Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_22
Stereolab

Turbowolf

Turbowolf heeft z’n naam niet gestolen

Geschreven door

 

Er zijn zo van die Bota avonden - twee concerten in hetzelfde zaaltje . We konden van deze twee Turbowolf en Pulled Apart By Horses onze vinger aflikkens … “A nice rockin’ time” in de Rotonde  … Knallend , stampend, staalhard, fel,  zompig en leuk … Kijk , een publiek en een band die er voor gaan … soms moet dat niet meer zijn!

Turbowolf , een vurig kwartet uit Bristol, stak van wal en een klein uur ondergingen we hun hevige rock’n’roll,  aangevuld en opgezweept door keys, die net dat iets meer bieden, en ons in de ‘70s rockpsychedelica doen tuimelen … Ze speelden enthousiast en beheerst een ruig goedje dat niet vies was van Zodiac Mindwarp (& the love reaction) en White Zombie. De amicale band en hun hippe zanger hadden Peter Fonda’s ‘Easy Rider’ in de aderen en rockten stevig . Een beter super gemotiveerde band , die het spelplezier liet gelden en geen motchafucks in de zaal spuwde ... De eerste nummers “Ancient snake” , “Seven severed heads”  en “The big cut” scherpten meteen de aandacht en toonden aan dat ze véél, héél veel in hun mars hadden .
Turbowolf heeft z’n naam niet gestolen en was er voor iedere rockliefhebber. “Read & write” linkte aan Hawkwind en Monster Magnet. Verder speelden ze Jefferson Airplane’s “Somebody to love”, die het retrogeluid fel kleurde . We waren nog onder de indruk van het slot door de punkrocker “Things could be good again” en de loodzware stonerrock van “Let’s die” ! Turbowolf plukt van alles wat in die hardere scene en maakt er een stevige en fijne rockende brij van . Op hun boxen stond ‘Jagermeister’ . Inderdaad Turbowolf was Straf Spul, mensen!

Hun Engelse vrienden uit Leeds Pulled Apart By Horses , kortweg PABH , hadden ook een rockparty geroken , want een goed uur speelden ze, hollend, bollend en vallend een dozijn nummers . ‘In your face screamocore’  met een hoop subtiele songtitels, werden gezongen, geschreeuwd en uitgespuwd door een weird hyperkinetische zanger Hudson. Ze putten uit hun twee cd’s en er werd maar middenin de set wat vaart geminderd met een ietwat toegankelijker, catchy, fijner, intenser broeierig geluid, zoals op “The crapsons” en “Some mothers”, maar voor de rest was het net als Turbowolf – lekker ondergaan van een band die vol overgave speelde , ontembare energie uitstraalde, en rake klappen uitdeelde door een explosieve sound , strak, hard, krachtig  en meedogenloos . Grommende gitaren en felle rukwinden voelden we op songs als “I punched a lion in the throat”, “Wolf hand” , “Bromance  ain’t dead” , “Meat balloon” , “Shake off the course” en “Venom” . Beestig goed dus wat de vier heren uitvoerden .  De snedige “Everything dipped in gold” en “High five” boden nog meer intensiteit en hadden  exploderende, razende tempowisselingen . Muzikaal brak de hel los en fatale genadestoten werden toegediend zoals we dat wel meer kennen van hardcore formaties … Een bulldozersound en een muzikale tornado … Heerlijk zoiets … ‘a man ain’t no man, when a man ain’t got no horse man ‘ Pulled Apart By Horses bood een antwoord …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/turbowolf-24-02-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pulled-apart-by-horses-24-02-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pulled Apart By Horses

Pulled Apart By Horses – Muzikale Tornado

Geschreven door

 

Er zijn zo van die Bota avonden - twee concerten in hetzelfde zaaltje . We konden van deze twee Turbowolf en Pulled Apart By Horses onze vinger aflikkens … “A nice rockin’ time” in de Rotonde  … Knallend , stampend, staalhard, fel,  zompig en leuk … Kijk , een publiek en een band die er voor gaan … soms moet dat niet meer zijn!

Turbowolf , een vurig kwartet uit Bristol, stak van wal en een klein uur ondergingen we hun hevige rock’n’roll,  aangevuld en opgezweept door keys, die net dat iets meer bieden, en ons in de ‘70s rockpsychedelica doen tuimelen … Ze speelden enthousiast en beheerst een ruig goedje dat niet vies was van Zodiac Mindwarp (& the love reaction) en White Zombie. De amicale band en hun hippe zanger hadden Peter Fonda’s ‘Easy Rider’ in de aderen en rockten stevig . Een beter super gemotiveerde band , die het spelplezier liet gelden en geen motchafucks in de zaal spuwde ... De eerste nummers “Ancient snake” , “Seven severed heads”  en “The big cut” scherpten meteen de aandacht en toonden aan dat ze véél, héél veel in hun mars hadden .
Turbowolf heeft z’n naam niet gestolen en was er voor iedere rockliefhebber. “Read & write” linkte aan Hawkwind en Monster Magnet. Verder speelden ze Jefferson Airplane’s “Somebody to love”, die het retrogeluid fel kleurde . We waren nog onder de indruk van het slot door de punkrocker “Things could be good again” en de loodzware stonerrock van “Let’s die” ! Turbowolf plukt van alles wat in die hardere scene en maakt er een stevige en fijne rockende brij van . Op hun boxen stond ‘Jagermeister’ . Inderdaad Turbowolf was Straf Spul, mensen!

Hun Engelse vrienden uit Leeds Pulled Apart By Horses , kortweg PABH , hadden ook een rockparty geroken , want een goed uur speelden ze, hollend, bollend en vallend een dozijn nummers . ‘In your face screamocore’  met een hoop subtiele songtitels, werden gezongen, geschreeuwd en uitgespuwd door een weird hyperkinetische zanger Hudson. Ze putten uit hun twee cd’s en er werd maar middenin de set wat vaart geminderd met een ietwat toegankelijker, catchy, fijner, intenser broeierig geluid, zoals op “The crapsons” en “Some mothers”, maar voor de rest was het net als Turbowolf – lekker ondergaan van een band die vol overgave speelde , ontembare energie uitstraalde, en rake klappen uitdeelde door een explosieve sound , strak, hard, krachtig  en meedogenloos . Grommende gitaren en felle rukwinden voelden we op songs als “I punched a lion in the throat”, “Wolf hand” , “Bromance  ain’t dead” , “Meat balloon” , “Shake off the course” en “Venom” . Beestig goed dus wat de vier heren uitvoerden .  De snedige “Everything dipped in gold” en “High five” boden nog meer intensiteit en hadden  exploderende, razende tempowisselingen . Muzikaal brak de hel los en fatale genadestoten werden toegediend zoals we dat wel meer kennen van hardcore formaties … Een bulldozersound en een muzikale tornado … Heerlijk zoiets … ‘a man ain’t no man, when a man ain’t got no horse man ‘ Pulled Apart By Horses bood een antwoord …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pulled-apart-by-horses-24-02-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/turbowolf-24-02-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Sharon Jones

Sharon Jones and The Dap Kings - Een avondje authentieke soul, heet van de naald

Geschreven door

Dat men de 54 jarige Sharon Jones de vrouwelijke James Brown durft te noemen, kunnen we best begrijpen. Het mens heeft de soul in haar ganse lijf en botten zitten en met een stembereik van hier tot in tot in Tokio laat ze bleekscheetzangeressen als Joss Stone, Duffy en Christina Aguilera mijlenver achter zich. Helaas vertaalt dat zich dat niet altijd in verkoopcijfers, maar een volle AB was wel haar deel.

Samen met haar 10 koppige band, inclusief twee volumineuze backgroundzangeressen en een swingende blazerssectie, grossierde de dame in authentieke soul van uit de tijd van James Brown, Aretha Franklin, Tina Turner (Ike periode), Sam Cooke en Otis Redding. Echte zweterige soul waar de huidige platvloerse commercie nog geen vat op heeft gekregen, alsof de tijd heef stilgestaan. Lekker groovende up tempo soul, funk- en motown songs werden afgewisseld met heerlijke ballads, alles in de geest van meer dan 40 jaar geleden, maar vooral tijdloos.
Het was duidelijk dat Sharon Jones meermaals met haar krachtige soulstem wou uitpakken, soms was het een beetje van het goede te veel, maar we namen het er graag bij. In een lange uitvoering van “When I come home” was de soultrain van The Dap Kings op kruissnelheid, de funk en soul barstten uit hun voegen en de vocale uithalen en danspasjes van Sharon, inclusief een paar ferme staaltjes kontschudden, waren navenant. James Brown was definitely in da house.
Haar volle stem kreeg ook nog eens een hoofdrol in een prachtig en emotioneel geladen “Mama don’t like my man” waarvan de lange intro een eerbetoon was aan recent overleden dames met ook al een indrukwekkend longgehalte als Etta James en Amy Winehouse. En we hadden het kunnen denken, helaas werd daarbij ook de onvermijdelijke kwijlspons Whitney Houston niet vergeten.
Nadat ondermeer een funky “Better things” danig op de dansspieren werkte was de band al aan bissen toe met alweer een lange, maar gloeiend hete versie van “100 days, 100 nights” waarin de volledig onder stoom gebrachte Dap Kings nog eens op de meest swingende manier mochten loos gaan.

Een prachtig avondje pure, hete en onvervalste soulmuziek.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Real Estate

Real Estate – Ontspannend Heerlijk op de golven van de zee

Geschreven door

Real Estate – Ontspannend Heerlijk op de golven van de zee
We hadden deze twee fijne bands op één en dezelfde avond al enkele maanden aangestipt, War On Drugs en Real Estate, en maar goed ook , want het was een heerlijk avondje indierock …

Real Estate opende en een klein uur lang konden we genieten van hun rakende, dromerige, zalvende gitaarpop. Real Estate , uit New Jersey, onder zanger/gitarist Matthew Mondanile, krijgt hier nu meer airplay met de tweede cd ‘Days’, die het in 2009 verschenen titelloze debuut opvolgt. Een ‘college’ band die de nineties bands als The Clean, Yo La Tengo , Nada Surf, Galaxie 500 ( later Luna) en onvolprezen bands als The Feelies  en The Serenes nauw aan het hart draagt . Een juiste dosis  pedaaleffects en shoegaze riepen Slowdive en Pale Saints op. Het valt hier allemaal op z’n plaats en we werden lekker ontspannen meegevoerd in hun verslavende en hemelse melodieën . Natuurlijk kwam het recente ‘Days’ uitvoerig aan bod met “Out of tune”, “It’s real”, “Municipality” en  prachtsongs “Green aisles”, “Easy”, en het ruim zeven minuten durende “All the same” . Ook hadden ze al een nieuwe song klaar “New jazz”, die volledig past in hun fraais ‘timeless melodies’ .. Real Estate voerde je mee op de golven van de zee … Heerlijk zoiets …

Iets later kwamen de War On Drugs aantreden uit Philly, Pennsylvania en met zanger/gitarist Adam Granduciel als spil . Kurt Vile maakte vroeger nog deel uit van de band , maar gaat hier een geslaagde solocarrière tegemoet .
De band zag en klonk iets grungier dan Real Estate , wat ongetwijfeld doorsijpelt in hun frisse, dromerige en rauwe rinkelende indierock. Hier versmelt sing/songwriting van een Dylan, Big Star melodieën, met de Britpop van The Verve en de dromerige shoegaze van Swervedriver, Pale Saints en de psychepop van Spacemen 3 en Spiritualised , gekruid van een pilipili americanasausje . Niet voor niks is de derde cd ‘Slave ambient’ genaamd .
Ook zij voerden je mee in een bezwerende trip , die ruimte liet voor de instrumenten en grungy injecties had door de hotsende, botsende,  pruttelende ritmes. Een goed op elkaar afgestemde band die Muziek met Weerhaken biedt, gedragen door een warme, emotievolle zang . Granduciel leefde zich uit op z’n gitaar, als een J Mascis, de haren voor de ogen, beheerst en bedwelmend, met soms een krachtig stootje . Af en  toe zorgde het harmonicaspel voor een Morricone sfeertje .
Een slepende , broeierige sfeervolle, gelaagde sound , kleurrijk ingebed door toetsen, leverde staaltjes prachtsongs af als “I was there”, “Your love is calling my name”, “He comes to the city” en “Come to me” . Een jump naar de hogere sferen … de gevoeligheidsfactor steeg op een nummer als “ Brothers”  . Midden de set zakte het wat ineen , maar ze slaagden er net als Real Estate in , je op een wolkendek mee te voeren, maar iets meer (zwaar) bewolkt door de forsere aanpak en de pedaaleffects .

Organisatie: Trix, Antwerpen

The War On Drugs

War On Drugs – Bezwerende trip met weerhaken

Geschreven door

War On Drugs – Bezwerende trip met weerhaken
We hadden deze twee fijne bands op één en dezelfde avond al enkele maanden aangestipt, War On Drugs en Real Estate, en maar goed ook , want het was een heerlijk avondje indierock …

Real Estate opende en een klein uur lang konden we genieten van hun rakende, dromerige, zalvende gitaarpop. Real Estate , uit New Jersey, onder zanger/gitarist Matthew Mondanile, krijgt hier nu meer airplay met de tweede cd ‘Days’, die het in 2009 verschenen titelloze debuut opvolgt. Een ‘college’ band die de nineties bands als The Clean, Yo La Tengo , Nada Surf, Galaxie 500 ( later Luna) en onvolprezen bands als The Feelies  en The Serenes nauw aan het hart draagt . Een juiste dosis  pedaaleffects en shoegaze riepen Slowdive en Pale Saints op. Het valt hier allemaal op z’n plaats en we werden lekker ontspannen meegevoerd in hun verslavende en hemelse melodieën . Natuurlijk kwam het recente ‘Days’ uitvoerig aan bod met “Out of tune”, “It’s real”, “Municipality” en  prachtsongs “Green aisles”, “Easy”, en het ruim zeven minuten durende “All the same” . Ook hadden ze al een nieuwe song klaar “New jazz”, die volledig past in hun fraais ‘timeless melodies’ .. Real Estate voerde je mee op de golven van de zee … Heerlijk zoiets …

Iets later kwamen de War On Drugs aantreden uit Philly, Pennsylvania en met zanger/gitarist Adam Granduciel als spil . Kurt Vile maakte vroeger nog deel uit van de band , maar gaat hier een geslaagde solocarrière tegemoet .
De band zag en klonk iets grungier dan Real Estate , wat ongetwijfeld doorsijpelt in hun frisse, dromerige en rauwe rinkelende indierock. Hier versmelt sing/songwriting van een Dylan, Big Star melodieën, met de Britpop van The Verve en de dromerige shoegaze van Swervedriver, Pale Saints en de psychepop van Spacemen 3 en Spiritualised , gekruid van een pilipili americanasausje . Niet voor niks is de derde cd ‘Slave ambient’ genaamd .
Ook zij voerden je mee in een bezwerende trip , die ruimte liet voor de instrumenten en grungy injecties had door de hotsende, botsende,  pruttelende ritmes. Een goed op elkaar afgestemde band die Muziek met Weerhaken biedt, gedragen door een warme, emotievolle zang . Granduciel leefde zich uit op z’n gitaar, als een J Mascis, de haren voor de ogen, beheerst en bedwelmend, met soms een krachtig stootje . Af en  toe zorgde het harmonicaspel voor een Morricone sfeertje .
Een slepende , broeierige sfeervolle, gelaagde sound , kleurrijk ingebed door toetsen, leverde staaltjes prachtsongs af als “I was there”, “Your love is calling my name”, “He comes to the city” en “Come to me” . Een jump naar de hogere sferen … de gevoeligheidsfactor steeg op een nummer als “ Brothers”  . Midden de set zakte het wat ineen , maar ze slaagden er net als Real Estate in , je op een wolkendek mee te voeren, maar iets meer (zwaar) bewolkt door de forsere aanpak en de pedaaleffects .

Organisatie: Trix, Antwerpen

C.W. Stoneking

C.W. Stoneking – New Orleans downunder

Geschreven door

 

Op exact één dag na was het twee jaar geleden dat we Gemma Ray in ’t Manuscript in Oostende voor het eerst aan het (solo)werk zagen. En toen schreven we ‘Zelfs zonder haar eerste gitaaraanslag waanden we ons terug in Twin Peaks en Pulp Fiction.’ Het was in de AB op 22 februari 2012 als opwarmer voor C.W. Stoneking niet anders. La Gemma – nu ondersteund door een drum en een orgel-keyboard - speelde een achttal nummers die bij momenten dreigden, waarvan vooral “Dig me river” ons bij bleef. Veel lijkt ze niet veranderd en ons oordeel ook niet: ok zonder veel meer.

Maar we waren naar de AB afgezakt voor C.W. Stoneking die we vorige zomer ontdekten op Festival Dranouter. Van de sixties van Gemma Ray lieten we ons graag verder terug in de tijd werpen en we stapten uit de muzikale teletijdmachine recht in het blues-jazzy New Orleans van de jaren dertig.

Christopher William Stoneking, een Australiër die momenteel in het Verenigd Koninkrijk vertoeft, dompelt je als geen ander onder in melancholische sfeer met human interest stories en zelfs smakelijke tussenverhalen die nergens op lijken te slaan, maar je toch met een smile aan het denken zetten.
Simpelheid in zijn puurste eenvoud ook, dat merk je aan zijn podium (enkel een skelet en twee doodshoofden met witte pruiken), zijn muziek (twee albums ‘King Hokum’ en ‘Jungle Blues’) en vooral zijn podiumpresence (helemaal in het wit, met passende strik). Hij bracht vier muzikanten mee die een trombone, een trompet, een contrabas annex tuba en de zachte drums hanteerden. Zelf stond hij als altijd met een banjo en een gitaar-met-banjo-sound én zijn speciale authentieke stem als frontman voor een open en opmerkelijk aandachtig en respectvol publiek.
Hij stuurde meteen - met zo goed als geen gelaatsexpressie - pareltjes als “Handyman Blues”, “The Brave Son of America”, “Jungle Lullaby” de gezellige AB in waar zittend en staand publiek muisstil van en bij werd. Vooral toen hij halfweg zijn gig een nummer of drie solo ging, hoorde je zelfs achteraan de zaal de tip van zijn schoen mee neuriën.
Het hilarische vertelsel van Jimmy Rodgers (een countryster gekend als The Blue Jodeler) in een vruchtbaarheidsverhaal in Afrika vloeide netjes over in “Talking Lion Blues”, op zich een nonsensenummer dat je gewoon vastbijt tot de onvermijdelijke pointe je doet glimlachen.
Op “Don’t Go Dancing Down The Darktown Strutters’ Ball” kwam zijn band er halverwege weer bij om de schwung er weer in te gooien. En die bleef erin tot hij na zijn ‘hit “The Love Me Or Die” en singalong “Good Old Cabbage Green” zijn performance afsloot. Het bijna uitzinnige publiek – trouwens heel gevarieerd van oud tot jong – wou en kreeg meer.
Nog twee bisnummers: “Jail House Blues”, zijn enige harmonicanummer maar gebracht zonder wegens ‘niemand te vinden die harmonica speelt’ (sic), en een traditionele farewell song waar elke muzikant nog zijn eigen klein soloafscheid mocht brengen.


We bleven nog een tijd nagenieten: van de soms mompelende C.W. zelf, van zijn muziek, van zijn eenvoud en kracht. Verrassend hoe New Orleans van tachtig jaar geleden in een downundervorm zo krachtig rechtstond. Dat kon geen Katrina omverblazen.
Tot op het Cactusfestival!


Neem gerust een kijkje naar de pics van C.W. Stoneking  (en Gemma Ray)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cw-stoneking-22-02-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Dirty Beaches

Dirty Beaches - Neurotische dwangbuisrock

Geschreven door

Dirty Beaches is het project van de naar Canada geëmigreerde Taiwanees Alex Zhang Hungtai. Zijn debuutplaat ‘Badlands’ van 2011 is geen hapklare brok, het is een zeer lo-fi geproduceerde plaat met zeer grillige naar Suicide refererende songs en soundscapes.

Op het podium laat hij zich vergezellen door een saxofonist die niet bepaald de meest voor de hand liggende deuntjes uit zijn saxofoon haalt, maar wel een soort free jazz die zich als aangename stoorzender opdringt bij de overigens tamelijk neurotische muziek. Daarnaast is er ook nog een drummer, nou ja drummer, laat ons zeggen een kerel die met een drumstokje op een soort laptop annex drumcomputer fel tekeer gaat. £
Daarbovenop huilt, schreeuwt en declameert Hungtai zijn vocals als een bezeten Alan Vega, met nogal wat echo en reverb door de versterkers. Hungtai haalt sporadisch een gitaar boven, maar het zijn hoegenaamd geen gelikte solo’s die er uit komen, maar een soort geschifte en opgejaagde distortion. Onderhuids zit er in de songs een pak rock’n’roll verscholen, maar die wordt soms vakkundig verkracht en door een industrial vleesmachine gedraaid. Versta ons niet verkeerd, het is behoorlijk indrukwekkend en ook tamelijk bevreemdend, wij halen ons spontaan een nog niet gemaakte David Lynch film voor de geest.

Een klein uurtje bedwelmt Dirty beaches ons met hun dwangbuisrock, en ook al kunnen ze vooralsnog de spanning niet de ganse tijd aanhouden, we zijn ferm onder de indruk. Toch kunnen we er niet van uit dat het ganse uur lang voortdurend één naam door ons hoofd holt : Suicide. En dat is zowel een compliment als een waarschuwing. Wie op een podium dezelfde spanningsboog als Suicide in hun beste dagen kan creëren is goed bezig, maar er moet nog wat aan een eigen smoelwerk gebouwd worden.

Het voorprogramma Yuko speelt een onderhoudende, soms verstilde, maar volgens ons wat te brave set. Het is een soort Bon Iver meets postrock die best wel perspectieven opent, maar waar gerust nog wat meer angels mogen in gestoken worden.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Active Child

Active Child - Nog niet volgroeid

Geschreven door

Active Child is de groep rond de voormalige koorknaap Pat Grossi. Tijdens het eerste nummer, “You are all I see” (tevens de openingstrack van de aldus getitelde debuutplaat), werden meteen de troeven op tafel gegooid: Grossi grossiert in heel hoge vocalen en onderscheidt zich van zijn collega-muzikanten door te switchen tussen de harp en de synthesizer. Het sfeervol gearrangeerde openingsnummer zou trouwens helemaal niet misstaan op de laatste plaat van Bon Iver.
Ook in het volgende nummer bleef de frontman gekluisterd aan zijn harp om het vervolgens over een meer elektronische boeg te gooien. Een slecht idee, als je het ons vraagt, want de fletse synthpop die de groep zonder al te veel overtuiging op het publiek losliet kon ons almaar minder bekoren.
Mede door die typisch hoge stem meenden we af en toe op een concert van Bronski Beat beland te zijn. En dan niet tijdens de bisnummers maar op het moment dat de tijd gevuld moet worden met minder catchy werk. The horror!

Het werd in de Rotonde alleszins duidelijk dat Grossi graag in de jaren ’80 vertoeft. Moet kunnen, maar dan liefst niet door liedjes te brengen die bijvoorbeeld OMD (een groep waaraan Active Child ons deed denken als de frontman zijn falsetto even inruilde voor een meer normale manier van zingen) nooit op plaat zou durven persen. Gelukkig kwam er een opflakkering met een mooi “Call me tonight” waarna er opnieuw overgeschakeld werd van synthesizer naar harp.
Na een goeie drie kwartier hield Active Child het voor bekeken, het feit dat we daar niet rouwig om waren zegt veel.
Maar bon, laat ons niet al te negatief zijn. De twee bisnummers maakten nog veel goed. Eerst hoorden we “Ancient Eye” en vervolgens werd het optreden beëindigd met een knappe instrumental waarin Pat Grossi eigenlijk pas voor het eerst toonde waartoe hij qua harpspel in staat is. Die epische, naar de betere postrock refererende afsluiter zorgde op de valreep toch nog voor een hoogtepunt.

Ons eindoordeel blijft echter negatief. Active Child zal nog veel boterhammen moeten eten alvorens het zich kan meten met M83 of New Order, de twee groepen die het vaakst als referentie vernoemd worden.

Denk echter niet dat we teleurgesteld huiswaarts keerden. Voorafgaand hadden we immers kunnen genieten van het Luikse
Leaf House. Misschien wordt de mosterd iets te nadrukkelijk gehaald bij Yeasayer, Vampire Weekend en Grizzly Bear, maar deze beloftes bewezen op een half uur tijd dat zij - in tegenstelling tot de hoofdact - wel klaar zijn voor de grotere podia.
Vier ingenieuze nummers werden naadloos aan elkaar gelast alvorens het publiek de eerste maal de kans kreeg om zijn appreciatie te uiten. Hypergeconcentreerd bracht het kwartet daarna nog loepzuivere versies van een tweetal andere parels die terug te vinden zijn op ‘Wood signs we found’.
Bij het verlaten van de Botanique begaven we ons dus stante pede naar de marchendising-stand om hun debuut-CD aan te schaffen. We raden u bij deze hetzelfde aan. Als ze op plaat maar half zo goed zijn als live, zal u het zich niet beklagen.

Van Active Child hopen we dat ze op plaat dubbel zo goed zijn als live, zoniet dan kan u zich de aankoop van ‘You are all I see’ beter besparen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 280 van 386