logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

(The) Nits

Doing the dishes

Geschreven door

Al 35 jaar doen de Nits gewoon hun eigen ding. 'Doing The Dishes' is de 19de plaat en de opvolger voor 'Les Nuits' uit 2005. 'Les Nuits' was een lekker ingetogen en melancholische plaat.
Al vanaf de opener "No Man's Land" hoor je dat dit album een totaal andere richting uit gaat. 'Doing The Dishes' is een album vol vrolijke, happy deuntjes. Zoals altijd brengt de band hun eigenzinnig pop/rock met oog voor veel detail. Kleine details die dikwijls tot uiting komen door het kiezen van een niet voor de hand liggende klankkleur of een wat moeilijker in het oorliggende melodie.
'Doing The Dishes' wordt vooral gekenmerkt door een grote diversiteit. De band flirt zowel met folk, country ("In Dutch Fields") tot garagerock ("Moon Dog"). Persoonlijk ben ik een grote fan van de meer droefgeestige sound van deze sympathieke Hollanders maar van dit overwegende up-tempo album kan je alleen maar vrolijk worden. Moeite heb ik dan weer met enkele opvullertjes zoals "I'm A Fly"…leuk maar totaal overbodig.
Het Nederlandse power-trio Hofstede-Stips-Cloet is met deze nieuwe schijf weer helemaal terug! Stamp meteen die vaatwasser buiten want voortaan is het genieten om weer de vaat met de hand te doen….zeker met 'Doing The Dishes' als begeleidingsplaat.
Voor wie het album digitaal wil aankopen krijg je via Itunes 3 extra songs, maar dan mis je wel het prachtige artwork die het album siert.

Drive By Truckers

Brighter than creation’s dark

Geschreven door

Als we de betere Britse muziekpers moeten geloven, en dan bedoelen we bladen als Uncut en Mojo en niet de omhooggevallen hype jagers van NME, dan is dit veruit het beste album van DBT tot dusver, een absoluut meesterwerk, zo vernemen wij. Extreem hoge verwachtingen brengt dit met zich mee, want wij kunnen helemaal niet geloven dat DBT hun piece de resistance ‘Southern rock opera’ uit 2000 ooit nog zouden kunnen overtreffen. Met ‘The Dirty South’ (2004), een gemene rocker met scherpe tanden, kwamen ze aardig in de buurt maar ‘A blessing and a curse’ uit 2006 vonden wij toch iets te lauw voor zo’n sterke band.
Met de nieuwe ‘Brighter than creation’s dark’ is de band weer zeer ambitieus, maar liefst 19 songs, in goeie ouwe vinyl tijden zou dit een kwieke dubbelaar geweest zijn. En het is inderdaad een ijzersterk album geworden, mede door de diversiteit in stijlen (country, roots, stevige rock en americana) en door maar liefst drie verschillende zangers waarbij bassiste Shonna Tucker de meer rootsy country nummers voor zich neemt. De sterkte van dit album zit hem vooral in de kwaliteit van de songs, de country nummers zijn nooit melig, de rockers zijn nergens banaal, de songs hebben allen een verhaal en een doorleefde sound, vooral wanneer ze van vocals voorzien zijn door Patterson Hood die, hoezeer de anderen ook hun best doen, de meest authentieke en diepgravende stem heeft . 19 songs en geen enkele overbodige ertussen, weinig artiesten kunnen dezer dagen dergelijk rapport voorleggen. De plaat is iets geraffineerder en bevat minder wilde rock dan bvb ‘The Dirty South’ en ‘Southern rock opera’, alhoewel het er bij momenten toch nog wel hevig aan toe gaat. ‘Brighter than creation’s dark’ is vooral sterk als geheel en is niet zomaar een collectie van een hoop knappe songs, het is zo een album waarbij je goesting krijgt om met een pick-up truck via de route 66 de USA te doorkruisen, de plaat ademt gewoon dat Amerikaanse southern gevoel zonder daarbij naar macho gedoe of ongepast patriottisme te stinken. Alle songs zijn een onmisbare schakel in een prachtig totaalstuk. Onbegonnen werk dus om hier hoogtepunten uit te halen omdat het album in zijn geheel staat als een huis, of een ranch is misschien toepasselijker.
Drive By Truckers is een van de interessantste en meest geloofwaardige Amerikaanse rockbands van dit moment  en hebben met deze plaat een geweldig visitekaartje afgegeven waardoor ze nu hopelijk ook in Europa de nodige erkenning zullen krijgen. Of dit hun beste tot op heden is laten wij nog open, want een mijlpaal als ‘Southern rock Opera’ stoot je zomaar niet van de troon.

Bad Brains

Build A Nation

Geschreven door

Het Amerikaanse viertal uit Washington DC, Bad Brains, was midden de jaren ’80 erg populair . Ze brachten een kruising van rauwe rock, punk, hardcore , reggae en dub. Ze stonden aan de wieg van de crossover. Groepen als een Urban Dance Squad, Living Colour, Faith No More, 24-7 Spyz , Beastie Boys en Cypress Hill lieten zich inspireren door het weirdo kwartet.
’Build A Nation’ komt ruim twaalf jaar na de weinig spraakmakende laatste worp (‘God Of Love’). Bad Brains heeft het heilig vuur zeker niet meer in zich; de plaat weet nog wel aardig te scoren, dankzij de productionele hulp van Beastie Boy Adam Yauch. We horen energieke hardcore en geestesverruimende reggae. Een gevarieerd direct klinkend plaatje, doch eentje die maar weinig potten meer zal breken.

Ayreon

1011001

Geschreven door

Mister ‘Ayreon’ Arjen Anthony Lucassen heeft sinds zijn vertrek bij Stream Of Passion gewerkt aan een opvolger voor het alom geprezen ‘The Human Equation’ uit 2004. Ook nu zijn de meeste kritieken super lovend al ben ik zelf iets minder enthousiast over de nieuwe Ayreon dubbelaar. Opnieuw is uit het meesterbrein van Lucassen een ingewikkeld verhaal ontsproten. Neem nu de titel ‘01011001’. Deze binaire reeks staat decimaal gelijk aan 89, 89 is de ASCII code voor de letter ‘Y’. Volgt U nog?
De plaat brengt dan ook het verhaal over de planeet ‘Y’ en is dus terug een Sci-Fi / Fantasy project. Muzikaal laat Lucassen zich weer omringen door een indrukwekkende cast van gastmuzikanten. Tomas Bodin (Flower Kings), Steve Lee (Gotthard), Bob Catley (Magnum), Derik Sherinian (ex-Dream Theater), Simone Simons (Epica) & Jorn Lande zijn slechts enkele namen die de Ayreon traditie hoog houden.
Opnieuw is het album een mix van progressieve rock, heavy rock, folkrock, melodic rock en spacy- electro soundscapes.  Het album maakt met “Age Of Shadows” een bijzonder sterke start maar helaas kan men dit hoge niveau niet aanhouden. Hoewel er zeer sterk wordt gemusiceerd op ‘01011001’ zijn er op de plaat ook teveel middelmatige stukken. “Comatose”, met Jorn Lande in de hoofdrol, is een zeldzaam hoogtepunt.
Ik kan gerust concluderen dat dit album niet echt vernieuwend klinkt en dat Lucassen in het verleden met Ayreon al sterker materiaal heeft uitbracht. Toch is het mijn overtuiging dat ook deze ‘01011001’ een groeiplaat zal worden en pas na vele luistersessies zijn kwaliteit ten volle zal prijsgeven. De productie van het album is subliem en ook de afwerking (het album verscheen in drie verschillende versies) is zoals altijd top!

Atrocity

Werk 80 II

Geschreven door

Het uit Duitsland afkomstige Atrocity is een band met een eigen mening en een eigen smaak en daar durft het ook voor uit te komen. In 1997 waar platte dance-hits en onbezielde popsongs de ware klassiekers van de jaren ’80 van de radio- en TV-zenders weerhielden, bracht deze band ‘Werk 80’ uit.
Met ‘Werk 80’ greep men uit protest tegen de gang van zaken in de muziekwereld, terug naar de klassiekers van de jaren ’80 en voorzag deze van een modern metalen jasje. Fans van de band reageerden enthousiast en de muziek uit de jaren ’80 kende een ware heropleving. Nu 11 jaar later blijkt de platte commercialiteit nog steeds hoogtij te vieren in popland en besluit “Atrocity” met deel 2 van “Werk 80” op de proppen te komen.
Op dit album krijgen we 11 klassiekers uit de jaren ’80 voorgeschoteld in een bombastisch gothic jasje. Wie de band kent weet dat hij zich niet moet verwachten aan het soort goed verkopende female-fronted gothic. Atrocity pakt de zaken compleet anders aan en verzorgt zijn nummers tot in de kleinste details, ook al is “Werk 80” minder serieus bedoeld als de andere CD’s die ze hebben uitgebracht.
Of de doorsnee Death Metalfans uit de beginperiode van de band, dit album zullen kunnen appreciëren betwijfel ik ten sterkste. Vooral de vocale prestaties van Alexander Krull zullen wellicht te zwak over komen, voor wie nood heeft aan de rauwe uithalen, die doorgaans in hun muziek verweven zitten. Zelf stoor ik mij echter niet aan de cleane vocals, ze passen naar mijn mening perfect binnen de opzet van de band voor dit album. Veel wordt er hierdoor echter niet afgeweken van de originele nummers. Velen zullen zich nu wellicht afvragen wat het nut dan is van dit album. De meerwaarde zit hem volgens mij in de iets krachtigere uitwerking en de bombastische arrangementen, die de nummers een extra sfeervolle tint geven.
Fans van bands als “The 69 Eyes” die nostalgisch terugblikken op tijden waarin zelfs de popmuziek enige kwaliteit bezat, zullen aan dit album veel plezier beleven. De nummers “People are People” (Depeche Mode), “Don’t You Forget About Me” (Simple Minds) en “Forever Young” (Alphaville) zijn reeds vastgeroeste klassiekers. Wanneer je de versie van Atrocity hoort, blijkt al snel waarom. Zelfs in een metalen jasje blijven deze nummers overeind en vormen ze de hoogtepunten op dit album. Of de fans van de originele nummers en de bands die ze schreven, hier ook maar enige vorm van waardering voor kunnen opbrengen betwijfel ik echter.
“Werk 80 II” zal door deze factoren volgens mij weinig volk kunnen overtuigen. Helaas zal het werk dat de band erin heeft gestoken om een mooi afgewerkt product voor te schotelen wellicht tevergeefs zijn en zal het album een stille dood sterven in heel wat CD-winkels. Ook Dita Von Teese die op de cover prijkt zal hier wellicht geen verandering in brengen.

1. People Are People (Depeche Mode)
2. Smalltown Boy (Bronski Beat)
3. Relax (Frankie Goes To Hollywood)
4. Don't You (Forget About Me) (Simple Minds)
5. The Sun Always Shines On Tv (A-Ha)
6. Hey Little Girl (Icehouse)
7. Fade To Grey (Visage)
8. Such A Shame (Talk Talk)
9. Keine Heimat (Ideal)
10. Here Comes The Rain Again (Eurythmics)
11. Forever Young (Alphaville)

The Charlatans

The Charlatans bundelden twintig jaar Brit ‘Madchester’ in een stomend feestje

Geschreven door

The Charlatans, onder de tandem Tim Burgess (zang)/Rob Collins (toetsen), hebben even veel goede als wisselende platen uitgebracht. Zij ontstonden midden de ‘Madchester scene’, de versmelting van groovende Britpop met  ‘70’s retro rock’n’roll en ‘60’s psychedelica.
The Charlatans maakten deel van de tweede linie groepen, na The La’s, Happy Mondays, Blur, Oasis en Stone Roses, samen met bands als Inspiral Carpets en The Boo Radleys. Ze hadden een pak radiohits, die ze deze avond voor een goed gevulde VK niet vergaten.

Binnenkort verschijnt de nieuwe plaat ‘You cross my path’, die begin maart op het internet kan worden afgehaald. We konden een fijn staaltje beluisteren van deze songs in hun ruim anderhalf uur durend muzikaal feestje.
The Charlatans hadden er zin in, want hun optredens in ons landje zijn op één hand te tellen. De laatste passage was tijdens de Lokerse Feesten, waarbij hun ‘Madchester’ sound wat verloren ging.
In de kleine club van de VK, waren enkel échte Charlatans fans, die er samen met de band een stomend dansbaar feestje van maakten met de betere songs uit de cd’s ‘Some friendly’, ‘Tellin’ stories’, ‘Wonderland’ en de recente platen ‘Sympathico’ en ‘You cross my path’. Het was alsof ze zelf wisten welke hun mindere platen waren in het oeuvre van bijna twintig jaar bezig zijn.
Duidelijk was dat de psychedelicatoetsen op het voorplan traden, onder opzwepende drumpartijen, wat aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Het vijftal werd sterk onthaald.
Burgess is een nineties icoon gebleven: z’n zwarte haren voor de ogen, een zware regenjas aan, handen aan het microstatief of op z’n Gallaghers: half opgeheven hoofd en een arm op de rug. Hij was erg goed geluimd, genoot van de bijval, maakte zelf talrijke danspasjes en was goed bij stem. Vóór de aanvang hoorden we talrijke ‘80’s en 90’s retro Britpopsongs. Een mooie warming-up.
Het splinternieuwe “You cross my path” opende de set: bezwerende en strakke gitaarriffs, zweverige soms pompende toetsen, een diepe bas en opzwepende drums, gedragen door de zalvende stem van Burgess, wat trouwens het muzikaal uitgangspunt werd van de avond..
Ze grossierden in hun oeuvre met oudjes “Weirdo”, “Tellin’ stories” en “Judas”.
De nieuwe(re) songs klonken sfeervoller en meer gematigd: “Mistakes”, “Black’n blues eyes”, “Bad days”, “Oh vanity”, “Soul saver” en “Bird”, gespeeld binnen het roemrijke verleden van “North country”, “One to another”, “The only one I know “, “Architect” (Burgess op melodica!) en “You’re so pretty”.
In de bis hield de band het tempo hoog; ze grepen in “Love is the key” terug naar “Lucifer Sam” van Pink Floyd’s Syd Barrett. “A day letter go” en “How high” volgden. Een schitterend uitgesponnen dansbare “Sproston green” besloot de set en werd laaiend enthousiast onthaald. Wat een bis als apotheose!
 
Een voortreffelijke set ,een goede songkeuze, een beloftevolle, sfeervolle nieuwe plaat en een Tim Burgess, die genoot van het uitzinnige publiek. Minpunt: de versterkers stonden té luid, waardoor de sound van The Charlatans overstuurd klonk.

Onze Waalse vrienden Showstar uit Huy mochten de avond openen. Een goede keuze, want de band put uit de Britpop in hun aanstekelijke poppy sound. 45 minuten lang genoten we van hun springerige en zweverige, soms dromerige, poprock met meezingbare refreintjes (o.a.“Day by day”, “Slow”, “Monster” en “Get drunk”), waarbij we een excentrieke zanger Christophe Danthinne aan het werk zagen. Trouwens, in Vlaanderen krijgt Showstar alvast meer airplay door de single “Day by day”.

Organisatie: VK, Sint-Jans-Molenbeek (Brussel)

The Smashing Pumpkins

Smashing Pumpkins: Oud en Nieuw, Hard en Zacht

Geschreven door

The Smashing Pumpkins gaven vorig jaar nieuw teken van leven door de cd ‘Zeitgeist’, die enkele pittig gekruide, stevige nummers bevatte, maar ook enkele spanningloze afknappers. De stops in de AB en op Pukkelpop boden alvast niet het gewenste resultaat qua songkeuze en contact met het publiek. Het opgepompte ego van de zelfverzekerde, niet-tot-deze-wereld-behorende en norse Corgan, surplus z’n flamboyante kledij speelt hem al jaren parten.
Het voorspelde, eerlijk gezegd, weinig goeds , dachten we …maar
Inderdaad, in het eerste uur was Corgan maar weinig van zegs: door een schuchtere poging “Hey, I’m Billy” behield hij afstand tussen band en publiek; het ijs doorbrak hij met de vroegere (negatieve) ervaringen te verhalen van z’n optredens te België. Een dosis correcte relativering en leerschool bewezen dat er met het publiek moet rekening gehouden worden. Een warme interactie wat we van den Corgan in jaren niet meer gezien hadden! Corgan leek ontdooid. Fijn zo, man, human-under-the-humans!

The Pumpkins traden aan met volgende bezetting: drummer Chamberlain (rechterhand van Corgan!), toetseniste Lisa Harriton, en nieuwe leden van Ginger Reyes (bassiste, als een vervaarlijk elfje gekleed, die d’Arcy verving) en Jeff Schroeder (tweede gitarist, die James Iha verving).
Ze speelden een kleine drie uur. De band laveerde tussen oud en nieuw, hard en zacht en een paar covers. De Pumpkins toonden aan sterk op elkaar te zijn ingespeeld, en we zagen de drie-eenheid Corgan-Chamberlain-Harriton, die anno 2008 de sound bepalen.

Ze begonnen alvast stevig, …heel stevig met “Porcelina of the vast oceans” uit ’95 en “Bring the light”. De toetsen kwamen op het voorplan op “Behold the nightmare” en “Tonight tonight”, mooi ingeleid op piano. “Mayonaise” drukte het gaspedaal opnieuw in en “Come on let’s go” werd spijtig getroffen door Corgans oeverloos gesoleer. Maar hij kon opnieuw een bocht van 360 graden maken met akoestische tracks als “Perfect” en “The rose march (uit de ‘American gothic’ EP) waarbij de vocals van de twee dames aangenaam verrassend naar boven kwamen. ”Today”, “Neverlost” en “Bullet with butterfly wings” gaven een schitterende finale, wat de set totdantoe twee uur klokte.
Gedaan dan ? Nee, zeker niet , want Corgan kwam solo terug met het prachtig ingetogen “1979”, bepaald door akoestische gitaar en stem, en ondersteund door het handgeklap van een uitgelaten publiek. “That’s the way my love is” en het aan Frank Sinatra gelinkte “My blue heaven” waren het tweede rustpunt.
Tenslotte zette het viertal (Harriton kwam dan eerder op de tweede rij!) alle registers open en hoorden we een terugblik naar de ‘Machina’ platen (2000) met “The everlasting gaze”, “Wound”  en “Cash car star”. Hoogtepunt vormde “United States”, ruim twintig minuten lang , refererend aan de sound van Sonic Youth en Sugar: gesoleer, opzwepende drums, noise, distortion en feedbackgeraas. In die krachtige lappen muziek en gitaarbrij hoorden we zelfs Uriah Heeps “Easy livin’” en Jimi Hendrickx “Star spangled banner”.
Een adembenemende trip die bijna drie uur duurde! De groep breidde er nog een Echo & The Bunnymen cover aan toe “Lips like sugar”. Corgan probeerde enkele danspasjes uit, maar verloor bijna het evenwicht door z’n loodzware lapjesrock.

De groep liet alvast een goede indruk na , serveerde het publiek op een uiterst afwisselende doch lange set . Het vrijheidsbeeld op ‘Zeitgeist’ knipoogde en zag dat het goed was. Waar voor z’n geld… en uitermate geapprecieerd!
 
Support Tim Vanhamel staat er momenteel met z’n eerste soloplaat ‘Welcome to the blue house’. Het is een gevarieerde poppy plaat, die maar weinig gemeen heeft met het werk van Millionaire. Hij leek wel een herboren Lou Reed op het podium, sterk geruggensteund door z’n tweede gitarist en backing vocalist. De groep speelde een korte set met enkele rockers als “Which of us” en de aanstekelijke single “Until I found you”.
Vorst Nationaal was duidelijk te groot om Vanhamel en Co met broeierige pop te laten boeien. We kijken uit naar het clubcircuit waar hij met z’n songs optimaler tot z’n recht kan komen.

Organisatie: Live Nation

The Dirty Three

Geniale instrumentale gekte met The Dirty Three

Geschreven door

Mogen wij u om te beginnen een gouden tip geven. Wanneer u een concert wil bijwonen in Frankrijk, kom dan liefst nooit op tijd, anders moet  u steevast als voorprogramma een afgrijselijke Franse lokale band doorstaan en dat is helemaal niet goed voor uw gezondheid.

Wij waren helaas niet laat genoeg  en moesten het Franse Première Partie ondergaan, een duo die een soort folkmuziek voor vastgeroeste suïcidale hippies speelde. En wij in Vlaanderen die dachten dat we hier bij ons de grenzen van het ergerlijke gemekker al hadden bereikt met An Pierlé. Die Fransen gingen nog wat verder. Het gekir van de zangeres, een soort pygmee van een meter twintig, deed me denken aan de geluiden die mijn cavia maakt nadat hij 5 dagen niet gegeten heeft (by the way, mijn cavia heet Lemmy, de naam is niet gekozen omwille van zijn zangcapaciteiten,wel omwille van zijn wilde looks. Doch dit volledig terzijde). Om gauw te vergeten.

Warren Ellis is al jaren in vaste loondienst bij Nick Cave and The Bad Seeds en is daar vooral onmisbaar. Toch gaat de man ook al eens met zijn eigen band The Dirty Three de hort op en daar waar hij zich bij Cave wel een beetje moet inhouden, kan hij hier de teugels heel wat losser laten. Het is tenslotte zijn band en hij doet wat hij wil. Volgens ons is Ellis een geschoold violist en heeft hij alles wat hij op de muziekschool leerde wel op een heel eigen manier geïnterpreteerd. Ellis doet met zijn viool wat Hendrix in de sixties met zijn gitaar deed: het ding ontstemmen, geselen, binnenste buiten keren, er 600 volt opsteken, in een vat zwavelzuur dompelen en het dan bespelen met een bezetenheid die we bij geen enkele andere violist terugvinden. Ellis, die er uitziet als een holbewoner die na drie jaar uit zijn grot is gekropen, geeft zich volledig, hij stort zich met een krankzinnige gulzigheid op zijn instrument en gaat er af en toe zelfs bij liggen.
Zijn band, bestaande uit een drummer en een gitarist, beperkt zich tot het volgen van de viooluitspattingen van hun frontman. De heren doen dit weliswaar op een sublieme wijze, want een halve zot als Warren Ellis volg je niet zomaar, de man speelt immers niet volgens het boekje en kleurt meermaals gretig buiten de lijntjes. De songs zijn volledig instrumentaal, toch weet Ellis bij elk van hen een verhaal te vertellen. Hij zingt dus niet, maar zijn bindteksten zijn uiterst aangenaam, het zijn fijne tussenpozen in een volledig instrumentale set. Bovendien spreekt  Ellis ook een aardig mondje Frans en ontpopt hij zich tot een gevatte entertainer. Er wacht hem zowaar nog een carrière als stand up comedian.
Uiteraard vinden we Nick Cave terug in de sound van The Dirty Three, of eerder omgekeerd want het is Warren Ellis die voor een groot deel de sound bepaalt op de laatste platen van Nick Cave, inclusief de laatste bom van Grinderman. Mogen wij u in dit verband ook ten zeerste de soundtrack “The assassination of Jesse James” aanraden, een sublieme plaat die Cave en Ellis met zijn tweetjes bij mekaar hebben gepend.
Tonnen respect hebben wij voor een groep als The Dirty Three, een publiek anderhalf uur weten te begeesteren met enkel een viool, een wel heel sober drumstel en een gitaar, hierbij geen noot zingen en weinig toegankelijke songs die je nooit of te nimmer op welk radiostation dan ook zult horen, dat is pure klasse.

Dankzij Warren Ellis is de viool een rock’n’roll instrument. Waarvan akte.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Girls In Hawaii

Girls in Hawaii: imposante melancholie schatplichtig aan zichzelf

Geschreven door

Girls in Hawaii is één van de weinige groepen uit Franstalig België die zich enigszins doorheen het ijzeren taalgordijn heeft weten te wringen. Ruim vier jaar na hun terecht (ook in het buitenland: de buurlanden, Japan, Verenigde Staten, …) bejubelde debuut ‘From Here To There’ is er met ‘Plan Your Escape’ eindelijk een - veelbelovende - opvolger. Girls in Hawaii is in het verleden nog het meest vergeleken met ‘Grandaddy’. Op ‘Plan Your Escape’ valt echter op dat de band nu vooral een eigen, rijper geluid heeft ontwikkeld die zorgt voor een impressionante totaalindruk. Af en toe willen we echter nog geloven dat Jason Lytle van wijlen ‘Grandaddy’ tijdens de opnames in het café om de hoek - goedkeurend knikkend - aan de toog hing te snoepen van een Ardeens biertje. De ‘Girls’ stelden hun nieuwe plaat voor in een uitverkocht Koninklijk Circus en met een Europese tournee van meer dan 30 optredens in het vooruitzicht.

De band startte hun set met hun huidige single “This Farm Will End Up In Fire” bijzonder zelfzeker, alsof ze in hun eigen woonkamer speelden: wat ook zo leek met de TV’s en lampenkapjes op het podium (de telefoons die ze in het verleden wel eens gebruikten waren echter verdwenen). “This farm” is een heerlijk ingenieus nummer met een door de drums aangedreven melodie die bruusk onderbroken wordt door het refrein. Na een (te) kort “Bees & Butterflies” vuurde de band het bedrieglijk eenvoudige “Sun of the Sons” op ons af met een quasi perfecte (en aan The Beach Boys refererende) samenzang van leadzangers Vancauwenberghe en Wieleman. “Fields Of Gold” nam een akoestische start en ging over in een slepend marsritme. In combinatie met de visuals en de fantastische stem van Vancauwenberghe zorgde dit voor een filmische trip door een achtergelaten buurt. Titelsong “Plan Your Escape” liet ons het door weemoed doordrenkte donkerste kantje zien van Girls In Hawaii. Na een herwerkte - en harder gespeelde - versie van “The Fog” volgde met “Road to Luna” wellicht ook één van de ’oudste’ nummers van hun nieuwe plaat: een door tempo en volume gekenmerkt nummer die ze af en toe (en waarop de bassist telkens loos ging) al eens als bis speelden tijdens hun vorige tournee. “Time to forgive the winter” zorgde voor een rustig verzetje en was de perfecte aanleiding voor het ietwat vreemde “Couples on TV”, een intiem indie-liedje gezongen door bassist Daniël Offerman dat deed denken aan het oeuvre van zijn eigen band ‘Hallo Kosmo’.
Na het aan Grandaddy verwante “Colors” en de klassieker “Found in the Ground” vanop hun debuut werd toegewerkt naar het eerbiedige “Birthday Call” (een hommage aan een vriend van leadzanger Vancauwenberghe die dacht aan zelfmoord) en het waanzinnig sterke “Flavor” dat nergens beter in de set past dan op het einde als absolute finale. Het talrijk opgekomen jonge publiek riep de band tot tweemaal toe terug en kreeg als toegift o.a. nog “Short Song For A Short Mind” en “Taxman” tussen de oren gegooid.

Girls in Hawaii speelde een set die ons telkens weer deed twijfelen tussen kippenvel en pretlichtjes in de ogen. Ongetwijfeld van het beste wat België te bieden heeft op dit moment! Girls in Hawaii gaat ongetwijfeld een grote toekomst tegemoet, tijd dus dat Vlaanderen definitief overstag gaat! Plan alvast - en voor het te laat (lees: uitverkocht) is - uw eigen ontsnapping richting MoD (11/04), Het Depot (12/04), Les Nuits Botanique (15/05) of AB (30/05)! Onze kaarten zijn alvast besteld.

Calc, een kwartet uit Bordeaux dat met ‘Dance of the Nerve’ al aan zijn zesde plaat toe is, verzorgde een bijzonder melancholische set. Hoewel het stemgeluid van de zanger soms deed denken aan Elliot Smith viel de stroperige pop van deze band bij ons niet erg in de smaak. Feit is zeker dat ze in het publiek wel enkel(e) gevoelige zieltjes hebben gewonnen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Tim Vanhamel

Tim Vanhamel: een V.U. reïncarnatie

Geschreven door

Het was weer druk in Leuven, om het met Stijn Meuris te zeggen. Het Depot was dan ook uitverkocht voor een triple line up met Creature with the Atom brain, Dear Leader & Tim Vanhamel, in het kader van het Kulturama MuziekFestival 2008.

Tim Vanhamel
De laatste  van Millionaire was serieus zwaar op de hand, moeilijk om in een keer uit te zitten alsof ze Queens of the Stone Age, Barkmarket  of John Frusciante in zijn drugperiode probeerden te overklassen. Tim Vanhamel staat er nu terug met een solo album, ‘Welcome to the blue house’, wat heel wat poppier en gevarieerder is dan ‘Paradisiac’, de vorige worp van Millionaire.
Tim had vijf buddies meegebracht om zijn solowerk voor te stellen, maar het was duidelijk dat het publiek voor hem kwam. Tim moet zowat de meeste rock en rolle der Belgen zijn na Arno. Het leek wel of de jonge Lou Reed van de Velvet Underground gereïncarneerd was: krullenbol en zonnebril. De lichtshow deed ook aan V.U. denken, de achtergrond was met stroboscopen verlicht, terwijl de band vooraan in het donker stond of in het tegenlicht.
De band zette de set strak in, het leek wel Interpol bij momenten (opnieuw de belichting). De single, “Until I found you”, zat vrij vroeg in de set. Trage nummers wisselden af met stevige rockers en noise erupties. Andere op merkelijke nummers waren “Living the way you should”, “Red River”, “Sometimes I wanna run” en “Which of us”, dat sterk aan “Hang wire” van de Pixies deed denken.
Conclusie, een heel sterk optreden, de band slaagt er met gemak in live de nummers van de plaat naar een hoger niveau te brengen. Een plaats in de Piramid Marquee op Werchter zit er dik in.

Setlist Tim Vanhamel: Buy the album

Organisatie: Het Depot, Leuven

Dear Leader

Dear Leader Big in Belgium

Geschreven door

Het was weer druk in Leuven, om het met Stijn Meuris te zeggen. Het Depot was dan ook uitverkocht voor een triple line up met Creature with the Atom brain, Dear Leader & Tim Vanhamel, in het kader van het Kulturama MuziekFestival 2008

Dear Leader
Nee, het was dus niet Stijn Meuris die op het podium stond, maar zijn look-a-like Aaron Perrino van Dear Leader, had opnieuw zijn knalrode gitaar meegebracht (er staan trouwens foto’s van de olijke tweeling op dear-leader.com). Dear Leader  is big in Belgium, zodat er toch een concert tour in Belgie inzat voor deze band, alhoewel hun laatste CD toch al voor de zomer van 2007 uitkwam. De man was goed bij stem, de nummers werden met passie gebracht, en er passeerden een aantal Stu-bru hitjes de revue alhoewel hun bekendste nummer “All I ever wanted was tonight”, achterwege bleef. “Raging red” (hands up, shakem), was het hoogtepunt van de set, ook omdat er een Guns ’n Roses medley inkwam, met onder meer “Patience” & Paradise City”.

Setlist Dearleader: * Nightmare alleys * Empty chair * Bleed * Father Baker * A billion served * Our war * Corroded Anchor Radar * Everyone looks better * Raging red
* Everyman * Nation once again * Labor on


Organisatie: Het Depot, Leuven

Steve Wynn

Steve Wynn ook unplugged grote klasse

Geschreven door

Onder de noemer ‘Paisley Dreams, Kerosine Miracles and Other Tales from the Gutter’ waagt Steve Wynn zich de komende weken aan een akoestisch avontuur waarin hij een overzicht biedt van ruim een kwarteeuw meesterschap. Begin jaren ’80 stond Wynn met The Dream Syndicate mee aan de wieg van de zogenaamde Paisley Underground, een intussen legendarische scene die een hernieuwde interesse in de epische gitaarrock van The Velvet Underground en Neil Young & Crazy Horse inluidde. Een klein dozijn solo albums later blijkt Wynn uitgegroeid tot een alom gerespecteerde cult figuur en graag geziene klant op allerhande Belgische podia. Wie afgelopen maandag geen 130 EUR over had voor een zitje op de schoot van Neil Young kon een paar dagen later voor een luttele 10 EUR terecht in de immer sympathieke 4AD club om dit ander icoon uit de singer-songwriter sector van dichtbij te bewonderen.

Voor deze ‘Unplugged’ tournee heeft Steve Wynn naar eigen zeggen keuze uit een back catalogue van zo’n 150 nummers, maar een meer passende kick-off dan “Tears Won’t Help”, openingsnummer uit diens eerste solo album ‘Kerosine Man’ (’90), kon ondergetekende ook niet onmiddellijk verzinnen. Ook andere publiekslievelingen zoals “Carolyn” (’90), “Carry a Torch” (’93) en “Southern California Line” (‘01) stonden elkaar te verdringen voor een plaatsje op de setlist. Fans van het eerste uur werden bovendien getrakteerd op een aantal Dream Syndicate classics, met naast het obligate “Boston” en “Days of Wine and Roses” dit keer ook een stripped-to-the-bone versie van “My Old Haunts” uit het laatste Dream Syndicate album ‘Ghost Stories’ (’88). De jongste jaren vertikt Wynn het steevast om nummers te brengen van Gutterball, zijn hobbygroepje dat hij met een aantal drinkebroers midden jaren ’90 oprichtte, dus we kunnen gerust van een primeur spreken toen “One by One” uit het eerste Gutterball album werd ingezet. Weliswaar één dag te laat werd “Candy Machine” opgedragen aan Wynn’s eigen Valentijn Linda Pitmon, sinds jaar en dag vaste drummer in diens begeleidingsband The Miracle 3.
Tijdens deze tour wordt Wynn live vergezeld door multi-instrumentalist Robert Lloyd die o.a. ook al meespeelde op diens solo album ‘Fluorescent’. Tot groot vermaak van het publiek werd Lloyd op een ietwat clowneske manier door de set geloodst door een immer grappige Wynn, en kleurde op een schijnbaar nonchalante manier de songs vakkundig in met mandoline, piano/synth en electrische gitaar. Even later werd het duo vervoegd door een contrabassist, zodat er tegen de tweede helft van het optreden uiteindelijk toch een ware groep op het podium stond. In deze bezetting maakte Wynn van de gelegenheid gebruik om een aantal nieuwe nummers voor te stellen uit een nog te verschijnen album dat hij afgelopen zomer samen met Walkabouts opperhoofd Chris Eckman bij elkaar schreef in Slovakije. Tijdens een gezellige babbel annex handtekeningensessie achteraf verklapte Wynn dat hij in de bijhorende tournee graag de orkestrale en bombastische toer zou opgaan; alweer een nieuw hoofdstuk dus in ’s mans reeds indrukwekkende oeuvre waar de fans halsreikend kunnen naar uitkijken!

Nadat een stomend “Amphetamine” het eerste deel van de set had afgesloten kwam Wynn tot tweemaal terug voor obligate bissers. In de eerste ronde stak naast “Wired” en “Kerosine Man” ook een beklijvende versie van “The Deep End” uit ‘…Tick…Tick…Tick’ (’05). De keuze van de allerlaatste nummers liet Wynn zoals verwacht over aan het publiek, wat resulteerde in voor-de-vuist-weg versies van “What Comes After” en de vergeten Dream Syndicate gem “When You Smile”. Hiermee breidde Wynn een passend einde aan een uiterst genietbaar avondje ‘Tales from the Gutter’, en bevestigde moeiteloos zijn status als één van de meest begaafde en sympathieke songwriters van zijn generatie.

Het comfortabel zittend publiek werd eerder op de avond opgewarmd door Trixie Whitley (piano) & Greg McMullen (gitaar). De 20-jarige dochter van de betreurde Chris Whitley beschikt over een uiterst soulvolle stem die bij momenten deed denken aan Joss Stone, doch evengoed genadeloos uit de bocht kon gaan wanneer de blonde juffrouw zich even Nina Simone waande. De ietwat onevenwichtige set kende vooralsnog een sterke finale met “Silent Rebel”, een nagelnieuw nummer waarop Trixie zichzelf zowaar op gitaar begeleidde, en het aan haar vader opgedragen “Strong Blood”.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Girls In Hawaii

Girls In Hawaii een internationale doorbraak waardig

Geschreven door

Het Waalse zestal uit Eigenbrakel, Girls In Hawaii, de ideale groepsnaam bij een zomerse cocktail aan het strand van …, hebben pas hun tweede cd uit ‘Plan your escape’, die ‘From here to there’ opvolgt. Bijna drie jaar lieten ze op zich wachten. Ze hebben het etiket van beloftevolle band meer dan waargemaakt én het brengt Vlaanderen een beetje dichter bij Wallonië, want de Trix te Antwerpen was volledig uitverkocht! Een samenhorigheidsgevoel wat we ten zeerste ondersteunen!

Girls In Hawaii is de kruising van Sparklehorse, Bonnie ‘Prince’ Billy en dEUS. Na de gespannen indruk die ze op Dour vorig jaar maakten en na de opwarmende secret gig in de Bota , was het tijd voor het grote werk. We merkten een vastberaden en standvastige band op, die klaar stond om definitief door te breken met hun dromerige, broeierige, aanstekelijke en frisse indiegitaarpop, die zeggingskracht had door de zalvende zang van Antoine en Lionel.
In een decor van een knusse huiskamer van tv’s en ‘lampedeires’ begonnen ze met de single van de nieuwe cd “This farm will end up in fire”, een fijn opgebouwd avontuurlijk nummer. Na een kort krachtig “Bees & butterflies” kwamen de dromerige indiesongs “Sun of the sons” en “Field of gold”. De songs kregen kleur door tv beelden van binnenhuisarchitectuur en bouwwerven. Wat een beheerste sound en zang.
Op de titelsong “Plan your escape” werd een sfeervol intiem karakter beklemtoond, mede door de xylofoon. “The fog” zette de lijn verder, die door enkele stevige, pittige songs als “Time to forgive” kon worden ontkracht.
Een gevarieerde, bedachtzame set was het resultaat, die de kwalitatieve sterkte van het songwriterschap van de twee leadzangers benadrukte. Na “Couples on tv”, “Colors” en “Found in the ground” ging Girls In Hawaii naar een schitterende finale met de intens broeierige “Birthday call” en “Flavor”.
De groep werd door een opvallend jong publiek op handen gedragen. Girls In Hawaii was onder de indruk van de respons en breiden er nog een puike bis aan met het Beatlesque “Taxman”, “Bored”, “Casper” en “Grashopper”.
Antoine en Lionel besloten tenslotte met een aan Sparklehorse gelinkt nummer op akoestische gitaar en softe percussie.

Girls In Hawaii moet in het oog gehouden worden. Het is een Belgische band met internationale allures. Ondanks het feit dat hun songs donkere inhouden verraadden, hadden we te maken met een zelfzekere band, die nu een plaatsje buiten Wallonië meer dan ooit verdient. Hun uitverkochte optredens te Vlaanderen zijn alvast een stap in de goede richting. Ingenieuze band!


Support act was Tiny Vipers, waarachter dame Jesy Fortino schuil gaat. We zagen haar al aan het werk met Buffalo Tom. Trouwens, zij is de dochter van Colbourn (bassist bij Buffalo Tom). Begeleid door haar akoestische gitaar en haar fragiele stem, speelde ze enkele intieme, sobere songs refererend aan het ‘Duyster’ concept van Great Lake Swimmers , José Gonzalez en Joan As Police Woman. Haar klagerige, onvaste stem en de repetitieve gitaarklanken konden onvoldoende de aandacht behouden; het geroezemoes had de bovenhand. Geen beklijvend songmateriaal dus!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Hooverphonic

Hooverphonic: romantiek voor een fatalistische Valentijn

Geschreven door

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, waarbij ze hun debuutalbum ‘A new stereophonic sound spectacular’ voorstelden. Het was een fijne terugblik naar de roots van de trippop, zoals we het hoorden van Tricky, Portishead en het fel onderschatte Lowpass van eigen bodem.
Het heeft alvast het duo Callier/Geerts en de lieftallige, mooi ogende zangeres Geike Arnaert muzikaal geïnspireerd voor de nieuwe cd ‘The President of the LSD Golfclub’, want er is meer het werk van een echte band; het knip- en plakwerk en de strijkersarrangementen zijn volledig op het achterplan. De plaat onderscheidt zich door ‘60’s gitaarrock’n’roll, ’70’s psychedelica toetsen, ‘80’s wave en een diepe bas, gedragen door de hemels breekbare, ijle én soms onheilspellende stem van Geike. Hooverphonic staat op die manier in voor een poppy dromerige en een filmisch, bevreemdende, dreigende sound.

Een ingenieus lichtdecor van stroboscoopeffects en witte spotlights (aan de statieven van draaiende spiegels bevestigd) hadden iets mee van een filmset of van een straatverlichting.
Het eerste half uur was gewijd aan de nieuwe plaat. “Stranger”, donker en huiveringwekkend, was de ideale geleider in dit lichtdecor. Een bezwerende trippoppsychedelicatrip van “50 W” volgde. “Expedition Impossible” liet de gitaarklanken stevig doorklinken. En Hooverphonic’s hitpotentie was te horen op “Gentle storm”. Geike trakteerde het publiek op een intiem Valentijn met Godley & Creme’s “Cry”…pakkend en emotievol…Om kippenvel van te krijgen en haar een zoen te geven!
Na “Cry” grossierde het zestal in hun uitgebreide oeuvre; de songs werden muzikaal aangepast en klonken rauwer en directer: een poppy “Club Montepulciano”, een snedige “No more sweet music” - waarbij de drummer een paar krachtige slagen liet horen -, “The magnificent tree” - die ze nog maar een paar keerden speelden -, en een sfeervolle “Billy”.
De groep ging naar een climax met het op gitaargetokkel herkenbare “Jackie Cane”, “The world is mine” en een uitgesponnen “Eden”, op het eind omgeven door een scherp, krachtig gitaarspel en distortion.
Vocaal werd Geike af en toe ondersteund door Alex Callier. Enkele leuke verwijzingen naar Valentijn en anekdotes van Callier doorbraken de ‘coole’ sets van vroeger.
De groep werd sterk onthaald. Tweemaal keerden ze terug en speelden een uitgebreide bis: “Mad about you”, “Sometimes” en “Inhaler” waren strakker, zwollen aan en hadden een repetitieve opbouw. Het donker, dreigende “Bohemian laughter” besloot na ruim anderhalf uur de set.

Bij Hooverphonic heeft de rock’n’roll /psychedelica de bovenhand genomen; ze lijken de soundtrack te vormen van fatalistische romantiek-/suspensefilms. Hun op de klippen gelopen liefdessongs,waren nu net niet toepasselijk voor de romantiek van Valentijn!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Gotthard

Gotthard: “and the Oscar goes to Gotthard!”

Geschreven door

Zwitserland zal de geschiedenis zeker niet ingaan als Grote Rocknatie. Op hardrock/metal gebied herinneren we ons nog Krokus, maar dan wordt het aardig stil - tot in 1992 Gotthard uit het niets verschijnt met hun titelloze debuut. Catchy – recht voor de raapse riffs, erg refererend aan AC/DC, maar toch met invloeden uit de klassieke Europese hardrock zoals Scorpions en Whitesnake. Het is dan ook vooral de tandem Steve Lee (zang) en gitarist Leo Leoni die zowel muzikaal als visueel het mooie weer maken op het podium. Zoals op vele van de latere cd’s krijgen we op het debuut een cover, omgetoverd naar een echt Gotthard nummer. “Hush” (o.a.Deep Purple) staat nog steeds op de setlist. In 1994 verschijnt ‘Dial Hard’, een meer dan waardige opvolger, al kiest de band voor een meer bluesy georiënteerde sound.”‘Mountain Mama” en “Travlin’ Man” getuigen daarvan. Kort daarop zag ik ze voor het eerst live op het nu legendarische Via-Rock Festival. Ze maakten wel een verpletterende indruk. Het derde werkstuk, ‘G’, is wat harder, maar enkele midtempo songs en ballads maken de cd toegankelijker. Om even het gas er af te halen, brengen ze in ’97 een volledig akoestisch opgenomen live-cd uit – ‘d-frosted’. Daarop bewijst de band dat hun songs en performance staan als een huis. ‘Open’, hun 4e studio-cd vertoond m.i. een lichte vermoeidheid; de songs boeien niet echt en het lijkt er op of de band uitdooft. In 2001 slaan ze hard terug met ‘Homerun’. ‘Hard’ is anders niet echt het woord, want de cd is behoorlijk radiovriendelijk. De songs zijn behoorlijk belegen, maar de productie klinkt Amerikaans gepolijst – wat niet noodzakelijk een slechte zaak is. Het geluid is groter en hiermee moeten ze het echt gaan maken. Amerika lonkt en bij de opvolger ‘Human Zoo’ (2003) komt de Bon Jovi-faktor wel erg om de hoek kijken. Qua productie is deze uit de kunst, maar de ballen van begin ’90 zijn toch wel echt weg. ‘Lipservice’ (2005) maakt duidelijk dat de oer-band er nog steeds is. Nu ze hun definitieve geluid lijken gevonden te hebben, brengen ze hun beste werk uit. De daaropvolgende tour brengt hun overal (excl België!) Gelukkig krijgen we met de grootse live-cd ‘Made In Switzerland’ een band in topvorm. Geen meligheid, lekker gevarieerde setlist en vooral een uitmuntende band (op cd én dvd). Vorig jaar verscheen hun laatste ‘Domino Effect’. Weerom een top-cd. Op 13 februari speelden ze een uitgestelde wedstrijd in Vosselaar…

Geen support, dus iedereen op scherp voor deze bende Zwitsers! Na een lichte vertraging staken ze van wal met “Master Of Illusion”, gevolgd door “Gone Too Far”, de eerste songs van de recentste cd. Het wel erg heterogene publiek reageerde gelijk enthousiast. Geluidstechnisch was het wel dik in orde. “Top Of The World”, een echte publiekssong zette de sfeer op 11. De gitaartandem Leoni – Scherer klinkt heerlijk complementair en op de zang én presence van Steve Lee valt niets aan te merken. Alle bandleden zien er behoorlijk goed uit, dus de vrouwelijk fans werden ook meer dan op hun wenken bediend. Steve Lee weet dat en maakt er mooi gebruik van. Naast een absolute topzanger kan hij het publiek meetrekken als geen ander. De ritmesectie Hena Habegger en Marc Lynn zijn ondertussen al zo geroutineerd, dat de motor nergens sputtert. Extra muzikant Nicolo Fragile zorgt naast de keyboard ondersteuning tevens voor een aardige pianobegeleiding als de ballades de revue passeren. Met enkel zang en piano staan deze ook nog overeind en worden stevig meegezongen. Topmomenten waren er zeker met “Hush”, “Sister Moon”, “Mountain Mama” en “Domino Effect”, alwaar de band als vanouds lekker heavy kon gaan.
Afsluiter – na de bissen – was: “Mighty Quinn”, heerlijk hard afgesloten met niet ophoudende muzikanten. De spelvreugde lag deze avond dan ook erg hoog.

Gotthard is een erg veilige band. Een uitstekende kennismaking voor (hard)rock debutanten en met een setlist die je altijd wel ergens weet te boeien. Complexloos en toch eigentijds. Gotthard staat garant voor ‘a good time’!
The Oscar Goes to Gotthard!
Setlist: *Master of Illusion *Gone Too Far *Top of the World *The Call *I Wonder *Hush *Tomorrows’s Just Begun *Anytime Anywhere *Sister Moon * One Life One Soul *Let It Be
*Mountain Mama *The Oscar Goes To You *Falling *Heaven *Lift U Up *Mighty Quinn

Organisatie: Biebob Vosselaar

Neil Young

Neil Young: zestig plusser bijt van zich af

Geschreven door

Muziekicoon Neil Young, de zestig voorbij, leverde vorig jaar nog een behoorlijke plaat af ‘Chrome Dreams II’, die z’n superieure gitaarspel en z’n emotievolle vocals in de schijnwerpers plaatste. Te Antwerpen vatte hij z’n Europese ‘Continental Tour’ aan .

Het eerste deel van de set van deze Canadese Amerikaan was akoestisch. Als een mooi uitgedoste gitaarkoning pootte hij zich neer op zijn troon, omringd door een zevental gitaren en een piano. Hij kon meteen rekenen op een warm onthaal toen hij “From Hank to Hendrickx” begon. Op de olf folky song “Ambulance blues” kon het publiek al genieten van z’n bedreven gitaarspel, en op “Sad movies” en “Harvest” gaf hij de indruk in je knusse huiskamer te spelen. “A man needs a maid” en “No one seems to know” klonken sfeervol door toetsen. Een mooie afwisseling. Hij behield de intimiteit op “Love art blues” en “Mellow my mind”, die elan kreeg door dobro .
Neil groef diep in het verleden toen hij met de van Stephen Stills verkregen gitaar “Out on the weekend” inzette. Tenslotte besloot hij met “Love is a rose”.
Een uurtje doorwinterde singer/songwriterpop.
Na een kleine pauze kon het elektrische deel beginnen. Young speelde zo’n anderhalf uur met vaste bandleden Keith, Rosas, Molina en Crawford, naast vrouwlief Pegi Young.
Een snedige rockaanpak hoorden we op “Mr Soul” en het nieuwe grungy klinkende “Dirty old man”; Het subtiele gitaarspel van Young kwam naar voor, misschien met iets minder punch dan vroeger, maar voor een man op zijn leeftijd slaagde hij er nog steeds in van zich af te bijten! “Spirit road”, “Winterlong” en “The believer” klonken dromerig en ingetogen. Het waren aangename rustpunten in de set. Tenslotte konden we genieten van uitgesponnen versies van “No hidden path”, “Cinnamon girl” en “Cortez the killer”, die een schitterende apotheose vormden. Een staande ovatie was het logische gevolg voor Neil Young en z’n band.
Tussenin was een schilder op het podium bezig, die aan elk nummer een doek wijdde. Fijn gevonden!

Een pak klassiekers liet Young thuis, doch dit deed geen afbreuk aan de prestatie van deze begenadigde singer/songwriter. Ondanks de hoge ticketprijs was zijn stop te België een absolute aanrader.

Vrouwlief Pegi Young kon rekenen op enkele muzikanten uit Neils stal en speelde aanstekelijke alt.country songs in een volleerde Emmylou Harris stijl. Een uitgebreid instrumentarium van gitaar, dobro, steelpedal en modharmonica ondersteunden deze muzikale aanpak.
 
Organisatie: Live Nation

1990's

Cookies

Geschreven door

Het jonge trio The 1990’s, onder zanger/gitarist Jackie McKeown, debuteren met een catchy plaat van hapklare uptempo, aanstekelijke gitaarpoprocksongs. Songs met een hitpotentie. Ergens tussen het meespring- en meezingkarakter van de postpunk van Kaiser Chiefs, Hot Hot heat, Arctic Monkeys en de ‘70’s invloeden van The Clash en The Only Ones.
Een frisse melodieuze aanpak waarbij “See you at the light”, “Cult status”, “Enjoy myself”, “You’re supposed to be my friend” en “Situation” ideaal passen in dit hokje. De laatste songs op de cd  “Weed” en “Thinking of not going” zijn rauwer, krachtiger en feller. En “Switch” tenslotte laat zelfs een vleugje punkfunk horen,  wat ons ertoe brengt dat ‘Cookies’ geen eentonig plaatje is geworden.

De La Vega

The day after

Geschreven door

Drie jaar terug debuteerde De La Vega met ‘Falling into place’. Ze kwamen eerder nog in de belangstelling met de superzwoele single “Surely”. De La Vega bracht een veelheid van invloeden samen tot een eigen geluid: een groovy, sfeervolle, innemende en broeierige sound. Vocaal wordt de sound op de tweede cd moeiteloos opgevangen door Elke Bruyneel, die Lize Accoe vervangt.
De La Vega staat garant voor dromerige, romantische en loungy soulpop met een jazzy tint: “One time”, “The day after (part I)”, “Dance baby” en “Once in a lifetime”. De opener “Charlatan”en “La derniere guitare”, gedragen door de zwoele praatstem van de Franse radiomaker Mark Isaye, lijken regelrecht de soundtrack van een Franse avonturenfilm in de sixties. Ozark Henry stond in voor “Little clouds”, het sterkste nummer van de plaat .
‘The day after’ is op plaat in drie stukken verdeeld en klinkt meer afgelijnd en eenduidiger dan de vorige cd , maar boet niks van de warme sensualiteit . Puike cd van de band.

de portables

Topless is more

Geschreven door

De Portables zijn al ruim tien jaar bezig met muziek en film. Avontuur, diversiteit en originaliteit zijn grote troeven van het Gentse kwintet. Ze gaan hun eigen weg van een ongedwongen speelsheid binnen het muzikale landschap.
Gek gevonden songtitels, cd titel en een toffe hoes zijn mooie voorbeelden van het De Portables concept.
Muzikaal getuigt de nieuwe cd een muzikale schoonheid van aanzwellende gitaren, postrock, lofi, swingjazz en af en toe een vleugje popelektronica.
De groep balanceert tussen Yo La Tengo, The Fall, Pavement en de huidige postrock. Hun soms lang uitgesponnen nummers intrigeren en beklijven, hebben een broeierige spanning en gaan van een sfeervolle, dromerige naar een meer snedige, felle aanpak, met een vleugje distortion en dansbeats. In songs als “Bulletbabe”, “This is a song”, “Haut gay” en “In the zoo there’s a coo” weet de band zich te onderscheiden.
Fraaie band, fraaie muziek en een fraaie nieuwe cd!

Black Mountain

In the future

Geschreven door

Ik weet het, het jaar is nog pril, maar toch zouden we hier wel eens met het album van het jaar te kunnen maken hebben. ‘In the future’ is, beste mensen, een beest van een plaat, een briljante trip doorheen een woestijn van stoner rock, psychedelica, alt rock, folk en americana. Het is een plaat die zijn fantastische titelloze voorganger zelfs overtreft. Na Black Mountain hun weergaloze passage in de Trix te Antwerpen konden wij al niet meer wachten tot de release van de nieuwe plaat, en nu blijkt dat onze stoutste verwachtingen nog zijn overtroffen. De term stoner rock is te nauw om deze bende hun sound te omvatten. Het is veel meer dan dat. Uiteraard is het retro, maar zeker geen oubollige rock.  Het is Led Zeppelin, Black Sabbath, Hawkwind, vroege Pink Floyd, Velvet Underground, Jefferson Airplane en Neil Young, het varieert van sonische space rock (“Queens will play”) tot mooie akoestische folk rock (“Stay free”).
Maar denk in geen geval dat we hier met een stel ouwe hippies te doen hebben. Black Mountain brouwt een eigen sound uit het beste van vroeger en nu en geeft er een formidabele lap op. Lange songs als het machtige “Tyrant” kolken en broeien op een laag van loodzware gitaren en slepende keyboards. De verdeelde zangpartijen van Amber Webber en Stephen Mc Bean vormen een mooi contrast, de ijle stem van Webber vult de eerder stonede vocals van Mc Bean goed aan.
De moordende gitaarrifs van Mc Bean doen songs als “Stormy high” en “Evil ways” volledig openscheuren en de volop aanwezige ‘70’s klinkende keyboards zetten de retro sound nog een stuk meer in de verf. Een korte folk- rock song als “Wild wind” zweemt naar Bowie.
En dan is er de 16 minuten lang durende trip “Bright lights”, een song die alles in zich heeft, bezwerende vocals, sluimerende psychedelica, openbarstende gitaren, hevige acid stoner rock. Op het einde van de song worden nog eens alle registers opengetrokken, wij blijven compleet murw achter.
’In the future’ is een moordplaat, donker, hard, stomend en onheilspellend.

Pagan’s Mind

God's Equation

Geschreven door

Dat er in Noorwegen buiten de meer dan behoorlijke Black-metal scene, ook nog andere bands zijn die een oerdegelijke pot metal kunnen brengen bewijzen de heren van Pagan’s Mind met hun nieuwe meesterwerk ‘God’s Equation’.

Hoewel ik het doorgaans niet zo heb gezien over bands binnen het progressieve genre, moet ik eerlijk toegeven dat deze CD mij absoluut niet onopgemerkt is voorbij gegaan. De sfeervolle intro “The Conception”, zorgt onmiddellijk voor een kalmerend gevoel om daarna geleidelijk aan een intense spanning op te bouwen. Eens de spanning voldoende opgewekt is vliegen ze er krachtig in met de titeltrack van het album. Meteen één van de vele hoogtepunten van het album.
Nils K. Rue beschikt over een loepzuivere hemelse stem, die onmiddellijk opvalt tussen het bij momenten loeiharde gitaarwerk. Toch laat ook hij het niet na om bij momenten wat meer te gaan krijsen om een aantal nummers wat meer kracht bij te zetten. Onmiddellijk na de titeltrack, wordt het niveau naar het absolute hoogtepunt geheven. “United Alliance” kenmerkt zich door een afwisseling van hoogtepunten op diverse gebieden. Na de typische ruimtelijke keyboardklanken, vloeit het nummer rustig verder in een semi-ballade, om uiteindelijk geleidelijk tempo en kracht te winnen.
Met het erop volgende nummer “Atomic Firefight” word je echter meteen weer uit de droomwereld wakker geschud. Een stevige drumpartij luidt het nummer in en vloeit opnieuw voort in een staaltje puike progpower, waarbij men al eens stevig uit de hoek durft te komen. Zelfs het futuristische thema en de bijhorende klanken, waar ik nochtans absoluut geen fan van ben, werden zo goed verwerkt, dat ik de pracht ervan niet kan ontkennen.
Dat de heren ook hun idolen kunnen eren, met hun eigen mogelijkheden, bewijzen ze met de cover van David Bowie’s “Hallo Spaceboy”. Dreigend, mysterieus, melodisch, futuristisch, ronduit prachtig. Naar mijn bescheiden mening, zelfs nog iets beter dan het originele.

Ik zou nog een hele reeks positieve punten kunnen opsommen, waarvan de variatie wellicht het meest tot uiting zou komen. Dieptepunten kent dit album namelijk niet. Als ik dan toch een minpuntje zou moeten geven, zouden het de bij momenten mechanisch klinkende drumpartijen zijn. In vergelijking met de positieve punten verdwijnt dit echter in het niets. Wie een stevige pot progressieve metal weet te appreciëren, kan ik absoluut dit album aanraden.

Pagina 482 van 498