Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Kokomo (Germany)

Totem Youth

Geschreven door

Dunk!records werd acht jaar geleden opgericht met als doel instrumentale postrock en postmetal te ondersteunen en te verspreiden. Hun eerste release toen was een plaat van Kokomo. Deze Duitse instrumentale band is met ‘Totem Youth’ inmiddels aan zijn vijfde langspeler toe.
Kokomo heeft altijd al de zwaardere gitaren omarmd, samen met de melodieën, en met deze plaat is dit niet anders. Ze is misschien zelfs nog intenser dan hun voorgangers. De band besloot ook om de digitale instrumenten achter zich te laten en enkel met ‘organische’ instrumenten te werken.
De plaat heeft een donkere, dreigende en unieke sound dat nu en dan onderbroken wordt door flitsen van hoop en lucht.
De zes songs zijn goed uitgewerkt en bezitten de nodig overgangen en breaks. Luister maar eens naar opener “Sterben Am Fluss” dat gedurende bijna een kwartier heerlijk rockt en een bridge als rustpunt heeft. Single “Hold Me Closer, Unknown Dancer” opent heel voorzichtig om dan je wakker te schudden met een knoert van een riff. Een heerlijke song dat twijfelt tussen volop rocken en gemoedelijk voortkabbelen. Het drumwerk op “Narcosis” klinkt goed en kan mij enorm bekoren. De song werkt mooi naar een climax toe. Met “Golden Guns” krijgen we hoofdzakelijk een melodische en rustige song die enkel wordt onderbroken door een intense en zwaar rockende bridge. Een beetje het omgekeerd procedé van hetgeen ze toepassen in hun andere songs. Op “Meldodic Rock Night” komt naar het einde toe zanger Tom Morris (Her Name is Calla) meehelpen om de song tot een climax te brengen. Afsluiter “Der Vogelmann” staat volgens de band symbool voor de essentie van deze plaat: eerlijke, gerichte agressie en emotie dat ons in staat moet stellen om met de dagelijkse realiteit om te gaan. In elk geval is “Der Vogelmann” een van de sterkste tracks op deze plaat.
Kokomo heeft op ‘Totem Youth’ nog maar eens bewezen waarom ze een gevestigde waarde zijn in de instrumentale postrockscene. Een heel fijne release.

KOALA

The Waves /It's Just You And Me -single-

Geschreven door

We kregen we dit bericht in onze mailbox: ''Voor het eerst in acht jaar brengt KOALA nieuwe muziek uit. Vandaag releasen we ineens twee singles: “The Waves” en “It's Just You and Me.''
In muziektermen is acht jaar een eeuwigheid, daarom een kleine introductie.  KOALA, het project rond Carlos Dyckmans werd opgericht in 2003. De band bracht al drie studioalbums uit: ‘Gravity’ (2006), ‘Central’ (2008) en ‘Tall Machines’ (2012). Vooral door het perfecte huwelijk tussen triphop en hiphop bleek KOALA een uniek concept te zijn. Helaas werd het toen stil rond de band. Nu zijn er plots niet één maar twee singles. Later komt er een nieuwe plaat uit 'Outlaw'.
KOALA is een band die houdt van grenzen aftasten en die verleggen, hen dus dat label hip hop/trip hop opkleven is de band tekort doen. Met “The Waves” de eerst single, komen die invloeden zeker bovendrijven. Maar daar houdt het niet mee op. Uiteraard bestaat deze band uit muzikanten die houden van improviseren en experimenteren, dat zorgt ervoor dat je als aanhoorder van je sokken wordt geblazen en vol bewondering bij zoveel veelzijdigheid, lekker zit mee te deinen op de aanstekelijke beats. De samensmelting tussen de inbreng van beatmaker Bruce Glue, Gert Vanlerberghe en rapper Sem Phi aangevuld met die bijzondere stem van zangeres Eme bewijzen waarom deze band zo grensverleggend is geweest in wat ze deden en nog steeds doen.
Op het meer ingetogen - ook al is dat een understatement - “It's Just You And Me” horen we de inbreng van de rauwe stem van Notizz die lekker botst op het klankenpaneel dat KOALA aanbiedt. Hier komen de triphopeffecten iets meer bovendrijven, tot de song als een etterbuil openspat eens de registers worden opengegooid. Om daarna weer over te gaan tot een eerder intieme setting. Vaak klinkt het alsof de band hier zijn frustratie uitspuwt. Maar, naast die opvallende tempowisselingen in deze song, is het is vooral dat schipperen tussen hiphop, triphop en voortdurend experimenteren daarmee, dat deze tweede single zo een bijzonder song maakt.
Toen KOALA in 2006 hun eerste plaat uitbracht , zorgde dit toch voor een aardverschuiving binnen het Belgische triphop en hiphopgebeuren. Acht jaar later is er veel veranderd, maar blijkt deze band - op basis van die twee singles - nog steeds buiten elk lijntje te kleuren wat genre en muziekstijlen betreft. Het zorgt ervoor dat we nu al uitzien naar die plaat 'Outlaw' die, weer op basis van deze beide singles, een mijlpaal zal vormen. Wij houden namelijk van bands die buiten de comfortzone durven treden en dat is wat KOALA deed en na acht jaar gelukkig nog steeds met volle overgave doet.

Hiphop
The Waves /It's Just You And Me -single-
KOALA

Het Zesde Metaal

Skepsels

Geschreven door

In het Nederlands of Vlaams zingen is geen vies woord meer, gelukkig maar. Vele bands zoals Yevgueni hebben gezorgd dat de Nederlandse rock weer 'in' was bij jong en oud. Wat het West-Vlaams betreft kunnen we stellen dat een song als  “Ploegsteert” van Het Zesde Metaal een mijlpaal is, waardoor een nieuwe tijd werd ingeluid. Met 'Skepsels' is de band ondertussen aan zijn vijfde schijf toe. Een parel van een plaat, waarmee de band weer een nieuwe bladzijde omslaat.
Het typische West-Vlaams blijft daarbij gelukkige stevig overeind, maar je hoort toch  ook een band die volwassen is geworden. Niet dat het er treurig aan toe gaat, maar er wordt meer een persoonlijk verhaal uitgesmeerd op deze plaat. We zijn daar eigenlijk zelf ook niet verdrietig om. “Kom Bie Mie” is zo een typisch Zesde Metaal-song. Met het gezapige West-Vlaams wordt de toon van de plaat vrij vlug gezet. Een vette knipoog naar de kleinkunst horen we ook vaak terug in songs als “Andere Mens”, “Houd Me Dichte” en “Stempel”. Een ander zeer uniek en mooie song is “De Onvolledigen”, een duet met Stefanie Callebaut van SX, wiens stem deze van Wannes perfect aanvult.  Ook hier blijft dat gezapige West-Vlaams trouwens overeind en daarvoor krijgt Het Zesde Metaal een extra pluim op zijn hoed. Cappelle vertelt dus een persoonlijk verhaal, maar ook een beetje het verhaal van iedere mens die ouder wordt, die een gezin heeft, die eens achterom kijkt en met een glimlach op de lippen vaststelt dat het nu ook goed is. Al kan hij ook niet nalaten links en rechts een beetje maatschappijkritisch te zijn. Zo hoort dat ook. Vooral is dit dus een zeer persoonlijke plaat, waarin Cappelle zijn ziel blootgeeft. Luister maar naar “Ouder Komen” over vergankelijkheid en hoe snel het gaat in het leven. Of “A Je Me Mist” waar Cappelle zich excuseert bij zijn kinderen om er niet altijd te zijn in het drukke bestaan dat hij leidt.
Het Zesde Metaal heeft geen grote gebaren nodig om je op gevoelige plekken te raken en bewijst bovendien nog steeds een vaandeldrager te zijn wat het Vlaamse lied betreft. Door een plaat uit te brengen waar je een meer volwassen band met weemoed ziet terugkijken naar vroeger, een traan wegpinkt, maar met een brede glimlach dus ook de toekomst omarmt. Uit het leven gegrepen? Dat was altijd wel het geval bij Het Zesde Metaal. Dat blijft ook bij 'Skepsels' nog steeds het geval.
Dat deze band ook na al die jaren nog steeds zijn stempel drukt op dat Vlaamse en Nederlandstalige muziek gebeuren, staat boven kijf. Deze schijf is eentje om te koesteren als je van typische West-Vlaamse gezapigheid houdt. Deze band bewijst hiermee trouwens niet alleen een feest te kunnen doen ontstaan, maar ook die snaar van hun, jouw en mijn leven op een eenvoudige en subtiele wijze te kunnen raken.

Frimout

Ik Geloof in Jou (EP)

Geschreven door

Onder de noemer 'flits me terug naar de jaren '80' bracht de Vlaamse/Nederlandse band Frimout enkele voorstellingen in 30CC/Schouwburg in Leuven. De band had ook een speciale voorstelling op zondag omstreeks 16u, waarbij de nieuwste EP 'Ik Geloof In Jou' werd voorgesteld.
Wij waren erbij op deze laatste voorstelling. Het verslag daarvan kunt u hier nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/concertreviews/item/76327-frimout-ode-aan-het-vlaamse-nederlandse-lied.html  
De nieuwe EP 'Ik Geloof In Jou' is een vat boordevol emoties van vreugde, weemoed en melancholie binnen een feestelijke omkadering.
Dat laatste komt al tot uiting bij “Ik Geloof In Jou”. Deze song ademt de vele kanten uit waardoor wij enkele jaren geleden vielen voor Frimout. Net doordat de band zijn typische Nederlandstalige pop niet drenkt in een bad van een al te klef gedoe, maar echt meent wat ze zingen en componeren werden we toen over de streep getrokken. Je voelt dat ook in de songs op deze EP, die oprechtheid waarmee Frimout een mooie ode brengt aan “Marcel” of de feestelijke stemming naar een hoogtepunt drijft op “Copacabana”, een feestelijk duet tussen Stef en Eline, zonder al te veel de carnavaltoer op te gaan, waar op zich ook niets mee is, laat dat duidelijk zijn. Eline’s bijzondere stem horen we nog eens terug op “Ik Zie Je Graag”. Het bewijst dat deze band uit twee topvocalisten bestaat. Dat laatste mag ook eens in de verf worden gezet.
Frimout is trouwens een band die eerder ons rock/folk- en kleinkunsthart perfect weet te verbinden met Nederlandstalige pop. Door deze aanpak kan een ruim publiek worden aangesproken. Mensen die houden van een feestelijke stemming, zoals bij die song. Maar ook de fans van eerder melancholische songs, waarbij je een traan wegpinkt, komen op deze EP aan hun trekken. Afsluiter “Meisje (Ik Laat Je Los)”, een wondermooie song van Stef voor zijn dochter, is daar een mooi voorbeeld van. Op een eenvoudige manier raakt Frimout hier een gevoelig snaar, net omdat het gaat over eenieders dochter, eenieders kind. En vooral, de onvoorwaardelijke liefde voor zijn dochter is gemeend, je voelt gewoon dat de gehele band op deze EP trouwens geen toneeltje speelt. Elke gitaarlick, elke zanglijn, elke drumpartij. Het komt allemaal uit het hart van deze topmuzikanten die Stef rondom zich verzamelt. Je hoort trouwens meer dan ooit een groep vrienden, die elkaar blindelings vinden in het bouwen van een wild feest maar ook in emoties met elkaar en hun publiek delen.
Een EP met trouwens een extra emotionele waarde. We citeren: Frontman Stef Willems: ‘Het vijfjarige nichtje van onze toetsenist Jan heeft onlangs kanker gehad. We waren daar als band allemaal heel hard van geschrokken, maar gelukkig gaat het nu met haar beter. Toch willen we met dit album een bijdrage leveren om ervoor te zorgen dat kinderen met kinderkanker (en hun families) geholpen kunnen worden in de toekomst. We zijn onze eigen platenfirma en het plezier dat we kunnen schenken door onze bijdrage is vele malen groter dan dat we deze CD voor eigen profijt zouden verkopen.’
Dit laatste bewijst nog maar onze stelling. 'Ik Geloof In Jou' van Frimout is een schijf en band om te koesteren naar de toekomst toe. De muziek van Frimout is dan ook voer voor mensen die houden van Nederlandstalige popmuziek, waarbij buiten de lijntjes daarvan wordt gekleurd en de zin voor melancholie en avontuur voortdurend komt boven drijven.

Dyscordia

Delete/Rewrite

Geschreven door

‘Delete/Rewrite’. Als albumtitel geeft het een dubbel gevoel. Bands die constant alles herschrijven en twijfelen aan zichzelf komen vaak uit bij draken van composities, maar je kan het ook positief bekijken, als een aanhoudende zoektocht naar perfectie. Voor Dyscordia gaan we ervan uit dat het de zoektocht naar perfectie is. Hebben ze die ook gevonden?
De intro van de openings- en titeltrack zet je wat op het verkeerde been, maar al gauw hoor je na de grunts van Stefan de vertrouwde cleane stem van zanger Piet. De track heeft een mooie, klassieke opbouw die wat tussen prog en powermetal in zit en knappe gitaarpartijen en solo’s.
“This House” knalt meteen uit de boxen en houdt de voet op het gaspedaal zonder stil te vallen. Een stevige track met de klassieke heldere vocalen en koortjes. “Rage” is een kopstoot van jewelste, beter valt het nummer niet te omschrijven. Met drie gitaristen in de band zit de mix wel altijd propvol . Tracks als “Rage” kunnen wel wat lucht en ‘tussenwit’ gebruiken, vooral omdat ook nog eens de cleane vocalen worden aangevuld met grunts. Het is wat druk, maar een band als Dyscordia komt er hier nog net mee weg.
Een songtitel als “The Curse Of Mediocracy” is een beetje een risico. Er zal altijd wel iemand zijn die de song maar ‘middelmatig’ vindt. Maar deze band neemt de sprong met veel vertrouwen en terecht. Piet zingt hier bovengemiddeld goed en inzake compositie en muzikaal-technisch stijgt de track ver boven de middelmaat uit. De grunts zijn hier, net als op een reeks andere tracks, wel heel aanwezig, maar nu ook weer niet zo aanwezig dat het stoort.
Eens voorbij halfweg het album wordt wel al één ding duidelijk: de tracks zijn topzwaar. Elke seconde gebeurt er wel iets en dan meestal nog ‘in hetzelfde spectrum’. Als er een gitaarsolo langskomt of een hoge vocale uithaal, hoor je daar maar de klasse van als je die daarvoor de tijd en de ruimte geeft door al de rest heel even naar de achtergrond te duwen. Terwijl het op dit album een drukte van jewelste is, een competitie van muzikanten en zangers om toch maar elke seconde gehoord te worden. Deze tracks zouden nog meer knallen met wat minder ballast.
De composities zijn top en speeltechnisch is er nauwelijks iets aan te merken, maar de productie en mix maken dat dit album geen nieuwe sprong vooruit is, zoals van “Twin Symbiosis” naar “Words In Ruin”.

Face To Face

Live In A Dive

Geschreven door

De Amerikaanse punkband Face To Face is al sinds 1991 actief en dan wordt het wel eens tijd voor een overzicht of best-of-album. Het probleem is dat Face To Face voor zowat elk album bij een ander label zat, wat een administratieve nachtmerrie is als je dan de beste tracks wil bundelen. Daarop hebben ze iets gevonden bij hun label. Dat bracht zopas nog een album uit met akoestische versies van hun beste songs. Akoestisch en punkrock, het is niet meteen het beste huwelijk en daarom is er nu dan ‘Live In A Dive’, ook een soort Best Of, maar dan met liveversies van één show in de Saint Vitus Bar in Brooklyn.
Wat je kan verwachten, dat doet deze ‘Live In A Dive’ ook voluit: het is punkrock zoals elke punkrockband die zou moeten spelen. Hard, snel en met bijzonder veel energie. Face To Face kende in zijn bestaan heel wat bezettingswissels, maar in deze opstelling is de band goed voor goud.
Wereldhits of zelfs maar radiovriendelijk materiaal hebben ze niet en dit live-album zal hen waarschijnlijk weinig nieuwe fans opleveren, maar wie er nog aan twijfelde of Face To Face tot de top behoort inzake punkrock, heeft hiermee zijn antwoord.

De Koffie Van Morgen

Le Ravage d'Ali Baba

Geschreven door

Le Ravage d'Ali Baba is een uniek project over vluchtelingen in woord, klank en beeld. In december werd het boek en de CD 'De Koffie Van Morgen' voorgesteld.
Aan dit boek participeerden negen vooraanstaande auteurs: Anne Provoost, Yasmien Naciri, Aya Sabi, Dalilla Hermans, Carmien Michels, Sabrine Ingabire, Rachida Lamrabet, Birsen Taspinar en Ann Lamon. De muziek werd gecreëerd door De Koffie Van Morgen, een gloednieuw muzikaal collectief rond spilfiguur Simon Plancke. Hij liet zich vergezellen door enkele smaakmakers uit de hedendaagse jazzscene: Hendrik Lasure (Schntzl/Bombataz), Thijs Troch (Hypochristmutreefuzz) en Elias Devoldere (Nordmann).
Dat deze laatste virtuozen zijn die grenzen verleggen wat het jazzgenre betreft, zorgt voor een uitzonderlijke magie van zelden hoog niveau. Dat blijkt al uit “Shamsa Pt.1”. Naast een fijne spoken word-inbreng hoor je een groep muzikanten die naar hartenlust aan het improviseren gaan tot in het oneindige.
Bovendien is het een zeer filmische schijf. Met de beelden erbij komt de muziek daardoor nog het beste tot zijn recht. En feitelijk moet je dan ook het boek, CD en de visuele aankleding als één geheel zien en horen om het te begrijpen. De spokenwordflarden zorgen ook voor een multiculturele inbreng, die mooi wordt aangevuld op een muzikale omlijsting waarbij dus niet alleen over de muzikale grenzen wordt heen gekeken, maar ook over de culturele. Je hoort zo invloeden uit alle kanten van de wereld terug op “Taba”, “Sahahn” zowel pt1 als pt2. Oosterse, Afrikaanse en westerse invloeden worden nauw met elkaar verweven. Daarmee bewijst dat een multiculturele samenleving wel werkt, binnen de muziek. Luister maar naar “9VoJ pt.1” waar je al die uiteenlopende culturen letterlijk voelt en hoort samenkomen binnen een magisch geheel. De muzikanten van dienst spelen dan ook hun beste kaarten uit om een zo visueel mogelijke muzikale omlijsting door je strot te rammen. En slagen er over de gehele lijn op beelden te doen verschijnen op ons netvlies, van al even uitgebreid werelds niveau.
Ook bij de daaropvolgende “Le Ravage D'Ali Baba” wordt dat uitvoerig uit de doeken gedaan. In eerste instantie in een spoken word, daarna weer met een muzikale omlijsting. Een afwisseling waardoor je gekluisterd aan de boxen blijft luisteren.
De mooie interviews tijdens de songs spreken eveneens tot de verbeelding, over dromen en hoe ze waar te maken. Het klinkt niet als een verhaal van mensen ver weg van huis, maar ook dromen die ieder van ons heeft voor een betere wereld voor de mensen waarvan we houden. Dat is de boodschap die deze plaat en het boek ons wil brengen, waar we ook kijken. Links, rechts, oost, west of zuid, noord. Ieder mens heeft een droom, en daarom zijn we ook allemaal gelijk. Deze 'De Koffie Van Morgen' is een schijf waar werelden samen komen, zowel muzikaal, visueel als wat de gesprekken betreft wordt dit compleet uit de doeken gedaan. Daarom kunnen we iedereen die twijfelt, vaak uit angst voor de onbekende aanraden zowel het boek te lezen als de muziek te beluisteren en voelen waar het bij deze mensen echt om draait.
Deze De Koffie van Morgen laat een wereld zien waar kleuren, geuren en culturen samen komen tot een bont geheel. Het enige dat de aanhoorder moet doen is zich open zetten voor deze wereld, in de ruime zin daarvan. Want deze schijf prikkelt niet alleen je zintuigen, eveneens wordt de fantasie geprikkeld en de wereldreiziger in ons aangesproken op deze zeer gevarieerde plaat waar spoken word inbreng en muzikale pracht wordt samengesmolten tot een experimenteel geheel. Dit project brengt dan ook letterlijk mensen samen, zonder angst voor de onbekende, eerder met de bedoeling dat onbekende te ontdekken.

Black Snow In Summer

Shadows At Night

Geschreven door

Black Snow In Summer is het darkwaveproject rond Kurt Vanhollebeke. Opgestart in 2013. Aanvankelijk op zijn eentje, later aangevuld met Joyce Huvaere aan de microfoon en nu zeer recent vervangen door Corina Baekelandt brengt Black Snow In Summer zijn debuut op de markt 'Shadows At Night'.
Onze reporter was aanwezig op de voorstelling van dat album, zijn relaas kunt u hier nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/concertreviews/item/76325-black-snow-in-summer-cd-release-donkere-electro-gloed-in-wevelgem.html  Wat de schijf betreft? Dit is een bijzonder leuk darkwaveplaatje geworden, binnen een sfeer die doet terugdenken aan de gouden tijden in de jaren '80, maar met een vette knipoog naar het heden.
De stem van Corina sluit perfect aan op de donkere klanken die Kurt fabriceert. Vanaf “Run” vleien we ons dan ook neer in een duistere trip die de band je aanbiedt. De kille sound steekt in schril contrast af op de toch warme, maar eveneens donkere stem van Corina. De vaak spoken word vocals bieden daarbij een meerwaarde. Het voortdurend schipperen tussen koud en warm keert ook terug op “Leaving Me”, “Another Sleepless Night”, “Weakness” en is dan ook de rode draad op de volledige schijf.
Daardoor is dit wellicht een typisch darkwaveplaat geworden, die niets nieuws toevoegt aan wat we al wisten. Maar daarom is het niet minder beklijvend als het ons donker hart raakt, integendeel. De kruisbestuiving tussen die vocale inbreng en die donkere beats doen je over de hele lijn voortdurend naar adem snakken. Waardoor elk beetje liefhebber van het typisch darkwavegebeuren, over de streep zou moeten worden getrokken. Wijzelf lieten ons dan ook gewillig onderdompelen in dat donkere badje. Ook al blijft de band ook op de daarop volgende songs diezelfde lijn volgen, het deed deugd aan ons donker hart om nog eens een lekker darkwaveplaatje voorgeschoteld te krijgen, zoals er helaas niet veel meer worden gemaakt dezer dagen. Ook al voegt de band eigenlijk niets nieuws toe aan die gedoodverfde darkwavesound, net dat laatste zorgt ervoor dat we compleet onze gadingen kunnen vinden in wat  Black Snow In Summer ons hier aanbiedt.
‘Shadows At Night' is een typisch darkwaveschijfje geworden  dat de liefhebber van het genre zou moeten doen watertanden, niets meer en ook niets minder. Ga het dus vooral niet te ver gaan zoeken en laat je gewillig meedrijven op de donkere klanken, die aan je donkere ribben blijft kleven.

Jan De Wilde

Jan De Wilde - Een monument om te koesteren

Geschreven door

Afgaand op de Belpop-reportage lagen de verwachtingen niet zo hoog voor de show van Jan De Wilde. Zijn stem zou steeds meer lijken op die van Tom Waits en dat is dan niet als compliment bedoeld. Krijgen we dan een show met vooral monumentale erfgoedwaarde?

Jan De Wilde komt met zijn band op en zet meteen “Hè Hè” in, de opsomming van beledigingen uit het gelijknamige door Henny Vrienten geproducete album die een beetje ongewild een radiohit werd. De Wilde brengt de song met een gevoel van ‘dan hebben we dat toch alweer gehad’, want de lange opsomming met veellettergrepige woorden en met nauwelijks rustpunten is een hele uitdaging. Eens de klus geklaard is, komt De Wilde met een uitgebreide verontschuldiging. Dat hij doorgaans nooit een show begint zonder eerst het publiek te verwelkomen. Het wordt de voorbode van een lange reeks opmerkingen en duidingen tussen de songs door, een beetje alsof het publiek in Nazareth enkel bestaat uit Jan De Wilde-leken die nog nooit één nummer van hem gehoord hebben. Terwijl bijna elk nummer op herkennende opmerkinkjes onthaald wordt.
Jan De Wilde is goed bij stem. Daar hoeven we niet aan toe te voegen ‘voor een man van 75’. Uiteraard zit er wat ouderdoms-patine op de stembanden, maar nergens in de set van bijna twee uur moet zijn band of het publiek het van hem overnemen. Hij grapt dat hij al met één been in het graf staat, maar dan zal het toch maar met zijn kleine teen zijn. Deze zanger is nog lang niet uitgezongen en zal ons hopelijk nog vele jaren entertainen met zijn licht ondeugende humor en liefdevolle weemoed. En waarom niet met nog een nieuw album?
Na “Hè Hè” volgen in Nazareth nog bekend en iets minder bekend werk als o.m. “M’n Tant’Odile”, “Apocalyps”, “Anneke Weemaes”, “Aaigem”, “De Westvlaamsche Leeuw”, “Zussen”, “Na Nieuwjaar”, “De Verdwenen Karavaan”, “Eerste Sneeuw”, “Walter, Ballade Van Een Goudvis”, “Kat En Ik”, “Communisten”, het in tien minuten geschreven “Vrolijk Lentelied”, “Wals Met Mathilda” en “Otomobiel”. Songsmid Lieven Tavernier zit met drie nummers in de set en wordt daarvoor uitgebreid bedankt (bijna had Tavernier “Eerste Sneeuw” cadeau gedaan aan Raymond Van Het Groenewoud). Voorts zijn er veel complimenten voor Tom Waits, voor zijn echtgenote, voor zijn collega-rebel Urbanus en voor iedereen uit zijn band.
Bij de ietwat voor de hand liggende toegift (“anders hebben we die bisnummers voor niks gerepeteerd”), begint Jan De Wilde eerst met minimale begeleiding voor een intiem nummer dat hij opdraagt aan zijn vrouw. Daarna komen de twee nog niet gebrachte publieksfavorieten. Bij “De Fanfare Van Honger En Dorst” wil het publiek het refrein overnemen, maar De Wilde overstemt hen meteen. Bij “Joke” is er echter geen houden aan en wordt er volop meegezongen en geklapt.

Jan De Wilde staat er nog steeds. Als een monument dat niet alleen goed onderhouden, maar ook gekoesterd wordt. We zouden hem op pensioen kunnen sturen met een groots spektakel in het Sportpaleis, maar beter nog is om hem zijn ding te laten doen in de geborgenheid van de Vlaamse culturele centra.

Organisatie: Popallure

Megalith Levitation

Acid Doom Rites

Geschreven door

De Russische doomband Megalith Levitation wordt in de biografie als volgt omschreven: ''live rituals erase the thin line between illusion and reality, guiding the audience through parched walkways of eternity. Psychedelic sermons that take your mind on a trip to unknown recorded on a debut album of occultists from Chelyabinsk.''
Daar hebben wij, wat de introductie van deze band betreft, niets aan toe te voegen. Met 'Acid Doom Rites' brengt de band een instrumentaal doomalbum uit dat traag als een gif naar boven drijft, waarna ijzingwekkende klauwen je de adem ontnemen, binnen songs van circa zestien tot vijfentwintig minuten. Dan moet je wel sterk in je schoenen staan om de aanhoorder niet in slaap te wiegen.
Het is de hypnotiserend inwerking van de songs die daar voor zorgen. Zo voelt althans “Spirit Elixir Drunkard” aan. Een zestien minuten lange trip die je letterlijk moet ondergaan om het te begrijpen. Ook wij legden even de pen neer, om deze lange wandeling tot ons te laten doordringen. Want eerlijk? Dat is echt nodig. Deze songs zijn zo opgebouwd dat ze het best floreren in een donkere en intieme omgeving, waarbij je met de ogen gesloten je gewillig kunt laten in een duistere trance laten meevoeren en tot gemoedstrust laten brengen. Want aan geluidsmuren afbreken doet Megalith Levitation zeker niet. Maar aan loom en dreigend je onderdompelen in bijzonder donkere gedachten, die de fantasie prikkelen dan weer wel.
De songs zijn quasi instrumentaal gebracht, behalve een akelig vocaal geluid uit het duister, dat bijna fluisterend de haren op je armen doet rechtkomen van pure angst. Dat is de zwartgeblakerde draad op elk van de lange songs trouwens. Ook bij “Eternal Trip/The 4-th Plateau”, een huzarenstuk van vijfentwintig minuten lang, is dat het geval. Nee, wie graag uit de bol gaat en houdt van een gevarieerd aanbod komt niet echt aan zijn trekken, want het gaat allemaal nogal de monotone en trage weg op bij deze band.
Wie echter houdt van zich neervlijen in dampen van intense, intieme doomklanken die een duistere gemoedsrust doen neerdalen in zijn of haar hart, die zal in dit langdradige kunstwerk van een donker allooi zeker zijn gading vinden. Dat wordt verder in de donkere verf gezet bij “Acid Doom Rites”, een song van amper elf minuten lang, en de afsluiter “Smouldering Embers /Pyromagic”. Dat is weer zo een klepper van drieëntwintig minuten lang.

Milk Factory

Milk Factory - Ons belangrijkste doel is muziek spelen, en dat kunnen blijven doen

Geschreven door

Milk Factory - Ons belangrijkste doel is muziek spelen, en dat kunnen blijven doen

Edmund Lauret en pianist Thijs Troch, vertegenwoordigers van de avontuurlijke Gentse jazzscene die momenteel furore maakt kwamen na een duo concert op het idee om een nieuw project op te starten. Met Viktor Perdieus (tenorsaxofoon) ,Jan Daelman (dwarsfluit) Kobe Boon (bas) en Benjamin Elegheert (drums) was het collectief The Milk Factory geboren. De band spitst zich bewust toe op een meer melodieuze en intieme aankleding, in een vaak totaal andere richting dan hun andere projecten. Met ‘Aula’ stelt The Milk Factory op 10 janurai 2020 zijn eerste volledige album voor. Hoog tijd om Thijs en Edmund eens enkele vragen te stellen over het concept, het hoe en waarom? En de toekomstplannen.

Hoe is het idee rond Milk Factory ontstaan? Heeft de naam een speciale betekenis?
Het idee is ontstaan na een duo concert. We vonden dat zodanig goed geslaagd, dat we het idee hebben opgevat om een gloednieuw project op te starten. Er zijn wat contacten geweest met andere muzikanten uit de scene, en die waren allen even enthousiast. Van het ene kwam het andere. Wat de naam betreft? Daar zit geen verhaal achter eigenlijk. Het bekte alleen zeer goed, daarom hebben we voor Milk Factory gekozen.

Het is wellicht een wat rare vraag, maar waarom spelen zoveel jonge muzikanten nog Jazz? Wat is er zo mooi aan Jazz dat jullie net dat willen doen geen rock of dance plaat uitbrengen?
Thijs: Je kunt en mag Jazz van vandaag niet meer zien als deze uit de jaren '40 of '50. Ondertussen zou je Jazz eerder kunnen zien als improviseren. Eigenlijk zou je het in de huidige tijd dus 'improviserende muziek' kunnen noemen. Wijzelf zijn eigenlijk door onze studie en zo opgegroeid met Jazz. Ik denk echter dat niemand nog traditionele jazz speelt tegenwoordig. Of daar echt mee bezig is.

In tegenstelling tot bij jullie bands als Nordmann of Hypochristmutreefuzz, kiest The Milk Factory voor een compleet andere richting? Waarom?
Na dat duo concert wilden we vooral iets meer, hoe zullen we het zeggen, luister muziek uitbrengen. In een eerder intieme sfeer. We hebben bewust gekozen om iets heel anders te doen dan we al deden. Een duidelijk profiel van wie Milk Factory echt is. Daarom zijn we een iets andere richting uitgegaan van wat we al deden. Het is ook leuk om terug te grijpen naar de muziek uit je - laat ons maar zeggen - tienerjaren.

De minimaliserende aanpak spreekt me wel aan. Is dat bewust een antwoord op de gejaagdheid van het leven, en hoe muziek tegenwoordig toch hard en verschroeiend moet zijn? Of is dat een beetje te ver gezocht?
Dat niet eigenlijk, maar het is de bedoeling dat die muziek je tot rust brengt ja. Als dat zorgt voor een rust waardoor iemand de gejaagdheid van het leven beter aankan? Dat is mooi meegenomen.

Is het ook bewust gekozen voor toch wat kleinere clubs (bij wijze van spreken) voor de tour?
We hebben gekozen voor plaatsen waar het rustiger is. De muziek die we brengen, is belangrijk dat het stil is. Bij onze andere projecten stoort het niet zo als er al eens gebabbeld wordt, maar bij dit project is het wel belangrijk dat het stil is. Daarom past dit project toch beter in clubs waar intens naar de muziek geluisterd wordt.

Waarom eigenlijk nog een extra project eigenlijk?
Het is in huidige tijden belangrijk dat je je niet vastpint op één en hetzelfde project. Het is dan ook goed dat je als muzikant  in meerdere projecten zit. Eerlijk gezegd zijn het maar de happy few die hun groep bijvoorbeeld twintig jaar kunnen behouden. Daarom is het goed dat je als muzikant evolueert, iets anders uitprobeert of zo. Wat wij dus nu hebben gedaan met The Milk Factory.

Om daarop door te borduren, is er nog voldoende plaats voor een band als Milk Factory binnen dat bos (waar je de bomen niet meer ziet)? En waarom?
We hebben een bepaalde eigenheid. In dat opzicht is er zeker nog plaats voor een band als Milk Factory. Het is wel iets nieuws dat we doen, er zijn natuurlijk wel dingen die gelijkaardig zijn. Maar vooral, alles heeft bestaansrecht.

Zit er feitelijk iets in het water van Gent? Want de bijzonder interessante projecten blijven maar komen? Heb je daar een verklaring voor?
Gent is bijzonder, er zijn zeer veel activiteiten en groepen in Gent die daar mee bezig zijn. Er zijn veel plaatsen om te spelen, en dat is ook heel open. Je kunt in Gent ook alles brengen eigenlijk. In Gent kun je dingen brengen die elders minder evident zijn , dat speelt ook een rol.

Is dat eigenlijk muziek die je in het buitenland zou kunnen brengen?
Het is instrumentaal, dat maakt het wel al moeilijker. Het zou wel leuk zijn, en er zullen wel ergens wel plaatsen zijn in het buitenland.

De schijf komt op 10 januari op de markt. Ik veronderstel dat er een voorstelling zal zijn (ik ben te lui om het zelf op te zoeken) waar? En wanneer?
De release ik op 14 januari. Dat op Brussels Jazz festival. Onze plaat komt uit bij WERF records, en er is een label night gepland, waar Milk Factory dus ook aantreed en die plaat zal voorstellen. (Meer informatie: https://agenda.brussels/nl/480421/brussels-jazz-festival )

Zijn er eigenlijk al verdere plannen voor 2020?
Voorlopig staan enkel de data vast om onze cd voor te stellen, maar uiteraard zullen daar nog een pak concerten bij komen. Hopelijk. Het voornaamste in 2020 is dus echter die cd voorstelling en die overal zoveel mogelijk kunnen brengen.

Er zijn een paar club optredens, o.a. in Lokeren? Zijn er ook al plannen voor festivals? Gent Jazz bijvoorbeeld?
Gent Jazz zou leuk zijn, het is allemaal koffie dik kijken.

Laten we ook daarop even voort borduren, is er een soort einddoel? Iets dat je met de band (maar ook andere projecten) absoluut wil bereiken?
Edmund: Eigenlijk niet. Het belangrijkste doel is muziek spelen, en dat kunnen blijven doen. Ook bij onze andere projecten. Bij Nordmann zijn we volop bezig aan een nieuwe plaat die binnenkort uitkomt.
Thijs: Zowel bij Milk Factory als de andere projecten hopen we gewoon dat we dat kunnen blijven doen, samen muziek spelen. Dat is eigenlijk het voornaamste doel. Als muzikant.

Een vraag die ik aan elke artiest en band stel. Is het in tijden van spotify en zo nog aangewezen platen op de markt te brengen en waarom?  Hoe staan jullie tegenover de sociale media en dergelijke?
Sociale media is echt niet iets dat ons aanspreekt. Maar spotify vind ik dan wel weer een goede zaak. Een artiest heeft er niets aan, maar het is zeer gemakkelijk om op die manier muziek te beluisteren en zo iets nieuw te ontdekken of een band te ontdekken. Het is gemakkelijk in gebruik.

Is het nog interessant om een cd uit te brengen?
Toch wel, ondanks dit gegeven zijn er nog steeds mensen die cd's of LP's kopen. Er is dus zeker nog vraag naar, om iets tastbaar in handen te hebben . Maar op zich is spotify eigenlijk een nieuwe manier om naar muziek te luisteren. Zeer gebruikvriendelijk, laten we het daar bij houden.

Bedankt voor dit fijne gesprek

Uncle Wellington

God Of Small Things/Butcher -single-

Geschreven door

Uncle Wellington, de band van auteur en muzikant Jonas Bruyneel, met Frie Mechele (Frie Maline), Esther Coorevits (Jan Verstraeten, Noemie Wolfs), Sven Sabbe (Galine) en Renaud Debruyne (Audri), neemt na goed vijf jaar afscheid met twee singles: “Butcher” en “God Of Small Things”.
Uncle Wellington bracht in 2017 het album ‘The Faster I Waltz, The Better I Jive’ uit, dat op deze site een lovende recensie kreeg. Het album werd nog gevolgd door de singles “The Code”, “The Castle”, “Waves” en “Orange Walk”. De band toerde verschillende keren door België, Nederland en zelfs de UK.
Uncle Wellington nam de twee laatste singles onderweg op tijdens de laatste tour, in Britse en Belgische studio’s. De nummers zijn samenwerkingen met mensen die de band nauw aan het hart liggen en die de voorbije jaren een belangrijke rol hebben gespeeld. Ze werden geproduced door Klaas Tomme (Ides Moon)  en Jonas Bruyneel en gemixt door Filip Tanghe (Balthazar, Warhaus). Emily MagPie, Galine en Brecht De Moor (Modern Art) zongen backings. Hadewych Van den Eynde speelde klarinet.
“Butcher” en “God Of Small Things” zijn met hun meeslepende en weemoedige vocalen en modern-donkere synthpop (‘herfstig’ noemde ik dat eerder) vintage Uncle Wellington. Ze hadden zo op ‘The Faster…’ kunnen staan en zijn minder experimenteel of broeierig-exotisch dan bv. “Orange Walk”. Vergeleken met die single zijn de twee afscheidssingles zelfs wat braaf of klassiek. De klarinet van Van den Eynde is een mooi extraatje, de backings van Galine, De Moor en MagPie wegen minder zwaar door op het geheel, maar daarom zijn het ook backing vocals.
Hebben we Uncle Wellington te weinig gekoesterd of zijn er andere redenen waarom de band opgedoekt wordt? Het is jammer dat ze stoppen. In het spectrum van Vlaamse bands hadden ze zich in hun eigen knusse niche genesteld met hun jazzy, licht-dromerige en donkere synthpop. Ze zullen gemist worden.

Thanatos

Blind Obedience/Thanatos (EP)

Geschreven door

De Nederlandse death/thrashpioniers Thanatos vieren hun 35ste verjaardag wel op een zeer bijzondere manier. Door het uitbrengen van twee oude demo's uit 1984. Heropgenomen met de huidige bezetting van de band, aangevuld met voormalige gitarist en mede oprichter Remco De Maaijer. ’Blind Obedience/Thanatos' komt uit op vinyl, in slechte 250 exemplaren via het Belgische label Dead By Dawn Records.
Uiteraard wordt niets nieuw toegevoegd aan het gedoodverfde geluid. Dat kan ook niet. Maar uit beide blijkt nogmaals hoezeer Thantaos zijn tijd ver vooruit was. Het heeft hen toen geen windeieren gelegd en ook anno 2019 blijkt dat die typische death/thrash waarmee de band toen groot is geworden nog steeds als een verschroeiende mokerslag je gezicht verbrijzelt. Zo hoort dit ook bij dit genre.
Wie ondanks alles nog moest twijfelen om deze EP aan te schaffen: het is voor de fans van het genre een leuke must have EP van een toonaangevende band binnen die muziekstijl. Maar ook voor de doorsneefan van de band zelf is dit een leuk meegenomen toevoeging aan de collectie. Zeker omdat het gaat om toch heel oude tracks.

Bellemont

No Antidote -single-

Geschreven door

Er zijn van die duetten die je wel aardig vindt en dan zijn er duetten die je van je sokken blazen. De nieuwe single van Bellemont, waarin de band de hulp krijgt van Pieter-Jan De Smet (PJDS) is er eentje van de tweede categorie. Pieter-Jan en Tracee van Bellemont overtroeven elkaar als onheilsbode, zonder uit de bocht te gaan. Dit is van het niveau van “Henry Lee” van Nick Cave en PJ Harvey (net zo doorleefd, maar nog donkerder dan het bekendere “Where The Wild Roses Grow” met Kylie Minogue). Mooi ook hoe de band zich terughoudend opstelt tegenover al die vocale ellende. Net aanwezig genoeg voor een stevige fundering, maar zonder enige franje toe te voegen. Het drumcomputergeluid zet je misschien wat op het verkeerde been, maar zodra de kerkklok-sample en de zang invallen, is er geen ontsnappen aan.
Als dit de voorbode is van een nieuw album van Bellemont, hebben ze onze aandacht. Prachtige single. Wereldklasse.

No Antidote -single-
Bellemont feat. PJDS
 

A Bear Called Panda

A Bear Called Panda

Geschreven door

A Bear Called Panda is een band afkomstig uit Hasselt die bestaat uit ex-leden van de rockband Civilian. De band tovert een potje hardrock uit zijn toverstaf en kruidt die met de nodige ingrediënten die doen denken aan bands als B52's. Dat is in grote mate de verdienste van de vrouwelijke vocalen, die meermaals komen bovendrijven op dit debuut 'A Bear Called Panda'. Een best catchy en energieke schijf, die van begin tot einde aan je ribbenkast blijft kleven.
Die aanstekelijkheid, waarop stilzitten trouwens onmogelijk is, komen we al tegen bij “Henry Winkler” en het gezapige “Destruction”. “Spank Me With Love” is niet alleen een zeer grappige titel, de humor en zelfrelativering is een rode draad op de volledige plaat. Lekker uptempo poprocksongs die je aanzetten tot een feestje bouwen, dat lukt ook bij “Captain Love”,”The Mule” en “Shake It! (Till You Break It!)”. Wie hier niet vrolijk van wordt heeft duidelijk teveel azijn gedronken.
Tijdens het schrijven van deze recensie was het vrij donker en somber buiten, maar deze muziek brengt prompt een zonnetje in huis en in je hart. Zonder meer is het ook het soort hardrockmuziek waarbij uitbundig een feest zal ontstaan op het podium. In deze donkere tijden mag dat ook eens.
Rocken kunnen de heren en dame zeker en vast, dat bewezen ze met Civilian reeds uitvoerig. Maar ook binnen dit project A Bear Called Panda bewijst dat, net als het beestje de Panda, de puurste rockmuziek nog steeds niet is uitgestorven. Gepolijste songs, gestroomlijnde gitaren en drumsalvo's die opvallend snedig klinken worden bekroond met een vocale inbreng die je voortdurend aanzet tot dansen. Het grote voordeel bij A Bear Called Panda is echter de voortdurende kruisbestuiving tussen mannelijke en vrouwelijke vocalen die elkaar perfect aanvullen, waardoor dat dak er prompt compleet afgaat tijdens de daarop volgende songs als “Spinning World”, “Alligator” en “Live It Up”. Radiovriendelijke songs die je prompt zit mee te brullen, met de luchtgitaar in de hand en de haren in de lucht. Lekker headbangen alsof de jaren '70 of'80 nog steeds bezig zijn. Ondanks duidelijke verwijzingen naar dat verleden staat de band echter stevig met de beide voeten in het heden. Ze klinken daardoor niet gedateerd maar eerder opvallen fris en monter.
Als je eens een slechte dag hebt, wordt je prompt vrolijk en monter van deze aanstekelijke schijf van A Bear Called Panda die met 'A Bear Called Panda' een opvallend toegankelijk debuut op de markt bracht. Echter is dit vooral muziek die op het podium tot zijn recht komt, waar eens alle registers worden opengegooid, geen enkel dak er nog zal blijven opliggen. Zeker weten! Wie houdt van catchy rock zonder scrupules, raden we dus niet alleen de plaat te kopen maar ook deze band eens live te gaan zien en horen. Het loont beide de moeite!

Pet Shop Boys

Hotspot

Geschreven door

Pet Shop Boys wordt zelden als een echte jaren ’80-band gezien, toch boekten ze in dat tijdperk hun grootste hits. Vanaf de jaren ’90 verloren ze met elk album wat meer de aansluiting met de heersende popmuziek, maar ze behouden wel een trouwe aanhang bij het publiek en ze blijven idolen voor andere muzikanten van zowat elke generatie. En ze blijven degelijk materiaal uitbrengen. Voor een breedgedragen radiohit gaan ze al lang niet meer, die strijd hebben ze opgegeven. Wel hebben ze op ‘Hotspot’ hun aloude succesformule uitgepuurd en gepimpt met een moderne twist hier en daar. In het team achter dit album is het vooral producer Stuart Price (Madonna, New Order, …) die de Pet Shop Boys in de 21 ste eeuw houdt. Haal zijn skills als producer uit dit album en je komt uit bij een flets doorslagje van albumvullertjes uit de begindagen van het Britse duo. Hij geeft de Britten een mellow en suikerzoete dreamy synthpopsound die slechts zelden retro aanvoelt. Enkel bij “Only The Dark” ontwaren we een volbloed jaren ’80-vibe.
“Will O The Wisp” heeft een sterke intro en een beat die weggelopen lijkt uit het begin van de nillies. Niettemin is het één van de sterkste tracks, vooral omdat zanger Neil Tennant hier toch enige sense of urgency in zijn lyrics legt. Op de meeste andere tracks klinkt hij eerder verveeld en van sarcasme doordrongen of net heel oppervlakkig. Die sterke song wordt meteen gecounterd met het cheesy “You Are The One”. Flauw, lauw en zoutloos en met love-lyrics van dertien in een dozijn. Ook “Happy People” is niet van een niveau dat ons blij maakt, maar het is ten minste een dansbaar niemendalletje. De tweede kers op de taart van deze ‘Hotspot’, na “Will O The Wisp”, is “Dreamland”, de single waarop Years & Years meedoet. Het moet zijn dat Tennant en Lowe zich uitgedaagd voelden, want op deze track klopt alles en zit de vibe heel juist: modern, een beetje urban, dansbaar en hitsig. Wel herken je er nog nauwelijks de hand van de Pet Shop Boys in. Daarna volgen de heel matige tracks zoals het zich voortslepende “Hoping For A Miracle” en het stuurloze retrovehikel “Only The Dark”. Het uptempo-duo  ”I Don’t Wanna” en “Monkey Business” kan wel makkelijk overtuigen. “Burning The Heather” krijgt een akoestische gitaarlick van Bernard Butler van Suede, maar dat kan de saaiheid van deze slome draak niet compenseren. Je hoort Butler’s gitaar nauwelijks en zelfs een halve solo werd hem niet gegund. Een gemiste kans. “Wedding In Berlin” begint als een eurodancetrack zoals ze die in de jaren ’90 in de Belgische discotheken draaiden met in de mix het klassieke kerkorgel  waarmee ze in Hollywoodfilms de huwelijksmis mee inzetten. Pet Shop Boys hebben altijd een kitscherige kant gehad, maar dit is er toch wat over.
‘Hotspot’ is al bij al een aardig album, maar geen mijlpaal in de lange loopbaan van de Pet Shop Boys. Misschien wel goed om het album een paar luisterbeurten te geven voor wie in mei naar hun show in Vorst Nationaal gaat.

Elektro/Dance
Hotspot
Pet Shop Boys
 

From Wolves To Whales

Dead Leaves Drop

Geschreven door

Binnen het wereldje van improviserende jazz zullen de namen Nate Wooley, Dave Rempis, Pascal Niggenkemper en Chris Corsano wellicht een belletje doen rinkelen. Samen vormen zijn de band From Wolves To Whales. Met ‘Dead Leaves Drop’ laat de band een plaat horen waar dat improviseren volledig uit de doeken wordt gedaan in het streven naar de kortste weg van het denken naar actie. Deze schijf bevat twee songs van telkens twintig minuten, het voelt echter aan als een oneindige trip die ondanks de toch wat chaotische en experimentele aanpak wel degelijk een bepaalde richting uitgaat. Namelijk deze van de emoties van de mens die zich gewillig laat meevoeren. Dat laatste is eigenlijk de belangrijkste voorwaarde om zowel de plaat als de band echt te begrijpen.
“Pakicetus” klinkt vaak als een allesverwoestende wervelstorm die geluidsmuren doet wankelen, maar eveneens als een zacht briesje waarbij je tot gemoedsrust wordt gebracht. Binnen dit aanbod gaan saxofoon- en trompetklanken telkens het verfijnde gevecht aan met die typische druminbreng en baslijnen die je ofwel de adem benemen ofwel je in angstzweet achterlaten. Dat schipperen tussen verschillende uiteenlopende emoties is de reden waarom je als aanhoorder gekluisterd aan je stoel blijft zitten, luisterend naar muzikanten die ware meesters blijken te zijn in tot in het oneindige improviseren. Hoewel je in eerste instantie een chaotische brij opmerkt, zorgt deze virtuositeit wel degelijk voor enige structuur. Althans als  je verder kijkt dan wat er aan de oppervlakte drijft en je daadwerkelijk gaat verdiepen in de inhoud van wat je wordt aangeboden. Improviserende muziek is dan ook een muziekstijl die je niet moet horen maar vooral voelen. Binnen die schijnbaar vormeloze puinhoop die we ook bij “Ambulocetus” opmerken , schuilt een energie die op je gemoed inwerkt, eens je die trip echt ondergaat. De schijnbaar onlogische aanpak van saxofoon- of basklanken, of vervormde trompetgeluiden en een drummer die zijn vellen bedient alsof hij een nieuw instrument heeft uitgevonden; keert niet alleen terug op deze tweede song, het is de rode draad op de volledige schijf.
De mogelijkheden en de vrijheid gebruiken om met hun instrumenten gewoon klanken uit te vinden of grenzen af te tasten waar geen grenzen zijn, trekt ons dan ook over de hele lijn over de streep.
Elk van de muzikanten tasten die mogelijkheden van hun instrumenten dan ook tot in het oneindige af en vullen wonderwel elkaar blindelings aan binnen die schijnbare chaotische aanpak.
'Dead Leaves Drop ' is dan ook geen voer voor luisteraars die houden van een afgelijnde structuur in de muziek die ze beluisteren. Zij die echter houden van een avontuurlijke aanpak en het ontdekken van klanken binnen die voornoemde instrumenten waarvan je het bestaan niet kende - waaronder wij onszelf ook rekenen - zullen zeker hun gading vinden in een samensmelting van meesters in improvisatie, die al hun toverkrachten samenbundelen om een magie te doen ontstaan waardoor je wegzweeft naar een kleurrijke en onontgonnen wereld binnen sax, drum en bas. Die dus alleen bestemd is voor zij die willen voelen, en niet alleen luisteren. Om zo inderdaad de kortste weg van het denken naar de actie daadwerkelijk te ontdekken.

Lumen Drones

Umbra

Geschreven door

Lumen Drones is het experimentele jazzproject rond Nils Økland: Hardanger-fiddle en -viool. Samen met gitarist Per Steinar Lie (gitaar) en Ørjan Haaland (drum) verlegde hij in 2015 al grenzen met zijn titelloos debuut. Vooral die Hardangerviool is een historisch instrument, dat voor Nils een speciale plaats bekleedt binnen dat experimentele project. De tweede schijf kwam op de markt , 'Umbra'. Waar deze stelling nog meer in de verf wordt gezet.
“Inngang” geeft al de toon aan. Je wordt als aanhoorder onder hypnose tot diepe rust gebracht zonder dat Lumen Drones je in slaap wiegt. Net door de hypnotiserende inwerking van die Hardangerviool gecombineerd met twinkelende gitaarlijnen en drumpartijen die eerder aanvoelen als het strelen van een gebroken hart, voel je een gelukzaligheid over jou neerdalen die je wegvoert naar een verloren land. Dit trio is duidelijk op elkaar ingespeeld, ze vinden elkaar dan ook blindelings op songs als “Dronesag”, “Gorrlaus Slatt”, “Umbra” en het prachtige “Avalanche In A Minor”. Nergens valt een speld tussen te krijgen op dit perfect in elkaar gebokste experimentele jazzplaatje. Het lijkt zelfs alsof de heren tijdens de opnames aan het improviseren slaan en dat laatste is zeer opmerkelijk. We vragen ons af welk magisch effect dit moet hebben op enkele podia?
Luister maar naar de perfecte interactie tussen drum en viool bij “Glor” of hoe de gitaarlijnen perfect aansluiten daarop. Gewoon enkele voorbeelden van hoe dit trio ondanks de perfectie, die spontaniteit niet uit het oog verliest. De ontroerende wijze waarop Lumen Drones je in een diepe trance doet belanden, wordt verder gezet op de daarop volgende parels van songs als “Speil”, “Etnir” en afsluiter “Under Djupet”. Er wordt hierbij geen geluidsmuur afgebroken, maar wel telkens een diepe snaar geraakt. Lumen Drones verlegt bovendien  een grens binnen experimentele jazz en tast de mogelijkheden af om diezelfde grens telkens opnieuw te verleggen. Binnen elke song ontdek je, na elke andere luisterbeurt, dan ook weer nieuwe dingen die je voordien nog niet had opgemerkt. Dat dit allemaal puur instrumentaal wordt gebracht, is een extra meerwaarde.
Liefhebbers van die Hardangerviool, maar ook van arrangementen waarin jazzcomponisten grenzen verleggen tot in het oneindige, en ter plaatse improviseren zullen in deze schijf en band zeker hun gading vinden. Wij waren alvast onder de indruk. Daar waar we bij het debuut dachten dat de grens was bereikt, doet de band er gewoon nog een paar scheppen bovenop. En dat laatste is nog het meest opmerkelijke aan dit volledige project. Een meesterwerk binnen experimentele jazz, zonder meer, deze 'Umbra' van Lumen Drones!

Soja Triani

Nouvelles

Geschreven door

Tom Beaudouin (ook lid van het post rock/elektronische concept Fragments)  en Amauy Sauve (drummer en geluidsman in de hardcore en metal scene) vormen samen het Franse indiepopduo Soja Triani. De heren zijn niet aan hun proefstuk toe en kunnen een hele bagage aan ervaring voorleggen. Via het label La Souterraine bracht Soja Triani zopas zijn debuut uit: 'Nouvelles'. Een aanstekelijk indiepopschijfje dat aan je ribben blijft kleven.
Flirtende met Franse chanson, komt “Le Futur” op een gezapige wijze binnen en prompt zing je de Franse teksten uit volle borst mee. Die hoge toegankelijkheid zorgt gelukkig voor geen al te kleffe atmosfeer. Gedrenkt in een vat boordevol experimentele elektronica verrast dit duo ons regelmatig met soundscapes die uit het niets opdagen. Met “L'Alpiniste”, “Rêve d'Ecuyer” en “Grand Voyage” zet Soja Triani dat meermaals in de verf. Geluidsmuren afbreken is er dus niet bij, maar de band raakt ook een beetje een rocksnaar binnen het Franse popgebeuren. Waardoor een zeer ruim publiek aan elektronische rock en pop muziek, over de streep kan getrokken worden. Die lijn wordt eigenlijk verder doorgetrokken op de volledige plaat. Het enige minpunt is dat alles diezelfde gezapige gang uitgaat, maar doordat die songs zo lekker aan je ribben blijven kleven bij elke luisterbeurt opnieuw, stoort dit allerminst. De subtiele knipoogjes naar experimenteel gedrag, zijn bovendien een meerwaarde die deze kritische benadering prompt in de vuilnisbak doen belanden.
Met 'Nouvelles' is in elk geval een nieuwe ster geboren, die pop en rock verbindt met Franse chanson waardoor een ruim publiek aan liefhebbers van Franse muziek in zijn brede omkadering over de streep zal moeten worden getrokken. Soja Triani bestaat duidelijk uit een duo dat goed weet waar ze mee bezig zijn, een ambitieus duo ook die hun stempel willen drukken op de indie pop en dat in de toekomst zeker zullen doen. Een duo om in het oog te houden dus, naar de toekomst toe.

Growing Horns

Growing Horns - Het is voor ons vooral belangrijk om shows te spelen die steeds beter worden, en op die manier met onze muziek meer mensen te bereiken

Geschreven door

Growing Horns - Het is voor ons vooral belangrijk om shows te spelen die steeds beter worden, en op die manier met onze muziek meer mensen te bereiken

Growing Horns
is een doom/sludge band die de zaken enigszins anders heeft aangepakt. Daar waar veel bands een demo of plaat uitbrengen, en zichzelf daarna live lanceren. Is Growing Horns omgekeerd tewerk gegaan. Hen live dus op verschillende podia tonen en zo een zekere fanbase opbouwen. Het heeft hen geen windeieren gelegd. De band brengt nu een EP uit 'The Nobility of Pain'. Ze kwamen deze EP voorstellen op zaterdag 21 december in een uitverkochte ELPEE in Deinze. We schreven daarover: '' Growing Horns slaat na vele jaren deuren open stampen, en concertzalen plat spelen, dus duidelijk een nieuwe bladzijde om die ons doet uitzien naar meer intensieve duisternis van uitzonderlijk hoog niveau in het nieuwe jaar 2020. Is dan ook de voornaamste vaststelling.'' We hadden ook een fijn gesprek met Wim en Daf over het hoe en waarom op deze wijze tewerk gaan? Het verleden en de toekomst plannen en nog veel meer.

Om met de deur in huis te vallen, waarom hebben jullie zo lang gewacht om eindelijk ene plaat uit te brengen (ik vind het een goede zet hoor)?
Daf: Wel, de plaat moest er eigenlijk vorig jaar al geweest zijn. Zoals je misschien weet, is onze vorige drummer Nick er vorig jaar zo ergens rond juli/augustus mee gestopt. We hadden echter al eerder in 2018 de studio vastgelegd voor september, maar door het vertrek van Nick hebben we dus die plannen in de vriezer moeten steken. Gelukkig hebben we met Simon een meer dan waardige vervanger gevonden en zijn we dus in mei van dit jaar samen met Jonas Nyaarr de GAM-studios in getrokken.

In tegenstelling tot live komen de muzikanten nu wel iets meer op de voorgrond stel ik vast, vooral die ritmesectie geeft een zeer andere draai aan de muziek die je niet altijd tegenkomt in het tot slome doom, bewust daarvoor gekozen?
Daf: Goh, bewust is een groot woord, maar zowel bas als drum zijn een essentieel onderdeel van het geluid van Growing Horns, als het ware zelfs de funderingen waarop Sven en Didier hun gitaarpartijen leggen. Dus vonden we het wel belangrijk dat dit ook op de plaat goed naar voren kwam.

Blijven jullie bewust het doom/sludge pad bewandelen, of zijn er mogelijkheden naar bijvoorbeeld black of zo? En waarom (of waarom niet)
Wim: Euhm, zeg nooit, nooit, maar waar Growing Horns nu voor staat is zo’n beetje de gemene deler van ieders smaak, het komt allemaal heel natuurlijk tot stand. Het is niet zo dat we tijdens het maken van nieuw werk op voorhand zeggen van: ‘En nu gaan we eens een nummer maken in die of deze trend'. Maar stel dat er morgen iemand met een bv ‘black-metal’ achtige riff komt aandraven en die past in het nummer, dan is dat goed mogelijk dat er op die manier een nummer ontstaat. Uiteindelijk zal er wel altijd een Growing Horns sausje overgegoten worden, dat wel.

Ik stel die vraag omdat me dat vooral opviel op die EP dat jullie bewust buiten de lijntjes van het globale doom/sludge kleuren. Is ook daar bewust voor gekozen?
Daf: Ik denk dat de muziek die we maken een soort van melting pot is van de invloeden van elk bandlid, en dat we daardoor misschien niet echt klinken als de zoveelste doomband. Er zijn natuurlijk een aantal gemeenschappelijke raakvlakken qua bands die we allemaal goed vinden, maar individueel luisteren we ook allemaal naar verschillende bands, gaande van de extreme snelle uitersten van death-, thrash metal en grindcore tot de ultra trage en lome doom en sludge, maar evengoed heel veel bands die je niet meteen onder metal kan klasseren.

De hoes is gewoon prachtig, een waar schilderij. Wie heeft die tekening gemaakt? Heeft het een onderlinge betekenis? (al kan ik dat daar zelf ook uit opmaken ik hoor het liever van jullie)
Wim: Daf kwam al snel aandraven met het idee om Bram Bruyneel onze hoes te laten tekenen.  Hij was zelf ook onmiddellijk gewonnen om met ons in zee te gaan. Die samenwerking verliep trouwens bijzonder vlot. We speelden onze ideeën door naar hem en reeds van bij de eerste schets werd het duidelijk dat we op min of meer dezelfde lijn zaten.  Bram is een uiterst getalenteerde tekenaar, als je ziet wat er reeds allemaal uit zijn pen is gevloeid, ongelofelijk !  Wij vinden het leuk als je bij artwork wel even langer nodig hebt dan één oogopslag om te zien wat er nu allemaal wordt afgebeeld, of welk verhaal er achter schuilt.… er zitten veel details in het ontwerp, die dan natuurlijk nog veel beter uitkomen op onze vinylhoes.  Zoals je al kon zien heeft Bram ons logo -de kop met de hoorns- verder uitgewerkt tot een volwaardig figuur.  De achterliggende gedachte is dat ons ‘wezen’ eigenlijk aan de basis ligt van de creatie van een ‘mythisch figuur’, de creatie van Lucifer.  De meeste mensen zullen wel weten dat op het moment dat hij zogezegd tegen God in ging, hij het begin van het kwaad en de bron van al het kwaad dat nog te voorschijn zou gaan komen, was.  Wij hebben daar onze eigen draai aan gegeven. Ons ‘wezen’ is eigenlijk de oorzaak van die creatie, waarmee hij ook ineens veel slechter is dan die gevallen Engel.

Deze zomer hebben jullie o.a. een optreden op Stormram moeten annuleren. Alles ok met Simon ondertussen?

Wim: Simon voelt zich ondertussen terug als een vis in het water.  Het was even schrikken op dat moment door die ingreep die hij nogal plots moest ondergaan.  Hij kroop trouwens veel te snel terug op zijn drumkruk, typisch Simon!  Jammer natuurlijk dat onze show in het water viel, maar gezondheid gaat natuurlijk boven alles.  Misschien komt er nog wel eens een herkansing voor ons?

De vriendschapsband binnen dat 'underground wereldje' tussen verschillende bands is dan ook enorm groot, want sommige van jullie daagden daar ook op. Is dat ook zo dat die vriendschapband zo groot is? En hoe zou dat komen?
Daf: In de vier jaar dat we de baan op trekken met Growing Horns, hebben we het geluk gehad met een aantal waanzinnig goede bands het podium te mogen delen, en daaruit zijn een aantal mooie vriendschappen ontstaan. Zonder uitzondering kunnen we wel stellen dat er heel veel respect is tussen en voor alle bands waarmee we al het podium hebben gedeeld, en het feit dat bands elkaar uitnodigen om op elkaars shows te spelen versterkt dat gevoel alleen maar, maar zorgt er tegelijkertijd ook voor dat er meer mensen komen opdagen naar underground shows.

Na ELPEE staan jullie ook op Alcatraz, hoe is dat in zijn werk gegaan? Connecties?
Daf: In zekere zin wel, want een aantal van de bands die dit jaar op Alcatraz speelden, zijn bevriende bands waarmee we al eens het podium mochten delen. De nieuwe La Morgue-tent op Alcatraz was een schot in de roos en bood de kans aan voornamelijk Belgisch talent uit de underground zijn kunnen te etaleren, en dat is zeer in de smaak gevallen. Enkele van die bands lieten onze naam vallen bij de organisatie, en we zijn vereerd dat we in 2020 mogen deel uitmaken van de nu al legendarische line-up!

Als je terugkijkt op de vorige jaren, wat waren de hoogte- en dieptepunten?
Daf: We mogen ons tot op heden gelukkig prijzen, want echte dieptepunten zijn er tot nu toe nauwelijks geweest. Het vertrek van Nick was er misschien eentje, maar dat heeft er wel voor gezorgd dat we een fantastische nieuwe drummer in de plaats kregen. Andere hoogtepunten waren de supportshow voor het jubileum van Cowboys & Aliens en onze passage op Headbangers Ball’s Festival in 2018.

Zijn er dingen waar je spijt van hebt en nu anders zou aanpakken, buiten een andere zanger? (grapje)
Daf: Ze vinden niemand die lelijk genoeg is om mij te vervangen, verdorie! (hahaha)
Ik vind spijt eigenlijk een nutteloos gegeven, want meestal kan je aan de meeste zaken die gebeurd zijn toch niets meer aan veranderen.

Hoe zijn de eerste reacties op deze EP eigenlijk?
Wim: Het was spannend afwachten voor ons. Zoals je wel vaker hoort kan je als band al snel je eigen nummers nog moeilijk zelf objectief beoordelen. Voor de eigenlijke opnames zijn we nog even een pre productie gaan doen bij Dunk en dat heeft zijn vruchten afgeworpen.  Samen met Jonas werden onze nummers nog eens ontleed en hier en daar werden er nog -weliswaar kleine- veranderingen aangebracht. We mogen wel zeggen dat we goed voorbereid waren, dat moest ook wel want de plaat werd eigenlijk live opgenomen.  Daardoor klinkt die iets meer organisch, iets wat wel goed bij ons past, vinden we. Ondertussen is onze plaat uit en het doet deugd dat de recensies positief zijn, de mensen kunnen onze herrie wel smaken blijkbaar !  Haha.

Wat zijn, buiten Alcatraz plat spelen deze zomer, de verdere plannen voor het nieuwe jaar?
Daf: De focus ligt nu volop op nieuwe nummers maken, nu de plaat klaar en uit is. Door het vertrek van Nick en de komst van Simon zijn we eigenlijk een stuk terug gezet in de tijd, want uiteraard heeft Simon ook zijn tijd nodig gehad om zich de nummers eigen te maken, en we staan er nog steeds van versteld in wat voor kort tijdsbestek hij dat voor mekaar gekregen heeft. Maar dan zijn we in mei van dit jaar de studio ingetrokken, en alles wat daarop volgde is de aanloop geweest naar de release van de plaat. Nu de plaat er is kunnen we ons volop focussen op shows spelen ter promotie van de plaat en op het schrijven van nieuwe nummers.

Zijn er ook plannen voor het buitenland?
Wim: Dat is iets wat binnen de band nog niet echt besproken is geweest.  We waren al meer dan blij dat we hier en daar in ons eigen Belgenlandje konden of mochten gaan spelen.  We doen niks liever dan live spelen en als we dat ook in het buitenland zouden kunnen gaan doen, waarom niet?

Kunnen we stellen dat dit het jaar van de grote doorbraak zal worden?
Wim: Ik denk niet dat er iemand binnen Growing Horns daar echt mee bezig is. Het is voor ons veel belangrijker om shows te spelen die steeds beter worden, en op die manier met onze muziek meer mensen te bereiken.

Wat is eigenlijk het einddoel (als dat er is) of wat wil je als band absoluut bereiken?
Daf: Er is binnen Growing Horns geen hoger doel of eindmeet die we als band willen bereiken, denk ik. Elke kans die we krijgen grijpen we met beide handen, en als dat er voor zorgt dat onze muziek daardoor meer mensen bereikt, dan is dat fantastisch. Het doet dan ook enorm deugd dat onze releaseshow in Elpee compleet uitverkocht was.

Een vraag die ik iedereen stel, ja zelfs de pop artiesten die ik interview, hoe staan jullie tegenover spotify en sociale media, spuw uw gal uit? (houdt het wel proper)
Daf: Ik denk dat social media een noodzakelijk kwaad is waar je tegenwoordig als band niet meer rond kunt. Het zorgt ervoor dat je muziek in alle uithoeken van de wereld kan gehoord worden, en daarom alleen al is het iets fantastisch. Maar tegelijk zorgt het er ook voor dat mensen de waarde van muziek een beetje uit het oog verliezen, omdat het overal met een simpele klik beschikbaar is. Gelukkig zijn er nog genoeg mensen die waarde hechten aan een fysiek exemplaar op cd of vinyl. Vandaar dat het voor ons ook maar logisch was om ‘The Nobility Of Pain’ op beide dragers te kunnen aanbieden.

Zijn er nog opmerkingen naar onze lezers toe?
Wim: We zijn ongetwijfeld heel tevreden kerels als er iemand na het lezen van dit interview de moeite neemt om ons eens te checken op Youtube, op onze Facebook pagina, eens langs te komen naar een optreden en daardoor overweegt om een fysiek exemplaar van ‘The Nobility of Pain’ aan te schaffen.
Facebook: https://www.facebook.com/growinghornsband/
Youtube: https://www.youtube.com/channel/UC96rsWBa1feTlhqAOiS72OA

Bedankt voor dit fijne gesprek, veel succes in het nieuwe jaar en de jaren daarop

Spoil Engine

Renaissance Noire

Geschreven door

Wij Belgen mogen terecht trots zijn op wat ons land te bieden heeft op vlak van metal in al zijn geuren en kleuren. Neem nu Spoil Engine, dat al sinds 2004 stevig aan de weg timmert, en met succes ondanks veel personeelwissels. Het zag er even naar uit dat de band zou ophouden te bestaan, tot zangeres Iris Goessens de vocalen voor haar rekening nam en er plotsklaps een andere wind waait doorheen Spoil Engine.  Met als gevolg live-optredens die we niet snel zullen vergeten surplus die ongelofelijk knappe schijf 'Stormsleeper' die in 2017 overal zeer goed werd ontvangen, ook bij ons. Tijd om daar een vervolg aan te breien in de vorm van 'Renaissance Noire', moet Spoil Engine  hebben gedacht. Dit is dan ook een schijf waarop de band begane wegen verder uitstippelt.
Vanaf “Riot” valt al de gevarieerde aanpak op, zowel vocaal als instrumentaal. Iris kan al haar vocale capaciteiten meer dan ooit in de strijd gooien op deze plaat, en dat zijn er heel wat. Cleane vocalen, verpulverend uithalen, screams die door merg en been gaan. Ze kan het allemaal aan. Geruggesteund door muzikanten die van wanten weten, en zowel melodieus als verschroeiend hard uithalen, wordt er over de gehele lijn niets aan het toeval overgelaten. Luister maar naar een song als “Venom” en voel de koude rillingen over je rug lopen, om daarna in een razend tempo uit het niets een mokerslag in je gezicht te verwerken krijgen, waardoor je prompt murw geslagen in de touwen hangt. Bij “The Hallow” krijgt Iris Goessens vocale ondersteuning van niemand anders dan Jeff Walker van Carcass. Niet dat ze die ondersteuning echt nodig heeft, want ze kan gerust op haar eentje haar mannetje staan, dat bewees ze meermaals zowel vocaal als wat uitstraling betreft. Laat het echter duidelijk zijn, de instrumentale aankleding sluit perfect aan op de stem van Iris. Daardoor staat de jongedame niet nodeloos te brullen in de woestijn, de riffs en de drumsalvo klievan dan ook als een botte bijl in ons vege lijf.
Wie hield van de aanpak op ‘Stormsleeper’ zal in deze 'Renaissance Noire' eveneens zijn gading vinden, stellen we vast. Maar vooral horen we, na dit al een paar keer live te hebben vastgesteld, ook op plaat een band die klaar is om de wereld compleet te veroveren. En dat is niet enkel de verdienste van een top frontvrouw als Iris. Maar dankzij een band waarbinnen iedereen op verschroeiende wijze de lat hoog legt en blijft leggen. Topplaat van een band die al ruimschoots 15 jaar evolueert en blijft evolueren in zijn kunnen.

Pagina 187 van 498