logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Hooverphonic

Bastille

Bastille – Een avondje ‘Boenk erop!

Geschreven door

Het is al snel gegaan voor het jonge Britse Bastille . De band heeft nog maar twee platen uit en is in die paar jaar uitgegroeid tot een supergroep. Ze hebben hét met hun toegankelijke, melodieuze synthpop  en sterke live reputatie , wat we zagen op optredens in zalen als de AB, Lotto Arena en op de grote festivals Rock Werchter en Pukkelpop. Hun betrokkenheid , enthousiasme , uitstraling tekenen voor samenhorigheid en positivisme . De band van Dan Smith en C° geeft hun materiaal op het podium een stevige boost door de keys, de percussie,  bijkomende troms en de blazerssectie . Een heuse band is het live, uitgebreid tot een achttal , en de blazers zorgen voor een bredere, kleurrijke en bombastische sound , nergens te zeemzoeterig of kitscherig.

De sound mag dan onschuldig klinken , rasmuzikanten zijn het , die probleemloos van instrument wisselen . Smith combineert zelfs keys en troms terwijl hij zingt , zonder ook maar te verzwakken .
De visuele hoogstandjes doen de rest , gebaseerd op de  nieuwe plaat en de gekende Bastille driehoek , vanavond omgedoopt tot een tv kanaal Wild World Communications .
Anderhalf uur lang stond de tijd even stil voor het jonge publiekje en was het voor andere liefhebbers heerlijk vertoeven in die ‘Bastille’ muzikale wereld , die vrolijkheid en tristesse mengt . Het materiaal werd naar een hoger niveau getild door de inzet , de energie, de dynamiek , het entertainment en de feel goods .
Natuurlijk zit het snor met boodschappen als “Here for you , wherever you are”, de hartjes , de handclaps en het handjeszwaaien . Niet voor niks was er in september ‘Bastille for Life’ , die de Muziek en het Goede Doel dichter bij jou brachten. 
Meteen zat de sfeer er goed in met drie knallers “Send them off” , “Laura Palmer” en de nieuwe single “Warmth” , songs die tintelen , fris zijn en een aangename groove hebben. Smith hitste de menigte op , hij is er voor zijn publiek en na nog geen vijf nummers, op “Oblivion” , ook al zo’n puike single ,  is hij met hen verbonden en is hij te zien onder hen . Bastille heeft Coldplay allures en brengt hun muziek naar hun publiek , hun fans . Erg gezellig allemaal!
Er valt heel wat te beleven en alles valt in zijn plooi . De band is sterk op elkaar ingespeeld , voelt zich in goed in z’n vel , hotst , huppelt op de ontspannende , onschuldige deuntjes .
Op de twee platen ‘Bad blood’ en het vorig jaar verschenen ‘Wild world’ staan mindere tracks, live worden ze omgeven van prachtige projecties , sightseeings , klinken ze grootser, en krijgen ze een meezingfactor .  We horen ze in een andere verpakking . Kauwgomballen pop heet zoiets, o.m. een “Lethargy”,  waarin we de inleiding van “Belfast child” van Simple Minds herkennen, op sfeervolle , broeierige wijze opbouwt , harder , feller klinkt  en durft te ontploffen . Ook “The draw”  is zo’n voorbeeld . Bastille is écht een liveband!
Net op moment dat de aandacht hier wat verslapt , komt de herkenbaarheid naar boven met “Things we lost in the fire” en “Bad blood”, omgeven van de eerste “ow-ei” koortjes. Allemaal goed doordacht en uitgekiend . Op de stampende dansklassieker van Corona’s “The rhythm of the night” (remember the 90s) was Smith ook middenin zijn publiek te vinden en ging iedereen uit z’n dak . Een moment van intimiteit presenteerden ze met een sobere “Icarus” , waar de gitarist en Smith in de nok van het Sportpaleis te vinden waren . Coldplay kapsones …
Tot slot kon het publiek er nog een keer voor gaan . Iedereen was in opperbeste stemming op classics “Good grief” en “Pompeii” die de set besloot met de twee warming up bands Frenship en Rationale . Iedereen veerde recht, zong , schreeuwde, brulde en wuifde letterlijk de drie bands uit .

Muziek , Ontspanning, Entertainment , Tonnen Charisma , Bastille tekende voor zo’n avondje ‘Boenk erop’! Op naar de zomerfestivals!

Organisatie: Live Nation

Hypochristmutreefuzz

Hypopotomonstrosesquipedaliophobia

Geschreven door

Het is ons een raadsel waarom men deze band steevast als noise-band catalogeert. Dit is immers geen hels lawaai maar een weloverwogen cocktail van geflipte hip-hop, eigenzinnige postpunk, binnenstebuiten gekeerde industrial, tegendraadse pop, verhakkelde funk en door de vleesmolen gedraaide triphop. Met hun boeiende en geïnspireerde sound is Hypochristmutreefuzz gewoon niet in één hokje te plaatsen, en dat is nu net de sterkte van deze plaat.
Bij de eerste tonen van “Finger” moeten wij al aan de geniale gekte van Les Claypool denken, terwijl de song dan iets verder middels een aanstekelijk aftands orgeltje richting Gruppo Sportivo afwijkt (voor wie zich deze geschifte Hollanders nog herinnert). Rapmuziek kan ons doorgaans aan onze witte reet roesten, maar hier geraken wij verdomd opgewonden van de dwarse hiphop van “Gums Smile Blood” en “Clammy Hands”, dit is Death Grips in een minder manisch periode, of Show Me The Body met pili pili in hun hol. In het ophitsende “Hypochondria” schuift Nine Inch Nails aan tafel met de jonge Red Hot Chilli Peppers, toen die tenminste nog dynamiet in hun testikels hadden, al dan niet in een sok verhuld. Ook de manier waarop het heftig groovende “One Trick Pony” tot ontploffing wordt gebracht is een hectisch opstootje die onze kop in vervoering brengt.
Wat een heerlijk driftig plaatje. Het kraakt, het botst, het klutst, het spettert, het bruist, het kriebelt en het jeukt, en vooral… het swingt als een extatische goudvis in een glas gin tonic !
Een springlevend album dat bol staat van verrassingen. Spastisch en hyperkinetisch, zeer zeker, maar dat is natuurlijk de bedoeling.

Eight Sins

Serpents

Geschreven door

Eight Sins is een hardcore/metal band uit Frankrijk. Ze bestaan reeds een dikke tien jaar. Als ik het goed heb is dit hun vierde album dat ze uitbrengen. De zanger Loïx Pouillon voegt naast de typisch, toch voor hardcore, maatschappij kritische teksten ook wat elementen toe uit de hedendaagse metal in zijn zang. Nu en dan hoor je namelijk wat aanzetten tot grunts. Op vlak van gitaarwerk neigen ze bij momenten naar trashmetal (bv “Vultures”, “Ten Years”). Dit maakt dat ze soms vrij snedig klinken. Op andere momenten komt de hardcore iets meer tot uiting (“Where Is Your God?”, “Beers & Moshpit”). Tegenover hun vorige release “World of Sorrow” uit 2013 klinkt deze release snediger en meer trashy. Of je dat al dan niet beter vindt hangt een beetje van je smaak af. Dit album klinkt goed geproduceerd wat de luister ervaring ten goede komt. Erg grote verrassingen krijg je hier niet te horen maar het is een meer dan degelijk album in het genre.
Genoeg gepraat nu. We trekken onze boots aan en begeven ons naar de moshpit om ons eens goed te laten gaan op ‘Serpents’.

Hey Satan

Hey Satan

Geschreven door

Wanneer je een zwak hebt voor psychedelisch klinkende gitaarlijnen, zware riffs en bijhorende vocals dan zal dit debuut van dit Zwitsers trio je wel eens kunnen bekoren. Zowel de teksten, het artwork als de muziek ademen een psychedelische en harde rocksfeer uit. Het kon zo een product uit de jaren zeventig zijn. Alles zit degelijk in elkaar maar soms is het wel wat clichématig (vooral de teksten). Het fijne is dat ze wel wat leuke hooks hebben in hun muziek. Luister maar eens naar “Legal Aspect Of Love”. De gitaren klinken gruizig en fuzzy en leggen een basis voor een vette groove. Soms zijn ze zowaar catchy. Op “Sunshine Blues” komt in het refrein iemand als Beck ( de Beck van “Dreams”, “Odelay” en “Loser”) zelfs om de hoek loeren. Let wel de vergelijking slaat enkel op het stemgeluid en het catchy element.
2 gitaren, een drum en een stem. Meer hebben ze niet nodig om een aardig psychedelic stoner/hardrock debuut af te leveren. We krijgen een meer dan aardig volgend album als ze nog wat meer eigenheid toevoegen en wat meer hun sound uitpuren. Het is tevens muziek dat live indruk moet kunnen maken.

Matt Watts

How Different It Was When You Where There

Geschreven door

Matt Watts is een Amerikaanse singer-songwriter die na een korte muzikale loopbaan in de Verenigde Staten in Brussel verzeild is geraakt. Afgaand op zijn jongste album gaat het niet goed met Matt’s liefdesleven. 'How Different It was When You Were There' is één brok verdriet, verlangen en melancholie. Die brok zit evenwel zo mooi verpakt in bij momenten leuke en veelal onschuldige melodietjes dat het voor de luisteraar louterend werkt, als een haardvuur waar je je kan aan warmen. Want ondanks alle ellende ziet Watts nog licht aan het einde van de tunnel. Er is altijd nog hoop.
Treurwilg Watts kon voor 'How Different It was When You Were There' rekenen op de medewerking van het duo Eriksson-Delcroix, de halve begeleidingsband van Guido Belcanto en Stef Kamiel Carlens (van Zita Swoon en vroeger dEUS). Die laatste heeft Matt Watts overigens opgenomen in zijn Zita Swoon Group. Al die samenwerkingen maken dat dit tweede album van Watts meer een groepsgebeuren is geworden dan zijn debuut ‘Songs From A Window’, al blijven zijn stem en gitaarspel ook nu duidelijk centraal staan. Het klinkt nu iets minder als folk, maar het is nog lang geen bruisende rockband die hem begeleidt. De gastmuzikanten kleuren heel voorzichtig de vlakken rond zijn stem in, zonder echt op de voorgrond te willen treden.
Het lijkt alsof de tracks lukraak en zonder veel nadenken opgenomen zijn, maar Watts weet je toch diep te raken. Hoe eenzamer hij de nummers brengt, hoe tastbaarder de melancholie is, zoals op “Joanne” of “If We’ll Ever Be Here Again”. Afgaand op de quote in het CD-hoesje is dit het sleutelnummer van het album.
Matt Watts zal voor veel mensen nog een ontdekking zijn, maar daar komt straks hopelijk verandering in. Als je de man en zijn zijn nog moet leren kennen, begin je misschien best bij “How Many Years” en “Just One More To Be Turned Loose”.
Niet meteen luistervoer voor een gezellige avond met vrienden, maar dan weer wel ideaal voor een slapeloze winternacht. Bovendien verkrijgbaar op CD en op vinyl.

Wiegedood

De Doden Hebben Het Goed II

Geschreven door

De ‘Doden Hebben Het Goed II’ komt twee jaar na het debuut ‘De Doden Hebben Het Goed’ van het Belgische Wiegedood. Dat debuut kende – alvast voor een beginnende atmosferische blackmetalband – veel bijval in de reviews in binnen- en buitenland en dat zorgde voor goedgevulde zalen bij de bijhorende tournees. Toch was het succes van dat debuut moeilijk te vatten in een paar woorden.
De lat voor het tweede album lag meteen hoog. Met ‘De Doden Hebben Het Goed II’ gaat Wiegedood moeiteloos over die hoog gelegde lat. De pure klasse is op het tweede album nog steeds aanwezig. De muziek van het trio ligt volledig in het verlengde van het debuut, misschien nog iets meer uitgepuurd en organischer, met razendsnelle riffs, verwoestende blastbeats en soms subtiele details en wendingen die het voor de luisteraar interessant maken.
Het verschil met het debuut is dat zanger Levy Seynaeve op ‘De Doden Hebben Het Goed II’ nog dichter bij het live-geluid van de band zit. Zijn teksten klinken nog een stuk woester en urgenter en stralen nog meer dreiging en bezetenheid uit dan die op het debuut. Hij grijpt je bij de strot en lost pas als de laatste noot uitgestorven is.
Wiegedood heeft deze keer slechts vier nummers nodig om toch goed meer dan een half uur vol te maken en dat gaat op geen enkel moment vervelen, ook niet in het tot 11 minuten uitgesponnen “Cataract”, waar een zekere loutering van uitgaat. Elk nummer van dit album is een verhaal op zich. In “Ontzieling” zit een oerkracht die al lang niet meer gehoord werd in black metal. De afsluitende “Smeekbede” is een perfect gedimensioneerde woede-aanval op uw trommelvliezen.
Het Wiegedood dat ze de moeite hebben genomen om met dit tweede album nog beter te willen doen dan op hun debuut. De weg die ze met Wiegedood gekozen hebben, leidt niet naar makkelijk succes. Met ‘De Doden Hebben Het Goed II’ maken ze duidelijk dat ze aan de top staan in hun genre en dat er nog meer moois zit aan te komen. Wij kijken al uit naar ‘De Doden Hebben Het Goed III’.

Tiny Legs Tim

Melodium Rag

Geschreven door

‘Melodium Rag’ is de blues in zijnen puren. Het is al de vierde worp van Tiny Legs Tim en de plaat is nog naakter dan diens voorgangers, de stekker gaat er deze keer niet in. Tim De Graeve doet het met enkel een akoestische gitaar, een goudeerlijke bluesstem en de less is more-ondersteuning van de subtiele mondharmonica van Steven Troch. Het heeft letterlijk dus niet veel om het lijf maar des te meer in de onderbuik. Wat hier in zit is een ziel, een rootshart en een stokoude koffer gevuld met het talent van een bescheiden fingerpicking-bluesgod die de genen lijkt te hebben geërfd van Son House, Lightnin’ Hopkins en Woody Guthrie.
Je zou het hoegenaamd niet zeggen, maar dit is Belgisch. België bevindt zich ergens in een afgelegen hutje in het diepe moerassige zuiden van Amerika.
Geef ons een lazy chair en een ferme whisky en we gaan met ‘Melodium Rag’ lekker onderuit zakken.

Jake Bugg

On my own

Geschreven door

De jonge Britse Jake Bugg is al toe aan zijn derde album vóór zijn 22ste , opvolger van ‘Shangri la’ en het titelloze debuut. We horen een rits innemende, gevoelige, stekelige akoestische en elektrische gitaarsongs , die baden in de Britpopsfeer.  Jake Bugg kenmerkt de typisch brommende Oasis attitude en brengt het popgevoel van die Britpop, rock’n’roll en sing/songwriting samen; het geluid, de melodie, de teksten, het Britse accent en de vocals, het zit er allemaal in.
Vooral het eerste deel van de cd klinkt erg overtuigend “Gimme the love”, “Love , hope & misery” , “The love we’re hoping for” en de huppelende  ritmes van “Put out the fire” . Britpop in z’n diversiteit dus, en soul , blues en country toelaat . Hij laat zijn breekbare kant horen op “All that” en zeker  in de opener “On my own” . Check maar even de tekst “i’m just a poor boy from Nothingham/I had my dreams , but in this world they’re gone/I’m so so lonesome on my own”.
Zijn talent en vakmanschap horen we hier . In het tweede deel zakt de spanning , maar met “Ain’t no rhyme” in die reeks,  krikt hij het niveau terug op .
Tussen de elf songs vinden we zondermeer een handvol pareltjes , maar Bugg had beter nog wat nummers laten rijpen om tot een sterk overtuigend album te komen . 

Amber Arcades

Fading lines

Geschreven door

Amber Arcades is het alter ego van Annelotte de Graaf , die in haar eentje naar NewYork  trok en een fijne begeleidingsband rond zich schaarde met gitarist Shane Butler en bassist Kevin Lareau van Quilt en Real Estate drummer  Jackson Pollis . Zij zijn van onmiskenbare invloed op de tracks .
Zij eigent zich een plaatsje toe binnen de dreampop , en  90s referenties als The Sundays  (rond Harriet Wheeler) en The Mazzy Star (Hope Sandoval) borrelen op .
Het zijn uitnodigende  nummers, die langzaam , relaxt zijn , met meer opbouwende tracks in een elektrogroove zelfs. Op die manier valt er voldoende afwisseling te noteren, boeit de plaat, gedragen door haar etherische zang.
“Come with me” , “Apophenia”, “Turning lights” en de titelsong intrigeren door de repetitieve opbouwende ritmiek , de zalvende, zachte aanpak  en de aanstekelijke pulserende beats .
De Nederlandse heeft een ambitieus plaatje uit en verdient uw aandacht!

Radiohead

A moon shaped pool

Geschreven door

Het was wachten op die nieuwe langspeler van Radiohead … We kregen enkel de mededeling dat het album af was én binnenkort uitkomt . Met de komende wereldtournee op komst , voelden we dat ie er zat aan te komen . . En dan was ie er ! Radiohead is door de jaren grillig als voorspelbaar voor zijn publiek .
Radiohead is een band al decennia aan de top en keer op keer prikkelen ze  met hun volstrekt unieke popelektronisch geluid , krautrock , pop en een dosis experimenteerdrift .
Opnieuw zit de plaat vernuftig in elkaar en hebben we met “Burn the witch” een pracht van een openingstrack , die bezwerend , onheilspellend , gejaagd klinkt onder die breed uitwaaierende vocals van Thom Yorke .
‘A moon shaped pool’ is een evenwichtsoefening tussen diepere elektronische lagen, hallucinante effects  en de eenvoudige , sfeervolle popsong.
Na die zinderende opener zijn “Daydreaming” ; “True love waits” (pianoloops) en “Decks dark” (lekker gitaarmotiefje ) net die pakkende ballads, gevoelsmatige, triest stemmige liedjes. “The numbers” overtuigt  met z’n intrigerende repetitieve opbouw en orkestratie; krautrock wordt getriggerd door “Tinker tailor soldier sailor … “ .
Er is ook die typische Radiohead sferische popelektronica , die ons in een droommodus  onderdompelen . Schoonheid , puurheid en creativiteit zijn nauwlettend met elkaar verbonden.
Een meeslepend, gevoelig fris album hebben we. Radiohead slaagt er nog steeds in een prachtige songs te schrijven, die klasse, romantiek en elegantie onderstrepen .

Pagina 462 van 967