logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Deadletter-2026...

Buffalo Killers

Dig.Sow.Love.Grow

Geschreven door

Niet nodig om zelf het warm water uit te vinden als je rijkelijk kan vissen in de retro poel van de Amerikaanse muziek. Buffalo Killers keren op hun smerigste momenten terug naar de seventies rock van Blue Cheer (in de bijtende opener “Get it”), gaan elders de southern rock toer (“Graffiti Eggplant”), doen een ommetje via Big Star (“Those days”, “Hey girl”) en halen bij momenten ook hun zonnige Byrds gitaartjes boven. Tevens gaat de zang soms wel heel erg naar Joe Walsh neigen, maar gelukkig gaat de daarbij horende sound meer aanleunen bij The James Gang dan bij de meligheid van The Eagles.
Buffalo Killers zwemmen hier een beetje in hetzelfde vijvertje waarin Chris Robinson (u weet wel, die zingende joint van wijlen The Black Crowes) momenteel rond peddelt met zijn nieuwe psychedelische hippieband Chris Robinson Brotherhood, maar de songs zijn bijlange niet zo uitgesponnen. Bij Chris Robinson kan u gerust 2 jointjes ophebben in één song, bij Buffalo Killers moet u zich haasten om er eentje te smoren in drie songs. Doch, bij allebei zal het effect prachtig samengaan met de muziek. Ga gerust uw gang.
Knap retro plaatje.

The Vaccines

Come Of Age

Geschreven door

De lievelingen van de Britse pers zijn er op hun tweede worp in geslaagd om de frisheid van hun veelbelovende debuut ‘What did you expect from The Vaccines’ te behouden.
Eigenlijk betreft het hier poepsimpele en primitieve songs met een retro twist, maar allemaal op een tintelende manier en met de nodige geestdrift gebracht. Zo is het immer aanstekelijke en opwindende “Teenage Icon” niet uit ons hoofd weg te branden en grijpt het ophitsende “Ghost town” ons vrolijk bij het nekvel. De vinnigheid van het flitsende “Bad Mood” verklaart waarom deze jongens al wel eens met de Strokes vergeleken worden (Strokes anno ‘This is it’ wel te verstaan, want daarna trad al het verval op) en de kriebels van “Change of Heart pt.2” brengen zowat ieders dansspieren in beweging.
‘Come Of Age’ is compromisloos, fris, sprankelend en ontdaan van elke vorm van pretentie. Voor één keer is de hype gerechtvaardigd.

The Darkness

Hot cakes

Geschreven door

Dit is het soort platen die je met nodige korreltje zout moet nemen. The Darkness had deze foute metal grap al eens voorgedaan met ‘Permission to land’ in 2003 en dan nog eens met een flauw afkooksel ‘One way ticket to hell…and back’ in 2005. Van ‘Permission to land’ zagen wij snel de humor in, en omdat de plaat bij momenten echt wel rockte lieten wij ons daar gewillig in meegaan. Met diens opvolger hadden we echter al wat meer problemen, wij waren dan ook niet rouwig toen de band daarna in de vergetelheid geraakte en langs de achterdeur verdween.
Na een jarenlange periode van meningsverschillen en ontwenningskuren begon het bij de farinelli’s van de hardrock echter opnieuw te jeuken. Toch maar een derde keer proberen, meenden ze. Superjeanetten als Mika en Scissor Sisters blijven toch ook successen boeken met hun hoge en vaak irritante (toch zeker bij Mika) falsetto stemmetjes, waarom zou Justin Hawkins dat dan niet mogen ? Mika en Scissor Sisters doen het gewoon met kitscherige disco en opgeblazen pop, The Darkness doet het met over the top hard rock, dat is het verschil.
Tussen de cliche’s zitten echter een handvol sterke riffs en potige songs verscholen. De humor en de gitaren van “Every inch of you” halen ons over de schreef ,“Nothin’s gonna stop us” is gewoon een lekkere rocksong en “With a woman” is AC/DC met een gezonde scheut Queen. Radiohead adepten zullen spontane braakneigingen krijgen bij “Street Spirit” die hier een Judas Priest kleedje werd aangemeten, wij vinden die cover vooral grappig.
Elders is het drakengehalte dan weer tergend hoog, “Living each day blind”, “Forbidden love” en “Love is not the answer” zijn ongelooflijke slijmballen die een nefaste invloed kunnen hebben op uw sluitspier. Maar goed, een groep als The Darkness verwijten dat ze foute muziek maken, dat is zo iets als klagen bij de beenhouwer omdat die vlees verkoopt.
Natuurlijk is het er ver over, maar bij Muse is dat ook zo, en die zijn wereldtop. The Darkness is best wel te pruimen, doch liefst in beperkte dosissen.

ZZ Top

La Futura

Geschreven door

De extreem vuile gitaar waarmee Billy Gibbons op de uiterst potente rocker “I gotsta get paid” de nieuwe ZZ Top inzet verraadt meteen een bende oudjes in bloedvorm. Het moet van ‘Eliminator’ geleden zijn dat we de band nog zo hecht en stevig aan het werk gehoord hebben. Een deel van de pluimen mag op de hoed gestoken worden van producer Rick Rubin die er in geslaagd is om ZZ Top volledig zichzelf te laten zijn en hen terug te brengen naar de spirit en de groove van hun beste dagen. De grom van Billy Gibbons heeft in tijden niet meer zo gevaarlijk uitgepakt en zijn Gibson klinkt roestiger dan ooit.
Amper 10 lellen van rocksongs staan erop, geen vulling dus, en met zijn allen zijn ze uiterst potent en moordend efficiënt. Ze klinken dus allemaal zéér ZZ Top, maar dan de beste ZZ Top in jaren. Dat de riff van een track als “Chartreuse” zeer dicht aanleunt bij hun seventies hit “Tush”, bedekken we met de mantel der liefde. Alles is immers zeer herkenbaar, maar juist daarom ook beresterk, alsof ZZ Top alle balast overboord heeft gegooid en enkel de essentie van de zaak, zijnde simpele en harde blues en rock’n’roll, heeft behouden.
De baarden hebben in eeuwen niet zo fris geklonken.‘La Futura’ krijgt in onze platencollectie een ereplaatsje tussen ‘Tres Hombres’ en ‘Eliminator’.

Bob Dylan

Tempest

Geschreven door

‘Tempest’ wordt zowat overal op lovende recensies onthaald, maar wij vinden toch dat den ouwe hier een beetje te veel aan het zagen slaat. De plaat bestaat uit overwegend lange songs die weinig van richting veranderen en zo soms echt te lang voortkabbelen, zeker in het geval van de stroperige titelsong (13 minuten lang, het zijn er zeker 10 te veel). Zet daarop die typisch nasale stem van de bejaarde knorpot en het wordt soms een beetje te veel van het goede. Bovendien zit Bob zodanig met de krop in de keel dat je eerder zou denken dat hij meer door de anus dan door de neus zingt.
Dylan doet zoals steeds wel zijn goesting, hij houdt het bij rootsmuziek en bedrijft folk, blues en country op zijn gemak zonder daarbij één enkele keer uit de bocht te vliegen. Op “Narrow way” mag er al eens gerockt worden, maar de song drijft meer dan zeven minuten door op één simpele riff dat het op den duur op de zenuwen begint te werken. Als een song dan eens wat korter is, dan is het slijmbalgehalte weer te hoog (“Long and wasted years” en alleszins “Tempest”). En een man van dat kaliber zou met de blues toch meer moeten aanvangen dan de zoveelste kopie van de eeuwige Muddy Waters ‘Hoochie Coochie’ riff op “Early roman kings”.
Pas op de mooie ballad “Tin Angel” weet Dylan ons echt te raken zoals hij dat vroeger kon, een song die we, en dat is straf, een plaatsje zouden durven geven naast “The man in the long black coat”.
Als opvolger van de laatste vier voortreffelijke studio platen ‘Time out of mind’, ‘Love and theft’, ‘Modern Times’ en ‘Together trough life’ (het kerstmisgedrocht ‘Christmas in the heart’ even buiten beschouwing gelaten) is dit een ware ontgoocheling.
Nooit gedacht dat we dit ooit zouden durven schrijven, maar Bob Dylan anno 2012 klinkt een beetje saai.

Conor Oberst

One of my kind

Geschreven door

One of my kind
Conor Oberst & The Mystic Valley Band
Bezige bij toch wel , die Dylanesque sing/songschrijver Conor Oberst ; hij stond met z’n muzikaal project Bright Eyes en de plaat ‘Casadaga’ in 2007 op het punt definitief door te breken. Maar het muzikaal talent liet het voor wat het was en trok op tournee met enkele vrienden onder The Mystic Valley Band.
Op een goed jaar tijd verschenen er twee platen . En kort daarop was er een ‘achterdeschermendocumentaire’ bezig van de uitgebreide tour van Oberst en de zijnen door z’n gitaartechneut Phil Saffart. Het grootste deel van die tweede plaat ‘Outher south’ kwam hierbij tot stand.
Die docu is nu ook officieel gereleased en bevat een rits b-sides, een verzameling tour EP’s, outtakes , traditionals en covers.
Onmiskenbaar puurt hij uit de Amerikaanse rootstraditie. We hebben te maken met ‘70’s retrorock en americana/countrypop in de beste traditie van Green On Red, het oude Wilco, Will Johnson (South San Gabriel/Centro-Matic) en Bob Dylan natuurlijk.
Het zijn sfeervolle, dromerige, snedige emotievolle ‘on the road’, soms kampvuursongs, waarin het gitaarspel en de Hammond toetsen een prominente rol krijgen, fris, zwierig, meeslepend, ingetogen en sober!
Ze beleven ‘the time of their life’ … retro juweeltjes die een uiterst genietbare plaat tekenen . Uitkijken wordt het volgend jaar als hij solo toert … Multifunctioneel die sing/songwriter .

Gravenhurst

The ghost in daylight

Geschreven door

5 jaar liet hij tussen de vorige, al vierde cd , ‘The western lands’ en deze hier … Gravenhurst is het muzikale project van sing/songwriter Nick Talbot. Elementen worden aangehaald uit de sferische, akoestische folkpop, postrock en indienoise. Songs met een broeierige spanning dus, ergens tussen Fairport Convention, Midlake en Yo La Tengo . Een intieme, breekbare, melancholieke, dromerige setting waarbij het gaat van sober semi-akoestisch werk dat kan aanzwellen, opbouwen of weelderig omlijst wordt . “Circadian” , ”The foundry” en “Fitzrovia”, gekenmerkt van een soms langgerekt panoramisch stuk en creepy ambiente soundscapes getuigen van een intense schoonheid. Ook “Islands” en de ingetogenheid van de afsluitende “The ghost of Saint Paul” en “Three fires” zijn de moeite . Bijzondere plaat … Moeten we nu terug vijf jaar wachten ?!

Electric Guest

Electric Guest – voorlopig nog niet verrassend genoeg …

Geschreven door

 

Een paar kleppers van nummers , een goede set , maar niet verrassend, opvallend genoeg. Afwachten what’s up next …

Electric Guest , opkomend bandje uit de Verenigde Staten, L.A., die na Les Nuits Bota hier nu terug aankloppen en op hun debuut ‘Mondo’ aantonen meer dan zomaar een synthpopbandje te zijn .

Ze gaan duidelijk breder en houden het op een frisse, aanstekelijke mix van pop , electro, funk en psychedelica . ‘Mondo’ klinkt hitgevoelig , dansbaar, lichtvoetig en smaakvol. Ze hebben alvast met “This head I hold”, pas op het eind van de set afgevuurd, een eerste hit op zak; ze hebben meer in hun mars, zagen we, en songs als “Waves”, “Under the gun”, “Awake” , “Amber” en “Troubleman” onderscheiden zich door de huppelende, twinkelende, dromerige ritmes en de subtiele, fijnzinnige en bruisende  elektronicatunes, – bleeps en pianoloops. De zang wisselde , een moeiteloze overstap van indringende, emotievolle vocals naar een hoge(re) falset. En de zanger Asa Taccone laveerde van de ene naar de andere kant op het podium en was niet vies van enkele sensuele danspasjes. Samen met z’n kompaan Matthew Compton en de broers Todd en Tory Dahlhoff zagen ze er als ‘real american school teenagers’ uit en refereerden muzikaal aan Foster The People, Phoenix, Two door cinema club, Hot Chip, MGMT en Empire of the sun. Trouwens de productie van hun debuut was in handen van Danger Mouse , die al z’n strepen verdiende met James Mercer van The Shins , Gnarls Barkley, The Black Keys , The Rapture en Gorillaz.
Een goed gevulde Orangerie genoot van het korte pittig , gedreven setje van het kwartet, een 45 tal minuten en tien songs lang . Op die manier was hun debuut er in een mum van tijd doorgeraasd.

Kort zagen we nog de support Last dinosaurs, die de gitaren krachtiger boven haalden, en het even aanstekelijk, fris en catchy wilden houden als Electric Guest.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/electric-guest-24-09-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel 

Dan Deacon

Dan Deacon – te zien, maar vooral te beleven…

Geschreven door

We wachtten ongeduldig op de terugkeer van Dan Deacon naar België, deze prettig gestoorde die op 7 juni de Botanique letterlijk op zijn kop had gezet. Maandag 24 september trad hij hier opnieuw op, maar dit keer in de Rotonde. Door de gebruikelijke theatrale codes aan zijn laars te lappen, slaagde de Amerikaan erin een gevoel van perfecte eensgezindheid met het publiek te creëren. Niet verwonderlijk dan ook dat de zaal vol zat om een lekker ‘Deaconiaanse’ performance te zien, of - beter gezegd - te beleven. Niet in het minst ook omdat zijn nieuwe album ‘America’, sinds slechts enkele weken in de platenwinkel, ideaal is voor de transpositie naar een live optreden.

Alvorens écht van start te gaan, de beurt aan Deep Time. Het duo beklimt het podium om 20 uur stipt. Vroeger luisterde het koppel naar de naam Yellow Fever. Jennifer Moore (zang, gitaar, synthesizer) en Adam Jones (drums) hebben recentelijk een gelijknamige plaat uitgebracht, die vrij aangename, minimalistische pop biedt. Ondanks deze capaciteiten zal de zangeres er niet één keer in slagen om zich, gedurende de 30 minuten, ten volle te geven. Bovendien zal ze enkele fouten begaan ; onhandigheden die haar partner een slecht humeur bezorgen. Jammer, want op zich houden de nummers best stand, maar aangezien de omstandigheden , om het even welke interactie in de weg staan … Zonde!

21 uur nadert. De spanning is te snijden in de barstensvolle Rotonde. Het publiek is duidelijk al veroverd door de artiest, nog voor hij zijn intrede doet. Op het podium staan twee drumstellen tegenover elkaar en pal in het midden staat een schedel. Kleurrijke spots hangen boven een tafel waarop een uitrusting ligt, een vreemd gevoel voor mij. Uiteindelijk wordt de schedel verlicht. Naar goede gewoonte neemt Dan Deacon plaats tussen het publiek, voor de tafel. Vanaf dat moment treedt de inboorling van Austin (NVDR: vandaag woont hij in Baltimore) in symbiose met zijn publiek. Een publiek waarvan de meerderheid in een soort van trance zal gaan, en dit gedurende de komende 90 minuten.
Deze goeroe met een teddybeeruitstraling heeft de aangeboren gave om de toeschouwers te betrekken in zijn show.
Hij begint met een hommage aan Lenny Kravitz. Het publiek wijst naar de discobol die aan het plafond hangt. Zoals de ceremoniemeester aangeeft, bukt iedereen zich en komt op het einde van de telling weer recht. Op dat moment weergalmen de eerste elektronische loops, ondersteund van de twee alerte drummers. Een toestand die een hartstocht aanwakkert waardoor de twee muzikanten, logischerwijs, op het randje van de uitputting zullen zijn tegen het einde van de show. Opgewonden springen de jongeren of stampen ze op de grond. De Rotonde beeft.
Het repertoire van Deacon verenigt titels uit zijn nieuwe en uit zijn vorige werk, ‘Bromst’. Maar dat zal de menigte worst wezen: het is de sfeer die primeert. Nog nooit heb ik zoveel waanzin in een concertzaal gezien. Het hoogtepunt van het spektakel? Een reuze ‘farandole’ geleid door Dan. Er zal zelfs een enorme menselijke tunnel gevormd worden tot buiten de zaal.
Iedereen goedgeluimd. Andere sterke momenten: de slam dansen. Zowel de jongens als de meisjes doen eraan mee. Ze zwieren van links naar rechts en van boven tot onder het podium! Om 22 uur 30 is de show afgelopen. Unaniem gejuich voor Dan Deacon. De toeschouwers die hem omringen, omarmen hem en vragen hem T-shirts, vlaggen, etc… te signeren.  

D
e planken van de Rotonde zullen zich nog lang de komst van deze goeroe herinneren. Dan Deacon heeft er een concert vereeuwigd dat niet alleen om te zien, maar vooral om te beleven was. En de toeschouwers van vanavond zullen deze geprivilegieerde momenten niet snel vergeten...

Berenger Ameloot – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Botanique, Brussel  

Up In Smoke IV Roadfestival 2012: als de rook om je headbangend stonerhoofd is verdwenen…

Geschreven door

Up In Smoke IV Roadfestival 2012: als de rook om je headbangend stonerhoofd is verdwenen…
Up In Smoke IV Roadfestival 2012 -
Grandloom (Ger) – Glowsun (Fr) – Monkey 3(Ch)
Magasin 4
Brussel

Vorige zaterdag streek de ‘Up in Smoke’- karavaan neer in Magasin 4 aan de Havenlaan in Brussel. Het mini-festival, georganiseerd door Sound Of Liberation (SOL), is ondertussen al aan zijn vierde editie toe en brengt telkens een affiche om als psychedelische stonerfan duimen en vingers bij af te likken. Deze keer is het de beurt aan het Duitse Grandloom, het Franse Glowsun en het Zwitserse Monkey 3 die gedurende de 2de helft van september de Europese concertzalen onveilig zullen maken.

Grandloom, de psychedelische stonerrock band uit Cottbus (Duitsland), had de eer het stonerbal te openen. Hun sound kan je best omschrijven als een mix van psychedelische, space, stoner, blues en seventies hard rock! Een combinatie van kopstoten van riffs en geestombuigende psychedelische solo’s werden gedurende een groot uur om onze oren geslagen. Vooral hun bassist Hans liep in de kijker met zijn fenomenale loops en killer sound (denk aan de bass-sound van Tool)! We kregen gedurende één uur een magistrale metal jam met een mix van de spaciness van Earthless, de doomriffs van Sons Of Otis, de drive van Karma To Burn en de rook van Colour Haze voorgeschoteld. En daarmee is in een notendop dit optreden samengevat. Klasse!
Setlist Grandloom:
[1] All In / Larry Fairy [2] M. Lunch [3] Paula’s Voodoo Groove [4] Orbit Wobbler [5] Apollo Moon

De zuiderburen van Glowsun uit Lille zagen we begin augustus al schitteren op het Yellowstock-festival in Geel en ook nu was het terug raak. Ze brachten in eigen beheer ‘Love Lost’ (2006) uit om dan via het Belgische Buzzville Records in 2009 ‘The Sundering’ en het split-album ‘Sun and Moon’ (split met Electric Moon – 2011), deze maand hun nieuwe ‘Eternal Season’ (Napalm Records) op ons los te laten. Dat zanger Johan Jaccob – naast zijn schitterende artwork (check zijn site op smoelenboek https://www.facebook.com/johanjaccobartwork) – ook nog een potje gitaar kan spelen is een publiek geheim. En met een ritmesectie (een schitterende Ronan Chiron op bas en rots in de branding Fabrice Cornille op drums) die gerust een skyscraper kan onderstutten,  ben je natuurlijk de koning te rijk. Eén uur wegdromen in een universum van psychedelische doom en stonerrock zorgde voor een gelukzalige blik bij het overgrote deel van het aanwezige publiek. Gezien, gehoord en goedgekeurd!
Setlist Glowsun:
[1] Death’s Face [2] Virus [3] The End [4] Dragon Witch [5] The Thing [6] Lost Soul [7] Sleepwalker [8] Monkey Time

De kers op de psychedelische verjaardagstaart kregen we bij het Zwitserse Monkey 3 (zie pics) dat we ook op Hellfest en Yellowstock tijdens de zomermaanden zagen heersen. We hadden het geluk om naast de baas van Buzzville records (Patrick Meuris) te mogen staan en een geanimeerd gesprek met hem te kunnen voeren. Meuris bracht via zijn platenlabel in 2003 hun debuutplaat ‘Monkey 3’ uit en was op vraag van de band – na lange tijd elkaar niet meer gezien te hebben – uitgenodigd naar zaal Magasin 4. En ook hij zag dat het goed was. Het Zwitserse 4-tal bracht ons al van bij het begin van hun set in een ‘Turn On. Tune in. Drop Out.’-modus ( © Timothy Leary).
We konden niet anders dan hun schitterende muzikale trip onder hypnose ondergaan. Maar dit deden we dan ook met alle plezier. Dat hun invloeden duidelijk op seventies bands geënt zijn, konden we al op hun tribute album ‘Undercover’ smaken: Pink Floyd, Led Zeppelin, Kiss en Deep Purple zijn nooit veraf! Het werd een groot uur ‘space-jammen’ op een verslavend psychedelische stonerrock-vibe! Toen ze dan nog in extremis bij de encores een fenomenale versie van Ennio Morricone’s “Once Upon A Time In The West” op het publiek loslieten, kon onze avond niet meer stuk! Monkey 3 zijn heersers! Op naar ‘Up In Smoke V’!
Set list Monkey 3: [1] Camhell [2] Motorcycle Broer [3] Jack [4] True The Desert [5] Last Gamuzao / Encores: [6] Once Upon A Time In The West (Ennio Morricone cover) [7] One Of These Days (Pink Floyd cover)

Organisatie: Magasin 4 (i.s.m. Sound Of Liberation & HeartBreakTunes), Brussel  

Pagina 689 van 966