logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Derek & The Dirt

All Today’s Words

Geschreven door

Meer dan 20 jaar na de split is Derek And The Dirt terug met een nieuw album. De Gentse band maakte de podia onveilig in het begin van de jaren ’90 met zijn vuile gitaarrock. Na het vierde album gooiden ze de handdoek in de ring. Drie overblijvers (Dirk Dhaenens, Yves Meersschaert en Pim De Wolf) vonden elkaar opnieuw en krijgen bijstand van twee nieuwkomers: Frederik Van den Berghe (Admiral Freebee en The Whodads) en Philippe De Vuyst (Les Truttes, Waldorf).
Bij de try-outconcerten vorig jaar was reeds duidelijk dat de reünie niet beperkt zou blijven tot het opwarmen van de oude hits. Behalve enkele klassieke Dirt-nummers stond toen vooral nieuw werk op de setlist. De meeste van die nieuwe nummers hebben het album gehaald.
Het nieuwe album ‘All Today’s Words’ opent met “Butterfly”, dat vorig jaar goed ontvangen werd door de oude en nieuwe fans. De ruige gitaren scheuren je meteen om de oren en je waant je opnieuw in het begin van de jaren ‘90. Het speelplezier druipt van dat eerste nummer en het tempo blijft hoog op “We Still Feel”, ook al zit er parlando in de strofe. Nog meer vintage The Dirt-tracks zijn het stomende “Stop The News”, “Come On” en het stuiterende “Sugar”.
Derek And The Dirt 2.0 beperkt zich niet tot stevige rockers. “My Mistakes” en “Out Of Your Town” zijn schatplichtig aan Tom Petty en het vroege werk van Bruce Springsteen. Op twee andere, het tegendraadse “Closing The Gap” en de rauwe blues van “Mirror”, kruipt Derek in de huid van kameleon Arno en voegt hij er nog wat van zijn typische Dhaenens-drama aan toe.
Dit album heeft een paar knappe ballads, maar misschien niet van het kaliber van een “Rosie” of “Oh By The Way”. “On You Live” en “Out Of Your Town” zijn heel sterke en heel verschillende ballads. De eerste is een tranentrekkende ode aan een overleden collega-muzikant terwijl de tweede (over een gebroken hart) mooi opbouwt naar een zinderende finale. Misschien is “Yes I Can” wel de sleutelsong van ‘All Today’s Words’. Een trage liefdessong waarbij de hoop en de verwachting belangrijker zijn dan de kans op mislukking. Een beetje een metafoor voor de reünie en dit comebackalbum: als je wil dat het lukt, moet je er ook vol voor gaan.
En Derek And The Dirt is er op ‘All Today’s Words’ vol voor gegaan. We hadden het ook niet anders verwacht.

Claw Boys Claw

It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1

Geschreven door

De Nederlanders van Claw Boys Claw scoorden hun grootste hit in Vlaanderen met “Rosie”. Dat was in 1992. Het waren de hoogdagen van de eigenzinnige Nederlandse gitaarrock met o.a. Fatal Flowers, Julia P. Herscheimer, Daryll-Ann en Bettie Serveert. Daarna ebde de aandacht voor Claw Boys Claw in Vlaanderen langzaam weg. Ondertussen zijn we 26 jaar verder en de band bestaat nog steeds. Peter Te Bos is nog steeds de zanger van de band, John Cameron is nog steeds de gitarist. Drummer Jeroen Kleijn (o.a. Daryll-An, Spinvis) kwam er pas bij in 2013.

Vijf jaar na het bij het Belgische label Play It Again Sam uitgebrachte album ‘Hammer’ komt de iconische Nederlandse band nu met het splinternieuwe album ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’ bij Butler Records.

'It's Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1' is inmiddels de twaalfde langspeler van de band. Het is een herkenbaar Claw Boys Claw-album waarin de garagerock van de jaren ’60 en ’70  nog eens heruitgevonden wordt. Dat wordt dan gekoppeld aan een hoop heerlijke weerbarstigheid waarvan we dachten dat wij er in de Vlaamse rock het patent op hadden.

Single “Polly Maggoo” start als een retestrakke indierocksong zoals we die in de jaren ’90 kenden, verzandt dan in wat psychedelica en neemt een tweede, akoestische start. Het nummer maakt duidelijk dat Claw Boys Claw nog steeds en meer dan ooit de band is van Peter Te Bos. In alles van deze song merk je zijn hand en zijn uit duizend herkenbare stem draagt de song volledig.

Neem alle muziek weg en met enkel zijn stem weet Te Bos je aandacht nog steeds vast te houden. Hij valt grofweg te vergelijken met Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club, maar ook met een jonge Roland Van Campenhout of een norse versie van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt.

Niet alle tracks op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’zijn zo sterk als “Polly Maggoo”. De titeltrack is een gejaagde rocker, maar over de betekenis achter de bizarre titel word je geen haar wijzer. Dat hoeft ook niet. “Red Letter” en het gejaagde “Suck Up the Mountain” hebben vaag iets van Midnight Oil en de Tragically Hip. Op “Throw Me A Bone” kruipt Te Bos een beetje meer in de schaduw en mag Cameron iets meer op de voorgrond, maar voorts zijn de rollen duidelijk verdeeld.

Een nieuwe “Rosie” staat er niet op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’, maar daar zaten we misschien ook niet op te wachten. Toch is dit één van de beste gitaarrockalbums van het moment. Degelijk zoals ze dat in de jaren ’90 deden.

Hopelijk wil Vlaanderen Claw Boys Claw opnieuw in de armen sluiten, want voorlopig laten ze ons links liggen voor optredens.

 

PerW/Pawlowski

Land Of The Most Forgotten (single)

Geschreven door

Kloot Per W en Mauro Pawlowski maken samen een album. Een eerste single van PerW/Pawlowski, met gastvocalen van Mona Per W, is reeds klaar. Deze “Land Of The Most Forgotten” is misschien nog niet het absolute muzikale vuurwerk dat je mag verwachten als twee iconen van onze vaderlandse indierockscene samen de studio induiken, daarvoor ligt het tempo toch wat traag, maar deze single is alvast wel goed om vol vertrouwen naar het album uit te kijken.
Per W en Pawloski zijn elk in hun generatie toonaangevende buitenbeentjes. Ze speelden in o.m. Polyphonic Size, dEUS, The Misters, Evil Superstars, The Employees, Hitsville Drunks, The Love Substitutes, De Kreuners, De Lama’s, Mitsoobishy Jacson, Maurits Pauwels, Lavvi Ebbel, Gruppo Di Pawlowski.

https://www.youtube.com/watch?v=e4q05VyfZtU

Wilderman

Smijt Een Bom (single)

Geschreven door

De nieuwe band Wilderman combineert jazz met de groteske, expressionistische literatuur van Paul van Ostaijen. Chris Carlier zorgt voor de composities, Elvis Peeters voor de als slogans gespuide teksten. Met Wilderman brengen ze muziek die in Vlaanderen nog niet eerder in die combinatie werd gehoord, met teksten en structuren die zelden voldoen aan het schema van strofe en refrein.
De single “Smijt Een Bom” gaat het album ‘Wilderman’ vooraf. Daarin is het verleden van Carlier en Peeters onmiskenbaar aanwezig. Na een jarenlange samenwerking voor muziek voor theaterproducties en als leden van het rockensemble De Legende (de een als bassist, de ander als frontman), besloten Chris Carlier en Elvis Peeters de krachten te bundelen voor een nieuw, eigenzinnig project waarin hun capaciteiten als makers en performers samen aan bod kunnen komen. Meer experimentele jazz dus, maar ook weer niet te moeilijk om nog te kunnen volgen en om te entertainen. Het doet allemaal een beetje denken aan Rudy Trouvé, Ugly Papas en Boggamasta.
De onconventionele zangstijl van Elvis Peeters vormt de verbale speerpunt.
“We zijn op zoek gegaan naar de plaats waar Elvis Peeters, de performer, op z’n sterkst staat.  Bij het schrijven ben ik altijd van een live-act uitgegaan. Van het idee, hoe we ons met zijn vieren op het podium in een café, in een kroeg, in een concertzaal, echt zouden kunnen amuseren, als muzikant, composities die een sfeer neer zetten, die een publiek enthousiast maakt, doet huppelen, en dansen (waarom niet?)”, zegt Elvis Peeters daarover.

https://www.youtube.com/watch?v=6PBliUUFiAs

Weedpecker

Weedpecker III

Geschreven door

De derde plaat al van deze Poolse psych rockers. Vergeef het ons dat wij de eerste 2 gemist hebben, we halen zeker onze schade in.
Weedpecker is een band die het houdt bij flink uit de kluiten gewassen psychrock met stoner uitwasemingen, prog-rock uitstapjes en volbloed hard-rock riffs. Zelf hebben de heren het over ‘drugrock’, waarmee ze ook meteen de groepsnaam hebben uitgeklaard.
Voor deze derde plaat tekende Weedpecker bij het Duitse label Stickman Records en daar vertoeven ze in hun geliefkoosde biotoop, tussen onder meer Motorpsycho, Elder, King Buffalo, The Heads en Spidergawd. Allemaal bands die al wat ruimtereizen hebben afgelegd en die niet kijken op vijf minuten meer of minder, in één song wel te verstaan.
Bij momenten doet Weedpecker zelfs een beetje denken aan de eerste platen van Tame Impala, in de tijd dat die nog geen kermismuziek maakten maar wel avontuurlijke psychedelische rock. Doch over ’t algemeen scheuren de riffs hier toch een stuk harder en duren de space-excursies heel wat langer. Drie kwartier, vijf songs, er mag dus al wat gejamd en gefreakt worden. En dat doen ze met klasse, het is een plezier om mee in de flow te gaan. Heel vaak neigt Weedpecker naar Motorpsycho, check de gelaagdheid in de songs, de rustige intro’s en mijmeringen, de geestverruimende solo’s en de daaropvolgende heavy instrumentale uitbarstingen. Zo is elke song een avontuurlijke trip die verschillende tussenstations aandoet, met “Embrace” en “From Mars To Mercury” als voornaamste  hoogvliegers.

The Molochs

The Molochs - Tijdloze songs

Geschreven door

The Molochs - Tijdloze songs
The Molochs
café De Zwerver
Leffinge
2018-02-25
Ollie Nollet

Openers van dienst waren Danny Blue & The Old Socks, een vijftal uit Antwerpen die hun muziek zelf omschrijft als uptempo tropical bikini-rock. Wat ik me daarbij moest voorstellen was me niet meteen duidelijk waardoor ik me op het ergste had voorbereid. Bikini-rock en temperaturen die een heel eind onder het vriespunt doken , leken me trouwens geen al te beste combinatie. Maar uiteindelijk bleek de groep dan toch een aardige opwarmer te zijn. De zanger had een t-shirt van Mac DeMarco, wat een indicatie leek in welke richting we het moesten zoeken. Slacker pop met weldadig jengelende gitaren gegoten in simpele songs die af en toe net iets té voor de hand liggend klonken. Verder zag ik een groep die er ‘stond’ met een sterke zanger, een soms iets te uitbundige jongen achter de toetsen en een heerlijk bekkentrekkende drummer (Danny Blue). Hoogtepunt vond ik het vaag aan de Stones herinnerende “Cookie”, compleet met een toefje mondharmonica. Terwijl afsluiter, “King of the trachcan”, ideaal leek om meegebruld te worden op een, uit de hand gelopen, fuif.

Intussen is ‘America’s velvet glory’, de tweede en alom gewaardeerde plaat van The Molochs (uit L.A.) meer dan een jaar oud terwijl er reeds een nieuwe zit aan te komen. Qua timing was deze tour, in de vluchtige tijden waarin we leven, dus niet zo’n gelukkige zet. Toch was de belangstelling meer dan behoorlijk en terecht want The Molochs maakten de belofte, die ze met die plaat maakten, volledig waar. Ook hier, net als bij de eerste band, jengelende gitaren maar die klonken nu wel een stuk verfijnder. Grootste troef waren echter de mooi uitgebalanceerde songs, alle geschreven door Lucas Fitzsimmons die ze met een nasale stem en veel zin voor nuance zong. Het enige wat je hem misschien kon verwijten , was dat hij te hard zijn best deed om de studioversies te evenaren. Vooral de trage nummers hadden een wat potigere aanpak kunnen gebruiken. Enkel tijdens “New York” liet hij de teugels wat vieren waardoor de song een wat afwijkende koers mocht varen en meteen ook een stuk aan glorie won. Maar toen hadden we de eindmeet reeds bereikt.

Toch hoor je me niet klagen want de buit aan tijdloze en verslavende nummers, die soms in de buurt van The Monkees, Modern Lovers of zelfs de vroege R.E.M. kwamen, was intussen behoorlijk groot. Ook live bleef “No more cryin’” mijn favoriet. De song met de duidelijkste hang naar de sixties en voorzien van een spetterende mondharmonica.
‘America’s velvet glory’ werd er volledig doorgejaagd terwijl er naar het einde toe ook twee nummers van de nieuwe, nog te verschijnen, plaat werden prijsgegeven. Wat mij betreft behoorden die zelfs tot de betere van de avond waardoor ik nu al reikhalzend uitkijk naar dat nieuwe album.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

RY X

Ry X & Brussels Philharmonic Soloists - De nieuwe Bon Iver in een klassiek Brussels jasje

Geschreven door

Ry X & Brussels Philharmonic Soloists - De nieuwe Bon Iver in een klassiek Brussels jasje
Ry X
Ancienne Belgique
Brussel
2018-02-25
Nick Nyffels

Toch wel verrassend dat een artiest waarvan zijn enige plaat ‘Dawn’ al twee jaar oud is de AB volledig weet uit te verkopen, maar dit is wat Ry X zondagavond voor mekaar kreeg. Ry Cuming, een Australiër die vanuit Los Angeles opereert, kwam eerst in de spotlichten met zijn electronica-project Howling in 2015, uit op Monkeytown records, het label uit Berlijn, opgericht door de Dj’s van Modeselektor. In Howling werkte hij samen met Frank Wiedemann, een Duitse DJ die samen met met zijn kompaan Kristian Beyer als Âme house-releases uitbracht op het Sonarkollektiv-label van Jazzanova. Als Howling stond Cuming al op Pukkelpop 2015 en stelde hij de plaat ‘Sacred ground’ voor, een mix van down-tempo house, folk, en droompop. Een jaar later zagen we hem op Pukkelpop als Ry X, in de club, waar zijn subtiele klanken verdronken in het geroezemoes van het publiek.

Of de debuutplaat van Ry X een slow burner is, en gestaag zieltjes gewonnen heeft voor iedereen die afhaakte bij Bon Iver toen die teveel de vocoder begon te gebruiken en de experimentele tour op ging, weten we niet, maar in ieder geval zullen er vanavond veel fans van Bon Iver naar de AB afgezakt zijn.
Ry X deed vanavond een specialleke, na eerdere samenwerkingen met een Duits symfonie-orkest, stond hij vanavond op de bühne met een deel van het Brussels Philharmonic. Een klassieke bewerking dus van zijn debuut, een beetje vergelijkbaar met wat The Colorist al deed met Lisa Hannigan en Emiliana Torrini. Wij telden 12 leden van het Brussels Philharmonic, maar het kunnen er ook meer geweest zijn. Daarnaast had Cuming ook nog zijn band meegebracht die voor de elektronische invulling zorgde.
Cuming begon er heel rustig aan, tokkelend op zijn akoestische gitaar met “Sweat”, echt muziek die tijd nodig heeft om zich te ontvouwen, waarbij de aanzwellende strijkers van het Brussels Philharmonic voor een  bijzonder filmisch effect zorgden. We moesten onmiddellijk aan Jose Gonzalez denken, wiens muziek, net als die van Ry X ook door Sony in zijn reclamespots gebruikt is. Minimale beats completeerden dit nummer.
Cuming ging verder met “Salt”, waarbij hij in ware Bon Iver-stijl zijn falset inzette, een hymne die versnelde en dan weer vertraagde, en zo breekbare euforie opriep. De man zijn plaat is ondertussen al twee jaar oud, hij is bezig aan een nieuw album, en we kregen dan ook al een paar voorproefjes voor dat nieuwe album, waarvan “Hounds” het opvallendste was met zijn plotse stiltes die groot effect sorteerden. Het publiek reageerde vervolgens euforisch op “Berlin”, met zijn whohoo-refreintje wellicht het meest herkenbare nummer van Ry X.
Naast akoestische gitaar speelde Cuming ook elektrische gitaar en keyboards, en naar het einde van zijn set nodigde hij ook zijn voorprogramma Hannah Epperson uit om te komen meedoen. Afsluiter “Howling”, schoof nog het meest op in de richting van een dance-nummer, met Cuming die zijn vingers over de snaren van zijn gitaren schoof en beats die naar een climax opbouwden. Bis-nummer “Only” zet Cumings sterkste wapen nog maar eens overtuigend in de verf, zijn emotionele falset.  

De samenwerking met het Brussels Philharmonic was bijzonder geslaagd, een grote meerwaarde voor de klank, en je kan je eigenlijk geen concert van deze man meer voorstellen zonder de live-begeleiding van een strijkerskwartet.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Dunk!records

Dunk!records – Een overzicht - Wout Lievens

Geschreven door

Wie houdt van post-rock en post-metal kan terecht bij het Zottegemse label Dunk!Records dat een aantal buiten- en binnenlandse bands herbergt. Daarnaast is Wout ook bezieler achter het Dunk!Festival. Een driedaagse hoogmis voor liefhebbers van dit muziekgenre. Tijd voor wat vragen aan Wout.

1.      Eerst is het festival in 2005 ontstaan en een zestal jaren daarna het label. Had je een bepaalde nood ontdekt dat je met een eigen label bent gestart?

Eerst en vooral wil ik er even op wijzen dat de oprichter van dunk!festival (en nog steeds mede-organisator) eigenlijk Luc Lievens, mijn vader, is. Samen met een klein team van vrienden en familie organiseren we het festival al sinds het begin.

Het label is opgestart in 2011 toen ik al lachend de vraag kreeg van Kokomo om hun ‘If Wolves’ plaat uit te brengen “op een label dat misschien dunk!records moet noemen”. Ik heb geen seconde getwijfeld en ben eraan begonnen. Kokomo kwam met die vraag naar ons omdat ze wisten dat we kwaliteit leveren in alles wat we doen en dat was moeilijk te vinden in een label. De dunk!mentaliteit in de vorm van een label was dus iets waar zij en vele andere bands naar op zoek waren. Ik vind het een geweldig idee om ook door het jaar heen de post-rock scene te ondersteunen en een kwaliteitslabel te proberen zijn voor goeie post-rock bands.

 

2.      Vanwaar de keuze voor post-rock en post-metal bands?

Dat is toevallig (of niet) het genre waarin ik mij het meest thuis voel. In post-rock muziek is er veel ruimte voor de fantasie van de luisteraar. Er wordt de tijd genomen om een setting op te bouwen en er een open verhaallijn door te verweven. Allemaal enkel en alleen met instrumenten, geen zang en tekst die het verhaal uitleggen. Door deze openheid kan ik als luisteraar veel beter mijn eigen fantasie projecteren op de muziek. Het is de soundtrack van een onbestaande, zelfgemaakte film. Het vraagt misschien iets meer van de luisteraar maar de beloning is ook net iets groter. Deze genres werken heel goed live en als muzikant vind ik het ook belangrijk om muziek live te ondergaan. Dat leidt dikwijls tot mooie, intense momenten. Zeker als de omstandigheden goed zijn zoals op dunk!festival :-).

 

3.      Wat is het criterium om bands vast te leggen voor je label? Wat houdt een deal met hen in?

Het belangrijkste criterium is dat de muziek echt heel goed moet zijn. Als ik beslis om een bepaalde plaat uit te brengen wil ik er 100% achter staan. Als dat niet het geval is kost het meer energie om er iets van te maken en is het plezier er af. Behalve dat moet de muziek ook een beetje aansluiten bij de genres waar we voor staan: post-rock, post-metal, ambient, drone, doom,… Uiteraard wijk ik daar soms ook graag eens van af :-).

Een deal met een band is telkens anders en wordt per situatie bekeken maar in het algemeen zorgt de band voor de audio en cover ontwerp en zorg ik dat dat vertaald wordt naar een fysiek product. Als dat er is verzorgen we samen met de band de promo van de plaat. Contracten doen we niet. We hebben vertrouwen in de mensen waarmee we samenwerken en ik verwacht ook het omgekeerde. Het is niet mijn bedoeling om bands aan het label te verbinden door een contract. Als ik bijvoorbeeld niet kan bieden waar zij naar op zoek zijn wil ik hen niet bij ons houden omdat we dat zo afgesproken hadden in een contract. Dat werkt niet. Ik wil die bands steunen en helpen groeien, niet tegenhouden als er zich betere opportuniteiten voordoen.

 

4.      Is het gemakkelijk heden ten dage om een label te runnen? Wat zijn de moeilijkheden waarmee je te maken krijgt en wat zijn de fijne dingen eraan?

Een label opstarten is niet zo evident maar zeker mogelijk met de voordelen dat het internet te bieden heeft. Hetzelfde geldt voor het runnen van een label. Met de juiste motivatie, een gezonde zin voor perfectie en een positieve ingesteldheid kom je al een heel eind. Er komt wel veel werk bij kijken om alles in goede banen te leiden. Je moet met alle aspecten tegelijk bezig zijn: bands selecteren, de productie begeleiden, webshop en website onderhouden, product fotografie, promotie voeren, verzendingen beheren, klantenservice… Maar ik haal er veel voldoening uit om een release van begin tot einde op te volgen en het resultaat dan uiteindelijk in onze handen te hebben en op te sturen naar fans over de hele wereld. Die mensen kunnen dan genieten van een goeie plaat die er misschien niet zou geweest zijn als dunk!records er niet was. Dat is een leuke gedachte. De minder fijne dingen zijn terugkerende pakketjes die niet konden afgeleverd worden of platen die soms beschadigd aankomen (gebeurt gelukkig niet veel). Alsook de beste tarieven en diensten vinden is niet simpel. Vooral in België. Een niet te ontkennen moeilijkheid is natuurlijk ook om alles altijd financieel rond te krijgen.

 

5.      Wat zijn je objectieven met het label?

De objectieven zijn om fans te voorzien van goeie post-rock en post-metal platen en ook te verrassen met nieuwe bands. De kwaliteit van de muziek en de verpakking zijn heel belangrijk. We brengen bvb alle releases uit op 180g gekleurd vinyl en gebruiken dikker karton voor de cover. De ‘live op dunk!festival’ platen zijn iets nieuws sinds vorig jaar maar dat is iets dat we graag wat verder zouden uitwerken.

 

6.      Hoe selecteer je de bands die je programmeert op je festival? Ga je ze zelf eerst gaan bekijken? Of heb je daar mensen voor?

De selectie gebeurt door een klein programmatieteam. De line-up is eigenlijk een lijst van bands die we heel graag zelf (nog) eens zouden willen zien spelen. We proberen om zoveel mogelijk bands al eens live gezien te hebben voor we ze boeken bij ons. Een live video op YouTube kan soms ook helpen als ze nog niet in de buurt geweest zijn. Want een band voor het eerst naar het Europese continent halen is ook leuk. We luisteren ook naar tips van mede-organisatoren in de post-rock wereld en proberen ook festivals in hetzelfde genre te bezoeken. Bands tippen dikwijls ook andere bands of zijn samen op tour. Als je bepaalde bands een paar keer op verschillende plaatsen ziet opduiken waarvan je weet dat ze daar goeie shows opzetten dan helpt dat ook. Dikwijls hebben we een band nog helemaal niet live gezien (in het echt of online) en dat is dan een gok die meestal wel goed uitdraait.

 

7.      Hoeveel bezoekers had je verleden jaar op het festival? Is het zeer werkintensief om te organiseren? Zoja wat is de meerwaarde ervan?

Vorig jaar hadden we alles bij elkaar 1000 bezoekers per dag. Dat is waar we naar mikken. Een festival organiseren is inderdaad redelijk intensief. Zeker in de weken vooraf en dagen erna. Maar ook de maanden vooraf is het heel veel mailen met bands, leveranciers contacteren, ticketverkoop regelen en opvolgen, promotie voeren, teams samenstellen… Gelukkig hebben we een heel efficiënt en gemotiveerd team om alles in goede banen te leiden. Iedereen heeft het beste voor met de bands en de bezoekers en zal er alles aan doen om eventuele problemen te vermijden of op te lossen. Als er iets misgaat tijdens het festival hebben heel weinig mensen dat in de gaten omdat het snel en efficiënt opgevangen wordt.

De meerwaarde van het harde werk van ons team is dat post-rock fans van over de hele wereld kunnen afzakken naar Zottegem om hun favoriete bands (maar ook nieuwe pareltjes) te ontdekken in zeer goede technische condities en op een sfeervolle locatie. Alsook de andere aspecten van het festival zoals de catering krijgen heel veel aandacht. We proberen alle details zo goed mogelijk uit te werken zodat er geen kleine ergernissen in de weg staan van een geweldig weekend.

 

8.      Het kan mijn mening zijn maar ik heb de indruk dat post-rock en post-metal behoorlijk aan belangstelling wint de laatste jaren. Een verklaring?

Ik heb ook die indruk maar ik hou er rekening mee dat het er kan mee te maken hebben dat onze positie in die wereld ook verandert. Ik denk dat mensen misschien sneller hun weg vinden naar ons. Maar als we dat even opzij zetten zou ik zeggen dat je nog steeds gelijk kunt hebben :-). Misschien is dat omdat er meer en meer festivals zijn die deze genres promoten. Over heel Europa maar ook daarbuiten. Het live ervaren van post-rock en post-metal is toch nog iets anders dan op plaat beluisteren. Hoewel de nieuwe (en goeie) releases van de grotere namen in het genre daar ook wel mee te maken zullen hebben.

 

9.      Welke hedendaagse bands in het genre zie jij doorgroeien?

Voor mij gaat het niet per se om doorgroeien of doorbreken. Daar is het misschien niet het juiste genre voor maar We Lost The Sea is zeker en vast op weg om een grote naam te worden in de post-rock wereld, als ze dat niet al zijn. Hun laatste plaat ‘Departure Songs’ is voor mij echt een all time post-rock klassieker. Ik ben dan ook heel blij dat we de kans gekregen hebben om die mee uit te brengen in Europa. Ook Ranges heeft met ‘The Ascensionist’ een heel sterke plaat afgeleverd en kan dat heel goed live overbrengen. Ze zijn ook enorm gemotiveerd en hebben een heel goeie werkethiek. Lost In Kiev is heel consequent. Hun eerste plaat ‘Motions’ vond ik al heel goed en ‘Nuit Noire’ was nog een stukje beter. Ik verwacht dat de volgende plaat ook weer beter gaat zijn. Het valt mij op dat bij deze drie bands het artwork ook telkens heel goed zit en gemaakt werd door bandleden zelf of iemand van hun entourage.

Dit zijn trouwens drie bands van drie verschillende continenten maar telkens uitgebracht door dunk!records :-).

Maudlin

Maudlin - Een indrukwekkende trip door het land van Maudlin – CD release party

Geschreven door

Maudlin - Een indrukwekkende trip door het land van Maudlin – CD release party
Maudlin
De Grote Post
Oostende
2018-02-23
Wim Guillemyn

We reviewden recentelijk de laatste cd van Maudlin (zie link: http://www.musiczine.net/nl/nl/decouvertes/maudlin/sassuma-arnaa/ ) en waren onder de indruk. Nu is hij ook officieel uitgekomen en kwamen ze hem presenteren in De Grote Post (waar hij trouwens ook werd opgenomen). We waren benieuwd naar hun live performance en zakten dus af naar Oostende. Eerst kregen we nog twee bands voorgeschoteld.

Elefant opende de avond op een vrij ludieke manier. Ze gingen op de tonen van een bizar klankentapijt, geheel in witte pakken en met witte schmink, eerst de zaal in om het volk wat wakker te maken alvorens het podium te betreden. De Gentenaren straalden een beetje gekunstelde gekte uit. Doet mij wat denken aan de frontman van wijlen Aroma Di Amore. Muzikaal kregen we iets tussen krautrock en noiserock in te horen. Gestoord en zichzelf niet te serieus nemen was de boodschap.

Daarna was het de beurt aan Partisan. Dit trio uit Gent had ook een nieuw album uit. Met name ‘We Have Been So Terrible Betrayed’. Ze brachten een soort van post punk. Ik hoorde hier en daar wel interessante dingen. Jammer genoeg was het geluid niet altijd even goed waardoor de vocals soms wat achterwege bleven en de gitaarsound niet altijd even goed klonk. Maar ze waren snedig  en degelijk.

Rond 23u was het uiteindelijk aan Maudlin. De zaal was goed volgelopen. Een groot doek hing achteraan het podium waarop graphics geprojecteerd werden. Met een loop van een gitaarlijntje werd de set gestart. En het was er meteen bonk op. We herkenden o.a. “Bête Noire” (een sterke track), “Bosnimf” en “Stowaway”. Alle sterke zaken uit het nieuwe album kwamen ook live goed uit de verf. De stem van Ken Verleye is warm en diep. Een aangename stem om naar te luisteren. Ze vormt een mooie samenhang met de songs. Maar ook de beide gitaristen en de keyboardspeler deden vocaal mee. Davy De Schrooder was vooral verantwoordelijk voor de meer hardere vocals. Dat zorgde voor afwisseling. Er kwam een dankwoordje voor Serge Feys die hen geholpen had om het album te maken. En er werd ook afscheid genomen van de drummer die zijn laatste optreden met Maudlin deed.
Live valt op dat de songs een stevige ruggengraat hebben. Er waren groovy en atmosferische songs te horen. We kregen een luide sound over ons heen en een indrukwekkende trip door het land van Maudlin.

Organisatie Maudlin + De Grote Post, Oostende

Madensuyu

Madensuyu – Bejubelde terugkomst

Geschreven door

Vijf jaar na de release van ‘Stabat Mater’ konden we Madensuyu weer op de planken zien met nieuw materiaal. De Gentse Handelsbeurs moet een thuishaven zijn voor het duo, die duidelijk zin hadden in de cd-voorstelling van ‘Current’. Een korte ‘goedenavond’ en de band stak van wal met “A Current”. Het eigenzinnige pianostuk kon live even sterk intrigeren als op het album. De stuwende drums en de bombastische wending in het nummer kwamen goed aan bij het publiek. Het tweede nummer van de avond werd “One More Time”, een ankerpunt op de nieuwe plaat. Stijn De Gezelle neemt vanachter zijn piano de rol van coach op zich wanneer hij op guitige manier de kudde luisteraars aanspoort met slagzinnen op het razende ritme.

De nieuwe nummers doen het niet slecht in de live-setting, maar die gebruikelijke ‘wall of sound’ die we van Madensuyu gewoon zijn, is er gewoon niet. De piano slaagt erin om voldoende kracht te spuwen en diverse gevoelens, gaande van wanhoop tot integriteit over te brengen, maar net zoals op het album schiet er voor ons wat tekort. We waren dan ook gerustgesteld wanneer we bij de start van het optreden een gitaar zagen blinken in de achterhoek van het podium. En ja hoor, wanneer Stijn deze in de hand nam en de eerste noten van “Tread On Tread Light” speelde, ging er een lichte extase doorheen het hele publiek. Ook “Mute Song” afkomstig uit ‘Stabat Mater’ was een schot in de roos. De grimassen op het aangezicht van Pieterjan Vervondel verraden een combinatie van pure concentratie en tegelijk een volledige overgave tot zijn artistiek vakmanschap. De twee genieten volop van hun show, er is dan ook niets beter dan artiesten op een podium te zien die er volledig voor gaan. Dat gevoel geeft Madensuyu, de muziek is er omdat ze er gewoon intrinsiek moét zijn, een rauwe ongeremde manier van uitdrukking.
Wanneer de gitaar terug wordt omgeruild voor piano, is het vooral “Ill Timed” dat ons bijblijft. De overlappende samenzang in dit nummer heeft iets bezwerend. De combinatie van de twee hun stemmen heeft altijd al kunnen overtuigen en hier vult het geslaagd de leegte op die veel van de nieuwe nummers hebben, zonder rommelig te worden.
Toch kunnen we besluiten dat de oudere nummers het ook live beter doen dan deze van de laatste worp. Het is begrijpelijk dat de band het eens over een boeg wou gooien en dat is bij deze ook goed gelukt. Er zijn natuurlijk echter maar zoveel wegen die je als duo kan inslaan, en wij verkiezen een Madensuyu waar de gitaar weeldig tiert over piano-gerichte nummers. Dit werd nogmaals duidelijk bij de bis-nummers “Ti:me” en “Fafafafuckin’”. Absolute publieksfavorieten afkomstig uit ‘D Is Done’, en met rede want het hoogtepunt van de avond was toch op dit moment.

De band is zichzelf zeker bewust dat ‘Current’ niet hun meest bejubelde werk zal worden, ze speelden echter met volle goesting en lijken vooral tevreden dat ze terug hun volledige zelve kunnen geven op een podium.
Een straf optreden van een van de strafste Belgische bands, Madensuyu is terug en dat is altijd goed nieuws.

Met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Amenra

Amenra - Niet voor gevoelige oren

Geschreven door

Amenra - Niet voor gevoelige oren
Amenra – Boris
Aéronef
Lille
2018-02-21
Sam De Rijcke

Een dubbele affiche eigenlijk, met twee bands die wereldwijd gestaag een serieuze cultstatus verworven hebben in de analen van de extreme underground-metal.
Beide bands kregen de tijd om een volwaardige set te spelen maar de hoofdmoot van het publiek bleek toch wel voor Amenra te zijn gekomen. Een en ander kon natuurlijk ook te maken hebben met het feit dat Lille op een boogscheut van West Vlaanderen ligt terwijl Japan toch net iets verder is.

Als je weet dat het Japanse Boris al eens een plaat heeft opgenomen samen met de monnikskappen van Sun O))), dan mag het niet verwonderlijk zijn dat dit trio zweert bij een trage, extreem logge en slopende sound. Ook hun laatste wederom imponerende plaat ‘Dear’ is voorzien van een hoge graad van ‘heaviness’, wat zich duidelijk manifesteerde in hun live set. Boris produceerde typisch zo een geluid waar een mens zich best liet in mee drijven, anders beleefde men er niks aan. Echte songs waren er bijna niet te horen, eerder een heavy geluidstapijt voorzien van dreigende drones en loodzware gitaren. In hun extreme post-metal schuwden ze het experiment niet, wat het geduld van de toeschouwers al eens op de proef durfde te stellen. Soms werd het iets te langdradig, vooral wanneer een overenthousiaste drummer te veel en te lang allerlei dierlijke uithalen door de microfoon joeg. Maar voor de rest bleek Boris een indrukwekkend trio die met imposante en tergend trage slowmotion-metal de zaal meer dan een uur bij de keel greep. Een absoluut hoogtepunt was een bij wijlen ingetogen en elders dan weer scheurend en gierend “Dystopia-Vanshing Point”, niet toevallig ook de uitschieter van dat nieuwe album.  

Over Amenra wordt wel eens zeer lyrisch gedaan, wat eerder uitzonderlijk is voor een metalband. We lezen en horen vaak dingen als ‘transcendentaal’, ‘helend’, ‘buitenaards’ of ‘apocalyptisch’. Het is bij ons nog niet zo ver gekomen dat deze band ons in een ander universum brengt, maar we begrijpen de hele heisa wel. Het moet gezegd dat Amenra qua intensiteit in België zijn gelijke niet kent.
Zanger Colin Van Eeckhout schreeuwde zich bij momenten de pikzwarte ziel uit het lijf terwijl de band een massieve en indringende sound creëerde die snoeihard door de ruimte knalde. De solide moordsound kon geregeld naar adem happen in verstilde momenten waarbij de zaal het muisstil hield. Het is een gekende formule, van geruisloos naar verschroeiend hard en weer terug, maar Amenra beheerste die als geen ander. De desolate zwart-wit beelden op de achtergrond benadrukten nog wat meer het mystieke karakter van deze intense post-metal. Het deed ons trouwens denken aan de apocalyptische beelden die onlangs het concert van Godspeed You! Black Emperor ‘opfleurden’. Trouwens nog zo geen kwade vergelijking, je zou Amenra met een beetje goeie wil eigenlijk wel de GY!BE van de post-metal kunnen noemen. Maar goed, Amenra was vooral zichzelf vanavond, en dat was heel wat. In tegenstelling tot de collega’s van Boris, had Amenra wel degelijk echte songs in huis, zij het venijnige lappen post-metal die hardvochtig door merg en been gingen. Uitschieters hoeven we hier niet op te noemen, daarmee zouden we de rest oneer aandoen. We geven u hierna gewoon de volledige setlist cadeau.

Feit is dat een Amenra concert een unieke, intense en geestverruimende beleving is van begin tot einde. Oei Oei, we gaan nu ook nog lyrisch worden.

Setlist : Boden – Plus Près de Toi – Razoreater – Children Of The Eye – Nowena 9.10 – Thurifer et Clamor ad te Veniat – Terziele – Am Kreuz – Diaken

Organisatie: Aéronef, Lille

Band Of Gold

Where’s The Magic?

Geschreven door

Aan pop kleeft nogal een negatief beeld. Het is commercieel, inhoudloos, wegwerpmuziek etc… Doch dit zijn veralgemeningen. Bands zoals MGMT, Oscar & The Wolf zijn echt wel meer dan dat. Band of Gold valt daar volgens mij ook onder. Deze band bestaat uit een Noors duo Nina en Nikolai. Met deze release volgen ze hun debuut uit 2015 op. Ze maken luchtige, clevere popmuziek. Qua stem doet het mij soms aan Fleetwood Mac denken. Luister maar eens naar hun eerste single “I Wanna Dance With You Again”. Een prachtige en stemmige song. Hun tweede single “Well Who Am I” is eveneens catchy en heeft naast een warme bas ook een wat tegendraadse vuile gitaar. “Bring Back” heeft ietwat een soul vibe gekregen. Een heerlijk groovende track. Het album sluit af met “Look At Me” een cover van Bread (David Gates). Ze geven het sixties nummer een kleine update.
‘Where’s The Magic?’ vragen ze zich af. Wel voor een stuk is die terug te vinden in hun liedjes. Een warm poppy album bestaande uit acht liedjes. Nina deed naast de vocals ook de keys en Nikolai deed de bass, gitaren, piano en vocals. Er werd voor de drums en andere instrumenten met gastmuzikanten gewerkt. Daarnaast was Nikolai grotendeels verantwoordelijk voor de mixing en de productie.

Gentle Knife II

Clock Unwound

Geschreven door

Twee jaar na hun debuut komt Gentle Knife II met hun opvolger op de proppen. De Noorse band bestaat uit maar liefst elf muzikanten. Ze hebben een eigen geluid dat wat schatplichtig is aan bv Genesis (beginjaren) of Gentle Giant. Ze klinken dus wat retro mede door het gebruik van de mellotron en de orgels.
Ze openen met een vrij klassieke instrumental “Prelude: Incipit” dat grotendeels uit piano en wat blazers bestaat. “Clock Unwound” is een echte progrock track. Ze bestaat uit lange instrumentale partijen (gitaar en orgels). Mooie track. Enig minpuntje is dat de vocals niet altijd top zijn. Dat werpt toch een kleine smet op het resultaat. De inwisseling van Melina Oz voor Veronika Jensen is dus niet bepaald geslaagd. Jammer, met een andere vocalist zou men het werk naar een hoger niveau kunnen pushen. Voor de rest is er muzikaal zeker genoeg te beleven. Van eerder nijdig rockwerk tot meer dromerige songs. “Fade Away” is zo’n lieflijke song met dwarsfluit en akoestische gitaar. “Smother” rockt lekker weg en hier is de zang iets beter te genieten. Een fijne track waar ze ook bossa nova in verwerken. Mooi gedaan.

De kwaliteit is aanwezig op ‘Clock Unwound’. Nu nog een vocalist van hetzelfde niveau en we spreken van een heel puik prog album.

Torgeir Waldemar

Jamais Vu

Geschreven door

Op ‘Jamais Vu’ herneemt Torgeir Waldemar een aantal van zijn vroegere songs. Vijf om precies te zijn. Twee songs krijgen een elektrisch jasje aangemeten. Zijnde “Streets” en “Take Me Home” die in hun originele versie op zijn debuut in een folkrock versie staan. De songs zijn niet beter of slechter maar gewoon in een ander jasje. Neil Young is nooit ver weg op deze twee songs. Van zijn laatste album “No Offending Borders” krijgen we drie akoestische versies van “Sylvia”, “Among The Low” en “Summer in Toulouse”. Ook hier dezelfde opmerking als bij die andere tracks. Deze versies zijn evenwaardig aan de originele waarmee Torgeir bewijst dat hij zowel het klassieke rock en het folkrock genre beheerst. Persoonlijk hoor ik liever de elektrische versies omdat die wat meer in de ziel kerven. Maar dat is enkel te wijten aan mijn voorliefde voor dat genre.
‘Jamais Vu’ is een mooie kennismaking met de man indien je hem niet zou kennen. En dat zullen er ongetwijfeld veel zijn. Voor liefhebbers van Neil Young, Bob Dylan en Admiral Freebee.

Bruno & The Souldiers

Kingston Funky Crime

Geschreven door

Het Italiaanse gezelschap Bruno & The Souldiers vermengt ska en rocksteady met soul, vandaar de ‘Souldiers’ in de bandnaam ipv ‘Soldiers’. Ze hebben net een vinyl-EP uit op Onedrop Fellas Records. De bekendste naam die aan dat label kan gelinkt worden, is Alborosie.
Of het met Bruno & The Souldiers internationaal ook zo’n vaart zal lopen als met Alborosie, valt nog af te wachten, maar muzikaal zit het wel snor. Het sterkst presteert deze tienkoppige Italiaanse band op de titeltrack “Kingston Funky Crime”, met een laid-back ska-track in de lijn van de Skatalites. Ze hebben ook goed geluisterd naar de Britse 2Tone-ska van The Beat, The Selecter en The Specials. Niet wereldschokkend vernieuwend, maar wel knap gedaan. Het is vooral het orgel dat het geheel iets meer naar de soul duwt dan naar de ska.
Ook “Come Closer“ is een prima mellow ska/rocksteady-nummer en daar krijg je op deze EP ook nog eens een dub-remix van. Beide tracks zijn perfect gebracht, opgenomen en gemixed.
Van de Jimi Hendrix-klassieker “Crosstown Traffic” krijg je op deze EP zowel de gezongen als de instrumentale versie. Die met zang gaat gebukt onder een schattig Engels met toch een Italiaans accent. Op de instrumentale versie gaat dan weer alle aandacht naar de muzikanten, die hier net als de opnametechnici uitstekend werk leveren. Bruno & The Souldiers hebben trouwens iets met covers. Op hun eerste demo staken ze “Sunny Afternoon” van The Kinks in een jasje van up-beat rocksteady. Die versie vind je makkelijk op YouTube.
‘Kingston Funky Crime’ is een prima debuut. Met hun raak-gekozen covers en hun smoothe ska kunnen ze zowat overal terecht, zowel op hippe wereldmuziekfestivals als in zweterige muziekkroegen.

MGMT

Little Dark Age

Geschreven door

Ooit was MGMT een hip en relevant groepje die met uiterst aanstekelijke singletjes “Time To Pretend”, “Electric Feel” en “Kids” een frisse nieuwe wind joeg doorheen het hitparadelandschap.
Dat MGMT voor eeuwig zal vastgekluisterd zitten aan dit triootje hits heeft alles te maken met de pijnlijke vaststelling dat ze er sedertdien niet meer in geslaagd zijn om met evenwaardige succesnummertjes op de proppen te komen. Verwoede pogingen werden ondernomen op albums als ‘Congratulations’ en ‘MGMT’, maar het is nooit meer geworden wat het ooit geweest is.
Op vandaag is MGMT een doordeweeks elektro popgroepje met een goedkope sound die gerecycleerd is uit lichtvoetige synthpop van eightiesbandjes als OMD, A Flock Of Seaugulls of, erger nog, Kajagoogoo en fuckin’ Pet Shop Boys.
Op ‘Little Dark Age’ treffen we meer bubblegum dan song, meer kitsch dan hits, meer goedkope elektrodeuntjes dan frisse melodieën, meer plastiek dan goud, meer verpakking dan inhoud.
Niet echt een tijdloze sound dus, wel eentje die om onbegrijpelijke redenen dezer dagen terug hip is. Voor zo lang het duurt natuurlijk. Speciaal voor dit soort bandjes werd de term ‘vergankelijk’ uitgevonden.

Yungblud

Yungblud

Geschreven door

Yungblud  is het alter ego van het nieuwbakken tieneridool Dominic Harris en die klinkt een beetje als de missing link tussen One Direction en Arctic Monkeys. In een onding als “Anarchist” menen wij zelfs Rihanna te horen. U heeft misschien geen idee wat u zich hierbij allemaal moet voorstellen, maar wij worden er alleszins niet euforisch van.
Er staan amper 5 songs op dit debuutplaatje en die zijn voor ons meer dan genoeg om die bakvis en zijn bandje volledig te wantrouwen.
In de UK is Britpop blijkbaar een verplicht vak geworden in de kleuterklas, en dan komen daar onvermijdelijk dit soort boysbandjes of tieneridolen uit voort. Je hoort, ruikt en voelt gewoon dat er een gewiekste mediacampagne achter schuilt om dit te pushen richting hitlijsten. Het klinkt allemaal zo fake, maar de modale tiener of StuBru fan heeft dat doorgaans toch niet door, dus zal dit jochie hoogstwaarschijnlijk wel  in zijn opzet slagen.
Harris weet nog niet echt op welk publiek hij zich moet richten en schiet dan meer lukraak zijn pijlen in alle mogelijke richtingen.
Dit is noch mossel noch vis, Yungblud balanceert op de lijn tussen indie-pop met iets te opzichtige Arctic Monkeys trekjes  en slappe r&b. Het lijkt ons eerder iets voor Ed Sheeran fans die van zichzelf vinden dat ze heus ook wel iets afweten van ‘alternatieve’ muziek.
Hier kunnen wij dan ook niks mee aanvangen, doch iemand anders wel, menen wij . Een piepjong publiek, check. Gillende meisjes, check. Hitparade, check. Rock Werchter? Zit er dik in.
Wij klasseren dit in het schuif ‘wegwerptieneridolen’.

Shame

Songs Of Praise

Geschreven door

Met die nieuwe hypes uit de UK weet je maar nooit. Als ze met een onding als Yungblud komen opdagen dan is het voor ons hoogtijd om even de hond uit te laten, maar wanneer er iets spannends als Shame op ons afkomt komt dan zijn wij razend enthousiast. Shame is het meest opwindende bandje dat uit de UK is komen overwaaien sinds het al even bewogen Idles. Het gaat soms toch wel de goede richting uit met die nieuwe Britse groepjes.
Wat Shame siert is dat de jongens to the point blijven en overdaad mijden, ‘Songs Of Praise’ bevat 10 vlijmscherpe compacte songs en hoegenaamd geen ballast. De songs flirten met punk, indie-rock, pop en post-punk en ze knallen stuk voor stuk bijzonder explosief uit de speakers. “Rizzla” is een verdomde catchy single, een hit die niet uit onze kop weg te branden is. Op “Concrete”  voelen we dezelfde zinderende spanning als op de laatste van Protomartyr en op het geweldige “The Lick” gaan The Amazing Snakehaeds bij The Libertines op bezoek. De gebeten punkertjes “Tasteless”, “Donk” en “Gold Hole” doen sterk denken aan het al even fantastische Idles, die andere Britse post-punk revelatie. “Friction” gaat terug in de tijd en verkent eventjes met succes de Madchester scene van Happy Mondays en Charlatans om dan iets verder bij The Godfathers uit te komen.
Pas op de afsluiter “Angie” haalt Shame de voet van het gaspedaal en nemen ze de tijd om er een 7 minutenlange trip uit te puren die het beste van Oasis, Savages en Iceage bij mekaar brengt.
Een wervelend debuut van een bende veelbelovende Britse jong wolven.
Shame speelt op 22/05 in een helaas al uitverkochte Botanique. Voor het concert in l’Aéronef in Lille op 20/05 zijn er wel nog tickets.

Superorganism

Superorganism - Een absurde reis rond een wereld boordevol kleuren

Geschreven door


Superorganism kan zich nu al de revelatie van 2018 noemen, of was het 2017? De band brak vorig jaar door met het geniale ‘Something For Your M.I.N.D.’ en wist hiermee heel veel potten te breken. De band tekende bij Domino Recordings en stonden zelfs in de longlist van BBC Sound Of 2018. De groep leerde elkaar kennen via het internet wat er voor zorgt dat er leden uit Het Verenigd Koninkrijk, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland in de band zitten. Ze zijn met zeven en maken experimentele pop die tegelijk aanstekelijk en absurd klinkt. In de Rotonde van de Botanique was dat niet anders. Ze verzorgden een korte show boordevol spektakel en wisten ons te overtuigen dat hun toekomstig er meer dan rooskleurig uitziet.

Openen mocht Jeremy Walch, een Brusselaar die al af en toe eens een voorprogramma in de zaal mocht doen. Wij vragen ons af waarom ze hem nog steeds vragen. Het zal zijn enthousiasme zijn, want voor zijn muziek zouden wij hem alleszins niet meer terug vragen. Hij stond alleen op het podium, terwijl hij normaal met band optreedt. Misschien lag daar het probleem voor de erbarmelijkheid van zijn set. Wij gaan die vooral onthouden als een die we zo snel mogelijk wilden zien eindigen. Een lo-fi sound met simpele akkoorden en een drumcomputer die eigenlijk niets bijbracht gemengd met vocals die zelden toonvast waren, het zal gewoon zijn dagje niet geweest zijn zeker?

Het was dus niet moeilijk voor Superorganism om hier boven te geraken, en ze deden er zelfs nog een schepje bovenop. Ze brachten een memorabele set die we zelden zagen van zo’n beginnende band. Zowel de visuals als het artistieke zat perfect in elkaar en toont dat de band perfect weet waar ze mee bezig zijn. Het zevental had elk een ander soort kleur vest aan wat er meteen voor zorgde dat er een vrolijke kleurenboel op het podium stond. Daarnaast werden er ook van begin tot eind projecties getoond die ons de ene keer deden wegdromen maar ons vooral bij de les hielden. Ook van glitters had de band geen angst, iedereen had zo’n glitterboel onder zijn ogen gesmeerd.
Opkomen deed de band ook in stijl, want het drietal achtergrondzangers en dansers kwam met een belletje op om zo een mysterieuze sfeer te laten ontstaan. Lang duurde deze sfeer wel niet, want als snel werd “It’s All Good” ingezet. Meteen wisten we dat het effectief allemaal goed ging komen. Een vreemde stem vergezelde ons met een raket naar de ruimte en via aanstekelijke synths en hemelse samenzang konden we er een geniale soundtrack voor krijgen. Die samenzang is heel poppy en zou bij de grootste popzangeressen ook kunnen passen. Bij Superorganism wordt deze begeleid door een zachte lo-fi stem van de immens kleine frontvrouw Orono Noguchi.
Die frontvrouw is nog maar net achttien maar staat heel zelfzeker op het podium. Zij moet ook de band leiden. Ze doet dit door tussen de nummers door wat zaken te vertellen over bijvoorbeeld water, en deelt ook high fives uit.
De zeven komen duidelijk goed overeen. Het opvallendste is toch vooral het drietal dat rechts staat. Zij verzorgen samenzang bij de nummers, beelden de lyrics uit en halen nu en dan ook eens een tamboerijn of anders niet alledaags instrument boven. Het zorgt er wel voor dat er altijd iets te zien is, want dansen doen ze levendig. Bij “Reflections On The Screen” krijgt er zelfs iemand een solo en zorgt zo voor een aanstekelijke tekst die blijft hangen. Alles is mooi uitgedokterd bij Superorganism en dat is fijn om te zien.
Doordat er zoveel te zien is op het podium, is het soms moeilijk om ook aan de muziek te denken. Het publiek staat vooral vol verwondering te kijken naar wat er zich allemaal afspeelt op het podium. Muzikaal zit alles ook heel sterk in elkaar. Soms eens een vreemde opbouw met watergeluiden, een andere keer start een nummers als een videogame. Hoe het ook mag zijn, alles heeft de nodige portie absurditeit maar is net toegankelijk genoeg om aanstekelijk te blijven. Wanneer de songs dan weer te catchy worden, komt de band aanzetten met een experimentele input of een chaotisch geheel aan instrumenten om dat teniet te doen. Een goed voorbeeld hiervan is “Nai’s March” dat een ballad-achtige feeling in het begin heeft, maar al snel alle kanten uitschiet. Heel fijn om dat allemaal te ervaren.
Het einde van de set bestaat uit de twee hitjes van de band. “Everybody Wants To Be Famous” zet het einde in van de reguliere set en zorgt er voor dat het publiek bescheiden begint mee te zingen. Toch is het pas bij bisnummer “Something For Your M.I.N.D.” dat iedereen echt begint te bewegen en zingen. De toeschouwers zien herkenbaarheid en voelen het einde naderen, dus nu kunnen ze zich toch eens laten gaan. Voordien was dat nagenoeg onmogelijk door het spektakel dat zich op het podium afspeelde.

Superorganism is duidelijk een band die klaar is voor groter werk en het mag gezegd worden: de volgende keer zien we ze niet meer in de Rotonde, die zal te klein zijn voor de band. Het enthousiasme, de kunstzinnige voorzieningen en toch vooral het aanstekelijke zorgen er voor dat het zowel de hipsters als de modale muziekliefhebber aanspreekt, en als je dat kan, ben je als band binnen voor de rest van je leven.

Setlist: It’ All Good - Nobody Cares - Night Time - Reflections On The Screen - The Prawn Song – SPRORGNSM - Nai’s March - Everybody Wants To Be Famous
Bis: Something For Your M.I.N.D.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be
Organisatie: Botanique, Brussel

The Soft Moon

The Soft Moon – Optreden is een schot in de roos

Geschreven door


De Orangerie in de Botanique was uitverkocht voor The Soft Moon. The Soft Moon ( een Amerikaan die in Duitsland verblijft) heeft begin dit jaar (opnieuw!) een uitstekend album uitgebracht ‘Criminal’.

Eerst kregen we Sarin om de zaal op te warmen. Deze man (zou van Iran afkomstig zijn) kwam het podium op met een lederen kap op zijn hoofd. Hij stond wat te draaien aan knoppen etc… Muzikaal was het geluid die produceerde ergens iets in de buurt van Front 242 en andere eighties electro. Fijne beats en electro maar niet meteen vernieuwend. Op een gegeven moment begon hij tijdens het optreden iets met een slijpschijf te doen op het podium. De zin ontsnapte me wat. Toch kon hij het volk wat in beweging krijgen met zijn beats.

The Soft Moon mocht daarna aantreden. De frontman, Luis Vasquez, had nog 2 muzikanten meegebracht. Een bassist en een drummer. Er werd met de titeltrack van zijn laatste album gestart. Meteen zat de sfeer erin. Het fijne was dat het publiek toch hoofdzakelijk uit twintigers bestond en niet enkel uit wave fanaten van vijftig jaar. Eindelijk een post punk/darkwave band die ook de jeugd weet aan te spreken.
Het optreden was energiek en met een afwisseling van nummers uit o.a. ‘Deeper’ en ‘Criminal’ kreeg hij het publiek helemaal mee. Er werd duchtig gedanst en bewogen op de muziek. Een fles Lawson deed onder de muzikanten de ronde en dit gaf hij uiteindelijk ook aan het publiek door. Bij een aantal tracks speelde hij ook percussie (metalen ton, conga’s…) mee met de drums. Voornamelijk nam hij synth en gitaar voor zijn rekening.
Zestien nummers en twee bisnummers kregen we.
Met o.a. “Total Decay”, “Give Something”, “Far”, “Wrong”, “The Pain” en als toegift “Black” en “Want”. Post punk met darkwave invloeden (o.a. The Cure) leeft nog. En hoe?

Vanavond was het optreden in elk geval er boenk op! Inzet en bezieling. En een enthousiast publiek.

Organisatie: Botanique, Brussel

Turpentine Valley

Turpentine Valley – Instrumentale Postmetal zoals het hoort!

Geschreven door


Turpentine Valley stelde zijn debuutalbum voor in de knusse kelderverdieping van JeugdHuis Knipperlicht in Zulte. Misschien niet de meest indrukwekkende concertzaal, maar wel eentje waarin de instrumentale postmetal van dit trio uitstekend tot z’n recht komt.

Eerst mochten twee bevriende bands het publiek opwarmen. Lewis bracht catchy punkrock doorspekt met wat in de jaren ’80 en ’90 met indie-gitaarrock werd aangeduid.  Puik gebracht, maar misschien een beetje te smooth voor deze avond.

The Lotus Tree zit dan meer in het straatje van Turpentine Valley, maar zet wel twee gitaristen en een zanger-toetsenist in. De gitaristen Alex Dierickx en Thomas Hauttekeete spelen een intrigerend spel van volgen en botsen en zijn zonder meer de creatieve spil van deze band, al kunnen ze ook niet zonder de basis van drum en bas. Bassist Thomas Maes dubbelt deze avond overigens, want hij speelt behalve in The Lotus Tree ook nog in Turpentine Valley.

… En dat was uiteraard de band waarvoor iedereen opgedaagd was. De bijna huiskamer-setting laat de instrumentale postmetal goed tot zijn recht komen. Zo dicht op elkaar gepakt in die kleine ruimte voel je die bassen en drums tot in je middenrif en dat is ook de bedoeling. De band zet die sfeer nog kracht bij door de klassieke spots weg te laten en te kiezen voor een paar strategisch geplaatste gloeilampen. Nog net genoeg om te zien hoe Thomas en drummer Roel helemaal opgaan in hun spel, terwijl Kristof onverstoorbaar en supergeconcentreerd zijn riffjes spuit.
Live hebben de tracks nog meer punch en power dan op het album.  Op de studio-opnames heeft het  trio er goed over gewaakt dat er veel ‘opgekropte’ energie is, maar live wordt die meer losgelaten.
De set van de albumvoorstelling volgde letterlijk de volgorde van het album.  Opener was “Abrupt”. Daarna volgden “Compromis”, “Onweer”, “Vergeten” en het lang uitgesponnen “Trauma”. Enkel Ballast werd ‘overboord’ gegooid. De keuze om dit nummer niet te brengen, is begrijpbaar. Als je het album in één ruk beluistert (of met een pauze om de cassette om te draaien), is het korte “Ballast” een welgekomen rustpunt. Live zou het de minutieus opgebouwde spanningsboog naar beneden doorprikken.
Helemaal in de lijn van het album miste je live geen zanger. Bij de opnames zorgen de afwezige zanglijnen voor een extra dimensie en live is dat niet anders. De band trekt dat nog door op het podium.
Niemand van de band heette het publiek in Zulte welkom en nummers werden niet aan- of afgekondigd. De bandleden zwegen volledig eens de versterkers opengedraaid werden. Wat werkt op de cassette, werkt ook op een podium.

Organisatie: Turpentine Valley ism JH Knipperlicht, Zulte

Pagina 239 van 498