logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Avantasia

The Scarecrow

Geschreven door

Wauw, wat een start van het nieuwe jaar. Toeval of niet, maar samen met de nieuwe Ayreon release ligt ook de nieuwe schijf van Tobias Sammeth's Avantasia bij de platenboer. Beide projecten laten de betere rockzangers aanrukken, de meeste zijn trouwens op beide albums te horen. Is de nieuwe Ayreon schijf een bijzonder moeilijke brok om te verteren, deze 'The Scarecrow' is lichtere (lees toegankelijkere) kost.
'The Scarecrow' is de opvolger van de schitterende 'The Metal Opera' albums uit 2001 & 2002. Met de EP 'Lost In Space' van vorig jaar kondigde Tobias al een derde Avantasia album aan. Toch is dit album totaal anders dan de eerste twee Avantasia platen. Ditmaal werd gekozen voor een bredere sound. Zo horen we invloeden uit de traditionele classic rock, heavy rock en symfonische rock. Zelfs Keltische invloeden verruimen de magistrale sound op 'The Scarecrow'. Het is dus veel meer dan enkele een power-metal plaat! Onze Edguy zanger Tobbias beschikt zelf over een sterke stem maar daarnaast liet hij zich ook omringen door o.a. Jorn Lande, Bob Catley, Roy Khan, Michael Kiske en Oliver Hartmann. De meest opvallende naam is echter die van Alice Cooper, die het sterke "The Toy Master" weet om te toveren tot een waar pareltje. Naast deze klassenzangers werd Tobias bijgestaan op gitaar door Sascha Paeth (Luca Turilli), Rudolf Schenker (Scorpions) en Kai Hansen. Eric Singer, die we kennen van o.a. zijn werk bij Alice Cooper zit achter de drumkit. Het strakke, heavy "Twisted Mind" opent sterk waarna we met de titeltrack een uitgesponnen (elf minuten), zeer gevarieerde song voorgeschoteld krijgen, overgoten met een Keltisch sausje. "Shelter From The Rain", is op het lijf geschreven van ex-Helloween zanger Michael Kiske. Snelle riffs en een sterk refrein doen hier erg aan Helloween denken. "What kind Of Love" is dan weer een pure popsong met soundtrack allures, prachtig gezongen door Amanda Somerville. Andere hoogtepunten zijn "The Toy Master" (de perfecte Alice Cooper song!) en afsluiter "Lost In Space".
Deze 'The Scarecrow' is een sterk gevarieerde plaat (en bovendien voorzien van een glasheldere productie) vol sterke melodieën, mooie arrangementen en beklijvende refreinen. Mister Sammeth is een sterke songwriter en bewijst met deze derde Metal Opera schijf tot de absolute top in het genre te behoren!

Editors

Editors: onversneden zwaarmoedigheid

Geschreven door

Editors stonden in Vooruit voor hun tweede van drie uitverkochte clubshows in ons land in evenveel dagen tijd. Het viertal uit, toeval of niet, The Black Country (Birmingham) timmerde de laatste jaren bijzonder succesvol aan de weg naar de absolute top. Van zowel hun debuut ‘The Back Room‘ uit 2005 als van ‘An End Has A Start’ van vorig jaar gingen immers al meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. De groep heeft een uitstekende livereputatie hoog te houden en loste ook in Vooruit weer - met hun typische uptempo nummers en herkenbare gitaargeluid - meer dan de verwachtingen in. Het werd een tegelijk hermetische en epische set zoals we die van de groep gewoon zijn. De stem van Tom Smith kleurde opnieuw de randjes van de songs zwart als de nacht.

De set begon slepend en verkillend mooi met “Camera” waarbij de stem van Smith ons soms deed denken aan die van Brendan Perry. De scherpe uptempo titelsong “An End Has A Start” greep het publiek meteen bij het nekvel en zorgde ondanks de problemen met de basgitaar voor een veelbelovend begin. Smith vroeg en kreeg de steun van het publiek en Editors verraste met het in bitterheid gedrenkte “Blood” en “Bullets”. Met herwonnen zelfvertrouwen kronkelde Smith - met de gitaar hoog op de borstkas en gedreven door een diepe bas en een harde en strakke drums - bijna spastisch over het podium.
De respons van het publiek loog er niet om en Editors vervolgde met het langzaam openbloeiende “The Weight Of The World” en het geniaal geconstrueerde “Escape The Nest”. “Lights” zorgde voor een nieuw hoogte-punt door knap gitaarwerk doorspekt met straffe tempowissels. “When Anger Shows”, waarbij een nerveuze drum de door Smith geproduceerde pianoklanken ingenieus net niet op de hielen trapte, werd gevolgd door het atypische “Spiders”. Meer spinnen kregen we met een eigenzinnige versie van “Lullaby”, de speciaal voor de 49e verjaardag van BBC Radio 1 opgenomen cover van The Cure en naamgenoot Smith. Na dit rustpunt werd de set krachtig hernomen door knallende versies van “All Sparks” en het oorstrelende “Munich”. Nieuwe single “Push Your Head Towards The Air”, met de bassist op de toetsen en Smith op semi-akoestische gitaar, zorgde voor een laatste rustpunt alvorens de reguliere set met een fantastisch sterke uitvoering van “Bones” en het altijd in de setlist opgenomen “Fingers In The Factories” werd afgesloten.
Het uitzinnige publiek riep Editors terug en de band trakteerde op een onvergetelijke bis met “The Racing Rats” (met Smith bovenop de piano), het ijzersterk uitgesponnen “You Are Fading” (dat op sommige versies van de debuutplaat als “Cutting” is toegevoegd) en het onmisbare “Smokers Outside The Hospital Doors”.

De band bewees live nog maar eens dat de veeleer beperkende vergelijkingen met andere bands dikwijls onterecht zijn en ze ondertussen echt wel een eigen kenmerkend geluid en dito songs hebben ontwikkeld.

De uit Brooklyn afkomstige supportact Mobius Band zorgde voor gesmaakte dansbare rock met een vinnige drums, wat een ideale opwarmer was voor Editors.

Organisatie: Live Nation

Jo Lemaire

Jo Lemaire: de happy intimiteit van ‘La Douce France’

Geschreven door

Jo Lemaire is al een bezig bijtje van in de new wave periode, eind zeventiger jaren, onder Jo Lemaire + Flouze. Levendig herinneren we ons songs als “So static”, “Follow me in the air” en de instant klassieker “Je suis venue te dire que je m’en vais”. Na haar Flouze periode, bracht ze een handvol soloplaten uit; puike single-opnames waren o.a. “Parfum de rêve”, “La mémoire en exil”, “Tentations” en “Stand up”. Haar meertaligheid (Frans –Engels – Nederlands) maakte haar erg populair. Tenslotte legde de artieste zich toe op het Franse chanson, speelde ze bewerkingen van Edith Piaf en was er de hommage ‘Brel-Blues’. Ze groeide uit tot een kostbare chansonnière.

De theatertournee van ‘La Douce France’ kadert in een bal populaire van feest en dans, verloren vakantieliefdes, nostalgie en ingenomenheid. Het is een muzikale reis en herontdekking van het Franse lied in al z’n facetten, een greep uit haar eigen repertoire en het spelen van succesnummers van haar idolen, bewerkt tot eigentijdse en verrassende composities. Muziek voor nazomerse avonden …van du vin, du pain et du boursin!

Als een volleerd performer, creëerde ze een warme band met haar publiek. De songs kregen kleur door accordeon, contrabas, piano, drums, akoestische gitaar, fluit, klarinet en blazers.
We werden getrakteerd op een twee uur durende show, waarin een korte pauze was ingelast.
In dit repertoire van ‘La Douce France’ was happy intimiteit het sleutelwoord: van het los ontspannende, zwierige karakter van “Toute la pluie tombe sur moi” (Franstalige versie van “Singing in the rain”) en “La bicyclette”, stapte ze over naar de variéty van “C’est si bon” en “Monstres sacrés”, en kwam ze tenslotte aan de melancholie van “Le plus bel tango du monde”, “Chez Lorette” en “Que reste-t-il de nos amours”.
Ze speelden trouwens ook ijzersterke interpretaties van Franse evergreens in het decor van straatlantaarns: de swingende, vrolijke songs van Jacques Dutronc (“Il est 5h, Paris s’eveille”), Joe Dassin (“Aux Champs Elysées”, waarbij het refrein zachtjes werd meegezongen), Charles Trenet (“Nationale 7”) en Françoise Hardy (“Tous les garçons et les filles”), wisselde ze af met dromerig, intiem, jazzy aandoend werk: “Nathalie” van Gilbert Becaud, “Les feuilles mortes” van Yves Montand , een ingetogen “Quand le soleil dit bonjour aux montagnes” (op akoestische gitaar en accordeon) van Lucille Star en “For me …formidable” van Charles Aznavour.
De leuke ”C’est mon bâteau” en “Il y a le ciel, le soleil et la mer” besloten deel I en Gainsbourgs “La javanaise” , Piafs “Non non je ne regrette rien” en Brels “Ne me quitte vormden een overtuigend slotstuk..

Jong en oud wist ze te bekoren. Haar tijdloze klasse maakte haar tot de perfecte ambassadrice van het Franse chanson, lazen we ergens. Correct omschreven, zie!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Triggerfinger

Garagerocken met Triggerfinger en The Blackbox Revelation

Geschreven door

Vergelijkingen, rock recensies kunnen niet zonder, en deze review dus ook niet…The Blackbox Revelation zijn met twee, gitaar & drums, en dus kom je automatisch bij The White Stripes of The Kills uit. Vergelijkingen zijn soms makkelijk, maar in dit geval geeft het gewoon aan dat deze jongens al heel ver staan en sterke garage rock met een grote blues invloed brengen. Je moet het maar doen, nog maar negentien, de eerste CD pas uit, en een volle Trix boeien voor de volle drie kwartier. Als je enkel met gitaar en drums kunt uitpakken, moet je sterke songs hebben om het publiek wakker te houden, en dat deed The Blackbox Revelation dan ook.
De single “I think I like you” is zo een voorbeeld van een killer song, maar het was vooral de afwisseling van songs dat indruk maakte. Naast uptempo garage rockers zoals “Set your head on fire” en “We never wondered why”, was er ook tijd voor een rustig nummertje zoals “Never alone/always together” of de bluesy hiphop track “Beatbox revelation pt.1”. Als er dan toch een minpunt te vermelden valt, is het de zang, in sommige nummers deed die mij aan The Scabs denken.

Ook bij Triggerfinger zijn er evidente vergelijkingen: Queens of the Stone Age, (eigenlijk meer Mark Lanegan dan Josh Homme, maar soit) maar misschien ook minder evidente: ZZ Top. Het drietal zat weer strak in het pak en das, en ging er de volle honderd procent voor. Net zoals bij The Blackbox Revelation (de kapoenen kregen een vermelding), weten Triggerfinger de verveling die makkelijk opduikt bij bands die cliché garage rock of bluesrock brengen, te vermijden door sterke songs te schrijven waarvan de melodie blijft hangen. Nummers van de nieuwe plaat “What grabs ya”, “First taste, half way”, wisselden af met ouder werk zoals “Lil Teaser” en “Faders up”. Het publiek ging volledig mee met de Triggerfinger groove, en we zagen dan ook de handjes in de lucht gaan. Een divers publiek trouwens van metalheads en rockers met leren vesten tot jonge meisjes. Na een promo-praatje voor de Triggerfinger plastrons, sloot het tien minuten durende “Commotion” dit overtuigend optreden af.
Setlist Triggerfinger: Short term memory, Soon, Lil teaser, First taste Half way, No one came, Scream, Is it, Faders up, On my knees, What grabs ya, Commotion, Boris

Organisatie: Trix, Antwerpen

Gabriel Rios

Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans: drie hoofdrolspelers aan het werk

Geschreven door

De Belgische Puertoricaan Gabriel Rios is de voorbije jaren uitgegroeid tot een publiekslieveling door z’n knuffelbeerpersoontje, sympathieke uitstraling en z’n broeierige, aanstekelijke sound van pop, latino, salsa, soul en hiphop. Na de twee platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’, heeft hij een mooi initiatief klaar, het akoestische ‘Morehead’, met piano/jazzvirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans. Sommige Rios’ songs werden ontkleed, en kregen een alternatieve, sobere aanpak. Een intrigerende kruisbestuiving, die een brug slaat met modern klassiek en jazz, gedragen door de warme stem van Rios; het toont net de vele levens aan van z’n nummers! Een klein anderhalf uur zagen we niet één (Rios), maar drie hoofdrolspelers aan het werk tijdens deze theatertournee!
“Baby lone star” vatte de set aan en was onder een minimale instrumentatie een fluistersong. De elegante, sfeervolle aanpak van een pianotoets, vioolgetokkel en akoestische gitaar zetten de drie verder op “For the wolves” en “Angelhead”. Pakkend en spitsvondig! De dreigende latino op “Raton” neigde naar The Gotan Project en “Rumba” dompelden ze onder in een tango met handgeklap. Rios kwam op “I’m gonna die tonight” en “Wish” even op het voorplan. Daarna was het tijd voor Neve’s beheerste pianospel. Vloeiend en moeiteloos ging hij van ingehouden, meeslepend naar snel en krachtig, een muzikale driehoek van jazz, klassiek en pop; hij werd af en toe ondersteund door Rios’ gitaar en Proesmans’ drums. Het dromerige “Stay”, de recentste single van Rios, bracht ons terug naar de pop, en werd zelfs heftig, als een voorbijrazende trein, besloten.
In een regelrechte 50’s stijl speelden ze “Ain’t no use” en de definitieve afsluiter “Diamond” balanceerde tussen rock’n’roll en jazz.

In de grote Blauwe Zaal werd de avontuurlijke aanpak en het samenspel van het trio sterk onthaald; de Zuiderse latinosoulpop van Rios overleefde zonder problemen het aangepaste alternatieve kleedje.
Een tip zijn voor de komende festivals?

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Arid

Comeback Arid: band moet nog wat op dreef komen

Geschreven door
De comeback van Arid kon niet beter zijn dan op de eigen Gentse thuisbasis. Het was een ‘alive & kicking’ band en een happy weerzien van beide kanten;  Jasper en z’n crew hebben nu pas de derde cd uit ‘All things come in waves’, de langverwachte opvolger na ‘All is quiet now’ (’02). Redenen waren te zoeken in de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose.
De derde cd ligt in het verlengde van de twee vorige, met name melodieus emotievolle poprock en weemoedige ballads, gedragen door de hemels hoge, heldere, soms vrouwelijk aandoende stem van Jasper; doch in de live set, door de stembeperktheid klinkt ze ietwat vervelend na zo’n anderhalf uur!.
De klemtoon kwam uiteraard op de onlangs verschenen cd, poprock en een uiterst sfeervolle sound door de rijkelijk gearrangeerde toetsen en piano.
Jasper en z’n band wisten nog steeds de meisjesharten te breken; op de eerste twintig rijen vond je praktisch geen enkele jonge gast. Arid equals romantische zieltjespop!

Het kwintet had er alvast zin in en begon met twee nieuwe uptempo songs “When it’s over, it’s over” en “Tied to the hand”. De zanger liep in het begin veel heen en weer, en betrok al snel z’n fans bij de songs. En toch …lieten ze een ietwat verkrampte indruk na: te lang geleden dat ze nog samen op een podium stonden? Of podiumvrees?…Who knows.
”Too late tonight” zat al vroeg in de set, werd mooi uitgesponnen, en was de aanzet voor sfeervoller werk als “Wintertime” en “Words”. De band had een afwisselende playlist want “Right this time” en oudjes “Body of you” (waarin Marvin Gaye’s “Sexual healing” in weerklonk) en “You are” waren broeierig, hadden een spannende opbouw en klonken iets krachtiger dan vroeger.
”In praise of”, “Why do you run” volgden; “Life” was de meest avontuurlijke song waarin gitarist Du Pré op steelpedal een hoofdrol innam. Een ingetogen “Lost stories” (run away from you) kwam tot stand toen Jasper op You Tube een clip van Stereophonics zag, en zat aangenaam vervat binnen de drie rocksongs.
Arid zag dat ze nog niet godvergeten waren en trakteerden het publiek na een uur op een uitgebreide bis, waarbij Jasper twee intieme songs speelde, gedragen door z’n hemelse stem. “If you go”, “Me & my melody” en “Dearly departed” waren een rockende finalereeks van een band die er alles aan doet om het succes van vroeger te kunnen evenaren toen hun debuut ‘Little things of Venom’ verscheen.

Slotsom van het ‘late evening’ concert van Arid: goede set, présence, en voldoende variatie tussen rock en ballad, doch de band moet enkele onwennigheden overwinnen.

Organisatie: Live Nation


Mint (Belgium)

Hinterland

Geschreven door

Het Limburgse Mint kwam twee jaar geleden in de belangstelling met de cd ‘Magnetism’, en scoorde een paar aardige hits als “Your shopping lists are poetry” en “The magnetism of pure gold”. Pure pop met een psychedelisch randje.
De band onder zanger/gitarist Erwin Marcisz deed opnieuw beroep op poducer John MorlanD, bekend van werk  voor Sparklehorse en Cardigans. We hebben te maken met een uiterst gevarieerd plaatje ,waarbij de band trouw zweert aan dromerige, sfeervolle pop. Luister maar naar “White line” en “Meet me at the Moresko”. Mint klinkt orkestraal op “The more I…” en  “Commuters Untite!” , en ze kunnen er een stevige rocker doorheen halen (“Medicine” en “I save my smiles”). Opener en single “Brand new toy” is alvast een schot in de roos (met kinderkoortje!) en kan een definitieve doorbraak betekenen. Titelsong en afsluiter is gekenmerkt door een sterke opbouw. Tof plaatje van een niet te onderschatten bandje!

Milow

Coming Of Age

Geschreven door

Milow's debuutalbum 'The Bigger Picture' uit 2006 werd onlangs overladen met prijzen. De Leuvense singer-songwriter ging begin februari lopen met drie MIA's (Music Industry Awards). Vooral de single: "You Don't Know" bleek zowel voor het Afrekening publiek van Studio Brussel alsook voor luisteraars van Radio 1 en Radio Donna een erg genietbaar plaatje. Zowat op alle radiostations kreeg Milow dus heel wat airplay (ook bij onze Noorderburen), wat resulteerde in een gouden debuutplaat. Buiten de single vond ik 'The Bigger Picture' nochtans niet zo'n baanbrekende plaat. Het album klonk niet bijster origineel en de man begaf zich toch wel erg dicht in het vaarwater van die andere Belgische singer-songwriter Tom Helsen.
Na het forse succes van het debuut is er nu de tweede plaat van Jonathan Vandenbroeck: 'Coming Of Age'. Het up-tempo nummer "Dreamers And Renegades" werd als eerste single gelanceerd maar werd in Vlaanderen niet echt een hit. 'Coming Of Age' klinkt toch iets anders dan zijn voorganger. Hoewel het album nog steeds steevast kiest voor pure melancholie is er af en toe toch ook een vrolijke noot te horen. Opener "Canada" is bijzonder grappig, al doet Milow hier toch een beetje aan zelfoverschatting. Leuk, maar bovenal een sterke song. Nog meer dan de moeite waard zijn de songs die echt een verhaal vertellen, "Stephanie" (waarin Milow zingt over de moord op Stephanie De Mulder) en vooral "Herald Of Free Enterprise (ja…over de ramp!!) zijn ware pareltjes!
Een meerwaarde op de plaat is zeker de samenwerking met de Britse zangeres Nina Babet. Hun samenzang is bij momenten erg ontroerend. De eenvoudige songs krijgen ditmaal een iets breder arrangement waardoor de plaat aan maturiteit wint. Dit tweede album kan als bevestiging tellen maar toch had ik het net iets avontuurlijk gewild. Voor liefhebbers van grootheden zoals Neil Young, Bruce Springsteen, Damien Rice…maar ook Tom Helsen en Racoon is dit album een hebbedingetje.

Metalium

Incubus: Chapter Seven

Geschreven door

Sinds 1999 werkt het Duitse Metalium aan zijn eigen verhaal. 9 jaar na het ontstaan van de band, brengen deze sympathiek Duitsers hun zevende hoofdstuk uit. Het werkje kreeg bij zijn doop de naam ‘Incubus’ mee.
Met 7 albums, 2 DVD’s en zelfs een stripverhaal op hun palmares in een kleine 9 jaar tijd, zal Metalium wellicht één van de productievere bands zijn. Dit kan tot twee mogelijkheden leiden. Ofwel brengt men onafgewerkte producten uit van lage kwaliteit, ofwel hebben de heren een onuitputtende inspiratiebron, die hen blijft voorzien van stukken.
Bij het beluisteren van ‘Incubus’, wordt al snel duidelijk dat we niet met een onafgewerkt product te maken hebben. Het laatste wat ik van deze band gehoord is was hoofdstuk vijf in de serie, getiteld ‘Demons of Insanity’. Hoewel dit album zeker niet slecht was, bleek het toch niet meer indruk op mij na te laten dan een doorsnee powermetalband. ‘Incubus’ laat bij mij een meer volwassen indruk na.
Metalium opent het album met “Trust”. Deze intro kenmerkt zich door een ritmisch drumpatroon ondersteund door een rustige melodie, die tegelijk dreigend en rustgevend klinkt klinkt. Zanger “Henning Basse” ondersteunt deze sfeer door op een mysterieuze dreigende manier al zingend het vertrouwen probeert te winnen. Meteen na de sfeervolle intro wordt een stevige powerriff voorgeschoteld. Van zodra Basse zijn zangpartijen begint, valt het ritme echter terug en wordt de sfeer van de intro teruggehaald. Geleidelijk aan wordt het tempo terug opgedreven. Deze tempowisselingen worden regelmatig doorgevoerd en bezorgen het album een absolute meerwaarde.
Alles op ‘Incubus’ lijkt te kloppen als een bus en het ongeveer drie kwartier gaat erin alsof het niets is. Op geen enkel ogenblik slaat de verveling toe. De melodische elementen en de ritmesecties vloeien vlot in elkaar over. Ook op de productie valt niets aan te merken. De ritmische stukken klinken krachtig en de melodische teder en sfeervol.
Met ‘Incubus’ laat Metalium duidelijk zien wat ze in huis hebben. Met dit album onderscheiden ze zich namelijk van de doorsnee power-metalband en dit voornamelijk door voldoende tijd te nemen om sfeervolle melodieën en verhalende intro’s in het album toe te laten. De nummers “Gates” en “Take me Higher” groeien grotendeels omwille van deze redenen uit tot de toppers van het album. “At Armageddon” en “Resurrection” moeten het dan weer van andere elementen hebben. “At Armageddon” kenmerkt zich vooral door het hoge meezinggehalte en de vocale prestaties van “Basse”. “Resurrection” haalt zijn sterkte uit de prachtige combinatie van melodie met pure powerriffs.
Mede door deze afwisselingen is ‘Incubus’ toegankelijk voor verschillende situaties. Zo zorgde het al voor de nodige ontspanning tijdens het werken, een krachtige pauze of een genietende luisterbeurt net voor het slapengaan.
Zonder enige twijfel kan ik stellen dat ‘Incubus’ één van de toppers op vlak van powermetal zal worden in 2008. Er zouden namelijk al heel wat bands origineel uit de hoek moeten komen om deze release te overtreffen.

Exciter

Thrash speed burn

Geschreven door

Een goeie pot ouderwetse speedmetal gaat er altijd in. Daar moeten de heren van Exciter zeker niet van worden overtuigd. Trouw blijvend aan hun roots, werkte men het voorbije jaar aan ‘Thrash Speed Burn’, dat sinds 22 februari in de rekken ligt.
Wie de band reeds kent en de vorige albums wist te smaken, zal ik wellicht niet veel nieuws kunnen bijbrengen en raad ik dan ook aan om onmiddellijk naar de winkel te lopen. Een blinde aankoop zal jullie niet ontgoochelen. Wie nog nooit van deze Canadese band heeft kan zich met deze laatste release van de band verwachten aan een lekkere pot snedige oldschool metal.
Buiten de nieuwe zanger klinkt de band nog steeds als bij de start in de jaren ’80 en laat dit nu een compliment zijn. Zelfs met de nieuwste productietechnieken slagen ze er nog steeds in om hun eigen typische sobere geluid te kunnen blijven produceren.
Openingstrack “Massacre Mountain” zet meteen al de toon voor de rest van het album. Razendsnelle en snedige speedmetal aangevuld met de ruwe schreeuw/zangpartijen van nieuwkomer “Winter”, die er niet van terugschrikt om hier en daar een accent te leggen met een hoge uithaal. Zoals we reeds van Exciter gewend zijn, laten ze niet alleen zien hoe snel ze hun instrumenten kunnen bespelen, maar vooral ook dat ze wel degelijk over de nodige vaardigheden beschikken.
Titeltrack “Thrash Speed Burn” legt het tempo nog iets hoger en laat duidelijk blijken dat men met “Winter” op zang een waardige vervanger voor Jacques Bélanger heeft kunnen strikken. Hoewel Winter technisch zeer sterk is, mis ik toch het extra tikkeltje charisma van Bélanger. Het unieke gevoel, dat Bélanger kon teweegbrengen, komt helaas zelden voor op dit album. Al blijkt dit ook niet nodig te zijn om een schitterend product af te kunnen leveren.
Het tempo van het album daalt zelden, maar in het 6 minuten durende “Crucifixion” laat men zich toch van een wat rustigere kant zien. Naar het einde van het nummer toe wordt een dreigende sfeer geschept waarbij Winter het brullen benaderd. Genoeg rust moeten ze gedacht hebben, “Demon’s Gate” wordt opnieuw stevig ingezet en kenmerkt zich vooral door een prachtige snedige solo van John Ricci. Door het hoge meebrulgehalte, kan dit nummer uitgroeien tot een stevig live-nummer.
Na “Hangman” wordt opnieuw een rustmoment ingelast met het bijna zes minuten durende “Evil Omen”. Ondanks het lagere tempo gaat dit nummer op geen enkel moment vervelen. Integendeel zelfs, het nodigt eerder uit om uit volle borst te gaan meezingen en te genieten van de technische vaardigheden van de Canadezen.
Met “Betrayal”, “The Punisher” en “Rot The Devil King” wordt het album stevig afgesloten. Vooral “The Punisher” verdient nog een eervolle vermelding en blijkt tot één van de betere van het album te horen. Voor zover er echt nummers bovenuit steken.
Speedmetal ten top. De ‘Heavy Metal Maniacs’ zijn nog niet vergeten waar ze voor staan en daar zijn we zeer blij om. Wie beslist om naar de winkel te snellen om dit album kan kiezen voor de gewone CD, maar kan ook kiezen om zich in de oldschool sfeer te gooien en de LP aan te kopen. Gelijk welke keuze je maakt, genieten zul je doen! Daar ben ik zo goed als zeker van.

Sheryl Crow

Detours

Geschreven door

Voor wie een beetje de muziekgeschiedenis onder de knie heeft zal Sheryl Crow zeker geen onbekende zijn. Haar debuutalbum uit 1993 'Tuesday Night Music Club' ging in de jaren negentig meer dan 8 miljoen keer over de toonbank. Crow kreeg er in 1995 ook drie Grammy Awards voor. De successingles: "Leaving Las Vegas", "Run Baby Run" en vooral "All I Wanna Do" zijn vrijwel door iedereen gekend.
'Wildflower' uit 2005 was haar laatste wapenfeit en klonk doorgaans wat flauw. Verder kwam Crow vooral in het nieuws toen de breuk met wielergod Lance Armstrong een feit was. Nog in 2006 kreeg Crow borstkanker om maar te zeggen dat La Crow een erg donkere tijd doormaakte.
Maar nu is Sheryl Suzanne Crow helemaal terug met haar zesde studioalbum 'Detours'. Deze Amerikaanse Blues Rock zangeres, gitariste, bassiste, pianiste en songwriter laat op haar nieuwe plaat een bevrijdend geluid horen. Het album werd opgenomen in Crow's studio te Nashville . De eerste single en tweede song uit het album “Shine Over Babylon” is typisch Crow en snijdt meteen een heikel maatschappelijke vraagstuk aan.
Globalisering, wereldvrede, klimaatopwarming zijn de thema's op dit album maar verder haalt Crow ook inspiratie uit persoonlijke ervaringen: “Diamond Ring” (verbroken relatie), “Make It Go Away (Radiation Song)” (het gevecht tegen de kanker) en “Lullaby For Wyatt” (over de adoptie van haar zoontje Wyatt) zijn enkele van haar intiemste songs.
Mooie popsongs, af en toe een beetje rockend, wat folk, wat country….kortom een zeer gevarieerde mooie luisterplaat met bijzonder snijdende teksten. Bovendien geproduceerd door Bill Botrell (die ook tekende voor de productie van haar eerste album 'Tuesday Night Music Club') die de sfeer van haar gouden debuut in deze 'Detours' weet te importeren. Klasse album!

Tegan & Sara

The Con

Geschreven door

Tegan & Sara is een Canadese tweeling die al enkele jaren in het circuit dwalen van de semi-akoestische folkpop. De zusjes komen in de belangstelling met de vierde cd ‘The Con’, geproduced door Chris Walla van Death Cab For Cutie. Hun eerste single “Back in your head” is niet meer weg te denken op de radio en laat de eenvoudige songopbouw (gitaargetokkel en toetsen) en de stemmenpracht van de op elkaar afgestemde (samen)zang horen van het vrouwelijk singer/ songrwitersduo. De dertien –resterende- korte, sfeervolle, intens broeierige songs liggen in het verlengde en doen refereren aan het werk van Indigo Girls, Michelle Shocked, Ani Difranco, Pinback…en ,jawel, Melissa Etheridge. Op een handvol nummers (“Hop a place”, “Nineteen”, “Floorplan” en de titelsong) komt de klemtoon op de poprock. Op “Are you ten years ago”  laten de ‘twins’ zelfs een vleugje elektronica beats doorklinken. Een experimentje die aangenaam verrast binnen deze consistente plaat.
’The Con’ heeft alle troef in handen om in Europa door te breken!

Eels

Een intens bezwerend avondje van twee protagonisten, E en The Chet

Geschreven door
De begenadigde singer/songwriter, Mark ‘E’ Oliver Everett, schrijft materiaal alsof het een koud kunstje is; met de eindejaarsperiode gooide hij zomaar drie cd’s te grabbel: ‘Meet The Eels – Essential Eels (vol 1 1996 – 2006)’ en de dubbelaar, met liefst vijftig songs ‘Useless trinkets’ (b sides, soundtracks, rarities en unreleased material). Deze platen volgen de 2cd ‘Blinking lights & other revelations’ op van 2005. Daarnaast schreef dear Mr E een boek met talrijke indrukken en ontmoetingen tijdens zijn tournee. Een bezige bij dus!
Wie de optredens van Eels volgt, ziet bij elke plaat een nieuwe perfomance; in 2005 trad hij met aan een strijkerensemble en op Werchter , in oranje overallplunje, gaf hij een rauwe, ongepolijste rock’n’roll show. Wat een clevere, dirty boy toch!

In het KC zagen we op het podium een pak instrumenten, een muziekwinkel waardig. Een afgeladen KC, bestaande uit die hard ‘E’ freaks, genoten van een gezellig ‘E’ avondje van twee multi-instrumentalisten, The Chet en Mr E, die grossierden in het uitgebreide oeuvre; ze stopten de songs, op heerlijk, verrassende wijze, in een sobere, minimale, uitgeklede , soms korte, versie. Ontroering, oprechtheid, zelfspot en ironie waren de thema’s. E werd toegesproken door een stem uit de hemel (was het een goddelijke stem? Of de stem van z’n pa? Of  was het symbolisch de stem van onze onlangs verloren medewerker Jim, die Eels in het hart droeg?) bij de aanvang en het einde van de anderhalf uur durende set: In ieder geval, treffende woorden van De Stem, “This is your life” en “You’ve done good, kid”.

Een reportage van de BBC ‘Paralel Words, Paralel Lives’ over E’s uitstappen, optredens en familiaal leven leidden de set in.
De twee protagonisten speelden twintig nummers; ze volgden elkaar nogal redelijk snel op. Twee keer werd het publiek aangenaam vermaakt toen The Chet, op verzoek van E, met de nodige zelfrelativering, uit E’s boek voorlas en fanmail en positieve en negatieve reviews aanhaalde. Een spitsvondigheid, die de zwaarmoedigheid van de songs opving.

E begon solo, “Grace Kelly blues” en “Ugly love”, elektrische gitaar, piano en mans melancholisch krakende stem.Vanaf het derde “Strawberry blonde” kwam The Chet E vervoegen. In een rijkelijk gekleurd instrumentarium als klokkenspel; zingende zaag, (speelgoed)piano, toetsen, gitaargetokkel en drums, hoorden we aangename emotievolle nummers, als “In the yard, behind the church”, “Last stop: this town” en “Flyswatter”, in een jam gegoten én hoogtepunt in de set: piano en drums werden tot tweemaal toe onderling geruild, zonder dat het publiek maar iets miste; naadloos ging het over naar “Bus stop boxer”. Meesterlijk aangepakt en overtuigende klasse! “Souljacker”, “Dog’s life”, “My beloved monster” en een oerdemoversie van “Novocaïne for the soul” klonken rauwer en krachtiger. “I want to protect you” refereerde aan de bezwerende ‘80’s gitaarrock van The Feelies. “Good times, bad times (led Zeppelin)” werd door The Chet gezongen , en de twee de part van “Souljacker” besloot de set na een goed uur.
Het tweetal werd sterk onthaald, en eerder onverwachts kregen we maar twee encores te horen: “I’m going to stop pretending that I didn’t break your heart” en “You rock my world”, twee sfeervolle songs, waarbij E z’n knie boog voor z’n ‘beloved’ begeleidingsinstrumentalist The Chet, en hem een ruiker bloemen overhandigde

Eels slaagt er telkens in z’n nummers op boeiende wijze aan te passen en te spelen; wie dacht hem nog eens terug te zien als de zaallichten aanfloepten, was eraan voor de moeite. Die tijd lijkt voor eeuwig voorbij. Maar Eels, de muzikale kameleon, dragen we in ons muzikaal hartje!

Organisatie: Live Nation

Queens of the Stone Age

Belgium smiles above Queens of the Stone Age

Geschreven door

Queens of the Stone Age toonden op het Werchter festival van vorig jaar aan dat ze op scherp stonden. De band rondom Josh Homme speelde een strakke, krachtige en dynamische grungerocksetje. We zagen één brok energie op het podium!
In de Lotto Arena was het niet anders en termen als ruig, ruw, rauw, ongepolijst en beuken waren op hun plaats en toch…net als een ruwe bolster met blanke pit klonk het geheel doordacht, melodieus, gedoseerd, broeierig, spannend, meeslepend, bedreven en energiek door de sterke opbouw.
QOSA heeft iets met ons landje; ze hebben dEUS en Millionaire als vrienden, en kunnen rekenen op een sterke aanhang. Trouwens, tijdens hun Europese tournee was het enkel in België dat ze in zo’n grote zaal optraden, wat de wederzijdse band en liefde hechter maakte. “Belgium smiles above me”, zei Homme die avond nog.

In hun anderhalf uur durende set speelden ze vooral songs uit het recente ‘Era Vulgaris’ (die het ietwat ontgoochelende ‘Lullabies to Paralyze’ opving) en ‘Songs for the deaf’ , de succesplaat uit 2002. Band en publiek beleefden hun avondje wel, ondanks de beschouwende, koele blik van Homme. Hij was alvast onder de indruk toen een crowdsurfer erin slaagde langs de security het publiek in te diven. “Rock’n’roll shit, I like it”, was Homme’s reply!
We zagen een ontketende drummer Castillo, die z’n lichaam en z’n drumstel liet afzien, het diepe basspel van de moeilijk in te tomen Schuman, en het snedige gitaarspel van het duo Van Leeuwen/Homme. Een toetsenist heeft sinds de vorige cd de band vervoegd. In een lichtdecor van kroonlusters dompelden ze ons onder in een stevige portie grungerock..
Na de broeierige opener “You think I ain’t worth a dollar, but I feel like a millionaire”, die door de korte stops ophitsend werkte, waren de eerste 45 minuten in een moordend tempo: “Do it again”, “3’s & 7’s”, “Feel good hit of the summer” (gelinkt aan “ A hard day’s night” van The Beatles), “Go with the flow”, “Hangin’ tree” en “Little sister”. Vóór de hippe sensuele single “Make it with chu” – this one goes out to the ladies-, trakteerden ze ons op enkele beklijvende, bezwerende versies van  “Misfit love”, “In the fade” en “Burn the witch”.
Na het welgekomen, sfeervolle rustpunt hielde het gesmeerde kwintet het publiek in z’n greep, met prachtig gesoleer van gitaar, bas en drums, ondersteund door psychedelica toetsen: “Someone’s in the wolf”, “You can’t quit me baby” en de single “Sick sick sick” vormden een meeslepende, broeierige drie-eenheid, en besloten de set. Een schitterende finale!
Prijsbeesten “No one knows” en “Song for the dead” klonken opzwepend en bedreven, een versmelting van de stoner- en grungerock; twee toegiften om U tegen te zeggen. Dit was ‘Fxx damned beautiful’!

Een bezielde QOSA bracht op hun dooie gemak een hels, verschroeiende set; ze werden op handen gedragen. Ondanks het minder geluid als enig minpunt tekende de band bij een volgend concert voor een nog grotere zaal…, wat verdiend zou zijn.
 
Support was het Schotse Biffy Clyro die we al eens aan het werk zagen met Bloc Party; hun sound ligt ergens tussen de ‘70’s retrorock en de grungerock van Nirvana, Fu Manchu, Foo Fighters. De groep speelde een strakke set, soms ingehouden, soms explosief, maar kampte vooral met te weinig goede snedige songs-met-ballen!

Organisatie: Live Nation

Roni Size feat Reprazent

Roni Size feat Reprazent is Back Again! ‘Re-Forms’

Geschreven door

Het Britse Roni Size en z’n Reprazent uit Bristol hadden in ’97 meer in petto dan louter jungle en drum’n’bass. Bristol, die een paar jaar eerder al de broeihaard was van de triphop van een Portishead en Tricky, trakteerde ons op een nieuw avontuur door dit gezelschap. Ze speelden een toegankelijker geluid, waarin soul, jazz, funk, hiphop en sferische trancegerichte beats waren vermengd. Twee cd’s , ‘New forms’ en ‘In the mode’, waren met volgende songs  “Brown paper bag”, “Heroes”, “Watching windows” en “Dirty beats” spraakmakend. Net als Goldie tilden ze de drum’n’bass op een hoger niveau. Het brede concept was grensverleggend en had meer te betekenen dan enkele de loeiharde, pompende, donkere en harde beats van een Grooverider of van een Rush/Optical
In 2001 werd de samenwerking tussen Size, MC Dynamite, soulzangeres Onallee en de leden DJ Die en Krust stopgezet en ging elk eerder hun eigen weg.
Maar kijk, tien jaar na ‘New forms’ is het gezelschap herenigd voor een heuse ‘Re-forms‘tournee !, en in het kader van VW Spring Sessions waren ze te gast in de Petrolclub te Antwerpen.

De dansspieren werden opgewarmd door de Murdock/Millennium Kru. Iedereen kwam in de juiste stemming om middernacht, en bijgevolg was het een piece of cake voor elektronicafreak Size en z’n Reprazent. MC Dynamite omschreef het als volgt: “It will be hard, slow, low, high and smokey”. En inderdaad, het waren de correcte termen om anderhalf uur hun gevarieerde set van aanstekelijke, dansbaar, avontuurlijk en zalvend materiaal te ondergaan. Een pak elektronica, deejayen, een double bass, drums en de  soulfulle vocals van Onallee en de verbeten raps van MC Dynamite waren hiervoor verantwoordelijk. Van de “Railing” instrumentals ging het naar een harder hiphopgeluid van “Dirty beats” en “Who told you” , voegden ze probleemloos een zalvende “Heroes” toe of zorgden ze voor een mishmash met “Digital” en “Brown paper bag”.
Ook stelden ze enkele nieuwe songs voor, wat kan wijzen op een langverwachte opvolger. En middenin de set hoorden we ‘real’ junglebeats, wat het tempo fors en krachtig verhoogde, zoals op “Snapshot”. Op het gepaste moment schakelden ze over naar de trance van “Share the fall”, en met songs als “Trust me” en “Jazz” boden ze een breder concept.

Roni Size feat Reprazent is back! Tien jaar na ‘New forms’  hebben ze  nog maar weinig ingeboet aan dynamiek. Ze trokken de jungle/drum’n’bass open en slaagden in een overtuigend, intrigerend setje.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Air Traffic

Air Traffic: grootse band in wording

Geschreven door

De Britse wolven van Air Traffic debuteerden vorig jaar met een schitterende plaat ‘Fractured life’. In geen mum van tijd veroverden ze tienerharten met puike singles als “Charlotte”, “Shooting star” en “No more running away”. En deze tieners waren hoe dan ook op de afspraak om hun favoriete band aan het werk te zien.
Air Traffic liet te Werchter al een frisse indruk na, ze onderscheidden zich als een upcoming band, wat ze in oktober ll doodleuk kwamen overdoen in de ABBox.

De vier jonge gasten werden uitbundig onthaald. Het jonge publiekje zong de refreinen mee en zorgde telkens voor een oorverdovend applaus. Sommige taferelen tipten aan de Tokio Hotel mania.Het kwartet genoot er van en op eind van hun set sprongen de zanger en de gitarist letterlijk hun fans tegemoet!
Fijn bandje met pit en dynamiek.
In hun set van een klein uur lieten ze een paar nieuwe nummers horen die tot op zekere hoogte dezelfde lijn behielden van hun melodieus opgebouwde poprock, doch subtieler, rijper en donkerder, onder het uitgelaten pianospel en zang van componist Chris Wall, die als een Bellamy (Muse) of Smith (Editors) tekeer ging. Jeugdig enthousiasme die beloond werd!
Een stevige knaller opende de set “Take your hands off me”, een nieuw nummer. “Just abuse me” behield ditzelfde tempo. De band heeft de kunst van het songschrijven; songs met een sterke spannende opbouw volgden: “Can’t go back” (nieuw), “I can’t understand”, “Time goes by” en “I like that”. Door de helder, overtuigende zang en het intense pianospel gaf Chris Wall gevoel aan de songs, wat de set aangenaam kleurde. Hij stal alvast de show . De groep ging moeiteloos over naar enkele sfeervolle songs als het nieuwe “End to all our problems”, en linkte het aan “No more running away”, wat op een plaat van Muse kon staan. Luidkeels werd het refrein meegezongen. Na “Come on” begon Air Traffic aan ronde twee om de boel op z’n kop te zetten. Een bedreven “Charlotte” was de aanzet om zich in het publiek te gooien.
Het was eventjes uitblazen na 50 volle minuten en tijd voor een intens pakkende, breekbare song “Empty space”: een sfeerlamp, minimaal pianogetokkel en Walls stem. Schitterend rustpunt! En tenslotte speelde het kwartet de finale met “Shooting stars”, door iedereen meegebruld. Op die manier eindigde alles met drie!

De korte, felle, snedige set toonde aan dat het bezielde Air Traffic een grootse band in wording is; waarvan het dynamisme er van af droop.

Ooh ja, ons eigen beloftevolle Mint was de support en stelde een handvol songs voor uit de nieuwe cd ‘Hinterland’, waaronder “Brand new toy”, maar het waren momenteel nog de oudjes “Your shopping lists are poetry” en “The magnetism of pure gold” die op herkenningsapplaus konden rekenen. Op dit optreden was het duidelijk dat het publiek kwam voor een andere jonge band …Air Traffic!

Organisatie: AB/Live Nation

Roland Van Campenhout

Never Enough

Geschreven door

Niemand en tegelijk iedereen kent deze waarschijnlijk meest onderschatte en meest invloedrijke Belgische artiest. Hij speelde als Roland, Roland Van Campenhout, Roland Campenhout, Roland and his bluesworkshop, met Arno als Charles et les Lulus, met Paul Michielsens, met Raymond, met Jean Blaute, met Rory Gallagher (!) en ik vergeet er zeker nog een tweehonderdtal.
Onder het toeziend oog van Tom Vanlaere van Admiral presenteert Onze Vlaamse Tom Waits met zijn achttiende solo ‘Never Enough’ een exuberant staaltje van pure klasse-blues.
Roland is vooral een live-artiest – denk aan een van zijn legendarische optredens op de Gentse feesten, waar hij doodgemoedereerd het podium afstapte en de flikken belde om na zoveel uur zijn eigen band stil te leggen zodat hij eindelijk kon pitten -  maar op zijn platen weet hij toch altijd mee te evolueren met de geest van de tijd. De stijlen die hij hierbij aanraakt gaan van folk & blues over country, rock'n roll, rhythm & blues tot wereldmuziek.
En het buikgevoel en livegevoel weet Ons Wandelend Wijnvat perfect op zijn cd weer te geven, en weet elk stil of luid moment wel te vullen met de nodige dosis humor.
Zijne Gegroefdheid beheerst ook hier de principes van ‘less is more’ en ‘music is the space between the notes’
Opener “Hissing o' the heath'” is alvast een voltreffer. Het nummer mondt uit in een bezwerend refrein waar menig muzikanten een arm voor veil zouden hebben.  Moddervette riffs ( It all has to do with it) worden met verbazend gemak afgewisseld met de meest ontroerende folkjes, banjo’s, jazzy toontjes etc.
Maar vooral hier bevestigt Onze Nicotinefabriek dat hij behalve podiumbeest en muzikale kameleon vooral een begenadigd songsmid is.
We zitten hier godverdomme in ons apenlandje met een van de grootste talenten op deze aardkloot en we beseffen het niet eens.

Track list
Hissing o' the heath / Midnight star / Never enough / Male prostitute / In my time / Officer, kiss me please / It all has to do with it / Fire in the morning / Never too soon / Almost home



Stuck Mojo

Southern Born Killers

Geschreven door

Crossover metal staat er vermeld op het hoesje van de promo-cd, die eventjes geleden in mijn bus belandde. Meestal heb ik geen problemen met wat invloeden uit andere genres, maar om mij met metal doorspekt met rap te kunnen overtuigen, moet er al heel wat kwaliteit in een band aanwezig zijn.
De snedige agressieve sound van Body Count bijvoorbeeld kan mij perfect blijven boeien. Stuck Mojo daarentegen brengt een mengsel van bij momenten stevige en zwaar klinkende riffs met vaak erg slappen naar de r&b neigende invloeden. Het album opende nochtans sterk met een knallende riff om het album te openen. Helaas brengt de klagerige rap van Lord Nelson hier al snel verandering in. Muzikaal behoort dit nummer tot één van de betere van het album, maar het geheel kan mij absoluut niet bekoren.
”Southern Born Killer” kan er vanwege het enthousiasme nog net mee door, maar wanneer het album zich verder zet met het nummer “The Sky is Falling”, kreeg ik al snel de neiging om het boeltje zo vlug mogelijk uit mijn CD-lader te kegelen. Om het nummer en de rest van het album toch een kans te geven, probeerde ik de verleiding te weerstaan. “The Sky is Falling”, is naar mijn mening, nauwelijks de naam ‘Metal’ waardig. Het refrein zou zo uit één of ander slap pop-nummer kunnen komen.
Vervolgens een nummer als “Metal is Dead” voorgeschoteld krijgen, doet mij al snel vrezen dat ze mij na dit album met gemak zouden kunnen overtuigen dat het inderdaad ook zo is. Toch blijkt het nummer onverwacht nog een meevaller te zijn en zowaar zelfs één van de beter van het album. Hoe de band het in zijn hoofd haalde om na dit nummer het album volledig onderuit te kegelen door een ruim vier minuten durend klacht, waarop niemand zit te wachten, in te lassen, blijft voor mij onbegrijpelijk.
Gelukkig wordt mijn geduld beloond bij het horen van “Open Season”. Het nummer is met Oosterse elementen doorspekt en roept een aparte sfeer bij mij op en doet mij opnieuw hopen op een sterk einde. Tot het nummer voorbij is en “Prelude to Anger” opnieuw een vreselijk irritant gewauwel blijkt te zijn. Gelukkig blijft het deze keer beperkt en wordt al snel “That’s When I Burn” ingezet. Ook bij dit nummer blijft het voor mij allemaal nog iets te braafjes.
“Yoko” en “Home” zijn de afsluiters van het album. Mijn hoop om nog iets te horen waarvan ik onder de indruk zou kunnen raken had ik al lang opgeborgen. “Yoko” bleek dan ook een nummer te zijn waar ik, en wellicht betrekkelijk weinig metalfans, bijlange geen behoefte aan hebben. “Home” blijkt nog net wat positieve elementen toe te voegen aan het album en is ondanks het pop-achtige refrein toch nog de moeite waard om gehoord te hebben en zou het wellicht nog niet slecht doen in een aantal hitlijsten.
Verscheidene luisterbeurten later, is mijn mening nog steeds niet veranderd. Slechts 2 nummers zijn de term ‘Metal’ waardig en nog 2 andere lijken binnen hun genre kwalitatief goede nummers te zijn. De zes over(bod)ige tracks zorgen er enkel voor dat de aandacht van deze vier wordt afgeleid. Helaas niet in de positieve zin. Je moet naar mijn mening toch al heel ruimdenkend zijn om aan dit album een boodschap te hebben.

Los Campesinos!

Hold on now, Youngster

Geschreven door

Het jeugdig collectief uit Wales, Los Campesinos, werd met de EP ‘Sticking fingers into Sockets’ al gerekend als één van de beloftes van 2008. Hun bruisende cocktail van gitaarpop en folk is fris, sprankelend, energiek en zwierig, werkt aanstekelijk en is soms meezingbaar door de uptempo melodie. Hun muzikale onbezonnenheid, speelsheid en enthousiasme zorgt voor een overtuigend debuut; ze halen elementen aan van Pavement en zijn een handig alternatief op Polyphonic Spree, Architecture In Helsinki en Broken Social Scene.
Op hun full cd geeft de vier man – drie vrouw band goed gas, maar doseren ze ook, waardoor het geheel dynamisch (“Death to …” en “Drop it doe eyes”) en broeierig (“Broken heartbearts …”, “This is how you spell, …” , “Sweet dreams, sweet chicks”) klinkt. Hun charmante songtitels zijn soms een zin lang.
Ze brengen voldoende variatie aan in hun oorstrelende en feeling good music.

Willy DeVille

Pistola

Geschreven door

‘Pistola’ is een typische Willy Deville plaat geworden. Wat betekent een mengeling van blues, roots, tex-mex, mardi grass en ingehouden maar oprechte rock. Deville is oud genoeg om het allemaal onder de knie te hebben en er een onderhoudende plaat mee te brouwen. Nieuwe fans zal hij er niet  bij krijgen, de bestaande  zullen hiermee evenwel niet ontgoocheld zijn.
Wily Deville is nog steeds een boeiend  verteller en intrigerend zanger. Zijn songs zijn met gevoel op de wereld gebracht, ze zijn simpel en efficiënt. Deville heeft op ‘Pistola’ gewoon gedaan waar hij goed in is, en dat is zijn eigen muziek maken zonder zich iets van de huidige trends aan te trekken. Het zal hem geen moer uitmaken hoeveel mensen daadwerkelijk zijn nieuwe plaat kopen, als hij er maar plezier aan beleeft en zichzelf niet verloochent. En dat is ook zo, Pistola is niet wereldschokkend maar is gewoon een oerdegelijke Willy Deville plaat met de typische ingrediënten. Niet meer, maar ook niet minder.

The Chemical Brothers

We are the night

Geschreven door

Ed Simons en Tom Rowlands vonden met ‘Push the button’ terug aansluiting met de huidige ontwikkelingen in de dance. Hun chemical (break)beats klinken misschien minder vettig en bonkend, toch onderscheidt het duo zich als geluidstovenaars om pop te mengen met elektro, disco, hiphop, psychedelica en dance. Met als gevolg een bezwerende, groovy dansbare sound met enkele trance/chillout rustpunten; een sound die zich meester maakt van je dansspieren en van je brein.
”Do it again”, “Das spiegel”, “The salmon dance (met Fatlib) en “Burst generator” zijn de sterkste danssongs; de trancegerichte soundscapes en psychedelica als op “Saturate”, “The pills won’t help you now” en de titelsong verbazen. “Battle scars” (met Willy Mason en wat een puike xylo!partij) graaft diep in het roemrijke dansverleden. En beide heren hebben zo hun gedacht omtrent een rustig avondje, luister maar eens “A modern midnight conversation”: een hemels sfeervol nachtnummer met een vleugje disco.
Op ’We are the night’ is de chemische formule van de twee heren nog steeds niet uitgewerkt; integendeel hun positie blijft meer dan behouden binnen de huidige moderne dance/elektronica.

Pagina 481 van 498