logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26

Tindersticks

Tindersticks - Het horen en zien waard! – Brussels Film Festival

Geschreven door

Het Paleis voor Schone Kunsten gooide de deuren open voor een uniek optreden in het kader van het Brussels Film Festival. Het Britse Tindersticks bracht live de muziek die ze de voorbije jaren componeerden voor maar liefst zes films van de Franse regisseuse Claire Denis. De indrukwekkende Henry Le Boeufzaal was verre van uitverkocht hetgeen eigenlijk zonde is want zowel liefhebbers van de betere hedendaagse muziek (die Tindersticks ontegensprekelijk brengt) als liefhebbers van klassiek en cinefielen kwamen er donderdag uitgebreid aan hun trekken.

De acht muzikanten namen plaats voor een gigantisch scherm waarop de ganse avond een knap gemonteerde selectie getoond werd van de  bewuste films. Er was slechts zelden gelegenheid tot applaus – laat staan gejuich - aangezien men tussen de muzikale stukken door beelden met dialogen liet verderlopen.
Pas na een half uurtje mochten de handen voor een eerste keer op elkaar nadat Stuart A. Staples - tot opluchting van ’s mans fans - eindelijk zijn stem had laten horen. Een tweede applaus-pauze werd ingelast na “Trouble every day”, het pareltje dat als titelnummer prijkt op de soundtrack bij de gelijknamige film.
Meteen erna verdween de gelukzalige glimlach op het gezicht van een groot deel van het publiek want het toen getoonde fragment maakte duidelijk dat de huidige Twilight-franchise in de verste verte niet kan tippen aan de standaard die Claire Denis tien jaar geleden stelde voor de hedendaagse vampierenfilms. Koude rillingen liepen over de rug bij het aanschouwen van de huiveringwekkende beelden ondersteund door de trouwens perfect uitgevoerde muziek.
Na een zoveelste bloedmooi klassiek stuk (waarvan we u helaas de titel schuldig moeten blijven want de onlangs in een 5 CD-box gebundelde soundtracks zijn ons totnogtoe te weinig bekend om op alles een naam te kunnen plakken) bedankte Staples het publiek voor de jarenlange steun en inspiratie alvorens het immer aangrijpende “Tiny tears” aan te heffen. Deze Tindersticks-klassieker prijkt op de tracklist van hun tweede titelloze album vlak na “My sister” en het is net dat laatste nummer dat Claire Denis ertoe bracht om de uitmuntende samenwerking aan te vatten. De cirkel was dus rond en na een laatste instrumentaal nummer viel dan ook het doek over een geslaagde avond.
Af en toe verliet een enkeling vroegtijdig de zaal, waarschijnlijk omdat ze zich aan een regulier Tindersticks-concert (en dan vooral het karakteristieke gebrom van hun frontman) verwacht hadden. Quod non! Niet dat deze groep zich normaliter beperkt tot het voor rockgroepen gebruikelijke instrumentarium (gitaar, bas en drum). Zowel op plaat als live lassen ze steeds sfeervolle intermezzo’s in waardoor hun werk altijd al als filmisch omschreven werd.

Meer dan ooit maakten ze donderdagavond echter duidelijk dat ze vooral om hun merites als componisten en muzikanten gewaardeerd willen worden. Vibrafoon, cello, viool, trompet en saxofoon kregen hierbij een erg prominente rol toebedeeld. Samen met de beklijvende beelden leidden ze tot een optreden waar we nog lang van zullen nagenieten…..of toch minstens tot we binnenkort diep in de modder van één of andere festivalweide gezakt zijn. Het moet immers niet alle dagen een statig decor zijn, nietwaar?

Organisatie: Bozar, Brussel (ikv Brussels Film Festival)

Toto

Toto start Europese tournee in enthousiast Vorst Nationaal

Geschreven door

Toto is een van de bands die ik sinds mijn jeugdjaren vol belangstelling ben blijven volgen. In 2008 besloot gitarist Steve Lukather echter dat Toto definitief tot het verleden behoorde. Een emotionele afscheidsrede in open brief werd al vlug gevolgd door het bericht dat Toto toch opnieuw zou gaan toeren en dit deels ten voordele van bassist Mike Porcaro die gediagnosticeerd werd met de dodelijke neurologische aandoening ALS.
De laatste keer dat ik Toto zag was in 2006, toen nog met o.a. Bobby Kimball in de gelederen. Ditmaal zag de groepssamenstelling er totaal anders uit. Aan het roer vanzelfsprekend nog steeds stergitarist, Steve ‘the man with golden penis’ Lukather en Simon Phillips op drums; alsook de verrassende terugkeer van zowel David Paich en Steve Porcaro op keys en piano en Mister ‘The Seventh One’ Joseph Williams. Verder aangevuld door de getalenteerde bassist Nathan East en de vocale bijstand van Jenny Douglas en Mabvuto Carpenter.

Na een ellenlange reeks Beatles songs als intro doofden de lichten van een goed gevuld Vorst Nationaal en werd er geopend met het bombastische maar nog steeds aanstekelijke “Child’s Anthem. Tijdens “Till The End” mocht Joseph Williams zijn terugkeer inzingen. De tand des tijd heeft duidelijk nog niet veel invloed gehad op Williams’ unieke stem en naderhand moeten we toch stellen dat hij toch de betere Toto zanger is!
Tijdens “Lovers In The Night” mocht David Paich zich in de kijker spelen en zingen. De man ziet er niet echt gezond uit maar zijn pianospel blijft even betoverend en tijdloos. “Somewhere Tonight” ging naadloos over in een wat overbodig “No Woman No Cry”, waarin backgroundvocaliste Jenny Douglas de hoofdrol opeiste. Deze ‘Tina Turner’ maakte met haar buitengewoon stemgeluid enorm veel indruk!
Een vroeg “Rosanna” bracht de nodige herkenning en het Belgische publiek ging een eerste keer uit z’n dak. Het fragiele en dromerige “Lea” haalde jammer genoeg de vaart uit de set waarna “Gift Of Faith” en “Pamela” de band weer op kruissnelheid brachten. Toto is altijd een zeer diverse band geweest die verschillende muziekstijlen weet te combineren. Filmisch en zeer progressieve klanken tijdens het ‘keyboard extravaganza’, een toetsenduel tussen Paich en Porcaro. Pure hitparadepop tijdens ‘wildcardsong’: “Human Nature” van Michael Jackson, een song geschreven door Steve Porcaro en uitstekend gezongen door Williams én funk tijdens het opzwepende “Georgy Porgy” veranderden de klankkleur keer op keer.
Een uitbundig meegezongen: “Stop Loving You” (vooraf gegaan door een indrukwekkende melodieuze solospot van Steve Lukather) en de beste Toto song aller tijden “Home Of The Brave” maakten een einde aan de reguliere speeltijd.
Eenmaal kwam men terug om de eenheid in de linie te behouden en maakte een lang uitgesponnen “Hold The Line” een einde aan een twee uur durende show.

De band mag dan anno 2011 nog enkel op tour zijn omwille van financiële redenen en voor het steunen van hun broeder Mike, toch was dit de beste Toto formatie in lange tijd!
De terugkeer van zanger Joseph Williams was bijzonder sterk. Graag had ik nog meer songs gehoord uit ‘zijn’ periode maar dat had de set nog onsamenhangender gemaakt. Ook de terugkeer van toetsenist Steve Porcaro na 22 jaar zorgde voor een prominente aanwezig van kristalheldere synths, waarbij de sound van jaren ’80 nooit veraf was. Heerlijk!
Dit was ‘The First Night Of The Tour’ van de ‘In The Blink Of An Eye Tour’ dus helemaal zonder fouten werd er niet gespeeld. De ritmesectie ging meermaals uit de bocht en ook vocaal was niet alles altijd even zuiver. Die ene backdrop en de statische, sobere lichtshow kunnen we vlug vergeten.

Geen foutloos parcours, wel een zeer genietbaar en sterk afwisselend rockfeestje! ‘ Toto is dead, long live Toto’!

Setlist: *Child’s Anthem *Till The End *Afraid Of Love *Lovers In The Night *Somewhere Tonight / No Woman No Cry *Rosanna *Lea *Gift Of Faith *Pamela *Keyboard Extravaganza Paich/Porcaro *Africa *Human Nature *Stay Away *Georgy Porgy *Stop Loving You *Home Of The Brave
*Hold The Line

http://www.slide.com/r/Bo3_B8He1z_G5e403Z5cPmTfPBM1Afj6?previous_view=lt_embedded_url

neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhouse Talent

Primus

Primus - Meer virtuositeit dan fun

Geschreven door

Nogal wat mensen bleken ontgoocheld te zijn dat Primus niet gekozen had voor een jukebox formule met een aaneenschakeling van een resem klassiekers. Wij daarentegen houden er van wanneer een band toch voor een creatievere nieuwe oplossing kiest en okselfris nieuw werk (te verschijnen op het nieuwe album in september, het eerste in 13 jaar nota bene) voor een nokvolle AB met klasse uitprobeert tussenin een paar oudere en onverslijtbare songs.

Uiterst knappe nieuwe songs als “The last salmon man”, “The eyes of the squirrel”, “Jilly’s On smack”  en “The green ranger” kregen nogal uitvoerige en virtuoze behandelingen mee, maar klonken ons toch vooral fris in de oren. Zo te horen wordt het nieuwe album meer iets voor fijnproevers dan voor fuifbeesten.
Dat was net de grote vaststelling van deze avond. De drie heren van Primus zijn stuk voor stuk virtuoze muzikanten die graag hun kunde op een podium etaleren. Dit mag dan misschien een beetje ten koste zijn van het overhitte fungehalte van hun jonge dagen (kolkende songs als “Tommy The cat”, “Too many puppies”, “To defy the laws of traditon” en “Mr knowitall” werden vanavond volledig over het hoofd gezien), het toonde ons wel een Primus die op een grandioze manier het grootste deel van het publiek inpalmde (op een paar morrende fans met ‘Frizzle fry’ oogkleppen op na) met uiterst knappe songs en muzikale hoogstandjes.
Les Claypool blijft met straten voorsprong nog steeds de beste bassist die we ooit gezien hebben, gitarist Larry La Londe kronkelde de meest spitse riffs uit zijn instrument en drummer Tim Alexander speelde op eenzame hoogtes waar zelfs die van Battles moeilijk bij geraken.
Dus ja, we geven het toe, soms gingen de heren, en dan vooral Claypool, misschien iets te ver met hun “kijk eens mama zonder handen” -escapades, maar wij hadden er eigenlijk geen problemen mee (vorige maand nog Rush gezien, dus we zijn wel wat gewoon op dat gebied. A propos, die van Primus zullen de eerste zijn om toe te geven dat hun geluid wel degelijk door Rush beïnvloed is).
Helemaal zot waren ze nu ook weer niet, dus beantwoordden ze de hongerige fans tussendoor wel met splijtende versies van ‘all time’ klassiekers als “Here come the bastards”, “American life”,  “My name is Mud” en “Jerry was a race car driver”.
Als bisnummer hadden ze een absoluut wervelend en ophitsend “Pudding time” op hun kookpotje gezet. Met deze enige ‘Frizzle Fry’ song van de avond kregen de morrende fans toch nog het wilde feestje waarvoor ze gekomen waren.

Qua setlist dus niet wat velen hadden verwacht of gehoopt, maar wat ons betreft een schitterend concert. Zeer benieuwd naar dat nieuwe album.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

William Fitzsimmons

William Fitzsimmons - Imposante baard is zijn geld waard!

Geschreven door

 

In onze bespreking van het vorige optreden dat William Fitzsimmons in de Botanique gaf, maakten we melding van drie studioplaten (‘Until when we are ghosts’, ‘Goodnight’ en ‘The Sparrow and the Crow’). In 2010 liet hij met ‘Derivatives’ een herwerking van een beperkt aantal nummers uit die drieling op de mensheid los alvorens in maart van dit jaar met nieuw werk, getiteld ‘Gold in the shadow’, op de proppen te komen. Wie iets dieper in de buidel tast, kan zich trouwens een deluxe-versie van die laatste cd aanschaffen met daarop - in het verlengde van ‘Derivatives’ - alternatieve versies van verschillende van die nieuwe nummers. Ook live probeert Fitzsimmons zijn muzikaal grootste gebrek, met name het immer sluimerende gevaar van de eentonigheid, te compenseren door qua instrumentatie wat variatie te introduceren. Het grootste gedeelte van het optreden liet hij zich bijstaan door het drietal dat onder de noemer Slow Runner het voorprogramma verzorgd had.

Een voorprogramma dat er trouwens niet in geslaagd was om ons bloed sneller te doen stromen. De groep rond singer-songwriter Michael Flynn putte voornamelijk uit hun twee laatste cd’s (‘Mermaids’ uit 2008 en ‘Damage Points’ uit 2011) waarbij de vaak poppy songs werden afgehaspeld alsof de vooruitziende heren energie wilden sparen voor het werk dat hen later op de avond nog te wachten stond. Zelfs een op zich veelbelovende thematiek als wurgseks werd in het afsluitende nummer zodanig lusteloos behandeld dat de groep ons langzaam aan de keel begon uit te hangen. Geen gemor dus toen bleek dat Slow Runner al vrij snel het hazenpad koos.

Hoewel de algemene verwachting was dat William Fitzsimmons zijn laatste cd kwam promoten, stelden de fans maandagavond tevreden vast dat ook zijn vorige platen uitvoerig heropgerakeld werden. Vooral ‘Goodnight’ (met o.a.  “You broke my heart” en “Everything has changed”, twee expliciet aan zijn vader gerichte songs) en ’The Sparrow and the Crow’ (met o.a. “After Afterall”, “If you would come back home“, “Just not each other” en “I don’t feel it anymore (Song of the Sparrow)”) kwamen ruimschoots aan bod. Vroeg in de set liet hij met “Find it in me” ook de herinnering aan de op zijn debuutplaat geschetste worstelingen met zijn (ondertussen ex-) partner opborrelen.
Qua nieuw werk noteerden we geslaagde versies van “Beautiful girl”, “The tide pulls from the moon”, “Blood and bones” en “Bird of winter prey”. Nog mooier was het beklijvende “Tied to me”, het enige nummer waarin Fitzsimmons zich zonder gitaar (en dus nog naakter dan anders) aan zijn publiek presenteerde.
Voor het overige zullen we ons voornamelijk de eerder geschetste variatie (na bijna elk nummer werd er van instrumenten gewisseld en soms liet hij multi-instrumentalist Josh Kaler zelfs toe om loos te gaan op zijn elektronica) en het goede humeur van de zanger herinneren. Af en toe excuseerde hij zich trouwens voor die opgewekte stemming. Wie de man aan het werk wil zien, gaat er per definitie vanuit zich eens lekker te kunnen onderdompelen in een hoop pure melancholie.
Tijdens de nummers zelf werd die verwachting volledig ingelost maar gedurende de vele lange pauzes ertussen kreeg de grapjas in William Fitzsimmons meer dan eens de bovenhand. Zijn geluk is hem trouwens van harte gegund. Na alle miserie die hij doorstaan heeft, doet het deugd om te zien hoe hij zijn publiek dankbaar en met heel veel humor trakteert op de vruchten van zijn talent. Na 75 minuten werd er met “Goodmorning” een punt gezet achter de show maar niet veel later keerde hij gretig terug om solo “Heartless” van Kanye West te brengen alvorens de volledige groep zich stortte op “Sweet home Alabama” van Lynyrd Skynyrd. Die coverkeuze illustreert nogmaals ‘s mans openheid naar verschillende invloeden.

Na “Fade and then return” liet Fitzsimmons voor het laatst zijn heerlijk warme stem weerklinken tijdens het door de mannen van Slow Runner met een hillbilly-touch opgevrolijkt slotakkoord getiteld “The winter from her leaving”.

Organisatie: Botanique (Brussel)

Vetiver

Vetiver voor aangename zomeravonden …

Geschreven door

Altijd wel leuk bands aan het werk te zien als een Vetiver die een neofolky/americana stijl hanteren. De band rond de charismatische zanger/gitarist Andy Cabic, een jonge Tom Waits lookalike met hoed op, biedt de ideale soundtrack voor een midzomeravond als deze. Hij heeft met z’n band al een handvol cd’s uit en plaatste de opvolger van ‘Tight knight’, ‘The Errant Charm’ in de spotlights, rustig voortkabbelende, dromerige songs die sfeerschepping voorop stellen; materiaal die country/blues laat doorsijpelen en af toe iets meer vaart krijgt en krachtiger durft te kinken. Je kunt niet omheen Devandra Banhart, South San Gabriel, Fleet Foxes, Grizzly Bear en Local Natives om Vetiver ergens te plaatsen.

Ook vanavond kregen we een goed uur easy listening pop met een rockend hart op het einde. De songs zitten goed in elkaar, maar beklijven of overdonderen niet echt meer. De lichtvoetige en broeierige pop van sfeervolle songs als “Hard to break”, “Rolling sea”, “You may be blue”, “Sister” en “Worse for wear”, worden bepaald door gitaargetokkel, elektrische gitaar, synths en spaarzame en slepende, schuifelende percussie. De lichthese, gevoelige zangpartijen geven elan. Halfweg de set durfde het ensemble naar een forsere aanpak te gaan, iets dieper en breder, o.m. door een uitgesponnen “Luna sea”, “It’s beyond me” en “Wonder why”. Songs die eerden mochten verdeeld zijn tussen het ingetogen materiaal.
Vetiver was hier voor de derde keer te gast en komt graag naar ons landje omdat het publiek het materiaal apprecieert en de band een warm hart toedraagt. In de bis  trokken ze feller van leer, een rockende band op “Can’t you tell” en “More of this” waarbij Jon Spencer en The Cramps eventjes kwamen lonken.

Vetiver bood een open, warme sound van innemend materiaal en broeierige rockers; het leverde een afwisselende set op en doet ons ‘hunkeren naar’ en ‘mijmeren van’ zomerse avonden aan het strand …

Ook de support was meer dan de moeite waard. De onbekende Marques Toliver kreeg meteen het publiek naar z’n hand in de Rotonde, gezien hij zich bij het publiek plaatste en met een minimale versterking hen moeiteloos inpalmde met z’n heldere, krachtige, indringende stem. De jonge afro ‘Daytone Beach’-er overtuigt met akkoorden autoharp en viool en scherpt de songs aan met te stampen met zijn leren ‘boots’ op de vloer, vingertics en z’n
vriendelijke indrukken en verhaaltjes.
Eenvoudig, doeltreffend en doordacht. ‘Markiés’, zoals we de naam moeten uitspreken, deed het met zijn stem, muziek zonder band en zonder tape. Een sing/songwriting en een neofolky stijl die doordrenkt was van soul en r&b …
(Nog te zien op deep in the woods festival, eerste weekend september - http://www.deepinthewoods.be )

Organisatie: Botanique, Brussel

Papercuts

Bedwelmende indiepop van Papercuts

Geschreven door

Papercuts zijn 4 brave jonge kerels uit de buurt van San Francisco en zo klinken ook hun indie popnummers: verfijnd, sfeervol, een tikkeltje psychedelisch, maar altijd extreem melodieus. Poses waren aan deze heren duidelijk niet besteed en toen ze schuchter op het donkere podium van de Witloof Bar plaatsnamen leek het erop of ze er niet gerust in waren of ze in een concertzaal, dan wel in een darkroom beland waren.  

Hoewel ze al meer dan 10 jaar aan de muzikale weg timmeren blijft Papercuts nog een nobele onbekende, al mag daar op basis van hun optreden in de Botanique toch wel eens verandering in gaan komen. Tijdens “Future Primitive” en “Do What You Will” overbrugde het viertal met veel gemak 40 jaar zalige popmuziek tussen The Byrds en Grizzly Bear. Op “John Brown” zocht de ijle zang van Jason Robert Quever wanhopig naar een uitgang onder de lage gewelven en naar het einde toe van de te korte set bewees “Do You Really Wanna Know” van het nieuwe album ‘Fading Parade’ live alle potentie in huis te hebben om doorbraaksingle te worden. De talrijke muziekliefhebbers die vorig jaar zo verknocht waren aan Avi Buffalo worden bij deze warm aanbevolen om deze zomer ook eens Papercuts in de boomgaard te laten weerklinken.

Organisatie: Botanique, Brussel


Jason And The Scorchers

Jason & The Scorchers - Old School Cowpunk

Geschreven door

Zo een dikke 25 jaar geleden is het dat wij Jason And The Scorchers een geweldig heet concert zagen geven in de Gentse Vooruit. De band profiteerde toen mee van de aandacht voor een hele reeks opwindende gitaargroepjes die uit Amerika kwamen overgewaaid (The Dream Syndicate, The Replacements, Green On Red, The Gun Club, The Long Ryders,…) en kon zonder problemen een uitverkochte Vooruit inpalmen met een stomend concert die in ons geheugen voor eeuwig de term ‘legendarisch’ heeft meegekregen.

Met een voortreffelijke nieuwe plaat ‘Halcyon Times’, die in zijn beste momenten de geest van destijds en dan vooral van de geweldige schijfjes ‘Fervor’ en ‘Lost and found’ nastreeft, kwamen de cowboys naar de Trix te Antwerpen overgevlogen. De publieke belangstelling is niet meer wat het geweest is, wij schatten de aanwezigen op zo een slordige 150 man, maar de intensiteit van de band is intact gebleven. Het mengelpapje van country, rock’n’roll en punkrock is nog steeds het handelsmerk van deze cowpunkers. Een springlevende Jason Ringenberg en zijn band lieten de ietwat mager opkomst niet aan hun hart komen en rolden als een op hol geslagen buffel door hun set.
Er werd al pittig van wal gestoken met de funrock van het nieuwe “Mona Lee” gevolgd door het denderende “Absolutely Sweet Marie”, die wervelende Dylan cover waarmee Jason & The Scorchers zichzelf destijds voorgoed op de wereldkaart hebben gezet.
De punkspirit van de hoogdagen en van de Gentse Vooruit heeft misschien een (klein) beetje aan intensiteit moeten inboeten (is ook niet meer dan normaal voor deze heren op respectabele leeftijd) maar de gretigheid, vinnigheid en levendigheid zaten nog steeds aardig vervat in onverslijtbare klassiekers als “Last time around”, “Harvest Moon”, “Broken whiskey glass”, ”Shop it around” en vooral in de kolkende cowpunkrocker “I can’t help myself”. Ook de typerende onbeschaamde en onvervalste country krakers als “Still tied” en “Pray for me mama, I’m a gypsy now” waren even aangrijpend als weleer.

Met prima songs als “Land of the free”, “Better than this” en “Twang town blues” was het nieuwe ‘Halcyon times’ flink vertegenwoordigd, en de absolute klepper hieruit werd tot op het eind bewaard, een spetterend “Moonshine Guy” (cowpunk in volle glorie) bracht de zaal tot ver boven de kooktemperatuur.
Een aangename verrassing ook in de bisnummers. De gitarist zijn moeder was zomaar eventjes komen overvliegen uit Nashville, de 70 jarige madame mocht van zoonlief een bisnummertje meezingen, en prompt zong de dame op een geweldige manier de Rufus Thomas kraker “Walking the dog”.  Wie zich met haar inbreng aan een melig country nummertje had verwacht, kwam er bekocht van af, want de dame rockte als een vat ongedistilleerde Jack Daniels. Zo zorgde ze zowaar voor een hoogtepunt van de avond, tot grote vreugde en tonnen respect van het publiek en de band. Jason Ringenberg, die zichzelf ook al heel de avond als een uitmuntend entertainer had geuit, was nog geen klein beetje onder de indruk. Het vervolg die Jason en de zijnen op het oudje haar glansprestatie klaar hadden, was ook niet van de poes. De band vloog er nog een laatste keer in met de withete rocker “White Lies” en beëindigde zo een absoluut knallend concertje.

Wij hadden graag nog “I really don’t want to know”, “Blanket of sorrow” en “Lost Highway” gekregen als toetje, maar een mens kan niet alles willen, we waren al lang tevreden.

Hun passage in de Vooruit zal altijd nog wel iets hoger ingeschat worden in het concertarchief dat in onze bovenkamer geprent zit, maar dit hier kon absoluut gelden als een bijzonder prettig weerzien met deze sympathieke gasten.
Met de cowboyhoed fier op onze kop naar huis gereden

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

Down

Down - overweldigend

Geschreven door

Het was alweer van 2008 geleden dat we 'de heavy metal combinatie' in ons landje mochten aanschouwen, Down. De supergroep rond kopstuk Phil Anselmo ( Pantera) is back on track na ettelijke breaks en de nodige problemen die de laatste jaren rond de bandleden sluimerden.
Een net niet volgelopen Ancienne Belgique stond te trappelen van ongeduld om zich over te geven aan de verwoestende Down-storm.

Vanaf het startschot veranderde de zaal dan ook in een kolkende massa, de temperaturen gingen omhoog en het headbangfestijn kon beginnen. Anselmo – wat een formidabele strot heeft die macho toch- en de zijnen gaven direct plankgas en dropten met “Losing all” en “The Path” in de startronde de eerste van een reeks splinterbommen. Direct gevolgd door sentiment toen “Lifer” opgedragen werd aan de vermoorde gitarist van Pantera, Dimebag Darrel.
De wederkerende opruiende taal van de charismatische frontman inspireerde de zaal om nog harder op te gaan in de vibe en was de rode draad van een kat en muis spelletje met het publiek dat tot het einde zou aanhouden.
De slome Southern stonerrock met invloeden van blues en doom metal voorzien van de nodige groove klonk moddervet mede door Pat Bruders die op bass Rex ( Pantera) verving wegens een slepende ziekte. In het middenstuk kwamen favorieten “Ghosts along the Mississippi” en “New Orleans Is A Dying Whore” voorbijrazen en kwamen de invloeden van Black Sabbath en Deep Purple boven.

De band bleef doorbeuken en ramden op een goed uur 12 tracks – voornamelijk uit de eerste albums- door de boxen. Nadat “Big Phil” even had ‘geteasd’ met “Walk” kwamen de toegifts met “Stone the crow” en het onvermijdelijke “Bury me in smoke”.
Toen de rook om ons hoofd was verdwenen en de zaallichten aanfloepten konden we enkel concluderen dat we terug een memorabele avond hadden beleefd.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 295 van 386