logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Kreator - 25/03...

Primus

Primus: Cartooneske bas-Bonanza à volonté

Geschreven door

Primus zijn weer helemaal terug na tien jaar weggeweest, met het sterke album ‘Green Naugahyde’ (groen kunstleder ofte zoals ze in onze contreien zouden zeggen, groene skai). We zagen ze vorig jaar in een uitverkochte AB, en toen we te horen kregen dat ze in de Aéronef zouden passeren, trokken we met heel veel goesting richting Frankrijk.

We wisten dat het een extra lange show zou worden, maar toch hadden we ons iets misrekend: toen we twintig na acht de lift van de Aéronef uitkwamen, zat Primus al een dik kwartier in de set, zodat we spijtig genoeg opener “Damned blue collar tweekers” misten. We waren niet alleen, ook de vele rokers werden door het vroege aanvangsuur verrast.
Niet getreurd, we murwden ons de zaal in tijdens “Wynona’s Big Brown beaver”, en konden meteen al vaststellen dat de podiumaankleding net dezelfde was als een jaar terug in de AB: een groot videoscherm, twee gigantische astronauten aan weerskanten, die ons gedurende het hele concert onderzoekend zouden aanstaren, en daartussen de drie masters of ceromony van het bandje genaamd Primus: Les Claypool, zwart uilenbrilletje en bolhoed, rechts, guitarhero, Larry Lalonde, links, en daartussen, drummer van het eerste uur, Jay Lane.
De visuele ondersteuning van de nummers was na een jaar touren, veel beter geworden: in mijn favoriet van deze avond, “Southbound Pachyderm” , kregen we animaties van een trampoline springende olifant, een surrealistisch en poetisch beeld wat tegelijk een perfecte illustratie vormde van Primus’ absurde gevoel voor humor. Die surrealistische beelden kwamen later op de avond nog terug met beelden van paardrijdende astronauten.Ik ben er nog altijd niet uit wat die betekenen, maar ik veronderstel dat Primus er net op uit was om met die beelden verwarring te zaaien.
Claypool speelde op drie verschillende bassen, en dus kregen we blokken van drie à vier nummers, die metdezelfde bas gespeeld werden. Die instrumentwissels haalden toch een beetje het tempo uit de set, vooral omdat Claypool het ook nodig vond om telkens een griezelig varkenskopmasker op te zetten iedere keer hij de staande bas ter hand nam. (Denk aan Orwell’s ‘Animal Farm’). De techniek waarmee Claypool die staande bas bespeelde was niettemin indrukwekkend: tegelijkertijd de strijkstok hanteren en de meest ingewikkelde pluktechniek toepassen, is iets wat maar weinigen gegeven is.
In “Mrs. Blaileen”, mocht Lalonde heel even zijn gitaarduivels ontbinden, de man is een schitterende gitarist, die zowel klassieke rockgitaarsolo’s als meer kosmische rockmotieven à la Pink Floyd uit zijn vingers tovert alsof het niks is. Voor de crowdsurfers, was dit het sein om uit de startblokken te schieten, en toen “My name is Mud” door de boxen knalde, was het hek helemaal van de dam. De aanwezige Jupiler zuipende en oerkreten uitbrakende Franse veertigers, dachten dat het pogo-feestje begonnen was, maar toen legde Primus het concert stil en was het pauze, waarin we getrakteerd werden op een drietal vintage Popeye cartoons.

Na een goeie twintig minuten kwam Primus terug, voor het tweede deel van hun drie uur durende set, waarin vooral de nummers van ‘Green Naugahyde’ aan bod kwamen. Dit laatste album is heel politiek en maatschappij-kritisch, Primus haalt hierin fenomenen als overdreven consumentisme,  reality-tv en politiebrutaliteit door de mangel, maar altijd met hun typische cartoonesk gevoel voor humor, wat je vanavond ook weer terug vond in de animaties. Naast die bijtende maatschappij-kritiek, kon er ook een tongue-in-cheek ode aan spaghetti-western bad guy Lee van Cleef van af, en mocht Claypool’s favoriet tijdverdrijf, de hengelsport, natuurlijk niet ontbreken. Het sterkste nummer van dit tweede deel, was ongetwijfeld ‘Tragedy’s a comin”. 
Na twee uur en drie kwartier was het tijd voor de bisronde, met de classics “Ground Hog’s day” en het op een luid gebrul onthaalde “Too many puppies”, met zijn anti-militaristische beelden van dood en verderf in de loopgraven.

Vorig jaar werden we verwend met “Pudding time”, “Jerry was a race car driver” en “American Life”, deze keer was “Too many puppies” de kers op de taart, we zullen nog een derde keer Primus moeten meepikken om “Tommy the Cat” of “Fish On” voorgeschoteld te krijgen: iedere avond is de setlist anders, en dat is, naast het sublieme bas-, gitaar- en drumwerk en de visuals, het sterke punt van een avondje met Primus anno 2012.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/primus-31-03-2012/

Setlist
Those Damned Blue-Collar Tweekers
Duchess and the Proverbial Mind Spread
Wynona's Big Brown Beaver
Southbound Pachyderm
Over the Falls
Mr. Krinkle
Mrs. Blaileen
My Name Is Mud

Interlude (Popeye's cartoons)

Prelude to a Crawl
Hennepin Crawler
Last Salmon Man
Eternal Consumption Engine
Tragedy's a' Comin'
Eyes of the Squirrel
Jilly's on Smack 
Lee Van Cleef 
Moron TV 
Green Ranger 
HOINFODAMAN 
Extinction Burst 
Salmon Men 

BISGroundhog's Day , Too Many Puppies 

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

Bed Rugs

Bed Rugs – Beloftevolle Eigen Kweek

Geschreven door

We kunnen steeds aankloppen bij de Democrazy Gent, die btw nu dertig jaar bestaat voor een reeks ontdekkingen .  Vanavond kon je het beloftevolle The Jacuzzi Boys, Usa, checken met het éven beloftevolle Bed Rugs uit eigen land , die het aantrekkelijke ‘8th Cloud’ uithebben .

Het trio The Jacuzzi Boys  maakt meteen een link met het uit San Diego opererende Wavves, een potje ongeregeld, rauw dynamische rock’n’roll op z’n Jon Spencers en /punk/noise/surf/ indiepop, gedrenkt in pedaaleffects en  een galmende  zang. . Een pittige, aanstekelijke , ophitsende “Island ave” en “Glazin’” , titelsong van de nieuwe cd, werden afgewisseld met meeslepend materiaal, om dan met “Smells dead” en “Brick of coconuts” een drive te kenmerken . Een boeiend, verslavend inwerkende wave …

Bed Rugs stond in een vorig leven als The Porn Bloopers en bereikten in 2008 de finale van Humo’s Rock Rally. Uit die jeugdige onbezonnenheid maken ze een nu rijpere evolutie door met Bed Rugs en komen aandraven met de fijne plaat ‘8th Cloud’ . De heren uit St-Niklaas (en eentje uit de omgeving van Deinze – Nevele (hoorden we!)) klopten aan bij Pascal Deweze , die de productie op zich nam .
De invloed van Metal Molly van Deweze is hier onmiskenbaar te horen , alsook de Britse Last Shadow Puppets , Miles Kane en Noel Gallagher; natuurlijk kun je niet omheen de Beatles en Beach Boys als ankerpunt.
Het kwartet bracht een boeiende afwisseling van snedige , weerbarstige gitaarrock en sfeervolle popsongs, die elan hadden door de meerstemmige zang. Een intrigerende switch van o.m. “Purple pill”, “Subtopia”, “Dream on” tot “Trees en de Afrekening single “What does it mean?”.  En die StuBru Poulain Kavinsky cover “Nightcall” houden we in het achterhoofd. Deze Eigen Kweek , Bed Rugs , koesteren  we alvast!

Organisatie: Democrazy, Gent  

Florence & The Machine

Florence + The Machine – flamboyante gotiek

Geschreven door

Wat een spanning om deze Britse hype van het moment Florence + The Machine aan het werk te zien . Een waanzinnige succes van de tweede plaat en de bijhorende tour ( het éénmalig concert in de AB was in een mum van tijd uitverkocht en in de tickethandel durfde men zelfs tot 150€ bieden!) waait over deze ‘redhead’ en diva Florence Welch , die letterlijk en figuurlijk je kippenvel kan bezorgen met haar heldere , indringende vocals.
Niks werd aan het toeval overgelaten, want naast deze verschijning , was ook het podium ‘dark’ gedecoreerd: de muzikanten in het zwart, ‘lookalike’ kerkramen en zwarte gordijnen. De hoogmis, met palmzondag in het achterhoofd, kon hier al aangevat worden !

Toen Florence Welch  het podium betrad  met een grote zwarte cape op haar schouders, werd ze oorverdovend onthaald. Een barometer meteen voor het succes van de groep!
De hogepriesteres begon met het majestueuze "Only For A Night" en "What The Water Gave Me". In het begin nog ietwat statisch, maar dan kwam ze op dreef; ze gaat de strijd aan met haar cape en demonen, en toen op  "Cosmic Love" de spotlights op haar en de cape gericht stonden, liet ze deze vallen om dan tijdens "Between Two Lungs" als een bezetene te keer te gaan en te dansen. Een mystieke uitvoering van  "Shake It Out" volgde; voor "Dog days" herinnert ze zich haar optreden in de AB nog als opening act van MGMT. De groep moest zelfs in de ‘van’ op de parkeerplaats slapen. Nu is het totaal anders en hebben ze een fijn hotel! Op die grootse, ophitsende song  "Dog days", slaagt ze er met ontstellend gemak in een broeierige spanning te creëren en het publiek als een gek te laten opspringen. Wat een dynamiek ! Check maar eens dit fragment hier (link: http://youtu.be/SJqkGGKiLuw).
De show is alvast goed ingedeeld . Een rustmoment had je o.m. met een akoestische versie van "Heartlines", verder "Leave My Body" en "Lover To Lover", die de veelzijdigheid van de  zangeres onderstreept. Op volle toeren draait het dan opnieuw met "You've Got The
Love" en "Rabbit Heart (Raise It Up)", die aan Björk kon gelinkt worden. In het
laatste stuk vraagt Florence de jongens om de meisjes op hun schouders op te tillen. We zien tientallen meisjes boven de menigte zwaaien en meezingen, als bloemen die ontluiken in deze lenteperiode. Grappig & goed gevonden !
"Spectrum" besluit de set , een nummer op gospel geënt , dat refereert naar de periode dat Florence in een kerkkoor was!
Tijdens de bis, wordt het publiek betoverd door "Never Let Me Go" en "No Light, No Light", twee juweeltjes uit de recente tweede cd ‘Ceremonials’. Heel precies sluit de  'ceremonie' op de arpeggio's, die heel zachtjes kwamen door harpist Tom Monger. Ze beschikt trouwens over een sterke begeleidingsband: Robert Ackroyd op gitaar, Christopher Lloyd
Hayden op drums en Isabella Summers op keyboards.

Alle ingrediënten voor  een geweldige show waren vanavond aanwezig:  aangrijpende en emotievolle muziek, een perfect geluid, de lights, een goed op elkaar afgestemde band en een  uitzonderlijk artieste, die in staat was het publiek in te palmen . De afwisseling
tussen de sombere, mystieke nummers en de popsongs van de twee cd’s boden het ideale evenwicht.

Setlist: > Only If For A Night > What the Water Gave Me > Cosmic Love > Between Two Lungs > Shake It Out > Dog Days Are Over > Heartlines > Leave My Body > Lover To Lover > You've Got the Love > Rabbit Heart (Raise It Up) > Spectrum > Rappel: > Never Let Me Go > No Light, No Ligh

Kijk hier nog even mee naar volgende  video van "No Light, No Light". (Link: http://youtu.be/RQ1rIa5U5hA).

Spector
, een support act met eenvoudige Buzzcocks-achtige powerpop was hier niet op z’n plaats en kon ons onvoldoende verleiden …

(vertaling Philippe Bauwens – Johan Meurisse)

Organisatie: Live Nation

Helmet

Helmet’s 20st Anniversary show ‘Meantime’

Geschreven door

 

Het NYse Helmet , van Page Hamilton, is één van de bands die we koesteren van onze jeugdjaren . Wie zeg je? Helmet , jawel ze waren één van die bands die beginjaren ’90 hardcore, grunge, alternative rock en metal integreerden. Page Hamilton, zanger/gitarist en spil van de band, en zijn kompanen waren gewone gasten die een potpourri maakten van invloedrijke bands als Stooges, Melvins, Killing Joke, Husker Du, Big Black, Butthole Surfers, Smashing Pumpkins, Sonic Youth, Metallica, Fugazi, Soundgarden, Nirvana, Alice In Chains en Mudhoney. Samen met Therapy?, Quiksand, Prong en Unsane speelden ze posthardcore/metalcore en gecontroleerde intelligente noisepop, een verfrissende wind voor een strakke, cleane en recht-door-zee gitaarsound. Ze brachten een paar opzienbarende platen uit als ‘Strap it on’ (21 jaar geleden btw!), ‘Meantime’ en ‘Betty’.
En na een stop na de plaat ‘Aftertaste’ (‘97) maakten ze een comeback in 2004, maar hier werd al het kaf van het koren onderscheiden, in die zin dat ze die bepalende intensiteit niet meer konden evenaren . Ook moest Hamilton zich beroepen op andere groepsleden, o.m. de imposante John Stanier maakte zich verdienstelijk bij Battles !

Helmet is en blijft populair. We zagen de band al een pak keren; bij hun afscheidstour was een time-out noodzakelijk . Ze konden nog net de Botanique vullen , én kijk sinds de reünie, zit hun sound terug in de lift; ondanks de matige nieuwe platen, groeide de belangstelling gestadig . De fans van het eerste uur hopen stiekem op een backcatalogue en enkele prijsbeesten en de volgende generatie willen wel checken of ze met Helmet een juiste inspiratiebron vasthebben .
Na eerdere optredens in de Minnemeers (wat een comeback!) en in de Vooruit , kon Hamilton en z’n jongere band terecht naar een reeds op weken uitverkochte Trix , wat duidt dat Helmet nog steeds een belangrijke band is. En nu vooral want Helmet koos voor het repertoire van de 20st Anniversary van ‘ Meantime’ , een mijlpaal binnen dat muzikaal recept van posthardcore. “Unsung” en “In the meantime” werden thuis en op ‘alternative’ parties  grijsgedraaid.
Een nokvolle Trix keek vooral uit naar dit werk , aangevuld met nummers van de ‘Strap it on’ EP en ‘Betty’. Om die songs te kunnen spelen , moet je ongetwijfeld over kwaliteitsvolle muzikanten beschikken , én Hamilton had alvast goed gescout ! Drummer Kyle Stevenson speelde zich enorm in de kijker en kon moeiteloos het oude werk aan. Er was ruimte voor compacte solo partijen, die dan weer verzwolgen in het krachtige ritme en de angry, onderkoelde zang van Hamilton.
Vóór dat échte werk eraan kwam, warmde het kwartet zich op met enkele songs van ‘Aftertaste’,  “It’s easy to get bored” en “Renovation” . Het nieuwe “So long” uit ‘Seeing eye dog’ voegden ze toe . Goede songs , maar niet beklijvend!
Dan werd ‘Meantime’ door de mallemolen gehaald en Hamilton had een gevatte formule hieromtrent: backwards starten om zo naar de paradepaardjes te gaan, die vooraan op de cd staan . Intussen was het kwartet op dreef , en speelden ze strak, hard, slepend, intens en bedreven, met grommende, grauwe , hakkende ritmes en opzwepende drums. Heerlijk. “Role Model” beet de spits af, en met “FBLA II” hoorden we al meteen een classic in het genre . De instrumenten  kregen ruimte en in het samenspel zat het degelijk snor! De band was uitermate geconcentreerd en goed op elkaar ingespeeld . “Better”, “He feels bad”, “Ironhead” en natuurlijk de twee singles hitsten het publiek op. De eerste rijen pogoëden er maar op los. Voor het andere deel was dit puur nostalgie. Zij genoten van die felle, snedige sound. De rockliefhebber hier boog voor het moordende, scheurende tempo.
De songs volgden snel op elkaar en ‘Meantime’ was in één oogwenk gespeeld. Na een korte pauze 50 minuten in de set, grossierden ze in de oude doos met “FBLA” van de EP, wat heel sterk werd onthaald, en enkele ‘Betty’ songs op verzoek, waaronder een bezwerende “Wilma’s rainbow “ Ook “Just another victim” van de ‘Judgement Night’ soundtrack ontbrak niet.

Helmet blies en verve de 20 kaarsjes uit ; een verkwikkende, bruisende, gebalde set, die de onderhuidse spanning, dreiging en rauwheid van vroeger behield op het oude materiaal. Toegegeven, die prachtsongs van vroeger hebben ze niet meer. Het nieuwe materiaal klinkt meer afgemeten en is een ‘tic minder’ , maar onverslijtbaar da’s Helmet zeker .. Een return die telde …

De support act Fighting with wire (Uk) had het alvast niet makkelijk, ondanks de bezieling, die ze in hun gebalde set staken . Het publiek bleef wat op het achterplan of had zich verscholen aan de toog. Het was vanavond duidelijk dat het publiek kwam voor een Helmet set!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/helmet-29-03-2012/

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix Antwerpen)

Marc Ribot

Marc Ribot - Really the blues

Geschreven door

Even voorstellen misschien, kan voor sommigen nuttig zijn : Marc Ribot is een briljant gitarist die, ver weg van de commerciële paden, zich vooral goed thuis voelt in jazzmiddens, maar daarnaast zich ook waagt aan klassieke muziek, bossanova (met Los Cubanos Postizos), avant-garde (al dan niet samen met mafketel John Zorn), onconventionele en ontspoorde rock (met Ceramic Dog) of soundtracks waarbij de film ontbreekt (‘Silent Movies’). Ook al heeft u nog nooit gehoord van Marc Ribot (u moest zich schamen), de kans is groot dat er een hoop platen in uw kast staan waar hij heeft op meegespeeld. De man wordt door de groten der aarde geregeld gevraagd om met hen de studio in te duiken (ondermeer Elvis Costello en David Sylvian), zo botst u steevast op Ribot’s uiterst herkenbare stijl op de beste platen van Tom Waits, waaronder ook diens laatste worp ‘Bad as me’.

In Gent kwam Ribot zijn nieuwste project ‘Really the blues’ voorstellen waarmee hij zich verdiepte in -u kon het al raden- de blues. En dit genre was eigenaardig genoeg tot op heden door Ribot ongeroerd gelaten. Ga al zijn platen er maar op na, u zal er weinig of geen blues op treffen. Bij een klasbak als Marc Ribot was van enige vorm van gebrek aan ervaring met het genre helemaal niets te merken, hij speelde de blues alsof ie dat al jaren deed, met pakken emotie, gulzigheid en passie.
Met drie zwarte rasmuzikanten op drums, bass en keyboards had hij ook voor een klassieke bezetting gekozen om de blues in volle glorie te bedrijven. De heren voelden de meester perfect aan en kregen zelf ook de tijd om hun eigen kunstjes op te voeren, vooral de straffe keyboardspeler Cooper-Moore ging geregeld een fel duel met Ribot aan.
Ribot’s benadering van de blues was wild, gedreven en passioneel. Hij gaf zijn eigen begeesterende interpretatie aan bluesstandards als “Serves your right to suffer”, “Stormy Monday” en “Wang dang doodle”, stokoude songs die met Ribot’s bloed en zweet werden geïnjecteerd en als hongerige hyena’s terug tot leven kwamen. Een begenadigd zanger is hij nooit geweest, maar de manier waarop hij het Oedipus verhaal omzette in een vlijmscherpe en bijtende bluessong was even duivels als indrukwekkend.
En dan die gitaar ! Amai ! Hoewel Ribot hier min of meer binnen de structuren van de blues bleef, was zijn hoekige en wilde gitaarstijl alom tegenwoordig. Hij deed zijn instrument janken, huilen, hakken, briesen, scheuren en bloeden, hij soleerde en improviseerde er op los en wist steeds de gevreesde clichés vakkundig op een creatieve manier te omzeilen. Zelden hebben wij iemand zo passioneel, geïnspireerd en tegelijkertijd virtuoos tekeer zien gaan op een gitaar. Hij had ook maar één exemplaar nodig, Ribot is niet dat type aanstellerige gitarist die voor elk nummer door zijn roadies een andere gitaar laat aanrukken omdat de volgende song dat zogezegd zou nodig hebben.
Ogenschijnlijk slordig zat hij vaak middenin de songs wat met partituren en pedalen te friemelen, maar eenmaal de gitaar aan het woord was stroomde de genialiteit er van af en was het voor ons volop genieten, hier konden we maar niet genoeg van krijgen.

Ribot presenteerde zich duidelijk als iemand wiens gitaar veel belangrijker is dan zijn imago,
dit had hij dus gemeen met het gros van de bluesmuzikanten, maar verder was dit optreden eigenlijk een belediging voor alle levende en dode bluesgitaristen (met uitzondering van Hendrix dan) want Ribot had zich nog maar net het genre toegeëigend en hij speelde al met de vingers in de neus iedereen naar huis.

Als opwarmer hadden de organisatoren de Tsjechische stemkunstenares Iva Bittova geprogrammeerd. Het ongetwijfeld sympathieke mens deed allerlei dingen met een viool en had inderdaad een immens stembereik die voor een normaal mens buitenaards was, maar als support act voor Marc Ribot was dit een miscasting van jewelste. Helemaal niet ons ding, maar wat voor de één irritant gemekker is, klinkt voor de ander als hemelse schoonheid. U dacht er het uwe van, wij waren vooral blij dat het maar een klein half uurtje duurde.

Organisatie: Vooruit Gent

Disappears

Disappears - Een (te) goed bewaard geheim

Geschreven door

Het is pas met de onlangs verschenen schitterende derde plaat ‘Pre Language’ dat Disappears een beetje voorzichtige aandacht heeft gekregen. Het duwtje in de rug van Sonic Youth en de blijde intrede van hun drummer Steve Shelley zal daar natuurlijk wel voor iets tussen zitten. Wij hadden het echter al door van bij de twee voorgangers ‘Lux’ en ‘Guider’ (ook nog maar één en twee jaar oud) dat we hier met een bijzonder interessant groepje te maken hebben.

Op het podium van een maar magertjes volgelopen Grand Mix wist Disappears te overtuigen met een greep uit deze drie plaatjes. Met een hoop echo en reverb brachten ze hun overwegend korte en repetitieve songs. Af en toe bespeurden we Velvet Underground klanken, maar evenzeer Suicide, Spacemen 3, The Fall en –hoe komen we daar nu bij- Sonic Youth. En om het wat bij generatiegenoten te zoeken belanden we bij Wooden Shjips, The Black Angels en Howler.
Disappears wist een trance-achtige spanningsboog op te bouwen, en dit was vooral de verdienste van de twee gitaristen en niet zozeer van de drummer met bekende naam. Het was ook niet de bedoeling om dit als troef uit te spelen, Steve Shelley was hier gewoon een bescheiden groepslid die op een overigens zeer sober drumstelletje zijn ding deed (sterallures waren trouwens nooit aan Sonic Youth besteed, juist omdat er geen ego’s in zaten heeft die groep het zo lang uitgezongen, tot een jammerlijke echtscheiding een einde maakte aan het mooie liedje).
Bij momenten werd er met verve uitgefreakt op de gitaren die geregeld in een aangename jaren tachtig galm verbleven. Een uur lang hield Disappears ons zo in bedwang met hun bezwerende sound gegoten in krachtige en compacte songs die naar het einde toe nog een stuk gedrevener en intenser werden. Finaal draaide het zo uit op een meer dan indrukwekkend concert.

Heel jammer dus van de te magere opkomst van deze avond, Disappears bleek duidelijk een té goed bewaard geheim.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

White Hills

White Hills – vijfsterren rakende stonerpsychedelica

Geschreven door

Het Amerikaanse trio White Hills kwam een goed jaar terug in de belangstelling met ‘H-P1’. Het voortreffelijke gezelschap trok de aanmodderende spacerock/stonerpsychedelica naar een hoger niveau . Ware radicalen, die er geen probleem mee hebben doodgemoedereerd een bezwerende song een kwartier lang uit te rekken en uit te mergelen. En daar houden we wel van . Eén hypnotiserende, psychedelische, kosmische trip, hallucinant, een LSD overdose zonder zelf aan de stuff te zitten. Fans van Hawkwind, het oude Monster Magnet, Black Mountain, Burning Brides en Warlocks hadden hier een vette kluif.

White Hills zweert al jaren bij dit genre zonder op een dood spoor te zitten of te verdwalen . Integendeel , White Hills imponeert . Ook op de pas verschenen ‘Frying on this rock’ vinden we memorabele momenten ; en die momenten kregen we in een minutenlange “Pads of light”, “Robot stomp” en “I write a thousand lettres” aangevuld met een gedrogeerd hoorspel van “Song of everything”. Wat een overrompeling van deze dopeheads , die eerder al op Roadburn een puike set neerpoten . Aangevoerd door ene Dave W met de lange wapperende haren, strakke broek en een bloemetjeshemd , de bevallige Ego Sensation, een jonge Poison Ivy, een blonde , sensuele dame in rode mini-outfit en opvallende rode, hoge hakken, en drummer Lee Hinshaw , nog de meest gewone van de drie.
Ze waren niet vies om hun aanpak te injecteren met een bulldozergeluid op z’n Cosmic Psychos of die sober  te verfijnen in repetitieve, slepende ritmes . Verder noteerden we (al of niet) improviserende hypnotische trips  als “Oceans” , “Three quarters” , “Conditions of nothing” en “H-P1” .
White Hills:  stonerpsychedelica ‘en verve’ - Wat een ontdekking , maar wel al een kleine tien jaar bezig!

Organisatie: Botanique, Brussel

The Jezabels

The Jezabels – aangename verrassing!

Geschreven door

 

The Jezabels
Ancienne Belgique (Club)

Met Pasen in het achterhoofd verschijnen hier een paar grote kanonnen , die niet vies zijn van enig goths en religie. Er is het Rewind Fest , maar eerder nog Florence & The Machine. In de voetsporen kunnen we niet omheen de fijne ontdekking van The Jezabels, die met Hayley Mary een priesteres in spé afleveren , met haar goddelijke , krachtige stem  .
Dit kwartet uit Australië (Sydney) wordt sterk onderschat. Ze brengen melodieuze symfonische pop-rock, die kan gelinkt worden aan  Coldplay, The Killers , Arcade Fire en natuurlijk Florence &The Machine.

Op het podium zien we  haar indrukwekkende 'présence' en uitstraling. Fysiek
doet ze denken aan Sharleen Spiteri (Texas) . Naast Hayley omvat The Jezabels de
mooie Heather Shannon op piano en keyboards, Nik Kaloper op drums en
Samuel Lockwood op gitaar. We hoorden een vlekkeloze prestatie van het kwartet. De sound zat perfect in elkaar en liet ruimte voor de sublieme stem van Hayley, zowel in de intieme als in de sterke , epische momenten.
Het overgrote deel van de setlist wordt ingenomen door hun eerste album, ‘Prisoner’. Nummers als "Endless Summer", de eerste single, "A Little Piece", "City Girl" en vooral "Try Colours"  werden door het publiek zeer goed ontvangen, maar het zijn de twee oudere
nummers, "Easy To Love" en "Hurt" die voor de meeste reacties zorgen. De groep sluit af met  'Hurt Me ", die uitmondt in een prachtige, hypnotiserende piano riff.

Voor de 'encore' preciseert Hayley dat dit het laatste concert is van hun Europese tour. Een goede reden om alles nog eens  te geven in een zalvend milde  "She's So Hard ' en het
fantastische "Dark Storm ", die je hier kunt bekijken (http://www.youtube.com/watch?v=fBU7RkXnF_g&feature=youtu.be)

Noteer alvast The Jezabels , één van de mooiste muzikale verrassingen uit Australië

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-jezabels-28-03-2012/

(vertaling Philippe Bauwens – Johan Meurisse)
 
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Pagina 276 van 386