logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

King Creosote

Astronaut meets Appleman

Geschreven door

King Creosote is het alter ego van Kenny Anderson, uit Schotland . Muzikaal te situeren binnen de sound van Noah & The Whale en And Monsters & Men . In z’n totaliteit past de  sound binnen het plaatje van intens broeierige, spannende melodieuze folkrock , in finesse en subtiliteit uitgewerkt.
Er zijn een rits sfeervolle nummers als “Faux call”, “Betelgeuse” en “Love life”, die lieflijk ontroeren. Een handvol songs onderscheiden zich , opener “You just want” en bijkomende track “The long fade” zijn boven de zeven minuten en intrigeren door de repetitieve , opbouwende ritmiek , de lichte galm en de (dromerige) geluidjes . “Peter rabbit tea” is een kinderliedje en “Surface” is er dan eentje, die overstijgt door de doedelzakgeluidjes . De vrouwelijke vocals vullen mooi aan.
We krijgen een sterk album door diepgang in de melodie en een sterke spanningsopbouw.  Eerlijk gezegd, overtuigend wat deze artiest brengt, die hier bij ons nog  geen enkele respons heeft verkregen …

Nao

For all we know

Geschreven door

Uit Nottingham debuteert de 28 jarige Neo Jessica Joshua aka Nao . Een uur lang hotsen we op de grooves van een reeks verslavende popsongs . Invloeden uit de P-Funk, soul , r&b met elektronica, drum’n’bass , dubstep en diepe basstunes worden geïntegreerd en maken de sound uitermate boeiend . Prince, George Clinton, Chic, Chaka Khan , Erykah Badu, FKA Twigs en Burial borrelen op .
Mura Masa klopte zelfs bij haar aan en “Firefly” werd een bescheiden hitje . Haar stem kan alle richtingen uitgaan, zacht zalvend , laag , diep , piepend, hoog . Op het album wisselt ze in uptempo en rustige nummers , zijn er een paar interessante samenwerkingen met Abhi Dijon, A.K. Paul en vinden we een handvol pareltjes in het genre als “Get to know ya”, “Inhale exhale” , “Adore you” , “Bad blood” en “Fool to love”.
Dit is dampende muziek die zonnige oorden opzoekt , tot de verbeelding spreekt en de dansspieren durft te prikkelen .

God Damn

Everything ever

Geschreven door

God Damn is een duo uit Wolverhampton en komt aandraven in de voetsporen van Royal Blood, Death from above 1979 en Japandraoids . Tja, we zitten hier dus met een energiek duo die een rits songs op bedreven , felle wijze brengt. De tempowissels maken er een boeiend geheel van , een strak , snedige sound is het, geïnjecteerd van een dosis noise . Het lijkt erop dat ze de hulp inriepen van Ty Segall. “Violence” is een pareltje. Af en toe wordt gas terug genomen , en met een song als “Oh no” klinkt het duo poppier en sfeervoller . Het kan, mag, het geeft het duo meer body en volwassenheid . Fijn plaatje.

An Pierlé

Cluster

Geschreven door

Toen ik deze release in mijn handen kreeg moest ik erover denken dat An Pierlé toch al een tijdje meedraait sedert ze enige bekendheid verwierf met haar cover “Are Friends Electric?” van Tubeway Army. En inderdaad die cover dateert al van 1996. Time flies…
‘Cluster’ is, enkele samenwerkingen en soundtracks buiten beschouwing gelaten, haar zevende album en komt vrij snel na ‘Arches’. Net zoals op’“Arches’ staat het kerkorgel terug vrij centraal in haar muziek. Maar ze overheerst nooit. Ook de percussie is hier heel goed uitgewerkt. En haar instrumentaria staat ten dienste van de song.
Het is dus een soort vervolg geworden op ‘Arches’. Opener “Golden Dawn” is ook de eerste single uit ‘Cluster’. Een sfeervol, warm en gevoelig nummer. Met de nodige melancholie in de stem. Met een mooi refrein dat het nummer naar een hoger niveau trekt. “Huntifix” brengt weemoed, moedeloosheid en pijn. Het album heeft een vrij traag tempo en laat de nummers geduldig openbloeien zoals in “We Gravitate” of “Sovereign” waar je denkt dat ze helemaal zal stilvallen. Het is alsof een paard een koets trekt en ten einde zijn krachten is. “Road To Nowhere” is geen cover van Talking Heads maar is een zwaarmoedig en intens nummer geworden. Wel mooi uitgewerkt.
In totaal telt ‘Cluster’ acht songs. Afsluiter “Monkey” is vrij hoog gezongen en is de meest speelse track uit het album. Maar vergis u niet want lichtvoetig wordt het niet.

‘Cluster’ is een volwassen, gevoelig en vrij donker album waarmee ze nog eens haar kunnen bevestigd. Een klein pareltje dat vooral luistermuziek bevat en dat vrij ver van haar debuutsingle “Are Friends Electric” staat.

Mayra Orchestra

Oracle

Geschreven door

Het Nederlandse Mayra Orchestra is in België nog een nobele onbekende. Je zou deze band kunnen omschrijven als een kruising tussen Tori Amos en (de vroege) Genesis of tussen Within Temptation en Enya. Verwacht bij deze prog-pop geen overdaad aan elektrische gitaren. Die zijn hier ingeruild voor violen, een hoorn, een trombone en een harp.
‘Oracle’ is reeds het tweede album van Maartje Dekker en Christiaan Bruin, de spilfiguren in Mayra Orchestra. In 2013 maakten ze reeds ‘World Of Wonder’. Met ‘Oracle’ gaan ze verder op de ingeslagen weg: dromerige en mooi in laagjes opgebouwde popmuziek met een paar new age-elementen. Het verhaal gaat deze keer over het mysterieuze figuurtje Tahti dat op zoek gaat naar het paradijs dat het in zijn/haar dromen heeft gezien. Elk nummer is een deel van het verhaal, maar evengoed een verhaal op zich. Dankzij het knappe artwork kan je je ook een beeld vormen van de protagonisten in het verhaal.
Bij de eerste nummers, van “A New Skin” tot “Into Your Heart”, ligt de nadruk op lichtvoetige pop met de nadruk op klassieke instrumenten. Vanaf “Edge Of The World” wordt de sfeer dreigender en donkerder, met meer drums en – dan toch – af en toe eens een elektrische gitaar op de voorgrond. Dit deel levert de meeste kleppers op: “Rulers” is prog van de zuiverste soort en in “The Other Side” zit een bijna tastbare droefheid. Andere hoogtepunten zijn het bitterzoete “Everything In Its Place” en “Stormhorses”.
Dit ‘Oracle’ is een mooi opgebouwd paradijsje met de krachtige stem van Maartje Dekker als middelpunt. Voor prog-pop bestaat misschien nog geen groot publiek, maar als één band hierin verandering kan brengen, dan wel Mayra Orchestra.
https://www.facebook.com/MayraOrchestra/?fref=ts

The Dirty Denims

Back With A Bang! (Part 1) (EP)

Geschreven door


The Dirty Denims timmeren in hun thuisland Nederland al meer dan zeven jaar aan de weg met hun happy hardrock. Dat bracht hen al op de podia van o.a. Zwarte Cross, Bospop, Huntenpop, Nirwana Tuinfeest en Monsters of Mariaheide. Ze speelden al regelmatig als support-act voor Golden Earring en stonden al in het voorprogramma van Slash, Steel Panther en The Datsuns. In België geraakten The Dirty Denims nog niet verder dan passages op Akkerpop in Meer en Sjock in Gierle. Daar zal binnenkort verandering in komen, want met een aanstekelijke EP onder de arm komen ze ook aan onze deur kloppen.
The Dirty Denims hebben vorig jaar een pauze genomen. Bassiste Ashley Seleski had rugklachten en drummer Thomas Spauwen was op wereldreis. In de tussentijd gingen zangeres Mirjam Sieben en gitarist Jeroen Teunis op pad als de DC/Denims om covers van AC/DC te spelen. En dat hoor je terug in de EP ‘Back With A Bang!’, die samen met een later dit jaar te verschijnen EP een geheel moet gaan vormen.
The Dirty Denims haalden voor hun happy hardrock eerder al de mosterd bij de band van Angus en Malcolm Young, maar na een jaar AC/DC-covers sijpelt de invloed van de Australiërs nog wat meer door bij deze Nederlandse band. De intro van “Money Back Guarantee” lijkt verdacht op die van Hells Bells, maar dan zonder de klokken. In “Make Us Look Good” zit een riff die doet denken aan die van Thunderstruck. En de gitaarsolo op de helft van “Can’t Get Enough Of Rock & Roll” lijkt zo uit de mouw geschud van Angus. Maar dat is zeker geen verwijt. Muzikanten moeten spelen wat ze graag spelen en moeten niet ten koste van alles een nieuw geluid willen brengen. Zolang het geen platte kopie is, is er geen wet die verbiedt dat je muziek maakt in de stijl van je idolen. The Dirty Denims slagen erin de muziek van hun idolen een eigen gezicht te geven. Behalve AC/DC hoor je op deze EP nog vage echo’s van The Runaways, Cheap Trick, The Romantics, The J. Geils Band of The Donnas.
Het is niet zo makkelijk om er een paar nummers uit te halen die uitstijgen boven de rest. “Money Back Guarantee” en titeltrack “Back With A Bang” dan maar. “Make Us Look Good” is een olijke ode aan de concertfotografen, een doelgroep die de meeste bands over het hoofd zien of er zich vooral aan ergeren. Ook al zijn ze aan het werk en staan ze daarvoor soms even in de weg van het publiek, ook concertfotografen hebben recht op een schouderklopje.
Dit soort happy hardrock is samen met glam- en sleaze-rock aan een opmars bezig in Europa, met behalve The Dirty Denims ook nog bands als Crazy Lixx, WildHeart en Cellulite Star. En waarom ook niet. Van deze EP wordt elke luisteraar instant vrolijk. Scheurende gitaren, een ritme dat je meteen in een vrolijke stemming brengt, een refrein dat je lekker kan meebrullen, wat wil een mens nog meer. The Dirty Denims zijn ideaal materiaal voor een zweterige zaal of een zonovergoten festivalpodium. Laat Part 2 maar komen!
Info - http://www.thedirtydenims.nl

Pallbearer

Heartless

Geschreven door

Mocht u iemand zijn die zijn metal liever loodzwaar dan snel heeft, die een allesverpletterende tank verkiest boven een flitsende sportwagen en die de gure winter graag doorkomt met lijvige platen van Windhand, Neurosis en Electric Wizard, … dan is Pallbearer een band naar uw hart. ‘Heartless’ is het derde album van dit viertal uit Arkansas, en het is hun meest dynamische en avontuurlijke tot op heden.
‘Heartless’ schittert met harmonieuze sludge-metal waarbij de vocals niet geschreeuwd of gebruld maar effectief gezongen worden, ’t is eens iets anders. Let wel, dit is nergens melig en dit is hoegenaamd geen plaat om uw salonfeestjes mee op te fleuren. Pallbearer klinkt nog steeds zwaar en gevaarlijk, al is er sedert het al even fantastische ‘Foundations Of Burden’ wat meer melodie en variatie in hun doom-metal geslopen. De sound is geëvolueerd maar de brute kracht van zijn voorgangers is daarbij niet achterwege gebleven. De bulldozer dendert nog steeds gestaag door maar het toerental wordt al eens teruggeschroefd en verstilde passages komen de kop opsteken.
‘Heartless’ is met name een dik uur lekker wegdromen met de beste slow-motion metal verpakt in 7 indrukwekkende knoerten van songs.
In een krachtige maar genuanceerde buffelstoot als “Thorns” wordt de logge sound afgewisseld met enkele rustige Metallica extracten en zelfs Tool komt hier geregeld boven de horizon stijgen. Ook “Lie Of Survival” komt uit de startblokken als een kippenvalballad van Metallica, waarop iets verder de logge riffs komen aanrukken en vervolgens de leadgitaren heerlijk over het eerder aangerichte slagveld glijden.
Het pronkstuk is echter het elf minuten lange “Dancing In Madness”, met een intro die als het ware van Pink Floyd kon zijn en een vervolg waarin zware riffs en glooiende leadgitaren door zwaar moerassig gebied trekken terwijl de dichte mist onverbiddelijk blijft hangen. Ook afsluiter “A Plea For Understanding” is zo een wonderlijke trein der traagheid, een langgerekte trip op halve snelheid doorheen een dor en onherbergzaam landschap. Een song waarin forse kracht en finesse het perfect met elkaar kunnen vinden, en dat is eigenlijk heel de plaat zo.

Geen idee wat dit album met u doet, maar ‘Heartless’ heeft bij ons in ieder geval een verslavende werking op brein en ledematen. Hoe meer we de plaat opzetten, hoe sterker ze ons in de oren klinkt en hoe dieper ze onze hersenpan binnendringt. Pallbearer heeft een onvervalste klassieker afgeleverd.

Sólstafir

Berdreyminn

Geschreven door

‘Berdreyminn’ is een nieuwe stap in de evolutie van Solstafir. Waren de eerste albums een mengeling van metal en postrock met toen zelfs wat blackmetal, dan brengt de IJslandse band vandaag een nieuw geluid met mysterieuze melodieën, psychedelische uitbarstingen en een onderstroom van classic en hard rock. De muzikale verwijzingen naar de metal die ze eerder brachten, zijn nog slechts subtiel aanwezig.
Maar Sólstafir is nog altijd geen AC/DC geworden. Ook deze rock- od postmetalvariant van Sólstafir is dooraderd met het donkere en mystieke van de IJslandse cultuur. De sneeuwlandschappen en de zwarte kusten worden bijna tastbaar in tracks als “Isafold” en “Hula”. Om de emoties van de songs ten volle te kunnen naar voor brengen, werden de genregrenzen volledig genegeerd. “Nárós” had muzikaal van De Brassers kunnen zijn en past in het doemdenkende muzikale straatje van de jaren ’80 waar ook bv. Preoccupations (het vroegere Viet Cong) al eens naar teruggrijpt.
Melancholie voert vaak de boventoon, zoals in “Hvít Sæng”, dat donker en duister begint en dan openbloeit tot – dan toch - een echte metaltrack, of in “Dýrafjörður”. Hier staat Sólstafir wel mijlenver van wat ze op vorige albums brachten. Soms neigen de songs zelfs naar luisterpop.
‘Berdreyminn’ is de weerslag van het zoeken naar een nieuwe richting en dat op zich verdient al respect. Dat die nieuwe richting nog niet altijd even goed uit de verf komt, zullen de fans erbij moeten nemen.
Als deze IJslanders nog enkele albums mogen maken, zal het telkens nog duidelijker worden waar de weg van Sólstafir naartoe leidt en zal op dit album misschien teruggekeken worden als het kompas waarmee de lijnen werden uitgezet.
Als elke zoekende band een pareltje als ‘Berdreyminn’ zou afleveren, …

Dirk Da Davo

Protest (EP)

Geschreven door

Velen, vooral uit de zwarte scene, zullen Dirk Da Davo kennen als de medeoprichter van het onlangs ter ziele gegane The Neon Judgement. De EP is de opvolger van ‘Where Even Angels Fall’ uit 1986. Het heeft dus wat tijd gekost… Maar sedert het stoppen van The Neon Judgement heeft Dirk dus inspiratie en tijd gewonnen. Hij heeft ook hiernaast nog een project opgestart: 3DFLY, een samenwerking met ene Make Makena.
Is de ep erg verwant aan The Neon Judgement? In feite niet. Natuurlijk hoor je wel dat Dirk Da Davo in deze band zijn aandeel heeft gehad maar voor deze EP heeft hij er toch zijn eigen ding van gemaakt zijnde: dansbare electro. Het staat iets dichter bij zijn ander project Neon Electronics. Vooral de track “The Brave” dat vrij donker klinkt. Opener “Go Slo” is wat lichter en speelser. Het heeft ook een vrij catchy refrein. “Cold Heart” is een aangename track dat allerlei wave en electro invloeden bevat. “Deny It” begint haast als een Human League-track en is een sterk en catchy nummer. Daarnaast heeft Dirk Da Davo voor interessante lyrics gezorgd die de EP de logische titel ‘Protest’ heeft meegegeven.
Dirk Da Davo bewijst met ‘Protest’ dat er nog leven na The Neon Judgement is. Een fijne  EP.

Real Estate

In Mind

Geschreven door

Wat is er veranderd met het nieuwe album ‘In Mind’? Om te beginnen was er het vertrek van lead gitarist en singer/songwriter Matt Mondanile die zijn focus meer op zijn band Ducktails wil houden. Heeft dit vertrek een invloed gehad op hun geluid en hun songs? In feite niet echt. Het typische geluid van Real Estate is gebleven. Nieuwkomer Lynch legt wel subtiel zijn stempel op het gitaarwerk maar het ligt in het verlengde van wat de band al jaren deed. Goed nieuws dus voor diegene die hen al langere tijd volgen.
We krijgen 11 indierock/pop songs bestaande uit fijn gitaar- en baswerk, ondersteunende drums en een dromerige zang van Martin Courtney. Fijne songs zijn afsluiter “Saturday” vanwege zijn iets andere opbouw, het door Alex Bleeker gezongen “Diamond Eyes”, “Serve The Song”, “Stained Glass” en opener “Darling” die als single werd gekozen. Het album werd geproduceerd door Cole M.G.N.
‘In Mind’ doet mij soms een beetje denken aan hun puike album ‘Days’ uit 2011. Het haalt bijna hetzelfde niveau. ‘In Mind’ bestaat deels uit songwerk dat we kennen als typisch Real Estate en daarnaast is er ook nog ruimte om in een aantal songs op een subtiele wijze wat andere elementen in te steken. Dat houdt het album boeiend maar zorgt er ook voor dat er een soort van tweespalt in het album zit.
‘In Mind’ is weliswaar geen meesterwerk geworden maar wel een aardige en aangename indie-plaat die ik persoonlijk hoger inschat dan hun voorganger ‘Atlas’.

Groezrock 2017 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival - Bijt van zich af!

Groezrock 2017 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – Bijt van zich af!
Groezrock 2017
Festivalterrein
Meerhout
2017-04-29 + 30
Hans De Lee & Jens Heyerick

Vorig jaar zat het echt niet mee voor Groezrock.  De weergoden lieten het toen totaal afweten en dat zette een behoorlijke domper op die editie.  Dit jaar waren de eerste geruchten ook niet zo bijster positief : een (noodgedwongen) kleiner terrein, bijgevolg een podium minder, een iets bescheidener affiche, minder snel op gang komende voorverkoop en ‘vreemde eend’ Deftones als headliner van een overwegend punkrock gericht festival…Velen hadden vragen of waren vooraf eerder sceptisch bij aanvang van het eerste grote event van het festivalseizoen.
Maar kijk, intussen kunnen we alweer terugblikken op een zeer geslaagde editie van Groezrock 2017, was al dat scepticisme gelukkig overbodig en hadden afwezigen zoals meestal ferm ongelijk!  Het weer zat behoorlijk mee en de bands gaven één voor één het beste van zichzelf zodat niemand ooit het gevoel had dat het om een ‘medium’ versie ging, integendeel!  Het festival leek ‘gezelliger’ dan ooit door de compacte opstelling.  Daarenboven waren de headliners werkelijk top, het publiek enthousiast en de organisatie vrijwel vlekkeloos. 
Speciale vermelding ook voor de vele bands uit eigen land die op de affiche prijkten (dank u wel programmator!) en die unaniem aan de verwachtingen voldeden en op heel wat bijval konden rekenen.  Ondermeer sterk live werk van Brutus en Oathbreaker, maar eveneens knap van F.O.D., Moments, Cocaine Piss… om zo vroeg op de dag al het volle pond te geven en België op de punkrockkaart te zetten.

dag 1 – zaterdag 29 april 2017 - dag 1 van een meer dan geslaagde ‘medium size’ versie van Groezrock, als opener van een veelbelovend festivalseizoen.

Aangekomen op het festival besloot ik het einde van the Flatliners mee te pikken op de Monster Energy stage. Met hun Punk/Rock wisten ze al redelijk wat volk op de been te brengen, catchy meezingers zijn het zeker en vast als je het publiek hoorde. Ook al is het niet echt mijn ‘genre’ toch maakten ze er een feestje van en wisten ze mij te overtuigen ; jammer genoeg dat ik ze niet van het begin kon gaan bekijken. (Jens)

Op naar de Watch Out stage waar Cocaïne Piss van start zou gaan, ik had ze al vorige zomer op Ieperfest gezien en toen vond ik er niets aan en jammer genoeg was het deze keer niet anders, gewoon te plat. Dus besloot ik nog vlug naar de Back To Basics stage te gaan om Skyharbor aan het werk te zien. Ook dit is niet wat je zou verwachten op Groezrock maar ze hebben mij aardig verrast. Hun indian progressive rock/metal pakte je echt in, al vond ik dat je de zanger sommige momenten moeilijk hoorde (lag dit aan hem of aan het geluid). Maar echt wel een schot in de roos. (Jens)

Als startschot mochten we Trade Wind (US) aanschouwen op de , een project van Jesse Barnett (zanger van Stick To Your Guns) en Tom Williams (gitarist van Stray From The Path).  Het was de eerste doortocht van de band in België (zelfs Europa) aangezien een eerder gepland optreden een paar maand terug in Antwerpen (Kavka) op het laatste ogenblik werd afgelast.  De heren spelen een vrij gewaagde mengeling van hardcore, (punk)rock en ‘alternative’,  hetgeen resulteert in een apart geluid dat af en toe wat naar Deftones neigt en heel wat anders klinkt dan de bands waarin de leden afzonderlijk nog spelen.  De korte set van zo’n 30 minuten bestond hoofdzakelijk uit nummers van debuut CD ‘You make everything disappear’  Vooral opener “Lowest Form”  en de songs “Tatiana (Miss you so much)”, “I hope i don’t wake up” en afsluiter “Fixed Blade” staken er bovenuit en bewezen de klasse en de veelzijdigheid van de muzikanten en zeker van frontman Jesse, die afwisselend heel ingetogen en dan bij momenten heel fel uit de hoek kwam met zijn krachtige en loepzuivere stem.  Hopelijk komt er een vervolg op die eerste CD en kunnen de bandleden alles blijven combineren met hun andere activiteiten want deze formatie heeft heel wat potentieel. (Hans)

Op het zelfde moment begon Clowns aan hun show. Vorig jaar waren ze al eens te gast en ook dit jaar mochten de mannen en vrouw van de punkers uit Melbourne, Australië afzakken naar Meerhout. Met hun harde punk brachten ze de Back To Basics tent naar hogere sferen. De ene na de andere die als een bezetene van het podium in het publiek sprong, alsook de zanger en gitarist lieten zich verleiden om eens het publiek van dichtbij te zien. Snel gitaarwerk, lekker ritme en een stevige stem. Het is niet de volgende mainstream band, maar ze brengen het op hun manier.  De toon was gezet na dit geslaagd feestje! (Jens)

Oathbreaker, lid van de church of ra, was te gast op het Back To Basics stage. Had eerlijk gezegd van deze band nog nooit gehoord maar omdat ze van eigen bodem komen besloot ik ze maar eens te gaan checken en ik heb er geen spijt van gehad. Van begin tot eind nemen ze je mee in een trance. Er ging een melancholische/duistere (atmo)sfeer in de tent en een zangeres die haar longen uit haar lijf schreeuwde, maakte van deze show een perfect tussendoortje . Misschien niet de band dat je zou verwachten maar onze landgenoten lieten zich zeker en vast gelden! (Jens)

Op de Monster Energy stage maakten The Menzingers hun opwachting in de grootste Groezrocktent van het terrein, die intussen voor goed 2/3 gevuld was.  Het heerschap uit Scranton (Pennsylvania) staat bekend om zijn melodieuze, lekker in het oor liggende punkrock en bracht begin dit jaar de CD ‘After the party’ uit, de 5de worp sinds het ontstaan in 2006.  Van bij de start zijn alle ingrediënten aanwezig voor een good old punkrockparty.    De uitgelaten fans reageren bijzonder positief op nummers als “ I don’t wanna be an asshole anymore” en “Mexican Guitars”.  De stemmen van Gregg en Tom vullen elkaar wondermooi aan.  De éne met een heerlijk rauw, korrelig en doorleefd timbre, de andere met meer clean en zuiver geluid.  De set is een aanéénschakeling van rechttoe rechtaan punkrocksongs die zonder veel poespas maar met des te meer overgave en plezier worden gebracht.  “The Obituaries” is een waar hoogtepunt en lokt een massaal meezingmoment uit bij de dansende menigte vooraan het podium.  De band heeft de laatste jaren duidelijk aan populariteit gewonnen en de speelvreugde spat van de 4 muzikanten hun gezicht.  Naar het einde van de set worden nog een paar pareltjes (“Lookers”, “Gates” en “In remission”) bovengehaald die het feestje onverminderd verderzetten en deze editie van Groezrock voor het eerst helemaal op volle toeren brengt.  Top optreden!   Volgende keer gerust een paar trappen hoger op de affiche aub! (Hans)

Jammer genoeg kon Turning Point door gezondheidsproblemen van de drummer, gelukkig had de organisatie een vervanger gevonden met de naam Brutality Will Prevail. De Back To Basics stage was aardig vol gelopen voor de mannen uit de UK. De band brengt brutale hardcore aangenaam om te luisteren en voor de meeste de kans om weer eens gek te doen op het podium en in de moshpit, mede dankzij de energieke zanger die het publiek wist op te zwepen. Maar ik vond het op sommige momenten toch iets te plat. (Jens)

Nu was het de beurt aan de oudgedienden van Strike Anywhere om met hun potige en geëngageerde punkrock het muzikale vuur op het hoofdpodium verder aan te wakkeren.  Frontman Thomas Barnett, met zijn typische blonde dreadlocks, deed een verwoede poging om met snelle en snedige songs minstens evengoed te doen als de voorgaande band maar helaas bleven de nummers iets minder lang hangen en was het enthousiasme bij het publiek beduidend minder (met uitzondering van de die hard fans op de eerste rij natuurlijk).  Het is al van 2009 geleden dat Strike Anywhere nog een CD uitbracht (Iron Front) en in de set zaten dan ook nog eens een aantal nummers van de nieuwe schijf die (eindelijk) later op het jaar zal uitkomen.  Hierdoor was de herkenbaarheid van de playlist voor sommigen heel beperkt en dat had toch zijn invloed op de ambiance in de tent.  Naar het einde van de set werden de ‘beste’ nummers bovengehaald en toen steeg de temperatuur toch aanzienlijk en kwamen de fans echt in hun element.  
De zanger van Anti-Flag kwam zelfs een potje meebrullen en sympathieke sprinkhaan Barnett ging zich wat later ook dapper onder de fans mengen.  De song ‘Dead Hours’ was alvast mijn persoonlijke favoriet! Verdienstelijk optreden zonder meer, maar zeker geen memorabel concert of hoogvlieger van dit festival. (Hans)

Tijd voor een portie onversneden en ultra stevige oldschool hardcore op de ‘Back to basics’ stage waar Cro-Mags (weliswaar zonder Harley Flanagan) uit New York City rond 17u30 de tent moeiteloos inpakte.  De band bestaat al meer dan 30 jaar en alhoewel de heren zelf er natuurlijk geen 30 meer uitzien hebben ze nauwelijks ingeboet aan intensiteit en energie op het podium!  Wat een vettige sound was met dat!  “Street Justice” (van album ‘The Age of Quarrel’) knalde aan topsnelheid uit de speakers en ontlokte een waar stage-dive festijn.  Het tragere en loggere “Seekers of the truth” van hetzelfde album klonk al even verschroeiend. (Hans)

Het hoofdpodium werd klaargezet voor The Bouncing Souls, een bende punkrockers uit New Jersey die bijna 30 kaarsjes mogen uitblazen.  Van uitblazen was echter allerminst sprake bij aanvang van het optreden!  Van meet af aan de beuk erin moet de band gedacht hebben , want “That song” was een stevige binnenkomer en zette meteen de toon voor een knaloptreden van het vrolijke 4-tal.  Oudere nummers werden vakkundig afgewisseld met werk uit de meest recente en sterke  CD ‘Simplicity’ (2016) en dit resulteerde in een heel gesmaakte set die als een sneltrein voorbij trok en geen minuut verveelde. “Driving all night”, “Writing on the wall” en “East Coast fuck you!” werden vol overgave gebracht en kenden veel reactie bij de fans. 
Hoogtepunten waren “Lean on Sheena” waarbij de zanger het publiek ging begroeten en op het einde “Gone” dat massaal werd meegebruld.  Echt een feelgood optreden van de Bouncing veteranen, die al een eeuwigheid tot de (sub) top van de punkrockscene behoren en daar gerust nog een hele poos mogen blijven. (Hans)

Waar moet ik beginnen bij deze band? De Duitsers van Wolf Down kregen de kans om de Watch Out stage te slopen en die kans grepen ze met beide handen. Een stem om u tegen te zeggen. De harde en zieke stem van de zanger, harde beatdown en teksten om over na te denken vormen de perfecte formule voor violent dancing en stage dives, maar ook voor de liefhebbers van het zwaardere werk. Tussen hun nummers kwamen ze op tegen racisme, fascisme en dierenrechten. Nummers als “The Fortress”, “Incite” en “Stray From The Path” waren enkele nummers dat de band meenam om vriend en vijand te overtuigen van hun kunnen. Dit was de één van de beste bands van de dag, ik koop alleen een cd als ik de band live ook goed vind dus dit was nu zeker niet anders. (Jens)

Nog voor Stick To Your Guns het podium betrad stond de tent al helemaal volgepropt en was het vrij snel duidelijk dat deze heren uit Orange County (California) met de jaren immens populair waren geworden en bij elke nieuwe CD heel wat hardcore liefhebbers wisten te overtuigen van hun sound.  Na een funny intro die me aan Status Quo deed denken, betrad Jesse Barnett en zijn gevolg het podium en solliciteerden ze meteen naar de ‘energieprijs van het jaar’.  Van een uppercut gesproken!  De frontman nodigde onmiddellijk alle fans op het podium uit en moedigde het stagediven meermaals aan.  Het gevolg kan je al raden : een fantastisch en broeierig hardcore feestje zonder vergelijk met tonnen energie en stuk voor stuk keiharde hardcore songs die ondanks de intensiteit toch steeds opvallen omwille van hun herkenbaar en soms zelfs catchy refrein, het handelsmerk van STYG, samen met de geniale stem van Jesse.  Onbegonnen werk om de meest memorabele momenten van het concert op te sommen aangezien het een aanéénschakeling was van sterke songs die voornamelijk werden geput uit de 2 meest recentste full cd’s van de band : ‘Diamond’ en ‘Disobedient’.  Wat te denken van pareltjes als “What choice did you gave us”, “We still believe”, “Diamond”, “Nothing you can do to me” en “Amber”.  Pure klasse en live een ware beleving!  Afgesloten werd er met het vurige “Against them all”. 
Tussen de nummers door had de frontman naar gewoonte zijn uitgesproken boodschap tegen nazisme, fascisme ed. uitgespuwd en zijn afkeer voor nationalisme opnieuw duidelijk laten merken.  Jammer dat het nummer “Left you behind” deze keer de set niet haalde maar dat doet verder geen afbreuk aan het voor de rest schitterend optreden.  Velen kijken alvast  uit naar een nieuwe full CD van dit stel kwaliteitsvol ongeregeld. (Hans)

Aangezien ik de Watch Out stage niet vroeger kon verlaten kwam ik even later toe in de Monster Energy tent, waar de gasten van Underoath al aan hun set bezig waren. De tent was aardig gevuld voor hun ‘Rebirth’. Wat me opviel was het enthousiasme van de band die het podium opklom en bespeelde. Duidelijk deugd gehad van een pauze en klaar om weer te knallen. Hun catchy emo/post/metalcore kan niemand stil laten staan kijken naar hun show. De cleane stem van de zanger was leuk om aan te horen.
Nummers als “In Regards To Myself”, “Writings on The Wall”, “Reinventing Your Exit” en “Breathing In a New Mentality” passeerden de revue. Voor mij was dit zeker en vast een geslaagde ‘comeback’. (Jens)  

In Hearts Wake zoals ze zelf zeiden uit Byron Bay, Australië (net als Parkway Drive) mochten als laatste de Watch Out stage bestijgen. Dit is de tweede band van deze dag die voor mij alles oversteeg (samen met Wolf Down). Stevige metalcore (er moet toch iets in dat water daar zitten in Australië). Lekkere breakdowns, melodische en knallend gitaarwerk en een stem om u tegen te zeggen. Wel wat raar dat er niet zo veel volk warm was gelopen voor deze band, misschien hadden de mannen van Anti-Flag er iets mee te maken. Maar voor de liefhebbers van metalcore was deze band een zeker en vast een aanrader. Op hun setlist stonden onder ander “Refuge”, “Earthwalker” en “Warcry” waar iedereen zich even een Spartaan waande. Voor sfeer en gezelligheid een dikke 10! (Jens)

Rond 23u30 was het de beurt aan de oude (en tevens old school) punkers van Anti-Flag uit Pittsburgh.  Ook deze band gaat al bijna 3 decennia mee en denkt voorlopig nog helemaal niet aan stoppen.  Het typische handelsmerk van Justin Sane (vocals en gitaar) en Pat Thetic (drums), de 2 originele bandleden die nog deel uit maken van de huidige line-up, zijn de omgekeerde Amerikaanse vlag op het podium en hun zeer kritische houding tegenover kapitalisme, nationalisme, teveel overheidinmenging enz.  In de eerste helft van de set zaten een aantal songs die zonder omwegen krachtig naar deze houding verwezen en die voor een paar strepen echte ouderwetse punk zorgden op Groezrock.  “Die for the government” en “Fuck police brutality” waren hiervan het sprekend bewijs.  Misschien wat kort door de bocht maar soms deed deze Anti-Flag me een beetje denken aan The Dead Kennedys… (Hans)

Aangezien we om 00u00 stipt aan de main stage werden verwacht voor Deftones, moesten we helaas de punkparty van Anti-Flag vroegtijdig verlaten.  Via fans die het ganse optreden bleven toekijken hoorden we dat de set later werd gekruid met enkele dankbare covers van ondermeer “Ramones” en “The Clash”.  Zalig!
Over de afsluiter van de dag waren de meningen vooraf nogal verdeeld.  Sommigen vonden Deftones helemaal geen geschikte band voor Groezrock wegens te alternatief en te weinig punkrock en/of hardcore roots.  Andere vonden net dat een topband als deze juist wel op het festival hoort omdat het enerzijds pioniers zijn in het hardere genre en anderzijds omdat ze het muzikale spectrum van Groezrock op slag immens zouden verbreden.
Dat de band zelf zich niets aantrok van deze tweespalt en meteen van jetje gaf , bewijst de manier waarop ondermeer frontman Chino Moreno er letterlijk heel fel invloog en daarbij zelfs zijn voet brak!  De brulboei van dienst voelde meteen dat hij zichzelf ernstig had pijn gedaan maar ging toch gezwind verder op adrenaline en muzikale vitaminen en maakte knap het concert vol.  Later zou blijken dat de voet inderdaad gebroken was en werd op doktersadvies het concert in Duitsland, de dag na Groezrock, afgelast.
Het optreden zelf was voorzien van een heel coole en perfect afgestelde lichtshow.  Knap!  Het geluid daarentegen stond bij aanvang werkelijk loeihard.  Te hard volgens sommigen.  Vooraan het podium waren de basgeluiden zelfs zodanig luid en kloppend dat menige fans wijselijk het midden van de tent opzochten op zoek naar een meer genietbaar volume.
Deftones zijn al sinds 1988 bezig en kenden vooral in de jaren 90’ een heldenstatus met de fantastische CD’s ‘Adrenaline’, ‘Around the Fur’ en het meesterwerk ‘White Pony’ (uit 2000).  Daarna volgden nog een resem andere platen, van zeer wisselend niveau, waarvan ‘Gore’ uit 2016 het laatste wapenfeit is.  Deze laatste CD werd algemeen vrij goed onthaald en zette de typische Deftones sound weer eens extra in de verf.  Ondermeer het titelnummer “Gore” haalde de set in Meerhout. 
Zoals reeds opgemerkt zat Chino Moreno in bloedvorm en dat wil zeggen : broek onder de kont, van hot naar her hossen op  het podium en ondertussen moeiteloos met zijn stem overschakelen van krijsen naar fluisteren, van brullen naar ‘zingen’ en omgekeerd. 
Alhoewel de hoofdtent niet volledig gevuld was en het (al beetje vermoeide?) publiek aanvankelijk vrij tam reageerde, kwam er toch heel wat animo wanneer de band besloot een hele resem nummers uit de eerder genoemde 3 eerste CD’s te spelen. “Elite” en “Korea” zaten vooraan de setlist maar “Digital Bath”, “Change (in the house of flies)” en “Be quiet and drive” volgden elkaar in  moordtempo tijdens de tweede helft van het optreden en brachten band en publiek helemaal op kruissnelheid om dan eindelijk over te gaan tot het absolute hoogtepunt met het ongeëvenaarde en fantastische “My own summer”. (Hans)

Al bij al een uiterst geslaagde eerste dag van het festival met een boeiende en zeer verscheiden line-up en met een waardige afsluiter!  De zon was intussen al lang huiswaarts gekeerd en het was een behoorlijk koude nacht maar de (bij schatting) 10.000 bezoekers konden tevreden de festivalweide verlaten.

dag 2 – zondag 30 april 2017 -
De 2de dag bracht meer zon en meer volk op de been.  Benieuwd of op de diverse podia even goede kwaliteit te horen zou zijn als op dag 1 …

Dag 2 was aangebroken, de eerste band waar ik naar ging kijken was Bent Life (dit kreeg ik als tip van iemand die ik tegenkwam); die mochten de Watch Out stage bestijgen. Het eerste wat mij opviel was de zanger , wat een beest en wat een stem. Vanaf het begin zat de vlam in de/hun pijp. Hun steenharde hardcore ging door merg en been. Had eerlijk gezegd nog nooit van deze band en hoop deze nog eens te zijn in de toekomst. (Jens)

Op naar de Monster Energy stage waar de Canadezen van Belvedere al lekker een feestje aan het bouwen waren. Met hun snelle (skate)punk/rock brachten ze een lekker sfeertje in de tent. Aan de reactie van het publiek zie je dat ze echt geliefd zijn. Nu ze sinds 2011 weer op de been zijn zie je hun enthousiasme en gelukkig lieten ze Meerhout niet links liggen. (Jens)

Brutus is de zoveelste band van eigen bodem. Met aan de drums en zang de lieftallige Stefanie Mannaerts. Met hun mix van punk/rock/sludge zijn ze echt wel uniek, ik denk dat ze niet echt in een vakje passen. Brutus is gewoon Brutus. Een aangename show voor de sterke opkomst. Meermaals bedankte ze iedereen om te komen kijken en kon ze zo te zien niet geloven dat de tent tot buiten gevuld was. De nummers “Horde”, “All Along” en “Dancing On The Face Of A Panther” weerklonken in de tent. Een meer dan een geslaagde show. (Jens)

Met Zebrahead stond al meteen een band op de Monster Energy stage met tonnen ervaring, een pak catchy en genietbare punkrocksongs en 5 gekke Amerikanen die complexloos van start gingen en van bij de aanvang verwoede pogingen deden om het publiek onmiddellijk mee te krijgen.  De vraag om met z’n allen te gaan zitten en vervolgens recht te veren en rond te springen is misschien niet bijster origineel maar werkt meestal wel heel goed.  Zo ook bij opener “Save your breath” (van de laatste CD ‘Walk the plank’ uit 2015), gevolgd door “Hell Yeah” en het uiterst poppy “Call your friends” dat een eerste circle pit uitlokte en zonder schroom door iedereen werd meegezongen.
Nadat zanger Ali eerst de mensen van security wat pestte door te zorgen voor een resem crowdsurfers werd het pittige “Rescue me” ingezet en riep de band op tot een heuse wall of death.
Doorheen de set was er altijd wel wat te beleven tijdens en tussen de nummers : de frontman die in het publiek vertoeft, 2 fans op het podium, af en toe een snuifje rap/hiphop/ska inbrengen…Kortom een aanstekelijk en pur sang Amerikaans pretpunk feestje.  Afsluiter “Anthem” was de ontbrekende kers op de taart van een (te) korte set.   Vreemd dat het nummer “Playmate of the year” niet werd gespeeld, het nummer dat zorgde voor de commerciële doorbraak van Zebrahead en in het jaar 2000 heel wat radio airplay kreeg!  Allicht zijn ze het nummer zodanig moe gespeeld dat het deze keer de  beperkte setlist niet haalde. (Hans)

Wat een contrast met No Turning Back uit Nederland op de Back to basics stage.  De vette hardcore die zij brachten was ongemeen hard, zonder compromissen en met om de haverklap lekkere tempowissels.  De heren vieren hun 20-jarig bestaan dit jaar, hebben een nieuwe CD uit ‘No Time to Waste’ en deelden concerttickets uit aan de meest ‘zieke’ mannelijke en vrouwelijke stagedive van het concert op Groezrock!  Het is eens iets anders om het publiek te motiveren wat te bewegen al was dat in dit geval echt niet nodig.  Het nummer “In your maze” vatte het best de set van No Turning Back samen : kort, krachtig en moddervet!  Al had in your face misschien nog een betere omschrijving geweest. (Hans)

In de Monster Energy stage mocht Ignite direct beginnen spelen;  dit was niet voor de eerste keer dat ze hier op het podium mochten verschijnen. Zoli Teglas en de zijne brachten in 2016 ‘A War Against You’ uit en draaien nu weer overuren. De tent was helemaal volgelopen om nummers van hun nieuwe album te horen “Nothing Can Stop Me”, “This Is A War” en “Where I’m From”. Maar ook hun klassiekers mochten niet ontbreken. Bijna iedere aanwezige schreeuwde zijn longen uit op nummers als “Bleeding”, “Veteran”, “Fear Is Our Tradition” en “A Place Called Hope”. De band had het publiek helemaal in hun macht en liet hun cover van U2 “Sunday Bloody Sunday” dan ook niet thuis. En dan was er nog het moment wanneer hij een vrouw had leren kennen ‘Ellen’, deze dame vecht tegen haar slepende ziekte en toen ze Zoli achter een show wat beter leerde kennen en zei dat ze voor ze zou sterven zeker nog 1 keer de band aan het werk wou zien, werden ze ‘beste vrienden’. Voor de mensen te steunen met de zelfde ziekte bedacht ze het project ‘Shave For Better Days’, dat research naar hersen(tumoren) onderzoek ondersteunt. En dan werd het toepasselijke nummer “Live For Better Days” ingezet. Echt een dijk van een show! (Jens)

No Turning Back werd opgevolgd door de langgenoten van Undeclinable Ambuscade.  Deze band maakte vooral furore tussen eind jaren 90’ en 2001.  Ze stonden ondermeer reeds 3 keer op Groezrock maar ook op Pukkelpop, Pinkpop, Dynamo en in het voorprogramma van Bad Religion en andere punkrock grootheden.  In 2009 was hun liedje helemaal uitgezongen maar dit jaar werd beslist om (tijdelijk) terug heerlijk het podium op te klimmen in een poging om de gloriedagen van vroeger nog eens dunnetjes over te doen.  Al hadden ze nooit durven dromen dat de korte reünietour zo’n succes zou worden. 
In de goed gevulde tent speelden ze bijna een thuismatch aangezien heel wat Nederlanders vóór het podium stonden om hun oude punkrock helden nog eens aan het werk te zien.  De band klonk na al die jaren nog fris en energiek en hun melodieuze punkrock deed bij wijlen denken aan een Engelstalige versie van De Heideroosjes.  Zelfs de stem van zanger Jasper vertoonde gelijkenissen met die van Marco Roelofs.  Ondermeer “Love Story” werd uit volle borst meegezongen door het publiek en de cover van “Sound of Silence” was een fijne afleiding met heerlijke ska-invloeden.  Hartstikke leuk optreden van een veelzijdige band!  Alvast uitkijken naar Brakrock in Duffel (begin augustus) waar ze ook op de affiche prijken. (Hans)

Op het zelfde moment op de Watch Out stage waren de mannen van Incendiary klaar om van jetje te geven (ook dit was een tip van dezelfde persoon die mij Bent Life aanraadde). Wat mij wel opviel was dat er niet echt veel volk stond. Hun metalcore met een vleugje NYhardcore bracht toch wel iets unieks op de wei. Lekker opzwepende breaks en een stem om u tegen te zeggen (beetje als de zanger van Rage Against The Machine). O.a. “Zeitgeist”, “Survival”, “Snake” en “Primitive Rage’”werden op ons losgelaten. (Jens)

Het werd stilaan tijd voor een legendarische band uit het punkrockgenre : het machtige Pennywise!  Toegegeven, hun topjaren liggen misschien al een tijdje achter ons en hun laatste CD’s halen bijlange niet meer het niveau van weleer maar Jim, Fletcher, Byron en Randy blijven er live wel voor gaan en kunnen nog steeds rekenen op een ongemeen grote schare trouwe fans die van elk optreden een welbekend feest maken. 
De band toert deze zomer met het concept om integraal de ijzersterke CD ‘About Time’ uit 1995 te brengen, aangevuld met een paar onvermijdelijke klassiekers.  De nummers van de bewuste CD klinken nog altijd relevant en hedendaags en frontman Jim Lindberg declameert zoals steeds de teksten in zijn gekende, vrij ‘militante’ stijl.  Uitschieters zijn zoals verwacht “Perfect people”, “Every single day” en “Same old story”, 3 echte klassiekers van de groep uit California (Hermosa Beach).  “Try” werd opgedragen aan overleden spitsbroeder en bassist/mede oprichter Jason Thirsk.  De ‘About Time’ episode werd afgesloten met het sterke “Killing Time” en daarna was het tijd voor een ‘best of’ kwartiertje.  Aanvankelijk werd er met het publiek nog wat heen en weer gezeverd om te bepalen van welke band ze  een cover moesten spelen (Black Flag? Misfits? Bad Religion? Fugazi? Circle Jerks?).  Uiteindelijk werd het een degelijke versie van ‘Do what you want’ van Bad Religion … maar het was voor de fans vooral wachten op de voorspelbare doch altijd vermakelijke apotheose die werd ingezet met het nummer “Pennywise” en daarna overging in het goddelijke trio “Fuck Authority”, “Society” en “Bro Hymn”.  De manier waarop deze nummers keer op keer worden onthaald door het publiek met de talloze circle pits en massale sing along bezorgen nog steeds kippevel aan menig punkrockliefhebber.  Het was deze keer niet anders!  Hoe voorspelbaar elk concerteinde van de band ook is, het blijft een intense beleving!  Hopelijk doen ze het feestje nog eens moeiteloos over op de Lokerse Feesten begin augustus, maar daar twijfelen we niet aan. (Hans)

Eindelijk was het zover, tijd voor de afsluiter van Groezrock 2017. Ze waren vorige zomer te gast op de Lokerse Feesten en daarvoor in de AB in Brussel en nu was Groezrock de laatste show van Parkway Drive hun ‘Unbreakable’ tour. De lichten gingen uit en Jeff Ling zette de tonen van “Wild Eyes”  in van hun album ‘Atlas’.
Direct was het publiek mee, het beloofde een spetterende show te worden. Direct gevolgd door het nummer “Carrion”. Als je zou denken dat Winston Mccall na hun tournee(s) enig verval zou tonen dan had je het goed mis. Zijn stem was gewoon fenomenaal. Daarna volgden “Dedicated” en het catchy nummer “Vice Grip” van hun laatste album ‘IRE’. En de energie tussen het publiek en Winston is altijd positief. Steeds lachend en dankbaar voor wat er gebeurt juist voor hem. Toen hij nogmaals benadrukte dat hij meer crowdsurfers wou,  begint hij met “Karma” gevolgd door “Sleepwalker” , beiden van het album ‘Deep Blue.
Ook de show met de vlammenwerpers en lichten was echt super vet om te aanzien. Daarna volgde nog “Dark Days” en “Destroyer”. En wat was ik blij dat ze nog eens het nummer “Boneyards” speelden, van ‘Horizon’ net als “Idols and Anchors” dat werd gespeeld na het ‘rustige’ nummer “Writings On The Wall”.
Of Winston een mama’s kindje is dat laat ik in het midden, wel speciaal was het feit dat zijn moeder voor de eerste keer een show van haar zoon kwam bekijken buiten Australië en dit op het prachtige Groezrock!
Volgende nummer was een covertje van Rage Against the Machine “Bulls On Parade”. Met “Swing” als laatste nummer. Tussen het nummer in een drum solo van Ben Gordon, die op een soort rad zat die hem enkele keren ondersteboven liet hangen. Waarna ze het nummer afwerkten en letterlijk en figuurlijk eindigden met een knal. Het licht ging uit, waarna er al redelijk wat mensen de tent gingen verlaten.
De band kwam terug het podium op en voegden de nummers “Crushed” en “Bottomfeeder” aan hun setlist toe, waarna iedereen besefte dat Groezrock 2017 er spijtig genoeg opzat (behalve voor wie nog naar de afterparty ging gaan).
Als band is Parkway Drive over de jaren gegroeid , die elk metal/hardcore festival zou kunnen afsluiten. De show en nieuwe cd bevestigen dit en hopelijk blijven ze nog enkele jaren verder doen. (Jens)

Ook dag 2 was meer dan geslaagd. We hoorden enkele onbekende bands, old school bands en artiests van eigen bodem die het echt meer dan goed deden. Er was meer zon, meer volk dan de vorige dag. Het festivalterrein was dit jaar misschien wat kleiner maar daarom niet minder gezellig, zeker door de foodtrucks , het bier dorpen de ontbijt tent; ook het feit dat je nu niet moest kiezen tussen een show op het hoofdpodium en een andere show in een tent.
Het was een geslaagde editie en voor wie dacht dat het niet zo ging zijn en thuis bleef, ‘you got wrong’!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2017/
Organisatie: Groezrock, Meerhout

Roots & Roses Festival 2017 - De la pancetta, de la bière, et une pièce de rock ‘n roll

Roots & Roses Festival 2017 - De la pancetta, de la bière, et une pièce de rock ‘n roll
Roots & Roses Festival 2017
Terrain Ancien Chemin d’Ollignies
Lessines
2017-05-01
Dieter Nyffels en Nick Nyffels

Tijd weer voor het jaarlijkse treffen voor alles wat rock ‘n roll-gewijs buiten de lijntjes kleurt op een mooie 1 mei. Tijd dus ook om je nog eens in die zwartlederen broek te persen, je haar in een nieuw kleurtje te zetten en die bakkebaarden te trimmen en vooral ook  terug te oefenen hoe je kwaad of übercool uit je ogen kijkt. Roots & Roses is nu al jaren een vrijhaven voor psychobilly, rootsrock en trashfolk. Je weet vaak niet waar ze het uithalen, maar het bestaat blijkbaar allemaal echt. Roots & Roses is een vrijhaven om je lagere instincten eens helemaal uit te leven en dat doe je dan maar. 

Powersolo uit Denemarken stond vroeg geprogrammeerd maar veranderde de tent meteen in een zweterig hol, waar u nooit meer kan en ook niet wil uit weggeraken. De band moet zoiets als psychobilly trash spelen, en zelfs als je niet weet wat dat moet voorstellen, daagt toch het vermoeden dat het smerig moet zijn. We werden niet ontgoocheld. Naast de venijnige sound van de band, die ook kan overgaan in slepende filmmuziek van de dreigender soort, denk aan Barry Adamson, kregen we visueel ook nog best wat kinky stuff van het freaky broederduo waar toch op zijn minst één hoek af is. Rode spandex en matrozenpetten, u weet wel waar het heen gaat.
Het was nerveus en het was spannend en ze tekenden voor de beste bindteksten van de dag, met een zanger die zijn plezier om het publiek wat op te naaien niet kon wegsteken om dan weer over te gaan in broeierige jams die zo weggelopen zijn uit een David Lynch-film.
Het is Scandinavisch, en daar loopt inderdaad raar volk rond, maar het had de kwaliteiten van de meest verknipte muziek uit de Deep South, en wie kan dat tenslotte zeggen?

In de grotere Roots tent was het vervolgens de beurt aan Jake Labotz : deze Chet Baker look-alike uit Chicago, was de volgende act op het Roots podium. Labotz, negenveertig, heeft een hobbelig maar divers parcours achter de rug, van jonge crimineel naar punker, straatzanger, daarna in de leer gegaan bij oude Chicago bluesmannen, drugsverslaafde in LA, om uiteindelijk af te kicken en blueszanger en acteur te worden in onder meer films van Steve Buscemi.
La Botz stond hier met een trio, hijzelf op akoestische gitaar, en maakte niet echt een overtuigende indruk: de songs kabbelden wat weg, het was pas toen het tempo omhoog ging dat het beter werd. De festivalsetting in een luidruchtige tent was niet de ideale biotoop voor deze bluesman. Wellicht komt hij veel beter tot zijn recht in een intieme zaal.


Terug naar de Roses tent voor een bijzonder aangename kennismaking met The Pine Box Boys. Deze Amerikaanse hillbillies hebben hun eigen genre uitgevonden: horrorbilly, dit is bluegrass en country met horror en murderballads als voornaamste thema. Denk aan Nick Cave’s ‘murder ballads’ in een countryjasje, of aan Johnny Cash, en je komt aardig in de buurt. Ze stonden met zes op het podium, de zanger was de trotse bezitter van een lange sik en de banjo’s zorgden voor een heel typisch geluid. Een echte festivalband, die terecht een luid applaus van het publiek kreeg. Mighty fine, zoals ze zelf zeiden.

De volgende band leek wel weggelopen van een metalfestival: de geföhnde hairmetalkoppen van The Fuzztones spelen echter pure garagerock met het spookachtige orgeltje dat zo kenmerkend is voor hun sound. Frontman Rudi Potrudi is 64 ondertussen, en begon zijn carriére in de CBGB-scene in New York eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. In 2006 maakten The Fuzztones een cover-album van The Sonics, een van de headliners van dit festival, Potrudi liet ook duidelijk zijn waardering blijken voor die godfathers van de garagerock. The Fuzztones speelden een overtuigende set, met veel show en bravoure, de drummer ging even op zijn drumstel staan, maar de publieksrespons bleef een beetje onder mijn verwachtingen.

The Experimental Tropic Blues Band is het Waalse antwoord op Triggerfinger, maar dan smeriger en ruiger. Deze Luikse band etaleerde een vormpeil waar ze bij Standard de Liège enkel kunnen van dromen: heftig, brutaal en recht op doel af. Opvallen deed vooral de langharigste van de twee gitaristen, die helemaal loos ging, soms psychedelisch, soms rauw. Experimental Tropic Blues Band is nog niet zo bekend in Vlaanderen als Cocaine Piss, maar is even brutaal. Dit is garagerock voor Mötorhead-fans.

Roots and Roses programmeert altijd kwaliteit: naarmate de avond vordert, weet je dat de bands almaar beter worden. Dit was zeker het geval bij Pokey Lafarge, de podiumnaam waaronder de 33-jarige Andrew Heissler al sinds 2006 opereert. Lafarge zoekt het in de jaren dertig en veertig, maar met een moderne twist, zodat het nooit als een vintage-act aanvoelt. Een heel eigen stijl dus, met invloeden uit jazz, swing, country en blues. Lafarge heeft een stem als een klok en sterke nummers. Zijn zevenkoppige band kleurt de klank in met blazers, staande bas en zelfs een klarinet. Eigenlijk mag deze band een ruimere erkenning krijgen buiten het Americana en Roots-circuit: er zijn veel raakvlakken met Calexico, als je de Mexicaanse invloed wegdenkt. Pokey Lafarge zou zeker niet misstaan op de meer mainstream-festivals, ze zijn een echte festivalband die voor veel sfeer zorgen.

Enter the Sonics. De ultieme garageband die al zo lang mee gaan, dat ze ouder dan uw grootvader zijn, maar wat een energie! Dit is rock ’n roll zoals die gespeeld hoort te worden en als je het lijstje van bands bekijkt die deze band als invloed noemen weet je waarom, reden waarom ze ook wel als punkrockband avant la lettre worden gezien. Van The Fall over Nirvana tot The Flaming Lips zien hen als voorbeeld en als je hen live ziet weet je waarom. Het klinkt vuil, het is oerendhard, en het stopt niet. De energie die ze uitstralen lijkt zonder meer nog dezelfde als toen ze pakweg 50 jaar geleden begonnen maar je vraagt je toch af hoe het in die tijd in de clubs in de Verenigde Staten geweest moet zijn.
In al die tijd heeft de band wel heel wat gedaanteverwisselingen gekend, maar de huidige bezetting bestaat uit een hoop meer dan krasse bejaarden waar de intussen meerdere jongere generaties nog heel wat van kunnen leren. De manier waarop saxofonist Rob Lind de band leidt doet eerder aan een bigband denken, maar ze zijn op een leeftijd gekomen dat ze zich denk ik vooral willen amuseren en zich voor de rest niet te veel aantrekken. Bijzonder onder de indruk was ik van bassist Freddie Dennis, die ook als vocalist zijn ziel uit zijn lijf staat te schreeuwen, alsof hij nog altijd die gast van 17 is voor wie muziek alles is en er ook nooit meer zal komen. De nummers passeerden als een wervelwind en u zal me vergeven als ik de titels niet ken maar het waren mokerslagen die opgingen in een groot pandemonium dat hoogtepunten kende als “Strychnine” en een laaiendhete versie van “Louie Louie”. Het was teringherrie zoals je die niet vaak meer hoort, en het publiek stond dan ook stevig zijn mojo te shaken, waarbij niet weinig bier verspild werd. Dit is de manier waarop je oud wil worden. 

The Paladins mochten Roots & Roses 2017 afsluiten. Dit Californisch trio ontstond in de jaren tachtig in de rockabilly scene maar schoof geleidelijk op richting bluesrock. Logisch dus dat ze deze zomer al voor de derde keer op Blues Peer geprogrammeerd staan. The Paladins begon inderdaad met door surf-rock geinspireerde rockabilly, maar gingen dan vrij snel over naar bluesrock. Voor de bluesliefhebbers was dit echt genieten. Politieke boodschappen hebben ze niet, maar niet te min brachten ze toch een nummer over de commercialisatie van drinkwater, wat een belangrijk politiek thema is in het woestijnachtige zuidwesten van de VS. Ze komen uit dezelfde scene als Los Lobos, maar de Latino-invloeden zijn veel minder aanwezig.
The Paladins waren een zeer geslaagde afsluiter van Roots & Roses, dat er altijd in slaagt om zijn affiche te vullen met niet zo bekende maar steengoeie bands uit het wijde roots-genre, of het nu garagerock, rockabilly, country, bluegrass of blues is.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/roots-roses-2017/
Organisatie:
Organisatie: Roots & Roses, Lessines  

 

 

 

STUFF.

STUFF. - Indrukwekkend intiem

Geschreven door

Om het begin van het weekend te vieren mogen we al eens speciaal doen. Daarom leek het ons niet meer dan gepast om STUFF. , een van 's lands meest eigenzinnige, unieke en innoverende bands, te gaan bekijken tijdens het Ha'fest in Gent. Zeggen dat STUFF. speciaal is, is op zijn zachtst gezegd een understatement. De Gents/Antwerpse band liet na hun debuut STUFF. een diepe indruk achter die alleen maar gevolgd kan worden met hoge verwachtingen voor hun tweede album ‘Old Dreams New Planets’. Dat aan die hoge verwachtingen werd voldaan, is één iets, maar de intieme, futuristische reis waarin het publiek werd meegenomen had niemand kunnen voorzien.

Al bij het binnenkomen van de Handelsbeurs werd de gezellige en intieme toon van de avond gezet. In de foyer stonden jong en oud met elkaar te keuvelen met Duvels en wijntjes in de hand terwijl verderop een pianist onder begeleidend slagwerk opgewekte melodietjes speelde.

Het voorprogramma Hiele startte de avond misschien net iets té hard, de concertzaal werd meteen al volgepompt met donkere beats die deden denken aan Aphex Twin. De set van Hiele was zeker niet slecht maar zou misschien meer succes hebben als afsluiter van de avond. Het publiek was in het begin niet echt overtuigd, al kon de dj rond het midden van de set wat aarzelende danspasjes en positieve respons uit het publiek lokken.

De zaal is al wat warmer geworden en er wordt nog snel naar de bar gelopen voor STUFF. begint. Wanneer de lichten doven, komt de band op terwijl de woorden 'Once upon a time' herhaaldelijk door de zaal galmt. De band zet op met het nummer "Delta" en krijgt het publiek al van het eerste moment mee. Het nauwgezette samenspel van de vijf heeft iets hypnotiserend. Mensen proberen mee te bewegen op het wisselende ritme dat drummer Lander Gyselinck uit zijn drum tovert en verschillende geïntrigeerde blikken zijn gericht op Andrew Claes, die de meest onverwachte tonen uit zijn digitale saxofoon blaast.
Geleidelijk aan vindt iedereen in het publiek zijn eigen manier om op de muziek te bewegen en lichten verschillende gezichten op wanneer "Strata" begint. Een nummer met een heldere maar melancholische melodie die tegelijkertijd erg dansbaar blijkt te zijn. Het publiek raakt meer en meer onder de indruk tot de band zelf ook opmerkt hoe aandachtig er geluisterd wordt. Lander Gyselinck neemt op een gegeven moment de microfoon vast en beschrijft het moment als 'dreigend intiem'.
STUFF. gebruikt tijdens het concert iedere seconde ten volle en laat ook niets aan het toeval over. Alle noten en iedere drumslag, hoe willekeurig ze ook lijken, spelen perfect op elkaar in. De band laat zelden een stilte vallen tussen de nummers en weet de aandacht van het publiek constant vast te houden. Met momenten wordt er zelfs ruimte gemaakt voor wat improvisatie die net zo goed als nieuwe nummers konden gebruikt worden. De nummers van het nieuwe album werden door het publiek telkens gretig en positief onthaald, daarvan was een langgerekte juichkreet van iemand in de zaal een overtuigend bewijs.

Kortom, STUFF. in de Handelsbeurs was een optreden om u tegen te zeggen. ‘Old Dreams New Planets’ werd warm onthaald door het publiek en na afloop zagen we ook niets anders dan tevreden mensen. Het voorprogramma Hiele deed het zeker niet slecht, maar hadden wij liever gezien als afsluiter om nog eens helemaal op los te kunnen gaan. Na de AB gisteren ,kan je STUFF.  nog zien op 12 mei in de Singel in Antwerpen, tijdens Gent Jazz en Pukkelpop.

Setlist: Delta - Early Bird – Spinning – Strata – Slug – Cowboys – Axlotl – Fulina – Knuts – Vault – Hopkins
Bis: Java

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Handelsbeurs, Gent (ikv Ha’fest)

School Is Cool

School Is Cool - Van fragiele emotie naar euforie

Geschreven door

School Is Cool - Van fragiele emotie naar euforie
School Is Cool & Leonore
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-04-28
Stien Verdick

De avond van 28 april 2017 in de AB werd duidelijk opgedeeld in twee delen. Heel fragiel begon het met voorprogramma Leonore, die ons meenam met klassieke zang in haar gevoelige songs. Hierna liet School Is Cool de avond knallen en toverde de Ancienne Belgique Club om in een danszaal. Een avond in balans, waar ieders emoties eens aan bod kwamen.

Leonore kwam op en ging in stilte de gitaren stemmen. De zenuwen dropen er vanaf, maar waren snel weggeëbd. Enkel zangeres Chloë Nols en gitarist Kobe konden zich wagen aan het optreden, de andere drie bandleden geraakten er niet doordat het een last minute concert was. Klassieke zang en gitaargetokkel zetten meteen de toon van het optreden. Het werd een emotioneel half uur met fragiele songs die ons raakten. Het tweede lied stond in contrast met de rest van de setlist. “I just wanna make you dance, put you into trance”, het zouden de lyrics kunnen zijn van een popnummer met een sterke beat. De gitaar bracht hier meer swung. Het was een mooi intiem optreden, maar de volgende keer zien we ze toch ook wel eens graag met de hele groep!

School Is Cool begon met het nieuwe “Run Run Run Run Run” en zo volgden er nog vele nieuwe nummers van de plaat ‘Good News’, die in het najaar uitkomt. Meteen smijten ze de energiebommen in de strijd en we vergeven dat zanger Johannes een joggingbroek draagt, want School Is Cool is topsport! Bij instrumentele stukken beweegt hij vrij over het podium zonder dat de micro hem nog tegenhoudt en wat zo mooi is bij School Is Cool is dat je gewoon ziet dat het een hechte groep is. Ze weten allemaal precies waar de nummers voor staan, de emoties van de hele groep passen altijd perfect bij het nummer en door zo goed te weten waarvoor ze staan, brengen ze dat ook over op het publiek. Het is een groep met één gemeenschappelijke vibe.
Het publiek is heel blij dat meezingers “In Want Of Something” en “If So” al snel gespeeld worden. “AK-47” wordt overspoeld door emotie. Dan vraagt Johannes of we een beetje geduld hebben voor de hits komen, op zo’n toon dat het publiek moet lachen. Meer nieuwe nummers komen eraan. “Eigenlijk ook hits”, stelt Hanne van achter de keyboards ons gerust. En toen kwam het heel intens en gevoelig “I’m Not Fine”, waarbij de hele zaal het verdriet voelde. “I’m not alright. I haven’t been for a long time”, enkel die stem laat de emotie al voelen. Met de drum en de sambabal, School Is Cool heeft geen trage hoge nootjes nodig om het gevoel over te brengen. Johannes bracht hier ook zijn eerste live gitaarsolo ooit en dat mag hij zeker vaker doen!
De nieuwe “Whirled Music” en “Underrated” laten het publiek terug wat bewegen. Met hit “Wide-Eyed & Wild-Eyed” wordt veel meegezongen en “Warpaint” wordt met een groot applaus en gejuich ontvangen. Er wordt meegebokst op de “ha! ha!” zonder dat School Is Cool het moet vragen, duidelijk veel fans van de eerste cd in de zaal. Met het nieuwe “Bad Behaviour”, waarin gezongen wordt dat dat de natuur van de mens is, wordt de sfeer weer ingetogen. “Fight Of The Century” heeft het leukste instrumentele stuk van korte deuntjes en daarna moet School Is Cool toch even uitpuffen. Het is de hardste work-out die je jezelf kan geven en het is al lang geleden dat ze zo lang live hebben gespeeld.

De AB Club verandert in een gelukzalige sterrenhemel bij “Trophy Wall” waarbij de zaal luidkeels ingaat op de vraag om mee te zingen. En dan komen de hits “The World Is Gonna End Tonight” en “New Kids In Town” nog waarbij letterlijk niemand nog stilstaat. De zaal veert als een springkasteel en de kinderen springen gelukzalig rond. Afgesloten wordt met “Honeybee”, waarmee Johannes scoorde bij het VTM-programma ‘Liefde Voor Muziek’. Belle Perez vond zijn cover mooi en dat vonden wij ook. Kom snel terug, School Is Cool, we springen graag opnieuw mee.

Setlist: Run Run Run Run Run - In Want Of Something - If So - AK-47 - I’m Not Fine - Whirled Music – Underrated - Wide-Eyed & Wild-Eyed – Warpaint – Entertainment - Bad Behaviour - Fight Of The Century - Trophy Wall - The World Is Gonna End Tonight - New Kids In Town - Black Dog Panting – HoneyBee

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Japandroids

Japandroids - Een blij weerzien in de arena

Geschreven door
We vreesden dat het er nooit meer van zou komen en dat Brian King (zang/gitaar) en David Prowse (drum en ook wat zang) hun band voorgoed begraven hadden. Gelukkig hadden we het mis en stak Japandroids na vijf jaar afwezigheid opnieuw de neus aan het venster. Voor het eerst in evenveel jaar gingen de Canadezen door Europa touren, wat hen gisteren in de Rotonde van de Botanique bracht. In het voorprogramma stond Dasher, een Amerikaanse noise-rock band die nu nog een tamelijke onbekendheid geniet. We vragen ons af hoe lang dat nog gaat duren.


Afgezien van een enkele single was Dasher voor ons een nobele onbekende en wisten we niet precies wat te verwachten toen de leden met een hele boel reverb aan hun set begonnen. De frontvrouw die drumt en zingt, mepte zich direct prominent naar de voorgrond. Op zo’n manier zelfs dat een deel van haar drumstel het op een bepaald moment begaf. Ze schreeuwde vanuit de diepste krochten van haar longen en maakte daarmee behoorlijk veel indruk. Toen ze middenin de set het publiek toesprak, leek ze al behoorlijk buiten adem, maar dat belette haar niet om in de tweede helft olijk door te schreeuwen. De rest van de band stond op het ritme mee te schudden terwijl ze met haar ogen over de grond te staren. Dasher bracht een intense set vol noisy post-punk dat het midden hield tussen Savages, Preoccupations en de soundtrack voor een satanisch ritueel. We kunnen enkel concluderen dat het als voorprogramma zeker geslaagd was.

Als er een band is die indie-rock in een voetbalstadion zou kunnen brengen is het wel Japandroids. Het duo brengt meezingbare garage rock vol weidse akkoorden waarbij ze het ene anthem na het andere op het publiek afvuren. Het halfrond van de Rotonde kan ook goed dienst doen als arena, wat King en Prowse gisteren bij momenten konden bewijzen. Het was bijna vijf jaar geleden dat Japandroids nog eens in België speelde en gisteren excuseerden ze zich daar zelfs een paar maal voor. Het publiek leek het hen al vrij vlug te vergeven.

Als intro hadden ze een sjofele lichtshow voorzien met een onverstaanbaar bandje erover. De toegevoegde waarde hiervan bleef een mysterie, maar toen ze direct daarna rechttoe- rechtaan rocksongs begonnen te spelen, maalden we daar verder niet meer over. Hun eerste nummer was “Near The Wild Heart of Life”, de leadsingle en titeltrack van hun laatste album. Brian King nam direct de pose aan die hij voor het grootste deel van het concert zou aanhouden, met zijn ogen even stijf dichtgeknepen als zijn mond wijd opengesperd was. Aanvankelijk leek het alsof hij soms naast de micro zong, waardoor zijn stem soms erg zwak uitviel. Achteraf bleek het tevens aan technische problemen te liggen, de micro moest halverwege dan ook vervangen worden.
De zang bleef gisteravond toch het grootste pijnpunt. Het kwam misschien doordat we nog onder de indruk waren van het stemgeluid van Kylee Kimbrough van Dasher. De zangprestaties van zowel King als Prowse (die voornamelijk backing vocals en meezingkoortjes verzorgde) konden ons allesbehalve wegblazen. Dat terwijl hun straffe en rauwe vocalen een belangrijk element zijn in het succes van de band.
Ondanks dat er op hun recentste plaat enkele uitstekende nummers staan, die bovendien voor de hoogtepunten van het optreden zorgden (“In a Body Like a Grave”!) bleek het publiek vooral gekomen om nog eens van hun oudere nummers te genieten. We kunnen ze niet volledig ongelijk geven, want met die nummers is ook niets mis. Het publiek werd pas voor de eerste keer echt wakker toen “Wet Hair” vanop hun debuut passeerde. Het was dan ook enkel op oudere nummers zoals “Young Heart Speak Fire”, dat een select groepje vooraan het enthousiaste hoofdschudden verruilde voor een robbertje tegen elkaar opbotsen. Dat terwijl Japandroids’ nieuwste ook nog wel hoop nummers heeft die geschikt zijn voor dat soort ongein.
Variatie staat helaas niet in hun woordenboek en na meer dan een uur begint zich dat wel een beetje te wreken. Zo herhaalden ze het trucje om een nummer af te ronden, enkele seconden te stoppen en het dan doodleuk te hervatten iets te veel. Gelukkig kunnen de heren een aantal uitstekende songs uit hun mouw schudden en zijn ze ook perfect op elkaar ingespeeld. De chemie tussen de twee laat niet te wensen over. Bij het laatste en meest meezingbare nummer, “The House That Heaven Built”, belandde King bovenop de basdrum van Prowse.

Japandroids is een erg sterke band die ons bij momenten volledig mee had, maar omvergeblazen waren we niet. Dasher daarentegen gaan we wel zeker nog eens verder opzoeken.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Botanique, Brussel

Hydrogen Sea

Hydrogen Sea - Afwisseling tussen dansbaar en intimistisch

Geschreven door

Als opener van de avond kregen we Schaduwland voorgeschoteld. Schaduwland bestaat uit synths, gitaar, zang en drum. Daarmee schilderen ze een geheel eigen muzieklandschap op het podium. Intimistisch en breekbaar. Bij momenten vrij hoog gezongen en ik onthou vooral de mooie afsluitende song.

Hydrogen Sea is het geesteskind van het koppel Birsen Uçar en Pieterjan Seaux. De één maakt de muziek, de ander schrijft de teksten. Live worden ze bijgestaan door een drummer. Vorig jaar was er hun uitstekend debuut album ‘In Dreams’. Benieuwd hoe ze dit live gingen brengen trokken we naar De Kreun toe.

Op het podium merkten we een leuke opstelling van drum en synths met koorden als afsluiting er omheen. Het had een theatraal en stijlvolle uitstraling. Er werd gestart met “Gentle Doubler”. Met enkel zang en achtergrondzang op band. Een backlight versterkte het theatrale effect nog wat. Bij de tweede song hadden ze wat problemen met de micro waardoor ze met twee valse starts te kampen hadden. Daarna waren ze goed vertrokken.
Na een rijtje songs merk je dat Hydrogen Sea twee soorten songs heeft. De dansbaardere liedjes (zoals “Worry” en “Beating Heart” ) en de wat ingetogener songs (zoals “If The Stars…”of “Voyager”). Live komt dit verschil nog meer tot uiting door de manier waarop de songs worden ingekleed. Op de zang valt niets af te dingen. Birsen heeft een geweldige stem op het podium. De synths porden bij momenten het publiek tot bewegen en dansen toe. Echt ontploffen deed de zaal niet maar met afsluiter “Wear Out” kwam het er bijna van. Er kwam nog één bisnummer met hun tweetjes gebracht op gitaar en zang. Een ingetogen afsluit van de avond.

Organisatie: Wilde Westen , Kortrijk

The Mary Hart Attack

Falling Sun

Geschreven door

Terwijl een nieuwe lichting Belgische noise bands tegenwoordig het mooie weer maken (Brutus, It It It Anita, Hypochhristmutreefuzz, The Guru Guru,…) is er ook nog wel plaats voor een regelrechte shoegaze band. Hoewel het genre de laatste tijd een beetje platgetreden is, snijdt het Gentse The Mary Hart Attack op hun albumdebuut ‘The Falling Sun’ zonder scrupules en met enige stijl doorheen een stel onvervalste en potente shoegaze-songs met alles erop en eraan : stofzuigergitaren, distortion, feedback, een psychedelische touch en vocals die daar vanuit een wazige achtergrond trachten overheen te komen.
Natuurlijk komen My Bloody Valentine en The Jesus And Mary Chain serieus om de hoek loeren, maar wij horen vooral A Place To Bury Strangers in sterke songs als “Death Comes With Your Eyes”, “Starlight”, “Who Used To Be Me” en “This Room” (een rariteitje waarin de ijskar langzaam komt aangereden om dan plots zwaar uit de bocht te scheuren).
Andere favorieten zijn “Spiders”, dat inzet als een My Bloody Valentine pastiche maar dan open bloeit met een indrukwekkende gitaarsolo, en “All Wrong No Bliss”, een groovy psychedelische track die een spacy trip onderneemt.
Ze hebben er het warm water niet mee uitgevonden, maar met ‘Falling Sun’ weet The Mary Hart Attack zich stevig te huisvesten in een genre dat nog lang niet dood is.

Altitude

Dram-o-Rama

Geschreven door

Een fijne verzameling van poppy punkrocksongs, dat is het hoofdrecept van  ‘Dram-o-Rama’, de nieuwe plaat van  Altitude uit A’pen.  Met heerlijke tracks  zoals opener “Clincher”,  het snedige “25”, “Bullseye Launch The Trash” en “Reality Check” is deze schijf verplicht voer voor fans van  melodieuze  punkbands zoals Greenday, NoFX, Bad Religion, Blink 182 en Sum 41.  Het Antwerpse viertal stapt daarnaast met graagte muzikale zijpaden in , getuige het bijzondere “Can – Interlude” dat refereert naar Bridge Nine-band Crime In Stereo of de wereldsong “We Once Played a Show Next To Hayley Williams (Showering)” dat de vergelijking weerstaat met posthardcorebands als Polar Bear Club en Make Do And Mend.  Altitude  heeft met andere woorden klasse te koop, zelf ontdekken kan via  https://www.facebook.com/Altitude1234/ .

High Hi

Hindranc

Geschreven door

Het is lang geleden dat een Vlaamse band zo schaamteloos durfde te rocken als High Hi op hun debuutalbum ‘Hindrance’. Zelf wil dit trio het geen rock noemen, maar ‘dark pop’ of ook wel ‘eclectische pop met een randje shoegaze’, om de hokjesdenkers te ontlopen. Toch mag u gerust aannemen dat High Hi de beste Belgische rockplaat van het jaar gemaakt heeft. Voorlopig toch.
Zangeres Anne-Sophie Ooghe haalt op bijna elk nummer een donkere en weemoedige riff uit haar gitaar die haar heldere en herkenbare stem krachtig ondersteunt. Haar gitaarspel en vooral de bas van Koen Weverbergh schuren bovendien sterk aan tegen een jaren ’80-sound. Zo pikt High Hi voor u de lekkerste kersen uit de recente muziekgeschiedenis: baslijnen en drumwerk die behalve naar de new waveperiode ook teruggrijpen naar de sludge-metal en noise van het begin van de eeuw, een gitaarsound uit de jaren ’90 met echo’s naar de jaren ‘80 en een stemgeluid dat we vooral de voorbije jaren zagen opduiken, oa. bij Savages en Florence & The Machine. Die laatste referentie weegt het zwaarst door op “Islands Full Of Gold”, een track die eerder al op de in eigen beheer uitgebrachte EP van High Hi stond. Ook toen was dat een uitblinker en op dit eerste volledige album is dat niet anders. Deze track kan zeker hoge ogen gooien op Studio Brussel en de band zo op de kaart zetten. Letterlijk Full Of Gold.
Maar High Hi is veel meer dan dat. Andere nummers hinten naar Throwing Muses (“Magnify”), Sugar (“Vultures” en “Break/Brake”), the Cure (“Obvious”), Savages of late Talk Talk (“Fear of Snow”), the Cranberries (“Raise”), King Hiss (“Baseball Fights”), Triggerfinger (“Hindrance”) en zelfs de punkpop van Blondie “(No Idea”).
Voor u met al die veelal ‘oude’, maar vooral heterogene referenties begint te denken dat deze band alle richtingen tegelijk uitgaat: het resultaat van het kruisen van al die bloedlijnen heeft een schitterende, homogene baby opgeleverd. Een baby die eindelijk de gitaarversterker weer op 10 durft zetten voor een popliedje. Bedankt daarvoor, High Hi.

The Guru Guru

Pchew

Geschreven door

In het zog van enkele beloftevolle Belgische releases van bands zoals Brutus, Whyes, Delta Crash en Hypochristmutreefuzz komt ook The Guru Guru met een rake release op de proppen. Ze maken een soort van noise rock of borderline rock zoals ze het zelf omschrijven. Dat houdt in dat hun muziek nogal hypnotisch, bezwerend en intens kan zijn.  Zanger Tom Adriaenssens onderstreept dit nog eens op het podium. Gelukkig bevat hun muziek ook genoeg melodie en cacthy refreinen om in ons hoofd te blijven hangen. Na een split-ep met de vrienden van Brutus is er nu dus hun debuut full album.
Ze openen het album met “Making Waves” middels een soulvolle gezongen intro om dan echt uit de startblokken te schieten. Het is een goed verteerbare song geworden dat natuurlijk de nodige psychotische trekjes bevat. Een aantal songs bevatten een hoog gehalte aan gekte en twist and turns. Ik denk dan aan “We Had Been Drinkin’ Bad Stuff”, “BB I Can” of “Sleepy”. Andere songs zijn dan eerder noise of alternative rock zoals het claustrofobische “Back Door”, het ingetogen “Singultus” en het acht minuten durende “The Sun Is Number One”.
Met ‘Pchew’ hebben ze een evenwichtig en meer dan degelijk album gemaakt. Deze hyperactieve bende moet je zeker eens live aan het werk zien. Hun nummers komen dan nog meer tot hun recht. Lees ook de review van hun optreden in de Vooruit: http://musiczine.lavenir.net/nl/nl/review-concerts/brutus/brutus-hard-fenomenaal/

The Merciful Nuns

AUM IX

Geschreven door

Artaud Seth is een bezig baasje. Heel snel naar elkaar kregen we het drieluik van N.E.O. Zijn nevenproject dat hij samen met Ashley Davour (Whispers In The Shadow) runt. Dit houdt hem niet tegen om zijn voormalige band Garden of Delight van onder het stof te halen en nieuwe releases met The Merciful Nuns uit te brengen. Gelukkig boet dit niets in aan de kwaliteit ervan.
Hun nieuwste release ‘A-U-M IX’ heeft wel wat invloeden gemeen uit zijn recentste samenwerkingen met Davour. Zo klinkt ‘A-U-M IX’ iets meer spacy en bevat hij iets meer synths dan “Thelema” en “Meteora”.
Verder is het zo dat elk album gewoon een klein beetje verder evolueert. De sound en de stijl wordt met elke release meer gestyleerder en puurder. Luister maar eens naar hun eerste album ‘Lib.1’ dat toch meer klonk als een voortzetting van Garden of Delight. Iets wat je van ‘A-U-M IX’ niet meer kan zeggen. Zoals steeds is alles rond het album mooi afgewerkt: hoesjes, symboliek, foto’s, merchandise…  Het titelnummer dat het album opent is een langgerekte en haast tantrische intro. Songs zoals “Eternal Decay” en “Cremation” zijn uitstekende rockers. Het piece-de-resistance is toch wel het 11 minuten durende epos “Lost Chord Of The Sun”. Bezwerend, mooie opbouw, brommende baslijnen en prachtige synthsounds.

Op muzikaal vlak lijkt ‘A-U-M IX’ mij één van hun beste albums tot nu toe. Voorwaarde is dat je van de grafkelderstem van Artaud houdt. Maar voor de rest is dit een gothrock album van hoog niveau.

Pagina 260 van 498