logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Miles Nielsen & The Rusted Hearts

Miles Nielsen & The Rusted Hearts - Wat snoeiwerk had niet misstaan

Geschreven door

Mijn verwachtingen hiervoor waren niet al te hoog gespannen en dat kwam niet eens omdat Miles de zoon is van Rick, frontman van het door mij nog altijd onbegrepen Cheap Trick, maar eerder omdat ik voorheen nog nooit iets van deze band uit Rockford, Illinois gehoord had. Nochtans brachten ze reeds drie platen uit op Rotown Records (niet te verwarren met de gelijknamige platenzaak of concertzaal uit Rotterdam). Maar dat is, op zijn zachtst gezegd, een nogal obscuur label (buiten die 3 platen vond ik er niets anders) dat bovendien enige tijd geleden over de kop ging zodat Nielsen zijn laatste lp, ‘Ohbahoy’, dan maar in eigen beheer uitbracht.
Muziek waar niemand op zit te wachten? Bij het eerste nummer viel dat alvast best mee: een lap zalige countrysoul zoals ik die in tijden niet meer gehoord had. Miles Nielsen, zelf op elektrische en een paar keer op akoestische gitaar, had met The Rusted Hearts een uitstekende band meegebracht waarin Adam Plamann (toetsen, baritonsax en klarinet (!)) voor de verfrissende noot zorgde. Een stevige, roots georiënteerde sound, meer dan behoorlijke songs en de uitstekende zang deed me meermaals aan Hollis Brown, die hier een vijftal jaar geleden een memorabele set speelde, denken. Zelfs in het erg trage “Ghosts”, een nummer waar ene Pablo Escobar voor de inspiratie zorgde, bleef de band moeiteloos overeind. Intussen had Nielsen zich tot een aangename praatvaar ontpopt maar dat keerde zich na een tijdje tegen hem. Hij bleef immers maar doorleuteren over zijn Oostendse tourmanager, blijkbaar een gekend figuur hier maar daar had ik hoegenaamd geen boodschap aan.
Ook muzikaal durfde het nu al eens wat minder te worden. Een paar nummers waarvan de samenzang sterk aan The Beatles (in hun mindere momenten dan, die ook zij zeker kenden) deed denken klonken wat melig en de laatste twee nummers, weliswaar met een paar mooie solo’s, waren veel te lang uitgesponnen, iets waaraan hij zich voordien nooit had bezondigd.

Conclusie: mits wat stevig snoeiwerk was dit een prima concertje geweest. Nu sleepte het zich na een uur en drie kwartier naar zijn einde.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge 

The Tallest Man On Earth

The Tallest Man On Earth - Klein mirakel met een groot hart!

Geschreven door

The Tallest Man On Earth - Klein mirakel met een groot hart!
Na een vermoeiende rit doorheen het hectische verkeer naar Brussel kom ik met een zucht (van opluchting) toe in de muziektempel Ancienne Belgique. Ik keek bijzonder hard uit naar vanavond, want Kristian Matsson’s (alias The Tallest Man on Earth) passage op Cactusfestival 2013 blijft mij bij als een briljant, ontroerend mooi optreden.

Maar eerst was het tijd aan Julie Byrne*** om ons op te warmen. De New Yorkse singer-songwriter was voor mij nog onontdekt terrein, dus ik was benieuwd. Op het podium zag ik een ietwat schuchtere vrouw die na een aantal woorden met hoge, fluisterzachte stem, haar gitaar nam en begon te spelen voor ons. In de zaal was er nog niet overdreven veel volk aanwezig maar toch was veel geroezemoes hoorbaar. Zeker op het balkon (waar ik zat) werd erg veel gepraat. Jammer genoeg was dit zodanig hinderend, dat het mij moeilijk werd om haar muziek ten volle op te nemen, laat staan de teksten te verstaan.
Wat mij bijblijft, was haar zangstem die opvallend vol en zwaar kon klinken, maar ook heel hoog en licht. Een vrij wendbare stem dus, maar toch niet altijd even toonvast. Haar songs waren allen rustig en instrumentaal sober, maar wekten wel veel interesse omdat ik zag hoe Julie zich inleefde in haar muziek.
Na het eerste nummer werd ze bijgestaan door iemand op een oude synth. Tijdens een bepaald nummer zong ze zonder haar gitaar, en was die synth prominent aanwezig. Hier mijmerde ik op vlak van sfeer en geluid kort weg naar Nick Cave and the Bad Seeds, waarvan hun ‘Skeleton Tree’-plaat veel gelijkenissen had met deze song.
Na een zes- à zevental nummers zat de korte set van Julie Byrne erop. Ik bleef achter met een gemengd gevoel: ik was geprikkeld om meer van haar te horen, maar dan liever in een intiemere setting met een discreter publiek.

Klokslag 20u35 kwam Kristian Matsson, vol enthousiasme en duidelijk zichtbare goesting het podium op. Hij begon niet meteen te spelen, maar nam eerst rustig de tijd om vanop verschillende posities van het podium het publiek te bekijken. Het leek alsof hij de energie in de zaal opsnoof, om die dan later te gebruiken als ingrediënt in zijn muziek. En toen was het zover: Kristian ging naar ’t midden van het podium, nam zijn gitaar en werd belicht door drie wit-gouden lichtstralen.
“I sense some kind of fog
Could be helpful with this kind of sunset
When your eyes see too far
And so deep into life you don't know yet”
Met deze prachtige tekst, vanuit “Waiting For My Ghost”, werd de toon van de avond gezet. Het publiek werd - tot mijn grote verbijstering - muisstil. Het viel mij op dat The Tallest Man on Earth*****, nu al, niet alleen mij, maar gewoon iedereen in zijn greep had. Na de eerste twee songs bedankte hij ons allen oprecht, om naar hem te komen luisteren.
Hierna begon hij aan een volgend nummer, vanop zijn gloednieuwe plaat ‘I Love You, It’s A Favor Dream’. Zijn gitaarspel in het nummer “Hotel Bar” klinkt in den beginne fragiel, maar het nummer ontpopt zich af en toe ook tot subtiele krachtigheid. Een kleine, maar zo’n mooie paradox. Ik besef dat dergelijke sterke songs niet worden geschreven door zomaar eender welke muzikant. Hiervoor moet je talent hebben, veel talent.
Zo vuurt Kristian het ene na het andere nummer op ons af, en steeds geeft hij mij ondanks de grote afstand het gevoel dat hij zo dicht staat. Achter hem, staat een rij van houten kisten die met led-verlichting in alle mogelijke kleuren kunnen belicht worden. Ook al heeft hij het volgens mij niet nodig, geven die kisten bij iedere song gepaste kleurschakeringen wat alles extra sfeer en kracht bijzet.
Alvorens ik het ook maar een klein beetje besef, is er al één uur gepasseerd. Dit terwijl ik het gevoel heb dat hij nog maar nèt, bezig is. Kristian is een artist met zoveel charisma, zoveel overtuigingskracht, en vooral… zoveel authenticiteit. Hij doet er niet om, maar toch slokt hij ons spontaan op en brengt hij iedereen in vervoering. Tussen z’n songs door, weet hij ons ook te boeien met opvallende, fijne, grappige en soms zelfs ontroerende bindteksten. Hoe hij het daar allemaal op zijn ééntje weet te brengen, dwingt mij tot diep respect en dankbaarheid.
Minpunten van zijn optreden? Ik kan ze onmogelijk vinden. Moesten ze mij wijsmaken dat hij de zoon is van Bob Dylan, of Neil Young, zou ik het meteen geloven.
De setlist bestond uit een gezonde mix van vele nieuwe nummers en ook ouder, steengoed werk. Z’n nieuwe songs, zoals “Hotel Bar”, “I’m A Stranger Now” en “I’ll Be a Sky” kwamen bij mij heel overtuigend over. Absolute hoogtepunten van zijn concert waren voor mij: “Hotel Bar”, “The Gardener”, “Revelation Blues”, “Like The Wheel”, “Love is All”, “1904”, “King of Spain” en “The Wild Hunt”. Ik weet het… Een hele waslijst, maar het is nu eenmaal heel moeilijk kiezen, tussen songs die allemaal zo sterk geschreven zijn. En… (!) nog sterker gebracht worden.
Uiteindelijk moesten we na deze uitzonderlijk mooie, geestige en betekenisvolle avond met Kristian, afscheid nemen. Hij sprak ons nog éénmaal toe en gaf hierbij de boodschap dat hij al onze positieve energie en enthousiasme met hem zal meedragen. Omdat hij het hiervoor doet, vernoemt hij letterlijk. Zo bewandelt die kleine, excuseer mij, terecht bejuwelde ‘TALLEST Man on Earth’ zijn levenspad.

Moge hij een voorbeeld zijn voor velen, dat kleine mirakel met een groot hart! Ik ben ervan overtuigd dat we lang nog niet alles van ‘m gezien hebben. Het was magnifiek, een concert dat ik eerder uitzonderlijk, maar met overtuiging de volle vijf sterren geef!
En ohja, alvorens ik het vergeet: bedankt AB voor de -opnieuw- puike programmatie, organisatie, het opvallend goed geregeld geluid en de prachtige omkadering. Zonder jullie was dit niet mogelijk.

Setlist: Waiting For My Ghost - To Just Grow Away - Hotel Bar - I Won’t Be Found - The Gardener - What I’ve Been Kicking Around - Revelation Blues - I’ll Be A Sky - The Running Styles of New York - Like The Wheel - Burden of Tomorrow - Little Nowhere Towns - Love is All - Time of the Blue - Somewhere in the Mountains, Somewhere in New York - 1904 - My Dear - I’m A Stranger Now - King of Spain - The Dreamer
Encore: The Wild Hunt - There’s No Leaving Now

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Tallest Man on Earth
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-tallest-man-on-earth-12-11-2019.html
Julie Byrne
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/julie-byrne-12-11-2019.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Cathubodua

Continuum

Geschreven door

Steeds meer Belgische metalbands worden opgepikt door buitenlandse labels. Epic-symphonicmetalband Cathubodua kan terecht bij het gereputeerde Massacre Records voor zijn debuutalbum ‘Continuum’. Dat is het vervolg op de EP ‘Opus 1: Dawn’ uit 2016. Die zat meer in de sfeer van de medieval- en folkmetal, terwijl de band daar vandaag toch grotendeels uitgegroeid is.
Op ‘Continuum’ horen we gelaagde, symfonische metal, met nog flinke dosissen folk-, power- en progmetal. Zelfs fantasymetal  zou een juiste term zijn als je vooral op de lyrics focust. Sara Vanderheyden is één van de grote troeven van Cathubodua. Niet alleen stemtechnisch maakt ze op dit album een grote sprong vooruit ten opzichte van de EP uit 2016, ze heeft ook het talent om je mee te zuigen in de fantasierijke en doorgaans romantische verhalen die ze vertelt.
“Abyss” en  “Hero Of Ages” zijn beide mooie cocktails van agressie en melodie, van dramatische breaks en bijtende riffs. Vanaf “Hydra” krijgen de tracks nog meer tempo en hier hoor je Sara die de hoogste regionen van haar stembereik verkent. Vaak lijkt het alsof de Cathubodua rust op synths, maar het kan net zo goed een vervormde viool of gitaar zijn. Folkelementen hoor je het meest prominent terug in”The Fire” en “My Way To Glory”.  “A Treacherous Maze” klinkt een beetje Oosters.
Voorbij de helft van het album wordt er opgebouwd naar een knallende finale, waarbij de aanloop wordt ingezet met “Legends” en “Nightfall”.  Op “A Tale Of Redemption” wordt een laatste keer gas teruggenomen om via het wisselvallige “Deified” uit te komen bij het magistrale “Apotheosis“.
Cathubodua zal voor veel Vlaamse metalheads nog een ontdekking zijn, maar met een album als ‘Continuum’ zal het aantal fans snel aangroeien.

Jinjer

Macro

Geschreven door

De uit Oekraïne afkomstige progressieve metal band Jinjer bracht eerder dit jaar zijn tweede plaat op de markt: 'Micro'. Logisch gevolgd door een volgende schijf die nu op de markt kwam: 'Macro'. De band is aan een steile opmars naar boven toe binnen de metal scene en bewijst met deze knappe schijf waarom.
Jinjer het label progressieve metal opkleven is hen namelijk tekort doen. We horen invloeden die gaan van deathmetal, naar groovemetal en naar flirten met nu-metal. En dat maakt zowel de band als deze plaat zo een bijzonder pareltje om te koesteren. “On The Top” laat al een gevarieerd aanbod horen waarop niet alleen de verschroeiende riffs door je hart klieven maar vooral die bijzondere vocale inbreng van zangeres Tatiana Shmayluk de sound van deze band en plaat zo uniek maakt. Mede omdat ze zowel cleane vocale aankleding als oorverdovende screams bovenhaalt, doet ze enerzijds de aarde onder je voeten beven van angst maar streelt ook zacht je ziel op een zalvende wijze.
Die veelzijdige aanpak had hen geen windeieren gelegd en ook op deze nieuwe 'Macro' blijft het zeer gevarieerde aanbod door middel van songs als “Judgement (& Punishment)”, “Retrospection” en “Pausing Death” de reden waarom we van begin tot einde op het puntje van onze stoel zitten te genieten. Een elan waarop Jinjer over de gehele schijf tekeer gaat. Dit is bovendien het soort gevarieerde metal dat er trouwens voor zorgt dat de toekomst van het metalgenre er rooskleurig uitziet. Want in tijden waarin oude bands langzaam afhaken, is er behoefte aan potentiële opvolgers die het metal genre de injectie kunnen geven die het nodig heeft.
Jinjer is zo een band die elke liefhebber van het hardere of zeker de extreme kant daarvan, over de streep zou moeten trekken. Met deze klasse progressieve, death en groovemetalschijf wordt dat meermaals in de verf gezet. Het feit dat de band trouwens voortdurend buiten de lijntjes kleurt, de bijzonder tot de verbeelding sprekende vocale inbreng en een perfecte instrumentale kers op de taart zorgen er dan ook voor dat we deze band een gouden toekomst voorspellen.

RAMAN

Birth of Joy (EP)

Geschreven door
De Gentse band RAMAN timmert al een paar jaar aan de weg. In eerste instantie bouwde de band een stevige live-reputatie op, won verschillende wedstrijden en vond het nu tijd worden om eindelijk een eerste EP op de markt te brengen.

Eerder werden al twee singles uitgebracht waaronder: 'Maestoso'. De recensie hiervan kunt u hier nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/cd-reviews/item/76081-maestoso-single.html.
De debuut EP 'Birth of Joy'  kwam in november op de markt. We gaven het kleinood enkele luisterbeurten en stellen vast te maken te hebben met een band die een muziekstijl brengt waarop je geen label kunt kleven. Dat laatste trekt ons zelfs nog het meeste over de streep. Dit trio bestaat uit één voor één klassemuzikanten. Simon Raman is niet alleen een gitarist die een klankentovenaar blijkt te zijn, ook zijn heldere stem doet je wegzweven naar andere oorden, zonder de ziel van pure rockmuziek uit het oog te verliezen. Geruggesteund door drummer Bernd Coene en bassist Jasper Peeters ontstaat een hemelse kruisbestuiving die ons doet uitzien naar een gouden toekomst. Dat de heren lang hebben kunnen werken om al die songs te perfectioneren, het werpt zijn vruchten af. “Birth Of Joy” is een binnenkopper van formaat, waar rock en emoties met elkaar worden verbonden tot een magisch geheel.
Want het meest opvallende aspect aan deze band en EP is inderdaad het verbinden van die dunne lijn tussen melancholie en weemoedigheid met krachtige rocklijnen die je doen headbangen in de huiskamer. Die hoekige rockmuziek hoor je bijvoorbeeld ook terug bij “Without Whiskey” en “Maestoso”. Het bewijst nogmaals dat RAMAN van vele markten thuis is.
In de bijgevoegde omschrijving lezen we het volgende: ''RAMAN is rauwe emotie, een no nonsense gitaargeluid, melancholische instrumentale intermezzo’s en een stem die je nooit meer loslaat als hij je eenmaal vastgrijpt. Hun ‘back to basics’ attitude zorgt voor een rauwe maar soulvolle sound die geworteld is in blues- en rootsmuziek die je doet denken aan oudere zielen als Chris Whitley, Jeff Buckley en een vroege Triggerfinger" . Een stelling die zeker steek houdt, maar vooral beschikt deze band over een eigen rocksmoel, en is niet vies van je hart eveneens sneller te doen kloppen. Daardoor kan een ruim publiek worden aangesproken. Dat laatste merk je bijvoorbeeld bij het zeer emotioneel startende “Pieces” waar weer die bijzonder breekbare en hoge stem van Simon je meerdere kroppen in de keel bezorgt. Wederom geruggesteund door een muzikale omlijsting die perfect past binnen dat plaatje, worden langzaam maar zeker alle registers open getrokken tot de  vulkaan compleet losbarst in een verschroeiende climax waarbij geen geluidsmuren sneuvelen maar harten wel geraakt. Dit allemaal in het verlengde van bovenstaande voorbeelden, en daar is uiteraard nooit iets mis mee. RAMAN bewijst trouwens dat eerst een live reputatie opbouwen, en noest werken aan songs ervoor zorgt dat het perfecte product kan afgeleverd worden. Luister maar naar wederom een knap in elkaar gebokst meesterwerk als “Big Sky Country”. Weer zo een song die letterlijk alle hoeken van de kamer uitgaat. Dat laatste zet de band in de verf bij “Come Back Home”, waar je ook de jazzinvloeden voelt naar boven komen.
RAMAN is zonder meer een band die graag buiten elk lijntje kleurt en daardoor je voortdurend, zeer bewust op dat verkeerde been zet. De aanhoorder die in hokjes wil denken of houdt van een label kleven op een band zal het daar wellicht moeilijk mee hebben.
De rock- en alternatieve rockliefhebber echter die houdt van bands die voortdurend uit de comfortzone treden, die zullen watertanden bij zoveel veelzijdigheid.
Ook wijzelf waren dus vooral onder de indruk over deze EP net omdat RAMAN op avontuur trekt in een landschap waar rock en melancholie hand in hand dansend de horizon tegemoet gaan.

Popol Ace

Silently Loud

Geschreven door

Doet de naam Popol Ace geen belletje rinkelen? Dan zal de naam Popol Vuh dat wellicht wel doen. De Noorse progressieve pop/rockband bracht namelijk reeds vanaf 1972 platen uit onder die naam. Om de verwarring met de Duitse band met dezelfde naam te voorkomen, verschenen twee latere albums onder de naam Popol Ace. De Noorse band haalt invloeden uit pop, opera, jazz en dergelijke meer. En worden in sommige media vergeleken als een mix tussen Genesis, Chicago en Procol Harum. In 2003 mocht de band twee optredens verzorgen met The Norwegian Radio Orchestra (KORK) in Oslo en Drammen. Dat werd vastgelegd op het album 'Silently Loud'. Een must have pareltje voor wie houdt van de sound uit de '70's zo typisch aan voornoemde bands.
Deze band was mij eigenlijk onbekend en dat blijkt toch een zeer groot gat in mijn cultuur te zijn. Want een song als “Bury Me Dead” doet ons rock/jazzhart al sneller slaan. Op de gehele plaat blijkt hoezeer Popol Ace een even toonaangevende band blijkt te zijn in dat genre, dan die voorbeelden uit die gouden jaren '70. Elke song doet ons van verwondering, een traan wegpinken en bezorgt je dat kippenvelmoment dat deze bands ons ook bezorgden. Is dat door lekker rockend het tempo op te drijven, of eerder door een intieme maar o zo wondermooie omkadering rust te brengen in ons gejaagde hart zoals bij “I Can See Tears” - prachtig aangevuld door KORK die de songs naar een nog hoger niveau doen stijgen. Nergens valt er een speld tussen te krijgen. Het warme en gemeende applaus dat je na elke song hoort is dan ook gemeend en vanuit het hart. Op dit elan blijft de band trouwens doorgaan tot het eindpunt van “Queen Of All Queens”.
Op “Silently Loud” worden geen nieuwe Popol Ace-songs naar voor gebracht, maar doet de band de sound van toen wel herleven, binnen een unieke omkadering net door die inbreng van KORK. En daarom is dit een grensverleggende plaat die ieder beetje van zowel het genre als de band zelf met gerust gemoed in huis kan en zou moeten halen. Want deze live-registratie is toch een vrij uniek collectors item dat we niet elke dag onder de neus geschoven krijgen.

Silently Loud
Popol Ace & KORK
Grappa/PIAS
 

Skarbø Skulekorps

Skarbø Skulekorps

Geschreven door

Wat we persoonlijk het mooie en interessante vinden aan jazz is het spelen met uiteenlopende emoties, blazers en trompetklanken die je enerzijds tot tranen toe bewegen en anderzijds doen dansen, de horizon tegemoet. Als een jazzplaat aan die voorwaarden voldoet, dan worden wij gegarandeerd over de streep getrokken. Nu, eerder kwam er via Hubro een schijf uit van Skarbø Skulekorps die op alle vlakken aan deze hoogstaande voorwaarden voldoet.
De band rond drummer Øyvind Skarbø bestaat dan ook uit topmuzikanten die geen jazz spelen maar het echt leven. Met “1-555-3327” worden de heupen aangesproken, want door een aanstekelijke sound met een vocale aankleding daarbovenop is hierop stilstaan onmogelijk. Ook al gaat het over een eerder verdrietig onderwerp. De titel verwijst namelijk naar een persoon die omkwam in een hotelbrand in kamer nummer 3327.  In sombere tijden die eraan komen voelt deze song echter ondanks alles dan ook eerder zeer zonnig aan en doet hij je wegdromen naar verre zuiderse oorden. Dat zuiders temperament zullen we nog een paar keer tegenkomen op deze plaat. Zo ook bij opvolger “Turnamat”. Vooral biedt Skarbø Skulekorps een veelkleurig allegaartje aan waar aanstekelijke dansmomenten worden afgewisseld met intieme momenten die een gemoedsrust over jou doen neerdalen zoals bij het prachtige “Gliploss”, een song die trouwens opbouwt naar een climax, gedreven door de combinatie tussen trompetklanken en een verdovend percussiegeluid. Er is ook de toch unieke inbreng van marsmuziek gebracht door een lokale band. En dat laat toch een andere en onuitgegeven zijde zien van jazz, vinden we toch.
Dit pareltje van een jazzplaat laat een band en bedenker horen die buiten de lijntjes van jazz om, de comfortzone buiten treedt op zoek naar avontuur. Dat is een extra reden om achterover leunende in onze stoel, gewillig te laten meevoeren over de vele kleuren die deze band ons aanbiedt. Of dat door intieme schoonheid is binnen een weemoedige aankleding zoals bij “50 MB RAM” of door lekker loos te gaan. Het zit allemaal verborgen in deze zeer gevarieerde jazzplaat die jazzliefhebbers moet aanspreken die verder kijken dan het genre, en grenzen durven verleggen.
Want dat is wat Skarbø Skulekorps over de hele lijn doet op deze schijf.

Aldous Harding

Aldous Harding - Zijdezachte pantomime van de bovenste plank

Geschreven door

De Nieuw-Zeelandse atypische indie folkster Aldous Harding streek voor de vijfde keer (!) neer in de Ancienne Belgique om haar laatste plaat ‘Designer’ voor te stellen. Voor de gelegenheid werd de zaal grotendeels gevuld met extra zitplaatsen waardoor niet enkel aandachtig geluisterd maar ook gekeken kon worden naar het optreden.

Maar eerst moest Yves Jarvis het publiek opwarmen… of toch een poging tot. Na hem aan het werk te hebben gezien op Sonic City afgelopen weekend, hield ik mijn hart vast op wat zou komen. Gelukkig leek hij nu iets beter voorbereid te zijn en kon hij behoorlijk snel zijn nummers brengen. Yves Jarvis sampelt live met een tape recorder wat soms knullig overkomt. Het is de eerste keer dat de man zijn met indie doorspekte soul in Europa brengt dus laten we hem ook deze keer het voordeel van de twijfel geven. Soit.

De zaal werd tijdens de pauze tot op de nok gevuld en iedereen zette zich klaar op de verschijning van de bosnimf die Aldous Harding wel is. Uitgedost in een clowneske tenue (haar moeder werkt trouwens als clown en poppenspeler) en met perfect neervallend haar, betrad ze het podium op om de twee openers “The World is Looking for You” en “Living the Classics” solo te brengen. Het engelachtig plaatje was compleet door de ene lichtzuil die de Nieuw-Zeelandse omringde. Nog meer ook door de bevreemdende maar trefzekere zangstijl die bij momenten aan Kate Bush of (misschien van ver) aan David Bowie doet denken.

Aldous nam haar tijd om comfortabel te zitten, keek het publiek vaak indringend aan en bouwde op die manier een soort awkwardness op die haar zo typeert. Niet dat het erg is want iedereen hing aan haar lippen en keek vol verwondering toe naar wat komen zou. Zelf de typische AB-drinkbekers leken een zachte landing te maken om het schouwspel niet te verstoren. Nu de overige bandleden erbij kwamen kon het publiek rustig meebewegen met het groovende “Designer”. Aldous maakt liefst geen woorden vuil aan de betekenis van haar songs maar “Fixture Picture” kun je zelf beschouwen als een remedie tegen chronische hartzeer. 
Na een passage in Dubai waar je je kinderlijke “Zoo Eyes” kon uitkijken, kwam “Treasure” ongenadig tot diep in je hart binnen. Aldous doet gemakkelijk veel vragen oprijzen maar haar antwoorden zijn allesbehalve vanzelfsprekend. De mysterieuze zijdezachte sfeer werd ook verder gezet in “The Barrel” dat vol bewondering aanschouwd werd door de concertgangers. Ook opmerkelijk is dat de overige bandleden en Aldous Harding sterk ingespeeld zijn op elkaar. De backing artiesten hadden weinig tot niets nodig om Aldous muzikaal te begeleiden. Dat lijkt misschien dan te veel ingestudeerd maar door zij aan zij te staan met de toetsenist tijdens “Damn” vormden ze allen een mooie en gezellige groep.

‘Muziek is mijn puurste vorm van communicatie’ was het bruggetje naar “Blend”, de lofzang voor de ideale man. En het was niet gelogen want na een uur pure eerlijke muziek sloot ze haar geweldig concert af met het nieuwe Vampire Weekend-achtige “Old Peel”. Met een laatste pantomimische zwaai stuurde ze ons de wondere wijde wereld in.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Sonic City 2019 - van 8 t-m 10 november 2019 - Shame en Cate Le Bon cureert -

Geschreven door

Sonic City 2019 - van 8 t-m 10 november 2019 - Shame en Cate Le Bon cureert
Sonic City 2019
2019-11-08 t-m 2019-11-10
Départ
Kortrijk
Emile Dekeyser

Stilstaan is achteruitgaan” is de volkswijsheid die in de kantoren van de Kortrijkse concertorganisatie Wilde Westen op de muur prijkt, en niet “never change a winning team.”
Voor hun herfstfestival Sonic City hanteerden ze jarenlang dezelfde formule: 1 artiest, de curator, krijgt carte blanche om een line-up samen te stellen en de bezoeker een weekend lang te laten onderdompelen in de muzikale leefwereld van de artiest in kwestie.
Dit jaar gooiden ze die formule helemaal om en kozen ze voor twee curatoren: het Londense Shame en de Welshe Cate Le Bon. Beide curatoren belichamen zowel door hun muziek als programmatiekeuzes elk een kant van het ruimere alternatieve rockspectrum. Op papier een te verdedigen keuze, het zorgt voor een eclectisch programma dat een breder publiek aanspreekt, en die bezoeker ook aanspoort nieuwe horizonten te verkennen.
In de praktijk helde het echter soms iets te veel over richting een festival met twee gezichten: de overwegend experimentele en uitdagende keuzes van Le Bon vielen vaak moeilijk te rijmen met de meer rechttoe rechtaan bands die Shame naar Kortrijk had gehaald.
Ook de sets die beide curatoren op Sonic City brachten was een mooie indicatie van de tweespalt. Een set spelen als curator lijkt mij geen cadeau, als verantwoordelijke voor het hele gebeuren val je maar beter niet door de mand. Afgelopen weekend leerden we dat er twee manieren zijn om met de druk die gepaard gaat met het curatorschap om te gaan: (1) de Cate Le Bon-way – je besteedt er niet al te veel aandacht aan en brengt een verdomd strakke en intrigerende set waarin je bewijst waarom je deze prestigieuze curatortitel dubbel en dik verdient, en (2) de Shame-way – je gebruikt het podium om een feestje te bouwen waarin je quasi al je uitgenodigde gasten betrekt en de scene waartoe je behoort uitgebreid fêteert.

zaterdag 9 november 2019
Verdomd strak en intrigerend dus, die set van Cate Le Bon (zaterdag 09/11, 19u50). “I have some time, I have some thoughts,” zong ze ergens halverwege opener “Miami”. Het leek wel een mission statement, want wat Cate deed was exact uitgebreid de tijd nemen om een bepaalde sfeer te scheppen die je als publiek meesleurt in haar eigen universum, en waarin ze vervolgens haar gedachten de vrije loop kan laten gaan. Gedachten die vooral draaiden rond liefdessmart, het centrale thema van haar recent verschenen album ‘Reward’. Op het podium verscheen ze echter niet als getormenteerde vrouw, Cate keek stoïcijns-cool voor haar uit toen ze “I love you, but you’re not here, I love you, but you’ve gone” verkondigde, of in “Sad Nudes” bekende hoe ze droevige naaktselfies maakt.
Nee, het was voornamelijk de muziek die sprak. Het begin, met naast “Miami” ook “Daylight Matters” en “Home To You” was sfeer scheppend, zowel qua vibe als introductie tot het uitgebreide instrumentarium, van xylo-tot saxofoon, van synthesizer tot allerhande percussie-instrumenten, en misschien wel het mooiste instrument: Le Bons verbluffende en karakteristieke stem. In het daaropvolgende drieluik werden 3 van de 4 oudere nummers die de setlist haalden netjes na elkaar gespeeld. “Wonderful”, “Love is Not Love” en “No God” met hun Velvet Underground-gitaartjes waren voorzichtig dansbaar, en toonde aan waarom Cate in haar begindagen vaak met Andy Warhols protegé Nico vergeleken werd.
Het hoogtepunt van de set lag in het midden, alsof de Welshe perfect wist te vatten dat het publiek toegetreden was tot haar universum, en er ruimte gecreëerd was voor experiment. Het vierluik “Mother’s Magazines”, “Magnificent Gestures”, “Sad Nudes” en “The Light” stonden bol van de interessante zijsprongetjes, eigenzinnige saxofoonstukken, en wonderbaarlijke gitaarsolo’s. Dankzij de snedige outro’s die heerlijk alle kanten opgingen, kwamen hier de krautrockfundamenten waarop ‘Reward’ gebouwd is mooi naar boven.
Het laatste luik bestond uit 2 nummers en werkte eerder hypnotiserend, het symboliseerde de thuiskomst van de trip die de mooi opgebouwde setlist was. In “What’s Not Mine” sloeg Le Bon opnieuw een adembenemende gitaarsolo uit haar vingers, en “Meet the Man” had eerder een catharsiseffect. In haar slotstrofe - “Love is you, love is beautiful to me, love is you” - leek ze na (en dankzij) een heuse trip vol intrigerende zijsprongen, hartzeer, en somberigheid, een hernieuwd geloof in de liefde te hebben ontwikkeld. Zielszuivering als afsluiter, dat kan alleen maar betekenen dat dit om een straf concert ging.
Het enige minpuntje hierbij - als er echt een moet genoteerd worden - was dat Le Bon Bradford Cox van Deerhunter niet op het podium haalde om een nummer uit hun samen opgenomen en recent uitgebrachte EP ‘Myths 004’ te brengen. Cox was nochtans aanwezig, maar in de Cate Le Bon-way was er geen ruimte voor speciallekes. Jammer, maar de trip doorheen haar universum was overtuigend genoeg en bewees waarom Cate Le Bon op basis van haar set de prestigieuze curatortitel wel degelijk verdient.

Op de zaterdag van Sonic City had Cate Le Bon absoluut niet het alleenrecht op concerten die als trip aanvoelden. Ook Michele Mercure, Eiko Ishibashi, Whispering Sons, Vivien Goldman, Thurston Moore Group en Holly Herndon namen het publiek mee op een verschillende reizen, met uiteenlopende bestemmingen. Een reisverslag.
Michele Mercure (zaterdag 09/11, 13u15) releasete in 2018 het compilatiealbum ‘Beside Herself’, met 19 songs die ze tussen 1983 en 1990 had uitgebracht op verschillende cassettes. De experimentele minimal synthesizer muziek op het album doet live eerder dienst als soundtrack van de filmische, vaak avant-garde, zwart-wit visuals die geprojecteerd worden. De beelden namen je mee in de ruimte, op de maan, een tanker op zee, een geheime handelsmissie (“Are you the salesman from Luxembourg?”) en de wondere wereld van de elektronische muziek (How is electronic music made?). De muziek had maar een bestemming: het onbewuste.

Ook Eiko Ishibashi (zaterdag 09/11, 15u10) nam je mee naar het onbewuste. De set-up was al veelzeggend: 2 drummers aangevuld met Eiko die afwisselend de synthesizer en dwarsfluit (via een microfoon verbonden met een aantal effectpedalen) bespeelde. De Japanse deed in het extreme wat Cate Le Bon ook later op de avond zou doen: uitgebreid de tijd nemen om een bepaalde sfeer scheppen en het publiek te laten wennen aan de aparte sound, de gecreëerde sfeer liet Ishibashi vervolgens toe haar experimentele jazznoise op het publiek los te laten. Al was het net iets te vaak heel lang opbouwen richting een vrij korte jazzexplosie.

Je moet flink je best gedaan hebben als je Whispering Sons (zaterdag 09/11, 17u40) afgelopen zomer gemist hebt op een Belgische festivalweide. Van dorpsfestival tot het Rock Werchter hoofdpodium, overal kwamen ze met dezelfde gretigheid en achteloze klasse voor de dag. Dit was op het indoorfestival Sonic City niet anders, hun set was wederom een post-punk & new wave masterclass die zo on fire was dat het brandalarm afging. De Limburgers speelden onverstoord verder en transformeerden de toeschouwer richting Noord-Engelse industriesteden midden jaren ‘80, waar de roots van het genre liggen. Toen zangeres Fenne Kuppens Fontaines DC bedankte voor hun cancel - Whispering Sons werd last minute nog toegevoegd nadat de Ieren lieten weten dat hun prioriteiten elders lagen - werd wat groen gelachen door de aanwezige Fontaines-fans. Al moesten ook zij na het verschroeiende “Waste”, hun traditionele afsluiter, door de knieën gaan.

Nam Whispering Sons je mee naar de grauwe jaren ’80, dan toonde de Britse Vivien Goldman (zaterdag 09/11, 18u50) dat ditzelfde decennium ook een zonnig feel good-kantje had. Vivien, 65 intussen, is een klinkende naam in zowel de journalistieke, muzikale als academische wereld. Zo was ze eind jaren ’70 journaliste bij de toonaangevende muziekbladen Sounds, Melody Maker en NME, werkte ze voor Island Records waar ze publicist was van Bob Marley, bracht ze in ’81 een dub EP uit geproducet door John Lydon en Adrian Sherwood, was ze samen met Chrissie Hynde (The Pretenders) en Viv Albertine (The Slits) lid van de feministische synthpunkband The Flying Lizards, en draagt ze de officiële titel Professor of Punk and Reggae aan de New York University. Een icoon, met andere woorden.
Goldman, gerugsteund door bassist Max en percussioniste & achtergrondzangeres Dunia Best, bracht een carrièreoverzicht van haar muzikale output aangevuld met een aantal nieuwe dubnummers van een nog te verschijnen album (dat dan weer geproducet werd door Youth van Killing Joke, nog zo’n ronkende naam). Al vanaf de opener “Laundrette”, geplukt uit die eerste EP, slaagde de enorm charismatische Vivien erin haar enthousiasme over te brengen en een glimlach te toveren op de vele gezichten in de Club. Dat de liefde wederzijds was, bleek uit het feit dat ze de cameravrouw vroeg de kijklustigen wat meer in beeld te brengen, “because they are the real stars, you know.” Goldman vertelde met veel namedrops verhalen over vroeger zonder dat het opschepperig werd, brak een lans voor meer empathie, hekelde zowel geldzucht als de onmenselijkheid van de vluchtelingencrisis, en liet het publiek “we gotta do it together, keep giving, keep living” zingen.
Muzikaal gezien klonk hun dub en reggae - ondanks Max’ uitmuntende baslijntjes - niet altijd even goed, maar daar maalde niemand echt om. Op zaterdag zat de vibe - zeker tijdens de afsluitende cover van The Wailers ‘Same Thing Twice - nergens zo goed als bij de Professor of Punk, the real star.

Ook Holly Herndon (zaterdag 09/11, 00u10) heeft een academische titel, die van doctor in Computer Research, specialisatie Music and Acoustics. Haar laatste plaat ‘PROTO’ kwam tot stand met behulp van Spawn, Herdons eigen computerbaby die ze met behulp van artificial intelligence heeft geprogrammeerd tot mede-collaborator, en stelt vragen bij de rol van muziek in een samenleving die steeds meer computergericht wordt. Of liveoptredens zullen evolueren richting de performance van Herndon op Sonic City, valt af te wachten. De robotachtige, grillige synthesizermuziek leek slechts bijzaak in het waar spektakelstuk waarin veel aandacht was voor de kleinste details. Herndon poogde met haar futuristische litanieën (in de ‘band’ zaten twee nonnen) en theatrale handelingen het publiek mee te nemen op een bevreemdende trip richting een dystopische samenleving, maar het leeuwendeel van dat publiek had er al lang de brui aangegeven. Echt ongelijk kon je hen niet geven.

“How, doet iets!” riep een dronken West-Vlaming richting The Thurston Moore Group (zaterdag 09/11, 21u50), op dat moment 1 minuut ver in hun feedbackintro. Geen idee of Thurston, die de laatste jaren vaak in België komt spelen, ondertussen ook West-Vlaams verstaat, maar het leek wel of hij deze persoon bewust begon te pesten. Exact 13 minuten duurde die bewuste intro, de Koning van de Feedback (officieuze, non-academische titel) was niet naar Sonic City gekomen om zich te laten opjagen. Ook niet om veel nummers te spelen, op de setlist prijkte welgeteld 1 nummer, het 63 minuten durende “Alice Moki Jayne” uit Moore’s recent uitgebrachte plaat ‘Spirit Counsel’.
Tijdens het nummer, en dus ook het optreden, deed Thurston dienst als orkestleider. De drie bandleden (gitaristen James Sedwards & Debbie Googe (My Bloody Valentine!) en rechtstaande drummer Jem Doulton) stonden continu naar hem gericht, en 1 knikje van de Grote Leider was voldoende om te weten wat er moest gebeuren.
Naast het trip/reiselement lijkt een andere rode draad doorheen de zaterdagoptredens wel dat tijd genomen werd om een sfeer te creëren die het experiment toelaat. Op de eerste pompende drums was het een halfuur wachten, het lange voorspel zorgde ervoor dat ik intens kon genieten van waar naartoe was gebouwd. Een muzikale vrijpartij, maar dan wel eentje waarbij de betrokkene ferm geteased en aan het lijntje gehouden werd. De vijftal oerknallen die er kwamen na een rondje oeverloos getjingel-tjangel, waren de grootste ontploffingen van de avond. Een aanslag op de trommelvliezen.
Visuals hadden de show allicht naar een hoger niveau getild, al was het maar om de aandacht af te leiden tijdens die ellelange opbouwstukken. Oh, en vocals, die miste ik ook. Maar zelfs zonder die visuals en z’n prachtige stem nam Thurston tijdens de beste momenten van de set me mee op een TGV met als eindbestemming ‘Daydream Nation’.

zondag 10 november 2019
“Dit was onze 9/11” was de nogal kromme vergelijking van Kortrijks burgemeester Vincent Vanquickenborne toen de glijbanen van het nieuwe zwembadcomplex LAGO afbrandden. Of Q – aanwezig op Sonic City en gretig poserend voor selfies - ook Shame (zondag 10/11, 23u10) gezien heeft , kan ik niet met zekerheid zeggen, maar met zijn zin voor overdrijving had hij zeker gesteld dat de passage van de Zuid-Londense punkers het Kortrijks equivalent was van de Val van de Berlijnse Muur. Want oh, wat werden die muren van Départ heerlijk gesloopt door het uitzinnig publiek. Het leek allemaal niet te deren wat Shame nu juist speelde, en of dat nu wel goed klonk. Rommelig nieuw werk, bij momenten slordige versies van de songs die hun debuut ‘Songs of Praise’ zo’n cultplaat maakten, verdikke, zelfs al hadden ze een uur lang Tom Jones punkcovers gebracht, nog ging dat extatisch publiek een gooi gedaan hebben naar het Belgisch Record stagediven en crowdsurfen. Die sfeer werd mede mogelijk gemaakt door de bevriende bands die zij hadden uitgenodigd om een set te spelen.
Alsof ze vooraf vreesden dat Belgen niet weten hoe een feestje te bouwen, verschenen de jongens van The Murder Capital op het podium tijdens het openingsnummer om vervolgens allen tegelijk met veel bravoure de masse in te duiken. Doorheen de set deden ze te pas en te onpas dit trucje over, vaak met gevaar voor eigen leven. The Murder Capital, Shame’s persoonlijke knokploeg. Dat Shame ook een inclusieve band is, bleek uit het hoge aantal vrouwen die zich ook waagden aan een stagedive. Ergens in Gent zijn de voorvechters van Girls Go Boom met hun mantra girls to the front vast trots op dit schouwspel.
Shame bracht de apotheose waar het festival een heel weekend lang naar had opgebouwd. Moeilijk te zeggen ook hoe ze juist zo’n status ontwikkeld hebben. Het is alvast niet via de traditionele kanalen gegaan, de band wordt amper gedraaid op Belgische radiozenders en interviews in de muziekkaternen van Knack en Humo zijn eerder schaars. De kracht van de mond-tot-mond reclame, het internet, en het kilometers vreten van de band. Respect.
En muzikaal vraagt u? Tja, zanger Charlie Steen verklaarde achteraf in de smoking section dat hun vaste klankman op huwelijksreis was, en dat was duidelijk merkbaar. De geluidsbrij klonk bij momenten vrij belabberd, al was dat heus niet het geval voor ieder nummer. “The Lick”, “One Rizla”, “Tasteless” en “Gold Hole” klonken snedig en stuk voor stuk punky-er dan de versies op plaat. Punky-er klonk ook het nieuw werk: “Another” en “Nigel Hitter” waren knallers van een openingsnummers, slodderige songs “Cowboy Supreme” en “Snow Day” (eerste keer live gebracht) klonken als Television en OMNI op speed dankzij de riffs leadgitarist Eddie Green. De beste nieuwe song is minder punky en zit al in hun set sinds de show in de Rotonde (Botanique) in mei 2018: “Human, for a Minute”, een radiovriendelijke popsong à la “One Rizla”.
Shame pakte het dus anders aan dan hun collega-curator Cate Le Bon. Waar zij verkoos om haar prestigieuze titel glans te geven door een strakke en kwaliteitsvolle set te brengen, waren de Britse jonkies eerder uit op een legendarisch punkfeestje. Bassist Josh Finnerty verkende alle hoeken van het podium, volksmenner Charlie Steen dook meermaals het publiek in. Knipogend naar Steens Rolling Stones t-shirt (dat weliswaar vroeg uitging) en z’n vaak herhaalde slagzin “enjoy yourselves, it’s only entertainment!”, moeten veel mensen in het publiek “it’s only entertainment, but I like it!” gedacht hebben.
Na afloop van de show wou Steen z’n bevriende bands van o.a. Squid, Black Country New Road & The Murder Capital op het podium halen, om hen ook nog eens in de bloemetjes te zetten. In z’n hoofd was het vast een beter plan, want de enkelingen die niet te schuchter waren ook effectief het podium op te stappen stonden er toch vooral ongemakkelijk bij. Met uitzondering van de Ierse knokploeg The Murder Capital uiteraard. Het zette mooi in de verf hoe de scene - de nieuwe lichting ‘Britse’ Gitaarrock - die Charlie Steen met het gebaar wou fêteren lak heeft aan het concept van de rockster. Geen Oasis/Mbaye Diagne-achtige Rolls Royce-fratsen hier, gewoon no-nonsense met de voetjes op de grond.

Hoe verging het die bandjes die tot de Nieuwe Generatie ‘Britse’ Gitaarrock behoren eigenlijk op dag 3 van Sonic City?
Omni (zondag 10/11, 14u50) behoort niet tot die nieuwe generatie Britse Gitaarrock, om de simpele reden dat het Amerikanen zijn. Toch zijn ze zielsverwanten van de bands uit die scene doordat ze uit dezelfde proto-en postpunkinspiratiebronnen putten. Met hun 3 bandleden, zanger/bassist, gitarist en drummer, was het niet de meest vernieuwende samenstelling die je afgelopen weekend kon vinden op Sonic City, maar spannend klonk het wel. Dat kwam vooral door de quirky gitaarriffs van Frankie Broyles (in een vorig leven nog lid van Deerhunter), die mij al vroeg in de set aan Television deden denken. Hoewel hun korte nummers met abrupte eindes zeker konden charmeren, was Omni live vooral op z’n best in songs als “Type”, zo’n moment waarop ze eens niet alles rap afhaspelden, maar puike outro’s afleverden. Het (onbedoeld) onbedoeld grappigst waren ze toen ze “Present Tense” aankondigden: “we wrote this song (iets te lange pauze, publiek lacht) well yes, obviously we wrote it.” Het meest als Television klonken ze in “Courtesy Call”, met die riff waarin zo hard geprobeerd wordt de Marquee Moon-invloed weg te moffelen. En hun beste song, dat is nog steeds hun afsluiter: culthitje “Wire”.

Next up waren twee bands van Speedy Wunderground, het Britse label dat onder andere ook de onnavolgbare sensatie Black Midi huist. Squid (zondag 10/11, 15u30), in eigen land ook een heuse sensatie, zorgde op de Main Stage al vroeg op de dag voor een van de excellentste performances van het volledige festival. Opener “The Cleaner” zette meteen de juiste toon, de songteksten die het banale tot kunst verheven, de associatieve stream of consciousness-manier van zingen van drummer Ollie Judge, aangevuld met het hyperkinetische van LCD Soundsystem en het experimentele van Talking Heads. De jongens zien er misschien uit als aardrijkskundeleerkrachten, maar stonden wel met de overgave van echte rocksterren te spelen. Dat een cymbaal al vroeg in de set sneuvelde, belette hen niet om te blijven rammen. Vooral “Houseplants” was schitterend, zeker hoe ze alles vakkundig neerhaalden om na een trompetintermezzo opnieuw te knallen. Dat trucje kenmerkte eigenlijk zowat elk nummer in de set, en toch bleef het dankzij Squids hoog niveau immer spannend.

Nog niet goed en wel bekomen van Squid of de zeven(!) bandleden van Black Country, New Road (zondag 10/11, 16u30), die andere Speedy Wunderground-band, stonden al klaar in de Club. Jawel, zeven bandleden: 2 gitaristen (waarvan 1 zanger die dezelfde dadaïstische stream of consciousness-stijl van zingen had als z’n labelmaatje van Squid), een bassiste, drummer, violiste, keyboardspeelster en saxofonist. Die laatste werd centraal opgesteld en stond er nogal apathisch bij tijdens de momenten waarin hij niet aan de beurt was, eens hij echter zijn kunnen kon tonen kwam hij helemaal los. Dat was bijvoorbeeld het geval in afsluiter “Sunglasses”, een verrassend goed werkende combo van punk en jazz, waarin Kayne én punkheld Richard Hell werden bezongen. Het is een van hun twee enigste singles - de andere (“Athens, France”) fungeerde als opener. Daartussen speelden ze, naast een  nummer waarin de vraag: “Have you seen Black Midi? What are your sexual preferences?” gesteld werd, ook een dansbare instrumentale song die enkel omschreven kan worden als extreem opzwepende balkan vermengd met keyboards, iets wat in theorie een verschrikkelijk kut idee lijkt, maar Black Country, New Road raakte ermee weg. Moet je kunnen.

Er was no rest for the wicked op zondag, want The Murder Capital (zondag 10/11, 17u10) begon vlak na de laatste Black Country, New Road-noot. De band wordt beschouwd als de vierde voortrekker van de revival van de Gitaarmuziek op de Brits-Ierse eilandengroep, naast Shame, IDLES en Fontaines DC. Hoewel hun debuut ‘When I Have Fears’ enkele verduiveld straffe songs bevat, is het toch minder consistent dan de releases van deze drie bands. Ook hun optreden had een rare opbouw. Op zich was het wel verstaanbaar, dat openen met alle tragere nummers van de plaat. Eerst slepend beginnen met “Slowdance I” en “Slowdance II”, opbouwend naar hun harder werk dat meer in de lijn van Shame en IDLES ligt. Bassist Damien Tuit deed z’n stinkende best het er in deze kalme beginfase ook allemaal stoer te laten uitzien door uitdagend rond te paraderen. Het deed wat denken aan Stranglers-bassist Jean-Jacques Burnel in de jaren ’70, al leek het bij Tuit veel meer pose dan bij Burnel, de wildebras die op het Belgische punkfestival Seaside ooit z’n basgitaar in het gezicht van de podiummixer sloeg.
Na de beide Slowdance-nummers brachten ze ook nog “On Twisted Ground”, “Love Love Love” en “Green and Blue”, wat ervoor zorgde dat het slepend dreigende effect dat ze wouden creëren bijna overhelde richting saai. Ook de subtiliteit die de albumversies van vooral die laatste twee songs kenmerkt, ging jammer genoeg wat verloren. Alsof hij aanvoelde dat het publiek wat in slaap gedommeld was, vroeg zanger James McGovern: “Are you alive?!” vlak voor de band een eerste maal een versnelling hoger schakelde met “For Everything”. Wat volgde was iets waar vooraf op gehoopt werd, maar door hun vreemde aanpak niet meer verwacht werd; de boel ontplofte. Het refrein van “Don’t Cling To Life” werd met gebalde vuisten meegezongen, de helft van ‘More is Less’ zong McGovern te midden van een keiharde moshpit, en op het einde van de aan The Stooges schatplichtige afsluiter “Feeling Fades” stagedivede diezelfde McGovern vol overgave, zoals hij dat later op de avond ontelbare keren tijdens de set van Shame zou doen. Too little too late? Dat nu ook weer niet, daarvoor was het eindstuk te goed, maar dat de passage van The Murder Capital eerder gewoon goed en geen Shame-proporties aannam, hebben ze vooral aan zichzelf te wijten.  

Op zondag was er niet enkel plaats voor beloftevolle gitaarbands, ook gevestigde waarde Deerhunter (zondag 10/11, 21u00) mocht aantreden dankzij curator Cate Le Bon, de producer van hun laatste plaat ‘Why Hasn’t Everything Already Disappeared?’. De Amerikaanse band is een klinkende naam in de indierock, maar heeft een wisselvallige livereputatie, vaak door toedoen van zanger-genie Bradford Cox die door z’n laag concentratievermogen soms aan het brabbelen slaat en de draad wat kwijtraakt.
Op Sonic City toonde Deerhunter dat als de frêle frontman bij de les blijft, ze in staat zijn pure schoonheid te creëren. De back catalogue waar ze uit kunnen putten is veelzijdig, en bevat zowel psychedelische shoegaze, primitive garagerock, hypnotische dreampop, en zelfs elementen van glam- en bluesrock.
In Kortrijk putten ze vooral uit hun laatste release en hun magnum opus ‘Halcyon Digest’, waardoor we het ene moment heerlijke shoegaze (zonder dat het een geluidsbrij werd) en het andere moment escapistische dreampop (zonder dat het ooit nog maar in de buurt van cheesy kwam) geserveerd kregen. De band wist perfect het evenwicht te behouden op de slappe koord tussen verfijndheid en zwaar uithalen. Naar het einde toe verloor Cox eventjes de concentratie toen hij begon te mijmeren over het missen van z’n spirituele zus, de reeds uit Kortrijk vertrokken Cate Le Bon. ”Plains” moest herstart worden, omdat hij moeite had dit live te brengen zonder Cate: “This is a song I normally perform with Cate. I’m thinking about her and how much I miss her. She’s my friend, my very good friend. I’d trade most of the bands playing today for Cate, I’d trade ourselves for Cate.” Dat het écht in een bad mood verkeerde bleek toen hij dramatisch meedeelde hoe hij uit pure heimwee al drie keer z’n hond geskypet had. Zo teder, zo breekbaar. Het had geen invloed op de performance, en het Kortrijks publiek sloot de even fragiele als effortlessly coole Bradford Cox in de armen. En wat had die, zeker na de “where did my friends go?”- jeremiades in “He Would’ve Laughed”, zo verdomd hard nood aan die collectieve warme groepsknuffel.

Voor Deerhunters breekbare prachtset had zich een volledig ander schouwspel voorgedaan op hetzelfde podium. De performance van het duister queer icoon Mykki Blanco (zondag 10/11, 19u00) was namelijk een heuse belevenis. Na een minutenlange intro van z’n DJ, verscheen Mykki op het podium met een speervormig voorwerp dat vermoedelijk ergens in een hoekje backstage lag. Blanco kroop de DJ-booth op, om zich vervolgens Christus-aan-het-kruis-gewijs te presenteren aan het verbouwereerde rockpubliek. “Welcome to my little cabaret, let’s party, Sonic City!Bars over weed, bh’s, American boys en back alleys werden gespit op donkere hip hop trap beats. Het ging van stoelen kapot gooien in een Spaanse furie naar het citeren van Madonna’s teder “Don’t Cry For Me, Argentina”, van de zaal rondcrossen met speer in hand naar de bekentenis redelijk onzeker te zijn over het brengen van “You Will Find It”, de collaboratie met folkartiest Devendra Banhart.
Het meest hallucinante was het laatste kwartier van de performance, toen de DJ remixes draaide van The Prodigy, Jessie J en Dire Straits. Eerst heerste er verwarring, tot de menigte uitzinnig hard begon te feesten. Wat er juist gebeurde , is me nog steeds een raadsel, maar plots waande ik me, vermoedelijk door de belabberde muziekkeuze, het bier dat in de lucht vloog en het om onverklaarbare reden gescandeer van “boereeeuh”, op een Scoutsfuif, een vrij mythische Scoutsfuif dan welteverstaan. En Mykki Blanco, die feestte gewoon mee, zichtbaar genietend.

vrijdag 8 november 2019
Volkomen asynchroon wordt in dit laatste luik kort ingegaan op de bands - gecureerd door Sonic City zelf - die op de openingsavond mochten aantreden. Het Kopenhagens duo Lust For Youth (vrijdag 8/11, 20u20) speelde zeker geen zwakke set, maar de band bewees vooral het Pet Shop Boys synthpop-recept goed onder de knie te hebben. Interessanter werd het als ze ook begonnen te experimenteren met de knoppen, en de beats er meer door kwamen. Al klonk elk nummer een beetje als een mindere versie van hun afsluiter, het très New Order-esque beeldschoon popnummer “Great Concerns”.
Boomers, vitalo’s en andere jaggers konden hun hart ophalen bij de 70’s arenarock van Sheer Mag (vrijdag 8/11, 21u40). Die stadionrockinvloed lijkt bij hen vooral een gimmick, een beetje Spinal Tap met minder cymbalen en flying V-gitaren. Frontvrouw Tina Halladay trapte af met een oer Amerikaanse “yeaaaaaah!”, waarna songs passeerden die schatplichtig waren aan Thin Lizzy en Iron Maiden. Die songs werden nooit té bombastisch, en aan zelfrelativering was er ook geen gebrek (Halladay verklaarde sarcastisch dat ze hoofdpijn had omdat ze eerder op tour een aantal skinheads wat kopstoten verkocht had), al was de gimmick er na drie kwartier wel een beetje af.
Nee, Ceremony (vrijdag 8/11, 23u20) was de winnaar van de avond, en zorgde tot Shame het festival zondagavond afsloot voor de grootste explosie in het publiek. Ceremony is een wat vreemde band, maar wel veruit de interessantste punkband van de afgelopen 10 jaar. Hun roots liggen in de hardcore punkscene, debuut ‘Violence Violence’ uit 2006 klinkt exact als wat je verwacht van een powerviolence plaat met 20 nummers in even veel minuten. Hun geluid evolueerde echter via een aantal omweggetjes - meer gepolijste hardcore op ‘Rohnert Park’ (2010), het Wire-achtige ‘Zoo’ (2012) en ‘L-Shaped Man’ (2015) dat verdacht veel weg heeft van Joy Division - richting de elektronische post-punk van ‘In The Spirit World Now’, dat afgelopen zomer uitkwam.
Ze klinken altijd anders, maar altijd als zichzelf. Hun set kan dus ook alle kanten uit, vooraf was het moeilijk in te schatten of ze vooral nieuwer (en dus zachter) werk gingen brengen, of Ceremony-gewijs geheel eigenzinnig een pure punkset zouden brengen op een festival waar driekwart van het publiek hen niet kent. Wel waren er opvallend veel hardcoreboys uit Kortrijk (die altijd een bruisende scene gehad hebben mede dankzij het pionierswerk van The Pit’s, de beste punkzaal in België) naar Sonic City afgezakt, zij hoopten allicht op dat tweede scenario.
Het werd een mengelmoes zoals alleen Ceremony dat kan, openen met “Presaging The End”, een post-punknummer, om dan daarna het keiharde “Open Head” te spelen. De hardcoreboys begonnen de zaal af te breken met hun side-to-sides en stagedives, maar moesten kort erna weer vrede nemen met nieuwer werk. Zo ging dat eigenlijk een heel optreden lang, ofwel zag je een post-punker dansen op een nummer als “Turn Away The Bad Thing” waarbij de punker met armen gekruist stond, ofwel werd de punker helemaal wild en maakte de post-punker zich pijlsnel uit de voeten vanwege het gevaar op blauwe ogen. “Hysteria” was een hoogtepunt, maar even goed was “In The Spirit World Now” met z’n keytar (je weet wel, zo’n überfoute draagbaar keyboard) dat. De keytar was in geen velden of wegen te bekennen bij de 2 afsluiters: “Sick”, hun anthem bij uitstek, zorgde samen met de powerviolence van “Kersed” voor de hardste moshpits van de avond.

Aangezien het toch bijna eindejaarslijstjes tijd is, afsluitend een Sonic City Top 5: Shame – Ceremony - Squid - Vivien Goldman - Cate Le Bon

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Sudan Archives

Sudan Archives - Flamboyant en teder

Geschreven door

Sudan Archives is een veelzijdige duizendpoot. Dat liet ze ons zien in de uitverkochte AB Club. De concertzaal was voortdurend gevuld met wederzijdse appreciatie tussen Sudan en het publiek. Door deze open, verbonden sfeer was het concert een fijne en interessante beleving. Opvallend was ook haar sterke podiumpresence waardoor alle songs met volle overtuiging werden overgebracht naar het publiek. Sudan’s vermogen voor improvisatie en voeling met verschillende muziekstijlen waren al goed te horen op haar eerste twee EP’s ‘Sudan Archives’ en ‘Sink’. En deze werden alleen maar sterker in haar debuutalbum Athena dat ze op 1 november uitbracht. Door deze unieke kenmerken, waardoor ze nooit echt in een hokje valt te plaatsen, valt ze zeker op als live-muzikante.

Het visuele aspect dat Sudan Archives voorstelde was zeer doordacht. Zoals ze ons bij haar debuutalbum verraste, met een prachtige niets verhullende albumhoes, droeg ze gisteren een flamboyante maar toch elegante outfit. Een lange jurk gemaakt met doorzichtig stof in het wit, zwart en fluorescerend geel allemaal samengevoegd in opvallende plissés en afgewerkt met subtiele accessoires. Haar outfit werd gecomplementeerd door de violet gekleurde spotlights. Waardoor ze leek op een speciale bloem. Maar het was vooral de manier waarop ze haar jurk gebruikte als attribute wat de outfit zo indrukwekkend maakte. Ze creëerde bijna het gevoel dat we in het bijzijn waren van een videoclip
De violiste, zangeres en producer liet alle kanten van haar kunnen horen bij songs als “Confessions” en “Coming up”. Ze haalde regelmatig stevig uit met haar heldere stemgeluid en soleerde op de viool, maar  ook gebruikte ze haar viool als percussie-instrument. Dit deed ze ook soms bij haar microfoon. Deze kleine touches gaven haar concert iets extra. Door de diversiteit van haar nummers leek het alsof ze ons een verhaal vertelde. En tussen haar songs speelde ze intrigerende tussenstukken zoals de “Black Vivaldi Sonata”, waardoor er een groot dynamisch verschil ontstond tussen haar muziek. Deze techniek paste ze ook al toe op haar album en zorgt ervoor dat de hoogtepunten beter in de verf komen te staan.

Door haar diversiteit aan invloeden, en skills als violiste, zangeres en producer is Sudan Archives zeker een interessante muzikante om te volgen voor een breed publiek. Het concert was een verfrissende ervaring met een fijne sfeer in het publiek. Omdat er doorgaans een goed contact lag tussen de muzikante en haar toeschouwers. Momenteel is Sudan druk bezig met haar eerste tour, deze loopt tot maart volgend jaar.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Frimout

Frimout - Ode aan het Vlaamse/Nederlandse lied

Geschreven door


Onder de noemer 'Flits me terug naar de jaren '80' bracht de Vlaamse/Nederlandse band Frimout enkele voorstellingen in 30CC/Schouwburg in Leuven. Dit op zaterdag 9 november en op zondagavond 10 november. De band had ook een speciale voorstelling op zondag omstreeks 16u, waarbij de nieuwste EP 'Ik geloof in jou' eveneens werd voorgesteld. Wij waren erbij op deze laatste voorstelling.  En zagen een bijzonder goed op dreef zijnde band, die alles in het werk zetten om zijn fans te bekoren. En daar, na een lange strijd, met brio in slaagde. Een overzicht van Frimout.

Deel 1 - Met aanstekelijke songs “Flits me terug naar de jaren '80”, “Ik leef voor jou” wordt de namiddag feestelijk ingezet. Het vieren van het leven, zal de rode draad vormen in het volledige concert. Zo zou later blijken. Bovendien is die een ware ode aan het Vlaamse en Nederlandse lied. Stef vertelt hoe, in tegenstelling tot in Vlaanderen, in de jaren '80 in Nederland de Nederlandstalige muziek begon te bomen. Mede dankzij het TV programma 'Op Volle Toeren'. En uiteraard was er Doe Maar die menig jong meisjes hart sneller deed slaan. Een band waarvan dan ook twee songs naar voor werden gebracht “Belle Hèlèna” en “Smoorverliefd”. Na een wervelend begin is de tijd gekomen voor een eerste intiem moment, waar Stef zingt over zijn dochter: “Meisje (ik laat je los)”, een moment waarbij we toch even een traantje wegpinkten.
Uiteraard is Frimout een band, dat werd ook duidelijk de verf gezet. Na de songs: “Het Huis waar ik woon” en “Marcel”, was het de beurt aan Elien Boermans om haar zangkunsten te tonen. Dit op “Samen zijn”. Daaruit blijkt dat deze zangeres over een zeer warme en soulvolle stem beschikt waarmee ze mening harten raakt, en ook de dansspieren aanspreekt. Want ze kan veel toonaarden aan. Dat zet ze meermaals in de verf. Ook waren we onder de indruk van de topmuzikanten binnen de groep, die zich ontpoppen tot klanktovenaars. Maar toch waren we vooral onder de indruk van de lekkere aanstekelijke gitaar riffs van Dave Elli die gitaarvirtuositeit naar voor bracht die meerdere keren aan de ribben blijft kleven. Zijn inbreng was dan ook een voortdurende streling voor het oor. Bij “Hotel Paradiso” mag Leuvens fenomeen Luk Vankessel de vocalen voor zijn rekening nemen, waarna de band afsluit met wederom een intiem moment tussen Stef en Jan Beyen die ons betoverde op zijn piano. Even gaat het mis, en de zong gaat compleet de mist in. Maar gelukkig herpakt het duo zich en sluit het eerste deel af met een wondermooi “Geef me nu je angst”, dat ons weer in tranen achterlaat.

Deel 2 - In deel 2 is er weer plaats voor Vlaamse of Nederlandse folklore. Zo krijgen we “Breek uit jezelf” van Wim De Craene  voorgeschoteld, en “Ik dans dus ik besta” van Het Goede Doel. Ook op het aanstekelijke “Copacabana”, een song uit de nieuwe EP is het moeilijk stil zitten.  En toch had Frimout het wat moeilijk om een apathisch publiek tot bewegen aan te zetten. Stef is echter een klasse entertainer en charismatische frontman die de strijd aangaat, en niet loslaat tot hij de oorlog heeft gewonnen. Na herhaaldelijke pogingen, lukt het toch de handen in de lucht te krijgen, of bij “Sterren zien” de lichtjes van de GSM's die zorgen voor een soort sterrenhemel in de zaal, magisch mooi moment was dat. “Toffer dan tof” is ondertussen een beetje uitgegroeid tot een Frimout klassieker en wordt gevolgd door 'het wondermooie “Ik geloof in jou”. “Mooie dagen” van Johan Verminnen is uiteindelijk een sluitstuk van een feestelijk tweede deel. Het publiek is eindelijk wakker geschud en vraagt om meer. Al gauw komt Frimout terug met een mooie ode aan Will Tura bij “Mooi 't leven is mooi” uiteindelijk door iedereen mee gebruld. En “Superman”.

Besluit: Frimout bewijst in Leuven van veel markten thuis te zijn. Ergens tussen troubadours, verhalenvertellers en kleinkunst gekruid met de nodige ballads en pop deuntjes; binnen een Nederlandstalige omkadering vinden we Frimout altijd terug. Van aanstekelijke songs gaat Frimout zonder moeite over naar songs die je hart diep raken. Bovendien bestaat de band uit top muzikanten en een frontman die dus niet los laat tot iedereen zingt, danst (ook al bleef men mooi in de stoelen zitten) en vooral geniet tot de toppen van de tenen. Als je ook een toch wat meer apathisch publiek daarmee uiteindelijk kunt inpakken, moet je als artiest of band uit het verdomd goede hout gesneden zijn. En dat laatste is bij Frimout zeker het geval. De band won deze thuismatch dan ook op de punten, en krijgt een extra pluim op de hoed voor het leveren van een niet aflatende inspanning, om iedereen met een brede glimlach naar huis te sturen.

Setlist: DEEL 1: Flits me terug naar de jaren '80 - Ik leef voor jou  - Belle Hèlène - smoorverliefd (Doe Maar) - Meisje (Ik laat je los) - Het huis waar ik woon - Marcel - Samen Zijn - De vrouw van mijn leven - Alleen met jou (Clouseau) - Hotel Paradiso (Luk Vankessel) - Geef me nu je angst
DEEL 2: Breek uit jezelf (Wim De Craene) - Ik dans dus ik besta (Het Goede Doel) -Copacabana - De muziek zit in mijn bloed - Kronenburg Park (Frank Boejien) - Sterren zien - Toffer dan tof - Lieve Loemoemba - Ik geloof in jou - Je hebt het mij beloofd - Mooie Dagen (Johan Verminnen)
BIS: Mooi, 't leven is mooi (Will Tura) - Superman

Organisatie: VZW Frimout - 30CC/Schouwburg Leuven

Unholy Congregation 2019 - Occulte totaalbelevingen op een koude novemberdag

Geschreven door

Unholy Congregation 2019 - Occulte totaalbelevingen op een koude novemberdag
Unholy Congregation 2019
De Qubus
Oudenaarde
2019-11-09
Erik Vandamme

Unholy Congregation is een gezellig festival omgeven door walmen van duisternis. Binnen een intieme sfeer krijg je hoogstaande black metal voorgeschoteld, In 2018 ging de eerste geslaagde editie door in The Qubus, Oudenaarde.

Het verslag hiervan kunt u hier nog eens nalezen http://www.musiczine.net/nl/festivalreviews/item/71878-unholy-congregation-2018-donkere-intensiviteit-binnen-een-geladen-en-sombere-sfeer.html  

Op 9 november ging de tweede editie door, deze keer kwam er toch een pak meer volk dan op de eerste editie. Waardoor dit gezellige festival wel eens een blijvertje zou kunnen worden binnen de underground van black, doom en andere donkere metalen. Wat het programma betreft zagen we over de gehele avond bekeken niet allemaal hoogvliegers, maar wel acht bands die ons donker hart innig konden verwarmen door het brengen van een occulte totaalbeleving binnen een zeer duistere setting.

Omstreeks 15u gingen de deuren van de Hel open en trad een gemaskerde en onherkenbare groep demonische wezens aan op het podium. Iteru (****) bestaat uit enkele topmuzikanten met al veel meters op de teller, en een imposante zanger die niet alleen vervaarlijk zwaaide met zijn armen maar ook door middel van een ijzingwekkend stembereik je op dit vroege uur al een eerste angstaanval bezorgde. Vooral de gevarieerde setting, met stevig uitpakken en kalmere, maar daarom niet minder dreigende momenten, zorgden ervoor dat je u als aanhoorder gewillig liet meedrijven over die donkere en intensieve walmen die Iteru je aanbood. De band zou, zoals we hadden vernomen, in december een plaat op de markt brengen: 'Into Demise'. Een schijf waaraan ook wij de nodige aandacht zullen besteden. Live wist Iteru alvast de eerste gensters in ons donker hart te slaan, en liet ons totaal van de kaart achter in de duisternis.

Het contrast met die vervaarlijke demonische wezens van voorheen, en de liefelijke verschijning van de dames van Doodswens (****) kon niet groter zijn. Vergist u echter niet eens het uit Eindhoven afkomstige duo Fraukje van Burg (vocalist en gitaar) en Inge van der Zon (drums) die doos van Pandora open smijt, ontstaat wel degelijk een duistere wervelstorm die aanvoelt als klauwen die je bij de strot grijpen en niet meer los laten tot je nog maar eens totaal murw geslagen in de donkere hoek van de ring terecht komt. Dit is in grote mate de verdienste van een drumster die haar drumvellen bedient alsof demonische wezens het van haar hebben over genomen. En een zangeres die cleane vocale inbreng combineert met duivelse screams komende vanuit de donkerste krochten van de Hel. Het zorgt voor een intensieve atmosfeer, waardoor je eens onder hypnose gebracht staat te trillen op je benen van pure angst. Dat Doodswens met twee op het podium kunnen verwezenlijken, waar een voltallig band zelfs niet in slaagt, dat is een extra duistere pluim op de hoed van dit bijzondere duo, die na het optreden weer veranderen in uiterst vriendelijke dames, die met een brede glimlach hun fans te woord staan. Over contrasten gesproken.

Na deze twee eerste mokerslagen hadden we gehoopt dat de avond verder zou verlopen op diezelfde wijze. Echter kon CRONE (***) ons iets minder bekoren. De band bestaat uit top muzikanten die eveneens pure duisternis uitstralen, vooral instrumentaal werden dan ook diepe gensters geslagen. Daarover bestaat het minste twijfel. De vocale inbreng was echter iets minder overtuigend. Bovendien bleef alles wat te nadrukkelijk hangen binnen een iets te gezapige atmosfeer. Het gemis van diepe intensiviteit, die toch nodig is om ons over de streep te trekken bij een black metal concert, ontbrak hier een beetje waardoor we dus jammer genoeg op onze honger bleven zitten.

Kludde (****) brengt atmosferische black metal, waarbij ook een mythisch en donker verhaal wordt verteld. Op hun laatste schijf 'In De Kwelm' gaat het over de Aalsterse Folklore, een schijf die we gezien de achtergrond daarvan zeker kunnen aanraden. De voorwaarde om Kludde te begrijpen,  is dan ook totaal mee zijn met het verhaal dat ze vertellen. Eens je in dat boek begint te bladeren, stijgt de spanning en voel jeje wegglijden naar ofwel een ver verleden, ofwel die sprookjesachtige wereld van mythes en legendes. Een optreden van Kludde is eigenlijk niet verschillende songs, maar een samenstelling van een verhalenbundel met begin, tussenstuk en oorverdovend slot. We vleiden ons dan ook dicht bij het podium, om die intensiviteit die de band in een lang uitgesponnen set - er ware amper of geen rustpunten - ons aanbood echt te voelen. Niet alleen de samensmelting van verschroeiende gitaar en drum geluiden, gebracht door één voor één topmuzikanten binnen hun genre, dreven ons tot pure waanzin. Eens de frontman van dienst zijn strot open zet, voelt het aan als een koude wind die recht doorheen je hart boort. Waarna die demonische wezens uit Folkloristische verhalen je voor de geest verschijnen en het letterlijk van jou overnemen.
Kortom: Bij zo een bijzonder intensief optreden van Kludde  laat je best je fantasie de vrije loop, wat wij dus ook bewust hebben gedaan. Waardoor we na een hevige set van circa drie kwartier totaal verweesd achterbleven in wederom die donkerste hoek van de zaal.

Ook de Nederlandse band Bezwering (***1/2) verstopt veel verhalen over mythes en legende in zijn muziek. Deze band is eigenlijk een soort van wederopstanding van Wederganger, een band die in het verleden voldoende zijn stempel heeft gedrukt op het typische black metal gebeuren. Bezwering bewandelt eigenlijk min of meer diezelfde paden als Kludde, en brengt eveneens een set boordevol occulte atmosferen.
Voor ons persoonlijk ging het net te iets teveel diezelfde lijn uit om ons echt over de donkere streep te trekken. Maar Bezwering zorgt, wederom in verlengde van Kludde, toch weer voor een fantasie prikkelende sfeer in ons hoofd en donkere hart, waardoor we nog maar eens afgleden naar een spookachtige wereld met trollen, feeën, weerwolven en andere mythische wezens uit het fantasierijk dat we ons prompt voor de geest haalden.
De band bestaat bovendien uit muzikanten en een zanger met enorm veel kilometers op de teller, en liet niet los tot iedereen in de zaal gewillig uit zijn donkere hand zou eten. Missie geslaagd dus, met dank aan de knipoog naar folklore en occultisme binnen het verhaal.

"Black Metal with a melodic darkness" Zo wordt Djevel (***1/2) op zijn facebook omschreven. Na enkele occulte totaalbelevingen schakelt Djevel dan ook over naar een andere versnelling. We krijgen een pure black metal set voorgeschoteld met een melodieuze tongval. Daarbij viel vooral de gestroomlijnde wijze waarop de gitaristen van dienst meerdere donkere riffs door de strot rammen, nog het meest op. Djevel bestaat dus vooral uit een instrumentaal technisch hoogstaand combo van muzikanten die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn. Dat wordt over de gehele set voortdurend in de donkere verf gezet. Vocaal werd daar niet zoveel aan toegevoegd, maar dat instrumentaal vernuft zorgde toch voor meerder kippenvelmomenten en haren op de armen die recht kwamen van puur innerlijke pijn en genot.
Waardoor Djevel ons toch gedeeltelijk over die donkere streep kon trekken.  Maar helaas, doordat alles wederom bleef hangen binnen een iets te gezapige atmosfeer, bleven we ook nu weer een klein beetje op onze honger zitten. Want dit smaakte eigenlijk naar meer intensiviteit, die we helaas niet voorgeschoteld kregen. Voor de rest hoor je ons echter niet klagen. Deze Noren raken ons net door dat voornoemde instrumentaal vernuft, wel degelijk op de juiste donkere plaats in ons hart.

De Noorse band Helheim (****), die al sinds 1992 aan de weg timmert, wordt omschreven als pioniers van Viking metal, met een donkere twist. De ervaring binnen het vak zorgt ervoor dat je een set voorgeschoteld krijgt, waar nergens een speld valt tussen te krijgen. Liefhebbers van typische Viking metal zullen wellicht hebben genoten van deze toch zeer hoogstaande set, waar je een band hoort en ziet die eigenlijk niets meer hoeft te bewijzen.
Puur technisch bekeken, slaat Helheim dan ook een intensieve weg in die ofwel je tot waanzin drijft, of net ervoor zorgt dat je richting bar een vers drankje gaat halen. Er is geen tussenweg mogelijk. Wijzelf geraakten wel in vervoering van dit black metal concept gekruid met die elementen uit het Vikingrijk die de band ons voorschotelt. En lieten ons dan ook gewillig meevoeren naar die duistere tijden van toen. Maar de meningen over dit optreden zullen naar onze mening wel degelijk uit elkaar liggen, vrezen we een beetje. Want we zagen ook veel mensen de zaal verlaten en genieten van een frisse pint op de bankjes buiten de zaal.

Ook de in 2000 opgerichte band Vemod (***1/2) komt vanuit Noorwegen naar Oudenaarde afgezakt, om deze tweede editie van Unholy Congregation af te sluiten binnen een eerder doomachtige atmosfeer. De ingrediënten van doom metal waren alvast aanwezig, al is dat eerder subtiel te noemen. Want het draait bij Vemod zeker om pure black metal. Ook deze band blijft, wat aankleding betreft, diezelfde lijn bewandelen. Je moet dus als aanhoorder, en dat is aderhand bekeken toch een rode draad doorheen deze hele avond, mee zijn met het verhaal dat de band je aanbiedt. Vemod zorgt voor een intens en donker sluitstuk, dat ons in donkere gedachten achterlaat. En zet de puntjes op de 'i' wat betreft de titel van dit verslag: 'Een occulte totaalbeleving, binnen een donkere omkadering'.

Besluit: Deze tweede editie van Unholy Congregation is niet alleen door de grotere publieke opkomst een geslaagde editie geworden. De bijzonder gezellige sfeer - als je dat zo kunt noemen bij black metal optredens - zorgt ervoor dat dit evenement een blijvertje kan en zal worden binnen dat typische black metal gebeuren. Want ook al zie je wat festivals betreft door het bos de bomen niet meer, de black metal liefhebber vindt niet zo vaak festivals die puur en alleen hen aanspreken, ook al zijn er links en rechts zeker nog alternatieven. Waardoor een evenement als Unholy Congregation in de toekomst zijn stempel zal kunnen blijven drukken op dat black metal gebeuren, mede door een puike organisatie waar geen donkere speld valt tussen te krijgen.

Organisatie: Unholy Congregation

Hans Zimmer

The World of Hans Zimmer - Verre van een huiskamerorkest

Geschreven door

The World of Hans Zimmer - Verre van een huiskamerorkest
‘The Da Vinci Code’, ‘Pirates of the Carribean’, ‘Gladiator’, ‘The Lion King’ … het zijn enkele blockbusters die tot het collectief geheugen van meerdere generaties behoren, tenzij je onder een steen in Chocowakije leefde de voorbije dertig jaar. Wat deze films zo memorabel maakt, is, naast de verhaallijn, ook de muziek gecomponeerd door Hans Zimmer.

Sinds 1980 heeft deze Duitser al een 150-tal films voorzien van muziek en hiervoor al een waslijst aan awards in de wacht gesleept. Het mocht dan ook niet verwonderen dat het Sportpaleis afgeladen vol zat voor The World of Hans Zimmer, een groots opgezet spektakel met live orkest en koor dat een ode brengt aan Hans Zimmers oeuvre. De man was er zelf niet bij maar had wel zijn vaste solisten afgevaardigd. 
Het concert startte iets later dan verwacht aangezien niet iedereen tijdig op bestemming raakte. Dana Winner speelde die avond eveneens in een uitverkochte Lotto Arena, dus dat had er ongetwijfeld iets mee te maken. Na de nodige reclameprojectie voor de cd, lp en het programmaboekje van de show - ja ja, dit is een commerciële productie - kwamen de muzikanten het podium op en werd de muziek ingezet van ‘The Dark Knight’, misschien wel de beste Batmanfilm ooit. Het lied begon grauw en dreigend, zoals Gotham City zelf, en barstte  dan los naar het einde toe.
Dirigent Gavin Greenaway, compagnon de route van Hans Zimmer, leidde zo het symfonische orkest van het Wit-Russische Bolshoi Theater naadloos naar de soundtrack van ‘King Arthur’, de epische kraker uit 2004. Om de typerende oosters getinte tonen van het lied in de verf te zetten werd fluitvirtuoos Pedro Eustache naar voren geroepen. Wat een auditieve bevrediging om deze man de doedoek - een dubbelriet blaasinstrument uit Armenië - te horen bespelen! Terwijl het publiek ondertussen naar de trage opmars van koning Arthur en vrienden luisterde en keek, schoven twee videopanelen weg om aan weerszijden van het podium stellingen te onthullen waarop het Wit-Russische radio- en televisiekoor stond. Dergelijk tafereel speelde zich ook af bij het spelen van o.a. ‘Mission Impossible’, ‘The Lion King’ en ‘Gladiator’.
Tussen de verschillende soundtracks door werden vaak videoboodschappen getoond van meesterbrein Hans Zimmer, al dan niet vergezeld door iemand die iets te maken had met het volgende lied. Dit zorgde voor een dubbel gevoel: langs de ene kant voelde je je op die manier verbonden met Zimmer, langs de andere kant was het vervreemdend aangezien de man er zelf niet was. Naar het einde toe werd deze denkbeeldige scheiding wel doorbroken toen Zimmer op zijn vleugelpiano “Time” uit de film ‘Inception’ inzette en het orkest live inpikte. Dit was samen met het beklijvende “Now We Are Free” uit ‘The Gladiator’ en slotlied “Drink up me Hearties Yo Ho” uit ‘Pirates of the Carribean’, ongetwijfeld het hoogtepunt van de avond.

The World of Hans Zimmer was een audiovisueel pareltje dat zijn gelijke niet kent. Niet enkel zorgde het orkest en koor voor een stevige muzikale basis, ook de solisten deden meer dan hun duit in het zakje. Vooral gitarist Amir John Haddad en celliste Tina Guo lieten een indruk na.
De perfecte harmonie tussen de verschillende muzikanten en de beelden uit de films lieten ons even afdalen in de wereld van Hans Zimmer, een wereld waarin tragiek, romantiek en alles daartussen slechts een noot van elkaar verwijderd liggen.
Wie Hans Zimmer zélf graag aan het werk ziet, duidt best snel 21 februari 2012 met stip aan in de agenda, want dan komt de componist met zijn gezelschap naar het Sportpaleis voor een wederom memorabele avond filmmuziekplezier.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/the-world-of-hans-zimmer-09-11-2019.html

Organisatie: Greenhouse Talent

Lost Frequencies

Lost Frequencies - Te weinig ‘live’?

Geschreven door

Tomorrowland, misschien wel het meest feërieke festival ter wereld, heeft de afgelopen jaren de Belgische dj-scene een aardige boost gegeven. Niet alleen op nationaal, maar vooral ook internationaal niveau dingen onze landgenoten mee voor plekjes op de grote podia. Een van de grootste acts is momenteel nog steeds de Brusselaar Felix De Laet, die onder zijn artiestennaam Lost Frequencies heel de wereld verkent. Nadat hij in 2017 nog in de Antwerpse Lotto Arena stond, speelde hij gisteren een thuismatch in een goed gevuld Vorst Nationaal. Met een gloednieuwe liveset stelde hij er zijn nieuwe album ‘Alive and Feeling Fine’ voor.

“Like I Love You” was de track die de keet in vuur en vlam mocht steken. Het druk bevolkte middenplein volgde elke instructie en maakte er meteen een gigantisch feest van. Tijdens radiohit “Reality” kregen we dan voor het eerst live vocals te horen. De eer was weggelegd voor Kye Sones. Hij is inmiddels de vaste zanger van de liveshow en kreeg de zaal vlotjes mee. Ook vocaal was hij consistent en bracht hij de meeste nummers zeker niet slecht. Qua performance herinnerde hij ons wel vaak aan schlagerzanger Christoff, maar het bleek niemand verder te storen.
In de langer dan anderhalf uur durende show bracht Felix niet enkel eigen nummers, maar liet hij zich meerdere keren verleiden om Brusselse helden zoals Angèle of Stromae te remixen. Ook feestklassiekers “American Boy” van Estelle & Kanye West of “In The Shadow” van The Rasmus kregen een beatsausje van de Brusselse dj en producer. Telkens wisselden rustige momenten en grote opbouwen elkaar af en zo zorgde het vaste patroon van elke remix ervoor dat het in de voorspelbaarheid terecht kwam.
Heel de show lang slopen er heel wat voorspelbare momenten in de set, wat we vooral wijten aan het gebrek van diversiteit. Alhoewel de term ‘liveshow’ veelbelovend klinkt en we ook heel wat herwerkte versies van zijn hits kregen, vonden we het een gemiste kans dat geen enkel nummer eens uit de elektronische context genomen werd en bijvoorbeeld akoestisch gebracht werd. “Here With You” startte nog veelbelovend met enkel piano en zangeres Audrey Janssens, maar vervloog uiteindelijk toch in de stevige beats. Janssens was bovendien ook niet helemaal toonvast en liet de zenuwen her en der de bovenhand nemen.
Nadat Lost Frequencies met dezelfde set al door Amerika en Europa tourde, kreeg de productie in Vorst dan een aardige upgrade. Een groot podium met ledwalls, vuurwerk, confetti, vlammenwerpers… aan alles werd gedacht om nummers als “All Or Nothing” of de drum ‘n’ bass track “Black & Blue” visueel interessanter te maken. Buiten een extra grote opbouw of kleine extraatjes waren deze tracks bijna klakkeloos dezelfde als in de studioversie. “Are You With Me” kreeg dan wel weer een stevige remix, maar afsluitende track “Sun Is Shining” was uiteindelijk de finale afknapper. Het ontbrak gewoon aan ziel en daar hielpen de duizenden fans die meezongen niets aan.

‘Let’s have a night no one will ever forget!’ kregen we van Kye Sones te horen ergens in het begin van de show, maar we vrezen dat we deze liveshow binnen een week al weer helemaal vergeten zijn. Niet omwille van het visuele aspect, want dat was uitstekend, maar omdat we muzikaal toch wel serieus op onze honger bleven zitten.
De term ‘live’ verwekt bij ons gewoon veel meer verwachtingen en niet alles bleek uiteindelijk echt ‘live’ te zijn. Felix zelf beperkte zich tot het induwen van enkele knoppen of het spelen van synths, maar duidelijk horen konden we dat telkens niet echt. Dit was echter geen domper op de feestvreugde van de aanwezigen, want zij dansten de koude nacht in.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/lost-frequencies-09-11-2019.html
Organisatie: Live Nation ism Tomorrowland

Golden Earring

Golden Earring - Een gouden bruiloft in glans

Geschreven door

Het Nederlandse Golden Earring weet verschillende generaties rockliefhebbers aan te spreken en te verbinden . Een goed gevulde Brielpoort, jong als oud, kon de Gouden Bruiloft van deze doorwinterede knarren vieren en hielden het kwartet nauw aan hun hart…

De oude en nieuwe generatie heeft altijd wel eens Golden Earring laten vallen . Een band die steevast op de plaatselijke dorpsfuif of in de tops aller tijden te horen is … Vijftig jaar bij elkaar in dezelfde samenstelling, reden voor een handvol feestconcerten, die o.m. halt hield in ons landje … Knap wat ze deden , knap wat ze nog steeds doen , zo goed en blindelings op elkaar ingespeeld zijn, wat oeverloos respect afdwingt .
En het rockte vanavond in de Brielpoort , een kleine twee uur lang . ‘Forever young’ hoorde ik links en rechts zeggen . Inderdaad, op die muziek blik je genadeloos terug naar die 70s en 80s, een halve eeuw jonger voelen , om dan de andere dag het dubbele in leeftijd te voelen . Zucht …
De blauwe rockjeans en de zwarte spijkerjassen werden opgestoft . Ook de vier heren , de pensioengerechtigde leeftijd overstijgend, hebben nog voldoende energie in hun getekende lijf om van een rockavondje een topavondje te maken!
Het kwartet zeventigers Barry Hay, George Kooymans, Rinus Gerritsen en Cesar Zuiderwijk, imponeren nog steeds door de jaren heen,  sinds eind 1969 de formatie Golden Earring . “Radar Love”, “Long blond animal”, “When the lady smiles”, “Twilight Zone” en “Vanilla Queen”, songs in het geheugen gegrift, en die net de feeststemming bezorgen. Het gitaarspelen , het drummen , het lijkt zo’n evidentie . Elk krijgt voldoende ruimte z’n ding te doen , alsof we terug  in de tijd gekatapulteerd worden. In het rockconcept sijpelt de psychedelica door en dat hoor je ongetwijfeld in de overgangen in hun materiaal of als er tijd en ruimte wordt vrijgemaakt voor minutenlange soli. Jonge gasten haken hier af , bij de oudjes fonkelen de ogen en tuten de oren … “Radar love” was er zo eentje , de tics, het ritme, … het houdt je ‘forever young’ … Die vier kunnen niet zonder elkaar en dan laat een vijfde man de sax zweven op verschillende nummers.
Een puur, oprecht , écht  geluid creëren ze , zoals een Zeppelin, The Who, Black Sabbath, Pink Floyd, Queen, Iron Maiden, het samen met hen deden en doen.
Ook nieuw(er) materiaal wordt in de setlist gestopt , o.m “Say when”, de recente single, de eerste in vier jaar tijd en doet hopen op misschien een nieuwe release van deze heren …

Live spelen blijft het leukst, zeggen ze.  Dit is zo mooi: een groep muzikanten die al zo lang verschillende generaties weet te boeien en te amuseren. Wat zij doen is écht bijzonder. Rock’n roll will never die … Die muzikanten plakken graag nog eens vijftig jaar vast aan het jubileum. Lekker! The devil made them do it . Kom maar, heerlijk!

Foto homepag @ Marcel Wagenaar

Organisatie: House Of Entertainment

Black Snow In Summer

Black Snow In Summer - cd release - Donkere electro gloed in Wevelgem

Geschreven door

Kurt Vanhollebeke sleutelt al sinds 2013 eigenzinnig en vastberaden aan zijn donkere elektronische minimal muziek. Eerst in zijn eentje maar sedert vorig jaar maakt hij hiervoor ook gebruik van een zangeres. Eerst was er Joyce Huvaere en sedert 2019 neemt Corina Baekeland de vocals voor haar rekening. Die verandering zorgde ook voor een andere dimensie aan de songs. Ze werden nog wat donkerder. Er werd een en ander opgenomen (door Mika Goedrijk) en zo werd er deze zomer besloten om een album uit te brengen: ‘Shadows At Night’ van Black Snow In Summer. Binnenkort de review!

Om de plaat wat luister bij te zetten was er een optreden voorzien in de zaal boven café Alpha. Daar was een minimum aan licht en kaarsjes voorzien om meteen het volk in de juiste stemming te brengen. En volk was er zeker en vast, zo’n zestigtal mensen vonden de weg naar deze donkere underground releaseparty.
Ook voor de band in deze bezetting was het hun vuurdoop op het podium. Er werd begonnen met “Run”; de instrumentale opener van het album. Daarna trad Corina B. naar de voorgrond en kregen we “Leaving Me” en “Another Sleeples Night” te horen. De spoken-word vocals deden het live goed en kwamen overtuigender en minder eenvormig over dan op plaat.
De instrumentale cover “Love Will Tear Us Apart” van Joy Division was een mooie versie maar zat misschien wat te vroeg in de set. Het haalde wat het tempo er terug uit. Maar het was natuurlijk hier vanavond ook geen dansmuziek dat we te horen kregen. Eerder een donkere rit waarbij de zangeres een beetje de choreografie verzorgde door gebruik te maken van een zwarte doorzichtige sluier.
In de daaropvolgende tracks onthou ik “Weakness” en vooral “Power And Corruption” met zijn krachtig statement.
Er stond ook nog een song op de setlist die recent van nieuwe lyrics werd voorzien en daarom het album niet haalde. Die track paste naadloos tussen de rest. Er werd afgesloten met het instrumentale “Hope”. Mocht het budget of de mogelijkheden het toelaten dan zouden bijpassende screens of belichting zeker en vast een meerwaarde betekenen ter ondersteuning van de muziek.

Na afloop hoorde ik veel goeds. De fans van dit genre vonden het een aanwinst. Velen vonden het live sterker klinken dan op plaat en de mensen die niet vertrouwd waren met deze muziek vonden het een speciale/bijzondere ervaring.
Zo zie je maar het moet niet altijd van The Voice afkomstig zijn om een entertainende avond mee te maken.

Organisatie: Black Snow In Summer - Zaal Alpha, Wevelgem

Portland

Portland - De gevarieerde dreampop van Portland raakt diep!

Geschreven door

Van sommige concerten weet je eigenlijk al bij voorbaat waar u zich kunt aan verwachten. Echter dient een voetbalmatch altijd te worden gespeeld, eer je de uitslag echt kunt weten. Portland deed ons hart bloeden van intens genot op een zomerse namiddag op Rock Herk in 2018. We schreven daarover: ''Heel even voelt het aan alsof geen honderden mensen rondom mij staan, maar ik ver verwijderd van de realiteit in een soort sprookjes wereld ben terecht gekomen." Met hun debuut 'Your Colours will stain' onder de arm deed de band dat kunstje gewoon over door de temperatuur in een uitverkochte AB Box tot een kookpunt te doen stijgen. Niet door geluidsmuren af te breken, maar door harten diep te raken binnen een gevarieerde setting.

Dat laatste deed voorprogramma The Feather (***1/2) feitelijk al in het eerste half uur van de avond. De band moet het hebben van een combinatie van aanstekelijke gitaar/drum partijen, binnen een folkse atmosfeer. En een kruisbestuiving tussen uiteenlopende stemmen van vocalisten die door hun warme stem de haren op je armen doen recht komen. De bijzonder spraakzame frontman sprak trouwens zijn publiek voortdurend aan, en kon daardoor een reeds goed gevulde AB Box gemakkelijk uit zijn hand doen eten.
Besluit: The Feather overtuigde ons volledig in dat half uurtje, en maakt ons benieuwd naar meer. We hebben al slechtere voorprogramma's meegemaakt.

Ook Portland (****) schippert tussen breekbare songs, en deuntjes die op de dansspieren werken. Een gevarieerde aanpak waarmee ze ruimschoots anderhalf uur de aandacht scherp weten te houden. Buiten enkele terugvallen, valt er gedurende de volledige set dan ook nergens een speld tussen te krijgen.
Het basis duo Jente Pironet en Sarah Pepels laat zich dan ook omringen door top muzikanten die de muziek van Portland tot een magische hoogtepunt opdrijven. Ook al trekken beide, eerder onbewust, de aandacht naar zich toe - dat laatste mag toch ook in de verf worden gezet. “Lucky Clover” opende een doosje van pure melancholie, met streepjes weemoed zonder de treurige kant op te gaan. Meteen je publiek bij de lurven grijpen, en niet meer los laten tot het einde moet de band hebben gedacht. Daarvoor haalt Portland alles uit de kast. Van aanstekelijke songs als “Killer’s Mind” gaat het moeiteloos over naar breekbare momenten waar je soms een speld kon horen vallen in de zaal.
Hoogtepunten? Het zijn er eigenlijk teveel om op te noemen. De gehele set was één aaneenschakeling van magische momenten waar we een band zien die blijft groeien in zijn kunnen. Een ander mooi moment is als Patricia Vanneste , voormalige violiste van Balthazar, haar kunsten mocht tonen bij “Expectations”. Eén van die vele momenten waarbij de zaal naar adem moest happen.
En dan moesten de mooiste nog komen. Bij “Pearls” nam Sarah plaats achter haar piano en kreeg de zaal muisstil door haar breekbare en kristalheldere stem  in de strijd te gooien  zorgde ze dan ook voor meerdere kippenvelmoment. Waarna weer een intiem pareltje volgde in de vorm van “Ally Ally”.
De sterkte van Portland is echter dat ze die rustmomenten net lang genoeg laten duren om u weg te voeren naar andere oorden. Maar door daar eerder dansbare songs te laten op volgen, ervoor zorgen dat je ook niet in slaap wordt gewiegd. Bij “You misread me” werden alle registers namelijk nog eens open gegooid, en hoor je weer eens wat voor een bruisende band Portland 2019 is geworden. Een band waarbij iedereen duidelijk dezelfde kant uitkijkt trouwens.  “Deadlines” liet Jente eveneens horen van zijn meest breekbare kant, waarna de andere muzikanten in de finale aanpikken om deze song in een climax te doen openbarsten. Tijdens de bisronde bleek bij “Moonlit” nog maar eens hoe de samensmelting van Jente zijn stem en deze van Sarah uitmonden in een tranendal, zo diep raken ze me vanbinnen. De band sluit, het publiek uitgebreid bedankende, af met “Pouring Rain”. Een song die door alle aanwezigen werd meegebruld, tot ver naar achter.

Besluit:  Er hing in AB een pure magie in de lucht die ons de toch wat koudere temperaturen op deze novembernacht prompt deden vergeten. Met dank aan Portland die liet zien en horen dat ze langzaam maar zeker evolueren van een veelbelovende band, naar een gevestigde waarde die nu en zeker in de toekomst , verder zijn stempel zal drukken op de dreampop en in andere Belgische muziekmiddens.

Setlist: Lucky Clover - Step Aside - Killer’s Mind - Lady Moon - Expectations - Ally Ally - You Misread Me - Matilda (Alt-J Cover) - Sad Eyed Plain Butterfly - Pearls - Secrets - Deadlines
Encore: Moonlit - Pouring Rain

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set op Pukkelpop 2019 (@Karel Uyttendale)
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/pukkelpop-2019/portland-16-8-2019.html
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation - Black Box Revelation, zonder meer, met een extra couche erop!

Black Box Revelation - 6 jaar. Zo lang was het geleden dat Jan Paternoster en Dries Van Dijck een concert in Gent gaven. Twee langspelers later stonden ze opnieuw in de concertzaal van de Vooruit. Ondertussen spreken we van een duo met drie, want multi-instrumentalist Jasper Morel vervoegde Jan en Dries voor het maken en voorstellen van nieuwste plaat ‘Tattooed Smiles’.

“Kick the Habit”, openingssong van die plaat, was ook de eerste die wij te horen kregen. Wankele start, moeten we eerlijk zeggen. Zeer gezapig ritme met wat dommige lyrics zoals: “I'll steal your heart, every piece. I'm your criminal, babe”. Ja, het zal wel Jan.
Gelukkig was het eigenlijk de enige misser van de set. Nadat het eerst nog een beetje roestig overkwam klonk al snel “Gravity Blues”, en daarna ook “Gloria”. Jasper Morel kon ook zijn ei kwijt met een paar geniale solo's op gitaar en het samenspel met Paternoster was om duimen en vingers van af te likken. Ondertussen at het publiek uit de hand van de sympathieke jongens van de Black Box Revelation. “War Horse” was het hoogtepunt van de avond. Telkens opnieuw begonnen de gitaren te ronken. Het publiek bleef roepen naar een extra stukje van Jan zijn gejengel, wat hij met graagte gaf. Tot drie, vier keer toe werd het refrein als een motorboot weer opgestart. We durven denken dat alleen het publiek in de Vooruit in Gent zo fel kan reageren. Eva De Roo zag dat het helemaal goed zat.
Ook “Never Alone/Always Together” klonk steviger in het echt dan op de plaat en evolueert nog steeds. Elf jaar geleden hoorden we het nummer voor het eerst, toen Jan en Dries nog tieners waren. Nu is het één van de vele steengoede songs in de set. Tussendoor luisterden we nog naar nieuwste single “Yellow Belly”, - “mwa” - en “Tattoed Smiles”, titelsong van de laatste plaat. Het was een opbouw naar een knallende finale. Want afsluiten deden Dries en Jan met “Do I Know You”, het dreunende “High On a Wire” en het verleidende “I Think I Like You”. Zelfs de moshpits kwamen naar boven.

Het waren de afsluiters van een fantastisch optreden waarin we de typische Black Box Revelation hebben gehoord, mét extra couche erop. We kregen maar liefst drie bisnummers, waarin “Sealed With Thorns” een outro van jewelste kreeg. “Set Your Head On Fire” was een prima afsluiter van een mooie Black Box-avond.

Setlist: Kick the Habit - Built to Last - Gravity Blues - Damned Body - Bur-Bearing Heart -Gloria - War Horse - Never Alone / Always Together - Blown Away - Yellow Belly - Tattooed Smiles - Do I Know You - High on a Wire - I Think I Like You
Bis: Sealed With Thorns - Love Licks - Set Your Head on Fire

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vooruit-gent/black-box-revelation-07-11-2019.html

Organisatie: Democrazy, Gent

Flume

Flume - Tot in de puntjes uitgewerkte chaos

Geschreven door

Wie Australië zegt, zegt - na kangoeroe’s en koala’s - Flume. De dj en producer is sinds 2019 weer helemaal terug van weggeweest. Begin dit jaar kwam er al een mixtape ‘Hi, This is Flume’ uit en daarna volgden er nog enkele dikke hits zoals “Let You Know” en “Friends”. Het was dan ook al enkele jaren geleden dat Harley Streten in ons land stond, maar met al die hits van afgelopen jaar kon een tour niet uitblijven. De laatste keer dat de jongeman in ons land stond, sloot hij de Main Stage van Pukkelpop af. Wij herinneren ons toch vooral dat de weide relatief leeg was en ook in de Lotto Arena was de opkomst niet gigantisch. Hier en daar waren er nog wat lege zitjes en de bovenste ring werd zelfs gesloten. Aan Flume om het tegendeel te bewijzen dus!

De eer om de eerste beats de zaal in te knallen, was weggelegd voor Ross From Friends. De nieuwste wonderboy van de electro Felix Weatherall - want nee, het was niet echt het personage uit Friends dat in de Lotto Arena stond - staat voor liveshows niet alleen achter de knoppen, maar had z’n bandje meegebracht. Begeleid door een live saxofoon en basgitaar kwamen de eerste beats door de boksen en werd de zaal langzaam een discotheek. De eerder donkere sound van de Brit werd ondersteund door vage visuals en chaotische spots. Ondanks dat er de mogelijkheid was om te bewegen, bleven de jongens statisch achter de draaitafel staan, waardoor de interactie met het publiek niet optimaal was. Toch kon Ross From Friends 45 minuten boeien en waren de dansbenen opgewarmd voor de komst van Flume.

Met de nodige vertraging kwam Flume het podium opgewandeld om met graffiti ‘Hi, this is Flume’ op de grond te spuiten. De toon werd dus gezet en met “Helix” zat de sfeer er meteen dik in. Doordat de decks over het hele podium verspreid stonden, huppelde Flume permanent heen en weer. Eentje stond zelfs bijna in het publiek, waardoor de interactie al meteen pakken beter was dan bij het voorprogramma

Flume zou natuurlijk Flume niet zijn als hij niet heel wat gastzangers bij zich zou hebben. Met een mooie overgang kwam de set toe tot een eerste hit met “Never Be Like You”. Vera Blue danste als een elfje over het podium, terwijl Harley zich op de achtergrond bezighield met een bloemstukje. Op “Friends” kwam Reo Cragun dan weer het podium opgelopen. Ook hier was het visuele plaatje indrukwekkend toen de gigantische spiegels en lasers voor een groot spektakel zorgde. Het werd het begin van een vage avond, want wie had verwacht dat Flume gewoon zijn setje kwam spelen, kwam bedrogen uit. Het werd een show waarin we op elk mogelijk vlak van onze sokken werden geblazen.
Flume kreeg veel liefde van het publiek en die werd nog groter toen de Australiër de lyrics van monsterhit “Let You Know” de zaal in te gooien. Even later bewees de man nog eens hoe goed hij wel kon gooien, toen er een aantal gekleurde rookbommen aan stukken vlogen op “Is It Cold In The Water?”. Over elk klein detail in de show was nagedacht en dat is wat we hadden verwacht van Flume, want de man dirigeert als geen ander de chaos. Op “Smoke & Retribution” gebruikte Flume live een slijpschijf om in grote letters ANTWERP in een plaatje te graveren. Daarna gooide de man zich op de grond, waardoor zijn witte overal alle kleuren van de regenboog kreeg (door de rookbommen) en stelde hij zich voor. Hij vroeg dan ook ludiek om zijn (extreem dure) merch te kopen na het concert en terwijl Flume op de grond lag, kwamen er een aantal dansers het podium opgewandeld en kregen we een chaotische choreografie te zien.
Met een knal (en wat vuurwerk) schakelde Flume nog een versnelling hoger met een mooie mix van Lorde’s “Tennis Court”, “On Top” en “Holdin On”. En terwijl de hoekige beats op “Wall Fuck” tekeer gingen, besloot de man om een aantal pc’s in stukken te slaan op het podium, om zo de set naadloos over te laten vloeien in “Hyperreal” waarop het publiek tekeer ging. Flume bleef maar van de ene naar de andere kant van het podium lopen, wat uiteindelijk in zowel een muzikaal als visueel hoogtepunt uitmondde. “MUD”, “HyperParadise” en “Free” zorgden voor gespring, geklap en vooral opengevallen monden, want wat de Lotto Arena hier te zien kreeg, was gewoonweg indrukwekkend.
Met “Say It” begon Flume dan aan zijn slotoffensief. Het vuurwerk schoot met elke beat de lucht in en Reo Cragun, die nog was blijven hangen na “Quits“, jutte het publiek nog wat meer op. Toen dan ook nog eens Vera Blue over het podium kwam gedarteld en de begintonen van “You and Me” weerklonken, werd de zaal gek. De drie doken het publiek in om iedereen uitgebreid te bedanken, terwijl op het podium een lasershow van jewelste werd gegeven, mét het nodige vuurwerk. Afsluiten deed Flume met “Drop the Game” en “Tiny Cities”. Het publiek kon nog een laatste keer genieten van het visuele spektakel en de geweldige manier waarop de man alles aan elkaar mixt.

Waarom de Lotto Arena niet vol was gelopen voor Flume, blijft voor ons een raadsel. Alles wat er in de show gebeurde, leek één grote chaos te zijn, maar wees maar zeker dat die chaos tot in de puntjes was geregeld. Samen met Vera Blue en Reo Cragun zorgde de Australiër voor een avond die vol zat met visueel spektakel en vooral hele goeie muziek. We waren zelfs een beetje vergeten hoeveel hits de man wel niet heeft gescoord, terwijl de hoogtepunten van de show misschien wel net de minder bekende nummers waren.
Wij hopen vooral dat we Flume volgende zomer terugzien op één of ander festival en dat hij dit trucje nog eens overdoet, want wij gisteren zagen liet ons verbijsterd achter.

Setlist: Hi This Is Flume Helix - High Beams - Never Be Like You (ft. Vera Blue) - Spring - Friends (ft. Reo Cragun) - Jewel - Let You Know - Is It Cold In The Water? - Smoke & Retribution - Insane - Tennis Court (Lorde Cover) - On Top - Holdin On - How To Build A Relationship - Wall Fuck - Hyperreal - Amber - Rushing Back (ft. Vera Blue) - MUD - HyperParadise - Free - Quits (ft. Reo Cragun) - Say It - You And Me (Disclosure Cover) - Ecdysis - Drop the Game - Tiny Cities

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/flume-07-11-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/ross-from-friends-07-11-2019.html

Organisatie: Live Nation

Sam Fender

Sam Fender - God voor jong en oud!

Geschreven door

Een klein jaar geleden kon je Sam Fender nog aan het werk zien in de knusse Witloof Bar, maar wie fan van zijn muziek is, moest gisteren in de vele malen grotere La Madeleine zijn. De twintiger uit het Noorden van Engeland scoorde het afgelopen jaar heel wat radiohits met “That Sound”, “Hypersonic Missiles” en “Will We Talk?” wat natuurlijk resulteert in een stijgende populariteit. Ook in zijn thuisland doet de Brit het goed, want zijn debuutalbum kwam meteen op de eerste plek binnen en Sam werd gelauwerd met een BRIT Award als meest veelbelovende nieuwkomer van 2019.
Sam Fender mocht dan nog maar eens spelen in een uitverkochte zaal in ons land en ook wist hij ons te overtuigen.

A Blaze Of Feather kennen we nog als het nevenproject van de begeleidingsband van Ben Howard, maar gisteren moest frontman Mickey Smith in zijn eentje proberen de zaal te boeien. Met een vertraging van welgeteld tien minuten begon hij aan zijn kort optreden. Muzikaal paste A Blaze Of Feather niet echt samen met Sam Fender en dat merkte je ook aan het vele geroezemoes in de zaal tijdens het optreden. De hybride set waarbij Mickey, naast het bedienen van knoppen, ook geregeld zijn gitaar bovenhaalde, was iets te experimenteel en ontoegankelijk voor het publiek. De setting was niet de beste voor A Blaze Of Feather en echt klaarstomen kon hij ons voor Sam Fender niet.

Sam Fender - Een opwarming hadden we eigenlijk niet echt nodig, want de show begon meteen heel strak met “Millennial”. Het nummer is al sinds zijn begindagen op het podium het vaste openingsnummer van zijn set en dat ook geheel terecht. De bombast en energie vliegen je rond de oren en dat mag ook gezegd worden van “Will We Talk?”. Het radiohitje werd meteen met veel gejuich onthaald en de stembanden van het publiek werden voor het eerst in actie gebracht. Het was wel allemaal heel braafjes gebracht zonder al te veel af te wijken van de studioversie en had gerust wat gedurfder gemogen. “All Is On My Side” was daar het passende antwoord op, want de band werd hiervoor vergezeld door een saxofonist. Met “The Borders”, zijn favoriet nummer van het album, werd de opening van de show passend afgesloten met muzikaal vuurwerk. Het solootje van Sam op het einde was de kers op de taart van de feilloze uitvoering van de vijf op het podium.
Wat ons opviel was dat Sam Fender zowel jong als oud wist te verzamelen in La Madeleine, iets wat op de dag van vandaag niet meer vanzelfsprekend is in de muziekindustrie. Fijn dat hij zijn podium dat hij krijgt ook gebruikt om problemen in de maatschappij aan te kaarten en taboes te doorprikken zoals hij dat op “Dead Boys” doet.
De zaal kreeg hij met zijn belangrijkste nummer dat hij tot op heden schreef eerst heel stil, om het even later helemaal los te laten gaan. De band was op dreef en duidelijk op elkaar ingespeeld. “Spice” is trouwens zo’n voorbeeld van een nummer dat over de maanden heen live veel aan kracht heeft gewonnen en dat is allemaal terug te horen op de vele optredens die ze ondertussen hebben gespeeld. Die ervaring merk je ook in de bindteksten, want deze komen nu heel spontaan en (soms) ook heel humoristisch over. Zo vertelde Sam ons dat het publiek hem een beetje deed denken aan het publiek in Japan, omdat we zo timide waren tussen de nummers door. Een leuke anekdote, die de rest van de band de kans gaf om even op het gemak hun gitaar te stemmen.
De show in La Madeleine toonde overigens heel wat gelijkenissen met die van op Les Nuits in april. Zowel de nummers als de volgorde was haast hetzelfde, wat we op zich wel jammer vonden. Dat zorgde soms wel voor een déjà-vu moment, maar nam niets van de magie van een nummer als “Play God” weg. Zijn debuutsingle klonk weer heel groots en majestueus, al had de saxofoon gerust wat luider in de mix mogen steken. “Hypersonic Missiles” moest zelfs even herstart worden. Een snaar op de gitaar van Fender zelf was niet goed gestemd, maar net dat kleine schoonheidsfoutje zorgde voor een extra enthousiast publiek. Daarna was het echter tijd om afscheid te nemen van band, want Sam Fender wou ook nog een aantal nummers solo brengen.
“Leave Fast” is een nummer dat je op een album snel even over het hoofd zou kunnen zien, maar live is dit iedere keer weer een hoogtepunt van de show. De eenvoud en de souplesse maken het nummer zo beklijvend schoon en tonen dat je het soms niet groots moet aanpakken. Het innemende stemgeluid van Sam kwam hier nog dat tikkeltje beter over met kippenvel als logisch gevolg. Het stukje waarbij zijn beste vriend en gitarist Dean Thompson er nog even bij kwam, was daarbovenop gewoon puur genieten. Sam Fender kreeg met “White Privilege” de hele zaal muisstil en zo breide de Brit een prachtig vervolg aan “Leave Fast”. Het publiek was duidelijk in de wolken en daar bleven ze ook. Het door een man in het publiek aangevraagde “Saturday” werd een onverwacht pareltje, dat normaal gezien helemaal niet gepland stond in de setlist. Toch verwonderlijk dat dit nummer niet vaker zijn weg in de set vind. Voor het slotnummer “That Sound” werd de band nog eens op het podium besteld en een laatste keer kon er duchtig meegezongen worden.
Na iets minder dan een uur zat de show er al op en dat vond niet alleen het publiek heel jammer. Sam Fender en zijn bandgenoten zijn immers een strakke en goed ingespeelde liveformatie geworden. Dat de set grotendeels dezelfde was als een aantal maanden geleden, verwonderde ons wel en nog wat meer nummers hadden zeker ook geen kwaad gekund. Hoe dan ook was dit  weer een geslaagd optreden dat smaakte naar meer.
De volgende stap in Sam Fender’s Belgische veroveringstocht is trouwens ook al gepland, want op dinsdag 25 februari komt hij spelen in de Ancienne Belgique. Benieuwd of hij tegen dan iets langer zal spelen!

Setlist: Millennial - Will We Talk? - All Is On My Side - The Borders - Dead Boys - Spice - Play God - Hypersonic Missiles - Leave Fast (solo) - White Privilege (solo) - Saturday (solo) - That Sound

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be  

Neem gerust een kijkje naar de pics van de set tijdens ‘Les Nuits Bota 2019’ http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/les-nuits-botanique-2019/sam-fender-28-04-2019.html

Organisatie: Live Nation

Myhre & Olafsson

Lanzarote

Geschreven door

Het uit Noorwegen/IJsland afkomstige duo Jo Berger Myhre & Olafur Bjorn Olafsson slaan de handen in elkaar om een emotioneel, experimenteel pareltje van een ambientjazzplaat voor te schotelen. Waarbij improviseren zodanig intensief klinkt, dat het recht doorheen je hart boort. In 2017 resulteerde dit reeds in het meesterwerk 'The Third Script’. Onder de titel 'Lanzarote' werd nu een nieuwe schijf op de markt gebracht via Hubro.
Dat dit duo houdt van mensen op het verkeerde been zetten komt al tot uiting bij de eerste song “Grain Of Sand”, een klepper van ruim vijf minuten. Waarop het duo experimenteert tot in het oneindige en alle aspecten van voornoemde instrumenten tentoon spreidt. Ook “Atomised - All We Got” is zo een pareltje waar het duo experimenteert met geluidsnormen. Ergens tussen de dunne lijn van oorverdovend en intensieve walmen van absolute stilte , vind je Myhre & Olafur voortdurend terug. Piano en bas vormen, puur instrumentaal, de rode draad op deze schijf.
Maar het is dus vooral een kruisbestuiving tussen de muziekstijlen ambient en jazz dat ons nog het meest over de streep trekt. Iets wat het duo niet alleen in de titel van “Both Worlds” maar ook puur muzikaal voortdurend in de verf zet. Het perfect verbinden van twee uiteenlopende muziekstijlen, die op het eerst gezicht niets met elkaar te maken hebben. Het zorgt voor een kunstwerk dat alle ambient- en jazzkanten uitgaat. Dit duo tast ook de lijnen van zijn kunnen tot in het oneindige af.  Dat blijkt nogmaals uit de daarop volgende songs als “Current”, “Conjure Up The Past” en de korte afsluiter “Grain Of Sand (Reprise)”. Een sluitstuk dat mooi weergeeft waar het om draait bij Myhre & Olafur.
Elk apart zijn deze muzikanten toptalenten in hun kunnen, samen gevoegd ontstaat iets onaards van schoonheid. Ten minste als je doorheen de subtiele berg van experimenteren met piano, percussie en baslijnen heen kijkt. Het duo doet niet aan binnen de lijntjes kleuren en vult ook daar elkaar aan.
'Lanzarote' is een bijzonder avontuurlijke trip geworden tussen alle aspecten van zowel ambient als jazz, perfect met elkaar verbonden door muzikanten die weten waar ze mee bezig zijn. Een dik half uur word je meegezogen in deze bonte wereld, waar je bovendien bij elke intensieve luisterbeurt nieuwe ontdekkingen doet die je voorheen nog niet had gehoord.
Zeer fijne ambient/jazzplaat voor mensen die houden van muzikanten die bewust buiten de comfortzone treden wat  deze muziekstijlen betreft, en bovendien experimenteren daarbinnen ook experimenteren en improviseren tot in het oneindige.

Blues/Jazz
Lanzarote
Myhre & Olafsson

Pagina 191 van 498