logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Isobel Campbell & Mark Lanegan op elkaar afgestemd

Geschreven door

De onmogelijk mogelijke samenwerking tussen de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan is al toe aan de derde cd. ’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ gingen ‘Hawk’ vooraf. Ze kregen de stempel van ‘the beauty & the beast’ en de ‘60s icoontjes Nancy Sinatra - Lee Hazelwood en Jane Birkin en Serge Gainsbourg. Allemaal toffe benamingen van de muzikale magie tussen beiden. De songs worden geschreven door Campbell, zijn donker, dreigend of dromerig, sfeervol, worden bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang, die z’n stem ontleent aan de nummers, en Campbell’s frêle, hemelse backing vocal en neurie. De druilerige, bezwerende americana heeft iets van een soort ‘film noir’, in countryblues gedrenkt, en tekent voor een soundtrack van Quentin Tarentino, David Lynch of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

En net als bij platen van Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse, dringt een luchtige, lichtvoetige noot en Willie Nelson-country door, die dan eenvoudig en irritant kan zijn, maar door de variaties ontspanning en relativering biedt van nét die ‘dark, melancholische side’. Kortom, nighttripsongs, die een ochtendzon toelaten …
En ondanks het feit hun tours geconfronteerd worden met ups & downs, zijn ze uiterst geconcentreerd en elkaars steun en toeverlaat, wat toeliet goed op elkaar afgestemd te zijn; vanavond resulteerde het in een evenwichtige onderhouden set. Tja, eerder hadden we al optredens gezien dat de spanning te snijden was en dat ze elkaar geen blik gunden, wat dan ervoor zorgde dat hun duo optreden een verplicht nummertje werd.
Tweede wapenfeit was dat Campbell haar nervositeit en onwennigheid kon laten vallen in de duetten met support Willy Mason en zelfs het publiek aanporde een danspasje te maken.

Een broeierige spanning van weemoed, verlatingangst, alleen op de wereld door een spaarzame begeleiding en een dosis luchtigheid en carrousel hoorden we door een forsere, krachtige aanpak en swingende countrypop.
De klemtoon kwam eerst op het nieuwe materiaal door “We die & see beauty reign”, “You won’t let me down”, “Come on down” en “Snake song”, doortastend en indringend door Lanegan, die de gevoelige backing vocals van Campbell verdrong. Een eerste herkenning met vroeger was er met het broeierige “Who built the road”, het ingetogen “The ballad of broken seas” en een pakkende “The cicrus is leaving town”; het akoestisch gitaargetokkel en de cellopartij van Campbell gaven kippenvel.
Na deze intense songs hoorden we ergens een “Thank you” van Lanegan. Een klein half uurtje verdween hij in de coulissen en liet ruimte voor de duetten Campbell - Mason. Doorsnee (kampvuur) countrypop sfeertje creëerden ze met “Cool water” en “How to say goodbye”. Campbell nam het voortouw op “To hell & back again” en “Saturday’s gone” … Hier loerde Hope Sandoval om de hoek. Ze bleef misschien ietwat verlegen en gaf haar ongemak aan van het continue touren, de vele citytrips en busstops om in de clubs te geraken.
Maar geen betere en treffende vonken zonder Lanegan. Toen hij terug ten tonele verscheen, waren we er volmondig over eens dat in snedige versies van het duistere, sinistere “Back burner” het lichtvoetige “Time of the season” en het frisse “Honey child, what can I do” hij de final touch geeft op het muzikale recept van de samenwerking. “Come on over, turn me on” had de meest ideale, evenwichtige zangpartij en het countryrockende “Get behind me” met opvallende toetsen, besloot na anderhalf uur de set.

De bis zinderde na, want sterk waren de spaarzame “Revolver” en “Do you wanna come back with me”, een indringende “Ramblin’ man” die niet kan ontbreken tijdens de gigs, en een doorleefde “Wedding dress”, gehaald van Lanegans platen.

We houden nog steeds van die aparte stijl van Campbell – Lanegan. Lanegan is net als Arno een soort dolende nachtburgemeester en abonneert op donkere bruine kroegen. Onderhuids komt een meer luchtige toon naar boven en Campbell probeert het Lanegan statement en - sfeertje breekbare en luchtige speldenprikken toe te dienen, wat de slotsom maakt van een fijn concertje …

Sing/songwriter Willy Mason is mee op tournee met het duo, zingt enkele songs mee en krijgt terecht de ruimte eigen materiaal voor te stellen in een klein half uurtje. Intiem dromerige songs die een broeierige spanning hebben. De man stoeit wat met z’n helder indringende vocals en echo’s, die refereren aan het ouder werk van Bruce Springsteen en Bruce Cockburn. Eventjes dachten we dat hij van op een heuvel zong. Muzikaal niet echt iets nieuws, maar raken kon z’n gevoelig innemend materiaal wel …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kid Creole & The Coconuts

Kid Creole & The Coconuts - feestelijk erotiserende cocktailparty

Geschreven door

We beleefden ‘a fine time’ met het immer sympathieke gezelschap Kid Creole rond de oorspronkelijke leden August Darnell (zang/performer)en Bongo Eddi (percussie), die geflankeerd werden door drie tot de verbeelding sprekende dames, The Coconuts, in (Tarzan &) Jane plunje. Darnell is een entertainer eerste klas die als geen ander het publiek naar z’n hand krijgt, weet warm te maken en de menigte aan het dansen brengt.

Op het podium zagen we wel dertien leden, want naast Kid Creole en z’n drie Coconuts, hadden we een toetsenist, gitarist, bassist, een Vlaamse drummer, aangevuld met een blazersectie (sax/trompet/trombone) en Christina Channee, de bevallige backing vocaliste met Indianenbloed.
Beïnvloed door members als Earth, Wind & Fire, James Brown en Chic, droop de funk, disco en clubdance er van af. In ’82 bereikte de band z’n hoogtepunt met de plaat ‘Tropical gangsters’; de latin van salsa, samba, limbo, rumba, merengue, conga, chacha en afro drongen door.
Op die manier genoten we van de feestelijke, erotiserende cocktailparty. De sensuele, exotische synchrone danspassen van de dames riepen een ‘Lekker Live’ gevoel op. Een uiterst leuke, genietbare, zorgeloze en ontspannende avond dus, die wel onreine en onkuise gedachten deed opborrelen …
Op de ophitsende en aanstekelijke tunes van “Caroline was a drop out” kwamen de bandleden één voor één op, Bongo Eddie voorop, zagen we de opmerkelijke aan Prince refererende outfit van Darnell, en klap op de vuurpijl - niet te ontbreken - de drie deernes in schaars geklede tijgerplunje. Wat een onthaal. Wat volgde was een wervelende show van sprankelende, zwoele uitgesponnen versies van “I’m a wonderful thing”, “No fish today” en “Stool pigeon”. Een perfect op elkaar ingespeelde band en een samenhorigheidsgevoel noteerden we. Soms leek het erop dat het OLT Rivierenhof was omgetoverd tot een gospel kerkje, die de zondagmis inleidde …
Het dipje zat middenin de set toen de knappe Indiase – voor de gelegenheid gekleed als een ‘Heidi-aus-Tirol’ schoolkind -, zelf een nummer mocht zingen, “My Boy Lollipop”, die muzikaal nergens naartoe ging. Maar zoals het bij een mis kan horen, waren we vergevingsgezind en kon ze in vrede gaan. Darnell gaf de zegen van “If you don’t love yourself, love someone else”. Wat op z’n beurt “Annie, I’m not your daddy” inleidde, voor alle ‘Annies’ die vanavond nog wilden doorfuiven. Alle mogelijke Zonnige en Zuiderse stijlen werden op een hoopje gegooid, en door de opbouwende, vollere instrumentatie ging het naar een climax; “Welcome to the lifeboat party” was de gelijke die de party nog meer aanwakkerde.
The Coconuts, in vele gedaantes te zien, kwamen tot slot in de spotlights op “Don’t take my Coconut”. De bijhorende, ingestudeerde act van aantrekken en afstoten en de ‘Egyptian walks’ vormden een speelse afsluiter.
We misten kleppers als “Endicott” en “The sex of it” niet echt, want in de anderhalf uur durende set bleef de glimlach behouden, zorgde voor ‘body heats’ en zette aan tot vingertics, handclaps, heupwiegen en dansen.

Leki And The Sweet Minds warmden de party op en dat deden ze meer dan verdienstelijk. De dame knipoogt naar de Motown stal en geeft een groovy tik aan haar soulfunkypop. We hoorden een onweerstaanbare streling voor oog en oor en ze straalde een ‘positive vibe’ uit. Vooraan het podium was er sprake van een familiehappening met huppelende kids, die zich rot amuseerden. De multi-getalenteerde singer/songschrijfster met Kongolese roots heeft ook een boodschap te vertellen en komt op voor de zwaksten door ‘Goede Doel’ projecten. Niet alle nummers waren sterk, maar wat ze met haar band speelde, was meer dan de moeite waard!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg) 

Black Mountain

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Caribou

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Here We Go Magic

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

LCD Soundsystem

LCD Soundsystem houdt de punkfun ‘flame alive’ …

Geschreven door

Het NY-se LCD Soundsystem liet in het voorjaar weten dat ze er na de worldtour van de nieuwe cd ‘This is happening’ zullen mee stoppen. Bijgevolg hielden we de clubtour goed in het oog. Na een fijn ‘hot hotter’ concert in de AB, overtuigde de band van James Murphy en ‘lovely lady’ Whang op Rock Werchter en werden we nu met een tweede concert nog eens op de wenken bediend; na een intense festivalzomer is de band blij te besluiten in het clubcircuit. Ze waren alvast onder de indruk van de authenticiteit van de Vooruit.
De recente worp klinkt minder overweldigend en bevat afgelijnd, zalvend materiaal binnen een pop/punkfunkstijl.

Betreffende die punkfunk, een goede vijf jaar recycleerde LCD een geheel van elektro, wave, rock, punk, funk en disco uit de stal van Suicide, Cabaret Voltaire, Gang Of Four en New Order, manifesteerde met bands als !!!, The Rapture, The Klaxons, Radio 4 en bracht de hippe dance van Underworld en Daft Punk in een muzikaal jasje van trancy bezwerende, repetitieve, dansbare ritmes en een rockende stijl, wat gegarandeerd feestjes opleverde. Songs met een intrigerende opbouw, een fris tintelend, aanstekelijk, groovy geluid, verwoestende beats en Murphy’s trefwoorden; iets unieks toch door de hitsende, dreigende (eighties) elektronica, vervormde sounds, opzwepende percussie en de bleeps & belletjes. Hun debuut dito optreden was toen in ons geheugen gegrift. De band houdt nu wel ‘the flame alive’, maar onweerstaanbaar is het toch niet meer.
Versta ons niet verkeerd, we hebben uitermate genoten van de bijna twee uur durende set van het sextet, die afwisselend putte uit de drie cd’s, maar probleemloos kon je het nieuwe materiaal van het oude onderscheiden. “Us vs them” werkte onmiddellijk in op de dansspieren, “Drunk Girls” refereerde aan de kitsch en glamour van David Bowie en “Get innocuous” benadrukte de geliefde‘80s electro. Het oude “Your city’s is a sucker” is nog altijd een instant klassieker binnen de punkfunk door de gitaarriedels, de diep dreunde basses, de doortastende bleeps en de opbouwende groove. Murphy spuwde z’n praatzang de overgemoduleerde microfoon in. Losgeslagen gekte die door de ontspoorde en repeterende ritmes van de andere songs van het debuut, “Trials & Tribulations”, “Movement” en de afsluitende klassesong “Yeah, yeah” een hoogtepunt bereikte. Tussenin rockte LCD met rauwe en retestrakke versies van “Pow pow” en “Daft punk is playing at my house”. Ook de uitgesponnen single “All my friends” paste mooi in dit rijtje. Hier lieten de eerste rijen zich makkelijk gaan. De security moest de handen uit de mouwen steken om de talrijke dansende jongeren van het podium te houden. Even kwamen we op adem bij de doorsnee leuke popelektronica van “All I want” en “I can change”, die aardige, spannende en stekelige wendingen hadden.
Af en toe doken wat technische problemen op, die speels en trefzeker met de glimlach en de mantel der liefde aangepakt werden door frontman Murphy, even roadie van de band. De gemoedelijkheid straalde van de band en plezier beleefden ze alvast aan de gig.
LCD liet z’n fans zeker niet bleekjes achter; we hoorden een ruim half uur durende bis door het rustige, sfeervolle “Someone great” en een geniale “Losing my edge”, hallucinant door de opbouwende lagen elektronica, drums en Murphy’s klaaglijke praatzang. In de ingetogen pianoballade “NY I love you …” schemerde Frank Sinatra’s voorliefde voor de Ground Zero stad door en hoorde je samples van Jay Z feat. Alicia Keys’ “Empire state of mind”. De song werd krachtiger om dan net op tijd te draaien, innemend te zijn en te eindigen in een acapella versie … Mooi op een boogscheut van Nine Eleven …

We genieten nog steeds van een avondje punkfunk van de warrige, verwaaide Murphy. Samen met z’n band slaagt hij er op venijnige wijze in met scherp te schieten. Of het liedje van LCD nu uitgezongen zal zijn, laten we voorlopig in het midden, maar indien toch, stoppen ze op hun hoogtepunt …

Organisatie Vooruit ism Democrazy, Gent

Massive Attack

Massive Attack - Kritische aanbidding van een legende

Geschreven door

Massive Attack is een vaste waarde op Belgische bodem. Vorig jaar deden ze nog en de Lotto Arena (het kleine zusje van het Sportpaleis) én Vorst aan en die waren in een zucht uitverkocht. Het (grote) Sportpaleis vullen lukte hen op 3 september 2010 echter niet. Ondanks (toch niet ‘net door’ nemen we aan?) hun langverwachte nieuwe album dat begin dit jaar als ‘Heligoland’ gedoopt werd. Bizar eigenlijk voor een groep met zo’n curriculum, maar er waren nogal wat lege plekken in de Antwerpse muziektempel waar de bovenste ring niet eens open was.

Het decor dat de groep klaar had laten zetten, oogde sober grijs, met een horizontaal gestreepte tuinomheiningachtig bouwwerk achter de instrumenten. Het was wachten tot 21u30 vooraleer de band het podium betrad  en meteen werd - naar gewoonte – het publiek niet enkel op hun stevige trance en hiphop sound , maar tegelijk op een bibliotheekvol (naast Engelse en Spaanse ook Nederlandse- én Franstalige) woorden en teksten getrakteerd. In zoverre dat het bij sommige songs – spijtig genoeg - de overhand nam.
De lichtshow is altijd scherp, fijn georkestreerd en afgelijnd bij Massive Attack, maar het leidde in Antwerpen bij momenten de aandacht af van het – voor ons toch - essentiële, de muziek. Nu weten we dat Robert 3D Del Naja en Grant Daddy G Marshall hun (soms nogal pretentieuze) missie willen etaleren, maar toch. Cijfers over wapenwedloop, internationale politiek, armoede en honger, vormden de tegenhanger voor wat later volgde met boodschappen over het Vlaamse BV-landschap en zelfs een citaat waarin PS en N-VA een slag onder de gordel kregen. En welke zever nog meer? Bier wordt duurder, Justine is een vechter, een statement over Wim Delvoye, … pff… Ja, het was er echt ten dele over. Op ‘Teardrop” was het visuele aspect – met schitterende closeups– er dan weer wel recht op.

Eigenlijk was de gig op zich goed tot af. Niet het summum dat we de jongste jaren gewoon waren van de Briste trendsetters (als daar nog sprake van is). Ze deden hun ding, kenden enkele absolute hoogtepunten en speelden in hun eerste deel vooral uit ‘Heligoland’, terwijl ze voor hun laatste vijf nummers in hun succesrijke verleden groeven. Het moet gezegd dat het publiek het bundeltje met “Mezzanine”, “Teardrop”, “Angel”, “Inertia Creeps” en “Safe from Harm” danig meer kon smaken, al kreeg ‘Heligoland’ van menig recensent de jongste maanden een superquotering.
Martina Topley-Bird was ok en Robert Del Naja was wel duidelijk geëngageerd. Tijdens de tunes waar hij niet mee zong, bewoog hij on stage als de frontman-leider die hij eigenlijk is.  Het eigenlijke hoogtepunt blijft voor mij (en was het die vrijdag ook) “Angel” met een sublieme Horace Andy die met zijn donkere, hol-volle timbre dat nummer tot leven wekt zoals nooit iemand hem ooit nog zal (kunnen) nadoen. Hij blijft onlosmakelijk verbonden met Massive Attack. En ook voor het nieuwe “Girl I love you” is wat uit zijn strottenhoofd rolt, de perfecte drager.
Topley-Bird – rode bril op haar gezicht geschilderd en in cocktaildress - was fysiek imposant aanwezig, maar ook muzikaal was ze omnipresent, zowel vocaal als op synthesizer. Haar vrouwelijke collega Deborah Miller vonden we minder impressionant, al kan onder andere het arrangement van “Teardrop” daar ook toe bijgedragen hebben.
Na een lang gerekt einde van “Safe from Harm” – met de wellicht heel symbolische quote van ‘Eine kleine Rebel’ naast een pak andere levensverbeterende statements– trok de band zich na een tiental minuten langzaam weer op gang voor een bisronde. “You were just leaving” was hun try-out en viel ons wat tegen. Nog wat hits ertegen dan maar en afsluiten met “Karmacoma” én een publiek – dat een uur en driekwartier voorbeeldig geluisterd had - op de banken.

Conclusie: Massive Attack is de blijvende grootheid als zowat de invloedrijkste elektronische act van de jongste twintig jaar. Ze torsen een legende-status en die mag je wel kritisch aanbidden, toch?

Set list 1. United Snakes 2. Babel 3. Risingson 4. Girl I love you 5. Future Proof  6. Psyche 7. Splitting the Atom 8. Mezzanine 9. Teardrop 10. Angel 11. Inertia Creeps 12. Safe from Harm

Bis 1. You were just leaving 2. Unfinished Sympathy 3. Atlas Air 4. Karmacoma

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie Greenhouse Talent

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies - voorlopig afscheid van een fenomenale band

Geschreven door

Black Diamond Heavies live bezig zien kan bijzonder verslavend werken, zo was hun optreden in de Trix de elfde keer dat ik hiervan getuige was. Nu kreeg ik daar ook ruimschoots de kans toe want het duo is haast voortdurend op de baan en maakte de laatste vier maand alleen al driemaal de oversteek naar Europa.

John Wesley Myers schreeuwt zich met zijn donkerbruine schuurpapieren stem de ziel uit het goed getrainde lijf terwijl hij fenomenaal tekeergaat op zijn Fender Rhodes en daar bovenop nog op een tweede toetsenbord voor een pompende bas zorgt. Dat hij telkens opnieuw alles geeft wat hij in zich heeft bewijst de plas zweet (letterlijk) waarin hij zijn optredens steevast eindigt. Hierbij wordt hij perfect aangevuld door de wonderbaarlijke drummer Van Campbell die John telkens blindelings vindt. Hierbij lijkt hij wel te communiceren met zijn drumstel door het met de vreemdste blikken te taxeren.
Een setlist kennen ze niet en hun optreden in de Trix bestond zeker uit drievierden andere songs dan de avond voordien in La Chimère in Lille. Niets dan hoogtepunten waarbij ik toch een weeral indrukwekkend "Fever in my blood" en een verschrikkelijk stompend "Poor brown sugar" wil vermelden. Naast die eigen nummers hebben de Black Diamond Heavies zich een hele reeks covers eigen gemaakt die het origineel soms ver overstijgen. Zo zou je bij hun versie van "Ain't talkin' about love" (nu uit op single) bijna vergeten wat voor een kutband Van Halen eigenlijk was. Ook hier "Oh, sinnerman" van Nina Simone, één van de weinige nummers die ze altijd spelen en steeds langer en imposanter lijkt te worden door de geniale tussenstukjes. Toch was er één song die alles overtrof: Junior Kimbrough's "Baby, please don't leave me" dat een gitzwarte bewerking kreeg en waarbij het leek alsof de demon zelf in John Wesley Myers was gevaren. Nooit eerder zag ik zijn ogen zo vuur schieten. Nog maar eens een weergaloos optreden, dat kon zelfs een pianopanne (die John in de kortste keren met een schroevendraaier oploste) niet verhinderen.
Voorlopig worden de Black Diamond Heavies op non-actief geplaatst en gaan beide heren zich met andere projecten bezig houden. John wordt lid van ‘Cut In The Hill Gang’, de nieuwe groep van Soledad Brothers opperhoofd Johnny Walker en komt zo reeds op 12 november naar de 4AD. Van Campbell gaat in de States toeren met stadsgenoot (Louisville, Kentucky) Bonnie ‘Prince’ Billy en maakt zo deel uit van ‘The Cairo Gang’.

Voor de Heavies hadden we Elliott Brood uit Toronto ook al een erg overtuigende set zien spelen. Dit drietal bedacht voor hun muziek de term ‘death country’ maar hun uptempo nummers klonken toch verdacht opgewekt. Daarvoor zorgden rammelende akoestische gitaren, banjo's en ukeleles. Toch waren het vooral de tragere songs die de diepste indruk nalieten. En de momenten waarop een zittende Casey Laforet, die tevens op zijn sokken een stel baspedalen bediende, atmosferische klanken uit zijn elektrische gitaar kneep werd het akelig mooi. Die combinatie van opzwepende folk, country of hillbilly en meer dreigende hypnotiserende lappen rock werkte verrassend goed en maakt van Elliott Brood een redelijk unieke band.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 319 van 386