logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_06
The Wolf Banes ...

The Beach Boys

The Beach Boys – een avond vol fun, fun, fun

Geschreven door

Het was meer dan 40 jaar geleden dat The Beach Boys voor het laatst in een Belgische zaal te zien waren. Na hun uiterst succesvolle doortocht op de Lokerse Feesten vorig jaar, gaven The Boys present in het Kursaal van Oostende, een van de mooiste concertzalen van het land en heel toepasselijk aan het zeetje.

Het Kursaal zat echter niet vol. Mede dankzij de intieme setting en de tamelijk hoge ticketprijs, was dit concert er eentje voor de échte fans. De afwezigen en de twijfelaars hadden echter ongelijk, want The Beach Boys leverden een indrukwekkende set af en het Kursaal ging bij momenten helemaal uit zijn dak.
In 2012 hielden The Beach Boys hun ‘50th anniversary tour’. Van de bezetting op die reünieconcerten waren deze keer Mike Love en Bruce Johnston present. Al Jardine, Brian Wilson en David Marks waren er niet bij.
Opmerkelijk hoe de heren vocaal nog bij de les zijn. Hoewel de stem van Mike Love er nog steeds mag wezen, liet hij de moeilijkere zangpartijen hoofdzakelijk over aan de andere bandleden, wat zorgde voor een aangename dynamiek. Drummer John Cowsill bleek verrassend goed bij stem en het was opmerkelijk hoe hoog de basgitarist Randell Kirsch zong.
De set was een komen en gaan van hits, hits en nog meer hits. Openers “Do It Again”, “Little Honda” en “Catch a Wave” waren mooie opwarmers. Op “Hawaii” illustreerde Randell Kirsch voor het eerst hoe hoog hij geraakte. “Surf City” was best aardig, maar op “Surfin’ Safari” sprongen de eerste dames in de zaal recht.
Aan diezelfde dames droegen ze“Surfer Girl” op. Samen met “Wendy” en “Getcha Back” vormde dit trio een aardige brok nostalgie voor de gebroken harten van de aanwezige heren in hawaiihemden. Luchtiger werd het toen de drummer John Cowsill, die zich tot dan als Animal uit The Muppet Show had gedragen, “Darlin” zong met verbazend veel kracht en panache.
De nummers bleven mekaar snel opvolgen en na “Little Douce Coupe” en “409” beiden ‘lovesongs about cars’, was het tijd voor de monsterhit “I Get Around”. Plots veerde heel het Kursaal recht en werd er gedanst dat het een lieve lust was.
The Beach Boys leken er zelf van te schrikken en haalden de vaart wat uit de set. Zo kregen we het ietwat kleffe “Disney Girls” voorgeschoteld door Bruce Johnston (the guy won a Grammy!). Verder waren er opvallend veel verwijzingen naar de uiterst genietbare liveplaat van ‘The 50th Anniversary Tour’.  Een eervolle vermelding is er ook voor “Their Hearts Were Full Of Spring”. The Boys zongen dat laatste nummer a capella en toonden het publiek hiermee dat ze het nog steeds kunnen.

De krop van de set zat evenwel in het tweede deel. Toen “God Only Knows” opgedragen werd aan Paul Wilson en zo hun beste nummer weerklonk, werden heel wat mensen weemoedig. Meteen daarna speelden The Beach Boys heel verrassend en met ontzettend veel overtuiging “California Dreamin’” van The Mamas & The Papas. Het Kursaal stond andermaal recht en deze keer voorgoed.
Want we kregen enkel nog hits, hits en hits. Het publiek zette zelfs de polonaise in bij “California Girls” en al wie toen bij het podium stond ging daar niet meer weg. Love grapte “Wish they could be Belgian girls” en hield het strakke tempo van de set aan. Een vinnig “Good Vibrations”, een enthousiast meegezongen “Kokomo”, het aanstekelijke “Barbara Ann”, en de eerste afsluiter “Fun, Fun, Fun”, het publiek smulde en kreeg er geen genoeg van.

De bis begon met “Summertime Blues” met een solo op gitaar van Scott Trotten, de leadgitaar en de musical director, die niets miste qua snedigheid maar wel een overdosis aan show had. Toen uiteindelijk “Surfin’ U.S.A.” ingezet werd, besefte het publiek dat die hit wel eens de laatste zou kunnen zijn en dat bleek te kloppen. Love en Johnston bleven nog even hangen op het podium om handjes te schudden en handtekeningen uit te delen, maar de lichten waren aan, er speelde wat muzak en het was tijd om naar huis te gaan.

The Beach Boys leverden in Het Kursaal een concert af waar niemand iets op kon tegen hebben. Er waren hits, er was inzet en er was een publiek dat er wel pap van lustte. Toch speelden The Boys bij momenten iets te veel op routine en leken de mopjes en de bindteksten te vaak ingestudeerd. De glorie van weleer was er een beetje af, al leek niemand daar achteraf om te malen. Een avond vol fun, fun en fun.

Setlist
1.      Do it again
2.      Little Honda
3.      Catch a Wave
4.      Hawaii
5.      Surf City (Jan & Dean cover)
6.      Surfin’ Safari
7.      Surfer Girl
8.      Wendy
9.      Getcha Back
10.  Darlin’
11.  Why Do Fools Fall In Love (Frankie Lymon & The Teenagers cover)
12.  When I Grow Up (to be a man)
13.  In My Room
14.  Don’t Worry Baby
15.  Little Deuce Coupe
16.  409
17.  Shut Down
18.  I Get Around
19.  Ballad of Ole’ Betsy
20.  Disney Girls
21.  I Can Hear Music
22.  Isn’t It Time
23.  Cotton Fields
24.  Bluebirds Over The Mountain
25.  Their Hearts Were Full of Spring (The Four Freshmen cover)
26.  God Only Knows
27.  California Dreamin’ (The Mamas & The Papas cover)
28.  Sloop John B
29.  Wouldn’t It Be Nice
30.  Dance, Dance, Dance
31.  California Girls
32.  Good Vibrations
33.  Kokomo
34.  Help Me, Rhonda
35.  Do You Wanna Dance? (Bobby Freeman cover)
36.  Barbara Ann (The Regents cover)
37.  Wild Honey
38.  Fun, Fun, Fun.
Bis:
39.  Summertime Blues
40.  Goin’ To The Beach
41.  Surfin’ U.S.A.

Organisatie: Icanhearmusic events

Terror

Terror – op scherpst van de snede

Geschreven door

Bij aankomst aan de Factor stond er redelijk wat volk buiten te wachten tot de mannen van Alpha & Omega van start gingen, voordien hadden Headshot en xVisciousx reeds hun setje aan de man gebracht.
Na het passeren van de merchandise-stands (die toch redelijk uitgebreid waren in vergelijking met sommige andere zaalconcerten) bleek dat de 'Factor' niet helemaal volgelopen was om deze mannen uit Los Angeles aan het werk te zien. Persoonlijk had ik ook nog niet direct van deze band gehoord, maar afgaand op hun voorstelling kan ik wel concluderen dat er redelijk wat pit te ontdekken valt bij hen. Helaas kregen ze de zaal moeilijk in extase om de nodige moshpits te verkrijgen en stonden de meeste toeschouwers op een bedenkelijke afstand. Weinigen waagden zich voor het podium, want de bekende danspasjes waarbij de vuisten, ellebogen en voeten willekeurig een doel uitzochten is niet voor iedereen weggelegd. Zeker niet als de hoofdact genaamd Terror nog aan de bak moet, en het niet zo leuk moet zijn mocht je al direct een gebroken neus oplopen voordat je hen aan het werk hebt gezien ;-)

Terror, waarvan onlangs een nieuw album verscheen (‘Live by the Code’), stond paraat om hun boodschap aan het publiek over te brengen. Maar net zoals bij de voorgaande band, moest zanger Scott Vogel ook alles uit de kast halen om de nodige energie uit de toeschouwers te halen. De voorste rijen kwamen stapvoets dichterbij het podium geschoven, maar toch ontbrak het benodigde enthousiasme om er een vette show van te maken tussen band en fans.
Muzikaal gezien sloeg Terror in als een woeste kudde stieren en met nummers als opener "One With the Underdogs", "Stick Tight" & "You're Caught" (waarbij de razendsnelle gitaarpartijen je om de oren sloegen) en "Return to Strength" hebben ze toch enkele pareltjes om de boel te doen ontploffen. Uiteraard mogen nummers als "Always the Hard Way", "Spit My Rage" en "Out of my Face" niet ontbreken aangezien deze nummers het hardcore gevoel beschrijven! In hun set werden ook 2 nummers van hun recentste plaat aan de man gebracht getiteld "The Most High" en "Live by the Code" zelf. Afsluiten deden we met de meezinger "Keepers of the Faith" waarbij nogmaals door de band werd verwoord dat hun hardcore familie het belangrijkste blijft.

Conclusie van de avond was: muzikaal gezien was Terror opnieuw oppermachtig, helaas ontbrak de schwung van het publiek om de typische hardcore sfeer naar boven te brengen!

Organisatie: EyeSpyRecords (+ Heartbreaktunes)

Dear Reader

Rivonia

Geschreven door

Dear Reader aka Charilyn MacNeil uit Z-Afrika is niet aan haar proefstuk toe en heeft opnieuw een mooie plaat uit, die sferisch, hemels, warm , gevoelig , innemend , dromerig en breekbaar klinkt, en aardig in de buurt komt van Joanna Newsom en Agnes Obel .
De dame is afkomstig uit Z-Afrika , maar op de plaat hoor je net geen Afrikaanse instrumenten . De songs zijn sober gehouden en geleest op piano , percussie en haar stem , waaronder “Good hope” en “From now on” en “Back from the dead” . Sommige nummers zijn van cello , hoorns en achtergrondkoortjes omgeven, of hebben een lichte folk inslag , waardoor ze orkestraal aandoen .
Afwisselend plaatje van luistersongs , die een geschiedenisles omhelsen over Z-Afrika.

Vox Von Braun

Rich & On Wheels

Geschreven door

Ze zijn nog maar toe aan hun tweede plaat in vijf jaar tijd ; productief zijn ze dus niet, dit bandje uit Pennsylvania. Ze houden ergens het midden tussen sixties garagepop , ‘70s psychedelica, indie en shoegazepop . Ze vermengen en verdelen het over de elf songs van de plaat . Een uitermate boeiende plaat weliswaar, door die variaties, wat ons brengt van charmante stofzuigerpop van “You look real neat how”, “ To be your love”, de psychosurfrock “Gamma” en “Dig a hole”, de dromerige rock en pop op de rest van de nummers. Met een knipoog naar Black Rebel Motorcycle Club, Raveonettes, Butthole Surfers, Jesus & Mary Chain en linkend aan het materiaal van de Allah-Las.
Interessant bandje dus!

Clutch

Earth rocker

Geschreven door

De Amerikaanse, uit Germantown, Maryland afkomstige band Clutch is ook al zo’n twintig jaar bezig die ons op de nieuwe plaat een goed staaltje rechttoe-rechtaan, zware en broeierige rock op ongecompliceerde wijze serveren. Gecontroleerde power met een knipoog naar Monster Magnet , niet vies van wat strakke , vettige , bluesy riffs , southern rock en stoner zoals we het nog hoorden in de begindagen van Soundgarden .
We horen boeiend , snedig materiaal , vakmanschap, gedragen door die helder indringende en doorleefde zang van de charismatische Neil Fallon. Opnieuw overtuigende plaat!

Graspop Metal Meeting 2013 – zondag 30 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – zondag 30 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

De laatste dag was aangebroken, en toen ik op mijn programmalijst keek, zag ik niet direct iets dat mij in het begin van de dag aansprak om te zien, of een band dat ik kende…dus een beetje de verschillende podia afschuimen was het resultaat…

Ik begon met Pretty Maids uit Denemarken, de melodische heavy metal band die opgericht werd in mijn geboortejaar 1981 en ondertussen al 13 studioalbums heeft uitgebracht. Live vond ik er niet zoveel aan hebben, omdat er weinig schwung te bespeuren werd…mss ook dat 2 slopende dagen reeds op menig mensen vat hadden gekregen of dat deze muziek niet zoveel om het lijf had.

In Marquee I kleurden de lichten donker, want het was de beurt aan de duistere en meeslepende gothic/doom metal van Moonspell. Met krakers als Wolfheart en Under Satanae vond ik het de moeite waard om deze Portugezen eens aan het werk te zien tijdens daglicht. Het publiek ging rap mee in de donkere sfeer en het werd nog zwarter in de tent toen klassiekers als “Opium”, “Vampiria” en “Alma Mater” ten gehore werden gebracht! Leuk optreden, al denk ik dat het nog leuker zou zijn mocht je de wolven buiten horen huilen onder het maanlicht.

In de Metal Dome was niet zoveel volk samengetroept om de stoner metal/rock van Red Fang te beluisteren. Gelukkig hebben ze daar een bar, zodat ik ook rustig vanop de zijlijn kon toekijken wat voor mij een totaal onbekende band was. Leuk, maar meer ook niet deze zware stoner rock.

Navolgend ging ik eens piepen in Marquee II waar de duistere black metal van God Seed uit de boxen kwam. Deze band werd opgericht omdat blijkbaar de bandnaamrechten van Gorgoroth niet meer gebruikt mocht worden. Je kunt ze inderdaad ongeveer vergelijken met Gorgoroth en de karakteristieke kop van Ghaal blijft er demonisch uitzien, ook al probeert hij hem te camoufleren met schmink. Black metal terwijl de zon er begint door te komen, de wereld op zijn kop, maar ik kon hun optreden wel smaken.

Om 17u15 begon Corey Taylor aan zijn tweede opwachting in éénzelfde weekend op éénzelfde festival, want de zanger van Slipknot heeft uiteraard nog een andere band waar hij veel tijd insteekt namelijk Stone Sour die gecatalogiseerd wordt onder de ‘alternatieve’ metal. Nummers als “Absolute Zero”, “Made of Scars” en “30/30 – 150” werden onder luid applaus onthaald, maar voor mij was de uitschieter toch wel de cover van Black Sabbath genaamd “Children of the Grave”. Eerlijk gezegd is dit ook niet mijn genre van muziek, dus ik vond het een beetje flauwtjes, en ik dacht af en toe toch dat Taylor stemproblemen had. Misschien het nadeel van in twee bands te zingen…

Terug in galop naar Marquee II want niemand minder dan Unearth stond hun fans op te wachten. De metalcore van deze Amerikanen sloeg voor mij vorig jaar in als een bom, en hopelijk konden ze dit ook vandaag evenaren. En ja hoor, opnieuw sloegen de breaks je om de oren en werden de mensen in de tent wakker geschud. En idem als vorig jaar vond ik dat volgende nummers er bovenuit staken: “Endless”, “The Great Dividers” en “Black Hearts Now Reign”. Deze mannen staan nu definitief in mijn geheugen gegrift als een killer live-band! Horns up!

Toen ik terugkwam waren de Zweden van In Flames al hun muziek gestart. Melodische death metal gecombineerd met grunts, hoge uithalen en synthesizers…voor elk wat wils dus, en dat was er klaarblijkelijk ook aan te zien want de weide stond vol. Zanger Anders Fridén wou een recordpoging crowdsurfen neerzetten, en vanop een afstand gezien zal hij niet ver in de buurt gezeten hebben. De muziek van deze mannen werkt aanstekelijk en nummers als “Trigger”, “Fear is the Weakness”, “Deliver Us” en afsluiter “Take This Life” deden het gejoel alleen maar stijgen! Mooi werk van deze Zweden.

Er stond al een hoopje volk om de nieuwe band van Jason Newsted op te wachten. Aangezien het debuutalbum pas op 6 augustus 2013 het licht zal zien, zullen velen enkel de nummers van de EP ‘Metal’ kennen. Ook ondergetekende heeft enkel nog maar de EP beluisterd, dus was ook ik benieuwd wat we voorgeschoteld zullen krijgen. De opener was een nieuw liedje, maar klonk wel redelijk aanstekelijk, maar opvolger “Soldierhead” deed menig hoofden headbangen. Een lekkere riff zit hier toch wel in verwerkt hoor! Bij “Godsneak”, “King of the Underdogs” en “Skyscraper” gingen de handjes nog spontaan in de lucht, maar bij de andere nummers bleef het helaas wat koel met als oorzaak dat er redelijk wat volk het voor bekeken hield. De aanhouders winnen altijd, want wie tot de laatste noot in Marguee II bleef staan, kreeg onverwachts nog “Whiplash” achter de kiezen gepropt. Spijtig voor Newsted, maar had zijn debuutalbum reeds beschikbaar geweest, hij had meer lof gekregen denk ik! Uiteraard ga ik ook akkoord met de mensen die hun plekje wilden bemachtigen om de Goden van Iron Maiden aan het werk te zien.

Inderdaad, Iron Maiden met mascotte Eddie altijd in de buurt, was na 5 jaar afwezigheid terug afgezakt naar Dessel om te tonen dat ze ons nog niet vergeten zijn. Zoals iedere Maiden adept weet, begint hun show altijd op de tonen van “Doctor Doctor” van de band UFO, ditmaal samen met een beeldfragment over wolken en natuurbeelden…waarna “Moonchild” de massa hysterisch maakt. Ikzelf had wel wat bedenkingen, want Bruce was er niet bij vanaf het begin met zijn stem. Gelukkig was dit maar voor enkele tellen, want hij herpakte zich en toonde dat hij “Moonchild” nog steeds aankan. “Can I Play With Madness” schalde uit de boxen en ja, dat is gewoon een meezinger van formaat. Bijna een ganse wei dat alle teksten van een set vanbuiten kent…chapeau!
Iron Maiden is gekend en geliefd ongeacht welk metal genre je graag hoort, dus nummers als “The Prisoner”, “2 Minutes to Midnight”, “Wasted Years” en “The Clairvoyant” die nog niet zo van de bekendste zijn werden warm onthaald. Uiteraard geen Iron Maiden zonder hits als “The Trooper”, “The Number of the Beast” en “Iron Maiden” uit de oude doos waarop iedereen headbangt! Steve Harris, Bruce Dickinson, Nicko McBrain, Dave Murray, Adrian Smith en Janick Gers zetten de weide van Graspop in vuur en vlam en ondergetekende ging op zijn knieën tijdens “Afraid to Shoot Strangers” waarbij de solo in het midden van het nummer door merg een been gaat. Een bis-ronde is vaste kost voor Iron Maiden en zodus werden volgende nummers nog op het publiek afgevuurd: “Aces High”, “The Evil That Men Do” en “Running Free” die nogmaals over ganse de weide werd meegezongen. Schitterend optreden, een decor om u tegen te zeggen, gewoon, Iron Maiden op zijn best! Dit optreden zal nog lang nazinderen!

Wie dacht dat het erop zat kwam van een kale reis thuis, want er waren nog 2 headliners te bezichtigen nl. King Diamond en Testament. Opnieuw een verschrikkelijke keuze voor ondergetekende want King Diamond is een bron van spektakel, terwijl de Bay Area thrashers van Testament mijn thrash hart sneller doet kloppen. Zoals het spreekwoord zegt: volg altijd je hart, stond ik dus enkele minuten later al te moshen op kleppers als “More Than Meets the Eye”, “The Preacher”, “Dark Roots of Earth” van hun recentste schijf, het moddervette “Into the Pit”, “Over the Wall”, “Disciples of the Watch” en “Alone in the Dark”.
Testament maakte voor iedere toeschouwer nogmaals het beest in zich wakker om eindelijk te besluiten dat graspop 2013 er bijna opzat. Gelukkig is er voor velen nog steeds de Metal Dome After Party om de laatste streepjes energie op je batterij  (lees: drankbonnen) op te souperen! Graspop, tot volgend jaar en stay metal!

Beste bands voor mij op zondag 30 juni waren ongetwijfeld Iron Maiden en Testament!

Organisatie: GMM, Dessel  

Graspop Metal Meeting 2013 – zaterdag 29 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – zaterdag 29 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

Dag 2 van Graspop werd afgetrapt, en opnieuw was het niet zo’n gezellig weer. In plaats van enkel een T-shirt te dragen had menig man en vrouw ook hun regenjas meegezeuld.

Openen deed ik met Sylosis in de Metal Dome…ook een band die voor mij een verrassing was. Deze bende uit Groot-Brittannië speelt thrash metal met een grote portie industrial aan toegevoegd. Het tempo was retestrak en de melodische uitbarstingen smaakten naar meer. Zoals iedere band vroeg op de dag was enkel een 40-tal minuten weggelegd voor hen en voor mij was dit een positieve eerste kennismaking. Tijdens de trip naar het hoofdpodium stopte ik een tijdje aan de Marquee I om Amaranthe te beluisteren, maar de Zweedse Power metal kon mij niet direct bekoren, in tegenstelling tot hun lekkere frontvrouw.

Ik verliet Marque I dus om de band Rockstar op de mainstage te keuren…Wel, wat kunnen we zeggen over Rockstar? Punt 1: de band bestaat uit 5 gekende rockmuzikanten waarvan de zanger Tim ‘The Ripper’ Owens is, onder meer bekend van zijn korte periode bij Judas Priest, Dio Disciples en Iced Earth, vergezeld van Keri Kelli gekend van zijn werk bij Alice Cooper, James Kottak van Scorpions, bassist Rudy Sarzo die zijn strepen verdiende bij bands als Ozzy, Quiet Riot, Dio en Whitesnake en toetsenist Teddy Andreadis van Guns ‘n Roses . Punt 2: dat deze band nog geen album heeft, maar de setlist bestond uit covers van bands waarvan ze vroeger deel uitmaakte zoals: “Hell Bent for Leather” (Judas Priest), “Lock up the Wolves” (Dio), “Mr. Crowley” (Ozzy) en “Big City Nights” (Scorpions) om er maar enkele te noemen. Leuk om eens toeschouwer te zijn van deze band, maar geef mij toch maar de originele!

In Marquee I stond Tankard geprogrammeerd, en wie die band kent weet dat ze live altijd met volle overgave hun muziek brengen. En ik moet zeggen, Tankard staat bij mij genoteerd als één van de beste bands op Graspop dit jaar door hun show. De strandbal werd in het publiek geschopt en de sfeer zat er meteen in. Tankard staat voor thrash metal waarbij humor, alcohol en party’s centraal staan. Drummer Olaf Zissel stal de show met zijn uitmuntend drumwerk en zanger Gerre danste als een jong veulen en riep sporadisch een jonge deerne op het podium voor een innige danspartij. Met nummers als “Zombie Attack”, meezinger “Stay Thirsty”, “Rules for Fools” en “Rectifier” op de setlist kon je niet anders dan meedoen in het feestgedruis en zeker niet als ze afsluiten met “(Empty) Tankard” waarbij duizenden kelen brullen ‘We’re gonna drink some WHISKEY; We’re gonna drink som BEER’! Geslaagd, fantastisch, geniaal, …kortom gewoonweg super!

De volgende band die op mijn to-do-lijst stond was Steak Number Eight. De jeugdige band die in een ijltempo bekend werd heeft onlangs een nieuw album uitgebracht getiteld ‘The Hutch’, maar stonden oorspronkelijk niet bij de basisbands van Graspop. Wegens het afvallen van Overkill kregen ze de kans om hun kunnen te tonen in Marque I. De muziek die deze mannen creëren is niet voor iedereen weggelegd, want de stonerrock is ook zo’n genre die je al dan niet ligt. Geopend werd er met “Cryogenics” gevolgd door het geweldige “Dickhead”. De melodieën van deze jongens zijn perfect op elkaar afgestemd en de sfeer die ontstaat klinkt lekker log. Andere bekende nummers waren voor mij dan persoonlijk afsluiters “Exile of Our Marrow” en “Pyromaniac”. Maar het meest voorkomendste commentaar dat mij werd toegefluisterd was dat deze muziek na een half uur een beetje te eentonig begint te worden omdat de opbouw van de nummers veelal hetzelfde is. Maar ja, je kunt niet voor iedereen goed doen…

Ik stevende richting Metal Dome want de black/thrash metal van de Noorse band Aura Noir ging beginnen. Persoonlijk heb ik nog geen plaat van hen, maar gelukkig kun je tegenwoordig altijd te rade gaan op het wereldwijde web haha. Wat ik hoorde via youtube en consoorten beviel me, dus voor mij een goede reden om deze band te checken ;-) Sinistere thrash waarbij vliegensvlugge vingers broodnodig zijn, je nekspieren reeds op voorhand tegen een stootje moeten kunnen en de vocalen tergend diep je lichaam binnendringen. Dit is mijn korte samenvatting van deze band, want live klinken ze als een denderende trein!

In Marque II stonden de hardcore-troepen reeds paraat want Agnostic Front had zich geïnstalleerd voor een gezellig familie-uitje. Hitjes als “My Life My Way”, “For My Family” en “Gotta Go” zorgden voor de nodige circlepits (die verplicht waren door ouwe rot Roger Miret) en het niveau ging nog een beetje meer in de lucht toen Philip Anselmo (ex-Pantera – nu Down) zich bij de band samenvoegde om samen het nummer “Crucified” (cover van Iron Cross) te brullen. Eindigen deden ze in schoonheid met de ‘Ramones cover “Blitzkrieg Bop”.

Ik vervoegde mij vooraan bij de die hard fans van Lock Up, de grindband waar vooral zanger Tomas Lindberg (ex At The Gates) en Shane Embury (Napalm Death) de meest bekenden zijn van deze band. Als je deze mannen kent weet je dat hun muziek vonken geeft waarbij de adrenalinestoten je misschien wel een hersenbreuk kunnen toedienen. Met hun recentste album (Necropolis Transparent) op zak waren ze klaar voor de strijd. “Brethren of the Pentragram” onstak de vlam om pas te doven wanneer hun hit “Afterlife in Purgatory” de menigte voor de laatste keer in het zweet zette. Opnieuw zo’ n band waarbij je denkt: miljaar, hoe flikken ze het toch? Dit optreden was een must see voor grindcore fans!!

Helaas had ik nu wel een dilemma, waarop het antwoord altijd slecht is…Down of Hypocrisy in beide Marquee’s op hetzelfde tijdstip? Ik heb gekozen voor Down, maar spijtig genoeg hoorde ik dat Hypocrisy de pannen van het dak speelde, iets wat ik niet direct kan zeggen van Down. Oké, Philip Anselmo is een legende, de meester die menig metalfans de goede richting heeft getoond, maar met dit optreden zal hij niet zoveel nieuwe zieltjes gewonnen hebben vrees ik. Qua setlist geen probleem, uitgezonderd dan dat ik “New Orleans is a Dying Whore” niet gehoord heb, want nummers als “Lifer”, “Witchtripper”, de ode aan wiet “Heal the Leaf”, “Stone the Crow” en afsluiter “Bury me in Smoke” zijn allemaal vette songs. Helaas liet hij het publiek meer brullen en werkte het na een tijdje op mijn systeem dat hij constant met zijn microfoon, tot bloedens toe, op zijn voorhoofd aan het hameren was, iets wat uiteraard gepaard gaat met een constante ‘plofklank’ die boven de muziek uitstijgt. Neen, ik haat keuzes maken!

Okay, kater wegspoelen en naar de ‘eagleshow’ gaan kijken van heavy metal pioniers Saxon. Al vanaf de 1e maal dat ik Saxon mocht aanschouwen vond ik dit er al een oude band uitzien, maar klaarblijkelijk zijn Biff Byford en co niet meer in staat om nog meer te verouderen. Qua spelvreugde en muziekkunde kunnen menig metal artiesten hieraan een puntje zuigen, want zoals traditiegetrouw speelde Saxon een thuismatch. Vocaal gezien één van de zuiverste stemmen die ik ken, en iedereen kan meebrullen met hun nummers, waardoor deze band zo’n grote groep volgers heeft. Zoals bv “Power & the Glory”, “Heavy Metal Thunder”, “Denim and Leather”, “Motorcycle Man” om er zo maar een paar te noemen. En toen zaten we nog maar halfweg, want hits als “Stand up and Fight”, “Strong Arm of the Law” (waarbij een zee aan vuisten te spotten was), de absolute meezinger “Wheels of Steel” en “Crusader” waren als laatste op hun setlist geplaatst. Afsluiten deden ze met “Princess of the Night” waarbij een ganse weide het verhaal van de stalen reus tot het einde mee scandeerde! Saxon toont altijd hoe het moet, en ik ben blij dat ik deze band al jaren volg! Respect!

Ik was nog aan het nagenieten toen Iced Earth of P.O.D. hun troeven op tafel legden in de Marquee’s, maar helaas ben ik niet zo’n fan van P.O.D. (alhoewel ze blijkbaar een deftige show hebben neergezet), alsook niet van Iced Earth zonder Barlow omdat ik vind dat ze zonder hem hun typische bandgeluid kwijt zijn.

Stipt om 23u30 stond het geweld van Slipknot klaar achter de coulissen, om er direct een lap op te geven met de tonen van “Get Behind Me Satan and Push”. Zanger Corey Taylon had 1 vraagje voor zijn volgelingen nl. ‘Are We going to tear this stage down’ en zodoende was de eerste moshpit een feit. Helaas is mijn muziekkennis omtrent Slipknot niet zo breed en ben ik enkel bekend met nummers als “Wait and Bleed”, “Psychosocial” en “Spit it Out” maar vandaag zat de schwung er direct in en was alles duidelijk hoorbaar. Velen zijn tegen Slipknot, en ja, ook ik ben niet direct fan nummer 1, maar telkens geeft ik hen een nieuwe kans. Een kans die ze met beide handen hebben gegrepen, want hun enthousiasme, bruutheid en breaks hadden dit keer zelfs impact op mij. Er was 1 kippenvelmoment toen ze bij “Dead Memories” een eerbetoon hielden aan hun gestorven kompaan Paul Gray door ‘#2’ op het scherm te projecteren. De podiumstukken en aanverwanten van Slipknot zijn altijd leuk om te aanschouwen en deze keer volg ik de meesten die dit een geslaagd optreden vonden. Om het in hun woorden te zeggen, het was (sic)!

Beste bands voor mij op zaterdag 29 juni waren Lock Up, Saxon en stipt op nummer 1: TANKARD

Organisatie: GMM, Dessel   

Graspop Metal Meeting 2013 – vrijdag 28 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – vrijdag 28 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

Zoals jaarlijks en met de nodige blijheid, was ikzelf in naam van Musiczine opnieuw aanwezig op het Belgisch metalfestival van uitstek, Graspop Metal Meeting. Dit jaar was er nog meer randanimatie voorzien, want er waren voor de liefhebbers volgende leuke extraatjes te ontdekken namelijk een stand met enkel maar zware bieren, een restaurant waar je de buik kon vullen met bbq, vliegertjes, boksauto’s en een ‘raging bull’ waarbij je lenigheid van je lichaam kon uittesten.

De organisatie had opnieuw een resem leuke namen op de affiche gezet en hierover kun je nu een verslag lezen: terwijl de ‘metal top 50’ nog in mijn kleren zat, waarbij uiteraard Iron Maiden en Metallica de 1e twee plaatsen hadden bezet, en ik ontwaakte tussen de regendruppels ‘s morgens in mijn tentje was het opmerkelijk stil in vergelijking met vorige jaren. Waarschijnlijk lagen de meesten nog knus en warm ingeduffeld te dromen in hun tentje…soit, mij niet gelaten, maar ik had honger in muziek en tot grote tevredenheid zag ik dat Generation Kill hun opwachting ging maken in de ‘Metal Dome’.

Generation Kill, de band zelf zei mij niet direct wat, maar als je een band aan het werk kunt zien waarbij Rob Dukes medeoprichter is, dan weet een thrash fanaat het wel. De mix van crossover en thrash sloegen niet in als een bom, maar tijdens hun 40 minuten durend optreden vlogen de solo’s je wel om de oren. Zeker een band waar ik wat meer van wil ontdekken om dan een objectieve mening te geven…

Ik trok naar de ‘Mainstage’, waar thrash oudjes Heathen van de USA klaar waren om erin te vliegen met slechts 3 full-length albums op hun conto, waarbij hun laatste langspelers (‘The Evolution of Chaos’) maar liefst 18 jaar op zich liet wachten, en voor mij hun beste album ‘Breaking the Silence’ is. Instrumentaal was aan deze Amerikanen niets op te merken, helaas waren de vocalen van Mr. White niet toonvast en leek het of hij op momenten niet mee was in de flow van de gitaarpartijen. Tijdens een zaalconcert heb ik hem alvast veel beter zien zingen, dus ik zal het maar op het vroege uur steken wanneer ze aan de bak moesten. Neen, ik was een beetje ontgoocheld…

Een klein uurtje later stond ik opnieuw aan mijn favoriete bar die uitkeek richting Mainstage, tevens een bar waar de vrijwilligers een dikke pluim verdienen voor hun sociale vaardigheden en doortastende pogingen om mijn West-Vlaamse taaltje onder de knie te krijgen ;-) Grave Digger stond al paraat en ik moet zeggen, ik ben daar deftig van verschoten. Oké, ik ken de band wel al van horen, maar op plaat was ik niet direct voorstander van deze bende grijsaards die power metal als uithangbord hebben. Maar vooroordelen daar heb ik weinig kaas van gegeten, en achteraf gezien moet ik zeggen dat dit een sterk optreden was, met een goede setlist in mijn ogen waarbij “Clash of the Gods” en “Highland Farewell” mij het meest plezier bezorgden.

Swedish old school Death metal…ja, ik moet er geen tekening mee maken zekers. Unleashed, de enige echte death metal band vandaag op de bandlijst, had al veel volk richting Marquee I gelokt. Logge stukken afgewisseld met meer thrash-georiënteerde gitaarpartijen, gekoppeld aan de brute stem van Johnny Hedlund. Deze Zweden beukten de tent plat en met nummers als “Death Metal Victory” en “Hammer Batallion Unleashed” werden de fans getrakteerd op de passende mokerslagen. Machtige set en uitvoering van deze mannen en de aanwezigen zullen mijn opinie hieromtrent wel goedkeurend bevestigen!

Terug nu naar de mainstage waar de Duitse power/heavy/happy metal van Helloween veel volk naar voren lokte. Vorig jaar had ik die mannen op een ander festival gezien waarbij hun optreden voor mij persoonlijk op niks trok. Gelukkig was het deze keer anders, want zeg nu zelf, met albums als ‘Walls of Jericho’, ‘Keepers of the 7 Keys I, II en III’ en ‘Better then Raw’ kan je volgens mij toch onmogelijk de bal misslaan. Achteraf gezien hebben Mr. Weikath en co hun setlist vooral gebaseerd op oud materiaal want kleppers als opener “Eagle Fly Free”, “Power”, “Dr. Stein”, “I Want Out” en de tophit “Future World” werden aangeboden aan de massa’s fans. De stem van Andi Deris klonk vol en overtuigend en de guitaarsolo’s van Weikath en Grosskopf waren een lust voor het oor. Eindelijk besefte ik opnieuw waarom ik dit vroeger tot één van mijn lievelingsbands rekende…dank u daarvoor!

Een uurtje later, nadat de folk metal van Korpiklaani of de brute metal/deathcore van All That Remains hun acte de présence hadden gedaan, was het kiezen tussen Papa Roach of Entombed. Gelukkig weet ik welke bands live een bom zijn en kon ik zelfs één hardnekkige Papa Roach fan overtuigen om een drie kwartier durend setje death’n roll te aanhoren en beleven. En Entombed deed wat ze moesten doen, namelijk de menige reden te geven om stoom af te laten met nummers als “Out of Hand”, “Revel in Flesh”, “I for an I”, “Left Hand Path” en afsluiter “Wolverine Blues”. Enige domper tijdens dit optreden was de nieuwe hype die ontstaat tijdens moshpits door bendes waar ik geen enkele goed woord voor over heb…uiteraard heb ik het over die bendes die mensen tijdens moshpits ontdoen van hun cash geld door hun portefeuilles te stelen!! Als je niet komt voor de muziek, blijf dan thuis zou ik zo zeggen.

Soit, na de persoonlijke tegenvaller, maar nog vol van fierheid over het aanschouwen van Entombed begaf ik mij naar Prong in Marque II. En voor diegenen die het nog niet wisten, dit zijn gitaarhelden, en in het bijzonder dus frontman Tommy Victor. Opnieuw een band die het mogelijk maakte om veel volk op de been te brengen om hits als “Beg to Differ”, “Unconditional” en “Rude Awakening” luidkeels mee te schreeuwen. Prong zou Prong niet zijn om de agressiviteit in de moshpits nog aan te zwellen met hun klassiekers “Whose Fist is this anyway?” en “Snap Your Fingers, Snap your Neck”, DE liedjes die iedere zelf respecterende metalkenner op plaat heeft! De interactiviteit met het publiek was dik in orde en ze waren op geen enkel foutje te betrappen. Afsluiten deden deze Amerikanen met het vlugge “Power of the Damager”! Puik werk!

Doordat Max Cavalera met zijn compagnie blijkbaar te maken had met transportproblemen (zoals ik heb vernomen), werd in het tijdsschema een kleine aanpassing doorgevoerd. Tis maar te zeggen wat je klein noemt, want ondergetekende was uitermate tevreden dat ze Coal Chamber bereidwillig hadden gevonden om hun plaats naast Kreator af te staan later op de avond. Deze keuze moest ik wat later dus al niet meer nemen haha.

Okay, Coal Chamber dus… blijkbaar vonden Dez Fafara en de zijnen dat het tijd was om de handen opnieuw uit de mouwen te halen met dus als resultaat dat ze opnieuw beschikbaar waren om te touren en dus aanwezig te zijn op Graspop. Wel, Graspop zal het zich alleszins niet beklaagd hebben want de energie die Dez, jonkvrouw Rayna Foss, Mike Cox en Meegs Rascon uitstraalden was niet meer normaal. Drummer Mike sloeg bijna zijn drum aan flarden en bassiste Rayna straalde seks en aanbidding uit. Voeg hieraan nog de voortreffelijke breaks van deze ‘nu-metal’ band aan toe en je weet dat het een feestje was vooraan het podium. Nummers zoals “Loco”, “Big Truck”, “Something Told Me”, “Dark Days” en het übernummer en tevens afsluiter “Sway” behoorden tot de favorieten van het publiek te zien aan hun reacties. Welkom terug Coal Chamber!!!

Mayhem had zijn instrumenten opgesteld in Marque I maar liet een beetje langer dan verwacht op zich wachten…toen opeens toch de duistere keyboards geluid begonnen te produceren. De black metal van deze Noren moet je ofwel haten, ofwel smijt je je met die stijl. Omdat ik redelijk diverse genres kan smaken, kan een goede portie zware black metal mij ook wel smaken. Helaas is Mayhem niet de band die dit kan verwezenlijken voor mij persoonlijk. Zoals enkele jaren terug op Hellfest vond ik opnieuw dat Mayhem onzuiver speelde, te weinig variatie bracht en in feite gewoon op cruise control speelt. Waarschijnlijk zullen de echte fans van deze Noren nu mijn bloed willen drinken, maar na een klein half uurtje had ik al in de mot dat dit geen geweldige show was, waardoor ik maar stapvoets terugkeerde naar het hoofdpodium.

Na het consumeren van een jupiler was de tijd aangebroken voor de oudgedienden van Korn. Ik heb hen al diverse malen gezien en nog geen enkele keer had ik het gevoel dat ze er geen zin in hadden. Dit jaar was geen uitzondering want de mix van groove, hiphop, metal en rock ging erin als zoete pap, en ondanks de regen vlogen de lichamen in het rond tijdens de vele moshpits die Jonathan Davis uitlokte. Opener “Blind” deed meteen de weide daveren, net zoals “Dead Bodies Everywhere”, het strakke “Falling Away from Me” met de machtige breaks in verwerkt, “Coming Undone”, “Shoots and Ladders” waar de doedelzak het ritme inzette gevolgd door “Somebody Someone”. Daarna zakte het enthousiasme van de nummers wat, maar er werd sterk afgesloten met het gekende “Got the Life” en natuurlijk afsluiter “Freak on a Leash”. Opdracht opnieuw volbracht dus van Korn.

En het ging maar door, want doordat Soulfly hun plaats had afgestaan aan Coal Chamber was de keuze snel gemaakt en stond ik te popelen om de lekkere thrash van Kreator te absorberen. Een uur lang was het er bonk op en het ene snelle nummer na het andere werd de oren ingeblazen. Beginnen deden ze met “Phantom Antichrist”, tevens de albumtitel van hun recentste plaat uit 2012, gevolgd door krakers als “Endless Pain” en “Pleasure to Kill” afkomstig van hun 1e twee albums. Met andere woorden, dit was rechtdoor en lekker old school. De vuisten gingen in de lucht tijdens “Hordes of Chaos”, “Death to the World” en “Enemy of God”. Maar als het aankomt op de sterkste nummers van deze avond, dan moet ik concluderen dat “Phobia”, de meebruller “Violent Revolution” en vooral afsluiters en beuker “Flag of Hate” gevolgd door “Tormentor” het neusje van de zalm waren! Thrash will never die, en dat is een statement!

De vrijdag zat er bijna op, maar de organisatie van Graspop had nog één lekker toetje in de aanbieding. Terwijl Twisted Sister vorig jaar tevreden mocht zijn met een plaats op het hoofdpodium, maar niet als afsluiter, werden de gebeden van menig festivalgangers ingewilligd en stonden ze dit jaar terecht op de plaats waar ze behoren nl. numèro uno! Zoals vorig jaar het geval was waren Dee Snider en zijn collega’s (behalve Mark Mendoza wegens knieproblemen) opnieuw van de partij om een leuk feestje in te zetten ondanks de hevige regenval. Met “You Can’t Stop Rock ’n Roll” werd een serieuze vinger gegeven richting moeder natuur, want iedereen stond vreugdevol in de modder mee te stampen op deze tonen. Alle klassiekers werden moeiteloos gespeeld door de band, de stem van Dee Snider heeft nog steeds geen last van ouderdomskwaaltjes en de blije gezichten van de bandleden tonen aan dat ze dit werk nog steeds niet beu zijn.
Een ware hitjescarrousel werd op gang getrokken en dus konden “Stay Hungry”, “Shoot ‘Em Down”, “The Beast”, het liedje op hun lijf geschreven “The Fire Still Burns”, het rustige “The Price” en “Burn in Hell” niet ontbreken.  Bij “I Wanna Rock” werd de hulp ingeschakeld van de leden “Asking Alexandria” en er werd ook een cover gebracht van ‘The Rolling Stones’ getiteld “It’s only Rock ’n Roll”. Tijdens de laatste momenten vond een Nederlander het blijkbaar nodig om zijn vriendin ten huwelijk te vragen op het podium (waarbij waarschijnlijk velen op een negatief antwoord hoopten haha) om er onrechtstreeks toch eventjes de schwung eruit te halen.
Afgesloten werd er met “Come Out and Play” en “S.M.F.”, maar het nummer dat ongetwijfeld met het meeste enthousiasme werd onthaald was opnieuw “We’re Not Gonna Take It”. Oh ja, er werd ook geprobeerd om een heuse lichtrecordpoging te ondernemen met de gsm’s van het publiek die hiervoor een specifieke app moesten downloaden, maar in mijn ogen was dit concept niet geheel geslaagd. Soit, Twisted Sister bewees nog maar eens dat de muziek diep in hun harten zit en dat ze nog niet direct van plan zijn om hiervan af te stappen. Wij kunnen enkel maar respect opbrengen voor zo’n muzikanten en voor mij mogen ze direct geboekt worden voor volgend jaar. Ik  ging hierna nog naar de Metal Dome voor de traditionele Metal Dome After Party waar het feestje werd verdergezet.

Beste bands voor mij op vrijdag 28 juni waren ongetwijfeld Unleashed, Prong, Kreator en Twisted Sister!

Organisatie: GMM, Dessel  

George Thorogood & The Destroyers

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock

Geschreven door

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock
George Thorogood and The Destroyers
OLT Rivierenhof
Deurne

Die goeie ouwe George Thorogood en zijn getrouwe Destroyers staan altijd garant voor een lekker rock’n’roll feestje op zijn Amerikaans. ‘t Is te zeggen, George is de baas, de showman en de entertainer, The Destroyers zijn de onmisbare ruggengraat, rock’n’roll is het recept. Simpel, maar uiterst efficiënt, en dat in The Destroyers hun geval nu al meer dan 35 jaar.

Natuurlijk is een gig van deze gasten voor 100 % voorspelbaar, men weet waar men zich kan aan verwachten, tot de setlist toe, maar men wordt toch altijd overstelpt door zoveel klasse.
Met een pak aangename videoprojecties weet George vanavond zijn show nog wat feller in te kleuren, maar natuurlijk is die heerlijke slide gitaar toch weer de ster van de avond. Thorogood laat het ding snijden en duchtig soleren zoals alleen hij dat kan, de vaart blijft er steeds in zitten en de rock’n’roll spat eruit.
Thorogood eert zijn helden Bo Diddley, John Lee Hooker, Willie Dixon, Johnny Cash en Elmore James met splijtende boogie versies van “Who do you love”, “One bourbon one schotch one beer”, “Seventh Son”, “Cocaine Blues” en “Madison Blues”. Het zijn allen onsterfelijke songs die hier van een extra portie vuur voorzien worden.  Dat is de sterkte van Thorogood, hij laat stokoude rock’n’roll en bluessongs steeds spetteren en zet deze met splijtende versies naar zijn hand. 
Naast al die klassiekers heeft Thorogood in die 35 jaren toch ook enkele eigen songs met poten en oren op de wereld gezet. Twee kanjers die in het OLT niet mogen ontbreken zijn uiteraard “I drink Alone” en het altijd opzwepende lijflied  “Bad to the Bone”, de publiekslieveling die op geen enkel van zijn setlisten overgeslagen wordt.

Met zijn simpele rock’n’roll formule weet Thorogood vanavond alweer het publiek volledig in te palmen en daar kan een plensbui weinig aan veranderen. Voor een portie vettige rock’n’roll laten we ons nog altijd graag nat regenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/george-thorogood-02-06-2013/

Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja

Geschreven door

Couleur Café 2013 – zondag 30 juni 2013 - Hofnar Cee Lo Green buigt voor koning Ninja
Couleur Café 2013
Tour & Taxis
Brussel

Het zonnetje scheen zondag vrijgevig boven Brussel en er stond al een flinke wachtrij ongeduldige muziekliefhebbers bij de ingang van het festivalterrein toen wij een beetje voor het openen van de deuren aankwamen. Joelende opgewonden studenten, gepensioneerden, compleet met sandalen en rugzak en gezinnen met jonge kinderen; er waren mensen van alle slag en dat is precies waar de organisatoren met hun jonger en familievriendelijker imago op mikten dit jaar. Dat Couleur Café, dit jaar al weer aan haar 24e editie toe, zich ook wil profileren als een groen en duurzaam festival werd meteen duidelijk bij het betreden van het terrein. Talloze 'Eco Zones', eilandjes van recyclagekliko's, waren verdeeld over het domein en ook de standjes van diverse welzijns- en milieuorganisaties waren present.

Een beetje na vieren mocht de Luikse folkrockband Yew de dag openen op het kleine podium van de Move. Met hun mengeling van elektrische en akoestische gitaren en een viool die de kleur en de sfeer van de muziek bepaalt, smaakten we soms een Waals vleugje Absynthe Minded, maar vaker klonk alles wat chaotisch en waanden we ons op een op hol geslagen gypsy-trouwfeest. Opvallendste figuur op het podium was ongetwijfeld Mathieu Lacrosse, die verkleed als 17e eeuwse boekanier met een enorme krulsnor de mandoline en de bouzouki bespeelde. Ondanks het feit dat er nog niet veel volk was, zorgde Yew wel voor de nodig folk die ze rockend over het publiek rolden. Tijdens de rustige nummers konden we dan weer ontspannen meedrijven op de golvende vioollijnen en deze afwisseling zorgde ervoor dat Yew een aangename opwarmer was voor de dag die nog moest komen.

Eerste gast in de enorme Univers-tent is het Amerikaans-Israëlische Balkan Beat Box. Deze band ging eerst rond de Middelandse Zee deuntjes plukken en brouwde daarmee hun eigen ethische mix, maar aarzelde niet om daar later ook nog Arabische en Mexicaanse aroma's aan toe te voegen. Tomer Yosef en kompanen trokken meteen hun doos met beats open en zorgden in de volle Univers voor een instant jump party. Hopa! Hopa! De opzwepende beats, de hyperkinetische zanger en vooral de twee vette saxofoons die naast hun schetterende klanken ook heel veel party de tent in bliezen, zorgden er voor dat niemand stil kon blijven staan. Helaas werd deze fanfare-rap, hoe aanstekelijk ze in het begin ook was, na een tijdje toch wat teveel van hetzelfde. De marsroffels op de snaredrums waren niet altijd even dansbaar en bij de tiende 'Jump, Jump' is de zin om dat ook werkelijk te doen al een stuk minder. Balkan Beat Box nam ons nog even mee op reis naar Mexico City, wat zeker nog voor een muzikaal opstekertje zorgde, maar wij hielden het toch maar voor bekeken en zo te zien velen met ons.

We zakten opnieuw af naar de Move om daar het ander beginnend Belgisch talent te bewonderen. Voor de Vlaamse band Delvis is Couleur Café, net zoals voor Yew, hun eerste grote festival. De rijke sound van deze Landenaren bevat soul, funk, maar ook jazz en reggae. Wanneer je zanger Niels Delvaux ziet staan, verwacht je je absoluut niet aan de geweldige stem die even later je oren streelt. Deze bebaarde Limburger bezit ongetwijfeld een natuurlijke blaxploitation-flair en doet ons denken aan legendes als Curtis Mayfield, Stevie Wonder en Jamie Lidell, al vertelt Niels ons achteraf dat hij vooral fan is van Aretha Franklin, ook niet mis natuurlijk! Deze straffe zanger heeft tevens een hele vlotte feeling met het publiek en als een ervaren podiumbeest dirigeert hij keurig de rest van de band, die onder andere bestaat uit een draaitafel, synth en een drummer die ook backing vocals verzorgt. Wij konden uitermate genieten van deze relaxte 'sunshine music' en Delvis was voor ons zeker de ontdekking van de dag. Een naam om in de gaten te houden!

Terwijl Raggasonic op het podium van de Titan met hun laatste nummers nog de honger van de reggaefans stilde, schoven wij aan in de broeierig warme Univers voor het optreden van hip-hoplegende Mos Def, die zich liet vergezellen door de Robert Glasper Band. Een ongeduldige zaal begon al snel om Mos Def te roepen – er waren duidelijk veel fans in het publiek – maar moest het eerst met de Robert Glasper Band stellen die openden met een soort slordige jam en een al evenmin geslaagde cover van 'Get Lucky' van Daft Punk. Een experiment of een manier om wat tijd te rekken tot Mos er was? Het was ons niet helemaal duidelijk. De bezetting met Glasper op Rhodes en piano en Casey Benjamin op saxofoon, vocoder en keytar (jawel, ze bestaan nog) leek ons anders wel interessant.
Toen Mos Def uiteindelijk op het podium verscheen, gekleed in een witte djellaba, stoffen pet op het hoofd en met een knalrode old-school mic in de hand, herinnerde hij er ons meteen aan dat hij vanaf nu als Yasiin Bey optreed. What's the point? Vraag het eens aan Mos, euh... Yasiin zelf. Helaas bleef ook met Yasiin erbij het experimentele, kakofonisch jazzy karakter van de muziek behouden, nu wel aangevuld met vaak onverstaanbare en repetitieve rap. Waar wij bij een groep als Us3, de mix van jazz en hip-hop heel erg kunnen smaken, konden we dat hier een stuk minder. Toen Benjamin er op het veel te lang doordravende “What it is” van “Auditorium” ook nog een dwarsfluit bij haalde, waren Mos en zijn maatjes duidelijk mijlen verwijderd van dat waar de meerderheid van het publiek hier voor stond.
Toen na meer dan een half uur uiteindelijk de eerste vette hip-hopbeats door de boxen klonken, voelde je het publiek heropleven, maar helaas verdwenen ze haast even snel als ze gekomen waren en wij verlieten licht geërgerd de tent om nog wat muziek van Rebelution mee te pikken. Hier vonden we gelukkig wat 'Peace of Mind', niet toevallig de titel van Rebelution hun laatste album. Deze vijfkoppige band uit Californië had ook wat minder voor de hand liggende instrumenten bij, maar zij slaagden er wel in om hiermee een aangename blend van reggae, rock en funk te brengen.

Omdat onze maag ondertussen begon te knorren gingen we even rondneuzen in het Palais du bien manger waar voedselstandjes uit verschillende landen onder het goedkeurend oog van een grote gouden Boeddha gerechten van de wereldkeuken verkopen. Bij lekker eten hoort uiteraard goeie achtergrondmuziek en wat kan een mens dan meer wensen dan Calexico. Aangetrokken door de schelle mariachigeluiden begaven we ons richting de Titan, het podium die als een enorme stereoinstallatie was ingekleed. Met hun propere hemdjes en gladgekamde haren zien ze er wat uit als een stel brave huisvaders die het podium opgeduwd zijn, maar muziek maken kunnen ze zeker. Hun mix van Tex-Mex, country, Americana en nog zoveel meer roept in de verbeelding onvermijdelijk beelden uit cowboyfilms op en bood de mogelijkheid om tussen de andere optredens door even wat op adem te komen. Al ontbraken de up-beat nummers zeker niet en met hun trompetten en vlammende gitaren kreeg Calexico het gelukkige publiek op nummers als “Crystal Frontier”, een van de hoogtepunten van het optreden, zeker aan het dansen.

Voor een heuse familiereünie moest je vervolgens in de Univers zijn. Na vijf jaar afwezigheid en diverse soloprojecten is de familie Morgan, beter bekend onder de naam Morgan Heritage terug met een nieuw album 'Here Come The Kings' en een kick-ass optreden op Couleur Café. Deze legendes brengen reggae zoals het hoort en de reggaevlaggen in het publiek konden dan ook met terechte trots wapperen, want zoals hun grote hit “Don't Haffi Dread” zegt, Rasta ben je niet in je dreads, maar in je hart. Met de armen gespreid over het publiek zong zanger Peter Morgan als een ware reggae-Jesus met Rasta, roots in Africa, Jahwe en reggae from the roots het ene cliché na het andere en maar goed ook! Zelf noemen ze hun muziek Rockaz, roots reggae met een rockkantje, maar dat zal de reggaefans in het publiek worst wezen. Zij wiegden vrolijk mee en genoten met volle teugen, getuige de rookwolkjes hier en daar.

Doordat vaste waarde op Couleur Café, Patrice, zijn vlucht had gemist werd er wat met het programma geschoven, waardoor we ook Salif Keita niet zagen optreden. Geen probleem, want dan konden we al gaan aanschuiven voor het optreden waar de meerderheid van de festivalgangers duidelijk al een hele dag op had zitten wachten. Presentatrice Annabel Van Nieuwenhuyse verkondigde aan het begin van de middag al dat er waarschijnlijk niemand was die kon voorspellen waar we ons bij deze band aan mochten verwachten, maar dat het onvergetelijk zou worden, dat wist ze zeker. Annabel had het natuurlijk over de Zuid-Afrikaanse sensatie Die Antwoord. In 2009 werd deze band, bestaande uit Ninja, ¥o-Landi Vi$$er en DJ Hi-Tek, een virale sensatie met de videoclip van het nummer 'Enter The Ninja' en na twee memorabele optredens op Pukkelpop in 2010 en Werchter in 2012 waren de verwachtingen voor Couleur Café dan ook hooggespannen. Niet verwonderlijk dus dat de Univers al van een half uur op voorhand strop zat en dat een kwartier voor de geplande aanvang van het optreden de eerste slow-claps al werden ingezet. Iedere beweging op het nog donkere podium stuurde een golf van gejuich en opwinding door de tent en toen de beeldschermen uiteindelijk opflikkerden en het gezicht van Leon Botha, de kunstenaar en progeriapatient die overleed in 2010 en voorkwam in de clips van Die Antwoord, grijnzend verscheen, barste er bij het publiek een bubbel van oorverdovend lawaai.
Kan dat nog luider? Jawel, want dan verschenen ook de drie protagonisten van het spektakel ten tonele, gehuld in fluo-oranje pakken. Met “Wat Kyk jy?” en “Fok Julie Naaiers” werd de toon voor het hele optreden gezet: een dikke vette muzikale fuck you naar alles en iedereen en teksten als een klap in je gezicht. Die Antwoord opende met wat nummer van hun eerste album '$o$' en frontman Ninja aarzelde niet lang om zijn eerste achterwaartse spong in de deinende massa te wagen. De grote schermen werden gevuld met fascinerende beelden van krioelende maden, beelden uit de videoclips en enkele 'freaks' waar deze band zo voor op komt. Het gaf perfect weer waar de Die Antwoord voor staat. Het is muziek uit een smerig achtersteegje die niet terugdeinst om de imperfectie, vuilheid en banaliteit van de wereld te tonen.
'Fuck the system, we have our own system, we make our own rules!' Daarmee krijg je natuurlijk elke zaal op hol, maar met zangeres Yo-Landi in een strakke gouden legging moet het ook lukken. Stevig met haar billen schuddend op “Rich Bitch” dreef ze de uitzinnige massa richting climax die er na enkele nieuwe nummers kwam met “I Fink U Freeky”. De tent stond stomend heet en toen Die Antwoord hun vunzige muzikale orgie afsloten met “Enter The Ninja” verdween elke werkelijkheid onder een deken van hoge piepstemmetjes die luidkeels meezongen. Toegeven, het is zo fout als het groot is, maar het was een uitzinnig goed optreden waarvan mensen later nog zullen kunnen zeggen, ik was er bij!

Kletsnat van het zweet begaven we ons richting Titan voor het afsluitend optreden van Cee Lo Green terwijl overal rond ons nog koortjes “Ay, ay, I am your butterfly” weerklonken. Aan de hand van een videoclip introduceerde hij zichzelf als 'The Lady Killer'. Cee Lo kwam op vergezeld van vier danseressen en twee stevige backing zangeressen, wat goed was ook, want zelf was hij bijna niet te horen. Muzikaal kende het optreden z'n goede en z'n minder goede momenten, met eigen nummers, maar ook enkele covers zoals David Bowies “Let’s Dance” en “Don’t Cha” van The Pussycat Dolls. Cee Lo is amper een duim groot, spreekt met zijn typisch hoog snaterend stemmetje en is daardoor al een licht komisch zicht, maar het werd er niet beter op toen hij duidelijk worstelde om goeie bindteksten te vinden. Hij zocht dan maar de toevlucht in megalomane zelfpromotie, tot schaamtevervangend jolijt van het publiek. Oneliners als “I am the people”, “you must realize I came all the way from America” en “we are here to celebrate the fine arts” willen we u niet onthouden. Zoals de dames naast mij tussen hun slappe lach door kraaiden “I feel like I'm at Comedy Central”. De hitjes “Smiley Faces”, “Crazy” en “Fuck You” zorgden wel voor enkele goeie momenten, maar in doorsnee was dit toch veel show en poch zonder muzikale ruggengraat.

Hadden we dit geweten waren we naar Wax Tailor gaan kijken die afsloot in de Univers en die, zo hoorden we achteraf, één van de beste optredens van het hele weekend afleverde. Wax Tailor speelde voor een dolenthousiast publiek dat na afloop van het optreden oorverdovend bleef brullen om meer muziek en resoluut weigerde de tent te verlaten, zodat de onfortuinlijke presentator na tien minuten smeken uiteindelijk zelf uit pure armoede zelf kinderliedjes begon te zingen. We hadden duidelijk de verkeerde afsluiter gekozen, maar genoten voor de rest met volle teugen van deze laatste dag Couleur Café, waar enkele kleine namen schitterden en enkele groten een mindere dag hadden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/couleur-caf-2013-10/

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel   

Pagina 633 van 966