logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Selfmachine

Societal Arcade

Geschreven door

De Nederlandse nu-metal band Selfmachine bestaat sinds 2011 en is aan zijn tweede release toe. De zang kenmerkt zich tussen een afwisseling van grunts, clean vocals en growls. Een sterke stem in de cleane stukken. Het harde gitaarwerk is bij momenten vrij melodieus. De ritmesectie (bas en drums) vormen een vrij hecht geheel. Het songmateriaal klinkt niet altijd consistent in de mix: bv “Normal People”. Vooral bepaalde gitaarstukjes lijken op een eilandje te drijven in deze song. Maar over het algemeen gezien zit het album wel goed in elkaar. Meestal krijgen we een vrij sfeervolle intro om dan de boel te laten ontploffen. Er is wel aandacht besteed zodat het totaalgeluid overal aanvaardbaar blijft. De echt scherpe randjes ontbreken dus. “No Cliché” spreekt de titel een beetje tegen en is eerder een  voorspelbare ballad geworden die weliswaar vakkundig in elkaar is gestoken. We kunnen dan ook eerder de afsluitende ballad “Luminous Beings” dat veel origineler uit de hoek komt. Een mooie opbouw en een geslaagd nummer.
Met ‘Societal Arcade’ heeft Selfmachine een aardig album gemaakt dat enkele mooie momenten bevat. Daarnaast bevat het ook enkele songs die wat in de middelmaat verglijden. De hoes toont een goktent. Het album begint en eindigt dan ook met geluiden uit een speelhal. Live blijken ze stevig in hun schoenen te staan. Dus allen daarheen zou ik zeggen.

 

Dayné Arocena

Cubafonia

Geschreven door

Deze heerlijke Cubaanse jonge deerne is nauwelijks de twintig gepasseerd een heeft al meer Soul, Jazz, Latino, Rumba, Pop en Jazzanova in haar linker teen dan pakweg Tina Turner in haar gehele lichaam. We genieten van constante kruisbestuivingen met verschillende genres, met als basis uiteraard de Cubaanse en Afro-roots. Opener “Eleggua” : Jazz meets Zappa en Beefheart met een veelzijdig en doch heerlijk orkestraal, filmisch en Latino sausje. De intro van La Rumba, met de prachtige dissonanten doet denken aan Jagga Jazzist. Na enkele minuten luisteren wordt mijn fles Cubaanse bruine rum gretig aangeslagen. En zo gaat het door. Bij ene momenten zingt ze parlando, om over te schakelen op poppy melodietjes, om dan plots in de New Orleans Jazz Scene terecht te komen. Deze schijf behoort verschillende luisterbeurten om er uit te raken. Alle standards worden gespeeld en toch zijn ze origineel. Vreemd. Straks op Gentjazz?

Tory Lanez

Tory Lanez - Perfecte portie ‘swag’

Geschreven door

Hip-Hop is tegenwoordig razend populair, en dat konden we gisteren in de Ancienne Belgqiue nogmaals waarnemen en beamen. Dit keer was het Tory Lanez die kwam zorgen voor de nodige portie ‘swag’ op een dinsdagavond.

Nog een jong veulentje in de Hip-Hop wereld, en toch al een beetje koning. Aan de AB stond al van heel vroeg een rij fans aan te schuiven om zo dicht mogelijk bij hun idool te staan. Het concert was ook volledig uitverkocht en dat merkte je aan de drukte in de zaal en later ook aan het enthousiasme dat tijdens heel het concert aanwezig was.
Tory Lanez kwam zijn eerste plaat ‘I Told You’, die afgelopen zomer verscheen, voorstellen aan het publiek. Onbekend was de plaat niet meer, want zijn fans konden woord voor woord uitbundig meezingen. Van de hitsige rap stukjes, tot de rustigere ballads.  Hoogtepunten van de show waren duidelijk nummers als “I Told You/Another One”, “To D.R.E.A.M” en “All The Girls”.
Dat mr. Lanez niet bang is van wat avontuur werd afgelopen avond ook duidelijk. Hij sprong het publiek in, begon in het midden van de zaal te dansen en crowdsurfte van de ene hoek van de zaal naar de andere. Als hoogtepunt kroop hij driemaal op het balkon en gaf zijn fans de tijd van hun leven.
Na zijn publiekelijk avontuur begaf Tory Lanez zich terug naar het podium en zei hij zijn publiek vaarwel. Ruimte voor een bisronde was er niet meer, maar dat stoorde niet. Alle hits werden gespeeld en de show werd op een hoogtepunt afgesloten.

Van Tory Lanez gaan we absoluut nog horen. Dat bewees het publiek van de AB, maar eigenlijk vooral hij zelf. Een heel goede show, ijzersterke nummers en een publiek dat zo uitbundig was dat het onmogelijk was om te blijven stil staan. Ideale Hip-Hop show als je het ons vraagt.

Organisatie: Greenhouse Talent

Depeche Mode

Spirit

Geschreven door

Musiczine is één van de eerste Belgische online media die de mogelijkheid heeft gekregen om naar het nieuwe album van Depeche Mode te luisteren en er een gedetailleerde review van te schrijven. ‘Spirit’ is de nieuwe plaat van de Britse sterren , die officieel op 17 maart wordt uitgebracht.

De algemene eerste indruk is een combinatie van intensiteit, diepte en duisternis. Het tempo is traag, de sfeer is broeierig, soms bedreigend, en de teksten weerspiegelen de tragische situatie in de wereld. De titel van het album, ‘Spirit’ verwijst trouwens naar de ‘Spirit’, die in onze beschaving verdwenen is. "« Our Spirit has gone », zingt Martin Gore in het donkere « Fail ».
Op vlak van productie, hebben Dave Gahan, Martin Gore en 'Fletch' , James Ford gekozen. Die is vooral bekend voor zijn werk met Foals, Florence & The Machine en de Arctic Monkeys. Het geluid is vol, zwaar, om de tragische kant van de thema's te benadrukken.
De eerste song, « Going backwards », geeft onmiddellijk de toon weer: twee donkere akkoorden, ondersteund door een synth-bass, maken de weg vrij voor een couplet vol terughoudendheid. In het refrein zingen Gahan en Gore perfect harmoninisch. Het is 'puur’ Depeche Mode' zoals in de tijd van « Black Celebration ». We missen enkel een instrumentale riff om 100% tevreden te zijn.
Het thema van de 'lyrics' is politiek: Martin Gore schrijft een felle kritiek op de moderne wereld: « Armed with technology, We're going backwards to a caveman mentality ».
Dan komt de single « Where's the Revolution » , die we nu goed kennen. Langzaam en hypnotisch, het is een hymne voor een 'zachte' revolutie, de revolutie van gitaren en drums.
« The Worst Crime » gaat in hetzelfde elan verder, zwaar en verontrustend. Het is een soort elektronische blues die opkomt tegen het immobilisme bij iedereen: « Blame Misinformation, misguided leaders, We had so much time, How could we commit the Worst Crime... ».
Na de lowtempo’s, biedt « Scum » een sneller tempo. De toon is hier behoorlijk agressief, ten opzichte van de eerste liedjes. « Scum » betekent 'uitschot', maar helaas weten we niet tegen wie Depeche Mode zo boos is. De stem van Gahan heeft hier een overdrive-effect en in het refrein ("Pull the trigger"), zijn de synth-geluiden plechtig, als voor een ​​doodvonnis ... Huiverend ! Complete verandering van sfeer krijgen we dan, voor de enige compositie van Gore/Gahan: « You Move ».
Na de eerste nummers van Martin Gore, die tamelijk 'lineair' waren, schakelen we hier over naar een 'groovy', lichtere stijl. De lyrics zijn doodeenvoudig: « I like the way you move ». Na het refrein verschijnt een mooie, kristalheldere riff, van een analoge synth. Het is precies dat wat we misten in de eerste nummers. We profiteren des te meer dat deze lumineuze geluiden naar het einde toe het volledige spectrum overnemen. Prachtig !
« Cover Me » werd door Gahan met Christian Eigner en Peter Gordeno gecomponeerd. Het biedt een heel bijzondere sfeer. Het is een langzaam, 'ambient' nummer, over liefde en het Noorderlicht. Het heeft cinematografische accenten à la John Carpenter. Leuke verrassing : in het midden krijgen we een mooie 'sequence' van analoge synths. Een "minimal synth"-stijl die Martin Gore in zijn solo-project vaak gebruikt. Het einde van het nummer is een pracht van electro-symfonische muziek. Indrukwekkend !
« Eternal » is het eerste nummer dat door Martin Gore wordt gezongen. Het doet denken aan "Somebody", maar het mist helaas een echte 'catchy' melodie. Het nummer is kort (2'24) en heeft jammer genoeg een gevoel van 'te weinig'.
Na « Poison Heart », een trage wals, dat klinkt als een blues in mineur akkoorden, komt het beste nummer van het album « So Much Love ». Het ritme is snel (eindelijk!) en je voelt meteen dat het om een potentiële hit gaat. De arpeggio guitar riff herinnert aan Gavid Gilmour en de ritmische staccato zwelt aan en neigt naar een climax. Het toppunt komt jammer genoeg niet en dat is erg frustrerend. Maar « So Much Love » is toch een zeer sterke compositie.
« Poorman » is vrij rustig ondanks enkele tribale accenten en het album loopt langzaam ten einde in de sombere arabesken van « No More (This Is The Last Time) », een compositie van Dave Gahan en Kurt Uenala en in de duisternis van « Fail », het tweede 'solo'-nummer van Martin Gore. « Our souls are corrupt, Our minds are messed up, Our consciences bankrupt... Oh We're fucked » : het einde is wanhopig...
Coclusie : ‘Spirit’ is zeer sterk album, verwarrend bij momenten, én toch … echt betoverend. Het is erg donker, zelfs apocalyptisch maar in fase met de 'dysruptive' periode die we momenteel meemaken.
We hadden natuurlijk graag  een lichtere, new-wave-achtig album, in de traditie van de grote hits van de jaren '80 en '90, maar « Spirit » is de perfecte verlenging van de vorige LP, « Delta Machine » en in die zin is er een sterke consistentie.
Het is best het album meerdere keren te beluisteren ; het zal zijn verborgen schoonheden tonen, zoals altijd het geval is met Depeche Mode. In ieder geval, kunnen we het trio alleen maar feliciteren om, 37 jaar na de oprichting, nog steeds creatief te zijn, en ons te verrassen.
De « Spirit » ligt nog altijd in het hart van hun muziek...

Tracklist:
Going Backwards - Where's the Revolution  - The Worst Crime – Scum - You Move - Cover Me – Eternal - Poison Heart - So Much Love – Poorman - No More (This is the Last Time) - Fail
De « Deluxe »-versie omvat remixes (« Jungle Spirit Mixes ») : Cover Me (Alt Out) - Scum (Frenetic Mix) - Poison Heart (Tripped Mix) - Fail (Cinematic Cut) - So Much Love (Machine Mix)
Om « Spirit » te bestellen: http://smarturl.it/Spirit
Het concert in het Sportpaleis op 9 mei is uitverkocht. 

Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Sampha

Sampha - Bescheiden Brits talent op het grote podium

Geschreven door

De Britse zanger/producer Sampha Sissay (28) leende zijn warme stem al uit aan Drake, Solange, Kanye West en Jessie Ware. In februari kwam het Young Turks label-broertje van The XX na lang wachten met een eigen debuutalbum waar hij op wondermooie wijze over engeltjes en hogere sferen zingt. Deels als eerbetoon aan zijn moeder die niet zo lang geleden de strijd tegen kanker verloor. Zondagavond stond het bescheiden zang- en pianotalent op het grote podium van de Ancienne Belgique. In een majestueus decor stelde de “(No One Knows Me) Like The Piano”-zanger zijn debuut ‘Process’ voor, ondersteund door een band en warm onthaald door een uitverkochte zaal fans.

Na een niet al te toonvast maar inventief voorprogramma verzorgd door PAULi, de drummer van Sampha’s liveband, werd het podium opengetrokken voor de hoofdact. Het decor is simpel en toch geniaal. Een gigantisch wit doek waartegen een halve cirkel opgesteld staat. Het zou een ondergaande zon of halve maan kunnen zijn. Wanneer vier donkere figuren het podium opwandelen, herkennen we Sampha’s silhouet meteen dankzij de eigenwijze pluk kroeshaar. Het podium is groot en daarom kiezen de bandleden ervoor om Sampha ruimte te geven. Uiterst rechts een percussionist, links een extra toetsenist. Achteraan de vrolijke PAULi, dit keer gelukkig zonder microfoon, wel met drums en een hoop elektronica. Ook Sampha’s werktuig voor vanavond lijkt op een ruimteschip. Zijn keyboard is geüpgraded met allerlei apparatuur, hij is immers naast zanger en getalenteerd pianist ook een uitstekende DJ.

Buitenaards warme stem
Starten doet de Brit met albumtrack “Plastic 100°C”. Onder een blauwe schijn is zijn gezicht moeilijk te onderscheiden. De warme stem botst met de kilte van het grote podium en de buitenaardse teksten “You touched down in the base of my fears. Houston, can you hear me now?” Na de sferische opener bedankt de nederige Londenaar ons al meteen voor de komst. “We’re really looking forward to playing for you tonight. We’ve got a couple more tunes to play so I’m just going to get on with it.” zo gezegd, zo gedaan. De Brit doet iedereen meewiegen op “Timmy’s Prayer.” Het orgeltje op de achtergrond geeft het soul-lied een verrassende omkadering. Meneer Sissay heeft nog meer verrassingen klaar staan. Bij “Happens” showt de Brit voor het eerst op de avond zijn meesterpianospel. De extra toetsenist voegt hier en daar een bodempje orgel toe en de twee percussionisten amuseren zich door zachtjes op een en dezelfde trommel te slaan. Ook ballads “Too Much”, dat Drake hergebruikte, en “Take Me Inside” ontroeren door het solo pianospel, hier en daar aangevuld door minimale electronica.
De unieke stem van Sampha klinkt niet alleen zo knus en warm als een versgewassen donsdeken, hij kan ook nog eens uitpakken met mooie franjes hier en daar. De extra echo op de microfoon doet zijn stem tot in de kleinste hoekjes van de zaal weerkaatsen. Sampha is overal. Zelfs de vele geluidseffectjes die op debuutalbum ‘Process’ te horen zijn, nam de Brit mee naar de AB: gebroken glas, vogeltjes, regen en onweer. In het midden van de set kleurt de halve cirkel op het podium plots zo geel als een ondergaande zon, de hemel daarboven paars. Sampha is in zijn element achter de piano-commandopost. Er hangt ook een koebel in zijn cockpit waar hij op tekeer gaat tijdens een indrukwekkende jamsessie na “Kora Sings.” Toch neemt de zanger ook de tijd om zijn publiek van dichterbij te bekijken. “Reverse Faults”, een nummer dat perfect op een album van Drake zou kunnen belanden, is de gelegenheid om een uitstapje te maken naar de rand van het podium. Sampha doet zijn eerste rijen bouncen als een echte rapper.

No One Knows The Piano Like Sampha Does
Terug achter zijn piano, onder een rode gloed, maakt Sampha zich klaar om “Blood On Me” te zingen, de single waarmee hij doorbrak bij het grote publiek. Er blijkt iets mis te zijn met drummer PAULi’s apparatuur. “I love you” onderbreekt een fan de stilte. “Oh thank you, I do too. How are you guys feeling? Having a good time?” Na een minuut rumoer besluit PAULi zijn technicus wandelen te sturen. Misschien is het daardoor dat de drums bij de start van het nummer wat mager klinken. Gelukkig is de piano extra aangedikt en haalt de tweede toetsenist wat extra trompet uit zijn keyboard. De Brit boezemt het publiek angst in met zijn jagende teksten. Zelfs voor een uitverkochte AB weet Sampha zo te zingen alsof hij achterna gezeten wordt. Hij doet voor de laatste keer een uitstapje naar het publiek dat gewillig meebrult.
Hoewel Sampha misschien geen perfect lichaam heeft, danst hij iedereen op 1, 2, 3 naar huis. De band perst er nog een grandioos einde uit en vertrekt dan. De zanger, nu helemaal alleen op het podium, vraagt onze waardering voor ‘de band, die ondertussen al verdwenen is’. Hij gaat zijn nieuwste single in zijn eentje brengen. “Het is niet volledig hetzelfde als de albumversie maar ik hoop dat jullie het leuk vinden.” Waarom we plots een andere versie krijgen, geen idee. Wellicht weet het wünderkind zijn creativiteitskraan niet dicht te draaien. De alternatieve versie van “(No One Knows Me) Like The Piano” klinkt iets minder opgetogen dan diegene waarvan Studio Brussel een Hotshot maakte. De piano krijgt minder de hoofdrol en wordt meer in toom gehouden. Toch klinkt deze versie niet minder mooi. Wie enkel voor het origineel kwam, moest het wel doen met een minder kleurrijke maar even ontroerende variant.
Sampha zou Sampha niet zijn, moest hij niet een extraatje voor ons in petto hebben. Na een oorverdovend applaus verlaat de jongeheer het podium en worden vier drums geïnstalleerd. Sampha komt terug het podium op en neemt plaats achter de microfoon tussenin de drums. De band vervoegt hem en elk lid neemt een trommel voor zijn rekening. Het bisnummer “Without” begint met een krachtige drumsessie. Het lied uit Sampha’s debuut-EP kan met deze vrolijke intro nog steeds rekenen op een warm onthaal.

Dankbaar en bescheiden neemt Sampha Sisay uit Londen afscheid van zijn publiek. Hij wist zondagavond de uitverkochte AB in te pakken met zijn unieke stem, innemende persoonlijkheid en meesterlijk pianospel.

Setlist: Plastic 100°C/Timmy’s Prayer/Under/Happens/Reverse Faults/Too Much/Take Me Inside/Incomplete Kisses/Kora Sings/Blood On Me/(No One Knows Me) Like The Piano/Without

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Grails

Grails - Sfeervolle post-rock noir

Geschreven door

Hoewel het al hun vijfde plaat was, kreeg Grails pas onze volle aandacht in 2008 bij de release van het geweldige ‘Doomsdayer’s Holiday’, een album waarop de band een soort filmische heavy post-rock serveerde die ons fel intrigeerde.
Met ‘Deep Politics’ uit 2011 evolueerde het geluid naar een meer psychedelische en zwevende sound met hier en daar wat dubinvloeden. De zware rock werd wat naar de achtergrond geschoven, maar het unieke geluid van Grails bleef ongeschonden. De nieuwe ‘Chalice Hymnal’ lijkt daar het logische gevolg op, een verdere uitdieping van een prachtige eigen stijl die zich perfect zou kunnen nestelen in een cinema-noir omgeving. De songs worden niet zelden ingekleed met strijkers en spreken tot de verbeelding dankzij sterke arrangementen, oosterse invloeden en gevatte tempowisselingen.

De strijkers waren live niet van de partij, en dat zorgde ervoor dat de instrumentale muziek van Grails op het podium toch wat meer teruggreep naar de geestdriftige, vaak hevig rockende sound van de eerste platen. Het had de intensiteit van de stevigste Mogwai of Russian Circles, de avontuurlijkheid van Goat, de psychedelica van vroege Pink Floyd, de finesse van Explosions In the Sky en de flow van All Them Witches.
Grails was echter niet zomaar de zoveelste post-rock band, want geregeld werden andere oorden opgezocht en bij momenten werden de brokken uit de muur gerockt. Hierin speelde spilfiguur Emil Amos trouwens een cruciale rol. Hij manifesteerde zich als een fenomenale drummer, maar voor een kwart van de set liet hij zijn drumstel over aan een ander en bleek hij ook een uitmuntende leadgitarist te zijn. Het was net op die momenten dat Grails leek te transformeren in een heuse hard-rock band waarbij drie gitaren wild tegen elkaar aan schuurden en zo een ferme gelaagde wall of sound verspreidden. Die hard-rock neigde soms stevig naar een inspirerende doom-metal sound, ook niet zo verwonderlijk als je weet dat Emil Amos een tweede onderdak heeft in het doom-metal collectief Om.
Door die wisselingen van instrumenten en van sfeerschepping zat er heel wat variatie en ademruimte in de set. Het ging van hard naar zacht en van subtiel naar onstuimig. Het klonk filmisch, sfeervol en psychedelisch.
Het ganse concert was een uitermate boeiende trip die zowel band als publiek in hogere sferen bracht. Een sympathiek clubzaaltje als Het Bos leende zich bovendien perfect voor dit donkere sfeertje. Missie geslaagd, zeggen wij dan.

Het drumstel fungeerde vanavond wel in een vooraanstaande rol. Niet alleen Emil Amos had zich met zijn fameus slagwerk in de kijker gewerkt, ook support act Anthony Paterra deed dat onder zijn alter ego Majeure. De man creëert zijn albums in zijn dooie eentje en ook op het podium hoeft hij geen gezelschap. De op keyboards en synths gebouwde groovy krautrock had ie op voorhand in de machine gepompt, live hoefde hij maar op de startknop te drukken en hele boeltje te ondersteunen met, het moet gezegd, een portie indrukwekkend drumwerk. In Het Bos kwam hij gedurende een dikke 20 minuten zijn nieuwste werkje ‘Apex’, een drie songs tellende EP, voorstellen. Hij deed dat met verve en had toch wel een flink stuk van de het publiek in zijn greep met dat bezwerend spacy geluid. Vooral de drummers onder de aanwezigen gingen na zoveel geniaal drumwerk vanavond naar huis met een knoert van een minderwaardigheidscomplex.

Als wij even naar de verdere programmatie kijken van Het Bos, dan zie wij nog veel fraais, onder andere Ex-Cult, True Widow, Part Chimp, Briqueville en het legendarische Psychic TV !
Check toch maar even de website van deze fijne club. http://www.hetbos.be

Organisatie: Het Bos, Antwerpen

Barzin

Peter Doherty - Van Circus-naar Solo-Artiest

Geschreven door


Het was van april 2012 geleden dat Peter Doherty nog eens solo in een Belgische zaal stond. Dat was toen in De Vooruit, waar hij een dik halfuur te laat het podium betrad, onherkenbare versies van zijn nummers speelde en een poging waagde om het wereldrecord bisrondes te verbreken. Vooral die met ‘Albion’ na een onstage handtekeningensessie van een goed kwartier en met de lichten in de zaal al aan, is bijgebleven …

Nu, 5 jaar later, was het tijd voor het Koninklijk Circus. Eigenlijk kan je Pete wel een beetje een circusartiest noemen. Het entertainment is bij zijn optredens minstens even belangrijk als zijn nummers. Het is en blijft een genot om naar te kijken. Ook de band die hij rond hem verzameld heeft, The Puta Madres (ja, u leest het goed), heeft iets circusachtig. Een samenraapsel van 5 nationaliteiten: gitarist Jack Jones een Brit, bassist Drew McConnell (Babyshambles!) een Ier, violiste Miki Beavis een Amerikaanse (met Aziatische roots), pianiste Katia De Vidas (de vriendin van Pete) een Française en drummer Rafael een Spanjaard. Het zijn niet allemaal de meest verfijnde muzikanten dan wel verschijningen, wel hebben ze een soort nomadenvibe rond hen, een verschijnsel dat je ook vindt bij rondreizende circussen. The Puta Madres zijn troubadours die overal en nergens thuishoren en samen de wereld afschuimen om hun publiek te entertainen. En of hen dat gelukt is.

Dat een concert van Peter Doherty nooit helemaal is wat je ervan verwacht, werd al snel duidelijk. Rond kwart na 7 wandelt Pete plots het podium op. Hij zet in z’n eentje “She is Far” in, waarna de begeleidingsband hem vervoegt voor “Arcady”, “A Fool There Was” en “Bollywood to Battersea”. In het publiek overheerste vooral verwarring, het was namelijk niet echt duidelijk of hij er nu al aan begonnen was of niet. Dat de helft van het publiek er nog niet was , speelde ook mee. Op aanvraag van de roadies werd de set echter stopgezet, de soundcheck was immers nog niet afgerond. Ergens had je wel het gevoel dat hij gewoon aan een marathonset van 3 uur wou beginnen, maar zo’n vaart liep het jammer genoeg niet. Peter Doherty in het voorprogramma van Peter Doherty dus. Alvorens het podium te verlaten had hij nog een mededeling: hij droeg de avond op aan Hendrik Van Dale, de jonge Libertines fan die eind januari het leven verloor. Pakkend.

Het ‘tweede’ voorprogramma werd verzorgd door Amy-Jo Doherty & The Spangles, de zus van Pete. Ook zij droeg een nummer op aan Hendrik, in een slideshow passeerden er foto’s van de fan, alsook quotes van Oscar Wilde over de vluchtigheid van het leven. De set zelf was behoorlijk chaotisch en bij momenten vooral, door Amy-Jo’s toedoen, vrij kinderachtig.

Het derde voorprogramma was eigenlijk het enigste dat op voorhand aangekondigd was: Jack Jones, Pete’s gitarist. Hij beperkte zich echter tot 1 gedicht, “To Be a Libertine”, dat ook hij opdroeg aan Hendrik.
Something truthful, something raw, something worth living for, I know what it means to be a Libertine. Ik kan alleen maar hopen dat Hendrik van ergens bovenaan meekeek en gezien heeft wat voor een onwaarschijnlijk mooie tributes hij kreeg van zijn grote helden. Het siert hen, en verstrekt enkel maar de gedachte dat het oude Libertines-credo waarbij fans deel uitmaakten van de groep, nog steeds van toepassing is.

Solo-optredens van Peter Doherty zijn traditioneel gezien opgebouwd uit een mix van Babyshambles, Libertines en solomateriaal. Dit was in het Koninklijk Circus wel wat anders. Op een handvol nummers na teerde set vooral op zijn nieuwe plaat, ‘Hamburg Demonstrations’, en nog nieuwer werk, alsof Pete wou tonen dat hij vandaag de dag een volwaardig solo-artiest geworden is. Automatisch gevolg van deze setlist is dat het er allemaal wat rustiger aan toe ging. Bij momenten werd het zelf een tikkeltje… saai. Saai voor zijn doen, dan welteverstaan, want een ‘saaie’ Peter Doherty is nog steeds spannender dan eender welke kamerplantband. Opkomen deed hij gedrapeerd in de Belgische driekleur, waarna de begeleidingsband “I Don’t Love Anyone” inzette. Vervolgens passeerden “Kolly Kibber” en “Last Of The English Roses”. Het viel vooral op hoe weinig fouten er gespeeld werden, The Puta Madres waren op afspraak. Van het nieuw werk bleven vooral “The Steam”, onbegrijpelijk dat dit nummer de plaat niet haalde, en “Who’s Been Having You Over” hangen, dat laatste had een intro à la “Children of The Revolution” van T-Rex en veranderde erna in een typische Dohertysong die dan weer veel weghad van Babyshambles’ “8 Dead Boys”.
Uit ‘Hamburg Demonstrations’ noteerde ik vooral de antiterreursong “Hell To Pay At The Gates of Heaven” dat het publiek aan het dansen kreeg en “Oily Boker” waarin Pete nog eens ouderwets in het rond schopte en met zijn microfoon bijna een cymbaal vakkundig in tweeën spleet. Van The Libertines speelde hij het bloedmooie “You’re My Waterloo” en de demo “All at Sea”, van Babyshambles “Albion”, dat nog steeds een beter Engels volkslied is dan “God Save The Queen”, “Rule Britannia” en “Jerusalem” samen.
Beklijvend was het voorlaatste nummer “Travelling Thinker”, nog zo’n nieuw, dat nogmaals opgedragen werd aan Hendrik. Doherty noemde hem one of us en het sneed door merg en been.
Na een lange pauze kwam Pete alweer het podium opgestapt, gewapend met een akoestische gitaar. Hij deelde mee dat zijn vader aanwezig was, iets wat zichtbaar deugd deed. Jarenlang hield Peter Doherty Senior de boot af, zijn zoon was niet meer welkom vanwege diens overmatig druggebruik. Peter zette de eerste single van The Libertines, “What a Waster”, in en tot zijn grote verbazing vervoegde zijn vader hem op het podium. Doherty Senior stal de show en Pete genoot van deze onwaarschijnlijke hereniging. Vervolgens kwam zijn moeder, Jackie Doherty, het podium op met een grote verjaardagstaart. Pete werd zondag 38 (38!) en dat moest gevierd worden. Het Koninklijk Circus was getuige van een heus verjaardagsfeestje. Het leek het signaal voor Doherty om met “Killamangiro” eindelijk eens een tandje hoger te schakelen. De bisronde werd vintage Pete. De Velvet Underground cover “Ride Into The Sun” rammelde langs alle kanten en had flarden van “Don’t Look Back In Anger”, “Fuck Forever” was wederom de gedroomde afsluiter. Het publiek ging eventjes uit z’n dak, de imposane moshpit die gevormd werd toonde aan dat velen een steviger optreden verwacht hadden.

Alles samengevat kregen we meer ‘Pete De Solo-Artiest’ dan ‘Pete De Circusartiest’ te zien. Het werd een ingetogen avond in herdenking van Hendrik, met de focus op het solowerk, toch waren er net voldoende Doherty uitspattingen die bewezen dat hij nog steeds veruit het meest interessante buitenbeentje is in de Britse gitaarrock.
Gelukkige verjaardag, Peter, op naar tram 4!

Organisatie: Live Nation.

Robbing Millions

Robbing Millions en dirk. – Belgische Tame Impala vs Stevige Indierock

Geschreven door

Robbing Millions en dirk. – Belgische Tame Impala vs Stevige Indierock
Robbing Millions
Cactus Club
Brugge
2017-03-10
Louis Follebout

Een avond van 2 uitersten zou je het kunnen noemen met dirk. en Robbing Millions op de affiche. Een stevige indierock band met een mix van clean en zeer ruwe vocals staat tegenover de Belgische Tame Impala.

Beginnen doen we met dirk. Het is vanaf de intro duidelijk welk vlees ze in de kuip hebben: stevige en ruige filets doorspekt met meer dan goeie songteksten en melodieën. Wanneer de band het vierde nummer aansnijdt, heerst er een algemene ‘feel good vibe’ in de zaal die wat doet denken aan de poppy songs van ‘the bleachers’. Dit slaat echter halfweg om in een zware en duistere sfeer die inslaat als een bom. De eerste headbangs zijn een feit. Het viertal strooit rijkelijk met energie en power richting de zaal, die op zijn beurt niet erg ontvankelijk is. Het publiek geniet van deze parade van wilde drums,  pompende bassen en heerlijke songteksten, maar is moeilijk in beweging te brengen. De band kadert zichzelf in met de gevleugelde woorden ‘dirk. is a band’. Na het zien van hun passage zouden ze gerust een uitbreiding aan hun slogan kunnen toevoegen. dirk. is a band, en wat voor één!

Tijd voor de hoofvogel van de avond. De mannen van Robbing Millions betreden, deels blootvoets, voor het eerst een Brugs podium. De eerste beats worden de zaal ingestuurd terwijl frontman Gaspard met handen in de zakken begint aan een soort moderne danscompositie die duidelijk aanstekelijk werkt. De eerste danspasjes worden zichtbaar in het publiek. Er is duidelijk meer interesse van de toeschouwers. De klassieke ‘boog om de eerste rij’ wordt vervangen door front row groupies die meteen meegaan in de psychedelische melodieën van het Brusselse ensemble. Wat volgt is een resem aan uiterst dansbare nummers met zeer goed klinkende samenzang. Een klein puntje van kritiek is wel op zijn plaats. Voor een leek kunnen de stemmen en melodieën vaak hetzelfde klinken, maar dit maken ze meer dan goed met hun individuele talenten. Hier staan duidelijk 5 getalenteerde muzikanten die zich met volle overgave smijten op het podium.
De band wordt vaak vergeleken met Tame Impala en deze vergelijking gaat op tot op een zeker niveau. Robbing Millions injecteert hun psychedelische en elektronische nummers met scheurende indierock en hier en daar zelf een tikkeltje jazz, wat door het publiek enorm gesmaakt wordt. Toch blijft het publiek zeer braaf. Een mogelijke verklaring is de aanwezigheid van 2 hoge tafels die het publiek een mogelijkheid tot leunen aanbiedt, wat duidelijk een effect heeft op het enthousiasme. Aan de energie van de band zal het vast en zeker niet gelegen hebben.
Een constante in alle nummers blijft wel de enorm dansbare ritmes, ook al is het vooral de band zelf die hiervan gebruik van maakt en dansmoves uit de mouwen schudt waar zelf de jury van ‘So You Think You Can Dance’ de ogen van opengooit.
Tijdens het laatste nummer is er zelf een snuifje postrock toegevoegd aan het recept van Robbing Millions en er zijn vleugjes van 65 days of static te bespeuren. Deze lijn wordt ook doorgetrokken in de bisnummers. Als afsluiter halen ze nog eens alles uit de instrumenten en spelen ze alsof hun leven er van afhangt. De frontman gaat zelf even door de knieën om te bekomen. Een loeiharde afsluiter die in de verste verte niets meer met Tame Impala te maken heeft, in tegendeel, ze doen zelf stukken beter.

Algemene conclusie van de avond: Robbing Millions heeft zijn eerste Brugse optreden meer dan overleefd. Toegegeven niet het beste optreden dat ze al gegeven hebben, maar geef het nog even en de band zal ook hier eeuwige roem en furore genieten!

Setlists
dirk.
1. Gnome    2. Toothpick    3. Hit    4. Lek    5. Waste    6. Hide   7. Sick and tired   8. Milk
Robbing Millions
Robbing Millions
Wiagw   2. 8 is the figure I like te most   3. Dreams   4. Bigfoot   5. Hand in Hand   6. Tenshinhan   7. Warder   8.?   9. I did not realize
10. Dinosaur   11. ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/dirk-10-03-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/robbing-millions-10-03-2017/
Organisatie: Cactus Club, brugge

Pinegrove

Pinegrove - Krachtiger dan Barcelona tegen PSG

Geschreven door

 De mensen die gisteren niet in de Botanique aanwezig waren, hadden duidelijk ongelijk. De Amerikaanse band Pinegrove speelde er hun laatste show van hun Europese tour en dat was eraan te zien. Met heel veel enthousiasme speelde Pinegrove een mega strakke set die enorm krachtig klonk en ons wist te boeien van begin tot einde. Vorig jaar kregen ze van verschillende muziekcritici heel wat lof naar hun hoofd geslingerd. Wij konden al dat enthousiasme rond hun nieuwste plaat iets moeilijker vatten, maar na hun show van gisteren, zijn we ervan overtuigd dat Pinegrove nog heel wat moois staat te wachten.

Het voorprogramma van de avond is een klein meisje, genaamd Lomelda. Gewapend met een gitaar, een gek kapsel en een brilletje dat steeds weer van haar neus schuift, stapt ze ongegeneerd het podium op. De zaal is amper gevuld, maar dat houdt haar zeker niet tegen om er toch meteen met het nodige enthousiasme aan te beginnen. Haar muziek doet ons wat denken aan Florist, maar dan met de ruwheid van Angel Olsen. Op muzikaal vlak krijg je soms de indruk dat ze de mist zal ingaan, maar telkens je dit denkt, redt ze zichzelf en komt ze weer op haar pootjes terecht. Toffe meid die Lomelda.

De zaal is ondertussen volgelopen en de net niet uitverkochte Rotonde lijkt echt wel zin te hebben in de hoofdact van de avond. Pinegrove komt heel enthousiast het toneel opgewandeld en begroet uitgebreid het publiek. Na enkele minuten op het podium te staan wankelen zonder enige klank te produceren, beginnen ze aan hun set met het wondermooie “Recycling”. De sfeer zit meteen goed en wat we meteen opmerken, is dat mensen met epilepsie hier niet op de juiste plaats zitten aangezien de lichtshow nogal bombastisch is, vlucht nu het nog kan.
“Size Of The Moon”, één van de betere nummers van hun laatste album Cardinal, zorgt voor het eerste hoogtepunt van de avond. Wat ons opvalt is dat de nummers live enorm krachtig overkomen. Op plaat komen ze al stevig binnen, maar live doen ze er nog een schepje bovenop. De Rotonde bonst echt en dat zet mensen aan tot gekke dingen. Vooraan probeert een jonge man het feest op gang te brengen, maar na twee vreugdesprongetjes en enkele oerkreten, houdt hij het al voor bekeken en beslist hij om maar normaal te gaan doen zoals de rest van het publiek, zonde.
Er worden vanavond ook enkele nieuwe nummers gespeeld en deze klinken veelbelovend. Wanneer je een zaal kan overtuigen met nummers die ze nog nooit gehoord hebben, dan weet je dat je goed bezig bent. Tussen de nummers door weet frontman Evan altijd wel iets te vertellen en dat kan zeker gezien worden als een positieve eigenschap. Het mag natuurlijk ook wel niet teveel van het goede zijn, want dat kan heel snel gaan tegensteken. Gelieve gewoon je nummers te spelen en geen twintig minuten te verspillen aan onnodige monologen over wetenschap en sandwiches.
Het laatste nummer van de reguliere set, “New Friends”, klinkt ook live nog krachtiger dan dat het op de plaat al was. Op deze manier delen ze alweer een stevige stoot uit naar het publiek, dat er maar geen genoeg van kan krijgen. Na het nummer verlaat de band het podium en speelt Evan een nummertje helemaal alleen en weet ook op deze manier te overtuigen. Wat kan die man toch zingen, tjonge jonge. Na “Old Friends” en “Aphasia”, beslist de band om te eindigen met “The Metronome”. Uitstekende keuze!

Vanavond waren we getuige van een band die in de toekomst nog heel veel mensen met verstomming zal slagen. Ze overtuigden vanavond op een magistrale wijze en mogen met een opgeheven hoofd terugkeren naar Amerika. De volgende keer dat deze heren in ons land te zien zijn, verwachten we een uitverkochte zaal. Straffe show heren!

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Botanique, Brussel

Blonde Redhead

Blonde Redhead - Hun eigenzinnige muziek staat centraal

Geschreven door

Voor wie Blonde Redhead niet zo goed zou kennen kan ik je vertellen dat ze begin de jaren 90 opgericht zijn. In die tijd maakten ze hoofdzakelijke noise en atonale rock. Later werden er meer shoegaze en dreampop elementen toegevoegd aan hun muziek. Je hoort het al: echt gemakkelijke of mainstream muziek maken ze niet. Sinds jaar en dag is Blonde Redhead een trio bestaande uit de twee Pace-broers en de Japanse Makino.

The Girl Who Cried Wolf uit Antwerpen opende de avond met hun donkere en sfeervolle indierock. Ze deden dat niet slecht en brachten hun fragiele muziek mooi over tot bij het publiek.

Blonde Redhead was naar De Kreun gekomen met een best of-setlist en een nieuwe EP ‘3 O’Clock’. De markante en hoge stem van Kazu Makino blijft een ijkpunt in hun muziek. Afgewisseld met de stem van Amadeo Pace zorgde dit voor afwisselende en aangename zangmomenten. Een trip , zo kan je hun optreden een beetje noemen. Het element noise is er zowat helemaal uit en de muziek is veel breekbaarder en eclectischer geworden. Mooi en soms onvoorspelbaar.
We kregen een integer optreden wars van stromingen en rages. Met minstens twee songs uit hun nieuwe EP ( “Where Your Mind Wants To Go” en “Three O’Clock”) die overigens niet misstonden tussen de rest van hun setlist. Je voelde ook de waardering van het publiek groeien gedurende het optreden. Een mooi opgebouwd optreden waarin de muziek centraal stond.

Setlist: Falling Man, Bipolar, Elephant Woman, Mind To Be Had, No More Honey, Where Your Mind Wants To Go, Anticipation, Three O’Clock, Doll Is Mine, Dr. Strangeluv, Dripping, Spring And Summer Fall, 23

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Sum 41

Bruisende Punkrockparty voor 20 jaar Sum 41!

Geschreven door


De AB in Brussel was helemaal volgelopen voor de Canadese punkrockers van Sum 41!  Buiten was het kil en nat, binnen zwoel en vrolijk!

Het voorprogramma werd verzorgd door ons eigen F.O.D. uit Antwerpen en Hollerado uit Ontario (Canada).  F.O.D. is een  band met een hele catchy sound en een stevige live reputatie.  Onlangs kwam hun derde CD ‘Harvest’ uit en dat is werkelijk een knaller van formaat. Check it out please!
Hollerado draait al zo’n 10 jaar mee en speelt vooral heel toegankelijke poprock en luchtige indie rock!  Hun 3de en meest recente CD ‘Born Yesterday’ kwam in het voorjaar uit en sindsdien zijn ze op tour als support van landgenoten Sum 41.

Ondanks de verdienstelijke set van zowel F.O.D. als Hollerado was het talrijke publiek natuurlijk ongeduldig aan het wachten op de doortocht van Deryck Wibley en zijn kornuiten.  Sinds de frontman terug helemaal clean is en sinds Sum 41 hun laatste album ’13 Voices’ uitbrachten in 2016 zijn ze weer aan een mooie opmars bezig en brengen ze live terug het nodige vuurwerk!  Zo mochten ze vorig jaar al Groezrock afsluiten en kwamen ze nu even Brussel punkrockgewijs op z’n kop zetten.

Het optreden op Groezrock 2016 was zeker niet slecht maar oversteeg (wat mij betreft) toch amper de middelmaat, al zullen de trouwe fans dat nauwelijks gemerkt hebben of helemaal geen punt van maken.  Het leek wel of mister Wibley er net zo over dacht want bij de aanvang van het concert in een overvol en uitgelaten AB trok hij meteen stevig van leer en maakte hij meteen duidelijk waarvoor Sum 41 gekomen was : een intens punkrockfeest van de eerste tot de laatste noot!  De frontman zag er opvallend fris, fit en energiek uit en was daarenboven veel van zeg!  Onmiddellijk nam hij de fans mee in zijn muzikale trip en zorgde hij voor een aandoenlijke wisselwerking tussen band en publiek.  De set was werkelijk een uitbarsting van hits afgewisseld met nummers van de laatste CD.  Een zeer geslaagde mix van ‘best of’  en recent werk.  En de sfeer zat er meteen in, letterlijk en figuurlijk!
Sum 41 heeft natuurlijk een zodanige reeks ‘hits’ waaruit ze kunnen putten dat op elk moment van de show een feest kan worden gebouwd.  Zeker wanneer de band aankondigt hun 20-jarig bestaan graag te willen vieren samen met de fans.
Nummers als “The Hell Song” en “Over My Head” zaten vooraan in de set, inclusief de traditie dat een paar fans op het podium worden uitgenodigd om vandaar het optreden mee te maken en de overheerlijke sing along momenten die gans de zaal deden meebrullen.  Tijdens “Goddamn i’m Dead Again” , van de recentste CD,  nodigde Deryck de fans met succes uit tot het inzetten van een reuze circle pit.  Bij “Underclass Hero” volgde een massaal ‘jumpmoment’ en werden mega ballonnen de zaal ingestuurd waarna frontman Wibley ze één voor één neersabelde met zijn gitaar.
Daarna was het tijd om even een beetje gas terug te nemen en volgde een trio van iets minder snelle nummers (oa. met “Breaking the Chain”) waardoor iedereen een beetje op adem kon komen.  Wibley deelde het publiek mee dat het nummer “War” hem persoonlijk zeer nauw aan het hart lag.
De schijnbare rust was van korte duur want het was tijd voor “Motivation”, “We’re all to Blame” en het oudere “Makes no Difference”, stuk voor stuk heerlijke up-tempo punkrock hymnes waar de band hun handelsmerk van gemaakt heeft.  Typisch is ook dat af en toe een stukje heavy metal wordt ingezet en dat trouwens de hele set doorspekt zit met dergelijke korte uitstapjes.
Bij aanvang van het ingetogen nummer “With Me” maakt frontman Wibley ook in werkelijkheid een korte uitstap en neemt hij plaats in het midden van de zaal, omringd door fans die dit moment gretig proberen vastleggen op hun smartphone en intussen het nummer uit volle borst meezingen.
Terwijl het podium achter de schermen wordt klaargemaakt voor de laatste versnelling richting einde show, is drummer Frank Zummo (bij de band sinds 2015) zijn moment gekomen en mag hij zijn prima vakmanschap een paar minuten etaleren aan de menigte.  De gretigheid waarmee hij dit doet straalt af op het publiek.  De respons is bijgevolg al even gretig en spontaan.
Het geslaagde feest gaat vervolgens niet aflatend door en aan een verschroeiende tempo worden weer een paar ijzersterke Sum 41 hits bovengehaald die de sfeer en temperatuur in een paar minuten terug naar een kookpunt stuwen.  Wat te denken van achtereenvolgens “We will Rock You” van Queen, “Still Waiting” en “Into Deep” met achteraan on stage een reuze skullhead met rode ogen die zagen dat het goed was.  Zeer goed zelfs!
Ook de toegift was om punkrock duimen vingers af te likken.  Zowel de band als de fans hadden er nog ongelofelijk veel zin en plezier in en beslisten de party nog wat verder te zetten met eerst het breekbare en ingetogen “Crash” met Deryck op piano en tenslotte “Pieces”, het fantastische “Welcome to Hell” en de klassieker “Fat Lip”.  Het voltallig publiek danste en sprong mee op de laatste tonen van het Canadese 5-tal en de AB danste mee op zijn grondvesten! 
Als uitsmijter kwam daarna de band nog eens terug als heavy metal gimmick, inclusief de pruiken met lang haar, zonnebrillen ed. à la Steel Panther en brachten ze op vermakelijke wijze het gekende “Pain for Pleasure” waarbij gitarist Tom Thacker even de lead vocals voor zijn rekening neemt.

Men mag zeggen wat men wil van Sum 41 maar de band bracht een uiterst genietbaar concert waarbij iedereen zich 100% amuseerde.  Vernieuwend is het misschien allemaal niet maar die periode heeft de band al een hele poos geleden achter zich gelaten.  Ze brengen gewoon een fijne portie complexloze catchy punkrock en kunnen met veel verdienste kiezen uit een batterij hits die na al die jaren nog steeds goed in het oor liggen en nauwelijks hebben ingeboet aan aanstekelijkheid.
Voor mijn part mag de band er gerust nog eens 20 jaar bovenop doen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sum-41-08-03-2017/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Helmet

Helmet - Pokkenluid, kurkdroog en retestrak, dat kan alleen maar Helmet zijn

Geschreven door


Je mag Helmet gerust een legendarische band noemen, pioniers wat ons betreft. Een band die zichzelf met het onsterfelijke en extreem rauwe ‘Meantime’ in 1992 definitief op de wereldkaart zette. De band creëerde op die mijlpaal een alternatieve en kurkdroge metalsound  die tot ver buiten de grenzen van het genre reikte en hen zeer geliefd maakte bij een steeds groter wordend kransje alternatieve muziekliefhebbers. Nadien heeft Helmet het geweldige ‘Meantime’ nooit meer kunnen evenaren, laat staan overtreffen, maar platen als ‘Betty’ (dat vanavond uitgebreid aan bod kwam) en ‘Monochrome’ (dat dan weer compleet genegeerd werd) kwamen toch aardig in de buurt.

Ondertussen heeft Page Hamilton, bezieler van de band en de enige overgebleven oude krijger, met een stel jonge wolven toch weer een oerdegelijk nieuw album in mekaar gebokst. Op “Dead To The World” duikt de primitieve power van weleer af en toe terug op en wordt die bij momenten een gepast grunge jasje aangemeten.
Hamilton zette de avond in met een jazzy gitaarintro om dan via “Beautiful Love” en “I Know” meteen los te barsten in een spervuur van kolkende riffs, pompende bassen en loeiende gitaren. Nieuwelingen als “Life Or Death”, “Bad News”, “Red Scare” en vooral een gloeiend heet “I love My Guru” kwamen de test heel goed door en nestelden zich als flink uit de kluiten gewassen uitdagers tussen het onverbloemde geweld van de oudere songs.
De Helmet-wall of sound vertoonde geen tekenen van verbrokkeling en Hamilton doorkliefde de moordsongs met zijn overstuurde gitaarsolo’s, waarin het leek alsof vlijmscherpe scheermesjes dwars doorheen de snaren sneden.
Helmet stond er weer, dat was een feit. Een solide band met een volle en harde sound, straight in your face. Hier zat hoegenaamd nog geen sleet op. Het werd naarmate de set vorderde ook alsmaar snediger, beter en heftiger, want Helmet spaarde de gevaarlijkste splinterbommen tot op het laatst. “Turned Out”, “I Know” en vooral de regelrechte klassieker “Milquetoast” kwamen lelijk huishouden in de Kreun. Als klap op de vuurpijl mocht de ultieme Helmet-bom, een verschroeiend “In The Meantime”, de genadeslag toedienen. Voor eeuwig zal dit de song blijven waarmee Helmet in menig geheugen gegrift zal staan, een moordzuchtige krachtstoot van amper drie minuutjes die overal een spoor van vernieling aanricht. Geen betere song om zo een splijtende set te eindigen.

Dit was Helmet zoals we ze het liefst lusten. Rauw, retestrak, loeiend hard en kurkdroog. Alleen een grotere greep uit ‘Meantime’ had ons nog gunstiger kunnen stemmen, maar de uitgebreide en vurige sessie in bed met ‘Betty’ was natuurlijk ook lekker meegenomen.

We hebben toch nog een niet mis te verstane tip voor Hamilton : ‘Meantime’ viert dit jaar zijn 25e verjaardag. Kom godverdomme als de bliksem terug en speel die motherfucker van een plaat integraal met de volumeknop ver over de rooie !
Op Graspop dan maar ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/helmet-08-03-2017/

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/local-h-08-03-2017/


Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Milow

Modern heart

Geschreven door

Milow brengt al dag en dauw heel gemoedelijke muziek, aangenaam luistervoer van dromerige , sfeervolle gitaarpop , semi-akoestisch of elektrisch onder z’n zalvende , warme stem . Hij heeft al een pak singles waarvan “You don’t know” en 50 Cents “Ayo technology” in het geheugen gebrand zijn . De mooie pophits , de tunes en het charisma tekenden voor de succesvolle carrière .

Ook hier is het een album vol sfeervolle nummers , de keys , elektronica en beats dringen zich wat meer op , dan op de vroegere platen, wat we horen op “Waiting around for love”, “Love like that is easy” en “No no no” . De strijkers , die voor een rijkelijke aanvulling al zorgden , zijn nu op het achterplan . “Howling at the moon” is de sterke  single. Het ingetogen “Way up high” neemt je in door de gevoelige pianotunes. Vermakelijk en smaakbol materiaal , dat balanceert tussen melancholie en geluk(zaligheid).
De carrière van Milow, Jonathan Vandenbroeck, begon simpelweg met een man , z’n stem en akoestische gitaar . De extra tracks , vroegere nummers, ondersteunen dit ; de eenvoud en melodie raken.
Kortom Milow is er steeds voor een streepje gezapige, aangename  muziek .

Lyenn

Slow Healer

Geschreven door

Lyenn is het alterego van Fred(erick) Jacques . Hij heeft al een paar platen uit en heeft voor deze nieuwe gekozen voor een puur emotievol melancho geluid . Hij is gekend als bassist bij Dans Dans en trok mee op tour in de Mark Lanegan Band .
In Lyenn kan hij nog verder z’n creativiteit kwijt in sobere , intieme , tedere , sombere songs. De sound gaat naar de essentie en het indringend gitaargetokkel is bepalend. De tien nummers zijn traag slepend en hebben dus een donkere inslag. We hebben een ingehouden spanning . We voelen verlies, verlating , wantrouwen aan . Zijn innemende , grauwe stem injecteert en  doet z’n werk. Keys en piano durven aan te vullen.
Met een knipoog naar de aanpak van Timber Timbre , hebben we een plaat , die dwingt naar volledige overgave .

Flume

Skin

Geschreven door

Flume is het alterego van de Australische producer Harley Streten en is zo beetje het nieuwe wonderkind van de elektronische scene . Op de nieuwe plaat meet hij het met drum’n’bass , krautrock , trippop en postdustep . Een uur lang wordt je in deze wereld ondergedompeld en de handvol instrumentals zijn z’n DJ ervaring door de jaren in elektronisch vernuft en bleeps. Een rits gastvocalisten verleenden hun medewerking ; door die veelzijdigheid sijpelen invloeden van hiphop, soul en sferische sounds door. De songs zijn catchy, extravert en minder ingetogen dan op het debuut . “Never be like you” met Kai Lyrics en “Say it” met Tove Lo springen in het oog ; de songs met Reakwon , AlunaGeorge , Litte Dragon , Vince Staples/Kucka zijn eveneens de moeite en onderstrepen de bredere aanpak met zalvende , gruizige en forsere beats .
Het is best een spannend album van een artiest die verder gaat dan zijn DJ ervaring , en met de gastvocalisten een stapje waagt en chill en dance  in elkaar laat verweven.

Power Trip

Nightmare Logic

Geschreven door

Power Trip, het beestige hardcore-trash-metal combo uit Texas, pakt op ‘Nightmare Logic’ uit met hondsbrutale metal die recht op doel afgaat. Het allesverwoestende album beukt met volle geweld de deuren in en slaat ondertussen alle ramen aan diggelen. Het staat bol van moordriffs, extreem vette trash-gitaren, bloeddorstige vocals en een pompende ritmesectie die de boel onverbiddelijk aan flarden rijt.
Acht barbaarse songs worden er in een dik half uur met een rotvaart doorgejaagd en ze richten flink wat averij aan. Geen tijd voor franjes of rustpuntjes, laat staan ballads. Er is maar één richting en dat is rechtdoor, alles wat men onderweg tegenkomt wordt meedogenloos verpletterd.
Dit is van de meest furieuze en directe metal die er dezer dagen te vinden is. Hiermee vergeleken is Metallica een loungegroepje en Slayer een balorkest.

Beyond The Labyrinth

The Art Of Resilience

Geschreven door

Het vierde album van Beyond The Labyrinth heeft na beluistering een beetje een progressieve insteek. Dit op muzikaal vlak. Maar ook het concept van het album dat gaat over jezelf oppikken en doorgaan op moeilijke momenten. De muziek heeft naast de ietwat progressieve uitwerking ook elementen van melodische, gothische en symfonische metal. De zang klinkt eerder als dat van een klassieke melodische metal/hardrock band. Dus geen grunts en growls. Dat zou bij deze muziek ook niet meteen passen. Voor de vocals deed men onder meer beroep op Will ‘Wizz’ Beauprez ( De vorig jaar overleden zanger zingt hier op “Carry On”), Filip Lemmens, Oliver Wright, Colin Flynn en nog een deel van gastzangers. Positief is dat het album daardoor gevarieerd maar toch samenhangend klinkt. Alle songs zijn mooi uitgebouwd en klinken haarfijn: van de traditionele ballad “Someone Watching Over You” naar de iets donkere en steviger song zoals “Prince of Darkness” tot de iets progressievere song “Salve Mater”. Op dit vlak kunnen we zeker niet klagen.
Bij momenten doet de muziek mij een beetje aan bands zoals Whitesnake, Y&T, Rainbow… denken. De goeie hardrock/metal bands uit de jaren 70, 80 en 90 dus. Het artwork is ook heel mooi tot in de details uitgewerkt. Sfeervolle foto’s, tekstboekje… Je merkt dat er werk in gestoken werd.
‘The Art of Resilience’ klinkt heel potent, melodisch en volwassen. Voor wie van deze stijl van metal/rock houdt is dit een heel aangenaam album waarin de songs centraal staan. Kwaliteit noemen we dat dan.

Neville Staple

The Return Of JudgeRoughneck

Geschreven door

‘The Return Of Judge Roughneck’ van Neville Staple is het beste ska-album van 2017! Niet dat de Brit in dit genre veel concurrentie zal hebben, maar toch. Neville Staple doorkruist de Britse ska-geschiedenis reeds sinds de jaren ’80. Hij was erbij in verschillende bezettingen van The Specials en Fun Boy Three en werkte reeds samen met leden van No Doubt, Bad Manners, Rancid, The Beat, Desmond Dekker, The Damned en The Clash.
Het pas uitgebrachte ‘The Return of Judge Roughneck’ is zijn derde solo-album. De rechter in de titel verwijst naar een personage dat Staple indertijd verzon voor de track “Stupid Marriage” van The Specials. Het is ook de naam van de openingstrack van dit album en die vervult elke belofte die in de naam zit. Je waant je meteen terug in het begin van de jaren ‘80, naar de periode dat The Specials, The Beat en Madness het mooie weer maakten met hun 2Tone-ska. 
De eerste track is misschien nog een beetje mellow ska en opvolger “Bangarang”, een cover van Lester Sterling & Stranger Cole, is meer reggae dan ska, maar voor het overige is het op dit album al ska en rocksteady wat de klok slaat. Neville Staple is niet de meest fantastische zanger, vooral een toaster, maar dat compenseert hij met veel enthousiasme en met een begeleidingsband die nergens een steek laat vallen. Zij houden je als luisteraar het hele album in de juiste flow.
Het album is een mengeling van ska-klassiekers uit Jamaica en de UK, nummers uit Staple’s eigen muzikale verleden en een paar welgemikte covers zoals Jimmy Soul’s “Be Happy”.  Behalve fantastisch genietbaar, vrolijk en dansbaar is het een fantastische trip down memory lane. Net als in de gloriedagen wordt er al eens subtiel of minder subtiel met de vinger gewezen: politici krijgen op verschillende songs een rake veeg uit de pan en ook andere dieven wordt de les gespeld, zoals op “Crime Don’t Pay”.
Maar het is vooral de muziek die primeert. “Lunatics” zit een beetje in het straatje van “Ghost Town” van The Specials en “Maga Dog” is een gepimpte versie van een song van The Specials. “Gang Fever” heeft een orgelriedel die van Madness had kunnen zijn.
Het ‘gewone’ deel van dit dubbelabum sluit af met een knappe versie van “Sweet Sensation” van The Melodians. Daarna is het de beurt aan een tweede album met dub-versies, die begint met een prachtige versie van de klassieker “Enjoy Yoursel”, die de liefhebbers nog zullen kennen van de versie van Prince Buster en die ook op de live-setlist van The Specials staat.  Daarna volgen nog dub-versies van “Maga Dog” en “Crime Don’t Pay”.  Sommige songs blijven mooi overeind in de dub-versie, maar andere dub-tracks zijn enkel voor de liefhebber genietbaar.
Neville Staple is een mooie aanvulling voor wie nog regelmatig een 2Tone-klassieker oplegt. Het proberen aansluiting vinden bij de liefhebbers van dub komt niet altijd mooi uit de verf.

My Baby

Prehistoric Rhythm

Geschreven door

De Amsterdamse band My Baby is in ons land al bekend bij het publiek van Radio 1. “Seeing Red”, de single van hun vorige album, stond heel wat weken op de playlist. Dezelfde mix van rock, blues en dance vind je op het nieuwe album ‘Prehistoric Rhythm’.
In vergelijking met de twee vorige albums heeft My Baby het dance-universum nog wat verder verkend, met name tot aan de triphop. Niet dat er zuivere triphop-tracks op dit album staan, maar een aantal ademen wel die sfeer van Massive Attack en Portishead. Het maakt dat deze muziek nog wat moeilijker te definiëren is, maar de belangrijkste ingrediënten blijven blues, rock en dance. Met een Belgische of Vlaamse band vallen ze moeilijk te vergelijken, maar er zijn vaagweg raakpunten met SX, (vroege) Hooverphonic, Bettie Serveert, Yazoo, Alabama Shakes en Intergalactic Lovers.
De mix van al die muziekstijlen werkt het beste in openingstrack “Electrified”, een hete, bezwerende smeltkroes van electro en blues, met als ultieme twist de licht vervormde stem van zangeres Cato van Dijck. “Same Wave” is dan weer traag, mysterieuzer en moeilijker in een hokje te duwen. Single “Love Dance” trekt het tempo weer omhoog, opent wat braaf, maar bloeit dan helemaal open tot een echt dance-nummer. Mooi opgebouwd, dansbaar, zelfs meezingbaar, maar misschien niet representatief voor de band en het album.
“Cosmic Radio” combineert de eerder vermelde triphop-feel met Midden-Oosterse invloeden. “Ancient Tribe” is dan weer heel opzwepend en opnieuw heel dansbaar, maar kan niet helemaal overtuigen. Daarvoor is er muzikaal en tekstueel toch wat te weinig vlees aan het been.
Ergens halfweg het album laat My Baby de dance-invloeden een beetje los en krijgen we een meer rockende en bluesy versie van dit trio te horen. “Moon Shower” leunt weer een beetje op Portishead, maar dan met een dikke streep bluesrock erdoor. Ook in “Make A Hundred” wordt er onbeschaamd gerockt. “Haunt Me” is verslavend en overtuigend bluesy, maar zit vol verwachting zonder echt open te breken. Dat doen “Sunflower Diesel Blues” en “Straight No Chaser” dan weer wel. Het is prachtige bluesrock, zoals we die kennen van bv. Alabama Shakes.
‘Prehistoric Rhythm’ sluit na dat rock-geweld af met een alternatieve versie van “Haunt Me”, dit keer verpakt als minimalistische electro. Als om nog eens te benadrukken dat My Baby uit heel veel verschillende vaatjes tapt. Het geëxperimenteer pakt meestal heel goed uit, maar evengoed zou je soms wensen dat ze niet alle richtingen tegelijk uitgaan.

Sepultura

Machine Messiah

Geschreven door

Sepultura is sinds 1998 de band waar Max Cavalera opgestapt is. De resterende bandleden en nieuwe zanger Derrick Green hadden sindsdien moeite om de bestaande fans ervan te overtuigen dat doorgaan met Sepultura nog wel zin had. Elk nieuw album van Sepultura werd zowel door fans als critici als wisselvallig en middelmatig bestempeld.  Maar Andreas Kisser, Derrick Green en Paulo Xisto hielden voet bij stuk en bleven touren en nieuw materiaal uitbrengen. Pas bij hun vorige album, The Mediator Between Head And Hands Must Be The Heart, waren de critici weer nagenoeg unaniem tevreden over het niveau.
Voor een deel van de ‘oude’ Sepultura-fans zal ook het nieuwe album Machine Messiah bij voorbaat een verloren zaak zijn, maar wie hier met een open vizier naar luistert, krijgt een album om duimen en vingers bij af te likken.
‘Machine Messiah’ opent met de gelijknamige track en die laat een Sepultura (en vooral een Derrick Green) horen die we nog niet kenden: traag en dreigend, met nagenoeg cleane vocals. Daarna slaan de Brazilianen terug met “I Am The Enemy” een broeierige deathmetaltrack zoals uit de goede oude dagen van “Arise”. Daarna krijgt de luisteraar al de mooiste parel uit dit album voorgeschoteld. “Phantom Self” is een uppercut die death en thrash vermengt met Oosters klinkende violen en die zich zo op het niveau hijst van het beste van het ‘Roots’-album. Alle puzzelstukjes vallen hier mooi in elkaar. “Iceberg Dances”, “Sworn Oath” en “Resistant Parasites” zijn van hetzelfde hoge niveau en verdienen dezelfde lof. Deze vier songs zetten andere tracks als “Alethea”, “Silent Violence” en “Cyber God” een beetje in de schaduw, maar elk op zich verdienen die wel nog een ruime voldoende, onder meer dankzij het uitstekende, heel gevarieerde drumwerk van Eloy Cassagrande. Fans van de ‘oude’ Sepultura en andere liefhebbers van de beter thrash en death die dit links laten liggen, hebben ongelijk.

As It Is

Okay

Geschreven door

As It Is is een Britse poppunkband die wel heel goed naar zijn Amerikaanse voorbeelden geluisterd heeft. Op hun nieuwe album ‘Okay’ brengen ze coole pretpunk in de stijl van New Found Glory, Good Charlotte, Sum 41 en Blink 182. Heel Amerikaans en soms heel catchy. Op vrijdag 16 juni mogen ze op Graspop op de Jupiler-stage spelen, maar of de Belgische metalheads deze pretpunk naar waarde zullen weten te schatten, is nog maar de vraag.
De punk van As It Is is meestal braaf en glad, zoals op “Pretty Little Distance” en single “Hey Rachel”. Evengoed staan er op ‘Okay’ enkele tracks waar helemaal geen punk in. “Curtains Close”, “Soap” en “Still Remembering” geraken niet verder dan een middelmatig pop-nummer. Een beetje jammer dat ze niet eens in de punk-geschiedenis van hun eigen land gedoken zijn.
Toch zijn er aantal nummers waarop de Britten zowel muzikaal als tekstueel hun tanden laten zien. “Patchwork Love” en “No Way Out” laten een jeugdig enthousiasme horen dat we nog kennen van de eerste platen van Green Day en The Offspring. Ook “Austen” en “Until I Return” zijn best genietbaar.
‘Okay’ is een prima album voor wie van compromisloze pretpunk houdt. Ideale muziek voor een warme zomer bij het skatepark.

Pagina 264 van 498