logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_11

Spinvis

Spinvis - Muziek op z’n puurst

Geschreven door

Spinvis - Muziek op z’n puurst
Spinvis
Ancienne Belgique (AB Box)
Brussel
2017-05-04
Thibault Vander Donkt

Gisteren trokken we naar de AB om er onze favoriete Nederlander Erik De Jong, beter bekend als Spinvis, aan het werk te zien. Het concert was hopeloos uitverkocht en iedereen die aanwezig was, leek er enorm veel zin in te hebben. Spinvis wist ons vanaf de eerste minuut te betoveren met zijn ontroerende woordkunst, iets wat voor vele artiesten niet zo evident is. We waren getuige van een uniek optreden, dat alle verwachtingen inloste.

Wanneer de band het podium opkomt, staat de AB Box al helemaal vol enthousiaste fans. Meer dan terecht ook wel, als je weet dat het ondertussen toch een tijdje geleden was dat de band nog eens in België kwam spelen. Het openingsnummer van de avond is “Oostende” en wordt op  magistrale wijze gebracht. We horen enkel Erik die zichzelf begeleidt met zijn gitaar. Het publiek durft zich amper te verroeren en kijkt met heel wat bewondering toe hoe Erik de zaal in enkele seconden voor zich weet te winnen.
De opvolger van het sterke openingsnummer is het nieuwe “Artis”, een nummer dat terug te vinden is op de nieuwe plaat ‘Trein Vuur Dageraad’. Wat ons opvalt, is dat niet alleen oude nummers, maar ook nieuwe nummers, super goed worden onthaald bij het publiek. Zowel “Bagadrager” als “De Kleine Symfonie” worden meegezongen en achteraf voorzien van een waanzinnig applaus, iets wat de band duidelijk kan appreciëren.
De mensen in de zaal zijn doorgaans heel erg stil en fluisteren woord per woord mee met hun favoriete zanger. De nummers die vanavond worden gebracht, komen ook gewoon heel oprecht over, waardoor het op vele momenten weet te ontroeren. Net op de momenten waarop het een tikkeltje teveel ontroert, speelt Spinvis een opgewekt nummer, zodat je automatisch een lach op je gezicht krijgt, denk hierbij aan “Ik Wil Alleen Maar Zwemmen” of “Ronnie Knipt Z’n Haar”.
Erik De Jong is niet alleen een songschrijver, hij is ook een poëet. Dit kun je duidelijk horen aan zijn lyrics. Vanavond bewijst hij het nog eens extra aan de hand van zijn bindteksten, die een verhaallijn vormen tussen de opeenvolgende nummers. Vaak balanceert Erik De Jong op het randje tussen poëzie en theatertekst. Spinvis draait uiteraard niet enkel en alleen rond frontman Erik De Jong. De band bestaat uit een aantal muzikanten die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn en zich geen enkele technische fout permitteren. Het gaat hier duidelijk om een enorm straffe liveband.
Het hoogtepunt van de avond is wanneer Erik het intieme en enorm ontroerende “De Grote Zon” inzet, een song die heel simpel wordt gebracht met Erik en zijn gitaar in de hoofdrol. De woorden die hij uitspreekt raken ons tot in het diepste van ons hart, waardoor onze mond letterlijk openvalt en we de woordenbetovering gewoon moeten ondergaan. Wat een magisch moment. “Trein Vuur Dageraad”, het beste nummer van het nieuwe album, is hier de perfecte opvolger voor. Dit is muziek op zijn puurst.
De band verdwijnt van het podium, maar aangezien het publiek niet van plan is om te stoppen met applaudisseren, keren ze al snel terug. Als eerste bisnummer speelt Erik samen met Saartje het wondermooie “Wat Blijft”, een nieuw nummer. Als allerlaatste lied, kiest Spinvis voor het aanstekelijke “Kom Terug”, een nummer dat misschien wel in de top tien beste Nederlandstalige nummers geclassificeerd mag worden. Wat een afsluiter.

Spinvis speelde een adembenemende show voor jong en oud die op geen enkel moment wist te vervelen. Erik De Jong imponeerde van begin tot einde en zorgt ervoor dat iedere toeschouwer die hier vanavond aanwezig was, met een lach op z’n gezicht richting huiswaarts gaat. Erik De Jong, bedankt voor dit moment.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Gnod

GNOD zet zijn publiek in ’t zak

Geschreven door

De reden waarom wij naar Gent trokken was die pas verschenen fantastische nieuwe plaat ‘Just Say No To The Psycho Right-Wing Capitalist Fascist Industrial Death Machine’, een bonte mengeling van zinderende noise, vinnige post-punk en geestrijke psychedelica. Dit zou live wel eens vonken kunnen geven.

Helaas, de heren van GNOD, hier voor de gelegenheid tot een trio herleid, hadden er voor gekozen om zich vanavond te beperken tot een elektro-set gevuld met drones, ruis en ultrasonische geluidsgolven. Hier stond geen band maar wel een drone-ensemble op het podium. Hadden wij even pech.
We konden het misschien geweten hebben, GNOD staat er immers voor bekend dat ze onvoorspelbaar zijn, en daar is dus jammer genoeg geen woord van gelogen. Dit was inderdaad onvoorspelbaar, doch ook onuitstaanbaar.
De intentie van GNOD was waarschijnlijk om het publiek geleidelijk aan in een trance te brengen met bedwelmende elektronica. Kan best zijn, maar met de chaotische en ongenietbare prestatie van vanavond lukte dit aan geen kanten. Wat bij het publiek tot een bezwerend effect moest resulteren draaide uit op verbijstering en irritatie.
De drie individuen, die elkaar overigens geen blik gunden, stonden in werkelijkheid dan ook maar wat inspiratieloos aan diverse knoppen te prutsen en haalden hoegenaamd geen verslavende ritmes of intrigerende beats uit hun elektrobakken.
Gevolg, een ongemakkelijke en ongeregelde geluidsbrij die al vrij snel danig op de zenuwen werkte. En dit was niet alleen bij ons het geval, na een half uur van die tergende heibel had al meer dan de helft van het publiek de zaal verlaten. Wij ook trouwens. Geen idee dus hoeveel toeschouwers deze geseling tot het bittere einde hebben uitgezeten, maar we hebben zo een vermoeden dat het er maar een tiental kunnen geweest zijn. De rokersruimte buiten was immers na verloop van tijd dubbel zo druk bevolkt als de concertzaal. De heren hebben tijdens de ganse set ook niet één keer van achter hun rookgordijn opgekeken, het zal dus aardig schrikken geweest zijn toen ze bij het terug aanfloepen van de lichten merkten dat er nog één man en een paardenkop in de zaal aanwezig waren.

We zullen GNOD’s quasi ondraaglijke vertoning dan maar catalogeren als kunst, zeker. Wanneer een zogenaamd artistiek collectief ontoegankelijke bullshit aan een onthutst publiek presenteert, is het begrip ‘kunst’ altijd wel een uitleg waar een organisatie mee wegkomt, zeker wanneer het een genootschap betreft die zichzelf recentelijk tot ‘kunstinstelling’ heeft uitgeroepen. Weet u, het is niet de schuld van de artiest, maar wel van het publiek dat er weer niets van begrepen heeft.
Mensen betalen voor deze rotzooi, daar zou men toch even mogen bij stilstaan. Dat de leden van GNOD de ontembare drift hebben om wat te experimenteren en wat te zitten klooien met allerhande elektronica, dat is hun volste recht. Maar dat doen ze dan beter in hun huiskamerstudio, en niet voor een betalend publiek dat met hoge verwachtingen naar hier gekomen is nadat de band nog maar pas een uitstekend album heeft uitgebracht.

Had de organisatie op voorhand aangekondigd dat GNOD zich hier zou beperken tot een elektro-set in plaats een live optreden, dan hadden wij ons de moeite bespaard om ons te verplaatsen naar een stad waar men tegenwoordig alles in het werk stelt om de automobilisten het leven zuur te maken.
Wij voelden ons serieus bekocht, en wij waren heus niet de enigen.

Organisatie: Vooruit, Gent

Derek & The Dirt

Derek & The Dirt speelt weer voor uitverkochte zalen

Geschreven door

“Het is al bijna 25 jaar geleden dat we gestopt zijn met Derek & The Dirt en toch word ik daar nog steeds op aangesproken. Het moet zijn dat we met die band toch iets betekend hebben. Regelmatig kwam de vraag of we een reünie wilden doen, o.a. van muziekcafé Manuscript in Oostende. Toen ik gitarist Pim de Wolf daarover aansprak, hadden we alle twee hetzelfde idee. Als we het nog willen doen, dan moeten we niet lang meer wachten”, vertelt Dirk Dhaenens.

Het eerste reünieconcert van Derek & The Dirt zit er inmiddels op, in het Manuscript in Oostende uiteraard. Er komen er nog twee: eentje eind deze maand in cultureel centrum Ghybe in Poperinge en een in juni in de Charlatan in Gent. Voor beide optredens zijn nog slechts een paar tickets beschikbaar. “Dat geeft ons de moed om hiermee door te gaan. Het waren natuurlijk vooral onze fans van vroeger die in Oostende opdaagden, maar als je dan hoort dat sommige mensen vanuit Antwerpen en Limburg voor dat concert naar Oostende gereisd zijn, dan geeft dat toch een warm gevoel. Er bestaat nog een publiek voor onze gitaarrock”, weet Dirk.

Voor wie jonger is dan 40 doen we nog even kort de geschiedenis van Derek & The Dirt uit de doeken. De Gentse band veroverde in 1989 Vlaanderen met zijn debuutalbum en de hit “Oh By The Way”. Daarna werden ze getekend bij EMI en brachten ze nog drie albums uit: ‘Love’s Exaltation’, het akoestische ‘Fourplay’ en ‘Insanity’. Ze speelden op de belangrijkste Vlaamse festivals en in de grotere zalen.  ‘Insanity’ betekende in 1993 de zwanezang van de band. Een deel van de band ging door als Weez!, maar daarna scheidden de wegen van de tandem Dhaenens-de Wolf. Maar ze bleven elkaar tegenkomen. Dirk ging o.m. door als duo met Yves Meersschaert, die er op het einde van Derek & The Dirt bij was gekomen met zijn Hammond. Pim ging bij Thou aan de slag, waarmee hij op de podia van Pukkelpop en Rock Werchter en af en toe in Nederland speelde, en werkte nadien vooral achter de schermen. Recent doet hij de geluidsmix voor de optredens van Arno, wat hij voordien al deed voor o.m. Das Pop.”

Nieuw materiaal
“Waar we het meteen over eens waren toen ik en Pim besloten om Derek & The Dirt nieuw leven in te blazen, was dat het meer moest zijn dan het opwarmen van de oude nummers. Uiteraard spelen we nog steeds een aantal oude nummers die we koesteren. “Run”, “Rosie”, “Simenon Girl”, “Oh By The Way” en “Love’s Exaltation” staan opnieuw op de setlist. Ook onze cover van “The Letter” van The Box Tops is er weer bij. En we sluiten net als vroeger af met “Stealin’ From Rock ’n Roll”. Maar we willen er geen nostalgietrip van maken. De uitdaging bestond er voor ons in dat we het publiek tonen dat we in die 25 jaar muzikaal gegroeid zijn. Ik schrijf nu betere teksten en Pim bedenkt nog vettere riffs en arrangementen. Daarom hebben we nieuwe nummers als “Old Fear” en “Butterfly” geschreven en ingeoefend. De ‘honger’ om weer samen te spelen is groot en we stellen vast dat we nu muzikaal verder  staan dan vroeger. Het is voor mij, na een lange periode van akoestische optredens en duetten, verfrissend om weer met een hele band te werken. Ik speel wel vaker met een eigen band, supertoffe muzikanten, maar dat zijn eerder jazzcats. Nu met Pim is het toch een tandje rock & roll bij, of zeg maar een gebit.”

Oude en nieuwe Dirt
Nieuw materiaal maken betekent dus ook dat er een complete band moet staan. Het trio Dirk, Pim en Yves werd daarom aangevuld met drummer Frederik Van den Berghe (bekend van o.m. Arno, Admiral Freebee en The Whodads) en bassist Philippe De Vuyst (Les Truttes, Waldorf).  “Bij de eerste repetitie, toen Pim zijn gitaar aansloeg, voelde het meteen weer vertrouwd aan. Ook bij dat eerste reünieoptreden in Oostende voelde ik weer die energie en het volume van een echte rockband. Zo was het vroeger en zo moet het ook nu zijn”, weet Dirk.

2018
Of dat nieuwe materiaal ook zal uitgebracht worden, is een ander verhaal. “Die drie reünieoptredens zijn een succes, maar ik wil toch niet voorbarig gaan uitdragen dat we opnieuw vertrokken zijn zoals vroeger. We zien wel hoeveel aanvragen voor optredens er binnenkomen en hoeveel we er ook effectief kunnen doen. Want nog vóór er sprake was van deze reünie stond iedereens agenda al goed vol tot het einde van dit jaar, bij mij ook met tal van soloprojecten en samenwerkingen (Dylanjazz, Stevo & Derek, Derek & Maria, Place Musette, Derek & Renaud, …). En Pim is eveneens een drukbezet man, om nog niet te spreken van de rest van The Dirt. Als alles meezit, zal de Derek & The Dirt-trein waarschijnlijk pas in 2018 opnieuw op snelheid komen.”

Thé Lau
Is het niet vervelend dat je op een carrière van pakweg 30 jaar vooral op één hit aangesproken wordt? “ De “Oh By The Way” van 1989 vind ik nog altijd niet ons sterkste opname van vroeger, maar wel een goed nummer, en we spelen er nu een licht aangepaste versie van, maar het was tot onze verrassing blijkbaar het juiste nummer op het juiste moment. Die single heeft voor ons heel wat deuren geopend en het is de aanzet geweest om al die jaren een muzikantenleven te kunnen leiden.”
“Bijna betekende die single ook onze doorbraak in Engeland. Een presentatrice van Radio One van de BBC had op vakantie in België dat nummer gehoord op de radio en wou het uitbrengen in de UK. Het enige probleem was dat die single met meer dan vijf minuten wat te lang was. Dus hebben we Thé Lau, de producer van ons eerste album, terug naar Gent gehaald om een versie van drie minuten van “Oh By The Way” te maken. Die korte versie is ook effectief gemaakt, maar door een financiële kwestie met de uitgeverij is die nooit uitgebracht”, stelt Dirk.
Het contact met Thé Lau is wel gebleven tot kort voor zijn overlijden. “Toen hij de producer was van ons album, was hij nog niet doorgebroken met The Scene. Hij werkte met ons aan de opnames en omdat wij als beginnende band geen budget hadden voor een hotel, sliep hij ’s nachts bij mij thuis in Asper. Dat schept een band. De daaropvolgende jaren speelde Derek & The Dirt vaak op dezelfde festivals als The Scene en ook bij zijn latere solo-optredens heb ik hem nog regelmatig ontmoet. Een fijne man”, herinnert Dirk zich.

Buitenland
Het buitenland veroveren was indertijd niet evident voor een band als Derek & The Dirt. “Er was die gemiste kans via Radio One en “Love’s Exaltation” is op de soundtrack van een Italiaanse film geraakt, wat een toevalstreffer was. Nederland had mogelijk geweest. We speelden met Derek & The Dirt o.m. in Goes, Tilburg, Uden en Den Bosch, maar omdat de platenmaatschappij toen niet mee aan de kar trok, geraakten we niet in de grotere zalen en op de juiste festivals”, blikt hij terug.

Wie Derek & The Dirt 2.0 live aan het werk wil zien, bestelt best snel tickets voor Poperinge of Gent.
De data van de daaropvolgende concerten vind je op www.derek.be

Daan

Daan – Daan blijft Daan!

Geschreven door

Daniël ‘Daan’ Stuyven, tegen wil en dank is en blijft hij het enfant terrible van de Belgische muziekscène. Soms begrepen, maar nog vaker onbegrepen. Een artiest die nog steeds scoort en één van de weinige Vlaamse rockiconen die mag en kan zeggen dat hij in de grote concertzaal van de Vooruit mag staan. Daan is Daan, en maakt het zichzelf en zijn publiek niet gemakkelijk. Menig artiest zou voor een greatest hits-set gaan. Niet hij, wel bracht hij (weliswaar in een compleet andere volgorde) integraal zijn laatste album ‘Nada’, aangevuld met zes bisnummers (en zelfs niet eens de gekendste). “Het is keer iets anders”, mompelde Daan toen hij het podium verliet. Anders is het minste wat je kan zeggen, het gaat nu eenmaal over Daan Stuyven!

Er is al veel geschreven over ‘Nada’, maar voor wie het nog niet zou weten, de laatste plaat is er één waarop Daan teruggrijpt naar de essentie: muziek maken. Eventjes had Daan genoeg van het rock ’n rollcircus en snapte als geen ander dat de hobby van toen bijna een pure industrie was geworden. Gedegouteerd trok hij zich terug van dit alles en het was tijdens een trip naar Catalonië met fotograaf Peter De Bruyne dat de muzikant zichzelf herontdekte, en een nieuwe Daan was geboren, zowel op plaat als op muzikaal vlak.
Reeds van in het begin van zijn carrière speelde Daan graag met uitdagende rock ’n roll-poses. Dat was in Gent niet anders, zo zou hij pas in de helft van zijn set zou hij zijn zwarte zonnebril afzetten of liet hij zich in pure Iggy Pop-stijl neervallen. Weinig contact met het publiek, af en toe eens een “Bonsoir” mompelend, maar meer moest niet. Muziek hoeft geen bindteksten, zeker niet wanneer het ingestudeerde promopraat is. Daan was Daan, zelfzeker en dat was zoals steeds bij hem te nemen of te laten. Wij namen het graag, want wat de zanger-gitarist bracht was betoverend.
De set werd geopend met het instrumentale “Fermavida”. Daan op zijn donkerst, het leken wel bijna drones te zijn. Intieme luisterliedjes over opgekropte gevoelens, dingen des levens (zoals “Friend” die hij op zijn eigen tedere wijze aan zijn bandleden opdroeg). Wel gebracht met een rock ’n roll-sfeer, maar mijlenver weg van de new wave-invloeden die van hem bijna twee decennia terug een ster maakten. Wie dit had gehoopt om te horen, kon zich maar beter naar de bar reppen en wachten tot het slotlied “Bala Perdida” uit de boxen knalde. Plotseling werd Daan, geholpen door drumster Isolde Lasoen, een Italo Disco-ster. Aan decadentie geen gebrek, evenmin aan talent.
En dat was het dan. Daan verliet het podium, maar hij kwam terug. Die zes bisnummers weet je wel. Geen “Victory”, “Housewife “ of “The Player”. De keuze zegde genoeg, deze artiest houdt misschien wel van zijn vroegere werk, maar Nada is een ommekeer, en dus moet je niet meer naar de golden oldies teruggrijpen.
De bisronde werd op gang getrokken door “Brand New Truth” uit ‘Manhay’, de start voor de oude dingen zoals Daan ze zelf omschreef, werd hiermee gegeven. “Decisions” volgde, en daarna “La Vraie Decadence”, een song die Stuyven ten voete uit beschrijft.
Het merendeel van het publiek had het intussen door dat er slechts drie songs nog zouden volgen, de meester had het immers alvorens te beginnen het aantal zelf aangegeven.

Eigenzinnig, maar met klasse bracht hij “Everglades”, “Icon” en “Exes”. Het publiek werd naar huis gestuurd met een vreugdesprong van de meester zelf. Vol eerbied wierp hij een kus toe naar zijn publiek. Daan stond er, maar ook een kerel die alleen maar naar zijn eigen stem in zijn hoofd wil luisteren. Zo hebben we ze graag, gewoon omdat zoiets vaak tot genialiteit leidt.

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: Democrazy, Gent

 

Real Estate

In Mind

Geschreven door

Wat is er veranderd met het nieuwe album ‘In Mind’? Om te beginnen was er het vertrek van lead gitarist en singer/songwriter Matt Mondanile die zijn focus meer op zijn band Ducktails wil houden. Heeft dit vertrek een invloed gehad op hun geluid en hun songs? In feite niet echt. Het typische geluid van Real Estate is gebleven. Nieuwkomer Lynch legt wel subtiel zijn stempel op het gitaarwerk maar het ligt in het verlengde van wat de band al jaren deed. Goed nieuws dus voor diegene die hen al langere tijd volgen.
We krijgen 11 indierock/pop songs bestaande uit fijn gitaar- en baswerk, ondersteunende drums en een dromerige zang van Martin Courtney. Fijne songs zijn afsluiter “Saturday” vanwege zijn iets andere opbouw, het door Alex Bleeker gezongen “Diamond Eyes”, “Serve The Song”, “Stained Glass” en opener “Darling” die als single werd gekozen. Het album werd geproduceerd door Cole M.G.N.
‘In Mind’ doet mij soms een beetje denken aan hun puike album ‘Days’ uit 2011. Het haalt bijna hetzelfde niveau. ‘In Mind’ bestaat deels uit songwerk dat we kennen als typisch Real Estate en daarnaast is er ook nog ruimte om in een aantal songs op een subtiele wijze wat andere elementen in te steken. Dat houdt het album boeiend maar zorgt er ook voor dat er een soort van tweespalt in het album zit.
‘In Mind’ is weliswaar geen meesterwerk geworden maar wel een aardige en aangename indie-plaat die ik persoonlijk hoger inschat dan hun voorganger ‘Atlas’.

Sólstafir

Berdreyminn

Geschreven door

‘Berdreyminn’ is een nieuwe stap in de evolutie van Solstafir. Waren de eerste albums een mengeling van metal en postrock met toen zelfs wat blackmetal, dan brengt de IJslandse band vandaag een nieuw geluid met mysterieuze melodieën, psychedelische uitbarstingen en een onderstroom van classic en hard rock. De muzikale verwijzingen naar de metal die ze eerder brachten, zijn nog slechts subtiel aanwezig.
Maar Sólstafir is nog altijd geen AC/DC geworden. Ook deze rock- od postmetalvariant van Sólstafir is dooraderd met het donkere en mystieke van de IJslandse cultuur. De sneeuwlandschappen en de zwarte kusten worden bijna tastbaar in tracks als “Isafold” en “Hula”. Om de emoties van de songs ten volle te kunnen naar voor brengen, werden de genregrenzen volledig genegeerd. “Nárós” had muzikaal van De Brassers kunnen zijn en past in het doemdenkende muzikale straatje van de jaren ’80 waar ook bv. Preoccupations (het vroegere Viet Cong) al eens naar teruggrijpt.
Melancholie voert vaak de boventoon, zoals in “Hvít Sæng”, dat donker en duister begint en dan openbloeit tot – dan toch - een echte metaltrack, of in “Dýrafjörður”. Hier staat Sólstafir wel mijlenver van wat ze op vorige albums brachten. Soms neigen de songs zelfs naar luisterpop.
‘Berdreyminn’ is de weerslag van het zoeken naar een nieuwe richting en dat op zich verdient al respect. Dat die nieuwe richting nog niet altijd even goed uit de verf komt, zullen de fans erbij moeten nemen.
Als deze IJslanders nog enkele albums mogen maken, zal het telkens nog duidelijker worden waar de weg van Sólstafir naartoe leidt en zal op dit album misschien teruggekeken worden als het kompas waarmee de lijnen werden uitgezet.
Als elke zoekende band een pareltje als ‘Berdreyminn’ zou afleveren, …

Pallbearer

Heartless

Geschreven door

Mocht u iemand zijn die zijn metal liever loodzwaar dan snel heeft, die een allesverpletterende tank verkiest boven een flitsende sportwagen en die de gure winter graag doorkomt met lijvige platen van Windhand, Neurosis en Electric Wizard, … dan is Pallbearer een band naar uw hart. ‘Heartless’ is het derde album van dit viertal uit Arkansas, en het is hun meest dynamische en avontuurlijke tot op heden.
‘Heartless’ schittert met harmonieuze sludge-metal waarbij de vocals niet geschreeuwd of gebruld maar effectief gezongen worden, ’t is eens iets anders. Let wel, dit is nergens melig en dit is hoegenaamd geen plaat om uw salonfeestjes mee op te fleuren. Pallbearer klinkt nog steeds zwaar en gevaarlijk, al is er sedert het al even fantastische ‘Foundations Of Burden’ wat meer melodie en variatie in hun doom-metal geslopen. De sound is geëvolueerd maar de brute kracht van zijn voorgangers is daarbij niet achterwege gebleven. De bulldozer dendert nog steeds gestaag door maar het toerental wordt al eens teruggeschroefd en verstilde passages komen de kop opsteken.
‘Heartless’ is met name een dik uur lekker wegdromen met de beste slow-motion metal verpakt in 7 indrukwekkende knoerten van songs.
In een krachtige maar genuanceerde buffelstoot als “Thorns” wordt de logge sound afgewisseld met enkele rustige Metallica extracten en zelfs Tool komt hier geregeld boven de horizon stijgen. Ook “Lie Of Survival” komt uit de startblokken als een kippenvalballad van Metallica, waarop iets verder de logge riffs komen aanrukken en vervolgens de leadgitaren heerlijk over het eerder aangerichte slagveld glijden.
Het pronkstuk is echter het elf minuten lange “Dancing In Madness”, met een intro die als het ware van Pink Floyd kon zijn en een vervolg waarin zware riffs en glooiende leadgitaren door zwaar moerassig gebied trekken terwijl de dichte mist onverbiddelijk blijft hangen. Ook afsluiter “A Plea For Understanding” is zo een wonderlijke trein der traagheid, een langgerekte trip op halve snelheid doorheen een dor en onherbergzaam landschap. Een song waarin forse kracht en finesse het perfect met elkaar kunnen vinden, en dat is eigenlijk heel de plaat zo.

Geen idee wat dit album met u doet, maar ‘Heartless’ heeft bij ons in ieder geval een verslavende werking op brein en ledematen. Hoe meer we de plaat opzetten, hoe sterker ze ons in de oren klinkt en hoe dieper ze onze hersenpan binnendringt. Pallbearer heeft een onvervalste klassieker afgeleverd.

Mayra Orchestra

Oracle

Geschreven door

Het Nederlandse Mayra Orchestra is in België nog een nobele onbekende. Je zou deze band kunnen omschrijven als een kruising tussen Tori Amos en (de vroege) Genesis of tussen Within Temptation en Enya. Verwacht bij deze prog-pop geen overdaad aan elektrische gitaren. Die zijn hier ingeruild voor violen, een hoorn, een trombone en een harp.
‘Oracle’ is reeds het tweede album van Maartje Dekker en Christiaan Bruin, de spilfiguren in Mayra Orchestra. In 2013 maakten ze reeds ‘World Of Wonder’. Met ‘Oracle’ gaan ze verder op de ingeslagen weg: dromerige en mooi in laagjes opgebouwde popmuziek met een paar new age-elementen. Het verhaal gaat deze keer over het mysterieuze figuurtje Tahti dat op zoek gaat naar het paradijs dat het in zijn/haar dromen heeft gezien. Elk nummer is een deel van het verhaal, maar evengoed een verhaal op zich. Dankzij het knappe artwork kan je je ook een beeld vormen van de protagonisten in het verhaal.
Bij de eerste nummers, van “A New Skin” tot “Into Your Heart”, ligt de nadruk op lichtvoetige pop met de nadruk op klassieke instrumenten. Vanaf “Edge Of The World” wordt de sfeer dreigender en donkerder, met meer drums en – dan toch – af en toe eens een elektrische gitaar op de voorgrond. Dit deel levert de meeste kleppers op: “Rulers” is prog van de zuiverste soort en in “The Other Side” zit een bijna tastbare droefheid. Andere hoogtepunten zijn het bitterzoete “Everything In Its Place” en “Stormhorses”.
Dit ‘Oracle’ is een mooi opgebouwd paradijsje met de krachtige stem van Maartje Dekker als middelpunt. Voor prog-pop bestaat misschien nog geen groot publiek, maar als één band hierin verandering kan brengen, dan wel Mayra Orchestra.
https://www.facebook.com/MayraOrchestra/?fref=ts

An Pierlé

Cluster

Geschreven door

Toen ik deze release in mijn handen kreeg moest ik erover denken dat An Pierlé toch al een tijdje meedraait sedert ze enige bekendheid verwierf met haar cover “Are Friends Electric?” van Tubeway Army. En inderdaad die cover dateert al van 1996. Time flies…
‘Cluster’ is, enkele samenwerkingen en soundtracks buiten beschouwing gelaten, haar zevende album en komt vrij snel na ‘Arches’. Net zoals op’“Arches’ staat het kerkorgel terug vrij centraal in haar muziek. Maar ze overheerst nooit. Ook de percussie is hier heel goed uitgewerkt. En haar instrumentaria staat ten dienste van de song.
Het is dus een soort vervolg geworden op ‘Arches’. Opener “Golden Dawn” is ook de eerste single uit ‘Cluster’. Een sfeervol, warm en gevoelig nummer. Met de nodige melancholie in de stem. Met een mooi refrein dat het nummer naar een hoger niveau trekt. “Huntifix” brengt weemoed, moedeloosheid en pijn. Het album heeft een vrij traag tempo en laat de nummers geduldig openbloeien zoals in “We Gravitate” of “Sovereign” waar je denkt dat ze helemaal zal stilvallen. Het is alsof een paard een koets trekt en ten einde zijn krachten is. “Road To Nowhere” is geen cover van Talking Heads maar is een zwaarmoedig en intens nummer geworden. Wel mooi uitgewerkt.
In totaal telt ‘Cluster’ acht songs. Afsluiter “Monkey” is vrij hoog gezongen en is de meest speelse track uit het album. Maar vergis u niet want lichtvoetig wordt het niet.

‘Cluster’ is een volwassen, gevoelig en vrij donker album waarmee ze nog eens haar kunnen bevestigd. Een klein pareltje dat vooral luistermuziek bevat en dat vrij ver van haar debuutsingle “Are Friends Electric” staat.

God Damn

Everything ever

Geschreven door

God Damn is een duo uit Wolverhampton en komt aandraven in de voetsporen van Royal Blood, Death from above 1979 en Japandraoids . Tja, we zitten hier dus met een energiek duo die een rits songs op bedreven , felle wijze brengt. De tempowissels maken er een boeiend geheel van , een strak , snedige sound is het, geïnjecteerd van een dosis noise . Het lijkt erop dat ze de hulp inriepen van Ty Segall. “Violence” is een pareltje. Af en toe wordt gas terug genomen , en met een song als “Oh no” klinkt het duo poppier en sfeervoller . Het kan, mag, het geeft het duo meer body en volwassenheid . Fijn plaatje.

Pagina 446 van 967