Teenage Fanclub – Teenage zestigers nog niet uitgeteld
Het Schotse Teenage Fanclub is een verborgen 90s indieparel die we maar al te graag koesteren, zeker hun langspeelplaten uit die jaren. Live maken ze de brug tussen een soort laidback indiepop en die kenmerkende weerbarstige indie nostalgie. De muziek van deze teenager zestigers ging erin als zoetenkoek en hun afwisseling werd door het publiek, leeftijdsgenoten, even genegen, smaakvol ontvangen.
De heropleving van 90s bands zorgt ervoor dat de vijftig plusser de clubzalen niet godvergeten is en dat er meer dan voldoende volk komt opdagen. Zelfs voor een band als deze die ergens aan de middenstip van bekendheid en nobele onbekendheid stond.
De Schotten, een kwintet rondom Norman Blake en Raymond McGinley, waren goed productief tem 2000 met albums ‘Bandwagonesque’, ‘13’ , ‘Grand Prix’ , ‘Songs from northern britain’ en ‘Howdy’, die deels het zeemzoeterige, melodieuze, prettig in het gehoor liggende indiefolkpopgeluid van nu, zonder al te veel opsmuk en weerhaken, inluidde. De noisty tunes en shoegaze effects werden verdwenen uit het geluidsbeeld.
Na wat muzikaal gekabbel in de tennies en hun waardig ouder worden na de coronapandemie, verscheen er zo om de 3 jaar een nieuwe plaat. Je kan zeggen dat er sprake is van een return met albums ‘Endless arcade’, ‘Nothing last forever’ en het onlangs verschenen ‘Do not dare to dream’. Een reden te meer om terug op tournee te trekken om de huidige droomachtige, bezwerende herfstige, melancholische sound met een warme psychedelische, folky inslag voor te stellen. Het klinkt toepasselijk bij ondergaande zon, nazomers, innemend, sfeervol, rustig voortkabbelend, goed algemeen, om even te mijmeren en/of terug te blikken. Een breed uitwaaierend geluid, door een traditioneel instrumentarium, de (op elkaar afgestemde) zangpartijen, de samenzang en het heerlijke keys/toetsenspel van de enige jonge gast van het combo Euros Child, die even voordien de avond opende en het publiek in de juiste sfeer bracht.
Een twintigtal songs kregen we, goed anderhalf uur lang, die de 35 jarige carrière omarmt van deze teenager zestigers. Oud en nieuw materiaal naast elkaar, mooi groovy, sprankelend als gemoedelijk genietbaar. Ze connecteren hier hun nineties muziekhart aan het materiaal van de laatste zes jaar. Een mooie backcatalogue dus.
Ze refereren aan bands als The Beatles, The Byrds, Beach Boys, Big Star, verder The Feelies, XTC en de rits indiegrungepop. Songs die puur, eerlijk, oprecht , onschuldig, straight from the heart zijn.
Ze hebben de live-smaak opnieuw te pakken. Een enthousiasmerende band. Ze amuseren zich en spelen vol spelplezier het materiaal uit hun rijkelijk gevulde carrière.
Ze trakteerden ons op een uiterst genietbare, dromerige, (aan) stekelige set waarbij het materiaal een bredere, extraverte omlijsting kreeg, met die kenmerkende, licht shoegazende, grunge aanpak, waarbij de pedaaleffects beheerst werden ingedrukt. Nooit uit de bocht, maar subtiel tintelend en prikkelend.
Het balanceerde in hun gretigheid en enthousiasme tussen lekkere grooves, fijnzinnigheid en ingetogenheid. Een heerlijk concert dus van elegante schoonheidsindiepop met een smiley gevoel.
Het wordt een vaste getrouwe, “Tired of being alone”, uit het vorige album en “About you” van het sterke oudje ‘Grand Prix’ zetten de set in. Die twee hoorden we ook een paar jaar terug als openers toen we hen na al die jaren terug zagen in de Botanique. Een leuk tweetal trouwens, die het fijnzinnige spel en de samenzang onderstreept, wat ruimte laat voor de instrumentatie en de keys. De aangenaam, sfeervol poprockende tune hoorden we vooral in het eerste deel van de set met “Metal baby”, een rusthouder die ze plukten uit hun teenage oudheid en de nieuwe “Tomorrow people” en “A day in the sun”. Heerlijk genietbaar luistervoer zondermeer.
Een eerste schot die hun weerbarstigheid onderlijnde kwam met “Alcoholiday” uit ‘Bandwagonesque’, die de verschillende invalshoeken en lagen indiepop liet horen. Erna zaten we in die lieflijke sfeer die hen de laatste jaren bepaalt met een “There was you” , “Mellow doubt”, “I don’t want control” en “Over & over again”. We werden leuk, ontspannend meegesleept en zonder dat we het beseften, waren we halfweg …
Het tweede deel was forser, krachtiger, extraverter; het materiaal kreeg wat meer intensiteit, diepgang en gedoseerde grilligheid. “Everything is falling apart”, “What you do to me”, “I’m in love”, “My uptight life” en “It’s a bad world” kregen een kleurrijke touch, insteek en beklemtoonden de op elkaar afgestemde zangpartijen. Ze voelden zich in hun sas, een praatje tussenin en genoten van de warme respons.
Natuurlijk konden we niet omheen “The concept”, doorbraaknummer bij uitstek, dat mooi uitgediept werd met die wisselende groovy sounds en wahwah golven … of hoe pop en distortion elkaar subtiel, fijngevoelig vonden.
Het publiek genoot van hun onder het stof gehaalde materiaal en hun recente nummers, melodieuze ‘on the road’ dreampop die ergens kan gelinkt worden aan de aanpak van de War On Drugs.
Met plezier kwamen ze terug. We zaten mooi in de sfeer, een ‘coup de force’ van hun weerbarstige pop met “Endless arcade”, “Don’t feel my soul” en het afsluitende “Everything flows”, ooit hun eerste single, die zorgde – opnieuw - voor die kenmerkende wisseling van introspektie en extravertie; net als “The concept” mooi uitgewerkt met een geraffineerde, stekelige ritmiek en prachtige, overtuigende gitaarsoli.
In deze setlist misten we persoonlijk oudjes “Star sign”, “Guiding star”, “Radio”, “Norman 3” of het recente “Foreign land”, maar we treurden totaal niet van wat deze ‘Fanclub zestigers’ nog presteerden.
We blijven na al die jaren uiterst content hen zo enthousiasmerend bezig te zien. Een brug tussen laidback indiefolkpop en die weerbarstige indie nostalgie. Het ‘teenagers gevoel’ is dus nog niet uitgeteld, een waardig oud worden in hun ‘Fan’ clubhuis …
Organisatie: Cactus Club, Brugge