logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...

Eileen Jewell

Eileen Jewell - Meesterlijke eenvoud

Geschreven door

Het was even schrikken toen ik de Handelsbeurs binnenwandelde: men had er tafeltjes en stoelen in de zaal geplant. Zo krijgt men bij een weliswaar lage opkomst de zaal toch vol maar mijn idee bij optredens is nog steeds dat het publiek zo dicht mogelijk bij de artiesten moet staan wat bij deze uiteraard niet mogelijk was. Maar zelfs dat euvel kon niet beletten dat we een hartverwarmende avond beleefden.

Openers van dienst waren The Cowboy Angels, het project van schrijver-journalist-muzikant (en hier zanger) Yurek Onzia waarin hij hulde brengt aan de onvolprezen Gram Parsons. Met een stel topmuzikanten waaronder drummer Pete De Houwer (Seatsniffers), gitarist Lazy Horse (Filip Kowlier) en pedal steel gitarist Filip Wauters (Admiral Freebee) bracht hij op een vrij overtuigende manier een set Gram Parsons-songs waarbij diens periodes bij The Byrds en The Flying Burrito Brothers niet over het hoofd werden gezien. Met zangeres Iris Smithuis hadden ze zelfs een ‘Emmylou Harris’ in de gelederen waarmee ze met succes enkele van Parsons' legendarische duetten (waaronder het onvermijdelijke "Love hurts") lieten horen. Mooi, niets op aan te merken maar het blijft slechts een ‘tribute’ en echt tippen aan het originele is bijna onmogelijk maar gezien Gram Parsons reeds 37 jaar niet meer onder ons is, kan dit als alternatief wel tellen.

Eilen Jewell was vorig jaar DE revelatie van het ‘Leffingeleuren’ festival en haar indrukwekkende optreden daar stond nog steeds in mijn geheugen gegrift. Maar na haar prestatie in Gent leek haar passage in Leffinge slechts een generale repetitie geweest te zijn. Nochtans kan je haar muziek bezwaarlijk spectaculair noemen: het blijven triestige liedjes in een sobere uitvoering. Maar Eilen Jewell brengt ze zo overtuigend en ontwapenend dat iedereen de ganse avond aan haar lippen bleef hangen. Dat deed ze niet alleen, naast haar stonden drie schitterende muzikanten : Johnny Sciascia bijzonder efficiënt op staande bas, Jason Beek op gortdroge drums en ouderdomsdeken Jerry Miller op heerlijke rock-'n-roll gitaar.
Eilen legde omstandig uit waarom ze die mannen ‘haar’ groep noemde terwijl daar eigenlijk niet veel woorden aan vuil gemaakt hoefden te worden: Eilen Jewell IS een groep. Ze voelden elkaar perfect aan, gebruikten geen setlist en speelden songs op eenvoudig verzoek van het publiek.
De set bestond net als vorig jaar hoofdzakelijk uit nummers van de ‘Sea of tears’ plaat. Daarnaast kregen we nu ook een viertal pittig gebrachte songs (o.a. "Fist City" en "Deep as your pocket") uit haar recente Loretta Lynn-tribute ‘Butcher holler’. Er was ook tijd voor één gloednieuwe song waarvoor ze een mondharmonica bovenhaalde en die het beste laat vermoeden voor een, eind dit jaar nog op te nemen, nieuwe plaat. Niets dan hoogtepunten eigenlijk : "Rich man's world", de sublieme Them-cover "I'm gonna dress in black", het trage "Codeine arms",... Of als ik dan toch moet kiezen : de Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" dat stilaan aan het uitgroeien is tot hun anthem en waarin Jerry Miller eens alle registers mocht opentrekken en zijn gitaar op een gegeven moment klonk alsof hij door een hakselaar werd gehaald. Wat een fenomenaal gitarist en wat zou ik toch graag eens weten wat hij vroeger heeft uitgevreten. Voor alle duidelijkheid: dit is niet de Jerry Miller van Moby Grape.

Hier zagen we zonder twijfel één van DE optredens van 2010! Nu Gillian Welch met een jarenlange writer's block worstelt en Lucinda Williams een mindere periode kent, lijkt Eilen Jewell wel de ongekroonde koningin van de americana.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Killing Joke

Samen aftellen tot Armageddon met Killing Joke

Geschreven door

Het gaat (nog steeds) slecht met de wereld, dus gaat het (nog steeds) goed met Killing Joke. Reeds drie decennia lang voorspellen Jaz Coleman & co de definitieve ondergang van de beschaving, maar wie het ietwat occulte imago van de groep weet te doorgronden zal er evenzeer een goed verscholen dosis zwartgallige humor aantreffen. Toegegeven, de Engelse postpunk groep heeft lang geteerd op het cult succes verworven met hun eerste twee albums, maar na een trits ronduit inspiratieloze platen is Killing Joke de jongste jaren toe aan een onwaarschijnlijke comeback. Sinds ‘Killing Joke’ (2003) en vooral met de brutale mokerslag ‘Hosannas From The Basements Of Hell’ (2006) vinden Coleman en de zijnen moeiteloos aansluiting bij hun legendarische beginjaren en wordt hun unieke symbiose van postpunk, metal and industrial openlijk geprezen door beroemde collega’s als Dave Grohl, Billy Corgan en Jimmy Page. De plotse teraardebestelling van brother Paul Raven, naast meesterbassist tevens Coleman’s boezemvriend, leek heel even het einde van deze heropstanding te betekenen. In werkelijkheid bleek echter het tegendeel: de vier originele groepsleden bezworen hun jarenlange vetes, trokken samen de studio in en kwamen daar onlangs terug buiten met ‘Absolute Dissent’ onder de arm. Bijna dag op dag twee jaar na hun vorige doortocht in de AB gaven de heren van Killing Joke opnieuw acte de présence in Brussel om deze nieuwe splinterbom live uit te testen.

Nadat zijn makkers het oudje “Tomorrow’s World” hadden ingezet sloop mad man Jaz Coleman als laatste de set op.’s Mans karakteristieke podium act oogt na al die jaren nog steeds even fascinerend als grappig: gevangen in een nauwe overal, geschminkt als een apache op oorlogspad en voortbewegend als een zombie achtervolgd door zijn eigen schaduw. Humor lijkt dan weer wat veraf wanneer nummers vanop ‘Absolute Dissent’ worden afgevuurd. Het titelnummer van dit nieuwe album en “In Exelsis” mogen dan al wat gepolijster en minder orkestraal klinken dan op Joke’s vorige album, alle vertrouwde ingrediënten waarmee Killing Joke met de vingers in de neus menig industrial bandje naar huis speelt blijven aanwezig: de schorre grafstem van Coleman, de knetterende gitaarmuur van Kevin ‘Geordie’ Walker, de dwingende bas van Martin ‘Youth’ Glover en de mokerslagen van big Paul Ferguson. Samen met een goed verscholen vijfde groepslid die de wall of sound nog wat verder aandikte met synthpartijen, lijkt deze bezetting de sterkste ooit in het bestaan van de groep.
De passage van Killing Joke in de AB was pas het tweede optreden van hun jongste tour ter promotie van het daags voordien verschenen ‘Absolute Dissent’, dus was het zowel voor groep als publiek wat wennen aan het nieuwe materiaal. Op de nieuwe single “European Super State” viel de tweede stem van Youth nog wat dunnetjes uit naast de rauwe apocalyptische schreeuw van Coleman, maar goed, van een eminente producer en studiorat mag je nu eenmaal geen vocale hoogstandjes verwachten. Bij het brutale “This World Hell” en het atmosferische “The Ghost Of Ladbroke Grove” klopte het plaatje dan weer wel als een bus en kunnen we gerust van twee prille klassiekers spreken.
Het overwegend 40 something publiek kreeg maar weinig tijd om te bekomen van al dat nieuwe geweld, want tussendoor kreeg het ook een pak onverslijtbare 80ies classics geserveerd. We zouden uren kunnen uitwijden over hoe groot het gat in uw platencollectie wel niet is indien ‘Killing Joke’ (1980) en ‘What’s THIS for…!’ (1981) er nog geen stekje hebben bemachtigd, maar dat is voor een andere gelegenheid. Het moet volstaan om te stellen dat “Wardance”, “Requiem”, “Bloodsport”, “The Wait”, “The Fall Of Because” en “Madness” met hun 30 lentes gerust tot het cultureel erfgoed van de eerste postpunk generatie behoren en live nog steeds tot diep in de onderbuik doordringen. Op de tonen van het onweerstaanbare discopunk anthem “Pssyche”, met de immer coole Geordie in rol van prominente spelverdeler, nam de groep een eerste keer afscheid van Brussel.

Een korte bisronde werd ingezet met het opzwepende “Complications”, gevolgd door de traditionele Egyptische intro van het slepende “Pandemonium” dat Killing Joke in de jaren ’90 eindelijk nog eens een one-way ticket richting Apocalyps opleverde. Het betekende helaas ook het slotakkoord van Coleman & co, want tegenwoordig gaan de schuivers van de AB na halfelf onherroepelijk naar beneden. De klok van Armageddon blijft echter onverstoord verder tikken, en als we dan toch moeten kiezen, dan liefst met Killing Joke’s brutale trancemetal als begeleidende soundtrack.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Divine Comedy

The Divine Comedy - Kamerpop ontdaan van alle barokke franjes

Geschreven door

Binnen de ruim twintigjarige bestaansgeschiedenis van The Divine Comedy is de Noord-Ierse zanger en muzikant Neil Hannon dé centrale figuur. Hij is niet enkel de enige constante en overblijvende factor maar hij is bovendien leverancier van de liedjesteksten en hoofdverantwoordelijke voor de muzikale omkleding.

Toen het concert van The Divine Comedy afgelopen woensdag in de Orangerie van de Botanique aangekondigd werd als ‘An Evening With Neil Hannon’ keek dan ook wellicht niemand vreemd op. De verrassing situeerde zich eerder in het feit dat hij de huidige concertenreeks ter promotie van het tiende studioalbum ‘Bang Goes The Knighthood’ voor de allereerste maal in zijn carrière solo afwerkt.
Vier jaar geleden stond The Divine Comedy namelijk nog in dezelfde Botanique in vol ornaat te schitteren en als men weet dat er op de recente platen niet op enkele strijkers of andere toeters en bellen meer of minder wordt gekeken (de muziek wordt daarom vaak te gemakkelijk ingedeeld in de categorie van de zogenaamde ‘chamber pop’), was het de vraag of de typerende warme, orkestrale en vaak sfeervolle klanken niet live zou gemist worden.

Iets na 21 uur zou het antwoord op deze vraag ons aangeleverd worden toen Hannon strak in pak, met een bolhoed op het hoofd en een Sherlock Holmes’ aandoende pijp tussen de lippen geprangd, het podium betrad. Hij begroette het publiek, zette zich aan zijn piano, nam uit zijn aktetas de setlist, nipte wat aan zijn glas wijn en zette “Down In The Street Below” in, gevolgd door het naar cabaret neigende “The Complete Banker” waarin Hannon uitdrukking geeft van zijn zeldzame boosheid over het feit dat naar aanleiding van de recessie de gewone belastingbetaler bleek op te draaien voor de hebzucht van bankiers.
Meteen werd duidelijk dat door de vrij naakte uitvoeringswijze van de nummers (louter piano en zang) de fraaie melodieën overeind bleven en de teksten veel meer op de voorgrond kwamen en dat mag gerust als een extra troef beschouwd worden gezien het feit dat deze schrijfselen doorgaans uitmunten in leuke doch gevatte verhalenlijnen. Hannon is namelijk een meester om rond de vaak meest eenvoudige onderwerpen schitterende nummers te schrijven en deze te voorzien van een prachtige instrumentatie.
Zo heeft hij vorig jaar samen met Thomas Walsh van de formatie Pugwash onder de naam The Lewis Duckworth Method een volledige plaat gemaakt rondom het simpele gegeven van de cricketsport. Lijkt op het eerste gehoor tot niks zinnigs te leiden maar dat zou buiten de vaardigheden van Hannon gerekend zijn want er werd opnieuw een knap werkstukje afgeleverd.
Anderzijds, doordat Hannon ditmaal op de planken niet geruggensteund wordt door een begeleidingsgroep komen natuurlijk wel de eventuele mankementjes nadrukkelijker onder de schijnwerpers te staan. Vooral in het begin van de set werd er als eens een verkeerde noot op de piano aangeslagen en had Hannon het soms moeilijk om de juiste zangtoon aan te houden. Maar met een kwinkslag en vooral veel enthousiasme en droge humor kwam Hannon er moeiteloos mee weg en toverde hij eerder een glimlach op het gezicht van de aanwezigen dan wel dat dit als een storend effect werd aanzien.
Sowieso droeg het massaal opgekomen publiek – het concert was al wekenlang uitverkocht – Hannon figuurlijk op handen en trakteerde hem na ieder nummer op een uitbundig applaus. Hoewel de muziek van The Divine Comedy niet om de haverklap op de radio te horen is, heeft hij intussen duidelijk een vaste fanbase opgebouwd niet in het minst ook door zijn samenwerkingsverbanden met onder andere Charlotte Gainsbourg, Air en Robbie Williams.
En Hannon hield ook voortdurend de aandacht van de aanwezigen vast door hen regelmatig bij het gebeuren te betrekken. Zo nodigde hij hen uit om mee te zingen of extra gezelligheid te brengen via ritmisch handgeklap. Hij onthulde de inhoud van zijn aktetas en zat de toeschouwers ook af en toe wat te plagen en zelfs uit te dagen. Toen er vanuit de zaal volop potentiële verzoeknummers werden aangevraagd, repliceerde hij hierop dat hij zou spelen wat hijzelf wou en vergeleek de schreeuwers als ronddwalende zombies. De mimiek die daarmee gepaard ging, kunnen we u jammer genoeg niet tonen maar het was hilarisch. 
Een ander markant moment viel te beleven bij de single “At The Indie Disco” dat zelfs in sobere pianoversie er niet in slaagde te verhullen dat dit een potentiële wereldhit zou kunnen zijn. Want we willen niemand op slechte gedachten brengen maar als hier aan de hand van een remix een extra beat zou worden aan toegevoegd, moet dit in staat zijn gensters te slaan en niet enkel op de dansvloer van een zogenaamde independent discotheek. “She makes my heart beat the same way as at the start of Blue Monday. Always the last song that they play” zong Hannon en om het plaatje compleet te maken, gaf hij een perfecte imitatie van de intro van New Order’s “Blue Monday” weg door op zijn microfoon te tikken. Om de sfeer van de jaren ’80 aan te houden, gooide hij er zelfs een ‘over the top’ versie van de hitsingel “Don’t You Want Me” van The Human League bovenop, inclusief het nabootsen van de hoge vrouwelijke stemmen. Er zat veel ironie en humor in vervat maar wat was het opnieuw verdraaid knap uitgevoerd.
Ook binnen het eigen repertorium werd af en toe teruggegrepen naar het verleden via ‘old tunes’ (dixit Hannon) als daar zijn: “The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count” (‘Liberation’, 1993), “The Summerhouse” en “Going Downhill Fast” (allebei uit ‘Promenade’, 1994). Uit het album ‘Casanova’ (1996) werden “Songs Of Love” en “Becoming More Like Alfie” geplukt en deze werden ook nog eens op akoestische gitaar vertolkt. Hetzelfde geschiedde voor “Neapolitan Girl” en voor “A Lady Of A Certain Age” uit ‘Victory For The Comic Muse’ (2006). Niet alleen op plaat een meesterwerkje maar ook live een kippenvelmoment dat de gehele zaal muisstil kreeg.
Een ander hoogtepunt vormde onder meer “Assume The Perpendicular” en ook de aanloop naar de finaleronde was er eentje om in te lijsten met prachtige versies van achtereenvolgens “Our Mutual Friend” (‘Absent Friends’, 2004), “I Like” (wat een liefdesverklaring!) en “Tonight We Fly” (‘Promenade’, 1994).
Na de toegiften die bestonden uit publiekslieveling “National Express” (‘Fin De Siècle’, 1998) en het grappige “Can You Stand Upon One Leg”, dankte Hannon iedereen en België in het bijzonder omdat de cover van het laatste album eigenlijk een ‘rip off’ zou zijn van René Margritte. Was het ironisch of surrealistisch bedoeld? Met Hannon weet men nooit maar in ieder geval was dit optreden dat tekstueel en muzikaal slingerde tussen vreugde en verdriet en tussen humor en ernst, bijzonder onderhoudend te noemen en viel er tijdens het anderhalf uurtje volop te genieten.

Neil Hannon onderstreepte duidelijk dat hij symbool staat voor The Divine Comedy en etaleerde dat zijn nummers ook zonder veel franjes overeind blijven. Geen geringe prestatie en wat ons betreft een geslaagde avond.

Setlist: Down In The Street Below, The Complete Banker, The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count, The Summerhouse, Going Downhill Fast , Assume The Perpendicular, Neapolitan Girl, Becoming More Like Alfie, The Lost Art Of Conversation, At The Indie Disco, Don’t You Want Me, Neptune’s Daughter, Have You Ever Been In Love, A Lady Of A Certain Age , Songs Of Love, Geronimo , Our Mutual Friend , I Like, Tonight We Fly
Bis: National Express, Can You Stand Upon One Leg

Neem gerust een kijkje naar de pics

Kijk gerust naar de review op site fr

Organisatie: Botanique, Brussel

Bedroom Community Label

Bedroom Community Label Night - kamerorkest van de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly

Geschreven door

De Balzaal van de Vooruit was nagenoeg volgelopen voor de label night van het veronderstel ik wel hippe IJslandse Bedroom Community. Ze waren zelfs op de naam ‘Whale Watching’ Tour gekomen, wat ik gewoon een leuke naam vond. Ook altijd al me graag ingebeeld hoe walvismuziek zou klinken als de frequenties voor ons hoorbaar zouden zijn. Na een aantal mislukte pogingen waren de IJslanders toch tot in Gent geraakt.

Het voorprogramma werd verzorgd door een zekere Lyenn die wel atmosferische muziek maakte, met een stem die demonen weerspiegelde, maar een goede song hebben we niet ontdekt. Het was een opwarmer, zullen we maar zeggen, maar op dat vlak was de DJ van dienst nog wel eerder in staat om emo-melancholie bij het begin van de herfst op te roepen. Het publiek vond het allemaal wel aardig en zat gezellig op de grond te keuvelen. Opmerkelijk trouwens hoe deze muziek toch weer een heel ander spectrum aantrekt qua publiek, wat ook zelfs vestimentair tot uiting kwam. In de schemer kon je je voorstellen dat de zaal door oude bewoners van IJslandse sagen bevolkt was.

Nu goed, de muziek. We hadden een combinatie van muzikanten die eigenlijk een soort kamerorkest vormden, en het klonk ook als kamermuziek. Volgens de affiche stonden de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly op het podium maar wie nu wie was niet altijd duidelijk, ook al omdat er vrouwen in het gezelschap opduiken, vrouwen die spelen en zo.
Heel korte stukjes soms kregen we te horen tot uitgesponnen vocale nummers waar het publiek op aansturen van de zanger het refrein enthousiast meezong. Het zijn geen wereldnummers maar de intimiteit en rust van dit soort muziek is een echte verademing. Hetzelfde kon eigenlijk gezegd worden van de zanger die bepaalde noten gewoon niet haalde, maar dat maakte voor het resultaat niet zo veel uit, net ook omdat hij het publiek mee had, door wel leuke bindtekstjes.
Wel degelijk is het muziek om in slaapkamers te spelen, met het publiek in losse groepjes op de houten vloer. Het is niet het einde van de wereld op muzikaal vlak maar van mij mogen er meer van dergelijke bands naar België komen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Goldfrapp

Goldfrapp op half feestelijke kracht …

Geschreven door

We waren benieuwd hoe de gig van Alison Goldfrapp en Will Gregory er aan toe zou gaan. Tussen 2003 en 2007 konden we gegarandeerd rekenen op een stomend sensueel, zwoel en kitsch elektro/disco/pop feestje, door platen als ‘Black Cherry’ en ‘Supernature’. Het variërende ‘7th tree’, de voorlaatste worp, greep deels terug naar het sfeervolle, ijzige debuut ’Felt mountain’ en het recente ‘Head first’ is eerder een inwisselbare tweedehands ‘Black Cherry’/’Supernature’ geworden.

Live liet het ook z’n sporen na en hadden we ook het gevoel ‘het al eerder’ gehoord te hebben, minder aanstekelijk en prikkelend, meer flets en plat, ondanks de hitgevoeligheid, de leuke, catchy, huppelende ritmes, de (licht) swingende lijn en de zalvende, ontspannende tunes.
Inderdaad, haar smachtende, tot de verbeelding sprekende ‘body to body’ (massage) music raakte en beklijfde minder. Maar laat ons niet te diep zakken in teneur, er waren de vier lekker in het gehoor liggende songs “Rocket”, “Believer”, “Alive” en “Dreaming” van het recente album, en de resem classics als “Train”, “Ride a white horse” en “Oh la la”, die door de krachtige beats voldoende inwerkten op de dansspieren en een ideale versmelting vormden van ‘80’s electro en disco. De glamour en kitsch zagen we in de performance, de act, de glitterkledij en de wapperende haren. Een niets-aan-de-hand sfeertje, ondersteund door haar gouden fluwelen stem, die elan en kleur gaf aan de songs.
En in de bis bezorgde ze kippenvel met het fragiele, sfeervolle “Little bird” door de sober gehouden begeleiding en soundscapes; een hemels indringende, breekbare “Lovely head” uit haar debuut, gedragen door haar zuivere, heldere vocals, konden zelfs een glas doen rinkelen of breken. Tot slot trad ze nog in vederpak aan om een broeierig opbouwende, pompende “Strict machine” op ons los te laten en te besluiten met een electrofeestje.

Goldfrapp voelt een forse concurrentie van de huidige rits electro/discochicks aan, en kan er zich niet meer van losmaken en onderscheiden. Ontploffen deed het allemaal niet meer en daar zit het matige songmateriaal van de laatste platen wel voor iets tussen …

De supports waren van Franse makelij, de ene een soort klassiek Wagner in een saloonbar, de andere, een electrotechneut op z’n John Foxx die het publiek warm trachtte te maken voor Goldfrapp …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Aéronef)

The Hentchmen

The Hentchmen - Rock'n’roll op het scherpst van de snee

Geschreven door

Tangled Horns is een relatief nieuwe band uit Antwerpen waarvan de meeste leden ook in andere groepen actief zijn. Belangrijkste is misschien wel drummer Kris Martens die tevens de vellen roert bij Alex Agnew's Diablo Blvd. Tangled Horns combineert stoner met grunge, niet meteen een gerecht dat me aanspreekt maar wat dit vijftal ermee aanvangt, mag best gehoord worden. Verantwoordelijk hiervoor waren de lekker vettige gitaren die bijwijlen erg meeslepend waren en de forse strot van Tim Van De Plas, die me zowaar aan Mick Collins deed denken. Terwijl hij zwalpend en met verwilderde blik over het podium struinde bleef hij een ganse set lang begeesteren. Mooie opener!

Precies één week na Leffingeleuren stond Viva L'American Death Ray Music weer op een Belgisch podium. Hun wat kortere set bleek op enkele nummers na volledig vertimmerd. De meest avant-gardistische stukken bleven achterwege, wat niet meteen wil zeggen dat we een hapklare brok kregen voorgeschoteld. Het blijft vreemde, niet te plaatsen muziek die je telkens toch op de één of andere manier weet te raken. Hier en daar en met wat goeie wil merk je nog wat invloeden van de Velvet Underground. De arty sfeer die ze creëren nog het meest misschien. Ik zou het kunnen omschrijven als Memphis-gekte hoewel Nicholas ‘Diablo’ Ray en co deze stad al een tijdje niet meer als uitvalsbasis hebben. Drummer Jeffrey Bouck (ooit nog bij Polyphonic Spree) stal opnieuw de show, wat een soepele en inventieve drummer is dit toch! Dit optreden was net iets minder dan in Leffinge en op de duur miste ik toch de dit keer niet meegereisde bassist Harlan T Bobo (net vader geworden) die de sound toch wat voller had kunnen laten klinken. Of lag het aan de ontstellend lage opkomst waardoor de mensen her en der verspreid stonden in plaats van samengetroept voor het podium?

Veel schiet er niet meer over van de bloeiende garagerockscene in Detroit van rond de eeuwwisseling. The Dirtbombs brengen straks een nieuwe plaat uit en The Hentchmen waren nog eens in Europa, hoewel dat laatste precies niet veel deining veroorzaakte. Nu lieten The Hentchmen dit niet aan hun hart komen en vlogen er meteen met volle overgave in. We kregen een set strakke rock'n’roll zonder dipjes. De geweldige gitarist Tim Purrier zag er niet alleen een beetje uit als Buddy Holly, soms klonk hij zo ook. De man leek uit rubber gemaakt en liet zijn gitaar galmen in alle mogelijke posities. De twee surfnummers die hij tussendoor liet horen, waren werkelijk om bij weg te smelten. Naast die verbluffende gitaar was er nog een tweede hoofdrol voor de Farfisa van John Hentch, het instrument bij uitstek om je muziek ‘sixties’ te laten klinken. En dat unieke geluid van dat orgeltje blijft het na al die jaren nog steeds doen.
Prachtig avondje stomende rock'n’roll op het scherpst van de snee! Misschien toch nog een kleine randopmerking: John Hentch speelde naast zijn Farfisa op een klein klavier de bas en dat leek soms behelpen, misschien zou een echte bassist hun songs nog meer laten swingen. En dan heb ik het echt niet over Jack White, die op een blauwe maandag hun bassist was.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

The Telescopes

The Telescopes - Psychedelische geluidsmuur met paranoïde gevoelens

Geschreven door

Iedere mens is een melancholisch beest die op zoek gaat naar nostalgie en wie gisteren de dun bevolkte Trix binnenliep zag meteen een paar enkelingen rondlopen met T-shirts waarop namen van groepen als The Stone Roses prijkten. Zo’n twee decennia waren deze muziekfans (waaronder ook ondergetekende) onderhevig aan een vloed schrijfsels van Britse journalisten die terecht een hele resem groepen hypten en één van de genres uit de hypemachine ontstond was het fameuze shoegazegenre.
Je hoeft het niet ver te gaan zoeken, de meeste van deze groepen stonden naar hun schoenen te staren omdat ze teveel in de weer waren met de duizenden pedalen die voor hun uitgespreid op het podium lagen. Na jarenlange opberging in diverse platencollecties kwam plots deze shoegazeboom terug tot leven ook al is er op heden van enig ontploffingsgevaar nog geen sprake.

De eerste die het rijtje van drie mochten openen waren de Antwerpenaars Deadsets die net hun ‘Mature swingers’-EP uitgebracht hadden.
Dat er enig potentieel in deze band zit is zeker maar doordat een podium tot dusver voor hun een onwennige plaats blijft maakten ze weinig of geen indruk. Muzikaal zweeft het tussen Buffalo Tom en Charlatans en mits wat meer ervaring worden zij misschien nog een leuk groepje voor de toekomst.

Tenminste als er een tijd is voor toekomst want de huidige shoegazehype zou misschien even vlug gedaan kunnen zijn als het opkwam. Een groepje die daar in thuisland England wel de vruchten van weet te plukken zijn The Fauns. Verschillende toonaangevende radio-DJ’s waaronder Steve Lamacq zijn vol lof over deze Britten die blijkbaar het geluid van Slowdive heruitgevonden hebben en ook al vertaalt dat zich op een podium tot weliswaar mooie Cocteau Twins-achtige klanken durft het ook wel eens in eenheidsworst uit te draaien. Als je daar nog eens de vrij statige pose van de band bijneemt valt het bijzonder moeilijk om een woord als ‘wervelwind’ in de mond nemen.

Deze wind kwam er echter met The Telescopes. Deze groep is het geesteskind van Stephen Lawrie en hoewel zij eigenlijk een spacenoiserockband zijn die vaak met Loop vergeleken werd, hadden zij ook een aantal shoegazehitjes zoals “Flying” of “Everso” op hun actief staan. Dit gebeurde in de periode toen zij van Alan McGee een platendeal toegedeeld kregen op Creation Records.
Onder steeds wisselende bezetting deden The Telescopes hun ding verder tot op vandaag, ook al ging het muzikaal meer de richting van de experimentale soundscapes op.
Vanavond stond echter “The Creation classics” op het programma, ook al moet je zo’n titel met een korreltje zout nemen want “To kill a slow girl walking” was eigenlijk het enige shoegazehitje dat we te horen kregen terwijl het overgrote deel van het materiaal uit hun Cheree-periode (voor Creation) kwam. Dat Lawrie niet de makkelijkste jongen is wisten we reeds twintig jaar geleden toen hij een 30 minuten durende set op het Futuramafestival in Deinze ten tonele gaf. De arrogantie van destijds heeft hem niet spraakzamer gemaakt maar gaat vandaag wel hand in hand met een destructieve pose waarbij hij de hele set op handen en voeten kroop, het gezicht in de knieën geborgen en steeds lurken aan een joint terwijl de fles witte wijn reeds na enige nummers de bodem had bereikt.
De gitaren stonden loeihard afgesteld terwijl Lawrie talrijke keren op alles mepte wat ook maar in zijn buurt kwam en zij die het psychedelisch hoogtepunt één uur konden uitzitten waren dan ook sterk onder de indruk waarbij we echter niet het gevoel konden afschudden dat we reeds twintig jaar geleden hadden : geen ziel die er wakker van ligt …

Setlist:
7TH DISASTER, NOTHING, PERFECT NEEDLE, SADNESS PALE, SHC BURN, ANTICIPATING NOWHERE, THREADBARE, VIOLENCE, TO KILL A SLOW GIRL WALKING, FOREVER NOW, TREASURE, PLEASURE BEFORE YOU GO, SUICIDE

Organisatie: Trix, Antwerpen

U2

U2 - Groot, groter, grootst

Geschreven door

Een hoogst indrukwekkende mega show, een oogverblindend totaalspektakel. OK, goed, maar hoe zit het met de muziek ?

Gelukkig maar, met die muziek zat het goed. Ook met de sound trouwens, want daar vreesden we nog het meest voor met die vreselijke akoestiek van dat kille Koning Boudewijn stadion.
Let’s face it, het is eigenlijk al geleden van ‘Achtung Baby’ dat U2 nog eens een echt goede plaat gemaakt heeft, maar op elke plaat die na dat niet te overtreffen album kwam stonden telkens een paar volbloed krakers van songs. Het zijn natuurlijk deze songs die U2, professioneel als ze zijn, uitgekozen heeft om er steevast splijtende versies van te spelen tijdens hun imposante live show. Onverslijtbare en uiterst potente klassiekers als “Beautiful day”, “Elevation”, “Magnificent” en het geweldige “Vertigo” bijvoorbeeld, maar ook mindere dingen als “Walk on”, “In a little while”, “City of blinding lights” en “I’ll go crazy if I don’t go crazy tonight” stegen in de live versie moeiteloos boven zichzelf uit. Vooral die laatste song werd omgedoopt tot een meer dan geslaagde dance-achtige jungle trip.
Leuk om te horen dat U2 creatief weet om te springen met hun eigen songs en zo zichzelf blijft heruitvinden.
Ook “Miss Sarajevo” (waarin Bono met glans de partij van Pavarotti voor zich nam) en “Hold me, kiss me, thrill me” (één van onze favorieten van de avond), songs die eigenlijk nooit een reguliere U2 plaat hebben gehaald, werden gebracht alsof ze reeds jaren tot het beste van hun repertoire behoren.
Als absolute hoogtepunt zouden wij het oudje “Bad” willen aanstippen, en uiteraard waren ook “One” en “Where the streets have no name” kippenvelmomenten. Het zijn wereldsongs die nooit op een U2 gig mogen ontbreken, maar dat weet de band zelf ook wel.

Kortom, U2 bewees nog maar eens de ultieme stadiongroep te zijn. Ook al zijn hun platen van de laatste jaren al lang niet meer wereldschokkend, op een podium schitteren ze als geen ander en dat is wat hen aan de absolute top houdt. De enige band die volgens onze dezelfde energie kan opwekken in stadions van dit kaliber is Muse, voorlopig de enige kandidaat om U2 als stadionrockers op het hoogste schavotje te gaan belagen. We zijn benieuwd.

Organisatie: Live Nation

Pagina 318 van 386