logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15465 Items)

Saint Deamon

In shadows lost from the brave

Geschreven door

Nog meer metalgeweld komt er uit de Frontiers stal die met een aantal nieuwe releases aan het begin van het nieuwe jaar duidelijk andere horizonten exploreert. Neem nu deze debuutplaat van het Zweeds/Noorse Saint Deamon. Toch iets anders dan de A.O.R. / Melodic Rock die tot op heden vooral door Frontiers werd uitgebracht. Dat deze heren hun debuut mogen uitbrengen bij Frontiers hebben ze vooral te danken aan hun sterke melodieuze metalsound.
'In Shadows From The Brave' klinkt echter niet bijster origineel. Meestal heb je indruk dat je het allemaal wel ergens eens eerder hebt gehoord. Daarnaast kan je wel stellen dat er duidelijk hard aan dit debuut is gewerkt, wat resulteert in erg leuke, sterke composities. Vooral de Noorse zanger Jan Thore Grefstad is bijzonder sterk bezig. Wat eens strot! De man kan behoorlijk hoog uithalen zonder dat hij ergens gaat schreeuwen. De plaat is hoofdzakelijk up-tempo. Eenmaal gaat de band echter door de bocht. Het commerciële "My Heart" is dan ook een beetje een buitenbeentje en allesbehalve representatief voor de rest van het album. Conclusie: deze debuutplaat van Saint Deamon verdient zeker de nodige aandacht. Veelbelovend kijk ik uit naar de verdere toekomst van deze band. Helaas is er tijdens deze eerste maanden van dit jaar een beetje een overaanbod aan Melodieuze Metalplaten en zijn er sterkere albums (o.a. Leverage, Avantasia) die dit album overklassen. Maar als debuut kan dit wel tellen!

American Music Club

The golden age

Geschreven door

We leerden een kleine twintig jaar terug de Californische band AMC, onder zanger/gitarist en singer/songwriter Mark Eitzel, kennen met ‘United Kingdom/California’. Eigenwijs baanden ze zich een weg binnen de weemoedige indie/americana pop, waarbij Eitzel over een inktzwarte pen beschikte. Latere albums als ‘Mercury’ leverde de band een cultstatus op.
Doch in ’95 liet Eitzel z’n AMC voor wat het was en ging op solopad. En kijk, in 2004 kwam hij met een nieuwe AMC plaat ‘Love songs for patriots’, samen met z’n vaste gitarist Vudi.
Eitzel verloor door de jaren niks van z’n tristesse, maar deze ‘The golden age’ laat toch een handvol lichtvoetige, zelfs luchtige songs horen. Hoop dringt zich op, naast een dosis melancholie en wanhoop. Luister maar eens “Decibels and little pills” en “I know that’s not really you”. Andere nummers als “One step ahead”, “The windows on the world en “On my way “ schuwen een vleugje gitaarnoise niet en klinken ietwat forser dan de doorsnee AMC song. Voor de rest horen we druilerige ‘on the road’ songs, die rustig voortkabbelen, een sfeervolle opbouw hebben, of donker, ingetogen zijn door een semi –akoestische aanpak, waaronder “All my love”, “The John Berchman Victory Choir” en de afsluitende track “The grand duchess of San Francisco”.
Onderhuids refereert de plaat aan de intieme kant van Prefab Sprout en Lemonheads. Maar door de gevarieerde sound en het toegankelijk karakter lukt het hen misschien wel deze keer een breder publiek aan te spreken …

Goldfrapp

Seventh Tree

Geschreven door

Zangeres Alison Goldfrapp en elektronicafreak Will Gregory grijpen met hun vierde plaat ‘Seventh Tree’ grotendeels terug naar het debuut ‘Felt mountain’ uit 2000. Doch de sound van de nieuwe cd is minder ijzig en koel, klinkt warm, sfeervol en dromerig en houdt het op pop, elektronica, folk en psychedelica, soms rijkelijk ondersteund door strijkers. Haar hemels, breekbare stem past ideaal in dit sprookjeskader. Weg is de sensueel zwoele, ‘80’s electro, funk en disco.
Goldfrapp evolueerde van ijskoningin naar een ondeugende sexy queen om nu als een soort ‘maagdelijke fee’ door het leven te gaan.
De stap naar die charmante romantiek is een bewuste keuze om niet te vervallen in de stijl van de twee vorige platen ‘Black cherry’ en ‘Supernature’.
De clip van deze frêle jonge dame in een witte jurk en dansende bomen lijkt alvast de muzikale droomwereld van de ‘Seventh Tree’, die een puik resultaat is door songs als “Clowns”, “Little bird”, “Happiness”, “A &E” en “Cologne cerrone Houdini”.

The Wombats

A guide to love, loss & desperation

Geschreven door

Het Britse trio The Wombats uit Liverpool baant zich een weg naar het succes met de aanstekelijke plaat ‘A guide to love, loss & desperation’. De band is te situeren binnen de postpunk. Het trio brengt op een onbevangen, naïeve wijze opzwepend vaardige, strakke gitaarpoprock. De plaat is in één ruk te beluisteren, door de eenvoudige melodie, dynamiek en meezingrefreintjes. De songs nestelen zich met gemak in je hersenen; huidige grootse bands als Franz Ferdinand en Kaiser Chiefs mogen er een puntje aan zuigen. “Kill the director”, “let’s dance to Joy Division” en “Backfire at the disco” zijn alvast drie potentiële hitsingles. Af en toe minderen ze vaart zoals op “Little miss pipedream” en “Here comes the anxiety”, doch door hun speelsheid hebben we te maken met een prima leuk, geniaal plaatje.

Patrick Watson

Patrick Watson: Canadees talent tussen Radiohead en Buckley

Geschreven door

In het kielzog van The Dears en Arcade Fire wagen de jongste tijd flink wat Canadese artiesten en bands de muzikale oversteek naar het Europese vasteland. Zo stak in verschillende eindejaarslijstjes van 2007 het ongrijpbare ‘Close to Paradise’ van ene Patrick Watson meer dan eens de kop op. Dit album vol sprookjesachtige droompop werd door Canadese journalisten prompt met de Polaris Music Prize bekroond, maar werd jammerlijk genegeerd door de programmasamenstellers van StuBru en Radio 1. Watson, een voormalige koorknaap uit Quebec, heeft een verleden als zanger/toetsenist bij het lokale universiteitsbandje Gangster Politics en richtte in 2002 een modern kamerorkest op dat zijn naam draagt. Tot tweemaal toe misten we een live set van Patrick Watson op Belgische bodem, derde keer goede keer dus afgelopen woensdag in een goed gevulde Grand Mix.

Een hyperkinetische Watson kwam huppelend het podium op om vervolgens vanachter zijn piano en drumcomputer het titelnummer en albumopener “Close to Paradise” in te zetten. Zijn engelachtige stem doet ontegensprekelijk terugdenken aan het fenomenale strot van Jeff Buckley, maar muzikaal gaat die vergelijking veel minder op. Door het gebruik van jazz-achtige percussie, psychedelische samples, live overdubs en een flinke scheut jeugdig experiment kennen de nummers een allesbehalve klassieke opbouw. Ondanks de naamsverwarring krijgen we hierdoor wel degelijk Patrick Watson als een hechte groep te zien eerder dan de solo-artiest Watson met begeleidingsband. De live versies van “Weight of the World”, “Slip into Your Skin”, “The Storm” en “Drifters” klinken merkelijker rauwer en minder sprookjesachtig dan op ‘Close to Paradise’, maar de speelse gedrevenheid van Watson & co zorgen ervoor dat de magische sfeer rond dit album nooit verloren gaat.
Watson charmeerde niet enkel muzikaal op het podium. Door de nummers aan te kondigen in het Frans, zijn tweede moedertaal, kon hij op heel wat sympathie rekenen bij het lokale publiek. De lang uitgesponnen single “Luscious Life” stak helemaal achterin de set en diende als inleider voor wat hét hoogtepunt van de avond zou worden. Watson en gitarist Simon Angell begaven zich naar het midden van de zaal om rechtstaand op twee stoelen en zonder enige geluidsversterking met een semi-acapella versie van “Man Under the Sea” het omringende publiek met verstomming te slaan. Ontdaan van alle samples, bliepjes en echo’s en enkel gewapend met een breekbare stem deed deze parabel over ‘the fish and the sea’ even terugdenken aan de magistrale versie van “I Will be There When You Die” die My Morning Jacket’s Jim James ooit vanuit de coulissen van de Brugse Cactus Club in ons geheugen grifte. Wat ons betrof was dit het ultieme einde van een bevreemdende trip door Watson’s muzikaal universum, maar de jonge Canadees trakteerde nog op twee bisnummers. Hij verscheen een eerste maal alleen terug op het podium voor een donkere versie van “The Great Escape”, waarop de volledige groep haar frontman vervoegde voor een gesmaakte jam sessie die uiteindelijk een try-out bleek voor een nieuw nummer.

Met ‘Close to Paradise’ maakten Watson & co het album dat Radiohead vergat te maken en Jeff Buckley nooit meer zal maken. Benieuwd wat de toekomst brengt voor dit ietwat excentrieke talent, en al even benieuwd of de nationale programmasamenstellers zijn muziek tegen dan al wat radiovriendelijker zullen vinden.

Ok, ok, we waren gewaarschuwd door collega’s recensenten. Franse voorprogramma’s in Le Grand Mix zijn te mijden als een kippenstront op een paasei, maar de timing van onze chauffeur van dienst had daar duidelijk een ander idee over. Vrees niet, over Marie Modiano kunnen we kort zijn: het brave jong miste podium présence, beklijvende songs en een degelijke begeleidingsband. In het vervolg kan U ons vinden in het café rechtover…

Organisatie:Grand Mix, Tourcoing

1990's

1990’s deden een clubconcert alle eer aan

Geschreven door

Een halfvolle Rotonde kon genieten van een setje 1990’s, een jong Schots trio. Een klein uur lang vuurden ze gedreven aanstekelijke gitaarpoprocksongs af. Een rauw rammelende, melodieuze catchy sound, ergens tussen Arctic Monkeys, Hot Hot Heat, Pavement en ‘70’s bands The Clash en The Only Ones: springerig, dynamisch, krachtig en opzwepend.

Het grootse podium te Dour was vorig jaar net iets te hoog gegrepen. In de kleine Rotonde deden de 1990’s een clubconcert alle eer aan: puur rockend jaagden ze in een snelvaart tempo er hun felle, strakke korte songs door, van “You made me like it” tot afsluiter “Situation”, die een kroonstuk vormde, door de intrigerende opbouw en de spannende snedige soli.
Het vleugje punkfunk lieten ze volledig links. Zanger/gitarist Jackie McKeown werd vocaal bijgestaan door z’n twee kompanen. Door de meezingrefreinen kon het publiek praktisch bij elk nummer betrokken worden. De paar nieuwe songs (“Vondelpark”, “The box” en “Miss adventure”) misstonden niet en lieten een volwassen indruk na. Hun hitje “See you at the light” zat middenin de set.
Het trio genoot van het enthousiaste publiek, maar door ‘simpelweg niet genoeg songmateriaal’ moesten ze het nogal vlug voor bekeken houden. “You’re supposed to be my friend” was een gevatte afsluiter voor hun fans.

Kortom, The 1990’s stonden garant voor een bedreven, boeiend, plezierig concertje! See you at …

Organisatie: Botanique Brussel

James Blunt

Publiekslover James Blunt

Geschreven door

De Britse singer/songwriter James Blunt, de dertig al voorbij, heeft twee wereldplaten uit ‘Back to Bedlam’ en ‘All the lost souls’. Ruim een uur en drie kwartier lang speelde hij knuffelmateriaal, fijne poprock en een paar stevige uitlopers. Hij onderscheidde zich als een groots performer en entertainer; die de band tussen het publiek en hemzelf in het grootse Vorst Nationaal zo klein mogelijk maakte; hij trakteerde op een knus, zorgeloos avondje, en heel efficiënt deed hij op een groot scherm het publiek stilstaan bij de miserie in de wereld, oorlogsvoeringen en het hangijzer van de opwarming van de aarde, ingeleid door Bowies “Life from Mars”.
We hoorden rustig, innemend materiaal tot gedreven poprock, met in de spotlights twee hoofdrolspelers nl. Blunt en z’n toetsenist, die door een goed geoliede band een evenwichtige set speelden. Centraal stonden akoestische gitaar, piano, toetsen en Blunts emotievolle warme stem. “Give me some love” opende intiem op gitaar en piano, maar toen het doek naar beneden viel, werd door z’n band meteen het tempo opgevoerd.“I really want you”, “Carry you home”en “Annie” hadden een sfeervol broeierige aanpak.
Blunt gaf aan dat sommige songs geschikt waren voor trouwfeesten, verlieservaringen en scheidingen: “I’ll take everything” en “Goobye my lover”, klonken intiem en pakkend. De respons was bijzonder groot bij het handjeszwaaiende publiek, die luidkeels de refreinen meezong, wat Blunt duidelijk ontroerde. Er was een minutenlang applaus voor deze grootse pophits. Iets later deed hij het nog eens over op de pianoballad “You’re beautiful”, kracht bijgezet door z’n band. En z’n band trok zich gang en speelde gedreven op een groovy “Billy” en de poprockers “Shine on” (eerst mooi ingeleid op piano!), “Out of my mind” en “Wiseman”, die niet vies waren van een stevige soli en een felle jam. Blunt zweepte het publiek op en creëerde een intens Night Of The Proms sfeertje. Een harde gongslag na het uitgesponnen “So long Jimmy” beëindigde de show.
Een dolenthousiast publiek droeg Blunt op handen. De bis vatte hij aan met de trage ballads “One of the brightest stars” en “Some mistake”. Naar een climax ging het met de huidige single “1973”.

Deze singer/songwriter slaagde erin de ‘70’s Elton John, Leo Sayer en Gilbert O’Sullivan te verbleken. Ook al is het Nederlands niet aan hem besteed, hij was de ‘publiekslover’, die z’n fans een fantastisch avondje bezorgde.

De Britse support The Hoosiers opende de avond; hun melodieus, toegankelijke vrolijke stadionrock werd smaakvol ontvangen; nummers als “Cops & Robbers” en de single “Goodbye Mr A” vielen te noteren. Ze speelden een kleine 45 minuten een aanstekelijk concert. Hun eerste optreden te België ging niet onopgemerkt voorbij…

Organisatie: Live Nation

American Music Club

AMC: Eitzel & co blijven goed bewaard geheim

Geschreven door

Wie afgelopen zondag de 4AD buiten wandelde zonder enig gevoel van sympathie of medelijden had die avond duidelijk iets gemist. Na een troosteloze rit van honderden kilometers langsheen Duitse en Belgische wegen in een veel te kleine bestelwagen landden frontman Mark Eitzel en diens American Music Club uiteindelijk toch in Diksmuide … om even later te verschijnen voor slechts een handvol trouwe fans. Medelijden ook met de 4AD organisatie die in hun jubileumjaar alweer een cultgroep van formaat wist te strikken, maar met lede ogen moest toezien hoe AMC een maand eerder de AB Club moeiteloos deed vollopen doch in eigen huis slechts op een zeer matige publieksopkomst kon rekenen. Bovendien wordt de jongste AMC worp ‘The Golden Age’ op eerder gemengde gevoelens onthaald bij pers en publiek, zodat het ook voor de selecte aanwezigen afwachten was of en hoe Eitzel & co op het einde van een slopende Europese tour toch een memorabel optreden konden afleveren.

Na Eitzel’s cynische ‘a day in the life’ schets van een rockster op een miezerige zondag werd het innemende “All My Love” ingezet, één van de vele ogenschijnlijk rustig voortkabbelende nummers op ‘The Golden Age’. De zichtbaar vermoeide Eitzel bleek wonderwel uitstekend bij stem, een indruk die al snel werd bevestigd tijdens het onstuimige “Home” uit de come-back CD ‘Love Songs for Patriots’ (‘04). Voor het eerst in de set trad ook gitarist Vudi op de voorgrond, samen met Eitzel het nog enige resterende lid uit de originele AMC line-up. Zijn typerende feedback erupties staan altijd in teken van de song, en monden zelden of nooit uit in oeverloze noise experimenten. De nieuwe ritme tandem Sean Hoffman en Steve Didelo oogde aanvankelijk heel geconcentreerd, maar leek uiteindelijk moeiteloos haar weg te vinden in AMC’s unieke doorleefde mix van rock, folk, country en blues.
Eitzel, zoals steeds met karakteristieke hoed en getooid in versleten bruin maatpak, ontpopte zich gaandeweg als de getormenteerde vertolker van levensverhalen tussen hoop en wanhoop. Door de laidback songs uit ‘The Golden Age’ zoals het opmerkelijke “All the Lost Souls Welcome You to San Francisco” af te wisselen met ouder werk behoedde de groep zich voor een saai en ééntonig optreden. In het nieuwe “Windows on the World” verwijst Eitzel op cynische wijze naar één van zijn voormalige stamkroegen op het dak van de WTC torens, tijdens “Blue and Grey Shirt” uit het meesterlijke ‘California’ (‘88) herinnerde hij zichzelf aan het afscheid van een dierbare AIDS vriend en het up-tempo “Red Light District anthem” ‘Hello Amsterdam’ (‘94) hoefde al helemaal geen introductie. AMC mag dan wel een typische albumgroep zijn, met de single “Johnny Mathis' Feet” uit het gitzwarte ‘Mercury’ (‘93) kregen Eitzel & co begin jaren ’90 eventjes de zo verdiende airplay. Een doorleefde versie van deze AMC classic beëindigde het eerste deel van de set.

Ondanks de vermoeidheid bleken Eitzel en Vudi nog niet aan het einde van hun latijn, en werden tot tweemaal toe door het nog zeer wakkere publiek het podium opgetrommeld. Een bloedmooie akoestische versie van “Jesus’ Feet” afkomstig van het klassieke ‘Everclear’ album (’91) vormde hierbij het laatste hoogtepunt van een set die ietwat tragisch werd ingeleid doch na goed anderhalf uur toch triomfantelijk werd afgesloten. Ook na hun doortocht in Diksmuide blijft AMC één van de best bewaarde muzikale geheimen van de jongste 20 jaar. Zolang de 4AD deze geheimen in een uniek clubcircuit kader blijft ontsluieren hoort U ons niet klagen!

De bio van opwarmer Lisa Papineau mag dan indrukwekkend ogen (oprichter van de cult bands Pet en Big Sir, een stekje op de soundtrack van ‘The Crow: City of Angels’ en guest vocals op twee Air albums), op het podium gedraagt deze naar Parijs uitgeweken Amerikaanse zich wat onwennig. Vergezeld van een drummer en een gitarist bracht ze minimale emopop met avontuurlijke uitstapjes naar de triphop, en op één nummer kon Mark Eitzel alvast zijn gekwelde stem smeren in combinatie met Papineau’s ijzige voordracht. Deze eigenzinnige band willen we zeker nog wel eens terug zien, waarom bijvoorbeeld niet in de Pukkelpop Chateau?

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Hot Chip

Hot Chip: vous êtes ready for the floor?

Geschreven door

Ieder jaar wordt er wel een dance group gehypet als de sensatie van het moment. Voor 2008 is Hot Chip, één van de namen die gepushet worden, vooral omdat hippe DJs zoals Tiga, Erol Alkan, Soulwax en James Murphy van LCD soundsystem de naam van deze jongens al eens laten vallen (een remix van “Ready for the floor” staat zelfs op de laatste Radio Soulwax pt 2 mix cd).
De derde van Hot Chip, ‘Made in the dark’, weet echter niet over de hele lijn te overtuigen, vooral omdat er te veel ideeën in verwerkt zitten, die allemaal tegen mekaar botsen en de dance groove gebroken wordt door een aantal downtempo nummers.

Het was dan ook bang afwachten wat Hot Chip live zou brengen. Vijf overjaarse fysica studenten betraden het podium, met op de achtergrond een lichtblauwe maan, en ze lieten er geen twijfel over bestaan dat ze een feestje zouden bouwen. Waar op de nieuwe plaat de ideeën tegen elkaar opbotsen en vijfentwintig kanten uitgaan, hield live een strakke groove de boel samen.
Het zat al meteen goed met een prijsbeest van de vorige plaat, “Boy from school”, en het nieuwe “Hold on”, met de slogan “I’m only going to heaven if it tastes like hell”. We waanden ons terug in de jaren negentig, door de acid house bleeps van de Roland 303 die Hot Chip kwistig op dit laatste nummer rondstrooide. Andere opmerkelijke nummers waren het aan de Talking Heads schatplichtige “One pure thought”, en “Over and over”, de single van de vorige CD, dat een trance bewerking kreeg. De handjes van het publiek gingen dan ook de lucht in, en het was even of we in de Fuse of de Petrol zaten.
Naast de strakke electro beats, zit de sterkte van Hot Chip ook in de samenzang. Er was dan ook tijd voor rustige nummers zoals “We’re looking for a lot of love” en het titelnummer “Made in the dark”, dat aan Anthony & the Johnsons doet denken. Na ruim een uur werd afgesloten met een climax: Hot Chip had zijn eigen remix gemaakt van de huidige single, “Ready for the floor” en ze deden dat beter dan Tiga of de Soulwax broertjes.

Chokri mag Hot Chip al zeker in de dance-hall op Pukkelpop zetten, ze zullen er niet misstaan naast een Röyksopp, Tiga of The Knife. Live is Hot Chip zeker een meerwaarde.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Band of Horses

Band Of Horses klaar voor het grote publiek op Rock Werchter

Geschreven door

 

Afgelopen zaterdag stond de Amerikaanse indie band Band Of Horses op de planken van de Brusselse Botanique. Naast Band Of Horses zorgden Ramsey Tyler en The Cave Singers voor een avondvullend programma vol opwindende hedendaagse rockmuziek. Vooral de opbouw van de avond was uitermate sterk.


Het begon allemaal erg rustig met een akoestisch setje van Band Of Horses’ nieuwste gitarist Ramsey Tyler. Niet iedereen zal geweten hebben dat deze man tegenwoordig deel uitmaakt van de Band Of Horses line-up want de publiekelijke aanwezigheid was op dit vroege uur niet erg hoog. Jammer, want de man bracht enkele akoestische pareltjes in onvervalste singer-songwriterstijl, plukkend uit het album ‘A Long Dream About Swimming Across The Sea’, dat begin vorig jaar verscheen. Deze mensvriendelijke grizzlybeer vertederde de aandachtige luisteraars met zijn warme stem en aardig in elkaar geknutselde luisterliedjes. Zijn akoestisch gitaarspel werd gekenmerkt door een verbluffend technisch vingergetokkel….mooi om te zien. Zijn blijven hangen: opener “A Long Dream”, het weemoedige “Ships” en het breekbare “Worried”.

Vrijwel aaneensluitend stonden The Cave Singers op het podium. Een folkband uit Seattle die in 2007 het schitterende ‘Invitation Songs’ op de markt gooide. De leden van The Cave Singers hebben hun roots in de punkmuziek maar daar is tegenwoordig in hun sound nog weinig van te merken. The Cave Singers brachten een dik half uur bijzonder leuke en vrij vernieuwend klinkende folkrock. De wat zeurende, unieke stem van Pete Quirk en het bijzonder originele akoestische instrumentarium zorgden voor een zeer intrigerende set. We kregen een soort scouts-gevoel bij de tonen van het aanstekelijke “Seeds Of Night”. Andere composities waren heuse voetstampers. Een puike te korte eerste kennismaking met een trio met heel wat doorgroeimogelijkheden.

Na een korte pauze was het de beurt aan Band Of Horses. Opperhoofd Ben Bridwell had de ganse avond zijn voorprogramma’s bekeken vanuit de coulissen. Hij kwam dan ook als een bijzonder tevreden man op het podium. Bridwell is de enige ‘survivor’ van de originele bandbezetting. De man trok van Seattle terug naar South Carolina waar hij zijn nieuwe bandleden rekruteerde. Het nieuwe Band Of Horses is een zeskoppige band waar ook Ramsey Tyler deel van uit maakt. Naast Bridwell en Tyler is toetsenist Ryan Monroe een sterke aanwinst. Voor aanvang vertelde Bridwell mij dat hij erg vermoeid was van deze korte Europese tournee. De man met de lange baard en de vreselijke tatoeages bleek een bijzonder sympathieke gast te zijn. Doch vanaf de eerste tonen van de verrassende opener “Monster” tot de laatste song “Cigarettes Wedding Bands” zagen we een ijzersterke band aan het werk. Band Of Horses is emotie en gedrevenheid, fijne composities en natuurlijk die stem! De stem van zanger Ben Bridwell klinkt live al even indrukwekkend. Vaak vergeleken met de voice van My Morning Jacket, heeft Bridwell tegenwoordig iets meer ruimte om zich te concentreren op het zingen.
De verfijnde gitaarstukken worden genadeloos overgenomen door vierde gitarist Ramsey Tyler. De vier gitaristen zorgden voor een immense gitaarmuur waardoor de songs live toch iets steviger klonken.
Tijdens de eerste twee songs zat Bridwell op een krukje, zijn slide gitaar bedienend alsof hij David Gilmour was. Zo kwam na het opbouwende “Monsters”, het al even imposante “The First Song”. Daarna zorgde de minimalistische eerste single uit het nieuwe album “Is There A Ghost” voor een aha gevoel in de uitverkochte Orangerie. Af en toe werd het ietsje slordig op het podium (de mannen haalden de setlist door elkaar, het duurde soms wat voor alle gitaren gestemd geraakten,…) doch de speelse hippie gedrevenheid waarmee Band Of Horses hun set met een grote vaart afwerkten deed het publiek inzien dat dit een superband in wording is, de publieke respons was dan ook navenant.
De meeste songs kwamen uit beide studioalbums: ‘Everything All The Time’ (2006) & ‘Cease To Begin’ (2007), aangevuld met een nieuwe song en enkele opmerkelijke covers. De gigantische gitaarmuur werd voor het eerst volledig opgetrokken voor “The Great Salt Lake”. Wat verder stond “Older” op de setlist, nu al een Band Of Horses klassieker in wording. Deze song werd gezongen door toetsenist Monroe. Hier deed de band me denken aan het betere countrypop werk van Poco of de Eagles. Supersong! Daarnaast ook enkele leuke covers zoals “13 Days” van J.J.Cale in een uitvoering die de originele song overtrof. “The Funeral”, “Weed Party” & “The General Specific” zorgden voor een dynamische spetterende finale.
In de bisronde passeerde nog “Mary Song”. Tijdens dit intiem liefdesliedje viel de grote klasse op van het tweestemmen spel tussen Bridwell & Monroe. Hier moet de band in de toekomst ongetwijfeld meer mee doen. Als afscheid kregen we nog de besmettelijke Them Twins cover “Am I A Good Man”.

Bridwell en zijn Band Of Horses zorgden voor bijzonder overtuigend feestje in een uitverkochte Botanique. Alleen tevreden gezichten keerden huiswaarts. Deze band is duidelijk klaar voor het grote publiek deze zomer op Rock Werchter. Ga ze zien, U zal er geen spijt van hebben.

BAND OF HORSES LIVE FOOTAGE:
Video 1: Ramsey Tyler / The Cave Singers / Band Of Horses
http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=252363

Video 2:Band Of Horses http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=252393
Photoslideshow:
http://www.slide.com/r/uTr8K6ZM5j9wJHVglD2DTSLWX5AXy2sU?previous_view=lt_embedded_url


Organisatie: Botanique, Brussel

 

The Cure

Grasduinen in The Cure’s 4 Tour

Geschreven door
The Cure van zanger/gitarist Robert Smith is al 30 jaar bezig, wat wordt gevierd met de ‘Cure 4 Tour’. Dit jaar mogen we zelfs nieuw werk verwachten; een voorsmaakje liet het kwartet horen met o.a. ”Please project”, ” A boy I never knew” en “Freak Show”, een The Cure van verschillende muzikale gedaantes.

The Cure hield het publiek drie uur lang in hun waveklauwen en het was genieten van hun knap in elkaar gestoken, spannende, gevarieerde set: de atmosferische, sfeervolle slepende treursongs, het strakke soms swingende materiaal, invloedrijk voor jonge bandjes als Interpol en Editors, en een gevarieerde ‘Best of’, waarbij The Cure gretig teruggreep naar hun ‘80’s debuutperiode. Kortom, in de evolutie van hun muzikale aanpak was het grasduinen in de Curehistorie.
Bij de vroegere concerten waren we er al van overtuigd (remember twee keer Rock Werchter en de Lokerse Feesten) dat de band sterk kon uithalen.
Hun optreden in het Sportpaleis bevestigde dat ze na dertig jaar nog niks hebben ingeboet: een intrigerend, meeslepend gitaarspel en –getokkel van Smiths schoonbroer (die zelfs de toetsenpartijen deed vergeten), een bedreven, diep basspel van man-van-het-eerste-uur Simon Gallup en de onderbouwde drumslagen, afhankelijk van het tempo van het nummer, gedragen door Smiths’ onderkoelde, standvastige weemoedige vocals.
De ‘Disintegration’ plaat uit ’89 is duidelijk een mijlplaat in het oeuvre. “Plainsong” opende, gevolgd met dezelfde lijnsongs als “Prayers for rain” en “The end of the world”; af en toe klonk het gitaarspel iets krachtiger en snedig als in “Strange day”. Sfeerschepping alom dus in het eerste deel van de set met “Lovesong”, “To wish impossible things”, een mooi uitgesponnen zalvende “Pictures of you” en een intens meeslepende “From the egde of the deep green sea”. Smith maakte een eerste danspas op “Lullabuy”, wat de voorzet was naar de strakkere pop van “The walk”, “Push” en “Never enough”, gecombineerd met de  swing van “Friday I’m in love”, “In between days” en “Just like heaven”.
Een broeierig “One Hundred years” en een meeslepend, doomy opgebouwde “Disintegration” zorgden na twee uur voor een eerste grootse finale.
In de bis kwam het jaartal 1980 centraal te staan van de platen ‘Seventeen seconds’ en ‘Boys don’t cry’; voor de jongere fans was het kennismaken met de dreigende ‘80’s wavepop, en voor de veertigers onder ons was het plots pure nostalgie: “At Night”, “M”, “Play for today” en “A Forest (juist gedoseerd uitgesponnen, trouwens!) en in de tweede bis “Jumpin’ Someone’s else train”, “Grinding halt”, “10:15 Saturday Night” en de killers “Boys don’t cry” en “Killing an arab” (doch subtiel aangepast!). Met een reeks van vrolijke, poppy uptempo nummertjes besloot The Cure en verve na drie uur: “Freak show”, “Close to me” en “Why can’t I be you”.
Het pogoën uit de vroegere jaren herleefde zelfs ten dele!

The Cure moet niks meer bewijzen; ze boeiden het publiek met een spannende, afwisselende setlist (met klemtoon op een paar baanbrekende platen!) en beschikten nog steeds over een ijzersterke live reputatie!

Het Britse 65daysofstatic ving al vroeg hun set aan; de cultband binnen het postrockgenre hoorden we spijtig genoeg op het achterplan toen we het Sportpaleis binnenkwamen. Hun filmisch dreigende sound galmde in de zaal, en ging van lieflijk tot verbeten explosief; muzikale botsingen die uiteindelijk een gecoördineerd geheel waren. Voor wie hen miste, de groep komt terug voor een clubconert in de Bota!

Organisatie: Live Nation

The Tellers

More (EP)

Geschreven door

Het Waalse The Tellers kwamen in de belangstelling met hun talrijke optredens tijdens de festivalzomer. Ze onderscheidden zich  als een niet te onderschatten jong bandje. Tot onze verbazing hadden ze al een EP ‘More’ en een full cd uit ‘‘Hands full of ink’, in het najaar van 2007 verschenen. Het leek erop dat Wallonië en Vlaanderen mijlen ver uit elkaar lagen !
Het duo Ben Bailleux-Beyon en Charles Blistin (live spelen ze met 4!) spelen semi-akoestische, broeierige en zacht ingehouden pop met een lofi inslag. Een minimale instrumentatie en een melancholische zang brengen ons in beroering; we horen zeven overtuigend pakkende songs , waaronder de sterk uithalende “Second Category” en “More”.
Aanstekelijke muziek, aantrekkelijke band, die samen met Girls In Hawaii  grensvervagend zijn.

Stormwarrior

Heading Northe

Geschreven door

’Heading Northe’, de derde langspeler van het Duitse Stormwarrior, werd op 29 februari de wijde wereld ingestuurd. Zowel de hoes als de titel, doen reeds sterke vermoedens over het album ontstaan. Bij het beluisteren werd al snel duidelijk of we het bij het juiste eind hadden…
Een pot stevige en razende heavy metal zonder compromissen, waarbij de metalcliché’s niet geschuwd worden. Toch onderscheidt Stromwarrior zich van de meeste andere bands binnen dit genre. Net als op de twee voorgaande platen, speelt de band kwalitatief sterke muziek, waarbij zowel het gitaargeluid als de stem van Lars Ramcke niet al te gepolijst klinken. Steekt dit af tegenover het geheel? Bijlange niet, naar mijn mening, zorgt het net voor die unieke onvolmaakte touch waardoor het geheel zo natuurlijk klinkt.
De speelvreugde druipt van de plaat en dat kan enkel de gemoedstoestand van de luisteraar bevorderen. Na de “And the Horde Calleth for Oden”, een sfeer creërende intro, steekt men van wal met één van de toppers van het album. Dubbele bas, flitsende gitaarriffs, een aantrekkelijk klinkend accent in de zanglijnen en een ontzettend snel in het hoofd kruipend refrein. “Heading Northe” heeft met andere woorden alles in huis om het openingsnummer bij uitstek te worden tijdens live-shows. Ook “Metal Legacy” zal het wellicht erg goed doen bij de fans. De titel zegt genoeg om te weten waarover het nummer zou kunnen gaan.
Diepzinnige teksten moet je namelijk niet verwachten op dit album. “Metal Legacy” kan beschouwd worden als een ode aan de fans, zich afspelend in het tijdperk van de vikingen, waarbij de metalwarriors hoogtij vierden. Hoewel Stormwarrior uit Duitsland afkomstig is, zijn ze goed genoeg op de hoogte van de Noorse mythologie, om ook bij deze inspiratiebron hun mosterd te halen. Heldhaftige veldslagen vormen dan ook de grootste basis voor de teksten op ‘Heading Northe’.
Het gebrek aan originele teksten weegt echter niet op tegen de vlotheid waarmee het album wegluistert. Veel tijd krijg je niet om bij de teksten stil te staan. Muzikaal wordt je namelijk voortdurend aangespoord om mee te gaan met de muziek. De zeldzame rustpunten op het album, doen zich voor in de vorm van intro’s, gesproken teksten, het geluid van galopperende paarden of veldslagen, …  De nummers waarop het tempo iets terug geschroefd wordt, “The Revenge of Asa Lande” en “Into the Battle”, lenen zich uitstekend tot meezingen. Waarmee we meteen al aan het derde en vierde nummer zijn gekomen, die hoge verwachtingen spannen voor een komende tour.
Dat het legendarische Manowar, Stormwarrior voor de tweede maal laat aantreden op hun eigen Magic Circle Festival, is dan ook geen toeval. Live staat de band als een huis en met deze nummers, zal het zeker niet anders zijn. En geef toe, hoewel Stormwarrior stukken sneller en ruwer speelt, liggen de verschilpunten tussen beide bands toch niet zover uit elkaar. Onvervalste Heavy Metal-warriors, die zich van cliché’s geen bal aantrekken en op vrolijke wijze hun eigen ding doen… Zo hoort het!

Einstürzende Neubauten

Alles Wieder Offen

Geschreven door

Einstürzende Neubauten brengen zo om de drie jaar een nieuwe plaat uit. De bezielde Duitse band uit Berlijn - spraakmakend binnen de avantgardepop door de staalpercussie -, onder Bargeld/Hacke, zijn al een kleine dertig jaar bezig. Met de plaat ‘Tabula Rasa’ uit ‘93 sloegen ze de weg in van subtiliteit en schoonheid , naast het aspect van experiment.
De songs worden gekenmerkt door een intrigerend broeierige en repetitieve opbouw en een meer melodieuze structuur, krijgen elan door Blixa’s praatzang, en naast gitaar, bas, percussie is er een allegaartje aan verfijnd gedoseerd gebruik van staven en metalen (iron plates), plastic pipes, metal bass spring, metal tank bassdrum, blue bin, housdehold appliances en jet turbine als je er alles op nahoudt.
Het resultaat blijft uniek, want geen band klinkt als Einstürzende Neubauten., Innemend, sfeervol materiaal met een ingehouden spanning sieren het nieuwe werkstuk van de heren. Volgende songs zijn gewoonweg verbluffend binnen hun concept: “Die wellen”, “Von wegen”, “Unvollständigkeit”, “Susej” en “Ich warte”. “Weil weil weil” en de titelsong hebben meer elektronica beats.
Al sinds 2003 is Einstürzende Neubauten gestart met een abonnementsmodel op internet, waarbij ze geld inzamelen om muziek te kunnen componeren om hun kunst te creëren, wat geapprecieerd wordt door hun fans. Ze hebben een puike opvolger klaar op ‘Perpetuum Mobile’.

Dead Meadow

Old Growth

Geschreven door

U houdt van de ‘70’s retrorock van Hendrickx/Sabbath/Zeppelin, je neemt er de  de psychedelica van Spacemen 3/Ozric Tentacles/Spiritualized bij en tensloote is het vleugje indie van Grandaddy, Burning Brides, My Morning Jacket en Band of Horses zeer welkom, dan is Dead Meadow jouw op maat gesneden band. Dead Meadow, de nieuwe retro’blues’rock/psychedelica sensatie die, net als Black Mountain komt overwaaien uit de VS!
’Old Growth’ is al de vijfde cd van het trio, die in 2000 ontstond, en er geestesverruimende long en short trips op nahoudt om van te genieten: van opener “Ain’t got nothing” (7 min) en “The queen of all returns” (6 min), tot de meer dromerige drie minuten songs als “Between me & the ground”, “Down here” en “Keep on walking”, die net als “I’m gone” en ”Seven seens” een semi-akoestische Patti Smith/ ‘Howl’ BRMC indruk nalaten. De zweverige zang van zanger/gitarist Jason Simon (aan BRMC/Charlatans verwant!), z’n gitaarloops en –slides, de bezwerende percussie en de repeterende, rauwe bas zijn een prachtig appetijt in deze sound.
Dead Meadow heeft een verbluffende, overtuigende plaat uit, een doorbraak naar Europa waardig!

Be Your Own Pet

Get Awkward

Geschreven door

Be Your Own Pet uit Nashville, Tennessee overweldigde en ‘pletwalste’ ons twee jaar geleden met hun titelloos debuut. Hun optreden op Pukkelpop was kort, krachtig, energiek, opwindend en …totally weirdo.
De hyperkinetische zangeres Jemina Pearl schreeuwde in deze dolgedraaide trashherrie de longen uit haar tenger lijfje.
’Get Awkward’ is doodleuk een vervolgverhaal van 14 songs. Toch zitten er een paar tracks tussen die wat hun felle, springerige, melodieuze tiener ‘girrll’ riotrock’n’roll/punkrock wat meer gedoseerd en verfijnd laat klinken. Maar voor de rest is het een ware wervelwind die over ons heen raast, is het beuken en plezier maken, iets wat dit jonge Amerikaanse bandje hoog in het vaandel houdt. Lekker gezond (?) zootje ongeregeld.

Avantasia

The Scarecrow

Geschreven door

Wauw, wat een start van het nieuwe jaar. Toeval of niet, maar samen met de nieuwe Ayreon release ligt ook de nieuwe schijf van Tobias Sammeth's Avantasia bij de platenboer. Beide projecten laten de betere rockzangers aanrukken, de meeste zijn trouwens op beide albums te horen. Is de nieuwe Ayreon schijf een bijzonder moeilijke brok om te verteren, deze 'The Scarecrow' is lichtere (lees toegankelijkere) kost.
'The Scarecrow' is de opvolger van de schitterende 'The Metal Opera' albums uit 2001 & 2002. Met de EP 'Lost In Space' van vorig jaar kondigde Tobias al een derde Avantasia album aan. Toch is dit album totaal anders dan de eerste twee Avantasia platen. Ditmaal werd gekozen voor een bredere sound. Zo horen we invloeden uit de traditionele classic rock, heavy rock en symfonische rock. Zelfs Keltische invloeden verruimen de magistrale sound op 'The Scarecrow'. Het is dus veel meer dan enkele een power-metal plaat! Onze Edguy zanger Tobbias beschikt zelf over een sterke stem maar daarnaast liet hij zich ook omringen door o.a. Jorn Lande, Bob Catley, Roy Khan, Michael Kiske en Oliver Hartmann. De meest opvallende naam is echter die van Alice Cooper, die het sterke "The Toy Master" weet om te toveren tot een waar pareltje. Naast deze klassenzangers werd Tobias bijgestaan op gitaar door Sascha Paeth (Luca Turilli), Rudolf Schenker (Scorpions) en Kai Hansen. Eric Singer, die we kennen van o.a. zijn werk bij Alice Cooper zit achter de drumkit. Het strakke, heavy "Twisted Mind" opent sterk waarna we met de titeltrack een uitgesponnen (elf minuten), zeer gevarieerde song voorgeschoteld krijgen, overgoten met een Keltisch sausje. "Shelter From The Rain", is op het lijf geschreven van ex-Helloween zanger Michael Kiske. Snelle riffs en een sterk refrein doen hier erg aan Helloween denken. "What kind Of Love" is dan weer een pure popsong met soundtrack allures, prachtig gezongen door Amanda Somerville. Andere hoogtepunten zijn "The Toy Master" (de perfecte Alice Cooper song!) en afsluiter "Lost In Space".
Deze 'The Scarecrow' is een sterk gevarieerde plaat (en bovendien voorzien van een glasheldere productie) vol sterke melodieën, mooie arrangementen en beklijvende refreinen. Mister Sammeth is een sterke songwriter en bewijst met deze derde Metal Opera schijf tot de absolute top in het genre te behoren!

Editors

Editors: onversneden zwaarmoedigheid

Geschreven door

Editors stonden in Vooruit voor hun tweede van drie uitverkochte clubshows in ons land in evenveel dagen tijd. Het viertal uit, toeval of niet, The Black Country (Birmingham) timmerde de laatste jaren bijzonder succesvol aan de weg naar de absolute top. Van zowel hun debuut ‘The Back Room‘ uit 2005 als van ‘An End Has A Start’ van vorig jaar gingen immers al meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. De groep heeft een uitstekende livereputatie hoog te houden en loste ook in Vooruit weer - met hun typische uptempo nummers en herkenbare gitaargeluid - meer dan de verwachtingen in. Het werd een tegelijk hermetische en epische set zoals we die van de groep gewoon zijn. De stem van Tom Smith kleurde opnieuw de randjes van de songs zwart als de nacht.

De set begon slepend en verkillend mooi met “Camera” waarbij de stem van Smith ons soms deed denken aan die van Brendan Perry. De scherpe uptempo titelsong “An End Has A Start” greep het publiek meteen bij het nekvel en zorgde ondanks de problemen met de basgitaar voor een veelbelovend begin. Smith vroeg en kreeg de steun van het publiek en Editors verraste met het in bitterheid gedrenkte “Blood” en “Bullets”. Met herwonnen zelfvertrouwen kronkelde Smith - met de gitaar hoog op de borstkas en gedreven door een diepe bas en een harde en strakke drums - bijna spastisch over het podium.
De respons van het publiek loog er niet om en Editors vervolgde met het langzaam openbloeiende “The Weight Of The World” en het geniaal geconstrueerde “Escape The Nest”. “Lights” zorgde voor een nieuw hoogte-punt door knap gitaarwerk doorspekt met straffe tempowissels. “When Anger Shows”, waarbij een nerveuze drum de door Smith geproduceerde pianoklanken ingenieus net niet op de hielen trapte, werd gevolgd door het atypische “Spiders”. Meer spinnen kregen we met een eigenzinnige versie van “Lullaby”, de speciaal voor de 49e verjaardag van BBC Radio 1 opgenomen cover van The Cure en naamgenoot Smith. Na dit rustpunt werd de set krachtig hernomen door knallende versies van “All Sparks” en het oorstrelende “Munich”. Nieuwe single “Push Your Head Towards The Air”, met de bassist op de toetsen en Smith op semi-akoestische gitaar, zorgde voor een laatste rustpunt alvorens de reguliere set met een fantastisch sterke uitvoering van “Bones” en het altijd in de setlist opgenomen “Fingers In The Factories” werd afgesloten.
Het uitzinnige publiek riep Editors terug en de band trakteerde op een onvergetelijke bis met “The Racing Rats” (met Smith bovenop de piano), het ijzersterk uitgesponnen “You Are Fading” (dat op sommige versies van de debuutplaat als “Cutting” is toegevoegd) en het onmisbare “Smokers Outside The Hospital Doors”.

De band bewees live nog maar eens dat de veeleer beperkende vergelijkingen met andere bands dikwijls onterecht zijn en ze ondertussen echt wel een eigen kenmerkend geluid en dito songs hebben ontwikkeld.

De uit Brooklyn afkomstige supportact Mobius Band zorgde voor gesmaakte dansbare rock met een vinnige drums, wat een ideale opwarmer was voor Editors.

Organisatie: Live Nation

Jo Lemaire

Jo Lemaire: de happy intimiteit van ‘La Douce France’

Geschreven door

Jo Lemaire is al een bezig bijtje van in de new wave periode, eind zeventiger jaren, onder Jo Lemaire + Flouze. Levendig herinneren we ons songs als “So static”, “Follow me in the air” en de instant klassieker “Je suis venue te dire que je m’en vais”. Na haar Flouze periode, bracht ze een handvol soloplaten uit; puike single-opnames waren o.a. “Parfum de rêve”, “La mémoire en exil”, “Tentations” en “Stand up”. Haar meertaligheid (Frans –Engels – Nederlands) maakte haar erg populair. Tenslotte legde de artieste zich toe op het Franse chanson, speelde ze bewerkingen van Edith Piaf en was er de hommage ‘Brel-Blues’. Ze groeide uit tot een kostbare chansonnière.

De theatertournee van ‘La Douce France’ kadert in een bal populaire van feest en dans, verloren vakantieliefdes, nostalgie en ingenomenheid. Het is een muzikale reis en herontdekking van het Franse lied in al z’n facetten, een greep uit haar eigen repertoire en het spelen van succesnummers van haar idolen, bewerkt tot eigentijdse en verrassende composities. Muziek voor nazomerse avonden …van du vin, du pain et du boursin!

Als een volleerd performer, creëerde ze een warme band met haar publiek. De songs kregen kleur door accordeon, contrabas, piano, drums, akoestische gitaar, fluit, klarinet en blazers.
We werden getrakteerd op een twee uur durende show, waarin een korte pauze was ingelast.
In dit repertoire van ‘La Douce France’ was happy intimiteit het sleutelwoord: van het los ontspannende, zwierige karakter van “Toute la pluie tombe sur moi” (Franstalige versie van “Singing in the rain”) en “La bicyclette”, stapte ze over naar de variéty van “C’est si bon” en “Monstres sacrés”, en kwam ze tenslotte aan de melancholie van “Le plus bel tango du monde”, “Chez Lorette” en “Que reste-t-il de nos amours”.
Ze speelden trouwens ook ijzersterke interpretaties van Franse evergreens in het decor van straatlantaarns: de swingende, vrolijke songs van Jacques Dutronc (“Il est 5h, Paris s’eveille”), Joe Dassin (“Aux Champs Elysées”, waarbij het refrein zachtjes werd meegezongen), Charles Trenet (“Nationale 7”) en Françoise Hardy (“Tous les garçons et les filles”), wisselde ze af met dromerig, intiem, jazzy aandoend werk: “Nathalie” van Gilbert Becaud, “Les feuilles mortes” van Yves Montand , een ingetogen “Quand le soleil dit bonjour aux montagnes” (op akoestische gitaar en accordeon) van Lucille Star en “For me …formidable” van Charles Aznavour.
De leuke ”C’est mon bâteau” en “Il y a le ciel, le soleil et la mer” besloten deel I en Gainsbourgs “La javanaise” , Piafs “Non non je ne regrette rien” en Brels “Ne me quitte vormden een overtuigend slotstuk..

Jong en oud wist ze te bekoren. Haar tijdloze klasse maakte haar tot de perfecte ambassadrice van het Franse chanson, lazen we ergens. Correct omschreven, zie!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Triggerfinger

Garagerocken met Triggerfinger en The Blackbox Revelation

Geschreven door

Vergelijkingen, rock recensies kunnen niet zonder, en deze review dus ook niet…The Blackbox Revelation zijn met twee, gitaar & drums, en dus kom je automatisch bij The White Stripes of The Kills uit. Vergelijkingen zijn soms makkelijk, maar in dit geval geeft het gewoon aan dat deze jongens al heel ver staan en sterke garage rock met een grote blues invloed brengen. Je moet het maar doen, nog maar negentien, de eerste CD pas uit, en een volle Trix boeien voor de volle drie kwartier. Als je enkel met gitaar en drums kunt uitpakken, moet je sterke songs hebben om het publiek wakker te houden, en dat deed The Blackbox Revelation dan ook.
De single “I think I like you” is zo een voorbeeld van een killer song, maar het was vooral de afwisseling van songs dat indruk maakte. Naast uptempo garage rockers zoals “Set your head on fire” en “We never wondered why”, was er ook tijd voor een rustig nummertje zoals “Never alone/always together” of de bluesy hiphop track “Beatbox revelation pt.1”. Als er dan toch een minpunt te vermelden valt, is het de zang, in sommige nummers deed die mij aan The Scabs denken.

Ook bij Triggerfinger zijn er evidente vergelijkingen: Queens of the Stone Age, (eigenlijk meer Mark Lanegan dan Josh Homme, maar soit) maar misschien ook minder evidente: ZZ Top. Het drietal zat weer strak in het pak en das, en ging er de volle honderd procent voor. Net zoals bij The Blackbox Revelation (de kapoenen kregen een vermelding), weten Triggerfinger de verveling die makkelijk opduikt bij bands die cliché garage rock of bluesrock brengen, te vermijden door sterke songs te schrijven waarvan de melodie blijft hangen. Nummers van de nieuwe plaat “What grabs ya”, “First taste, half way”, wisselden af met ouder werk zoals “Lil Teaser” en “Faders up”. Het publiek ging volledig mee met de Triggerfinger groove, en we zagen dan ook de handjes in de lucht gaan. Een divers publiek trouwens van metalheads en rockers met leren vesten tot jonge meisjes. Na een promo-praatje voor de Triggerfinger plastrons, sloot het tien minuten durende “Commotion” dit overtuigend optreden af.
Setlist Triggerfinger: Short term memory, Soon, Lil teaser, First taste Half way, No one came, Scream, Is it, Faders up, On my knees, What grabs ya, Commotion, Boris

Organisatie: Trix, Antwerpen

Gabriel Rios

Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans: drie hoofdrolspelers aan het werk

Geschreven door

De Belgische Puertoricaan Gabriel Rios is de voorbije jaren uitgegroeid tot een publiekslieveling door z’n knuffelbeerpersoontje, sympathieke uitstraling en z’n broeierige, aanstekelijke sound van pop, latino, salsa, soul en hiphop. Na de twee platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’, heeft hij een mooi initiatief klaar, het akoestische ‘Morehead’, met piano/jazzvirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans. Sommige Rios’ songs werden ontkleed, en kregen een alternatieve, sobere aanpak. Een intrigerende kruisbestuiving, die een brug slaat met modern klassiek en jazz, gedragen door de warme stem van Rios; het toont net de vele levens aan van z’n nummers! Een klein anderhalf uur zagen we niet één (Rios), maar drie hoofdrolspelers aan het werk tijdens deze theatertournee!
“Baby lone star” vatte de set aan en was onder een minimale instrumentatie een fluistersong. De elegante, sfeervolle aanpak van een pianotoets, vioolgetokkel en akoestische gitaar zetten de drie verder op “For the wolves” en “Angelhead”. Pakkend en spitsvondig! De dreigende latino op “Raton” neigde naar The Gotan Project en “Rumba” dompelden ze onder in een tango met handgeklap. Rios kwam op “I’m gonna die tonight” en “Wish” even op het voorplan. Daarna was het tijd voor Neve’s beheerste pianospel. Vloeiend en moeiteloos ging hij van ingehouden, meeslepend naar snel en krachtig, een muzikale driehoek van jazz, klassiek en pop; hij werd af en toe ondersteund door Rios’ gitaar en Proesmans’ drums. Het dromerige “Stay”, de recentste single van Rios, bracht ons terug naar de pop, en werd zelfs heftig, als een voorbijrazende trein, besloten.
In een regelrechte 50’s stijl speelden ze “Ain’t no use” en de definitieve afsluiter “Diamond” balanceerde tussen rock’n’roll en jazz.

In de grote Blauwe Zaal werd de avontuurlijke aanpak en het samenspel van het trio sterk onthaald; de Zuiderse latinosoulpop van Rios overleefde zonder problemen het aangepaste alternatieve kleedje.
Een tip zijn voor de komende festivals?

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Pagina 482 van 499