logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
giaa_kavka_zapp...

Matt Watts

I Don’t Know Where My Baby Is -single-

Geschreven door

De Amerikaan Matt Watts geeft Guido Belcanto de erkenning die hij verdient door zijn “Ik Weet Niet Waar Mijn Meisje Is” te vertalen naar het Engels. Zelf hadden we eerder Eels of Calexico in gedachten als Brits/Amerikaans equivalent van onze Vlaamse treurwilg, maar de in België aangespoelde Amerikaan Watts kwijt zich ook prima van zijn opdracht. Ze zitten een beetje in dezelfde kringen en delen behalve hetzelfde platenlabel ook nog eens een groot stuk van hun begeleidingsband. In het Engels klinken de lyrics van Belcanto breekbaar en oprecht, zonder dat je meteen aan smartlappen gaat denken.
Matt Watts is een gedroomde vertaler van Guido Belcanto. Over Watt’s laatste album (‘How Different It Was When You Were Here’) schreven we dat mocht liefdesverdriet een Olympische discipline zijn, Matt Watts voor niet minder dan goud kon gaan. Het ene gebroken hart is het andere niet, maar deze twee treurwilgen bieden dezelfde troostende schouder waarop de luisteraar kan uithuilen. Op deze single pakt Watts meteen de juiste vibe. Hij begint met een minimum aan begeleiding en bouwt van daar op naar een sfeervolle mix van americana en blues. Met als kers op de taart een stukje mondharmonica van Belcanto erbij.
Een prima zet van Starman Records om deze twee te koppelen.

We Lost The Sea

Triumph and Disaster

Geschreven door

Binnen het wereldje van post-rock en aanverwante genres is We Lost The Sea (ook WLTS genoemd) intussen een gerenommeerde naam geworden. Deze Australiërs begonnen in 2007 en vooral sinds hun derde album ‘Departure Songs’ wisten ze naam te maken binnen het genre. Voor mij staan ze qua bekendheid en op hetzelfde niveau als bv. Explosions In The Sky. Dit jaar kwam er een live-album uit (‘Live at Dunk!Fest 2017’) en nu is er een vierde studioplaat die zeven tracks bevat.
De band bestaat uit zes leden: drie gitaristen, een bassist, een piano/keyspeler en een drummer. Het zijn dus allemaal instrumentale stukken muziek (dit sedert de dood van hun vocalist Chris Torpy in 2013) die heel verhalend en gevarieerd kunnen zijn.
Neem nu opener “Towers”. Een nummer dat epische proporties aanneemt. Zo’n vijftien minuten lange trip waarbij ze je meenemen doorheen hun wereld: soms heel melodisch, dan donkerder, afwisselend uptempo en midtempo. Maar bovenal mooi en boeiend luistermateriaal. Het is meteen ook het langste nummer terwijl “Dust” met zijn vier minuten de kortste song is. Een heel melancholisch klinkende song dankzij de alternatieve gitaarstemming. De song drijft op een drone-achtige synthsound waarboven de rest muziek of sfeer aanvoert. Hier is de songstructuur niet klassiek opgebouwd. Ook “Distant Shores” valt hier een beetje onder. Alleen is het meer verhalend en bevat ze meer structuur dan “Dust”. Op “A Beautiful Collapse” drijft de song dan op een gevoelige gitaarlijn. Die wordt verder uitgewerkt in een soort thema totdat de song abrupt verandert van stijl en intensiteit. De drums vallen in en de gitaren worden zwaarder versterkt. Het thema komt nu voorzichtig terug in rockstijl. Knappe song. “Parting Ways” heeft in de eerste helft van het nummer een heel andere feel: eerder wat jazz ritmes en psychedelische invloeden.
In het tweede deel gaan ze terug meer op de ‘old-school’ toer. “The Last Sun” begint met heerlijk klinkend gitaarwerk. Ook deze song bestaat uit verschillende delen die telkens op- en afbouwen. Het begin rockt lekker, maar daarna krijg je een weemoedige en rustig stuk te horen. Wanneer de drums terug invallen voel je de song terug opbouwen naar iets anders. Op afsluiter “Mothers Hymn” horen we piano en een vrouwenstem. Een ferme stem van ene Louise Nutting (ze zingt geregeld bij het jazztrio Wartime Sweethearts) die de gevoelige snaar weet te raken met haar vertolking.
De nieuwste van WLTS is een intense en goed opgebouwde plaat. Hiermee bewijzen waarom ze tot de kopgroep binnen het genre behoren. Samengevat: kwaliteit en emotie.

Inhaler

Inhaler - In de voetsporen van papalief Bono

Geschreven door

Dat Inhaler in de Botanique stond, deed even de wenkbrauwen fronsen; dit bandje heeft met de singles “My honest face” en “Ice cream sundae” al twee grote hits op zak. En dan denk je meteen al aan een AB … De Orangerie was dan ook meteen uitverkocht . Eerst was er nog de gedachte  dat dit opkomend jong Iers bandje in de front met de zoon van Bono, Elija Hewson., zelfs in de Rotonde zou staan, om (nog  net een laatste keer) dat eenheidsgevoel tussen band, Elija en het publiek te bekrachtigen . Maar kijk ,in de Orangerie kon hier worden op ingespeeld …

Op een goede maand tijd waren ze twee maal in ons landje . Tijdens de passage op Pukkelpop, in een volle Marquee ‘s namiddags , zagen we een stadionband in spé , groots  catchy, met die kenmerkende  melancholieke U2 ondertoon . Tja, de appel valt niet ver van de boom. Zo vader zo zoon , de twintigjarige Elija, heeft zeker diezelfde uitstraling als papalief in solidaire moves , de pasjes , de hairlooks, het publiek betrekken/ophitsen en showman spelen, de gitaar bij de hand ; en niet te vergeten er zijn diezelfde helder innemende , pakkende vocals.
Een publiek van alle leeftijden begroet hen ; ze hebben hier een all-in pakket en kunnen teruggrijpen naar de begindagen van U2 , een jonge Bono voorgesteld, dichtbij hen aan het werk.
Een klein uur lang kregen we hier goed afgelijnde gitaarpoprock . Het oude U2 ten tijde van ‘October’, ‘Boy’ en ‘War’ zijn de inspiratie, gelinkt aan Gallagher, The Verve , Starsailor en Keane. Clean, nergens uit de bocht, en een stem als papa , die fors kan uithalen.
Een rockin’ night werd het meteen met “I won’t always be like this” en “I have to move on”. De sfeer zat erin en de respons was warm . Het daaropvolgend materiaal heeft nog niet die intensiteit en is nog niet beklijvend in de stijl van de (steen)oude U2 platen en hun ‘Joshua tree’ , toch heerst er een eenzelfde rockgevoel en samenhorigheid. Net als het wat in elkaar zakt op een “Save yourself” en “This plastic house“, steken ze de handjes in de lucht , zijn er de handclaps en wordt de betrokkenheid opgeschroefd . Mooi.
Het broeierige “Ice cream sundae” doet de temperatuur stijgen en de spanning is en blijft met een “My king will be kind” en “Cheer up baby”. “My honest face” besloot de set .

Het materiaal tintelt, fonkelt, rinkelt en ronkt nog niet op het niveau van U2;  ze hebben nog niet die gitaarvirtuositeit en creativiteit van The Edge in de vingers , maar de richting groots(er) te worden, is ingeslagen  . En qua zaal zal het zeker ook groter worden dan …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/inhaler-22-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/apre-22-09-2019.html

Organisatie: Botanique , Brussel

Alice Cooper

Alice Cooper - Voorspelbaarheid, die zelfs na honderd keer nog steeds niet verveelt

Geschreven door

Hoe voorspelbare sommige acts ook zijn, ze werken zo aanstekelijk op je gemoed dat je zelfs na een etmaal te kijken en luisteren daar nooit genoeg van krijgt. Dat is een notendop hoe we het optreden van Alice Cooper in Vorst Nationaal nog het best kunnen omschrijven. De band rond Vincent Damon Furnier - ondertussen ook al 71 - verstaat al sinds meerdere decennia de kunst om door middel van een theatrale horrorshow overgoten met sausjes vol humor, ervoor te zorgen dat je oren en ogen tekort komt. Een goed vol gelopen Vorst Nationaal zat dan ook op het puntje van zijn stoel te genieten van begin tot einde.

In normale omstandigheden, zeker wat grotere evenementen betreft, is een voorprogramma doorgaans het perfecte moment om even te verpozen en tussen en pot en pint een beetje te keuvelen met elkaar. Echter slaagt een zeer strak en energiek spelende Black Stone Cherry er op een eenvoudige maar zeer gezapige wijze in de aandacht scherp te houden. Vooral de manier waarop drummer John Fred Young zijn drumvellen mishandelde, waren een streling voor oog en oor. De vele mokerslagen die hij uitdeelde, op een verschroeiende wijze, voelden aan als donderslagen bij heldere hemel. Dit gerugsteund door gitaristen die tovenaars van riffs bleken te zijn, en een zanger die charisma uitstraalt waardoor je prompt uit zijn hand gaat eten. Al gauw kreeg de band daardoor de handen moeiteloos op elkaar, en werd een daverend rock feest ingezet dat drie kwartier aanhield.
Kortom: Black Stone Cherry zorgde voor de gedroomde opwarmer voor wat nog moest komen, door een potje rock muziek te brengen dat altijd aan je vingers kleeft. Zonder veel fransje en show vertoon, maar met een dosis spelplezier die zijn uitwerking heeft op het publiek die zich gewillig liet entertainen door deze Amerikaanse rock virtuozen.

De doeken gingen naar beneden en twee griezelige ogen, ook te zien op de hoes van de recent verschenen 'Breadcrumbs', keken in het publiek, klaar om iedere aanwezige te verscheuren. Na een bevreemdend aanvoelende intro, werd de set ingezet met “Feed My Frankenstein”. Opvallend is dat Alice Cooper op zijn 71ste, nog steeds zeer scherp staat en goed bij stem is. Hoewel die stem er bij die eerste song niet zo goed doorkwam, werd dat euvel snel opgelost. “No More Mr Nice Guy” zat al vrij vroeg in de set. En het werd vlug duidelijk dat we weer een doorsnee theater show zouden krijgen zoals we dat van Alice Cooper ondertussen gewoon zijn. Inclusief rond dwarrelende dollar biljetten bij “Billion Dolar Babies” of het uit volle borst meegebrulde “Poison”. Gevolgd door een indrukwekkende solo van Nita Strauss, die over de gehele set haar immense virtuositeit zou tentoon spreiden.
Want een opvallend pluspunt is dat Alice Cooper de aandacht niet enkel naar zich toe trekt, de top muzikanten waarmee hij zich steeds laat omringen , mochten meermaals hun kunsten vertonen. Menig drum solo dat de drummer van dienst uit zijn mouw schudt,  slaat ons met verstomming.
Dat de band uit gitaristen bestaat van uitzonderlijk allooi wordt nog maar eens in de verf gezet bij een langgerekte jam in de vorm van “Devil’s Food” waarbij alle registers compleet worden open gegooid. Alice Cooper zelf is ondertussen achter de coulissen verdwenen. Maar komt vrij snel terug om de ultieme creep show die reeds een etmaal werd vertoond, maar nooit zal vervelen, in te zetten. Na het intensief gebrachte “Steven” wordt een babypop in een wieg het podium opgeduwd, waarna Alice Cooper deze ontvoert en wil doden bij “Dead Babies” wat op het nippertje wordt vermeden. Alice wordt naar de guillotine gebracht en naar goede gewoonte onthoofd. Waarna men met zijn hoofd in de hand over het podium dwaalt. Er verschijnt ook nog een drie meter hoge baby op het podium, om dat plaatje compleet te maken.
Bij “Teenage Frankenstein” verschijnt een reuzengrote Frankenstein op het podium. Waarna de finale wordt ingezet met het magische “Under My Wheels” en uiteraard “School’s out” als ultieme kers op de theatrale taart. Het dak is er al een paar keer afgevlogen op deze avond. Bij deze song was dat weer dubbel en dik het geval. Flarden “Another break in the wall” van Pink Floyd worden tussengevoegd, alsook veel confetti en reuzengrote ballons, die trouwens vakkundig door Alice Cooper werden doorprikt met een machete. We kregen een gedroomd einde van een typische Alice Cooper show.

Besluit: Wat we voorgeschoteld krijgen is een perfecte Horror show waar je na bij wijze van spreken honderd keer te hebben gezien , nog steeds niet genoeg van krijgt. Net doordat Alice Cooper op zijn 71ste nog steeds op speelse en charismatische manier op dat podium staat, en zowel het publiek als zijn band dirigeert op een al even strakke maar ook gezapige wijze. Maar vooral anno 2019 entertaint hij zijn publiek nog steeds door het brengen van een best grappige horror show die nooit verveelt.
En als kers op de taart laat hij zich omringen door topmuzikanten, die verdomd vlijmscherpe riffs en drum salvo's naar voor brengen, die je rock hart telkens sneller en sneller doen slaan. Meer hebben we niet nodig om over de streep te worden getrokken, en daar krijgen we zelfs na circa acht keer een show van Alice Cooper mee te maken die in dit verlengde ligt, nog steeds niet genoeg van.
Setlist: Feed My Frankenstein - No More Mr. Nice Guy  - Bed of Nails  - Raped and Freezin'  - Fallen in Love  - Muscle of Love  - He's Back (The Man Behind the Mask)  - I'm Eighteen  - Billion Dollar Babies  - Poison  - Guitar Solo (Nita Strauss)  - Roses on White Lace  - My Stars  - Devil's Food (band only jam)  - Black Widow Jam (with 'Black Juju' drum solo)  - Steven  - Dead Babies  - I Love the Dead (band vocals only)  - Escape  - Teenage Frankenstein
encore: Under My Wheels - School's Out (with "Another Brick in the Wall)

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/alice-cooper-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/black-stone-cherry-21-09-2019.html

Organisatie: Live Nation

The Cosmic Dead + guests, Magasin 4, Brussel op 19 september 2019 - Pics

Geschreven door

The Cosmic Dead + guests, Magasin 4, Brussel op 19 september 2019 - Pics
De Schotse band The Cosmic Dead (uit Glasgow) brengt psychedelische rock met kraut invloeden die doet denken aan legendarische bands als Neu! en Hawkwind. Je belandt in een prachtige trip met doordreunende grooves met een soort van psychotische breakdown.
Geniet van deze trip via de pics

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/bonnacons-of-doom-19-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/rainbow-grave-19-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/the-cosmic-dead-19-09-2019.html

Org: Magasin 4, Brussel

Struggler

Struggler - 40 jaar - De appel valt nooit ver van de boom

Geschreven door

Struggler - 40 jaar - De appel valt nooit ver van de boom
Dark Entries, al vele jaren een begrip binnen het wave/gothic en postpunk gebeuren in ons land, organiseert met de regelmaat van de klok evenementen in Kinky Star. The Arch, Enzo Kreft, A slice of Life, Dead Mans Hill zijn maar enkele kleppers die ondertussen al hebben opgetreden ter gelegenheid van deze reeks evenementen.
Op vrijdag 20 september was het de buurt aan Struggler. Deze band is ondertussen 40 jaar aan de weg aan het timmeren, en is niet van plan de handdoek in de ring te gooien. In 2020 zou zelfs een nieuw album verschijnen. We waren er ook bij in Kinky Star in Gent en stellen twee dingen vast. De appel valt niet ver van de boom, en Struggler is een schoolvoorbeeld van een band die na al die jaren niet vervalt in afleveren van routineklusjes of zorgen voor een gezapig nostalgie tripje. Integendeel zelfs!

Een stuk Belgische new wave/postpunkgeschiedenis
Laten we even terugkeren in de tijd. Alles begon in Café De Kwiet in Hamot. Met De Brassers ontstond een legendarische band die ook nu nog steeds tot de verbeelding spreekt. In het kielzog van deze laatste ontstond eveneens The Suspects en Struggler. Rond de periode dat punk begon door te sijpelen , speelde bezieler René Hulsbosh bij de band Kasjmir. De man begon punk songs te schrijven, en ging op zoek naar muzikanten om een band op te richten. In maart 1979 was de band compleet en vijf weken later speelde Struggler zijn eerste optreden. Prompt groeide de band uit tot een begrip in de Belgische post punk/punk en wave middens. Songs als “Night Fever” en “Don’t Care” groeiden uit tot ware klassiekers, en de band ging op tour met die andere legendarische Limburgse band uit die periode Siglo XX. Rond eind jaren '80 / begin jaren '90 was de kern herleid tot René Hulsbuosch, Yosef en Ronnie Sevens. Later - rond 2014 - aangevuld met Kris Oversteyns op synthesizer en Alain Hulsbosch, de zoon van René, op gitaar. In de periode 1985 tot 1996 was de band minder actief, maar toch heeft Struggler altijd blijven optreden en verder bouwen. Het heeft hen geen windeieren gelegd. In 2017 was er plots een gloednieuwe schijf 'The Gap'. Waaruit blijkt dat weer een solide band staat te soleren, waarbinnen iedereen dezelfde kant uitkijkt.

De hemelse kruisbestuiving tussen jong geweld en ervaren rotten in het vak
Of dat live ook het geval was? vroegen we ons af. Het antwoord kwam vrij snel. Bij de eerste song valt al die samensmelting op tussen getalenteerde oude rotten in het vak, die op een speelse wijze elkaar aanvullen, met de aanstekelijke synthesizer inbreng van Kris en gitaar kunstjes van Alain die beide een frisse wind doen waaien in de band. Dat resulteert in gitaarlijnen en drumpartijen die ons terug doen keren in de tijd toen we zelf stonden te dansen op de post punk en punk optredens. Een ander opvallend punt is de verschillende stemmen van enerzijds René en anderzijds bassist Yosev die elkaar perfect aanvoelen. Ook daar hoor en zie je dus een kruisbestuiving van zeldzaam kaliber verschijnen. Struggler klinkt anno 2019 dus verre van gedateerd, maar eerder opvallend fris voor een band die al 40 jaar bestaat.
Dat elke schakel binnen Struggler belangrijk is, werd bewezen in het tweede deel van de set. Ook al spoot de energie al in dat eerste deel in vol ornaat uit de boxen, het was pas toen Alain zijn gitaar omgorde dat alle registers echt werden open gegooid. Alsof zijn inbreng dat nodige puzzelstuk bleek te, om de perfectie die dus al aanwezig was naar een ander niveau te doen uitstijgen. Daardoor werd het startsein gegeven voor een wervelende finale, waar je een band hoort en ziet die de jaren '80 niet alleen heruitvindt maar eveneens ver in de toekomst kijkt. De paar nieuwe songs die de band naar voor brachten klonken bovendien opvallend scherp en energiek, iets wat ons trouwens al was opgevallen bij die laatste schijf. Een eerste indruk is belangrijk, maar dat doet ons al uitzien naar die nieuwe plaat in 2020. Gecombineerd met enkele gekende kleppers, levert Struggler een zeer gedenkwaardig optreden af. Dat van begin tot einde aan je ribben kleeft.

Besluit: Struggler is anno 2019 een band die meerdere generaties met elkaar verbindt. Dat is de verdienste van topmuzikanten die nog steeds met veel respect voor dat verleden die songs naar voor brengt, waardoor de oudere fans met twinkelingen in de ogen genieten. Maar eveneens, door een opvallend fris en jonge inbreng een bepaalde grens verlegt waardoor de jongere post punk liefhebber en fan eveneens aan zijn trekken komt.
Kortom: Net als Brassers dat al bewezen op Sinnersday vorig jaar, laat Struggler eveneens zien en horen dat er nog leven is na 40 jaar op de bühne, en hoe!

Setlist: That's Your Dream - Obstacles-Intolerance - R. Doubts - The Blame-Persecute - Big Victory - Poeha! - Recrudesce - Black Age - Shrapnel - The Past Wont' Burn - The Other Side - Don’t Care - Key 17
Bis Noise what Noise? - Wanted

Achter de coulissen vernamen we ondertussen dat Struggler op 7 december zal optreden in Café Bonaparte inLokeren
Inkom: gratis.
Voor een volledig overzicht van de tourdatums en andere informatie over de band verwijzen we jullie graag door naar de facebook pagina van de band: https://www.facebook.com/strugglerofficial/
Organisatie: Dark Entries - Kinky Star, Gent

Bad Breeding

Bad Breeding - Haperende stem

Geschreven door

Normaal gezien hou ik me ver weg van alles wat maar enigszins naar hardcore ruikt maar voor Bad Breeding maak ik graag een uitzondering. Bad Breeding is dan ook veel meer dan zo maar een hardcoreband. Bovendien liet de groep tijdens hun passage op Leffingeleuren vorig jaar zo’n overweldigende indruk op me na dat ik ze absoluut nog eens wou terugzien. Dat kon dus in de bar van De Kreun waar de band gewoon op de vloer mocht aantreden, zonder podium dus, zodat voor de mensen achteraan het wel wat wringen was om iets te zien.

Haemers, een viertal uit Gent, kreeg de eer om ons alvast wat op te warmen. Hun groepsnaam en één van hun songtitels: “L.G.B. (Le Grand Blond) lieten vermoeden dat de groep een gezonde dosis humor in huis heeft maar daar was live niets van te merken. Dit was meedogenloos strak gespeelde hardcore van de puurste soort met een imposante brulboei aan het roer. Goed gedaan maar echt raken deed het me niet. Misschien is het wel die ernst (eigen aan het genre?) die dit een zo moeilijk te verteren brok voor me maakt. Maar ik zag Chris Dodd, zanger van Bad Breeding, de ganse set goedkeurend mee knikken wat als waardemeter toch wel kan tellen.

Al van bij de eerste, bijna tribaal klinkende, tromroffels wisten we dat we hier ander vlees in de kuip hadden. De groep uit het Britse Stevenage begon met een atypisch lang nummer voorzien van een erg uitgebreide instrumentale outro alsof gitarist, bassist en drummer meteen wilden stellen dat zij er ook waren.
Muzikaal leek de band er inderdaad een stuk er op vooruit te zijn gegaan. Nog steeds even compromisloos maar met wat minder noise invloeden wat het punkgehalte ten goede kwam. Vanaf nummer twee koos Bad Breeding voor het vertrouwde gebalde werk: korte, explosieve charges van tussen de vuilnisbakken die hun doel nooit misten. Geregeld liepen gitarist en zanger daarbij als bezetenen door elkaar waarbij het een wonder mocht heten dat ze niet over de kabels struikelden.
Chris Dodd mag men gerust naast Joe Talbot (Idles), Jason Williamson (Sleaford Mods) bij het lijstje kwaaie Britse mannen voegen waarvan hij dan duidelijk de jongste en ook de razendste is. Met een nooit geziene grimmigheid richtte hij zijn aanvallen op de consumptiemaatschappij, de verveling in de voorsteden, de apathie, armoede, discriminatie, racisme, politiebrutaliteit,... Niet dat we in het heetst van de strijd veel van die teksten verstonden wat ook helemaal niet hoeft. Maar hier was jammer genoeg meer aan de hand. Ofwel had Dodd last van een haperende micro ofwel zat hij compleet door zijn stem. Het leek erop dat wanneer zijn razende woordenstroom in overdrive ging zijn micro niet meer kon volgen waardoor we een eind ook geen stem meer hoorden.
Mede daardoor bleef de euforie die ik vorig jaar in Leffinge mocht ervaren hier wat achterwege. Toch blijft Bad Breeding een heerlijke band.

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Magasin 4, Brussel
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/bad-breeding-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/adolina-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/crowd-of-chairs-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/missiles-of-october-21-09-2019.html

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Múm

Múm - Sereniteit aan de oppervlakte, complexe gelaagdheid in de diepte

Geschreven door

Múm - Sereniteit aan de oppervlakte, complexe gelaagdheid in de diepte
Notre Dame de Laeken
Brussel

Ik kom toe in de Notre Dame en ben al meteen onder de indruk van de prachtige locatie. Niet enkel het gebouw en de architectuur op zich, maar ook de belichting maakt alles tot een prachtig kader die meer dan gunstig lijkt voor de 20 jarige viering van Múm’s debuutplaat ‘Yesterday Was Dramatic, Today is OK’

Gyda Valtysdottir ***, frontvrouw van Múm, mocht het voorprogramma verzorgen. Iets na acht stapte ze met een rustige zelfzekerheid en één cello het kleine podium op. Haar eerste nummer start ze rustig op haar cello en laat ze opbouwen door gebruik te maken van loops. Een soort van ‘Keltische’ mystiek zindert doorheen mijn hoofd en daarna hoor ik haar hoge, fijne en o-zo-heldere stem. Het lijkt bijna op engelengezang. Het valt mij op hoe goed ze haar stem beheerst. Alsof haar stemgeluid een blokfluit is waarop ze simpelweg de gaatjes moet dichtduwen om een perfecte toonhoogte te behalen, maar dan uiteraard niet zo eenvoudig als het klinkt. Haar zijdezachte cellospel is een mooie symbiose met haar stemgeluid en zo gunt ze ons een zestal songs die de gegadigden zachtweg leiden in een soort van vredevolle extase. Haar muziek is experimenteel, minimalistisch, eerder down-tempo, maar toch kan ze ook dreigend en onheilspellend klinken. Ze danst sensueel en neemt je in. Je kan niet anders dan mee onder te dompelen in de wereld van Gyda. En alvorens ik het besef, is haar set gedaan. Ik blijf wat voor mij uitstaren en ondertussen speelt (in afwachting voor Múm) een ideale soundtrack doorheen de Notre Dame: ‘Ny Batteri’, van Sigur Rós.

Een kwartiertje later is het zover, Múm**** zal ons een integrale luistersessie van hun debuutplaat ‘Yesterday Was Dramatic, Today is OK’ schenken. Deze plaat werd al snel wereldwijd aangeprezen en zelfs door Pitchfork onthaald met de hoge score van 9,1/10. Múm werd in 1997 als experimentele popgroep opgericht door multi-instrumentisten Gunnar Örn Tynes en Örvar Þóreyjarson Smárason. De band werd al snel vervoegd door tweelingszussen Gyða en Kristín Anna Valtýsdóttir. Nadien wijzigde de band regelmatig van line-up en bestonden ze uit een steeds groter collectief van muzikanten. Tot op heden brachten ze welgeteld zes langspelers uit waarvan ‘Smilewound’ (2013) hun laatste is. De band heeft globaal enorm veel succes, waaronder ook in de Verendigde Staten, Europa en Rusland.
Deze avond spelen ze onder de huidige line-up van Örvar Þóreyjarson Smárason (frontman/keyboards/gitaar/mond-accordeon en electronics), Gunnar Örn Tynes (piano/gitaar), Hildur Gudnadottir (zang/basgitaar), Samuli Kosminen (drums/percussie) en Gyda Valtysdottir (zang/cello/gitaar).

Al vanaf de eerste song voelde hun muziek aan als een zacht schapenvel die mij verwarmde. Het publiek in de Notre Dame was muisstil, sereen en heel respectvol. Een beter publiek dan hen, die avond… kan ik mij moeilijk voorstellen. Als nieuwkomer binnen hun muziek, ontdekte ik dat Múm’s sound geen ééndagsvlieg is. Múm klinkt voor mij ietwat sereen aan de oppervlakte, maar complex gelaagd in de diepte. Dit maakt hun muziek zo boeiend om bewust te beluisteren, en beter nog… ‘Te beleven’ tijdens dit prachtige concert. Tijdens verschillende songs werd mond-accordeon gebruikt, wat hun muziek op een fragiele manier nog voller deed klinken. Als je het mij vraagt: een grote meerwaarde. De samenzang van Hildur en Gyda klonk ook ronduit hemels. Ik zag zonder twijfel, alleen maar top-muzikanten op het podium. En wat ze samen voortbrengen, is pure magie, zo fijn geslepen als een diamant. En dit blijkbaar al vanaf hun eerste langspeler, wat niet iedere band gegeven is. Hun geluid deed mij in momenten ook denken aan muziekgroepen als Low, Lamb en EF. Wat ik een groot compliment vind. Topnummer van de avond was voor mij “There Is a Number of Small Things”. Het nummer bevat fijngepolijste elektronische effecten, zo’n meeslepende melodielijn, prachtige zang en dwingt je uiteindelijk tot een mentale ‘shutdown’. Waardoor je wegzinkt in diepe rust en dankbaarheid.
Maar niet enkel de muziek stond vanavond als een huis. De integere maar toch humoristische bindteksten, de dankbare houding van de muzikanten en mooie moderne dans van Gyda maakten alles nog persoonlijker. Ook vind ik het belangrijk om de gehele organisatie even in de verf te zetten: zonder de prachtige belichting met mooie effecten/patronen, de unieke locatie en het nagenoeg perfect geregelde geluid was deze avond niet zo compleet als ze was.
Na het laatste nummer van ‘Yesterday Was Dramatic, Today is OK’, kreeg Múm van bijna iedereen en staande ovatie.

Na lang applaudisseren, werden we nog één maal verwend met “We Have a Map Of the Piano” als bonus. Na een laatste staande ovatie en diepe buiging van de muzikanten was het concert tot zijn einde. Ieder van ons keerde volgens mij, met een verzadigd gevoel van dankbaarheid en warmte naar huis.
Wie er niet bij was, mag spijt hebben. Want het was een prachtige avond. Bedankt Múm, en bedankt Botanique, voor de puike organisatie!

Organisatie: Botanique, Brussel

Temple of Nihil

Schadenfreude

Geschreven door

Temple of Nihil is een Russisch blackmetalconcept, ontstaan in 2015. Oorspronkelijk als duo, maar sinds 2017 aangevuld met drummer Nikolai Vykodtsev bracht de band reeds een EP op de markt boordevol grimmige blackmetal.. 'Schadenfreude' is het eigenlijke debuut van een band die grasduint doorheen de donkerste zijde van dat genre, zonder compromissen te maken.
Na de duistere intro (“Descending”) zijn we vertrokken voor een grimmige trip doorheen de donkerste zijde van onze ziel. “Into The Slough” is dan weer een verschroeiende song die je hart doormidden klieft. Door middel van eerder melodieuze gitaarriffs wordt de sfeer steeds intensiever, tot dat kookpunt wordt bereikt. De vocale aankleding is echter het meest opvallend, dankzij de variatie daarin. Eerder blackmetalgerichte screams worden afgewisseld met growls die je eerder terugvindt in deathmetal. Meer nog in sommige songs herkennen we eerder een fluisterende toon tot gesproken inbreng, die je nog meer koude rillingen bezorgt. Wonder bij wonder sluiten die perfect op elkaar aan, waardoor je nog dieper wegzakt in de poel van bederf die Temple of Nihil je aanbiedt.
Nee, lichtjes op het einde van de tunnel moet je niet verwachten bij de daaropvolgende, best lange songs als “Ode”, “Schadenfreude”, “Snakes In My Skull” en “Postbeing”. Die laatste is een duistere klepper boordevol donkere variatie die afklokt op meer dan acht minuten. Dat zowel instrumentaal als vocaal tot in het oneindige variëren is bovendien niet alleen de rode draad op deze volledige schijf. Het zorgt ervoor dat je bij de les blijft en geboeid op het puntje van je stoel zit te luisteren en genieten. Tenminste als je houdt van dit potje intensieve donkere blackmetal met sauzen boordevol death en andere donkere metalen. Een ander opvallend punt is dat de langere songs vaak worden voorafgegaan door een melodieuze soort intro van circa één minuut, zoals “Htrib”, waarbij het bloed je vanonder de nagels wordt gehaald. Wat perfect aansluit op de volgende zwartgeblakerde en intensieve song “Postbeing”. Op dit elan blijft Temple of Nihil gewoon doorgaan tot afsluiter “To Fireburners” Waarna je met het vrij korte “With Flames And Chaos” de doodsteek wordt toegediend.
Elk van de songs op 'Schadenfreude' is meedogenloos en genadeloos in zijn aankleding. De band voelt zich comfortabel in het bezorgen van een intensief pakket dat alle richtingen uitgaat. Vervormde grooves, raspende tot schreeuwende vocalen en songs die vaak van traag en intens overgaan tot krachtig en vol passie. Laten dan ook een band horen die houdt van het extreme donkere binnen het blackmetal gebeuren, en dat door je strot ramt op een zeer gevarieerde wijze. Waardoor je vanaf de eerste tot de laatste noot gekluisterd zit te luisteren en je gewillig laat onderdompelen in die intensieve donkere atmosferen die de band je over de gehele lijn aanbiedt.

The Fifth Alliance

The Depth Of The Darkness

Geschreven door

Iedereen kent het verhaal van Dr. Jekyll and mr. Hyde. We vonden ook de vrouwelijke versie op een Black Metal gerichte plaat. The Fifth Alliance is een Nederlandse band die in 2015 voor het eerst van zich liet horen met dat grensverleggende donker pareltje 'Death Poems'. Nu is er de ondertussen derde schijf 'The Depth Of The Darkness'. Waarbij die stelling over de hele lijn in de verf wordt gezet door de uitstraling en stem van frontvrouw Silvia Saunders
Zonder afbreuk te doen aan de instrumentale omlijsting. Want menig donkere riff, die langzaam naar omhoog kruipt tot de oorschelp is bereikt en de hersenpan uiteen spat door een overdosis intensiviteit, doet ons huiveren van angst. Silvia haar stem gaat echter van kristalhelder, weemoedig en melancholisch over naar verschroeiende screams die zo oorverdovend klinken dat je ziel in gruzelementen op de grond terechtkomt, telkens in een spookachtige en mysterieuze omkadering. De best lange duurtijd van elke song - die klokken af tussen de zeven en tien minuten - zorgen voor een spanningsveld dat traag wordt opgebouwd tot een climax die ervoor zorgt dat apocalyptische wezens iedereen op de aarde vertrappelen. Het geschreeuw van Silvia klinkt als de schreeuw van slachtoffers van menig aardverschuiving die daarop volgt.
“Black” is al een eerste, zeer gevarieerde, uppercut die waarbij langzaam wordt opgebouwd naar een zekere climax, vandaar de 'post' in dat blackmetalgebeuren. Want ook bij “Hekate” - een klepper van tien minuten - gaat het eerst de eerder trage en slome weg op, om daarna in een overdrive alle registers, zowel instrumentaal maar dus vooral vocaal, open te gooien. Demonische wezens sleuren je uiteindelijk mee naar de diepste krochten daarvan. Het gekrijs van Silvia - hoe haar stem dit volhoudt is ons een raadsel - gaat door merg een been. Eens tot waanzin gedreven, doet de band het nog eens fijntjes over met “Hellfire Club”, weer zo een donkere mokerslag in het gezicht van circa acht minuten en zesentwintig seconden lang. In diezelfde lijn gaat het ook uit bij “Into Extinction” en “Aleister”. Zwartgeblakerde duisternis, binnen een spookachtige omkadering is de rode draad op elk van de songs.
De donkere, mystieke sprookjes van Grimm. Dat is wat we ons voor de geest halen bij deze knappe schijf. Binnen dat sprookjesbos huizen geen liefelijke elfjes en kabouters, maar demonische wezens die je op verschroeiende wijze meesleuren in diepe duistere gedachten. Op een eerder melancholische wijze, tot het uitdelen van de ene na de andere mokerslag die je compleet murw slaat. Dat is vooral de verdienste van die bijzonder gevarieerde vocale aankleding, die ons met verstomming slaat. Silvia bedwelmt je eerst op een engelachtige wijze, om daarna haar demonen op jou los te laten waardoor niet alleen de trommelvliezen barsten maar ook je donkere ziel brandt in de Hel die zij u daardoor aanbiedt.
Dat is nu eenmaal het gevoel dat we altijd moeten krijgen bij het beluisteren van een doorsnee post-blackmetalplaat. Dat is wat The Fifth Alliance ons over de gehele lijn ook aanbiedt. Intensief en verschroeiend hard, meedogenloos je hersenpan inslaan en je hart verbrijzelen.

Pagina 309 van 966