Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Jamie Lidell

Jamie Lidell: ingenieuze soulkameleon

Geschreven door

Jamie Lidell, an Englishman in Berlin, brak in 2005 door met zijn - op het prestigieuze Warp Records label (Maximo Park, Aphex Twin, Battles,…) uitgebrachte -  2e plaat 'Multiply'. Lidell sprak met zijn eerste worp 'Muddlin Gear' slechts een heel specifiek publiek aan. Op 'Multiply' echter werd de meer toegankelijke en dansbare elektronica met Lidell's fantastische soulstem een bijzonder gesmaakte cocktail. De plaat met een ganse rits hoogtepunten was voor ondergetekende de ontdekking van het jaar 2005 en de soundtrack voor diezelfde zomer. De concerten die we zagen op Pukkelpop, Feest in het Park en in de MOD te Hasselt toonden de onbegrensde muzikale genialiteit van Jamie Lidell. Elke show was telkens weer uniek door de eindeloze variaties en improvisaties die Lidell - ondersteund door de visuals van Pablo Fiasco -  ten berde bracht. Jamie Lidell bewerkt en samplet zijn eigen stem al beatboxend op een kluwen van elektronische apparatuur. Dit alles gecombineerd met zijn sterke soulstem en dito podiumpresentatie zorgt voor onweerstaanbare souljams.

Jamie Lidell was te gast in Maison Folie Moulin te Lille voor de voorstelling van 'Jim', de opvolger van 'Multiply'. Anders dan wat we al zagen van de individuele geluidskunstenaar was de opstelling van een heuse liveband: toetsenist (met een huizenhoog afrokapsel), gitarist, drums, dubbele saxofoon (die tegelijkertijd werden bespeeld) en frontman Lidell. Meteen was voelbaar dat de ingezette weg van 'Multiply' werd voortgezet nl. funky soul! De band opende fel met “Another Day”, “Out of My System” en “Figured Me Out”. Het gaf ons een ambivalent gevoel: is dit een terugkeer naar de Motown? Is dit nu retrosoul? Of is het gewoonweg hedendaags onverkend gebied dat zich situeert tussen dansbare elektronica, funk en pure soul? Feit is dat Lidell zijn eigen weg gaat en wij dat enorm waarderen! Meteen na onze vraagstelling draaide Lidell de sfeer en de toon ongelimiteerd om door een goedgeplaatste elektronicastoot uit te delen met daarin een donkere “A Little Bit More” en “When I Come Back Around”. Twee door opzwepende beats doordrenkte nummers van 'Multiply' waarbij het opviel dat de liveband - weliswaar goed weggemoffeld - werkloos toekeek en dan maar het publiek indook. Meteen na het aanstekelijke “Where D You Go” en het ritmeversnellende “All I Wanna Do” volgde de huidige single “Little Bit of Feel Good” en - met een hoog discogehalte – “Hurricane”. Jamie Lidell is echter ook de man van de zoete ballads zoals “Green Light”. Als bis kreeg het publiek waar het op zat te wachten: een snel gespeelde versie van “Multiply” en een gesmaakte “What Is It This Time?”.

Jamie Lidell maakt live, telkens weer anders, een verpletterende indruk! Wie zich de platen van Lidell aanschaft is een heel eind op weg om onmisbare hiaten in zijn collectie aan te vullen maar kent de echte Lidell niet zonder de man ooit live aan het werk te hebben gezien. U weet echter wat u te doen staat: op 7 mei is Jamie Lidell te gast op Les Nuits Botanique.

DB Clifford, die de support verzorgde van Jamie Lidell, was een aangename verrassing. Deze Canadees met bijzonder fijne stem bracht poppy jazz die om de één of andere reden deed hunkeren naar meer. Nieuwe plaat van deze aimabele jongeman: ‘Recycable’.

Organisatie: Maison Folie de Moulins, Lille ism Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Nieuw indoorfestival Polsslag 2008 smaakt naar meer …

Geschreven door

De ‘ eerste’ editie van Polsslag kon rekenen op ruim 12000 belangstellenden (ruim 18 jaar terug was er ook al eentje!, maar in een totaal ander concept). De Grenslandhallen van Hasselt werden omgedoopt tot een indoor Hasselt –Kiewit. Een sterk aanbod van bands en DJ’s waren verspreid over vier zalen (Marquee, Club, Dance hall en Boiler room) met elk hun eigen genre, een tof ingerichte chill-out en een gezellige, klein ingerichte festival buitenruimte.
Muzikaal: noteer alvast onze Humo’s Rock Rally winnaars Steak Number Eight,  Holy Fuck en The Ting Tings als ontdekkingen. Isis, José Gonzales bevestigden en The Breeders en Angels & Airwaves boeiden onvoldoende. De Dance hall en Boiler room groeiden uit tot ‘the place to be’ voor het dansminnende publiek en waren het succesvolst.

Volgend parcours stippelden we uit:

De jonge West-Vlaamse honden van Steak Number Eight (Marquee) dompelde het publiek met het middaguur meteen onder een hallucinante, tranceachtige drone, sludge, postrock, hardcore, grunge, noise en screamo. Van hard naar zacht, feedbackgeraas en een galmende (schreeuw)zang.
In de uithoeken van West-Vlaanderen leeft deze stijl enorm, luister maar naar Black Heart Rebellion en Amen Ra. Het kwartet was te situeren binnen deze bands, Isis, 65 days of static, Mogwai, Nirvana en Sonic Youth. Een cv om U tegen te zeggen op zo’n jonge leeftijd.

Holy Fuck (Club)
Nog maar net bekomen van de overtuigende set van Steak Number Eight trakteerde de organisatie al op een tweede revelatie, het Canadese kwartet Holy Fuck; ze stonden dicht bij elkaar opgesteld, speelden een quasi instrumentale set die paste in het rijtje van Batlles en Trans Am, met uitstapjes naar de indie, stonerrock en ‘90’s elektronica soundscapes van Sabres Of Paradise en The Aloof. Een bas, percussie en een pak elektronica!
Hun broeierige, aanstekelijke en energieke sound intrigeerde en was uiterst origineel. Een tip voor een tweede Sonic City noise festival te Kortrijk.

Combinatie Styrofoam (Marquee) en Samin (Dance hall)
Styrofoam, de groep rondom electronicamuzikant/producer Arne Van Peteghem, ging niet aan onze neus voorbij. Het trio lichtte een tipje van de sluier van de te verschijnen nieuwe plaat ‘A thousand words’. Goed opgebouwde, toegankelijke en dromerige indiepop, met een stevig randje en een mooie samenzang.
De Zwitserse/Iraanse producer Samin op z’n beurt, werd bijgestaan door de Venezolaanse Miguel Toro op percussie. Samin zorgde voor zwierige, kleurrijke ritmes en fijne overgangen in z’n Balkan/Algerian dance met uitstapjes naar de bossanova en ragga. Dansbaar, groovy, aanstekelijk; de zomerhit van vorig jaar “Heater” zat mooi in het midden van de set verpakt.

De wavepostrock van het Leedse vijftal iLiKETRAiNS (Club) klonk tav hun optredens op Cactus en in de Bota Rotonde krachtiger en feller, gedragen door de baritonzang van David Martin. Ze waren gekleed in oude spoorweghemdjes. Het kwintet serveerde ‘dark music for happy people’. ‘Elegies to lessons learnt’, hun eerste full cd, plaatsten ze voorop. De songs hadden een spannende dreiging en dramatische ondertoon. We misten hun projecties van tragedies en rampverhalen, die elan gaven aan hun trieste, sombere sound.

Het Berlijnse elektronica dance gezelschap Modeselektor (Dance hall) gaf een grillige, eigenzinnige doch aanstekelijke, dansbare set van elektronicariedels, rave, dubstep, neurotische trance en opzwepende pompende beats. Het trio klonk live éénduidiger dan op plaat en de videoprojecties waren meegenomen.

Het Britse duo The Ting Tings (Club), Jules de Martino (drums/vocals) en Katie White (gitaar/vocals), klinken minder rauw dan die andere man/vrouw duo’s The Kills of Blood Red Shoes; ze laten een verfrissende wind horen van sprankelende, springerige en speelse gitaarpoprocksongs, die levensvreugde en optimisme uitstralen. Het duo haalt eerder de mosterd uit een B’52’s. Ze staken meteen van wal met “Great DJ”, die de laatste weken grijs werd gedraaid op StuBru. “Fruit machine”, “Keep your head”, “Be the one” en “That’s not my name” lagen in het verlengde. Rustpunt was “Traffic light”. Het afsluitende “Started nothing” kan een tweede hotshot betekenen! Er was een ruime belangstelling en The Ting Tings waren een viersterren ontdekking!

Het New Yorkse trio Blonde Redhead (Marquee) heeft op plaat z’n rauw bedreven sound opzij geplaatst, maar live wisselden ze dit af met hun lieflijk, dromerige gitaarpop, ondersteund door ‘70’s psychedelica toetsen. We hoorden uitgebalanceerde pop door de frêle zang van de tengere Kazu Makino of die een ruwer tintje kreeg toen één van de tweelingbroers Pace zong. In een donker sfeervol decor stelden ze het recente ‘23’ centraal, met songs als “Dr Strangeluv”, “Spring & by summerfall”, “The dress” en de titelsong. Stemmige gitaarpop, die in goede aarde viel.

Het Britse Foals (Club) uit Oxford kwam in eerste instantie wat onwennig over. Trouwens, een soundcheck is niet aan hen besteed. Gaandeweg palmden ze het publiek in met hun frisse, groovy, springerige songs, hoekige en strakke ritmes, ‘80’s wave, onder diverse tempowisselingen en plotse explosies.
Het kwintet is te situeren binnen de ‘80’s van Talking Heads, Gang Of Four en Siouxie, het freakende CYHSY en !!!, de postpunk van Bloc Party en Franz Ferdinand en de postrock van Mogwai.
De mop tussendoor begrepen we niet maar ze speelden een originele set van aparte, eigenzinnige songs, inwerkend op de dansspieren, waaronder “Cassius”, “Red Sock Pugie” en “Two steps, twice”.

Mstrkrft (Boiler room), onder de vroegere spil van het retrorock’n’roll duo Death from above 1979 Jesse Keeler, is de weg van de dance ingeslagen, aanvankelijk gestart met de eigen songs te remixen.
Momenteel is Mstrkrft hot en nestelt zich in het rijtje van Simian Mobile Disco, Digitalism, Justice en ons eigen Shameboy. Een volle Boiler Room onderging de pompende beats, trance en verrassende wendingen van het duo.

Van The Breeders (Marquee), onder de zusjes Kim en Kelly Deal, lagen de verwachtingen vooraf al niet hoog. Hun reünie, na ruim zes jaar, met de nieuwe cd ‘ Mountain battles’ leverde een potje gerommel en rammelend gitaargetokkel op, waarbij Kim zich goedlachs door de set slalomde, en Kelly plots na “Canonball” de stuipen op het lijf kreeg en een hysterische bui had, wat de set verder hypothekeerde. Maw een goed eerste half uur met wat we kunnen gewoon zijn van The Breeders: rauw rammelende lofi gitaarpop, o.a. “Tipp city”, “Huffer”, “Divine hammer”, “Pace” en “No aloha”, en de nieuwtjes “Bang on”, “Night of joy” en “Walk it off”. Een stuurloos tweede deel: communicatiestoornis, dispuut, concentratieverlies, chaos, geen zin meer hebben… God knows…Enkel nog “German studies” en “Safari” hielden de makke set staande in het tweede deel.
The Breeders dachten even in hun repetitiehok te verkeren en maakten alvast hun naam waar van wisselende live gigs …

Andere koek was het Amerikaanse Isis (Club), rond Aaron Turner, die een klein anderhalf uur bij het nekvel greep met hun alternatieve, avontuurlijke sound van postmetal, doom, drones, sludge, noise, fuzz en psychedelica, af en toe geruggensteund door Aaron’s (schreeuw)zang. Het leek wel een soundtrack voor een ‘day after’ movie.
Het vijftal ging van loodzwaar tot innemend en bracht diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen aan, door een bezwerende, opzwepende percussie, diepe basses en opbouwende, krachtiger klinkende gitaren. Kortom, niet te vatten muzikale gedachtekronkels, chaos en rauwe emotionele schoonheid. Uniek boeiend en intrigerend!

In een volle Dance hall genoten zwetende lichamen van het Duitse wondertalent DJ/mixer Alex Richa, a.k.a. Boys Noize. Hij schreef al een pak interessante remixen op z’n naam en zweepte het publiek op met z’n chemical trance, breakbeats, techno, pulserende beats, samples en scratches. Hij zorgde voor de juiste kwinkslagen. Een uitgelaten menigte genoot van wat deze 23 jarige op de laptop en aan de draaitafels presteerde.

De Zweedse singer/songschrijver Jose Gonzales (Club) was een aangenaam rustpunt. Twee platen ver (‘Veneer’ en ‘In our Nature’) is de man en hij kan al rekenen op een pak trouwe fans. Hij zorgde samen met twee percussionisten voor ideaal ‘candlelightvoer’, songs ontdaan van enige franjes en bepaald door akoestische gitaar, een softe percussie en mans warme melancholische stem, ingetogen, dromerig en pakkend.
Hij vatte solo de set aan met “Deadweight & velveteen”, “Hints” en “All you deliver”, en liet zich begeleiden op “Crosses“, “Stay in the shade”, “Lovestain” en “In our nature”. Hij ging naar een hoogtepunt met de twee covers “Heartbeats” en “Teardrops”, plus “Love will tear us apart” in de bis.

Ietwat onverwachts voor een doorwinterde muziekliefhebber sloot het relatief onbekende Amerikaanse Angels & Airwaves uit Californië, de nieuwe band van Tom Delonge , ex Blink 182 zanger/gitarist, Polsslag in de Marquee af. Gitaarrock met een punky inslag, maar braafkes en gestroomlijnd. De groep kon rekenen op een horde jonge fans, maar kon door het matige, éénduidige songmateriaal onvoldoende boeien , wat het aantal belangstellenden deed afnemen. Enkel “Love like rockets” en “Breathe” onthielden we. De uitlatingen over de jonge meisjes toen hij solo een paar songs speelde, laten we maar links. Het showaspect was leuk, vooral de gig met bril en laserstralen.

De nacht werd verder gezet voor de onvermoeide, dansende festivalganger met o.a. Alter Ego, Erol Alkan, Carl Craig en de jongens van Goose die een DJ set verzorgden.

Organisatie: Polsslag/Pukkelpop Hasselt

The Kooks

The Kooks: Mission succeed

Geschreven door
Het publiek genoot van de toegankelijke melodieuze gitaarpop van het sympathieke duo Get Cape Wear Cape als aanzet naar de aanstekelijke rock’n’roll van het Britse The Kooks. Net als bij Air Traffic waren de eerste rijen overspoeld door tieners die hun idolen, maar vooral zanger/gitarist Luke Pritchard, van dichtbij wilden zien. Maar The Kooks bereikten ook een breder publiek. De vorige cd ‘Inside In/Inside Out’ met singles als “So naieve” en “She moves in her own way” waren knallers en leverden al uitverkochte concerten op in de AB en twee tickets voor Rock Werchter.
Na wat strubbelingen in de band (bassist Max Pafferty werd ontslagen! en vervangen door Dan Logan) is het kwartet klaar voor een nieuwe veroveringstocht met de tweede cd ‘Konk’. Met een uitverkochte AB als gevolg …

De juiste dynamiek,drive en zin zorgden anderhalf uur voor hapklare, aanstekelijke gitaarrock’n’roll en vergaten hun makke optreden op Werchter vorig jaar.
Het kwartet vatte de set aan met de huidige strakke single “Always where I need to been”. Dit tempo hielden ze aan op “Eddi’s Gun”. Pritchard zette het jonge publiekje vooraan naar z’n hand: “Matchbox”, “Ooh la”, “Sway” en “Time awaite” waren fijne popsongs met een spannende opbouw en diverse tempowisselingen, die intens, meeslepend en iets krachtiger klonken. Het semi-akoestische “She moves in her own way” zong het publiek mee en vormde een eerste hoogtepunt. “I want you” en “See the sun” bouwden op naar het springerige, makkelijke meezingbare “Do you wanna” en “So naieve”. “Shine on” kreeg door de toetsen meer ‘70’s psychedelica. Gitarist Hugh Harris ging af en toe op in z’n snedige gitaarriffs, wat de songs rauwer maakte en meer body gaf. Tenslotte op het afsluitende “You don’t love me that way” ploften de gitaren op de grond, als bij elke zelfverzekerde rock’n’roll band. Gillende kelen op de eerste rijen, euforie verderop.
In de bis liet Pritchard vele hartjes sneller slaan met overtuigende akoestische versies van “Sea side” en “Jackie big tits”. De temperatuur steeg toen de band opnieuw twee uptempo nummers speelde, “Stormy weather” en “Sofa song”. Toen Pritchard zich door de uitzinnige eerste rijen op handen liet dragen, werden de kleren hem letterlijk van het lijf getrokken. Da’s rock’n’roll voor de jongere, voor de andere een band met wereldfaam binnen handbereik

Besluit: The Kooks, Mission succeed!

Organisatie: Live Nation

Alela Diane

De kampvuurmuziek van Alele Diane

Geschreven door

Alele Diane is één van de nieuwe talenten in de Amerikaanse (free)folkscene, samen met Joanne Newsom en Jana Hunter, die de songs een soberder aanpak voorzien, tav hun pioniers Banhart/CocoRosie. Ze beschikt over een fluwelen, emotievolle stem en speelt intieme, innemende songs, die huiselijkheid en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel uitstralen. Eind vorig jaar bracht ze haar verrassende debuut ‘The pirate’s gospel’ uit.

In de meeste songs werd ze begeleid door een backing vocaliste en twee gitaristen, die naast akoestische gitaar de folky popsongs door banjo en fiddle kleur gaven. Ze begon de set solo met enkele innemende songs “Clickity clack”, “Pieces of string” en “Tired feet”. “The Cuckoo” klonk heerlijk dromerig door banjo, de akoestische gitaren en de vrouwelijke stemmenpracht; een sterke respons was het gevolg. Ze varieerde haar ingetogen sound op “Sister self”, “Dry grass” en “White as diamond” met handgeklap en een softe percussie. Of ze stonden met z’n allen op één rij op de sober getoonzette “Light green fellow”, “The red tail hawk”, “Tatted lace” en “Sea lion”. De titelsong van de cd straalde rust uit en het gevoelig solo gespeelde “Oh my mama” mocht het optreden besluiten. Alele Diane stond garant voor kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie!

Daniel Darc is bij het Vlaamse publiek een relatief onbekende, maar bij onze Franse vrienden heeft de 50 jarige singer/songwriter en do-it-all een sterke reputatie opgebouwd. Hij brengt vaudeville jazzy songs, donker, mysterieus en poëtisch, die door z’n grauwe doorleefde vocals zeggingkracht hebben. De man is eind jaren ’80 met een solocarrière begonnen, beschikt over een jonge, goed op elkaar afgestemde band. Darc kon stevig rocken of intiemer klinken door toetsen en cello. Songs als “Luv”, “La seule fille par terre” en “Elegie” verrasten, maar ook de uitsmijters “Chercher le garcon” en “Psaume 23”, in de bis, waarbij Darc tot driemaal terugkwam. Te situeren binnen de nachtuilenmuziek van Arno, Waits en Johnny Halliday.

Organisatie : Agauchedelalune, Lille ikv Les Paradis Artificiels

Steak Number Eight

When the candle dies out…

Geschreven door

Is er hier geen sprake van een hype en wordt niet alles opgeblazen? Een roedel jonge genieën die op amper 15 jarige leeftijd zomaar eventjes de Rock Rally wint? Zullen deze jonge adonissen door hun gebrek aan maturiteit zich niet te snel verbranden? Het antwoord is drie maal: ABSOLUUT NIET.
Wat deze knapen presteren is zonder weerga: heel professioneel, heel aardige songs en  in eigen beheer. Jonge natuurtalenten
Opener “The sea is dying” gaat na tien luisterbeurten niet eens vervelen. Liefhebbers van Mogwai, Godspeed Black Emperor en ja, Metallica en Tool komen ruimschoots aan hun trekken. Minimalistische lijnen worden gelaagd en opgebouwd tot het je strot vastheeft en niet meer loslaat. En dit geldt eigenlijk voor alle nummers.”The holy truth” bijvoorbeeld borduurt op het zelfde elan door zonder echter te vervallen in overdreven en nodeloze arrangementen, zo van ‘ zie ons spelen, zie eens wat we kunnen’: zelfbevlekking is hier absoluut niet aan de orde. Op “Blood on your hands” hoor je een band die precies al veertig jaar bezig is: loepzuiver en perfect ingespeeld op elkaar. Weet dat deze gozers nog maar vijf jaar in hun repetietiekot zitten.
In hun genre zijn ze niet echt vernieuwend maar gelukkig hebben ze niet de pretentie om het warm water nog eens te moeten uitvinden.
‘When the candle dies out’ wordt in eigen beheer uitgebracht en kan je bestellen via www.myspace.com/steakn8.
De streek van Kortrijk is na Ozark, Goose, Balthazar,… weer een enorm potentieel rijker: Steak Number Eight staat aan het begin van een ongelofelijke carrière. Programmators aller Pukkelpops ,Dours en Graspops, verenigt u en boek hen!

Playlist: the sea is dying, my hero, the holy truth, on the other side, falling out of a dream, blood on your hands en after you

R.E.M.

Accelerate

Geschreven door

Eerlijk gezegd hadden wij van REM nooit meer verwacht dat ze ons nog volledig van onze stoel zouden blazen, daarvoor is hun sound te herkenbaar en te weinig verrassend geworden na al die jaren. Met het tamme en ongeïnspireerde ‘Around the sun’ , hun vorige vehikel, hadden we de hoop al helemaal opgegeven en moesten we jammerlijk denken aan de Red Hot Chili Peppers die met hun laatste twee platen ook helemaal het noorden zijn kwijtgeraakt. Maar kijk, REM weet dan toch nog eens fel uit de hoek te komen met ‘Accelerate’, een vooral korte plaat waarop de heren miljonairs als vanouds toch weer vinnig en energiek klinken. Uiteraard klinkt  het nog steeds allemaal heel “REM”, maar de sleur is er uit en er is een hete vlam in de plaats gekomen.
De vonk zit er al meteen in met de felle opener “Living well is the best revenge”, het is jaren geleden dat we REM nog eens zo kwaad geweten hebben. De strakke lijn wordt doorgetrokken met “Man-sized wreath” wat ons gedacht een veel betere singlekeuze was geweest dan het wat te brave en te veel REM-klinkende “Supernatural superserious”, eigenlijk de zwakste schakel op ‘Accelerate’ (maar dan nog bijlange geen slecht nummer, ’t is gewoon dat de rest nog een stuk beter is).
Op “Until the day is done” wordt wat gas teruggenomen en deze mooie ballad zou tevens  niet misstaan hebben op ‘Automatic for the people’. Ook “Sing for the submarine” houdt zich nog wat in maar met de twee venijnige splinterbommen “Horse to water” en “I’m gonna DJ” die de plaat afsluiten, gaan de heren helemaal loos en zetten ze met een felle streep punkrock iedereen die aan de groep durfde twijfelen meteen op zijn plaats.
‘Accelerate’ doet in vele opzichten terugdenken aan REM uit de jaren tachtig, toen ze fris en levendig klonken en ook hun beste platen maakten als ‘Life’s rich pageant’, ‘Fables of the reconstruction’ en ‘Reckoning’. Er staan hoegenaamd geen opvullers op deze nieuwe plaat, enkel sterke en vooral korte en strakke songs die barsten van energie.
Het duurt allemaal maar 36 minuten, en laat dit nu net de sterkte zijn van dit album. Het is met name terug een gitaarrock plaat geworden, één waarop vooral Peter Buck zeer scherp en attent aan het spelen is, een plaat waarop REM zich niet schaamt voor hun roots en niet hardnekkig probeert om met iets nieuw op de proppen te komen. Ze hebben gewoon zichzelf herontdekt.
Neen, zo iets spetterends hadden we van REM helemaal niet meer verwacht. Van een aangename verrassing gesproken.

Joni Mitchell

Shine

Geschreven door

Na een jarenlange stilte liet de Canadese singer/songschrijfster terug van zich horen. Ze keert terug op haar besluit de muziek industrie vaarwel te zeggen. Wat we maar kunnen toejuichen want ‘Shine’ is een  fijnzinnige, sfeervolle, dromerige plaat, bepaald door een instrumentarium van piano, toetsen, elektronica, sax, steelpedal en andere. Een curieuze combinatie die z’n schoonheid verraadt!
De plaat heeft een soort ‘day and night’ side. Het instrumentale “One week last summer” brengt ons in een ideaal ochtendhumeur,  wat wordt aangehouden door “This place”, “If I had a heart” en “Bad dreams”. Haar “Big yellow taxi” (al gecoverd door Counting Crows trouwens!) pakte ze opnieuw aan en klinkt door accordeon en fluit innemend. The night side wordt letterlijk ingezet door “The night of the Iguana”.
Bezwerende muziek van een dame die zich niet meer moet bewijzen en aantoont dat ze er nog altijd staat met kwalitatief sterk luistermateriaal!

The Low Lows

Shining Violence

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap The Low Lows, onder de weirdo zanger/gitarist Noon Parker, heeft hun tweede cd uit, opvolger van het twee jaar oude ‘fire on the bright sky’. Hun sound is te situren binnen de lofi americana, ergens tussen 16 Horsepower en My Morning Jacket,de oude indie van Galaxie 500 en ‘60’s V.U. Het kwartet is niet vies van een vleugje psychedelica en feedbackgeraas.
De eerste twee nummers “Modern romance” en “sparrows” zijn meeslepend en stralen een spannende dreiging uit, door het intense gitaargetokkel, de bezwerende percussie, ‘de ‘70’s toetsen en de zweverige hoge zang van Parker. “Five ways I didn’t die” en “Elisabeth Pier” zijn strakker en krachtiger. Traag slepend, donker materiaal horen we in “Tigers”, “Raining in Eva” en het afsluitende “Honey”. Huiveringwekkend en adembenemend.
Kortom, ’Shining Violence’ bevat aan het nekvel grijpend songmateriaal.

Jon Oliva's Pain

Global Warning

Geschreven door

The Mountain King heerst nog steeds. Jon Oliva, u allen wellicht beter bekend als de frontman van het legendarische Savatage, is met ‘Global Warning’ toe aan zijn derde soloplaat. Met ‘Tage Mahal’ en ‘Maniacal Renderings’ had hij reeds de lat zeer hoog gelegd. Ik was dan ook benieuwd of hetzelfde niveau al dan niet gehaald zou worden.
Bij de eerste luisterbeurt werd mij al snel duidelijk dat dit geen gemakkelijke hap zou worden om te verteren. ‘Global Warning’ opent namelijk met de dreigende bombastische intro “Gobal Warning, waarin reeds schitterende solo’s van de heer La Porte aan bod komen. Deze solo’s vormen trouwens een vaste constante binnen het album. Elk nummer kent zijn eigen technische hoogstandjes, wat het album voor gitaristen bijzonder interessant maakt om te beluisteren.
Na “Global Warning” is het de beurt aan het melancholisch maar stevig klinkende “Look at the World”. Het maatschappijkritische nummer wisselt rustigere passages af, met pompende ritmes, waarbij een aanleiding gevormd wordt naar de agressievere nummers die volgen. De nummers “Adding the Cost” en “Before I Hang” snijden thema’s aan die zeer dicht bij een gevoelige realiteit aansluiten. Het oorlogsthema ontlokt hem veel woede en onbegrip. Deze emoties zijn dan ook duidelijk te herkennen. Dat de doos met Chriss Oliva-riffs nog niet uitgeput is, is trouwens duidelijk te horen op “Before I Hang”. Dit nummer had zo op Streets kunnen staan.
Iedereen die Jon Oliva kent, weet trouwens dat zijn grootste sterkt ligt in het beroeren van de emoties door middel van zijn stem. Het ingetogen, melancholische “Firefly” put ook uit deze bron zijn kracht. Bij het aandachtig beluisteren van de lyrics, ondersteund door de wijze waarop ze gezongen worden, kan je niet anders dan meegesleurd worden in het verdriet. Dit nummer zal ongetwijfeld menige haren doen rijzen, wanneer het live aan bod komt. Jon Oliva’s ode aan de Beatles, zoals hij het nummer zelf beschouwd, is er één om te koesteren.
Het contrast is dan ook groot, wanneer onmiddellijk erna het ontzettend experimentele “Master” wordt aangesneden. Aanvankelijk leek mij dit een zeer vreemde en eigenaardige keuze, aangezien het nummer totaal niet in het beeld en de sfeer van het album past. Nu blijkt dat Jon Oliva dit opzettelijk heeft gedaan, om op alle vlakken te verrassend uit de hoek te kunnen komen. Het nummer klaagt de computerverslavingen aan en blijkt door allerlei vreemde effecten ondersteund te zijn. Zo gebruikte men het geluid van de in met baseballbats bewerkte wasmachine van drummer “Kinder” en wordt de stem van Jon Oliva zelfs vervormd.
Het akoestische “The Ride”, laat naar mijn mening een wat mindere kant van het album zien. Hoewel het ongetwijfeld geen slecht nummer is, kan het mij, ondanks de prachtige en flitsende gitaarsolo, net iets minder bekoren dan de overige hoogstaande nummers. Onmiddellijk erna wordt het niveau echter tot een nieuw hoogtepunt getilt met “O to G”, waarbij onmiddellijk nog een aanslag wordt gepleegd op de emoties van de luisteraar. Als ode aan een overleden vriend, kan dit nummer zeker tellen! Het rustige tempo wordt rustig verder gezet met “Walk Upon The Water”. Qua sfeer sluit het nummer goed aan bij het eerder besproken “Firefly” al is dit eerder een krachtigere complexere variant.
Met “Stories” komt opnieuw een agressievere kant van Jon Oliva naar boven, gepaard gaande met de flitsende melodieën en solo’s die heel wat variatie en frisheid in het nummer leggen. Het simpele refrein en de mogelijkheden tot interactie met het publiek, zullen ongetwijfeld aanslaan bij het publiek op de komende tour. “Open Your Eyes” schroeft het tempo onmiddellijk terug, waardoor we naar het einde van het album toe nog een melodisch hoogtepunt voorgeschoteld krijgen, waarop Jon Oliva zich opnieuw sterk weet te profileren.
Voordat men het album afrondt met het prachtige “Someone/Souls” waarin hij pleit voor de gelijkheid van elke mens, dat overigens perfect op een Savatage-album terecht had gekund, laat men zich eerst nog eens van de stevigere kant zien op “You Never Know”. De stevige flitsende solo die we hierin te horen krijgen is net als die in “Adding the Cost” van de hand van Obituary-gitarist Ralph Santolla.

Hoewel het album enkele luisterbeurten nodig heeft, alvorens het volledig tot zijn recht komt, kunnen we besluiten dat Jon Oliva’s Pain opnieuw een meesterwerk op de mensheid heeft losgelaten. Op deze manier mag men de wereld wel wat meer waarschuwen!

Katie Melua

Prettig in het gehoor liggende jazzypop van Katie Melua

Geschreven door

De succesvolle Britse zangeres van Georgische afkomst Katie Melua kon rekenen op een alle leeftijden publiek in een praktisch uitverkocht Vorst Nationaal. De jonge twintiger heeft totnutoe drie cd’s uit en trok op tournee met om haar recente plaat ‘Pictures’ te ondersteunen. Ze brengt kleurrijke en prettig in het gehoor liggende jazzypop, met uitstapjes naar de rootsrock en folk. Ze brak een goede twee jaar terug definitief door met het dromerige “9 Million bicycles”.
 
Bijna twee uur lang serveerde ze solo en met haar band een uiterst gevarieerde set, waarbij de songs werden gedragen door haar helder nachtegalenstem. Het lichtdecor was een meerwaarde.
Melua nam solo een gewaagde start met een handvol songs op gitaar en piano: “Piece by piece”, I do believe in love” “Dirty dice” (een terugblik naar Noord-Ierland waar ze in haar kinderjaren vertoefde), en Randy Newman’s “I think it’s going to rain”. Op het ‘70’s getinte rootsjazzy “My aphrodisiac” was haar band op videowall te zien, doch geleidelijk ging het doek omhoog en zagen we haar full band. Handig gevonden, wat sterk werd onthaald!
Stijlvarianten waren te horen op “Blues in the night” (met slidegitaar!), een swingende “Ghost town” (met blazers), de folky “Thank you stars” en “Spellbound” (met fiddle) en tenslotte op de krachtiger klinkende “Crawling up a hill”, “Perfect circle” en “Spiders web” (rootsrock).
”If you were a sailboat”, haar nieuwe single, ”What I miss about you” en “Crazy” waren zalvende, sfeervolle, dromerige songs. “Scary Films” had een dreigende spanning o.a. door de zwart/wit horrror movies op het scherm en het jazzy “Mockingbird song” refereerde aan Stone/Keys/Winehouse qua vocals
Hoogtepunt vormde haar doorbraaksingle “9 Million bicycles”. En “If the lights go out” verried een komend succes!
Overtuigende covers “On the road again” en “Kozmic blues”van haar idolen (Canned Heat/Janis Joplin) klonken broeierig. Melua eindigde zoals ze begonnen was, akoestisch met een intieme “Cried for you”.

Melua beschikte over een gouden stem en een professionele band, die flirtte met stijlen om haar melodieuze jazzypop elan te geven. Fijn concertje.

Support was Andrea McEwan die enkele songs mee componeerde op Melua’s plaat. Deze Australische speelde sfeervolle, semi-akoestische folkpop, doch haar stem had niet dezelfde sterkte als Melua. Goede start, belangeloos einde.

Organisatie: Live Nation

Belgisch poparchief op Rock Waregem 2008

Geschreven door

Rock Waregem lichtte voor z’n programmering de sluier op van enkele gerenommeerde bands in het Belgisch poplandschap, nl. Belgian Asociality, binnen de prettig gestoorde rammelende pretpunk, Red Zebra binnen de ‘80’s waverock en De Kreuners van de ‘80’s Belgenpop, die na dertig jaar nog even fris gezwind overeind staan. En als internationaal artiest kwam John Watts, frontman van het vroegere Fischer Z, die 25 jaar terug verfrissende rock speelde met een politiek geladen boodschap. Kortom, voer voor ‘nostalg-neuten’ en een spannende kennismakingsronde voor het jonge publiek, om te achterhalen waar  huidige bandjes de mosterd vandaan halen!
 
Belgian Asociality, de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige pop, onder spil Marc Vosté, speelden een klein uur met korte, krachtige en opzwepende songs, bol van humoristische en cynische no-nonsense teksten. Een hoog, strak tempo van leuke songs en entertainment! Het publiek was ’s namiddags meteen wakker! Twee nieuwe songs hoorden we, maar de langverwachte opvolger van ‘Wakker Worde’ is nog steeds niet klaar …
Red Zebra was  een voorname exponent va de ‘80’s wave rock, en met de heropleving van deze sound komt deze West Vlaamse band opnieuw in de spotlights. Ze wisselden oud met nieuw werk af, waarbij de oude songs gebeiteld staan in ons geheugen: “Ultimate stranger”, “Art of conversation” en “I can’t live in a living room”. Ere wie ere toekomt, want ook Joy Divsion en The Sound kregen een krans om het hoofd met overtuigende versies van “Transmission” en “Winning”. De nieuwe songs waren directer met “Too far west”, “Don’t put your head on a bucket” en “John Wayne …”.
John Watts Fischer Z was één van de spraakmakers van de arty rock begin jaren ’80. Wie dacht werk te horen van de drie memorabele platen ‘Word salad’, ‘Going deaf for a living’ en ‘Red skies over paradise’ was eraan voor de moeite.
John Watts kan grillig zijn en bood saai vakmanschap uit z’n soloplaten. Enkel op het eind werd met “Marliese” even teruggrepen naar de sprankelende ’80’s gitaarpop!
De Kreuners: Walter Grootaers en de zijnen bestaan dertig jaar en in de aanloop naar hun feest in oktober te A’pen, gaven ze het startschot te Waregem; een avant-première van hun showcase. Grootaerts is een entertainer, een publiekslieveling en kan als geen ander z’n fans betrekken bij de rocksongs.
Een rijkelijk gevuld repertoire, een hecht spelende band (Van Eycken, Pelemans en Crabbé) en een afwisseling tussen opwindende en sfeervolle songs: “Nee oh nee”, “Het regent meer dan vroeger”, “Layla” en recenter “Meisje, meisje” en “Pinguïns in Texas” gingen moeiteloos in elkaar over en werden sterk onthaald. De rock’n’roll spirit bleef behouden. Een préhistorie hoorden we nog met o.a. de meezingers “Ik dans wel met mezelf”, “Verliefd op Chris Lomme”, “Ik wil je”,  “Zij heeft stijl” en “Nu of nooit”. De aanzet naar de Vlaamse concertpodia is gezet …

Organisatie: Rock Waregem

The Low Lows

Spannend,dreigend, bondig setje van The Low Lows

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap The Low Lows onder de weirdo zanger/gitarist Noon Parker lichtte in een bondige, snedige set een tipje van de sluier van hun pas nieuw verschenen cd ‘Shining violence’. Hun dromerige lofi americana kent een sfeervolle en opbouwende, spannende dreiging, bevat een vleugje psychedelica en kan doordrenkt zijn van feedback. Het kwartet leunt aan 16 Horsepower, My Morning Jacket en graaft zelfs dieper naar de indie van Galaxie 500 (begin jaren ’90) en ‘60’s V.U.

De groep speelde feller en strakker dan twee jaar terug op het Brugse Music In Mind festival. Toen na twee songs op het bedreven “Five ways I didn’t die” een snaar brak, speelde Parker doodleuk de rest van de set verder op vijf snaren. Op “Sparrows” en “It may be low” klonken de ‘70’s psychedelicatoetsen door. En tenslotte op “Dear flies, lone spider” trok Parker en de zijnen nog eens alle registers open, een schitterende finale van een afwisselend gevarieerd setje van dit onderschat Amerikaans kwartet. Onmiddellijk daarop sprong Parker van het podium en deelde mee dat er geen ander songmateriaal meer ter beschikking was, doch bedankte het publiek vriendelijk voor het warme onthaal.

Ook waren we onder de indruk van de support, Simple Brain, het kwartet onder de spil De Meyer – Verstraeten. Ze laveerden ergens tussen de melancholie van Sophia, de dromerige pop van Absynthe Minded en de freefolk van Banhart-Cocorosie. De zang en de gitaar kwamen op het voorplan. Een gedicht leidde zelfs twee songs in. Hun afwisselende zang (gelouterd – helder)/ samenzang was charmant binnen hun emotievolle, subtiele dramatiek! Beloftevol bandje uit St-Niklaas!

Organisatie: Cactus Club Brugge

Shameboy

Een danspubliek te vinden voor de nieuwe cd ‘Heartcore’ van Shameboy

Geschreven door

Shameboy heeft met ‘Heartcore’ de opvolger klaar op hun al indrukwekkend debuut ‘Hi, Lo and in between’, van de twee dancefloorkillers “Strobot” en “Rechoque”.
‘Heartcore’ dweept met strakke, opzwepende, pulserende beats, neurotisch vervormde sounds, electro, trance, techno, house en breakbeats. Het duo Luk Cox en DJ Bobby Ewing tonen aan dat ze met de ‘rave’plaat ‘Heartcore’ in de juiste wagon zitten van de huidige trends van Justice, Blackstrobe, Simian Mobile Disco, Digitalism, Dada Life en ons eigen The Subs. Trouwens Tiga en Erol Alkan remixten al de titelsong! Een bewijs dat het duo een belangrijke plaats aan het innemen is in de clubs.
Een uitverkochte Petrolclub onderging de aanstekelijke, beukende clubdance van het duo, en ging totaal uit zijn dak. De songs vloeiden in elkaar over, van “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” tot “Timeskipper” en de eerste single van de plaat “Heartcore”, klonken overtuigend, waarin hun oude krakers pasten.

De nacht was nog jong voor het uitgelaten, jonge publiek, die na de set van de cd voorstelling van Shameboy meteen te vinden was voor de mix van elektrogrooves en beats van Mr  ‘Green Man’ Dr Lektroluv.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Zoot Woman

Zoot Woman: bedenkelijk!

Geschreven door

Haast waren we door een stilte van vijf jaar de synthipop van het Britse Zoot Woman vergeten. “Grey day”, “It’s automatic” en “Living in a magazine”, waren toffe hitjes. Binnenkort verschijnt de nieuwe cd ‘Things are what they used to be’, wat de groep op tournee brengt.

Het nieuw geformeerde trio rondom Stuart Price (= ‘80’s freak Jacques Lu Cont/ Les Rhythmes Digitales) klonk meer freakend en minder cool (ook hun maatpakken waren verdwenen!).
Het trio moest het vooral hebben van de songs van de eerste twee platen die de ‘80’s wavetronica van The Human League combineert met poprock, disco, funk en trancegerichte beats. “Lonely by your side” klonk groovy en aanstekelijk, “Woman wonder” en “Hope in the mirror” tuimelden naar de koele elektronica, “Grey day” en “Living in a magazine” waren de goed in het gehoor liggende popelektronica met een pompend beatje, en tenslotte integreerden “Taken it all” en “Information first” de discokitsch van Pet Shop Boys. De sfeervolle “It’s automatic” en “Snow white” overtuigden door een funky ritme.
Het nieuwe materiaal klonk stuurloos en miste diepgang om te kunnen beklijven en in te werken op de dansspieren, wat de aandacht deed verslappen. “Witness”, “Live in my head”, “Memory” en “Lust forever” – lieten, buiten de single “We won’t break”, een povere indruk na, een domper op de nochtans goed uitgekiende setlist! En op de koop toe waren Price’s vocals soms onvast; de vrouwelijke backing vocals van de bassiste tilden het niveau omhoog.

Ietwat bezorgd verlieten we de Bota; de nieuwe plaat zal soelaas moeten geven omtrent de toekomst van Price en de zijnen. We zijn benieuwd …

Support act was het uit Namen afkomstige Bambi Kramer die een maand terug zich onderscheidde op Boutik Rock in de Bota. Het duo Loïc b.o. en Marie V. van Flexa Lyndo speelden melancholische electrotrippop, refererend aan Portishead, Notwist en Ladytron. De samenzang en de traag, meeslepende ritmes van gitaargetokkel, elektronicadwarrels en beats, naast de donkere projecties, bepaalden hun treurwilgensound.

Organisatie; Botanique, Brussel

John Scofield

John Scofield, een gitarist met zeer veel goesting

Geschreven door

Matt  Penman en Bill Stewart, een fabelachtige ritmesectie. Phil Grenadier, Tom Olen en  Frank Vacin, een blazerssectie om u tegen te zeggen. En last but not least, dirigent en grootmeester John Scofield; een band met virtuositeit in al zijn gelederen.
Het was van Blue Note geleden dat ik Scofield zag, toen nog met Medeski, Martin and Woods. En ik die toen dacht dat dit hét concert van de eeuw was. We zijn nauwelijks een half jaar verder of Scofield staat weer op de planken in Gent. Eerst Brussel innemen, nu de Handelsbeurs. En op welke wijze…

Met zijn trouwe Ibanezgitaar in aanslag en een typisch VOX-geluid, op de flank van het podium in een uitverkochte handelsbeurs, met zittend publiek. Het was alsof je ieder ogenblik op het podium kon terechtkomen. Schitterende zaal; maar dit zal ongetwijfeld ook met de kwaliteit van het concert te maken hebben gehad.
Scofield opende zoals hij het ook eerder deed in de AB, met een bewerking van “The House of The rising Sun”. Herkenbaar, uitgekleed en nieuwe kleren aangemeten. Daaropvolgend enkele nummers uit zijn recente ‘This meets that’ van 2007: “Memorette” en “Heck of a job”, en om een eerste setje af te ronden een door Tom Olen geschreven “Fried husband”.
Scofield onderbrak af en toe het concert om het enthousiaste publiek toe te spreken en een woordje uitleg te geven over de songs. Hij doet ook dit zoals hij gitaar speelt, en zijn band naar ongekende hoogten leidt:  met zeer veel goesting, creativiteit en zin voor perfectie. Wat hij uit zijn gitaar haalt, zijn geen toevalstreffers, maar oorstrelende composities, met op de juiste plaats de juiste noot, en zijn alomgekende eigen gitaarsound, laidback, aanslag en dosering. Nooit kwam de virtuoos in de verleiding om zichzelf te vaak op de voorgrond te plaatsen. Ieder groepslid kreeg ruim de tijd om zich te tonen. Vooral de ritmesectie, met drummer Bill Stewart op kop, haalde een zeer hoog niveau.
Het door Charlie Rich geschreven “Behind close doors” werd op subtiele manier gebracht, met een Scofield die, bijna solo, iedere noot die hij voortbracht, als het ware uit zijn ziel perste. Zijn gelaatsexpressie op die ogenblikken spraken boekdelen.
Naadloos gaat de band over op “I can’t get no satisfaction’ van The Stones, en een uitstapje naar ‘Polo Towers’ van zijn CD ‘Uber jam (2002)’. Scofield tovert nu werkelijk fantastische klanken uit zijn gitaar annex rijkelijk gevuld pedal board. Zijn sampler machine beheerst Scofield in die mate, dat naar het einde van het concert zélfs zijn band erbij zat en genietend toekeek.

Scofield kreeg wat hij verdiende. Een lang applaus en staande ovatie; goed voor een bis met een bluesy song, waarvan de naam mij nu even niet te binnen schiet. Een onbelangrijk detail na anderhalf uur likkebaarden. Scofield kwam, zag en overwon. In stilte, eenvoud, in virtuositeit. Een concert om nooit te vergeten.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Blood Red Shoes

Box of Secrets

Geschreven door

Een handvol man/vrouw duo’s onderscheiden zich de laatste tien jaar met een back-to-the-bone sound. Dit jonge Brits duo uit Brighton mag daar zeker worden onder geplaatst! Ze meten zich aan The Kills en overtreffen The Raveonettes en The White Stripes met hun rauwe, energieke, opzwepende melodieuze indiepunkrock.
De (schreeuw)zang van Laura –May Carter (zang/gitaar) en Steven Ansell (zang/drums) is op elkaar afgestemd in deze elf overtuigende frisse, strakke , harde, bondige nummers. De vaart blijft behouden en de sound steekt op geen enkel moment tegen! Onstuimig, doch beheerst en doordacht.
De eerste helft van de cd is gewoonweg subliem met songs als “Doesn’t matter much”, “You bring me down”, “Try harder”, “Say something, say anything” en “I wish I was someone better”. Het duo bereikt een schitterende finale met “Forgive nothing” en “Hope you’re holding up”. Geen enkele song moet onderdoen.
’Box of Secrets’ overspoelt de luisteraar en straalt vlammende energie uit. Meteen een beloftevolle band voor 2008. Je bent gewaarschuwd.

Triggerfinger

What grabs ya?

Geschreven door

Het rock‘n’roll trio Triggerfinger (Ruben Block, Mario Goossens, Paul Van Bruystegem) verbaasde al in 2004 met hun titelloos debuut. Vier jaar later brengen de drie heren in maatpak een overtuigende opvolger. De vaart zit er meteen in met “Short term memory love”, een regelrechte ZZ Top song, 25 jaar na datum.
Het is heerlijk luisteren naar hun tien zinderende garage retrorock’n’roll -ers, die stoner en bluesslides bevatten. Triggerfinger is een sterk op elkaar ingespeeld drietal. Een geoliede machine.
”First taste”, “Soon”, het lang uitgesponnen “Lines” en de titelsong denderen over ons heen. Op “Scream” komen de bluesslides op het voorplan.En op het intiem rauwe “No teasin’around” zijn we onder de indruk van Block’s begeesterende gitaarspel.
Triggerfinger staat garant voor knallende, rockende songs met een sterke melodie. En By the way drummer Goossens tekende voor het debuut van het jonge retroduo The Black Box Revelation!

Tim Vanhamel

Welcome to the blue house

Geschreven door

Tim Vanhamel, frontman van Millionaire, stuurt iets fully completely diffrent op op ons af. In afwachting van nieuw werk van z’n eigen band, bracht hij een eerste soloplaat uit.
Hij profileert zich als een jonge V.U.-der met sfeervol, dromerig materiaal; z’n schreeuwzang maakte zelfs plaats voor ‘real singing’. Luister maar naar “Living the way you should”, “Bed river” en “Sometimes I wanna run”. “Until I found you” en “It’s not the drug” zijn de popsongs op de plaat.
Vanhamel schuwt enig bombast niet door strijkers toe te voegen (“Like a fire” en “Garden of weeds”). Pure melancholie horen we op “Saviour” en “A return to love”, verhalen over z’n verloren liefde …Enkel “Tell me” en “Which of us” zijn de felle, avontuurlijk rocksongs, die een vleugje noise en experiment bevatten, wat neigt aan Vanhamel’s oorspronkelijke werk.
’Welcome to the blue house’ is een toegankelijke, gevarieerde popplaat geworden, waarbij we een andere, oprechte kant horen van Tim Vanhamel. Wat trouwens z’n singer/songschrijverschap onderstreept.

The Raconteurs

Consolers of the lonely

Geschreven door

De hoes verraadt het al, net als bij The White Stripes gaat Jack White het terug in het verleden zoeken. Niet alleen bij de blues, maar ook heel uitdrukkelijk in de seventies met een portie stevige retro rock.  In tegenstelling tot de minimale bezetting van The White Stripes is er hier wel een uitgebreid instrumentarium. Er zijn blazers, violen, piano, orgel, banjo  en natuurlijk ook een basgitaar. De verscheidenheid illustreert zich niet alleen in de instrumenten, ook de songs zijn nogal uiteenlopend. Er is de rechttoe rechtaan riff-rock, zeg maar The White Stripes met bas, in “Salute your solution”, er is folk-rock in  “Old enough”, retro piano-rock in “You don’t understand me”, seventies hard rock in “Hold up” of de blues in “Pull this blanket off”. Een song als “Rich kid blues” neigt zelfs naar prog-rock, maar klinkt geenszins belegen. De stamper “Five on the five” is één van onze favorieten, Pixies meet The White Stripes is zowat het eerste wat ons hier te binnenschiet en dat is wel een heel aangename gedachte.
Dit is natuurlijk niet alleen het werk van Jack White. Brendan Benson heeft hier evenveel in de pap te brokken, en net dat verklaart de variatie in deze plaat. ‘Consolers of the lonely’ is nog een stuk hechter en sterker dan zijn voorganger ‘Broken boy soldiers’ die het vooral moest hebben van een paar uitschieters. Deze keer is het album over gans de lijn krachtig, Jack White heeft een stel hete riffs uit zijn gitaar gepuurd en Benson heeft er een aardig kleurenpalet van stijlen aan toegevoegd. Maar vooral de songs zijn er recht op. Opvullertjes zijn er niet te vinden op ‘Consolers of the lonely’ die hiermee meteen een ernstige kandidaat voor de eindejaarslijstjes wordt. En dat durven we nu al zeggen.

Krackerjack

Rock On!

Geschreven door

Helemaal onverwacht ontstaan soms de mooiste dingen. Zo is: 'Rock On' van het Deense Krackerjack nu al een van de ontdekkingen van het jaar. Toen ik de cd thuis kreeg toegestuurd had ik aanvankelijk toch enkele bedenkingen bij de wat vreemde groepsnaam en de wat oubollige albumcover.
Doch een eerste 'Rock On' luisterbeurt wist mij bijzonder aangenaam te verrassen. Ook nu ik na vele luisterbeurten de schijf volledig heb grijsgedraaid blijft dit één van de leukste Melodic Rock releases van dit jaar. Officieel werd het album al in december 2007 uitgebracht maar 2008 moet de doorbraak voor Krackerjack betekenen.
Deze Deense band bestaat reeds sinds 1997. Gitarist René Mikkelsen is het enige originele lid. De vaste line-up bestaat sinds 2006 verder uit Allan G.Petersen (lead vocals), Rasmus Bruun (Bass), Claus Greve (Organ & Vocals) en Jeppe Christensen (drums). 'Rock On' is reeds de derde plaat van deze band en de opvolger van 'Call Of The Wild' (met opnames uit de opstartperiode van Krackerjack) en het debuut 'Good Thing Goin'' uit 2005. De debuutplaat werd echter enkel in Denemarken uitgebracht.
Met deze 'Rock On' wil men internationaal doorbreken. 'Rock On' bevat slechts 10 melodieuze rocksongs. Meer moet dit echter niet zijn want het album kent dan ook geen enkel opvullertje en loopt als een trein. De band liet zich duidelijk inspireren door de sound van Classic Rockbands zoals Deep Purple & Whitesnake. Maar zelf hoor ik soms toch ook de commerciëlere kant van het Britse Thunder voorbijkomen. Het wat nasale stemgeluid van zanger Allan G. Pedersen zorgt echter voor een unieke toets zodanig dat de band best wel een eigen sound neerzet. Met Pedersen heeft Krackerjack trouwens een klasbak in huis die klinkt als een kruising tussen Whitesnake's David Coverdale en Ian Gillan. Opvallend is dat het stemgeluid erg nadrukkelijk in de eindmix op de voorgrond werd gezet! Alle 10 songs ('Less is More!') zijn erg sterke, zeer melodieuze composities. 'Classic Rock as it shoud be!!' Catchy tunes, leuke gitaarriffs en solo's, sterke melodielijnen, leuke meezingrefereinen….kortom klasse.
Het is moeilijk om enkele hoogtepunten aan te duiden. Misschien dat "Lullaby", als voorlaatste track (en singlekandidaat!) op mij de meeste indruk naliet. Een wervelende song die allesbehalve mijn dochtertje in slaap wiegt. Nog zo'n dynamische rocksong is "Back Together", met alweer een zeer aanstekelijk refrein. Ook "Hungry Boy", met zijn bijzonder sterk Hammond intermezzo en meeslepend gitaarwerk, kan zich met het beste materiaal van Thunder meten. Verder is ook "Too Late" een Classicrock ballade om in te kaderen. Zo zie je maar dat kwaliteit niet altijd hoeft te komen van de grote namen. Krackerjack's Rock On is verplichte kost voor elke melodieuze rockfreak. Geloof me, U zal aardig verrast zijn! 'Rock On'! guys,….see you in Belgium!!!

Kelly Clarkson

Kelly Clarkson trakteerde het jonge publiek op een onvergetelijk avondje

Geschreven door

Het kan soms fijn zijn je opgroeiende dochters en vriendinnetjes te begeleiden naar een optreden. En inderdaad, Kelly Clarkson was een uitgelezen kans en ligt erg goed in de markt bij onze vrouwelijke tieners. Ze heeft al drie cd’s en een pak singles onder de hand, waarvan we vooral ‘Breakaway’ en het recentste ‘My december’ onthouden.
In 2002 won ze de eerste American Idol: the search of a superstar. Sindsdien waren de Idool wedstrijden over Europa en de VS niet meer weg te denken!

De twintigjarige Clarkson is de laatste jaren een goed uit de kluiten gewassen jongedame geworden, en zorgde voor een uitgekiende en afgewerkte show van frisse dynamische soulpoprockers (waarin een vleugje country was) en innemende gospel ballads; ze zong helder en overtuigend. Het jonge volkje betrok ze maar al te graag bij de nummers; af en toe wierpen jongeren een bloempje, een beertje of kreeg ze een complimentje.
Clarkson beschikte over een goed op elkaar afgestemde band en twee backing vocalistes, die de sound kracht bijzetten.
Gillende keelgaatjes en zwaaiende armpjes gingen al meteen de lucht in bij “One minute” die de bijna anderhalf uur durende set opende. Eerst hoorden we toegankelijke, aanstekelijke, hapklare popsongs als “Hazel eyes”, “Gone” en het meezingbare “Never again”. Ook het nieuwe “Don’t waste your time” klonk sterk. Clarkson en haar band, voor de eerste maal in ons landje nota bene, kon rekenen op een enthousiast publiek.
De semi-akoestische en intimistische aanpak van het rustiger werk - haar lievelingssong “Addicted”, haar doorbraaksingle “Because of you”, de gospel getinte cover “Up to the mountain” (Lennon/McCarthy) en “Beautiful disaster”, waren de te koesteren knuffelrock momenten.
Ze verdwenen achter een groots wit gordijn, en als schimmen op een doek traden ze opnieuw aan op “Miss Independant”, een regelrechte Pinks, waarbij rock, hiphop en soul hand in hand gingen.
Het entertainmentgehalte steeg met “How I feel”, de dromerige single “Breakaway,” die vele tienerhartjes sneller deed slaan, en het ophitsende “Walkaway”.
Clarkson gaf een ‘positive vibe’ gevoel, wat nog drie songs in de bis opleverde nl. het broeierig opbouwende “Sober”, het ingetogen “Chivas” en het springerige “Since you been gone”, dat luidkeels werd meegezongen.

Kelly Clarkson deed me meteen ruim twintig jaar terugtuimelen qua leeftijd. Het was leuk om de jongeren zo uit hun dak te zien gaan. Clarkson zag dat het goed was en dat de jeugd zo’n een ontspannend avondje kon beleven.

Support was de piepjonge Jasper Erkins, tweede op de 30ste Humo’s Rock Rally; deze 15 jarige krullenbol bleef meer dan overeind in de Lotto Arena met z’n subtiele en bedreven akoestische gitaarsongs, doordrongen van z’n doorleefde stem. Ergens tussen Helsen, Rice en The Kooks, met songs over verliefdheden. Een talentrijke singer/songwriter, die attent en gevat uit de hoek kwam om z’n spannende songs aan elkaar te praten. En we kregen een praktisch onherkenbare “Crazy” van Gnarls Barkley als toemaatje.

Organisatie: Live Nation

Pagina 479 van 498