Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic

Asian Dub Foundation

Asian Dub Foundation - Gedateerde cross-over doet de AB daveren

Geschreven door

Het publiek ligt anno 2011 niet meer wakker van de jaren ’90 want het zijn plots weer de jaren ’80 die toonaangevend zijn. Wie weet zal dit veranderen binnen een tiental jaartjes maar gisteren werd het gauw duidelijk dat de hoogdagen van Asian Dub Foundation voorbij zijn, ook al was de trouwe aanhang aanwezig.
Misschien zijn de mensen gewoon het cross-overgeluid wat moe geworden en dat zal deels te verklaren zijn doordat er gewoon een overaanbod in het genre was.
Zonder twijfel waren Asian Dub Foundation één van de meest originele in hun soort en dat is natuurlijk te verklaren door de Aziatische klanken want op Cornershop na was zoiets destijds nieuw en revolutionair.
Ondanks diverse personeelwisselingen bleven Asian Dub Foundation de nodige albums uitbrengen en in het kader van hun meest recente ‘A history of now’ bracht deze bende de Brusselse rocktempel een bezoekje.

Er zijn groepen die hun vuurwerkstokjes sparen tot de bisnummers maar in het geval van Asian Dub Foundation was het meteen prijs met opener “Bride of Punkara” waarbij meteen daarna met “Rise” de zaal helemaal ontplofte.  Naar aloude gewoonten deden ze dat met hun welgekende mix van Westerse crossovergeluiden en dansgeluiden van Aziatische origine.
De twee zangers (of zijn het nu rappers?) Al Rumjen en Aktarv8r die er sinds 2007 bijkwamen, deden er alles aan om het publiek op te dwepen en eens  “Target” en “London Eye”  door de boxen galmden, wist je dat ze in hun opzet geslaagd waren.
Wie Asian Dub Foundation zegt, heeft het natuurlijk ook over de nodige politieke boodschappen en bij “History of now” werd meteen steun gegeven aan de mensen die in het Midden-Oosten rebelleren tegen de heersende dictators.
Ook al was de opkomst een tegenvaller kon je dat niet merken aan de arme vloer van de AB want als er één groep is die een publiek massaal kan doen springen dan is het Asian Dub Foundation wel.
Na een uurtje verdween de groep van het podium om tot tweemaal terug te komen. Niet alleen besloten enkele fans om het podium te bekruipen maar kreeg extreem rechts ook nog eens op zijn donder tijdens “Rebel” , een boodschap die des te meer doordrong tijdens “Free Satpal Ram”.

De muziek die Asian Dub Foundation gisteren bracht was misschien bij momenten wat gedateerd want je kan moeilijk gaan beweren dat deze groep door de jaren heen veel evolutie heeft gekend maar we zagen wel een groep die zich ten volste gaf en die nieuwe goden een poepje liet ruiken als het op energie aankomt.
Een groep die te belangrijk is om zomaar uit de muziekgeschiedenis te wissen en dat begrepen de aanwezige fans van gisteren maar al te goed.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel



Carl Barât

Carl Barât - Everybody can be a Libertine

Geschreven door

Het is woensdag  6/10/2010, ik zit te studeren achter mijn bureau en kan maar aan 1 ding denken: “Godverdomme, vandaag komt de CD van Carl Barât uit in België!”
Na een aantal vruchteloze pogingen om mij verder te verdiepen in mijn leerstof besloot ik toch maar richting CD-winkel te trekken en het album te gaan kopen.
De cover maakt het album, stel u ‘London Calling’ van The Clash voor met een andere cover, het zou hetzelfde niet zijn. Deze albumcover was gewoonweg lelijk, compleet in strijd met het fraaie artwork waar ex-compaan Peter Doherty mee kwam aanzetten bij zijn soloplaat. 
Ook het luisteren van de plaat was ondraaglijk, de nummers pasten helemaal niet in het Libertines-ethos en het was moeilijk om te geloven dat dit Carl Barât was.
Toen hij dan op 30 oktober naar de Botanique kwam, verkoos ik om mij van kop tot teen in het zwart te verkleden en de sfeer te gaan opsnuiven in Hasselt voor Sinner’s Day.

Een aantal maanden en luisterbeurten later raakte bekend dat hij weer naar Brussel kwam en deze keer twijfelde ik niet, Carl Barât is en blijft Carl Barât en hem 2 keer missen zou een schande zijn voor een Libertines-fan als ik. Helaas annuleerde hij het concert in ware Libertines-stijl en werd het verplaatst naar 15 april.

Voorprogramma van dienst was TBHB oftewel The Big Hat Band. Een mengeling tussen Schotten en Brusselaars, The Jam meets Buzzcocks, een fantastisch optreden. Ze pakten mij dan ook wel helemaal in toen ze zeiden: “The next song is delicated to Mick Jones.” Mick Jones! De punkheld! De Guitar Hero! Maar ook de producer van de 2 Libertines platen!

Toen moest Carlos komen, gelukkig moest ik niet al te zenuwachtig zijn of hij al dan niet zou komen, vrienden van mij hadden hem al gezien en gesproken. Maar tegen de verwachtingen in strompelde iemand op het podium… Wie hebben we daar? Kurt Cobain on stage! Euh, ik bedoel een langharige blonde kerel die als 2 druppels water op Ons Kurtje leek. Met een fles wijn in de hand kwam hij met de boodschap dat Barât hem gevraagd had wat songs te spelen. 5 nummers en weg he, Kurtje, het publiek snakt naar de ex-Libertine.
En zo geschiedde, na 5 nummers en een overdonderend applaus kwam de begeleidingsband en 20 seconden later Carl Barât himself op podium, waarop het publiek de controle verloor. “The Magus” en “Run With The Boys” (de 2 hoogtepunten van de CD) gevolgd door “The Man Who Would Be King”, het was een droomstart.
Vervolgens een rustmoment met het wondermooie “Carve My Name”. Want zo zag ik de nummers uit z’n soloplaat, als ideale rustmomenten in afwachting van nummers van The Dirty Pretty Things en vooral The Libertines. We werden verwend tot en met, “Up The Bracket” en “Death On The Stairs” van The Libs en “Deadwood” en het knallende “Bang Bang You’re Dead” van DPT.
Maar het verwenarrangement bleef maar duren, we kregen een bisronde die minstens even lang duurde als de set. Biggles fungeerde als wandelende Libertines jukebox! “France, Ballad of Grimaldi”, absoluut hoogtepunt “Music When The Lights Go out” en de kaakslagen “Time For Heroes” en “Don’t Look Back into the Sun” als laatste 2 nummers van de avond.

De interactie met het publiek was fenomenaal … ‘Everybody can be a Libertine’; platen signeren, bier geven aan dorstige fans, een Britse vlag aannemen, een scheut wijn drinken van een fan en discussiëren met mezelve of ik nu al dan niet op podium met hem “Don’t look back into the sun” mocht gaan zingen. “You look like Pete, but you probably can’t sing like him, so it won’t work out…”
Toch ging ik mijn kans en sprong ik het podium op, helaas werd ik weggehaald door de security. Wat een verschil met de early Libertines periode waar er meer publiek op dan voor het podium stond!
Nu ja, Carl wordt ook ouder en zoals hij het zelf zegt: “Ik kan niet blijven rond cruisen met een gestolen fiets met Pete op de bagagedrager…’

Het raakte ook bekend dat Carlos naar Les Ardentes komt, ik geef jullie alleen 1 gouden tip: Don’t you fuckin’ miss it! In een gesprek met een fan verklaarde Biggles trouwens ook dat “hij zeer graag op Pukkelpop wil spelen.” Chokri, boeken die Libertines!

Organisatie: Botanique, Brussel


James Leg

James Leg - Echt vuurwerk pas na de pauze

Geschreven door

Nadat de tour van de Soledad Brothers samen met James Leg jammerlijk niet door ging werd ter elfder ure nog een nieuwe Europese tour voor James Leg alleen in elkaar geflanst waarbij ons land over het hoofd werd gezien. Dan maar de grens over naar Kaffee 't Hof in Middelburg, een aangename kroeg waar de patron een goeie muzikale smaak heeft. Alleen moest je er wat tijd hebben want het optreden, dat uit twee delen bestond, begon pas rond 22u30.

James Leg (echte naam John Wesley Myers) is de zanger-pianist van de Black Diamond Heavies, één van de indrukwekkendste live-sensaties van de jongste jaren, die momenteel noodgedwongen onder eigen naam opereert nu zijn partner in crime, drummer Van Campbell, het wat rustiger aan wil doen na zijn huwelijk. Sinds het (voorlopige) verscheiden van de Black Diamond Heavies was de eeuwig tourende Myers al eens in Europa met Cut In The Hill Gang, maar dat was eerlijk gezegd toch een halve ontgoocheling. Er viel dus nog wat goed te maken en we waren dus benieuwd wat hij er met zijn nieuwe drummer en oude vriend, Andy Jet Jody, van zou bakken. "Gewoon Black Diamond Heavies met een andere drummer" had hij me na het optreden van Cut In The Hill Gang beloofd maar dat pakte toch enigszins anders uit.
Aanvankelijk kon James Leg het optreden in Middelburg met de beste wil van de wereld niet van de grond krijgen. Er waren wat problemen met de klank die niet meteen opgelost raakten maar dat was echt niet de enige reden. Op zijn nieuwe plaat ‘Solitary pleasure’ vaart Leg toch een wat andere koers en precies die meest afwijkende (i.v.m. Black Diamond Heavies) songs zaten in het eerste deel van de show. Nummers waarin het distortionpedaal met rust werd gelaten en zijn Fender Rhodes zowaar klonk als een New Orleans piano. Mogen "Nobody's fault" (kon zo geplukt zijn uit Tom Waits' ‘Closing time’, "No license (song for the caged bird) of "Whatever it takes" op plaat beslist overtuigend klinken, live vielen ze nogal slapjes uit en konden zeker niet beklijven.
Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik dit niet meteen terug moest zien, dat terwijl ik BDH minstens tien maal aan het werk zag en nog steeds naar meer snakte. Maar was het geen Nederlander die ooit zei "'t kan verkeren"? Met de gospelstamper "Georgia", dat klonk alsof ik het mijn hele leven al kende maar toch gewoon van de nieuwe plaat afkomstig is, sloeg het vuur uiteindelijk toch in de pan. Eindelijk hadden beide heren de juiste drive te pakken en net nu de stomende trein goed op de rails stond werd er een break ingelast en kwam de twijfel weer de kop op steken. Misten we dan toch die fantastische Van Campbell op drums?
Blijkbaar had James Leg onze gedachten gelezen want het tweede deel van de avond was van een compleet andere wereld. De ‘Fender Rhodes fingerfucker’ snauwde zich met die indrukwekkende growl van hem en druipend van het zweet als vanouds door zijn songs, hierbij zijn piano en basorgel voortdurend molesterend. Dit terwijl Andy Jody onze twijfels de deur uit mepte en één blok zinderende rock-n'-roll bleek. Heeft waarschijnlijk niet voor niets ooit bij Barrence Whitfield & The Savages gespeeld. Een groot zanger is hij niet maar de door hem gezongen cover, "Oh sweet nuthin' " van de Velvet Underground, was verdomd één van de hoogtepunten van de avond. En zo waren er nog bij de vleet : het onverslijtbare " Poor brown sugar", de Link Wray-cover " Fire and Brimstone" en "Drinking too much" waarbij James de daad bij het woord voegde en zijn whisky met een biertje doorspoelde.
Met een zelden geziene gretigheid raasde dit duo door die tweede set, geen seconde verslappend en o, zo fel contrasterend met het eerste deel van de avond. Je wou dat er nooit een einde aan kwam maar met een koppel bluessongs gebeurde het onvermijdelijke toch : het nog steeds hypnotiserende "Take a ride" van T-Model Ford en "Got my mojo workin' ", bekend van Muddy Waters en waarbij James zijn drummer op de proef stelde want dit hadden ze nog nooit eerder gespeeld.

Nog één keer kwamen ze terug om alles en iedereen (de Stones incluis) te verpletteren met een razende versie van "Jumpin' Jack Flash". Daarna konden we enkel naar adem happend de frisse buitenlucht opzoeken.
Achteraf vernam ik dat James Leg dit jaar opnieuw komt naar het Folks Blues Festival in Binic, Bretagne (eerste weekend van augustus, net als Left Lane Cruiser (!!!), Radio Moscow, Bloodshot Bill en Mark Porkchop Holder (in het prille begin derde lid van BDH).

Organisatie: Kaffee ’t Hof, Middelburg

The Young Gods

Cercueil – The Young Gods - Frans synthpoptalent ontmoet uitmuntende Zwitserse klasse

Geschreven door

Vorig jaar waren talrijke Sinners Day-bezoekers ervan overtuigd dat The Young Gods één van de hoogtepunten in de Ethias waren. Met zo een gedachte in het achterhoofd was het dan ook uitkijken naar de komst van de Zwitserse indusrockers die ons land tweemaal een bezoekje brachten, want daags na de Botanique stonden ze op de planken in Diksmuide.

Vooraleer het allemaal zover was mochten we eerst kennis maken met een trio uit Lille: Cercueil. Deze band begint in het gothwave-milieu aardig naam te maken en daar zal de stem van Penelope wel voor veel tussen zitten.
Het toeval wil namelijk dat zij met een stem gezegend is die als twee druppels water lijkt op die van Siouxsie. Beweren dat ze een kopie zouden zijn van dit gothinstituut zou echter meer dan oneerlijk zijn want ook al bezit hun geluid de typische staccatogitaartjes die in de jaren ’80 iedere waveplaat sierden, balanceren ze mooi tussen eigentijdse synthpop en donkere wave.
Het trio moet misschien nog leren dat je op een podium best wat beweegt maar voor de rest waren alle verwachtingen ruimschoots nagekomen.

De laatste cd van The Young Gods ligt ondertussen reeds enkele maanden in de winkel  te glunderen. De nieuwe plaat is weliswaar wat je noemt een groeier maar toch behoort ‘Everybody knows’ niet tot het sterkste van wat The Young Gods ooit gepresteerd hebben.
Niettemin blijft het steeds een verademing om de stem van Franz Treichler door je boxen te horen galmen en dat bleek gisteren ook nog maar eens het geval te zijn in de 4AD.
Meteen bij opener “Blooming” beseften we weliswaar dat Franz opgescheept zit met die vervelende grijze haren maar gelukkig bezit deze man nog steeds dezelfde betoverende stem als uit de tijden toen we met zijn allen naar de platenwinkel trokken om ‘L’eau rouge’ aan te schaffen.
Het eerste deel van het concert bestond grotendeels uit materiaal dat uit de nieuwe cd geplukt werd. Hierdoor kregen, mede door het overdonderend livegeluid, nummers als de uptempo-rocker “No man’s land” of het langzaam kabbelende “Mr. Sunshine” een extra dimensie die het op cd wat mist.
The Young Gods zijn niet voor niets vernoemd naar een nummer van Swans en anno 2011 staan zij nog steeds garant voor een hoge brok energie waarbij beukende gitaren de electronicaklanken van Alain Monod mooi weten te omhelzen en dit met Treichler als ideale dirigent.
Van de nieuwe tracks onthouden we vooral het ingetogen “Introducing” en “Tenter le grillage” die ons deed herinneren hoe beklijvend nummers als “Envoyé” ooit wel waren, dat trouwens later op de avond bovengehaald werd en zoals te verwachten op enthousiast gedans door het publiek onthaald werd.
Met een concert dat bijna de kaap van twee uur haalde, verwenden The Young Gods niet alleen hun fans door hun nog eens “Gasoline man” of meebruller “Skinflowers” uit de kast te halen maar ze bewezen ook dat hun geluid heeft weinig of niks aan decibels ingeboet had.
Een mens zou zelfs het woord ‘Memorabel’ durven prevelen!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Horse Feathers

Superieure folk van Horse Feathers

Geschreven door

Kill rock Stars is een indie label uit Portland,Oregon, met als bekendste artiesten Gossip en Elliott Smith. Horse Feathers is een van de juweeltjes op dit label, en werd bij ons opgepikt met hun vorige album ‘House with no home’. Voor fans van Bon Iver, Fleet Foxes of Decemberists is deze band zeker het ontdekken waard.

Vanavond stond dit viertal rond zanger Justin Ringle in de Nijdrop, het jeugdhuis uit Opwijk die dit voorjaar een heel sterke programmatie in elkaar gestoken heeft.
Horse Feathers is nog niet erg bekend in Europa, wat hen verplicht om een low budget tournee te ondernemen.Zo stonden ze de avond voordien in een huiskamer in Gent, en hadden ze een beperkt aantal instrumenten meegenomen. De Nijdrop had ook voor een intieme setting gezorgd, zodat het publiek aan tafeltjes het concert kon volgen, en je bijna van een aperitief concert kon spreken.
Justin Ringle is zowat de enige vaste man in Horse Feathers, terwijl Horse Feathers nog een drietal was ten tijde van 4House with no home’, heeft hij ondertussen alle andere bandleden vervangen en is de band nu uitgebreid tot een viertal voor de live uitvoering van het nieuwe album ‘Thistled Spring’.

Ringle nam vanavond de gitaar en banjo voor de rekening, terwijl Nathan Crockett viool, Catherine Odell cello en Sam Cooper de drums voor de rekening nam.
Het aandachtige publiek in de Nijdrop kreeg vanavond een bloemlezing uit de twee laatste albums, waarbij de wisselwerking tussen de strijkerssectie en de banjo of gitaar van Ringle vooral opvielen. Er was veel dynamiek in de nummers, van muisstil (waardoor het lawaai van de lokale band die boven in het repetitiekot iets tussen Nirvana en The Hickey Underworld aan het inoefenen was doorkwam), tot heel dynamisch.
Het hoogtepunt was wat mij betreft “Curse in the weeds” met het ietwat hese stemgeluid van Ringle dat perfect aansloot met de viool- en cellostukken die wel van de hand van  Johann Johannsson leken te komen en ook “Rude to rile” dat een nummer is dat Badly Drawn Boy in jaren niet meer geschreven heeft. De drummer verjaarde vandaag, dus kreeg hij en het publiek een “Happy Birthday” op zingende zaag.

Horse Feathers is een zo een van die kleine bands, waarvan iedereen die ze live aan het werk ziet, onmiddellijk fan is. Als je van folky americana houdt en van bands als Beirut, Bon Iver, Woven Hand of Fleet Foxes in het bijzonder, dan moet je ook deze Horse Feathers eens ontdekken, je zal niet ontgoocheld worden.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

The Young Gods

The Young Gods – zinnenprikkelende goden van het alternatieve circuit

Geschreven door

Het Zwitsere The Young Gods (bandnaam gekozen naar een EP van hun helden Swans) zijn na meer dan een kwarteeuw nog steeds een buitenbeentje waarvan het aantal dungezaaid is in het muzikale landschap. Heden gaan ze als een viertal door het leven: naast Franz Treichler (zang, gitaar), Al Comet (toetsen) en Bernard Trontin (drums) is Vincent Hänni (gitaar en jaren creatieve sidekick) toegevoegd als vierde volwaardig lid. Roli Mosimann kan gezien worden als vijfde lid achter de schermen en tevens vaste producer.

The Young Gods zijn sinds hun debuut midden de jaren tachtig altijd een stapje voor geweest op de rest: ondergetekende vergeet nooit de opengesperde monden in het publiek bij hun doortocht in 1987 op het legendarische Futurama-festival in Deinze, waar Franz een meeuwendans deed tijdens “Je fais la mouette”. Door de jaren heen sloegen ze voortdurend nieuwe paden in. “Het voor zichzelf spannend blijven houden” is een motto dat de Zwitsers nauw aan het hart ligt. Ook op hun laatste album ‘Everybody Knows’ van eind 2010 nemen ze terug een nieuwe en spannende muzikale koerswijziging. Een mengeling van ingetogen elektronische en akoestische parels en uitbarstende mini-orkaantjes maken van dit laatste album terug een ontdekking voor het oor. Het was ook rond dit laatste album dat de tournee van 2011 werd opgebouwd en die op woensdagavond 13 april halt hield in de prachtige ‘Orangerie’-zaal in de Brusselse Botanique.

The Young Gods startten hun set met 4 songs uit hun laatste album: de duivelse intro “Sirius Business” (een kleine minuut synths on speed) dat moeiteloos overvloeide in het prachtig openbloeiende “Blooming” (een perfecte soundtrack voor een nieuwe film van David Lynch). “Tenter le grillage” zorgde voor de eerste bewegingen in de voorste rijen waar het publiek heupwiegend werd meegenomen op een mantra-esque trip met Franz Treichler’s hese stem als leidraad. Bij het opzwepende “No Man’s Land”(een song om op volume 11 af te spelen tijdens een nachtelijke autorit) was het hek volledig van de dam en stond de zaal in rep in roer. De vlam zat in de pan en met nummers als “Supersonic” uit hun ‘Second Nature’ van 2000 en “About Time” uit het ‘Super Ready / Defragmenté’ album van 2007 werd het er alleen maar heter op in de zaal.
Daarna werd terug overgeschakeld op waakvlam en volgde een ingetogen, vrolijk klinkend “Mister Sunshine”, een melancholisch en up-tempo “Miles Away” met trippy synths, een prachtig accoustisch gitaartje en een Spartaans ondersteunende ritmesessie. Deze laatste song klokte af na 10 minuten zonder één seconde verveling. De akoestische weg werd verder ingeslagen met “Introducing”, terug een meeslepend pareltje uit het laatste album. Na nog 2 songs uit het ‘Super Ready’ album (“Everythere” en “I’m the drug”) werd afgesloten met een kopstoot van jewelste: de mini-orkaan “Envoyé” uit hun titelloos debuutalbum uit 1987 – het publiek in extase achterlatend.
Een publiek dat meer wou en ook meer kreeg met een dubbele bisronde. Ronde 1 met magistrale versies van klassiekers “Skinflowers”, “Kissing the Sun” en “C’est quoi, c’est ça” en eindigend met het ingetogen “Two to Tango” van hun laatste album.
Ronde 2 met een ontvlambaar “Gasoline Man”, een bevriezend “Freeze” en een beklijvend “Once Again”.

Eens te meer maakten The Young Gods hun live-reputatie waar! Ondergetekende werd nog nooit ontgoocheld tijdens de meerdere concerten van deze ondertussen al wat oudere goden die hij mocht meemaken tijdens hun kwarteeuw carrière (of het moest vorig jaar op Hellfest geweest zijn, waar ze – buiten hun wil om – er na twee nummers de brui aan moesten geven wegens organisatorische stroomproblemen die niet tijdig opgelost geraakten). En ook woensdagavond stonden deze geniale Zwitsers terug de pannen van het dak te spelen in de Europese hoofdstad. Niet alleen het publiek genoot met volle teugen, maar ook op het podium niets dan lachende gezichten. En zo zou het altijd moeten zijn tijdens concerten. We wachten al vol ongeduld op hun volgende doortocht!

Organisatie: Botanique, Brussel

James Blake

James Blake verrast positief

Geschreven door

In het danswereldje worden artiesten vaak op basis van een of twee nummers een godenstatus toegemeten. Trendwatchers en journalisten springen allen samen op dezelfde kar op zoek naar de nieuwste style en mode trends en de hypemachine schakelt automatisch in een hogere versnelling omdat iedereen mee wil zijn. Zo had enkele jaren geleden Tiga volgens sommigen het album van het millennium gemaakt. Een objectieve beluistering van de muziek, leidt dan heel dikwijls tot een serieuze bijstelling.
Bij James Blake zijn alle elementen voor zo een hype aanwezig: hij komt uit de juiste scene die iedereen hip moet vinden, hij is nog maar 23, en zijn cover van Feist “Limit to your love”, hapt zo gemakkelijk weg, dat ie zelfs voor oppervlakkige trendwatchers gesmaakt kan worden, wat al heel wat minder evident is voor de typische dubstep die hij als DJ draait, die vaak een stuk weerbastiger is.


Het debuut van Blake kon ons niet over de hele lijn overtuigen, een nummer of drie is ok, terwijl de rest van de plaat wat lijdt onder een teveel aan experimenteerdrift. We waren dus voorzichtig benieuwd wat Blake er live van terecht zou brengen.  Het hippe volkje had de Orangerie tot barsten toe gevuld vanavond, dit was duidelijk een van de events van het concertvoorjaar.
Blake had een gitarist en drummer meegebracht, maar de hoofdrol zou toch naar de man zijn stem en analoge synthesizer gaan: drums en gitaar kregen een volledige ondersteunende rol in de set en zouden heel beperkt hier en daar wat accentjes mogen toevoegen. Vanaf het eerste nummer, “Unluck”, werd het duidelijk dat Blake zijn stem als een instrument beschouwd: hij stuurt een zanglijn door zijn analoge synthesizer, en loopt en vervormt die zanglijn, terwijl hij er dan nog eens bovenop zingt. Zo kreeg je meteen een heel vervreemdend en spookachtig geluid, en zag je als het ware live de composities vorm nemen.
In sommige nummers gaat die instrumentale aanpak van zijn stem wellicht nog iets te ver, soms wou je dat hij het gewoon bij simpele goede songs zou houden, maar op zich kan je het een drieëntwintig jarige niet kwalijk nemen dat hij zijn composities nog alle kanten uitstuurt. James Blake zelf haat de vergelijking, maar qua aanpak heeft hij veel gemeen met de vroege experimentele Jamie Lidell, voor die neo-soul maakte.
Blake’s stem is goed, bijwijlen lijkt ze heel erg op die van Antony Hegarty, waardoor de tekstfragmenten haast automatisch een onvermoede diepgang krijgen, die ze eigenlijk objectief niet hebben. In “I never learnt to share” start Blake vanuit een tekstflard (“my brother and my sister they don’t speak to me, but I don’t blame them”, die hij dan als een mantra herhaalt en vervormt, waardoor een song over een kakkenestje onvermoede en onuitgesproken  extra betekenissen krijgt. Vanaf dit nummer begreep je plots veel beter hoe Blake zijn nummers opbouwt, en hoe zijn akoestische en beatloze nummers eigenlijk veel gemeen hebben met de dubstep composities die hij als producer en DJ uitbrengt.
De drummer en gitarist kregen een iets grotere rol in de volgende nummers, en schurkten aan tegen de akoestische dubstep van Mount Kimbie , dus zonder de loodzware bassen. Die bassen kregen we dan wel bij “Limit to your love”: broekspijpen begonnen te wapperen door de luchtverplaatsing, en de wanden van de Orangerie trilden en daverden: deze versie van Leslie Feist’s nummer transformeerde tot een echte dubreggae, met veel echos en effecten. The “Wilhelm Scream” sloot het optreden af in dezelfde lijn, zodat het publiek zich voor de eerste keer vanavond echt liet gaan.

Wij hadden vanavond een heel talentvolle artiest gezien, die nog volop aan het zoeken is en waarvan we in de komende jaren nog veel mogen verwachten. Een positieve verrassing dus, ondanks de hype die Blake op een voetstuk plaatst waar hij niet opgezet moet worden. Waarom ze de man deze zomer op de wei van Werchter geprogrammeerd hebben, is mij echter wel een compleet raadsel: hij zal er al even miscast staan als The Mars Volta of Mastodon een paar jaar geleden, een DJ set van Blake is wellicht nog de beste oplossing om de Marquee niet leeg te laten lopen.

Setlist:
Unluck, To care (like you), Give me my month, Tep and da logic, I never learnt to share, Lindisfarne, Klavierwerke, Limit to your love, The Wilhelm scream

Binnenkort in GrandMix, Tourcoing (26 april 2011)

Organisatie: Botanique, Brussel

Rupa & The April Fishes

Rupa & The April Fishes - De taboeloze kookles van Rupa

Geschreven door

Rupa & the April Fishes? Elf dagen na 1 april zelve durfden we het erop te wagen. Dus wij naar de Magadalenazaal waar ons een culinair sterk wereldpotje aangeboden werd. Rupa Marya en haar amalgaam groepje muzikanten gooien alles samen wat deze en hun multiculturele wereld te bieden heeft en dit smaakt (naar veel meer).

,It’s like cooking’, zegt zangeres en leading lady Rupa halverwege het concert en dan wijst ze elk van haar vijf muzikanten aan: ‘Je neemt wat Nicaragua, wat Pakistan, wat San Francisco, wat India en je mixt het.’ En dan krijg je Rupa & the April Fishes.
Grappig, dat is niet enkel de naam, maar ook het hele concept. ‘Te veel stijlen door elkaar die te ver van elkaar liggen’, hoorden we iemand achteraf opperen. En net dat maakte het voor ons zo’n aantrekkelijk stoofpotje. Ja, de invloeden zijn heel divers, maar blijkbaar het natuurlijke resultaat van een groeiproces van zes mensen die elkaar vonden in San Francisco.
Hun wereld- en levenswandel(ing) voordien hielpen mee het project tekenen. Rupa is een kleine grappige dame, met Indische roots, maar ze groeide evenzeer op in Frankrijk en Noord-Amerika en heeft in haar koffer ook een artsendiploma steken. Niet zomaar Mieke van Janneke dus en al snel blijkt dat zij de lijnen van hun muzikale ontdekking uitzet(te).

Die lijnen liepen vorig jaar al door Cactus en ze houden de beste herinneringen aan ‘Brugge/Bruhhe’ (ze probeerde het enkele keren uit te spreken maar gaf het op). En omgekeerd. Niet dat de opkomst overweldigend was. En ook de beleving was rustig. ‘Waarom danst men in België niet’, zuchtte Rupa achteraf met gefronste en opgetrokken wenkbrauwen.
Het repertoire heeft nochtans veel bewegingsstimulansen in zich. Aangezien elke vergelijking mank loopt, wagen we ons daar niet aan, maar toch geven we een rijtje invloeden die we zeer herkenbaar ontdekten: Franse chanson en zelfs musette, zigeunernoten, folkrock, rock’n’roll van de sixties, Indiase deuntjes, Latino grooves, energetisch Balkan-ritmes, dromerige ballads, raga en reggae en zelfs ska, in een mix van Frans, Engels en Spaans. Overloop het lijstje nog eens ! Ja, het kan !
Het eigenaardige is dat het sextet dit alles in een modern, hedendaags popmuziekje giet met heel ontraditionele instrumenten als daar zijn: één cello, één contrabas, één accordeon, één trompet en dan een drum en een (zingende) gitaar(madam).
Taboedoorbrekende wereldmuziek dus, maar dan een muziek van hun eigen wereld en ze amuseren zich duidelijk in die globe, al moet gezegd dat het aanstekelijke er on stage net niet uitkomt wegens te statisch. Een voorprogramma voor Manu Chao zou hen perfect staan. Mocht je toevallig hun cd’s 'Extraordinary Rendition' (debuut) of ‘Es
te Mundo’ (tweede album) in handen krijgen, vergewis jezelf. Dat dit laatste album opgedragen is aan Mexicaanse gelukszoekers die de tocht naar de VS niet overleefden, legt de link naar Manu Chao helemaal open.

We zagen een dame (en een band) met een boodschap ook. In Brugge/Bruhhe verwees ze duidelijk (en net iets te lang en te schoolmeesterachtig naar ons gevoel) naar de erbarmelijke behandeling van de Roma-zigeuners vorig jaar in ons land. Tussendoor duwde ze er ook nog in dat de hoop op een ommekeer  met Obama intussen ook al omgekeerd is: ‘shame shit’.
Maar achter alles bleef het gewoon een onschuldig potverteren met leuke deuntjes, grappige
melodietjes en zelfs improvisatiemomenten. Authentiek, opgewekt en kleurrijk: een lekkere werelddrank. Gezondheid!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Setlist
1. Les Abeilles 2. La Rose 3. C’est moi 4. Poder 5. La Peinture 6. (La Frontera) 7. Guns of Brixton 8. A Cochabamba me voy 9. La Linea 10. Culpa de Luna 11. A Rose is a Rose 12. Build 13. Inhéritance 14. Eena Meena Veeka 15. Soledad 16.No Olvidado 17. Maintenant 18. Por la Frontera 19. Espero La Luna 20. Soy Payaso 21. Une Américaine en Paris

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 299 van 386