Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Stereolab

Raphael Saadiq

Ego speelt Raphael Saadiq parten in AB

Geschreven door

Raphael Saadiq heeft een cv waar u en ik jaloers op zouden zijn. De man speelde in succesvolle bands, schreef enkele billboard hits bij elkaar en werkte samen met zowat iedereen met 'soul' in de VS. Mary J. Blige, D'Angelo, Macy Gray, The Roots tot zelfs Whitney Houston en de The Bee Gees deden beroep op het kunst en vliegwerk van Saadiq. Z'n eerste solo album in 2005 was meteen goed voor 5 Grammy nominaties. Op papier een veelbelovende avond in Brussel …
Saadiq betrad het podium in de AB alsof hij reeds aan de bisnummers begon. Het applaus kon niet hard genoeg en er werden al wat handjes uitgedeeld met het publiek. Gelukkig speelde de band ondertussen een funky instrumental die meteen de muzikale toon voor de avond zette. Het optreden begon snedig met openers "Good Man" en "Heart Attack", nummers van de laatste plaat ‘Stone Rollin”’. Saadiq begon meteen het publiek te bespelen en ging verder met een, bijwijlen rommelige, funky medley die weliswaar eindige in een prima versie van "Radio".
Bij de volgende hit "Stone Rollin'" moest er meteen een heel stuk meegezongen worden door het publiek maar het hoogtepunt van de avond hadden we eigenlijk al achter de rug. Het ontbrak Saadiq verder aan voldoende inspiratie en performance om de juiste schwung langer dan één nummer in de set te houden en haalde de snelheid er telkens uit door allerlei manoeuvres. De man bracht enkele nummers uit eerdere albums waarbij vooral de dansroutine van de tamelijk gezette pianist iedereen zal zijn bijgebleven. Saadiq showde wat al te graag zijn gitaarskills én biceps.
"Don't Mess wit My Man" is waarschijnlijk z'n bekendste nummer al weten weinig mensen dat hij er voor iets tussen zat. Met de supergroep 'Lucy Pearl', met onder andere leden van 'En Vogue' en 'A Tribe Called Quest', scoorde hij in de jaren '90 deze instant classic. Het nummer werd misschien niet alle eer aangedaan door de zangeres van dienst maar het blijft wel een zalige riff.
Hoogtepunten waren telkens weggelegd voor de bandleden. De solo van gitarist John Smith, met volledige achter-de-rug-speel-techniek inbegrepen, was het strafste moment van de avond en achtergrondzanger DJ had een pak meer in zijn mars dan hij van meester Raphael mocht tonen. Verrassing van de avond kwam op de naam van de struise pianist die, naast aardige dansmoves, tijdens de bandvoorstelling op het einde ook nog over een heel grote soulstem bleek te beschikken. Saadiq zorgde nog voor een onovertroffen melige act door een meisje uit het publiek te kiezen, zich naast haar te vleien en een song voor haar te brengen maar het publiek stoorde zich er duidelijk niet aan.

Saadiq heeft talent zat, maar jammer genoeg stond zijn ego in de weg en hebben we daar in de AB dus veel te weinig van kunnen zien. Ergens zat er een zalige funky soul avond in…maar die kwam er jammer genoeg niet volledig uit.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Lambchop

Lambchop – elegante ‘woonkamer’ pracht

Geschreven door

Lambchop, van sing/songwriter Kurt Wagner én al bijna twintig jaar bezig, heeft een eigen unieke weg geplaveid binnen de alt.country/americana. We horen een sfeervol, melancholisch, somber, dromerig geluid van rustig voortkabbelend materiaal …  Kamerpop, slowmotionmusic en elegante haardvuursongs van ‘Nashville’s most fxx –up country band’, het uitgangsbord dat Wagner en C° zich eigen hebben gemaakt .
De samenwerking met support Cortney Tidwell (onder de naam KORT) resulteerde al eerder in het wisselvallige ‘Invariable Heartache’ . Voor de nieuwe tour , vier jaar na ‘Oh (Ohio)’ maakt ze deel van het losvast collectief van de tandem Wagner en z’n pianist Tony Crow. ‘Mr M’ is aan de overleden sing/songwriter en goede vriend Vic Chesnutt opgedragen . Onder de zanger Wagner, met de neuzelende voordracht en mompelende bromstem, klinken de songs sentimenteel , plechtig en serieus, én toch … met een grappig, cynisch ondertoontje .

Live zien we een verfijnde statische aanpak , een zwaarmoedige sfeer , een ingehouden minimalisme, waarbij elk geluidje weloverwogen past binnen de outfit van de cd . Wagner beschikt over een goed op elkaar afgestemde band , een sextet , die het eerste uur volledig de nieuwe cd ten gehore bracht.
Een luisterend publiek respecteert de subtiele , stilistische sound  en draagt Wagner een warm hart toe .  Wagner , steevast met honkbalpet, bedankt op z’n beurt dan z’n publiek voor het geduld en de inleving . Na een pakkende zeurderige “Give it” intro voerde Lambchop ons mee in hun ontroerende rit waarbij de alt.country/americana deels in jazz en soul werd gedrenkt, zoals we vroeger al hoorden van een terug opgedoken Spain … Op die manier ging het van een “If not I’ll just die” naar het  breder klinkende “2B2” tot de gitaarslides en steelpedal  van “The good lifed is wasted” .
Beeldend …Een ingehouden klankenspectrum, een ‘easy listening’ ervaring, die ons eventjes doet relativeren, droom , fantasie , melancholie en tristesse . “Kind of”, “Gone tomorrow”, “Mr Met” , “Nice without mercy” en “Never my love” volgden. Tussenin hadden we het soundtrackachtige “Betty’s overture” .
Bij de voorstelling van de band werd het ijs doorbroken; Crow nam er even de muzikale spanningsboog en de verhalende tekstinhoud van Wagner  uit met wat ludieke, sappige en aangebrande verhaaltjes. Het zorgde voor ontnuchtering en een gezonde dosis relativering van de broze, kwetsbare muziek . Het was ook de aanzet om wat ouder materiaal van onder het stof te halen, “My blue wave”, “The man who loved beer” uit de doorbraakcd ‘How I quit smoking’ en het toepasselijke “Bon soir, bon soir” , van het debuut, die een ietwat voller geluid kreeg en de steelpedal liet doorklinken, aangevuld met een zalvend palet backing vocals. We hoorden een ‘close harmony’ met de oude sound van Cowboy Junkies. Deze songs herinnerden aan z’n optreden in de Bota een goede twaalf jaar terug , waarbij Yo La Tengo hen een goede  soundcheck afsnoepten .

Lambchop wuifde ons uit en besloot een hectische dag op rustige wijze. Na het sfeervolle “Guess I’m dumb” ( door Brian Wilson geschreven) toonde Lambchop zich van z’n extraverte kant met de  licht huppelende ritmes van “Up with people” en een dynamische versie van “Give it” die uitmondde in flarden “Once in a lifetime” van Talking Heads . Wagner veerde recht en porde het publiek aan tot handclaps … een mooi contrast tav de rest van de set , maar ook een bewijs om de gespannen inhoud een leuke,  luchtige tune te bieden … 
Op die manier slaagde Lambchop er in de sfeervol, sombere, elegante woonkamermuziek knetterende, dynamische  ritmes te geven .

Eerder zagen we nog enkele songs van Tidwell die door de Lambchop crew werd begeleid, lieflijk, indringend , maar ook bezwerend en duivels. Zo zie je maar …

Organisatie: Botanique, Brussel

Rammstein

Rammstein - Sie waren eine Wucht von Größe!!!

Geschreven door

Het Duitse Rammstein had België op 08/03/2012 gekozen als afsluiter van hun tour, en ging door in het Sportpaleis van Antwerpen. In een mum van tijd gingen de tickets de deur uit en gelukkig was ik bij één van de gelukkigen.

Na de openingsact Deathstars was het aftellen geblazen…en opeens kwam er beweging in het Sportpaleis. Langzaam maar zeker kwam de loopbrug uit het dak afgedaald, vergezeld van een duister deuntje en luchtflessen die af en toe stoom aflieten. Iedereen uiteraard gefascineerd naar de loopbrug aan het speuren om de muzikanten te aanschouwen tot plotseling de spot naar de achterkant van de zaal ging om daar Rammstein, die elk met een fakkel in de hand stapvoets richting het centrum van de zaal marcheerden, te verwelkomen.

De show was begonnen…eenmaal ze hun positie op het podium hadden ingenomen werd er afgeteld in hun moedertaal, om het openingsnummer “Sonne” te laten weerklinken. Lang moesten we niet wachten op bijkomende effects, want de spots boven het podium bestonden uit grote cirkelvormige ‘douchekoppen’ die konden roteren en bewegen van boven naar onder. Ook spots in de vorm van Rammstein’s logo waren aanwezig om het showelement extra in de verf te zetten.
Rammstein zou Rammstein niet zijn als er geen vuur aan te pas kwam, en bij “Wolt Ihr Das Bett in Flammen Sehen” werd het direct warm voor onze voeten. De vlammenzeeën schoten uit het podium en daarmee werd ook duidelijk waarom de artiesten uit voorzorg hun vaste posities op het podium hebben ;-) Er was meer 1 uitzondering betreft vaste posities, want de toetsenist Flake had zijn eigen loopband meegebracht om al joggend sommige nummers in te spelen.
Het was een ‘best-of’ tour, en hits als “Keine Lust”, “Sehnsucht”, “Asche Zu Asche’, “Feuer Frei, “Mutter”,” en “Links 2-3-4” stonden op de setlist, quasi ieder nummer voorzien van het nodige vuurwerk. Ze hadden zelfs raketten mee die over het publiek scheerden om met een luide knal terug richting het podium te ontploffen.
Andere hits die we aanhoorden waren, “Mein Teil”, “Du Riechtst So Gut”, de meezinger “Du Hast” en “Haïfisch” (waarbij toetsenist Flake crowdsurft in een rubberen bootje) .Tijdens “Mein Teil” wordt de toetsenist verplicht in een gigantische ketel te kruipen die schijnbaar wordt opgewarmd door de vlammenwerper die zanger Till (die zichzelfs reeds in een slagersschort heeft gehesen) heeft kunnen bemachtigen.
Het licht ging uit, en in het midden van de zaal verscheen gitarist Richard die rustig enkele deuntjes op een keyboard afspeelde. Ondertussen merkte het publiek op dat de loopbrug opnieuw naar beneden werd gehaald. Op de begintonen van “Bück dich” sleurde drummer Christophe Schneider de overige bandleden mee richting middenplein en op sm-wijze (met zo’n bal in de mond en aan de leiband) werden ze verplicht het mini-podium te beklauteren. Ondertussen had Till zich al kunnen vrijmaken om zijn stem te verlenen aan het nummer en om tussendoor zoveel mogelijk van zijn kameraden op zijn hondjes te nemen, uiteraard figuurlijk gesproken, om dan uiteindelijk zijn vulling over het publiek te lossen… “Mann Gegen Mann” en het ingetogen “Ohne dich” (fantastische meezinger) werden nog midden in het volk op het mini-podium gezongen om dan via de loopbrug richting hoofdpodium terug te keren. De Duitsers lieten uitschijnen dat het feestje afgelopen was, maar iedere concertganger weet uiteraard dat er nog iets extra’s te verwachten viel.
Als extra werden “Mein Herz Brennt”, “Amerika” en “Ich Will” gebracht. Wanneer de hit “Engel” als bisnummer wordt ingeluid krijgt Till zelfs reuzenvleugels op zijn rug gemonteerd die aan de uiteinden uiteraard voorzien zijn van vlammenwerpers. Zoals je wellicht al kunt voorstellen was de temperatuur in het Sportpaleis al ettelijke graden in de lucht gegaan.

Afsluiter was “Pussy” waarbij Till een schuimkanon in de vorm van een mannelijk lid bestuurt waarbij hij het publiek op de voorste rijen onder het schuim spuit, over interactie met het publiek gesproken opnieuw
J

Een zeer gesmaakt optreden met een zalige setlist en een showspektakel om U tegen te zeggen! Rammstein, Sie waren eine Wucht von Größe!!!

Organisatie: Live Nation

Hooverphonic

Hooverphonic With Orchestra – Wolfs in schapenvacht

Geschreven door

Hooverphonic With Orchestra – Wolfs in schapenvacht
Goede wijn behoeft geen krans, zeker niet als die jarenlang op eiken vaten gerijpt is. Al vijftien lentes was het een natte droom van Alex Callier om de Hooverphonicsongs een orkestjasje om te doen. Het werd een smoking, een gala-avond om u tegen te zeggen. En voor wie er nog aan twijfelde, een gloriërende Callier herhaalde het tot tweemaal toe: Noémie Wolfs is ‘The Voice of Belgium’.

Een applausjesfeestje, de hele avond lang. De complimenten vlogen op het podium van links naar rechts en van voor naar achter. Maar het was (meer dan) terecht. De vele muzikale vruchten van Hooverphonic werden uitgestrooid op een banket van klasse en intensiteit die de Antwerpse Koning Elisabethzaal achteraf spontaan recht deed veren.
Klasse dus. Zelfs de PA-man moest verplicht een kostuum aan, want de veeleisende frontman van Hooverphonic staat voor details, voor echtheid in zijn retrostijl, maar telkens ook voor klassiek. De hele groep en de dirigent in witte pakken met zwart hemd en dito schoenen, het 42-koppige orkest erachter in zwarte kostuums en de lady die de dans leidde zelf in een zwart-witte, visgraat-baljurk.
Ze stond er. Van minuut 1. Voor het gordijn zich opende, helemaal alleen, met de inzet van “Battersea” waarin pianist Remco Kühne inviel. De toon was gezet, maar die zou zich ontspinnen in hoogtes en laagtes, in breed en smal, in opzwepend en ingetogen.
Sensueel ook hoe La Wolfs als een diva voortschreed, haar staander streelde en schijnbaar hooghartig de zaal overgoot met klanken die bijna helemaal deden vergeten dat Hooverphonic vroeger Geike Arnaert was. Wolfs deed het met de juiste handjes, de juiste pasjes, de juiste hoofdbewegingen, maar vooral met haar juiste stem, soms gepast uitdeinend op een echo.
Het gordijn rolde open op “One, two, three” en we waren vertrokken voor een aaneenrijging van de bekende (en minder bekende) songs die stuk voor stuk een ander arrangement kregen. Soms gedurfd, af en toe braaf. Gedurfd was in elk geval de cover van “Unfinished Sympathy” van Massive Attack: Wolfs alleen met pianist Kühne voor het orkest.
We onthouden nog een knappe versie van het enige uptempo nummer “The World is mine” met de blazers in de hoofdrol en een zwoele “2 Wicky”, dat na anderhalf decennium onverslijtbaar mooi blijft, en “George’s Café”  met een westerkantje aan. Op “Jacky Cane” stapte de zaal klappend mee de intro in, wat de strijkers subliem overnamen.
Callier – samen met gitarist Raymond Geerts de enige authentieke Hooverphonic - kon het af en toe niet laten om eens om te kijken en triomfantelijk te glunderen toen hij zag dat het goed was. Hij viel in zijn vrij grappige bindteksten over het niveau van zijn eigen Nederlands en liet - op die tweede avond van hun reeks van zes die al allemaal uitverkocht waren - zijn cassante geest vechten met recensist Bart Steenhaudt , die hem had willen horen zwijgen in plaats van wauwelen en zingen. Maar ook met zijn leadzangeres die hem verschillende malen woordelijk prompt van het podium veegde.

Tot tweemaal toe bejubelde Callier zijn Wolfs in schapenvacht als ‘The Voice van Belgium’, waarna hij zich verontschuldigde bij zijn twee overgebleven kandidates in ‘The Voice Van Vlaanderen’ (Iris Van Straten en Joke Vincke) die in de zaal meegenoten. ‘Is het nu al gedaan? Zo rap?’, vroeg Iris zich na kop een uur luidop af toen de groepsleden zich voor een eerste keer terugtrokken.
Maar ze bisten nog intens met een breekbare versie van “Sometimes” en een super gestileerd “Eden” en “Renaissance Affair”. Een tweede bisronde begon met een instrumentaal nummer dat Callier deed terugdenken aan Serge Gainsbourg die hem ooit met het orkest-met-strijkers-virus besmette om dan helemaal af te sluiten met “Danger Zone”. Na een anderhalf uur, meteen een sollicitatie om de soundtrack van de volgende James Bond-film te mogen schrijven (had Callier zich halfweg al laten ontvallen).

Voor de (snelle) geïnteresseerden: op 26 oktober is er een extra gig in het Antwerpse Sportpaleis.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hooverphonic-with-orchestra-07-03-2012/

Organisatie: Greenhouse Talent

The Jayhawks

The Jayhawks - Vakmanschap is niet altijd meesterschap

Geschreven door

Minneapolis, Mon Amour: het zou een songtitel van Stijn Meuris kunnen zijn, maar het is bovenal een fraaie AB concertreeks die de spotlights richt op één van de belangrijkste epicentra van de Noord-Amerikaanse alternatieve rock scene. The Trashmen, The Replacements, Hüsker Dü, Soul Asylum, Babes In Toyland, Semisonic,...: iedere zichzelf respecterende rockadept weet intussen dat er iets bijzonders in het water van de City of Lakes zit. In bovenstaand rijtje passen ook The Jayhawks, een groep die zoals alle goede dingen in het leven in verschillende versies bestaat. Met zanger/gitarist Mark Olson aan boord was de band in de early 90ies verantwoordelijk voor een revival van de close harmony folkrock, zonder Olson werden The Jayhawks langzaam maar zeker een stuurloos schip onder het bevel van de overgebleven sterkhouder Gary Louris.
Een paar jaar terug kruisten Olson en Louris terug elkaars muzikaal pad, en voor ze het goed en wel door hadden , bevonden ze zich samen met een aantal andere originele Jayhawks kompanen in de studio om een nieuw album in te blikken. ‘Mockingbird Time’ is duidelijk meer dan een fraaie reünieplaat geworden, ze laat bovenal horen dat de tandem Olson-Louris nog een flink eindje kan meefietsen met de Fleet Foxes van deze wereld.

The Jayhawks kregen afgelopen dinsdag de eer om Minneapolis, Mon Amour op passende wijze af te sluiten, maar de diesel van Olson en Louris was duidelijk nog niet warm gelopen toen een slordig en futloos “Wichita” uit hun magnum opus ‘Hollywood Town Hall’ (‘92) werd ingezet. De elektrische gitaar van Louris miste de nodige punch en ook bij Olson was enige bevlogenheid aanvankelijk ver te zoeken. Na een middelmatig “Take Me With You (When You Go)” vreesden we zelfs heel even dat de mot er voor de rest van de avond zou blijven inzitten, ook al omdat de rest van de groep een bezadigde indruk gaf.
Eigenaardig genoeg keerde het tij pas bij de nummers uit de nieuwe plaat ‘Mockingbird Time’, zoals “Closer To Your Side” en het bescheiden radiohitje “She Walks In So Many Ways”. Voor het eerst zat de close harmony tussen beide frontmannen echt goed en deden ze hun reputatie van folkrocking Everly Brothers alle eer aan.

Geen mens die echter nog maalde om de valse start toen een heerlijk melancholisch “Blue” uit de boxen rolde. Met voorsprong de beste single die The Jayhawks op hun geweten hebben, en ook in de AB goed voor één van de hoogtepunten van de avond. De groep hield dit momentum vast met het innemende “No Place”, één van de oude Mystery Demos die vorig jaar aan de reissue van ‘Tomorrow The Green Grass’ werden toegevoegd. Met de nieuwe songs “Tiny Arrows” en “Black-Eyed Susan” bewezen Olson & Louris bovendien dat ze ook anno 2012 in de back catalogues van Flying Burrito Brothers, Byrds en Buffalo Springfield nog steeds genoeg ingrediënten vinden om hun eigen tijdloze countryfolk te brouwen. Klassieke oudjes als “I’d Run Away” en “Two Hearts” moesten qua spankracht en souplesse het zelfs afleggen tegen het nieuwe werk.
De gezapige countryboy Olson en de overgeconcentreerde Louris kon je de ganse set door moeilijk beschuldigen van overdreven enthousiasme. Daarvoor waren hun bindteksten immers te bescheiden en kleurden hun gitaren te weinig buiten de lijntjes om de overigens goed gevulde AB echt te doen vonken. Helemaal op het eind van de set vielen beide heren toch één enkele keer uit hun rol. Toen de guitige Chuck Prophet de rangen kwam vervoegen tijdens het obscure gospelcountry niemendalletje “Up Above My Head” waanden we ons heel even in de evangelische kerk, met Olson in de rol van publieksmennende predikant.

Tijdens de bisronde kregen zowel drummer Tim O’Reagan als Olson elk een vrijgeleide om met respectievelijk “From Tampa To Tulsa” en “How Can I Send Tonight (There To Tell You)” één van hun eigen schrijfsels te brengen. Oerdegelijke nummers, dat wel, maar het publiek bleef toch halsreikend uitkijken naar meer radiovriendelijk voer. Dat kwam er ook, met “Waiting For The Sun” en het van Grand Funk geleende “Bad Time” waarmee het doek definitief viel over Minneapolis, Mon Amour.
The Jayhawks daarentegen zijn, op grond van hun knappe come-back plaat, nog niet aan het einde van hun Latijn maar kunnen op het live front wel een dosis spierversterkende middelen gebruiken.


Opwarmer van dienst Chuck Prophet is voor vele Jayhawks fans ongetwijfeld een oude bekende. Sinds het verscheiden van Green On Red leverde de robuuste singer-songwriter een trits indrukwekkende soloplaten af die net als het werk van Olson en Louris stevig geworteld zijn in de Amerikaanse rock, country en folk traditie. Zonder zijn begeleidingsband The Mission maar met het nagelnieuwe album ‘Temple Beautiful’ onder de arm, opende een goed gemutste Prophet met “Let Freedom Ring”. In tegenstelling tot zijn makkers van The Jayhawks kreeg Prophet meteen de juiste live vibe te pakken, en stond die tijdens zijn halfuur durende set eigenlijk nooit meer af.
We noteerden “The Left Hand And The Right Hand” en “I Felt Like Jesus” als knappe nieuwe songs, maar het meest beklijvende moment had de Amerikaan opgespaard tot helemaal op het eind. Uit de vergeten parel ‘Age Of Miracles’ (‘04) diepte hij het funky ingekleurde “You Did (Bomp Shooby Dooby Bomp)” op, waarmee Prophet het duffe en kleurloze imago van het singer-songwriter metier met de nodige zin voor avontuur van tafel veegde. Nu enkel nog hopen dat de organisaties van Cactus en Dranouter ook meelezen, en het wordt weer een schitterende festivalzomer.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Fall

The Fall - Gek of geniaal ?

Geschreven door

De ultieme cultgroep, kunnen we misschien wel zeggen. Geen band die sinds 1979 al de ene plaat na de andere uitbracht (zo een dikke 40 stuks,’Ersatz’ heet de nieuwe), daarop steeds hun eigen halsstarrige zin deden, nooit geliefd geweest zijn bij het grote publiek, maar des te meer aanbeden door freaks en een hoop artiesten uit de alternatieve scene. Een invloedrijke band, altijd in de underground gebleven, daar waar het goed vertoeven is en een figuur als Mark E. Smith volledig zijn ding kan doen. Want, laten we duidelijk zijn, Mark E. Smith is The Fall. Verder is de groep een echte duivenpier geweest in al die jaren.

Mark E. Smith, 55 is ie al (ziet er wel enkele jaartjes ouder uit), moet zowat de meest geschifte  frontman zijn die we ooit op een podium gezien hebben. Hij zong niet één verstaanbaar woord, trok de meest waanzinnige smoelwerken (heeft die man eigenlijk wel tanden ?), had een soort onbegrijpelijke mimiek en gebarentaal (ergens tussen een spastische Joe Cocker en Mr. Bean), zat voortdurend aan de versterkers van zijn muzikanten te prutsen, bewerkte de drums met zijn micro en zong (of liever, bralde) geregeld door 2 micro’s tegelijkertijd. Gek ? zeer zeker, de man heeft zowat het profiel van de super alcoholicus. Geniaal ? Yep, dat ook.
The Fall was vanavond een strak spelende band met nerveuze gitaren, hakkende drums en af en toe nog wat overblijfselen van eighties keyboards. Met het geneuzel van Mark E Smith daarbovenop resulteerde dit in een smerig potje driftige postpunk. Nog steeds compromisloos, dwars en daarom vrij indrukwekkend.
Dit was zo een optreden die we gewoon moesten ondergaan, ons blind starend op die geschifte kerel op het podium en ons afvragend : is die gast nu gek, acteert hij dit of is hij gewoon ladderzat. Het juiste antwoord zullen we nooit weten, moet ook niet, voor ons is The Fall een legendarische band die best wel zijn geheimen en onzinnigheden kan hebben. Prettig gestoord, noemen we dat.

The Fall was tot op heden nog een blinde vlek op ons ondertussen al omvangrijk concert cv. We zijn sedert vanavond een heuse ervaring rijker, dit hebben we ook alweer gehad.

Organisatie: Aéronef, Lille

Tindersticks

Tindersticks - Tristesse met kleurschakeringen

Geschreven door

De lente hing in de Brugse lucht, maar binnen in het Concertgebouw klonk die avond muziek waarin de herfst maar geen afscheid wou nemen. De solo uitstapjes van zanger Stuart A. Staples, gevolgd door enkele personeelswissels, hadden sommigen nochtans doen twijfelen aan de toekomstperspectieven van Tindersticks. Maar al vanaf opener “If You’re Looking For A Way Out” kon iedereen opgelucht ademhalen: live hebben deze stijlvolle muzikanten nog altijd niets ingeboet aan ingetogen ‘pop noir finesse’ en ook de bariton van frontman Staples leek sensueler dan ooit te klinken.

Het kwintet uit Nottingham speelde die avond geen ‘greatest hits’ show, wel veel nieuwe nummers die stuk voor stuk illustreerden dat ze met hun jongste album ‘The Something Rain’ opnieuw een pareltje toevoegen aan hun rijk gevulde, melancholische oeuvre. Hoopgevend dat een band ook na negen studioplaten kan blijven boeien en een schare trouwe fans inspireren!
Door het subtiele samenspel van orgel, gitaar, bas en drum, die eerder gestreeld werd dan gemept, broeide onderhuids een jazzy sfeertje tijdens “Come Inside”. De uitnodigende nachttrompet op het eind van het nummer deed iedereen overstag gaan om aan te kloppen voor zoveel behaaglijkheid.   
Ook “Chocolate”, de opener uit het nieuwe album waarop toetsenist David Boulter een ranzig relatieverhaaltje debiteerde, klokte af op meer dan tien minuten maar verveelde geen seconde.
Wie trouwens beweert dat Tindersticks uitsluitend verzwelgt in deprimerende tristesse is ofwel van kwade wil of mag zich dringend een paar nieuwe oren aanschaffen. Het donkere kantje blijft steeds aanwezig, maar subtiele schakeringen verrijkten de sound van het gezelschap. Op “This Fire Of Autumn” bijvoorbeeld, dat met een licht funky gitaartje enige dans lust los bracht in de zaal, of op “Slippin’ Shoes” waarin zelfs een reggae geurtje op te snuiven viel.  
Het bezwerende, door een blazer aan flarden gereten “Frozen”, ook al uit de nieuwe plaat, bleek de ruggengraat van de set, waarin ook “Psychosis” (uit het ‘Waiting For The Moon’ album) als vanouds knipoogde naar The Velvet Underground en  Yo La Tengo. 
Toch was dit optreden niet geheel vrij van kleine minpuntjes. Al leent de muziek van Tindersticks zich niet echt tot luchtige intermezzo’s, iets meer interactie zou de afstandelijkheid met het publiek in het ruim bemeten Concertgebouw verkleind hebben. Bovendien gaven ze er inclusief twee bisrondes al na anderhalf uur de brui aan. Vanuit onze comfortabele fauteuils hadden we een half uurtje extra nochtans enorm geapprecieerd.
Al was het laatste bisnummer “Medicine” er wel eentje dat we iedereen willen voorschrijven en dat een uiterst aangename bijwerking had op ons gemoed.

Tindersticks, het blijft een verslaving waarvan het ondanks medicijnen moeilijk afkicken is.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Breakestra

Le Fonque presents Breakestra – Funkylicious

Geschreven door

Wie de L.A.- funkband Breakestra (nog) niet kent, moet hier maar eens dringend verandering zien in te brengen. Het swingende, funky collectief rond frontman Miles Tackett blijft zich echter doelbewust – en gelukkig ook maar - ‘low profile’ opstellen en je zal hen dan ook nooit in grote en kille concerthallen terugvinden. Dit zou trouwens een immens groot deel van hun charme en gezelligheid laten wegsmelten als sneeuw voor de zon. Iets waar vele succesvolle bands in wording soms beter een voorbeeld zouden aan nemen. Hun twee vorige verschijningen in Gent (Democrazy, 2009) en Kortrijk (De Kreun, 2006) ontaardden telkens in een zwoel en zweterig funkfeest.  Ditmaal in de Magdalenazaal moeten ze merkbaar toch harder werken om het net iets te schaars opgekomen publiek ook zover te krijgen.

Eén van de constanten bij Breakestra is dat Miles zich altijd omringt met een horde uitstekende musici en hij maakt er, met welke bezetting dan ook, altijd een feestje van. Opvallend is dat de geweldige soulstem Afrodyete naast Miles Tackett het enige bekende gezicht is op het podium. Na een volledig nieuw instrumentaal nummer wordt ze aangekondigd, waarop ze hinkend als een funky pinguin  het podium bestijgt om er voor de rest van de avond een massief ebbenhouten hoofdrol op te eisen.
Het eerste half uur krijgen we naast “Humpty Dump”  vooral nieuw en nog onbekend werk te horen. Zou er dan toch een nieuw album in aantocht zijn? Na een ononderbroken half uur barst het feestje los met “No matter where you go”  en ander materiaal uit de laatste twee albums. “Come on over”, “Low down stank”, “Gotta let me go”, “Posed to be”, “Show/Prove”  en een reggae- geïnspireerde versie van “Ring Of Fire” (Johnny Cash) worden met de zeer typische drumbreaks en gitaarbreaks aan elkaar geregen.
Bij het zeer aanstekelijke nummer ‘‘Getcha Soul Togetha”  wordt het publiek gevraagd wat dichter bij te komen. De funky moves van het publiek komen er dit keer zonder uitdrukkelijke vraag van Afrodyete.
Om het publiek nog meer in beweging te krijgen, gooien ze ‘Miss funky sole’  er bovenop. Zonder verpozen blijft Breakestra er het ene nummer na het andere er doorjagen, natuurlijk met de nodige aandacht voor elke muzikant en diens persoonlijk moment de gloire.  Het voor mij nog onbekende nummer “Watts break away”  dragen ze op aan de onlangs overleden Johny Otis, ook wel de ‘godfather of rythm and blues’ genoemd.
 Hun set is een geweldig opgebouwde afwisseling van moods, handig aan elkaar geweven door middel van de steeds ingebouwde drum- en gitaarbreaks. Zo weten jullie meteen ook waar ze hun naam vandaan halen. Hun set valt opnieuw te vergelijken met authentieke jaren zestig en zeventig funk, doorspekt met oude hip hop- samples, dit alles in een hedendaags jasje.
Hun laatste half uur spelen ze vooral nummers uit het album ‘Hit The Floor’, zoals “Stand up”, “Burgundy Blues”, “You don’t need a dance”, “Hiding”  en “Family Rap” dat voor de gelegenheid door de geweldige man aan de keyboards wordt ingerapt. Vooraleer ze afsluiten met een nummer uit het eerste album, “Sexy coffee pot” , wordt het kraakverse nummer “Funky Bull” op het publiek succesvol uitgetest. In anderhalf uur presenteren ze met een geweldig aanstekelijke drive het gros van hun repertoire. 

Een Breakestra- set kan je vergelijken met een mixtape van een DJ, maar dan enkel met live instrumenten. Eén brok positieve energie dat zelf stijve harken weet te overtuigen tot spontane funky moves.  Voor mij mogen ze gerust nog een paar uurtjes doorgaan. Helaas, niets is minder waar…
Tot een volgende afspraak Mr. Miles!


Organisatie: Cactus Club , brugge

Pagina 278 van 386