logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...

The Vaccines

Wat had je anders verwacht van The Vaccines?

Geschreven door

The Undertones, The Ramones, The Beatles,… met deze ‘opwarmertjes’ die voor het optreden uit de boxen knalden, kregen diegenen die nog op zoek waren naar de juiste muzikale referenties al op voorhand de pap in de mond gelepeld. Typerend voor The Vaccines, een rechttoe rechtaan viertal uit West-Londen dat met het opwindende debuutalbum ‘What Did You Expect from the Vaccines?’ afgelopen jaar verplichte kost serveerde voor iedere café uitbater die ondanks het rookverbod toch wat sfeer en gezelligheid in de pub wil brengen.

In tegenstelling tot de financiële markten beleefden The Vaccines als best verkopende nieuwe band in de UK een berenjaar in 2011. Maar ondanks het  intensieve toeren en de aanhoudende media aandacht in de UK en ver daarbuiten (zelfs met meervoudige operaties aan de stembanden voor zanger Justin Young tot gevolg) viel van enige vermoeidheid of routine die avond niets te bespeuren in de hopeloos vlug uitverkochte AB.  
Al vanaf het tweede nummer, de geweldige debuutsingle “Wreckin’ Bar (Ra Ra Ra)” kwam de zaal op kookpunt en het messcherpe “Tiger Blood” klonk alsof The Strokes en The Clash samen heftig copuleerden op het podium.  Ook het luidkeels meegezongen “Wetsuit” zal al vroeg in de set, een festivalhymne die ons deed weg mijmeren naar hun geslaagde doortocht afgelopen zomer in Werchter.
“All In White”, misschien wel het beste nummer uit hun prille repertoire tot dusver, was ook die avond wat ons betreft hét hoogtepunt. Verbazend trouwens hoe sterk deze band nauwelijks 2 jaar na haar oprichting live op elkaar ingespeeld is: gitarist en spichtige Sid Vicious lookalike Freddie Cowan wiens melodieuze riffs de rest op sleeptouw neemt,  een pompende ritmesectie die de leemte na Franz Ferdinand moeiteloos schijnt te vullen en een zanger frontman die alleen al tijdens “If Ya Wanna” en “Post Break-Up Sex” meer dan genoeg charisma etaleerde om het jong vrouwvolk naar zijn pijpen te doen dansen. 

Amper drie kwartier hadden The Vaccines op voorhand ingecalculeerd om de zaal te overtuigen. En dat bleek meer dan genoeg.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-vaccines-19-12-2011/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Live Nation)

Reverend Horton Heat

Reverend Horton Heat - Kolkend psychobilly feestje

Geschreven door

James C. Heat alias Reverend Horton Heat had het idee opgevat om in chronologische volgorde van elk van zijn platen een song te spelen, zo doorliep hij zijn carrière tot op heden in elf song.

Niet zo een slecht idee trouwens, zo zat de vlam er van bij het begin in met een hitsig “Psychobilly freakout” waarbij de poppen in de frontzone al meteen aan het dansen gingen om voor de rest van de set niet meer te stoppen. Er volgden vlijmscherpe versies van “400 bucks”, “Jimbo song” en “Galaxie 500”. The Reverend hemzelve speelde alweer een magnifiek en stomend potje gitaar en de rock’n’ roll stroomde met beken door de Trix.
Nadat album nr 11 ‘Laughin’ and cryin’ with RHH’ (laatste wapenfeit tot op heden) aan de beurt was geweest kreeg het publiek inspraak en werd het zowaar een verzoekprogramma met ondermeer geweldige versies van “Wiggle stick” en de fijne instrumentale surfsong “Big sky”.
Heat zorgde dan weer zelf voor een wervelend einde met een vlammend “Big red rocket of love”, een hitsig “Death metal guys” en een paar rake covers zoals een stomend “Folsom Prison” van Johnny Cash, zowat de favoriet van het voltallige publiek, en Motorheads anthem “Ace of Spades”, voor de gelegenheid gezongen door een opgehitste roadie.

The Reverend Horton Heat blijkt toch met voorsprong één van de betere acts te zijn in het genre. Waar anderen (zoals bvb het voorprogramma Phantom Rockers) blijven steken in de beperkingen van het psychobilly genre (beetje punk, een scheutje rockabilly en veel lawaai) is The Reverend iemand die meerdere horizonten opzoekt en de songs laat ademen en uitwijken naar country, blues en fifties. En wat James Heat vooral onderscheidt van het peloton is zijn sublieme gitaarspel, Brian Setzer achterna zeg maar.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Drunkbelly)

The Boxer Rebellion

The Boxer Rebellion – Groots potentieel!

Geschreven door

The Boxer Rebellion – De band sprong al eerder in het oog als support van Editors een paar jaar terug. Het kwartet (1 Usa, 1 Aus en twee Britten)  opereert vanuit Londen en heeft een paar cd’s uit , waarvan ‘Union’ en de recente ‘The cold still’ voor meer airplay zorgden . Verdiend , want ze hebben hiermee de juiste balans van schitterende sfeervolle, broeierige rocksongs gebaad in wave/postpunk . Een toegankelijk, radiovriendelijk geluid door een spannend broeierige intensiteit, indringende en aanzwellende gitaararrangementen, het subtiele slagwerk en de warme, zalvende zang van Nathan Nicholson, die een brug slaat met James Dean Bradfield van Manic Street Preachers.

Ze schuwen bombast niet, wat soms epische werkstukken opleveren en hen een beetje richting ‘allstyle’ British Sea Power brengt, doordrongen van een donkere, dreigende onheilzwangere wavekant van The Verve, Interpol, BRMC, het te vroeg heen gegane The Bravery en natuurlijk Editors. We zijn verbaasd, ondanks de verschillende stops in ons landje, dat ze nog niet definitief doorgebroken zijn; een handvol nummers van de laatste cd verdienen gedraaid te worden; ze hangen nu nog onder voorgenoemde bands.
Opener “Step out the car” en “The runner”, iets verderop in de set, zouden daar verandering in moeten brengen . Ook het dromerige “Semi-automatic”, “Flashing red light means go” en “Evacuate” van de vorige cd moeten niet onderdoen qua melodie, opbouw en intensiteit.
In de klein anderhalf uur durende set hielden ze ons bij de leest en  hoorden we evenwichtig materiaal, elektrisch of semi- akoestisch of de synths, toetsen, piano kwamen wat meer door . Telkens was er die onderhuidse spanning en variatie die boeiden . Intrigerend dus .

Ook de bis was de moeite , het oude “Flight” zwol aan , “No harm” werd verweven in een web van synths en toetsen en afsluiter “The gospel of Goro Adachi” overklaste, werd lekker uitgesponnen en plaatste melodie tegenover gedoseerd gebruik van pedaaleffects.
Het was hun laatste song van het jaar en hun tour. De groep gaat een welverdiende rust tegemoet na een helse tour ter ondersteuning van de laatste cd …
Nu maar hopen dat deze band kan doorbreken … Onze steun hebben ze alvast.

Organisatie: Botanique, Brussel

dEUS

dEUS bewijst dat ze tot de wereldtop behoren in Vorst

Geschreven door

Geachte B.S.,  Je bent ongetwijfeld mijn favoriete recensent en heb steeds genoten van uw vlotte pen en uw kritische maar ook objectieve oren. Altijd een referentie voor mij geweest. Helaas kan ik maar niet begrijpen waarom je dEUS in de Lotto zo teleurstellend vond. In Vorst waren Tom en Co (wat mij betreft Mauro en Co) duidelijk in de vorm van hun leven, zodat ik mij  nauwelijks kan voorstellen dat deze goden de dag voorheen een slappe vertoning gehad hebben in hun thuishaven.

Zowat alles uit het overigens heel goed onthaalde ‘Keep you close’ (platina) werd gespeeld en kon zonder veel moeite naast hun klassiekers staan. Vanuit de ruwe donkere dEUS-kelders borrelde een retestrakke, gedreven en vooral goed gespeelde set op die door het publiek zéér enthousiast werd onthaald. Het geluid is inderdaad beter dan wat van de Lotto Arena gewoon zijn. Mauro stond daar als een volleerde professional gezellig zijn duivels te ontbinden met zijn typische ‘coolness’, als was het dat hij net een onderonsje had met Nick Cave. Zijn subliem gitaarspel werd dan nog eens geruggesteund door een dijk van een percussie. Zijne Nimmer Last Van Bescheidenheid Hebbende Tom Barman liet met plezier even de aandacht aan Zijne Niet direct Spraakwatervallige Mauro.
De magie bereikte al dra een eerste hoogtepunt met een beklijvende versie van “The architect”. In een sober maar efficiënt gordijn- en lichtdecor stormde de groep ‘rustig’ verder met een gevarieerde set en maakte ondergetekende en zowat heel het publiek redelijk knetter met een joekel van een “Instant street” (Mauro again!) De outtro mocht wel langer geduurd hebben. Nog een paar rake mokerslagen en/of uppercuts met “If you don’t get wat you want”, “Darks sets in’ en “Ghost” en het feest kon niet meer stuk.

Ok, “Sister dew” ontgoochelde even, maar de goddelijke duivels wisten zich ogenblikkelijk te herpakken. Twee heuse bisrondes met onder andere een fantastische “Suds and Soda” en “Sun ra” werd iedereen tevreden naar huis gestuurd, ook al had dEUS “Roses” niet gespeeld. 

Organisatie: Live Nation

Urbanus

Urbanus Zelf – Urbanus voor Jong en Oud

Geschreven door

Urbanus Zelf – Urbanus voor Jong en Oud
Bijna 40 jaar geleden startte het succesverhaal van Urbanus. Zoals dat wel eens kan gebeuren in de commerciële sector, werd Urbanus ontdekt via een humorfestival. In de beginjaren resulteerde dat in opdrachten op tv en op diverse podia waar hij zijn eerste liedjes en komische sketches bracht. Hij had een gat in de markt op gebied van deze ‘comedy’. Al snel genoot Urbanus bekendheid, zelf tot bij onze Noorderburen. Later volgde nog de films en de strips rond de figuur van Urbanus. Hij werd een grote Meneer op dit vlak. En als je dan die reputatie hebt opgebouwd, dan willen de mensen je – wel weer eens - aan het werk zien.

Die kans kregen we dus  in het Antwerpse Sportpaleis. ‘Urbanus Zelf’, hij verwees er maar al te graag naar, dat hij – opnieuw - alles Zelf moest doen … Een allegaartje zoals je het wel van Urbanus kon verwachten, een greep uit het rijke repertoire van Urbanus. De meest grappige sketches werden afgewisseld met de welgekende muzikale hits. Er werd grondig gebruik gemaakt van verschillende attributen zoals zijn zelf gemaakt draaimolentje en zijn gezellig hoerenkotje.
Het werd een show waar over nagedacht was met af een toe een link naar de actualiteit. Een
show die ook ruimte liet voor improvisatie.
De manier waarop Urbanus iets brengt is uniek. Laat je iemand anders dezelfde show opvoeren, dan kijkt men eerder verbaasd, maar bij Urbanus  gaat iedereen plat. Hij is een komiek , rad van tong , en goochelt met onze taal, een talent van een peetvader in ons cultureel landschap. Betreffende de comedy bracht hij leven in de brouwerij en ondanks het feit dat hij zich de voorbije jaren op het achterplan hield, wou hij nog eens een  push plaatsen in z’n rijkelijk gevulde carrière .
Een familieshow waarbij de oudere garde met nostalgie kon terugkijken  naar hun (jeugd) idool en de jongere generatie, die hem kent door de strips en door een heruitzending van één van zijn succesfilms op tv,  eens kon proeven en kon graaien naar inspiratie. Ook in het muzikale luik van o.m. “Poesje stoei”, “Madammen met nen bontjas”, “Bakske vol met stro”, … bracht hij de beide generaties samen  . Gezamenlijk kon men lachen en genieten

Urbanus zorgde voor een twee en een half uur durende show met glans. De toekomst van de Vlaamse komiek is al lang verzekerd maar de ‘oude rot’ in het vak deed de jongere en nieuwe wel eens blozen.

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Cascadeur

Cascadeur - Subtiel stuntwerk

Geschreven door

Cascadeur betreft het mysterieuze personage vertolkt door Alexandre Longo. Waar wij Dr. Lektroluv hebben, vragen onze zuiderburen zich al een drietal jaren af welk gezicht er schuilgaat onder het masker of de helm waarmee deze muzikale duizendpoot permanent zijn gelaat bedekt.

In de Botanique betrad hij het podium in witte overal en dito helm om als een spacy versie van Wim Mertens dromerig pianospel en ijle oerklanken te produceren. Eens zijn vingers en stem aldus opgewarmd waren, kreeg Cascadeur voor het eerst enkele handen op elkaar dankzij de basloop uit “Highway 01”. Direct daarna werd het optreden echter enkele minuten stilgelegd wegens technische storingen. Blijkbaar was er een probleem met de oortjes onder zijn helm en uiteraard diende hij daarbij het podium te verlaten want de kans dat hij ooit zijn helm af zal zetten op het podium is gewoonweg onbestaande.
De show werd terug op gang getrokken met “Into the wild”, een nummer dat begint met Neil Young-achtige vocalen om na verloop van tijd een Scala-achtig intermezzo te krijgen alvorens af te sluiten met een jazzy brok xylofoon. Het daaropvolgende “Walker” werd dan weer gelardeerd met allerlei elektronica-effecten. Het was dus na een twintigtal minuten al duidelijk dat Cascadeur zich niet tot één kunstje beperkt.
De helm werd vervolgens vervangen door het masker dat hij voor de rest van de avond op zou houden. Gelukkig was het winter in Brussel dus al te hoog zal de temperatuur niet opgelopen zijn, althans dat hopen we voor hem (niet dat we medelijden hebben want wie speciaal wil doen moet daar dan ook maar de consequenties van dragen, nietwaar?).
Het subtiele “Meaning” demonstreerde dat deze showman ook kan uitblinken in sobere songs. Het meer poppy “Waiting” bleek catchy genoeg om een deel van het publiek tot laid-back achtergrondkoor om te vormen. Tijdens “Glam” had Cascadeur zijn publiek voor het eerst echt mee. Sommigen waagden zich zowaar aan een danspasje. Zelf bleven we stokstijf staan maar dit vooral omdat we toch wel wat onder de indruk waren van de zang die klonk alsof Jeff Buckley uit de doden herrezen was.
Terwijl alle reeds gebrachte liedjes afkomstig zijn van de onterecht onder de radar gebleven debuutplaat (‘The Human Octopus’) gooide de sympathieke Fransman er in de helft van de set twee oudere nummers tussen. Het duidelijk onder de invloed van de meer elektronische versie van Radiohead ontstane “Stuntman” zou Cascadeur in 2008 geperst hebben op een zelf geproduceerde edoch eigenlijk niet gedistribueerde plaat, met wat geluk zal het echter terug te vinden zijn op zijn volgende CD.
Een ander oud nummer, “The Odyssey”, prijkt op een compilatie die Les Inrockuptibles in 2008 verspreidde. Vanaf dat moment werd Cascadeur naar eigen zeggen van de ene dag op de andere de grote ster die hij nu - vol ironie - beweert te zijn.
In de Botanique werd duidelijk dat die plotse roem begrijpelijk is want “The Odyssey” is een nummer dat qua stijl en kwaliteit niet zou misstaan op ‘All is dream’ van Mercury Rev. Na een intimistisch “The End” kregen we een volgende hoogtepunt met “Road Movie”, een door een stuwend ritme voortgedreven knaller die hopelijk ook een stekje vindt op zijn volgende plaat. Het vrij eenvoudige maar o zo mooie “Memories” deed ons nog verder wegdromen alvorens weer met beide voeten op aarde gebracht te worden tijdens de wat teleurstellende techno-achtige afsluiter.

In de bisronde nam Cascadeur de akoestische gitaar ter hand om samen met David Bartholomé, frontman van de Waalse groep Sharko, het mooie weer te maken. Tijdens die bisronde liet de humorist in Cascadeur alle remmen los, wat er voor zorgde dat Bartholomé last kreeg van de slappe lach. Het afscheidswalsje getiteld “ByeBye” bleek uiteindelijk toch niet het absolute orgelpunt want Cascadeur kwam nog één keer terug om er met “Your shadow” voor te zorgen dat alle nummers uit ‘The Human Octopus’ aan bod gekomen waren. Dankbaar hoorde het publiek (dat in grote mate bestond uit dertigers en veertigers) hem verdwijnen met de woorden “I disappear, I’ll be your shadow”. Zelf zijn we eveneens van plan om de man van nabij te volgen. We zijn immers vrij optimistisch dat deze kerel nog veel muzikale stunten zal uithalen.

Organisatie: Botanique, Brussel

INXS

INXS - Resem hits met een nieuw gezicht

Geschreven door

Opgericht in 1977 zou de Australische formatie 'The Farriss Brothers' onder de naam 'INXS' niet enkel uitgroeien tot een van de best verkopende groepen van hun land (de teller staat  wereldwijd op 35 miljoen verkochte albums) maar tevens hun stempel drukken op de muzikale jaren '80 en '90. Vooral met albums als 'Kick' (1987) en 'X' (1990) en de daaruit voortvloeiende succesrijke singles als “New Sensation”, “Never Tear Us Apart”, “Devil Inside”, “Need You Tonight”, “Suicide Blonde”, “Disappear”, “By My Side” en “Bitter Tears”  was INXS steevast in de hogere regionen van de hitlijsten terug te vinden.

Dat INXS anno 2011 niet in een uitverkocht Vorst Nationaal of Antwerpse Sportpaleis maar wel in een - overigens niet volgelopen - Gentse Vooruit geprogrammeerd stond, is in de eerste plaats te wijten aan de wanhoopdaad van zanger en liedjesschrijver Michael Hutchence. Hij besloot namelijk in 1997 letterlijk zijn broeksriem wat aan te spannen maar deed dit zo kordaat dat hij het leven erbij liet in een hotelkamer in Sydney. Betrof het zelfmoord dan wel een uit de hand gelopen seksueel experimentje (zijn appetijt op dat vlak was niet gering en bij twijfel mag u zich steeds wenden tot Helena Christensen, Kylie Minogue of Paula Yates om er slechts een paar te noemen)? De meningen over de ware toedracht zijn nog steeds verdeeld.
Feit is dat de groep dit plotse verlies nooit meer te boven zou komen. Men heeft nadien geprobeerd om gastzangers in te schakelen als daar zijn Terence Trent D'Arby, Jon Stevens of de winnaar van de speciaal op maat van INXS gemaakte CBS TV show 'Rock Star' JD Fortune (zie ook 'Switch', het in 2005 uitgebrachte elfde studioalbum van INXS), maar deze samenwerkingsverbanden bleken allemaal van korte duur te zijn en bovendien niet zo succesvol als ten tijde van Hutchence. Verwonderlijk is dit niet want Hutchence had looks, présence en zangkwaliteiten op overschot en zijn charisma en aantrekkingskracht zorgden voor een ongelofelijke marketing en verkoopwaarde.

Maar deze sterkte betekent doorgaans ook meteen de zwakte. Neem een dergelijk bepalend boegbeeld weg en de etalage van een groep ziet er voor velen al meteen heel wat minder aantrekkelijk uit. Het verleden heeft ook aangetoond dat het inschakelen van nieuwe zangers in die situaties enkel tot ontgoochelende resultaten leidt. Zie maar naar Queen die na het overlijden van Freddie Mercury beroep deed op de nochtans erg goede zanger Paul Rodgers (ex-Bad Company) of The Doors die Brett Scallions, Miljenko Matijevic of Ian Astbury (wiens poging evenwel bij uitzondering erg verdienstelijk genoemd mag worden) probeerden te slijten als de nieuwe Jim Morrison. De fans van het eerste uur haalden hun schouders op of erger, draaiden hun rug om. 
… Maar INXS blijft proberen. Sinds september werd op hun officiële website aangekondigd dat met de Noord-Ierse Ciaran Gribbin (a.k.a. Joe Echo) een nieuwe zanger werd gevonden. Gribbin die ook al zijn sporen heeft verdiend bij onder meer Snow Patrol, Paul Oakenfold en Madonna ('Celebration'), Groove Armada of Paul McCartney, zou de groep vergezellen op het Zuid-Amerikaanse en Europese deel van de tour. Gent kreeg daarbij de eer om als afsluiter te zorgen vooraleer INXS zich down under terugtrekt om te werken aan nieuw materiaal. Want inderdaad, Andrew Farriss, één van de drie broers binnen de groep en zowat het creatieve hart van INXS, heeft er een dermate goed gevoel bij dat er grootse plannen gesmeed worden. Men waagt zich zelfs aan lange termijnplanning.
Of dit laatste ook bewaarheid wordt, moet nog afgewacht worden maar Gribbin gaf in de Vooruit het beste van zichzelf. Hij benutte alle kansen om het publiek voor zich te winnen. Handjes schudden, lieve bindteksten, foto's nemen, setlists aan enkele fans uitdelen, zich omheen de  microfoonstandaard kronkelen of tijdens “Original Sin” totaal onverwacht op de balkons van de concertzaal verschijnen en daar het nummer in te zetten, het was allemaal aanwezig.
Maar hoe intens de inspanningen ook waren en hoe begenadigd hij als zanger ook is, de magie die er bij momenten op concerten ten tijde van Hutchence in de lucht hing, kon hij er niet mee terugbrengen. 
Was dit concertavondje INXS dan overbodig te noemen en te herleiden tot een niemendalletje? Dat zeker ook niet. Daarvoor is het songmateriaal te sterk, de muzikanten te ervaren en de gedrevenheid duidelijk nog voldoende aanwezig om INXS anno 2011 te beschouwen als een liveband die zichzelf op een anachronistische wijze staat te plagiëren.   
Bovendien had Gribbin het - en het leek ons inziens zelfs nog oprecht ook - handig aan boord gelegd om af en toe aan de toeschouwers duidelijk te maken niet de betrachting te hebben de reïncarnatie te willen zijn van Hutchence maar integendeel, zich als een overgelukkig, dartel doch nederig jong veulen te voelen die het als een eer beschouwde om met zijn muzikale helden te mogen samenspelen. Kwestie van de laagdrempelige aanleiding tot kritiek alvast handig weg te werken.
Een kritische noot kon er zeker geplaatst worden bij de uitvoering van “Beautiful Girl” waarbij de zang van Gribbin niet goed paste bij het nummer. Hoewel mooi gestart via een door Andrew Farriss bespeelde akoestische gitaar, gingen Tim Farris (elektrische gitaar) en Gary Gary Beers (basgitaar) er een krachtmeting van maken waarbij het lieflijke van het nummer compleet in de vernieling werd gespeeld.
Maar als we de vergelijkingspunten qua vocalen buiten beschouwing laten, waren er toch nog diverse hoogtepunten te beleven. 
Zo blijft “Listen Like Thieves” nog steeds een fantastisch nummer en behoeft “Suicide Blonde” als herkenningsfactor niet meer dan de intro via mondharmonica. Ook mooi om nog eens “Kiss The Dirt (Falling Down The Mountain)” terug te horen waarbij de keyboard van Andrew Farriss mooi correspondeerde met het stevige, simpele maar zo accurate gitaarrifje van Kirk Pengilly. Ook bij “Bitter Tears” bleek elke - hoe sober ook - gitaaraanslag het dragende element te zijn waarbij de piano bespeeld door Andrew Farriss, een mooie aanvulling vormde
“Original Sin” diende ook op het podium nog niks van zijn kracht in te boeten mede door de sterke gitaarpartij van Tim Farriss en de kordate drumslagen van zijn broer Jon. En een uitgesponnen, ritmisch “Devil Inside” deed de titel absoluut alle eer aan door het fraaie, spanning oproepend gitaarwerk van Pengilly, Tim Farriss en Beers. Ook “New Sensation” bleek nog steeds even energiek te zijn via onder meer het aan Nile Rodgers verwante gitaarrifje van Pengilly en bij “Never Tear Us Apart” mocht laatstgenoemde nog maar eens tonen hoe effectief zijn saxofoongeluid is geweest voor de klankkeur binnen INXS.
Meer ingetogen was het nieuwe “Tiny Summer” en eveneens veel rustiger en niet gespeend van enige nostalgie, was de versie van “Don’t Change” waarbij Gribbin het podium verliet om dit vrij te maken voor de originele leden van The Farriss Brothers/INXS. Daarbij konden we ons niet van de indruk ontdoen dat het gemis van Hutchence na al die jaren nog steeds op de gezichten te lezen stond.
Bij de toegiften hoorden een instrumentaal “Drum Opera” (het openingsnummers van de vorig jaar verschenen tribute-plaat 'Original Sin') bespeeld door de drie broers Farriss, een funky “What You Need” waarbij de groepsleden wat met elkaar liepen te dollen (Tim Farriss liep zelfs met een motorhelm op) en uiteindelijk - intussen uitgegroeid tot hét afsluitende nummer bij concerten van INXS - een meer uptempo versie van “Don’t Change”, uitgevoerd door de voltallige bezetting.
Wat INXS afgelopen maandag in de Vooruit liet horen, riep dubbele gevoelens op. Enerzijds viel er niks af te dingen aan het spelplezier dat uitging van de groepsleden die intussen bijna 34 jaar samen zijn (vooral Pengilly liet zich niet onbetuigd) en dit werkte aanstekelijk op het erg enthousiaste publiek. Ook aan hits was geen gebrek en de individuele klasse van het songmateriaal bleef overeind. Zeker als men dan nog bedenkt dat al even boeiende singles als “This Time”, “Baby Don’t Cry”, “The Gift”, “Taste It” of hun debuut 7" Just Keep Walking” uit 1980 in het zomerse Australië waren achtergebleven.

Maar aan de andere kant is het met een nieuwe zanger in de rangen - de titel van de tournee 'Now Playing' (Like You Have Never Seen Them Before) is dus allesbehalve misplaatst -   altijd wennen. Voor degenen die nog te jong waren om halfweg de jaren '80 tot '90 een concert mee te pikken, was het aldus een uitgelezen kans om INXS eens live aan het werk te zien (in een gezellige zaal). Fans van het eerste uur daarentegen zullen blijven hunkeren naar de periode Hutchence. Of om het met een tekstfragment van Bram Vermeulen uit te drukken: "Het is een wedstrijd die niemand winnen kan". Ook een zanger als Gribbin niet. 

Setlist :
Communication, Mystify, Heaven Sent, Suicide Blonde, Disappear, Not Enough Time, By My Side, Listen Like Thieves, Beautiful Girl, Tiny Summer, Kiss The Dirt (Falling Down The Mountain), Bitter Tears, Don't Lose Your Head, Elegantly Wasted, Don't Change (excl. Ciaran Gribbin), Original Sin, Devil Inside, Need You Tonight, New Sensation, Never Tear Us Apart
Drum Opera, What You Need, Don’t Change

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/inxs-12-12-2011/

Organisatie: Live Nation


Glenn Branca Ensemble

Glenn Branca Ensemble - Zeldzaam concert van een legende

Geschreven door

Glenn Branca is nog steeds een naam die klinkt als een klok (voor een beetje muziekliefhebber dan toch) en dat komt vooral door Thurston Moore en Lee Ranaldo van Sonic Youth die ooit onder zijn vleugels hun carrière begonnen en ook later hun bewondering voor de man niet onder stoelen of banken staken. Branca is tevens de avant-garde componist die niet om een stunt verlegen is. Zo componeerde hij een symfonie voor honderd gitaren, een werk dat in 2006 nog opgevoerd werd in de Vooruit. Ondanks die ferme reputatie was de belangstelling eerder matig en mogen we verdomd blij zijn dat een eerder bescheiden club als de 4AD hiervoor haar nek durfde uitsteken.

[Sic] Electric had de eer het publiek te mogen opwarmen en ze deden dat voortreffelijk. Bassist Lieven Eeckhout en drummer Mattijs Vanderleen zorgden voor een bijzonder stuwende drive waarbij de 4 saxofonisten, die hun sporen reeds verdienden bij BL!NDMAN, vernietigend mochten uithalen. Het riep vergelijkingen op met X-Legged Sally of een euforische Morphine in het kwadraat. Alleen de (niet zo talrijke) solomomenten van de saxen vielen soms wat magertjes uit of lag het optreden van The Ex & Brass Unbound, waar de blazers zo superieur waren, nog te vers in het geheugen?

Dan staan alle muzikanten van het Glenn Branca Ensemble (gitaristen Reg Bloor, Evelyne Buhler, Eric Hubel en Greg McMullen, bassist Ryan Walsh en drumster Libby Fab) klaar om dan eensklaps het podium opnieuw te verlaten. En dan wordt het lang wachten (zouden enige sterallures meneer Branca niet vreemd zijn?) wat het publiek zonder morren aanvaardt. Wanneer ze zich een tweede keer hebben opgesteld, strompelt ook Glenn Branca zelf het podium op. Zelf speelt hij geen gitaar meer maar ‘dirigeert’, wild zwaaiend in het ijle met één hand terwijl hij met een bevend vingertje de noten volgt op zijn partituur. Rock-'n-roll is het absoluut niet en spelplezier is er al evenmin. De muzikanten proberen al zwetend tegelijkertijd hun ongetwijfeld ingewikkelde partituren en hun zwalpende maestro te volgen. Toch kon er tussen de stukken door al eens een glimlachje vanaf en speelde het kleine opdondertje Evelyne Buhler al eens gitaar in haar nek of klom ze op haar versterker. En de muziek? Avant-garde kon je dit bezwaarlijk noemen : het ging hier immers om ‘the sequel’ van een gitaarsymfonie van 30 jaar oud : ‘The Ascension’.
Repetitieve, dreigende en aanzwellende gitaarmuren die vaak nogal wiskundig aanvoelden. De wat stillere momenten vond ik een stuk subtieler dan die eeuwig staccato hamerende gitaren. Vooral "Lesson No 3 (a tribute to Steven Reich)" en het zeer lange, onvoorspelbare "The blood" bleven nazinderen. Een best intense belevenis maar het concert van het jaar, zoals iemand had voorspeld, werd het toch niet.

De 63-jarige Branca zorgde nog voor een chaotische exit waarbij hij zij statief omver wierp, zijn trappistenglas aan gruzelementen schopte en zijn drumster bijna molesteerde. Een grap of een poging om toch maar als een excentrieke kunstenaar over te komen? Je muziek volstond nochtans ruimschoots, Glenn!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Pagina 284 van 386