logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_14

Torche

Volledig meegezogen in de aparte wereld van Torche -

Geschreven door

Deze avond opnieuw een bezoekje aan Magasin 4 in Brussel. Het kan niet genoeg herhaald worden wat een fantastische zaal en schitterende alternatieve programmatie ze aanbieden!

Vanavond was de productie ism Heartbreaktunes. Deze organisatie lijkt wel omnipresent in het Vlaamse muzieklandschap. Ze kunnen vergeleken worden met de Live Nation van de hardere muziek (zonder verkeerde bijbedoelingen). Ook voor hen neem ik mijn hoed af.

Vanavond presenteren er zich 3 groepen. Hangman’s Chair dient zich als eerste aan. Deze vierkoppige Franse band schotelt zompige stonerrock voor, die echter vrij mainstream klinkt. Met momenten lijken ze het (volgens sommigen zeer terecht) ter ziele gegane genre van de nu-metal te raken. Vooral de cleane stem van de zanger doet mij aan veel bands tegelijk denken. Er kwam zelfs heel even een Soundgarden gevoel over mij. Ook een vleugje sludge mag ontbrak niet. Hoewel dit alles klinkt als een veelbelovende combinatie valt het optreden toch wat tegen. Muzikaal is er niets op te merken aan hun sound en spel. Maar het geheel klinkt te routineus, te banaal, te zoutloos. Iets meer uit de band springen en wat meer experimenteren zou zeker mogen. Na een korte set blijven we op onze honger zitten.

Castles is een Belgische groep met een Britse zanger, die zich overigens in perfect Frans weet te bedienen wanneer hij de PA nog wat moet bijstellen. Hij wordt bijgestaan door een bassist en een drummer. De eerste nummers die we te horen krijgen klinken veelbelovend. Een mix van metal en punk (vooral door de stem van de zanger), met ongelofelijk veel variatie, die geen platgetreden paden wil bewandelen. Het enthousiasme straalt van hen af, op het publiek dat enthousiast reageert. De zanger blaast, schuimbekt, fluimt,… als een ketter en lijkt de zaal volledig plat te spelen. Maar de eerste nummers blijken hun beste nummers te zijn. Nadien gaat het bergaf en klinkt alles wat cliché. De band laat dat echter niet aan hun hart komen en blijven met een benijdenswaardige gedrevenheid alles geven. Chapeau hiervoor. De band heeft potentieel genoeg. Indien de lijn van de eerste nummers kan worden doorgetrokken worden naar een volledige set, wil ik zeker nog eens gaan kijken.

De headliner deze avond heet Torche. Hierop heeft duidelijk heel de zaal gewacht, want al voor het optreden is de spanning te snijden. Volledig terecht zou blijken. Want Torche speelde een fenomenale set. Voor mij was deze groep een groot vraagteken vóór dit optreden. Een zanger die het live beter doet dan op cd, zo hebben we er nog niet veel tegen gekomen. Torche brengt een mengelmoes van verschillende genres waaronder metal, rock, stoner, sludge en heel in de verte zelfs soms een beetje folk. Dit alles zonder hun sound te verliezen of als een onsamenhangend zootje over te komen. Respect! Waar in het begin van de set de oren nog even gespaard werden, werd op het einde van de set de zware hamer boven gehaald om iedereen headbangend de nacht in te sturen. Alle toeschouwers eten uit hun hand en heel de zaal wordt meegezogen in wereld van Torche.
Wanneer de set eindigt lijkt het wel alsof ze net begonnen zijn en dat is altijd een goed teken. Aan bisnummers doen ze blijkbaar niet, ondanks dat de volledige zaal maar wat graag nog wat verder had genoten.

En zo komt de ‘zware’ avond tot een eind. Torche regeerde met vlag en wimpel in Magasin 4 en mogen voor mijn part ieder jaar naar Brussel komen.

Organisatie: Magasin 4 (ism Heartbreaktunes), Brussel

Hangman’s Chair, Castles en Torche

Le N.A.M.E.- Festival 2012 – elektronisch muziekfestival het ontdekken waard!

Geschreven door

N.A.M.E.- Festival 2012 – elektronisch muziekfestival het ontdekken waard!
N.A.M.E.- Festival 2012

Als er één elektronisch muziekfestival was waar ik dit jaar naar uitkeek, was het ongetwijfeld dit jonge festival in Frans Vlaanderen. Een geweldige line-up op het hoofdpodium met twee toplive-acts op vrijdag. Wat een mooie avond beloofde te worden draait toch enigszins helemaal anders uit. Gelukkig is er een wonderboy als Nicolas Jaar om de avond te redden. Die avond was er jammer genoeg geen enkel ander lichtpunt te bespeuren.

Ik denk dat wij in ons Belgenlandje heel hard verwend zijn als het aankomt op muziekbeleving. Niet alleen weten Belgische festivalorganisatoren uitmuntende artiesten te strikken, ook op vlak van organisatie kunnen onze buren uit Frankrijk gerust eens in de leer komen. Daar knelde net het schoentje op het NAME-Festival. Georganiseerd parkingbeleid? Nog nooit van gehoord. Tijdstabellen respecteren. Wanneer? Vrouwentoiletten met wc-papier? Waar is dit voor nodig? Ik kan nog wel even doorgaan en vermelden dat 3 bars voor een massa-event als dit toch ronduit te weinig is. Bovendien moest je om de veel te dure dranktickets te bemachtigen de indoor concerthallen volledig doorkruisen. Om nog maar te zwijgen dat één van de ingangen van de hallen links naast het podium van zaal twee gepositioneerd was. Een getrek en geduw van jewelste. Ok, we leggen alle negativiteit naast en ons neer en komen best eens even terzake!

Eén van meest vernieuwende en spraakmakende artiesten van de laatste jaren bewees andermaal dat supertalent aan weinigen gegeven is. Nicolas Jaar klinkt live nóg spannender dan op plaat. In Tourcoing werd hij geflankeerd door saxofonist Will Epstein en gitarist Dave Harrington. Jaar zelf zorgt voor de vocals, beats en bleeps. Een langgerekte spacenoisy intro kondigt een uur concert aan waar eenieder gaat van duizelen. In zijn livesets brengt Jaar zijn nummers telkens in een totaal ander jasje dan dat we kennen van op plaat. De versies van ‘El Bandido’, ‘Too Many Kids Finding Rain In The Dust’ en ‘Time For Us’ waren ongetwijfeld de hoogtepunten van de avond.
De diepe en loepzuivere bassen, de huilende gitaar en smekende saxofoon geven de performance een heel Lynchesque tintje mee. Ook nu katapulteert Nicolas Jaar zich in mijn persoonlijke top 5 van beste concerten van het jaar. Perfect op temperatuur gekomen voor de volgende live set.


John Talabot zagen we eerder deze zomer aan het werk op 10DaysOff met een slo-mo-house-set. Vandaag werd hij jammer genoeg geteisterd door technische problemen waardoor zijn act simpelweg werd geannuleerd. Dan maar naar Mr. Oizo’s vriendje Kavinsky die we vooral kennen van zijn bijdrage, “Nightcall”, voor de soundtrack van de film ‘Drive’. Het lijkt er heel sterk op dat deze uiterst populaire man niet helemaal weet waar hij naartoe wil met zijn set. Van disco over dirty, smaakloze electro naar techno. Even was er een lichtpuntje wanneer hij een aantal vintage acid-tracks afvuurt op het publiek. Helemaal niet overtuigend genoeg als je het ons vraagt.

Hoe hard we ook nog ons best deden, de Canadezen van Art Department konden onze mood ondanks hun voortreffelijke set niet meer keren. Naar goede gewoonte komen Kenny Glasgow en Johnny White aandraven met een heel aparte mix van de allernieuwste house- en technopromo’s en lang vergeten house classics. Hun set viel wat in het water door een bedroevende sfeer. Maceo Plex zien we nog starten maar het werd tijd om het festival te verlaten.

Als je de line-up van vanavond bekijkt, verwacht je een knaller van een feest tegemoet te gaan. Hoe komt het toch dat dit met uitzondering van Nicolas Jaar nooit het geval is geweest? Aan de N.A.M.E. om hier lessen uit te trekken. Feesten is véél meer dan een goede line-up. Of zijn wij intussen te verwaand op dit vlak? In ieder geval niet tot volgend jaar.

Organisatie: N.A.M.E. Festival

Gabriel Rios

Sherman + Gabriel Rios – Sant in eigen (buiten)land

Geschreven door

 

Sherman + Gabriel Rios – Sant in eigen (buiten)land
Sherman + Gabriel Rios

Een jonge hengst en een oude rat, maar twee soloperformers met een missie. De Kortrijkse Schouwburg sloot twee ‘verloren zonen’ Sherman en Gabriel Rios met warmte in zijn armen.

Gabriel Rios was in het verleden al in Kortrijk, zowel solo als met samenwerkingsprojecten met bijvoorbeeld Jef Neve. Dit keer stond hij er met Sherman, maar die stonden los van elkaar. Al hadden ze wel dezelfde line-up.
Het was voor allebei een beetje thuiskomen. Rios woont en werkt momenteel in New York en kwam even wat nieuw werk try-outen terwijl Sherman (pseudoniem van Steven Bossuyt) een echte Kortrijkzaan is die een tijdje naar Londen trok om daar aan de muzikale opstart van zijn carrière te bouwen.

Sherman opende wat nerveus, maar toch meteen heel breekbaar, zijn solo-performance in de Schouwburg die vooraf met de nodige rookslierten intiem versluierd werd. Zijn akoestische set van een tiental nummers werd gesmaakt. Aanvankelijk op gitaar, nadien op twee nummers piano (‘Ik ben geen begenadigd pianist’) en erna (‘Dit heb ik toch weer overleefd’) afsluitend op zijn gitaar. Hij genoot ervan (‘Fantastisch om in zo’n zaal te mogen spelen’) en sloot af met “On your side”, de hit waarmee hij via de Afrekening van Studio Brussel bekend werd.

Na de pauze kreeg het heel gemengde publiek met Gabriel Rios een ervaren en geüpdatete versie van het voorprogramma. Door de wol geverfd is hij intussen, de natte droom van veel tiener (en oudere?) meisjes, waar de tijd ook al wat impact op kreeg: hij klinkt als een volwassen man van de wereld, in Kortrijk heel expressief dicht bij de rijpe Bart Peeters.

Het lichtspel werd nadrukkelijker en subtieler, de beleving ook. Met “Voodoo Chile” zette hij meteen een sterke opener neer. Heel luid snuivend in zijn nummers, als gebruikte hij zijn diepste adem als een extra instrument in zijn solo-optreden. “Straight song” en “City song” volgden en toen adresseerde hij voor het eerst zijn publiek.
Dat hij veel nieuwe teksten geschreven had en dat hij ze die avond voor het eerst voor een publiek wou uitproberen. En dat hij intussen Belg geworden was en de nationale identiteitskaart op zak had. ‘Na 17 jaar is dat wel cool’, grapte hij. ‘Niet dat nationaliteit op zich belangrijk is, maar in de States lopen miljoenen Puerto Ricanen rond en als ik dan in New York zeg dat ik Belg ben, dan klinkt dat exotisch.’
Waarna hij een ‘Belgian song’ aankondigde: “Broad Day Light”, waar de zaal – vooral op het einde – graag in participeerde. Hij smeerde nog twee Spaanstalige nummers tussen zijn verder Engelstalige set: “El Carretero” (“Opnieuw ontdekt hier in België en een favoriet van mijn opa”) en “Tu no me quieres”.
Maar het ging hem vooral voor de try-out van nummers als “City Song”, “Burning Son”, “Days without love”, “Work song” en “Police sounds”. Stuk voor stuk Rios-ballades waar hij fier mag op zijn. En wellicht ook  is. En omdat hij nog een pak nieuwe creaties liggen heeft, was het dan ook merkwaardig dat hij afsloot met een cover van “Crazy” van Gnarls Barkley. Die hij à la Rios weer krachtig zacht bracht.
“Toch fantastisch dat ik naar hier mag komen en in uitverkochte zalen kan komen spelen. Dan is het in New York iets anders met al dat talent dat daar zijn kans komt wagen”, voegde hij er aan toe, trouwens de hele avond op enkele korte zinsnedes na, volledig in het Engels.

Het was inderdaad thuiskomen voor Rios. Solo en toch niet alleen, want uiteindelijk is de nieuwe Belg nog mateloos populair. En ook een beetje exotisch. Sant in sinds kort zijn eigen (buiten)land dus.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sherman-21-09-2012/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/gabriel-rios-21-09-2012/

Organisatie: Kortrijkse Schouwburg, Kortrijk

Graham Coxon

Graham Coxon: Graham de artiest , de muziekliefhebber en de grapjas

Geschreven door

Een dikke maand geleden sloot Graham Coxon nog met zijn band Blur de slotceremonie van de Olympische Spelen af in Hyde Park voor zo’n vijftigduizend man. Vandaag moest hij het zonder z’n maats doen en voor zo’n 1/100 van het publiek in Hyde Park.

Maar laten we beginnen bij het begin en dat was het voorprogramma: Organic. Het begon allemaal wat stuntelig: ze kwamen op en de micro bleek niet te werken en ze, sorry jongens, zagen er ook niet al te rock ’n roll uit. Maar toch leverden ze bijzonder aardig werk. Bas, drum, zang, een hoop samples en zwart-wit projecties: meer hadden ze niet nodig. Vooral de projecties waren een goede zet, ze zorgden ervoor dat de aandacht van het publiek niet verslapte. Het klonk een beetje als Fehlfarben en andere Duitse (post) new wave en electronica bands. Maar bovenal klonken ze als geen enkele andere hedendaagse band. Sterk.

Graham Coxon. In de jaren ’90 nam zowat elke verlegen jongen met bril een gitaar vast in ’s man ’s kielzog. Tegenwoordig doet ie ’t zonder bril maar de verlegenheid is er nog steeds. “Spreek ik te stil? Gebeurt altijd. Daarom maak ik zo’n onnozel luide muziek!”. Verlegenheid om een pak lawaai te maken is er dus allesbehalve.

Coxon had een vijfkoppige (!) begeleidingsband met zich mee en ze openden (heerlijk) rommelig met “Advice”, wat de toon zette voor de rest van het optreden. “Spectacular”, “I Can’t Look At Your Skin” en vooral “City Hall” deden denken aan “Bugman” van Blur op de plaat ‘13’, niet toevallig het album waar Coxon groen licht kreeg van de rest van de band om zijn gitaarkunsten te etaleren. Vooral dankzij de noise intermezzo’s  tijdens de nummers uit zijn laatste plaat ‘A+E’ kreeg het allemaal iets mee van een jamsessie (we telden op een bepaald moment maar liefst 4 gitaren!). Maar toch slaagden ze erin het publiek aan het dansen te brengen met fantastische songs als “What’ll It Take” en “Running For Your Life”.
Verrassend nieuws! Ondanks dat hij dit jaar dus nog maar net een nieuw album heeft uitgebracht zat er toch al nieuw werk in de set en sprak hij zelfs van een nieuwe plaat die naar eigen zeggen zal uitkomen na een break. “En hopelijk zijn jullie dan al volwassen genoeg om de song te snappen!” Graham, de grapjas. Het nummer zelf, “Billy Says”, klonk minder krautrock en noisy dan zijn laatste wapenfeit maar belooft toch wel weer veel. Vervolgens kregen we met “When You Find Out” een cover van de voor het merendeel van het publiek volslagen onbekende powerpopbandje uit de jaren ’70: The Nerves. Graham, de muziekliefhebber.
“Bottom Bunk”, “You&I” en “Ooh Yeh Yeh” sloten de set af maar Coxon had nog geen zin in ophouden en wou er duidelijk een marathonset van maken. In de 7 nummers lange bisronde kregen we onder andere “Seven Naked Valleys” en “All Over Me”, waarin de 2 achtergrondzangeressen (en soms gitaristen, keyboardspeelsters of tamboerijnspeelsters) het best tot hun recht kwamen. Na de knaller genaamd “Freaking Out” was het time to say bye bye met een elektrische versie van het bloedmooie “Sorrow’s Army”. Graham, de artiest.

Organisatie: Botanique, Brussel

Heirs

Heirs – Eenvoud siert, intrigeert …

Geschreven door

Heirs – Eenvoud siert, intrigeert …
Dead forest Index – Soror Dolorosa – Heirs


Vanavond houdt Magasin 4 een soort van label night. Of is het puur toeval dat twee van de drie geprogrammeerde bands hun platen uitbrengen bij het roemrijke Denovali Records? Een label dat een brede waaier aan muziek uitbrengt, wat deze avond snel duidelijk zal worden. Ze organiseren begin oktober Denovali Swingfest dat doorgaat in Essen, Duitsland.

Drie groepen en een avondklok die op 22 uur ligt. Benieuwd hoe ze dit strakke schema tot een goed einde zullen brengen.

A Dead Forest Index gaat stipt om 19u35 van start. A Dead Forest Index is een Australische band en speelt sinds jaar en dag met een zeer beperkte bezetting; één zanger-gitarist en één drummer. Het is nog steeds wachten op hun eerste full album. Door het vrij vroege aanvangsuur is er nog maar een beperkt publiek aanwezig in de zaal, dat dan ook nog blijkbaar nood heeft aan een glas en een babbel om de drukke werkdag door te spoelen. De zanger laat het echter niet aan zijn hart komen en ontsteekt nog enkele theelichtjes om sfeer te scheppen (of om zijn setlist beter te zien, voor mij was het niet duidelijk) .
ADFI is een band die het moet hebben van sfeer en emotie. Met hun beperkte bezetting proberen ze het publiek bij de keel te grijpen en mee te voeren doorheen hun markant universum. De voortreffelijke stem van de zanger is het beste wat de band te bieden heeft. Zijn ijl stemgeluid heeft de kracht om te beroeren. Na enkele nummers komt echter de klad er al een beetje in en gaat het geheel wat vervelen. Het monotone ritme en een gebrek aan gevarieerde nummers zorgt ervoor dat ondanks de korte set (ongeveer 30 minuten) de aandacht makkelijk verslapt. Bij het afsluitend nummer proberen ze nog eens alles uit de kast te halen, maar voor mij was de kast al een tijdje gesloten. Het was een verdienstelijke poging, maar niet volledig geslaagd.

Na een korte en snelle wissel stond de volgende band al in vol ornaat voor ons te blinken. Soror Dolorosa is een Franse band die het licht zag in 2001. Bij de eerste nummers gingen ze wat aarzelend van start. De zanger had wat moeite om de juiste noten te halen en de band sleepte er zich wat gezapig doorheen. Het feit dat de zang dan ook nog eens zeer luid doorkomt in de mix is natuurlijk ook niet bevorderlijk. Maar stilaan komt de band onder stoom: de gitaar en het tempo worden twee versnellingen hoger geschakeld, de muziek verschuift van no-wave naar new-wave en ook de zanger lijkt eindelijk zijn draai te vinden en gooit alle overbodige kledingstukken van zich af.
Eindelijk wanen we ons in de jaren ‘80, in één of ander obscuur new-wavehol waar mascara eerder regel dan uitzondering is. Het publiek lijkt ook in de stemming te komen en er worden hier en daar zelfs wat beentjes losgegooid. De band werkt naar een apotheose en bij het laatste nummer knettert er vuurwerk (figuurlijk) om de oren.
Een perfect opgebouwde set dus, met een rustig en kabbelend no-wave begin en een klinkend new-wave einde. Zo hebben wij het graag. Is het origineel? Nee. Is het vernieuwend? Nee. Maar soms is dat helemaal niet nodig.

En dan moet de klap op de vuurpijl nog komen, want het is eindelijk tijd voor Heirs. Heirs had net als A Dead Forest Index de weg gevonden uit het verre Australië. Ook de mannen van Soror Dolorosa blijken fans te zijn want voor het optreden vervoegen ze mij op de eerste rij en wijken heel het optreden niet meer van mijn zijde.
Heirs bestaat uit vier bandleden. Een grote videoprojectie zorgt voor de gepaste sfeer en de lichten op het podium kleuren enkel nog rood, roder en roodst. Ze brengen post-rock van de bovenste plank en af en toe piepen ze even om de hoek bij de post-metal. Een stoïcijnse bas en drum zorgen voor de perfecte fundering om een wall of gitaarsound op te bouwen.
Dit is geen kleffe post-rock met zagerige stukken en moeilijkdoenerij. Geen “kijk hoe goed ik wel kan spelen” gevoel. Maar wel: overstuurde gitaren die bulken van distortion, rudimentaire drum, noise en een sound die naar de oren en de keel grijpen. Geen ingewikkelde composities, geen ondoorgrondelijke tempowisselingen. Maar strakke, repetitieve drum en basspartijen. De wall of sound zorgt voor een vuile, dreigende bombast die je verheft naar de donkerste regionen.
Een wervelend uur aan puur muzikaal genot. Gelukkig werd de avondklok ruimschoots met de voeten getreden en mocht Heirs nog tot 22u30 het kot ondersteboven spelen. Niemand hierover horen klagen.

En zo zat de avond er weeral op en mocht ik met een goed gevoel, een cd en een plaat rijker terug naar huis rijden.

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Calexico

Calexico – Goud in de vingers, koperblazers in de oren

Geschreven door

Nadat ik in 2000 het fantastische optreden van Calexico, in het gezelschap van het Mexicaanse Mariachi-orkest Luz de Luna, op Pukkelpop had gezien en ik er vervolgens in 2009 bij was tijdens hun – even opmerkelijke – optreden op het Cactusfestival in Brugge, kon ik nu onmogelijk hun optreden in de AB, gepland op 19 september 2012, missen. Zeker nu de groep een paar dagen geleden nog een nieuw album heeft uitgebracht: getiteld ‘Algiers’ en opgenomen in New Orleans. Dat belooft alvast een originele mix van stijlen te zijn.

Vanavond is de Ancienne Belgique stampvol. Laura Gibson mocht alweer de avond openen. Afkomstig uit Portland, heeft deze artieste zelden veel inspiratie om zichzelf op te doffen. Niet zo verwend door moeder natuur, eerder verlegen van aard en met een juffenbrilletje op de neus, is deze jonge dame (NVDR: de titel van haar laatste album is ‘La Grande’: de naam van een dorpje gelegen in de staat Oregon) toch gezegend met een prachtige stem. Hemels en verkwikkend. Getalenteerd begeleidt ze zichzelf op gitaar (vaak ook op keyboard) en geniet van het gezelschap van een pianist/trompettist, een drummer (die uiterst rechts op het podium staat), een gitarist (vaak aangesteld om de steelgitaar te bespelen) en een contrabassist. En de muziek weekt in een soort buitengewoon elegante folk/jazz. Een half uur performance dat nog wat verlenging zou verdienen …

Om 21 uur komt de band van John Convertino en Joey Burns het podium op . Joey neemt de (meestal akoestische) gitaar en zang voor zijn rekening. John het drumstel. Paul Niehaus - pralend met prachtige bakkebaarden – de gitaarsolo en de steelgitaar. Jacob Valenzuela de trompet, de vibrafoon en het keyboard. Martin Wenk, de andere trompet. Volker Zander de bas en contrabas. En Sergio Mendoza de accordeon, de synthesizer en vooral de piano. Zijn Caraïbische interventies op piano zijn overigens ronduit wonderbaarlijk. Ik verwachtte me dus aan een concert dat minstens even geschift zou zijn als de andere die ik had gezien.
Maar bij de aanvang van het optreden neemt de muziek een meer conventionele vorm aan, op het randje van pop, maar wel in een melancholische en luchtige stijl. Niet zozeer een opwindend begin. Vooral omdat hun oudere stukken allemaal even rustig zijn. Gelukkig neemt de intensiteit toe naarmate het optreden vordert. Vanaf de ‘Sergioleoneske’ “Roka”, gezongen in een afwisseling van Spaans en Engels, brengen de maraca’s en vibrafoon meer leven in de brouwerij. “Para” gebruikt meer koperblazers en evolueert in crescendo. Ten slotte bundelt « Dead Moon » drie gitaren – waarvan één in vibrato – terwijl het een ritme van wals aanhoudt. Zo baadt de muziek uiteindelijk in een Latinosfeer, tot grote vreugde van de fans. Koperblazers in Tijuanastijl zorgen voor meer en meer kleur in de muzikale expressie, zonder die ooit te overstemmen. Jacob Venezuela zingt en betovert met zijn extatische trompet de paso doble “No te vayas”, een stuk uit hun nieuwe LP. Om de cover van “Alone again or” van Love te beginnen heeft Chris besloten om zijn contrabas definitief in te ruilen voor een bas. Voor dit stuk zijn er niet minder dan 4 muzikanten die meedoen met de zang. Het is ongeveer vanaf dit moment dat het publiek steeds actiever opgaat in de show, meer bepaald door in de handen te klappen. Eerder tex mex van aard krijgt “Corona” er ook een accordeon en countrygitaar bij. Het epische “Puerto” roept Mexico helemaal tot leven. Dat is het slotnummer van de show.
Gedurende het optreden zullen we ook recht hebben op een andere instrumental (“Close behind”), waarbij de slide een beeld oproept van een spoorlijn die vliegensvlug het Westen induikt. Tijdens het zachte “Hush” tokkelt John Convertino op een twaalfsnarige gitaar, terwijl Joey Burns zachtjes de zijne streelt. Een lied waarbij de vijf andere muzikanten strijden om de beste verbeeldingskracht tijdens hun creatie van de verschillende geluidseffecten. Het publiek is opgetogen. De groep ook. En een bisnummer is onvermijdelijk. Drie titels worden voorgesteld, waarvan twee eerder rustig van aard ; en tot slot het pittige “Guëro Canelo”, die het enthousiasme van het publiek opwerpt. Gejuich verzekerd!


Kortom, een zeer goed concert, maar niet zo voortreffelijk als de andere twee die ik heb kunnen zien. Net als de oude goudzoekers zou Calexico er misschien baat bij hebben nieuwe inspiratiebronnen te zoeken. Een goede goudmijn die ze kunnen verkennen, kwestie van een doortocht door de woestijn te vermijden…

Setlist
Epic, Across The Wire, Splitter, Roka, Para, Fortune Teller, Dead Moon, El Picador, Sinner In The Sea , No To Vayas, Maybe On Monday, Alone Again Or, Corona, Hush, Close Behind, Puerto
Bisnummers The Vanishing Mind, Two Silver Trees, Güero Canelo

Bernard Dagnies – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Ancienne Belgique

Body/Head

Body/Head - IJskoningin terug naar roots

Geschreven door

Body/Head - IJskoningin terug naar roots
Body/Head – Kim Gordon + Bill Nace),

Voorprogramma Ping Pong Tactics moet op een wat eigenaardige manier op de affiche gekomen zijn, want eerlijk gezegd ontgaat enig verband met wat la Gordon ten beste brengt me volledig. Niks tegen op wat ze brengen, een vast wel eerlijke soort punkrock, maar ik kon niet meteen een nummer ontdekken dat echt memorabel was. Het was allemaal ok binnen het enigszins beperkte sjabloon van wat een punkrocksong hoort te zijn, maar laten we zeggen dat ze naar ik hoop nog een evolutie door te maken hebben. Hun allerbelabberdste Frans zorgde wel voor enige leuke momenten. Benieuwd of ze toch nog ergens hebben kunnen crashen die nacht. De culturele kloof met Frankrijk is blijkbaar echt wat te groot geworden.

Dit gezegd zijnde kwam veronderstel iedereen voor Kim Gordon, zonder meer legendarisch lid van Sonic Youth, die zich na de scheiding met Thurston Moore opnieuw uit moest vinden en dan wist ik eerlijk gezegd ook niet wat ik moest verwachten. Gordon was altijd al het muzikaal minst onderlegde groepslid, zeker als je het vergelijkt met de achtergrond van iemand als Lee Renaldo, maar de filosofie van Sonic Youth en heel New York in de vroege jaren tachtig was toch dat dat allerminst een beletsel mag zijn om dingen te proberen en zonder meer experimenteel te zijn en dat was dus blijkbaar wat we kregen.
Gordon speelde ongeveer een uur, bijgestaan door Bill Nace , Body/Head, en het was behoorlijk experimenteel. Songstructuren werden achterwege gelaten om plaats te maken voor heel wat experimentele noise waar Sonic Youth groot mee geworden is, maar dan ontbrak misschien toch de gitaarvirtuositeit van Renaldo, of als je het vergelijkt met een concert van Thurston Moore die het afgelopen jaar Europa ook regelmatig aandoet iets als een song met weerhaken, met zelfs een bepaalde melancholie, een menselijke stem misschien. Niet dat dat op zich hoeft, maar het deed er dan toch aan denken dat Sonic Youth meer dan de som van de delen was, en dat Gordon zich nu toch beperkte. Het deed me heel erg denken aan de exploten van de no-wave scene uit de vroege jaren tachtig, die het experiment tot zowat een geloofsartikel verhief, en er is niks op tegen om het experiment weer als the way forward voor een stagnerende gitaarscene te zien, maar het knappe van Sonic Youth was altijd dat ze nog ergens vervormde songs uit hun noise wisten te puren en dat kregen we vanavond niet.
Kim Gordon is altijd wel de Queen of Cool geweest, en dat trok ze nu wel even al te hard door. Geen enkele keer contact met het publiek, zelfs haar gezicht bleef verborgen achter een hoop haar en een gebogen hoofd. Iemand met haar staat van dienst had zoiets vond ik niet nodig, maar dan is het weer zo dat de muziek misschien inderdaad voor zich moet spreken.

Hoogst interessant concert van een hoogst interessante vrouw, en ik wil gerust respect opbrengen voor een compromisloze aanpak.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/body-head-19-09-2012/

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

Gossip

A joyful noise

Geschreven door

Een ‘riot girl’ tijdens interviews en in haar teksten, dat is ze wel , maar muzikaal horen we per album van Ditto en Gossip een groeiende versmelting van pop en dance . De rock’n’roll heeft een groovy, stampvoetende tune gekregen, met uitstapjes richting disco , funk en kitsch . Gossip van de opvallende corpulente verschijning Beth Ditto zijn al een tien jaar bezig en braken definitief door bij het grote publiek met de cd ‘Standing in the way of control’ , songs als “Yr mangled heart , “Eyes open” en de titelsong . Hun rock’n’roll rolt meer richting dance en pophits op de cd ‘Music for men’, met o.m. “Heavy cross”.
Op de nieuwe plaat hebben we een geraffineerde aanpak, een reeks aanstekelijke, huppelende, swingende rock’n’roll dansende nummers en sfeervol materiaal, waarbij Ditto vocaal alles uit haar lijf perst . Een prikkelende variatie btw! “A perfect world” en “Move in the right direction” zijn al meteen  knallers , maar ook “Into the wild” , “I won’t play”, “Love in a foreign place” en het afwisselende “Get lost” overtuigen sterk. De rock wordt met een laag beats gesmeerd bij Gossip , zonder z’n warme, charmerende  intensiteit te verliezen, en gedragen door haar unieke indringende stem . Gossip kan maar fans aanspreken, behouden en … winnen.

Mary & Me

We go round

Geschreven door

Achter Mary & Me schuilt het duo Elke Andreas Boon en Pieter-Jan De Waele. ‘We go round’ is de tweede plaat en volgt ‘Songs for Johnny’ op , dat aan onze neus is voorbijgegaan. Shame on me misschien, maar met plezier staan we stil bij hun bezwerende, broeierige  indiepop , die dromerig klinkt en een zekere ‘drive’ kan bevatten , onderhuids met een donkere tune. Luistersongs met weerhaken , gebaad in minimalisme of geweven van allerhande kleurschakeringen. En is daar niet ergens in de overtuigende sterke vocale prestaties Soap & Skin te horen?
Er valt op die manier voldoende variatie te noteren in het genre met songs als “Coloring book” , “Drinks on me” , “Beautiful numbers” , “Daylight”, “New kids” en de titelsong .
Mary & Me laat ons allesbehalve ongeroerd!

Michael Kiwanuka

Home again

Geschreven door

Gezapig , rustig voortkabbelende ‘hangmat’ trippende soulpop horen we van Michael Kiwanuka, die opgroeide in Londen , nadat zijn ouders moesten vluchten voor het regime in Oegande van Idi Amin.
Een handvol sfeervolle hits sieren het debuut, waarbij naast het slepende instrumentarium, hij vocaal emotievol sterk voor de dag komt. “Tell me a tale” , “I’ll get along” en de titelsong zijn de mooiste songs .
Een relaxte nazomerse avond ademen de nummers, en worden stijlvol aangevuld met een country/bluesy tune . Het eerste deel van de cd is alvast bijzonder goed, daarna zakt het wat ineen; je wordt te letterlijk mee- of weggevoerd naar een (droom) wereld van terrasjes bij valavond met een cocktail in de hand .
Aangename, onschuldige soulpop zonder weerhaken horen we, songs  in de sfeer van Bill Withers, Marvin Gaye en Al Green.

Pagina 690 van 966