logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Bryan Adams

11

Geschreven door

Wie dacht dat Bryan Adams met zijn nieuwste schijf hard ging toeslaan moet ik helaas teleurstellen. Zijn nieuwste album (jawel elfde studioalbum) kreeg de weinig creatieve titel '11' (met 11 songs!) en is de opvolger van de tegenvallende plaat 'Room Service' uit 2004. Om deze release kracht bij te zetten ging Adams op promotoer. In 11 dagen bezocht hij 11 Europese steden. Jammer dat Adams zich met deze plaat herhaalt want opnieuw brengt hij een album uit vol commerciële poprock deuntjes. Weinig doet nog denken aan de man die ons in de jaren tachtig aan het rocken bracht. Deze Canadees heeft echter klassiekers genoeg om nog steeds grote zalen te laten vollopen. Maar met dit nieuwe album zal hij weinig nieuwe fans maken en waarschijnlijk zullen ook vele oudere fans de man nu definitief de rug toe keren.
En toch is deze '11' niet echt een slecht album. Als je afstapt van het idee dat de man ooit stevig rockte kom je tot de conclusie dat hij toch nog wel in staat is om leuke radiovriendelijke popsongs te schrijven. De eerste single "I Thought I'D Seen Everything" is uiterst zwak. Beter zijn het bluesy "I Ain't Losing The Fight", het up-tempo "Oxygen" en het mysterieuze  "Mysterious Ways". De beste song van het album is echter de bonustrack (track 12) "Way Of The World", dat jammer genoeg niet aan elke verschenen albumversie werd toegevoegd. Een melodieuze poprock song kan de man nog zeker schrijven, alleen had de uitvoering wat meer ballen mogen hebben. Wat stevigheid had dit album zeker ten goede kunnen komen, nu maakt de man slechts een behoorlijke beurt.

Junkie XL

Booming back at you

Geschreven door

Tom Holkenborg, het mannetje achter de draaitafels met klak, t-shirt en vest, is al enkele jaren actief vanuit de VS (LA); hij maakt momenteel furore met z’n rave muziek voor games. Hij brengt met z’n recentste cd een mainstream dansconcept. Na het beluisteren van deze nieuwe plaat is het overduidelijk dat hij z’n ‘Saturday teenage kicks’, ‘Big sounds of the drags’ en ‘JXL: a broadcast …’ niet meer kan evenaren .
Het eerste deel van de cd is veelbelovend en gevarieerd: van big beats, pompende, beukende beats, trancegerichte dance, aanstekelijke melodietjes, die en af en toe wat vaart kunnen minderen door een sfeervolle aanpak en goed zijn door de vooraf opgenomen stemmen of sampling: “Booming right right at you”, de Siouxie cover “Cities in dust”, “You make me feel good”, “More” en “1967 Poem”.
Maar het overige materiaal is letterlijk huilen met de pet op! Een eentonig ééndimensionaal geluid, weinig spanning, fut en energie.
Resultaat: ‘Booming back at you’ is maar een halve goede plaat!

Tinariwen

Tinariwen: volksfeest met een boodschap!

Geschreven door

Vorig jaar verbaasde het nomadencollectief Tinariwen, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Sahara woestijn , het Europees vasteland met de derde cd ‘Aman Iman’. Ze zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi en spelen de ‘tishoumaren’ (muziek van de werklozen). Tinariwen heeft de volgende tekens, + I O : I, en is in het Nederlands vrij vertaald ‘lege plekken’. Ze vormen een  verademing binnen de worldpop, met een intrigerend, pittig bluesy retrorockend sausje; hun gitaargetokkel doet een beetje denken aan CCR, Jimi Hendrickx en John Lee Hooker. Dit gezelschap onderscheidt zich van andere Afrikaanse bands uit Mali als Amadou & Mariam, Toumani Diabeté en Ali Farka Touré.. Oorspronkelijk was hun muziek enkel verkrijgbaar op cassettes. De verzameling‘The radio tisdas sessions’ (’01) waren daar nog het levende bewijs van!

De gesluierde heren en dames van Tinariwen waren met acht op het podium en droegen typische Arabische klederdracht met amuletten. Ze hebben een  instrumentarium van akoestische en elektrische gitaren, bas en een djembe; het handgeklap, de donkere, nasale zang en de hoge vrouwenstemmen gaven een zuiders exotische prikkel. Fris, sfeervol, mystiek, ritmisch, energiek en door de groove, inwerkend op de dansspieren!
Meteen waanden we ons bij een avondlijk kampvuur in de woestijn, tentzeilen, waterpijpen, karaffen wijn en liggende kamelen; een volksfeest dus, maar bij Tinariwen is de boodschap meer dan dit: de problemen van hun volk, de onderdrukking, het uitblijven van politiek bewust zijn en de behoefte aan erkenning, wat te zien was op de projecties, naast de flarden teksten!
Het uitgebreide collectief nam een rustige start met “63” en “I tous”. Het tintelende gitaarspel (gekenmerkt door een bluesy ondertoon) en de repetitieve opzwepende ritmes verhoogden ongeforceerd het tempo. De gepassioneerde danspassen en de golvende armbewegingen gaven elan aan deze bezwerende, aanstekelijke sound; uit hun drie cd’s haalden ze “Chatma”, “Assouf” , “Aldhechen”, “Cler achel”, “Arawan” en “Tamatant tilay”.
Na meer dan anderhalf uur bereikte de band een apotheose met “Amassakoul”, “Win akalin” en “Mataddjem yinmixan” … een schitterend dansfeest op het podium met support Kel Assouf. Het worldcollectief verkreeg een overweldigende respons.

Vorig jaar zetten ze al tijdens Les Nuits Bota de zaal in vuur en vlam; moeiteloos konden ze dit overdoen in de AB!
Toegankelijke band met een ‘Rage’ boodschap, die steeds meer fans wint …

Organisatie: Ubu concerts ism Ancienne Belgique

dEUS

Terecht God met dEUS

Geschreven door

’Pocket Revolution’, uit 2005, betekende binnen de dEUS historiek een tabula rasa. De nakende crash werd net op tijd opgevangen door Alan Gevaert, Stephane Misseghers en Mauro, naast de bezetting van het eerste uur Klaas Janzoons en Tom Barman. Ze groeiden uit tot een homogene band, die met de opvolger ‘Vantage Point’, genoemd naar de huisstudio van dEUS, bewijzen dat ze op scherp staan; intens broeierige songs, grillig, eigenzinnig, spannend en  bedreven, kortom, een samengebalde energie die soms stoom moet aflaten door enkele vertrouwde ingetogen, smaakvolle melodieuze popsongs. En de winst zit ‘em in de guestvocals van Karin Dreijer (The Knife) op “Slow”, zanger Guy Garvey (Elbow) op “The vanishing of Maria Schneider” (nota bene over het verwelken van vrouwelijke schoonheid …) en natuurlijk Mauro’s inbreng.
Vóór de aanvang van grootse optredens en festivals besloot de band een clubtournee op getouw te zetten. Resultaat: de kaarten waren in een mum van tijd de deur uit (een mooie afwisseling trouwens tussen de drie clubs te Vlaanderen en Wallonië). Een handige zet om het nieuwe materiaal live goed onder de knie te hebben.
En de groep bewees een uur en driekwart op dreef te zijn met lekker nerveuze, gejaagde songs, af en toe geremd door dromerig, sfeervoller materiaal, wat hun vurige intensiteit deels afnam. Besluit van de set: Grote onderscheiding!

Onder een sober decor van witte spotlights stonden, net als bij de vorige tournee, vier heren op één rij , met achter hen drummer Misseghers. Ze creëerden meteen een broeierige spanning met “When the sun comes down” (opener van de nieuwe cd), en het bedreven, donker dreigende “Sun ra”, bepaald door Mauro’s zenuwachtige, creatieve gitaartrekjes en backing vocals.
In het eerste half uur was het tempo stevig, strak en overweldigend; een funkende groove op “Favourite game”, “Fell of the floor, man” en “The architect”, waarbij vooral de mooie samenzang opviel.
Ingetogen en rustig klonken ze met “Smokers reflect” en “The vanishing of Maria Schneider”, live nét de songs die nog wat de mist ingingen (misten we hier een guestvocalist?). Maar “Slow” op z’n beurt kon gepast worden opgevangen door Mauro’s intrigerende gitaarspel, de Blixa van The Bad Seeds!
”Theme from Turnpike” is en blijft een must; onder één witte spot kreeg het nummer vorm door de elektronica- en gitaar experimentjes, overstuurde vocals en Mauro’s schreeuwzang. Wat een muur bouwde dEUS hier op!
”Is a robot” was de ideale song voor een soundtrack van een science-fiction reeks; de neurotische praatzang van Barman gooide er nog een schepje bovenop! En tenslotte hadden we “Roses”, “Nothing really ends” en “Bad timing”: een spannende dreiging, gedreven en pittig opgebouwd door een stevige ritmesectie, snerpende gitaren en een sprankelende fijne melodie.
Als losgeslagen honden gingen ze tekeer op een mooi uitgesponnen “Instant street”, dat uitdeinde door de pedaaleffects, een avontuurlijk “Oh your God” dompelden ze onder in stroboscoop en was gekenmerkt door diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, en tenslotte “Suds & soda” mocht fors en krachtig het kroonstuk zijn.

De groep werd sterk onthaald. Ze toonden en verve aan het internationaal muzikaal uitgangsbord te zijn. Straf spul! Rock Werchter heeft een hecht rockende headliner op zak! Terecht kreeg Barman een Gouden Erepenning voor z’n cultureel en muzikaal werk. Ere wie ere toekomt!

Vettige en retestrakke garagerock’n’roll blues hoorden we van de support The Black Box Revelation, twee jonge gasten, die een paar jaar terug al een verdiende ereplaats kregen op Humo’s Rock Rally. Ze kwamen aandraven met hun debuut ‘Set your head on fire’, en plaatsten zich meteen naast  de duobands The White Stripes, The Black Keys, The Kills en het jonge Blood Red Shoes. Ze verwerken een vleugje Wolfmother, Datsuns en Jon Spencer. “I think I like you”, “Gravity blues”, en de titelsong zijn pure afrekeningsongs. Maar ook het intense “Never alone/always together” toonde aan dat het duo meer in z’n mars had dan enkel maar rauwe snelvaartsongs. Ergens hoorde ik dat dit jonge duo wel de kleinkinderen konden zijn van de onvolprezen gitaarrock’n’roller Link Wray …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

De Brassers

De Brassers en Wire: from Limburg to London 30 jaar coldwave en artpunk

Geschreven door

Ter gelegenheid van haar 20ste verjaardag trakteerde de 4AD zichzelf op een unieke dubbelaffiche waarop twee legendarische namen uit de punk/wave sector prijkten. Geen wonder dus dat op het krijtbord aan de ingang van deze immer sympathieke club ‘SOLD OUT’ stond te lezen.

De Brassers hebben er ondertussen 30 jaar dienst opzitten, en willen dat ook aan de mensheid kenbaar maken middels de eigenzinnige verzamelaar ‘Gesprokkeld en Bespoten - De Niet Definitieve Copulatie’. Wie dit album beluistert moet vast stellen dat deze Limburgse underground helden naast “En Toen Was Er Niets Meer” nog minstens een dozijn andere zwartgallige coldwave classics op hun conto hebben staan. De vraag was dus enkel of ze diezelfde sfeer ook live nog steeds konden creëren zonder gedateerd te klinken.
Met opener “Kontrole”, oorspronkelijk terug te vinden op Humo’s Rock Rally LP editie 1980, werd die vraag al snel beantwoord. De monotone synth intro en onheilspellend trage ritmesectie flitsten het publiek in één ruk terug naar het gitzwarte postpunk tijdperk waar de geest van Joy Division en The Sound nog steeds rondwaart. Hopeloos worstelend met zijn microfoonkabel ging frontman Marc Poukens meteen volledig op in zijn rol van hyperkinetische en getormenteerde vertolker van alles wat stinkt in de maatschappij. De muzikale dreiging werd nog verder opgevoerd met doorleefde versies van “Pijn” en “Living On The Edge” uit het mini come-back album ‘Slijk’ (‘05). De heerlijk knetterende KORG synth van Joachim Cohen zorgde voor een dreigende doematmosfeer tijdens het oudje “They Wanted Us Away” (’81), en in het afwisselend Nederlands/Engelse repertoire dook zowaar plots ook een Duits nummer op, “In Meine Seele”. Na een klein uurtje intense postpunk mocht de Limburgse trots bissen met twee wave klassiekers van eigen bodem, het onvermijdelijke “En Toen Was Er Niets Meer” en “Ik Wil Eruit”.

Zoals het echte underground helden betaamt dienden De Brassers eigenhandig hun instrumentarium in te pakken om plaats te ruimen voor hun Engelse generatiegenoten Wire. De muzikale carrière van dit Londens collectief beslaat ondertussen vier decennia, en gedurende deze periode evolueerde hun geluid van minimale artpunk over poppy new wave naar snoeiharde industrial pop. Het zijn echter vooral de eerste drie Wire albums, welke eind jaren ’70 verschenen in volle (post)punk gekte, die op verschillende muzikale generaties (van Big Black over Elastica tot Bloc Party) een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Afgelopen jaren verwierf de groep opnieuw faam met de hoogstaande ‘Read & Burn’ EP’s waarvan het derde deel eind vorig jaar verscheen, en welke duidelijk aangeven dat deze bende vijftigers nog niet aan het einde van hun latijn zijn.

Toen de drie overgebleven Wire leden op het 4AD podium verschenen konden we niet onmiddellijk vatten dat hier wel degelijk een heuse brok muziekgeschiedenis voor ons stond. De in zwart maatpak gehulde frontman Colin Newman kon immers gemakkelijk worden verward met een gezapige verzekeringsagent, terwijl de zeer relaxed ogende bassist Graham Lewis met een zonnebril door de haardos eerder een doordeweekse Britse dagjestourist leek. Enkel de graatmagere en uiterst geconcentreerde drummer Robert Gotobed vertoonde zichtbaar enige sporen van een zwaar muzikaal verleden. Zoals uit openers “Circumspect” en “Our Time” onmiddellijk bleek bepaald zijn retestrakke en minimale drumstijl nog steeds voor een groot deel de typische Wire sound. De groep dropte voor het eerst een bommetje met “Comet” uit de eerste ‘Read & Burn’ EP (’02), een nummer dat zo op hun legendarische debuut ‘Pink Flag’ (’77) had kunnen staan, maar dan luider en sneller! Voorin de set stak overigens ook werk uit de toenmalige opvolger ‘Chairs Missing’ (’78): met “Too late” en “Being Sucked In Again” werden de overjaarse en al dan niet aangeschoten punkrockers van het eerste uur rijkelijk op hun wenken bediend.
Newman is intussen de 50 vlotjes gepasseerd, dus wie kan iets inbrengen tegen het gebruik van enige visuele hulpmiddelen zoals een bril maar vooral een laptop met songteksten (en akkoorden?)?. De vervanging van het originele vierde bandlid Bruce Gilbert door de in Wire termen piepjonge Margaret Fiedler (ex-Moonshake, Laika en PJ Harvey) op gitaar zorgde echter ten gepaste tijde voor een extra noise injectie waardoor de groep nooit oubollig overkwam. In tegendeel, tijdens bepaalde nummers klonk de groep redelijk militant door de harmonieuze roepzang van Newman en Lewis. Fans van het recentere Wire werk kregen met “The Agfers of Kodack” en “I Don’t Understand”  twee uppercuts van formaat uit de ‘Read & Burn 01’ EP die meteen ook het eerste deel van de set na goed drie kwartier afsloten.
De prachtige cyaankleurige gitaar die gedurende het ganse optreden onaangeroerd achter Newman stond te fonkelen kreeg tijdens de eerste bisronde eindelijk een hoofdrol toebedeeld tijdens het mooi opbouwende “Boiling Boy”, één van de mooiste nummers die Wire tijdens de 80ies componeerden en origineel terug te vinden is op ‘A Bell Is A Cup Until It Is Struck’ (‘88). Fans van het eerste uur konden onmiddellijk daarna terug hun hartje ophalen met het oude “12 X U” uit ‘Pink Flag’. Ook tijdens een tweede bisronde bleef Wire naar hartelust citeren uit dit legendarische punkdebuut en serveerde met “Lowdown” en “160 Beats That” de match uit met een ace.

Na tweemaal 70 minuten coldwave en artpunk van de bovenste plank konden we niet anders dan tevreden en ietwat verstomd huiswaarts keren. De Brassers en Wire verstaan als geen ander de kunst om glorieus en in stijl ouder te worden zonder veel aan hun DIY jeugdidealen te wijzigen. Waarlijk een mooie inspiratiebron voor al wie nooit echt wil opgroeien…

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Wire

Wire en De Brassers: from London to Limburg: 30 jaar artpunk en coldwave

Geschreven door

Ter gelegenheid van haar 20ste verjaardag trakteerde de 4AD zichzelf op een unieke dubbelaffiche waarop twee legendarische namen uit de punk/wave sector prijkten. Geen wonder dus dat op het krijtbord aan de ingang van deze immer sympathieke club ‘SOLD OUT’ stond te lezen.

De Brassers hebben er ondertussen 30 jaar dienst opzitten, en willen dat ook aan de mensheid kenbaar maken middels de eigenzinnige verzamelaar ‘Gesprokkeld en Bespoten - De Niet Definitieve Copulatie’. Wie dit album beluistert moet vast stellen dat deze Limburgse underground helden naast “En Toen Was Er Niets Meer” nog minstens een dozijn andere zwartgallige coldwave classics op hun conto hebben staan. De vraag was dus enkel of ze diezelfde sfeer ook live nog steeds konden creëren zonder gedateerd te klinken.
Met opener “Kontrole”, oorspronkelijk terug te vinden op Humo’s Rock Rally LP editie 1980, werd die vraag al snel beantwoord. De monotone synth intro en onheilspellend trage ritmesectie flitsten het publiek in één ruk terug naar het gitzwarte postpunk tijdperk waar de geest van Joy Division en The Sound nog steeds rondwaart. Hopeloos worstelend met zijn microfoonkabel ging frontman Marc Poukens meteen volledig op in zijn rol van hyperkinetische en getormenteerde vertolker van alles wat stinkt in de maatschappij. De muzikale dreiging werd nog verder opgevoerd met doorleefde versies van “Pijn” en “Living On The Edge” uit het mini come-back album ‘Slijk’ (‘05). De heerlijk knetterende KORG synth van Joachim Cohen zorgde voor een dreigende doematmosfeer tijdens het oudje “They Wanted Us Away” (’81), en in het afwisselend Nederlands/Engelse repertoire dook zowaar plots ook een Duits nummer op, “In Meine Seele”. Na een klein uurtje intense postpunk mocht de Limburgse trots bissen met twee wave klassiekers van eigen bodem, het onvermijdelijke “En Toen Was Er Niets Meer” en “Ik Wil Eruit”.

Zoals het echte underground helden betaamt dienden De Brassers eigenhandig hun instrumentarium in te pakken om plaats te ruimen voor hun Engelse generatiegenoten Wire. De muzikale carrière van dit Londens collectief beslaat ondertussen vier decennia, en gedurende deze periode evolueerde hun geluid van minimale artpunk over poppy new wave naar snoeiharde industrial pop. Het zijn echter vooral de eerste drie Wire albums, welke eind jaren ’70 verschenen in volle (post)punk gekte, die op verschillende muzikale generaties (van Big Black over Elastica tot Bloc Party) een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Afgelopen jaren verwierf de groep opnieuw faam met de hoogstaande ‘Read & Burn’ EP’s waarvan het derde deel eind vorig jaar verscheen, en welke duidelijk aangeven dat deze bende vijftigers nog niet aan het einde van hun latijn zijn.

Toen de drie overgebleven Wire leden op het 4AD podium verschenen konden we niet onmiddellijk vatten dat hier wel degelijk een heuse brok muziekgeschiedenis voor ons stond. De in zwart maatpak gehulde frontman Colin Newman kon immers gemakkelijk worden verward met een gezapige verzekeringsagent, terwijl de zeer relaxed ogende bassist Graham Lewis met een zonnebril door de haardos eerder een doordeweekse Britse dagjestourist leek. Enkel de graatmagere en uiterst geconcentreerde drummer Robert Gotobed vertoonde zichtbaar enige sporen van een zwaar muzikaal verleden. Zoals uit openers “Circumspect” en “Our Time” onmiddellijk bleek bepaald zijn retestrakke en minimale drumstijl nog steeds voor een groot deel de typische Wire sound. De groep dropte voor het eerst een bommetje met “Comet” uit de eerste ‘Read & Burn’ EP (’02), een nummer dat zo op hun legendarische debuut ‘Pink Flag’ (’77) had kunnen staan, maar dan luider en sneller! Voorin de set stak overigens ook werk uit de toenmalige opvolger ‘Chairs Missing’ (’78): met “Too late” en “Being Sucked In Again” werden de overjaarse en al dan niet aangeschoten punkrockers van het eerste uur rijkelijk op hun wenken bediend.
Newman is intussen de 50 vlotjes gepasseerd, dus wie kan iets inbrengen tegen het gebruik van enige visuele hulpmiddelen zoals een bril maar vooral een laptop met songteksten (en akkoorden?)?. De vervanging van het originele vierde bandlid Bruce Gilbert door de in Wire termen piepjonge Margaret Fiedler (ex-Moonshake, Laika en PJ Harvey) op gitaar zorgde echter ten gepaste tijde voor een extra noise injectie waardoor de groep nooit oubollig overkwam. In tegendeel, tijdens bepaalde nummers klonk de groep redelijk militant door de harmonieuze roepzang van Newman en Lewis. Fans van het recentere Wire werk kregen met “The Agfers of Kodack” en “I Don’t Understand”  twee uppercuts van formaat uit de ‘Read & Burn 01’ EP die meteen ook het eerste deel van de set na goed drie kwartier afsloten.
De prachtige cyaankleurige gitaar die gedurende het ganse optreden onaangeroerd achter Newman stond te fonkelen kreeg tijdens de eerste bisronde eindelijk een hoofdrol toebedeeld tijdens het mooi opbouwende “Boiling Boy”, één van de mooiste nummers die Wire tijdens de 80ies componeerden en origineel terug te vinden is op ‘A Bell Is A Cup Until It Is Struck’ (‘88). Fans van het eerste uur konden onmiddellijk daarna terug hun hartje ophalen met het oude “12 X U” uit ‘Pink Flag’. Ook tijdens een tweede bisronde bleef Wire naar hartelust citeren uit dit legendarische punkdebuut en serveerde met “Lowdown” en “160 Beats That” de match uit met een ace.

Na tweemaal 70 minuten coldwave en artpunk van de bovenste plank konden we niet anders dan tevreden en ietwat verstomd huiswaarts keren. De Brassers en Wire verstaan als geen ander de kunst om glorieus en in stijl ouder te worden zonder veel aan hun DIY jeugdidealen te wijzigen. Waarlijk een mooie inspiratiebron voor al wie nooit echt wil opgroeien…

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Nick Cave

Des Duivels Cave & The Bad Seeds

Geschreven door

Wie een rustig avondje aan donkere typische Cave ballads had verwacht was er weer eens aan voor de moeite. Het was nog maar eens het rockbeest in Cave die hier de boventoon voerde. Het Grinderman spook sluimert nog duidelijk rond in The Bad Seeds, de set die hier werd gebracht was gloeiend, hard, heet en stomend. De rustige momenten waren ver te zoeken, ergens halverwege hoorden we een ingetogen “Nobody’s baby now”, iets verder “The ship song” en naar het einde toe een aangrijpend “Into my arms”. Voor de rest was het een vooral kolkend en splijtend optreden gevuld met een hele hoop nieuwe songs en een verzameling all-time Cave klassiekers.

Als Cave een nieuwe plaat uit heeft, zullen we het geweten hebben. Dat was in Vorst niet anders, quasi de hele nieuwe plaat passeerde de revue, mooi gespreid over de ganse set. De nieuwe songs zijn overigens een rijke aanvulling voor het reeds meer dan indrukwekkende oeuvre van Cave. Voor ons mag een Cave optreden trouwens wel 4 uren duren, dan nog zullen we uitstekende songs gemist hebben.
Vorst Nationaal daverde al vanaf de eerste minuut op zijn grondvesten. En dat bedoelen we dan letterlijk, want vanaf de eerste noot ging de opener “Night of the lotus eaters “ door merg en been, we voelden de bas vanaf onze voeten naar ons hoofd stijgen. Prijsbeest van de nieuwe cd, de geweldige single “Dig, Lazarus, Dig !!” denderde door en daarna kwam er een intens dreigende versie van “Tupelo”, na al die jaren nog steeds de ultieme Nick Cave klassieker, als je ’t ons vraagt. Drie songs ver en we waren al volledig murw geslagen. Cave denderde vervolgens gewoon door, The Bad Seeds waren geweldig op dreef, de songs klonken allemaal nog iets heter en vettiger dan op plaat.
Nick Cave nam zelf bij momenten de gitaar ter hand, wat we niet meteen van hem gewoon zijn, maar ook al is hij duidelijk geen begenadigd gitarist, de songs kregen er wel een extra harde punch mee. We onthouden een spetterend “Papa won’t leave you Henry”, onze favoriet van de avond,  en het onvermijdelijke “Red right hand”.
Een overduidelijk enthousiaste Nick Cave kwam voor de bisnummers zelfs opdraven zonder pak, gewoon in T-shirt, nooit gezien. De bisronde was overigens nog maar eens geweldig, met “The Lyre of Orpheus”, waarin het enthousiaste publiek ook een rolletje kreeg, verder een bijtend hard “Get ready for love” en dan nog de moordsong “Stagger Lee”. En alsof dat nog allemaal niet genoeg was kwam Cave nog even terug met het ingetogen rustpunt “Into My arms” om daarna genadeloos en loeihard met “Hard on for love” er een definitief punt achter te zetten.

Geweldig concert, zouden wij zo zeggen. En wij hebben altijd gelijk.

Playlist : “Night of the lotus eaters”, “Dig, Lazarus, dig !!”, “Tupelo”, “Today’s lesson”, “Red right hand”, “Midnight man”, “Nobody’s baby now”, “Deanna”, “Lie down here and be my girl”, “Hold on to yourself”, “The ship song”, “We call upon the author”, “Papa won’t leave you, Henry”, “More news from nowhere”, “The Lyre of Orpheus”, “Get ready for love”, “Stagger Lee”, “Into my arms”, “Hard on for love”.

Organisatie: Live Nation

Hooverphonic

The President of the LSD Golfclub

Geschreven door

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, en blikte terug naar het debuut ‘a new stereophonic sound spectacular’, toen onder  de naam Hoover uitgebracht. Het was de aanzet van het nieuwe album ‘The President of the LSD Golfclub, onder de spil Callier/Geerts. De plaat onderscheidt zich van de fijn uitgebalanceerde , soms rijkelijk georkestreerde trippop van de voorbije cd’s.
’60’s gitaarrock’n’roll, ‘70s psychedelicatoetsen, ‘80’s wave en een diepe bas staan voorop, gedragen door de hemels breekbare, ijle, betoverende doch soms ook onheilspellende en betoverende stem van Geike Arnaert.
De plaat heeft een poppy dromerige en een filmisch bevreemdende, dreigende sound.
Een sfeervolle, soms donkere aanpak is te horen op “Circles”, “The eclipse song”, “Billie” en “Strictly out of phase”. Op “50 watt” en “Gentle storm”  zingt Callier mee. “Expedition Impossible” en “Black marble tiles” klinken zijn regelrechte songs voor een soundtrack van een fatalistisch romantiek/suspensefilm. En opener “Stranger” en  afsluiter “Bohemian daughter” kruiden deze sound nog meer!
Hooverphonic vond zichzelf opnieuw uit, een nieuw geluid dat er terecht mag zijn.

Nick Cave

Dig, Lazarus, Dig !!!

Geschreven door

In 2004 kwam Cave aandraven met ‘Abattoir Blues / The lyre of Orpheus’, een dubbel meesterwerk, die een vruchtbare creatieve periode inluidde. De afwisselende plaat bevatte broeierig, gedreven als ingetogen en innemend songmateriaal. Die lijn zet hij met z’n Bad Seeds alvast door op ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’. Tussendoor onderstreepte hij z’n songkwaliteit op Grinderman, die nauw aan de weirdo rauwe zompige psychorock’n’roll blues sound van z’n vroegere Birthday Party leunde.
De nieuwe plaat laat een goede, frisse indruk na van broeierige, aanstekelijke rocksongs, die mooi uitgewerkt zijn. Cave, in z’n declamerende praatzangstijl, creëert telkens een apart sfeertje, gepast en gevat ingenomen door z’n Bad Seeds.
”Albert goes West” en “Lie down here & be my girl” zijn de rockers op de plaat. En in “Today’s land”, “We call upon the author” en afsluiter “More news from nowhere” overheersen de toetsen. “Night of the lotus eaters” is de meest avontuurlijke song en kan meteen op de laatste plaat worden gezet van Blixa’s Einstürzende Neubauten. De groove zit “em in de titelsong en de overige nummers hebben een spannende opbouw, wat doet besluiten dat de aandacht behouden blijft op de elf songs.
Cave’s songwriterschap en de muzikale sterkte van z’n begeleidingsband worden optimaal onderstreept; nogmaals een bewijs dat Cave en z’n Cave-ianen op scherp staan en bijzonder relevant zijn voor de popmuziek.

Timesbold

Ill Seen Ill Sung

Geschreven door

Timesbold staat al vijf jaar garant voor verzorgde melancholische americanapop. Spil Jason Merritt spant samen met Bonnie ‘Prince’ Billy en Dave Eugene Edwards de kroon binnen deze muzikale stijl. Dit is intens broeierige muziek, kleur gegeven door een instrumentarium als akoestische gitaar, banjo, steel pedal, zingende zaag, piano, toetsen, strijkers, xylofoon en een softe percussie. Dertien songs, gedrenkt in weemoed. Ingetogen materiaal waarvan “Takeaway” “Mama”, “Recover ring” en het afsluitende “Far to strange”door de sobere aanpak beklijven. Tweemaal klinkt Timesbold iets krachtiger: “Any lethal storm” en “Fencepost”.
De plaat getuigt van een enorm bekwaam en groots singer/songschrijver, die Timesbold heeft als groep en Whip onderhoudt als soloproject. Overtuigend Duyster-voer!

Work Of Art

Artwork

Geschreven door

Aan het begin van het nieuwe jaar leek het of Frontiers Records het A.O.R. genre ook de rug had toegekeerd. Er werd toen immers resoluut gekozen voor het zwaardere melodieuze metalwerk. Maar toen de debuutplaat van Work Of Art via Frontiers Records werd uitgebracht werd het ons duidelijk dat we ook in 2008 (in het A.O.R. genre) enkele kleppers mogen verwachten.
Work Of Art is een A.O.R. band bestaande uit Lars Säfsund (vocals & keys), Robert Säll (gitaar) en Herman Furin (drums). Op dit album werden ze ook nog bijgestaan door enkele gastmuzikanten. Net zoals Bad Habit, Arena Sweden, en Talk Of The Town komt ook deze band uit Zweden, het Mekka voor 80's A.O.R.!
'Artwork' is zoals de titel zelf zegt een meesterwerk. Alvast voor diegenen die het genre liefhebben want echt verrassend kan je deze debuutplaat niet noemen. Wel wordt er heel sterk gemusiceerd en is het opvallende keyboardwerk net zoals het melodieuze gitaarwerk om van te snoepen. Bovendien heeft zanger Lars Säfsund een erg leuke stem! De laidback westcoast A.O.R. van Work Of Art klinkt heel vaak zoals het beste A.O.R. werk van Toto (ten tijde van 'Isolation' en 'Fahrenheit'). Soms hoor je ook duidelijk Chicago invloeden. Maar het meest doet de band me nog denken aan Blanc Faces! De productie van het album klinkt kristalhelder en de plaat telt geen enkel zwak moment. Uitschieter is voor mij de song "When Ever U Sleep", maar ook de rest van dit album zal elke A.O.R. fan mateloos boeien.

Kayak

Coming up for air

Geschreven door

Kayak viert zijn 35-jarig bestaan !  Niet met een 'Best Of', maar gelukkig met een full CD vol nieuwe nummers en een theatertour met ook een groot aandeel van 'Coming Up For Air'.  Maar hoe nieuw klinkt Kayak anno 2008 ?
Ten eerste in de bezetting :
-Bert Heerink (ex-Vandenberg) is verdwenen en Edward Reekers is voluit terug.
-Cindy Oudshoorn die al zijdelings betrokken was neemt een groter aandeel voor haar rekening.
Ten tweede is er de sound die iets bombastischer is en gaat het nu over losse nummers. Deze nieuwe plaat is dus geen concept CD, in tegenstelling tot vorige albums 'Merlin' en 'Nostradamus'.
Kayak blijft de band van Ton Scherpenzeel, maar vocaal wordt de plaat gedragen door Cindy en Edward (soms samen) en occasioneel door gitarist Rob Vunderink. Er staan maar liefst 15 compacte nummers op het uur durend schijfje en die vallen best mee, hoewel we niet kunnen spreken over klassiekers. De stevige nummers die gezongen worden door Cindy, leunen zelfs lichtjes aan bij bvb. Within Temptation. Anderzijds blijft Kayak zijn identiteit wel degelijk behouden. Er zijn geruchten dat ze op de Nederlandse Proms zullen te zien zijn. Laat ze er nog maar 35 jaar bij doen !

Sebadoh

Sebadoh: not just another indie rock band

Geschreven door

Wie geld spendeert aan een ticket voor een optreden van Sebadoh doet dat doorgaans niet zonder enig risico. De live shows van deze intussen semi-legendarische Amerikaanse lo-fi indierockers bleken in het verleden immers uiterst wisselvallig: de ene keer slordig maar briljant, een andere keer futloos en onsamenhangend. De voortekenen voor de nieuwe reeks concerten van Sebadoh in originele line-up (Lou Barlow – Jason Loewenstein – Eric Gaffney) waren nochtans gunstig: de optredens van Lou Barlow’s ander muzikaal project, The (New) Folk Implosion, werden afgelopen jaren steevast bejubeld, en tijdens de reünietournees met Dinosaur Jr. lijkt Barlow warempel voor het eerst speelplezier uit te stralen. Aanleiding voor de voorlopig éénmalige rentree van Sebadoh in het live circuit is het 15-jarig jubileum van ‘Bubble and Scrape’, het doorbraakalbum dat het trio integraal beloofde voor te stellen in de Ha’.

Eerste vaststelling bij aanvang van de set: Barlow & co leken fris en monter het optreden aan te vatten, wie dit trio ooit in de AB gezien heeft weet dat dit geen evidentie is! Tweede vaststelling: de ontwapenende Barlow bleek bijzonder goed bij stem wat tijdens een uitgesponnen versie van ”Brand New Love” (’92) al meteen een eerste hoogtepunt opleverde. Anno 2008 blijkt Sebadoh meer dan ooit te zijn uitgegroeid tot een muzikale democratie. Naast Barlow namen ook Loewenstein en Gaffney een deel van de nummers voor hun vocale rekening. Er werd duchtig van instrumenten gewisseld, waardoor het trio spijtig genoeg zelden in hogere versnelling kon schakelen. Anderzijds bleek naast nummers uit ‘Bubble and Scrape’ ook ander moois uit de Sebadoh catalogus in de setlist te steken wat voor de nodige afwisseling zorgde.
In Sebadoh huizen drie duidelijk verschillende persoonlijkheden die elk hun eigen stempel drukken op het groepsgeluid. Barlow is een introverte melancholicus die tijdens “Cliche” en “Soul and Fire”, beiden uit het verjaardagsalbum ‘Bubble and Scrape’, uiterst doeltreffend de gevoelige (en zoals het hoort ietwat ontstemde) snaar wist te raken. Wanneer vervolgens Loewenstein aan het roer komt wordt het innemende Sebadoh eensklaps omgevormd tot een licht overstuurd powertrio. Loewenstein is een veelprater, houdt van contact met het publiek en katapulteerde ons o.a. terug naar het Sebadoh debuut ‘The Freed Man’ (’89) met het grappige “Mouldy Bread”. Gaffney tenslotte, lijkt de meest manische van de drie. Zijn schreeuwzang en jachtig gitaarspel verraden de punk en hardcore invloeden die begin jaren ’90 langzaam maar zeker in de Sebadoh sound binnenslopen. Gaffney’s meest memorabele moment van de avond was ongetwijfeld de indierock parel “Careful” uit ‘Bakesale’ (’94), meteen ook het laatste Sebadoh album waaraan hij meewerkte vooraleer de solo toer op te gaan.
Na een dik uur en een kwart schreeuwde de voor 2/3 gevulde zaal Barlow & co terug voor één enkele bisronde. Naast bovenvermeld “Careful” werd de kroon op het werk gezet met de prototype indierock classic “Gimme Indie Rock”. Bij zijn release in 1991 kreeg dit nummer in volle Nirvana gekte nauwelijks airplay, maar blijkt achteraf even relevant te zijn voor de doorbraak van de tweede generatie indie rock als “Smells Like Teen Spirit” was voor de grunge. Een passende afsluiter dus voor een geslaagd avondje rammelende lo-fi rock, waar het publiek voor één ticket eigenlijk drie optredens van éénzelfde groep te zien kreeg.

Het is bij deze dus bewezen: reünies in indierockland hebben duidelijk een bestaansreden. Afwachten dus wanneer de Pavements, Guided By Voices en Cells van deze wereld het voorbeeld van Sebadoh zullen volgen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Dirtmusic

Dirt Music: soundtrack bij een road movie

Geschreven door

Achter de Naam Dirt Music gaan drie veelzijdige, multi-instrumentale artiesten schuil die binnen de alternatieve muziekscène niet alleen onder eigen naam platen hebben uitgebracht maar ook deel hebben uitgemaakt van of een bijdrage hebben geleverd aan diverse groepen. Het betreft niemand minder dan Chris Eckman (The Walkabouts, Chris and Carla en meegewerkt aan platen van onder meer Willard Grant Conspiracy, Midnight Choir en Tosca), Hugo Race (wordt momenteel begeleid door True Spirit, heeft een aantal zijprojecten en was eerder ook gitarist bij The Bad Seeds) en Chris Brokaw (Come, Codeine en samengewerkt met bijvoorbeeld Evan Dando, Steve Wynn, Willard Grant Conspiracy en Karate).

Vorig jaar ontstond het idee om ook samen iets te doen. Aan de hand van enkele concerten in Centraal Europa werd het individueel bij elkaar geschreven songmateriaal uitgetest om dit vervolgens in november op te nemen in een analoge studio nabij Praag. Het resultaat was een gelijknamig album en dit kwamen ze nu afgelopen zondag voorstellen in de Gentse Handelsbeurs.
Op de plaat werd de muzikale omlijsting doelbewust zo karig mogelijk gehouden en de muziek tot de essentie herleid. Ook op het podium koos het drietal voor dezelfde aanpak. De urban folkblues zoals ze hun stijl zelf noemen, kreeg via een afwisselende instrumentatie een psychedelisch en bij momenten donker randje.
De set bestond – met uitzondering van het instrumentale “Erica Moody” - uit  afwisselend (samen)gezongen en drumloze, overwegend op elektrische gitaar gebrachte nummers die werden aangevuld met slide, banjo, melodica en orgel. Dit leidde tot erg mooie resultaten, zoals onder meer bij “The Other Side” (als The Gutter Twins zoveel – terechte – aandacht krijgen, waarom dit nummer dan niet?), “Sun City Casino” (duister als de nacht), “Still Running” (een nummer dat Terry Lee Hale of  Robbie Robertson vergeten zijn op te nemen), het ritmische en tekstueel rijkelijke “Ballad Of A Dream” en “Wasted On” (zou zo op een plaat van The Walkabouts passen).
Wat het laatstgenoemde nummer betreft, was het trouwens ook nog zo dat meteen daarna Hugo Race het publiek bedankte en het podium wou verlaten. Een kleine misrekening qua tijdsindeling want vooraleer twee toegiften te brengen, zou er nog een ander nummer gespeeld worden. Na een kleine terechtwijzing van de grappende  Chris Eckman, kon er genoten worden van een slepende en van aanzwellende outro voorziene versie van “Morning Dew” (oorspronkelijk van Bonnie Dobson).
Vanzelfsprekend werd geput uit het enige album maar omdat er vooral geschreven en geëxperimenteerd wordt tijdens de tournee, kregen we ook al een weergave van enkele nieuwe nummers, zoals – onder voorbehoud dat dit ook de definitieve titels worden – “New Caledonia” en “Ready For The Sun”.

Of het mooie weer er voor iets tussen zat, velen met een korte werkweek in gedachten al op vakantie vertrokken waren dan wel de naambekendheid van de groep op zich nog niet voldoende groot is, in ieder geval waren er slechts een gering aantal toeschouwers komen opdagen. Jammer voor de groep en de organisatie, maar anderzijds gaf dit het wél aanwezige, aandachtige publiek de mogelijkheid om gezellig zittend op een barkruk de ideale soundtrack bij een mogelijke road movie van erg nabij te beluisteren en te beleven. De beelden van weidse landschappen mocht men er naar vrije keuze zelf bij bedenken.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Arsenal

Try-out concert Arsenal: klaar voor de grootse podia!

Geschreven door
Arsenal onder het duo Hendrik Willemyns- John Roan, heeft drie jaar op zich laten wachten om de opvolger van ‘Outsides’ los te laten. Hun multi-culturele sound en hun opwindende live optredens deden ons met spanning uitkijken naar het try-out concert van de pas verschenen cd ‘Lotuk’. Al wekenlang werden we bestormd met die catchy groovy popsong, titelsong én uitgangsbord van de cd.
Voor de cd kwamen opnieuw een resem gasten, waaronder John Garcia (vroegere Kyuss, nu Hermano spil), Grant Hart (ex Husker Dü), Mike Ladds, Marino Vitalino Dos Santos, het jonge geweld Cortney Tidwell en Shawn Smith, aan wie ze “The day brings” (enkel op piano!) speelden in de bis, meteen ook het rustigste nummer van de avond. We hopen alvast enkele gastvocalisten te begroeten als Arsenal te zien zal zijn tijdens hun festivaltour.

Vanavond was Arsenal er met de vaste backing vocaliste Leonie Gysel, die erin slaagde de songs kleurrijker te maken.Tijdens deze try-out wou de groep goed gewapend zijn om als één van de trekpleisters te fungeren op de grootse podia! Gedurende een goed uur speelden ze een gevarieerde set, waarbij we van het ene naar het andere sfeertje werden gedropt; een smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke, directe aanpak. De nieuwe songs zaten mooi verdeeld binnen het gekende materiaal van de twee vorige cd’s ‘Oyebo Soul’ en ‘Outsides’.
De groep trok meteen de aandacht met twee nieuwe sterke songs “Turn me loose” en “Estupendo”, aanstekelijke zuiderse poprock, pulserende beats en een warme samenzang. “Switch” en “The coming” zetten aan tot heupwiegen, dansen of heen en weer gezwaai met de armen. De temperatuur steeg in de nokvolle Racing. Waarbij Arsenal van wal stak met “Lotuk”, “E gun” en “Either”, frisse, zomerse, zwoele, kleurrijke songs die de stemmenpracht Roan – Gysel ondersteunde. Een hoogtepunt! “Not a man” was de meeste directe rocksong binnen het Arsenal concept.
Het optreden ging naar een schitterende finale met “Personne ne bouge”, die duidelijk overeind bleef zonder de raps van Baloji, het nieuwe “Selvagem”, een in te lijsten dansbaar nummer en “Saudade”, in tussentijd een klassieker geworden.
Het sterke onthaal van het enthousiaste publiek gaf drie songs in de bis, nl. het opzwepende en ophitsende “Mr Doorman” en “A volta”, vooraf ingeleid door een intieme “The day brings”, hun Satchel/Smith eerbetoon.

Arsenal speelde een overtuigend concertje en bracht een eigen unieke zonnige cocktail om z’n publiek te boeien! Tot deze zomer!

Organisatie: VZW de Wanhoop, Gavere


Ozark Henry

Vertrouwd Ozark Henry

Geschreven door

We waren al van de partij toen Ozark Henry ‘The soft machine’ te Vorst en op Pukkelpop voorstelde, en we ontbraken niet tijdens de clubtournee, toen hij z’n songs op sobere wijze bracht.
Ozark Henry, onder multi-instrumentalist en singer/songwriter Piet Goddaer, is nu toe aan ‘A decade’, het overzicht van mans oeuvre van vijf platen. Net als op de laatste clubtournee speelden ze zonder gitarist. Een vakkundige aanpak door toetsen, elektronica, piano, bas en percussie.
Het kwartet stelde een mooie compilatie voor vanaf de doorbraakcd ‘Birthmarks’ (’01); het memorabel debuut ‘I’m seeking smth that has already found’, dat bol staat van elektronicagestoei, lieten ze volledig links; geen “Rosamund is dead”, “Dogs & dogsman” of “Hope is a dope”. We hoorden pareltjes van subtiele melodieuze songs, uiterst sfeervol, meeslepend en uitgebalanceerd; af en toe klonken ze iets krachtiger, gedragen door Piet’s lichthese, warme stem. De perfecte geluidskwaliteit was alvast een meerwaarde. Een decor van laaghangende takken zorgde voor de gezelligheid. Voor de eerste keer trad Goddaer in een witte outfit aan, in schril contrast van de zwarte kledij van de band …

Goddaer vatte aan op toetsen met de huidige single “Godspeed”. “Play politics”, “Inhaling” en de instrumental “Echo as metaphor” werden bepaald door ingenieuze elektronica, toetsen en piano. En dan kwam het grote werk, pop en elektronica, waarmee Ozark Henry het grote publiek bereikte: “Word up” (met twee op piano!), een ingetogen “Weekenders” en “Vespertine” (solo) en de poppy singles “Rescue me”, “Sweet instigator” en “Intersexual”. In het oude “Ocean” en het recente “Sun dance” staken ze meer groove, beats en was er een strakke percussie; ze klonken aanstekelijk en werkten in op de dansspieren. Tenslotte mocht een uitgesponnen “These days” overtuigend de set besluiten. Het warme onthaal bracht de band zelfs tweemaal terug: “La donna e mobile” dompelden ze onder in techno en trancegerichte beats, wat iedereen op de stoeltjes deed recht veren. Opmerkzaam was de naadloze overstap naar het sfeervolle karakter van het nummer. “At sea” en “Give yourself a chance” hadden een stevige noot en een pittig gedreven “Indian summer” beëindigde na goed anderhalf uur het ‘A decade’ concert.

Kortom, een sterk op elkaar ingespeelde band speelde een vertrouwde, afgewerkte set.

Organisatie: Live Nation

The Posies

The Posies: Harmonieuze vocalen in geschenkverpakking

Geschreven door

Als de dag van gisteren herinner ik me nog hoe in 1990 de kennismaking met The Posies verliep. “Mrs. Green” en de eerste single “Golden Blunders” uit het album ‘Dear 23’ waren heel sporadisch te horen in de nachtuitzendingen van onze nationale radiozenders en onder invloed van de mooie melodieën en gitaarstructuren werd overgaan tot de aanschaf van het volledige album. Dit betekende meteen het begin van een nog steeds durende muzikale appreciatie. Ook nadien vond het platenwerk van The Posies namelijk gemakkelijk een weg naar onze cd-speler.

Toen Jon Auer en Ken Stringfellow, de twee spilfiguren van de groep, een tijdje terug aankondigden dat ze naar aanleiding van het 20-jarige bestaan van hun debuutplaat, als duo en akoestisch zouden toeren, werd dan ook reikhalzend uitgekeken of ze ook ons land zouden aandoen. En we werden door enkele concertorganisatoren meer dan verwend want de afgelopen dagen waren ze niet minder dan driemaal te zien en te horen op een Belgisch podium, namelijk in Brussel, Oostende en Antwerpen. Musiczine zond meteen zijn recensenten uit: op elk van deze locaties was er wel één of meerdere redacteur te bespeuren (zie overzicht concertbesprekingen). Vreemd is dit niet te noemen, want ook bij de medewerkers zijn The Posies geregeld het voorwerp van gesprek.

Ondergetekende koos deze keer voor de Trix Club en net als de voorgaande twee data deed het – eveneens voor de gelegenheid als duo samengestelde - Utrechtse The Gasoline Brothers het voorprogramma. De beide groepen kennen elkaar al enkele jaren en tijdens het luikje van de tournee in de lage landen fungeren de Noorderburen niet alleen als chauffeur en opvang van Jon en Ken, maar ook als uitleners van apparatuur en kledij.
Hoewel erg sympathiek en potentieel hebbende, kregen wij de indruk dat afgelopen donderdag de motor bij
Roel Jorna en Mathijs Peeters sputterde. De songs die live werden ontdaan van hun elektrische franjes, klonken wat teveel hetzelfde en de zang was geregeld onvast. De semi-akoestische aanpak leek dan ook niet de geschikte formule.

Gelukkig was dit bij The Posies wél het geval. Hoewel er al onmiddellijk moet opgemerkt worden dat er van een écht akoestische avond geen sprake was. Meteen vanaf de opener “Definite Door” werden de elektrische gitaren ingeplugd en dit zou ook zo blijven tijdens het gehele concert.
Er werd nagenoeg integraal gegrossierd uit de drievuldigheid ‘Frosting On The Beater’ (1993), ‘Amazing Disgrace’ (1996) en ‘Success’ (1998). Enkel via “Compliment” (uit het debuut ‘Failure’, 1988), “Conversations” (‘Every Kind Of Light’, 2005) en “Apology” (‘Dear 23’, 1990) werd hiervan afgeweken.
Of Jon dan wel Ken de hoofdvocalen afwisselend voor hun rekening namen, hét kenmerkende en dé kracht blijft toch nog steeds de harmonieuze samenzang tussen beiden. Door de sobere aankleding van de melodieuze, veelal in powerpop gedrenkte songs werden hun vocale capaciteiten zelfs nog meer in de verf gezet. Dit kwam duidelijk tot uiting in nummers als “When Mute Tongues Can Speak”, het ingetogen “Earlier Than Expected”, het van subtiele gitaarklank voorziene “Flavor Of The Month”, het eerder vermelde “Conversations” en “You're The Beautiful One” dat opgeluisterd werd met enkele strofen a capella zang.
Het meest aangrijpende moment van de avond bevond zich ongetwijfeld halfweg de set in de vorm van “Burn & Shine”, niet alleen omwille van de wijze waarop het werd gebracht maar bovenal omdat Jon en Ken dit met oprecht respect en sympathie opdroegen aan een eerder dit jaar op véél te vroege leeftijd overleden dierbare vriend en tevens trouwe medewerker aan deze website.
Met “Coming Right Along” dat op het einde een lang uitgesponnen gitaardistortion meekreeg, werd een erg mooi concert afgesloten.

Toeval of niet, maar The Posies speelden deze avond exact twintig nummers. Als ze deze rekensom aanhouden, dan belooft dat voor hun 40-jarige bestaan!

Setlist:
Definite Door / Who To Blame / Throw Away / Please Return It / Daily Mutilation / Compliment? / World / When Mute Tongues Can Speak / Burn & Shine / Farewell Typewriter / Dream All Day / Earlier Than Expected / Flavor Of The Month / Ontario / Conversations / Solar Sister / Apology / Terrorized / You're The Beautiful One / Coming Right Along.

Organisatie: Trix,  Antwerpen

The Long Blondes

Aanstekelijk The Long Blondes

Geschreven door

Uit het Arctic Monkey landschap Sheffield komt het door vrouwen gedomineerde kwintet The Long Blondes. Ze debuteerden met frisse indie  postpunk ‘Someone to drive you home’, leunend aan andere vrouw-man groepen als The Subways, The Hot Puppies, Juliette & The Licks en niet te vergeten Blondie! Onlangs kwam de opvolger ‘Couples’ uit, waarbij de groep ‘80’s wave en retropop integreert in hun dynamische gitaarpop.

Ze speelden, voor een veel te weinige opkomst, een aanstekelijke, pittige set van wel zestien korte nummers in een klein uur, waaronder  toch enkele ups & downs te noteren waren door de matige songstructuur.
The Long Blondes zijn toch wel een apart bandje: er was de extraverte, kortgerokte zangeres Kate Jackson, die sensuele danspasjes maakte op het podium, de energieke drummer Screech Louder, een op en top geconcentreerde gitarist Dorian Cox en tenslotte de twee overige dames, bassiste Reenie Hollis straalde een pak-me-dan-maar-je-krijgt-me-niet attitude uit en toetseniste/gitariste Emma Chaplin gunde het publiek amper een blik en speelde maar de hoogst belangrijke noten.
De songs van de eerste plaat onderscheidden zich duidelijk van het breder concept van ‘Couples’, en kregen de sterkste erkenning. Opener “Round the hairpin” was een regelrechte tuimelperte naar de ‘80’s Human League; daartegenover een strak, springerig “Weekend without make-up”; de oudjes “Separated by motorways” en “You could have both” zaten mooi verborgen in enkele mindere nieuwe songs, “Erin O’Connor” en “Too clever by half”. Er was de aanstekelijke single “Century “ en het bezwerende “Here comes the serious bit” door de psychedelica toetsen. De groep stevende af op een sterk einde met het energieke “Once & never again”, het opbouwende “I’m going to hell” met enkele intrigerende pianopartijen en een broeierig gedreven “Giddy startospheres”. “Guilt” was een aangenaam rustpunt binnen de snedige, frisse aanpak. Het warme onthaal apprecieerden ze , wat een intrigerende “Lust in the movies” uit hun onvolprezen debuut opleverde.

De support, het Amsterdamse Hit Me TV wordt in eigen landje op handen gedragen. Het singletje van het kwarrtet “Maybe the dancefloor” wordt op 3FM plat gedraaid; voor de aanwezigen in de VK was het een nobel onbekende groovy popsong door fijne gitaarlicks, een pompende, diepe bas en opzwepende percussie. De groep linkt de huidige poprock aan ‘70’s retro- en hardrock. De vocals van Jaap Warrenhoven varieerde van hoog naar direct. Niet alle songs overtuigden, maar beide bands samen, bleek net een goed gemiddelde voor een geslaagd avondje.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

The Posies

Emotionele akoestische cafégig van The Posies

Geschreven door

Ken Stringfellow en Jon Auer zijn de getalenteerde songschrijvers van  het onvolprezen The Posies die medio de jaren ’90 kwamen aandraven met drie puike platen, nl. ‘Frosting on the beater’ (’93), ‘Amazing disgrace’ (’96) en ‘Succes’ (’98). Ze slaagden in een ideale kruising van pop en grunge, wat resulteerde in sprankelende gitaarsongs, pittig, gedreven, meeslepend, intens en emotievol. De wegen van het duo scheidden zich na ‘98, maar in 2005 kwamen ze opnieuw bij elkaar, wat ‘Every kind of light’ opleverde, een eerder wat tegenvallende plaat. Er verscheen al eens een akoestische plaat van de heren, ‘In case you didn’t feel like pluggin‘ in’.
Het duo geniet al jaren onze sympathie: hun optredens en de los ontspannende babbels aan de toog of aan de merchandising stand staan in het geheugen gegrift en waren onderwerp van talrijke toffe herinneringen; terecht bestempelden ze ons als hun ‘ most craziest guys from Belgium’.

The Posies zijn twintig jaar actief; het songschrijversduo stipte voor deze gelegenheid drie locaties aan om een akoestische set te spelen. Die avond was het optreden in een kleine, donkere kroeg, ‘de Manuscript’, voor een 50tal mensen aan of rond de toog. Op een klein verhoog zagen we beide heren de elektrische gitaar omarmen voor een innemende set van een kleine twee uur. Ze grossierden in hun imponerende oeuvre en wisselden dit af met enkele songs van hun laatste worp. Emotioneel materiaal, ontdaan van enige franjes, en bepaald door een harmonieuze samenzang en een afwisselende fluisterzang.
Opener “Somehow everything” was een heerlijke krachtige opener. “I guess you’re right” en “fight if you want” klonken broos en kwetsbaar. En uitermate donker en melancholisch speelden ze “Hate song” en “Love comes” (zonder enige zangversterking!), een eerste hoogtepunt.
Vervolgens trakteerden ze het publiek op een best of met “Throwaway” en “Please return it”, die enkele onverwachtse wendingen hadden in het gitaarspel; klassieker van het eerste uur, het frisse, aanstekelijke “Dream all day” besloot.
Kippenvelmoment: de hymne to our close friend Jim op “Burn & shine”. Het intrigerend solipartijtje, het gebaar en hun knipoog aan Jim pakte ons emotioneel zwaar …
Het duo speelde een grootse finalereeks van broeierige gitaarpopsongs: “Flavor of the month”, “Ontario”, “Solar Sister” en het innemende “Conversations”. Tussenin smeet Stringfellow er een Beach Boys cover, “California Girls”, tegenaan en waren er talrijke anekdotes naar hun Nederlandse logies The Gasoline Brothers en ridder Arno.
In de bis hoorden we o.a. hun eerbetoon aan de powerpop van Husker Dü, “Grant Hart”, en een intieme, lang uitgesponnen “Coming right along”, afsluitende song van hun memorabele ‘Frosting on the beater’, die forser klonk naar het eind door feedbackgeraas en distortion, wat meteen ook hun akoestische set besloot.

The Posies stonden garant voor een emotionele cafégig; een sympathiek, in het hart te koesteren duo, waarop geen sleet of routine te bespeuren viel …en ‘somethere up’ was er het gevoel dat onze dierbaar overleden vriend meegenoot…

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

Frozen Rain

Frozen Rain

Geschreven door

Frozen Rain is een gloednieuw melodieus rockproject dat is opgestart door de Belgische componist en muzikant Kurt Vereecke.
Al van kleinsaf aan was Kurt geboeid door muziek. Toen hij de muziek ontdekte van bands als Toto, Foreigner, Survivor, Journey e.a. wist hij dat dit de muziek was die hij wilde spelen. Na vele jaren te hebben gespeeld in diverse bands vormde Kurt de band Rhyana in het jaar 1990. Met die band bracht hij de single “I have a dream” uit die geregeld te horen was op de nationale radiostations.
In 1994 kreeg Kurt een platencontract aangeboden door het Duitse platenlabel Long Island Records. Kort daarna ging het label echter overkop zodat Kurt zijn droom in rook zag opgaan. Daarop besloot Kurt zijn aandacht aan iets anders te wijden.
Als leraar had hij immers gemerkt dat er in de lagere school nood was aan nieuwe kinderliedjes.
Gedurende zes jaar werkte Kurt aan drie dubbel cd’s die onder de naam ‘Pluk een lied’ werden uitgebracht door de Standaard Uitgeverij. Daarnaast schreef hij ook nog eens drie muziekboeken voor de leerkrachten in de basisschool. Op dit moment wordt in een groot deel van de Vlaamse lagere scholen met ‘Pluk een lied’ gewerkt.
Maar Kurt had nog steeds die droom om een heuse melodieuze rockplaat te maken. In 2001 werd gestart met de allereerste voorbereidingen voor het album en schreef Kurt een aantal nieuwe songs met de Zweedse tekstschrijver Andy Flash. Met de allereerste opnames van de cd zelf werd gestart in 2002. Gedurende de opnames werden een heleboel binnen- en buitenlandse zangers en muzikanten bij het project betrokken. De meeste gitaarpartijen op de cd werden ingespeeld door de Zweedse topproducer en gitarist Tommy Denander. Tommy werkte al samen met mensen als Toto, Richard Marx, Eric Clapton, Kiss en vele anderen. Ook Ward Snauwert, gitarist bij Reborn, is van de partij. Andere gasten zijn o.a. Daniel Flores (Mind’s Eye), Ollie Oldenburg (ex-Zinatra), Jim Santos (Norway), Steve Newman (Newman) en vele anderen.
De opnames voor de Frozen Rain cd vonden plaats in België, Zweden, Amerika en Engeland. De cd is bestemd voor iedereen die houdt van pakkende melodieën, subliem gitaarwerk, sprankelende toetsen en krachtige stemmen. Bijkomende troef is het “vrolijke” gevoel dat Kurt in zijn songs weet te leggen.
Toen de opnames beëindigd waren vond Kurt algauw onderdak bij Avenue of Allies Music, een gloednieuw Duits platenlabel dat zich zal toeleggen op melodieuze rock.
Op 18 april is het eindelijk zover en wordt de Frozen Rain cd in eerste instantie uitgebracht in Duitsland en Scandinavië. Daarnaast zal de cd ook verkrijgbaar zijn in tal van gespecialiseerde online cd shops.

Verdere info, details en geluidsfragmenten van de  Frozen Rain cd zijn te vinden op
http://www.frozenrain.be/

Gun Barrel

Outlaw Invasion

Geschreven door

Het Duitse Gun Barrel is met ‘Outlaw Invasion’ toe aan zijn 4e langspeler. Met telkens een twee jaar tussen elke release brengen de heren een mooie regelmaat. Dat ze zich niet overhaasten komt de muziek enkel ten goede. ‘Outlaw Invasion’ vervolgt namelijk de hoge kwaliteit van de vorige albums.
Met een mix van stevige hardrock en heavy metal, in combinatie met de unieke stem van Xavier Drexler, brengen deze heren sinds 1999 een aangename afwisseling in het Duitse metal landschap. Echt bekend zullen ze er wellicht niet mee worden, maar dit houdt hen absoluut niet tegen om zich met volle overgave op de muziek te gooien. Ook live konden we dit vorig jaar nog vaststellen in JC Den Ast, waar een kleine horde fans bijeen was gekomen om een geweldige live-prestatie van de band te zien.
Dat men vol overgave aan ‘Outlaw Invasion’ heeft gewerkt, is dan ook duidelijk te horen. Het album klopt op elk gebied en brengt een aangename afwisseling tussen melodieuze en mysterieus klinkende passages met stevige riffs. “Wanted Man” is hiervan een prachtig voorbeeld, waarbij vooral de stevige hardrock van hoog niveau blijkt te zijn. Het meezingbare refrein nestelt zich al snel in het hoofd, waardoor ik al snel een hele dag dit refrein onbewust zat te zingen.
“Cheap, Wild and Nasty” vormt een tweede hoogtepunt op het album. Dit nummer sluit muzikaal meer aan bij de heavy metal, zonder echt vernieuwend of ingewikkeld uit de hoek te komen. De aanstekelijke zangpartijen van Drexler creëren al snel een aangenaam gevoel, waardoor je al snel de neiging krijgt om in het nummer mee te gaan. Ook hier wordt naar het einde toe even heel kort wat gas terug genomen alvorens het refrein nogmaals door de boksen te jagen. Deze onverwachte wendingen in de nummers zorgen ervoor dat je aandachtig het album kunt volgen.
Met “Brother to Brother” krijgen we nog een stevige rock ‘n’ roll hymne voorgeschoteld, die zich ongetwijfeld zal ontpoppen tot het live nummer bij uitstek. De combinatie van een smerig taalgebruik, met een oppeppend ritme en teksten die het samenhorigheidsgevoel versterken, zal ongetwijfeld heel wat fans aanspreken. Ook “M.I.L.F.” bezit heel wat mogelijkheden om zich te ontpoppen tot een waar live-nummer.
Dat men ook de gevoelige snaar kan raken bewijzen de heren met “Tomorrow Never Comes”, waarbij het nummer heel emotioneel wordt ingezet en Drexler zich van een andere kant laat zien. Een kant die hij naar mijn mening wel meer aan bod zou mogen laten komen. Het nummer ontpopt zich tot een semi-ballade, waarbij vooral de zang van belang is, ook al is het nummer muzikaal zeker niet slecht opgebouwd. Vooral de melodieuze gitaarlijn naar het einde toe, sluit goed aan bij het gevoel dat Drexler teweegbrengt met zijn stem.
Met titeltrack “Outlaw Invasion” en outro “Parting Kiss” wordt een mooi einde gebreid aan een schitterende plaat, waarbij vooral de melodische kant van het Duitse combo deed verbazen. Indien je nog met enige twijfels zou zitten, kan ik u aanraden enkele nummers te beluisteren op hun myspace. Indien deze nummers je kunnen overtuigen, kun je gerust overgaan tot de aankoop van dit album!

Pagina 478 van 498