logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Level 42

Een Radio Nostalgisch Level van Level 42

Geschreven door

Op een groot doek in de AB hing ‘Level 42 1980 – 2010 Friends For 30 Years’ met een ganse reeks ‘42’ labels. Het Britse sympathieke vijftal van de tandem Mark King (basvirtuoos/zang) en Mike Lindup (zang /toetsen/synths) vormde de ‘garden party’ of het ideale openlucht aperitief concert door de frisse groove van hun soul/jazz funkende popdance.
Level 42 was een productionele machine die hits hadden die niet op 1 hand te tellen waren. Maar stilletjes aan doofde de kaars, o.m. door het overlijden van één van de bandleden, werden ze voorbij gehold door een nieuwe generatie en geraakten ze op non-actief. Dertig jaar na hun debuut vond Level 42 het tijd om hun kenmerkend geolied funkend geluid van onder het stof te halen … “We’re gonna play the old songs for you, ‘cause we don’t have any new one” … glimlachte King breed. Op die manier wist een goed gevulde AB waarvoor ze kwamen … een avondje Radio Nostalgie …

Op het podium zagen we een imposante reeks synths, toetsen, percussie en fonkelden lichtjes op de arm van de basgitaar van Mark King. Een vleugje glitter misstond dus niet. Aangevuld met een tweede gitarist en een saxofonist tuimelden we in hun dwingende funkende lifestyle music van de 80ies. Meteen was het raak met de trippende, huppelende ritmes en grooves van “Hot water”, één van hun succesvolste dansnummers; op het podium waagden de leden, net als het publiek, zich aan de eerste danspasjes. Het basgetokkel, de twinkelende synths en de opzwepende drums klonken goed door. Daarna volgde de lichte swing van “Dream crazy” en “World machine” die deed mijmeren naar de hightime van het IJslandse Mezzoforte en het Deense Laid Back. Knus konden we wegdromen op het strand in het uiterst sfeervol gehouden “To be with you again”, uit de succesvolle ‘Running in the family’ plaat. Net op tijd waaide het zand op met de aanstekelijke, zwierige titelsong.
Zoals je merkt, hoorden we een gevarieerde set van Level 42; fijne, zachte, dromerige popsongs als “Kansas city milkman” en “It’s over” wisselden ze af met herkenbare golvende danstunes van de stokoude “Almost there” en “Starchild” uit ’81, die gerust met Prince konden gelinkt worden. Naast het doortastende bepalende basspel van King leverde de emotievolle zang van King, aangevuld met de falsetstem van Lindup, een belangvolle bijdrage.
Ze schuwden binnen de hitpotentie enige alternatieve trekjes niet; ze haalden het instrumentale “43” aan, die eerst zalvend klonk, maar dan meer opgefokt werd door elektronische percussie en een drumsolo.
Het kwintet bracht een schitterende finale met treffende (discotheek) klassiekers, het zomerse “Sun goes down” , waarbij het refrein luidkeels werd meegezongen, en een bruisende fusion van hitsende funkende pop en elektronica op “Something about you” en “Lessons in love”. In de bis hoorden we twee uitgesponnen versies van “Heaven in my hands (love games)” en “Chinese ways”, een soort perpetuum mobile, leuk, dynamisch, en dansbaar ...

Level 42 is het speelplezier nog niet verloren, serveerde en entertainde z’n publiek voor wat het gekomen was … een avondje pure nostalgie die de discotheek sfeer van weleer ademde. Mooi toch?!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

Liars

Liars - subtiel en weird probleemloos naast elkaar

Geschreven door

Het NY se Liars manifesteert zich binnen de avantgarde scène en is binnen de middens een paradepaardje. Het eigenzinnig combo, intussen tot een kwintet uitgegroeid, haalt ritme en melodie door een mallemolen, schuwt een dosis alternatief en experiment niet en geeft de songstructuur een onverwachtse en verrassende, bizarre push … Een interessante, boeiende dolgedraaide boel met oog voor subtiliteit en finesse, gedragen door een bezwerende, hemelse, zoemende praatzang en screams. Hun stijlen van rock, wave, noise en psychedelica zijn vernuftig, gewaagd, avontuurlijk, tegendraads én gestoord! Hun (donkere, filmische) sound kan alle richtingen uitgaan en wordt bepaald door repetitieve drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica. Liars houdt (oude) vrienden als Swans, PIL, Gang of Four, A Certain Ratio, Einstürzende Neubauten, The Birthday Party, The Fall, Killing Joke en Sonic Youth hoog in het vaandel.

In hun uur durende set putten ze uit de cd’s ‘Drum’s not dead’, ‘Liars’ en het recent verschenen ‘Sisterworld’. Meteen werden we ondergedompeld in die unieke muzikale wereld door de trance van “Its all blooming now Mr Heart Attack” en de geschifte ritmes van “Scarecrows on a killing slant”. Af en toe konden we op adem komen en werd wat gas teruggenomen door de slepende en bezwerende tunes van songs als “No barrier fun” en “It fit when I was a kid”. Maar de huiveringwekkende sound van donker dreigende repetitieve ritmes, die plots explodeerde in krachtige, soms weirde noiserock overheerste, ondersteund van een acapella zang en galmzang; “I still can see an outside world” en vooral “Scissor” leken op een gitzwarte mis waar Sunn O)) om de hoek jaknikkend piepte. Het opbouwende “Houseclouds” verloor na enkele minuten z’n subtiliteit en op het afsluitende “Plastercats of everything” schemerden Indiase geluiden in hun moerassige poel van stijlen en wendingen door, en leek het erop dat ze een soort schreeuwtherapie voorstelden.

Kijk, dit was een op en top Liars gig, vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads, zonder de melodie en ritme uit het oog te verliezen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Perfume Genius

Perfume Genius - Hulpeloos en toch verdienstelijk

Geschreven door

Achter de naam Perfume Genius verschuilt zich Mike Hadreas, een getormenteerde twintiger die de voorbije maanden wereldwijd indruk maakte met zijn debuutplaat. Persoonlijk bleven we na een eerste beluistering van ‘Learning’ wat op onze honger zitten. De hooggespannen verwachtingen die we op basis van verschillende loftuitingen durfden te koesteren werden maar matig ingelost. Zowel kwalitatief als kwantitatief (slechts 29 minuten!) vonden we het eigenlijk een nogal mager beestje. Gelukkig gaven we het album nog enkele extra kansen want we hebben hier uiteindelijk wel degelijk te maken met wat men een ‘groeiplaat’ placht te noemen.

Wie naar Pefume Genius luistert, krijgt meer dan een snuifje Mark Linkous te verwerken en dan meer bepaald de ‘lo fi’-versie van de betreurde voorganger van Sparklehorse. De wat krakkemikkig klinkende piano die op het debuut overheerst, zorgt vaak voor een duister-melancholisch sfeertje. Het merendeel van ‘Learning’ zou ook thematisch niet misstaan hebben op ‘Dark Night of the Soul’, het postuum uitgebrachte album dat Linkous samen met Danger Mouse (en een resem gasten) in elkaar bokste.
De vaak fragiele zang en het ongepolijste pianospel roepen eveneens herinneringen op aan Daniel Johnston, ook tekstueel is er een zekere verwantschap met dit verschil dat het vele leed waarmee hij geconfronteerd werd bij Perfume Genius (nog) niet tot totale waanzin heeft geleid.
Een erg stabiele indruk gaf Hadreas – die zich in de meeste nummers liet begeleiden door een tweede keyboardspeler – evenwel niet want vooral in het eerste kwartier zagen we een verlegen en overgevoelige kerel die met zenuwachtig gebekketrek tegen de tranen bleek te vechten. Tijdens opener “Lookout, lookout” viel dit alles nog een beetje mee, als we onze ogen sloten leek het net alsof een door piano begeleide Neil Young een ballad ten berde bracht. Toen we bij het daaropvolgende “You won’t be here” de ogen weer openden, volgde onze mond automatisch want de geëmotioneerde zanger worstelde zich gegêneerd door dit voor hem blijkbaar uitermate aangrijpende lied. Rondom ons zagen we verbijsterde blikken terwijl niemand het aandurfde om zelfs maar te kuchen vanuit de vrees dat zulks de definitieve doodsteek zou betekenen voor de meelijwekkende man op het podium. Ook in het derde lied zagen we een superschuchtere Hadreas die met een gepijnigde grimas zichzelf begeleidde op akoestische gitaar, iets waar hij nu en dan met moeite in slaagde.
Wat beterschap kwam er toen zijn begeleider zich aan zijn rechterzijde nestelde om samen een “quatre mains” te brengen die gelardeerd werd met enkele voor artiest en publiek welgekomen riedeltjes. Na een sobere versie van de titeltrack van zijn eersteling en een solo gebracht nieuw nummer ontdooide hij plots even door trots te verkondigen dat het publiek getuige was van ’s mans eerste officiële ‘sold out’-concert. Iets wat gevierd mocht worden met nog een nieuw lied alvorens het beklijvende “Mr Peterson” ons subtiel aan de als kind seksueel misbruikte Mike deed denken. Het hoeft dus allesbehalve te verbazen dat een ander nieuw nummer de woorden “Do your weeping now” als refrein kreeg, het klonk meteen als zijn persoonlijke leuze. Na “Perry” en alweer een nieuw lied verdween zijn begeleider voorgoed van het podium en kondigde Perfume Genius reeds het laatste nummer aan. Gelukkig keerde hij na “Never did” en een verdiend applaus terug voor een bisronde. Beschaamd omdat de eerste bis volledig de mist inging, herpakte hij zich met een knap “Write to your brother”.
Terwijl sommigen reeds de bar opgezocht hadden om zo vlug mogelijk te kunnen bekomen van zoveel miserie, kwam hij nog een laatste keer terug voor een gepaste – want van zeer grote zelfkennis getuigende - cover: “Helpless” van Neil Young.

Een hulpeloze indruk gaf deze jongeman inderdaad. Soms bekroop de aandrang om hem een kalmerende knuffel te geven ons immers eerder dan de neiging om zijn nauwelijks te maskeren lijden toe te juichen. Niemand betreurde het feit dat het concert hooguit vijftig minuten duurde want na verloop van tijd boet zulke intense muziek onvermijdelijk aan spankracht in. Terug in de frisse buitenlucht gekomen, dienden we te concluderen dat een larmoyante Perfume Genius ons in de Botanique slechts bij vlagen kon bedwelmen. Het optreden was in zijn geheel echter te sterk om ‘een stinker’ genoemd te worden. Als de wind meezit, zwelt het vleugje genialiteit (dat we hem voor alle duidelijkheid allerminst willen ontzeggen!) misschien ooit nog aan tot een onmiskenbaar muzikaal genie…

Organisatie: Botanique, Brussel

Sham 69

Sham 69 - Punkfossielen blijken springlevend

Geschreven door

Gewoonlijk laat ik me niet rap verleiden om fossielen uit een ver verleden te gaan bekijken maar een vriend was zo enthousiast over het optreden van Sham 69 vorig jaar in de Steeple in Waregem dat ik het er toch maar op waagde.

Blijkbaar vond inrichter Heartbreaktunes dit een ideale gelegenheid om een ander punkrelikwie terug op te delven. Zo stonden de West-Vlaamse Dirty Scums nog eens voor een publiek die naam waardig. Maar veel deining kon dit drietal, dat reeds sinds 1981 onverdroten aan de weg timmert, niet veroorzaken. Ze probeerden het zowaar wat gezellig te houden door enkele nummers in hun sappige, onverstaanbare dialect te zingen of door een helm met daaraan enkele bierblikjes gekleefd op te zetten. Maar voor de rest viel er bitter weinig te beleven hoewel ik er niet aan twijfel dat ze in cafés waar de alcohol rijkelijk vloeit veel beter aan hun trekken zouden komen.

Tweede opwarmer (sic) van de avond waren The Agitators uit Antwerpen. Ook dit viel serieus tegen. Een aangenaam klinkende brulboei als zanger, dat wel maar voor de rest o zo voorspelbare streetpunk zonder ook maar één uitschieter. Buiten enkele dansende meegereisde fans weekten ze dan ook geen enkele reactie los in de zaal en ik begon me echt af te vragen wat ik hier deed terwijl ik enkele lelijke verwensingen aan het adres van mijn vriend, die me dit had aangeraden, ternauwernood binnensmonds kon houden. Punk bleek morsdood!

Maar zie, Sham 69 nam het podium in en het kon plots toch! Punk: je hoeft er niets voor te kunnen en toch bleek dit nog maar eens een aartsmoeilijke discipline.
Sham 69 werd opgericht door zanger Jimmy Pursey en gitarist Dave Parsons, twee jongens uit het arbeidersmilieu van Hersham in Zuid-Engeland. Eind jaren '70 waren ze vrij populair en maakten ze deel uit van de Oi!-beweging. Maar al snel kwam de klad erin toen er steeds meer gevochten werd tijdens hun optredens en ze ten onrechte gelieerd werden met extreem rechts. Toch bleef de groep, enkele onderbrekingen niet te na gesproken, al die jaren bestaan, zelfs toen stichter Jimmy Pursey er in 2006 de brui aan gaf.
Bovendien kwamen ze in Het Entrepot bijzonder scherp voor de dag. In Tim V. werd een waardige vervanger voor Pursey gevonden en met Alan Campbell op bas hadden ze zelfs een oudgediende van de UK Subs bij. Maar het was toch vooral gitarist Dave Parsons die het vinnigst uit de hoek kwam. Het mocht al eens iets meer zijn dan punk, getuige zijn twee songs op akoestische gitaar. Alle krakers van toen passeerden de revue: "Everybody's right, everybody's wrong", "Angels with dirty faces", "Questions and answers",...
Bijzonder opvallend hoe de aanwezige jonge gasten die teksten moeiteloos mee scandeerden. Uiteraard hoorden we geen muzikale verrassingen of hoogstandjes - zelfs hun nieuwe nummers klonken alsof ze in '78 waren geschreven - maar alles werd zo strak en met een aanstekelijke gretigheid gespeeld waardoor we dat absoluut niet misten.
Toen de groep een eerste keer de kleedkamer opzocht sprong het volk massaal op het podium om zelf "If the kids are united" in te zetten, waarna Sham 69 uiteraard kwam helpen. Punk bleek dan toch niet dood!

Organisatie: Entrepot, Brugge (ism Heartbreaktunes)

The Neon Judgement

The Neon Judgement – Docuvision Tour – een avond vol nostalgie door zwarte pareltjes

Geschreven door

Nadat eerder al Hasselt, Antwerpen en Essen (D) mochten proeven van de nieuwe ‘Docuvision 2010 à 1984’- Tour, dan was het vrijdagavond, de beurt aan Dendermonde en omstreken om The Neon Judgement uit Leuven aan het werk te zien in JH Zénith. Het unieke aan deze korte tour langs kleinere clubs is dat men 2 zaken voorgeschoteld krijgt voor de prijs van 1, nl. een docuvisual film, gevolgd door een aangepaste ‘live-set’.

Wie nog nooit van dit duo gehoord heeft, moet de laatste 30 jaar in een lange muzikale winterslaap gesukkeld zijn. Voor deze cultuurbarbaren evalueerden deze pioniers van de alternatieve scene van de vroege jaren tachtig, zichzelf in een korte documentaire waar de avond om 21h45 mee startte. Een verduisterde zaal, gevuld met overwegend in het zwart geklede 30-plussers, kreeg in deze documentaire een overzicht te zien en horen van de elektronische pareltjes die Dirk Da Davo (3D voor de vrienden) en TB Frank doorheen de jaren vanaf hun debuut ‘1981-1984’ tot de laatste CD ‘Smack’ uit 2009 hadden uitgebracht. Tussendoor waren er commentaren van zowel het beide hoofdrolspelers van de avond, als van befaamde collega’s zoals daar zijn: Dave Clark, The Hacker, Terence Fixmer, Luc Van Acker en last but nog least Patrick Codenys (Front 242).
Dat ondergetekende naast deze laatste - in het publiek aanwezige – Front 242’er (keyboards, programming, samplers) deze docu stond mee te volgen, gaf deze avond nog een extra dimensie. Nostalgie troef bij het aanschouwen van beelden uit de vroege jaren tachtig, maar ook voor de toekomst lijkt het liedje zeker nog lang niet uitgezongen, want het nieuwere werk “The Great Consumer” en “Leash”, songs uit het in 2009 uitgebrachte ‘Smack’, werden evenzeer gesmaakt door het alternatieve publiek! De videoclip van deze laatste song luidde het einde in van dit prachtig in elkaar gestoken naslagwerk.

We onthielden dat The Neon Judgement al van bij de start veel meer waren dan alleen maar een duo met vernieuwende elektronische muziek, dat ze meerdere malen – tegen de stroom in – ‘visionairs met een punkattitude’ waren die ons telkens een spiegel wilden voorhouden met wat ons in de toekomst te wachten zou staan (vaak refererend aan het bitter satirisch boek ‘1984’ van George Orwell, daterend van 1948). Genoeg verklapt! Wie deze documentaire zelf wil zien, kan op 26 november terecht in hun thuisbasis Leuven (’t Stuk), hun doortocht in Waregem (De Hoop) gaat helaas niet door op 6 november maar geen nood, uitstel is geen afstel! Het concert werd verplaatst naar 8 januari 2011. Allen daarheen is de boodschap.

Na een korte pauze was het tijd om Tripple D en TB Frank in levenden lijve aan het werk te zien. Na de intro volgde: “Voodoo Nipplefield”, uit het in 1986 verschenen ‘Mafu Cage’. Hoewel het geluid niet altijd tot zijn recht kwam (de geluidstechnicus van dienst was niet in zijn allerbeste doen), werden we daarna toch getrakteerd op een reeks zwarte pareltjes uit hun debuut tape ‘Suffering’ (“Schyzophrenic Freddy” en “Factory Walk”), hun 12 inch ‘Cockerill Sombre’ uit 1982 (“Please Release Me, Let Me Go-Go” en “The Fashion Party”) en het eerste deel van hun live-set werd afgesloten met een fantastisch “I wish I Could” uit hun minialbum ‘Mbih!’ van 1983.
Het was tijd voor een korte break, waarna het legendarische duo nog eens terugkwam voor een kort tweede deel: “Factory Walk” uit de ‘Suffering’-debuuttape werd ingezet en het kon nu niet meer stuk voor het enthousiaste publiek dat nu volledig in een nostalgische trance geraakte, die bleef aanhouden bij het zinderende “Tomorrow in the Papers”.
The Neon Judgement eindigde hun live-set zoals hun docuvision eindigde, nl. met “Leash”… maar lang kon het duo niet achter de schermen verdwijnen, daar het enthousiaste publiek maar bleef schreeuwen om meer.
Volgens de officiële setlist was het de bedoeling om nog één toetje (“TV-Treated”) toe te voegen aan deze fantastische set, maar dat was buiten het extatische publiek gerekend! Gevolg: 2 kwalitatieve degustieven (cf. de whisky waarvan TB Frank nu en dan nipte) werden nog extra voorgeschoteld aan het 30+ publiek, nl. “Nion” en afsluiter “Chinese Black”.

Kortom een van het begin tot het einde erg luide en gesmaakte live-set! Of zoals ze het op hun affiches zelf verwoorden: “Thirty years ago they were loud, young and angry. Today they’re loud and furious”. We want more!

Organisatie:  JH Zénith, Dendermonde

Arno

Arno - Allez Allez Circulez Brusseld – scherp, emotievol & gevat …

Geschreven door

Arno mag dan al de zestig voorbij zijn, al dertig jaar intrigeert de nachtburgemeester en ongekroonde peetvader van de Belpop. Een nog niet versleten Arno verbaast de laatste tien jaar met enkele opmerkelijke platen als ‘Charles Ernest’, ‘French Bazaar’ en ‘Jus de Box’. Hij gooit de handdoek nog niet in de ring en verbaast opnieuw met de huidige cd ‘Brusseld’, die de samenhorigheid van ons landje bevordert en de Brusseleirs, Vlamingen en Walen een hart onder de riem geeft. Kunnen de heren en dames politici ‘Non’ en ‘Oui’ even aankloppen bij Arno aub, want geen enkele préformateur, ontmijner of bemiddelmaar slaagt erin mensen op zo’n spontane wijze bij elkaar te brengen  … en btw de Oostendse Brusselaar woont in de buurt.
De eerste clubtour houdt hem netjes in Brussel, verdeeld over het KVS, de Botanique, het Koninklijk Circus, de AB en de Vk* … de verschillende talen en culturen dicht bijeen. Na deze tour trekt hij de verschillende clubzalen over het ganse land rond en maakt een wip naar Frankrijk. Inderdaad, op het nieuwe ‘Brusseld’ solliciteert hij als de ambassadeur van Brussel (eigenlijk niet meer nodig zelfs!) en pleit hij gemoedelijk en humoristisch ‘in alle talen’ voor verdraagzaamheid, éénheid en een multi-culturele samenleving in een afwisselend aanstekelijk, fris, dynamisch, rauw en intiem, ingetogen geluid …!

In de twee uur durende set hoorden we TC Matic, Arno & The Subrovniks, Charles & The White Trash European Blues Connection …en Arno himself: de recente cd plaatst hij natuurlijk in de spotlights en hij grossiert in z’n rijkelijk gevulde oeuvre en haalt traditiegetrouw enkele onontbeerlijke classics aan, waarvan de ‘90s uitstapjes het meest opvielen.
Tja, muzikaal noteerden we hier een monsterscore, net als PSV tegen Feyenoord (10 – 0 ) … Allez, de toegevoegde titel ‘Allez Allez Circulez’ was hier meer dan ooit op z’n plaats: een pak mooie melodieuze songs, venijnige stampende rockers, enkele nachtkrakers, aanstekelijke kroegliederen en weemoedige, gevoelige ingetogen ballads, broeierig, intens, funky, doorleefd en bij het nekvel grijpend.
Arno en z’n rechterhand Serge Feys beschikken opnieuw over enkele klassemuzikanten, ondersteund door een kleurrijke, Zuiderse backing vocal van de bevallige Sabrina, met Marokkaanse roots, die de songs naar een hoger niveau kon tillen.
In welke landstaal ook, in ’t Ostends dialect, op z’n Bru-ssels, in ’t Frans of in ’t Duits, kon hij elke song, hoe emotievol, rauw en doorleefd, op luchtige wijze inleiden als een volleerd stand-up comedian en de nodige show aan verkopen, onmiskenbaar verbonden aan het huidig leefklimaat, verhalen aan de ‘Marolliense’ toog en gemoedelijke, rakende familiale kwesties over z’n moeder, grootmoeder en z’n tantes. Hij gooide er aardig wat anekdotes aan toe, deelde speldenprikjes uit en zong in het Engels, Frans en voegde er een Vlaams dialectsausje aan toe. Kortom, een Arno op z’n best, met een totaal geluid in z’n oud vertrouwde pose aan de micro of het zich neerploffen op z’n stoel zoals we al zagen op enkele plaathoezen.
De ‘GeBrusselde’ Belg kon niet beter openen als met het snedige “Brussels”, een ‘l’union fait la force’ in de drie landstalen. De kermiscarrousel van “Mademoiselle” volgde, bepaald door synths, toetsen en cymbalen. “God save the kiss” kreeg een warm Zuid-Europese pastel door de backing vocaliste. Ook het ingehouden “Elle pense quand elle danse”, gericht aan z’n verliefde zoon, klonk breder … van een sobere pianotune ging het naar een opbouwende rockversie. De spotlights vervaagden nu van het recente album en Arno grasduinde met een rauw ‘freakende’ “Meet the freaks”, een broeierige “See line woman” en een intiem sfeervolle “Lola”, die teruggreep naar een jaren ’20 - ’30 geluid en een specialleke was voor z’n grootmoeder.
En die muzikale afwisseling behield Arno met z’n band tot aan de classics: van de forse armslagen van “Ca monte/Monday” en “Black dog day”, de innemende zwier van “Danse danse Françoise” naar het spannende, opzwepende “Ratata” tot de smerige zaligheid van “Rock’em out” en “With you”. Een groots gespeelde, bezwerende “Watch at boy” vormde een hoogtepunt en integreerde verschillende stijlen; hij verwezenlijkte hier een trance-effect. Verder kreeg je de krop in de keel met de tristesse van “Quelqu’un a touché ma femme”, de Bob Marley cover “Get up, stand up” en het door merg en beende gaande, in de bis, “Les yeux de ma mère”. Allerheiligen glipte door …
En dan was er ruimte voor de Arno ‘classic trein’ met “Je veux nager” en een hoempapa accordeon meezingbare versie van “Oh lala”. Het lang uitgesponnen “Putain putain” werd nog krachtiger mee gezongen en besloot met het Belgische volkslied. Op een kermistune werden de groepsleden voorgesteld en bedankte hij Serge Feys nogmaals voor de 35 jaar dienst. Als zij elkaar niet goed zouden kennen … Leuk was hoe Adamo’s “Les files du bord de la mer” werd aangepakt door de lichte swing, de clowneske uitdrukkingen en de gevatte, pittige woordspelingen.

Arno is duidelijk op dreef, speelt tijdloze rock en is eigenlijk een soort ‘Fun Lovin’ Criminal’, die we hoorden toen we verdwaasd achtergelaten werden door Arno …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Lostboy! A.K.A. Jim Kerr

Lostboy! A.K.A. Jim Kerr – Muziek uit een blikken doosje

Geschreven door

De Schotse zanger Jim Kerr behoeft in de Lage Landen weinig of geen introductie. Als frontman van de Simple Minds heeft hij hier de voorbije drie decennia met zijn groep zonder al te veel moeite zalen kunnen uitverkopen, weiden laten vollopen en menige hartjes sneller doen slaan.
Vorig jaar leverden ze hier in hun bijna originele bezetting nog een glansprestatie af tijdens Suikerrock, op de Lokerse Feesten en in Vorst Nationaal. En ook afgelopen zomer zouden ze in beginsel als hoofdact fungeren op Werchter Classic maar dat feestje ging niet door omdat een annulering zich wegens productionele redenen (men kon niet tijdig alle apparatuur vanuit Noorwegen overbrengen) opdrong.

De fans hoefden echter niet te treuren. Voor het eerst in zijn carrière bracht Kerr enkele maanden terug zijn allereerste soloalbum uit onder de noemer ‘Lostboy! A.K.A. Jim Kerr’. Geen wereldschokkende plaat maar meer dan verdienstelijk en van een dusdanige niveau en stijl dat dit ook de fans van de Simple Minds zou moeten kunnen bekoren.
De promotionele clubconcerten brachten Kerr op 30 mei naar een snel uitverkochte Botanique (Brussel). Voor wie toen naast een ticket greep, had de Democrazy voor een herkansing gezorgd. Ze waren er namelijk in geslaagd om de openingsavond van het tweede luik van de tournee in de Gentse Handelsbeurs te laten plaatsvinden. Ideale gelegenheid dus om Kerr vanaf enkele minieme meters en dus (bijna) lijfelijk te kunnen meemaken.

De komende concertreeks is trouwens geen herhalingsoefening van deze die in het voorjaar werd afgewerkt omwille van een nieuwe aanpak. Na een generale repetitie bij enkele Europese radiostations waarop een beperkt publiek van wedstrijdwinnaars was uitgenodigd, werd het concept ‘Electro Set’ boven de doopvont gehouden. Kerr wordt op het podium muzikaal enkel begeleid door synthesizerklanken voortgebracht door toetsenist Simon Hayward (Automated Groove Machine en tributegroepen als Sample Minds en Depeche M@de) en vocaal ondersteund door Sarah Brown (Roxy Music, Duran Duran, Simply Red, e.d.m.). Of anders uitgedrukt: qua instrumentatie ontberen (bas)gitaren of drums en krijgen alle nummers derhalve een louter elektronische uitvoering.
Een kwartier later dan aangekondigd werd met “Kill Or Cure” de avond in Gent geopend. Een nieuwe compositie die volledig in de lijn lijkt te liggen van het materiaal op de debuutplaat ‘Lostboy! A.K.A. Jim Kerr’ en waarvan de klankkleur onderhuids verwantschap vertoont met ouder werk dat terug te vinden is op de albums ‘Sons And Fascination’, ‘Sister Feelings Call’ en ‘New Gold Dream (81-82-83-84)’, een drieluik van de hand van Simple Minds dat in zijn genre tot het sterkste van de jaren ’80 mag gerekend worden.
Daarna volgden de allereerste single “Shadowland”, “She Fell In Love With Science”, “Bulletproof Heart” (oorspronkelijk van Fingerprintz) en “Karma To This Rain”. Verdienstelijk maar niet echt beklijvend.
Zonder absolute drang naar een nostalgische trip werd het pas echt interessant toen Kerr liet weten ook enkele fragmenten te brengen uit het Simple Minds’ album ‘Empires And Dance’ uit 1980. “This Fear Of Gods” klonk nog steeds even donker, bezwerend en kernachtig als dertig jaar terug en het niveau van de set werd hiermee kordaat opgekrikt. ‘De eerste keer dat we dit nummer spelen in sinds weet ik veel welke tijd’, aldus een zuchtende Kerr.
Ook “Cynical Heart”, van oorsprong een trancenummer van de hand het Duitse duo Jam & Spoon waarop Kerr in 2003 de gastvocalen verzorgde, klonk goed. Niet in het minst door de warme stem van Jim die mooi boven de klanken zweefde.
Maar daarna zakte het concert als een pudding in elkaar. “Refugee” klonk te mechanisch, te koel en vooral te flauw. De tastbare ‘klassieke’ instrumenten werden gemist en de song ontbeerde aan grandeur en epiek. Ook bij nieuwelingen “In Every Heaven” en “Sense Of Discovery” was het dansen op een slappe koord. Hoofdverantwoordelijke was opnieuw de synthesizer die de muziek liet klinken als kwam het uit een blikken doos.
”Remember Asia” met het fijne gitaarrifje en “Red Letter Day” boden iets meer kwaliteit maar vervielen door het gesamplede in hetzelfde euvel.
In de eerste bisronde nam Sarah Brown bij “The Wait” een deel van de hoofdvocalen voor haar rekening en vertoonde het dromerige “Broken Glass Part” duidelijk referenties met de begindagen van de Simple Minds.
Nadien verliet het trio opnieuw het podium waarna Kerr aanvankelijk alleen terugkwam om het publiek nog eens uitvoerig te danken voor hun komst en voor de jarenlange steun. Hij liet weten dat voor het volgende nummer iets speciaals werd voorzien. Ingegeven door het feit dat zijn naam in de loop van het concert al eens door Kerr vernoemd werd, droomden wij er stiekem van dat rechterhand Charlie Burchill mee op het podium zou komen – wat in het voorjaar in de Amsterdamse Melkweg daadwerkelijk gebeurde. Maar dat de meeste dromen bedrog zijn, werd nog maar eens aangetoond. Geen Burchill te bespeuren maar het was Sarah Brown die haar eigen gloriemoment toebedeeld kreeg en een nummer mocht zingen. De keuze viel op “Teardrop” van Massive Attack. Dat Brown een goede stem heeft, hoefde niet bewezen te worden maar dit nummer lag haar niet en ook de instrumentatie – nog steeds die ene synthesizer - kon het origineel qua impact totaal niet benaderen. Wij zouden zelfs durven spreken van een tenenkrullende versie.
En de kelk moest blijkbaar helemaal leeggedronken worden want van een finale climax was evenmin sprake. “Spaceface” (uit het Simple Minds’ album ‘Cry’, 2002) vloeide over naar “I Travel” (Empires And Dance’). Op zich een fantastische keuze ware het niet dat door te overvloedige pompende beats alles naar de verdoemenis gespeeld werd. Had men laten weten dat het een verborgen camera programma betrof met onze eigenste Reggie Penxten of Pat Krimson betrokken in het complot, we hadden niet vreemd opgekeken.

Anderhalf uur concert met enkele fraaie maar veeleer matige tot bijzonder flauwe (instrumentale) momenten is de slotsom. Aan Jim Kerr lag het niet. Hij was goed bij stem en was helemaal in zijn vertrouwde doen. Het publiek vragen de handen in de lucht te steken, de microfoon statisch in de lucht steken, knipogend naar enkele fans, op zijn ondertussen kenmerkende manier bewegen op het podium: het was er allemaal. Bij de muziek - hoe futuristisch en vernieuwend ook – werd het gaspedaal iets teveel op onnodige momenten ingedrukt zodat men zichzelf leek voorbij te rijden.

Setlist: Kill Or Cure, Shadowland, She Fell In Love With Science, Bulletproof Heart, Karma To This Rain, This Fear Of Gods, Cynical Heart, Refugee, In Every Heaven, Sense Of Discovery, Remember Asia, Red Letter Day
The Wait, Broken Glass Park
Teardrop, Spaceface / I Travel

Organisatie: Democrazy (ism Handelsbeurs), Gent

Grinderman

De oerkracht van Grinderman

Geschreven door

Ook al kan Nick Cave met zijn wonderlijke Bad Seeds venijnig uit de hoek komen, met Grinderman heeft hij voor nog een extra uitlaatklep gezorgd om zijn diepste demonen op de wereld los te gooien. Zijn metgezellen (en tevens Bad Seeds) Jim Sclavonous (drums), Martin P. Casey (bass) en Warren Ellis (al de rest) volgen hem daarin blindelings en zijn net zo bedrijvig als hun baas als het op intens musiceren aankomt. Vooral Warren Ellis is een extreem geval. Hij ziet eruit als een ongewassen holbewoner, beweegt zich voort alsof er constant een paar kwaadgezinde ratten in zijn broek zitten en hij geselt zijn instrumenten met de bezetenheid van een bloeddorstige hyena die zonet een wild konijn aan flarden heeft gebeten. Kortom, Ellis is geniaal.

Alles was geniaal trouwens vanavond in de AB. De vernietigende passage van Grinderman zullen we nooit vergeten. Het concert staat voor ons geboekstaafd als ronduit fantastisch, rauw, brutaal en meedogenloos.
De band speelde zowat bijna alles uit hun 2 albums, twee rauwe lappen verscheurende rock met prachtsongs die schuilen onder de verschroeiende sound.
Nick Cave schitterde als een briljante entertainer, hij bracht zijn songs met stijl, tonnen bezieling en de nodige portie humor. Voor zowat de helft van de songs had hij zelfs een gitaar om zijn nek hangen. Hij is hoegenaamd geen Hendrix maar de duivelse tonen die hij uit dat ding haalde, pasten perfect binnen de psychotische oerkrachtsound van Grinderman. Hij had ook een keyboard op het podium staan, maar dit was niet de avond van de subtiele pianotoetsen, eerder van een onzachte en brutale aanpak van een toetsenbord dat net niet aan diggelen werd geslagen.

Wij hadden het al door van bij de eerste stuiptrekkingen van de allesverslindende opener “Mickey Mouse and the goodbye man”, dit zou een memorabel concert worden. Hard en genadeloos klonk het in “Get it on”, “Worm tamer”, “Heathen child” en vooral “Evil” waarbij halve zot Ellis op de grond ging liggen om er het refrein “Evil ! Evil! Evil!” met doodsverachting uit te schreeuwen. Alle remmen werden losgegooid (voorzover er al een rem op zat vanavond) in gloeiend hete versies van “Love bomb”, “Honey bee” en een verpulverend “No Pussy blues”.
De rauwe sound van Grinderman was een welgekomen bron voor het wilde experiment en buitenzinnige karakter van songs als “When my baby comes”, “Bellringer blues”, “Go tell the women” (“The first song I wrote on guitar”, dixit Cave, beetje stuntelig maar meesterlijk) en “Man in the moon” (nochtans zeer rustig op plaat, maar hier met een extra scheurende en sublieme gitaar-outtro van Ellis). De diepe bas van Martin Casey was de broeiende aanloop voor afsluiter en totale apotheose “Grinderman”, een moordlustig en sluimerend beest van een song die uitgroeide tot een laatste machtige agressor van onze trommelvliezen.

Grinderman was even gewelddadig als fenomenaal. Lang geleden dat we nog eens zo ondersteboven waren van een concert. Dit gaat nog lang blijven nazinderen.

Een aangenaam voorprogramma ook met Anna Calvi, een talentrijke dame met een aparte en fijne, soms bluesy gitaarstijl en met een puike begeleidingsband die nogal percussie gericht was. Gevolg, een vreemd en interessant eigen geluid, duister en begeesterend. De madam heeft met “Jezebel” een eerste knappe single op zak. Het deed een beetje denken aan Siouxsie in betere tijden (nog voor er schimmel op stond) en ook wel aan PJ Harvey of zelfs de eerste plaat van Goldfrapp. Iets om in het oog te houden.

Organisatie: Live Nation

Pagina 315 van 386