logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...

The Cave Singers

The Cave Singers - Hoog tijd om uit hun hol te kruipen

Geschreven door

Het optreden van The Cave Singers in de Brusselse Botanique was volgens zanger Pete Quirck het laatste op het Europese vasteland, en wellicht ook één hun betere. Het vrolijk verwaaide en bebaarde trio uit Seattle wou er duidelijk nog eens stevig invliegen, en hun (dronken?) overgave werkte des te aanstekelijk bij het publiek. Zat iedereen elkaar bij het openingsnummer traditioneel nog wat twijfelend en voetstampend te begluren, dan zat al vanaf het tweede nummer vrijwel niemand meer neer op de houten trapjes van de Rotonde. The Cave Singers surfen tussen 2 muzikale golven die al opvallend veel bijval geoogst hebben bij de Belgische muziekliefhebber: langs de ene kant, de bezwerende bluegrass van pakweg 16 Horsepower, langs de andere kant de uitbundige folkrock van Mumford & Sons. Op hun nieuwe album ‘No Witch’ opteren The Cave Singers voor een donkere, psychedelische tussenweg, waarin ook echo’s van The Doors doorschemeren.
Ingetogen nummers als “Beach House”, “Haller Lake” en “Seeds Of Night” wisselden af met up tempo songs als “Summer Light” en “Dancing on Our Graves” , waarin het nasale stemgeluid van Pete Quirck en de opzwepende gitaar riffs van Derek Fudesco de toon zetten, maar het gejoel in de zaal pas echt opsteeg als Marty Lund zijn drums liet galopperen. Deze heren hebben overduidelijk de folk tijdsgeest mee om hun hol te verlaten en een breder (festival)podium te betreden!

Het zou al te gemakkelijk zijn om Bachelorette zo maar af te schilderen als het Nieuw-Zeelandse antwoord op Björk. De gelijkenissen qua stemgeluid waren weliswaar treffend, maar tussen de elektronische geluidscollages en intrigerende visuals door hoorde je even goed de naïeve sixties invloeden van Broadcast (“Her Rotating Head”) en de droompop van Beach House (”Donkey”).
Op verzoek van slechts één jongeman in het publiek was zangeres Annabel Alpers niet te beroerd om haar laptop opnieuw op te laden om nog een bisnummertje te spelen, wat haar op slag een stuk sympathieker maakte. Ondanks herhaalde publiciteit tussen de nummers door slaagde deze jongedame er (nog) niet in om veel volk te lokken naar haar CD standje na het optreden. Toch was de korte set te boeiend en gevarieerd om op basis daarvan een oordeel te vellen.

Organisatie: Botanique, Brussel 


tUnE-yArDs

Kleurrijk en begeesterende tUnE-yArDs

Geschreven door

Ferm gerespecteerd en warm onthaald werden ze, de uit Oakland afkomstige zangeres/multi-instrumentaliste Merrill Garbus en bassist Nate Brenner. Ze houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. De sympathieke Garbus is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, kleurrijk en ritmisch en die tot de verbeelding spreekt. De songs werden in een mooi lofi world concept gegoten.

Het duo schilderde enkele indianenstrepen over de kaken en op haar shirt waren enkele roze veren geprikt. Muzikaal stonden twee blazers het duo bij. Afwisselend materiaal van de twee cd’s hoorden we, met de smachtende “Gangsta” (single!), “Bizness”, “Real life flesh” en “My country” die het publiek in de AB Club ophitsten. In die broeierige, groovy songs ademde een kleurrijk Couleur Café door, doordacht en dansbaar, met verrassende wendingen.
Er was sprake van een gretig afwisselende aanpak. “Hatari” in de beginfase, solo ingezet op ukelele van Garbus, die even verderop breder en forser klonk door de ritmebox, afrobeats, gitaarloopjes en de vooraf opgenomen voicesamples, gedragen door haar bedwelmende, variërende zangpartijen. Ze beet fel van zich af. Met beperkte middelen een doeltreffend geluid produceren … “Powa”, “Fiya” en “Riotriot” volgden  … Doe het haar maar na … al of niet met meer world, percussie en blazers. De psychedelica drong meer door in songs als “Es-so”, ergens Stereolab en Laetitia Sadier.
tUnE-yArDs maakt een som van Soul Coughing, Zap Mama, Animal Collective, Stereolab en G Love en dompelt het onder in lofi.

Vol lof was het publiek voor de excentrieke, ritmische, kleurrijke sounds van het talentrijke tUnE-yArDs, die zelfs twee keer terugkwamen en met “Killa”, “Doorstep” en een lofi Seasick Steve song begeesterend klonken. Straf spul subliem gebracht. Chapeau!

Thousands, Kristian Gerrard en Luke Bergman, een duo uit Seattle, stelde als support hun debuut ‘The sound of everything’ voor, new acoustic movement en sing/songwriterpop in de voetsporen van Elliott Smith en Nick Drake … Sober ingehouden, breekbare pop en een integer, emotievol stemgeluid. ‘Skyhigh music’ omschreven ze het zelf. Mooi gevonden alvast!
 
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Moby

Moby - Niet het verhoopte dansfeestje, wel aardig concertje

Geschreven door

Dat het sympathieke kleine mannetje in een snel veranderende muziek- en dancewereld op vandaag niet meer ‘hot’ is, is een understatement. Sedert ‘Play’ uit 1999 heeft hij geen deftige plaat meer uitgebracht (opvolger ‘18’ was nog een commercieel succes, maar het was niet meer dan een lauw doorslagje van ‘Play’ en de platen die er op volgden waren zowaar nog zwakker, met als absolute dieptepunt het vehikel ‘Hotel’).
In de Botanique kwam Moby zijn nieuwste album ‘Destroyed’ voorstellen, een plaat die laat ons zeggen wel zijn momenten heeft, maar die alweer mijlenver staat van de klasseplaatjes als ‘Everything is wrong’ en ‘Play’.

Wetende dat de ukkepuk ondertussen een mega status verworven heeft -gewoonlijk speelt hij in immense zalen of op grote festivals voor duizenden toeschouwers- leek het ons toch wel bijzonder om hem te gaan bekijken in de gezellige Orangerie van de Botanique voor amper zeshonderd trouwe fans.
Een paar zaken werden ons meteen duidelijk : vernieuwend is de muziek van Moby al lang niet meer en de nieuwe songs zullen het niet tot klassiekers brengen. We troffen wel een uiterst enthousiaste Moby aan die genoot van elke minuut die hij op dat podium van die kleine zaal mocht staan. Speciaal voor het Belgisch volkje speelde hij de rocker “That’s when I reach for my revolver” die niet in de reguliere setlist was opgenomen en die voor ons meteen als één van de hoogtepunten van de avond kon doorgaan. Ook had hij er geen erg in om één song (“Natural blues”) in verschillende toonaarden twee keer na elkaar te spelen, en dit vooral om zijn zangeres een plezier te doen. En dit bracht ons meteen naar het volgende probleempje. De donkere dame was gezegend met een prachtstem, wat zowel haar sterkte als haar zwakte bleek te zijn. Ze overdreef nog geen klein beetje met het etaleren van haar vocale bereik, en dat was soms een zegen maar elders stond het dan weer de songs serieus in de weg. Moby zou het mens een beetje meer moeten intomen.
Voor het overige was de haarloze lilliputter zelf verduiveld goed op dreef en bleek hij ook een verbluffend gitarist te zijn die naast een paar hete funky riffs ook knappe solo’s uit zijn instrument toverde (heel even dachten we aan Prince). Ergens schuilt er een hevige rocker onder dat kale kopje, wat we nog meer moesten beamen nadat hij zich waagde aan een splijtende versie van “Whole lotta love”.
Moby had vanavond nogal wat het geduld van het publiek op de proef gesteld, hij was met aardig wat zwier aan zijn set begonnen, met ondermeer een hitsig “Go”, maar schakelde dan een versnelling terug waardoor het danslustige publiek een beetje op zijn honger bleef zitten. Maar het verhoopte dansfeestje kwam er op het einde dan toch met opzwepende dance tracks als “Disco lies”, “The stars” en als finale eindspurt het uitbundige feestje “Feeling so real”.

Eén en ander deed ons na dat bescheiden fuifje van twee uurtjes concluderen dat Moby ergens tussen dance, elektronica en rock zweeft (wij zijn benieuwd naar de dag dat hij eens een echte rockplaat zal maken), dat hij bijzonder sterke songs op zijn kerfstok heeft (“Why does my heart”, “Porcelain”, “In this world”, “Honey”, “Bodyrock” waren om van te snoepen) maar helaas ook enkele hele zwakke (“Lift me up” en “We are all made of stars” waren ook vanavond niet te pruimen) en dat hij op alle gebied en in elk genre zijn (kleine) mannetje kan staan. Chapeau !

Organisatie: Botanique, Brussel

Yusuf

Yusuf Islam - Intimistisch optreden voor een rustig genietend publiek

Geschreven door

Yusuf, bij het grote publiek nog altijd beter bekend onder zijn vroegere artiestennaam Cat Stevens, werkte donderdag het laatste optreden van zijn Europese tournee af.
35 jaar geleden was het dat hij nog eens in België was, eveneens in Vorst. Dat was in een periode dat zijn hits constant op de radio te horen waren. Niet te verwonderen dus dat het concert vooral bijgewoond werd door mensen die de jaren zeventig nog meegemaakt hebben. Toch waren er ook wat jonge tieners te bespeuren, die met hun ouders meegekomen waren. Ik ontmoette een Australiër die Cat destijds nog live meegemaakt had in Adelaide, en die nu in Leuven woont. In totaal daagde er 4.000 man op om de legendarische singer-songwriter aan het werk te zien.

Na zijn bekering tot de islam in 1977 nam Yusuf volledig afscheid van de muziekbusiness. In 2006 nam hij echter de draad terug op met de nieuwe cd ‘An Other Cup’, gevolgd door ‘Roadsinger’ in 2009. En tot onze vreugde begon hij toen ook terug te touren.
Rond 16 uur maakte hij tijd voor zijn fans in de foyer van de Amigo. Daar signeerde hij mijn cd met “Peace, Yusuf”. Want hij is natuurlijk nog altijd de troubadour van de vrede, en een vredevolle avond zou het worden. Op zijn 63ste ziet hij er nog heel kwiek uit, de dikke zwarte baard is alleen een grijze geworden. En zijn stem verzorgt hij even goed als die baard, want daar viel tijdens het dik twee uur durende optreden niets op aan te merken.
The artist formerly known as Cat kwam alleen op met zijn akoestische gitaar, in een stijlvol decor met twee lantaarnpalen en een videomuur die zijn songs zou ondersteunen met even brave beelden.
Na een vriendelijke begroeting trapte hij af met het prachtige “Lilywhite”, van zijn derde lp ‘Mona Bone Jakon’ uit 1970, waaruit hij wat later ook “Trouble” en “Pop star” putte, maar niet de hit “Lady d’Arbanville”. Dat album betekende een mijlpaal in zijn carrière. Nadat hij met zijn debuut uit 1967 onverwacht tot popster gekatapulteerd werd, en na de geflopte opvolger uit hetzelfde jaar ‘New Masters’, volgde een noodgedwongen stilte wegens tuberculose.
In 1970 ontpopte hij zich tot de folkrocker en singer-songwriter die hij wilde zijn, en hij perfectioneerde zijn stijl in zijn grootste succesplaten ‘Tea For The Tillerman” en ‘Teaser And The Firecat”.
De hits uit die albums kwamen later op de avond; eerst kregen we enkele nummers uit zijn sixtiesperiode. In een medley met debuutsingle “I love My Dog” bracht hij “Here Comes My Baby” en “The First Cut Is The Deepest”, beide originele nummers van hemzelf die grote hits werden in coverversies door respectievelijk The Tremeloes en Rod Stewart of P.P. Arnold.
“Moonshadow”, dat hij zelf zijn favoriete nummer noemt, kon natuurlijk niet ontbreken, en het kalme publiek toonde voor het eerst enig enthousiasme bij de hits “Father And Son” en “Peace Train”, het laatste weliswaar met een andere tekst. De oudere nummers werden afgewisseld met enkele songs van zijn twee albums uit de jaren 2000.
De Brit werd ondersteund door een solide backingband, die hij net voor de pauze voorstelde. Hij had onder andere Alun Davies (die reeds op al zijn seventiesplaten meespeelde) en een percussionist uit Ghana meegebracht. Zelf wisselde hij af tussen zijn gitaren en de piano. In zijn bindteksten weidde hij eventjes uit over zijn afkomst uit de Londense West End, en citeerde hij uit de musical ‘Moonshadow’ die hij aan het maken is.

Na 20 minuten pauze ging de bloemlezing uit zijn recente nummers verder. Meestal trage liedjes. Op de kwaliteit niets aan te merken maar veel opwindends zit er toch niet tussen. Het titelstuk van zijn laatste, “Roadsinger” en “The Rain”, eveneens daaruit, konden mij nog het meest bekoren. Van “Boots And Sand”, dat hij samen met Dolly Parton en Paul McCartney zingt, werd de videoclip afgespeeld, terwijl de man in de coulissen verdween. “Sad Lisa”, een pareltje uit ‘Tea For The Tillerman’ dat op niet veel verzamelaars terug te vinden is, en waarbij hij zichzelf op de piano begeleidde, was het hoogtepunt uit het tweede gedeelte. Ter afsluiting was het tijd voor zijn grote hits “Morning Has Broken”, “Wild World” en “Father And Son”, waarmee hij het publiek uiteindelijk uit de stoeltjes wist te lokken.

Omdat we zo braaf geweest waren, verdienden we twee bisrondes. We kregen onder andere “Bad Brakes”, als enige nummer uit zijn laatste seventies-lp ‘Back To Earth’, en de originele versie van “Peace Train”. “All Kinds Of Roses” uit zijn laatste album was een verrassende afsluiter.

Setlist: Lilywhite, The Wind, Blackness Of The Night, Trouble, Popstar, Where Do The Children Play, I Love My Dog + Here Comes My Baby + The First Cut Is The Deepest, Moonshadow, World Of Darkness, Peace Train (Blues Version), Matthew And Son, But I Might Die Tonight, Remember The Days Of The Old Schoolyard, Doors, On The Road To Find Out, A Bad Night
*Pauze*

Heaven/Where True Love Grows, Miles From Nowhere, Roadsinger, Foreigner Suite, Boots And Sand, Be What You Must + Sitting, Sad Lisa, Midday (Avoid City After Dark), Rubylove, Angelsea, Morning Has Broken, Wild World, Father And Son
*Encore 1*
Changes IV + My People + Bad Brakes, Peace Train
*Encore 2*
If You Want To Sing Out, Sing Out, Don”T Be Shy + Angelica, All Kinds Of Roses

Organisatie: Greenhouse Talent

Katy B

Katy B wordt een grote Lady !

Geschreven door

Velen hebben wel zo’n verhaal. Een megagroep die je ooit nog zag in een of ander donker zaaltje. Wel, Katy B passeerde even in de Botanique. De Rotonde was te klein, dus verhuisde de organisatie haar performance maar naar de Orangerie. Wij waren erbij. En achteraf wisten we: dit meisje wordt een grote madame !

“My first gig with a band in Brussels! My first gig with a band outside the UK ! I am ten times more excited than you !” En je merkte het, ze had er ongelooflijk veel zin in. Nog wat zoekend als leading head singer van een band en niet met een dj. Maar ze speelde al breed happend op haar publiek in. Een publiek dat haar eerste album ‘On a mission’ - pas twee maand uit -  al grondig uit het hoofd kende.
Katy B, de 21-jarige Kathleen ‘Katie’ Brien uit Zuid-London, is meer een product van de clubs die ze sinds haar zestiende frequenteerde dan een opgepolijste armatuur van de BRIT School waar ze (af)studeerde. De dansstijlen die ze in de Londense danstempels opsnoof, zaten begin juni allemaal in haar Brusselse passage: R&B, dubstep, funk en zelfs een vleugje Latijnse ragga. Met een stem die – zo omschreef men op StuBru dat de ‘coming star’ vier dagen laten in zijn befaamde Club 69 zou ontvangen -  klinkt als een klontje boter dat in een hete pan gekapt wordt.
Ze opende met “Louder” en zette meteen een youngster-statement: uitgaan voor een tiener is dé verlossende uitlaatklep voor het zich in crisis wentelende Engeland. "As I buy another round with my final twenty pounds … I just want it louder."  De (vooral jonge) crowd absorbeerde en retourneerde: Louder !
Haar recente hit “Broken Record” verschilde van de albumversie die we kennen, want ze liet zich flankeren door een duo blazers (saxofoon en trompet) en die zouden het hele optreden door een rol van betekenis vervullen. Wie inderdaad een avondje pure dance-pop  verwachtte zat er naast, want net door die band opent Katy B zichzelf als een muzikale artieste met open kleppen. En het staat haar.
“Perfect Stranger”, haar hit met Magnetic Man, en haar career-best single “Katy on a Mission” bleven dan weer dichter bij het origineel dubstep and funk. “Katy On A Mission” kondigde ze trouwens aan als het nummer waarmee alles begon en waardoor ze als een komeet naar de vijfde stek in de UK Singles Charts schoot. De song werd  geproduceerd door dubstepfenomeen Benga  2010.
Ze eindigde met “Lights on”, in de albumversie met Ms Dynamite de diva met wie ze twee jaar eerder op het Londense Jazz Festival optrad. Want tot voor een jaar geleden was Katy  een achtergrondzangeres, een backing vocal, iets wat in haar set in Brussel ontbrak. Maar de tape met de achtergrondstemmen, die telkens mee opgestart werd, stoorde allerminst.

"This is about being on the dancefloor, knowing everyone is feeling the same emotion as you …" We keken even rond en zagen dat het goed was. Meer dan goed zelfs ! De Botanique ging uit zijn dak. De Lady wordt groot, een moeilijke voorspelling is dat evenwel niet.

Setlist 1. Louder  2. Broken record 3. Henry 4. Easy please me 5. Disappear 6. Go Away 7. Witches 8. Perfect stranger 9. Why you always 10. Katy on a mission/ Blinded by lights 11. Hard to get 12. Lights on

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel


Emmylou Harris

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys – Tijdloze americana

Geschreven door

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys
Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 64 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Een paar jaar terug werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’.
Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze ‘grande’ dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. Na ‘Stumble into grace’ en ‘All I intended to be’ heeft ze de opvolger klaar ‘Hard Bargain’, die welhaast een reünie is van een virtuoze groep oudgedienden, waarmee ze nu al jaren op tournee trekt. De zangeres pakt uit met haar akoestische gitaar en zorgt met de band voor een gestileerde geluid binnen de rootsrock. De sound raakt minder dan de periode van haar comeback.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditionelere aanpak bood intens pakkende momenten.
Ze slaagde erin de covers op de platen een eigen toets te geven, nauwelijks herkenbaar van het originele! En ze eert haar dierbare vrienden/artiesten o.m. Townes Van Zandt, Bob Dylan, Gram Parsons en Kate McGarrigle; live speelde ze met een breder instrumentarium “If I needed you” en “Pancho & lefty” (in de bis), verder een emotievolle “Every grain of sand” (Dylan) en ze voegde er nog een indringende en aangrijpende “The road” en “Darlin’ Kate” aan toe.
Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobro, steelpedal, contrabas, viool en toetsen en de typische Nashville/Tennessee - slides ontbraken niet.
Ze was onder de indruk van het prachtige Concertgebouw en ook de Meifoor in Brugge bracht haar soms naar San Francisco.
Gevoeligheid in de luistersongs is en blijft het centrale gegeven in het songmateriaal of het nu innemend, breder of krachtiger klinkt. “Six white Cadillacs” opende de set en samen met “Get up, John”, “Luxury liner” en “Born to run” waren dit de meest snedige uptempo countryrockers. Verhaaltjes en indrukken vertelde ze met veel elan; de ‘on the road’ songs als “Big black dog”, “Home sweet home” sierden en intens pakkende momenten hadden we met “Orphan girl”, “Red dirt girl”, “Making believe”, “My name is Emmett Till”, ”The pearl” en “Going back to Harlam … Beklemmend materiaal en een beetje huiveren … Een Low Anthem profile schemerde soms door als ze met haar Red Dirt Boys netjes op een rij of dicht bij elkaar stond.

Eenvoudigweg een prachtprestatie en muzikale levenswijsheid dus, gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Organisatie: Brugge Pluw & Concertgebouw (ism Greenhouse Talent)

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Een splinterbom

Geschreven door

Na The Fresh And Onlys en een geweldige Ty Segall de avond voordien in Trix stond er met Thee Oh Sees opnieuw een groep uit San Francisco op de planken. Zanger-gitarist John Dwyer bekloeg zich er trouwens over waarom Ty Segall enkele tientallen kilometers verder (La Zone - Luik) aan het spelen was terwijl ze net zo goed hier het podium hadden kunnen delen. Maar daarvoor was de tergende onkunde van de tourmanager te groot. Dit talent slaagde er zelfs in om de groep op 15 mei dubbel te boeken, zodat de Pit's (i.s.m. De Kreun) uiteindelijk hun optreden van Thee Oh Sees aan hun neus zagen voorbijgaan.

John Dwyer verslijt blijkbaar vlugger zijn projecten dan zijn schoenen en was voorheen actief bij The Coachwhips, Pink & Brown, Yikes, Up Its Alive, Swords & Sandals en OCS (waaruit uiteindelijk Thee Oh Sees zouden spruiten), groepjes die jullie wellicht allemaal kennen. Deze keer lijkt de band wat langer te zullen meegaan want met 'Castlemania' zijn ze nu toch al aan een vierde volwaardige plaat toe.
Thee Oh Sees troepten op een kluitje vooraan het podium samen, met het drumstel centraal, en namen een bijzonder verschroeiende start vol korte explosieve songs waarbij ik meermaals wanhopig naar adem moest happen. Dwyer, gehuld in een tot op de draad versleten t-shirt, gaf het commando aan en hanteerde zijn gitaar als was het een oorlogswapen. Meestal koos hij voor een 12-snarig exemplaar die hij oorverdovend liet galmen.
Naast hem de bijzonder strak meppende drummer Mike Shoun, zeker een onmisbare pijler van de groep. Achterin stond Petey Dammit!, voortdurend nors voor zich uitkijkend, te snokken aan de tweede gitaar. Deze fascinerende kerel leek zo weggelopen uit een stripverhaal en dat uitroepteken dat hij occasioneel na zijn naam plaatst staat daar niet voor niets. Ten slotte was er nog Brigid Dawson, pechvogel van de avond, want haar keyboard had het net begeven en ze moest dan maar verder met een stel tamboerijnen. Maar zo erg was dat nu ook weer niet, ik geloof nooit dat er iemand die keys ook maar een seconde gemist heeft. Trouwens, bij hun vorige passage in Trix had ik al mijn bedenkingen bij het nut van dat instrument die je toen nauwelijks hoorde tussen het gitaargeweld. Haar stem daarentegen was wel van essentieel belang en liet de groep soms klinken als een gemuteerde versie van The Mamas & The Papas. Op een ander moment klonken ze dan weer als The Sonics nadat die een portie hallucinerende paddenstoelen tot zich zouden hebben genomen.
Maar meestal was de groep gewoon niet te plaatsen en waren ze zoveel meer dan de psychedelische garagerockgroep waarvoor ze gemakshalve versleten worden.
Na dat alles verpulverende openingskwartier werd wat gas teruggenomen en volgden een reeks lang uitgesponnen nummers zoals "Warm slime". Daarin werd stilaan duidelijk wat voor een begenadigd gitarist John Dwyer wel is. Zichzelf in alle bochten wringend, het plectrum op de tong wanneer hij het niet nodig had, liet hij zijn gitaar, die hij hoog, net onder de kin, bespeelde, zowat het volledige muzieklandschap verkennen, tot aan de progrock toe, zonder dat dit ook maar enigszins geforceerd overkwam.
Verrassend ook hoe goed de groep met de zo gevreesde drumsolo wegkwam. Dat was typerend voor het ganse optreden : alles wat we hoorden zal wel eens eerder gedaan zijn maar Thee Oh Sees wisten het toch telkens een eigen draai te geven door tal van kleine experimentjes en bekwamen zo toch nog een unieke sound.

Thee Oh Sees moeten zowat tot het beste horen wat de rock-'n-roll vandaag te bieden heeft!

Organisatie: Democrazy, Gent

Zita Swoon

Zita Swoon (Group) - Zieta Soon!

Geschreven door

 

Ok, laat ons eerlijk zijn: Ik heb al altijd moeite gehad met voor-zichzelf-ontwerpende-kleren-en-soepjurk-dragende-de getormenteerde-ziel-uithangende-zie-me-alternatief-en-exentriek-zijn-zielen zoals Stef Kamiel er een is. Tuurlijk had ik het weer bij het verkeerde eind. The Lady en ik hebben dus een avondje kunnen genieten van puur vakmanschap. Met zijn Burkinese vrienden bracht Zita een overheerlijke mix tussen blues, Beefheart en Afrikaanse muziek. Wie dus kwam voor de Moondog en Zita klassiekers was er aan voor de moeite.

Met een minimaal decor en belichting waanden we ons ergens in ‘de Congo’. Kamiel en co begonnen euh..Kamielfoo: Ingetogen, minimalistisch en begeesterend. De toon werd alras gezet, zeker toen, na de baladist – Afrikaans voor xylofonist -, ook de zangeres Awa Démé op ons werd losgelaten. Carlens laat op een subtiele, sublieme en weergaloze wijze Afrikaanse muziek in zijn muziek binnensluipen.
De Stef vult alles heerlijk aan met Engelse en soms Franse teksten en brengt ietwat verlegen en ingetogen zijn bindteksten. Door de zo pure en perfect geperform-de begeesterende muziek heen worden thema’s zoals armoede, migratie, hypocriete vleierij, vuur en water, het obligate protest tegen het kappen van bomen, verkeerde vriendschappen en zo verder aangekaart. Na het vierde nummer begint onze Stef zowaar een heus gebed aan te heffen! Vreemd genoeg komt hij ook hiermee weg. Het ritme varieert van ingetogen, opzwepend, dansend ot zelfs stormachtig. dEUS- en Beefheartinvloeden zijn uiteraard niet ver te zoeken.
Alles eindigt in een apotheose waar het speelplezier duidelijk merkbaar is. De eeuwig klagerige Stef konden we zowaar zien glimlachen, de overigens meer dan schitterende band speelt met de vingers en de neus en de bewogen drumster doet wat Mo Tucker een dikke veertig jaar bij The Velvet ook deed: rechtopstaand drummen.
De bis bestaat uit een baladistische Mamadou solo en een Awa zangsolootje, om dan retestrak op tijd ons nog eens te tracteren op de nu al typische stampende en gelaagd opgebouwde Afrikaans-West-Europees-Blues-Amerikaanse en andere ritmes. Of laat ze ons gewoon Zita Swoon noemen. Ze hebben een eigen genre bedacht en zouden niet misstaan op de Sfinxen, Dranouters en Cactussen die ons landje rijk is.

Op muzikaal vlak valt er op dit hartverwarmend concert absoluut niets aan te merken. Maar laten we dat Sting-gewijs de wereld willen verbeteren en ons een geweten schoppen achterwege laten. Toch: maximaal aantal sterren.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

Pagina 296 van 386