logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Roni Size feat Reprazent

Roni Size feat Reprazent is Back Again! ‘Re-Forms’

Geschreven door

Het Britse Roni Size en z’n Reprazent uit Bristol hadden in ’97 meer in petto dan louter jungle en drum’n’bass. Bristol, die een paar jaar eerder al de broeihaard was van de triphop van een Portishead en Tricky, trakteerde ons op een nieuw avontuur door dit gezelschap. Ze speelden een toegankelijker geluid, waarin soul, jazz, funk, hiphop en sferische trancegerichte beats waren vermengd. Twee cd’s , ‘New forms’ en ‘In the mode’, waren met volgende songs  “Brown paper bag”, “Heroes”, “Watching windows” en “Dirty beats” spraakmakend. Net als Goldie tilden ze de drum’n’bass op een hoger niveau. Het brede concept was grensverleggend en had meer te betekenen dan enkele de loeiharde, pompende, donkere en harde beats van een Grooverider of van een Rush/Optical
In 2001 werd de samenwerking tussen Size, MC Dynamite, soulzangeres Onallee en de leden DJ Die en Krust stopgezet en ging elk eerder hun eigen weg.
Maar kijk, tien jaar na ‘New forms’ is het gezelschap herenigd voor een heuse ‘Re-forms‘tournee !, en in het kader van VW Spring Sessions waren ze te gast in de Petrolclub te Antwerpen.

De dansspieren werden opgewarmd door de Murdock/Millennium Kru. Iedereen kwam in de juiste stemming om middernacht, en bijgevolg was het een piece of cake voor elektronicafreak Size en z’n Reprazent. MC Dynamite omschreef het als volgt: “It will be hard, slow, low, high and smokey”. En inderdaad, het waren de correcte termen om anderhalf uur hun gevarieerde set van aanstekelijke, dansbaar, avontuurlijk en zalvend materiaal te ondergaan. Een pak elektronica, deejayen, een double bass, drums en de  soulfulle vocals van Onallee en de verbeten raps van MC Dynamite waren hiervoor verantwoordelijk. Van de “Railing” instrumentals ging het naar een harder hiphopgeluid van “Dirty beats” en “Who told you” , voegden ze probleemloos een zalvende “Heroes” toe of zorgden ze voor een mishmash met “Digital” en “Brown paper bag”.
Ook stelden ze enkele nieuwe songs voor, wat kan wijzen op een langverwachte opvolger. En middenin de set hoorden we ‘real’ junglebeats, wat het tempo fors en krachtig verhoogde, zoals op “Snapshot”. Op het gepaste moment schakelden ze over naar de trance van “Share the fall”, en met songs als “Trust me” en “Jazz” boden ze een breder concept.

Roni Size feat Reprazent is back! Tien jaar na ‘New forms’  hebben ze  nog maar weinig ingeboet aan dynamiek. Ze trokken de jungle/drum’n’bass open en slaagden in een overtuigend, intrigerend setje.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Air Traffic

Air Traffic: grootse band in wording

Geschreven door

De Britse wolven van Air Traffic debuteerden vorig jaar met een schitterende plaat ‘Fractured life’. In geen mum van tijd veroverden ze tienerharten met puike singles als “Charlotte”, “Shooting star” en “No more running away”. En deze tieners waren hoe dan ook op de afspraak om hun favoriete band aan het werk te zien.
Air Traffic liet te Werchter al een frisse indruk na, ze onderscheidden zich als een upcoming band, wat ze in oktober ll doodleuk kwamen overdoen in de ABBox.

De vier jonge gasten werden uitbundig onthaald. Het jonge publiekje zong de refreinen mee en zorgde telkens voor een oorverdovend applaus. Sommige taferelen tipten aan de Tokio Hotel mania.Het kwartet genoot er van en op eind van hun set sprongen de zanger en de gitarist letterlijk hun fans tegemoet!
Fijn bandje met pit en dynamiek.
In hun set van een klein uur lieten ze een paar nieuwe nummers horen die tot op zekere hoogte dezelfde lijn behielden van hun melodieus opgebouwde poprock, doch subtieler, rijper en donkerder, onder het uitgelaten pianospel en zang van componist Chris Wall, die als een Bellamy (Muse) of Smith (Editors) tekeer ging. Jeugdig enthousiasme die beloond werd!
Een stevige knaller opende de set “Take your hands off me”, een nieuw nummer. “Just abuse me” behield ditzelfde tempo. De band heeft de kunst van het songschrijven; songs met een sterke spannende opbouw volgden: “Can’t go back” (nieuw), “I can’t understand”, “Time goes by” en “I like that”. Door de helder, overtuigende zang en het intense pianospel gaf Chris Wall gevoel aan de songs, wat de set aangenaam kleurde. Hij stal alvast de show . De groep ging moeiteloos over naar enkele sfeervolle songs als het nieuwe “End to all our problems”, en linkte het aan “No more running away”, wat op een plaat van Muse kon staan. Luidkeels werd het refrein meegezongen. Na “Come on” begon Air Traffic aan ronde twee om de boel op z’n kop te zetten. Een bedreven “Charlotte” was de aanzet om zich in het publiek te gooien.
Het was eventjes uitblazen na 50 volle minuten en tijd voor een intens pakkende, breekbare song “Empty space”: een sfeerlamp, minimaal pianogetokkel en Walls stem. Schitterend rustpunt! En tenslotte speelde het kwartet de finale met “Shooting stars”, door iedereen meegebruld. Op die manier eindigde alles met drie!

De korte, felle, snedige set toonde aan dat het bezielde Air Traffic een grootse band in wording is; waarvan het dynamisme er van af droop.

Ooh ja, ons eigen beloftevolle Mint was de support en stelde een handvol songs voor uit de nieuwe cd ‘Hinterland’, waaronder “Brand new toy”, maar het waren momenteel nog de oudjes “Your shopping lists are poetry” en “The magnetism of pure gold” die op herkenningsapplaus konden rekenen. Op dit optreden was het duidelijk dat het publiek kwam voor een andere jonge band …Air Traffic!

Organisatie: AB/Live Nation

Roland Van Campenhout

Never Enough

Geschreven door

Niemand en tegelijk iedereen kent deze waarschijnlijk meest onderschatte en meest invloedrijke Belgische artiest. Hij speelde als Roland, Roland Van Campenhout, Roland Campenhout, Roland and his bluesworkshop, met Arno als Charles et les Lulus, met Paul Michielsens, met Raymond, met Jean Blaute, met Rory Gallagher (!) en ik vergeet er zeker nog een tweehonderdtal.
Onder het toeziend oog van Tom Vanlaere van Admiral presenteert Onze Vlaamse Tom Waits met zijn achttiende solo ‘Never Enough’ een exuberant staaltje van pure klasse-blues.
Roland is vooral een live-artiest – denk aan een van zijn legendarische optredens op de Gentse feesten, waar hij doodgemoedereerd het podium afstapte en de flikken belde om na zoveel uur zijn eigen band stil te leggen zodat hij eindelijk kon pitten -  maar op zijn platen weet hij toch altijd mee te evolueren met de geest van de tijd. De stijlen die hij hierbij aanraakt gaan van folk & blues over country, rock'n roll, rhythm & blues tot wereldmuziek.
En het buikgevoel en livegevoel weet Ons Wandelend Wijnvat perfect op zijn cd weer te geven, en weet elk stil of luid moment wel te vullen met de nodige dosis humor.
Zijne Gegroefdheid beheerst ook hier de principes van ‘less is more’ en ‘music is the space between the notes’
Opener “Hissing o' the heath'” is alvast een voltreffer. Het nummer mondt uit in een bezwerend refrein waar menig muzikanten een arm voor veil zouden hebben.  Moddervette riffs ( It all has to do with it) worden met verbazend gemak afgewisseld met de meest ontroerende folkjes, banjo’s, jazzy toontjes etc.
Maar vooral hier bevestigt Onze Nicotinefabriek dat hij behalve podiumbeest en muzikale kameleon vooral een begenadigd songsmid is.
We zitten hier godverdomme in ons apenlandje met een van de grootste talenten op deze aardkloot en we beseffen het niet eens.

Track list
Hissing o' the heath / Midnight star / Never enough / Male prostitute / In my time / Officer, kiss me please / It all has to do with it / Fire in the morning / Never too soon / Almost home



Stuck Mojo

Southern Born Killers

Geschreven door

Crossover metal staat er vermeld op het hoesje van de promo-cd, die eventjes geleden in mijn bus belandde. Meestal heb ik geen problemen met wat invloeden uit andere genres, maar om mij met metal doorspekt met rap te kunnen overtuigen, moet er al heel wat kwaliteit in een band aanwezig zijn.
De snedige agressieve sound van Body Count bijvoorbeeld kan mij perfect blijven boeien. Stuck Mojo daarentegen brengt een mengsel van bij momenten stevige en zwaar klinkende riffs met vaak erg slappen naar de r&b neigende invloeden. Het album opende nochtans sterk met een knallende riff om het album te openen. Helaas brengt de klagerige rap van Lord Nelson hier al snel verandering in. Muzikaal behoort dit nummer tot één van de betere van het album, maar het geheel kan mij absoluut niet bekoren.
”Southern Born Killer” kan er vanwege het enthousiasme nog net mee door, maar wanneer het album zich verder zet met het nummer “The Sky is Falling”, kreeg ik al snel de neiging om het boeltje zo vlug mogelijk uit mijn CD-lader te kegelen. Om het nummer en de rest van het album toch een kans te geven, probeerde ik de verleiding te weerstaan. “The Sky is Falling”, is naar mijn mening, nauwelijks de naam ‘Metal’ waardig. Het refrein zou zo uit één of ander slap pop-nummer kunnen komen.
Vervolgens een nummer als “Metal is Dead” voorgeschoteld krijgen, doet mij al snel vrezen dat ze mij na dit album met gemak zouden kunnen overtuigen dat het inderdaad ook zo is. Toch blijkt het nummer onverwacht nog een meevaller te zijn en zowaar zelfs één van de beter van het album. Hoe de band het in zijn hoofd haalde om na dit nummer het album volledig onderuit te kegelen door een ruim vier minuten durend klacht, waarop niemand zit te wachten, in te lassen, blijft voor mij onbegrijpelijk.
Gelukkig wordt mijn geduld beloond bij het horen van “Open Season”. Het nummer is met Oosterse elementen doorspekt en roept een aparte sfeer bij mij op en doet mij opnieuw hopen op een sterk einde. Tot het nummer voorbij is en “Prelude to Anger” opnieuw een vreselijk irritant gewauwel blijkt te zijn. Gelukkig blijft het deze keer beperkt en wordt al snel “That’s When I Burn” ingezet. Ook bij dit nummer blijft het voor mij allemaal nog iets te braafjes.
“Yoko” en “Home” zijn de afsluiters van het album. Mijn hoop om nog iets te horen waarvan ik onder de indruk zou kunnen raken had ik al lang opgeborgen. “Yoko” bleek dan ook een nummer te zijn waar ik, en wellicht betrekkelijk weinig metalfans, bijlange geen behoefte aan hebben. “Home” blijkt nog net wat positieve elementen toe te voegen aan het album en is ondanks het pop-achtige refrein toch nog de moeite waard om gehoord te hebben en zou het wellicht nog niet slecht doen in een aantal hitlijsten.
Verscheidene luisterbeurten later, is mijn mening nog steeds niet veranderd. Slechts 2 nummers zijn de term ‘Metal’ waardig en nog 2 andere lijken binnen hun genre kwalitatief goede nummers te zijn. De zes over(bod)ige tracks zorgen er enkel voor dat de aandacht van deze vier wordt afgeleid. Helaas niet in de positieve zin. Je moet naar mijn mening toch al heel ruimdenkend zijn om aan dit album een boodschap te hebben.

Los Campesinos!

Hold on now, Youngster

Geschreven door

Het jeugdig collectief uit Wales, Los Campesinos, werd met de EP ‘Sticking fingers into Sockets’ al gerekend als één van de beloftes van 2008. Hun bruisende cocktail van gitaarpop en folk is fris, sprankelend, energiek en zwierig, werkt aanstekelijk en is soms meezingbaar door de uptempo melodie. Hun muzikale onbezonnenheid, speelsheid en enthousiasme zorgt voor een overtuigend debuut; ze halen elementen aan van Pavement en zijn een handig alternatief op Polyphonic Spree, Architecture In Helsinki en Broken Social Scene.
Op hun full cd geeft de vier man – drie vrouw band goed gas, maar doseren ze ook, waardoor het geheel dynamisch (“Death to …” en “Drop it doe eyes”) en broeierig (“Broken heartbearts …”, “This is how you spell, …” , “Sweet dreams, sweet chicks”) klinkt. Hun charmante songtitels zijn soms een zin lang.
Ze brengen voldoende variatie aan in hun oorstrelende en feeling good music.

Willy DeVille

Pistola

Geschreven door

‘Pistola’ is een typische Willy Deville plaat geworden. Wat betekent een mengeling van blues, roots, tex-mex, mardi grass en ingehouden maar oprechte rock. Deville is oud genoeg om het allemaal onder de knie te hebben en er een onderhoudende plaat mee te brouwen. Nieuwe fans zal hij er niet  bij krijgen, de bestaande  zullen hiermee evenwel niet ontgoocheld zijn.
Wily Deville is nog steeds een boeiend  verteller en intrigerend zanger. Zijn songs zijn met gevoel op de wereld gebracht, ze zijn simpel en efficiënt. Deville heeft op ‘Pistola’ gewoon gedaan waar hij goed in is, en dat is zijn eigen muziek maken zonder zich iets van de huidige trends aan te trekken. Het zal hem geen moer uitmaken hoeveel mensen daadwerkelijk zijn nieuwe plaat kopen, als hij er maar plezier aan beleeft en zichzelf niet verloochent. En dat is ook zo, Pistola is niet wereldschokkend maar is gewoon een oerdegelijke Willy Deville plaat met de typische ingrediënten. Niet meer, maar ook niet minder.

The Chemical Brothers

We are the night

Geschreven door

Ed Simons en Tom Rowlands vonden met ‘Push the button’ terug aansluiting met de huidige ontwikkelingen in de dance. Hun chemical (break)beats klinken misschien minder vettig en bonkend, toch onderscheidt het duo zich als geluidstovenaars om pop te mengen met elektro, disco, hiphop, psychedelica en dance. Met als gevolg een bezwerende, groovy dansbare sound met enkele trance/chillout rustpunten; een sound die zich meester maakt van je dansspieren en van je brein.
”Do it again”, “Das spiegel”, “The salmon dance (met Fatlib) en “Burst generator” zijn de sterkste danssongs; de trancegerichte soundscapes en psychedelica als op “Saturate”, “The pills won’t help you now” en de titelsong verbazen. “Battle scars” (met Willy Mason en wat een puike xylo!partij) graaft diep in het roemrijke dansverleden. En beide heren hebben zo hun gedacht omtrent een rustig avondje, luister maar eens “A modern midnight conversation”: een hemels sfeervol nachtnummer met een vleugje disco.
Op ’We are the night’ is de chemische formule van de twee heren nog steeds niet uitgewerkt; integendeel hun positie blijft meer dan behouden binnen de huidige moderne dance/elektronica.

Arid

All things come in waves

Geschreven door

Het Gentse Arid heeft zes jaar op zich laten wachten voor nieuw werk. Redenen zijn te zoeken in de solo uitstap van de zanger Jasper Steverlinck, maar ook diens langdurig herstel van toxoplasmose.
‘All things come in waves’ is de opvolger van ‘Little things of Venom’(’99) en van ‘All is quiet now’(02).
Muzikaal zijn er geen verrassingen. Het is een goede cd van melodieus emotievolle pop en weemoedige ballads, bepaald door die hoge; soms vrouwelijk aandoende, vocals van Jasper. Het is een evenwichtige, gevarieerde plaat: soms klinkt de band directer als op “I hear voices” en “In praise of”; of is de factor sfeervolle pop hoog (zoals op “Words” en “Why do you run”). “I don’t know where I’m going”, een intieme pianoballad, is het meest breekbare nummer van de plaat. De overige songs zijn rijkelijk gearrangeerd door toetsen, strijkers en piano.
’ All things come in waves’ is een happy terugkeer van Jasper en David en zet de muzikale leest van romantische zieltjespop rustig verder.

Zita Swoon

Zita Swoon: sfeerscheppingen in ‘ABandInABox’

Geschreven door

Zita Swoon gaf twee jaar terug de aanzet van een reeks ‘BandInABox’ concerten, die een waar succesverhaal werden. De ‘BandInABox’ optredens hebben de volgende formule: geen podium, optredens in het midden van de zaal, bandleden en instrumenten opeengepakt, een minimale versterking en een nauw contact met het publiek. Het gevolg is genieten van de broeierige, dansbare sound van Zita Swoon, die pop, soul, funk, jazz, latingroove, balkan en cabaret samenbrengt, in een sober gehouden lichtdecor van een warme gloed van witrode spots. Het initiatief is gegroeid uit hun muzikale ervaringen, de talrijke optredens en de vroegere theatertournees. Een bevestiging van Zita Swoon’s creativiteit!

In het kader van ‘Big city’, hun plaat van 2007, startte de tweede reeks ‘BandInABox’. De première was in het Koninklijk Circus. Met z’n acht pakten ze de songs avontuurlijk en elegant aan. Oor en oogstrelend!, waarbij het KC werd omgedoopt tot een knusse, gezellige woonkamer.
Ze speelden een uiterst gevarieerde set : ingetogen, gevoelig, partyswing, alle duivels ontbinden en entertainment.
Een prestatie die enkel en alleen kon geleverd worden door een goed op elkaar ingespeelde band; elk instrument kreeg voldoende ruimte: de dubbele percussie, bas, gitaar, toetsen en elektronica, gedragen door de hese vocals van Stef Camil en de soulfulle zang van de twee bevallige zusjes/backingvocalisten.
De tandem Stef Camil – Tom Pintens stond recht tegenover elkaar. Deze positie raakte ons, want na deze intieme clubtournee, zal Tom na ruim 15 jaar Zita Swoon verlaten en nieuwe paden bewandelen.
Net als bij de clubtournee van ‘Big city’ vorig jaar, kregen we een paar songs voorgeschoteld van Moondog Jr.’s ‘Sunrise’ (die elementen verhaalde van het leven in een grootstad!), gelinkt aan nummers van hun huidige cd. De donker dreigende instrumental “A song of 2 humans” opende. Een sfeervolle aanpak volgde met “Jo’s Wine Song”, “People are like swamming doors” en “She= like meeting Jesus”. De dubbele percussie, de toetsen en de backing vocals namen een voorname plaats in hun huiskamermuziek.
De dames waagden zich aan een eerste danspas op “Thinking about you all of the time”en “I feel alive in the city”. Stef Camil richtte zich meer tot z’n publiek, wat de band ‘closer’ maakte. De opzwepende, groovy sound prikkelde en werkte aanstekelijk.
Moeiteloos stapten ze over naar de  intieme “A song for a death singer” en “Intrigue”. “l’Opaque paradis”, op piano jazzy ingeleid, kreeg een ommezwaai naar Arno’s “Filles du bord de la mer”. On stage werd stevig gedanst!
Tijd voor een drieluik: “People can’t stand the truth”, Jamaïca’s “Walk & don’t look back” van Peter Tosh en “Hot hotter hottest”. Origineel, kleurrijk, broeierig en opwindend! En opnieuw wisselden ze perfect af naar het filmische ‘Sunrise’ met “Could’t she get drowned” en een pittig bedreven “Everything is not the same”. “Pretty girl” en de titelsong “Big city” riepen letterlijk het beeld op van een druilerige dag in de grootstad. Brrr…
Het ritme en het tempo werd forser en krachtiger. De kaart van een partysfeer werd getrokken en zette iedereen aan tot dansen: “Big black TV cat”, “Jintro & the great luna” en “Maria. Rustpunt was “Dare to love”, die door de vingerknips de intimiteit onderstreepte .
“Stamina” lijkt wel de traditionele afsluiter in hun sets: een puike opbouw, mooi uitgesponnen, alle muzikale stijlen van funk, pop, soul en gospel bijeen, en eindigend met feedbackgeraas.

Zita Swoon speelde een origineel, afwisselend, kwalitatief overtuigend concert. In de ‘BandInABox’ speelden ze met muziekstijlen, sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen, wat terecht sterk werd geapprecieerd!

Organisatie; Botanique, Brussel

Nada Surf

Nada Surf: speels, ontspannend, radiovriendelijk, ontroerend en rockend

Geschreven door

Het New Yorkse trio Nada Surf, onder zanger/componist en gitarist Matthew Caws, bracht onlangs hun vijfde cd uit ‘Lucky’. Het sympathieke, immer enthousiaste trio onderneemt momenteel een heuse clubtournee. Trouwens, ze hebben er een vierde man bij op toetsen, die zorgt voor een breder, sfeervol en warmer geluid op die ‘alternative emotional vier minuten collegerock’ van Nada Surf, die ergens laveert tussen Semisonic, Weezer, Fountains Of  Wayne en Death Cab For Cutie. Spijtig genoeg wordt Nada Surf nog te pas en te onpas gelinkt aan hun wereldhit “Popular” van het debuut ‘High/Low’ (’96).
Het kwartet mag een overwegend jong en (Franssprekend) publiek als fans rekenen, die uitbundig reageerden, en de refreintjes uit volle borst meezongen. Op één van de laatste songs, het stomende “Blankest year” huppelden zelfs een paar jongeren op het podium, wat deed denken aan een typisch Amerikaans schoolbal!

Nada Surf bood een evenwichtige, gevarieerde set van gitaarpop ‘met ballen’, droompop en liefdesliedjes. Caws toverde popsongs uit z’n hand alsof het niks was! Lievelingspaat ‘Let go’ uit 2002 kwam ruimschoots aan bod naast het recenter materiaal.
Een stevige “Hi Speed Soul” opende de bijna twee uur durende set: een melodieus opzwepende rocker, gedragen door de heldere vocals van Matthew . Een paar nieuwe songs volgden: “Authority” en “Weightless” benadrukten duidelijk de sfeervollere aanpak van de band!
De groep bood voldoende afwisseling; van een pittig bedreven “Happy kid” en een broeierige “Killian’s red” - die een sterke opbouw hadden -, ging het naar  enkele weemoedig en ingetogen songs als “Paper boats” en “80 windows”. Beklijvend en pakkend!
De groep ging naar een spannende finale met een swingend “Blizzard of 77” (prachtige gitaarsolo!), hun “Blonde on blonde” breiden ze aan Joy Division’s “Love will tear us apart” (met een typisch ‘80’s wave orgeltje!-) en afsluiter “Blankest year” klonk fris en stevig.
Niet alle (nieuwe) songs waren sterk; de ‘bubblegum’songs  “Ice on the wing”, “Beautiful beat” en “See these bones” werden net voldoende goed opgevangen door dynamische songs en de poppy singles “Like what you say”, “Inside of love”, “Do it again” en “Always love”. Caws zette het publiek aan tot golvende hoofdbewegingen. Leuk alvast.
De groep kon rekenen op een sterke respons. “Popular” mocht niet ontbreken. Het was het laatste nummer, en het viel sterk op dat door de rauwe klank en door Caws’ praatzang het nummer zich heeft afgescheurd van de doorsnee Nada Surf songs.
Speels, ontspannend, radiovriendelijk, ontroerend en stevig rockend zijn de juiste trefwoorden van het avondje Nada Surf, een groep met een eigen gezicht!

Het ander Amerikaans collectief rondom Zach Rogue, Rogue Wave, die nota bene al vijf jaar bezig is en drie cd’s telt (vorig jaar verscheen ‘Asleep at heaven’s gate’) speelde onvervalste dromerige, vaardige en sprankelende indiegitaarpop, bepaald door sfeervolle toetsen en beheerst door een melancholische zang.
Hoogtepunten waren “Like I needed”, “Chicago x 12”  (Matthew was backing vocalist!) en het oude “Keep the heart out”. Ze gooiden er nog een Neil Young song bovenop, uit de plaat ‘After the goldrush’. Besluit: Rogue Wave speelde veertig minuten aanstekelijke gitaarpop.

Organisatie: Botanique, Brussel

José Gonzales

José Gonzalez en Vic Chesnutt blijven niet hangen

Geschreven door

Le Grand Mix heeft iets met slechte voorprogramma’s. Vaak hoorden we – zoals vorige week nog – rauwe tot flauwe voorprogramma’s vanuit hun thuisfront. Ok, het siert hen om de lokale bands een forum te geven, maar het moet toch ergens op trekken.

Groot was onze opluchting toen we wisten dat het een buitenlandse band was, namelijk Vic Chesnutt en co, die het genie Gonzalez kwam ondersteunen. Helaas maakte die opluchting snel plaats voor ontgoocheling. Ondanks de fysieke beperktheid heeft Chesnutt voldoende muzikale kwaliteit en heeft hij zeker al kaas gegeten van songwriterschap, maar ik krijg hét van dat arty-farty gedoe en het opzettelijk etaleren van een zogenaamd buikgevoel. Zijn begeleidingsband creëerde op het eerste zicht een lekkere bombastische soundscape, met viooltjes, fuzz en andere nodige geluidjes, maar begon al snel te vervelen door dat in iedere song te herhalen zonder enige zin voor variatie hierop. Bovendien bestonden ze erin om na ruim een uur als afsluiter héél vakkundig “Ruby Tuesday” te verkrachten. Een optreden om snel te vergeten dus.

Gelukkig was er nog onze Gonzalez. Die kerel heeft het gewoon: Alleen met zijn gitaar op het podium. Hij is ten eerste een schitterende singer-songwriter die heel wat pareltjes in petto heeft, ten tweede is hij een begenadigd gitarist: geen vervorming, iedere song een andere tuning en bovendien héél professioneel, beklijvend én warm kunnen spelen: Hij hééft buikgevoel, hij moet het niet creëren of forceren. Ten derde heeft hij een zachte intimistische stem die toch ferm draagt. Tenslotte heeft die mens ook nog eens een van de meest sexiest aura’s op deze planeet (sorry, Lenny).
Het was leuk om nog eens zoveel geile vrouwelijke dertigers vòòr het podium te zien.
En toch, het zal niet blijven hangen…

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Simple Songs

Last Day On Earth EP

Geschreven door

Achter SimpleSongs schuilt multi/instrumentaliste en singer/songwriter Ken Veerman uit Antwerpen. Op z’n eentje brengt hij breekbaar, ingetogen ‘treurwilgen’ songmateriaal gevat door een lofi-aanpak van akoestische gitaar, piano, elektronica-apparatuur en voice-sampling. Het zijn dramatisch beklijvende, doordachte nummers; de titels liegen er niet om: “Last day on earth”, “Apologise” en “Breathe fire”. “We can’t stall for time (no more)” krijgt elan door beatboxing. De melodieus sterk opgebouwde songs moeten deze jonge gast de kans geven zich verder te ontplooien. Een EP die verdomd naar meer ruikt …

Info op www.simplesongs.be

ManManMan

Zot Van Liefde

Geschreven door

Het cabaresque duo Bart Schollaert en Walter Janssens zagen we voorbije zomer aan het werk onder ManManMan met hun woonwagen op een festival. Hun cdtje ‘Zot Van Liefde’ is alvast een te koesteren plaatje naast hun comedy en cabaret. Hun kolder en sketches schakelden ze aaneen met nummers op akoestische gitaar, accordeon en contrabas.
De cd is breder omlijst, gesitueerd binnen de kleinkunst van Jan De Wilde, De Nieuwe Snaar, De Schedelgeboorten en Kommil Foo. We horen spitsvondige teksten van zwierige, vrolijke, fris sprankelende muziek (“Het leven gaat snel”, “Ze danst het vlees” en “Supermanmanman”); “De drijvende hoer” en de titelsong  zijn te situeren binnen een diepgaand pakkende, weemoedige context.
ManManMan brengt een zomerse cocktail van stijlen, leuk, ontspannend en sfeervol.

Info op www.manmanman.be

Pere Ubu

Een generale repetitie van Pere Ubu

Geschreven door

Pere Ubu is al 30 jaar de band rond de imposante singer/songwriter David Thomas uit Cleveland, Ohio. Avantgarde/psychedelicapop, waarbij de songs een broeierige spanning hebben, onverwachtse wendingen ondergaan en een portie avontuur en experiment bevatten. Het zijn vaudeville songs op z’n Tom Waits, die zeggingskracht krijgen door de neuzelende, neurotische klaag/praatzang van Thomas en mans afdwalende blik. Memorabele platen in het oeuvre waren het debuut ‘The modern dance’ en ‘The song of the bailing man’. Thomas nam pas in 2006 de draad terug op met Pere Ubu, want hij had tussenin de handen vol met het muzikaal project van The Two Pale Boys, met vaste rechterhand/gitarist Keith Moliné.
Pere Ubu concerteerde anderhalf jaar om hun laatste cd ‘Why I hate women’ voor te stellen. Een nieuwe cd blijft voorlopig uit en zo te horen van Thomas gaan ze pas in het najaar opnieuw de studio in.

Spijtig genoeg zagen en hoorden we weinig nieuws (de klemtoon kwam op de laatste twee cd’s ‘Why I hate women’ en ‘St. Arkansas’); natuurlijk is het altijd wel leuk Thomas aan het werk te zien: regenjas aan, hoed op, de ogen halfopen - verzonken in z’n dwarrelende leefwereld -, een glimp naar z’n tekstboek en naar het publiek, een flesje wijn bij de hand, de paar pinten op het podium en z’n stoel, waarop hij af en toe eens uitrustte toen de anderen soleerden.
Meteen begon Thomas met een niet voor de hand liggende song “Texas Overture, een lang nummer, afsluiter van de laatste plaat, bepaald door een onheilspellend, dreigende opbouw en mans praatzang. De soundtrack voor een David Lynch film.  “Babylonian warehouses” had een repetitief karakter en liet Thomas horen door een telefoonmodule . Directer en meer rechttoe –rechtaan klonk “Caroleen”. Vervolgens grossierde hij in z’n oeuvre met “Stolen cadillac”, “Folly of youth”, “Perfume”, “Phone home Jonah”, “Sad txt” (trouwens één van z’n favorieten, een trieste liefdesverklaring maar tevens ook afwijzing!) en “The modern dance” die de set al na een uur besloot. In de bis hoorden we dezelfde songs als anderhalf jaar terug: “Dark”, “Final solution”, “Street waves” en  “We have the technology”, sommige mooi uitgesponnen, waarbij Thomas z’n muzikanten de vrije loop liet; vooral de experimenteerdrift van leden Moliné (op gitaar) en Wheeler (vervormde geluidjes en bleeps op synths en resonantie) maakte van Pere Ubu een te onderscheiden band.
Af en toe verliet Thomas zelfs de set, of bewoog rusteloos op het podium, of plofte zich neer op z’n stoel, nippend aan de fles wijn of een pint bier.
Hij was minder van zeg dan vorige keer. De interacties waren koeler, maar na het optreden herkenden we die vriendelijke weirdo man van warme contacten.

Ondanks de origineel unieke sound, gaf Pere Ubu in de Ha eerder een opwarmertje van een generale repetitie.

Support was Kawada uit Merchtem, die begin maart hun debuut (op Keremos label) zullen uithebben en al wat fraais lieten horen op hun anderhalf jaar geleden verschenen EP. De band brengt avontuurlijke, sfeervolle poprock, met blazers, toetsen en viool. Spil is zanger/componist /pianist Joeri Cnapelinckx, die vocaal leunt aan Bent Van Looy. Trouwens, de invloeden van Das Pop en Absynthe Minded waren te horen bij deze beloftevolle band, die broeierig en gevarieerd songmateriaal voorstelde.
Het wordt uitkijken naar deze band, die zich al eens in de kijker speelde op één van de vroegere préselecties van Humo’s Rock Rally.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Joe Henry

Vakkundige songs schitteren ook op het podium

Geschreven door

Joe Henry bouwt al jarenlang een artistiek hoogstaande carrière uit. Hij is niet alleen een begenadigde songschrijver maar ook als producer heeft hij al mooie dingen laten horen via platen van onder meer Teddy Thompson, John Doe, Aimee Mann, Mavis Staples en Mary Gauthier. Bovendien stond hij achter de knoppen van de albums ‘Don’t Give Up On Me’ (2002) van Solomon Burke en ‘I’ve Got My Own Hell to Raise’ (2005) van Betty LaVette. Voor beide artiesten leverde dit een comeback van jewelste op, terwijl Joe Henry zelf voor het album van Solomon Burke een Grammy Award in ontvangst mocht nemen.
En ondanks al deze mooie resultaten gaan de eigen albums van de bezige bij Joe Henry niet in grote aantallen over de toonbank. Ook het vorige jaar uitgebrachte ‘Civilians’, zijn 10de en wat ons betreft opnieuw te koesteren soloplaat, zal daar vermoedelijk niet veel aan veranderen. Dat gelukkig niet iedereen kwantiteit als een noodzakelijk synoniem van kwaliteit beschouwt, getuigt het feit dat alle (zit)plaatsen voor zijn concert in de Gentse Handelsbeurs reeds wéken voor datum uitverkocht waren.
Omdat Joe Henry op zijn platen telkens andere accenten legt en nieuwe richtingen wil inslaan, met aandacht afwisselend op onder meer rock, country, soul en funk was het dan ook de vraag hoe de songs afgelopen woensdag zouden gebracht worden. Welnu, op deze tournee laat Joe Henry zich enkel omringen door bassist David Pilch en drummer Jay Bellerose zodat het doel duidelijk was: de soberheid van zijn recentste plaat vertalen naar het podium.

Het concert begon met niet minder dan vijf nummers uit ‘Civilians’, zijnde het titelnummer, “Scare Me To Death”, “Civil War”, “Time Is A Lion” en “You Can’t Fail Me Now” (neergepend samen met Loudon Wainwright III die dit zelf ook nog eens op mooie wijze uitbracht op zijn album ‘Strange Weirdos: Music from and Inspired by the Film Knocked Up’). Joe Henry, die zich onmiddellijk excuseerde dat hij niet de taal van ons land machtig was, speelde afwisselend piano en akoestische gitaar.
Dat Jay Bellerose een uitstekende drummer is, daar moet u ons niet van overtuigen (zie maar wat hij recentelijk heeft gepresteerd op ‘Raising Sand’, het album van Robert Plant en Alison Krauss), maar tijdens de aanvang van het concert vonden we zijn slagen toch wel iets te overheersend (vooral bij “Time Is A Lion”). Misschien was de geluidman eenzelfde idee toegedaan maar feit was wel dat dit nadien leek bijgesteld te zijn zodat de inbreng van de drie muzikanten veel meer op één lijn kwam te liggen en het muzikale evenwicht werd hersteld. Dit bleek meteen bij “This Afternoon” en het prachtig vertolkte “Sold” uit het vorige album ‘Tiny Voices’.
Ondertussen bracht Joe Henry solo op akoestische gitaar “I Will Write My Book”, een lied over onvoorwaardelijke liefde waarbij hij grappend meedeelde dat hij hoopte dat een artieste als Diana Krall dit zou coveren en dat het aldus hem veel geld zou opleveren. Dat zelfrelativerende dat Joe Henry zo typeert, kwam nadien ook duidelijk tot uiting toen hij “Stop” inzette. Hij schreef dit namelijk samen met zijn schoonzuster Madonna (Joe Henry is immers getrouwd met haar zus) en hij merkte droogjes op dat hij van het nummer een tangoversie maakte terwijl zij er onder de titel van “Don’t Tell Me” een megahit mee te pakken had.
Vervolgens werd teruggegrepen naar wat ouder werk via achtereenvolgens een ritmisch “Like She Was A Hammer”, “Fuse”, “Trampolene” en “Flag”. De impact van het gebrachte werk ging duidelijk crescendo en bereikte een absoluut hoogtepunt via opnieuw twee nummers uit ‘Civilians’.
Zo was er eerst “God Only Knows” (niet te verwarren met de gelijknamige Beach Boys klassieker maar een nummer dat eigenlijk speciaal geschreven was voor Mavis Staples) waarbij Joe Henry, gezeten achter de piano, vakkundig werd begeleid door ingetogen baswerk van David Pilch en de drumborstels van Jay Bellerose. De andere climax betrof het als bis gebrachte “Our Song” dat nóg kaler en scherper klonk dan op plaat waarna de drie muzikanten die opnieuw een perfecte symbiose vormden, onder een staande ovatie het podium verlieten.
Er was uiteindelijk ruimte voor nog een toegift in de vorm van “Edgar Bergen” waarin een flard “I’ve Got You Under My Skin” werd verweven.

Het publiek heeft kunnen genieten van een rasartiest (een vergelijking met Tom Waits ligt om diverse redenen zo voor de hand) die zijn vakkundige, tekstueel erg sterke songs op het podium liet schitteren, geruggensteund door twee sterke begeleiders én de akoestische troeven van de Handelsbeurs.
De alt-country nummers uit zijn beginperiode en jammer genoeg ook een prachtige plaat als ‘Shuffletown’ werden onaangeroerd gelaten. Evenmin werd de ‘Map Of Belgium’ uit de kast gehaald. Maar wie weet wijst dit erop dat Joe Henry ook zonder landkaart één van onze podia heeft weten te vinden. Hopelijk herhaalt hij dit binnenkort nog eens. Uit het gesprek dat we achteraf nog met hem hadden, bleek dat hijzelf alvast vragende partij is. Dus organisatoren: grijp uw kans!

Setlist: Civilians, Scare Me To death, Civil War, Time Is A Lion, You Can’t Fail Me Now, This Afternoon, I Will Write My Book, Sold, Stop, Like She Was A Hammer, Fuse, God Only Knows, Trampoline, Flag, Our Song, Edgar Bergen / I’ve Got You Under My Skin

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Patrick Watson

Close to Paradise

Geschreven door

Patrick Watson is één van de nieuwe ontdekkingen in het singer/songwriterlandschap. De 27 jarige Canadees uit Quebec is al toe aan z’n derde plaat, maar krijgt nu pas de verdiende respons te Europa.
Z’n sfeervolle, dromerige sound bevat retropsychedelica van een Pink Floyd en hij linkt dit moeiteloos aan de sound van Radiohead, Jeff Buckley en Antony & The Johnsons.
De cd bevat dertien ingetogen nummers die af en toe aangevuld worden met elektronica, een gitaarlijntje, blazers, sampling en een softe percussie. Het intieme pianospel en mans pakkend zalvende stem staan voorop. Titelsong en opener van de plaat is een regelrechte ‘60’s Pink Floyds song; op “The great escape”, het instrumentaaltje “Mr Tom” en de afsluiter “Bright shiny lights” opereert hij vanachter de piano. Hij brengt z’n band ter sprake op de dromerige songs “Daydreamer”, “Slip into your skin”, “Giver” en “Drifters”. Er is voldoende variatie te horen op z’n ingetogen nummers luister maar eens naar “Man under the sea” (met blazers) of  het country getinte “The storm”. En met  “Luscious life” kan hij alvast een aardige poppy hit op zak hebben.
Kortom, Patrick Watson heeft een wonderschone plaat uit. Een talentrijke singer/songwriter.
Hij concerteert trouwens in GrandMix Tourcoing op 19 maart!

The Raveonettes

Lust Lust Lust

Geschreven door

Het Deense The Raveonettes, Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), zijn aan hun derde cd. In 2002 debuteerden zij met de EP ‘Whip it on’, een versmelting van ‘60’s gitaar garage rock’n’roll en ‘80’s wave met distortion en feedbackgeraas.
Intussen is de sound door de jaren subtieler en verfijnder geworden. Een soort kauwgomballenpop, broeierige en sfeervolle rock’n’roll, wat resulteerde in twijfelende cd’s ‘Chain gang of love’ en ‘Pretty in black’. ‘Lust Lust Lust’ brengt vijf jaren het Deense gezelschap samen.
We horen spannende rock’n’roll sound van een soort ‘road movie’, bepaald door gitaargetokkel en een zweverige samenzang. “Aly, walk with me” is een pittig gekruide opener. Ze behouden dit tempo op “Blush” en “You want the candy”. Het duo klinkt poppy op “Dead sound”, “Expelled from love”, “Blitzed” en op de titelsong. Het dromerige, ingetogen karakter van de vroegere cd’s horen we op “Hallucinations”, “Black satin” en de afsluitende tracks “With my eyes closed” en “The beat dies”.
’Lust Lust Lust’ van The Raveonettes is boeiend doch slaagt er niet meer in het wervelende debuut te benaderen.

(The) Nits

Doing the dishes

Geschreven door

Al 35 jaar doen de Nits gewoon hun eigen ding. 'Doing The Dishes' is de 19de plaat en de opvolger voor 'Les Nuits' uit 2005. 'Les Nuits' was een lekker ingetogen en melancholische plaat.
Al vanaf de opener "No Man's Land" hoor je dat dit album een totaal andere richting uit gaat. 'Doing The Dishes' is een album vol vrolijke, happy deuntjes. Zoals altijd brengt de band hun eigenzinnig pop/rock met oog voor veel detail. Kleine details die dikwijls tot uiting komen door het kiezen van een niet voor de hand liggende klankkleur of een wat moeilijker in het oorliggende melodie.
'Doing The Dishes' wordt vooral gekenmerkt door een grote diversiteit. De band flirt zowel met folk, country ("In Dutch Fields") tot garagerock ("Moon Dog"). Persoonlijk ben ik een grote fan van de meer droefgeestige sound van deze sympathieke Hollanders maar van dit overwegende up-tempo album kan je alleen maar vrolijk worden. Moeite heb ik dan weer met enkele opvullertjes zoals "I'm A Fly"…leuk maar totaal overbodig.
Het Nederlandse power-trio Hofstede-Stips-Cloet is met deze nieuwe schijf weer helemaal terug! Stamp meteen die vaatwasser buiten want voortaan is het genieten om weer de vaat met de hand te doen….zeker met 'Doing The Dishes' als begeleidingsplaat.
Voor wie het album digitaal wil aankopen krijg je via Itunes 3 extra songs, maar dan mis je wel het prachtige artwork die het album siert.

Drive By Truckers

Brighter than creation’s dark

Geschreven door

Als we de betere Britse muziekpers moeten geloven, en dan bedoelen we bladen als Uncut en Mojo en niet de omhooggevallen hype jagers van NME, dan is dit veruit het beste album van DBT tot dusver, een absoluut meesterwerk, zo vernemen wij. Extreem hoge verwachtingen brengt dit met zich mee, want wij kunnen helemaal niet geloven dat DBT hun piece de resistance ‘Southern rock opera’ uit 2000 ooit nog zouden kunnen overtreffen. Met ‘The Dirty South’ (2004), een gemene rocker met scherpe tanden, kwamen ze aardig in de buurt maar ‘A blessing and a curse’ uit 2006 vonden wij toch iets te lauw voor zo’n sterke band.
Met de nieuwe ‘Brighter than creation’s dark’ is de band weer zeer ambitieus, maar liefst 19 songs, in goeie ouwe vinyl tijden zou dit een kwieke dubbelaar geweest zijn. En het is inderdaad een ijzersterk album geworden, mede door de diversiteit in stijlen (country, roots, stevige rock en americana) en door maar liefst drie verschillende zangers waarbij bassiste Shonna Tucker de meer rootsy country nummers voor zich neemt. De sterkte van dit album zit hem vooral in de kwaliteit van de songs, de country nummers zijn nooit melig, de rockers zijn nergens banaal, de songs hebben allen een verhaal en een doorleefde sound, vooral wanneer ze van vocals voorzien zijn door Patterson Hood die, hoezeer de anderen ook hun best doen, de meest authentieke en diepgravende stem heeft . 19 songs en geen enkele overbodige ertussen, weinig artiesten kunnen dezer dagen dergelijk rapport voorleggen. De plaat is iets geraffineerder en bevat minder wilde rock dan bvb ‘The Dirty South’ en ‘Southern rock opera’, alhoewel het er bij momenten toch nog wel hevig aan toe gaat. ‘Brighter than creation’s dark’ is vooral sterk als geheel en is niet zomaar een collectie van een hoop knappe songs, het is zo een album waarbij je goesting krijgt om met een pick-up truck via de route 66 de USA te doorkruisen, de plaat ademt gewoon dat Amerikaanse southern gevoel zonder daarbij naar macho gedoe of ongepast patriottisme te stinken. Alle songs zijn een onmisbare schakel in een prachtig totaalstuk. Onbegonnen werk dus om hier hoogtepunten uit te halen omdat het album in zijn geheel staat als een huis, of een ranch is misschien toepasselijker.
Drive By Truckers is een van de interessantste en meest geloofwaardige Amerikaanse rockbands van dit moment  en hebben met deze plaat een geweldig visitekaartje afgegeven waardoor ze nu hopelijk ook in Europa de nodige erkenning zullen krijgen. Of dit hun beste tot op heden is laten wij nog open, want een mijlpaal als ‘Southern rock Opera’ stoot je zomaar niet van de troon.

Bad Brains

Build A Nation

Geschreven door

Het Amerikaanse viertal uit Washington DC, Bad Brains, was midden de jaren ’80 erg populair . Ze brachten een kruising van rauwe rock, punk, hardcore , reggae en dub. Ze stonden aan de wieg van de crossover. Groepen als een Urban Dance Squad, Living Colour, Faith No More, 24-7 Spyz , Beastie Boys en Cypress Hill lieten zich inspireren door het weirdo kwartet.
’Build A Nation’ komt ruim twaalf jaar na de weinig spraakmakende laatste worp (‘God Of Love’). Bad Brains heeft het heilig vuur zeker niet meer in zich; de plaat weet nog wel aardig te scoren, dankzij de productionele hulp van Beastie Boy Adam Yauch. We horen energieke hardcore en geestesverruimende reggae. Een gevarieerd direct klinkend plaatje, doch eentje die maar weinig potten meer zal breken.

Ayreon

1011001

Geschreven door

Mister ‘Ayreon’ Arjen Anthony Lucassen heeft sinds zijn vertrek bij Stream Of Passion gewerkt aan een opvolger voor het alom geprezen ‘The Human Equation’ uit 2004. Ook nu zijn de meeste kritieken super lovend al ben ik zelf iets minder enthousiast over de nieuwe Ayreon dubbelaar. Opnieuw is uit het meesterbrein van Lucassen een ingewikkeld verhaal ontsproten. Neem nu de titel ‘01011001’. Deze binaire reeks staat decimaal gelijk aan 89, 89 is de ASCII code voor de letter ‘Y’. Volgt U nog?
De plaat brengt dan ook het verhaal over de planeet ‘Y’ en is dus terug een Sci-Fi / Fantasy project. Muzikaal laat Lucassen zich weer omringen door een indrukwekkende cast van gastmuzikanten. Tomas Bodin (Flower Kings), Steve Lee (Gotthard), Bob Catley (Magnum), Derik Sherinian (ex-Dream Theater), Simone Simons (Epica) & Jorn Lande zijn slechts enkele namen die de Ayreon traditie hoog houden.
Opnieuw is het album een mix van progressieve rock, heavy rock, folkrock, melodic rock en spacy- electro soundscapes.  Het album maakt met “Age Of Shadows” een bijzonder sterke start maar helaas kan men dit hoge niveau niet aanhouden. Hoewel er zeer sterk wordt gemusiceerd op ‘01011001’ zijn er op de plaat ook teveel middelmatige stukken. “Comatose”, met Jorn Lande in de hoofdrol, is een zeldzaam hoogtepunt.
Ik kan gerust concluderen dat dit album niet echt vernieuwend klinkt en dat Lucassen in het verleden met Ayreon al sterker materiaal heeft uitbracht. Toch is het mijn overtuiging dat ook deze ‘01011001’ een groeiplaat zal worden en pas na vele luistersessies zijn kwaliteit ten volle zal prijsgeven. De productie van het album is subliem en ook de afwerking (het album verscheen in drie verschillende versies) is zoals altijd top!

Pagina 483 van 499