logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Bolt Ruin

Bolt Ruin

Geschreven door

Bolt Ruin is het project rond elektronicavirtuoos Brecht Linden. ‘Bolt Ruin schrijft de soundtrack naar overgroeide industriële braakliggende terreinen", lezen we op de vi.be-pagina van de band. Toen we Bolt Ruin zagen optreden op BRDCST-festival in de Ancienne Belgique waren we danig onder de indruk van de combinatie tussen eerder 'liefelijke' beelden en dreigende muziek die als een oorverdovende oerknal ervoor zorgde dat apocalyptische wezens de zaal zouden overnemen. We vroegen ons af of Brecht er ook op schijf erin zou slagen ons datzelfde intensieve gevoel van angst en vertwijfeling zou kunnen afleveren als op dat podium? Eind maart kwam het debuut van Bolt Ruin op de markt via Consouling Sounds/Circuits en dan weet je waar je je kunt aan verwachten: grensverleggende intensiviteit.
Vanaf die eerste song “Marjhed” voelen we ons al wegglijden naar de meest donkere zijde van onze ziel. Dankzij een elektronische inbreng die letterlijk de haren op je armen doet rechtkomen van angst drijft Bolt Ruin de aanhoorder langzaam maar zeker tot pure waanzin. Ook al is dat vaak binnen een eerder intieme omkadering, de dreigende ondertoon blijft steeds overeind staan. Ook bij de daaropvolgende kleppers als “Przenac”, “Psilentze” en “Dravvn” voelt het aan als een klauw die langzaam je strot dichtknijpt tot je buiten adem gekomen uw demonen strak in de ogen kijkt. De beelden moet je er zelf maar bij bedenken.
Want inderdaad, dankzij die heel intensieve totaalbeleving prikkelt de man uw fantasie. Met de ogen gesloten halen we ons beelden voor de ogen van de apocalyps die gewoon dagdagelijkse taferelen verstoort door dood en verderf te zaaien om zich heen. Meestal op een langzame maar heel dreigende wijze, maar ook met oog voor improviseren en experimenteren met die duistere elektronica. Zo bekruipt je steeds dat angstgevoel en kruip je wat dichter tegen elkaar aan als Bolt Ruin je weer eens bij de keel grijpt met een verschroeiend donker tapijt in de vorm van “Tshered”. Een afsluiter die je nog maar eens tot waanzin drijft. Tot je op het puntje van je stoel zit te beven van angst, en uiteindelijk je lot gewoon in handen neemt.
Tracklist: Marjhed; Przenac; Psilentze; Dravvn; Disperish (feat Dialect); Tshred.

Elektro/Dance
Bolt Ruin
Bolt Ruin
Consouling Sounds/Circuits
 

Labadoux 2019 - 3-4-5 mei 2019 - 31 ste editie - Is en Blijft een Heerlijk festival!

Labadoux 2019 - 3-4-5 mei 2019 - 31 ste editie - Is en Blijft een Heerlijk festival!
Labadoux 2019
Festivalterrein
Ingelmunster
2019-05-10
Lode Vanassche en Filip Gheysen

Onder de Wantebrug in Ingelmunster klotst het water van ‘de vaart’ onrustig tegen zijn vol geparkeerde oevers. Het herfstweer staat in schril contrast met de sfeer, die op Labadoux naar oude gewoonte aanvoelt als thuiskomen in een warm nest. De line-up is er eentje om in te kaderen en de talrijk opgedaagde bezoekers laten de grijze wolken niet aan hun hart komen!
Met drie podia (concerttent, pubtent en club) is er ieder  moment van de dag voor elk wat wils aan de gang.

dag 1 - vrijdag 3 mei 2019
In de grote tent worden we meteen ondergedompeld in de bezwerende folkbeats van The Sidh, een Italiaanse formatie die hun zuiders temperament niet onder stoelen of banken steekt.

Daarna zoeken we de Pubtent op om de jonge wolven van Portland te aanschouwen. De winnaar van De Nieuwe Lichting 2018 wist het afgelopen jaar verschillende hits te scoren. Naast de naambekendheid via StuBru hebben ze dat vooral aan zichzelf te danken. Je voelt meteen dat de band ook live als een puzzel in elkaar valt. Niet vanzelfsprekend voor de gelaagde pop die door het talentvolle viertal bedreven afgeleverd wordt. Met een smoothy vol met speelplezier weten ze het publiek te bespelen. Sarah speelt piano en Jente gitaar. Ze zingen perfect samen en weten je vast te nemen. Indie folk rock.

Geloof het of niet , maar met K’S Choice maakten de organisatie een goede keuze. De tent liep vol en warm. Sarah en co hadden er duidelijk zin in en etaleerden met verbazend gemak professionaliteit, zin en speelplezier. Sarah en Gert weten nog altijd wat samenzang is en geven melodieën met de gekende strakke gitaren terwijl de bassist alles regisseert. Ze blijven snoepen van hun quasi perfecte wall of sound en hun professionaliteit. Heerlijke best of na alweer 25 jaar “Believe” en “Cocoon Crash” werden al vroeg in de set als suikertjes in onze warme koffie gedropt. Naar het einde toe mochten de oer-belpopper “Not An Addict” en “Almost Happy” niet ontbreken. Bijna gelukkig verlieten we kort voor einde de grote tent om ons te laten verrassen in de club.

Daar stonden om klokslag 22u The Bucks geprogrammeerd. Drie doorwinterde folkies, twee Belgische Ieren (David Munnelly en Kieran Fahy) en een Belg die misschien een Ier was in een vorig leven (Philip Masure) hadden alle ingrediënten bij om Irish folk te brengen op grootvaders wijze. De traditionals werden met het enthousiasme van een roedel jonge herten naar voor gebracht. De begeestering werkte aanstekelijk waardoor de uitgeklapte stoeltjes eigenlijk overbodig waren. Vakmanschap en speelplezier gingen hand in hand. Mooi dat we dit nog altijd kunnen proeven naast en tussen de grote popkanonnen van de grote tent!

Arsenal
heeft een arsenaal aan materiaal, songs, groepsleden - vandaag negen -  en ervaring. Een zangeres die in een Obelix-badje met soul is gedrenkt, een dubbele percussie, een funky bas, een ongelofelijke performer. De headliner van deze eerste avond is met zes albums uitgegroeid tot één van de grootste hitmachines van Belgische makelij. “Saudade” liet Labadoux voor een eerste keer ontploffen, het verlangen naar meer werd alleen maar groter. “Amplify” en “High Venus” hielden het tempo in de set hoog en dreven de laatste koude nattigheid van het festivalterrein. Net voor de bisronde kregen we als klap op de vuurpijl een tien-minuten-lange versie van “Melvin”. In het laatste jaar moest de band afscheid nemen van twee van zijn bekendste stemmen: Mario Dos Santos kwam op 4 september 2018 om in een zwaar verkeersongeval en enkele weken terug kwam het nieuws dat insloeg als een bom: Shawn Smith (Brad) was door complicaties van zijn suikerziekte plots overleden. Beide rasmuzikanten werden bij het begin van de encore niet vergeten en geëerd voor bewezen diensten. “Lotuk” was de kers op de frisse cocktail tropical die Arsenal na al die jaren nog steeds is. En weg waren de grijze wolken.

Appelblauwzjigroen -
Met zo’n naam kon dit alleen maar een West-Vlaamse formatie zijn! Het werd een mix van onversneden bluesrock in een sappig West-Vlaams gebracht door nieuw plaatselijk talent uit Ingelmunster! Blij dat we dit niet gemist hebben! De teksten waren grappig (en iedereen verstond alles!), de muziek was snedig en de frontman stal de show met zijn mondharmonica. Na enkele nummers werd duidelijk wat de T-shirts ons te vertellen hadden: het waren de titels van de nummers, waarvan vooral de bluesversie van “Patatten” van Willem Vermandere ons aangenaam verraste. Benieuwd of de oude bard dit al eens zou gehoord hebben…

dag 2 - zaterdag 4 mei 2019
Als we rond koffietijd de grote tent betreden komen we meteen in de ban van een trio: de ons welbekende Wannes Cappelle flankeert met de Zeeuw broeder Dieleman Frans Grapperhaus op cello. De twee moedertalen, het Zeeuws en Zuid-West-Vlaams dialect, vermengen zich naadloos in de gezongen verhalen over het leven van hier en elders. Soms humoristisch, soms weemoedig, soms filosofisch. Grappig hoe ze het over de uitspraak van Ghandi hebben: “Wannes, zeg jij nu Handi? Het is toch Gandi (met een Hollandse G-keelklank)?” Algemene hilariteit als het over de zachte West-Vlaamse G gaat! “Dat speelt toch geen rolle? De G en de H staan er allebei in! Ge kunt dus kiezen!”, reageert Wannes gevat.
In de tent krijgen we even de tijd om te lachen en na te genieten maar dan doet hij er nog een schep bovenop: “En daarbij, moest het Handi zijn, dan zouden we Andi zeggen. En dat is toch geen naam voor een spiritueel leider? Follow me I’m Andi…
Frans de cellist geniet mee, gezeten op zijn stoeltje, tussen beide boomlange zangers in. Een trio waarmee de zaterdag op Labadoux waardig wordt ingezet!

De folkies worden op hun wenken bediend met de Flemish Folk Caravan. Maar geen geitenwollen sokken of langharig werkschuw tuig op het podium hoor! Alleen de instrumenten zijn folky: draailier en diatonische accordeon om er maar twee te noemen. De spelers, strak in het zwarte pak opgesteld in een hoge en een lage rij, zijn stuk voor stuk rasmuzikanten. Ze brengen nummers met titels die niet verwijzen naar middeleeuwse legenden, maar gewoon een volgnummer dragen zoals sommige parfums. In de tent lusten ze er pap van: de percussie komt van de handjes van het publiek!

Daarna gaat het folkfest verder met The Rumjacks. Deze Aussies vullen de folkstoofpot wel aan met een stevige scheut punk, gekruid met rockende instrumenten. Het dynamiet van onze funkfolkrockers The Rumjacks was iets te weinig explosief waardoor de echte ambiance wat ontbrak. Iets te weinig punk om de tent te doen branden. Frontman Frankie wilde Keith Richards van de Ierse folk zijn en poogt de boel te laaien met onder andere “Free Me” en “Casanova No More”.

Het enthousiasme werkt aanstekelijk, maar is ons iets te uitbundig. In de pubtent liet op hetzelfde moment Ben Poole zijn gitaar scheuren. Dit talent van de Britse bluesrock scene ging er vingervlug uit de bol, en met hemtoch een halve pubtent! Wij bekijken dit liever vanop wat meer afstand waar de decibels onze oren wat minder teisteren. Maar eens temeer blijkt dat Labadoux iedereen op zijn wenken bedient: jong of oud, folk of rock of de mix van beide? Iedereen vindt er zijn gading…

We mogen de clubtent niet uit het oog verliezen. Daar zijn steevast ongekende parels te ontdekken! AWKWARD i bijt er op zaterdag de spits af. Deze formatie is het pseudoniem van componist en liedjesschrijver Djurre de Haan. Zijn Engelse teksten doen ons denken aan de breekbare Nick Drake. Samen met een violiste en een cellist, een gitarist en een drummer weeft hij een klankentapijt waarop je je zacht kan neervlijen. Zeer toegankelijk is het allemaal niet, maar de moeite die je doet om te blijven luisteren wordt beloond! 

Daarna volgt Linde die, gesteund door gitarist Jeroen Huyzentruyt, een mengsel brengt van folk en Brian Eno met wereldse invloeden. Reeds tijdens de soundcheck wordt iedereen verrast als ze plots met Mongools geïnspireerde klanken de microfoon uittest. Later blijkt dit een etappe uit een kleurrijke ontdekkingsreis te zijn: we krijgen het verhaal van de moeilijke geboorte bij Mongoolse kamelen die hun jong verstoten waarna de sjamaan de moederkameel moet toezingen zodat deze toch zijn jong zou aanvaarden. Alweer wordt het uiterste van het publiek gevraagd. Het is een festival, dus iedereen kan gaan en staan waar hij wil, maar voor elke soort muziek is er hier een publiek! Echt mooi om te zien en te horen!

Sarah D'hondt vervolledigt dit clubtrio dat we even op een rij willen zetten. Ze stond al eens op Labadoux en wie in de smaak viel keert meestal terug naar Ingelmunster. Met haar kristalheldere stem ondersteund door de vingervlugge pianist Tom Van der Schueren serveert ze heerlijke chansons. De zon was er intussen doorgekomen en we waanden ons in een muzikale oase onder Franse platanen…

Les Negresses Vertes
bewijzen hun sterkte en hun klasse door in het begin al van wal te gaan met hun grote “Voila l’été”. Het beloofde lange feest was er. Niet dertig jaar maar dertig megawatt later worden we getrakteerd op een begeesterde zinderende enthousiaste set waar deze oude jonge knapen maar te plukken hebben uit een resem hits en tunes om u tegen te zeggen. Wat hebben die gasten bij elkaar geschreven….  Zelfs hun ska interludium met “Les Mégots” overtrof de eeuwige feestneuzen van Madness.  Een rocksausje met “Les yeux te ton père”… Enfin, ik vrees dat woorden te kort zullen schieten en dat een gefundeerde recensie zo goed als onmogelijk wordt, niet waar “Zobie La Mouche”?

Het Franse Kalffa staat in de Pubtent, zoals aangekondigd, met hun ongelofelijke energie Keltische rock te brengen. En om het even Belgisch te houden: Ierse rock met een heuse knipoog naar Ferre Grignard.

Maar op hetzelfde ogenblik is er ook het Kleinkunstcollectief van de broers Wannyn in de clubtent. Ze hebben ons Vlaamse kleinkunst-erfgoed gebundeld in een volwaardige voorstelling. Met een 80-tal klassiekers op hun repertoire vormen ze samen met muzikale zielsgenoten Jurgen Stroobant (accordeon) en Quinten De Vlaeminck (contrabas) vormden een soort levende jukebox. Als hedendaagse troubadours brengen ze de gekende klassiekers van Jan de Wilde, Zjef Vvanuytsel of Wim Decraene op festivals en in kroegjes. Het is lang geleden dat we nog zo uit volle borst gezonden hebben. En samen zingen doet deugd! Misschien klinkt het goedkoop om met oude succesnummers van vergane gloriën de hort op te gaan, maar ze doen dit met zo’n enthousiasme en vakkunst dat we echt van tributeband kunnen spreken. Zowel de luisterliedjes als de meezingers worden meegezongen. Wij kijken al uit naar een volgende voorstelling met andere nummers uit hetzelfde vaatje!

Absynthe Minded
kwam verassend hard uit de hoek voor wie Labadoux-gewijs een eerder intiem concert verwachtte. Ze kozen dus voor een heus rockconcert en lieten de tent redelijk vol lopen, maar ook redelijk half leeg lopen. Er werd weinig gezegd en beleefd op het podium en de communicatie met het publiek was navenant.  Het meest spectaculaire was de constante wissel van hun instrumenten van trouwens hoge kwaliteit. Voor professionaliteit een dikke negen, voor sfeer en gezelligheid een schamele vijf. OK, met “Ask me nothing” kondigen ze wat funk aan, maar even vergaten onze streekgenoten dat hun muziek meer dan een job is. Enthousiasme kan echt geen kwaad, ook al heb je intussen een CV van jewelste. “My heroics part one” en “Envoi” werden er als een rap geserveerd dessert doorgesleurd en het verwachte “Papillion” moesten we missen. Sterke muziek en sterke songs die met veel te weinig animo werden gebracht.

Ertebrekers
spelen een thuismatch en winnen met grandeur deze lokale champions league. Flip, Peter en Jeffrey presenteren de meest funky grooves en tonen dat hun nieuw werk meer een eighties powerfunky sound heeft a la JTOTHEC (Jeffrey zit er dan ook bij) , en hun eerste werk meer ruikt naar ’T Hof Van Commerce (Flip zit er dan ook bij). Het zal niet verwonderen dat ze het stomend publiek opzweepten en het publiek hen opzweepte. Jeffrey maakte een heerlijke wandeling door het publiek en kreeg iedereen mee. Zelfs de arrogante Antwerpenaar naast mij die in zijn beperktheid niets van de teksten begreep, stopte met zijn scharrel te muilen en begon mee te gaan in het opzwepende verhaal van Ertebrekers.

dag 3 - zondag 5 mei 2019
Zoals de traditie het wil, is zondag de dag van de kinderen op Labadoux. Kapitein Winokio is ervoor ons iets te vroeg, maar we zijn zijn passage van enkele jaren geleden en het enthousiasme van honderden kinderen nog niet vergeten!
Amanda & The Woopies katapulteren ons terug naar het interbellum in de States. Amanda dartelt over het podium in een petticoat met polkadots en The Woopies houden met bretellen hun broek op. Deze klassieke beauty-and-the-beast combinatie werkt weer uitstekend! Het zondagsrecept op Labadoux van humor en gezelligheid doet het opnieuw. Op de website staat het helemaal correct: Een ideale gelukskuur!

Jan Desmet
houdt met zijn 2 Centimeters deze sfeer in stand en brengt een voorstelling met klassieke kleinkunstmeezingers. De grote tent biedt ook de luxe van een projectiescherm waarop de teksten komen voor wie die niet paraat heeft. En toch… toch lukt blijkbaar niet in de grote concerttent wat gisteren nog een ‘klein kunstje’ was voor het Kleinkunstcollectief. Ligt het aan de songkeuze? Ligt het aan het publiek? Of moet je de knusheid van een kroeg hebben met het formaat van de clubtent om dit concept te doen werken? Geen idee… maar wat gisteren een zangfeest was, is nu gewoon een goed optreden. Een luttele drie uur later zal deze Jan ook de clubtent kunnen proeven. Dan worden zijn Centimeters aangevuld met de ravissante Lien Van de Kelder en worden ze herdoopt als Salut La Copine. Ze brengen een eerbetoon aan het meisje en de vrouw in al haar facetten maar dan wel à la Française op uitdrukkelijk verzoek van Lien! Meezingen hoeft niet, niet iedereen heeft de taal van Molière paraat, maar er wordt weer genoten met volle teugen van de chansons van ronkende namen als Josephine Baker, Edith Piaf of Françoise Hardy.
Wouter Berlaen (zang en een rits instrumenten) liet zich vooraf ontvallen dat hij blij was dat ze na The Antler King geprogrammeerd waren. Zij brachten Indie pop en rock die qua sfeer niet verder af kon staan van wat moest volgen of wat hen vooraf ging:
Snakes in Exile die al decennia lang pittige, Keltische folk brengen op alle folkfestivals die je in ons landje en ver daarbuiten kan vinden.

The High Kings
stonden netjes met vier op een rij en wisten in een mum van tijd de concerttent om te toveren tot een heuse traditionele Ierse pub. Die snoodaards sneerden dan ook dat het Ingelmunsterse Kasteelbier stukken beter was dan hun Guinness. Een mix van bewerkingen en zwepende versies van “Thunder”, “Wishkey in de Jazz” (nee niet Jar), en “Dirty Old Town”. Het leven kan simpel en geestig zijn. Ze hebben het van hun oertraditionele instrumenten  (gitaar, banjo, trekzak, bodhran….) maar vooral van hun fenomenale vierstemmige samenzang.

Nevermind Nessie
. Folkpunk of punkfolk. Feesten, dansen, zingen en drinken. Met een mooie violiste dan nog. En het zijn alweer blijkbaar West-Vlamingen. Talent komt bovendrijven.

Scala
stond in het teken van Nederlandstalige nummers en meisjes. Geen prachtige covers van Nirvana, Red Hot Chili Peppers, Depeche Mode of Radiohead. We hoorden mooie koorversies van onder andere “Suzy”, “Layla”, “Marjolein”, “Irene”, “Annelies”, “Anja” om te eindigen met “Ik Hou Van U”. Mijn lieve dochters hebben ervan genoten. Toch nog even de coolness en het rockgehalte van de gebroeders Kolacny vermelden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/labadoux-2019

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Bad Religion

Bad Religion - Punkrockers worden oud, de boodschap en intensiteit niet

Geschreven door

Bad Religion draait ondertussen al mee sinds de jaren 80, maar van ophouden weten ze voorlopig niet. De meeste band leden zijn ondertussen vijftigers, maar op een podium lijken ze nog altijd twintig. Energiek, strak en boordevol kracht, het zijn drie woorden die de show van Bad Religion in de Ancienne Belgique perfect samenvatten. De band kwam naar Brussel en bracht generaties punkliefhebbers samen, mooier werd het niet op deze maandagavond.

De show van Bad Religion bestond eigenlijk uit twee delen. Enerzijds een soort van ‘greatest hits’ deel met enkele nieuwe nummers en daarna de integrale opvoering van ‘No Control’. Dat album werd dit jaar 30 jaar en dus leek het hen ook logisch om dat volledig te spelen. Het publiek was duidelijk tevreden want die gingen van begin tot eind uit hun dak zonder ook maar even de pauzeknop in te duwen.
Bad Religion is één van de weinige punkbands uit de jaren 80 die tegenwoordig nog actief zijn en albums uitbrengen. De band behoort bijgevolg ook tot één van de bestverkopende artiesten in zijn genre, en in de Ancienne Belgique konden we zien waarom. De groep is een sneltrein en deinst nergens voor terug. Zelfs op hun, relatief, oude leeftijd weten ze nog steeds een punk show neer te zetten waar de jonkies van kunnen leren.
33 nummers kregen we op ons bord, en al van bij opener “Chaos From Within”, tevens de titeltrack van hun nieuwste album, was de sfeer gezet. Het enige waar we ons een beetje aan stoorden in het begin was de stille microfoon van zanger Greg Graffin Hierdoor klonken de instrumenten veel luider en hoorden we de stem niet. Jammer, want dit is natuurlijk een belangrijk aspect bij de muziek van Bad Religion. De harmonieën en de uitgesproken stem van Graffin die zijn mening verkondigt.
Na enkele nummers was dat probleem gedeeltelijk van de baan, we gingen er gewoon minder op letten omdat de sfeer enorm de hoogte in ging, en dus was het daarna alleen moshpits en crowdsurfers die de klok sloegen. Ook daar viel het onderscheid tussen generaties op. De oudere generatie hield zich braaf op de achtergrond, terwijl de jonge garde van begin tot eind in het rond sprong en duwde. Ieder zijn manier van beleving natuurlijk, maar net door dat onderscheid in generaties, zagen we dat de band echt wel iedereen aanspreekt en niet zomaar een nostalgieband is.
Klassiekers zoals “American Jesus” en “Punk Rock Song” worden vanzelfsprekend meegebruld, maar ook het meer recente “Fuck You” lijkt een anthem te zijn die de fans nu al hebben omarmd. En zelfs de gloednieuwe songs die nog maar net uit zijn, vallen niet uit de toon. Zo hebben we zelfs de eer om “Lose Your Head” voor het eerst live te horen spelen, een unicum dat niemand zal vergeten, al was het nummer eerder een rustpauze in de set na al het harde voordien.
Na een klein uur gaat de band van het podium. Iedereen vreest dat het einde al is aangebroken, maar niets in minder waar. De band komt terug en speelt gewoon nog vijftien liedjes. Maar niet willekeurig, het wordt een integrale opvoering van het ‘No Control’ album uit 1989, dit jaar dus dertig jaar. Vijftien furieuze punkrock songs die altijd strak en vuil klinken, maar live ook worden aangevuld met gitaarsolo’s.
Zo punk als toen klinkt het niet meer. De sound is beter, de gitaren klinken voller en zelfs de vocals zijn meer gepolijst. Dit doet weliswaar niets af aan de tegenwoordige uitvoering van het album. De band brengt het nog met dezelfde power als dat het album toen had. De ene song na de andere volgt elkaar op, en het publiek blijft zich volledig smijten. Bier vliegt in het rond, lichamen worden geplet en mensen brullen de melodische refreinen mee. Jawel, Bad Religion is nog steeds punk met een grote fungehalte.
Dat de boodschappen van Bad Religion nog steeds relevant zijn, moet niet worden aangehaald. Dat is goed, want zo vervalt de band nergens in clichés. De muziek en lyrics spreken voor zich. Hierdoor kunnen de bandleden gewoon muziek spelen, de frontman gewoon zich volledig uitleven op het podium en de gitaristen rustig een soloke placeren. Dat de lyrics of noten soms niet meer zo gekend zijn, moeten we erbij nemen. Gelukkig hebben ze een hulpblaadje met lyrics, het zou anders nogal moeilijk gaan.

Dat Bad Religion niet meer bij de jongste punkbands hoort, hoeft geen probleem te zijn. De groep heeft energie te over en brengt zijn songs nog steeds met dezelfde power en intensiteit als ze altijd doen. Een strakke punkshow met hardere invloeden die vooral heel snel voorbijvloog, Bad Religion deed zijn naam alle eer aan. Een legendarische band die voor ons nog even mag meegaan.

Setlist: Chaos From Within - Them and Us - Fuck You - The Dichotomy - Recipe For Hate - New Dark Ages - 21st Century (Digital Boy) - Do the Paranoid Style - My Sanity - Struck a Nerve - Generator - American Jesus - Lose Your Head - … - Punk Rock Song - Sorrow - Inflicted - Fuck Armageddon… - This Is hell
No Control: (volledig album): Change of Ideas - Big Bang - No Control - Sometimes It Feels Like… - Automatic Man - I Want to Conquer the World - Sanity - Henchman - It Must Look Pretty Appealing - You - Progress - I Want Something More - Anxiety - Billy - The World Won’t Stop

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/bad-religion-06-05-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/ploegendienst-06-05-2019

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Headbanger’s Balls Fest 2019 - Scoren met elke band op de affiche

Geschreven door

Headbanger’s Balls Fest 2019 - Scoren met elke band op de affiche
Headbanger’s Balls Fest 2019
De Leest
Izegem
2019-05-04
Filip Van der Linden

Moonspell komt in oktober naar de Trix in Antwerpen. Wie zo lang niet kon wachten, kon voor iets minder dan de ticketprijs in Antwerpen naar Izegem voor Headbanger’s Balls Fest met Moonspell als headliner. En daar kreeg je nog eens zes andere topbands bovenop.

Vroeg in de namiddag mochten de locals van Carneia al aantreden. Logge postmetal op het thee-uurtje en niet onder het donkere deken van de nacht? Carneia moest hard aan de bak om het publiek wakker te blazen. Pas verschenen tracks uit het nieuwe album ‘Voices Of The Void’ werden vlot afgewisseld met ouder werk. Zanger Jan Caudron sloop als vanouds dierlijk over het immense podium van De Leest en kroop zelfs over de dranghekken om het publiek mee te trekken in de donkere trip van Carneia. Het harde zwoegen werd beloond met het enthousiasme van de nog niet volgelopen zaal, maar dat is het lot van elke band die een festival moet openen.

Chalice is na 21 jaar on the road een goed geoliede machine, toch stonden voor de honderdste show in het bestaan van de band de zenuwen toch net iets harder gespannen. Op Headbanger’s Balls spelen doet deugd als overwinning, maar deze band is klaar voor zelfs nog grotere veldslagen. Ze begonnen als oldschool deathmetalband en evolueerden via melodic death naar hun huidige mix van thrash en death, afgekruid met nog wel meer diverse invloeden. Vorig jaar brachten ze het album ‘Ashes Of Hope’ uit dat bejubeld werd door reviewers en fans. Liever dan op hun lauweren te rusten brachten ze in Izegem alweer nieuw werk ten berde. Kwestie van het ijzer te smeden als het heet is. “Why” zijn ze samen met “Dwelling” inmiddels al aan het opnemen en de live-versie laat opnieuw het beste verwachten. Opmerkelijk ook dat een band zo vroeg in het festival al de volledige zaal mee kan laten klappen.

Komah is een Waalse groovemetalcoreband die geregeld al eens over de landsgrenzen kan gaan spelen. Nieuw werk had deze bende niet voor te stellen, maar dat kon de pret niet drukken. Hun voorlopig laatste album, ‘Flashing Nightmare’, dateert alweer van 2015 maar het siert de band op een manier dat ze daar na vier jaar nog steeds promotie voor willen maken. Er staan dan ook flink wat tracks op dat album waarop je maar moeilijk stil kan blijven staan. Het publiek in Izegem reageerde misschien eerst nog wat lauw op het Waalse geweld, maar eens ze de vibe opgepikt hadden, werd het alsnog een feestje voor de moshers.

De legendarische Belgische heavymetalband Ostrogoth stond in een ver verleden in de Europese hitlijsten met “Full Moon’s Eyes” en brengt vooral oud en een beetje nieuwer werk met veel passie en pose. Voor de oudere metalhead werd het in Izegem een feest van de herkenning met behalve Full Moon’s Eyes nog “Paris By Night”, “Too Hot”, “Love In The Streets”, “Stormbringer”, “Heroes Museum” en “Ecstasy And Danger”. De vuisten en hoorns gingen in de lucht en er werd meegezongen en gebruld.

Vervolgens mocht het publiek opnieuw de mouwen opstropen voor het betere mosh-werk. Het Franse Dagoba vroeg een ‘wall of death’ en kreeg dat ook vlot voor elkaar. Deze Fransen walsten als bulldozer over Izegem en namen geen genoegen met een publiek dat braaf met het kopje staat te knikken. Na de wall of death kwam er nog een circle pit aan te pas en zanger Shawter dook ook nog zelf het publiek in. Die van Dagoba zijn ook gewoon heel goed in wat ze doen. Punt.

Minder brute energie en meer adembenemende gitaarsolo’s volgden toen het Zweedse Enforcer het podium van De Leest betrad.  Voor de ene stonden ze te hoog op de affiche, terwijl anderen hierin net een beloning zagen voor de vele haltes in de kleinere Belgische clubs die Enforcer al aandeed. De Zweden wisten vriend en vijand te verbazen en te overtuigen met hun vinnige mix van speed- en heavymetal. Ze halen de mosterd daarvoor in de hardrock en heavy metal van de jaren ’70 en ’80, maar doen er hun eigen ding mee en brengen hun retrometal met zoveel passie dat je wel overstag moet gaan.  Een aantal tracks kwamen uit het nog maar een paar dagen oude album ‘Zenith’, maar het waren vooral de bevlogen versies van ouder materiaal als “Mesmerized By Fire” en “From Beyond” die de vonken deden overslaan. Het publiek van Headbanger’s Balls Fest geeft geen cadeaus en toch kreeg Enforcer een ‘welverdiende 8 op 10 voor sfeer en gezelligheid’.

De Portugese gothicmetalband Moonspell is kind aan huis op de Belgische festivals en in de grotere concertzalen en het was een meesterlijke zet van de ploeg achter Headbanger’s Balls Fest om ze als headliner naar Izegem te halen. Het was wel al bijna middernacht toen zanger Fernando Ribeiro met een enkele oude lantaarn in de hand het podium opstruinde, maar de fans stonden nog in dikke rijen op post. De hondstrouwe fans werden getrakteerd op heel wat ouder werk en het beste uit het recentste album ‘1755’. Je merkt het natuurlijk wel dat de band al bijna 30 jaar meedraait, maar teleurstellen staat niet in hun woordenboek.

Als Moonspell later dit jaar in Antwerpen speelt, zullen vast ook heel wat Headbangers op post zijn. De Portugezen brengen dan immers Rotting Christ mee, één van de beter bands van de Headbangers-editie van vorig jaar.

Organisatie: Headbanger’s Balls Fest

Built To Spill

Built To Spill - Minder haren, minder pluimen

Geschreven door

Indiefans uit de late jaren negentig zullen zich Built To Spill vast levendig herinneren. De band rond het nonchalante gitaarspel van Doug Martsch bleek een van de weinige die met een contract bij Warner Bros. nog hun creativiteit kon bewaren. In z'n eerste bestaansdecennium bracht Built To Spill het één na het andere meesterwerk uit, vaak met wisselende line-up. Een van hun legendarische albums uit die periode, ‘Keep It Like A Secret’, viert zijn twintigste verjaardag. Daarom kwam Doug zijn perfecte mix van Pavement-pop en Dinosaur Jr. punk celebreren in De Kortrijkse Kreun. Al was het niet zo'n hevige viering: Built To Spill blijkt een legacy act geworden bij gebrek aan vitaliteit.

De voorprogramma's bestonden uit twee acts die voor onaandachtige zielen jambandjes lijken. Ze namen het net als de hoofdact niet zo nauw met de timing of de correcte tonaliteit. Dit resulteerde soms in interessante klankwolken, maar ook vaak in gezapige brij. ORUÃ is een Portugees powertrio dat bluesrock brengt met een snuifje desert rock. De gitarist beheerste de slordige gitaartechniek die deze avond centraal stond uitstekend en hij paste er gretig vibrato effecten op toe. De drummer had zijn studieboek drumfills vanbuiten geleerd, hij paste ze namelijk één voor één toe op zijn drumkit. Jammer genoeg ging het spel van drum en bass nergens heen terwijl de gitarist zijn eigen spel live samplede. De conceptie van het bandje stond nog niet helemaal op punt.
Slam Dunk zorgde voor een onverwacht leuke wending met hun ritmes die doen denken aan een rock versie van footloose. De bandleden sprongen wild in het rond terwijl ze hun slacker en rockabilly teksten door de micro's reiden. De drummer stal echter de show met een energieke spel dat niemand die avond kon overtreffen. Verder werd er wat gepalaverd over merchandise en met flesjes gegooid.

Wat de visuele actie betreft waren we er hierna aan voor de moeite. Built To Spill klonk best goed, al duurde het even voordat de effectenpedalen zich tot toverdoosjes ontpopten. Het leek alsof de andere muzikanten de nummers niet goed beheersten en daarom enorm moest opletten, ofwel dat ze vermoeid waren en graag wilden slapen. Op dat vlak tasten we in het duister. Om echt te genieten moest je trouwens je ogen dicht doen.
Geen van de vier andere officiële bandleden was immers aanwezig, die waren vervangen door een drietal andere muzikanten. De Kreun zou gerust een derde gitarist op het podium verdragen en ook het optreden zou aan dynamiek gewonnen hebben. Built To Spill's nummers zijn aanhoudende lagen geluid die zichzelf gaandeweg herstructureren. Dat is moeilijk als je band niet meedoet. Doug verliest helaas stilaan zijn haren en daarmee ook zijn pluimen. Zijn hoofd wiebelde al had hij een of andere nerveuze tik. Dat was op zich niet erg, ware het niet dat dat de enige beweging op het podium was. Ook het publiek bleef bedaard, behalve een enkele zwaaiende hand bij het laatste nummer.
De eerste set bestond volledig uit nummers van het jarige album. Na een lang applaus hoorden we een paar covers en enkele nummers uit andere van zijn platen (niet meteen de bekendste). Hilariteit sloeg snel om in medelijden toen Doug eerst zijn snaar en dan zijn gitaar brak en zich moest beroepen op de Slam Dunk frontman om een instrument te hebben.

Gelukkig konden we nog afsluiten van "Carry The Zero", een van hun beste uit 1999. Doug Martsch is pas 49 jaar jong en kan gitaarspelen zonder te kijken, maar wil dat zeggen dat hij daarom voor geen extraatje mag zorgen? Wij vinden van niet.

Setlist: You Were Right - The Plan - Center of the Universe – Else – Sidewalk - Bad Light - Time Trap - Temporarily Blind - Broken Chairs - Planned Obsolescence (The Halo Benders cover) - Waterloo Sunset (The Kinks cover) (met Slam Dunk) – Strange - In the Morning - Carry the Zero

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Roots & Roses Festival 2019 - Alweer een schot in de roos

Geschreven door

Roots & Roses Festival 2019 - Alweer een schot in de roos
Roots & Roses Festival 2019
Terrain Ancien Chemin d’Ollignies
Lessines
2019-05-01
Lode Vanassche

Het uitverkochte Woodstockje voor hipsters was dus alweer een schot in de Roses. Het werd verzamelen geblazen voor alle roots en americana liefhebbers op de enige dag dat de Walen werken (lol). De koperen ploert deed zijn werk goed en de dorpelingen zorgden alweer voor een fantastisch onthaal, mattentaarten en legio lokale producten. Een dikke pluim voor het meest ecologische en milieuvriendelijke festival in deze contreien, Roots & Roses Festival!

The Courettes - Een Deense drummer en een Braziliaanse schoonheid op gitaar (Flavia en Martin Couri) geven er een serieuze lap op . Oer garagerock die die een boost aan je adrenalinehuishouden geeft. Prachtige opwarmer met een mokerdrum en rauwe vettige fuzzy gitaarriffs. Martin slaat zich de pleuris en Flavia presenteert haar versie van de fifties girlpop. Of nee, girl power.

The Sadies hebben al hun sporen verdiend bij Andre Williams en dé John Spencer. Deze Blues Explosion adepten beloofden dus veel goeds met hun countrypunk, americana en garagerock. De organisator wist me te vertellen dat Oppersadie Mr Good zijn dagje niet had. We moeten hem gelijk geven. De band was duidelijk niet in de stemming en stonden zo maar hun ding te doen. Je kon zich even afvragen of Mister Good al dan niet zou wachten met sterven tot na het optreden. Nochtans is voor deze heren het podium hun natuurlijke biotoop. Luister maar even naar hun liveplaat ‘The Sadies Live in Concert Volume One’.

Wat moet je verwachten van een troep Italianen die zich Calibro 35 noemt? Alternatieve instrumentale oerfunk van een fantastisch hoog kaliber dus die onze rootsliefhebbers met verstomming slaan.  Als je samenwerkingen met bekende artiesten zoals PJ Harvey, Mike Patton, Stewart Copeland, Daniel Johnston, John Parish, Jane Birkin op je CV kan zetten, mag je gewag maken van supertalenten. Zappafunk bestaat. Deze virtuoze academici brengen een soundtrack van georganiseerde chaos. Na een atmosferische intro mengen ze eigen composities met heerlijke interpretaties van gekende thema’s. Massimo verwisselt van gitaar en keyboards en de ongelofelijk virtuoze saxofonist speelde eventjes tegelijk sax en keyboards.
Topmuzikanten die nadien pretentieloos op de weide rondlopen, je zou voor minder. Ga zeker kijken als ze ergens in je buurt spelen.

Spinal tap met Endless Boogie. Een groep die velen zal bekoren en velen niet zal bekoren. De lang grijsharige besnorde Paul Major kwam in zijn eeuwig gestreept T-shirt even jammen. Het eerste nummer bestond uit een tweeëntwintig minuten durende solo met als begeleiding een constant aangehouden mi. Laten we het nummer “E majeur” noemen. Het volgende nummer was een variant hierop in de sol. Laten we het nummer “G majeur” noemen. Er is me net iets te veel psychedelische jamrock om van blues of boogie te kunnen spreken. Toch jammer dat ze hun bandnaam halen uit een album van de grote John Lee Hooker, vanwege geen associatie.

Dave Eugene Edwards kwam met zijn Wovenhand verrassend hard uit de hoek. De hel en de verdoemenis van Gods gesel wordt achterwege gelaten. Toetsenist Matthew geeft aan de heavy benadering een sfeervolle…euh toets. Edwards typische stem en typische gitaarsound blijven bezwerend . Graag knipoogt hij ook naar zijn collega koorknaap Nick Cave van de vroegere jaren. 
Edwards bespeelt afwisselend zijn gitaar en banjo en brengt op indringende wijze zijn onheilspellende boodschap over op het publiek dat ademloos toekijkt. Een heel begeesterde set met een weliswaar beperkte interactie met het publiek. Niet te missen zware kost voor dit fantastisch festival.

Vaste klant Jon Spencer neemt je met zijn Hitmakers met de vingers in de neus en op één been mee in een pure energietrip mee en laat je niet meer los. De ene explosie na de andere volgt en even tot adem komen wordt het publiek niet toegestaan. Mister Coolness  met een aura van jewelste is vergroeid met zijn gitaar en bespeelt de stomende tent als een ware volksmenner. Wat je allemaal kan met een basic instrumentarium. Met opener “Trash Can” namen Jon,  drummer M. Sord , toetsenman Sam Coomes en  Bob Bert ( hamers, vuilnisbakken en oud metaal) meteen de juiste groove die heel de set werd volgehouden. Voor de zoveelste keer wordt een stomende tent achter gelaten na de even zoveelste sensationele act.

Familie Kitty Davies and Lewis is zowaar de revelatie van Roots. De souplesse waarmee ze van instrumenten wisselen is zonder weerga. Hoewel dit de vaart in het concert wat tempert. Heerlijke boogiewoogie waar Jools Holland een arm voor veil heeft en dan alles nog eens perfect beheersen. Dit is het ultieme bewijs dat talent in de genen zit. Kitty, Daisy en Lewis betreden het podium, bijgestaan door Daddy Grazz op akoestische gitaar en moeder Ingrid Weiss op contrabas en weten meteen te overtuigen met heerlijke eigen versies van klassiekers en muzikale uitstapjes. It’s a family affair and the girls have fun. Special guest ‘Tan Tan’ Thornton zorgt voor een Jamaicaans sausje. Voor de zoveelste keer wordt een stomende tent achter gelaten na de even zoveelste sensationele act.

Wat moeten we nog schrijven over de belichaming van de Belgische rock ’n roll The Black Box Revelation? Paternoster had er meer dan zin in , was goed bij stem en beheerst en bespeelt het publiek door “Warhorse” een keer of zes te hernemen. Dit duo kan intussen containerparken vullen met scherven van de potten die ze gebroken hebben. Voor de zoveelste keer wordt een stomende tent achtergelaten na de even zoveelste sensationele act. En ja, ik val in herhaling.

De naam CW Stoneking klinkt als een katoenplukkende Mississippi bluesneger , speelt als een Puerto Ricaan een is de facto een enthousiaste jongeling van 46 die er in slaagt om op Roots een charleston sfeertje te creëren met zijn raspende rock en blues met vandaag een latino tintje. Opener “Early in The Morning” zet meteen de toon. Eens de juiste toon en sfeer gezet is er geen enkele leegte of zwak moment te bespeuren. Meer nog, die gast valt niet in een vakje te stoppen. Muzikaal vakmanschap heet men dat. Voor de zoveelste keer …

Met opgeladen muzikale batterijen keren we huiswaarts.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roots & Roses, Lessines

Alan Parsons

The Secret

Geschreven door

Alan Parsons is een naam als een klok in de progrock. De Amerikaan is verantwoordelijk voor een reeks hits (“Eye In The Sky”, “Don’t Answer Me”, …) en wordt beschouwd als een meester in zijn vak. Aan nieuwe albums en touren komt hij nog maar weinig toe. Maar plots was daar het album ‘The Secret’ en kwam hij naar Europa voor een tournee.
‘The Secret’ is niet een nieuw meesterwerk met een nieuwe wereldhit. Het is wel een prima zet geweest om Jason Mraz in te schakelen als gastzanger (op “Miracle”). Daardoor is de kans groot dat Alan Parsons alsnog opgepikt wordt door de Spotify-jeugd. Al blijft het de vraag of ze deze zeemzoete softrock-track meer dan eens zullen beluisteren. Op de persoon van Jason Mraz na ademt dit nummer uit elke porie een hang naar FM-rock uit de jaren ’80, inclusief een kleffe sax-solo. Maar onder al die kauwgumballen-pop zit wel een knappe track ingespeeld door klassemuzikanten.
Alan Parsons zingt zelf maar twee tracks op dit album: “As Lights Fall” en “Soirée Fantastique”. Hij klinkt uiteraard een stuk ouder van Mraz, maar voor de rest is er geen reden waarom hij niet vaker achter de microfoon zou staan. Zeker op “As Lights Fall” legt Parsons vocaal een zacht, warm deken over de muzikaal weinig interessante track. Op “Soirée Fantastique” zit zijn mooie stem dan weer te diep ondergesneeuwd.
Het van bombast overlopende “One Note Symphony” bevat gelukkig meer dan één noot. Dit doet denken aan het meest theatrale werk van Pink Floyd of het meest barokke van Emerson, Lake & Palmer. Zoals de meeste tracks van dit album zou je ook deze korte symfonie meteen ergens in een Hollywood-blockbuster situeren.
Slechts één track heeft dat niet. Het instrumentale “The Sorcerer’s Apprentice” lijkt eerder voor een toneelstuk gecomponeerd dan voor een film. En slechts één track van dit album is effectief al in een film gebruikt: het honingzoete “I Can’t Get There From Here” (geen cover van REM) werd ingezet voor de coming-off-age-movie 5-25-77.
Voor “Sometimes” kunnen we de algemene Hollywood-aanduiding zelfs nog vernauwen tot een Disney-prent. Gastzanger Lou Gramm (Foreigner) slaagt erin om een klein beetje drama uit te vergroten tot een levensles van dertien in een dozijn. Maar ook hier houdt Parsons je bij de les. Het is voorspelbaar en over-the-top, maar ook gewoon heel goed.
“Requiem” is één van de beste nummers op dit album. Zo classic rock als classic rock mogelijk is, maar ook opnieuw onweerstaanbaar goed. Dat geldt bij uitbreiding voor wel meer nummers op dit album, maar op “Requiem” zit alles juist.
“Beyond The Years Of Glory” heeft een joekel van een Eye In The Sky-vibe, maar kan minder overtuigen dan het origineel. Het is wel nog steeds een prima song. “The Limelight Fades Away” is als titel misschien wel tekenend: Alan Parsons is een meester in wat hij doet, maar ergens onderweg heeft hij de trein gemist. Wie heimwee heeft naar de radiorock van de jaren ’80 en wie wegsmelt bij soundtracks, die hebben een prima album aan ‘The Secret’.

WIVES

Wives - Grotestadsrock

Geschreven door

Van marketing hebben ze bij Wives (uit Queens, New York) blijkbaar weinig kaas gegeten. Hun naam is niet alleen moeilijk te googelen, ze is al ettelijke keren door andere groepen gebruikt. Bovendien toerden ze door Europa terwijl hun eerste plaat nog in de maak is. Dit geheel terzijde. De vier beleefden duidelijk de tijd van hun leven en ook wij amuseerden ons best.
Wat onverwacht eigenlijk want Wives is een nieuw project van gitarist Andrew Bailey van DIIV, een groep die het soort dromerige indierock maakt waar ik alleen maar moe van word. Maar dit was duidelijk wat anders: grotestadsrock waardoor je, mits enige verbeelding, echo’s uit de rijke New Yorkse rockgeschiedenis hoorde schemeren. Een flink stuk forser en gruiziger dan DIIV met gitaren die zich gretig wentelden in noise en grunge.
Laatste single heet trouwens “Waving past Nirvana”. Ik hoorde ook een hoog Lou Reed gehalte maar dat had vooral te maken met de zangstijl van Jay Satterwhite.
Een goeie sound hadden ze zeker maar ook de nummers zelf mochten er best zijn, buiten die paar missers dan. Maar het zal toch vooral dat ene nummer zijn, dat traag begon en een geweldige spanningsopbouw kende, die me reikhalzend naar die eerste plaat doet uitkijken.

The Subs

The Subs - The Subs strike back!

Geschreven door

Biologieles deel 1 … Elk jaar is het voor de imker bang afwachten of zijn bijen de lente halen. Vijf donkere maanden sluimerende spanning ontladen zich in het moment dat de imker het deksel van de bijenkasten licht. ..
The Subs optreden deel 1 … Bij een vrijwel volledige donker en afgeladen vol AB is het vòòr de start van het optreden niet duidelijk of The Subs the survival of the fittest gewonnen hebben. Met een ijzersterke optredenreputatie sinds 2008 maar ook een luwere periode de voorbije jaren, met uitzondering van “UFO” in 2018, heb je geen idee of The Subs als een feniks uit zijn as verrezen zijn. Het beloftevol gezoem waar het optreden mee start, als wakker wordende bijen, en een directe oerkreet “We are back” van frontman Jeroen De Pessemier vegen alle twijfel weg : dit optreden wordt een weergaloos feest.

Met verbazing wordt het publiek zo gekatapulteerd richting een bijna anderhalf uur durende rave zonder pauze. Van “The longest night” tot het obligate einde “The pope of dope”: alles is een naadloos verlopend verhaal van moshpits, efficiënt opgebouwde ontladingen in iedere song, en het opzwepende podiumbeest Jeroen De Pessemier. “Concorde”, “Mitsubitchi”, “Fuck that shit”, “My punk” en “Face of the planet”: eerst nog met een soort multicolor tovernaarscape, later in bloot bovenlijf, klimt De Pessemier het balkon in, biedt hij vodka aan, deelt hij t-shirts uit, doet hij van een Mozus splijt de zee open met het publiek of wordt hij op handen de zaal ingedragen op een dienblad met spotlights.
The Subs geven hun drie gastzangers alle ruimte om te schitteren. Eerst als voorprogramma en dan als zanger bij het nieuwe “Blank” is Glints de perfecte uppercut. Met potloodsnorretje, een vers gesteven trainingspak en een jaren 90 Good shape haircut geeft hij een stevig energieke inkijk van een voor The Subs nieuw genre : dit klinkt zeer Brits en zeer UK garage. Bij “Trapped” is het niet Colonel Abrams maar een space oddity uitziende Rouge Mary uit Parijs die de vocals doet. Helaas is bij dit liedje de melodie even weggeveegd, en hetzelfde geldt voor “UFO” die door Yves Paquet nochtans sterk gebracht wordt, wat een dijk van een stem heeft die.
Drie keer verduidelijkte De Pessemier bij het publiek dat er een toonmoment van old school aankomt, wat telkens in een minuut onversneden dance resulteert. Als een mentor toont hij gretig aan waar de roots van de veelzijdige Subs liggen. Dat ze het publiek royaal tot ontploffing brengen vind je in het perfecte bewijs van “The Pope of Dope” met The Party Harders. Op een gouden troon wordt de zanger in ontbloot bovenlijf en witte sportsokken met een geknutselde mijter van achter in de zaal door het losgeslagen publiek naar het podium gebracht.  
Resultaat : The Subs - een podium vol concertgangers, door De Pessemier zelf erop getild. Een speelse chaos die zorgt dat deze klassieker ook direct het eindpunt vormt van het optreden, want verder spelen is na deze wervelwind niet meer mogelijk.
 
Biologieles deel 2 : alleen de sterkste bijen blijven na de winter overleven, dat is nu éénmaal de natuur. The Subs optreden deel 2 : de natuur heeft beslist, The Subs are really really back.

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Subs
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-subs-04-05-2019
Glints
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/glints-04-05-2019

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botanique 2019 - Kate Tempest - Profetische poëzie voor de liefhebbers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2019 - Kate Tempest - Profetische poëzie voor de liefhebbers
Les Nuits Botanique 2019
Botanique (Orangerie)
Brussel
2019-05-03
Tom Dinnewith

Gelauwerde dichters zijn niet het eerste wat je op het podium van de Botanique zou verwachten, maar met Kate Tempest stond vrijdag niets minder op de affiche. Als schrijfster gooit ze wereldwijd hoge ogen, maar ook muzikaal leeft ze zich uit. Haar albums ‘Everybody Down’ en ‘Let Them Eat Chaos’ mixen invloeden van r&b en neerslachtige electro met de typische sound van de slam poets. Weinig uitbundige muziek, maar lyrisch sterk en intrigerend. Met een derde langspeler in de pijplijn, ‘The Book of Traps and Lessons’, bestijgt ze deze zomer opnieuw het podium. Het bleek alvast genoeg om de Orangerie helemaal uit te verkopen.

Er zijn weinig acts zoals die van Kate Tempest, en dus leek de Botanique zich ook de moeite te besparen om een echt bijpassend voorprogramma te zoeken. Daarmee willen we niet gezegd hebben dat de twee eerste acts van de avond zich niet konden onderscheiden. Het prettig gestoorde Peritelle mocht de avond inzetten. Met wat goede wil kan je het hebben over een Brusselse ‘supergroep’, die leden van Veence Hanao, Carl et les Hommes-Boîtes en Fou Detective samenbrengt. Als dat geen belletje doet rinkelen, hoeft u niet te panikeren. De jongens van Peritelle namen het publiek moeiteloos bij de hand met een lekker van de pot gerukte hiphopshow, inclusief bizarre visuals, jurken en hotpants. Een prima introductie voor hun aankomende album ‘Ne Soyez Pas Triste’.
Ook de tweede act van de avond kon best bekoren. Apollo Noir kwam helemaal alleen het podium op, met heel wat elektronica voor zijn neus. De interactie was wat minimaal, maar de muziek die hij uit de boxen liet knallen, wist wel te overtuigen. Zijn glitchy, ietwat zwaarmoedige beats kregen een heleboel mensen in beweging. Echo’s van Gesaffelstein en Iglooghost kwamen uit zijn muziek naar voren en ook de dreunende beats van Crystal Castles waren nooit echt veraf. Te ontdekken, met andere woorden.

Amper twintig minuten later verscheen Kate Tempest zonder veel bombarie al op het podium. Enkel geflankeerd door een man op synthesizers begon ze een babbeltje met het publiek, waarin ze de wens uitdrukte dat mensen hun mobieltje even links zouden laten liggen en hier zijn, bij haar, in dat moment. Die vraag hoor je tegenwoordig wel vaker, maar bij Tempest was die van cruciaal belang. Haar optredens zijn, bij gebrek aan een beter woord, verhalen. Wie even de draad kwijt was, verdween na enkele minuten onherroepelijk uit de flow van het optreden. Er waren geen beats om je karretje opnieuw aan vast te haken.

Wie goed luisterde, werd daar wel voor beloond. Met haar sappige accent en vlekkeloos gevoel voor timing wist Tempest een bijzonder gewillig publiek vrij snel in te pakken. Dat was – nogmaals - grotendeels te danken aan haar uitstekende teksten, die slingerden van wanhoop over de Brexit naar eenzaamheid in de grote stad, of van isolatie in tijden van sociale media tot het worstelen met verslaving en slecht politiek bestuur. Teksten die niet enkel op Londen van toepassing zijn, maar ook feilloos passen in Brussel. Allen Ginsberg en de beat poets zouden trots zijn.
Dat gezegd zijnde, loerde de monotonie soms gevaarlijk om de hoek. Nummers als “Europe Is Lost” en “We Die” brachten wat broodnodige melodische verlichting in de set, die wel héél erg leunden op de stem en de delivery van Tempest. Het klinkt cru, maar puur muzikaal stelde het optreden soms relatief weinig voor. Het leek de zaal evenwel niet te deren; het enthousiasme groeide bij elk nummer, en ook het nieuwe werk viel prima in de smaak. Het zwoele “Firesmoke” viel op, en stemde even melancholisch. Tempest was op haar best wanneer ze van een drukke, luide passage kon afdalen in een intiem verhaal. Geen mens die nog aan zijn mobieltje dacht wanneer de Britse op slinkse manier haar diepste gevoelens eruit gooide.

Zelden stemt een concert echt tot nadenken, maar dat was vanavond zeker het geval. Het siert Kate Tempest dat ze zonder scrupules haar eigen ding doet. Het aanwezige publiek had niets anders verwacht, en liet zich gretig inpakken door de profetische performance van de Britse schrijfster. Een headline act wordt Kate Tempest vast niet, maar binnen haar niche zijn er weinigen die op haar niveau zullen raken, waarvoor hulde.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/les-nuits-botanique-2019/apollo-noir-03-05-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/les-nuits-botanique-2019/kate-tempest-03-05-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/les-nuits-botanique-2019/peritelle-03-05-2019

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2019)

Wallace Vanborn

Wallace Vanborn - Gent's stonerrock-trio is terug van weggeweest, en hoe!

Geschreven door

Vier jaar bleef het opvallend stil in kamp Wallace Vanborn , de band (van Gentse bodem) die ons reeds meer dan 10 jaar voorziet van stevig, catchy gitaarwerk. Bovendien wisten ze na meer dan 400 optredens een ijzersterke live-reputatie op te bouwen binnen de Belgische muziekscene. Neen, dit is niet iedere muziekgroep gegeven. Toch betekende deze radiostilte geen stagnatie van hun creatieve proces, integendeel…Hier zagen we een trio ontwaken uit de pauze, van veel energie, een goede zang en catchy hooks.
Een PletWallace dus , luid, rap, een liveband ten top , omfloerst van een goede belichting in een kleine, gezellige club met een strak voorprogramma. Meer volk hadden we verwacht om deze twee straffe bands te zien, maar de afwezigen hadden eens te meer ongelijk.

Deze hiatus scherpte Wallace Vanborn, maar ook Ian Clement (zanger) aan tot nòg straffere artiesten. Ian werkte de laatste jaren stilletjes aan zijn tweede, intens ontroerende soloplaat ('See Me in Synchronicity’, verscheen februari '19). Daarnaast vonden de bandleden (Ian, Sylvester Vanborm & Dries Hoof) ook nog de tijd om te spelen in verschillende andere projecten èn als kers op de taart: ze schreven 3 nieuwe nummers en brachten deze uit via een split-release met Paceshifters (NL) ter gelegenheid van Record Store Day 2019. Een uniek project die we vanavond konden aanschouwen.

Deze vrijdagavond startte meteen met de alternatieve, grungy rock-and-roll van Paceshifters. Om eerlijk te zijn, ik had nog nooit van deze Noorderburen gehoord, ondanks het feit dat ze al sedert 2008 in het circuit zijn. Toch werd al snel duidelijk dat ze in staat waren om ons plat te spelen. En dit deden ze ook, zonder aarzelen. Op het podium zag ik twee broers (waaronder de basgitarist die net vader was geworden) en één drummer die zich smeten, zich amuseerden en overtuigden van hun ruige orkestje. Wat over bleef was minstens één gelukkige mens, omdat hij de Paceshifters mocht leren kennen en waarderen.

Na een korte pauze beukten de eerste noten van Wallace Vanborn tegen onze trommelvliezen. De set begon met “Welcome to the Wastelands”. Meteen werd het publiek meegesleurd met de sneltrein en Ian was na dit eerste nummer zéér resoluut: "Mensen, we hebben jullie gemist en zijn blij om hier terug te zijn!". Deze oprechte dankbaarheid, gaf mij een stevige portie kippenvel.
Hierna passeerden enkele oudere nummers de revue, “Cougars” en “Found in L.A.” toonden ze dat ze nog altijd in staat zijn om ons met een knipoog omver te blazen.
Het viel mij ook op hoe goed de belichting was: snelle, felle kleuren wisselden vlotjes af met donkere mystieke tinten , én met het dichte rookgordijn klopte alles. Ik waande mij zelfs even in Joshua Tree.
Nu was het tijd voor nieuwe nummers vanop de RSD split 10": “Flashlight” en “Sleaze To Greaze The Wheel”. Beiden puike nummers, met als doel ons klaar te stomen voor “Borderline”, het laatste en extreem luide, snelle, harde nummer van de split. Het publiek was nu echt ‘hot’.
Tot slot werden ons nog enkele klassiekers voorgeschoteld: “Rover”, “Atom Jugler”, “Supply And the Damned” en “Cowboy Panda’s Revenge”. Het publiek verloor nu echt de controle en een fotograaf werd zelfs tegen de grond geslingerd (gelukkig zonder brokken). De drummer vond ons zo'n aardig publiek, dat hij de moeite deed om eventjes naar ons toe te komen: "merci, merci, merci". Opnieuw een kippenvelmoment. Tja, ongelooflijk veel respect heb ik voor deze band!

Een PletWallace kwam dus na enkele jaren naar ons toe en overwon ieders paar oren. Opnieuw en steeds weer… opnieuw.

Setlist: Welcome to the wastelands  - Cougars - Found in L.A.
Flashlight (nummer van op nieuwe split)
Sleaze To Greaze The Wheel (nummer van op nieuwe split)
Borderline (nummer van op nieuwe split)
Rover - Atom Jugler - Supply and the Damned - Cowboy Panda’s Revenge

Organisatie: N9, Eeklo

Wallace Vanborn - Gent's stonerrock-trio is terug van weggeweest, en hoe!
Paceshifters + Wallace Vanborn
N9
Eeklo

Stoned Jesus

Stoned Jesus - Een emotionele stormram!

Geschreven door

Stoned Jesus , een trio uit Oekraïne (Kiev) btw, kon rekenen op sterke bijval in de 4ad . Een uitverkocht optreden dus. Een goed uur lang wisten ze het publiek in trance te houden met hun bezwerende , hypnotiserende , slepende, filmische sound die explosief kon zijn .

Stoned Jesus is reeds aan hun vierde plaat toe, ‘Pilgrims’ die bij Napalm Records werd getekend . Metalbands zijn hier vooral te vinden , maar kijk, de heavy stoner  van Stoned Jesus dringt zich op . Oudje “I’m the mountain” is de ‘anthem van de stoner rock’ , één van hun classics die op het eind werd gespeeld , een evenwichtig geheel van donkere, slepende , apocalyptische, explosieve riffs en spacey, psychedelische sounds die je in hun greep houden en bij het nekvel grijpen . Het nieuwe album werd vanavond in de spotlight geplaatst .
Eerst even in de juiste stemming geraken met “Distant light”, meer progrock dan die slepende, heavy stoner; vanaf song twee “Hands resist them” geraken de drie op stoom , de bas met diepe, dreigende , dronende doomriffs , pulserende drums en een slome, zware, tergende gitaar, ondersteund van (g) rauwe en hoge vocals , van vooral weerkerende lyrics. Het doet wat denken aan de aanpak van Electric Wizard, Sleep , Black Mountain en die van Steve Albini’s Shellac.
Een luistertrip, zeker als “Excited” en “Feel” op gang zijn getrokken door tempowissels, explosieve ritmes en spacy geluiden die het gerieflijk maken . Ook als één van de snaren knakt, wordt er gemoedelijk, repeterend verder gespeeld .
“Thessalia” bezorgt best een lekker tempo en leuke gitaarriffs .  70s retro sijpelt door en dan kom je hier uit op een Black Sabbath . “Water me” biedt meer herhalende , lange breaks. Letterlijk ervaren we een ‘desert’ gevoel. Een intense broeierige spanning brengt de doorbraak “I m the mountain” en “Apathy”, die de set definitief besluiten .
Stoned Jesus orakelt hier een donkere toekomst waar hypnotiserende gitaren vereerd worden en knallen als het laatste oordeel. Een dynamisch spel tussen luid en stil, van heftige grooves tot een sereen luisterspel. Een emotionele stormram!

De drie houden er een erg positief gevoel van over , het warme onthaal , de  respons  injecteren een gretigheid, die de songs push en kracht geven.  Een goed concert , zondermeer.

Support was Fire Down Below , een Gents viertal die een energieke set aflevert met een bezwerende, catchy, strakke sound , en de donkere 90s grunge van Alice In Chains richting extravertie trapt …

Organisatie: 4ad, Diksmuide   

Les Nuits Botanique 2019 - Brutus - Aangenaam Vertrappeld

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2019 - Brutus - Aangenaam Vertrappeld
Les Nuits Botanique 2019
Botanique (Rotonde)
Brussel
2019-05-02
Stef Vliegen

Brutus - Leuvense rocktrots stelt nieuwe plaat voor in de Bota Rotonde
Brutus oogstte met zijn eerste album ‘Burst’ (2017) al verrassend veel glorie op eigen bodem, maar ook tot ver buiten de landsgrenzen. Vanaf toen ging het snel voor het trio dat gevormd wordt door zangeres en drumster Stefanie Mannaerts (van de PXL-lichting, 29), bassist Peter Mulders (38) en gitarist Stijn Vanhoegaerden (32).
Hun nieuwe album Nest (2019), een titel die doet denken aan het antoniem van de eerste plaat, gaat over dat succesverhaal en wat dat met een mens zoal doet en zijn/haar dierbaren, die ook. Opnieuw krijgen we aan een verschroeiend tempo een mix van schors keelgezang, verpletterende drums en vooral heerlijke noiserock. De week voordien stonden ze op Groezrock. Hun zaalconcert in de Botanique was de start van vijf weken toeren en elk weekend een buitelnands festival in de zomer!

Brutus - In een uitverkochte Rotonde stonden we schouder-aan-schouder gedrukt klaar in een walm van mannenzweet en bier. De lichten gingen uit en minutenlang klonk laag eentonig gefluit, alsof er iets zou gaan losbarsten… Subtiel nam het drietal plaats achter hun instrumenten en werd sfeer gezet met de zwoele intro van “Fire”, die doet denken aan de postrock van Mogwai. De tikkelend drums, gitaar en bas laten het zo eerst druppelen, om dan de hemelsluizen open te zetten en je compleet te overdonderen met hardcore metal. De schreeuwende en melodieuze stem van Stefanie Mannaerts, en dat terwijl ze ongebreideld tekeer gaat op haar drums, maakt hun sound zoveel rijker. Ongeëvenaard in België. We begrijpen waarom Metallica’s drummer Lars Ulrich ook van is de post-hardcore metal van Brutus.
Tussendoor werd niet veel gezegd, maar dat hoefde ook niet want zo kon de rush lekker blijven doorgaan. Enkel wat mercikes en excuses voor het probleem van de versterker, waardoor Vanhoegaerden noodgedwongen moest spelen op die van Sunflower (voorprogramma). Dat was dan ook het enige minpuntje, omdat de klank van de gitaar daarom niet altijd tot zijn recht kwam. Het ontbrak de Leuvenaars echter niet aan energie en tussen het trio heerst een soort chemie die ervoor zorgt dat het ‘werkt’. Met “War”, de single waarmee het tweede album werd voorgesteld, kwam een hoogtepunt en de woede die in het nummer verborgen zit, kwam tot leven in de moshpit vooraan die vanaf dan part of scene zou blijven. De artiesten genoten zienderogen. Met “Space” toont Brutus dat het ook heel funky en praal kan klinken. Superhits “All along” en het lange “Sugar Dragon” waren het einde van deze verpletterende show die de Rotonde een tot rocktempel pur sang had gemaakt

Helaas geen bisnummers, maar we zijn mild. Na de familiale strubbelingen door het succes van ‘Burst’ zullen er waarschijnlijk goeie afspraken zijn gemaakt om het thuisfront en het succesverhaal in balans te houden. Er staat hun immers nog een drukke agenda te wachten (en terecht). Daarmee was het kort en krachtig, live uitmuntend gebracht en dus volop genieten in een losgebarsten Rotonde.

Setlist: Fire / Cemitery / Horde II / Drive / War / Justice De Julia II / Child / Space / Distance / Techno / All Along / Sugar Dragon

Agenda: 26/5 in Muziekodroom, Hasslet, 29/5 in Handelsberus, Gent (uitverkocht), 30/5 in Trix, Antwerpen (uitverkocht), 4/8 Lokerse Feesten, 17/8 Pukkelpok.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Brutus
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/les-nuits-botanique-2019/brutus-02-05-2019
Sunflower
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/les-nuits-botanique-2019/sunflower-02-05-2019

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2019)

A Violet Pine

Again

Geschreven door

Bijna vier jaar na hun tweede album ‘Turtles’ heeft het Italiaanse trio A Violet Pine zeven nieuwe songs uit, gebundeld onder de naam ‘Again’. En ze blijven ook ditmaal zichzelf heruitvinden. De eerder naar post-rock neigende songs uit hun vorig album hebben plaats gemaakt voor stevig klinkende rock. Het is eerder stonerrock met een scheut shoegaze of noise-rock. De gitaren treden nu veel meer op de voorgrond en de synths zijn zo goed als verdwenen. Er is ook een andere bassist (Francesco Bizzoca) aangetrokken. Voor wie hen al kende is het toch even aanpassen wanneer je het album voor het eerst hoort.
Gedaan met sfeerrijke soundscapes gegoten in songs. Vanaf opener “Instellar Love” wordt er stevig van jetje gegeven. Een zwaar overstuurde gitaar zet het nummer in. Je hoort meteen ook dat de klankkleur en vibe van de bas en de drum anders liggen ten opzichte van hun vorige werk. De bas klinkt zwaarder en voller. De drums knallen doorheen de song. Er wordt nog altijd min of meer op dezelfde manier gezongen, maar ook hier is de benadering anders. “Run Dog Run” is één van de sterkste songs uit de plaat. Fijn drum- en baswerk, urgent klinkend gitaarwerk en aangename vocals. Het titelnummer is eerder een vrij korte track (drie minuten en een half) naar hun normen. Maar het is een fijne songs dat de alternatieve rock uit jaren negentig terug oproept. “Black Lips” begint eerder voorzichtig en vrij clean. Het bouwt zich mooi op naar een climax waarbij de grungy klinkende gitaar en de volle bas terug hun intrede maken.
Om in de jaren negentig te blijven: dit doet wat aan Buffalo Tom denken. Ook “Monster” klinkt eerder rustig in het begin. De ritmische intro vind ik leuk gedaan. Afsluiter is de instrumentale song “Z00” en die begint zowaar met een akoestische gitaarriedel die nogal snel omslaat naar de reeds gekende sound van het album.
Op ‘Again’ doet A Violet Pine de alternatieve rock uit de jaren negentig heropleven. Het album is een stijlbreuk met ‘Turtles’ uit 2015 en het doet mij trouwens denken aan bands als Sonic Youth, Dinosaur Jr, Pavement of Hüsker Dü. Wie van die laatste bands houdt, zal hier heel waarschijnlijk ook wel een boontje voor hebben.

The Skadillacs

Pick It Up -single-

Geschreven door

Voor hun eerste single zijn die van The Skadillacs het niet te heel ver gaan zoeken. Het werd een ode aan de hele 2Tone-geschiedenis, die dit jaar 40 kaarsjes mag uitblazen, en als je dan een Belgische track zoekt, kom je al snel uit bij “Pick It Up”, de grootste hit van onze Employees. In hun catchy versie blijven de Skadillacs inzake ritme en lyrics heel dicht bij het origineel, maar ze voegen er wel rijkelijk blazers aan toe. Ze hadden best nog wat meer mogen freewheelen met deze oer-track van de Vlaamse ska, maar ik kan me ook voorstellen dat als je met een band van negen muzikanten de eerste keer een studio intrekt, dat je het dan vooral ook gewoon degelijk wil doen. De volgende single mag dan wel graag eigen werk zijn, zodat we het repertorium van Vlaamse ska wat kunnen aandikken. “Pick It Up” is een fijne cover geworden die heerlijk samenvat waar ska voor staat.
Op 27 september spelen The Skadillacs als support van The Selecter en Rhoda Dakkar in De Roma in Antwerpen. Dat belooft een feestje te worden. Voorzie schoenen waarmee je kan skanken!

Reptilians From Andromeda

Bloodlust Of The Doll Witch

Geschreven door

De Turkse band Reptilians From Andromeda zijn niet helemaal onbekend in ons land. Hun vrienden van Unwanted Tattoo en Faroutski namen hen al eens op sleeptouw doorheen het Belgische clubcircuit. Afgaand op de jongste EP van deze Reptilians zijn er toch al zeker ook muzikaal overeenkomsten met Faroutski. De Reptilians mengen net als hun Belgische vrienden garage en punk tot een eigen blend. Ze klinken smerig en gemeen, denk aan The Stooges of MC5 of aan recentere bands als Bruce, The Cavemen of Heck (het vroegere Baby Godzilla).
‘Bloodlust Of The Doll Witch’ bevat vijf tracks. De beste tracks staan aan het begin: het venijnige “Beware Of The Pussy” en “Doll Witch”: gemeen, smerig en met een grove korrel opgenomen. Op het fletse “Fake Blondes” kunnen de Reptilians mij niet overtuigen en ook “Hypnodance” mist nog wat harissa in de kont. “Rougarou” maakt als afsluiter gelukkig nog veel goed met een knappe punkmelodie en een paar compacte riffs en solo’s. De energie en de vibe zitten hier juist.
In garage en punk is het niet altijd makkelijk om de energie van de liveshows te vertalen naar studiomateriaal. Deze EP geeft ons toch al een goed idee van wat de Reptilians From Anromeda in een club kunnen in gang zetten. Haal ze nog maar eens naar België!

https://kafadankontak.bandcamp.com/album/reptilians-from-andromeda-bloodlust-of-the-doll-witch

Reflector

Turn

Geschreven door

De uit Oostenrijk afkomstige doom/sludgeband Reflector werd opgericht in 1997. Het duo Andreas Heller en David Ruemüller stonden de laatste jaren, volgens het bijgevoegde nieuwsbericht, een beetje met de rug tegen de muur tot ze vrij onverwacht Martin Plass, de getalenteerde zanger en bassist van de Striggles, tegenkwamen. In april kwam de nieuwe schijf op de markt en wij gaven het kleinood enkele straffe luisterbeurten. Opvallend: Martin Plass zijn inbreng zorgt voor een nieuwe wind bij Reflector, dat zijn nieuwe adem heeft gevonden. Wat 7 jaar na hun laatste schijf '15' resulteert in een gloednieuw album: 'Turn'.
De puur instrumentale magie die dit duo zo uniek maakt binnen het typische doom/sludge blijft overeind. Maar de stem van Martin - met momenten doet hij denken aan Ozzy Osbourne - blijkt dus een  enorme meerwaarde in het geheel te zijn. Die donkere doomatmosfeer, die je bedwelmt en ademloos achterlaat in de donkerste hoek van de kamer, komen we al tegen op instrumentale parels als “Turning” en “Grim Reaper”. En dan al voel je nog meer rillingen over je rug lopen als Martin zijn stem in de strijd gooit en alle registers daardoor nog meer worden opengetrokken. Dat blijkt uit songs als “Bar”, een quasi instrumentaal pareltje boordevol kippenvelmomenten die de doomliefhebber een oorgasme bezorgt. Waarna Martin zijn heel gevarieerde stembereik in de strijd gooit en ons telkens met verstomming doet achterblijven. Meermaals krijgen we een krop in de keel, sluiten de ogen en laten ons gewillig meedrijven. Als Martin zijn strot openzet, voelt dat aan als klauwen die je de adem ontnemen, waardoor je niet in slaap wordt gewiegd, maar eerder langzaam wordt platgeknepen. Tot alle de lucht uit je longen is verdwenen.
Enerzijds slaat de band je zowel instrumentaal als vocaal compleet murw. Anderzijds bedwelmt die kruisbestuiving, binnen een intensieve en zelfs rustgevende omkadering, je eerder. Razernij en woede zijn dan ook perfect verbonden met intimiteit die een gemoedsrust over jou doet neerdalen. Waardoor je je bij 'Turn' geen moment zult vervelen als sludge/doomliefhebber. Het was lang wachten voor de fans op een nieuw werk van Reflector, maar het is dat wachten meer dan waard geweest. De inbreng van Martin doet bovendien niet alleen een nieuwe wind waaien doorheen Reflector. Anno 2019 hoor je daardoor een frisse tot nieuwe sound tevoorschijn komen, met respect voor het verleden. De toekomst van Reflector ziet er dankzij deze gevarieerde, emotioneel heel intensieve, klasse plaat dan ook zeer rooskleurig uit. Of eerder zwart en donker en weemoedig, zoals het hoort bij doom en sludge.

Tracklist: Turning; Grim Reaper; Islands II; Bar; Leave The Rave; Down The Drain; If You Go Away

Primevil

Primevil

Geschreven door

Primevil  is - zoals staat omschreven op hun facebookpagina - een narrative blackened deathmetalband uit Meerhout. De band bracht recent zijn titelloze debuut uit. Het is dus een vrij jonge nieuwkomer in dat genre. Echter blijken we niet te maken te hebben met groentjes in het vak, maar met topmuzikanten die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn. Dit merkten we onlangs toen de band optrad, Stormram Underground in Zulte. Technisch hoogstaande riffs en drumpartijen waardoor occulte walmen ontstaan die je letterlijk de keel dicht knijpen bewijzen deze stelling meermaals. De vocale aankleding van zanger/frontman Davy Roelstraete - die zowel cleane vocalen als verschroeiende growls naar voor brengt - blijkt dan weer de kers op de taart te zijn om ons prompt naar helse atmosferen te doen wederkeren. Het volledig verslag daarvan kan je nog eens nalezen op http://www.musiczine.net/nl/festivalreviews/item/74034-stormram-2019-underground-shows-stevige-blackened-death-metal-shows  .
De vraag die we ons stelden is of datzelfde gevoel ook weerkeert op schijf.
Wat het debuut betreft krijgen we te maken met een band die elke poort naar het licht sluit en de deuren naar de ultieme duisternis compleet openzet. De dreigende, verdovende instrumentale aankleding bezorgt je bij elke song een dodelijke adrenalinestoot. Maar het is toch die typisch naar blackmetal refererende vocale aankleding die je daarbovenop de ultieme doodsteek zal geven. Ingrediënten zo eigen aan het blackend deathmetalgenre worden telkens op een hoopje gegooid bij “Primevil”, “The Law Of Exchange” en “Excolvuntur”. En dit tot al even verschroeiende songs als “The Circle Of Fate”, “Blood Pact” en afsluiter “Reapers Of Eternal Sorrow”.
Het meest opvallende daarbij is dus inderdaad dat Primevil, net zoals op het podium, ook op plaat een occult verhaal vertelt over sages en legendes en de fantasie van de aanhoorder prikkelt. Welke fantasie naar boven komt? Dat mag je zelf invullen. Primevil houdt enkel de deur naar menige donkere poorten open en houdt de aanhoorder daarbij een spiegel voor die er griezelig uitziet. Telkens blijft de band diezelfde lijn aanhouden, waardoor je die koude rillingen, van de eerste noot tot de laatste donderslag, over je rug voelt lopen. En slaagt dan ook met brio in zijn opzet om je als aanhoorder onder te dompelen in donkere gedachten die je angst inboezemen. We raden alleen aan om de meest gruwelijke fantasie die in die gedachten voorkomt gewoon zijn werk te laten doen tijdens het beluisteren van dit heel intensief aanvoelende meesterwerk. Pas dan begrijp je echt waar het bij Primevil om draait.

Tracklist: Primevil; The Law Of Equal Exchange; Excolvuntur; The Circle Of Fate; Blood Pact; Reapers Of Eternal Sorrow.

Luke Appleton

Snake Eyes

Geschreven door

Toen we tijdens het evenement '8 jaar Elpee' Luke Appleton (bekend van o.a. zijn samenwerking met Blaze Bayley en bassist bij Iced Earth) aan het werk zagen, waren we danig onder de indruk van de emotionele manier waarop hij en zijn kompaan Rishi Mehta (Babylon Fire) ons diep wiste  te ontroeren. Eind april bracht Luke Appleton zijn nieuwe schijf 'Snake Eyes' op de markt. Een knappe schijf die bewijst dat Luke niet alleen een getalenteerde muzikant en zanger is, hij draagt zijn rock-'n-roll hart op de juiste plaats.
“Snake Eyes is an emotional rollercoaster of which I’m extremely proud. Lyrically and performance-wise I believe this is some of my best work to-date. I wanted to create something that is much more than ‘just an acoustic album’ and I feel I’ve succeeded in that goal." Zegt hij zelf over deze schijf, en inderdaad een emotionele rollercoaster boordevol lekker aanstekelijke rock riffs is deze plaat zeker geworden.
De kruisbestuiving tussen Luke en Rishi zorgt daarbij voor een uitzonderlijke magie, die aan je ribben kleeft. Dat blijkt al door die eerste song “Inside Out”. Die ingeslagen weg van rockmuziek die snaren raakt, wordt verder ingeslagen op “Medusa”, “Snake Eyes”, “First Star” en “Crocodile Tears”. Allemaal songs boordevol emoties, zonder klef te gaan klinken. Want deze man straalt rock-'n-roll van de puurste soort uit. Dat bewees hij in zijn vele projecten waar hij aan mee werkt. Dat zet Luke Appleton op deze soloschijf gewoon nog wat meer in de verf.

Metaprism-zangeres Theresa Smith levert eveneens een bijdrage aan dit meesterwerk. Haar inbreng mag gezien worden als een meerwaarde voor het geheel. Het is net door zich te omringen door topmuzikanten dat de muziek van Luke Appleton nog het best tot zijn recht komt. De man straalt iets vriendelijk uit op het podium en dat komt ook naar voor op plaat. Het spelplezier, gekruid met een stem en sound die je een krop in de keel bezorgt, is voortdurend aanwezig. 'Snake Eyes' raakt je langs alle kanten en dat is dus in grote mate doordat Luke zich laat omringen door topmuzikanten. Maar ook Luke zelf beschikt over een Hemelse en veelzijdige stem, die de haren op je armen doet recht komen van puur genot. Luister maar naar “Walkers”, wederom gerugsteund door de virtuositeit van Rishi Mehta, een song waarbij Luke zijn stem zo hoog klinkt, dat niet de trommelvliezen barsten maar eerder dat je tranen in de ogen krijgt van innerlijk genot.
Zo intensief, speelt Luke Appleton over heel de lijn met je emoties op deze 'Snake Eyes' dat je - eens in zijn veelkleurige wereld terecht gekomen - wegzakt naar een weemoedig aanvoelende totaalbeleving, binnen een lekker aanstekelijke rock omkadering.
Bovendien weet Luke zich te omringen door al even gedreven muzikanten, die goed weten waar Luke zelf naartoe wil met deze bijzonder emotionele en persoonlijke schijf, waarbij de man in zijn leven doet kijken maar ook jou een melancholische spiegel voorhoudt die je enerzijds tot tranen bedwingt maar waardoor hij anderzijds eveneens een glimlach op je gezicht tovert. Waardoor je dan weer diep onder de indruk van zoveel rock en melancholie pracht, verweest in de hoek van de kamer achterblijft na deze bijzonder veelzijdige trip boordevol uiteenlopende rock emoties.

Tracklist: 1. Inside Out; 2. Medusa; 3. Snake Eyes; 4. First Star; 5. Heart Returns; 6. Crocodile Tears; 7. Stone Broke From My Heart; 8. Walkers; 9. The Other Side; 10. Slay The Hydra; 11. A Man Of A Thousand Words; 12. How Does It Feel to Be Alive? (Live – Bonus Track).

Japan Suicide

Ki

Geschreven door

Japan Suicide ontstond in 2010 en steekt zijn voorliefde voor de typische jaren '80 postpunk niet onder stoelen of banken. In verlengde van bands als Joy Divison, The Cure, Jesus and Mary Chain en Depeche Mode bracht Japan Suicide vorig jaar nog een gloednieuwe schijf op de markt. 'Santa Sangre' trekt vooral de typische postpunkliefhebber over de streep. Maar de band houdt gelukkig ook van grenzen aftasten en buiten de lijntjes van postpunk kleuren en experimenteren. En dat laatste was de reden waarom wij vielen voor deze knappe plaat. Eind april kwam een opvolger op de markt 'Ki'. Waar de band blijft zichzelf heruitvinden, binnen een al even avontuurlijke omkadering.
"Door shoegaze- en postpunkelementen te vermengen met subtiel durven experimenteren, verlegt de band daardoor een grens binnen de typische jaren '80-opleving die van tijd tot tijd de kop opsteekt. En dat is wellicht de voornaamste reden waarom ook wij, als postpunkliefhebbers van de oudere generatie die zijn mee geëvolueerd met hun tijd, nog het meest over de streep worden getrokken", schreven we over voorgaande schijf.
Nu, dat gevoel overvalt ons ook bij die eerste song “Empire” op de nieuwe plaat. Die lijn wordt trouwens verder doorgetrokken op daarbij volgende pareltjes als “Fancy Mate”, “Mishima” en “Fury”. Het dansbare met het beklemmende vermengen, waardoor je binnen donkere walmen staat te zweven over de dansvloer, dat is de rode draad op die songs. En ook op  het volledige album.
Instrumentaal zijn het de catchy en aanstekelijke, typisch naar bands als The Cure refererende soundscapes die ons het meest opvallen. Maar ook de vocale aankleding doet ons terugkeren in die bonte postpunktijden. De band is echter slim genoeg om deze stijl dus weer niet zomaar te kopiëren, maar daadwerkelijk er iets mee te doen. Het postpunkgenre uitkleden en opnieuw uitvinden binnen een eigenzinnige omkadering, zodat zowel de oude postpunkers als de nieuwe generatie over de streep kunnen worden getrokken. Nee, vergeleken met de vorige schijf is er inzake totaalbeleving inderdaad niet zoveel veranderd. Maar de impact op ons is nog steeds even groot en de mysterieuze omkadering blijft daarbij ook overeind staan.
Met het bevreemdend aanvoelende “Kanagawa-ok Nami-Ura” waar Oosterse elementen plots ook komen opduiken, blijft de band ons weer op het verkeerde been zetten.
Om af te sluiten met weer een meesterlijke song die werelden en muziekstijlen verbindt tot een boeiend en avontuurlijk geheel. Het bewijst nog maar eens dat Japan Suicide een band is die niet in het verleden blijft hangen, ook al zijn die vergelijkingen daarmee aanwezig, maar vooral dus naar de toekomst kijkt.
Wel degelijk gebruik makende van typische ingrediënten uit postpunk en shoegaze vindt de band ook op 'Ki' deze muziekstijl opnieuw uit binnen een frisse en montere omkadering. En dat is, net zoals vorig jaar, de grote sterkte van zowel band als schijf. Waardoor we ook nu weer zwevend over de dansvloer, onder hypnose worden gebracht door Oosterse kunsten en Westerse postpunk/shoegaze-krachten. En dansen, dansen, dansen tot de vroege uurtjes.

Tracklist: Empire; Fancy Mate; Mishima; Dance For You; Fury; One Day The Black Will Swallow The Red; Kanagawa-Ok Nami-Ura; The Devil They Know; Erlebnis.

Hunter

Hunter

Geschreven door

Hunter is een collectief van vrienden/muzikanten die met het hart op de juiste heavy metal- en rock-plaats, samen muziek spelen alsof ze terug kind geworden zijn. Echter zonder zichzelf belachelijk te maken, maar eerder toont deze band aan dat ouder worden niet moet resulteren in bij de pakken gaan zitten of ergens in een hoekje voor de tv zitten mijmeren over de tijd van toen. Hunter brengt een strak, gezapig en energiek potje heavy metal van de meest pure soort.
Toen we de heren vorig jaar zagen aantreden op Pluto Metal Fest, schreven we daarover: ''Twintig jaar ervaring kan er namelijk voor zorgen dat een band trapt in de val van het afleveren van een flauwe routineklus. Dat is bij Hunter dus totaal niet het geval. Integendeel. Hier staat een band op het podium boordevol enthousiaste vrienden die in het vel van ouwe rotten in het vak tekeer gaan als jonge wolven die nog alles moeten bewijzen. Zonder meer is Hunter dan ook een band om in het oog te houden en de bovendien nodige speelkansen te geven. Want op basis hun status als ervaren muzikanten en de spontaniteit waarmee de band op het podium staat op Pluto Metal Fest, kan Hunter met het grootste gemak er menige daken laten afgaan. Bij deze een oproep aan menig concert organisatie. Boeken die handel! Het loont de moeite." De band brengt nu eindelijk zijn titelloze debuut op de markt en zet eerder ingenomen stellingen nog wat meer in de verf.
Dat Hunter niets nieuws onder de zon brengt, is een beetje het enig kritische punt dat we willen aangeven bij het beluisteren van dit aanstekelijke heavymetalschijfje. Pareltjes als “Dominion”, “Infiltrator” en “Then Comes The Night” laten echter een band horen die verdomd goed weet waar ze mee bezig is. De technische bagage uit het verleden werpt in dit project zijn vruchten voldoende af, om ervoor te zorgen dat kwaliteit wordt afgeleverd van de bovenste plank. Echter zorgt dit niet voor een flauw routineklusje, maar een heel energiek heavymetalschijfje dat aan je ribben kleeft en het beetje heavymetalfan in ons de ene energieboots na de andere adrenalinestoot bezorgt waardoor je prompt lekker zit te headbangen tijdens het beluisteren van deze plaat. Waardoor we dan ook kunnen stellen dat de band in zijn opzet is geslaagd. Dat blijkt ook uit daarop volgende songs als “No Mans Land”, “The Knight Of The Black Rose” en “Glorious”. Eén voor één knappe heavymetalsongs die ons hardrockhart op een strakke wijze doorklieven.
Ga het bij Hunter vooral niet te ver gaan zoeken. Hou je van eenvoudige, oldschool, heavymetal en hardrock zonder al teveel show en franjes? Dan is deze schijf een 'must have' die thuishoort in jouw platenkast. Hunter vindt geen nieuwe muziekstijlen uit, maar doet die typisch lekker oldschool heavymetal alle eer aan die dit genre verdient. En daarvoor kunnen we alleen maar waardering opbrengen. Dat is bij Hunter live het geval, dat wordt op plaat nog maar eens in de verf gezet.

Tracklist: Dominion 04:12; Infiltrator  02:50; Then Comes The Night  03:37; Underground  03:05; No Mans Land 03:44; The  Knight Of The Black Rose 05:29; Glorious 03:49

Pagina 205 van 498