logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab
Erik Vandamme

Erik Vandamme

Echoes of a Dying World – We moeten opnieuw als een eenheid leren samenleven

Na de debuut-EP Before the Fall uit 2022 en het album Tribulation uit 2023 rondt Echoes of a Dying World eind augustus de trilogie af met Revelations. De nieuwe EP verschijnt in eigen beheer en vormt allerminst een vrijblijvend sluitstuk. Duisternis en hoop, individuele afzondering en maatschappelijke verbondenheid staan voortdurend tegenover elkaar.
Tijdens Hellbound Fest zagen we hoe die tegenstellingen ook live tot leven komen. De veelzijdige stem en expressieve podiumpresence van Tine Vanmuysen trokken daarbij de aandacht, maar het was vooral de wisselwerking tussen alle muzikanten die het optreden liet uitgroeien tot een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving.
Over Revelations, de hechte band tussen de muzikanten, haar jazzachtergrond en de voortdurende zoektocht naar evenwicht hadden we een fijne babbel met Tine.

Ik zag jullie onlangs op Hellbound Fest en schreef dat jullie live meer brengen dan zomaar een concert. Het wordt bijna een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving. Herkennen jullie jezelf in die omschrijving?
“Die omschrijving klopt zeker, al zijn het niet altijd mooie sprookjes die daaruit voortkomen. Elk sprookje heeft vaak een mooie, maar ook een duistere kant. Het is precies die tegenstelling die we in onze muziek proberen te verweven. Onze nummers gaan wel degelijk over de realiteit, maar die wordt telkens in een groter verhaal gegoten. Op dat vlak herken ik ons dus zeker in die omschrijving.”

In mijn verslag schreef ik ook dat jullie voortdurend balanceren tussen pure duisternis en sprankelend licht. Is die tegenstelling bewust in jullie muziek aanwezig?
“Absoluut. Je mag problemen benoemen. Eigenlijk moet je dat zelfs doen, maar tegelijkertijd moet je ook de hoop die er nog is durven zien en tonen. Er hangt altijd een duistere walm over onze muziek en teksten, maar daarbinnen proberen we toch steeds een boodschap van hoop uit te dragen. Die tegenstelling is dus heel bewust aanwezig.”

Jullie muziek wordt vaak omschreven als symfonische death- en doommetal, maar klinkt tegelijk bijzonder filmisch en atmosferisch. Hoe belangrijk is sfeer wanneer jullie aan een nieuw nummer beginnen?
“Wanneer we aan een nieuwe song beginnen, staan we eigenlijk niet bewust stil bij dergelijke omschrijvingen. Het begint vaak heel klein, met één enkele riff waaraan we vervolgens elementen beginnen toe te voegen. We kneden het geheel en geven het geleidelijk vorm. Zodra er een soort structuur ontstaat, begin ik met de teksten te spelen en creëren we verschillende lagen. Elke laag wordt afgetoetst. Soms verdwijnt er opnieuw eentje en soms wordt er nog iets toegevoegd. We geven onze nummers de tijd om te groeien en durven er ook kritisch naar te kijken. Er zullen altijd songs of ideeën zijn die nooit de eindstreep halen. Wat die eindstreep wel haalt, zijn de nummers waarover we voor honderd procent tevreden zijn en waarbij we het gevoel hebben dat het verhaal af is en er niets meer aan hoeft te worden toegevoegd.”

De opkomst op Hellbound Fest was niet enorm, maar jullie speelden alsof er een volle zaal voor jullie stond. Maakt het voor jullie uit hoeveel mensen er voor het podium staan?
“Persoonlijk maakt het mij niet uit of we voor één persoon of voor honderd mensen optreden. Ook die ene persoon heeft voor een bepaalde ervaring gekozen en verdient minstens evenveel aandacht als die honderd. Bovendien beleven we zelf veel plezier aan wat we doen. Of er nu veel of weinig volk staat, dat plezier blijft hetzelfde.”

Toch hoorde ik ooit iemand zeggen dat optreden voor vijfentwintig mensen soms moeilijker is dan voor vijfhonderd. Ervaar jij het eveneens zo?
“Dat klopt zeker. Wanneer er weinig mensen staan, voel je je soms extra bekeken. Dat is een heel vreemd gevoel en in het begin had ik het daar behoorlijk moeilijk mee. Wat me daarbij geholpen heeft, is optreden in cafés, waar je op gelijke hoogte met het publiek staat en de mensen letterlijk in de ogen kijkt. Aanvankelijk vond ik dat heel confronterend, maar uiteindelijk moet je je daaroverheen zetten en die knop omdraaien.”

Ook vocaal zit de tegenstelling tussen licht en duisternis diep in de muziek van Echoes of a Dying World verankerd. Op plaat en podium beweeg je tussen breekbare, bijna feeërieke passages en demonische uitbarstingen. Zoek je die verschillende kanten van je stem bewust op?
“Ik probeer elke emotie de kleur te geven die ze verdient en die haar het beste ondersteunt. Soms is dat rauw of agressief, maar op andere momenten klinkt het juist hoopvol en zacht. Ik probeer daarin altijd een goede balans te bewaren. Bij sommige nummers voel je echter dat er nauwelijks plaats is voor lieflijkheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij ‘Anarchia’, zowel muzikaal als tekstueel. Dan blijf je bewust binnen dat rauwe gevoel.”

Zonder de muzikale wisselwerking met de andere bandleden zou die veelzijdigheid echter nooit hetzelfde effect hebben. Hoe belangrijk is die onderlinge band? Zijn jullie een ‘match made in heaven’ — of misschien eerder in hell?
“Ik heb de eer en het genoegen om met ontzettend goede muzikanten te mogen werken. Zij weten waarover mijn teksten gaan, kennen het bereik van mijn stem en spelen daar perfect op in. Meestal beginnen we met de muzikale omlijsting. Vervolgens puzzelen we aan de tekst en bekijken we samen welke richting we ermee kunnen uitgaan. Ik let daarbij ook op hun reacties. Wanneer ze spontaan met hun hoofd beginnen mee te knikken, weet ik dat het goed zit. Ze bouwen de spanning automatisch mee op. Op de een of andere manier komt alles telkens opnieuw mooi samen. Doorheen die drie releases is het niet zozeer de bezetting, maar vooral onze muziek die veranderd en gegroeid is. Ondertussen kunnen we elkaar zonder woorden aanvullen. Eén blik is soms voldoende. We hebben ook moeten leren dat, wanneer een van ons valt, de rest klaarstaat om alles recht te houden. Het is uiteraard de bedoeling dat het publiek daar niets van merkt.”

Die onderlinge wisselwerking viel me inderdaad op. Ik woon veel jazzoptredens bij en herken iets van dat improviserende karakter ook in jullie muziek.
“Ik ben opgeleid als klarinettiste en heb veel jazz gespeeld. Daarnaast ben ik een enorme fan van Nina Simone en Billie Holiday. Zulke invloeden neem je automatisch mee in je eigen muziek. We luisteren als band bovendien niet uitsluitend naar metal, maar volgen allemaal verschillende genres. Daar komt dat improviserende karakter waarschijnlijk gedeeltelijk vandaan.”

Het hokjesdenken lijkt de laatste jaren stilaan te verdwijnen. Speelt dat in jullie voordeel? Jullie muziek valt tenslotte moeilijk in één hokje te duwen.
“Toen we met Echoes of a Dying World begonnen, probeerden mensen ons wel degelijk in een bepaald hokje te plaatsen. We hebben onszelf toen ook lange tijd afgevraagd wat voor muziek we nu eigenlijk maakten. Op een bepaald moment zijn we gestopt met ons die vraag te stellen. De laatste twee of drie jaar merk ik bovendien een kentering. Er zijn ondertussen zoveel nieuwe hokjes bijgekomen dat niemand er nog een duidelijk overzicht van heeft. Daarom hebben we die hokjes zelf maar overboord gegooid. We merken dat dit een positieve uitwerking heeft op de band. We houden niet van grenzen en willen uiteindelijk gewoon muziek maken waarbij we onszelf goed voelen.”

Jullie nieuwe EP Revelations vormt het laatste deel van een trilogie. Wanneer wisten jullie dat Before the Fall, Tribulation en Revelations samen één groter verhaal zouden vormen?
“Toen we aan Before the Fall begonnen, wilde ik mijn wereldbeeld beschrijven: hoe de wereld op mij overkomt en hoe beangstigend die soms kan zijn. Ik kan heel blij zijn en vervolgens plots heel verdrietig worden. Dat is een eigenschap van mezelf die ook in mijn teksten naar voren komt. Metalmuziek kan bijzonder duister zijn, maar wij wilden daar altijd een boodschap van hoop tegenover plaatsen. Na het uitbrengen van onze eerste EP merkten we dat we veel meer nummers hadden dan oorspronkelijk voorzien. Uiteindelijk is daar een trilogie uit ontstaan. Het eerste deel gaat over hoe alles begonnen is en wat de aanleiding was. Vervolgens zitten we midden in de gebeurtenissen. Op Revelations stellen we de vraag welke zaken in ons leven ons hebben gebracht tot waar we nu staan en hoe we binnen die context toch een boodschap van hoop kunnen uitdragen. Revelations vormt de afrekening van alles. De voornaamste boodschap is dat we opnieuw als een eenheid en als een hechte groep moeten leren samenleven. Wanneer iedereen in zijn eigen cocon blijft zitten, gaat uiteindelijk degene met het meeste geld en het meeste lawaai met alles lopen. Die eenheid moet terugkeren in onze maatschappij. We proberen mensen aan te sporen om te durven benoemen wat er fout gaat en daar vervolgens samen iets aan te doen.”

Had het feit dat Revelations het sluitstuk van de trilogie zou worden invloed op de manier waarop jullie de nummers schreven? Was er een gevoel dat het verhaal nu afgerond moest worden?
“Eigenlijk niet. Je kunt de trilogie vergelijken met een boek dat in drie delen werd uitgegeven. Nu is het gewoon tijd voor een volgend boek, want het verhaal is nog lang niet verteld. Misschien wordt ook dat volgende boek opnieuw een trilogie. Je weet vooraf nooit hoeveel delen je nodig hebt om een bepaald verhaal te vertellen.”

Ik had tijdens het beluisteren inderdaad het gevoel dat Revelations wel het einde van het drieluik vormt, maar niet het einde van het verhaal. In welke richting kan dat volgende hoofdstuk gaan?
“Volgens mij komen we nu uit bij een soort toestand van evenwicht, of beter gezegd: het streven daarnaar. Er is nog altijd zwart en er is nog altijd wit, maar het leven bestaat vooral uit het voortdurende balanceren tussen die twee uitersten.
Ik vermoed dat onze nieuwe nummers verder in die richting zullen gaan. De vraag wordt dan: hoe vinden we dat evenwicht? We weten ondertussen wat er fout is gelopen en we weten dat we moeten blijven hopen, maar de vraag hoe we dat concreet moeten doen en waar dat evenwicht precies ligt, blijft voorlopig onbeantwoord.”

Hoe proberen jullie het evenwicht muzikaal te vinden?
“Door een nummer voortdurend te veranderen. Onze nummers blijven tijdens de repetities groeien. Soms voelen we dat er nog iets ontbreekt en dan blijven we eraan werken tot we gevonden hebben wat het nummer nodig heeft. Zo was er een song die oorspronkelijk op Revelations had moeten staan. We hadden echter het gevoel dat hij nog niet af was en dat er meer in zat. Soms zijn we maanden met één nummer bezig. We moeten onszelf de tijd gunnen om niet te snel tevreden te zijn en een compositie verder te laten groeien, tot ze het punt bereikt waarop alles klinkt zoals wij het echt willen. Die balans vinden is dus een zoektocht. Het is een lang proces van proberen, uitproberen en opnieuw veranderen.”

Ik heb de EP beluisterd en jullie live gezien. Hoewel de muziek ook op plaat overeind blijft, voelt het verhaal pas helemaal compleet wanneer je de band op het podium ziet. Heeft dat eveneens met dat groeiproces te maken?
“Zeker. Toen ik met Echoes of a Dying World begon, had ik nog nooit gegrunt. Ik kwam uit een classic-rockcoverband en had wel nummers van Iron Maiden en AC/DC gezongen, maar dit was toch iets helemaal anders. Tijdens onze eerste optredens was ik zo intensief met de zangtechniek bezig dat ik de interactie met het publiek soms vergat. Naarmate de screams me meer eigen werden, kwam er ruimte vrij om bewuster met het publiek bezig te zijn. Eigenlijk lukt het me pas sinds ongeveer drie jaar om die interactie echt ten volle op te zoeken. Het livegebeuren maakt dus absoluut deel uit van het groeiproces waarover we het hadden.”

Jullie muziek vertelt verhalen die de luisteraar aan het denken zetten en de fantasie prikkelen. Willen jullie dat iedereen de teksten en concepten op dezelfde manier begrijpt, of vinden jullie het interessant wanneer luisteraars er een eigen verhaal in ontdekken?
“Er zit veel beeldspraak in onze muziek. Daardoor kunnen luisteraars bepaalde passages anders interpreteren. Met mijn bindteksten probeer ik tijdens een optreden een korte inleiding te geven en duidelijk te maken in welke richting het nummer gaat. Het mooie aan muziek blijft echter dat iedereen er het zijne kan uithalen. Veel van onze nummers zijn dualistisch opgebouwd. Er kan bijvoorbeeld Bijbelse beeldspraak in voorkomen, zoals in ‘Iskariot’, terwijl daarachter een heel andere boodschap schuilgaat. Verhalen met een boodschap, daar draait het voor ons om. In het verleden lag dat anders. Toen bracht ik bijvoorbeeld verhalen uit de Noorse traditie, maar nu wil ik verhalen vertellen met een boodschap die binnenkomt en mensen doet nadenken. Het is zeker de bedoeling om hun nieuwsgierigheid te prikkelen en ervoor te zorgen dat ze uiteindelijk hun eigen verhaal in onze muziek kunnen ontdekken.”

Iets helemaal anders: de laatste jaren zien we steeds meer vrouwen hun plaats opeisen binnen de metalwereld. Naast jou zijn er bijvoorbeeld zangeressen actief bij Behind the Veil, Painted Scars en Circle Unbroken. Wat is er veranderd? Metal gold vroeger toch vooral als een mannenbastion
“Ik vind de term ‘female fronted’, zoals dat vaak wordt uitgedrukt, eigenlijk complete zever. Men spreekt toch ook niet over ‘male fronted’ wanneer er een man zingt? Los daarvan is de aanwezigheid van vrouwen in de metalwereld doorheen de jaren gewoon gegroeid. Je had onder anderen Doro en Arch Enemy. Zulke vrouwen hebben gaandeweg hun stempel op de metalwereld gedrukt, waardoor anderen eveneens het heft in handen durfden te nemen. Ik herinner me nog dat het bijna als een vorm van heiligschennis werd beschouwd wanneer ik als vrouw covers van AC/DC zong. Ook daarin is de laatste jaren gelukkig een kentering gekomen. Daarnaast bestaat er tegenwoordig gespecialiseerde vocal coaching waar vrouwen terechtkunnen om grunt- en screamtechnieken te leren. Vroeger was die begeleiding voornamelijk op mannenstemmen gericht en was ze voor vrouwen veel minder toegankelijk. Iris Goessens, die bij Spoil Engine zong, helpt bijvoorbeeld heel wat beginnende zangeressen binnen de metal. Ik heb het destijds allemaal zelf moeten uitzoeken. Het is goed dat dergelijke begeleiding nu bestaat voor een volgende generatie. Er is duidelijk een kentering aan de gang om de weegschaal eindelijk meer in evenwicht te krijgen.”

Tot slot: stel dat ik Echoes of a Dying World nog niet ken. Hoe zou je me dan overtuigen om jullie muziek een kans te geven? Wat maakt de band volgens jou bijzonder?
“Wij willen niet zomaar muziek brengen, maar de luisteraar meenemen op reis door verschillende landschappen en hem aanzetten om daarover na te denken. Niet iedereen vindt alle landen even mooi en daar is niets mis mee, maar je moet ze eerst ervaren om dat te kunnen weten. Voor avonturiers die graag op reis gaan, is er Echoes of a Dying World om al die verschillende landschappen mee te ontdekken.”

Welke ambities koesteren jullie nog? Wat is het hoogste doel dat Echoes of a Dying World als band wil bereiken?
“We willen natuurlijk zoveel mogelijk mensen bereiken met onze muziek en misschien een kleine aanzet geven tot een betere wereld. Muzikaal willen we blijven groeien, experimenteren en vooral veel plezier blijven beleven aan wat we doen. Het zou mooi zijn mochten we ooit op een festival als Alcatraz, Graspop Metal Meeting of Dynamo Metalfest kunnen staan. Dat zou de kers op de taart zijn.”

Jullie muziek is niet meteen de meest toegankelijke, maar daar is uiteraard niets mis mee. Willen jullie koste wat het kost naar zulke grote podia doorgroeien, of zouden jullie er vrede mee hebben om binnen de underground een sterke status uit te bouwen?
“We willen vooral altijd onze eigenheid bewaren en de vrijheid behouden om op muzikaal vlak te doen wat we zelf willen. Als we daardoor in de underground blijven, zullen we proberen daar een zekere status te verwerven. Either way, our echo will be heard!

Bedankt voor de fijne babbel, heel veel succes in alles wat jullie nog doen, we blijven het op de voet volgen…
Revelations
verscheen eind augustus 2026 in eigen beheer

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Toen Sandra Kim in 1986 als eerste en voorlopig enige Belgische artieste het Eurovisiesongfestival won met “J’aime la vie”, gingen voor haar heel wat deuren open.
Maar die enorme doorbraak had ook een keerzijde. De piepjonge zangeres werd door een dominante producer in een bepaalde richting gestuurd en kreeg nauwelijks de vrijheid om zelf te ontdekken welke artieste ze werkelijk wilde worden.
Dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms beseft, bewees ze onder meer met haar overwinning in The Masked Singer.
Ook tijdens haar recente optreden op de Fonnefeesten liet ze horen hoe moeiteloos ze schakelt tussen chanson, pop en soul. In ons verslag schreven we dan ook dat achter die ene wereldberoemde song een bijzonder veelzijdige zangeres en rasentertainer schuilgaat.
Lees gerust Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Sandra Kim behoort bovendien tot het selecte gezelschap Belgische artiesten dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië een breed publiek weet te bereiken. Veertig jaar na haar historische overwinning praat ze openhartig over de schaduw van “J’aime la vie”, haar gebrek aan artistieke vrijheid tijdens haar jonge jaren, haar hernieuwde succes in Vlaanderen en haar liefde voor het podium. Achteromkijken doet ze zonder verbittering, terwijl ook de toekomst haar niet voortdurend bezighoudt: “Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment!”

Tijdens het optreden op de Fonnefeesten verving je Isabelle A, die haar tournee om gezondheidsredenen moest annuleren. Was het moeilijk om onder die bijzondere omstandigheden het podium op te stappen?
“Nee, dat was niet moeilijk. Wanneer ik het podium opga, voel ik altijd veel adrenaline en zelfvertrouwen. Uiteraard heeft het nieuws over haar gezondheid mij diep geraakt.”

Tijdens het concert sprak je meermaals uw bewondering en steun voor Isabelle A uit. Is die solidariteit tussen artiesten belangrijk voor je?
“Jazeker. Ik moet zeggen dat wij als Belgische zangers elkaar vaak helpen. Enkele maanden geleden had ik bijvoorbeeld problemen met mijn stem. Mijn collega’s en vrienden Garry Hagger en Udo hebben mij toen verschillende keren vervangen.”

Je creëerde meteen een warme en spontane sfeer met het publiek. Voel je na veertig jaar carrière nog altijd dezelfde opwinding wanneer je het podium betreedt?
“Ik sta heel graag samen met mijn muzikanten op het podium. Daar laat ik me volledig gaan. Het is precies die spontaniteit die ik graag met mijn publiek deel.”

Op de Fonnefeesten liet je verschillende kanten van je stem en persoonlijkheid horen. Je  optreden bewoog zich tussen chanson, pop en soul. Heeft die muzikale veelzijdigheid altijd deel uitgemaakt van je artistieke identiteit?
“Ja, ik ben geen zangeres die zich tot één genre beperkt. Mijn muzikale smaak is heel eclectisch. Op het podium geniet ik ervan om mijn eigen nummers te brengen, aangevuld met enkele covers uit uiteenlopende muziekstijlen. Blijkbaar slaat die combinatie goed aan bij het publiek.”

Je staat vooral bekend als popzangeres, maar je stem bezit ook veel kracht en diepgang. Heb je er ooit aan gedacht om soul, blues of andere muziekstijlen verder te verkennen?
“Dat is vriendelijk van u om te zeggen, maar daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Misschien is het een idee voor de toekomst?”

In mijn concertverslag schreef ik dat je veel meer bent dan ‘de zangeres van J’aime la vie’. Heb je soms het gevoel dat het enorme succes van dat nummer de andere kanten van je carrière heeft overschaduwd?
“Ja, dat zeg ik iedere dag tegen mezelf. Tegelijkertijd kunnen we de media en het publiek dat niet kwalijk nemen. Het Eurovisiesongfestival en die ene overwinning zijn nu eenmaal in het collectieve geheugen gegrift. Toch probeer ik na al die jaren nog steeds te bewijzen dat ik ook iets anders kan zingen dan ‘J’aime la vie’.”

‘J’aime la vie’ heeft enorm veel deuren voor je geopend, maar kan zo’n beroemde song voor een artieste tegelijkertijd een zegen en een last zijn?
“Allebei!”

Welke band heb je na al die jaren met ‘J’aime la vie’? Zing je het nummer nog steeds met hetzelfde plezier en dezelfde emotie?
“Ik heb me met het nummer verzoend. Hoewel het niet de song van mijn hart is, zing ik het voor mijn publiek, voor wie ik bijzonder veel respect heb.”

Je was nog bijzonder jong toen je n 1986 het Eurovisiesongfestival won. Kreeg je destijds voldoende vrijheid om te ontdekken welke artieste je werkelijk wilde worden?
“Nee, ik had geen enkele vrijheid. Dat kwam door een tirannieke producer die alle beslissingen nam. Pas veel later ben ik mezelf die vraag beginnen te stellen.”

Hebt je soms het gevoel gehad dat producers, de media of de muziekindustrie je wilden opsluiten in een imago dat niet volledig bij je persoonlijkheid paste?
“Helaas lijkt dat haast onvermijdelijk te zijn. Gelukkig veranderen de mentaliteiten stilaan.”

Dankzij je deelname aan ‘The Masked Singer’ kon een nieuw publiek de kracht en veelzijdigheid van je stem ontdekken. Heeft die overwinning veranderd hoe het publiek en de muziekwereld naar je kijken?
“Ja, absoluut. Het was een fantastische ervaring en betekende een enorme nieuwe impuls voor mijn carrière in Vlaanderen. Kortom: alleen maar positief!”

Je bent een van de weinige Belgische artiesten die zowel in Wallonië als in Vlaanderen een breed publiek weet te bereiken. Hoe belangrijk is die rol als brug tussen de verschillende gemeenschappen van ons land voor je?
“Het is een enorme kans en een grote eer om zowel in het noorden als in het zuiden van het land bekend te zijn. Hoewel die twee gemeenschappen sterk van elkaar verschillen, passen we ons aan.”

Tijdens het concert zette je je muzikanten geregeld in de schijnwerpers. Hoe belangrijk is de band voor de manier waarop jouw nummers op het podium tot leven komen?
“Ik heb bijzonder veel respect voor hen. Het zijn uitstekende muzikanten en we kunnen het heel goed met elkaar vinden, ondanks het leeftijdsverschil. We vormen een echt team. Hun mening is voor mij dan ook belangrijk wanneer we beslissen welke nummers we op het podium zullen brengen.”

Je optreden combineerde eigen nummers met verschillende covers. Hoe kies je de covers die je wilt brengen? Moet zo’n nummer iets over jezelf vertellen?
“Nee, niet noodzakelijk. De keuze wordt gemaakt door mijn muzikaal directeur en mezelf. Ik wil vooral plezier beleven op het podium en tegelijkertijd mijn publiek een fijne tijd bezorgen.”

Op het podium schakel je moeiteloos tussen emotionele momenten en feestelijke, dansbare passages. Welke kant past het best: de gevoelige zangeres, de krachtige vertolkster of de entertainer die het publiek laat dansen?
“Al die elementen samen vormen de show. Bovendien is geen enkel optreden hetzelfde. Ieder concert is anders.”

Wanneer je terugkijkt op je volledige carrière, is er dan een nummer, album of periode waarop je bijzonder trots bent, maar die volgens u nog te weinig bekend is bij het grote publiek?
“Ja, er is een album waarbij ik heel nauw betrokken was en waarvan de muziekstijl niet meteen door het publiek werd verwacht. Dat is Make Up, een album dat u zeker eens moet beluisteren. Ik had mensen als Ozark Henry, Dani Klein, Adamo en Anthony Sinatra gevraagd om eraan mee te werken.”

Heb je na veertig jaar carrière nog dromen of muzikale projecten die je absoluut zou willen verwezenlijken?
“Ja, die heb ik, maar ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment! De toekomst houdt mij minder bezig.”

Als je de echte Sandra Kim vandaag in één zin aan het publiek zou mogen voorstellen, ver weg van alle etiketten en het Eurovisiesongfestival, wat zou je dan zeggen?
“Authentiek!”

Pics homepag @Danny Wagemans Photography

Fijne dank voor de fijne babbel, veel succes in alles wat je doet , we blijven het op de voet volgen

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek. Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Voor hun optreden op Fonnefeesten - https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/103583-fonnefeesten-2026-dag-5-wat-een-intensiteit-van-aenima-en-een-afscheid-in-majeur-van-channel-zero  hadden we een fijne babbel met de band over hoe dat in zijn werk gaat? Wat is de drijfveer, de plannen en de ambitie

Ænima bestaat inmiddels al geruime tijd. Hoe is het project oorspronkelijk ontstaan, en wat was de aanleiding om jullie zo intensief op de muziek van Tool te richten?
Mario: Het is heel naturel ontstaan, door enkele mensen die gewoon de muziek van Tool wilden spelen voor mensen die graag live naar de muziek van Tool luisteren. Niets meer en niets minder eigenlijk. In 2015 begonnen Jay en Joris, die net Los Bastardos del Bronco hadden achter zich gelaten, samen te brainstormen over een nieuw project. Dik 10 jaar later ben ik de enige overgebleven van de oorspronkelijke bezetting, door het leven dat nu eenmaal gebeurt.

Tool staat bekend om complexe composities, ongewone maatsoorten en lange, gelaagde nummers. Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen bij het live brengen van die muziek?
Stephan: Zonder afbreuk daaraan te doen, een AC /DC tribute zouden we nooit doen. Wat we doen , doen we gewoonweg uit passie voor de geniale muziek van Tool. Die passie delen we allemaal, en dan gaat dat allemaal een beetje vanzelf.
Timmy: De grootste uitdaging blijft toch om een manier te vinden om het kritische Tool-publiek mee te trekken in de ervaring die we ook voor onszelf creëren op het podium. Aan hen om te oordelen of we daar in slagen.

Ik zag jullie in 2018 live in De Casino en schreef toen dat jullie veel meer brachten dan een gewone tribute-act. Nooit overwegen om dat in nummers te brengen?
Joshua: Dat ligt moeilijk, we hebben allemaal andere projecten waar we ons ei in kwijt kunnen. En in de meeste gevallen zijn dat nummers die moeilijk daarnaast kunnen liggen. Daarom doen we met dit project specifiek Tool nummers.

Het is nu ook niet dat dit een ‘zijproject is dat je er even bij neemt’, jullie nemen dit wel serieus op?

Mario: Zoals daarnet al gezegd weten we voor welk publiek we spelen. We zijn zelf fanatieke Tool fans, en dus zijn we super kritisch als we b.v. een andere Tool tribute bezig zien. De lat ligt heel hoog, we komen er niet mee weg als we maar half werk afleveren.

Hoe bereiden jullie een nieuw Tool-nummer voor? Wordt alles noot voor noot geanalyseerd, of laten jullie ook ruimte voor een eigen interpretatie?
Timmy: De nummers heel goed beluisteren, en keuzes maken, en vooral daarbij elkaar aanvullen en aanvoelen is het belangrijkste. Vroeger was dat een pak moeilijker want toen was er nauwelijks beeldmateriaal waar we op kunnen terugvallen. Nu kunnen we de nummers verbinden aan beelden, dat scheelt in keuzes maken. Soms gebeurt het dat we een nummer instuderen en denken: ‘Hij speelt het zo!’, en dan is het totaal anders (lacht).  En dan moeten we daar weer op in spelen.  Het is een kwestie van voortdurend schakelen en elkaar aanvullen daarin.

Waar ligt voor jullie de grens tussen zo trouw mogelijk blijven aan Tool en toch een eigen identiteit als band ontwikkelen?
Mario: Wij willen de nummers brengen zoals Tool ze brengt. Ons publiek moet de ogen kunnen sluiten en zich op een Tool optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar zo hoog moet de lat liggen. Onze fans en wijzelf zijn niet gek van compromissen hierin (lacht).

Jullie noemen jezelf ‘A Tool Experience’. Wat betekent dat woord ‘experience’ voor jullie, en waarin onderscheiden jullie je van een klassieke tribute- of coverband?
Stephan: Dat is er later bij gekomen, toen we op het podium merkten dat de beleving toch helemaal anders is dan in het repetitiekot. We zitten met een kritisch publiek. In het begin voelden we de energie die we op het podium brachten maar moeilijk terugkomen uit het publiek. Langzaam maar zeker komt dat goed en dat is voor ieder wel iets apart. En dat is dus die ‘experience’.

Wanneer zie je dat zo een experience geslaagd is? Want een Tool publiek zal je niet gauw in een moshpit zien of zo..
Timmy: De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee.

Hoe belangrijk zijn de visuals, belichting en de algemene podiumbeleving? Worden die bewust afgestemd op de muziek en de sfeer van elk nummer?
Mario: We zorgen er eerst en vooral voor dat de nummers klinken zoals het hoort. Geen improvisatie wat dat betreft. Jarenlang werkten we met Nico, een visual artist die zelf beelden maakte gebaseerd op wat Tool zoal brengt in zijn shows. Het is een essentieel deel van de experience, om op die manier ons publiek compleet mee te krijgen.  De mensen kennen de muziek, en als het totaalplaatje klopt, dan ontstaat er altijd iets magisch.

Als ik het goed begrijp, spelen jullie de nummers gewoon zoals ze zijn? bij sommige tribute bands zie je dat ze daar iets mee doen …
Joshua: Dat is ook niet de bedoeling. Er is bij Tool nummers niet zoveel ruimte om te improviseren eigenlijk. De muziek is op een manier ook een beetje heilig, en denken dat je er iets beter van kan maken zou misschien ook een tikje arrogant zijn. Alleen in de visuals, daarin hebben we de kans om mee een universum te scheppen.  Zo voelt het aan als een cinema met een band die vooraan staat te spelen, een filmische beleving.

Tool heeft een bijzonder trouwe en kritische fanbasis. Voelen jullie extra druk wanneer er doorgewinterde Tool-fans in de zaal staan?
Stephan: Dat wisten we toen we eraan begonnen. En dat lukt tot op heden best prima.

Op Fonnefeesten was er nog een extra probleem, hoe doen jullie dat dan met een ‘mainstraim publiek’; doen jullie een soort best of (bewust)? Of hoe zit dat?
Mario: Sowieso. Fonnefeesten wordt een ‘Greatest Hits’, als zoiets bij Tool al bestaat. Ook dan breng je dus de essentie van Tool, alleen gaan er meer mensen nummers herkennen.

Jullie brengen soms een volledig Tool-album integraal. Is zo’n albumshow een andere uitdaging dan een set met nummers uit verschillende periodes van Tool?
Mario: Voor de 30-jarige viering van het legendarische ‘Ænima’ album brengen we dit jaar het album integraal van de eerste tot de laatste noot. Daar zijn natuurlijk nummers bij die we niet spelen voor een publiek zoals op Fonnefeesten. Die kun je alleen maar brengen voor doorwinterde fans. Als je een album integraal brengt ligt de spanning helemaal anders.

Past de muziek van Tool niet beter in een club dan op een festivalpodium of is dat ver gezocht?
Timmy: Mensen hechten soms wat te veel belang aan locatie. Het publiek van sommige bands groeit door de jaren sterk aan, denk aan AmenRa. Bovendien, ooit was iedereen muisstil op festivals. Als je naar Tool gaat in een zaal, nemen ze je smartphone af als je staat te filmen. Om die nummers voor te bereiden was het de max om dat op een festival te kunnen doen, om ons daarop voor te bereiden. Dus .. het hangt wat van situatie tot situatie af, maar is niet concertzaal of festival plein gebonden.

Zijn er Tool-nummers die jullie bewust niet spelen omdat ze technisch, vocaal of productioneel te moeilijk zijn om live te reproduceren?
Mario: Ook dat hangt van situatie tot situatie af. Bij onze eerste passage in zaal Casino kwam de stagemanager, ook een Tool fan, nadat we het nummer H en Jimmy van op Ænima hadden gespeeld, ons zeggen: ‘Zalige nummers, maar ik zou dat niet brengen op een festival’.  En inderdaad, je kunt die niet spelen voor een breed publiek. Dan gaan ze pinten halen .. dus ja we houden daar zeker rekening mee, dat we op festivals bewust nummers niet spelen die in een zaal beter tot hun recht komen.

Hebben jullie zelf een favoriet Tool-nummer om te spelen, en is dat ook het nummer waar het publiek doorgaans het sterkst op reageert?
Timmy: The Grudge! Eén van de beste rocksongs aller tijden. Ik content, en het publiek ook (lacht)

Wat hebben jullie door Ænima geleerd als muzikanten en als groep? Naar jullie andere projecten toe bijvoorbeeld?
Joshua: Vooral die sound en dynamiek van Tool, al dan niet door de studies waarin de muziek van Tool altijd wel aanwezig is geweest. We nemen dat op een of andere wijze zeker mee in onze andere projecten. Dus vooral op dat vlak hebben we door Tool nummers te spelen, daaruit iets geleerd om te gebruiken bij wat we los daarvan doen.
Stephan: Ik ben beginnen luisteren naar Tool ongeveer wanneer ik gestart ben met drummen. Doorheen mijn studies is Danny Carey dus altijd aanwezig geweest. Ik heb zelfs mijn eindexamen gespeeld in teken van Tool-nummers. Omdat ik leerde drummen met Tool in de figuurlijke achtergrond, zit dat gebakken in mijn manier van spelen. Ik zou het zelfs niet uit mijn drumstijl kunnen weg krijgen, als ik zou proberen, dus het is onvermijdelijk dat ik het ook hanteer bij andere groepen waar ik in speel.

Welke ambities of plannen hebben jullie nog met Ænima? Zijn er albums, producties, podia of landen die jullie graag nog willen verkennen? Buitenland?
Mario: Zolang het in één weekend kan is alles mogelijk. Maar stel dat een promotor zegt, ‘Jullie kunnen een maand op toer’; wel dat gaat met ons werk en gezin niet lukken. We moeten daar realistisch in zijn. We hebben al meer shows gedaan in Nederland dan in eigen land. Vooral wat tribute bands betreft loopt men hier precies wat achter.
Joshua: Maar zeg nooit “nooit”…

Nochtans hoor ik veel organisatoren net zeggen dat als ze een affiche maken met tribute bands is die zaal uitverkocht , merken jullie dat dan ook? En het verschil met jullie eigen projecten?
Timmy: Zeker een vast, het is een tendens die al een tijdje bezig is. Maar het publiek kiest, en heel veel mensen kiezen voor ‘veilig’. Voor onze andere projecten is dat vaak jammer. Gelukkig kijken niet alle organisatoren alleen maar naar de portemonnee en krijgen eigen projecten met originele muziek toch ook nog kansen. Maar het zou best wat meer mogen zijn (lacht)

Zouden jullie, dit wetende, niet overwegen om nog enkel die Tool experience te doen, en de andere projecten niet meer?
Joshua: Creatief gezien zou dat wel een jammer zijn. En om even terug te komen op wat we daarnet zeiden; als je een AC/DC tribute doet liggen de kaarten anders. Dan kun je bij wijze van spreken op elk stadsfestivalletje, in elke club en menig café gaan spelen. Dat is met een Tool Experience toch even anders, ook dat zorgt ervoor dat we nooit alleen dit zullen doen.
Timmy: Want als wij de experience willen overbrengen hebben we natuurlijk een goede muziekinstallatie nodig maar ook een degelijk projectiescherm-met-beamer of LED-wall… anders kunnen we dit gewoon niet brengen. En dat kost natuurlijk geld.

Jay is er door zijn werk en andere omstandigheden mee gestopt onlangs, wanneer stopt het voor jullie eigenlijk?
Mario: Aangezien ik de enige ben die een organisch instrument bespeelt zal ik wel als eerste de pijp aan Maarten geven zeker! (lacht). Maar dat zal nog een tijdje duren als ’t God belieft.

Tot slot: stel dat iemand Tool nog niet kent en ook nog nooit van Ænima heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om jullie live te komen ontdekken?
Stephan: hem een pint beloven die hij krijgt na het eerste nummer?
Mario: Als je zegt dat de band zijn nummers baseert op de Fibonacci code, dan ben je toch direct verkocht. Enough said.

Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent
FinFactor Jazz Damme 2026
De Zustertuin
Damme
2026-08-29 + 30
Erik Vandamme

Een festival hoeft niet noodzakelijk groter te worden om te groeien. Soms zit vooruitgang net in het verfijnen van een eigen identiteit. FinFactor Jazz Damme is er een mooi voorbeeld van. Wat vijf jaar geleden begon als een poging om jazz ook tijdens de zomer een plek te geven in de Brugse regio, groeide uit tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Toch blijft de organisatie bewust kiezen voor kwaliteit, intimiteit en muzikale ontdekking.
Vorig jaar maakten we gedurende één festivaldag kennis met die bijzondere formule.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie  
In de historische omgeving van Damme zagen we gevestigde waarden en jonge talenten hetzelfde podium delen, terwijl de geringe afstand tussen muzikanten en publiek voor een ongedwongen huiskamersfeer zorgde. Die eerste kennismaking smaakte naar meer.
Voor deze vijfde editie zakten we daarom het volledige weekend af naar Damme. De affiche vormde opnieuw een ontmoeting tussen verschillende generaties en uiteenlopende gezichten van de jazz. Grote Belgische namen als Philip Catherine, Nathalie Loriers, Brussels Jazz Orchestra en Lady Linn stonden er naast internationale muzikanten, avontuurlijke projecten en laureaten van de Dragon Jazz Contest.
FinFactor Jazz Damme wil geen breed popfestival met een vleugje jazz worden, maar duurzaam bouwen aan een herkenbaar jazzfestival dat nieuwsgierigheid aanwakkert zonder zijn identiteit te verliezen.
Op zaterdag 29 en zondag 30 augustus gingen we na hoe die ambitie zich op en rond de podia vertaalde.

dag 1 – zaterdag 29 augustus 2026 - Improviseren in de regen
De grote vernieuwing binnen het concept is de toevoeging van de Izzy Jazz Club Stage, een tweede en kleiner podium waar jonge Belgische jazzformaties speelkansen krijgen. Die naam is niet toevallig gekozen. Izzy Jazz Club, opgericht door Daniël Dehulster en Kobe Gregoir, organiseert in Huisbrouwerij De Halve Maan in Brugge kleinschalige jazzconcerten en vormde vijf jaar geleden de voedingsbodem voor het festival in Damme.
Op het nieuwe podium speelden twee jonge formaties telkens twee korte sets tijdens de pauzes op het hoofdpodium. Zo keert FinFactor Jazz Damme terug naar zijn oorsprong en investeert het tegelijk in de toekomst.

De eerste band op het kleine podium was Jef Chroneos Quartet (****). Aanvankelijk stonden de jonge muzikanten er nog wat onwennig bij, maar gaandeweg groeide hun zelfvertrouwen en viel alles beter op zijn plaats. Altsaxofonist Jef Chroneos trad muzikaal op de voorgrond zonder alle aandacht naar zich toe te trekken. Ook pianist Charlie Vanhoof, bassist Maxim Poppe en drummer Loes Schillebeeckx droegen nadrukkelijk hun steentje bij. Het hoogtepunt van de eerste set kwam er tijdens een ingetogen passage. Terwijl de regen neerviel, zorgden de warme saxofoonklanken voor een krop in de keel en een oprecht kippenvelmoment. Het leek alsof muziek en omgeving elkaar heel even perfect vonden. Tijdens de tweede set, vlak na het optreden van Margaux Vranken Trio, stond het kwartet zichtbaar zelfverzekerder op het podium. Trompettist Diego Torres Borghs, die later met Quintet 208 nog voor een avontuurlijke muzikale tocht zou zorgen, werd als gast uitgenodigd. Zijn inbreng gaf het geheel extra kleur en schwung.
Er blijft ruimte om verder te groeien, maar met meer podiumervaring kan dit kwartet uitgroeien tot een van de mooie nieuwe stemmen binnen de Belgische jazz.
Een naam om in het oog te houden.

Ondertussen viel de regen met bakken uit de lucht. Het publiek zocht massaal beschutting onder het grote stoffen afdak achteraan, waar gelukkig voldoende zitplaatsen waren. Voor de muzikanten moet het een surrealistisch beeld zijn geweest: de stoelen voor het podium bleven vrijwel volledig leeg, terwijl de toeschouwers zich een eind verderop hadden verzameld. Margaux Vranken Trio (*****) liet het niet aan het hart komen en kon rekenen op een bijzonder enthousiaste respons.
Nadat Lies Steppe het trio op haar bekende bevlogen wijze had aangekondigd, gingen de muzikanten inventief te werk. Margaux Vranken zocht geregeld met een kwinkslag contact met het publiek, maar vooral haar verfijnde pianospel sprak tot de verbeelding. Ingetogen pianoklanken raakten zacht de cimbalen, waarna warme contrabaslijnen ruimte creëerden voor hemelse improvisaties.
Ook de opvallende podiumopstelling droeg bij aan de beleving. De drie muzikanten zaten zij aan zij, alsof ze rechtstreeks met elkaar in gesprek waren. Dat bleek meer dan symbolisch: de grote kracht van het trio lag in de manier waarop ze elkaar aanvoelden, uitdaagden en aanvulden. Alles klonk doordacht en tegelijk bijzonder spontaan.
De muziek kon de regen niet verdrijven, maar zorgde wel voor drie kwartier groovy en intens luisterplezier. Het daverende slotapplaus maakte duidelijk dat wij lang niet de enigen waren die hiervan met volle teugen genoten.

Na de tweede set van Jef Chroneos Quartet was het de beurt aan Elly Brouckmans' MANIA (*****). Lies Steppe benadrukte bij de aankondiging dat dit bovenal een échte band is, iets wat ook Elly Brouckmans zelf meermaals onderstreepte. Dat bleek geen loze bewering. De hemelse saxofoonklanken van Brouckmans vormden een belangrijke leidraad, maar kwamen volledig tot hun recht dankzij haar medemuzikanten. De beweeglijke drums van Umberto Odone, het sprankelende pianospel van Yarno Hoedemaekers en de warme, groovy baslijnen van Toon Rumen vloeiden samen tot één organisch geheel. Zonder afbreuk te doen aan de individuele kwaliteiten - die tijdens de solomomenten duidelijk naar voren kwamen - lag de werkelijke kracht van MANIA in het collectief.
Volgens de biografie ontstond de band in een Brusselse kelder en dat clubgevoel sijpelde door in de muziek. Het kwartet bracht ritmisch prikkelende jazz die stevig aan de ribben bleef kleven, gedragen door improvisatie en zichtbaar spelplezier.
De muzikanten voelden elkaar haast blindelings aan en brachten hun enthousiasme moeiteloos op het publiek over. En zowaar: tijdens de set kwam zelfs de zon even boven de wolken piepen. Alsof ook zij van dichtbij wilde aanschouwen hoe vier muzikanten de grijze namiddag met zoveel spelvreugde van kleur voorzagen.
Mooier kon het plaatje haast niet worden.

Vervolgens was het tijd voor de tweede band op het kleine podium: Quintet 208 (*****). De jonge muzikanten stonden er alsof ze al twintig jaar samen speelden, zonder daarbij hun spontaniteit te verliezen. Vooral de wisselwerking tussen tenorsaxofonist Lucas Bakker en trompettist Diego Torres Borghs sprong in het oog. Hun instrumenten gingen een bezielde dialoog aan: bij momenten een ware match made in heaven, die herinneringen opriep aan legendarische combinaties van saxofoon en trompet uit vervlogen jazztijden. Ook het verfijnde pianospel van Charlie Vanhoof kreeg voldoende ruimte en versmolt prachtig met de warme contrabaslijnen van Floris Vandenbemden. Die kruisbestuiving werd vervolledigd door het veelzijdige drumwerk van Ada Schiettecatte, die het geheel ritmisch inkleurde zonder zich nadrukkelijk op de voorgrond te dringen.
Zo ontstond een haast tijdloze jazzbeleving waarin technische klasse en jeugdige onbevangenheid elkaar vonden. Quintet 208 keek met respect naar het rijke verleden van het genre, maar liet tegelijk horen dat jazz ook vandaag springlevend is.
We besloten alleen de eerste set mee te pikken - een mens moet tijdens zo'n lange festivaldag nu eenmaal ook even pauzeren. Wat we hoorden, volstond ruimschoots om Quintet 208 uit te roepen tot dé ontdekking van de eerste festivaldag.

De invloed van zwarte muziektradities op de hedendaagse jazz valt steeds sterker op. Dat merkten we deze zomer onder meer op Jazz Middelheim, maar ook tijdens verschillende andere concerten en festivals.
Vorig jaar waren we op FinFactor Jazz Damme nog diep onder de indruk van de poëtische set van Tutu Puoane. Ditmaal stond er opnieuw een zangeres op het podium die jazz met soul, r&b en gospel verbond.
De voor een Grammy Award genomineerde Christie Dashiell (****) liet samen met haar band de grenzen tussen die genres vervagen. Met haar warme, soulvolle stem deed ze de temperatuur gevoelsmatig naar het kookpunt stijgen. Het ene moment klonk ze breekbaar en intiem, even later krachtig en uitbundig. Ze schakelde schijnbaar moeiteloos tussen uiteenlopende registers. Toch was dit veel meer dan een vocale demonstratie. Pianist Tony Tixier, bassist Reggie Washington en drummer Yoràn Vroom legden geregeld een adembenemend klankentapijt aan haar voeten. De wisselwerking tussen stem en instrumenten maakte het plaatje compleet.
Ook Dashiell kreeg echter af te rekenen met de weersomstandigheden. Tijdens haar set gingen de hemelsluizen helemaal open, waarna het publiek massaal naar een droge plek vluchtte. Daardoor kwam het optreden helaas niet volledig tot zijn recht, zonder dat de zangeres of haar band daar iets aan kon doen. De muzikale warmte die het viertal uitstraalde, bleef ondanks de kille plensbui overeind.

Met achttien muzikanten op één podium was alleen al de opbouw voor het afsluitende concert een huzarenstuk. Daardoor begon Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers (*****) ruim een halfuur later dan gepland. Het podium stond uiteindelijk zo vol dat er voor Lies Steppe letterlijk geen plaats meer was om haar laatste aankondiging van de festivaldag te verzorgen. Dat gebrek aan ruimte temperde het enthousiasme van Nathalie Loriers allerminst. Vanachter haar piano sprak ze het publiek geregeld aan en maakte ze grapjes over haar wegwaaiende partituren - een van de risico's van spelen in openlucht.
Bovenal genoot ze zichtbaar van de wisselwerking met de muzikanten van het Brussels Jazz Orchestra. Deze internationaal vermaarde bigband is al meer dan dertig jaar actief en bestaat uit doorgewinterde muzikanten. Dat vakmanschap viel in iedere instrumentale bijdrage te horen. Zelfs de afwezigheid van artistiek leider en meestersaxofonist Frank Vaganée werd feilloos opgevangen.
Op de uitvoering en onderlinge afstemming viel werkelijk niets aan te merken. Binnen het project Envols stond de piano van Loriers nadrukkelijk centraal. Haar vaak intimistische klanken vormden geen los ornament, maar wezen het orkest de weg door haar composities en arrangementen. Toch zat de grootste kracht ook hier in het totaalpakket. Zodra alle registers werden opengetrokken, ontvouwde zich ruim een uur lang een rijk en dynamisch klankenuniversum waarin we ogen en oren tekortkwamen. Improvisatie is een kunstvorm en dit uitzonderlijke gezelschap zette dat op meesterlijke wijze in de verf.
Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers vormde de perfecte afsluiter van een regenachtige, maar bovenal bijzonder boeiende eerste festivaldag.

dag 2 – zondag 30 augustus 2026 – ‘Groovy' jazz verbindt generaties
Het viel ons tijdens de eerste festivaldag al op, maar op zondag werd het nog duidelijker: FinFactor Jazz Damme trekt een bijzonder divers publiek van alle leeftijden aan. Jongeren overtuigen om naar jazzconcerten af te zakken, blijft door het vermeende oubollige imago van het genre vaak een uitdaging. Dit festival lijkt daar opvallend goed in te slagen.
De nieuwe Izzy Jazz Club Stage speelt daarin ongetwijfeld een belangrijke rol. Vrienden en leeftijdsgenoten komen er kijken naar de prestaties van jonge muzikanten en maken ondertussen kennis met de andere artiesten op de affiche. Het kleine podium blijkt zo niet alleen een schot in de roos, maar ook een waardevolle investering in de toekomst van het festival.

Op de Izzy Jazz Club Stage werd de tweede festivaldag geopend door Bess Zuidervaart Quartet (****). De vier piepjonge muzikanten wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren. De amper zestienjarige saxofoniste Bess Zuidervaart bewoog moeiteloos tussen ingetogen, groovy en weerbarstige passages, met de zelfverzekerdheid van een doorgewinterde muzikante. Ook drummer Lowie Pallemaerts sprong in het oog. Met zijn expressieve mimiek en volledige lichamelijke overgave maakte hij het subtiele en doordachte drumwerk ook visueel bijzonder boeiend. Pianist Wannes Vingerhoets en bassist Anton Poncin gingen volop mee in de muzikale dialoog.
Het viertal verbond jeugdige onbevangenheid met een opvallend volwassen groepsgeluid en bewees zo dat de toekomst van de jazz in goede handen is.

Als laureaat van de Dragon Jazz Contest mocht Bossaferatu (*****) het hoofdpodium openen. Enkele gezichten kwamen ons ondertussen bekend voor. Drummer Loes Schillebeeckx zagen we eerder bij Jef Chroneos Quartet, terwijl saxofonist Lucas Bakker al met Quintet 208 indruk had gemaakt en later nog met zijn eigen project op de Izzy Jazz Club Stage zou aantreden.
Bossaferatu draaide echter niet alleen om instrumentale virtuositeit. Zangeres Marie-Emilie Cahay maakte met haar warme en veelzijdige stem indruk. Op sommige momenten waanden we ons in een rokerige jazzclub, waar een soulvolle zangeres het publiek langzaam maar zeker in vervoering brengt. Echo's van grootheden als Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan kwamen spontaan in gedachten, zonder dat Cahay haar eigen persoonlijkheid verloor.
Ook de wisselwerking met haar medemuzikanten zat erg goed. Ze voelden haar feilloos aan, vulden haar aan en boden ieder vanuit hun instrument een duidelijke meerwaarde. Bossaferatu zette zo een overtuigende kroon op het werk van de Dragon Jazz Contest en bewees andermaal dat de jazz een beloftevolle en sterke generatie klaar heeft staan.

Moeten we Philip Catherine (*****) nog voorstellen? De internationaal gerenommeerde Belgische gitarist weet ondertussen al meer dan zes decennia zowel jazzkenners als gewone muziekliefhebbers te betoveren. Hij was bovendien de enige artiest die het plein tot helemaal achteraan volledig liet vollopen. Opvallend was hoeveel jonge bezoekers vol bewondering naar de 83-jarige grootmeester kwamen luisteren.
Catherine straalde nog steeds de speelsheid van een kind uit. Met pretoogjes en een vleugje deugnieterij begon hij samen met pianist en toetsenist Nicola Andrioli en bassist Federico Pecoraro zelfs iets te vroeg aan zijn set. Lies Steppe kreeg nog net de kans om hem aan te kondigen, tot zichtbaar plezier van haarzelf, Catherine en het publiek.
Diezelfde gemoedelijkheid trok hij door in zijn bindteksten, gitaarspel en kwinkslagen naar zijn medemuzikanten. Andrioli en Pecoraro boden hem daarbij bijzonder mooi weerwerk. Met minimale gebaren en zonder enige bewijsdrang kreeg het trio het overvolle plein muisstil. Iedereen luisterde ingetogen en met een brede glimlach, om de muzikanten na ieder nummer op een daverend applaus te trakteren. Daardoor gingen Catherines ogen alleen maar harder blinken. Met een mooie ode aan Toots Thielemans bracht hij ook hulde aan een andere Belgische grootheid met wie hij heeft samengewerkt. Bovenal liet Philip Catherine horen dat je ook op latere leeftijd kunt blijven schitteren zonder grote woorden of theatrale gebaren. Zijn eenvoud, virtuositeit en warme persoonlijkheid maakten dit tot het mooiste concert van deze editie van FinFactor Jazz Damme. Een klassegitarist en bovenal een bijzonder sympathiek mens. Moge hij ons nog lang met zulke fijne concerten verblijden.

Na de levende legende Philip Catherine keerden we terug naar de Izzy Jazz Club Stage, waar een van de opvallendste jonge muzikanten van het weekend opnieuw aantrad. Ditmaal stond saxofonist Lucas Bakker er met zijn eigen Lucas Bakker Quartet (*****).
Bakker viel al meermaals in de prijzen en stond met verschillende ensembles op festivals en gerenommeerde podia. In 2022 won hij met zijn eerste compositie Polar de compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Binnen de andere projecten waarin we hem dit weekend aan het werk zagen, kon hij zijn talent al etaleren. Met zijn eigen kwartet leek hij echter pas echt zijn muzikale ziel bloot te leggen. Vanaf de eerste saxofoonlijn gingen de haartjes op onze armen overeind en kwam de veelzijdigheid in zijn spel volledig tot z’n recht.
Toch trok Bakker niet alle aandacht naar zich toe. Hij gaf zijn medemuzikanten voldoende ruimte om te schitteren. Het fraaie basspel van Nina Cekov, de inventieve pianopartijen van Samuel Frerichs en het precieze drumwerk van Kobe Bakker sprongen stuk voor stuk in het oog. Met Toots Toast, zijn speelse ode aan Toots Thielemans, liet Lucas op sopraansaxofoon nogmaals horen hoeveel maturiteit er achter zijn jeugdige uitstraling schuilgaat.
Na een grootmeester als Philip Catherine ontpopte hij zich tot een van dé ontdekkingen van FinFactor Jazz Damme.
dHet verleden en de toekomst van de Belgische jazz lagen op deze tweede festivaldag bijzonder dicht bij elkaar.

Met Joe Sanders' Parallels (****) stond een project met een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis op het hoofdpodium. Tijdens een eerder concert improviseerde Sanders als toegift een solo op contrabas. De melodie sloeg zo sterk aan dat het publiek ze na afloop bleef zingen. Dat spontane moment vormde later de kiem voor het titelnummer en het in 2024 verschenen album ‘Parallels’. De vraag was dan ook of Sanders die bijzondere verbondenheid tussen muzikanten en publiek in Damme opnieuw kon oproepen.
De omstandigheden speelden aanvankelijk niet in zijn voordeel. Philip Catherine had als grote publiekstrekker kort voordien het plein volledig gevuld, waarna veel bezoekers naar de Izzy Jazz Club Stage trokken. Net daarna viel ook de eerste en enige stevige bui van de dag, waardoor het publiek opnieuw beschutting zocht. Voor een minder bekende naam als Joe Sanders was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen terug naar het hoofdpodium te lokken. Sanders liet zich daardoor niet uit zijn lood slaan. Met saxofonisten Seamus Blake en Will Vinson en drummer Gregory Hutchinson omringde hij zich met drie absolute topmuzikanten uit de internationale jazzscene.
Zonder in routine te vervallen, bleven ze het publiek met speelse maar kordate improvisaties prikkelen. Via ritmisch handgeklap, muzikale oproepen en herkenbare melodieën groeide de betrokkenheid langzaam maar zeker. Het kwartet moest er door de omstandigheden hard voor werken, maar kreeg de aanwezigen uiteindelijk toch aan het klappen en meezingen. Als kers op de taart verscheen ook Christie Dashiell, die een dag eerder haar eigen concert had gegeven, opnieuw op het podium. Met haar warme, soulvolle stem gaf ze de set een extra vocale dimensie en maakte ze het plaatje compleet.
Na het slotapplaus mocht het gezelschap terugkeren voor een toegift en werd de melodie waarmee het verhaal van Parallels ooit begon opnieuw bovengehaald. Het oorspronkelijke wonder liet zich niet letterlijk kopiëren: daarvoor was de respons in Damme te ingetogen. Toch kwam dat bijzondere moment hier op kleinere en subtielere schaal opnieuw tot leven. Niet minder mooi, alleen intiemer.

Na nog even van de tweede set van Lucas Bakker Quartet te hebben genoten, met een smakelijke Brugse Zot in de hand, was het tijd voor de absolute headliner van FinFactor Jazz Damme. Lady Linn & Her Magnificent Seven (*****) sloten deze boeiende editie op veelzijdige wijze af. We schreven: "Wat als pop en jazz elkaar ontmoeten?" Daarmee zouden we een veelzijdige artieste als Lady Linn echter tekortdoen. Met haar enthousiaste uitstraling en wonderbaarlijk mooie stem maakte ze meteen duidelijk dat ze zich niet in één muzikaal vakje laat opsluiten.
Tijdens de ingetogen passages deed ze ons naar adem happen, maar even later nodigde ze het publiek met hetzelfde gemak uit tot een danspasje. Samen met haar sublieme muzikanten wist Lady Linn te ontroeren.
Tijdens Frank Sinatra's “Strangers in the Night” waagden enkele koppels zich zelfs aan een slow. Alleen begeleid door zachte pianoklanken bracht ze het nummer met de klasse en warme uitstraling van een klassieke crooner. Een magisch en onvergetelijk moment.
Ook Nina Simone was nadrukkelijk aanwezig in “Theme from ‘Middle of the Night’”, dat opnieuw voor kippenvel zorgde.
Daarnaast putte Lady Linn rijkelijk uit ‘Midnight Sun’, haar ode aan de duisternis, het licht en de eindeloze mogelijkheden van de nacht. Ze liet horen dat die nacht niet alleen melancholie en verstilling voortbrengt, maar evengoed feestvreugde, romantiek en sprankelend levensplezier.
Covers en eigen werk vloeiden daarbij moeiteloos in elkaar over. Zelfs haar publieksfavoriet “I Don't Wanna Dance” kreeg iets heerlijk ironisch, want stilzitten was ondertussen vrijwel onmogelijk geworden. De muzikanten gaven de songs alle ruimte om te ademen, te improviseren en telkens een andere richting uit te gaan.
Lady Linn & Her Magnificent Seven vormden zo de perfecte samenvatting van waar FinFactor Jazz Damme een heel weekend om draaide: jazz die intimiteit en uitbundigheid verenigt en muzikanten en luisteraars van verschillende leeftijden samenbrengt.
Van zestienjarige ontdekkingen tot een 83-jarige grootmeester: in Damme bewees jazz twee dagen lang dat ze werkelijk geen leeftijd kent.
Een mooiere afsluiter had deze editie zich nauwelijks kunnen wensen. We noteren alvast zaterdag 28 en zondag 29 augustus 2027 met stip in onze agenda. U toch ook?

Organisatie: FinFactor Jazz Damme + vzw22

Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026 - Aanstekelijke punkrock én er kan een hoekje af zijn
Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026
Sleutelhof
Rumst
2026-08-22
Erik Vandamme

In Rumst wordt de hel niet met vuur en zwavel ontketend, maar met schuimende bierglazen, ronkende gitaren en een stevige dosis punk. Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers heeft er  intussen een mooie jaarlijkse traditie van gemaakt. Onder de bomen van het Sleutelhof ontmoeten bierliefhebbers, punkers en toevallige passanten elkaar voor een festival dat zijn charme niet haalt uit grote gebaren, maar uit nabijheid, spontaniteit en vooral veel gezelligheid.
He gezellige karakter betekent echter niet dat het er muzikaal braaf aan toegaat. Met Mechels Laweit, The Scabby Knees, F.O.D., Shandon en The Real McKenzies stond er opnieuw een affiche klaar die het Sleutelhof stevig op zijn grondvesten moest doen daveren. Glazen vullen, gitaren aanslaan en de remmen los: Razernij kon beginnen.

De formatie Mechels Laweit (******) wordt omschreven als 'pretpunk', en die vlag dekt de lading. De band ontstond in 2012 als Zombie Butterfly. Na de nodige omzwervingen en enkele personeelswissels werd de naam veranderd in Mechels Laweit, waarmee de groep haar band met Mechelen nog sterker onderstreept. Aangezien Rumst daar niet zo ver vandaan ligt, mocht dit optreden gerust als een kleine thuismatch worden beschouwd. Met Maeva, die de band in 2025 als nieuwe bassiste vervoegde, knalde het gezelschap al vroeg in de namiddag. De beweeglijke frontman bracht bijna de volledige set vóór het podium en tussen het publiek door. Hij liet omstanders meebrullen in de microfoon en ontpopte zich tot een volksmenner. Tegen het einde liet ook een van de gitaristen het podium achter zich om zich bij hem en het publiek te voegen. De grens tussen band en toeschouwers verdween haast volledig.
Ook de andere muzikanten droegen hun steentje bij en verhieven humor tot kunst.
Er ontstond een aanstekelijk pretpunkfeest!

The Scabby Knees (****) tapte uit een iets melodieuzer, serieuzer vaatje, zonder dat de humor verdween. De band speelde een technisch onderlegde en strak gespeelde set, die als een pletwals over het terrein denderde. Het ging allemaal wat in dezelfde richting. Het was een klein minpunt, binnen een set die verder stevig in elkaar zat.
Alle registers werden opengetrokken. Dit is punk, lekker om zich heen stampen. Vooraan ontstond zelfs een eerste voorzichtige moshpit. Missie geslaagd dus.

F.O.D. (*****) gaf een energieke indruk van hun melodieuze punkrock, zonder de speelsheid uit het oog te verliezen. Het siert hen. Snedige songs met een kwinkslag, grappige anekdotes en muzikaal plezier. Met songs als “Letter to Laura”, “A Thousand Shots”, “Party at Olm Street” en “Welcome to the Show” onderstreepte de band hun muzikale kwaliteit.
Glimlachende gezichten en enkele moshpits waren het gevolg.
F.O.D. bracht zijn enthousiasme moeiteloos op het publiek. Nummers als “Carry On”, “The Soundtrack of My Life”, “Feeling Gay” en “Living in a Mad Mad World' tekenden hun veelzijdigheid.
Er volgde een eigenzinnige versie van Green Days “American Idiot”, waarmee F.O.D. de set op passende wijze afsloot. Snedige punkrock, catchy melodieën en songs die herinneringen oproepen aan grootheden als Descendents, Green Day, The Offspring, Weezer, Bad Religion, Pennywise en Lagwagon, een beetje hun handelsmerk.
Op Razernij toonde F.O.D. hun herkenbaarheid en eigenheid.

Shandon (*****) is een Italiaanse band, in 1994 opgericht, en groeide in eigen land uit tot een vaste waarde binnen de ska-punkscene. Muzikaal was er al eens een lange onderbreking, maar in Rumst zagen we de gretigheid van jonge wolven.
Het combo raasde met een aanstekelijke mix van punkrock, ska en hardcore. Er was vooral de prominente inbreng van sax, trombone en trompet, die Shandon een eigen geluid bezorgde. De saxofonist zocht geregeld de rand van het podium op en maakte met zijn uitbundige présence zichtbaar indruk op het publiek.
Halverwege de set zakte het tempo enigszins weg en dreigde het wat onze aandacht te verslappen. Maar een sterke finale maakte het goed. Het publiek werd volop bij het optreden betrokken en brulde de herkenbare refreinen uit volle borst mee.
Als feestelijk sluitstuk haalde Shandon nog “Proud Mary” boven. Het nummer werd geschreven door John Fogerty en in 1969 uitgebracht door Creedence Clearwater Revival. Het kreeg een energieke uitvoering van de Italianen en leunde duidelijk aan bij de later beroemd geworden versie van Ike & Tina Turner.
Shandon speelde een aanstekelijke ska-punkset in een Italiaans temperament, met precies die treffende combinatie van snedige punkrock en kleurrijke blazers.

The Real McKenzies (*****) worden wel eens vergeleken met Dropkick Murphys. Het is wat kort door de bocht, al bewegen beide bands zich met hun doedelzak en folkpunkinvloed deels in dezelfde richting. The Real McKenzies beschikken duidelijk over een eigen karakter: ze stampen stevig om zich heen en verpakken hun woede en frustraties in een flinke dosis humor en jolijt. Met o.m. “Due West”, “Too Many Fingers”, “Culling the Herd”, “The Night the Lights Went Out in Scotland”, “The Lads Who Fought & Won”, “Kings of Fife”, “Nessie” en “Chip” putte de band rijkelijk uit haar uitgebreide repertoire. Stuk voor stuk songs van aanstekelijke folkpunk en Schotse strijdlust. Ook de bindteksten hebben een boodschap en houden het publiek een spiegel voor, zonder dat de charismatische frontman al te prekerig overkwam. Hij laat de muziek voor zich spreken en maakt ruimte voor de nodige absurditeit.
Op "I know you are sailors" liet hij een groot deel van het publiek op de grond zitten en roeien ze ahw op de woelige golven van de zee. Even later werd een man uit het publiek op het podium geroepen om een 'hot shotje' te nemen. Leuk allemaal.
The Real McKenzies bracht een stevige portie folkpunk tussen bittere ernst en pure pret. Crowdsurfers zeilden over de hoofden heen. Met “The Tempest” en het toepasselijke “Drink Some More” naderde de set haar uitbundige ontknoping. Een puike afsluiter.

We kregen een boeiende dag vol smaakvolle bieren en pittige punkrock.

(dank aan Gigview)

Organisatie: Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers

Lippelof - Free Podium – Een oneindige vrijheid in uittekenen van uitgebreide muzikale landschappen
Lippelof - Free Podium
Sint-Stefanuskerk
Lippelo (Puurs/Sint-Amands)
2026-08-16
Erik Vandamme

Sommige concertlocaties hebben meer te vertellen dan andere. De voormalige Sint-Stefanuskerk van Lippelo is er een mooi voorbeeld van. Waar vroeger kerkgangers samenkwamen voor vieringen en religieuze gezangen, weerklinkt vandaag opnieuw muziek tussen de historische muren. Alleen is de invulling helemaal anders. Na haar ontwijding en grondige renovatie kreeg de kerk een tweede leven als Lippelof, een ontmoetingsplek voor cultuur, muziek en andere activiteiten.
Het verleden is erbij niet uitgewist: de authentieke elementen en bijzondere sfeer van het gebouw bleven behouden. Het zorgt ervoor dat een concert hier automatisch iets meer krijgt dan alleen een podium en een publiek.
Muziek klinkt nu eenmaal anders in een ruimte die decennialang een plaats van bezinning was. We waren aanwezig op zondag 16 augustus voor een namiddag en avond onder de noemer 'Lippelof - Fee Podium'. Vier bands namen er op hun eigen manier de vrijheid om uitgebreide muzikale landschappen uit te tekenen.

"Met wat vrienden musiceren, wat kan dat de buren schelen. De versterker staat op zeven en de buurvrouw zegt: 'Dat mag.” Het is een stukje uit “Ik voel me goed” van Johan Verminnen, maar het had evengoed de ingesteldheid kunnen zijn waarmee het saxofoonkwartet Culmination (****) op het podium staat. Vier doorwinterde jazzmuzikanten die de verschillende klanken van hun instrumenten volledig onder de knie hebben en er zichtbaar veel plezier aan beleven. Buitengewoon is hoe het kwartet de sfeer van een jamsessie weet op te roepen, maar daar tegelijk een flinke dosis improvisatie aan toevoegt. Culmination blaast zo een warme, groovy wind doorheen de kerk. Of het nu alt-, tenor-, bariton- of sopraansaxofoon is, de vier muzikanten spelen speels en ongedwongen, vlak voor het podium. We gaan dan ook prompt overstag in het klankentapijt.

Wij leerden gitarist Bram Van Den Eeckhout (*****) kennen via de formatie Monkey Juice. In Lippelo stond hij echter helemaal alleen op het podium, met enkel een akoestische gitaar. Het werd een vrij korte set, maar in die beperkte tijd liet Bram duidelijk horen wat hij in zijn mars heeft. Intieme, vloeiende en heldere gitaarlijnen die het midden houden tussen een Bob Dylan en de betere western- en countrymuziek. Ondanks het feit dat Bram er helemaal alleen met zijn akoestische gitaar staat, klinkt zijn spel rijk en gelaagd, alsof er een complete band op het podium staat.
Toch blijft alles opvallend helder en beheerst, zonder dat de intimiteit van zijn optreden verloren gaat. Het filmische aspect primeert er nog het meest. We voelen ons haast wegzinken in een of andere cowboyfilm, waar de spanning te snijden is wanneer een cowboy de deuren openzwaait en een saloon binnenstapt. Het onderschrijft de visuele manier waarop Bram gitaar speelt. Hij heeft geen woorden nodig om zich uit te drukken: alleen al met zijn gitaar vertelt hij een heel verhaal. Ingetogen, maar ook verrassend aanstekelijk. Het enige minpuntje was de wat korte set. Dit had gerust nog een uurtje mogen doorgaan.

Hoewel het muzikaal een heel andere richting uitgaat, staat Solo Creek (*****) met diezelfde ingesteldheid op het podium. De band brengt covers uit de jaren '80, aangevuld met tijdloze liedjes en eigen songs. Het gebeurt op zo'n doorleefde en speelse wijze. Opvallend is hoe elke schakel binnen deze band even belangrijk is. Zonder drums, maar met gitaarriedels, piano en een warme stem, weet Solo Creek ons te ontroeren.
Er ontstaat een soort huiskamersfeertje, of het gevoel alsof je rond een kampvuur zit. Afhankelijk van de locatie krijgt dat gevoel telkens een andere dimensie. In deze kerk zorgt het zelfs voor een bijna sacrale beleving.
Naast mooie muziek ontpopt de frontman zich ook tot een ware entertainer. Hij betrekt het publiek voortdurend bij de set en zoekt hen zelfs op tijdens een spontaan sing-alongmoment. Gezelligheid troef dus bij Solo Creek, waarbij speelsheid hand in hand gaat met een perfecte beheersing van de respectievelijke instrumenten. Intieme songs worden afgewisseld met enkele aanstekelijke nummers. Het resulteerde wel in een warme, gevarieerde en gezellige set.

Under-Cover (****) is een energieke zeskoppige band met een passie voor live muziek. Met twee weergaloze zangeressen en een strakke band brengt de formatie een gevarieerd repertoire dat iedereen in beweging krijgt. Binnen een set van meer dan een uur zorgt Under-Cover voor een aanstekelijk slot van deze dag. Het meest opvallende erbij is de tweestemmigheid. De twee zangeressen vullen en voelen elkaar aan. Precies hetzelfde gebeurt binnen de band, elke schakel blijkt even belangrijk.
Under-Cover bracht een warme en catchy uitvoering. Soms zaten we lekker mee te deinen op onze stoel, andere keren zongen we de teksten mee en op intieme momenten pinkten we zelfs een traantje weg. Om maar te zeggen: het is vooral die gevarieerde aanpak die ons, en iedereen om ons heen, over de streep trok. Die negentig minuten vlogen dan ook voorbij.

Under-Cover toonde op uitgekiende wijze waar deze dag uiteindelijk helemaal om draaide: de oneindige vrijheid om muzikale landschappen uit te tekenen en telkens opnieuw andere sferen te creëren. Van de jazzy improvisaties van Culmination, over het filmische gitaarspel van Bram Van Den Eeckhout en de warme intimiteit van Solo Creek, tot het meer uitgesproken en gevarieerde livegevoel van Under-Cover: elke formatie gaf er op hun eigen manier invulling aan. Daar kan een mens alleen maar blij van worden.
Een perfect slot dus van een boeiende muzikale dag, op een al even boeiende locatie die duidelijk tot de verbeelding sprak.

Organisatie: Lippelo (Puurs - Sint-Amands)

Dub-Postpunk - Mystic Liverpool - The Beatles' Psychedelic Psongbook - Jah Wobble & Tian Qiyi

De buitengewone muzikale erfenis van Liverpool krijgt een nieuwe, mystieke dimensie met het album 'Mystic Liverpool: The Beatles' Psychedelic Psongbook' van het Britse muziekicoon en medeoprichter van Public Image Ltd., Jah Wobble, en zijn zonen John T. Wardle en Charlie Wardle (ook bekend als TIAN QIYI). Hun moeder, Zi Lan Liao, die werd opgeleid aan de Royal Academy of Music, levert eveneens een bijdrage op de gu-zheng.
Het album verscheen onlangs via Cherry Red Records en 30 Hertz en volgt op de eerder verschenen interpretaties van “Strawberry Fields Forever” en “Tomorrow Never Knows”, met “I Am The Walrus” als focus track.

Door dub- en postpunkinvloeden te verweven met psychedelica van het repertoire van The Beatles, krijgen deze iconische nummers een sfeervolle, hypnotiserende nieuwe gedaante. Jah Wobble en zijn familie gaan erbij op zoek naar de mystieke kwaliteiten die schuilgaan achter de muziek van The Beatles, die zowel hun muzikale erfenis als de bijzondere plaats van Liverpool in de muziekgeschiedenis blijvend hebben bepaald.
Zonder de erfenis van The Beatles teniet te doen, zorgen Jah Wobble en C° voor een eerder eigenzinnige aanpak, en het siert hen. “Tomorrow Never Knows” en het bekende “Strawberry Fields Forever” klinken nog steeds heel psychedelisch, maar krijgen een moderne inbreng mee die bekoort. De combinatie van de kenmerkende, met de zware en stevige bas van Jah Wobble gecombineerd met traditionele Aziatische instrumenten.
Een geniale aanvulling op het materiaal. Luister maar naar “Within You Without You”; je voelt je wegzweven naar Oosters getinte oorden. Een ‘zen’ gevoel met een groove.
De inbreng keert steeds opnieuw terug. Het bewijst hoe ingenieus The Beatles zelf wel waren. Luister verder “Norwegian Wood” en “Blue Jay Way”; je voelt die vibe die generaties met elkaar verbindt. De bastonen zorgen voor een beleving die aanvoelt als een psychedelische rave. En die unieke muzikale droomwereld kabbelt verder op “The Inner Light”, “Love You To” en op het mooie “Rain”.

The Beatles waren hun tijd ver vooruit. Jah Wobble en C° maakt er iets van om te koesteren. Een sterke aanrader dus om dit ook live mee te maken.

Live te zien in de Cactus Club in November 2026

Eerdere live in 2025 Jah Wobble & The Invaders Of The Heart – Een galmende ‘dub’ waas van jammende, bezwerende, dromerige, groovy sounds + Rebuilt van ‘Metal box’

Tracklist: 01. Tomorrow Never Knows  02. Strawberry Fields Forever  03. Within You Without You  04. I Am The Walrus  05. Norwegian Wood  06. Blue Jay Way  07. The Inner Light  08. Love You To  09. Flying 10.  Rain

donderdag 20 augustus 2026 21:46

Stenahoria

Sommige platen moet je verschillende keren beluisteren om ze volledig te doorgronden. 'Stenahoria', de nieuwe schijf van het Nederlandse The Fifth Alliance, behoort duidelijk tot die categorie. De band uit Breda beweegt zich al jaren in de donkere regionen van sludge, doom, post-metal en black metal, maar met de komst van zangeres Natalya Thelen lijkt er een nieuwe dimensie aan het geluid te zijn toegevoegd. Vijf lange composities vormen samen een intense trip doorheen verdriet, angst, vertwijfeling, waarbij de band voortdurend speelt met contrasten. Een muzikaal beklemmend gevoel.

Het begint al met “Phoenix”, waar meteen alle registers worden opengetrokken. De emotionele screams huiveren. En dan zijn we nog maar aan het begin van een lange trip. De song duurt ruim acht minuten, maar voelt geen moment langdradig aan. Integendeel: The Fifth Alliance biedt een voortdurende spanning.. Achter elke hoek lijkt wel een nieuwe ontdekking te wachten. Wat daarbij vooral opvalt, is de manier waarop de band voldoende rustpunten inlast zonder ooit de dreigende ondertoon te verliezen. Van ingetogen en atmosferische passages tot momenten waarop de volledige geluidsmuur wordt opgetrokken: The Fifth Alliance weet perfect wanneer het gaspedaal diep moet worden ingedrukt en wanneer er ruimte moet worden gelaten om de opgebouwde spanning opnieuw te laten ademen.
Het schijnbaar moeiteloos schakelen tussen emoties en muzikale invalshoeken merken we ook op “Benandanti” en “The Fool On The Hill”. Er zit voortdurend beweging in, waarbij de donkere sfeer nooit uit het oog wordt verloren.
Misschien nog opvallender is wat er gebeurt wanneer we de plaat opnieuw opzetten. Bij een eerste luisterbeurt zijn we al onder de indruk, maar bij een volgende ontdek je plots poortjes,  in de gitaarpartijen, de onverwachte wendingen, de vocale uitbarstingen of net de kleine rustpunten dat ervoor zorgt dat een passage plots helemaal anders binnenkomt.

‘Stenahoria' geeft zijn geheimen duidelijk niet allemaal in één keer prijs. En precies daarin schuilt een grote sterkte van deze plaat. The Fifth Alliance probeert niet voortdurend te imponeren door simpelweg harder of zwaarder te gaan. De muziek wordt gebruikt om emoties tastbaar te maken. Vertwijfeling, woede, weemoed en aanvaarding liggen voortdurend met elkaar in de clinch. De ene keer worden we meegesleurd door loodzware riffs en rauwe screams, de andere keer krijgen we even ademruimte voordat de duisternis opnieuw toeslaat. De zang van Natalya Thelen beweegt daarbij opvallend soepel tussen rauwe intensiteit en meer fragiele passages.
Met “Battle Of Barnet” en afsluiter “Jakob’ wordt die veelzijdigheid nogmaals onderstreept; doom, sludge, post-metal en black metal als onderdeel van een groter verhaal.
De grote kracht van deze plaat zit in de manier waarop The Fifth Alliance zware muziek combineert met emotie en ruimte.

Blackened/Doom/Sludge
Stenahoria
The Fifth Alliance

Tracklist: Phoenix - 8:11  //  Benandanti - 7:33  // The Fool On The Hill - 7:35  // Battle Of Barnet - 6:59  //Jakob - 7:28
https://thefifthalliance.bandcamp.com/album/stenahoria

donderdag 20 augustus 2026 10:33

Fontana Blue

Met Fontana Blue presenteert Zaanstad een nieuwe naam binnen de melancholieke, filmische pop. Pieter Molenaar en zangeres/songwriter Marlène Henneke vonden elkaar vanuit een gedeelde voorliefde voor sfeervolle muziek, waarbij Hennekes stem Molenaar aanvankelijk deed denken aan de vrouwelijke vocalistes uit de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. Die inspiratie vormt het vertrekpunt voor een hybride debuut, geproduceerd door Thomas Olivier.
Lees gerust newsflash https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/102523-even-voorstellen-fontana-blue-binnenkort-debuutalbum-uit

Het nummer “I Wish” ademt meteen die melancholische, dromerige sfeer uit die zo kenmerkend blijkt voor het debuut van Fontana Blue. De focus ligt duidelijk op de bijzondere stem van Marlène Henneke, zonder dat de instrumentatie aan impact moet inboeten. Haar veelzijdige vocals vormt een rode draad doorheen de plaat: soms sprankelend en aanstekelijk, dan weer ingetogen en gevoelig. Dat horen we ook in “Flower of Stone” en “Turn Around”. “Dance” blijkt letterlijk de meest dansbare track van de plaat, terwijl Fontana Blue vooral sterk is wanneer intimiteit en sfeer samenkomen, van het sprankelende “Losing Your Eyes” tot het meer ingetogen “Faces”, waarop Hennekes stem bijzonder breekbaar klinkt. De instrumentale sfeer versterkt die vocale kwaliteiten zonder ze te overschaduwen.
Op “Go Blind” duiken dan weer subtiele zuiderse invloeden op, waardoor de plaat opnieuw een andere wending krijgt. Het zijn kleine accenten, maar ze zorgen wel voor de nodige afwisseling binnen een album dat voortdurend op sfeer en klankkleur blijft inzetten.
Fontana Blue wordt omschreven als 'filmische pop', en die omschrijving dekt de lading. De hypnotiserende werking van de songs laat ruimte voor de verbeelding en zorgt ervoor dat je als luisteraar gemakkelijk in het muzikale universum wordt meegezogen. Ook instrumentaal valt er voldoende te ontdekken. De afsluiter “Blossom Light” onderstreept het nog eens met een bijzonder sfeervolle finale.

Pieter Molenaar is een veelzijdig muzikant die we eerder al in verschillende projecten mochten ontmoeten. Met Fontana Blue legt hij de focus op de stem van Marlène Henneke, en dat blijkt een bijzonder geslaagde keuze. Haar bereik en expressiviteit geven de songs een eigen karakter en zorgen ervoor dat dit debuut zich niet beperkt tot een verzameling mooi klinkende popnummers.
Fontana Blue levert met dit album een sfeervol en eigenzinnig debuut af waarin melancholie, dromerigheid en filmische pop op een natuurlijke manier samenkomen. Een veelbelovend begin.

Tracklist: I Wish // Flower of Stone // turn around // Dance // Morning Anxiety // Losing Your Eyes // Rumble// Faces //Go Blind // Blossom Light

donderdag 20 augustus 2026 10:26

Revelations EP

Na een debuut-EP in 2022 en het eerste volledige album in 2023 verschijnt met ‘Revelations’ een nieuwe EP van Echoes Of A Dying World. De vijf songs vormen het sluitstuk van een drieluik en sluiten inhoudelijk en muzikaal aan op de vorige releases. Het is dan ook aan te raden de EP als geheel te beluisteren, en wie het volledige verhaal wil doorgronden, grijpt best ook terug naar de eerdere releases.

Vanaf opener “Iskariot” is die lijn meteen voelbaar. De song start rauw en verpulverend, waarna ‘The Rupture’ een meer melodieuze en emotionele kant laat horen. De instrumentatie neemt daarbij steeds dreigendere vormen aan, terwijl vooral de veelzijdige stem van Tine indruk maakt, zacht als bezeten. Net die diversiteit maakt ‘Revelations’ zo interessant.
Tijdens hun recente optreden op Hellbound Fest schreven we dat de wisselwerking tussen de bandleden zorgt voor een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving die voortdurend balanceert tussen pure duisternis en sprankelend licht.
Diezelfde tegenstelling horen we terug in songs als “Generational Curses” en “Mathematical Design”, waarin licht en duisternis elkaar voortdurend ontmoeten. Ook hier speelt Tines stem een belangrijke rol. Wanneer ze plots enkele versnellingen lager schakelt, zorgt dat voor rillingen. Afsluiter “Systems in the Dark” vat die veelzijdigheid nog eens mooi samen.

‘Revelations’ vormt het eindpunt van een trilogie, maar voelt allerminst als het einde van Echoes Of A Dying World.
Eerder lijkthet aanzet tot verder werk. Wat die zal brengen, blijft voorlopig een vraagteken. Revelations is een EP die hard kan binnenkomen, maar evengoed traag onder de huid kruipt. De band neemt je mee naar de donkerste hoeken,maar met dat ene lichtpuntje, net genoeg om niet volledig in de duisternis te verdwijnen.

Tracklist: 01. Iskariot 02. The Rupture 03. Generational Curses 04. Mathematical Design 05. Systems in the Dark

Pagina 1 van 207