Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

The Good, The Bad & The Zugly

Misanthropical House

Geschreven door

De bandnaam The Good, The Bad and The Zugly zal waarschijnlijk fantastisch hebben geklonken na meer dan vijf pintjes na de eerste gezamenlijke repetitie, maar om er nu echt een international carrière mee uit te bouwen?  Nochtans heeft deze Noorse punkrockband best wel wat troeven in huis om door te breken.
The Good, The Bad and The Zugly (GBZ) brengen op het pas uitgebrachte album ‘Misanthropical House’ stevige punkrock in de traditie van The Hellacopters en Turbonegro. Drummer Tommy Akerholdt van Turbonegro mag zelfs even komen meezingen. Hun punkrock is snel en catchy, maar niet plat commercieel en mooier uitgewerkt dan pakweg de Britse oldschoolpunk. Stevig en vinnig, maar niet bijster origineel. Zo klinken ze op "I Lied About Being A Hardcore Man”, “Mindlessness”, “Ripe For The Grave” en – het beste nummer op het album - “International Asshole”. Inhoudelijk gaat het niet altijd over de grote wereldproblemen, maar soms ook over de eigen lichamelijke teloorgang of persoonlijke ergernissen. GBZ brengt het ‘zagen en klagen’ terug in de punk, zoiets.
GBZ heeft op dit album een paar nummers waarmee ze inzake songopbouw, akkoorden en geluid dicht in de buurt komen van die andere, net iets bekendere Noorse band Kvelertak. Dat gebeurt op o.m. openingstrack “H-Bomb”, “Vik Bak Meg Satan”, “Sickness Unto Death” en “West Coast Exile”. In andere songs of intro’s klinken daar soms nog echo’s door, maar dan subtieler. Hoewel de referentie naar Kvelertak wel geen toeval zal zijn, blijven de verschillen groot genoeg om GBZ een eigen gezicht te geven. Er zijn ook slechtere bands om je aan te spiegelen en deze aanpak zorgt ervoor dat The Good, The Bad And The Zugly toch een beetje uit de band springen.
‘Misanthropical House’ is een vermakelijk album dat zowel de doorwinterde punker als de ruimdenkende metalhead zal aanspreken. Deze Noorse band is reeds uitgenodigd voor Hellfest in Frankrijk en hopelijk komen daar nog een paar Belgische festivals of zaalshows bij.

Stories From The Lost

Exoplanet

Geschreven door

Ook in België is er een groei te merken op het vlak van post-rock en post-metal. Stories From the Lost uit Zottegem is daar een voorbeeld van. Dit kwartet richt zich vooral op iets steviger post metal. Digitaal is hun album al enkele maanden te verkrijgen maar heel binnenkort is die ook verkrijgbaar op vinyl via Dunk!Records. Met ‘Exoplanet’ zijn ze aan hun derde album toe. Dit bevat 7 tracks die maar, naar post-metal termen, drie tot vijf minuten lang zijn. Dat is al één verschil met de meeste bands in het genre. Daarnaast wordt er in de meeste songs gezongen. Een zware, donkere black metal stem zorgt voor de gezongen delen en de grunts. Tegenover hun vorige release “Impairment” wordt er iets meer nadruk gelegd op de metal/doom klinkende gitaren en wordt het pad van post-rock zo goed als helemaal achter hen gelaten. Als resultaat krijgen we donkere en onheilspellende stukjes muziek. De zang past er zeer goed bij en kan als een aanvulling van het instrumentaria gezien worden. Opener “Ashfall” begint met luchtig en vrij melodisch gitaarwerk om dan over te gaan tot het zwaarder gedeelte met afwisselend grunts en cleane zang. Een ferm stukje muziek dat gecondenseerd werd tot iets meer dan drie minuten. “Bleak Daylight” begint als een muziekje uit een muziekdoos om dan tot een metal thema uitgewerkt te worden. Ook hier is toch wel melodisch gitaarwerk aanwezig dat de donkere insteek wat minder zwaar maakt. “T-Minus” is een instrumentale overgangstrack. “Minkowski” bevat fijn drum- en baswerk. Een ingesproken tekst in de intro trekt samen met de drums het nummer op gang. Er is fraai gitaarwerk op de achtergrond aanwezig. Een top track. “Obey The Martians” is een track dat als een post-rock song begint om naar black/doom metal over te gaan. Stuk voor stuk aardige composities met veel subtiele details.
‘Exoplanet’ is een ferme stap vooruit en ook een beetje een ommezwaai op muzikaal gebied voor Stories From The Lost.
Je kan ze op 2 maart in JH Comma te Brugge en op 27 April in JH Reflex te Sint Lievens Houtem gaan bekijken.

Mauger

Berlin Will Wait (single)

Geschreven door

Mauger heeft zijn wortels in Oostende en Gent liggen. Met “Berlin Will Wait” brengen ze hun eerste single uit die hun volledig album voorafgaat. Intussen wisten ze beslag te leggen op de publieksprijs van OC De Grote Post binnen te halen en werden ze uitgeroepen tot vi.be band door onze bevriende webzine Indiestyle. Terecht zou ik zeggen want hun single klinkt aangenaam. Het nummer heeft een fijne flow, een aangename stem, een catchy refreintje en leuke toetsen. Als ik hen zo hoor zouden ze gerust niet misstaan tussen de andere kandidaten van bv De Nieuwe Lichting. Een band om te volgen. Wie houdt van Het Zesde Metaal, Balthazar, etc…
Je houdt van een milde stem en goed in het gehoor liggende indie(rock)? Probeer Mauger eens uit.

Disjecta Membra

Achromaticia: the 20th anniversary edition

Geschreven door

Voor deze release moeten we teruggaan naar 1997. Het jaar waarin dit album het levenslicht zag. Disjecta Membra werd in Nieuw Zeeland opgericht in 1993 door o.a. Michel Rowland die tot op heden nog deel uitmaakt van de band. ‘Achromaticia’ was hun debuut ( via Heartland Records indertijd) en werd voorafgegaan door de single “Cauldron of Cerridwen” (een clubhit in Australië) en later met “Skin Trade” (een hit in het Britse clubcircuit). Beide tracks staan ook hier op dit debuut. Ze werden de eerste gothrock band van Nieuw Zeeland die ook internationaal succes kende. Na een hiatus zijn ze sinds 2013 terug actief en brengen ze nu en dan nieuw werk uit. In 2016 brachten ze nog een EP uit ‘The Infancy Gospels’ en deden ze in Nieuw Zeeland het voorprogramma van The Mission.
Twintig jaar later vonden ze het tijd om een birthday release van ‘Achromaticia’ uit te brengen. Je kon hem immers lange tijd nergens meer verkrijgen. Hij is al een tijdje als download te verkrijgen maar de Anniversary Edition bevat naast het debuut nog twee extra cd’s met bonusmateriaal en onuitgegeven materiaal uit die periode. Daar vind je bv live songs met covers van The Cure (“Three Imaginary Boys”) en The Sisters Of Mercy (“Driven By Snow”). Maar ook demo’s van het album, een interview en enkele onbekende tracks. Het bonusmateriaal is iets extra’s maar het overtreft het album zelf op geen enkel moment. Voor de echte fans dus.
‘Achromaticia’ blijft een sterk album na al die jaren en een aanrader voor wie van gothic houdt. Echte fans zullen wel smullen van de 3 cd-box. Zelf vind ik het debuut nog altijd het meeste aanspreken en kies daarom voor de digitale aanbieding dat ook enkele bonusnummers bevat.

Dee Calhoun

Go To The Devil

Geschreven door

Dee Calhoun, of voluit Screaming Mad Dee Calhoun, heeft zopas zijn tweede solo-album uitgebracht. Daarvoor kreeg hij opnieuw de hulp van bassist Louis Strachan, zijn maatje van bij de legendarische Amerikaanse doommetalband Iron Man. Na het recente overlijden van Iron Man-bezieler Al Morris III zijn Calhoun en Strachan meer dan ooit op elkaar aangewezen. ‘Go To The Devil’ is dan een mooie doorstart. Binnenkort komt het duo naar Europa voor een reeks optredens.

Op dit album krijg je donkere folk met Calhoun die zingt, gitaar speelt en wat zuinige percussie en mondharmonica aanbrengt. Strachan beperkt zich tot de bas. Al had Calhoun ook dat instrument voor zijn rekening kunnen nemen, want in zijn eerste bandjes was hij steevast de bassist. Maar dan zou het echt een solo-album geworden zijn.

Dee Calhoun staat uiteraard centraal als zanger, maar is ook een uitstekend songschrijver die alleen al vocaal een song echt kan dragen en die met een beperkte bezetting toch een volle sound kan neerzetten.

Verwacht geen vrolijke kampvuur-folk, eerder neerslachtige blues-folk met subtiel nog wat southern rock en americana erdoor. De onderwerpen lijken zo geplukt uit het Bible Belt/Redneck-platteland van de Verenigde Staten. God en de duivel spelen vaak een hoofdrol en de ondertoon is die van de economische teloorgang van het Amerikaanse platteland. Veel geluk in de liefde blijkt deze bebaarde Amerikaan ook al niet gevonden te hebben. Het album heeft iets van een biecht of een rituele zuivering.

Wie uit is op een folk-heruitgave van de doommetal van Iron Man, is eraan voor de moeite. Donker is het album zeker, maar doom of nog maar metal komt er niet aan te pas. Eerder een lo-fi-versie van The Black Crowes.

Vervelen doet het album geen moment. Calhoun’s krachtige stem sleurt je mee in zijn moeras van liefdesverdriet, uitzichtloosheid en wanhoop en laat je niet meer los voor zijn ziel van al zijn ellende gezuiverd is.

Fans van WhiskeyDick, Seasick Steve of misschien zelfs Rag ‘n’ Bone Man zullen dit wel kunnen smaken.

http://www.screamingmaddee.com

 

Slow Bear

Fucking Off

Geschreven door

Slow Bear is een DIY indiefolker uit Oud Heverlee die sedert 2014 solo bezig is met muziek maken. Hij treedt ook alleen op met zijn gitaar, harmonica etc... Je zou hem als een hedendaagse Bob Dylan of Neil Young kunnen omschrijven. Zeggen dat zijn muziek hetzelfde niveau haalt, is dan weer overdreven.
De titel ‘Fucking Off’ kan je misleiden. Het betreft hier niet echt iemand die muzikaal tegen de schenen schopt. De songs zijn zelfs nogal easy flowing. Wat maakt dat je tijdens het beluisteren nu en dan eens dreigt in te dommelen. Niet omdat de songs slecht zijn maar doordat de DIY aanpak maakt dat alles nogal lo-fi en gezapig klinkt. Daarnaast kan de productie en de zang wel iets beter. Het is jammer om te zeggen maar een groot zangtalent is Slow Bear niet. Deze DIY-er heeft dringend nood aan iemand die de touwtjes in de handen neemt en de positieve punten van de songs weet te versterken. Maar tevens ook de zwakkere kanten weet om te buigen.
Slow Bear heeft sterke teksten en songs die er mogen zijn. Mocht hij dit nu weten te combineren met een uitstekende productie en gezongen door een ferme zanger dan zou dit album een veel hoger level weten te bereiken.

Tubelight

Expert By Virtue, Thereof

Geschreven door

Tubelight kende een ferme start toen ze in 2012 de finale van Humo’s Rock Rally wisten te bereiken. Ze hadden een bescheiden radio hitje met “Coming After You” en een album (‘Heliosphere’) dat het goed deed. Hun muziek vertoonde hun voorliefde voor psychedelische muziek uit de sixties, Britpop en een snuifje shoegaze. Na dat debuutalbum werd het even stilletjes rond hen. Niet meteen gedacht dat we er nog iets wereldschokkends van gingen horen maar zie: hier staan ze weer! In een lichtjes gewijzigde bezetting. De huidige bezetting bestaat uit Lee Swinnen (zoon van…), Mick Swinnen (Ero Guro), Bart Weyens (Statue), Bart Baele (Speedozer) en Wouter Theunis (ex-Prospects).
De muzikale koers is ook lichtjes gewijzigd. Laten we zeggen dat hun roots nog steeds in de dezelfde grond ligt maar dat de aankleding iets anders is. Het klinkt alvast minder gepolijst. Het is iets minder Britpop en wat meer garagerock. Waar vroeger linken met bv The Kinks konden gelegd worden moeten we dit nu eerder zoeken bij Iggy Pop of Arctic Monkeys. Luister maar eens naar “Isolation” en je zal begrijpen wat ik bedoel. De opnames hebben ook meer een lo-fi benadering. Iets wat wel past bij hun nummers en heel mooi tot uiting komt op bv “Nervous Jim”. Openingstrack en tevens single “Perfect Routine” begint wat tegendraads (met gepiep en dissonante gitaar) maar is wel catchy as hell. De Afrekening? Ook “Complexity” is een dijk van nummer. Maar zo staan er nog enkele op.
Tubelight heeft zichzelf heruitgevonden. En hoe? Door een dijk van een plaat te maken waar nogal bands jaloers op mogen zijn.

Statue

Kasper

Geschreven door

Statue is geen doorsneeband. Zo bestaan ze bv uit vier gitaristen, bass en drums. Dat levert wel originele en groovende instrumentele tracks op die je moeilijk in een hokje kan stoppen. Het neigt soms naar post rock maar ook naar bands als Television etc… Je gaat ze niet op de radio tegenkomen alhoewel hun muziek vrij makkelijk te beluisteren is. In België kunnen we misschien STUFF.  aanhalen die iets gelijkaardigs doen maar dan in geheel hun eigen stijl.
Aan de titels zal je weinig hebben aangezien die “0”, “K” of “12” heten. We moeten het dus met de muziek zelf doen en die is gelukkig heel goed te pruimen. Variërend van kortere, bondig songs tot meer langere en uitgerekte tracks van wel 8 minuten. We horen heel wat gitaar. Gitaarklanken die vervormd zijn, subtiel aanwezig zijn of gewoon begeleidend.
Op ‘Kasper’ horen we een zoektocht naar de mogelijkheden en de limieten van hun bezetting. Dat levert mooie resultaten en soundscapes op. Ik denk dan aan “A” of “P”. Maar als je met een open geest je laat meedrijven met hun werkstukjes dan ontdek je nog pareltjes.
Statue levert een heel geslaagd derde album af en ze schijnen live meer dan de moeite waard te zijn.
Ik zou zeggen doe eens zot en ontdek hen eens als je ze nog niet kent. In maart te verkrijgen via Fons Records.

Hookworms

Microshift

Geschreven door

Met het weirde ‘Pearl Mystic’ kon Hookworms ons een eerste keer bij het nekvel grijpen met een mix van psychrock en krautrock die geregeld door de vleesmolen werd gedraaid. Hawkwind, noisy ontdekkingstochten en een resem bedwelmende middelen waren de drijfveren. Op hun tweede album ‘The Hum’ gingen ze freewheelend op dat elan door, maar met ‘Microshift’ is er toch wat verandering op til.
De synths en keyboards zijn prominenter aanwezig, de eighties zijn in de sound binnengeslopen en de psychedelische uitspattingen worden ietwat in toom gehouden. Wij zijn er nog niet uit of dit al dan niet een gunstige evolutie is maar het is een feit dat dit album overal lovend onthaald wordt. Het zou veruit hun beste werk tot op heden zijn, lezen wij overal. Zelf gaan we ons zeker nog niet aan dit soort uitspraken wagen, want wij zijn een veel te hevige fan van de vaak geestdriftige razernij van ‘Pearl Mystic’ en ‘The Hum’.
Gelukkig zijn de gitaren nog niet volledig overboord gegooid, het is geen drastische koerswijziging geworden zoals bijvoorbeeld bij Tame Impala op ‘Currents’, een plaat waarmee de hippe Australiërs zowat gans de wereld aan hun voeten kregen, behalve ons. Voor alle duidelijkheid, deze ‘Microshift’ is stukken beter dan het zwaar overroepen ‘Currents’.
Hookworms klinken bij momenten zeer poppy en catchy, en dat waren we tot nu toe nog niet gewoon. De band klinkt niet langer alsof ze met zijn allen zwaar aan de hallucinogenen hebben gezeten, maar de songs trippen nog steeds bijwijlen richting onontgonnen bestemmingen. Vooral opener “Negative Space” is een kanjer met een zwaar verslavend effect, de perfecte mix tussen de oude en de nieuwe sound, opzwepend en bijzonder aanstekelijk. Primal Scream, Jagwar Ma en LCD Soundsystem in een dansbaar samenzweringsverbond. Met een gejaagd “Static Resistance” wordt zelfs een tandje bijgestoken, het is een rollercoaster die de poppen nog uitzinniger aan het dansen brengt.
Bij de intro van “Ullswater” zou je gaan denken dat iemand de nieuwe van Soulwax nog eens heeft opgezet, de synths drijven het ritme aan tot men in een stroomversnelling komt en een stel heavy gitaren de boel uiteindelijk in lichtelaaie komen zetten. De ontspoorde sax in het krautrock tussendoortje “Boxing Day” is een aangename zijsprong en het fraaie “Opener “ is zweverige synthpop die ergens bij Kraftwerk vertrekt om een eind verder bij een uitgelaten Foals aan te komen.
Daarmee hebben we al de voornaamste prijsbeesten gehad, want ’t is niet allemaal grand cru. De elektronische niemendalletjes “The Soft Season, “ Each Time We Pass” en “Reunion” mochten best wel achterwege gelaten worden, want hun enige functie lijkt hier om de vaart te halen uit het hele gebeuren. Ook de lichtvoetige afsluiter “Shortcomings” klinkt te poppy om te beklijven. Bij de intro ziet alles er nog goed uit maar wanneer de heren iets verderop op het randje van de kitschpop gaan balanceren komen ze uiteindelijk aan de verkeerde kant terecht.
Hoogst interessant en boeiend plaatje met een paar misstapjes. Minder freaky en een stuk dansbaarder dan ‘Pearl Mystic’ en ‘The Hum’. Daarom niet beter, gewoon anders.

Glen Hansard

Glen Hansard – Beklijvend – Uitstekende live-reputatie!

Geschreven door


Stralende gezichten, niets dan stralende gezichten en ronduit gelukkige mensen trof je aan na de fenomenale doortocht van Glen Hansard en diens uitstekende band nu dinsdagavond.

Traantjes zijn er vast ook geweest, stompen in de maag of kroppen in de keel des te meer. Wie dinsdagavond niet in de AB was, komt maar beter met een wel heel erg goed excuus op de proppen. Dit had je moeten meemaken!
Met een arsenaal prachtige songs op zak, of die nu onder eigen naam dan wel met The Swell Season of The Frames werden opgenomen, gezegend met die fraaie en krachtige stem en bijgestaan door een topband, zorgde Hansard voor een wervelende avond vol schoonheid. Met aandoenlijke echtheid, flair en fenomenale metier en muzikaliteit wist Glen Hansard te imponeren en charmeren. Moederziel alleen aan de piano, zoals bij het beklijvende Shelter Me, of enkel begeleid door de pianiste, versterkt door die heerlijke strijkers, of bijgestaan door de geweldige potige blazerssectie of in volle gloed, drukte en feestelijkheid, met volledige twaalfkoppige band. Naakt en ontdaan van franjes of net voorzien van alle toeters en bellen dus waarbij alles perfect op zijn plaats viel. Het was een avond genieten zonder weerga. Genieten met de grote G.
De Ierse songsmid kwam eerst alleen op en bracht, “High Hope” en vervolgens, ondertussen begeleid door toch een aantal muzikanten een schitterend “Time Will Be The Healer”. Daarna verscheen de volledige begeleidingsband van Hansard ten tonele en werd een wervelend “Roll On Slow” ingezet. De muzikale vrienden uit The Frames op bas en gitaar, konden natuurlijk niet ontbreken, de driekoppige blazerssectie, het charmante strijkersstrio, de fabuleuze pianiste, de keyboardspeler en de strakke haast hyperkinetische drummer, …  je kwam ogen en oren tekort en het klonk allemaal organisch en fantastisch. Zeker ook wanneer een broeierig “Didn’t He Ramble” gespeeld werd, of ook hoe “Way Back in the Way Back When” gedeclameerd werd door zanger, muzikanten en tot koor verworden publiek. En wat een feest waren “Her Mercy” / “Star Star” en “Fitzcarraldo” (The Frames) zeg!
Knap hoe Hansard er in slaagde om “Vigilante Man” van Woody Guthrie, in geen tijd om te toveren in een tot een stevige vuist gebalde anti-Trumpsong. “De huisbaas van Guthrie heette Fred Trump, hij moest hem niet”, aldus Hansard. Of het waar is, durven we betwijfelen, goed gevonden was het wel. “Gemakkelijk, he”, grijnsde Hansard, “ok, ik keer terug naar de woorden van Guthrie”. “Winning Streak” werd opgedragen aan diegenen die zich in een winnende bui waanden dinsdag, het gruwelijk pakkende “My Little Ruin” was, dan opgedragen aan al wie al eens heel erg slecht nieuws moest brengen of dat te horen kreeg. Hansard kaartte de problematiek van daklozen aan, in Ierland een groot probleem, zo vertelde de bard.  Maar de zanger had ook de vele daklozen in Brussel opgemerkt. Aan hen droeg hij een bloedmooi “Shelter Me” op, pakkend. Of  zoals we al schreven: beklijvend! Hansard had eerst over Joni Mitchell verteld met wie hij vijf jaar geleden de kleedkamer mocht delen en hoe Mitchell hem verteld had hoe je als singer-songwriter je leven rijmt. Waarbij Hansard verduidelijkte dat “Shelter Me” rijmt op iemands leven, niet het zijne. Zo ver waren we zelf ook al.
Ook “When Your Mind’s Made Up” ontbrak natuurlijk niet in de set, door de strijkers en blazers en een erg vinnige drumploop had deze song net dat ietsje meer. Natuurlijk kon ook die andere The Swell Season-compositie niet ontbreken; “Falling Slowly” klonk een stuk dramatischer met de ingetogen en haast ingehouden tweede zangstem van de pianiste, haar pianospel en de zuinig aanwezige strijkerssectie. Prachtig. En Hansard als geweldige crooner natuurlijk.
Dat de Estse muzikanten die Hansard bij een reeks optredens in Estland leerde kennen, ook net nu in Brussel waren, was een welgekomen geweldig toeval. En dus riep Hansard de drie Estse jongedames in kwestie erbij bij de eerste bisronde. “We hebben gisteren nog maar tickets voor dit concert gekocht en nu staan we mee op het podium”, aldus een enthousiaste Katarina. Het trio bracht een eigen nummer dat zich liet vertalen als “Why” wat naadloos over ging in het vervolg van het bisfestijn, al zou Hansard nog een tweede keer terugkeren, dan enkel met diens eigen band om stijlvol en swingend te besluiten met “Wheels On Fire”.

Het concert van het jaar? Het is vroeg om dat te zeggen, maar wie weet. Een van de absoluut strafste concerten van 2018? Ongetwijfeld!. Al stond zulks eigenlijk in de sterren geschreven. En ook nu bevestigde Glen Hansard diens uitstekende live-reputatie. Fijn dat er nog zekerheden zijn.

Ism met Luminousdash.com  www.luminousdash.com

Organisatie: Live Nation

We Are Open 2018 – 09 en 10 februari 2018 - België muzikaal op de kaart!

We Are Open 2018 – 09 en 10 februari 2018 - België muzikaal op de kaart!
We Are Open 2018
Trix
Antwerpen
2018-02-13
Quinten Jacobs en Gert Vanlerberghe

We Are Open vormt elk jaar een vroeg hoogtepunt om naar uit te kijken. Trix stelt dan voor wat er allemaal leeft in muzikaal België, vaak nog onder de radar.

dag 1 – vrijdag 9 februari 2018
Op dag één leken de drie grote pijlers jazz, hip-hop en elektronica, liefst zo eigenzinnig mogelijk.

De avond opende in het Café met vier vrienden die met hun dure speelgoed ondertussen heel wat wereldhits op hun palmares hebben staan. Ga maar na: Dansende Mensen, Had Ik Maar Wat Meer Vakantie, Opa Euro, Papi Loma… Met
Borokov Borokov is het dansen op zware beats, de kelen schor schreeuwen en morsen met drankjes. Is de muziek ook goed? Absoluut. Underworld meets de duivel zelve, en doe daar nog wat toetsen Kraftwerk bij. Of zoiets. Van beukende beats tot hemeltergende rave, alle registers werden opentrokken, tegen een achtergrond van haast hypnotiserende visuals met vooral veel quasi-naakt. Borokov Borokov zou elk feestje moeten afsluiten.
Quote: Komaan eikels, allemaal dansen!

Enkele jaren geleden maakte ons land kennis met de getalenteerde Antwerpse rapper
DVTCH NORRIS en vanavond konden we dat ook live meemaken. Nu eens speelse, dan weer intense hip-hop en diepe bassen zorgden voor een waar feestje in de Club. In een nieuw nummer ventileerde de sympathieke Dvtch zijn afkeer van rekeningen en huur betalen op een wel heel uitbundige manier. Naast een dj had deze geboren entertainer ook enkele gastrappers bij. Eerlijk is eerlijk, de beats en refreinen klonken soms iets te veel van hetzelfde, al helpt het dat de heren een koffer vol meezingers bij hadden. Een “Seeking Closure” en een “Caught Up” gingen er goed in.
Quote: Fourty-seven and he’s dancing way more than you youngsters. Later I wanna be that guy.

Isolde Van den Bulcke wordt wel eens de Vlaamse Melanie de Biasio genoemd. Terecht. Met
Tristan kregen we weerbarstige baslijnen, jazzy drums en zweverige synths voorgeschoteld, die een haast claustrofobische sfeer creëerden. De razend boeiende zanglijnen en hemelse stem van Isolde voerden ons weg naar een andere plek en tijdperk. De hypergelaagde ambient pop had niet zelden een bevreemdende opbouw, onvoorspelbaarheid troef met vaak abrupte eindes. Dreigende stukken werden met broze rustpunten afgewisseld. Een onbetwistbaar hoogtepunt van de avond.
Quote: Why be racist, sexist, homophobic or transphobic when you could just be quiet? (op Isoldes t-shirt)

Na d e overkokende potten op het heilige vuur van Tristan was er de tongue-in-cheek synthpop van het prettig gestoorde Gentse
Hong Kong Dong. Hun geflipte elektronica is soms cheesy as hell, altijd eigenwijs as fuck, en vaak ook donker, unheimlich, space, creepy. Bij het geile “Touching Underwear” bliksemde het van alle kanten, al ging het om sensuele bliksemschichten, met dansschoenen aan. In “Boy” hoorden we TC Matic in overdrive. Sarahs viool en Bolis Pupuls drumbeats clashten er voorbeeldig met Geoffreys venijnige Gang Of Four riffs. En ook “Sweet Sensations”, drommels dansbaar, deed het ‘m weer. Hong Kong Dong, dat is ongegeneerd stoeien met elektronica en een halve discobol op je hoofd, of een frontvrouw die tussen het publiek springt. More is more, maar nu mogen alle ruimtewezens en robots weer even in de kast.

Het Brusselse duo
GeRoeZeMoeS dropte vorige week hun lekkere single “What Do You Do?” Wij waren benieuwd of hun experimentele pop, gekruid met nostalgische synths en groovy baslijnen, ook live overeind bleef. GeRoeZeMoeS is zeker iets wat in het huidige muzikale klimaat wel eens groot kan worden in 2018. We moesten af en toe aan STUFF. of SeizoensKlanken denken, al krijgen catchy vocals bij de Brusselaars een hoofdrol. Die lagen trouwens aangenaam in het oor, wat samen met hun muzikaal vernuft, spelplezier en avontuurlijke klanken en structuren een meer dan geslaagd concert opleverde. Wat zeggen we? Een overwinning. Want bij hun hit-in-wording zetten de heren de Bar op zijn kop. Iederéén was mee en de lyrics werden uit zowat alle monden meegezongen.
Quote: Do you wanna move for the milkman (een opvallende zanglijn die het publiek mocht scanderen)

Dijf  Sanders: de Wederopstanding! Onze favoriete Gentenaar is terug van een inspirerende reis naar Java, en mystieke invloeden zijn diep in de vezels van zijn muziek doorgedrongen. Broeierige klanken die weten wij welke god moesten sussen, gingen gepaard met spirituele lichteffecten op een kleurrijk laken, een naargeestig mantra dat nog lang ons geestesoog zal teisteren – het moeten niet altijd de blote konten van Borokov Borokov zijn. De gedurfde set voerde ons in een diepe Indonesische trance, bedwelmd door een psychedelische sax (Nathan Daems) en spooky synths (Dijf Sanders). Het voorlaatste nummer was ook nog eens dansbaar en met voorsprong het meest toegankelijke van dit diep intrigerende concert.
Quote: Nog eentje, van zes minuten.

Tijd voor een stevig potje instrumentale jazzy kraut/psych/mathrock met saxofoon als hoofdbestanddeel.
Nordmann deed ons dansen op aanstekelijke grooves van uitgesponnen songs die de soundtrack van een of andere donkere Amerikaanse misdaadfilm hadden kunnen zijn. Instrumenten ontspoorden regelmatig in deze georkestreerde chaos met frequente orgastische uitspattingen. Het was puur gelukzalig genieten van stielmannen die hun vak verstaan.

Ondanks de ononderbroken stoet van kwaliteit was het toch een beetje uitkijken naar
Blackwave., de razend populaire hip-hopformatie die Antwerpen weer op de kaart van rapland zette. In 2017 scoorde het zevental de ene hit na de andere, en ook live zat dat allemaal goed in elkaar. Het was een verademing om een live hip-hop show bij te wonen met zo’n energie en muzikaal tot in de puntjes uitgewerkt, met ruimte voor solo’s van alle muzikanten. De frisse hip-hop klonk nu eens kabbelend en ingetogen, dan weer opzwepend en uitbundig. Jay Walker en Willem Ardui zijn trouwens niet alleen hippe vogels maar ze kregen ook een volle zaal mee. De singles “Big Dreams” en “Flow” pakten live goed uit, en voor hun zeer gesmaakte grote hit “Elusive” (die blazers!) werden de heerlijke vocalen David Ngyah erbij gehaald. Dit was een concert om blij van te worden. Headlinen op dag één van We Are Open, daar is deze nog erg nieuwe band in elk geval met verve in geslaagd.

dag 2 – zaterdag 10 februari 2018
Hoera! Het was weer tijd voor We Are Open, onze favoriete afspraak met jong talent in het voorjaar in het Antwerpse Trix. Kort door de bocht gesteld was vrijdag de dag voor hiphop en elektronica-liefhebbers en zaterdag een moment van verzamelen voor fans van de gitaar. Want ho, wat ging het er stevig aan toe. Wie een oog wierp op de affiche, wist dat oordopjes aangewezen zouden zijn.

Beginnen deden we bij Catbug, winnares van De Zes en eerder vi.be tip. Paulien Rondou betrad timide het podium van Trix Café met enkel haar gitaar. Het was een quasi ontroerend tafereel: gitaarzak op het podium, capo op 4 en flinterdunne songs die evenwel diep doordringen. De jongedame meende wat ze deed en hield zo de aandacht van het publiek erbij. Een schuchter lachje na een stevig applaus, een vertrokken gezicht als ze een hoge noot net niet haalde, Catbug mag dan onervaren zijn, maar talent laat zich daardoor niet vermommen. Het was heerlijk melancholisch luisteren naar de interessante teksten die Rondou steeds het clichématige singer-songwriterniveau doet ontstijgen. Een bloedmooie vibrato zet haar porseleinen songs net dat tikje kracht bij dat nodig is. Straf.
Wereldberoemd zal deze jongedame nooit worden, daar is ze te authentiek voor, en dat is maar goed ook.

We  repten ons vervolgens naar Shht. De hype van het moment speelde een set die even hilarisch als geniaal was. We kregen een loeihard “Don’t Care”, meerstemmige samenzang met autotune, knipoogjes naar The Beatles en zowaar een quasi-spiritueel momentje vlak voor Shht hun cover van “Bohemian Rhapsody” inzette. Die cover van Queen vat misschien wel samen wat Shht eigenlijk is: onwaarschijnlijk eigenzinnig, absurd, bij momenten snoeihard en altijd met de nodige humor. “Wie leidt er een oppervlakkig leven?” vroeg frontman Michiel, zelf fier zijn hand de licht instekend.
Opvallend was wel dat niet heel de Trix Club meeging in de show van de band (wellicht eigen aan het format van een showcasefestival) en zo bleef alles relatief gecontroleerd. Geen exuberante toestanden dus deze keer, maar wel een bevestiging dat Shht live bij de beste bands van België hoort.

Dirk. dan. Wie Album al gehoord heeft, wist dat live de band echt zou gaan ontploffen. En ja hoor, hoewel er wat lege plekken waren in de grote zaal van Trix, overtuigde dirk. met beukende drums, gouden melodietjes (echt waar!) en wat grapjes van frontman Jelle Denturck ertussenin. Over de portefeuille van zijn publiek veroveren bijvoorbeeld, en voor we het wisten zat de zaal luidkeels en kattenvals (zoals gevraagd door Denturck) ““I only hate myself when I fuck things up/And I fuck things up all the time” mee te brullen. Dan weet je dat je show geslaagd is. Echt iets voor Pukkelpop, dachten we op het einde. Eppo?

Na een pintpauze schoven we aan bij Dieter von Deurne & The Politics in Trix Café. Onmiddellijk viel het enorme spelplezier op van Dieter Sermeus en co. Enthousiast als jonge snaken serveerden ze hun ninetiesrock okselfris. Hen wegzetten als clichématig en achterhaald is onzin, daarvoor zijn de songs van Dieter van Deurne & The Politics melodieus veel te sterk. Een halfuurtje zorgeloos overgeven aan de betrouwbare machine die de band is, was welgekomen. Enig minpuntje: op het einde werd de sound een beetje een geluidsbrij, waardoor de melodie wat verdween. De punten waren evenwel al lang uitgedeeld.

Wat gas terugnemen deden we bij Tin Fingers in de Club. Daarvoor moesten we helaas Onmens skippen, maar de afwisseling die de ex-winnaar van De Zes zou bieden ten opzichte van het gitaargeweld dat we al hadden gehad, overhaalde ons. Opvallend veel jong volk vulde de Club voor de komst van de intelligente indiepop van Felix Machtelinckx en co. We zagen de band vorige zomer aan het werk in de Charlatan tijdens de Gentse Feesten en merkten dat Tin Fingers live iets steviger was geworden. De poppy refreinen gingen er zoetjes in in Trix. Niet echt de meug van onderstaande evenwel, maar een popsong schrijven is een bewonderenswaardige ambacht. Een charismatische frontman doet dan de rest en door de interessante strofes en tussenstukjes, blijft Tin Fingers wel weg van de oninteressante, hapklare en gesuikerde pop.

Afsluiter was Raketkanon. Deze band voorstellen zou ongepast zijn en voor wie er nog aan zou twijfelen, ook deze keer was hun liveshow verwoestend sterk en dus kunnen we daar kort over zijn. Iedereen die nog een restje energie had na twee dagen vol Belgische muziek, werd als afsluiter nog eens getrakteerd op epische apotheose. Al snel zagen we Pieter-Paul Devos door het publiek crowdsurfen, een moshpit ontstaan en onszelf ‘hoogtepunt’ noteren. Matias De Craene (Nordmann) kwam tussendoor ook nog even sax spelen en in de bisronde kreeg de band nog gezelschap van Sigfried Burroughs (Onmens, Kapitan Korsakov). ‘Waanzin’, noteerden we voor we ons helemaal overgaven aan de woeste uithalen van Raketkanon. Amen.

We Are Open was een groot succes en alweer een bewijs dat onze Belgische scène onwaarschijnlijk sterk is. Omvergeblazen keerden we huiswaarts, een welverdiende tinnitus deerde ’s nachts de pret niet.


Met dank aan Luminousdash.com www.luminousdash.com

Organisatie: Trix, Antwerpen

Nils Frahm

Nils Frahm - Hypnotische beats in het klankenlabo

Geschreven door

Van een verrassing gesproken, het was niet Niels Destadsbader die met zijn nieuwe plaat opdook in de Album Ultratop, maar die andere Nils, Nils Frahm, die met zijn nieuwe plaat ‘All melody’ op positie 4, toch maar schoon stond te blinken tussen Ed Sheeran en K3. De AB was dan ook twee maal uitverkocht voor het concert van de zesendertigjarige Duitser, wij waren er bij op de tweede dag.

Het podium van de AB was ingericht als de opnamestudio van Frahm, met een uitgebreide opstelling van piano’s, orgels, synthesizers en andere obscure toetsinstrumenten, met zelfs een orgel dat in de coulissen stond voor een betere klank, aldus Frahm.
Dit twee uur durende concert vloog voorbij, met een enthousiaste componist die zich uitleefde in zijn muzikale speeltuin waarin toetsinstrumenten soms op onorthodoxe manieren bespeeld werden in zijn zoektocht naar nieuwe geluiden.
De nieuwe plaat van Frahm, gaat verder in de richting van ‘Spaces’, zijn plaat uit 2013, die pianomuziek aan elektronica paarde. Hier en daar bracht hij nog een intimistische pianocompositie, die heel verhalend en filmisch was, als je het gekuch uit het publiek, en het aanschoppen van de plastieken bekers in de zaal wegdacht. Maar eigenlijk was het grootste deel van het concert uitgepuurde, minimale techno, die in menige club tot zijn recht zou komen, bv. In het nieuwe “Sunson”: we hoorden Teutoonse beats die in Berghain niet zouden misstaan: een beetje Bookashade, een beetje Kompakt, denk aan Wolfgang Voigt, maar dan zonder de donkerte van die laatste. Frahm roept zo de zonsopgang in Ibiza op, na een hitsige clubnacht.
Die luistertechno wordt ondersteund door alternatieve klanken die hij uit de toetsinstrumenten tovert: je hoort de hamertjes op de snaren kloppen, mechanische geluiden die je normaal bij toetsinstrumenten niet mag horen, er zitten speelgoedpiano’s, strijkers en aanzwellende orgelklanken in die overgaan in drones.  Bij momenten klaterden de beats, in een hectiek die je ook vindt in de meer experimentele nummers van Radiohead. Alleen de klaagzang van Thom Yorke ontbrak in “All Melody” en “#2” zwelde aan naar zijn euforische hoogtepunt: oneindige muziek in overdrive.
Wij hoorden ook een grote hommage aan de pioniers van de elektronica, met referenties naar Vangelis (“Chariots of Fire”) of Mike Oldfield (“Tubular Bells”). Tussen de lange nummers door, nam Frahm de tijd om met veel ironie zijn nummers te becommentariëren: zo vergeleek hij zijn composities met het kiezen van een wasmachine-programma, of omschreef hij zijn populairste nummer “Says” als een repetitie van steeds hetzelfde C-akkoord: dat was het ook, maar die repetitie creëerde boventonen die heel hypnotisch werkten.
Dit concert vloog voorbij, het was zo kwart na tien en tijd voor de door Frahm aangekondigde bis, waarin hij de snaren van de vleugelpiano rechtstreeks bewerkte in het nummer “For -Peter- Toiletbrushes- More”.

Met deze mix van klassiek, experiment, soundtrackmuziek en minimale beats is Frahm klaar voor de festivals, we zouden hem nu niet direct op Tomorrowland zetten, maar een festival zoals Cactus afsluiten, zal hem zeker goed afgaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel + Toutpartout

Clouseau

Clouseau – 30 Jaar - One long trip through memory lane

Geschreven door


Van “Daar gaat ze” tot en met “Domino” het was 'one long trip through memory lane'. Clouseau beloofde ons een uniek, intiem theaterconcert en dat hebben we dan ook zeer zeker gekregen. Het werd 3 uur lang herinneringen ophalen met uiteraard héél veel interactie tussen de beide broers & naar het publiek toe. Dertig jaar na de release van “Brandweer”, hun eerste single, brengen Koen & Kris deze kleinschalige concerten om hun fans (van het 1ste uur) te eren & te bedanken. De ganse avond is doorspekt met anekdotes allerhande, sommige klinken bekend, andere zijn nieuw. Zo vernamen we dat er van de single “Brandweer” slechts 427 exemplaren zijn verkocht, maar dat Koen inmiddels wel al van een 1.500 tal dames hoorde dat ze dat 1ste singletje thuis koesterden ... Ooit tijdens een 90 minuten durend optreden in Nederland vielen welgeteld 97 meisjes flauw en bij gebrek aan frontstage moesten die allen over het podium worden weg gedragen ... Koen werd in de beginjaren achtervolgd door héle meutes gillende meisjes, werd soms de kleren van lijf gescheurd en had meermaals af te rekenen met stalksters, waaronder één hardnekkige, die hem volgde tot in zijn  badkamer toe ...

Op de tonen van “Sventibold” verlaat Koen het podium om door de zaal heen te lopen, hier & daar een knuffel uit te delen + obligate selfie, hij rent zelfs tot helemaal boven om eens te checken hoe het er van daar allemaal uitziet. Waarna hij spoorslags terug zijn plek inneemt en “Oker” inzet, gevolgd door “Anne”. We vernemen tussen de nummers door Clouseau-avonturen allerhande, de start van VTM waar Vlaamse muziek werd gebracht in 'Tien om te zien', escapades naar het dichte & verre buitenland, het éne avontuur was al meer succesvol dan het andere, maar zo lopen die dingen nu eenmaal. Recent nog was er de passage van K&K Wauters bij “De liefde voor muziek”, waar de cover van Natalia's “I want you back” niet onopgemerkt bleef. Veel covers hebben de heren Clouseau niet op hun palmares, maar deze mag er wezen. En verder rijgen de verhalen en de nummers zich aan mekaar tot de pauze zich aandient.
Wanneer iedereen weer voorzien is van cava en chips wordt het 2de deel van de show ingeluid met “Perfectie” gevolgd door “Dat ze de mooiste is” een nummer van de pen van Jan Leyers, die hiermee een primeur schreef, zijn allereerste Nederlandstalige nummer ooit. “De tegenpartij” zit in een strak rock jasje, in grijstinten belicht en met een mooi schaduwspel op de zijmuren. En dan mag Kris “Worship” brengen zichzelf begeleidend aan de piano, Koen wordt weg gestuurd ...
Maar niet voor lang, Koen keert op zijn stappen terug en neemt de zang weer voor zijn rekening, de verhalen blijven nu achterwege en de nummers volgen mekaar in snel tempo op, de ganse zaal zingt en swingt. Die jonge meisjes van weleer genieten nog steeds met volle teugen, maar beginnen toch al af en aan te lopen naar de vestiaire, om daarna met de jas onder de arm nog de laatste nummers mee te pikken.
Mocht het je nog niet duidelijk zijn hoe sterk de broederband is tussen Koen en Kris dan is deze nog maar eens bevestigd met het krachtige “Onvoorwaardelijk wij”. Ze doen gewoon graag wat ze doen en dat kan je niet faken, hier komt nog een Clouseau 40 en een Clouseau 50 van, let op mijn woorden ;-)
Als toemaatje komt dan toch nog “Louise” wat niet voorzien was en met “Domino” wordt de avond afgerond. Geen fan blijft onberoerd bij deze fijne avond !

Setlist : Daar gaat ze / Brandweer / Ze zit / Casanova / Swentibold / Oker / Anne / Ik wil je terug (cover van Natalia) / Laat me nu toch niet alleen / Nobelprijs / Geef het op / Ik, jij, hij of zij / (pauze)
De perfectie / Dat ze de mooiste is / Kamerplant / Fiets / Passie / De tegenpartij / Worship (Engelstalig) / Altijd meer en meer / Honger / Vonken & vuur / En dans / Onvoorwaardelijk wij / Zin om te bewegen / Louise / Domino

Organisatie: De Roma , Antwerpen

JTOTHEC

Somebody Had To Make This Record

Geschreven door

Via het Kortrijkse label May Way Records verschenen er verleden jaar enkele interessante releases. Zoals het alom bejubelde ‘Belgian Nuggets Vol1’ en Ugly Papas met ‘Atomium Pluto’. Het nieuwe jaar is nog niet helemaal droog en daar kondigden zich alreeds enkele beloftevolle releases aan. Naast de nieuwe Gèsman (ergens rond maart) is er nu ook het album van JTOTHEC (Jay to the C) dat op 16 februari zijn officiële release zal kennen in de Kreun , Kortrijk. Dit project is vooral het geesteskind van Jonas Casier (ook wel Jay Cee genoemd). Maar hij krijgt hier de medewerking van schoon volk zoals o.a. Peter Lesage (o.a. Gabriel Rios, Ertebrekers), Jeffrey Jefferson (Ertebrekers), DJ Sns (Brihang) en Jean Vanesse (eigenaar van de GreenHouse Studio).
Jonas Casier schreef zo goed als alle nummers. Enkel “Burnout Medicine” werd geschreven door Malik Ameer Crumpler. We spreken hier over funk. Jazeker dames en heren en dat in het zuiden van West Vlaanderen! En wat nog beter is,  dat het nog eens goed funkt zonder dat het parodie erop is. Luister maar eens naar de single “You Gotta Believe In You”. Dit is een funk single dat niet moet onder doen voor de beroemde voorbeelden in het genre. Het funkt, is catchy en bevat heerlijke funk gitaartjes en fijne backings. Daar is de nodige aandacht aan besteed maar het resultaat is een dijk van een funky,  poppy single. Van oorsprong komt de funk uit de afro-Amerikaanse cultuur. Het album klinkt dan ook wel wat afro Amerikaans. Nochtans zijn het hier allemaal Belgen die hun steentje hebben bijgedragen aan dit project. Maar songs zoals “Talking Backwards” of “Burnout Medicine” klinken zwart. We krijgen hier een mix van funk,soul en indiepop met synths/organs die de toon van de nummers zetten. “Love Can Do That” heeft wat soulinvloeden en is in een modern jasje gestoken. Heerlijk met die trombones en die prachtige vocals. Een heerlijke song dat zo als single kan dienen. Op “Not Black Nor White” lijkt de geest van Marvin Gaye rond te waren. De song drijft op een heerlijk ouderwetse orgelsound. Zo neemt dit heerlijke funky album ons mee tot aan eindtrack “Notice”
JTOTHEC heeft met ‘Somebody Had To Make This Record’ een dijk van een funkplaat gemaakt. Als ze erin slagen om de sfeer van deze plaat ook live te brengen dan gaan we van een feestje kunnen spreken.

The Glorious Sons

Young Beauties and Fools

Geschreven door

Wie graag het Canadese antwoord op The Kooks wil horen moet beslist eens luisteren naar deze band. Dit vijftal, onder leiding van de gebroeders Emmons, maakt het soort muziek dat hieronder kan vallen zonder dat ze een kopie van The Kooks zijn. Hier en daar zitten ook wel wat elementen die naar de jonge Neil Young verwijzen. Het is muziek dat popdeuntjes in een rockverpakking steekt, radiovriendelijk klinkt, enthousiasme uitstraalt en meezingbare refreinen voortbrengt. Ongevaarlijk maar het werkt verdomd verslavend.
We krijgen hier dus tien songs die thema’s aansnijden die typerend zijn voor tieners en jong volwassenen. Over de zoektocht naar hun plaats in de volwassen wereld en natuurlijk de zoektocht naar de ware liefde. Voor wie zich herkent in die thema’s kan ik zeggen dat hetgeen ze doen ze goed doen. De zang is goed en heeft een lichte grain in de stem. De refreinen worden telkens aangevuld met backings wat het wat meer zwier meegeeft. En elke song heeft wel iets, een gitaarlickje of een ander detail, dat het nummer net dat beetje extra geeft.
Draai de The Glorious Sons in de Afrekening of als Hotspot en binnen de kortste keren worden ze groot denk ik. De zanger ziet er iets minder gladjes uit dan die van The Kooks maar als hij wat charisma uitstraalt zou het ook wel een meisjesmagneet kunnen zijn.
Wil je dat checken dan moet je op 1 maart naar de AB waar ze hun album komen voorstellen.

3DFLY

3DFLY (EP)

Geschreven door

3DFLY is de samenwerking tussen Dirk Da Davo (Neon Judgement) en Make Makena (die o.a. productie en podia met The The, Screaming Trees en Bootsy Collins deelde). Ze leerden elkaar enkele jaren terug kennen op het Canarische eiland Fuerteventura. Daaruit ontstond deze samenwerking. Met als resultaat vier tracks. Vier tracks die aantonen dat Dirk Da Davo na The Neon Judgement nog verre van afgeschreven moet worden. Herinner ook de EP (DDDJMX( van 2017 (een samenwerking met Jean Marie Aerts) die best boeiend en scherp mag genoemd worden.
Op deze EP gaat Dirk op hetzelfde elan verder maar dan samen met Makena. Ook ditmaal horen we vier tracks die fris klinken. Opener “Avalanche” bevat heerlijk baswerk. De samenzang klinkt soulvol. Het geheel zorgt voor een zweterig en catchy danstrack. Ook op “How Much More” hebben de vocals een soulvibe. Deze track klinkt dromeriger en warmer. Op “Money Back” klinken de vocals urgent en zijn de lyrics scherp. De gitaren en synths gaan door merg en been. “Madness” is de vierde en laatste song op deze track. Dit is een prettig in het gehoor liggend nummer dat vrij dansbaar is en een tekst bevat dat toch vrij donker is.
3DFLY klinkt fris, modern, dansbaar en bezit de nodige weerhaakjes om de nodige diepgang te hebben. Dirk Da Davo schudt hier samen met Makena een prachtige EP uit zijn mouwen waarmee hij het verleden van zich afschudt en nieuwe wegen inslaat.

Video "AVALANCHE" :  https://www.youtube.com/watch?v=PnMIZ22dOOg

 

Maidavale

Madness is Too Pure

Geschreven door

In 2016 was ik wel onder de indruk van hun debuut ‘Tales of The Wicked West’. Ik was dan ook benieuwd wat deze release zou brengen voor deze vierkoppige band bestaande uit allemaal vrouwelijke bandleden. Maidavale is een Zweedse band dat ontstond in 2012.
De hoes straalt ontegensprekelijk een psychedelische vibe uit. Ze doet wat denken aan albumhoezen van bands zoals Love, Beatles, 13th Floor Elevators etc… Muzikaal doet Maidavale vooral denken aan bands zoals Jefferson Airplanes, Soft Moon en andere psychedelische rockbands uit de jaren zeventig. Haast vintage klinken ze. Met al deze elementen maken ze hun eigen versie van wat psychedelische rock inhoudt. En ze doen dat goed en de songs zijn tevens wat coherenter dan op hun debuut. Hoor je hier vernieuwende dingen? Nee dat niet, maar wat ze doen , doen ze goed.
De muziek bevat dus vooral gitaar en orgels naast de drums en bas. De zang lijkt ook weggelopen uit de jaren 70. Op opener “Deadlock” resulteert dat in beklijvende zang en heerlijk gitaargeweld. Maar alles blijft mooi binnen de perken en is samengebald in een song van drie minuten. Op dit album vind je solo’s maar geen oeverloze partijen die de aandacht afleiden. Op “Gold Mind” klinken ze catchy en herinneren ze aan bands zoals The Sweet, T Rex en zo. De song drijft vooral op de klank en de eenvoudige gitaarriff. Ze bevat tevens mooi percussiewerk. Zo komen er negen tracks voorbij waarvan geen enkel ontgoochelt.
‘Madness is Too Pure’ heeft een hoog entertainment gehalte. Het is goed geproduceerd en klinkt goed. De songs zitten goed ineen. Voor liefhebbers van, in jaren 70 gedrenkte, psychedelische rock.

Dirge

Alma-Baltica (EP)

Geschreven door

De Franse band Dirge onderging een hele metamorfose. Ze begonnen in 1994 met het maken van industrial metal en evolueerden via een meer atmosferisch geluid naar postmetal. Op de EP ‘Alma-Baltica’ gaat die evolutie nog een paar stappen verder.

Deze EP toont in een kleine 40 minuten Dirge in zijn meest uitgesproken ambient-vorm. Openingstrack “Alma” is nog meer atmosferisch en nog meer naar gericht op drone-achtige elementen dan alles wat ze eerder uitbrachten. Ze goochelen met geluiden, loops en andere herhalingen en effectjes en vormen zo een instrumentale, maar poreuze wall of sound op. Er gaat geen dreiging van uit en postmetal-elementen zijn hier niet langer tastbaar aanwezig.

De vijf nummers van deze EP stralen zeker ook geen vrolijkheid uit, eerder melancholie. Op “Red Dawn Tibesti” ontwaar je nog de echo van elektrische gitaren tussen de lagen elektronica, maar daar houden de verwijzingen naar het vroegere werk op.

“Black Shore” en “Baltica” schuren o.m. dankzij een paar heel eenvoudige gitaarakkoorden wel nog voorzichtig tegen de postmetal aan. “Pure” zet het slotakkoord met dan toch een beetje dreiging en bijna een aanzet naar de sludgemetal van de begindagen, maar het nummer verzandt al gauw in luchtige ambient en verstilde noise.

Hypnotiserend, esoterisch en meditatief, soms een beetje in de lijn van het meer experimentele werk van Tangerine Dream. Denk ook aan Treha Sektori, aan het traagste van Russian Circles en aan sommige nummers van onze eigen Turpentine Valley.

 

Disturbance

Tox Populi

Geschreven door

De Nederlandse punkers van Disturbance opereren ergens op de grens tussen Oi-, street- en anarcho-punk. Veel (anti)politiek, veel energie en altijd makkelijk mee te brullen. Denk aan de oude Britse oerpunkbands als Sham 69, UK Subs, The Exploited, The Damned en Cockney Rejects, of dichter bij huis: Funeral Dress, The Agitators en Discipline. Ze stonden reeds op Oilst Omploft, een festival waar metal en punk naast elkaar geprogrammeerd worden.

Op hun nieuwe album ‘Tox Populi’ krijgen die van Disturbance vocale bijstand van Sparky Philips van psychobilly-punkband Demented Are Go en van onze landgenoot Bart Raats (The Moe Greene Specials) op trompet. Maar de hoofdmoot is toch snelle punk die aanzet om te pogoën en mee te brullen. Enkel op “The Dark” wordt het gaspedaal niet van bij het begin helemaal ingedrukt en is er even wat ruimte voor nuance, wat meteen één van de sterkste nummers oplevert.

Andere instant-klassiekers zijn ongetwijfeld “The Virus”, “For You”, “Anvil Of Hate” en “Spirits”. Heerlijke old-school-punk met meer vuur en overtuiging dan de meeste nog overlevende Britse oerpunkbands. Live zal deze band nog makkelijker weten te overtuigen, maar ook deze studio-opname is absoluut geen aanrader voor wie bv. geduldig in de dagelijkse file naar Brussel moet staan aanschuiven.

 

:Nodfyr:

In een andere tijd

Geschreven door

:Nodfyr:, met de leestekens als integraal deel van de bandnaam die verwijst naar het eerste Nederlandstalige woord voor ‘Vuur’, wordt misschien wel de nieuwe ster aan de hemel van de folkmetal in de Lage Landen. Hoewel de band reeds sinds 2011 bestaat, is dit hun eerste EP. De amper twee songs op deze EP laten echter het beste verhopen.
Dat kan ook moeilijk anders als je de carrières van de drie bandleden van :Nodfyr: erbij neemt. :Nodfyr:-zanger Joris Van Gelre was in 2002 één van de oprichters van de tot ver buiten Nederland populaire folkmetalband Heidevolk. Hij bleef daar aan boord tot 2013. De twee andere leden van :Nodfyr: zijn Jasper Strik en Mark Kwint van Alvenrad. Met Alvenrad hebben ze ook zopas een album met vlotte folkmetal uitgebracht.
Op deze EP staan twee nummers: “In een andere tijd” en “Ode aan de IJssel”. Beide neigen eerder naar de pagan- dan naar de folkmetal. Deze songs zijn nog een toets minder vrolijk en vrijblijvend dan wat ze bij Heidevolk en Alvenrad brengen. Het is een plezier om de krachtige, dragende stem van Van Gelre hier helemaal tot zijn recht te zien/horen komen. Ook zijn de synths hier veel meer subtiel aanwezig dan bij Alvenrad. Je merkt dat ze met veel geduld en overleg aan deze tracks zitten sleutelen hebben. Hopelijk kunnen ze dit groepsgeluid ook live waarmaken.
Met twee nummers kun je een band soms moeilijk beoordelen, maar hier wijst alles erop dat het volgende studiomateriaal, dat :Nodfyr: inmiddels reeds aan het opnemen is, zeker en vast de moeite zal zijn.

Hookworms

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths

Geschreven door

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths
Hookworms
N.E.S.T.
Gent
2018-02-06
Sam De Rijcke

Hookworms is een bandje die met de release van het kersverse ‘Microshift’ nu plots overal met lof overladen wordt, maar ze verdienden eigenlijk al veel langer uw aandacht. Al vanaf ‘Pearl Mystic’ uit 2013 hadden wij door dat die gasten voor een krachtig nieuw geluid zorgden dat werd gedistilleerd uit extracten van zowel Spacemen 3, Spiritualized, Primal Scream als Hawkwind. Ook opvolger ‘The Hum’ was daar een sterk staaltje van. Voor de nieuwe ‘Microshift’ zijn ze met die sound het elektronicabos ingetrokken en hebben ze een flinke scheut LCD Soundsystem in hun sound gekieperd. En nu is plots iedereen wakker geschoten.

De nieuwe wending had zo zijn effecten op het podium, heel dikwijls in positieve zin maar ook af en toe in negatieve. Zo waren de heren een beetje te druk bezig met het frunniken aan de knoppen van hun toestellen waardoor de sound bij momenten nogal dicht geplamuurd en chaotisch klonk. Nu, dit had ook veel te maken met het feit dat de klank wel zeer scherp en luid stond afgesteld, Nest is vooralsnog niet de ideale concertzaal.
Hookworms combineerde de wilde uitspattingen van de eerste platen met de elektro-uitstapjes van de nieuwe. Soms leidde dat een beetje tot overkill maar over ’t algemeen kwamen de Britten overtuigend en energiek uit de hoek.
Als het echt spetterde dan klonk het tamelijk fantastisch. Dit was het geval in “On Leaving” en “Radio Tokyo”, niet toevallig twee sterkhouders uit hun vorige plaat ‘The Hum’. Hier was Hookworms fel op dreef en haalden ze hun beste ingrediënten boven, een verslavende groove, een stomend ritme, nerveuze doch efficiënte synths en gitaren die naarstig doorscheurden. De nieuwe songs bleken trouwens sterk genoeg om overeind te blijven, opener “Negative Space” bleek ook live een topper te zijn en “Static Resistance” en “Ullswater” brachten heel wat vaart in het zaakje.
En hoewel het eerste fameuze album ‘Pearl Mystic’ jammerlijk quasi volledig genegeerd werd hing de geest en de wilde sound van die plaat wel degelijk rond in hun set. Het ging er bijwijlen geschift, psychedelisch en wild aan toe.
Som sputterde de motor echter en kwam er te veel ongewenst prul uit. “Each Time We Pass”, ook al geen hoogvlieger op die nieuwe plaat, ging volledig de mist in en dat had veel te maken met de gastzangeres die een beetje zielloos haar part kwam inzingen. Het schuchtere mens bleek geen présence, geen stem en duidelijk ook geen goesting te hebben. Ook het poppy “Shortcomings”, één van de mindere momenten op de nieuwe plaat, weekte weinig beroering los.
“Boxing Day”, opgefleurd met een fijn ontspoorde sax, bleek dan weer een interessant krautrock zijstapje. De gastsaxofonist mocht trouwens op het podium blijven voor een geweldige afsluiter waarin Hookworms nog eens met verve alle registers open trok.

Een beloftevolle band met een bijwijlen geschifte maar intense sound. Er is hier en daar wel nog wat werk aan, een beetje overbodige beats en blieps elimineren zou geen slecht idee zijn.

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 240 van 498