter gekozen, maar genoten voor de rest met volle teugen van deze laatste dag Couleur Café, waar enkele kleine namen schitterden en enkele groten een mindere dag hadden.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/
Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel