logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Alien Weaponry

Tu

Geschreven door

Als er dit jaar maar plaats is voor één nieuwe metalband op uw radar, dan kan u reeds de naam invullen: Alien Weaponry. Zij leveren het beste debuutalbum in de metal sinds jaren. Na de eerste luisterbeurt zal u snappen waarom dit geen overdreven grootspraak is.

Alien Weaponry bestaat uit drie Maori, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. Het zijn nog tieners, maar muzikaal en tekstueel klinken ze uitermate volwassen. Ze brengen complexe maar heel efficiënte thrash met invloeden van industrial (Fear Factory) en misschien een klein beetje uit de hardcore. O.a. door afwisselend in hun eigen taal en het Engels te zingen, door wat ‘tribal’-elementen toe te voegen en door hun afkomst en cultuur als centrale thema te kiezen, heeft hun eerste album veel weg van Roots van Sepultura, met o.m. de fantastische singles Roots Bloody Roots en Rattamahata. Met dat verschil dat Roots al het zesde album van de band van Max Cavalera was, terwijl dit uit het niets vanuit Nieuw-Zeeland op ons komt afgestormd. Als ze dit als trio kunnen op hun 15 jaar, wat mogen we dan van hen verwachten als ze muzikaal nog gaan groeien?

Het album werd ‘Tu’ gedoopt, naar de korte naam voor Tumatauenga, de oorlogsgod van de Maori. De roots van de band biedt genoeg onderwerpen waar ze zich boos over kunnen maken: de doden en de diefstal van hun land bij de kolonisering, de onderdrukking van hun taal en cultuur, de belabberde sociale situatie van de oorspronkelijke bevolking, … Behalve een dikke laag woede en agressie ademt het album ook een zekere trots uit. Fierheid over de identiteit en een geloof in eigen kunnen van de band en van de Maori.

Alle songs op dit album zijn sterk. Van “Kai Tangata” via “Ru Ana Te Whenua”  tot “Holding My Breath”.

Ook het platenlabel heeft begrepen dat ze met Alien Weaponry goud in handen hebben. De Nieuw-Zeelanders mogen deze zomer aantreden op de grootste metalfestivals: Wacken Open Air en Summerbreeze in Duitsland, Metal Days in Sloveniê, Bloodstock in de UK, … België staat voorlopig niet op de agenda. Jammer.  

 

HeKlAa

1491

Geschreven door

Colmar is een Franse pittoreske stad in de Elzas. Het heeft een zonnig microklimaat en veel wijnbouw. Het is tevens de verblijfplaats van Sébastien Touraton, de man achter dit project, die componeert en geïnspireerd is door post rock, jazz en soundtracks.
‘1491’ is zijn achtste release in zo’n vijf jaar tijd. Het bevat vier songs (goed voor een half uur muziek) en is dus in feite een beetje een mini album. We krijgen dus telkens tracks die als basis nogal wat pianowerk hebben. Aangevuld met atmosferische zang en backings, keys en gitaar. De tracks worden telkens heel goed opgebouwd en beklijven. Elke song heeft wel dat extraatje waardoor de song boven de middelmaat uitkomt. Op “Geimur” is dat bijvoorbeeld het orgel dat halverwege de song doet kantelen en openbreken. De tracks zijn dus atmosferisch, donker en mysterieus. Iets wat onderstreept wordt door het mooie artwork van Grégory Fels
HeKlAa heeft met ‘1491’ een schitterende soundtrack gemaakt waar de film nog voor gemaakt moet worden. Fijne productie en mooi opgebouwde tracks zorgen hier ervoor dat dit mini album terecht wat aandacht mag krijgen.

Los Javelin

Cocktail Caracas

Geschreven door

Het Griekse label Green Cookie Records staat bekend vanwege zijn uitstekende surf rock, garage rock en rock n roll releases. Met Los Javelin is dit niet anders. Afkomstig uit Venezuela brengen ze instrumentale surf rock en aanverwante muziek. Geïnspireerd door o.a. The Shadows, Dick Dale & His Deltones, The Ventures… maakt dit trio surfrock sedert 2001. Dat levert hier acht zonnige tracks op. Bas, drums en gitaar aangevuld met wat blazers. Niet voor niets heet de plaat dus ‘Cocktail Caracas’. De Zuid- Amerikaanse vibe zit in heel de plaat.

Het album straalt feestvreugde, Speedy Gonzalez en Mexicaanse tequila feestjes uit. Met zijn acht korte songs (twee a drie minuten) is het feestje na twintig minuten al voorbij. Een beetje te vlug volgens mij want ik begon nog maar juist in de feeststemming te komen.

The Exploding Boy

Alarms!

Geschreven door

Dit zestal uit Zweden maakt al gedurende tien jaar wave en postpunk. Ze noemden hun band naar een nummer van The Cure. Maar we kunnen niet zeggen dat ze muzikaal The Cure imiteren. Ze hebben wel degelijk een eigen sound. Met ‘Alarms!’ zijn ze aan hun vijfde album toe. De zang is vrij catchy, melancholisch en maakt dat de muziek toch ook ergens lichtvoetig kan klinken. De zang en muziek komt dus uit het hoekje van de wave en post punk maar is, zoals eerder al gezegd, eerder lichtvoetig. Dat zorgt voor vlot verteerbare post punk dat haast poppy klinkt. Op sommige tracks klinken ze vrij groots en haast als stadionrock (zie Editors of The Killers etc). Ik denk dan aan de opener “Fireland (The End of Dark City)” of “Run Red”. Sfeervolle synths en zang dat galmt onderstrepen nog het gegeven van grootsheid.

‘Alarms!’ is een brokje energie met donkere teksten, catchy en aangename vocals, veel wave-invloeden die ze mixen in een eigen sound. Het album doet mij ook, qua sfeer en vibe, wat denken aan ‘Hot Fuzz’ van The Killers. Of het moet de manier van zingen zijn die er mij doet aan denken. Ik kende hen niet maar het is een aangename kennismaking. 

 

Witxes

Orients

Geschreven door

Witxes is het ambient/drones project rond de Franse artiest Maxime Vavasseur. De man is een meester in intensieve, vaak oorverdovende drones, zodanig te laten klinken dat niet alleen de trommelvliezen dreigen te barsten, maar dat je vooral wordt meegezogen naar een vrij donkere wereld. Met zijn derde schijf ‘Orients’ , uitgebracht via Consouling Sounds , blijft Witxes begane wegen verder bewandelen. Hij zegt er zelf over: “my mind was clouded, I was distracted by what I now see as meaningless things. I needed to re-focus on what matters to me but the music was struggling because I was struggling with my life in a way”. Dat worstelen met de problemen in zijn leven , keert ook terug op deze schijf. ‘Orients’ is dan ook geen trip voor gevoelige zieltjes. De intensieve drone verbrijzelt uw hersenpan, en jaagt telkens opnieuw een huivering door ons lijf , waardoor we prompt onze eigen demonen in de ogen kijken.
Songs als “Distractions”, “Destructions”, “Rogues” drijven je tot complete waanzin. Maxime doet op een subtiele wijze de putten van jou, en zijn persoonlijke Hel open gaan. Eens gegrepen door de intensieve drones, is geen ontsnappen meer mogelijk. De dreigende ondertoon waarop geluidsmuren worden opgebouwd, afgebroken , en steen per steen terug worden opgebouwd tot het oneindige, bedwelmen je enerzijds en doen koude rillingen over je rug lopen anderzijds. Tot je compleet murw geslagen, badende in het angstzweet van het leven en totaal verweesd achterblijft.
Net door de hypnotiserende inwerking op je gehoor, hart en ziel, word je letterlijk meegezogen in de vrij duistere wereld die Witxes je aanbiedt. Willen of niet, hij sleurt je dieper en dieper mee in zijn donkere gedachtekronkels boordevol chaos en intensieve waanzin.
Vaak starten songs in een eerder intieme atmosfeer, zonder de dreigende ondertoon uit het oog te verliezen. Gaandeweg wordt het tempo opgedreven, tot een oorverdovende climax je uiteindelijk de doodsteek toedient. Zoals het leven van een mens in golven verloopt van rust en kalmte, tot woede en pijn naar geluk en immens verdriet. Zo zit deze schijf dus ook in elkaar.
Besluit
Witxes is een artiest die zijn persoonlijke levenservaring bundelt in zijn muziek. Waar dit gaat eindigen? Of er licht is op het einde van de tunnel? Het is koffiedik kijken. Maar, en dat is wel heel opvallend, het eerder positieve, abrupte einde van deze schijf doet ons vermoeden dat er nog meerdere hoofdstukken zullen worden toegevoegd aan dit toch wel heel persoonlijke project. Want Vavasseur zet op ‘Orients’ zijn hart dus volledig open en  laat duidelijk in zijn kaarten kijken. Maar laat je heel bewust met nog zoveel vraagtekens achter.
Kortom, deze schijf is een typisch experimentele Ambient meesterwerk, waarbij de grenzen en mogelijkheden van het leven letterlijk tot de puntjes worden afgetast, door middel van al even intense drones die recht doorheen je hart boren, en je ziel al even diep raken.

Tracklist:
1.         Distractions 05:20
2.         Destructions 04:13
3.         Rogues 05:32
4.         Neoruines 02:25
5.         Disruptions 03:00
6.         Interventions 06:34
7.         Incarnations 05:04
8.         Clairvoyants 07:01 

Shriekback

Why Anything? Why This?

Geschreven door

Binnen het post punk gebeuren is de uit Londen afkomstige Shriekback geen onbekende meer. De band werd in 1981 opgericht door ex-XTC keyboardspeler Barry Andrew en Dave Allen (Gang of Four). Later voegde gitarist Carl March (Out On Blue Six) zich bij de band. Het debuut schijf ‘Care’ (1983) was een schot in de roos. Shriekback drukt door de jaren heen zijn stempel op het typisch post punk gebeuren. Voor hun ondertussen veertiende plaat ‘Why Anything? Why This?’ keert de band terug naar zijn originele line-up met toevoeging van bassist Scott Firth (P.I.L.) en Marty Barker.

Shriekback heeft zich, heel bewust, nooit willen vastpinnen op één muziekstijl. Dat was in het verleden zo, en is nog steeds het geval. Dit is bovendien de grote sterkte van de band, en de reden waarom ze anno 2018 nog altijd staan als een huis. Ook op de nieuwste schijf worden andere wegen ingeslagen. Hoewel, heel subtiel, die donkere kant van hun muziek uit de jaren '80 stevig overeind blijft staan, horen we deze keer bijvoorbeeld ook een vette knipoog naar de  blues terug. Het is echter de meeslepende tot aanstekelijke kant van de zaak die ons het meest over de streep trekt.
Songs als “Shovelheads”, “And the Rain”, “Catmandu”, “Such Such are the joys” bevatten klanken die je inderdaad zullen doen zweven over de dansvloer. Elke schakel binnen de band is daarbij even belangrijk, er valt nergens een speld tussen te krijgen. Er is dus geen instrument dat boven de ander uitsteekt. Eveneens neemt de prachtige vocale inbreng niet de bovenhand. Nee, net de kruisbestuiving tussen elk van hen trekt ons het meest over de streep. Zoals we aangaven, ondanks het aanboren van nieuwe wegen, blijft de typisch post punk atmosfeer nog steeds overeind staan. Dat blijkt bijvoorbeeld aan afsluiter “37”. Waar de band donkere tot weemoedige wegen opzoekt, en zelfs - zoals het hoort bij die muziekstijl - lichtjes gaat dreigen. Maar om te zeggen dat Shriekback er zich gemakkelijk vanaf maakt, en gewoon hun sound van vroeger oppikt en daar dus niets nieuw aan toevoegt, dat is de band enorm tekort doen. Nee, deze band heeft nog steeds respect voor zijn verleden maar durft dus na al die jaren eveneens vooruit kijken. Daarvoor kunnen we alleen maar respect en waardering opbrengen.
Besluit
Shriekback klinkt anno 2018 dus heel fris en monter, alsof het jonge wolven zijn die nog alles moeten bewijzen. De ervaring binnen de scene, resulteert dan weer in perfecte instrumentale en vocale huzarenstukken die ons met verstomming slaan. Daarbij worden geen geluidsmuren gesloopt, eerder gaat het de donkere tot weemoedige kant uit bij Shriekback. Echter, het feit dat deze band na circa 37 jaar nog steeds zichzelf uitvindt, dat noemen we een sterk staaltje.
Kortom, waar veel van die oudere bands vaak trappen in de val niets nieuws meer durven toevoegen aan hun gedoodverfd geluid, wegens het gevaar door de mand te vallen, verlegt Shriekback op deze nieuwe schijf eerder weer zijn eigen grens. Daarbij wordt bovendien voortdurend buiten de lijntjes gekleurd. Laat die avontuurlijke tot veelzijdige aanpak nu de hoofdreden zijn waarom we, ook na meerdere luisterbeurten, compleet overslag gaan voor deze schijf en band.
‘Why Anything? Why This?’ is dus niet alleen een aanrader voor de doorsnee post punk fan van het eerste uur. Zij die houden van bands die zichzelf heruitvinden, zullen hierin zeker hun gading vinden.
Wij waren alvast volledig overtuigd van de nieuwste schijf van deze levende legendes uit de wilde jaren '80. Nu u nog.
1          Shovelheads   5:14
2          And The Rain 5:10
3          Catmandu       3:48
4          Such, Such Are The Joys       5:16
5          Wriggle And Drone   4:03
6          The Painter Paints      4:08
7          Useless Treasure         3:20
8          Church Of The Louder Light            4:03
9          Sons Of The Dirt        3:59
10        Thirty Seven   5:25

The Scientists

The Scientists - Adembenemende gitaren

Geschreven door

Toen de N9 The Scientists aankondigden wist ik eerst niet goed wat daarvan te denken. Want nadat ik ze in 2004 zag als Kim Salmon & The Scientists (wat ik trouwens vergeten was) tijdens een korte reünietour in de 4AD , leek de groep volledig van mijn radar verdwenen. Kim Salmon zag ik wel nog met zijn andere band, The Surrealists terwijl ik enkele jaren geleden ‘True west’ kocht, een plaat (niet meteen een hoogvlieger) van Kim & Leanne ofte Salmon en de drumster van The Scientists. En daar bleef het bij.

De groep uit Perth debuteerde in 1981 met ‘The pink album’, een zwik frisse punkpop vol Ramones, Buzzcocks en Big Star invloeden. Op de volgende platen werd de sound donkerder en gruiziger en creëerden ze samen met Beasts of Bourbon (bij wie 3/4 van the Scientists wel eens gespeeld heeft) een Australische variant op de swamp rock. De groep verhuisde naar Londen, toerde met zielsverwanten als The Gun Club en Alex Chilton maar het succes bleef uit en in 1987 was het over en out.

Nadien volgde af en toe nog een occasionele reünie en werden ze in 2006 door Mudhoney uitgenodigd op het All Tomorrow’s Parties festival. Maar de groep bestaat blijkbaar opnieuw en maakte vorig jaar zelfs een single en dat in de bezetting uit hun topperiode: Kim Salmon (zang, gitaar), Tony Thewlis (gitaar), Boris Sudjovic (bas) en Leanne Cowie (drums). Iets om naar uit te kijken en gezien de mooie opkomst was ik niet alleen met die mening.

De hooggespannen verwachtingen kregen meteen een flinke knauw met het openingsnummer, “You only live twice” (Nancy Sinatra cover), een flauwe song die bovendien helemaal om zeep werd geholpen door een rampzalige klankbalans. Gelukkig mocht ik vanaf song twee mijn vloeken inslikken. Het geluid zat nu perfect en met nummers als “Braindead” en “This is my happy hour” kreeg ik hetgeen waarvoor ik gekomen was : strakke, nijdige gitaarrock die hier op veel bijval kon rekenen.

Die was er minder voor enkele nieuwe nummers, twee b-kantjes, maar Kim Salmon is eigenzinnig genoeg om die niet zomaar te laten vallen. De laatste single, het in feilloos Frans gezongen “Mini mini mini” (na “Hippie, Hippie, Hoorah” van Black Lips op Roots & Roses alweer een Jacques Dutronc cover) was wel een schot in de roos. De parels werden aaneen geregen en steeds meer werd duidelijk wat voor een schitterende band hier op het podium stond. Vier gretige muzikanten die er overduidelijk zin in hadden. Alleen drumster Leanne Cowie leek een paar keer moeite te hebben om te volgen. Slecht geslapen?

Uitblinker was wat mij betreft gitarist Tony Thewlis. De bescheidenheid zelve maar wat klonk die gitaar toch steeds meeslepend. Hij is er zeker de man niet naar om te stunten maar op een gegeven moment deed hij dat toch. Zo wisselde hij een snaar terwijl hij verder bleef spelen en duurde het verdomd lang vooraleer de anderen dat in de gaten hadden. Nooit eerder gezien.

De set kreeg een ongemeen hoogstaande finale met “Swampland” en “We had love”, twee uitgesponnen, broeierige nummers waarin de zich in alle bochten wringende gitaren geen enkele belemmering werden opgelegd. Adembenemend. De verplichte bisronde begon met het iets mindere “Hey Sydney” maar met “When fate deals its mortal blow” en “Burnout” kregen we opnieuw twee uppercuts.

Niets dan tevreden grijnzende gezichten gezien achteraf.

Organisatie: N9, Eeklo

 

The Marcus King Band

The Marcus King Band - (te) competente soulvolle bluesrock

Geschreven door

Supertalent is een term die soms al te gauw in de mond wordt genomen. Akkoord, de nog piepjonge Marcus King kan een verdomd potje gitaar spelen en hij is gezegend met een zeer soulvolle stem die niet aan iedereen gegeven is. Tot zover de factor talent.

Van songschrijven heeft hij echter minder kaas gegeten. Tussen alle virtuoze passages van Marcus King en zijn bandleden bespeuren wij niet echt onvergetelijke songs.

We zien eerder een band die meermaals vervalt in de clichés van het genre. Dit is immers een mengeling van zeer Amerikaans getinte bluesrock met soul-, jazz- en funkinvloeden. Een sound in het verlengde van bands als Blues Traveller, Gov’t Mule of Dereck Trucks Band, allemaal groepen die zweren bij rockmuziek met uitgesponnen songs en wel zeer lange instrumentale passages, alsof de seventies nooit zijn weggeweest. Dergelijke bands zijn dan ook groot in Amerika, maar in Europa laten ze de zalen niet met duizenden vollopen, waarschijnlijk omdat men bij ons nog efficiëntie verkiest boven muzikaal vakmanschap. Een halfvolle Zwerver lijkt hier het hoogst haalbare.

Zo komen we ook meteen bij het grootste probleem van deze band. Er moet zo nodig worden aangetoond dat alle de groepsleden meer dan aardig overweg kunnen met hun instrumenten. Uiteraard is dat zo, de blazers zijn uitmuntend, de keyboards fantastisch en het gitaarvernuft van Marcus King is van buitengewone aard. Alleen de drummer valt wat uit de toon, we zijn sowieso al niet tuk op drumsolo’s (voor ons doorgaans het ideale moment voor een sanitaire pauze), maar deze die we vanavond krijgen voorgeschoteld is één van de meest lamlendige die we ooit hebben mogen meemaken.

Maar goed, op zijn best doet dit bedreven gezelschap ons denken aan Janis Joplin, Frank Zappa, Santana, Allman Brothers Band of Ten Years After, en dat zijn natuurlijk niet van de minsten. Geregeld komt ons ook SIMO voor de geest, een band die vorig jaar nog een geweldig concert verzorgde in de AB Club.

Hoezeer Marcus King ook zijn teamgenoten in de picture zet, hij is natuurlijk nog altijd zelf de ster van de avond. En dat weet hij, zijn soulstem schittert meermaals doorheen de set en zijn gitaarsolo’s vliegen per lopende meter door de zaal. Die zijn steeds genietbaar, maar wij missen in zijn gitaarspel toch wat rauwheid of hier en daar een smerige riff die de set zou kunnen openrijten.

Marcus King lijdt ook een beetje aan het Bonnamassa-syndroom, hoewel het eigenlijk nog net draaglijk blijft. Bij Bonnamassa kan je immers in een tijdspanne van één gitaarsolo achtereenvolgens de lunch nuttigen, een siësta doen en vervolgens nog gauw even de hond uitlaten. Bij Marcus King valt het dus nog best wel mee, hij streelt en omhelst zijn gitaar, maar hij neukt ze niet. Bovendien heeft hij ook niet dat gigantische ego van Joe -kijk eens wat ik allemaal kan- Bonnamassa. Toch best in de gaten houden, want het overkill-beestje lonkt.

Ondanks de soms te uitgebreide solomomentjes weet deze band ons toch meer dan anderhalf uur te entertainen met hun uiterst vaardige en soulvolle rockmuziek. Een beetje te veel van het goede, dat wel, maar dat is natuurlijk eigen aan het genre. En als we het wat bondiger willen, zetten we bij thuiskomst toch gewoon iets van The Ramones op.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

 

Superchunk

Superchunk - Angry old men hebben nog altijd het vuur

Geschreven door

Superchunk - Angry old men hebben nog altijd het vuur
Superchunk
Kreun
Kortrijk
2018-06-01
Nick Nyffels

Superchunk is een van die bijzonder invloedrijke Amerikaanse gitaarbands uit de jaren negentig, die misschien niet het succes gekend hebben dat ze verdienden, ook omdat ze dat bewust afgehouden hebben. Wij waren toen student met een beperkt budget en zonder auto, en omdat ze toen nooit op T/W en Pukkelpop gestaan hebben, is deze band een beetje aan ons voorbijgegaan in de nineties: ongetwijfeld zullen we wel een video gezien hebben op 120 Minutes of in Beavis & Butthead, en natuurlijk ook op de Matador-compilatie cd’s uit die tijd, maar dat was het zowat voor onze Superchunk-ervaring. Compromisloos waren ze trouwens ook, want toen Matador records door een major verdeeld werd, besloten ze te stoppen op dit label, en verder te gaan op hun eigen label, Merge records, dat later het grootste succes zou kennen met Arcade Fire.

Tijd dus om onze schade op te halen, en dat treft, want Superchunk kwamen hun nieuwe plaat ‘What a time to be alive’ voorstellen in de Kreun. Bassiste Laura Ballance schrijft nog altijd mee op de platen, maar live laat ze zich vervangen door een andere bassist, omdat ze gehoorschade opgelopen heeft in de bijna dertig jaar dat deze band uit Chapel Hill, het universiteitstadje in North Carolina, bezig is. De nieuwe plaat pakt Trump en de vergoelijking van “The Alt-right” als respectabele mening aan, en is de eerste plaat sinds 1993 die zonder keyboard opgenomen is, frontman Mac Mccaughan omschrijft ze dan ook als een punkplaat.

Op het podium van de Kreun kwam dat er ook uit: Superchunk schoot razend uit de startblokken met “I got cut” en hielden dat tempo bijna het volledige uur aan: we merkten een mid-tempo nummer op na vijfentwintig minuten, maar dat moet het ongeveer geweest zijn. We kregen veel nummers uit de nieuwe plaat, maar het publiek mocht ook verzoeknummers doorgeven, dus we kregen een bloemlezing uit hun dertigjarige carrière. De perfecte soundtrack voor skateboarders, al zullen die van Superchunk dit nu wel aan hun kinderen overlaten. Maar kwaad klonk frontman Mac Mccaughan nog altijd, een songtitel als “Reagan youth” loog er niet om. Mcaughan heeft nog altijd die ijle stem, die moeite lijkt te hebben om het einde van de zinnen te halen, en ziet er ondertussen uit als de oudere, maar minder corpulente versie van James Murphy (LCD Soundsystem), maar als gitarist was hij verschroeiend vanavond: bij wijlen was dit J. Mascis, maar dan zonder de classic rock solo’s, snedig en to the point. Ook de ritmesectie was overdonderend en verbeten, net als de tweede gitarist die nog meer razernij in de mix gooide.

Eigenlijk klonk Superchunk nog even energiek als in hun begindagen, of misschien zelfs nog kwader dan toen. Hits heeft deze band nooit gehad, wel een resem anthems, zoals “Slack motherfucker” dat vanavond afsloot.
Tijdens de bis kregen we nog een furieuze cover met “Brand new love” van Sebadoh, we vinden het origineel nog altijd beter wegens de snik van Lou Barlow, maar we klagen niet, en “Throwing things” uit “No pocky for kitty” sloot af.

Setlist: I got cut / Reagan youth / what a time to  be alive / From the curve / good dreams / Detroit has a skyline / Black thread / Bad choices / Low F / Learned to surf / Erasure / Break the glass / Driveway to driveway / the first part / Slack motherfucker
Bis: Brand new love/ Cloud of hate / Throwing things

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/super-chunk-01-06-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/a-band-called-e-01-06-2018/

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Lonesome Shack

Lonesome Shack - Uitgeklede blues

Geschreven door

Wellicht had het terrasjesweer een aandeel in de bedroevend lage opkomst, maar toch. Waar waren al die bluesliefhebbers? Ok, dit was niet echt blues in de traditionele betekenis van het woord maar hetgeen we hier gepresenteerd kregen was zoveel beter dat wat er tegenwoordig op een doorsnee bluespodium te beleven valt.
Lonesome Shack, een trio uit Seattle, bracht al verschillende platen uit, waaronder één, ‘More primitive’, op het kwaliteitslabel Alive records, wat toch een belletje zou moeten doen rinkelen. Maar blijkbaar heeft niemand dat gehoord.  De mannen van Lonesome Shack lieten het niet aan hun hart komen en speelden een meeslepende set. Uitgeklede blues gegoten in stuk voor stuk sterke, eigen songs waarin de geest van Junior Kimbrough voortdurend rondwaarde. Het leek misschien eenvoudig maar het zat bijzonder knap in elkaar. De combinatie van de lome maar steeds indringende gitaarpatronen van zanger Ben Todd, de kurkdroge drums van Kristian Garrard en de subtiel tot dansen uitnodigende bas van Luke Bergman leidde tot een intrigerend resultaat. Ergens te situeren in de hoek waar ook GravelRoad, die hier vorig jaar ook op het podium stond en met wie ze de fascinatie voor Junior Kimbrough delen, zich bevindt. Het wordt nu vooral uitkijken naar de nieuwe plaat die er zit aan te komen...

Vooraf zagen we nog Vincent Slegers uit Gent. North Mississippi Hill Country Blues is zijn ding en dat hij bracht dat met verve. Knappe, donkere songs gezongen met een schuurpapieren stem en voorzien van inventief gitaarspel op dobro (af en toe wat slide) terwijl hij met een stompbox het ritme aangaf. De laatste twee nummers koos hij voor een elektrische gitaar waardoor de sound wat voller klonk. Ook mooi maar ik verkoos toch die breekbare en soms magisch klinkende dobro.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pere Ubu

Pere Ubu - Rariteitenkabinet aan de voet van de Ijzertoren

Geschreven door

Al 43 jaar lang hebben musicologen de grootste moeite om Pere Ubu in een welafgelijnd hokje te proppen. Omdat regelmatig terugkerende termen als ‘postpunk’ en ‘artrock’ de lading amper dekken heeft het Amerikaanse gezelschap rond de -in alle opzichten- imposante frontman David Thomas dan maar zelf een muzikale stempel bedacht: avant garage. In die garage staan afgedankte grasmaaiers, ingedeukte jerrycans en roestige mestvorken broederlijk zijn aan zij als metaforen voor de  avantgardistische spielerei die elke goeie Pere Ubu song boven de conventionele middelmaat doet uitstijgen.

Om haar voorjaarsoffensief met een orgelpunt af te sluiten liet de 4AD club Pere Ubu tijdens hun ‘MonkeyNet’ tour halt houden in Diksmuide. Thomas hoort zijn weg redelijk goed te kennen naar de Ijzertoren: ook in 2011 strompelde hij al een keer het podium van de 4AD op met Pere Ubu’s ‘The Annotated Modern Dance’, en in 2015 deed hij zelfs een geslaagde poging om de nihilistische protopunk van de pre-Ubu band Rocket From The Tombs uit het graf te doen herrijzen.  Na die reunie bleef de punkspirit nog flink nazinderen bij Thomas, wat vorig jaar resulteerde in het meest gitaargeoriënteerde album uit de Pere Ubu geschiedenis, ‘20 Years in a Montana Missile Silo’.

Die laatste worp, waarvoor de band de overstap maakte naar het legendarische Engelse indielabel Cherry Red Records, maakte vanavond het hoofdmenu uit.  Nooit gedacht dat we Pere Ubu nog zo pissig uit de hoek zouden horen komen als tijdens de lichtontvlambare garagepunk van “Monkey Bizness” en “Toe To Toe”, een koppel  rechttoe rechtaan uppercuts die wel weggelopen leken uit de comeback plaat van Rocket From The Tombs. Ook tijdens de funky cross-over van “Funk 49”, de naar PJ Harvey knipogende murder ballad “Howl” en de vintage Ubu weirdness van “Prison Of The Senses” voerde de gitaar de boventoon.

Het lijf van Thomas is in volle aftakeling, maar de radde tong, de cynische bindteksten en de nasale kopstem doen het wel nog steeds. De 64-jarige bompapunk moet al jaren het publiek noodgedwongen entertainen vanop een stoel, steevast vergezeld van een bundel tekstbladen en een fles rood, toch is en blijft hij de onbetwiste leider van het rariteitenkabinet genaamd Pere Ubu.

Want toegegeven, bij geen enkele andere band bestaat de loonlijst uit een gitarist in maatpak die overgeconcentreerd naar zijn partituren staart (Gary Siperko), een bassiste die een paar koppen kleiner leek dan haar instrument (Michele Temple), een sjofele veeboer met baseball pet die de theremin keer op keer laat ontsporen (Robert Wheeler), een langharige drummer die zo leek weggelopen uit de Foo Fighters (Steve Mehlman) en een klarinetspeler (Darryl Boone) die Thomas een paar geleden oppikte in een Engelse jazz club. Check!

Met een back catalogue die intussen reeds vijf decennia overspant hebben Thomas & co een echt luxeprobleem bij de oldies selectie, maar verrassend genoeg speelt de groep tijdens deze tour op veilig door vooral te gaan grasduinen in hun Fontana Years trilogie ‘The Tenement Year’ (’88), ‘Cloudland’ (’89) en ‘Worlds In Collision’ (’91). Dit mogen dan wel met voorsprong de meeste melodieuze jaren in de Pere Ubu geschiedenis zijn, in Diksmuide bleek nog maar eens dat ze met o.a. “Breath”, “Worlds In Collision” en “We Have The Technology” een paar tijdloze popsongs hebben opgeleverd.

In het eerste anderhalf uur onderstreepte Pere Ubu met verve haar bestaansreden anno 2018, zij het tegen een gezapig tempo en met voldoende ruimte voor gevatte oneliners en persoonlijke anekdotes van David Thomas.

Het contrast kon amper groter zijn met de band die na een rookpauze terug uit de kleedkamers tevoorschijn kwam. In een dolle rit met de teletijdsmachine krijste Thomas ineens alles uit zijn vege lijf tijdens withete versies van de punkevergreens “Kick Out The Jams”, “Sonic Reducer” en “Final Solution” (met een cynische knipoog naar Nirvana’s “Smells Like...”).

 

De boodschap is alleszins loud and clear aangekomen: Pere Ubu verloochent haar eigen roemruchte verleden niet maar staat toch vooral met twee benen (en een wandelstok) in het heden.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

 

Courtney Barnett

Courtney Barnett - Heerlijk uit de losse pols binnen een vast kader

Geschreven door

De Australische sing/songschrijfster Courtney Barnett maakt in een charmant nonchalante uitstraling een kruising van indiepop, garagerock, americana en folkpop; een reeks rauwe, stoere, sfeervolle, kwetsbare songs volgen.
In het eerste deel van de set speelde het kwartet nummers van de recente plaat ‘Tell me how you really feel’ . Op dreef gekomen haalde ze krachtig en verbeten uit in het tweede deel .

In de sound, zang en de looks zijn er referenties aan Joan Jett, Chrissie Hynde, Patti Smith , Joni Mitchell, Liz Phair en specifiek in het gitaarspel komen Kristin Hersh (Throwing Muses), Tanya Donelly (Belly), Kim Deal (Breeders), Juliana Hatfield en Polly Harvey ‘old style’ opdraven. En zelf stofte ze ergens die Paisley Underground van Steve Wynn en z’n Dream Syndicate of het latere Pavement op. Je hoort de gitaarunderground in een leuk , aangenaam , ontspannend als vastomlijnd , strak kader. Een speelse, rustige rauwheid en lofi inhoud ervaarden we in het materiaal of het nu sfeervol , meeslepend , broeierig , fel, gedreven klonk.
Flamboyant en zelfverzekerd gaat ze te werk . Eerst kregen we tien songs van de onlangs verschenen tweede plaat , een coolness en warmte , de opbouwende , repetitieve ritmes intrigeerden op openers “Hopefulessness”, “City lost pretty” en “Charity”. Op “I’m not your mother, I’m not your bitch” schudt ze letterlijk alles van zich af , zoals  de titel  van het nummer al liet vermoeden. Het melodieus broeierige “Nameless, facelees” hecht zich vast in het geheugen . Een sfeervolle intensiteit sijpelt door en af en toe wordt er scherp op de gitaren uitgehaald . Een meeslepend , bedreven gespeeld “Sunday roast” sluit dan ook een geslaagd eerste deel af. Een warm onthaal is er en Courtney geniet . Iedereen in de juiste stemming dus.

In het tweede deel worden de snaren strakker gespannen , het tempo opgedreven en haar stem klinkt krachtiger . Een meer straf , jengelende sound in een  strak melodieuze outfit. “Avant gardener” vormt de aanzet , “Don’t apply compression gently” en “An illustration of loneliness sleepless in NY” geven ruimte aan het gitaarspel , bouwen op en  rocken. Gevoeligheid bleef onderhuids aanwezig. Courtney is met haar band op dreef. We komen uit op hitsige , opwindende versies van “Small poppies” en “Depreston” . De sfeer zit er nu goed in en de respons is verdiend. Na een sfeervol spannend “Anonymous club” volgt een ongepolijst rauw melodieus “Pedestrian at best” , haar doorbraaksingle enkele jaren terug .

Na haar aanwezigheid op de zomerfestivals Pukkelpop en Rock Werchter paar jaar geleden, was dit in zaal een must . In de AB klonk ze gematigder , maar we kregen een emotievol rakende set zonder al te veel franjes, heerlijk uit de losse pols binnen een vast kader . Mooi.
Op Sonic City (Wilde Westen, Kortrijk) is Courtney curator , noteer het alvast van 9 – 11 november …
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/courtney-barnett-30-05-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/loose-tooth-30-05-2018/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

JTOTHEC brengt nieuwe single uit “Git You Sucka”

Geschreven door

JTOTHEC brengt nieuwe single uit “Git You Sucka”
Git You Sucka
JTOTHEC
Mayway Records

2018-05-31
Wim Guillemyn

Begin dit jaar schreven we al over het album “Somebody had To Make This Record” (zie: http://www.musiczine.net/nl/nl/cdreviews/jtothec/somebody-had-to-make-this-record/ ) van deze lichtjes geniale funky band. Na hun eerste single “You Gotta Believe In You” is er nu een tweede single uit hun album. “Git You Sucka” en begint met een soort tirade van Mr T (The A-Team). Zie ook de cover van de single. De muziek is terug funky, met een warme bas en soulvolle zang. Een kruising tussen Prince en James Brown. Wie zou denken dat dit door Vlamingen werd gemaakt. Het klinkt zwart en Amerikaans.

Gavin James

Gavin James - Hij is ros? Hij is Iers? Hij is een singer-songwriter? Het is Gavin James!

Geschreven door

The Book of Love is long and boring. No one can lift the damn thing”. Deze intro klinkt misschien bekend in de oren vanwege de Ultratop-lijst in 2015. Origineel van Magnetic Fields, maar grootgebracht door Gavin James bij de jongere generaties. Voor een tweede keer op rij werd deze Ierse gentleman uitgenodigd naar Het Depot!

Gavin James of eerder Gavin Wigglesworth is een Ierse singer-songwriter, die al enkele jaren een plaats heeft willen veroveren binnen de muziekwereld. Echter was het pas in 2014 dat zijn muzikale carrière een juiste wending kreeg. Zo loofde zijn landgenoot, ‘Ed Sheeran’, hem via Social Media, maar heeft zijn sublieme cover van “The Book of Love” ook zijn succes bepaald. In een mum van tijd werd hij bekend in Europa alsook in Amerika.
Het Depot is altijd een goede keuze voor een leuk optreden. De kwaliteit van het geluid is zalig, de organisatie is vriendelijk en de infrastructuur is goed. Overigens is de zaal niet heel groot, waardoor de sfeer sneller op gang kan worden getrokken. Daarbij heeft men ook de keuze tussen zit- en staanplaatsen, maar waren deze zitplaatsen niet beschikbaar tijdens het optreden. Zo werd er vriendelijk verzocht om dichtbij het podium te staan aangezien er een zwart doek hing voor de zitplaatsen. Waarschijnlijk door de povere opkomst voor het optreden van Gavin James.
Gavin James kwam niet alleen on stage. Zo bracht hij zijn band mee naar België om ook een paar nieuwe nummers aan te kondigen en te testen. Bekendere nummers als “Bitter Pill”, “22” en “Tired” kwamen natuurlijk ook aan bod. Daarbij waren zijn solo prestaties subliem! Dit bracht een leuke afwisselende sfeer, dankzij een zalige stem, een overdreven goede kopstem en goede skills op zijn gitaar. Met andere woorden is hij een singer-songwriter in hart en nieren.
Op het podium kwam Gavin James wel hyper over bij zijn nummer presentaties. Maar ondanks zijn koffie-overload en zijn overenthousiasme, was hij nog steeds een topentertainer. Zo maakte hij wel eens een grapje of coverde hij spontaan enkele nummers om het moment te breken. Verder bracht hij een leuke sfeer op het podium.

De Ierse Gavin James verdiende zeker en vast meer toeschouwers. Hij is een zeer goede muzikant en kan een gevoelige snaar raken. Ik raad hem wel aan om meer variatie te brengen in zijn muziek en zich niet enkel te verdiepen in de melodische romantische, drama nummers. Als hij meer variatie zou brengen, zal hij nog sterker groeien in zijn carrière. Hij heeft kwaliteiten à volonté dat iedereen live zou moeten bewonderen. Ik heb er alvast van genoten.

Organisatie: Depot, Leuven

Ty Segall

Ty Segall & The Feedom Band – Waanzinnig

Geschreven door

De immer bedrijvige Ty Segall wordt wel eens de wonderboy van de garage-rock genoemd. Met die wonderboy gaan we volledig akkoord, maar garage-rock is een veel te eng begrip voor dit veelzijdige talent. Segall waagt zich immers evenzeer met de vingers in de neus aan hard-rock, psychrock, stoner of zelfs Beatlesque pop, en telkens komt er magie uit. De bands waarin hij de laatste tien jaren speelde , zijn veel te talrijk om op te noemen, en dan zwijgen we nog over zijn werk als producer. Ty is een genie, maar bovenal een muzikant die overloopt van de goesting en altijd en overal de pannen van het dak wil spelen. Eigenschappen die steevast terugkomen bij al zijn bands zijn spontaniteit, onbezonnenheid en tonnen speelplezier.

Een knap staaltje daarvan kregen we in l’Aeronef, waar Ty Segall en zijn opgehitste Freedom Band voor een werkelijk waanzinnig concert zorgden. Eentje waar we nog niet helemaal van bekomen zijn. Dit was uitzinnig, wild, chaotisch, luid, smerig, noisy, onstuimig, punky, uitgelaten, ruig en heavy. Kortom, fantastisch !

In het laatste album zit er behoorlijk wat variatie en zijn er zelfs pure poppareltjes te bespeuren, maar op het podium vertaalde dat zich toch naar een heuse wervelstorm met uit de bocht vliegende gitaren, uitfreakende keyboards, heavy baslijnen en ontspoorde drums. Ty Segall gaf zijn songs een dubbele adrenaline-injectie en zette er nog eens extra 1000 Volt op. The Freedom Band ging vaak helemaal loos en volgde hun frontman in vaak luide jams en improvisaties. Het was wel duidelijk dat dit een band is die je er niet zal op betrappen dat ze iedere dag dezelfde show brengen. De muzikanten wisten soms nog niet bij de aanvang van een song waar die uiteindelijk zou uitkomen. Extatische songs als “Warm Hands” en de moordende Groundhogs cover “Cherry Red” mondden uit in lange snoeiharde noise-explosies waarin de gitaren in volle razernij tegen elkaar op soleerden. Het kwam de spontaniteit van het concert alleen maar ten goede, dit was bij momenten zeer chaotisch, maar wel altijd verdomd spannend.

Na al dat onstuimig geweld mocht het toch even iets rustiger, zoals in het Beatlesque “Goodby Bread” of “My Lady’s On Fire”, maar ook aan deze songs zat een ruig en onbesuisd kantje. Ook “Alta” begon nog als een zuivere popsong maar groeide algauw uit tot een heetgebakerde hardrocker die uit al zijn voegen tegelijkertijd barste. En met de pokkenluide afsluiters “Love Fuzz” en “Girlfriend” kwam het gezelschap als een dolgedraaide punkband de boel nog eens keertje volledig op zijn kop zetten. Er kwam stoom uit.

Het enige zweempje van kritiek waarop u ons kan op betrappen is dat Ty Segall onze twee absolute favorieten uit die laatste plaat achterwege liet, met name “She” en “And Goodnight”. Doorgaans speelt hij die twee wonderlijke krakers wel. Hadden wij even pech.

Organisatie: Aéronef, Lille

 

Malasaners

Footprints

Geschreven door

Een band met Spanjaarden die vanuit Duitsland Ierse punkrock en speedfolk maken. Om de Europese gedachte compleet te maken hebben ze ook nog één track in het Frans, maar hebben we daar ook muzikaal iets aan?

Malasaners brengt de working class-pub-variant van Celtic punk. Niet zo fel punky als de Dropkick Murphys en niet zo mooi verhalend als Flogging Molly, maar nog steeds heel verdienstelijk. “Sell The Night” en “Workers On The Run” zijn mooi uptempo en hebben veel power, een beetje rauw en rebels. “But Not Today” begint een beetje mellow om alsnog een furieuze finale te krijgen. “Long Live The Glory” is een knappe meezinger. Titeltrack “Footprints” heeft een intro die van The Levellers had kunnen zijn. Op “To The Border” tonen deze Spanjaarden dat ze mee zijn met de actualiteit.

Die van Malasaners hebben hun zaakjes voor mekaar: je kan ze nauwelijks op fouten betrappen: het Ierse accent, de smoothe Celtic punk, … Het zijn echt heel kleine details in woordkeuze en zinsbouw die verraden dat dit geen volbloed-Ierse band is. Maar dat mag geen probleem zijn. Het is hetzelfde met “can white men sing the blues?”. Tuurlijk wel. Die details zullen ons worst wezen. En aanstekelijke Ierse punkrock kunnen we nooit genoeg hebben. In een rokerige kroeg of na een paar biertjes op een festival, er zijn genoeg plekken en momenten waarop deze muziek goed tot zijn recht komt.

Om het met de titel van de voorlaatste track (een muzikale knipoog naar Dexys Midnight Runners) te zeggen: “Fun Has Just Begun".

Poptone

Poptone

Geschreven door

Hoewel Poptone een gloednieuwe band is binnen de muziekwereld, hebben oprichters Daniel Ash en Kevin Haskins al meerdere water doorzwommen. Doen die namen een belletje rinkelen? Het gaat inderdaad om muzikanten die bij legendarische band Bauhaus, Tones on Trail en Rockets hun kunsten hebben vertoond. Voor dit nieuwe project Poptone gaat dit duo een samenwerking aan met Diva Dompe, de dochter van Kevin. Het resulteert in een best aardige post punk schijf, die verleden en toekomst fijn met elkaar verbindt.

“Heartbreak Hotel” geeft reeds de toon aan. Poptone blaast oudere songs nieuw leven in, waardoor het lijkt alsof de jaren '80 nu pas zijn begonnen. Het mag duidelijk zijn de geest van Bauhaus en vooral toch Tones on trail waait voortdurend voorbij bij songs als “Mirror People”, “Movement of Fear”, “Happiness”. Typische ingrediënten zo eigen aan post punk, ook dat vinden we telkens opnieuw terug. Maar net door die songs dus niet zomaar routineus te brengen, straalt dit trio duidelijk enorm veel goesting en spelplezier uit. worden we ook na meerdere luisterbeurten over de streep getrokken.

In tijden van Post punk oplevingen blijft Poptone dus verrassend vernieuwend klinken. Het gevoel dat ons overvalt bij dit debuut. Het is een band die fris en modern klinkt, met behoud van het typische vintage geluid uit die jaren '70 tot '80. Het duo Haskins en Ash ontpopt zich daarbij als ware virtuozen, waarop geen sleet lijkt te komen, gerugsteund door verschroeiende baslijnen van dochter Diva, die bewijst dat de appel nooit ver van de boom valt. Ook de daarop volgende songs “No Big Deal”, “Lions”, “Love me” tot “Ball of Confusion” zijn een rode draad .

 

Besluit : Heel bewust grasduint Poptone dus door  zijn eigen verleden, maar voegt er nieuwe wendingen aan toe, zodat ze perfect passen in het plaatje anno 2018. Daardoor kan met dit debuut een ruim publiek aan post punk liefhebbers worden aangesproken. Gaande van fans van het eerste uur, en/of van voornoemde bands als Bauhaus en Tones on Trail, tot de jongere post punk liefhebber die zich door de jaren heen op de vele revivals heeft gestort.

Poptone bewijst in elk geval dat ervaring in het vak nooit hoeft te resulteren in een routineklus. Door te durven buiten je eigen lijnen te kleuren, verleg je als band ook je eigen grenzen.

Kortom, dit is gewoon een klasse schijf, van dinosaurussen in de post punk, met een kijk op de zaak als jonge leeuwen die klaar zijn om de wereld te veroveren.

Tracklist: Heartbreak Hotel - Ok This Is the Pops - Mirror People - Movement of Fear – Happiness - No Big Deal – Lions - Love Me – Performance - Christian Says - Ball of Confusion - Go! - Slice of Life

 

Erasure

World Beyond

Geschreven door

Wie synthpop zegt denkt meestal ook aan Erasure. In de jaren 80 waren ze groot met hits als “Sometimes”, “A Little Respect” en zoveel meer. De stuwende kracht en brein naast zanger Andy Bell is niemand minder dan Vince Clark die voor Erasure al actief was geweest bij Depeche Mode, The Assembly en Yazoo. Wat misschien minder mensen weten is dat het synthpop duo nog steeds actief is en op gezette tijden een album op de wereld loslaten. Zo scoren als in de jaren 80 doen ze niet meer maar ze blijven wel kwaliteit leveren. Intussen ben ik de tel kwijt maar ik denk dat deze (zonder de compilaties) nummer achttien is.

‘World Beyond’ is trouwens niet geheel nieuw. Het is in feite een bewerking van hun laatste album ‘World Be Gone’ uit 2017. Ze hebben de nummers van het vorige album, in samenwerking met het Brusselse post-classical collectief Echo Collective, in een nieuw jasje gestoken. Vince Clark herwerkte in de studio gedurende een week het album met tien muzikanten uit dit collectief. Muzikanten die o.a. viool, cello, dubbele bas en piano spelen. Het procédé hadden ze in 1987 al eens gedaan met hun album ‘Circus’. Toen brachten ze een EP uit met klassieke interpretaties van enkele nummers uit ‘Circus’.

Het resultaat mag er zijn. De tracks klinken iets ingetogener dan de originele. Mede dank zij het gebruikte instrumentaria. Doch wat opvalt is dat de tracks, ondanks het nieuwe jasje, stevig overeind blijven staan. Andy Bell kan hier met zijn stem ook meerdere kanten uit en lijkt op sommige nummers haast te croonen.

‘World Beyond”’mag dan misschien een album zijn dat vooral de fans van Erasure zal plezieren en minder de synthpop liefhebbers; het betekent niet dat dit geen geslaagde bewerking is. Integendeel zou ik zeggen.

 

Schicksal

365 days

Geschreven door

Walhalla Records is een afsplitsing van Starman Records. Op dit label vind je obscure Belgische wave. Van synth wave tot cold wave. Zo zijn er de gekende Underground Wave compilaties waar ook deze artiest op voorkomt. Schicksal is het alter ego van Rudi Huybrechts die sedert 1982 probeert body beat in sterke songs te verpakken. ‘365 Days’ is een soort van compilatie album dat zowel heel oud als recenter werk bevat. Samengesteld door Huybrechts samen met Lieven De Ridder.

Aan wat moet je je verwachten als je deze schijf oplegt? Electro en body beat dat klinkt zoals we die kennen van het begin van de jaren 80. Rudimentair en embryonaal maar wel altijd zoekend naar een geschikte songformat en naar nieuwe geluiden. Denk aan bands zoals Zolex, A Split Second, Psyche of een voorloper van Front 242, Kraftwerk etc...

Ergens in dit braakland bevindt de muziek van Schicksal zich. Meestal vrij dansbaar en vooral boeiend vanwege zijn diversiteit ofschoon het album op zich wel consistent blijft klinken. Je hoort niet meteen welke de oudste en de recentste songs zijn op ‘365 Days’. Verder zit er fijne flow en ritmiek in de muziek waardoor de aandacht niet meteen dreigt te verslappen.

‘365 Days’ is een fijne plaat voor liefhebbers van minimal, electro en aanverwante genres. Ook mensen die de jaren 80 willen (laten) herbeleven zullen hiervan smullen.

 

Various Artists

Interferencias Vol. 2 – Spanish Synth Wave 1980-1989

Geschreven door

Spaanse synthwave uit de jaren ’80. We kunnen er ons weinig bij voorstellen. Uit die periode is me enkel de discohit “Vamos A La Playa” bijgebleven, maar dat blijkt een Spaanstalig nummer van het Italiaanse duo Righeira te zijn. Wel Spaans, met synths en in het juiste tijdvak is “Hijo De La Luna” van Mecano. Daarvan nochtans geen spoor op de tweede verzamelaar Interferencias, die ons een overzicht wil bieden van de Spaanse synthwave uit de jaren ’80.

Deze verzamelaar is best een interessant tijdsdocument. De economische crisis en de Koude Oorlog speelden misschien iets meer op de achtergrond, maar Spanje had vooral nog maar pas afgerekend met dictator Franco. De jeugd snakte naar een radicale vernieuwing. De synthesizer belichaamde alles wat jonge muzikanten verlangden: eindeloze nieuwe muzikale mogelijkheden en vooral een breuk met de oude populaire en andere muziek die hen deed denken aan het regime van Franco. Het voordeel was ook dat je met een slechts beperkte muzikale bagage (zonder notenleer) toch al aan de slag kon. De Spaanse synthwave werd zo een kanaal voor o.m. het openbloeiende politiek-linkse speelveld, wat zich vertaalt in openlijke sympathie voor het communisme en socialisme. Ook Mecano paste in dat plaatje, maar alle begrip ervoor dat de samensteller dat niet opgenomen heeft, ook niet op Vol. 1. Misschien kan Mecano met een ander nummer dan “Hijo De La Luna” alsnog op Vol. 3? 

Zuiver muzikaal bekeken is deze Spaanse synthwaveperiode best interessant. De muziek, van synthpop tot coldwave, komt in de buurt van wat er toen in België gebeurde met Front 242, Nacht Und Nebel, Struggler, 2 Belgen, Schiksal, Arbeid Adelt, Red Zebra, Schmutz, Telex, Definitivos, Neon Judgement en Siglo XX. Al was het totaalplaatje in Spanje misschien toch iets minder donker en dreigend dan bij ons. Er was wel net zo veel plaats voor experiment als bij ons en uit dat experiment kwam al eens bewust of onbewust een radiohit. Als je die radiohits weglaat, komt deze Spaanse verzamelaar in de buurt van wat bij ons Walhalla Records deed met de verzamelaar Whispering Trees.

Net als in ons land werd de inspiratie in Spanje in die periode vooral gevonden in Duitsland (Liaisons Dangereuses, Kraftwerk, DAF, Rosengarten, Tangerine Dream, …) en ook wel in Engeland (Anne Clark, Sisters of Mercy, Ultravox, Yazoo, Soft Cell, Tubeway Army, OMD, Human League, Brian Eno, …). Het Amerikaanse Suicide en tal van bands en artiesten uit andere Europese landen zullen eveneens mee het vuur aan de Spaanse lont gestoken hebben.

Het mag verwonderen dat maar zo weinig van deze Spaanse synthwave voorbij de grens geraakt is, maar de mogelijkheden waren natuurlijk beperkt in die tijd en de meeste bands hadden inhoudelijk (tekstueel) enkel een Spaans publiek voor ogen. Een paar uitzonderingen mikten toch verder door nummers in het Engels te brengen, maar dan kwamen ze natuurlijk op het speelveld van de commerciële popmuziek dat al ingenomen was door vooral de Britse muziekindustriemachines, die een veel langere traditie en grotere promobudgetten hadden. Ook Belgische synthwave uit die periode mocht al blij zijn dat ze tot in de buurlanden geraakten. Dat gold toen reeds als een internationale doorbraak.

Elk van de 20 tracks op ‘Interferencias Vol. 2’ bespreken zou ons te ver leiden, maar enkele interessante zijn de coldwave van TV Soviética (met “Oxido”) en van Flacidos Lunes (met “Francotirador”), het experimentele “Teatro sucio” van Orféon Gagarin en de pre-EBM van Esplendor Geométrico. “Teoria del contacto” van Logotipo is een vrouwelijke versie van 2 Belgen, terwijl “La espia que me amo” van Claustrofobia een Spaanse variant van Heaven 17 is. “Deja de lamentarte” van Fanzine heeft toch een beetje de donkere melancholie die toen in België en Duitsland wijd verspreid was. Flash Cero doet vaag denken aan onze Poésie Noire. Minuit Polonia komt in de buurt van Grauzone. “Déjame ahora dormir” van Q is een met italo-disco flirtend pareltje waar producers en remixers vandaag nog steeds een goudader aan hebben.  Al geldt dat voor wel meer tracks van deze verzamelaar.

Bij de CD krijg je een boekje met heel wat uitleg in het Engels (en het Spaans uiteraard) en enkele beelden. 

 

Dumont

Stay A While EP

Geschreven door

De Genkse Americana band Dumont brengt een gloednieuwe schijf op de markt. Dumont, herrezen uit de as van The Swish bestaat uit: Johan Dengis (Zang, Gitaar), Dirk Ulenaers (Gitaar), Michel Wouters (Drums) en Albert Claesen (Bas). Gastmuzikanten: Davy Jansen ( Mad About Moutains): steel pedal guitar en Pino Guarraci: piano.
De band bracht reeds op 19 januari een eerste single uit, en werkte daarvoor samen met songwriter Elliot Murphy.  De legendarische singer-songwriter Elliot Murphy, één van de grote muzikale helden van de Dumont, was bijzonder enthousiast over de muziek en werkte maar al te graag mee aan de plaat die op 21 april in  Het Debuut in Westerlo  werd voorgesteld. ‘Stay A While’ is dan ook een bijzonder aanstekelijk tot warmhartige EP geworden, die niet alleen aan de ribben blijft kleven. Dumont heeft zijn nieuwe adem gevonden, klaar om de wereld compleet te veroveren.

Het meest opvallende, de jarenlange ervaring binnen de muziekwereld resulteert niet in een routineklus. Al vanaf die eerste song “100 Years” loeit de spontaniteit uit de boxen, en laat je niet meer los tot het einde. We houden van bands die ervaring combineren met een overvloed aan spelplezier. Dat is niet alleen tijdens concerten zo, als een band zo een EP of album aflevert d, at aanvoelt alsof het jonge wolven zijn in het vak, die nog alles moeten bewijzen?  Dan gaan we nogal gauw overslag. Dumont blijft ook tijdens de tweede song “Big Bear Street” die ingeslagen wegen verder bewandelen.
De titelsong “Stay A While” doet je verlangen naar lange zomermaanden gezeten rond het kampvuur, met een frisse deugddoende bries in de haren en je geliefde aan je zij. Een pakkende song, die nog meer impact krijgt dankzij de medewerking van Elliot Myrphy. Hoewel zijn medewerking aan die EP een meerwaarde kan genoemd worden is dit pareltje van een Americana schijf echter vooral de verdienste van die bijzonder getalenteerde top muzikanten die Albert Claesen, Dirk Ulenaers en Michel Wouters toch zijn. Deze tovenaars met klanken, krijgen uiteraard voldoende ondersteuning van sprankelende piano huzarenstukken. Met dank aan Pino Guarraci, of Dave Jansen zijn verdovende inbreng. Maar het is vooral die bijzonder warme en heldere stem van Johan Dengis die je kippenvel bezorgt of een krop in de keel.
Afsluiter “Star Living Now” is niet een gewone kers op de taart. De registers worden hier compleet open gegooid in een wervelende en nog maar eens enorm aanstekelijke finale die we met geen woorden kunnen omschrijven. Het bewijst nog maar eens dat als je muzikanten, die muziek beleven in plaats van gewoon bespelen, samenbrengt iets onbeschrijfelijk en magisch moois kan ontstaat; wat ervoor zorgt dat de haren op de armen rechtop komen te staan van puur innerlijk genot.
Dumont verstaat die unieke kunst om emoties aan te spreken, toegankelijk te klinken en de aanhoorder aan te zetten de songs van begin tot einde stevig mee te brullen. Op menig festival deze zomer zorgen ze voor wervelende Americana feestjes van eenzaam hoog niveau.
Kortom. ‘Stay A While’ is een EP om te koesteren , net omdat de songs je hart verwarmen en je aanzetten tot dansen in de huiskamer, ook na zes luisterbeurten.

Dumont staat op vrijdag 22 juni op Genk On Stage, en speelt daar een thuismatch. Na het beluisteren van deze sprankelende EP , zij ze een aanrader van formaat, want pas 'live' komen die songs nog beter tot hun recht.
Meer informatie: http://www.genkonstage.be/nl/uurschema/8

Tracklist: 100 Years - Big Bear Street - Stay A While - Start Living Now

Pagina 231 van 498