logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Cactusfestival Brugge 2008: zaterdag 12 juli 2008

Geschreven door

Het Belgische beloftevolle Headphone uit Gent vatte overtuigend de tweede dag aan van het festival. De groep intrigeerde met een pak goede dromerige songs. De toetsen, trompet en de heldere stem van songschrijver Ian Mariën waren een duidelijke meerwaarde. “She’s electric”, “Ghostwriter, Moneylender en PJ Harvey’s “Down by the water” waren een subtiele, toegankelijke flirt met Notwist en Radiohead.

Saul Williams op z’n beurt schudde ons meteen wakker. De woeste Maxi Jazz was geschminkt als een Indiaan. Ook z’n muzikanten moesten niet onderdoen om die militante, loeiharde, bedwelmende beats, elektronicagefreak, hiphop drum’n’bass en dubstep, onder de fel verbeten raps van Williams, elan te geven, waaronder we “Sunday Bloody Sunday” van U2 herkenden. Harde en retestrakke set. Overdonderend vlijmscherp geratel. Op oorlogspad, nota bene! Tussen enkele nummers las Williams declamerende voordrachten van z’n dichtbundels. De man waande zich zelfs in Brussel, wat schaterlachend werd onthaald.

Het nomadencollectief Tinariwen uit Mali, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Saharawoestijn, brak vorig jaar definitief door met hun derde cd ‘Aman Iman’. De typische Arabische klederdracht met amuletten droegen bij tot hun muzikaal concept. Het repeterend bluesy gitaargetokkel en de bezwerende djembé geraakten net niet een tandje hoger. Hun frisse, aanstekelijke en opzwepende ritme en de gepassioneerde danspassen en golvende armbewegingen van de dames bleven grotendeels uit, wat ervoor zorgde dat hun exotische woestijn worldpop minder pittig en broeierig klonk. Deze keer geen dansende mensen, maar eerder een genietend publiek.

Pinback is een graag geziene band op het festival. Net vier jaar terug trad de uit San Diego afkomstige band, rond Armistead Smith en Rob Crow, ook al op. Behouden blijft het sfeervol, dromerig materiaal doordrenkt van melancholie: subtiel gitaargetokkel, een wrakkig klinkend orgeltje, een diepe bas, een droge percussie en een goed op elkaar afgestemde en afwisselende zang. Hun instant klassiekers “Penelope”, “Boo”, “Tripoli” en “Loro” zaten mooi verborgen in de boeiende set, die tav vroeger de klemtoon op de rock bracht, snedig en krachtiger. En als toemaatje kregen we een stevig “AFK”.

Het zeskoppig Britse gezelschap The Cinematic Orchestra was ideale achtergrondmuziek voor op een terras met een frisse pint bier in de hand, genietend van hun avontuurlijk, filmische lounge, triphop en free jazz. Een atmosferisch warm klanktapijt en een breed muzikaal landschap waarbij af en toe een vrouwelijke soulzang te horen was. Een ingetogen, zweverige geluid, dat iets te vroeg op de avond was geprogrammeerd. Zwoele zomeravondmuziek …!

Dinosaur Jr is nu al een tweetal jaar bezig in de originele bezetting van J.Mascis, Murph en Lou Barlow. Ze brachten nog een nieuwe plaat uit ‘Beyond’. Deze grungepioniers zetten als vanouds de versterkers open en drukten de pedaaleffecten in om te genieten van een stevig brok gitaargeweld: de meesterlijke soli van J Mascis, het martelend basspel van Barlow en de strakke, opzwepende drums van Murph. Een overwaaiende geluidsbrij van fuzz, noise, en aardige soli.
Hun roemrijke verleden kwam ruimschoots aan bod: gekende songs als “Out there”, “Feel the pain” en “The wagon” combineerden ze met jaren ’80 oudjes “Severed lips”, “Raisans”, “Little fury things” en “Freakscene”, overspoeld van talrijke gitaar’wahwah’golven. Het nieuwe materiaal “Been there all the time”, “Back to your heart” en “Pick me up” waren iets minder spannend en bedreven. Ze gooiden er zelfs nog The Cure’s “Just like heaven” bovenop. Een messcherp optreden!
Deze veertigers blijven zich jong voelen in hun gitaargeweld. Na Pukkelpop 2007 opnieuw overtuigend op Cactus.

Nog zo iemand die nog maar weinig wilde haren kwijt is, is Arno. We hoorden een vertrouwde set van frisse en ingetogen funkende rock (met een knipoog naar z’n vroegere TC Matic), meezingnummers en een ‘godverdoemme’ tussendoortje. Hij blijft z’n publiek even dankvaar als vroeger, maar laat z’n welwillend commentaar meer achterwege. Minder van zeg tussendoor dus.
Maar de bezieling blijft, want energie en ‘jus’ hebben hij en z’n band nog ten over. Arno beschikt over een nieuwe gitarist die Jeffrey Burton goed heeft weten te vervangen. Net als Dinosaur Jr was er sprake van een afwisselende set van het recente ‘Jus de box’, een paar klassiekers en TC Matic stuff .Tijdloze rock met een funky sausje: van een stevige “Enleve ta langue”, “From Hero to Zero”, “Que passa” en “l’Union fait la farce”, naar een poppy “Mourir à plusieurs”, “Ratata” en “’Bathroom singer” (opgezweept door cymbalen!), die moeiteloos overgingen naar de intieme “Lonesome Zorro” en “Des yeux de ma mère” tot de classics “Oh la la”, Putain putain” en “Les filles du bord de la mer”.

Melodieuze poprock, intens broeierig en soms met een stevig randje, hoorden we van het sympathieke Starsailor, onder songschrijver/gitarist James Walsh. Ze staken meteen van wal met tweede emotievolle oudjes “Poor misguided fool” en “Alcoholic”. “Tell me it’s not over” en “Boy in waiting” (hulde aan Johnny Cash) leidden de nog te verschijnen nieuwe plaat in .Vóór de rockende apotheose van “Four to the floor” (met een vleugje Winehouse!), “Tie up my hands” en “Good souls” speelden ze warme, fijne songs als “Fever”, “Keep us together” en “Love is here”, waarbij Walsh z’n goed humeur naar boven haalde. Een stomende “Silence is easy” besloot op elegante, sobere wijze een rockend Cactus.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: vrijdag 11 juli 2008

Geschreven door

Het festival te Brugge was aan z’n 27ste editie toe. Het blijft steevast één van de gezelligste festivals in één van de mooiste parken. Eén podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, met de versmelting van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreepte.
De organisatie kon rekenen op ongeveer 20000 bezoekers het ganse weekend. Goed weer, goede muziek, een paar blijvers en beklijvers maar … ook een paar ontgoochelingen!

dag 1: vrijdag 11 juli 2008

Sharon Jones & The Dap Kings gaven de aftrap, waarbij de begeleidingsband zich beduidend makkelijker voelde bij Jones, dan bij de grillige persoonlijkheid van Amy Winehouse. Een doorleefde sound van funk, soul, en een overtuigende aftrap.

Het Amerikaanse collectief The Brooklyn Funk Essentials deden al in het voorjaar eens een korte clubtournee. Een enig concert in de MaZ. Ze zetten een zomerse avondzon in te Brugge, met hun aanstekelijke, groovy dansbare mix van funk, jazz, soul, hiphop en reggae, die kleur kreeg door blazers, toetsen, raps en een(soul) zang. De songs jamden ze aan elkaar en ze stoeiden met evergreens en 70’s/‘80’s klassiekers als Sly Stone’s “I want to take you higher” in hun smeltkroes aan stijlen. Stomend concertje voor de eerste rijen, een aangename sound voor wie rond kuierde in het park.

Na een succesvolle theatertournee besloten Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans, hun intrigerende kruisbestuiving van modern klassiek, pop en jazz, gedragen door de warme stem van Rios, op enkele festivals uit te proberen. Maar deze vernuftige combinatie heeft het openlucht moeilijker te boeien naar een breed publiek.
De elegante sfeervolle en avontuurlijk aanpak en het intense samenspel van Neve’s beheerste pianospel, de droge drums van Proesmans en Rios’ gitaargetokkel, om eigen songs, covers  (waaronder “Voodoo Chile”) en Rios’ materiaal o.a. “Stay” en “I’ m gonna die tonight, in een ander arrangement te stoppen, hadden niet dezelfde uitstraling en impact als in de clubs. Net iets te hoog gegrepen?

De organisatie had al jaren de ogen gericht op de The world’s greatest party band The B 52’s. De band rond Fred Schneider en z’n vrouwelijke vocalistes Pierson/Wilson, bracht na 15 jaar een nieuwe plaat uit, ‘Funplex’, die nog altijd een zeker party gevoel uitstraalt, doch niet meer over dezelfde begeestering beschikt van hun jaren ’90 groovende rock.
Ze hadden er een korte nacht opzitten en live was dit aan te zien want de passie en het vuur stonden maar op een laag pitje. De nieuwe songs “Ultraviolet”, “Hot corner”, “Love in the year 3000” en de titelsong deden de aandacht verslappen. Het waren “Juliet of the spirits” en de oudjes “Planet Claire”, “Roam”, “Private Idaho”, “Love shack” en “Rock lobster” die net op de tijd de verveling tegengingen binnen het rommelige concept. We misten een partysfeertje, de krijsende ‘doowaddydees’ en de juiste versnelling funk, wave en rock, die het kwintet terecht hadden groots hadden gemaakt. Geen “Channel Z” en “Good stuff” als meestampers! The B 52’s zijn veel van hun prikkelende energie kwijt en sloten eerder mak, troosteloos, gelaten en routineus de eerste avond van het festival af.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Leonard Cohen

Leonard Cohen: Innemende maestro Cohen imponeert in verstild Minnewaterpark

Geschreven door

Het begrip ‘levende legende’ wordt door rockjournalisten te pas en te onpas wel eens gebruikt om de muzikale impact van zijn of haar favoriete band of artiest te beklemtonen. Doorgaans betreft het hier muzikale pioniers op gezegende leeftijd, eigenzinnig artistiek talent met een bewogen levenswandel of performers die ondanks matig commercieel succes en sporadische live optredens toch een ware cult status hebben verworven. De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen beantwoordt aan zowat elk van deze definities, en wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Van Cale tot Cave en van U2 tot Sisters of Mercy, allen hebben ze hun bewondering voor de mens en de artiest in Cohen nooit onder stoelen of banken gestoken. Bij zijn terugkeer uit een Zenboeddhistisch klooster in ’99, en een matige muzikale come-back met het album ‘Ten New Songs’ twee jaar later, werd Cohen persoonlijk geconfronteerd met de inhaligheid van de mensheid, een thema dat notabene in verschillende van zijn songs wel eens opduikt. Wanneer blijkt dat een voormalige manager diens zuurverdiende pensioenkas vakkundig heeft leeggeplunderd moet de oude grijze vos tegen wil en dank terug op zoek naar een plaats onder de spotlights. Cohen brengt voor het eerst in meer dan 20 jaar een poëziebundel uit, ‘Book of Longing’, waaruit gedichten later op muziek worden gezet door Philip Glass. Hierdoor wordt zijn eerlange kandidatuur voor een plaats in de Rock and Roll Hall of Fame in maart van dit jaar eindelijk realiteit, en breekt hij bovendien met zijn oude voornemen om nooit meer op te treden door zowaar op wereldtournee te vertrekken. Het serene middeleeuwse kader van het reeds maanden op voorhand uitverkochte Minnewaterpark vormde afgelopen donderdag, aan de vooravond van het Cactus festival, een ideaal decor voor de Belgische halte op Cohen’s (laatste?) Europese doortocht.

Onder het toeziend oog van een hoofdzakelijk grijzend/grijs en kalend/kaal publiek werd de set afgetrapt met twee klassiekers uit Cohen’s poppy en toegankelijk 80ies oeuvre, “Dance Me to the End of Love” en “Ain’t no Cure for Love”. Wel ja, aftrappen is misschien niet de juiste omschrijving voor de tengere gentleman die in zwart maatpak en kenmerkende hoed voorzichtig over het podium schoof en uiterst dankbaar elk applaus in ontvangst nam. De ‘spoken words’ van de intussen 73-jarige troubadour klonken echter even donker, broos en gebiedend als op plaat, en ook diens zeer gedisciplineerde en uitstekend musicerende begeleidingsgroep eiste doorheen gans de set een hoofdrol op. Cohen bood tijdens de lange nummers dan ook ruimschoots de tijd aan klassemuzikanten zoals Neil Larsen (keyboard en orgel) en Dino Soldo (saxofoon) om afwisselend een solo te scoren. Vocaal werd de grijze vos bijgestaan door zijn co-writer Sharon Robinson, een imposante leading lady die vooral in de meer recente minimale softsoul nummers zoals “In My Secret Life” uit ‘Ten New Songs’ bewees over een indrukwekkend koppel stembanden te beschikken.
De fundamenten van Cohen’s muzikale reputatie werden in de late 60ies en vroege 70ies gelegd, en het mag dan ook geen wonder heten dat klassiekers als “Bird on a Wire” (‘69) en “Who by the Fire” (‘74) op het meeste herkenningsapplaus werden onthaald. In tegenstelling tot het eerder serene eerste deel van de set maakte een goed geluimde Cohen na de pauze ruimte voor enige humor tijdens het lang uitgesponnen “Tower of Song”, en bovenal, voor meer wereldsongs uit zijn eerste albums. Tijdens het onvolprezen duo “Suzanne” en “Hallejulah” daalde een bijna ijselijke stilte neer over het Minnewaterpark; het 8000-man sterke publiek verstilde wanneer de oude meester tijdens deze nummers dramatiek en melancholie op onnavolgbare wijze met elkaar verzoende. Enkel die ene “Bird in a tree” verscholen in de kruin van het Minnewaterpark stoorde zich hier niet aan, wat de soundtrack bij deze surrealistische zonsondergang compleet maakte. Melig werd het echter nooit, want Cohen zou Cohen niet zijn als hij tussendoor met het zowaar bijna opgewekte “Democracy (is Coming to the USA)” zachtaardig doch trefzeker uithaalde naar Bush & co. De tweede generatie Cohen adepten leerden de Canadese bard vooral kennen via de commerciële voltreffer ‘I’m Your Man’ (’88), en in de setlist doken maar liefst zes nummers uit dat album op. De grootmeester nam een eerste keer afscheid met het titelnummer en het orkestrale “Take This Waltz” waarop menig koppel uit het publiek een walsje uitprobeerde.
Innemend en dankbaar verscheen Cohen opnieuw op het podium om zijn ‘best of’ set gewoonweg verder te zetten. Decennia na hun release blijken “So Long Marianne” (’68) en “First We Take Manhattan” (’88) te zijn uitgegroeid tot evergreens uit het tijdloze oeuvre van de Canadese maestro, meezingbare lappen poëzie die verschillende generaties liefhebbers van Het Grote Lied aanspreken. De folkie in Cohen, inclusief akoustische gitaar, kreeg vervolgens de hoofdrol tijdens het donkere “Sisters of Mercy”, en wat ons betrof was “Closing Time” een ideale afsluiter geweest van een set die, zonder echt lyrisch te worden, gerust als begeesterend kan worden omschreven. De oude meester had het tijdens de uitgebreide bisronde echter meer dan duidelijk naar zijn zin en declameerde vervolgens ook nog “I Tried to Leave You” uit ‘New Skin for the Old Ceremony’ (’74), waarmee hij leek aan te geven oprecht spijt te hebben om van het enthousiaste publiek afscheid te moeten nemen.

Leonard Cohen nam letterlijk en figuurlijk meermaals zijn hoed af voor zijn voortreffelijke band, de dankbare toehoorders en het sfeervolle Brugge. Zelden stond een singer-songwriter dichter bij een festivalpubliek als vanavond, en met een welgemeend “Thank you for keeping my songs alive” was dat ook de grijze vos zelf niet ontgaan. En dan te bedenken dat we deze onvergetelijke momenten allemaal hebben te danken aan een hebberige manager... de cynicus in Cohen kan met een voldaan gevoel op retraite om te genieten van een welverdiend pensioen.

Organisatie Greenhouse Talent Gent ism Cactus Club, Brugge

Gent Jazz festival 2008: Pat Metheny: muzikaal geniaal

Geschreven door

Stefano Dit Battista had de eer de tweede festivaldag te openen. Wat een concert!  Hij speelde het klaar om als opener een  staande ovatie af te dwingen in een halfvolle tent, dit in tegenstelling tot het saaie en freewheelende Trio Grande, die met alle respect voor de muzikale genialiteit van de individuele muzikanten, nooit echt kon bekoren. Het zal wel mijn ding niet zijn…

Wat dient nog gezegd te worden over het fenomeen Metheny? Met welke superlatieven kan men nog uit de hoek komen, zonder steeds weer in herhaling te vallen?
Mijn zoveelste ervaring met deze meester-gitarist, was wellicht de meest overrompelende. De afwezigheid van zijn ‘group’, zette de gitarist en zijn twee muzikanten dusdanig in de spotlights, dat zijn virtuositeit nog meer uit de verf kwam.
Soms vraagt een mens zich af hoe hij het in godsnaam klaarspeelt om zo de sterren uit de hemel  te spelen? Een nachtelijke nakaarting met vrienden muzikanten leverde ons het antwoord: oefenen, oefenen en nog eens oefenen, maar het meest nog in het bezit zijn van een goddelijk natuurtalent. Vooral met dit laatste is Pat Metheny gezegend.
Een half uurtje intro, waarbij Metheny solo op scene stond. Zo werd dit aangekondigd, en meteen wist je wat Metheny uit zijn mouw ging schudden. De akoestische gitaar werd uitgehaald, ouder en nieuwer materiaal werd afgewisseld. Op het einde maakte hij wat tijd om zij speciale sitar-gitaar boven te halen. Een geweldig  - zelf ontworpen – instrument, waarop Metheny zijn uitmuntendheid tentoon kan spreiden. De mens speelt foutloos, en slaagt erin de overvolle tent op de Bijloke muisstil te krijgen.
Samen met Christian McBride op akoestische bas, en Antonio Sanchez  - vaste drummer uit zijn groep – werd een anderhalf uur durende vinnige show ten berde gebracht. Metheny toverde hemelse klanktapijten uit zijn Ibanez, en wat later op zijn bekende Roland gitaar-synthesizer. Voornamelijk recent werk uit zijn ‘Day trip’ was te horen.
Steeds opnieuw maakt Metheny  ruimte om de composities tot zijn recht te laten komen. Ook voor McBride en Sanchez maakt hij vaak ruimte om hun muzikaliteit te laten horen.

Een goeie passage van Metheny - door collega’s perslui afgeschilderd als een moeilijk en nors man, maar wie dit kan, mag dan al eens iets op zijn neus zetten me dunkt – die de tweede avond van het Gent Jazz festival in grote muzikaliteit afsluit.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Steve Lukather

‘Fifty year old teenager’ Lukather rocks!

Geschreven door

Steve Lukather is het best bekend als gitarist van de ‘love them or hate them’ band Toto. Ondertussen staat deze Amerikaanse West-coast band op non-actief en is Steve Lukather aan een Europese tournee bezig ter promotie van zijn gloednieuw soloalbum ‘Ever Changing Times’. Het einde van Toto sloeg bij de fans in als een bom. Het nieuws werd door Lukather zelf begin juni de wereld ingestuurd. Met dit statement “I just can't do it anymore and at 50 years old I wanted to start over and give it one last try on my own”, vulde Lukather de kleine, oergezellige Spirit Of 66 in no-time!
In laatste instantie had Tony Spinner besloten om niet met Lukather op tour te gaan. Wel op het podium naast Steve een erg dynamische, jonge band. Vervanger van Tony Spinner werd zanger-gitarist Ricky ‘Z’. Verder op bas de waanzinnige Carlitos Del Puerto, keyboardspeler en trouwe vriend van Lukather, Steve Weingart en de kolossale drummer Eric Valentine. Jawel…Toto is dead, long live Steve Lukather Band.

Een uitverkochte Spirit Of 66 is ook altijd een beetje een beproeving. Die unieke live clubsfeer is alleen in Verviers op te snuiven maar zoveel mensen samen in een toch wel vrij kleine club is toch wel een beetje afzien. Gelukkig viel de hitte in de zaal nog vrij goed mee en had ikzelf een erg goed zicht op het podium.
Even na 20.30 begon gitaarwonder Steve Lukather eraan. Met de stevige opener “Drive A Crooked Road” (uit ‘Lukather’ - 1989) werd de toon van de avond gezet. Na de titeltrack uit Lukather’s nieuwste soloalbum ‘Ever Changing Times’ werd Steve’s begeleidingsband een eerste keer aan ons voorgesteld. Tijdens deze song miste ik toch een beetje het studioachtergrondkoortje, want hoezeer zanger-gitarist Ricky ‘Z’ zijn baas Lukather ook bijsprong, de live uitvoering haalde nooit dat hoge niveau van de studioversie.
“Live For Today” (uit ‘Turn Back’ (1981)) was een van de Toto songs van de avond. Lukather koos bewust niet voor de hits of voor de overbekende Toto ballades. Wat mij betreft een verrassende en geslaagde zet. Erna volgde een song over die ‘Allmighty dollar’: “How Many Zeroes” werd door het publiek erg goed onthaald. Met “Stab In The Back” refereerde Lukather naar zijn vele zogenaamde vrienden die hem volledig de rug hebben toegekeerd. Een leuke fusion-rocksong à la Steely Dan.
Vervolgens mocht spilfiguur en de zeer getalenteerde keyboardist Steve Weingart zich in de kijker spelen. Een keyboardsolo die even later uitmondde in het imposante “Song For Jeff”, een ode aan zijn overleden vriend en collega Jeff Porcaro. Het werd opnieuw een waardig eerbetoon aan zijn makker die hij nog steeds diep in zijn hart draagt. Lukather is een zeer emotioneel mens. Getuige zijn boodschap aan de fans die het vertrek bij Toto wat verkeerd geïnterpreteerd hadden. Lukather verduidelijkte dat hij geen wrokgevoelens koestert tegenover de (ex-)Toto collega’s, maar dat hij uitgekeken was op de Toto formule.
In deze ‘Ever Changing Times’ werd het hoog tijd om iets nieuw te doen. Naast het heropstarten van zijn solocarrière beloofde de jonge vader zich ook wat meer te focussen op zijn familie. Zijn openhartige bekentenis werd door éénieder in de zaal met veel begrip onthaald. Met “Talk To Ya Later” kregen we een song die Steve samen schreef met Free Waybill en David Foster. Een song die op een The Tubes album uit 1981 verscheen.
Nadien zakte het niveau van het optreden toch wat. Vooral Steve’s stem liet het naar het einde toe wat afweten en we kregen ook steeds meer experimenteel gitaargeweld. Uitstekend voor gitaarfreaks, iets minder interessant voor melodic rockfans. Te breed uitgesponnen versies van “Wings Of Time” en “Hero With A Thousand Eyes” zorgden toch een beetje voor een slot in mineur. Vooral bij “Hero…” kreeg Steve het vocaal erg lastig en zong hij er hier en daar behoorlijk naast. Maar goed, het is de man vergeven want na een zeer energieke show van bijna twee uur en dertig minuten mag je al eens een foutje maken. Trouwens in de bisronde maakte de man zoveel goed door een zeer geslaagde versie te brengen van de Pink Floyd klassieker “Shine On Your Crazy Diamond”. Waarna Lukather helemaal solo terugkwam voor een akoestische versie van “The Road Goes On” uit Toto’s Tambu.

De Spirit Of 66 was getuige van deze ‘fifty year old teenager’ die bewees dat er nog leven is na Toto. Een man met oneindig veel talent en menselijke emotie verdient dan ook mijn grenzeloos respect!
Luke is the man!!

Setlist:*Drive A Crooked Road *Ever Changing Times *Live For Today *How Many Zeroes *Stab In The Back *Hate Everything About U *Song For Jeff / Fall Into Velvet *Talk To Ya Later *Tell Me What You Want From Me *Party In Simon’s Pants *Jammin’ With Jesus *Wings Of Time *Hero With A Thousand Eyes
BIS *Shine On Your Crazy Diamond  *The Road Goes On

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Gent Jazz Festival 2008: Herbie Hancock: Herbie rides again

Geschreven door

De doortocht van meneer Herbie Hancock op Gent Jazz is niet stilletjes aan ons voorbijgegaan. Dat is het minste wat men kan zeggen van dit memorabel concert.
De eerste concertdag van Gent Jazz beloofde veel goeds. Het was echter wachten op Lionel Leouke voor het eerste vuurwerk van de dag. Zijn (te) korte set (een half uur) – en het opwarmertje voor Herbie, want Leouke maakt tevens deel uit van Herbie’s band – was om duimen en vingers bij af te likken. Een gitaarvirtuoos van Afrikaanse afkomst, met dito vocale mogelijkheden en een techniek van jewelste. Zijn adieu aan Afrika en opleiding aan het befaamde Berkeley, heeft alles nog wat verfijnd en heeft ertoe geleid tot wat hij nu is: een fenomeen! Hier horen we nog meer van…

Voorgangers Pascal Mohy – niet onverdienstelijk, getalenteerd pianist, maar opener dus lauw publiek en dito belangstelling, en Django d’or van 2007 Pierre van Dormael met extra gitarist Herve Samb, konden wel bekoren. Het laatste was me wat te lang en op den duur slaapverwekkend. Tijd om de innerlijke mens te spijzen in afwachting van zijne godheid.

Herbie Hancock: Hij maakte de afgelopen jaren twee nieuwe platen, ‘The River’ en ‘Possibillities’. Samen levert dit een concerttournee onder de noemer ‘The River of possibillities’. Maar wat een band! Vinnie Colaiuta op drums, Dave Holland op bas (ja, zelfs op een elektrische), Chris Potter op saxofoon en zoals eerder vermeld Lionel Leouke op gitaar. Herbie himself op piano en synth, en ten gepaste tijde bijgestaan door twee formidabele zangeressen, Amey Keys en Sonya Mitchell.
Er kwamen nogal wat tributes to Joni Mitchell aan te pas, waarbij laatstgenoemden bij momenten hunner keelgaten konden openzetten; Maar op sublieme wijze, bijgestaan door een goed geoliede band; Tuurlijk, Herbie speelt al jaren met Holland en Colaiuta.
Opener “Actual Hero” sloeg in als een bom. Een welkom geschenk na de vele slaapverwekkende voorprogramma’s. Als er al bomen stonden op de site van de Bijloke, wil ik morgen wel eens het resultaat zien van de restanten na zo’n opening. Colaiuta sloeg erop los alsof hij net animal uit de Muppets had gezien, en Herbie raasde als een bezetene over zijn piano. Fantastisch, gevolgd door enkele tributes en wat standards van Herbie himself. “When love comes to town” was hierop een vervolg en een moment de gloire voor onze twee superbe vocals. De tent stond op zijn kop.
Herbie legt na ieder nummer het concert stil. Een wat vervelende gewoonte als je het mij vraagt. Geef die man een micro in de hand, en hij is niet meer te stoppen. Nu, veel had hij niet te vertellen, met uitzondering dan van de titel van het volgende nummer en hoe fantastisch zijn muzikanten wel waren. Een uitloper van jewelste die uitmondt in “Cantaloop Island” was voor mij een hoogtepunt.

Een eerste jazzdag in Gent werd in schoonheid afgesloten met een geslaagd concert. En ja, bijna vergeten: Dré Pallemaerts kreeg de Django d’or voor gevestigde waarde van het jaar 2008. Een verdiende prijs voor een uitmuntend Vlaams muzikant-drummer.
! Tip aan de organisatie: laat de raaskallende en storende Duvel-drinkende VIPS in hun biotoop. Geef ze desnoods alles wat ze maar willen, maar laat ze niet aan de zijkant van de concerttent de resten van hun Duvels uitzuipen. En nee, “Cantaloop Island” is geen cover van US3, zoals een groepje onverlaten achter mijn rug beweerden. Herbie owns the song, you bastards!

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L.Knaepen

Magnum

Wings of heaven blue (live)

Geschreven door

Een leuke live plaat is ‘Wings Of Heaven Live’ van Magnum. Een album dat opgebouwd werd rond het gelijknamige Magnum (het succesvolste uit hun carrière) album uit 1988. Twintig jaar na datum wou men dit met de fans vieren en zo werd tijdens de voorbije ‘Princess Alice & The Broken Arrow’ tour het volledige ‘Wings Of Heaven’ album opgevoerd. Dit is dan ook een dubbele cd-release met op Cd1: het beste Magnum werk waaronder enkele klassiekers (“Back Street Kid”, “Vigilante”, “Kingdom Of Madness”) en enkele nieuwe songs (“Out Of The Shadows”, “Like Brothers We Stand”). Op Cd 2 staat het volledige ‘Wings Of Heaven’ album en de toegift ‘Sacred Hour’.
Catley, Clarkin & co bewijzen op deze plaat dat ze anno 2008 nog steeds hun authentieke sound weten neer te zetten. Vooral Bob Catley maakt indruk. Want na al die jaren heeft de mans stem nog niet erg veel aan kwaliteit moeten inboeten. Een schitterend live document, al halen enkele fade-outs aan het einde van de songs het live gevoel wel drastisch naar beneden.

Burial

Untrue

Geschreven door

De Londenaar Burial creëert een speciale sound op z’n platen. ‘Untrue’ volgt het titelloze debuut op en ligt ergens in de lijn van Massive, Tricky en Goldie. Een smeltkroes van triphop, rave, hardcore, drum’n’bass en dub. Diepe basses, dreigende beats, ambiente soundscapes en een onderhuidse spanning, traag, slepend, donker en broeierig. Zoals Burial het zelf omschrijft, de ideale sound bij nachtelijke trips als je verslaafd bent aan drank, drugs en decibellen …een spookachtig geheel, wat we ook terugzien op de cd hoes. Dubstep is de algemene noemer van wat Burial voortbrengt. “Ghost hardware”, “Homeless”, “Dog shelter”, “Near dark”, “Archangel” en “Shell of light” zijn alvast de meest intrigerende songs van de plaat.

Duffy

Rockferry

Geschreven door

Duffy maakt deel uit van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse. Ze refereert aan de Motown sound, Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele, zwoele soulpop, met jazzy loops en orkestraties (die rijkelijk of spaarzaam de songs begeleiden). Haar blanke nachtegalen/soulstem geeft diepte en zeggingskracht aan de nummers, en doen menig persoon van het andere geslacht wegdromen.
’Rockferry’ biedt een gevarieerd geluid. “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong hebben meer groove en vaart, “Changing on too long”, “Delayed devotion” en “I’m scared” klinken emotievol en ingetogen, en “Distant dreamer” tenslotte besluit in schoonheid met bredere arrangementen. Avondlijke muziek van tijdloze kwaliteit.

Death Cab For Cutie

Emotionele diepgang van de indieband Death Cab For Cutie

Geschreven door

De zomer was even ver te zoeken in Antwerpen (Deurne), maar gelukkig bleef het droog toen we dinsdag afzakten naar het Openluchttheater Rivierenhof. OLT biedt heel de zomer concerten aan van bands die nog een gaatje hebben tussen de festivals.
Het amfitheater in het park was zogoed als uitverkocht voor Death Cab for Cutie, wat mij wel verwonderde. DCFC draait al een jaar of tien mee in het Amerikaanse indie-circuit; en de opkomst bewees dat ze ook in België een cult-aanhang opgebouwd hebben. Hoewel Death Cab ook op Pukkelpop niet zou misstaan, waren ze hier zoveel beter gecast; hun muziek heeft tijd nodig om open te bloeien en vraagt om een aandachtig publiek. Pas dan valt ook de emotionele diepgang die zanger Ben Gibbard in zijn teksten oplegt.

We kregen dus een uitgebreide, opbouwende set, met zowel nummers uit de nieuwe CD ‘Narrow Stairs’ (2008), als ouder werk uit ‘Plans’ (2005) en ‘Transatlanticism’ (2003).
DCFC vloog er enthousiast in met “Bixby Canyon bridge”, en “The New Year” en hield dit tempo aan in de eerste vier, vijf nummers. Toen werd wat gas teruggenomen, en volgden meer poppy nummers waar de keyboards een belangrijke rol kregen.
Het was pas bij “Soul meets body”, dat het publiek volledig los kwam, maar van dan af werd het een heel sterk concert. Tim Gibbard bracht dan het akoestische “I will follow you into the dark”, waarna een traag opbouwend “ I will possess your heart” het eerste hoogtepunt van de avond was. Grappig ook hoe de prominente baslijn mij aan Jane’s Addiction van “Three days” deed denken. “Cath” & “Styrofoam plates” (geen guest appearance van het voorprogramma) kregen het publiek nog meer op de hand, dat met een staande ovatie reageerde.

Een uitgebreide bisronde dus, waar een magistraal “Transatlanticism”, met een piano aanslag een eind maakte aan een heel overtuigend optreden.
DCFC heeft er een fan bij.

Styrofoam deed het voorprogramma van de Europese tournee van DCFC. De band rond Arne Van Peteghem was uitgebreid met een zangeres en een drummer. Hun korte set (30 minuten) wist minder te overtuigen dan hun vorige werk, omdat live de vroegere experimentele aanpak (laptop en samenwerking met rappers) verwisseld was voor een meer poppy uitvoering.

Setlist
“Bixby Canyon Bridge”, “The New Year”, “Why You’d Want to Live Here”, “Crooked Teeth”, “Photobooth”, “Long Division”, “Grapevine Fires”, “A Movie Script Ending”, “Company Calls”, “Title Track”, “Soul Meets Body”, “I Will Follow You into the Dark”, “I Will Possess Your Heart”, “Cath . . . “, “Styrofoam Plates’, “Expo ‘86”, “The Sound of Settling”
bis: “Your Bruise”, “Title and Registration”, “No Sunlight”, “Tiny Vessels”, “Transatlanticism”

Organisatie: OLT, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

Rock Werchter 2008: zondag 6 juli

Geschreven door

John Butler Trio (Mainstage) mocht de laatste festivaldag aftrappen. Het trio imponeerde vorig jaar nog op Leffingeleuren. De sympathieke gitaarvirtuoos John Butler was al onder de indruk van de belangstelling op dit vroege uur. Met z’n plaknagels tokkelde hij op z’n gitaar en steelpedal het ene na het andere akkoord, - slide en -soli. Rootsrock/blues te situeren ergens tussen Jimi Hendrickx, G Love, Ben Harper en Jeff Healey; en een zang die kon gelinkt worden aan Garland Jeffreys; iedereen verbleekte toen hij ruim vijf minuten lang op een twaalfsnarige gitaar een soli ten beste gaf. Meesterlijke, begeesterende gitaarmuziek, ondersteund door contrabas en percussie (ook al met een solo ten beste!). De toetsen van een vierde man gaven nog wat kleur aan het geheel. Fijn concertje op dit middaguur.

Een ander tof bandje was het Amerikaanse Devotchka (Pyramid Marquee), die met een divers en uitgebreid instrumentarium een aanstekelijke, groovy en dromerige, donkere mix brachten van rock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country. Het bandje zinderde met hun rijke, boeiende sound!

Eren glimp zagen we van het Amerikaanse Panic At The Disco (Mainstage), die samen met bands als Fall Out Boy en My Chemical Romance de TMF/Jim TV ’s kunnen ontsieren met hun emoglamrock. Op het podium zagen we een ordinary band, die eenvoudig melodieuze, afgelijnde rock speelde, net iets te hoog gegrepen op het hoofdpodium. Hun songs beklijfden niet … te ordinary waarschijnlijk?!

Tim Vanhamel (Pyramid Marquee) heeft z’n Millionaire een goed jaartje opgeborgen om z’n droom een soloplaat uit te brengen te realiseren. We horen melancholische, melodieuze pop van een jonge Lou Reed lookalike (met grote zonnebril en leren jekker). Live hadden we een strakker en krachtiger geluid. Catchy gitaarrock , waarbij Vanhamel wordt begeleid door een voortreffelijke band. Vanhamel & Co stonden er na de intense vingeroefening in het clubcircuit. Ook vocaal kwam hij er goed uit. “Until I found you” en “Like a fire” konden rekenen op heel wat respons; op de andere nummers onderging het publiek eerder de rockaanpak.

Een klein half uurtje konden we Anouk (Mainstage) nog aan het werk zien. De dame is er bij elke nieuwe plaat bij te Werchter. Haar songs kregen met de backing vocalisten een voller geluid; na “Lost” kwam haar  zoontje Benjamin op “Modern world” eerder onwennig wat jammen op gitaar. De moeder - kind band sprak voor zich. Na enkele slowsongs kon de hitmachine worden aangezet.

Het Amerikaanse dance collectief Hercules & The Love Affair (Pyramid Marquee) dreunde er een uurtje op los met ‘80’s disco/electropop. Knoppenfreak Andy Butler werd geruggensteund door twee zangeressen, waaronder de ene (met Braziliaanse roots?) sensuele danspassen maakte en af en toe wat onvast zong; en de andere gaf de nummers een soulfulle inslag. Allemaal een beetje teveel van hetzelfde waarbij enkel de single “Blind”, “Raise me up” en de cover “Don’t fear the reaper” opvielen. En daar kon een blazerpartij en een verschoten Hercules pijl weinig verandering in brengen …

Het Britse kwartet The Kooks, onder zanger/gitarist Luke Pritchard, (Mainstage) toonde in het voorjaar al aan dat ze aan een nieuwe veroveringstocht zijn begonnen met de tweede cd ‘Konk’ die niet zonder slag of stoot tot stand kwam. De vorige keer op Werchter klonken ze loom en mak, deze namiddag speelden ze een uurtje hapklare, aanstekelijke gitaarrock’n’roll. Al meteen zat er vaart in de set met de huidige single “Always where I need to been” en hielden ze het boeiend met “Ooh la” en “Sway”. “She moves in her own way” was de aanzet van een zegetocht: “Do you wanna”, “So naïeve” en “Shine on”. Een innemende “On the seaside” solo overtuigde, wat het feestje verder zette met “See the sun”, “Stormy weather” en “Sofa song”. Toen Pritchard zich naar de voorste rijen begaf, werden de kleren haast van zijn lijf gescheurd. Z’n plat dialect namen we er op zo’n moment graag bij. Hoe
rock’n’roll en wereldfaam dicht bijeen kunen liggen.

In afwachting van Grinderman zagen we in de Pyramid Marquee een uitzinnige meute op Mark Ronson en zijn ensemble (blazers, strijkers en backing vocalisten). Deze producer doopte andermans songs in eigen versies. Dolle pret op het podium en in de tent! Schitterende versies waren er nog van “Valerie”, “Stop me/you just keep me hanging on” en een introotje van “Sweet child o’ mine”.

Cave werd vijftig. De man gaat al een paar jaar een tweede jeugd tegemoet met het epos ‘Abattoir Blues/The Lyre of Orpheus’ (’04) en de recente cd ‘Dig Lazarus !!! Dig’. En vorig jaar was er het Grinderman project (Pyramid Marquee).
Als een stomende, dolle twintiger wordt muziek van in z’n Birthday Party dagen gespeeld: rauwe, smerige en zompige rock’n’roll blues. Cave op gitaar en toetsen, geruggensteund door Ellis’ knarsende, tokkelende viool en mokerslagen op pauken, de diepe repeterende bas van Casey en het strakke drumspel van Sclavunas.
Ze speelden een magistrale set, een verschroeiende sound, bedreven, opzwepend, spannend en ingehouden, waarin het tot felle uitbarstingen kwam. Een Cave - Ellis in overdrive, die de pedaaleffecten stevig ingedrukt hielden op songs als “Depth charge ethel”, “Get it on”, “Grinderman”, “When my loves comes down” en “Honeybee”. Enkel “Man in the moon” en het nieuwe “Dream” klonken sfeervoller en leunden aan bij z’n Bad Seeds werk.
Grinderman pakte iedereen bij het nekvel, en trakteerde op een beklijvend “No pussy blues”. Tot wat vijftigers allemaal in staat zijn …

De Franse scene na Daft Punk en Cassius is verzekerd met het duo Gaspard Augé en Xavier de Rosnazy, met name Justice (Pyramid Marquee). Een uitgelaten jonge menigte onderging de discotunes, de vettige, schurende basses, de electro, funk, trance, ronkende noise , drum’n’bass, punkfunk en de stampende beats. Het duo ging totaal loos achter hun draaitafels en elektronica-apparatuur. In het midden stond een groot oplichtend wit kruis. Sommige fans hadden zelf hun kruisje gemaakt en baanden zich een weg dor de dansende menigte, met de hoop een glimp op te vangen van hun twee ‘Messias-sianen’. Een resem danskrakers passeerden de revue: “Phantom”, “D.A.N.C.E.” en “Tthhee Ppaarrttyy”, maar hun ‘Justice’-rock was compleet toen ze Simians versie “Never be alone” remixten en scandeerden. “We are your friend, we are never going to be alone again” en de woohwoohs werd luidkeels gescandeerd op de harde, bonkende beats. Een geflipte kerkdienst op zondagavond volgens het evangelie van Justice …

’Modern Guilt’ is de nieuwe cd van Beck, die de eerder onopvallende ‘Guero’ en ‘The information’ opvolgt. Beck Hansen (Mainstage) leek de reïncarnatie van Kurt Cobain wel, lang haar, grote opvallende flashy zonnebril, houthakkershemd en een rechttoe-rechtaan (grunge) rock aanpak. Opnieuw anders dan z’n ingetogen ‘Johnny Cash’s Man In Black’ en de poppenkastgig op Pukkelpop. In een klein anderhalf uur hoorden we meer dan twintig songs die snel op elkaar volgden. Beck boeide en bracht een indrukwekkend oeuvre: hij verdeelde z’n hits “Loser” (opener), “Nausea”, “No pollution”, “Timebomb”, “Devil’s haircut”, “Where’s it at” en “E-Pro” binnen z’n subhits en nieuw materiaal “Gamma ray”, “Soul of a man”, “Youthless”, “Walls” en “Chem. trails”. Retrorock, psychedelica, hiphop, soul, funk en singsongwriting. En intimiti kregen “I think I’m in love”, “Lost cause” en The Korgis’ one-hit wonder “Everybody’s got to learn sometimes”.

En tenslotte was er ons eigen dEUS (Mainstage), die hun nieuwe plaat ‘Vantage point’ simpelweg naar hun huisstudio hebben vernoemd. De band heeft sinds 2005 een ‘tabula rasa’ ondergaan en klinkt venijnig, messcherp, broeierig en poppy. Barman heeft een sterke sectie achter zich met Mauro als rechterhand, die op z’n beurt nummers grilligheid en intensiteit geeft.
Op Werchter zagen we een subtielere versie van hun korte clubtournee eind april – begin mei , waarbij de nieuwe nummers ruim aan bod kwamen: “Slow” opende, “Oh my God, “Is a robot”, “The vanishing of Maria Schneider” en “Favourite game” werden mooi afgewisseld met melige pop als “Smokers reflect”, “Nothing really ends” en “Instant street, dat schitterend uitdeinde. Hun instant klassiekers “Fell off the floor man”, “Theme from Turnpike”, “The architect” en “Sun ra” waren de rode draad van broeierige spanning binnen de anderhalf uur durende set. Een puike finalereeks kregen we met “Roses”, een kinderkoor op “Popular culture”, en de moeiteloze overgang van “Suds & soda” in “Bad timing”. Dansende kinderen en het knallende vuurwerk besloten. Moet er nog zand zijn …?

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: zaterdag 5 juli

Geschreven door

Het jonge trio uit Athens, Georgia (btw hometown van R.E.M.!) The Whigs (Mainstage) openden. Het trio kwam langzaam op dreef met hun opbouwende, broeierige soms bedreven americana/Britpop. Inderdaad, het trio bundelde groepen als The Verve, Oasis en Stone Roses samen met The Band Of Horses en My Morning Jacket tot een boeiend geheel, waarvan de single “Violet furs” op herkenning kon rekenen.

Een bizar beloftevol bandje uit New Orleans zagen we met Galactic (Pyramid Marquee), die twee stijlen muziek lanceerden: er was de frisse, energieke, stuwende en groovende funkrock met soul, jazz en hiphop, onder een opzwepende rap (Boots Riley?) en sax die ‘90’s bands als Fun Lovin’ Criminals, Digable Planets, Beastie Boys en Living Colour samenbracht. “My favourite munity”, “Gunsmoke”, “5 million ways to kill” en “CEO” overtuigden.
In het tweede deel hoorden we ‘real old school’ hiphop (met Lyrics Born ?), wat minder boeide en al te veel gehoord was; oude trucjes haalde hij naar boven om het publiek te doen meezingen. Een half geslaagd Galactic dus.

In afwachting van MGMT konden we een klein half uur de set van het Amerikaanse kwartet uit Portland The Gossip (Mainstage) meepikken. Het gezelschap staat bekend voor hun opwindende clubconcerten, want hun  rauwe melodieuze rock’n’roll heeft een dance injectie, waarvan “Standing in the way of control” totnutoe de meeste waardering kreeg.
De uiterst sympathieke vlezige dame Beth Ditto huppelde met haar kilo’s op het podium en gaf de songs zeggingskracht door haar heldere stem. In de opener “Listen up” hoorden we Talking Heads “Psycho Killer” en in “Jealousy girls” flirtte ze met “Crazy” van Gnarls Barkley. De groep speelde sfeervolle en rauwe rock’n’roll, maar kwam on the mainstage niet écht op dreef …

Het New Yorkse Management ‘MGMT’ (Pyramid Marquee) haalt voor hun dromerige, psychedelische dancetrips Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain aan; Indiase sounds voegen ze eraan toe.
Geestesverruimende muziek en een op elkaar afgestemde zang en zegrap, die door de fleurige kledij van de heren nog wat kracht werd bijgezet. Hun poppsychedelica klonk kleurrijk en werkte in op de dansspieren; “Electric feel”, “Time to pretend “en “Kids” waren absolute toppers.

Band Of Horses (Pyramid Marquee)uit Seattle, onder multi-instrumentalist Ben Bridwell, brak definitief door naar een breder publiek met de tweede plaat ‘Cease to begin’. Doch de klemtoon viel live vooral op het debuut ‘Everything all the time’, aangevuld met enkele nieuwe warme, intens meeslepende, dromerige americanapop, onder die melancholische bedwelmende stem van Bridwell.
My Morning Jacket, Wilco en Arcade Fire zijn de band in het geheugen gegrift, maar ook ‘80’s Triffids, Green On Red en The Long Ryders zijn te horen.
De band kreeg een duwtje in de rug door de talrijke ‘woohwoohs’, wat de  paarden écht van stal bracht om een boeiend, gevarieerd en tof concert af te leveren: rockende versies van “Is there a ghost”, “Too soon” en “For free”, en sfeervol, broeierig materiaal als “The great salt laken”, “The weed party”, “The funeral” en “Detlef schremph”. De goed in het gehoor liggende songs werden smaakvol ontvangen, wat de band uiterst tevreden stemde.

Vorig jaar brak het Britse Editors (Mainstage) definitief door met het ijzersterke ‘An end has a start’; hun optredens op een goed jaar tijd (Pukkelpop en vier zaal optredens) kregen steeds goede recensies.Editors kon het niet beter lukken, want het 1000e optreden tijdens het rockfestival was op hun naam. En opnieuw speelden ze een krachtige set ‘80’s Britwave; een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder zang van Tom Smith, uitgegroeid tot een groots podiumbeest: “All sparks”, “Blood”, “Bullets”, “Munich”, “Fingers in the factories” en “Smokers outside the hospital doors”. Op geen moment boetten ze in aan dynamiek en speelplezier. ”Bones”, “Racing rats”, “Escape the nest” en “An end has a start” laten een bredere sound horen en met “Weight of the world” en het nieuwe, eerder flauwe “No sound in the wind” zorgden ze voor twee rustpunten binnen hun frisse set.

De jonge Britse Kate Nash (Pyramid Marquee) werd net 21jaar en is op een goed jaar tijd een grootse artieste geworden. Een nokvolle tent om een klein uurtje lang haar feelgood flower/bubblegumpop te ondergaan. Een set van leuke, luchtige en innemende songs, onder haar praktisch onnavolgbare miauw praatzang (met een knipoog naar Ani Difranco).
Het was niet steeds even boeiend wat ze bracht, maar ze werd op handen gedragen door een uitzinnig publiek, die haar koste wat kost een hug (knuffel) wou geven. “Pumpkin soup” en “Shit song” hadden vaart door haar bedreven pianospel; een eerder smaakloze “We get on” en “Birds” counterde de dynamiek. Haar tienerfrustraties zong ze van zich af met vrolijk swingende songs als “Mouthwash”, “Mariella” en “Skeleton song”. “Model Behaviour” behield z’n punkdoorslagje. Al bij de eerste toets van “Foundations” kon het gegil en gekir niet op. Om tenslotte met “Merry happy” lieftallig te eindigen.

Vrouwenpop boven in de Pyramid Marquee want na Kate Nash was het de beurt aan de Schotse KT Tunstall, die ook al kon rekenen op heel wat belangstelling van haar onschuldige, prettig in het gehoor liggende, sfeervolle gitaarpop, die iets mee had van Melissa Etheridge. Van de lichtvoetige en hitgevoelige “Hold on”, “Black horse & the cherry tree (solo ingezet!)”, “Another place to fall”, “Saving my face” en “Suddenly I see” was ze onder de indruk van de talloze woohwoohs en handclapping.
Zelfverzekerde dame die alvast een sterkere set neerpootte dan dit voorjaar in de AB.

Een gewaagde, doch geslaagde keuze maakte de organisatie voor de topacts Sigur Ros en Radiohead op het hoofdpodium. Het deed me terugdenken toen beide bands acht jaar terug te zien waren in een speciale tent op het festivalterrein.
Het IJslandse Sigur Ros (Mainstage) is in die tussentijd een grote, respectabele band geworden en heeft na drie uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast, hun meest radiovriendelijke poppy plaat uit ‘Med sud I eyrum vid spilum endalaust’. Hun indringende, melancholische, soms niet te doorgronden (grensverleggende) sound, onder de onverstaanbare zang van Jon Por Birgisson, kreeg kleur in een decor van lichtballen, confetti en een fijn uitgedoste gekostumeerde band, blazersectie en het Amiina string kwartet. Het leek wel een Adam & The Ants bal en een Flaming Lips concert samen.
Het aparte, unieke van hun sprookjesachtige doch mysterieuze en carnavaleske sound kon rekenen op heel wat belangstellenden. Het gezelschap speelde aanzwellende partijen, orkestraties en geselde gitaarsnaren met strijkstok op oudjes als “Svegn-g-englar”, “Glosoli” en “Saeglopur”. Ze klonken directer op “Inni mer syngur” of haalden een vleugje experiment en zalvende beats aan van Einstürzende Neubauten. De huidige single “Gobbledigook” toonde een fanfare aan in een speelgoeddoosje.

Een pracht van een playlist werd samengesteld door Radiohead (Mainstage) die vernuftig materiaal bracht met elektronica, bleeps, neurotische beats, gitaareffectbejag en pop. Ze dompelden het geheel onder in onverwachtse wendingen, grillige tempowisselingen, experiment en subtiele melodieën. De groep grossierde in hun indrukwekkende oeuvre van ‘OK Computer’, ‘Kid A’, ‘Amnesiac’ en het recente (gratis te downloaden trouwens) ‘In rainbows’.
Meer dan anderhalf uur lang maakten we kennis met Yorke’s /Greenwoods muzikale ideeënrijkdom, gaande van “Weird fishes/Arpeggi”, “National anthem”, “Nude”, “How to disappear …”, “Reckoner”, “Idiotheque” en het fors rockende “Bodysnatchers”. Met de poppy songs “Lucky” en “Just” tuimelden we in Radioheads roemrijke verleden.
Ze hadden er duidelijk zin in en speelden maar liefst vijf songs in de bis, wat respect afdwong. Ook al was Yorke niet veel van zeg, telkens kon er een glimlach vanaf en kregen we af en toe eens een schuchtere ‘thank you very much’ te horen. “Paranoid android” en “Everything’s in it’s right place” besloten en verve Radioheads concert .

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: vrijdag 4 juli

Geschreven door

Een paar jaar terug kregen ze al een verdiende ereplaats op Humo’s Rock Rally. Het duo The Black Box Revelation (Mainstage) doen knallers als The Kills, The White Stripes en The Black Keys verbleken en stelden zich meteen naast een Blood Red Shoes. Op een losse, ontspannende wijze speelden ze fris en ongedwongen hun rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues: “Gravity blues”, “I think I like you” en een schitterend gespeelde “Set your heart on fire” wisselden ze moeiteloos af met een beklijvend “Never alone/always together”. Het jonge duo ging intens en vakkundig te werk op het hoofdpodium. En het leek er op alsof ze daar met twee gitaristen en drummers waren. Wat een puike prestatie!

The Cool Kids (Pyramid Marquee) hitsten het publiek op met hun ‘old school’ hiphop, een mixmax van Cypress Hill, Beastie Boys, Eric B & Rakim, gelinkt aan de funk van Snoop Dogg en enkele ‘80’s klassiekers; van heftiger beats en grooves naar een meer softere aanpak. Niks nieuws , maar goed als opener in de Marquee.

En strak bezielde en een goed geoliede Monza (Mainstage), onder Stijn Meuris, toonde aan dat de Nederlandstalige rock staande bleef op het hoofdpodium. Een snedige aanpak, wat fuzz en een knipoog naar de ‘80’s Belgenpop, met songs als “Tanken in Luxemburg”, “Attica” en “Schuld van de deejay”. “Van God Los” klonk meeslepend, en de meezingers op dit vroege uur waren “Gigant” (één van de Noordkaap klassiekers) en “Wie danst er nog?”.

Met ‘Close to Paradise’ kreeg de Canadese songwriter Patrick Watson (Pyramid Marquee) menig recensent achter zich. Hij schrijft grillige, gesofistikeerde en subtiele verfijnde droomsongs, die onverwachtse wendingen kunnen ondergaan, zonder in te boeten aan intensiteit en gekruid zijn met een vleugje jazz en freefolk.
Het jeugdige enthousiasme van de band bracht hen niet van hun voetstuk. Zelfs niet toen een stroomspanne hen velde en de eerste harde tonen van Slayer op het hoofdpodium te horen waren. Nee, Watson begaf zich onder z’n publiek, en net als tijdens de clubconcerten, jamde hij zonder versterking met enkele bandleden er rustig op los, wat ontwapenend mooi was! Respect! Kippenvelmomenten waren “Weight of the world”, “Luscious life” en de titelsong van z’n plaat. Ergens tussen Buckley, Waits, Devandra Banhart en Radiohead en The Residents te situeren.

Op de duivelse thrashmetal van Slayer (Mainstage) is er na al die jaren nog geen sleet (al van ’82 actief nota bene!). We hoorden een ‘wall of sound’ van het kwartet (wat een versterkers!), die de eer aan zichzelf hielden met een Slayer t-shirt, kettingen en tatoeages. Hun praktisch niet te evenaren gitaarsoli en drumpartijen dwongen respect af. In schril contrast met hun muziek en teksten van satanisme, chaos en terreur kon er bij zanger Tom Araya na elk nummer een verlegen glimlach vanaf, over schouwde hij z’n publiek met z’n indringende blik en gaf  op het einde doodleuk de gouden tip mee “Celebrate life”. Ze haalden enkele klassiekers aan: “Chemical warface”, “Ghosts of war”, “War ensemble”, “Mandatory suicide” en “Angel of death”. Een professioneel coole en beheerste aanpak, wat weinigen hen maar kunnen nadoen.

We bliezen even uit op de vermakelijke, speelse, vrolijke pop van Ben Folds (Pyramid Marquee). Folds ging gretig tekeer en kon praktisch niet stilzitten op zijn piano. De broeierige pianopop kreeg live een forse injectie. Hij kon rekenen op een sterke respons. Zijn Folds Five behoren tot het verleden, maar met z’n huidige band leverde hij een stomend, opzwepende setje af.

Ondertussen verraste op het hoofdpodium Air Traffic (Mainstage) een tweede keer, ter vervanging van Pete Doherty’s Babyshambles.

Het nodige spelplezier beleefde het Amerikaanse My Morning Jacket in de Pyramid Marquee. Deze indie/americana band geeft de laatste jaren hun songs een stevige, krachtige prik mee en laat ze dikwijls ontsporen. Ze onderscheiden zich als een jonge Neil Young & Crazy Horse.
De band, onder zanger/gitarist Jim James, speelde een boeiende set, waarbij ze in eerste instantie fel en hard klonken met “Magheeta”, “Off the record” en “Gideon”, vaart afnamen met sfeervoller werk als “Way he sings”, “Smokin from shooting” en “Evil urges”, titelsong van de nieuwe cd, gedragen door de zalvende, hemelse en melancholische stem van James. My Morning Jacket tekende voor een pittig, bedreven setje.

Duffy ( Pyramid Marquee) maakt deel ut van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse en refereert aan ‘60’s Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele soulpop met jazzy loops van een jonge, aantrekkelijke blonde zangeres, - kortgerokt, hoge hakken en verleidelijke blik -, uit Wales, die over een nachtegalenstem beschikte, en menig mannenhartje sneller deed slaan in de komende midzomernachten. “Syrup & honey” en “Rockferry” waren de groovy openers, “Serious” en “Breaking my own heart” het sfeervolle middendeel en “No mercy “en “Distant dreamer” het zwoele slotstuk.

De comeback van The Verve (Mainstage), onder Richard Ashcroft, is er eentje van gemengde gevoelens. De songs kwamen niet echt uit en de groep kon maar schitteren in het tweede deel van de set toen ze enkele klassiekers speelden: “The drugs don’t work”, “Lucky man” en de instant klassieker “Bittersweet symphony”, samen met de huidige single “Love is noise”. Te pas en te onpas straalt Ashcroft een Gallagher mentaliteit uit. Ok, ook “Sonnet” en het nieuwe “Sit & wonder” overtuigden door hun sterke opbouw.
Het ontbrak The Verve aan elan en uitstraling (hoewel Ashcroft een knalgele t- shirt aanhad!). Kortom, een goede, doch weinig spraakmakende set.

Onder de slogan ‘rock’n’roll will never die’ rekenen we twee muziekiconen van de ‘60’s, nl Iggy Pop (die er al was op TW Classic) en Neil Young. Neil Young (Mainstage) was onlangs nog te zien voor een twee uur intense set ifv z’n ‘Continental Tour’; op z’n gezegende leeftijd van 62 jaar boette hij nog niks in van z’n begeesterende, verschroeiende gitaarsoli en doorleefde zang. Voor wie geen (duur en duurzaam) ticket kon bemachtigen tijdens deze clubtournee, was het nu een uitgelezen kans om onze veteraan met vrouwlief Pegi aan het werk te zien. Hij speelde met een tweede generatie Crazy Horse leden een zorgvuldige, uitgekiende en bezielde set, waarbij een pak songs werden gespeeld uit de ‘Harvest’ plaat (’72), waaronder het ingetogen materiaal “Needle & damage done”, “Heart of gold” “Old man” en “Words”. Hij beet van zich af met rockende windvlagen op “Love & only love” en “Hey hey, my my” en varieerde met sfeervoller werk als “Everybody knows this is nowhere” en het recente “Spirit road”. Hij nam de draad opnieuw op met “Fuckin’ up” en Dylans “All along the watchtower”. Ook z’n country roots verloochende hij niet, want hij selecteerde “Get back to the country”. Hij trakteerde, samen met z’n goed op elkaar ingespeelde band, op twintig minuten spelplezier van “No hidden path” uit het recente ‘Chrome Dreams II’.
En verve besloot hij met een unieke Beatles klassieker “A day in the life”, een gierend gitaarspel, waarbij de gaspedaal stevig ingedrukt bleef…
Een grootse prestatie, een levende legende en een rocker met grote R voor jong & oud …

Het Britse kwintet Hot Chip (Pyramid Marquee), onder de tandem Taylor/Goddard, trok de kaart van aanstekelijke popelektronicadeuntjes, bleeps en beats. De soms vreemde wendingen, onverwachtse melodielijnen en dwarrelende sounds van op plaat werden opgeborgen. Ze kozen voor ambiance: heupwiegende en springende dancepop, groovende ritmes en funky loops op songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. Hot Chip deinde de party uit met een origineel aangepakte “Nothings compares to U”, die hun andere, eerder zalvende aanpak onderstreepte. Fijne set.

Waar the Chemical Brothers niet in slaagden, was wel weggelegd voor Moby (Mainstage). Hij toverde de wei om in een discotheek! en zorgde voor een dansfeestje om de tweede nacht te besluiten. Vooraf aangekondigd werden z’n hits geremixt en bepaald door keyboards, drums en beats , waarover de gelaagde soulzang zweefde van Joy Malcolm, af en toe geruggensteund door de onvaste stem van Moby, die met het nodige effectbejag het geheel aanscherpte.
Anderhalf uur lang, zonder rust en adempauze, stelden ze er in snelvaarttempo z’n ‘very best of’ voor: “Honey”, “In my heart”, “In this world”, “Go”, “Porcelain”, “Natural blues”, een ophitsende “Lift me up”, “We are all made of stars” en “Why does my heart feel so bad”. Enkele nieuwe songs waaronder “Disco lies” (wel geen “I live to move in here”?) zaten mooi verweven tussen de hits. Te bewonderen waren de drumster en een hyperkinetische Moby (liep als een bezetene over het podium), die het strakke tempo aanhielden. “Bodyrock” (scherpe gitaren ) en “feelin’ so real” werden luidkeels meegezongen. Zegetocht voor hitmachine Moby!

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: donderdag 3 juli

Geschreven door

Het vierdaagse festival Rock Werchter had een sterke, gevarieerde affiche klaargestoomd en kon rekenen op een massale belangstelling van telkens 80.000 muziekfans. De headliners buiten The Chemical Brothers bevestigden, wat de  twee plensbuien al gauw deden vergeten.
Een divers publiek - jong en oud - genoten, de cameraman op de wei zorgde voor animatie van het publiek zelf, er waren de free hugs en …Rock Werchter heeft internationale uitstraling want de buitenlandse aanwezigheid was groot (Britten, Scandinaviërs en Australiërs).
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en een tevreden reporter. Mooi toch …

dag 1: donderdag 3 juli 2008

Vorig jaar al ontpopte het sympathieke Britse Air Traffic (Mainstage) zich als een aangename ontdekking op Rock Werchter. De jonge spruit van bands als Starsailor, Muse en Coldplay is in tussentijd uitgegroeid tot één van de ‘coming bands’. Ze waren onverwachts drie keer te gast op Werchter: als openingsact, op de camping en op dag 2 vervingen ze Pete Doherty’s Babyshambles, die al ettelijke malen verstek liet. Na een overtuigend cluboptreden dit voorjaar, bevestigde dit jonge kwartet opnieuw. Ze behielden hun jeugdig enthousiasme en stonden dicht bij hun fans. De songs van het ijzersterke debuut ‘Fractured life’ stonden als een huis. Chris Wall zong de longen uit zijn lijf, stapte moeiteloos over van gitaar naar piano en speelde met de andere bandleden krachtige en emotievolle pop. Van “Charlotte”, “Just abuse me”, ”Time goes by” tot “No more running away” en “Shooting stars”, wat al meteen gillende keelgaten en meezingrefreinen opleverde. Eens te meer een mooi afgewerkt concert van deze kereltjes uit Bournemouth, Zuid-Engeland.

Het NewYorkse jonge gezelschap Vampire Weekend (Pyramid Marquee) nodigde uit op een versmelting van Rock Werchter met Couleur Café. Inderdaad, hun melodieus, creatief aanstekelijke gitaarpop , met swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco en klassiek gaf de indruk dat ze met meer dan vier op het podium stonden. Fris sprankelend songmateriaal in een gevarieerde, uiterst genietbare set: “Campus”, “Cape Cod Kwassa Kwassa”, “M79”, “Oxford Comma” en “Walcott. Deze nummers met een positive vibe werden mooi afgewisseld met de sfeervolle psychedelica van “Mansard roof” en “I stand corrected”. Origineel en sterk!

Het was eventjes wennen aan de zachtere aanpak van Counting Crows (Mainstage). De band, onder charismatische zanger met dreadlocks Adam Duritz, speelde overwegend een sfeervolle set met songs uit de recentste cd ‘Saturday nights & sunday mornings’, die ze gepast varieerden met enkele paraltjes als “Mr Jones”, “Round here”, “Big yellow taxi” van Joni Mitchell, “A long december” en “Hangingaround”. Maar de Mainstage was wel wat te hoog gegrepen, want we hoorden te weinig straf spul om de aandacht te behouden.

Mika (Mainstage) op z’n beurt was het zonnetje in de plensbuien. Vorig jaar cancellede de 23 jarige Libanese/Britse popartiest z’n optreden op Werchter. Z’n Basement Jaxx getinte carnaval en speelse, vrolijke kitsch van discopop werkten in op de dansspieren en boden aangenaam vertier. Er viel veel te beleven met een bloemetjesgordijn, dansende Rio dames, vlezige soulzangeressen en een heen en weer hotsende Mika. Eenvoudige feelgood pop met een meezinggehalte: “Relax, take it easy”, “Big girl, you’re beautiful”, Depeche Mode’s “I just can’t get enough”, “Happy ending” en een uitgesponnen “Love today” (met Mika aka Fred Astaire “I’m singing in the rain”). Het sprookjesachtige “Lollipop” mocht de set besluiten.

Shameboy (Pyramid Marquee) maakt deel uit van de vernieuwende trends in techno en elektro landschap. Ze waren vanavond de aanzet voor een avondje clubdance en rave met een Soulwax /2 Many DJ’s concept. De tweede plaat ‘Heartcore’ komt vervaarlijk in de lijn van de kanonnen Justice, Alter Ego en Digitalism. De knoppenfreaks Luuk Cox en DJ Bobby Ewing deden de Marquee daveren met hun beukende en stampende beats, trance, vettige en schurende basses, chemical breakbeats en elektronicableeps op “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” en “Heartcore”; hartverwarmend waren de massale ‘woowoos’ op de funkende synthloops van “Rechoque”, “Strobot” en “Splend it”.

’It’s time for a love revolution’ is de comeback plaat voor Lenny Kravitz (Mainstage). Weg zijn de tierlantijntjes van orkestraties, gospel, oeverloos soleren en gekostumeerde pakken. In leren jekker leverden Kravitz en de zijnen een goed strak concert af. Enkel in “I’ll be waiting” en “Let love rule” verloor hij zichzelf even. Een retrorock’n’roll hart spreekt de man opnieuw aan: “Bring it on”, “Always on the run”, “Dig in”, “Fields of joy” en “Dancin’ till dawn”; wat hij afwisselde met ingetogen, sfeervoller werk: “It ain’t over till it’s over”, “Stillness of heart” en “I’ll be waiting”. Kravitz breidde een energieke finale met de Guess Who klassieker “American Woman” en “Fly away”; “Are you gonna go my way “ en een massaal meegezongen (en uitgesponnen) “Let love rule”, waarbij Kravitz z’n fans handjes schudde zette het rockfeestje verder in de bis. Kortom, hij bracht het ‘Mama said’ album samen met songs van de recentste cd.

In Soulwax (Nite Versions) (Pyramid Marquee) hebben de broertjes Stephen en David Dewaele de gitaren aan de haak gehouden en resoluut de kaart gekozen van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals, opgezweept door een diepe bas en drums, waarin herkenbare tunes en samples te horen waren (waaronder Kraftwerk, Robbie Williams, Klaxons en Justice).
Een herhaling van hun Xmas feestje weliswaar, onder hun motto ‘Part of the weekend never dies’, wat de logische aanzet was van hun 2 Many DJ set.

R.E.M. (Mainstage) heeft een nieuwe plaat uit ‘Accelerate’, die een directer en strakker aanpak heeft dan hun platen van kortweg de laatste tien jaar. Een wildcard voor Werchter 2008 hadden ze meteen op zak. Het trio Stipe – Mills - Buck & band traden voor de zevende keer aan en konden putten uit hun al indrukwekkende oeuvre. Ze speelden een gevarieerde rockset; ze namen af en toe wat vaart af, doch behielden de aandacht net op tijd door sterke oudjes “Orange crush”, “What’s the frequency Kenneth”, “Bad day”, “The one I love”, “Begin the begin” en “Fall on me” af te wisselen met sfeervol, dromerig werk als “Drive”, “Imitation of life” en “Electrolyte” (wat een wonderbaarlijke pianotoets!) en een handworp nieuwe rocksongs: “Living well is the best revenge”, “Man sized wreath” en de singles “Hollow man” en “Supernatural superserious” , wat het mindere materiaal deed vergeten.
In de bis werd door de herkenbare mandolinetune “Losing my religion” ingezet en het refrein luidkeels meegezongen; de set besloten ze traditioneel met “Man on the moon”.

The Chemical Brothers (Mainstage) zetten de nacht in, maar het écht late uur speelde Rowlands/Simons parten, want de geluidstovenaars legden de klemtoon op een meer chillende trancegerichte aanpak en lange overgangen, wat de uitbundigheid en vuurwerk ontnam. Minder dansbare, pompende beats, wat deels door hun lasers, flashlights en projecties werd gecompenseerd. Een ‘push the button’- injectie hoorden we nog met “Galvanize”, “Do it again/get yourself high”, “Hey boy hey girl”, “Out of control”, “Believe” en “We are the night”.
Tijdens de set waren al vele (vermoeide ) bezoekers richting tent. De Britten besloten zelf moeizaam met “The golden path” en “Chemical beats”.
Een feestje bleef uit, ook al werden we mooi bedankt door onze Chemische Broeders.

Organisatie: Live Nation

Counting Crows

Counting Crows sterker dan verwacht!

Geschreven door

Counting Crows zorgden in de jaren negentig voor een van de beste debuutalbums aller tijden. ‘August And Everything After’ sloeg in als een bom en kreeg vooral veel airplay mede door de aanstekelijke wereldhit “Mr.Jones”. Het was erg lang stil rond Adam Duritz en de zijnen, tot begin dit jaar hun nieuw album ‘Saturday Nights & Sunday Mornings’ verscheen. Deze Californische band is erg geliefd in onze lage landen. Vooral bij onze noorderburen is hun populariteit immens. Het Belgische publiek heeft een wat gereserveerdere kijk op dit Amerikaanse folkrock ensemble. Dit vooral omdat de meeste optredens van de Crows in het verleden niet altijd even vlekkeloos verliepen. Counting Crows kunnen echter bij ons ook nog steeds op heel wat interesse rekenen want dit AB concert was al een tijdje helemaal uitverkocht.

Vanaf 19.30 werden we opgewarmd door Headphone. Een jonge band uit het Gentse die reeds gekend is bij het Studio Brussel volkje, vanwege enkele hitsingles in de Afrekening lijst. Hun aanstekelijke lofi poprock werd goed ontvangen. Vooral de subtiele invloed van wat elektronica geeft de band extra glans. Met zanger Ian Marien (die soms klonk als een niet zeurende Tom Yorke (Radiohead) heeft de band ook de nodige klasse in huis om internationaal iets te gaan betekenen. “Ghostwriter”, “Lidocaine” en “She Is Electric” zijn de momenten die mij zijn bijgebleven.

Counting Crows is een band die je het liefst zou zien in je eigen woonkamer. Daarom was de intieme en volle Ancienne Belgique dan ook de droomlocatie om de band nog een live mee te maken. Niettegenstaande het nieuwe album ietsje tegenvalt, wist de band mij live deze keer voor de volle 100 procent te overtuigen. Sterke setlist (met een bloemlezing uit het volledige oeuvre), kristalhelder geluid en erg veel ambiance…kortom de Counting Crows waren sterker dan verwacht.
Op de tonen van Bill Withers “Lean On Me” kwam de zevenkoppige band vrolijk het podium op. “When I Dream Of Michelangelo” was als intieme, rustige song een verrassende opener. Duritz had er duidelijk zin in en dat positieve signaal werd in de dampende, zwoele AB met evenveel overtuiging teruggestuurd . Mister Duritz, nog steeds voorzien van een weelderige bos dreadlocks, is als frontman ongeëvenaard. Zijn interactie met het publiek is uniek. Zoals tijdens het wondermooie, poëtische “Anna Begins”. Bijzonder grappig was de lange aankondiging voor “Good Time” (over zijn vermeende relatie met een topactrice -Jennifer Aniston?), maar verder liet Adam ons vooral luisteren naar zijn goddelijke stem. Het subtiele “High Life” uit ‘This Desert Life’ was een van de vele hoogtepunten van de avond. De hitsingle “Mr. Jones” zat opvallend vroeg in de set en deed bij iedereen de herkenning toeslaan. Al bracht de band niet zo’n al te beste versie van deze monsterhit! Behoorlijk scherp en stevig rockend was “1492”, gevolgd door het zeer intense en melancholische “Black And Blue”. Een groter contrast kan je haast niet bedenken.
Later in de set kregen we een geweldige intense versie van “Round Here”. Subliem opgebouwd met in het midden stukken uit Springsteen’s “Mary Queen Of Arkansas”. Een betere live song is er niet. Een onvervalst kippenvelmoment! Voor “A Long December” werd de accordeon nog eens boven gehaald, waarna met het zwakke “Hanginaround” de band een eerste maal de bühne verliet.
Het aan Joni Mitchell geleende “Big Yellow Taxi” was de eerste encore. Zelden live gespeeld en goed voor ‘Academy Award’ nominatie volgde “Accidentally In Love” (het Love thema uit Shrek 2), terug een toppunt. Tot slot kregen we met “Holiday In Spain” Counting Crows’ grootste hit van de laatste jaren. Met dank aan de vrienden van de Nederlandse popgroep Blof die Adam dan ook uitgebreid bedankte.
Natuurlijk miste ik nog enkele persoonlijke favorieten zoals “Colorblind”, “Miami” en “Goodnight L.A.”, maar de uitstekende set zorgde voor het beste Counting Crows optreden waarvan ik reeds getuige mocht zijn.

Een Counting Crows concert valt of staat echter met de performance van boegbeeld Adam Duritz. We hadden geluk vandaag, de man was in topvorm. Hij sprong als een jonge puber over het podium, balanceerde eindeloos als een echt rockbeest over de monitors en raakte ons vooral diep in onze ziel met zijn uitstekende songs en zijn bovenaards stemgeluid. Counting Crows blijft een adembenemende band, zeker in een intieme setting!

Setlist: *When I Dream Of Michelangelo, *Angels Of The Silences, *Anna Begins, *M
rs. Potter's Lullaby, *Good Time, *High Life , *Mr. Jones , *Monkey , *All My Love (Richard Manuel Is Dead) , *Sundays , *1492 , *Black And Blue , *Have You Seen Me Lately?, *Round Here , *Hard Candy , *A long December , *Hanginaround
Bis: *Big Yellow Taxi , *Accidentally In Love , *Holiday in Spain

Organisatie: Live Nation

Steve Lukather

Ever changing times

Geschreven door

Nu bekend geraakte dat Steve Lukather inmiddels Toto heeft verlaten (en dus Toto als band er mee kapt – want geen Toto zonder Steve Lukather!) hoeft de titel van Lukather’s nieuwste soloalbum nog weinig verduidelijking. ‘Ever Changing Times’ is zijn vierde soloalbum, nadat hij eerder ook nog albums uitbracht met de vrienden van El Grupo & Los Lobotomys. In het verleden durfde Lukather op zijn soloalbums nogal wat experimenteren. Vaak kregen we een mengeling van rock, pop, blues, fusion en jazz, waarbij dan vooral zijn vakbekwaamheid als gitarist in de verf werd gezet.
Niet zo op dit album! Natuurlijk laat Lukather nog steeds horen dat hij één van de allerbeste gitaristen is van deze aardkloot maar daarnaast is dit album vooral een songalbum. Met echte liedjes die niet te lijden hebben onder te nadrukkelijke experimentele gitaarhoogstandjes. Persoonlijk heb ik altijd erg gehouden van Lukather’s stem. De Toto albums ‘Kingdom Of Desire’ en ‘Tambu’ waarop Lukather de meeste leadvocalen zingt, heb ik altijd tot mijn favorieten gerekend.
‘Ever Changing Times’ telt 11 songs. Opener “Ever Changing Tmes” is een dreigende, stevige melodic rocksong met een erg doordringend refrein. Daarna krijgen we met “The Letting Go”, een mooie ballade met een echte Toto-feel! Ook “New World” had zeker niet misstaan op Toto’s recentste schijf ‘Falling In Between’. Wat alternatiever is het groovy “Ice Bound” en het à la Steely Dan “Stab In The Back”. Variatie troef op deze Cd! Het filmische instrumentale slotstuk “The Truth” is dromerig en begeesterend.
Kortom, Steve Lukather heeft een plaat gemaakt die erg gevarieerd klinkt maar toch zeer toegankelijk blijft voor Toto fans. Steve kreeg familiale hulp van zoon Trevor (die voor twee songs tekende) en dochter Tina die even te horen is op zang. Joseph Williams (ex-Toto) en Bill Champlin staan in Lukather’s achtergrondkoortje.
Dit vierde soloalbum is een sterk Westcoast-A.O.R.-Melodic Rock album. Safe en toegankelijker dat we van de man gewoon zijn en een must voor bedroefde Toto fans. Toto is dood….Leve Steve Lukather!

Guillemots

Red

Geschreven door

Guillemots, de band rond Fyfe Dangerfield, heeft de opvolger klaar op ‘Through the windowpane’. Meteen kan al worden gezegd dat Guillemots dit sterke debuut niet kan evenaren op deze ‘Red’ plaat. Doch de plaat bevat rijkelijk geschakeerde elektronicageluidjes, toetsen en pop, in het verlengde van ‘80’s freak Scritti Politti.
De Britse band zweert trouw aan een arty sound. Er is de bombastische symfo opener “Kriss Kross” onder Fyfe’s unieke stemgeluid, dat ergens leunt aan Jeff Buckley, Damon Gough van Badly Drawn Boy en Robert Smith. De orkestraties zijn strelend op “Falling out of reach” en “Cockateels”, dat zelfs een vleugje world bevat. “Big Dog” bevat een mix aan stijlen met ‘80’s referentie. Guillemots schuwt een freaky dance geluid niet want “Get over it” en “Last kiss” hebben een pompend beatje; en op “Don’t look down” goochelt Fyfe met drum’n’bass. We horen sfeervolle, dromerige, relaxte pop in het tweede deel van de cd met “Words” als hoogtepunt. Af en toe slaat de band de bal mis, zoals op “Clarion”.
Kortom, ‘Red’ is een avontuurlijk gevarieerd, boeiend plaatje met enkele mindere songstructuren.

Motorpsycho

Little Lucid Moments

Geschreven door

Het Noorse Motorpsycho, onder het perfect op elkaar ingespeelde duo Saether/Magnus Ryan benadert op de huidige cd ‘Little Lucid Moments’ het live gevoel van de laatste paar jaar. De plaat volgt de onvolprezen dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ op en bevat vier tracks die een uurtje psychedelische jamrock inhoudt.
Ze zijn in verschillende hoofdstukken verdeeld, zijn lang uitgesponnen en hebben een hard-zacht aanpak. Ze brengen voldoende variaties aan in de songs. Maw het is een aangenaam luisteren naar de soli van gitaren, bas en drums.
Motorpsycho grijpt terug naar hun beginperiode, onderstreept met deze plaat hun huidige aanpak en blijkt definitief vaarwel te zeggen aan de melodieuze pop van ‘Let them eat cake’ en ‘Phanerothyme’.

Squadra Bossa ft Buscemi

Squadra Bossa ft Buscemi zet de festivalsfeer in …

Geschreven door

Exit clubconcerten in de Nijdrop! Een feestje kon worden ingezet met Dirk Swartenbroeckx en z’n Squadra Bossa Nova, om de intense clubconcerten en de examenstress door te spoelen in een afgeladen Nijdrop. Een groovende, dansbare mix van zwoele samba/bossanova (latino/Brazil) en Balkanbeats onder trancegerichte, pulserende en ophitsende beats, aangevuld met  dubreggae, ragga, jazz, hiphop, drum’n’bass en junglefever.
Huidige Maxx favorieten van StuBru liet hij moeiteloos overgaan in enkele eigen songs als “Seaside”, “Hollywood swing king” en “Sahib Balkan”. Af en toe laste hij een korte rustpauze in met lounge en zalvende beats.
Een twee uur durende dampende DJ set, onder luid gejoel en die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Buscemi nodigde alvast uit voor een hete festivalzomer…

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

dEUS

dEUS: internationale uitstraling

Geschreven door

dEUS,  de charismatische oppergod van de Belgische rock scene, streek zaterdagavond in Noord Frankrijk neer, op een sfeervolle openlucht locatie te Maubeuge.

Met “When she comes down” en “Sun ra”, zette Tom Barman en de zijnen onmiddellijk de toon van een krachtig en gevarieerd optreden. Na de eerste figuurlijke donderslag die de eerste twee nummers ons bezorgden, greep de frontman even naar zijn semi-akoestische gitaar voor de zacht, intieme start van “Instant street”.
Hierna bouwde de muziek zich opzwepend, vol klasse en eenvoud op tot het sublieme “Theme from Thurnpike” en het ons nu al vertrouwde “The Architect”, dit met stevige, brekende en voortstuwende ritmes die de toeschouwers van het spektakel in beweging brachten.
Na deze opbouwbeweging bleef de groep in het tweede gedeelte op onderhoudende wijze, stevig en strak rockmateriaal brengen, gekruid met electro momenten en donker mijmerende fases. Dit alles, met ruimte voor de harmonieuze melodie zoals in “Nothing really ends”.
Het duo Barman en Mauro, geruggensteund door de trefzekere bassectie en percussie, charmeerden terecht het Franse publiek en gaven een staaltje van intense muzikale interactie en samenspel, zowel instrumentaal als vocaal. Hun gitaren werden door hen op bepaalde ogenblikken gehanteerd als partners in een meeslepende, wilde dans. Doch zelfs in staat van volle overgave en extase verloor het duo noch de klasse, noch de beheersing. Coolness op en top! Een deugd om te horen en te zien. Ook dEUS - man van het eerste uur, Klaas Janszoons, gaf met viool en keyboards, het geheel een extra dimensie.
Het thematische accent lag tijdens deze performance op huidig werk uit de cd “Vantage Point”. Regelmatig greep dEUS ook naar klassiekers uit hun ondertussen brede oeuvre.
Als apotheose, keerde dEUS, in zijn bisnummers, terug naar zijn roots en sloot even energiek af als het begon, met ondermeer “Roses” en “Suds & Soda”. Het publiek wou meer…  doch de God was reeds terug ten hemel gerezen.

We zagen een nieuwe en volwassen geworden groep die blaakt van inspiratie, muzikaliteit en energie. Kortom het nieuwe dEUS, met internationale uitstraling, stond er…  en hoe!

Het Britse beloftevolle Air Traffic boeide met hun melodieus opgebouwde poprock, onder een uitgelaten pianspel van zanger/componist Chris Wall. De jonge talentrijke band teistert al maanden onze Afrekening, maar ligt ook in Noord-Frankrijk goed in de markt. In hun jeugdig enthousiasme slaagde de groep er moeiteloos en overtuigend in sfeervol als dynamisch, felle uptempo materiaal te spelen, met de huidige single “No more running away” als absoluut hoogtepunt, die trouwens beide muzikale invalshoeken aan elkaar breidde. Een intens pakkende “empty space” besloot de korte set.
Air Traffic onderscheidde zich als een jonge spruit van Coldplay en Muse en bewees deze avond dat zij hun kopmannen achterna gaan.

Organisatie: Le Manège, Maubeuge

Monster Magnet

Monster Magnet: ‘Spacelord MFers from hell lekker op dreef’

Geschreven door

Aan de vooravond van ‘s lands grootste metal meeting kregen de liefhebbers van het hardere genre met de doortocht van Monster Magnet in de AB een voorproefje van formaat voorgeschoteld. Samen met het intussen legendarische Kyuss behoort dit Amerikaanse gezelschap tot één van de belangrijkste aanstokers van de stonerrock scene die begin jaren ’90 in de schaduw van de grunge een kleine muzikale aardverschuiving veroorzaakte. Na een rits klassieke albums en evenveel slopende wereldtournees werd de kenmerkende mix van slepende Black Sabbath riffs en kosmische Hawkwind psychedelica op de jongste albums echter langzaam maar zeker ingeruild voor een meer rechttoe-rechtaan aanpak, waardoor de groep de laatste jaren wat op de terugweg leek. Het mag tevens een medisch wonder heten dat de imposante frontman en notoir liefhebber van geestverruimende rook- en spuitwaren Dave Wyndorf het tijdelijke inmiddels niet heeft ingeruild voor het eeuwige. Het publiek kon afgelopen woensdag in een net niet tot de nok gevulde AB met eigen ogen aanschouwen dat het Monster Magnet opperhoofd ondanks meerdere powertrips monter en wel op het podium stond en zijn groep feilloos doorheen een meeslepende set loodste.

Monster Magnet’s kleinschalige Europese zomertournee telt slechts een zevental optredens en dient ter promotie van het eind vorig jaar zonder veel pooha verschenen ‘4-Way Diablo’. Voorwaar geen onaardig album, maar qua muzikale impact toch flink wat lichtjaren verwijderd van de sonische meesterwerken ‘Dopes to Infinity’ (’95) en ‘Powertrip’ (’98). De groep koos voor een risicoloze start door met het epische “Dopes to Infinity” en het opzwepende “Crop Circle”, de respectievelijke openingsnummers uit voorgenoemde opussen, het publiek meteen op haar hand te krijgen. Al vroeg in de set werd het kookpunt bereikt bij het inzetten van “Powertrip”, hét Monster Magnet live anthem bij uitstek. Ook ondergetekende, nochtans geen begenadigd brulbeest, kon niet laten om Wyndorf vocaal bij te staan tijdens “I’m not ever gonna work another day in my life! The Gods told me to relax, they say I’m gonna get fixed up right!”. Met de benen in spreidstand en de bezwete gitzwarte haren frontaal wapperend in de ventilatorwind genoot de spacelord zichtbaar van de publieksrespons en bedankte met de obligate “Its’ good to be back” groet. Ter inleiding van “Third Alternative”, een massieve brok stoner psychedelica vanop ‘Dopes to Infinity’ die live gemakkelijk op 10 minuten afklokt, definieerde Wyndorf het begrip ‘cosmic sex’ vanuit zijn persoonlijke leefwereld waarin de oneindigheid van de kosmos en euh.. oneindige sex de man danig blijken te intrigeren. Het publiek knikte alweer goedkeurend en onderging ook deze powertrip met genoegen.
Wie gekomen was om wat nieuwe nummers uit ‘4-Way Diablo’ live te checken kwam echter bedrogen uit. Net zoals het onderschatte ‘God Says No’ (’01) viel ook het jongste album nergens te bespeuren in de setlist, ten voordele van obscuur ouder werk zoals “Zodiac Lung” uit het debuut ‘Spine of God’ (’92) of de minder gekende tracks “The Right Stuff” en “Radiation Day” vanop ‘Monolithic Baby!’ (’04). Gitarist Ed Mundell, naast Wyndorf het enige vaste groepslid, blijkt live keer op keer de muzikale sterkhouder van de band en camoufleerde de soms onvaste vocalen van zijn drug buddy vakkundig met strakke intros en compacte soli. Het grootste deel van het publiek had intussen al lang begrepen dat Monster Magnet gekomen was voor een eigenzinnige ‘best of’ set, dus was het enkel maar een kwestie van geduld vooraleer de sonische gitaargolven van “Negasonic Teenage Warhead” of het groovy ritme van “Spacelord” werden ingezet. Tijdens dit laatste nummer vroeg en kreeg Wyndorf, nonchalant poserend met een joint binnen handbereik, publieksassistentie en werd de frontman herhaaldelijk en tot diens eigen genot uitgescholden voor de onvermijdelijke motherfucker.
De belangrijkste meebrulhits waren na het eerste deel van de set grotendeels opgesoupeerd. Wyndorf & co doken tijdens de enige bisronde in hun eigen donkere verleden en trokken hierbij resoluut de kaart van de lang uitgesponnen psychedelische nummers, vloeistofdia’s en schedelprojecties incluis. Uit de onvolprezen stonerrock classic ‘Superjudge’ (’93) werd naast het titelnummer ook het bezwerende “Cage Around the Sun” opgedoken. Na het stomende “Tractor” werd de set tot genoegen van de fans van het eerste uur besloten met “Spine of God” waarin Wyndorf de AB zowaar eventjes tot ‘centre of the universe’ omtoverde.

Net zoals de grunge beweging lijkt ook de stonerrock langzaam maar zeker op weg om een voorbijgestreefd genre te worden. Gedateerd kan je de live exploten van Monster Magnet echter bezwaarlijk noemen, want daarvoor stralen Wyndorf & co teveel duivelse bezetenheid uit. Hopelijk blijft die ene ‘bad trip’ voor Wyndorf nog een tijdje uit, en beperken de dagelijkse activiteiten van dit rockbeest zich tot het inademen van onschuldige genotsmiddelen en het uitademen van kosmische vibes.

Organisatie: Live Nation

Pagina 475 van 498