logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Epica - 18/01/2...

Sum 41

Bruisende Punkrockparty voor 20 jaar Sum 41!

Geschreven door


De AB in Brussel was helemaal volgelopen voor de Canadese punkrockers van Sum 41!  Buiten was het kil en nat, binnen zwoel en vrolijk!

Het voorprogramma werd verzorgd door ons eigen F.O.D. uit Antwerpen en Hollerado uit Ontario (Canada).  F.O.D. is een  band met een hele catchy sound en een stevige live reputatie.  Onlangs kwam hun derde CD ‘Harvest’ uit en dat is werkelijk een knaller van formaat. Check it out please!
Hollerado draait al zo’n 10 jaar mee en speelt vooral heel toegankelijke poprock en luchtige indie rock!  Hun 3de en meest recente CD ‘Born Yesterday’ kwam in het voorjaar uit en sindsdien zijn ze op tour als support van landgenoten Sum 41.

Ondanks de verdienstelijke set van zowel F.O.D. als Hollerado was het talrijke publiek natuurlijk ongeduldig aan het wachten op de doortocht van Deryck Wibley en zijn kornuiten.  Sinds de frontman terug helemaal clean is en sinds Sum 41 hun laatste album ’13 Voices’ uitbrachten in 2016 zijn ze weer aan een mooie opmars bezig en brengen ze live terug het nodige vuurwerk!  Zo mochten ze vorig jaar al Groezrock afsluiten en kwamen ze nu even Brussel punkrockgewijs op z’n kop zetten.

Het optreden op Groezrock 2016 was zeker niet slecht maar oversteeg (wat mij betreft) toch amper de middelmaat, al zullen de trouwe fans dat nauwelijks gemerkt hebben of helemaal geen punt van maken.  Het leek wel of mister Wibley er net zo over dacht want bij de aanvang van het concert in een overvol en uitgelaten AB trok hij meteen stevig van leer en maakte hij meteen duidelijk waarvoor Sum 41 gekomen was : een intens punkrockfeest van de eerste tot de laatste noot!  De frontman zag er opvallend fris, fit en energiek uit en was daarenboven veel van zeg!  Onmiddellijk nam hij de fans mee in zijn muzikale trip en zorgde hij voor een aandoenlijke wisselwerking tussen band en publiek.  De set was werkelijk een uitbarsting van hits afgewisseld met nummers van de laatste CD.  Een zeer geslaagde mix van ‘best of’  en recent werk.  En de sfeer zat er meteen in, letterlijk en figuurlijk!
Sum 41 heeft natuurlijk een zodanige reeks ‘hits’ waaruit ze kunnen putten dat op elk moment van de show een feest kan worden gebouwd.  Zeker wanneer de band aankondigt hun 20-jarig bestaan graag te willen vieren samen met de fans.
Nummers als “The Hell Song” en “Over My Head” zaten vooraan in de set, inclusief de traditie dat een paar fans op het podium worden uitgenodigd om vandaar het optreden mee te maken en de overheerlijke sing along momenten die gans de zaal deden meebrullen.  Tijdens “Goddamn i’m Dead Again” , van de recentste CD,  nodigde Deryck de fans met succes uit tot het inzetten van een reuze circle pit.  Bij “Underclass Hero” volgde een massaal ‘jumpmoment’ en werden mega ballonnen de zaal ingestuurd waarna frontman Wibley ze één voor één neersabelde met zijn gitaar.
Daarna was het tijd om even een beetje gas terug te nemen en volgde een trio van iets minder snelle nummers (oa. met “Breaking the Chain”) waardoor iedereen een beetje op adem kon komen.  Wibley deelde het publiek mee dat het nummer “War” hem persoonlijk zeer nauw aan het hart lag.
De schijnbare rust was van korte duur want het was tijd voor “Motivation”, “We’re all to Blame” en het oudere “Makes no Difference”, stuk voor stuk heerlijke up-tempo punkrock hymnes waar de band hun handelsmerk van gemaakt heeft.  Typisch is ook dat af en toe een stukje heavy metal wordt ingezet en dat trouwens de hele set doorspekt zit met dergelijke korte uitstapjes.
Bij aanvang van het ingetogen nummer “With Me” maakt frontman Wibley ook in werkelijkheid een korte uitstap en neemt hij plaats in het midden van de zaal, omringd door fans die dit moment gretig proberen vastleggen op hun smartphone en intussen het nummer uit volle borst meezingen.
Terwijl het podium achter de schermen wordt klaargemaakt voor de laatste versnelling richting einde show, is drummer Frank Zummo (bij de band sinds 2015) zijn moment gekomen en mag hij zijn prima vakmanschap een paar minuten etaleren aan de menigte.  De gretigheid waarmee hij dit doet straalt af op het publiek.  De respons is bijgevolg al even gretig en spontaan.
Het geslaagde feest gaat vervolgens niet aflatend door en aan een verschroeiende tempo worden weer een paar ijzersterke Sum 41 hits bovengehaald die de sfeer en temperatuur in een paar minuten terug naar een kookpunt stuwen.  Wat te denken van achtereenvolgens “We will Rock You” van Queen, “Still Waiting” en “Into Deep” met achteraan on stage een reuze skullhead met rode ogen die zagen dat het goed was.  Zeer goed zelfs!
Ook de toegift was om punkrock duimen vingers af te likken.  Zowel de band als de fans hadden er nog ongelofelijk veel zin en plezier in en beslisten de party nog wat verder te zetten met eerst het breekbare en ingetogen “Crash” met Deryck op piano en tenslotte “Pieces”, het fantastische “Welcome to Hell” en de klassieker “Fat Lip”.  Het voltallig publiek danste en sprong mee op de laatste tonen van het Canadese 5-tal en de AB danste mee op zijn grondvesten! 
Als uitsmijter kwam daarna de band nog eens terug als heavy metal gimmick, inclusief de pruiken met lang haar, zonnebrillen ed. à la Steel Panther en brachten ze op vermakelijke wijze het gekende “Pain for Pleasure” waarbij gitarist Tom Thacker even de lead vocals voor zijn rekening neemt.

Men mag zeggen wat men wil van Sum 41 maar de band bracht een uiterst genietbaar concert waarbij iedereen zich 100% amuseerde.  Vernieuwend is het misschien allemaal niet maar die periode heeft de band al een hele poos geleden achter zich gelaten.  Ze brengen gewoon een fijne portie complexloze catchy punkrock en kunnen met veel verdienste kiezen uit een batterij hits die na al die jaren nog steeds goed in het oor liggen en nauwelijks hebben ingeboet aan aanstekelijkheid.
Voor mijn part mag de band er gerust nog eens 20 jaar bovenop doen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sum-41-08-03-2017/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Helmet

Helmet - Pokkenluid, kurkdroog en retestrak, dat kan alleen maar Helmet zijn

Geschreven door


Je mag Helmet gerust een legendarische band noemen, pioniers wat ons betreft. Een band die zichzelf met het onsterfelijke en extreem rauwe ‘Meantime’ in 1992 definitief op de wereldkaart zette. De band creëerde op die mijlpaal een alternatieve en kurkdroge metalsound  die tot ver buiten de grenzen van het genre reikte en hen zeer geliefd maakte bij een steeds groter wordend kransje alternatieve muziekliefhebbers. Nadien heeft Helmet het geweldige ‘Meantime’ nooit meer kunnen evenaren, laat staan overtreffen, maar platen als ‘Betty’ (dat vanavond uitgebreid aan bod kwam) en ‘Monochrome’ (dat dan weer compleet genegeerd werd) kwamen toch aardig in de buurt.

Ondertussen heeft Page Hamilton, bezieler van de band en de enige overgebleven oude krijger, met een stel jonge wolven toch weer een oerdegelijk nieuw album in mekaar gebokst. Op “Dead To The World” duikt de primitieve power van weleer af en toe terug op en wordt die bij momenten een gepast grunge jasje aangemeten.
Hamilton zette de avond in met een jazzy gitaarintro om dan via “Beautiful Love” en “I Know” meteen los te barsten in een spervuur van kolkende riffs, pompende bassen en loeiende gitaren. Nieuwelingen als “Life Or Death”, “Bad News”, “Red Scare” en vooral een gloeiend heet “I love My Guru” kwamen de test heel goed door en nestelden zich als flink uit de kluiten gewassen uitdagers tussen het onverbloemde geweld van de oudere songs.
De Helmet-wall of sound vertoonde geen tekenen van verbrokkeling en Hamilton doorkliefde de moordsongs met zijn overstuurde gitaarsolo’s, waarin het leek alsof vlijmscherpe scheermesjes dwars doorheen de snaren sneden.
Helmet stond er weer, dat was een feit. Een solide band met een volle en harde sound, straight in your face. Hier zat hoegenaamd nog geen sleet op. Het werd naarmate de set vorderde ook alsmaar snediger, beter en heftiger, want Helmet spaarde de gevaarlijkste splinterbommen tot op het laatst. “Turned Out”, “I Know” en vooral de regelrechte klassieker “Milquetoast” kwamen lelijk huishouden in de Kreun. Als klap op de vuurpijl mocht de ultieme Helmet-bom, een verschroeiend “In The Meantime”, de genadeslag toedienen. Voor eeuwig zal dit de song blijven waarmee Helmet in menig geheugen gegrift zal staan, een moordzuchtige krachtstoot van amper drie minuutjes die overal een spoor van vernieling aanricht. Geen betere song om zo een splijtende set te eindigen.

Dit was Helmet zoals we ze het liefst lusten. Rauw, retestrak, loeiend hard en kurkdroog. Alleen een grotere greep uit ‘Meantime’ had ons nog gunstiger kunnen stemmen, maar de uitgebreide en vurige sessie in bed met ‘Betty’ was natuurlijk ook lekker meegenomen.

We hebben toch nog een niet mis te verstane tip voor Hamilton : ‘Meantime’ viert dit jaar zijn 25e verjaardag. Kom godverdomme als de bliksem terug en speel die motherfucker van een plaat integraal met de volumeknop ver over de rooie !
Op Graspop dan maar ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/helmet-08-03-2017/

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/local-h-08-03-2017/


Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Tiny Legs Tim

Tiny Legs Tim - Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

TINY LEGS TIM
In het Nederlands noemen ze deze emotie een dipje, alsof het om iets gastronomisch gaat. In het Frans bekt het wat stoerder. Daar gaat men voor le cafard. Amerikanen en Engelsen prefereren een kleur: the blues. Dit is van oorsprong het melancholische gevoel dat zwarte slaven hadden toen ze zich een bult moesten werken op de plantages. Door het zingen van de blues hoopten ze troost te vinden.
N.a.v. het Blueprint bluesfestival op 26 maart checken we even bij een nieuwe generatie bluesmuzikanten, zowel bij een mannelijk als vrouwelijk exemplaar. Geen van beiden is op een katoenveld geboren maar is blank en jong. Naast hun voorliefde voor hetzelfde muziekgenre hebben ze een drieledige artiestennaam als gelijkenis.

TINY LEGS TIM
Tim, jij hebt West-Vlaamse roots
Inderdaad, ik ben afkomstig uit het dorpje Westouter in de Westhoek. Hoop en al 1500 inwoners, tegen de Franse grens. Na mijn humaniora studeerde ik biologie in Gent en ben daar blijven plakken

Waarom koos je muziek als beroep? Geen evidente keuze
Vanaf mijn elfde heb ik altijd muziek gespeeld. Thuis werd gezegd dat ik eerst mijn studies moest afmaken en werk vinden. Daarna mocht muziek aan bod komen. Op mijn 23ste ben ik zwaar ziek geworden. Een aangeboren probleem met mijn lever. Na de eerste transplantatie volgde er een tweede. Ik ben zes jaar immobiel geweest. Ik beloofde mezelf dat als ik hier door raakte ik me 100% op de muziek zou richten. Momenteel gaat alles goed met mijn gezondheid. Ik neem medicatie tegen afstoting en ben ernstig vermagerd. Maar ik voel me gelukkig. Mijn artiestennaam Tiny Legs Tim is een grappige woordspeling op mijn tengere benen. Je hebt nog artiesten die dit doen zoals Blind Willie Johnson die, nogal wiedes, stekeblind was.


Vanwaar de liefde voor de blues?
Mijn ouders leefden volgens het gedachtengoed van mei ’68. Er werd veel muziek gedraaid thuis: zowel klassiek, jazz als Bob Dylan en blues. Er zaten zes echte bluesplaten, van die obscure, in de collectie. Zoals Lightnin’ Hopkins. Ik vond de sfeer en de klank van die muziek mysterieus en aanlokkelijk. Ondertussen ken ik de geschiedenis van de blues. Vroeger verstond ik geen Engels zodat enkel de muziek naar binnen kwam. Door mijn ziekte raakte ik ten volle gefascineerd door de blues. Ik had dingen om over te schrijven. De minder mooie kant van het leven… Tiny Legs Tim heeft een dubbele bodem. Iets negatiefs omtoveren tot iets positiefs. Ik heb parttime les gegeven maar dat zoog me op. Nu leid ik het leven dat ik wil leven: als muzikant. Weliswaar zonder alcohol en met voldoende slaap. Rock ’n roll, nietwaar.

Je opteert voor Deltablues. Geef eens wat uitleg hierover
Dat verwijst naar het zuiden van de Verenigde Staten, meer bepaald de Mississipi Delta bekend om zijn katoenvelden, de bakermat van de blues. Eén persoon die zingt én akoestisch speelt. In die stijl zijn de bekendste namen Robert Johnson, Charley Patton en Son House. Een favoriet uitpikken kan ik niet. Ik vind ze elke op hun manier even goed.

Je verzorgde het voorprogramma van enkele grootheden. Tijd voor roddels
Het concert van Pete Dorothy stelde niks voor. Hij was volledig gedrogeerd. Niemand trok er zich wat van aan. Zelfs zijn tourmanager was er gerust in. Richard Thompson daarentegen is een grappige gemoedelijke man. Hij gaf me complimenten. John Mayall heeft heel mijn optreden bijgewoond en raadde het publiek aan mijn cd te kopen.

In februari kwam je nieuwe cd uit
Mijn vierde plaat is een akoestische geworden in duo met Steven Troch, jarenlang de frontman van Fried Bourbon. We hebben twee dagen live opgenomen in de Yellow Tape studio met één klassieke micro van het merk Melodium. Zonder technische snufjes. Het klinkt eerlijk en bijzonder goed.

Hoe ziet jouw ideale groep er uit?

Aan de drumkit plaats ik Fred Below, Willie Dixon op bas en Hubert Sumlin op gitaar. Little Walter leeft zich uit op mondharmonica. Helaas, al deze muzikanten zijn gestorven.
Mijn band bestaat uit een aantal blanke negers als Frederik Van den Berghe (ex Arno) op drums, Steven Troch op mondharmonica en René Stock of Karel Algoed op contrabas.


Welke anekdote blijft je het meest bij?
Tijdens de opnames van mijn album Stepping Up zaten we vijf dagen met de groep in de studio. Tijdens het uitladen geraakten mijn vingers tussen een van de zware studio deuren. Shit, mijn linkerhand was gezwollen. Ondanks deze handicap hebben we toch opgenomen.

Luister je ook naar andere muziek?
Jawel hoor. Bob Dylan, Neil Young en Leonard Cohen bekoren me zeker. Ik volg ook de zaken van de collega’s. Ik moet toegeven, 90% van mijn aandacht gaat naar blues. Bij de hedendaagse muziek ben ik onder de indruk van Warhaus. Dit is het zijproject van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar. Het jazzcombo Taxiwars rond Tom Barman vind ik straf. De Amerikaanse singersongwriter Kurt Vile staat eveneens hoog aangeschreven. Het moet mij raken en genoeg diepgang hebben.

Uw favoriete gitaar?
Ik lijd aan G.A.S. wat staat voor Gear Acquisition Syndrome. Het zorgt ervoor dat de spullen die bij de gitaar worden gebruikt slechts van korte duur bevredigend zijn. Er moeten altijd meer attributen of gitaren gekocht worden. Ik beken, ik koop veel gitaren. Maar ik heb er onlangs twee verkocht. Die ene ideale gitaar die alle andere kan vervangen ben ik nog niet tegengekomen.

Wat vind je van het Blueprint bluesfestival?
Het is een mooi samengestelde affiche die redelijk breed gaat. Van de hardere bluesrock tot het akoestische werk. Dat zal heel wat mensen aanspreken. Samen met Steven Troch stel ik er mijn nieuwe cd voor.

Is er nog iets dat je kwijt wilt?
Ik ben zeer tevreden van het parcours van Tiny Legs Tim na de donkere ziekteperiode. Ik ben altijd blijven doordoen. Traag maar gestaag. Ik bruis van de ideeën en heb nog veel om naar toe te werken. Kijk naar onze godfather Roland, 72 geworden. Die blijft verder doen op zijn eigenzinnige manier. Daar neem ik mijn hoed voor af.

BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

Joanne Shaw Taylor

Joanne Shaw Taylor- Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

Joanne Shaw Taylor - Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.
Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?
Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?
Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.

Jimi Hendrix is ook één van je favorieten. Vertel
Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?
Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?
Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel.
Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.


BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

As It Is

Okay

Geschreven door

As It Is is een Britse poppunkband die wel heel goed naar zijn Amerikaanse voorbeelden geluisterd heeft. Op hun nieuwe album ‘Okay’ brengen ze coole pretpunk in de stijl van New Found Glory, Good Charlotte, Sum 41 en Blink 182. Heel Amerikaans en soms heel catchy. Op vrijdag 16 juni mogen ze op Graspop op de Jupiler-stage spelen, maar of de Belgische metalheads deze pretpunk naar waarde zullen weten te schatten, is nog maar de vraag.
De punk van As It Is is meestal braaf en glad, zoals op “Pretty Little Distance” en single “Hey Rachel”. Evengoed staan er op ‘Okay’ enkele tracks waar helemaal geen punk in. “Curtains Close”, “Soap” en “Still Remembering” geraken niet verder dan een middelmatig pop-nummer. Een beetje jammer dat ze niet eens in de punk-geschiedenis van hun eigen land gedoken zijn.
Toch zijn er aantal nummers waarop de Britten zowel muzikaal als tekstueel hun tanden laten zien. “Patchwork Love” en “No Way Out” laten een jeugdig enthousiasme horen dat we nog kennen van de eerste platen van Green Day en The Offspring. Ook “Austen” en “Until I Return” zijn best genietbaar.
‘Okay’ is een prima album voor wie van compromisloze pretpunk houdt. Ideale muziek voor een warme zomer bij het skatepark.

Sepultura

Machine Messiah

Geschreven door

Sepultura is sinds 1998 de band waar Max Cavalera opgestapt is. De resterende bandleden en nieuwe zanger Derrick Green hadden sindsdien moeite om de bestaande fans ervan te overtuigen dat doorgaan met Sepultura nog wel zin had. Elk nieuw album van Sepultura werd zowel door fans als critici als wisselvallig en middelmatig bestempeld.  Maar Andreas Kisser, Derrick Green en Paulo Xisto hielden voet bij stuk en bleven touren en nieuw materiaal uitbrengen. Pas bij hun vorige album, The Mediator Between Head And Hands Must Be The Heart, waren de critici weer nagenoeg unaniem tevreden over het niveau.
Voor een deel van de ‘oude’ Sepultura-fans zal ook het nieuwe album Machine Messiah bij voorbaat een verloren zaak zijn, maar wie hier met een open vizier naar luistert, krijgt een album om duimen en vingers bij af te likken.
‘Machine Messiah’ opent met de gelijknamige track en die laat een Sepultura (en vooral een Derrick Green) horen die we nog niet kenden: traag en dreigend, met nagenoeg cleane vocals. Daarna slaan de Brazilianen terug met “I Am The Enemy” een broeierige deathmetaltrack zoals uit de goede oude dagen van “Arise”. Daarna krijgt de luisteraar al de mooiste parel uit dit album voorgeschoteld. “Phantom Self” is een uppercut die death en thrash vermengt met Oosters klinkende violen en die zich zo op het niveau hijst van het beste van het ‘Roots’-album. Alle puzzelstukjes vallen hier mooi in elkaar. “Iceberg Dances”, “Sworn Oath” en “Resistant Parasites” zijn van hetzelfde hoge niveau en verdienen dezelfde lof. Deze vier songs zetten andere tracks als “Alethea”, “Silent Violence” en “Cyber God” een beetje in de schaduw, maar elk op zich verdienen die wel nog een ruime voldoende, onder meer dankzij het uitstekende, heel gevarieerde drumwerk van Eloy Cassagrande. Fans van de ‘oude’ Sepultura en andere liefhebbers van de beter thrash en death die dit links laten liggen, hebben ongelijk.

My Baby

Prehistoric Rhythm

Geschreven door

De Amsterdamse band My Baby is in ons land al bekend bij het publiek van Radio 1. “Seeing Red”, de single van hun vorige album, stond heel wat weken op de playlist. Dezelfde mix van rock, blues en dance vind je op het nieuwe album ‘Prehistoric Rhythm’.
In vergelijking met de twee vorige albums heeft My Baby het dance-universum nog wat verder verkend, met name tot aan de triphop. Niet dat er zuivere triphop-tracks op dit album staan, maar een aantal ademen wel die sfeer van Massive Attack en Portishead. Het maakt dat deze muziek nog wat moeilijker te definiëren is, maar de belangrijkste ingrediënten blijven blues, rock en dance. Met een Belgische of Vlaamse band vallen ze moeilijk te vergelijken, maar er zijn vaagweg raakpunten met SX, (vroege) Hooverphonic, Bettie Serveert, Yazoo, Alabama Shakes en Intergalactic Lovers.
De mix van al die muziekstijlen werkt het beste in openingstrack “Electrified”, een hete, bezwerende smeltkroes van electro en blues, met als ultieme twist de licht vervormde stem van zangeres Cato van Dijck. “Same Wave” is dan weer traag, mysterieuzer en moeilijker in een hokje te duwen. Single “Love Dance” trekt het tempo weer omhoog, opent wat braaf, maar bloeit dan helemaal open tot een echt dance-nummer. Mooi opgebouwd, dansbaar, zelfs meezingbaar, maar misschien niet representatief voor de band en het album.
“Cosmic Radio” combineert de eerder vermelde triphop-feel met Midden-Oosterse invloeden. “Ancient Tribe” is dan weer heel opzwepend en opnieuw heel dansbaar, maar kan niet helemaal overtuigen. Daarvoor is er muzikaal en tekstueel toch wat te weinig vlees aan het been.
Ergens halfweg het album laat My Baby de dance-invloeden een beetje los en krijgen we een meer rockende en bluesy versie van dit trio te horen. “Moon Shower” leunt weer een beetje op Portishead, maar dan met een dikke streep bluesrock erdoor. Ook in “Make A Hundred” wordt er onbeschaamd gerockt. “Haunt Me” is verslavend en overtuigend bluesy, maar zit vol verwachting zonder echt open te breken. Dat doen “Sunflower Diesel Blues” en “Straight No Chaser” dan weer wel. Het is prachtige bluesrock, zoals we die kennen van bv. Alabama Shakes.
‘Prehistoric Rhythm’ sluit na dat rock-geweld af met een alternatieve versie van “Haunt Me”, dit keer verpakt als minimalistische electro. Als om nog eens te benadrukken dat My Baby uit heel veel verschillende vaatjes tapt. Het geëxperimenteer pakt meestal heel goed uit, maar evengoed zou je soms wensen dat ze niet alle richtingen tegelijk uitgaan.

Neville Staple

The Return Of JudgeRoughneck

Geschreven door

‘The Return Of Judge Roughneck’ van Neville Staple is het beste ska-album van 2017! Niet dat de Brit in dit genre veel concurrentie zal hebben, maar toch. Neville Staple doorkruist de Britse ska-geschiedenis reeds sinds de jaren ’80. Hij was erbij in verschillende bezettingen van The Specials en Fun Boy Three en werkte reeds samen met leden van No Doubt, Bad Manners, Rancid, The Beat, Desmond Dekker, The Damned en The Clash.
Het pas uitgebrachte ‘The Return of Judge Roughneck’ is zijn derde solo-album. De rechter in de titel verwijst naar een personage dat Staple indertijd verzon voor de track “Stupid Marriage” van The Specials. Het is ook de naam van de openingstrack van dit album en die vervult elke belofte die in de naam zit. Je waant je meteen terug in het begin van de jaren ‘80, naar de periode dat The Specials, The Beat en Madness het mooie weer maakten met hun 2Tone-ska. 
De eerste track is misschien nog een beetje mellow ska en opvolger “Bangarang”, een cover van Lester Sterling & Stranger Cole, is meer reggae dan ska, maar voor het overige is het op dit album al ska en rocksteady wat de klok slaat. Neville Staple is niet de meest fantastische zanger, vooral een toaster, maar dat compenseert hij met veel enthousiasme en met een begeleidingsband die nergens een steek laat vallen. Zij houden je als luisteraar het hele album in de juiste flow.
Het album is een mengeling van ska-klassiekers uit Jamaica en de UK, nummers uit Staple’s eigen muzikale verleden en een paar welgemikte covers zoals Jimmy Soul’s “Be Happy”.  Behalve fantastisch genietbaar, vrolijk en dansbaar is het een fantastische trip down memory lane. Net als in de gloriedagen wordt er al eens subtiel of minder subtiel met de vinger gewezen: politici krijgen op verschillende songs een rake veeg uit de pan en ook andere dieven wordt de les gespeld, zoals op “Crime Don’t Pay”.
Maar het is vooral de muziek die primeert. “Lunatics” zit een beetje in het straatje van “Ghost Town” van The Specials en “Maga Dog” is een gepimpte versie van een song van The Specials. “Gang Fever” heeft een orgelriedel die van Madness had kunnen zijn.
Het ‘gewone’ deel van dit dubbelabum sluit af met een knappe versie van “Sweet Sensation” van The Melodians. Daarna is het de beurt aan een tweede album met dub-versies, die begint met een prachtige versie van de klassieker “Enjoy Yoursel”, die de liefhebbers nog zullen kennen van de versie van Prince Buster en die ook op de live-setlist van The Specials staat.  Daarna volgen nog dub-versies van “Maga Dog” en “Crime Don’t Pay”.  Sommige songs blijven mooi overeind in de dub-versie, maar andere dub-tracks zijn enkel voor de liefhebber genietbaar.
Neville Staple is een mooie aanvulling voor wie nog regelmatig een 2Tone-klassieker oplegt. Het proberen aansluiting vinden bij de liefhebbers van dub komt niet altijd mooi uit de verf.

Beyond The Labyrinth

The Art Of Resilience

Geschreven door

Het vierde album van Beyond The Labyrinth heeft na beluistering een beetje een progressieve insteek. Dit op muzikaal vlak. Maar ook het concept van het album dat gaat over jezelf oppikken en doorgaan op moeilijke momenten. De muziek heeft naast de ietwat progressieve uitwerking ook elementen van melodische, gothische en symfonische metal. De zang klinkt eerder als dat van een klassieke melodische metal/hardrock band. Dus geen grunts en growls. Dat zou bij deze muziek ook niet meteen passen. Voor de vocals deed men onder meer beroep op Will ‘Wizz’ Beauprez ( De vorig jaar overleden zanger zingt hier op “Carry On”), Filip Lemmens, Oliver Wright, Colin Flynn en nog een deel van gastzangers. Positief is dat het album daardoor gevarieerd maar toch samenhangend klinkt. Alle songs zijn mooi uitgebouwd en klinken haarfijn: van de traditionele ballad “Someone Watching Over You” naar de iets donkere en steviger song zoals “Prince of Darkness” tot de iets progressievere song “Salve Mater”. Op dit vlak kunnen we zeker niet klagen.
Bij momenten doet de muziek mij een beetje aan bands zoals Whitesnake, Y&T, Rainbow… denken. De goeie hardrock/metal bands uit de jaren 70, 80 en 90 dus. Het artwork is ook heel mooi tot in de details uitgewerkt. Sfeervolle foto’s, tekstboekje… Je merkt dat er werk in gestoken werd.
‘The Art of Resilience’ klinkt heel potent, melodisch en volwassen. Voor wie van deze stijl van metal/rock houdt is dit een heel aangenaam album waarin de songs centraal staan. Kwaliteit noemen we dat dan.

Power Trip

Nightmare Logic

Geschreven door

Power Trip, het beestige hardcore-trash-metal combo uit Texas, pakt op ‘Nightmare Logic’ uit met hondsbrutale metal die recht op doel afgaat. Het allesverwoestende album beukt met volle geweld de deuren in en slaat ondertussen alle ramen aan diggelen. Het staat bol van moordriffs, extreem vette trash-gitaren, bloeddorstige vocals en een pompende ritmesectie die de boel onverbiddelijk aan flarden rijt.
Acht barbaarse songs worden er in een dik half uur met een rotvaart doorgejaagd en ze richten flink wat averij aan. Geen tijd voor franjes of rustpuntjes, laat staan ballads. Er is maar één richting en dat is rechtdoor, alles wat men onderweg tegenkomt wordt meedogenloos verpletterd.
Dit is van de meest furieuze en directe metal die er dezer dagen te vinden is. Hiermee vergeleken is Metallica een loungegroepje en Slayer een balorkest.

Pagina 456 van 967