logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_22
Kreator - 25/03...

Heisa

Bassenge -single-

Geschreven door

Heisa is een trio dat zich ophoudt op het raakvlak van noise, postmetal en indierock. Tool is een goede referentie, maar denk er dan nog synths bij. Dichter bij huis zijn er vaag overeenkomsten met The Girl Who Cried Wolf en Katie Kruel.
Heisa werkt aan een eerste volledig album. Dat zal pas in 2020 uitkomen. Intussen brengt Mayway Records de digitale single “Bassenge” uit. Die stond in 2018 al op de debuut-EP van Heisa, maar wordt nu nog eens extra in de spotlights gezet.
“Bassenge” heeft alles van waar Heisa voor staat: intrigerend, atmosferisch, (in het begin) een onbestemd voortdenderend ritme, etherische vocalen, een lichtjes donkere dreiging of toch een gevoel van ongemak door het steeds wisselende ritme, … Zonder de vele breaks en noise-erupties zou het een mantra kunnen zijn.
De EP van Heisa kwam pas laat op onze radar, maar wist ons wel te bekoren. Benieuwd wat dat full album ons zal brengen.

Trixie Whitley

Trixie Whitley - De volmaakte leegte

Geschreven door

Trixie Whitley behoort steevast tot de beste vrouwelijke artiesten die België momenteel te bieden heeft en ze liet ons de afgelopen jaren zien dat ze een echt meesterbrein is. Nadat ze enkele jaren muziek maakte en tourde als lid van Black Dub, zag haar solo debuutalbum ‘Fourth Corner’ in 2013 het levenslicht. Het leverde haar internationale erkenning op en maakte haar al snel tot één van de favorieten van de Belgische muziekscene. In 2015 volgde haar tweede album ‘Porta Bohemica’, waarmee ze haar status van rasmuzikante bevestigde. Met een beetje vertraging kwam eind maart dan de derde langspeler ‘Lacuna’ uit, die toonde dat haar nieuwe sound minstens even sterk is als haar vorige twee albums. Verwonderd waren we niet toen we aan de inkom het uitverkocht-bordje zagen hangen.

Muzikaal herbronnen en op zoek gaan naar de kern van de muziek; het is wat Annelies Van Dinter het laatste jaar heeft gedaan met haar project Echo Beatty. Aanvankelijk maakte ook Jochem Baelus deel uit van Echo Beatty, maar tegenwoordig is het een soloproject geworden. En solo werd het ook op het grote podium van de AB, want ze stond er daadwerkelijk alleen voor. De rustige en toch soms wat ruige muziek van Echo Beatty vond voor een redelijk gevulde zaal gehoor en zo luisterde zowat iedereen muisstil naar wat Van Dinter muzikaal te vertellen had. Uitschieters waren afsluiter “Hunger Hunger” en de nieuwe single “High On A Memory”.

Na acht uitverkochte avonden dEUS, was het gisteren aan de Amerikaans-Belgische Trixie Whitley om haar eerste van twee uitverkochte shows in de legendarische Brusselse muziektempel te geven. Netjes op tijd betrad Whitley de scene en het was vooral haar intrigerende bodysuit die vanaf het begin voor open monden zorgde, maar ook muzikaal was het begin meer dan in orde. Opener “Intro” klonk mysterieus, onbereikbaar en beklijvend en vormde een naadloze overgang naar “Heartbeat”. Live klonk het zelfs nog net iets overtuigender dan de al steengoede studioversie.

Terwijl de meeste acts tegenwoordig hun shows doorspekken met hun grootste hits en nu en dan een nieuw nummer, brengt Whitley haar nieuwe plaat zowaar integraal. Een rariteit in het muzieklandschap, maar eentje die zeer goed uitpakte, aangezien ‘Lacuna’ geen zwakke nummers kent. Zo heb je bijvoorbeeld het nu al tijdloze “Time”, dat je tijd en ruimte liet vergeten en het beste uit Trixie’s stem haalde. Het stembereik van de zangeres grijpt nog altijd naar de keel en klonk gisterenavond indrukwekkender dan ooit te voren. De witte wijn tussen de nummers door leek haar stembanden dus goed te smeren.
“Closer”, het enige nummer van haar vorige album ‘Porta Bohemica’ in de setlist, was de uitgelezen kans om het hoge tempo wat te verlagen door zichzelf enkel te laten begeleiden door de piano. In de zeer minimalistische, intieme versie genoot ze werkelijk van het moment en zocht ze het contact met het publiek. Het daaropvolgende “Fishing For Stars”, dat overigens het eerste nummer is dat ze na de geboorte van haar dochter schreef, bleef in diezelfde sfeer hangen. Met haar gitaar onder haar arm zat ze op het randje van het podium voor misschien wel het meest magische moment van de avond.
Na een ietwat rustiger middenstuk, kwam de 31-jarige furieus terug. “The Hotter I Burn” zorgde voor gloed en kreeg ons nog eens helemaal warm. Setafsluiter “Dandy” werd de laatste mokerslag, waarvoor ze zelfs achter haar drums plaatsnam. Het werd een pakkend slot dat de overgang vormde naar de bis-ronde, dat met het sublieme “Breathe You In My Dreams” geopend werd. In de pianoversie kwam het nummer nog harder binnen en ook de meesterlijke uithalen waren niet van de poes. Terwijl haar dochtertje vanuit de coulissen toekeek, sloot ze de set dan uiteindelijk af met de gitaar in handen en het even intieme “Oh The Joy”.

Trixie Whitley’s leven is de laatste jaren enorm veranderd en ook muzikaal klinkt ze wat anders. Samen met een multi-instrumentalist trekt ze nu rond met haar klein gezinnetje en laat ze de wereld kennis maken met het ijzersterke wereldje van ‘Lacuna’. Van furieuze uithalen tot intieme momenten; we kregen het allemaal en in elke discipline blonk de zangeres uit. De soms iets te lange pauzes tussen de nummers door namen misschien lichtjes het tempo uit de show, maar de vrolijkheid waarmee Trixie dan naar het publiek keek en ermee babbelde, was op zijn minst charmant. Trixie Whitley is en blijft een van de beste alternatieve artiesten van België, dat werd gisteren des te duidelijker.

Setlist: Intro - Heartbeat - Long Time Coming - May Cannan - Time - Touch - Closer - Fishing For Stars - Dare To Imagine - Bleak - The Hotter I Burn - Dandy  - Breathe You In My Dream - Oh The Joy

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Seth Walker

Seth Walker - Rasperformer

Geschreven door

Ik ga graag ‘blind’ naar optredens. Daarmee bedoel ik: geen gesnuister vooraf op Youtube, Bandcamp of Spotify maar zich enkel baseren op een korte begeleidende omschrijving. Daarvoor moet het vertrouwen in de desbetreffende club groot zijn en de afstand ernaartoe uiteraard niet al te groot. Dat kan zeker tegenvallen maar bij een verrassing kan de pas ontdekte muziek bijzonder intens smaken en voor een zaligmakende roes zorgen. Tijd om het nog eens te proberen, dacht ik,  maar bij aankomst in Leffinge bleek er meteen iets vreemds aan de hand te zijn. Hier stonden voor een dinsdagavond wel erg veel auto’s geparkeerd en toen ik de ingang bereikte viel meteen een briefje op dat inderhaast werd opgehangen: sold out! Ik had nog nooit van Seth Walker gehoord en plots bevond ik me in een, dankzij hem, uitpuilend café. Je zou je voor minder idioot voelen maar gelukkig vond ik enkele al even verbaasde leken waardoor ik me toch wat meer op mijn gemak voelde.

Een mix van blues, soul en jazz gebracht door een rasperformer’, dat waren de woorden die me naar Leffinge hadden gelokt. Dat laatste was alleszins niet gelogen. Hier stond een uitgesproken liveartiest op de planken die duidelijk na jarenlange ervaring alle knepen van het vak kende. We werden om de haverklap uitvoerig bedankt terwijl hij voortdurend anticipeerde op zijn publiek, zelfs als hij in het West-Vlaams werd aangesproken. Ook muzikaal liet hij weinig trucs onbenut om het volk te behagen maar tot mijn eigen verbazing stoorde me dat niet eens echt.
Seth Walker was duidelijk een man die vele watertjes doorzwommen had. Opgegroeid in North Carolina, verhuisd naar Austin, Texas waar hij de wereld van de muziek ontdekte om via Nashville in New Orleans te belanden. Die zwerftocht leverde hem, naast tien platen, ook een enorme waaier aan diverse muzikale invloeden op.
Het resultaat daarvan was evenwel niet de door mij verwachtte mix van blues, soul en jazz maar funky klinkende roots die een paar keer zelfs van een dosis reggae was voorzien. Niets op tegen, als je het broeierig weet te brengen zoals The Neville Brothers of de onvolprezen JJ Grey & Mofro maar dat gebeurde hier, ondanks de intussen hoog opgelopen temperaturen, niet. Daarvoor waren de songs te mainstream en klonk de stem, ondanks die scheur, wat te vlak.
Beste moment was toen hij in zijn eentje eerst “You send me” (Sam Cooke kan er bij mij altijd in) en daarna een zelfgepende blues bracht. Waarmee ik absoluut geen afbreuk wil doen aan zijn twee kompanen: drummer Tommy Perkinson en bassist Rhees Williams (deels op staande bas) waren schitterende muzikanten. Ook het gitaarspel van Walker zelf bleef tot het einde boeien. Goed getimede solo’s met een scherpe, heldere toon en gevoel voor humor. Jammer dat de nummers op zich me koud lieten.
Helemaal op het eind leek het dan toch te lukken toen hij met een song even in de buurt van Tony Joe White kwam en hij mijn handen wat enthousiaster op elkaar kreeg. Evenwel veel te laat en een bisronde, om eventueel nog iets recht te zetten, bleef uit.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Big Thief

Big Thief - Op rand van grote doorbraak!

Geschreven door

Lichte verbijstering in de zaal wanneer Adrianne Lenker met kortgeschoren kopje en vormeloos gehuld in een oranje boeddha achtige tuniek op de planken van de uitverkochte Orangerie verschijnt. Is dit wel nog dezelfde ongecompliceerde indiefolkie uit Brooklyn die 2 jaar geleden grote furore maakte in de Rotonde?

Opener “UFOF” van hun derde, veelgeprezen gelijknamige plaat stelde ons meteen gerust. Big Thief schuwt hun fascinatie voor mythologische onderwerpen niet, maar van een geforceerde spirituele muzikale zoektocht was er nooit sprake, gelukkig maar. Niet zweverig maar rauw en  intens, hét handelsmerk van Big Thief, was dit memorabel concert des te meer.
Nieuwe muzikale hypes waren aan dit geolied viertal niet besteed, wel americana in de allerbeste traditie à la Neil Young en Fleetwood Mac, soms lekker gezapig of intimistisch (“Cattails”, “Paul”) dan weer zinderend met nijdige gitaarriffs (“Real Love”, “Shark Smile”, “Masterpiece”) maar altijd even overdonderend. En met een vleugje melancholie en tristesse. Tijdens “Mary” en “Orange” konden zelfs de fleurige bloemenboeketjes aan de microfoon standaarden op het podium geen enkele opbeuring brengen.   
Verbale interactie met het publiek was er amper, maar die was ook niet nodig, eerder contraproductief wanneer de songs op zich voldoende klasse hebben om als emotionele bruggenbouwers te fungeren. Dikke pluim ook voor de band, die over de zeldzame gave beschikten om geen noot te veel spelen en daardoor ruimte creëerden om Adrianne Lenker met haar verpletterende stem in de spotlights te zetten.

Op het eind mocht er toch nog eens gelachen worden ook. Hoewel dit aanvankelijk niet echt de bedoeling leek kon Big Thief het gejoel van het publiek niet langer weerstaan en gaven ze na lang  aandringen nog twee folky, tekstueel hilarische bisnummertjes prijs met de lichten in de zaal aan. Twee kersjes op een taart die naar nog veel meer smaakt. 

Pics Big Thief @ Bestkeptsecret http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/best-kept-secret-2019
Organisatie: Botanique , Brussel

Kikagaku Moyo

Wand, Wooden Shjips, Kikagaku Moyo - Psychedelica op drie verschillende wijzen

Geschreven door

Wand, Wooden Shjips, Kikagaku Moyo - Psychedelica op drie verschillende wijzen
Kikagaku Moyo
Botanique (Orangerie)
Brussel
2019-05-27
Nick Nyffels

De Botanique had een avondvullend programma rond psychedelische rock in elkaar gestoken, en hoewel de geprogrammeerde bands niet super bekend zijn, was de Orangerie toch uitverkocht voor een bijzonder boeiend trio van bands die elk een totaal andere invulling aan psychedelica gaven.

Wand, de Californische band van Cory Hanson, mocht vanavond aftrappen en speelde een korte set die voornamelijk uit hun laatste album ‘Laughing matter’ plukte. Wand komt uit de psychedelische garage-scene rond Ty Segall en Mikal Cronin, zo speelde hij nog samen met Cronin in Meatbodies en zat hij ook bij de The Muggers, de begeleidingsband van Segall die hier ook in de Orangerie stond ten tijde van het album ‘Emotional mugger’. Wand heeft echter een heel andere interpretatie ontwikkeld van psychedelische rock over de laatste platen: dit is zonnige, Californische psychedelica, met een zachte, lieflijke stem gezongen die ergens in de driehoek zit tussen The Paisley Underground, de V.U. en de Engelse gitaarpop van begin jaren negentig (Ride). Qua gevoel en ambitie doet ‘Laughing matter ‘ heel erg denken aan het neo-psychedelische meesterstuk van The Boo Radleys, ‘Giant Steps’. Een Britse manier van zingen dus, die gecountered werd door heel prikkelende gitaarsolo’s, waarbij Hanson ook zijn gitaar met een strijkstok bespeelde. De zang stuurde hij soms door een vervormer, zodat je een ijle LSD-kleur kreeg.
Hoogtepunt van de korte set was “Aeroplane”, gezongen door de keyboardspeelster, een lang stuk dat minimaal begon en ontspoorde, Yo La Tengo gewijs met verschroeiende gitaarsolo’s, zuurzoete psychedelica die je goesting gaf in meer.

Na een korte pauze was het tijd voor de tweede band van de avond. Wooden Shjips kwam zijn vijfde plaat voorstellen, het vorig jaar verschenen ‘V’. Het recept is nog altijd hetzelfde van deze band uit San Francisco: echte autosnelwegmuziek die je doet wegdromen terwijl de kilometers afgemaald worden. De band, een grijzend en baardig viertal middle aged hippies had projecties meegebracht en liet de nummers naadloos in elkaar overvloeien, met orgelklanken en de hypnotische, mid-tempo beat van de drummer als basis. De voor de hand liggende link van hun in de jaren zestig geënte geluid op een bedje van fuzz-gitaar kon je maken met een The Jesus & Mary Chain. Opnieuw was de set kort, een kleine vijfenveertig minuten, die zo  voorbij was door het hypnotische karakter van deze spacerock.

De afsluiter van de avond was het mij volledig onbekende Kikagayo Moyo, een Japans vijftal uit Tokio. De bandnaam zou iets moeten betekenen als geometrische patronen. Ze hebben al vier albums uit, waarvan het laatste ‘Masana temples’ is. Kikagayo wierp je volledig terug naar de vroege jaren zeventig, en bracht een mix van psychedelische rock en krautrock,(een nummer als “Fluffy” kosmisch is zowel een weggever als ‘mission statement’), uit een tijdperk waarin de hardrock en metal nog moesten uitgevonden worden. De band had zelfs een sitar speler, die echter wat in het groepsgeluid verzoop, maar onvermijdelijk naar The Beatles verwees.
Het was dus schaamteloos retro, zonder daarom een goedkope imitatie te zijn. Net als veel andere Japanse bands die in Europa opgemerkt worden, zit er een vreemde eigenheid in de muziek, al was het maar door de Japanse zangteksten die je in het ongewisse lieten.
Naast de lange, uitgesponnen, laid-back krautrock nummers, speelde de band ook dromerige popsongs, kwamen ze bij wijlen heel funky uit de hoek door de wah-wah gitaartjes en had ook het ook iets heel modern zoals de overgangen die bij Tortoise gejat waren. Je kan deze Japanners nog gaan ontdekken deze zomer op Pukkelpop, ga ze zeker eens gaan bekijken.

Setlist Wand: Hare / Wonder/Xoxo/Rio Grande/Scarecrow/Airplane/Melted Rope
Setlist Kikagaku Moyo: Dripping Sun/Streets of Calcutta(Ananda Shankar cover)/Cardigan Song/Blanket Song/Gatherings/Nazo Nazo/Fluffy Kosmisch/Old Snow, White Sun

Organisatie: Botanique, Brussel

The Raconteurs

The Raconteurs - Onstuimig verhaal

Geschreven door

Na meer dan tien jaar radiostilte stuurde The Raconteurs op de valreep van 2018 twee nieuwe singles op de wereld af. “Sunday Driver” en “Now That You’re Gone” bleken de voorbode van het hervatte, vurige leven van de band. Op 21 juni komt hun derde plaat ‘Help Us Stranger’ uit en nu kregen we daar al heel wat voorsmaakjes uit te horen. We kunnen nu al verklappen dat die helemaal in de lijn liggen van hun nieuwe releases. Na dit furieuze optreden bestaat er geen twijfel meer over: de mannen van The Raconteurs zijn nog lang niet uitverteld.

De dames van Goat Girl begonnen aan de avond met moeilijk te doorgronden en daardoor erg intrigerende zang. We dachten dat we een schitterend voorprogramma te horen zouden krijgen, maar niets bleek minder waar. De band had moeite met timing en dat stoorde mateloos. Het leek vooral of we ruwe demoversies van hun songs te horen kregen die barstten van de schoonheidsfoutjes. Zo was de timing van de bassiste niet punctueel genoeg en speelde ze zelfs slordig. De drummer besloot dan weer om even recht te staan voor de show, maar -je raadt het al- sloeg vervolgens volop naast de tel. Gelukkig konden hun folk-achtige songs ons wel over de streep trekken. Die konden we veel beter smaken dan de nummers waarop ze enige electro-invloed lieten passeren en we kunnen de band enkel maar aanraden om die waaierige folkrichting uit te blijven gaan. Goat Girl heeft zeker iets te bieden, want in afwachting van The Raconteurs zaten die nummers dan ook nog even in ons hoofd.

Toch zou The Raconteurs de ziel uit hun lijf moeten spelen om dat weer helemaal recht te trekken. En dat deden ze ook, zonder een fractie van een seconde op de rem te gaan staan. Nog voor de eerste noot gespeeld was, smeet White een gitaar omver in zijn roekeloze enthousiasme. Die uitspatting was maar het begin van alle furore, die de set van begin tot eind zou kleuren.

Kwestie van even te tonen waar het op stond, begonnen ze eraan met het krachtige “Consoler of the Lonely”, opgevolgd door het nog onuitgebrachte ”Bored and Razed” en een stevige versie van “Level”. Niet alleen muzikaal werd van jetje gegeven, ook de hyperactieve lichten droegen bij aan dat overweldigende gevoel. Op voorhand leek het erop dat The Racs het met een minimaal decor zouden doen, maar dat was buiten de lichtshow gerekend, die heel de zaal in lichterlaaie zette.
Elke keer wanneer de intro van een oude bekende werd ingezet, voelde het een beetje als thuiskomen. Die nummers gaan dan ook al zo lang mee dat ze een soort warme evidentie geworden zijn. Zo veel jaren werd gedacht dat we deze mannen nooit samen aan het werk zouden zien, en dat maakte de ervaring des te specialer. Deze getalenteerde muzikanten zich zien amuseren op het podium terwijl ze de grootste prestaties neerzetten; je zou er bijna een bucketlist voor aanmaken.
Na de uitbarsting die “Top Yourself” geworden was, begaf White zich naar de piano voor een nieuw exemplaar. “Shine the Light on Me” scheen rustiger te worden, maar ook hier toverden de Amerikanen al gauw felle toevoegingen en een opbouw uit hun gitaren. Dat presteerden ze elke keer wanneer je dacht even adem te kunnen halen: ofwel kregen we nieuwe nummers op ons bord die sowieso alle aandacht opeisten, ofwel raasde The Raconteurs er genadeloos door. De set werd nooit eens neergelegd en intens was het zeker.
We hebben het wel over thuiskomen, maar aan rustgevende haardvuurnummers moest je je dus niet verwachten. De scheurende nummers volgden elkaar op en werden zelfs stuk voor stuk met dubbel zoveel scherpte, kracht en overtuiging gebracht dan op plaat. Ook al had Brendan Benson de tekst van “Many Shades of Black” duidelijk niet geblokt, toch stoorde dat niet. Het publiek kende de klassieker goed genoeg om de zaal bijeen te brullen. Op vele momenten werd de set een heus riff-festijn en duwden de mannen nog een opbouw in ons gezicht wanneer we dachten dat we het hoogtepunt al bereikt hadden.
Na elf nummers verliet de band het podium, en dat korte intermezzo om even te checken hoe het zat met onze hartslag, was welkom. Al zat er weinig ademruimte in voor het publiek, want er moest toch een aardig aantal minuten geschreeuwd worden vooraleer de bende terug op de bühne verscheen.
Met niets minder dan zes bisnummers sloten ze hun verhaal in Brussel af. Opnieuw volgde The Raconteurs het recept van de extra smak hevigheid op twee uitbundige klassiekers en vier exemplaren van hun nieuwe album. Recent of niet, “Help Me Stranger” en “Now That You’re Gone” werden even enthousiast meegezongen als hun decennium oude songs; een laatste bewijs dat ze niet enkel uit de oude herinneringendoos moeten puren om er iets van te maken.

The Raconteurs zette een furieuze set neer in het Koninklijk Circus. Ook al zal de opmerking gegarandeerd de kop opsteken dat ze hun grootste hit “Steady As She Goes” aan zich voorbij hebben laten gaan, toch bekijken wij het liever van de andere kant. Hun oude bekenden werden met zoveel onstuimigheid gespeeld dat je onmogelijk op je honger kon blijven zitten, en daarnaast waren de previews van de nieuwe songs die ‘Help Us Stranger’ zullen sieren meer dan veelbelovend.

Op zondag 2 juni speelt The Raconteurs op Best Kept Secret Festival.

Setlist: Consoler of the Lonely - Bored and Razed - Level - Old Enough - Somedays (I Don’t Feel Like Trying) - Top Yourself - Shine the Light on Me - Hands - Broken Boy Soldier - Many Shades of Black - Sunday Driver - Hey Gyp (Dig The Slowness) - Salute Your Solution - Only Child - Now That You’re Gone - Help Me Stranger - Carolina Drama

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

Eagles

Eagles - Een voorlopig afscheid

Geschreven door

De Amerikaanse rockband Eagles gaf gisteren de aftrap van hun nieuwe Europese tour in ons eigenste Sportpaleis. Dat de band terug een wereldtour organiseerde, was een verrassing van groot formaat. Drummer Don Henley liet namelijk in 2016 weten dat de Eagles niet meer op het podium zouden staan na de dood van gitarist/toetsenist Glenn Frey. Ondanks deze uitspraak speelden ze een jaar later nog een tweetal shows in New York en Los Angeles, dit leken dan ook eerder twee afscheidsconcerten. Maar niets is minder waar en dus stond de überlegendarische band gisteren op het podium van het Antwerpse Sportpaleis.

Eagles hebben al heel wat op hun palmares staan. Sinds hun eerste album ‘Eagles’, dat uitkwam in 1972, volgden alleen al vorige eeuw nog vijf albums. Na de tour van het laatste album ‘The Long Run’ in 1980, ging de rockband uit elkaar en focusten de artiesten zich op hun solocarrières.
Drummer Don Henley vond als soloartiest het meeste succes met het zalige “Boys Of Summer”. Door het maken van een videoclip voor een verzamelalbum ter ere van Eagles, vonden de vier muzikanten elkaar terug in 1994 en besloten ze om weer samen muziek te maken. Na een heuse knipperlichtrelatie is de band nu toch weer bij elkaar en stonden ze misschien wel voor de laatste keer in het Sportpaleis.
In plaats van met vier, stonden ze deze avond met z’n vijven op het podium, en dan hebben we ook de extra drummer, gitarist, twee toetsenisten en vijf blazers nog niet meegerekend. De bandleden Joe Walsh, Don Henley en Timothy Schmit worden tijdens deze tour bijgestaan door countryzanger Vince Gill en Deacon Frey, zoon van oud-lid Glenn Frey. Deze laatste moet zich als 26-jarige bewijzen tussen deze legendes, maar doet dit schitterend. Ondanks het grote leeftijdsverschil past zijn uitstraling en stem perfect binnen de huidige bezetting van Eagles.
Beginnen deden Eagles met een cover van Steve Young. Bij de inzet van “Seven Bridges Road” stonden de vijf bandleden en gitarist/vocalist Stuart Smith op een rechte lijn; enkel verlicht door zes spots. We kregen tijdens deze a capella intro al de indruk dat dit optreden vocaal enorm goed zou zitten. De stemmen van de zangers mengden perfect tijdens dit emotionele moment waar vele fans al lang naar uitkeken. Na deze zalige intro, vielen enkele gitaren in die een hoog countrygehalte in de song brachten. Niet echt verwonderlijk, aangezien de oorspronkelijke stijl van de Eagles country met bluegrass invloeden was. In dit opzicht past dan ook de jonge country stem van de Deacon Frey erg goed in het plaatje, wat ons duidelijk werd tijdens “Take It Easy”.
Tijdens één van de vele gitaarwissels gaf Don Henley aan wat de fans van dit optreden konden verwachten: ‘Just a bunch of guys playing instruments and singing together’. Dit werd onthaald door een oorverdovend applaus van het publiek. Op een paar publiek vermakende momenten na, hielden ze zich hier steevast aan. Wie hier was voor een grootse show met toeters en bellen, ging ongetwijfeld teleurgesteld naar huis. Het ging deze avond namelijk enkel en alleen om de muziek. Henley vroeg de fans dan ook om in het moment te leven en niet via het filmende scherm van hun gsm’s het concert te volgen. Een verzoek dat opvallend goed werd opgevolgd. Je zag nog nooit zo weinig smartphones tijdens een concert de lucht in rijzen.
Niet alleen vocaal zat het goed, ook instrumentaal was alles heel straf. Na zo veel jaren ervaring kan het natuurlijk niet anders dan dat de muzikanten enorm goed op elkaar ingespeeld zijn. Akoestische gitaren werden vlekkeloos afgewisseld met de elektrische. Meer rockende nummers werden gevolgd door sfeervolle, trage songs. Er was voor elk wat wils door de enorme variatie in de songs die ze brachten. Voor je het wist was het bijna drie uur durende optreden dan ook voorbij. Opmerkelijk is ook dat bijna elke muzikant op het podium het instrumentale en het vocale combineert, iets wat echt niet te onderschatten is. Dit alles tijdens een immens lange show én wetende dat de muzikanten, op Deacon na, niet meer van de jongste zijn, toont weer eens aan waarom de Eagles terecht iconen genoemd worden.
Niet enkel de nummers van Eagles passeerden de revue, ook enkele solonummers werden deze avond gebracht. Tijdens “In The City” liet Joe Walsh de hoogste registers van zijn stem horen en bespeelde hij zijn gitaar op een enorm aanstekelijk manier waarbij hij telkens de ogen sloot en zich voluit gaf. Natuurlijk kon ook een schitterende live versie van Don Henley’s “Boys Of Summer” deze avond niet ontbreken, met Henley deze keer op de gitaar. Don’s scherpe stem raakte tijdens het refrein het hart van de toeschouwers van de voorste tot en met de laatste rij. Dat was zeker niet alles, want er stonden ook nog enkele funky covers van James Gang op de planning.
Het werd gezegd dat de prijzen van de tickets aan de dure kant waren, maar met zo’n goed gevuld programma van twee en een half uur kreeg het publiek wel degelijk waar voor zijn geld. Zeker toen de band nog tot drie keer toe enkele bisnummers kwam brengen zoals “Desperado” en het ontegensprekelijk legendarische “Hotel California”.

Eagles waren, zijn en blijven één van de grootste rockbands aller tijden (hun album ‘Their Greatest Hits’ (1971–1975) wist onlangs zelfs terug de titel van best verkochte plaat ooit te veroveren). Fans zullen deze wonderlijke avond in het Sportpaleis dan ook niet snel vergeten. Drummer Don Henley vertelde ons tijdens dit optreden dat dit waarschijnlijk hun laatste Europese tour ooit zal zijn, maar vrij snel liet hij ons toch blijken dat hij hier zelf over twijfelt. Wij hopen alvast dat ze een terugkomst effectief in overweging nemen en snel weer in België van zich laten horen!

Setlist: Seven Bridges Road (Steve Young cover) - Take It Easy - One of These Nights - Take It to the Limit - Tequila Sunrise - Witchy Woman - In the City (Joe Walsh song) - I can’t tell you why - New Kid in Town - Peaceful Easy Feeling - Love Will Keep Us Alive - Lyin’ Eyes - Don’t Let Our Love Start Slippin’ Away (Vince Gill cover) - Those Shoes - Already Gone - Walk Away (James Gang cover) - Life’s Been Good (Joe Walsh song) - The Boys of Summer (Don Henley song) - Heartache Tonight - Funk #49 (James Gang cover) - Life in the Fast Lane - Hotel California - Rocky Mountain Way (Joe Walsh song) – Desperado - Best of My Love

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/sportpaleis-antwerpen/eagles-26-05-2019
Organisatie: Live Nation

Strand of Oaks

Strand of Oaks - Hier nemen wij onze hoed voor af

Geschreven door

We trokken niet alleen massaal naar de stembus, ook in Trix was het over de koppen lopen. In de grote zaal speelde namelijk Timothy Showalter met Strand of Oaks een uitverkochte show. Met maar liefst zes albums op zak wist hij ons te overtuigen van zijn muzikale talent. Het voorprogramma van de avond werd verzorgd door zijn landgenoot Frankie Lee.

Voorzien van zijn typische witte cowboyhoed, bijhorende outfit en mondharmonica betrad Frankie Lee als eerste van de avond het podium. Vergezeld door zijn gitaar wist hij ons gedurende een half uur mee te nemen naar het Amerikaanse platteland. Als we enkel uitgingen van de look, mochten we ons verwachten aan hillbilly en country. Daarentegen kregen we een nodige dosis americana en folk, waarbij een oplettende luisteraar ook “Chains” van Fleetwood Mac en “Everytime The Sun Comes Up” van Sharon Van Etten kon herkennen.

Strand of Oaks opende hun set op een nogal gedurfde manier. De opener van de avond was namelijk meteen misschien wel hun grootste single “Weird Ways”. Het voordeel hiervan was natuurlijk dat de band direct heel het publiek mee had. De toon van de avond was hiermee gezet. Epische gitaren die op een subtiele wijze opbouwden naar een hoogtepunt waren zo goed als de rode draad van de set. “Goshen 97” en “Ruby” mondden zelfs uit in een onverwacht meezingmomentje door het publiek. Showalter en co gaven het beste van zichzelf, en tijdens die laatste mochten ook de nodige gitaarsolo’s niet ontbreken.

Timothy Showalter ziet er misschien uit als een ruige bikerboy, maar niets is minder waar. Onder zijn hoed en verstopt achter zijn grote bos haar zit eerder een grote teddybeer verstopt. Tijdens “Shut In” zagen we hem zelfs een traantje wegpinken en ook op “Wild And Willing” liet hij zich even van een andere kant zien. Bijna a capella bracht hij die song, waardoor het pure helemaal naar boven kwam. Toch voelden we ons meer verbonden met hem tijdens de uitgesponnen gitaarmomenten. “For Me” en “Radio Kids” waren hierbij misschien wel een van de betere voorbeelden.
Dat Strand of Oaks pas met hun zesde album ‘Eraserland’ bekendheid verwierf bij het grote publiek is voor ons een groot vraagstuk. Voor de fans van het bijna eerste uur begon het allemaal met het nummer “JM” op de derde plaat ‘Heal’. Vooral de liveversie bij Ayco Duyster in het gelijknamige programma Duyster kende een eigen leven op het internet. Het ging zelfs zover dat Ayco werd bedankt tijdens de show van de band op Pukkelpop enkele jaren geleden. Ook op het podium wisten ze het uitgesponnen en rauwe karakter van die song over te brengen. Met maar liefst een meer dan tien minuten durende versie sloeg de band ons met verstomming.
Voor de bisnummers bracht de band Frankie Lee met zijn mondharmonica nog eens op het podium. Tijdens “In The Blue” verliet Showalter zelfs het podium en nam Lee de vocals voor zich, al kwam hij overtuigender over zonder band. Het leek alsof hij niet opgewassen was tegen de volle klank van de band. De twee heren namen samen de zang voor zich op het laatste nummer van de avond, “Forever Chords”. Lee stond er af en toe wat ongemakkelijk bij op de momenten dat hij niet moest zingen, maar gelukkig maakte de band dat helemaal goed en lieten ze ons met een mond vol tanden achter.

We durven het bijna niet te zeggen, maar met zes albums op zijn palmares is Timothy Showalter met Strand of Oaks bijna een oude rot in het vak. Toch doet de naam van de band nog niet veel belletjes rinkelen bij de meesten onder ons en dat is een spijtige zaak. Strand of Oaks heeft een hele hoop straffe songs, die ze ook nog eens live perfect weten te vertalen. Wij roepen alvast iedereen op om te gaan kijken naar hun show op Rock Werchter.

Setlist: Weird Ways - Final Fires - Goshen 97 - Ruby - Plymouth - For Me - Wild And Willing - Radio Kids - Visions - Shut In - JM - Rest Of It - In The Blue - Forever Chords

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Trix, Antwerpen

Amenra

Amenra - Beyond The Spoken & Toni Kanwa Adikusu - Het alles overstijgende vuurritueel

Geschreven door

Amenra - Beyond The Spoken & Toni Kanwa Adikusu - Het alles overstijgende vuurritueel
Amenra
Citadelpark
2019-05-25
Hans Devriendt

22u20 … Ik kom aan in het Gentse’ Citadelpark’ en parkeer gehaast mijn fiets aan de site tussen het S.M.A.K. & Monterey. Ver hoef ik niet te zoeken. Ik wandel gewoon richting de vele stemmen.
22u25 … Rustig sluit ik aan bij de massa publiek, die zich achter een lang, cirkelvormig koord bevindt. We staren met z’n allen naar een podium en naar het beeldhouwwerk van Toni Kanwa Adikusumah: ‘Een Indonesische kunstenaar die al jarenlang de rituelen van de Sunda-traditie (een eilanden groep ten oosten van Bali waar ze bewust kiezen om primitief te blijven leven) probeert te verbinden met de hedendaagse kunstwereld’ (Bron: Vooruit, Gent). Toni Kanwa A. heeft dit beeldbouwwerk (uit hout) gemaakt om het niet-erkend verlies van ieder onder ons te symboliseren. Het beeld wordt binnen enkele minuten ritueel verbrand. Dit kan velen onder ons helpen in het loslaten van ons innerlijke verdriet en pijn. De combinatie van vuur, ritueel en muzikale begeleiding van Amenra zal straks zorgen voor samenhorigheidsgevoel. Samen, zullen we de kans krijgen om onze demonen te laten oplossen tot niets. Ik voel een emotioneel beladen sfeer in de lucht hangen. Er wordt gepraat, maar niet veel. En eerder stil, dan luid.
22u30 … Barbara Raes (curator van de Amen & Beyond tiendaagse, samen met C.H.V.E.) doet nog een laatste ronde langs het publiek. Ze vraagt ons om -tot en met het doven van de vuren- rustig achter het koord te blijven. Tegenspraak krijgt ze niet. Enkel een respectvolle knik. Iedereen begrijpt elkaar.
22u40 … Colin H. Van Eeckhout stapt het podium op, neemt zijn instrument (draailier) en gaat op een stoel zitten. Beperkt licht afkomstig van één spot valt op hem neer. Hij start met draaien en ik laat mij geheel onverwacht overvallen door een opmerkelijk gevoel van rust en veiligheid. Langzaam bereikt het repetitief geluid van de mechanisch aangedreven viool mijn oren. Het podium staat misschien 30 meter verder, maar toch lijkt de muziek zo nabij.
22u45 … Rond het beeldhouwwerk bevinden zich zes vuren, allen verbonden met een koord tot het werk zelf. Twee mensen in witte gewaden steken de eerste vuren aan. Ondertussen komen ook de andere bandleden het podium op. Vervolgens komt Barbara Raes ten tonele en ontsteekt ze een volgend vuur. Zoals de anderen, groet ze het vuur ook, met een bepaalde blik van dankbaarheid in haar ogen. Hierna stapt ook Colin op de vuren af en geeft hij een ander vuur ook zijn vlam.
23u00 … Langzaam aan branden de vuren verder, nog één van de kleinere vuren wordt aangestoken. Ondertussen wordt de intensiteit van de muziek opgevoerd. Ze bevat steeds meer melodie en complexiteit.
23u05 … Toni Kanwa A. begeeft zich tot het laatste kleinere vuur en ontsteekt deze. Een diepe groet volgt. Het publiek staart emotioneel naar het gehele gebeuren.
23u10 … De muziek vult steeds meer de grote ruimte en Colin spreekt verschillende versen uit. Versen die ik hier liever niet neerschrijf. Deze waren één element van het groter geheel dat ons in extase bracht en behoren ook nog steeds daar toe. Ondertussen ontsteekt iemand anders in wit gewaad het bovenste gedeelte van het beeldhouwwerk, de toorts. Nu branden alle vuren geven ze de muziek met hun geknetter extra warmte en geladenheid.
23u20 … Mijn ogen vallen dicht. Ik herbeleef. Vele momenten. Die mij zwaar vielen. Die mij intens verdriet gaven. Af en toe kijk ik naar de vuren, ieder vuur stel ik symboliek voor één van mijn moeilijke momenten. Het lijkt nu alsof de vuren mijn negatieve energie opslorpen.
23u25 … Ik word stiekem benieuwd hoe het ongekende nummer zal evolueren. Toch kan ik moeilijk afgeleid worden. De teksten die Colin voorleest, nemen mijn gedachten opnieuw in en komen genadeloos hard binnen.
23u27 … De muziek bevat nu nog een extra melodielijn, het tempo neemt toe. De tonen worden hoger, harder en nemen mij mee, 20 meter verder… Alsof ik mentaal naar de vuren wordt gesleurd.
23u30 … Het nummer ontploft. De vuren branden nu hard. Colin schreeuwt, vanuit zijn diepe zelf. Ik voel nog meer verdriet, pijn en woede in mij opkomen. Ik probeer ze in het vuur te kwijt te spelen. De volgende minuten verlies ik mijzelf volledig in het transcenderend geheel. Het staat boven mij
23u35 … Het tot nu toe, ongekende nummer “I” eindigt na de laatste zware, verpletterende drumslagen. Het tweede ongekende nummer start met een ritmische basdrum. Het gekraak van de vuren klinkt steeds luider. Alsof het onze collectieve pijn al voor een deel heeft opgeslorpt maar veel werk heeft om het te laten opbranden tot as. Donker. As.
23u38 … C.H.V.E. leest opnieuw een langere tekst voor. De muziek wordt langzaamaan melodieuzer maar de basdrum blijft aanwezig. Ik krijg het zelfde gevoel dat “Ritual” (Mass II, 2005) mij ook geeft. Iets later begint Colin ook te zingen. Hoog maar vol emotie. Hij beleeft duidelijk ook één en ander.
23u40 … Toni Kanwa A. komt opnieuw naar het beeldhouwwerk, hij baant zich een weg door de andere vuren, de springende vonken en het rookgordijn. Vervolgens steekt hij nu de basis van de hoge toorts aan. Hij groet de vlammen die zich nu op hun hoogtepunt bevinden.
23u43 … De muziek ontploft genadeloos, de vlammen en het geknetter maken het gehele -ongrijpbare- gebeuren nog invasiever. Ik voel nu mijn laatste negatieve stromen ontsnappen. Het vuur heeft mij in zijn klauwen. Ik beweeg heftig en ritmisch mee op de muziek. Of ik morgen pijn zal voelen? Daar denk ik nu zelfs niet aan. De muziek komt tot rust. Ik kan mij net onttrekken van het vuur en en alles wordt stiller. Op het podium, maar ook in mijn hoofd en lijf.
23u47 … Een herkenbaar geluid stroomt mijn richting uit. Ik hoef er niet over na te denken. Het is de repetitieve melodielijn van “The Longest Night” (‘Alive’, 2016). Bewuste keuze? Ik veronderstel van wel. Na enkele minuten stopt de melodie. Het publiek applaudisseert, maar ik ben niet meer in staat om zomaar te ontsnappen uit wat er zonet gebeurde. Ik sluit opnieuw even m’n ogen. Een traan rolt over m’n wangen.
23u50 … Ik ga op de grond zitten en kijk verbouwereerd naar de laatste vlammen. Nu valt ook het beeldhouwwerk vol destructiviteit op de grond. Een poosje later moet ik wel vertrekken richting thuis en kruip ik verslagen maar vol dankbaarheid de fiets op. Enkele dagen later kon ik een deel van deze avond verwerken en voelde ik mij een heel stuk ‘lichter’.

Wat Amenra heeft gedaan, verbindt ons en staat ver boven ons. Het vuurritueel was een unieke en beklijvende afsluiter na zo’n intense tiendaagse doorheen verdriet en pijn.
Ik ben Amenra zelf, alsook alle personen/muzikanten/kunstenaars die met Amen & Beyond betrokken waren, heel diep dankbaar.

Setlist: ongekend nummer I / ongekend nummer II / (melodielijn) The Longest Night

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vooruit-gent/amenra-25-05-2019
Organisatie: Vooruit , Gent ikv ‘Amen & Beyond’ (Colin H. Van Eeckhout & Barbara Raes (curatoren))

Wacken Battle Belgium 2019 - Primal Creation wint Belgische Wacken Battle

Geschreven door

Wacken Battle Belgium 2019 - Primal Creation wint Belgische Wacken Battle
Wacken Battle Belgium 2019
Zaal Volkskring
Kruisem
2019-05-25
Filip Van der Linden

Bands - Wacken Battle Belgium 2019 - Primal Creation, Cathubodua, The Curse Of Millhaven, Hunter, Insomnia, Stand For, Hudic
Niet minder dan acht bands haalden de finale van de Belgische Wacken Battle, nog steeds een beetje het Songfestival van de Belgische metal. Vooraf was er een beetje discussie of het een goed idee was om een finale te organiseren met acht bands in plaats van zes, omdat de bands dan amper vier of vijf nummers kunnen spelen. Het publiek krijgt wel een bredere doorsnede van wat er in België aan metal gemaakt wordt. Primal Creation versloeg nipt Cathubodua, met 64 punten tegenover 62 en krijgt daardoor een stek op het podium van Wacken Open Air, het Duitse festival dat voor elke metalband als de hemel op aarde beschouwd wordt.

De aftrap werd gegeven door Hunter met een flinke portie hardrock en traditionele heavymetal. Zanger David haalde een paar keer uit als Rob Halford van Judas Priest en liet ook horen dat hij een mooie grunt in huis heeft. Hij had wel problemen met de meniscus waardoor zijn bewegingen op het podium heel beperkt waren. Door de pijn te verbijten verdiende Hunter wat extra punten bij het kritische publiek. De set bestond uit vijf tracks: “Dominion”, “Infiltrator”, “The Comes The Night”, “No Man’s Land” en (een beetje voorbarig) “Glorious”. Muzikaal waren er weinig opmerkingen, al knalde Hunter live net iets minder dan op hun pas uitgebrachte album.
When Plagues Collide brengt brutale deathcore en raasde als een wervelwind door de Volkskring. De band blonk van tevredenheid en ze genoten van hun show, maar die vonk sloeg helaas niet over op het publiek. Zanger Wouter vroeg twee keer een circle pit, maar daarvoor was het publiek op dat vroege uur in de avond nog niet klaar. When Plagues Collide is eerder een band die ook op eigen kracht wel tot op de Duitse en andere buitenlandse podia zal geraken.
Primal Creation brengt thrashmetal met accenten van death en core en met Testament en Slayer als inspiratiebronnen. De band brengt zijn set bovendien met veel passie en overtuiging. Zanger Koen Mattheeuws is een prima frontman die regelmatig de rand van het podium opzoekt. De rest van de band deed moeite om wat leven in de brouwerij te brengen, al waren er ook momenten dat ze enkel naar hun instrument stonden te kijken. De Wacken Battle is en blijft een verkiezing, dus mocht de track “Vote Clown” uit hun album Demockracy niet ontbreken. Primal Creation is een sterke winnaar en Wacken zal nog maar het begin zijn van hun Europese doorbraak.
The Curse Of Millhaven perste liefst vijf tracks in hun korte set en had dan nog tijd over voor intro’s en samples. Ze startten met “Treshholds” en gingen dan via “Shelter” naar het magistrale “My Reign, My Wrath”. Inzake melodische deathmetal zijn ze heel goed. Het klonk gemeen en brutaal en muzikaal-technisch was het een topper. Wel had de band moeite om het publiek bij de les te houden.
De Luikse groovemetalband Insomnia had de hoogste gemiddelde leeftijd van de avond. De grijze haren van zanger Fred vormden een mooi contrast met de levenslust van de band. Ze voelen zich thuis op het podium en vinden elkaar blindelings op het podium. Leuk gevonden: elk van de bandleden had een Wacken-shirt aan. Het was een welkome afwisseling om eens een band met slechts één gitarist te horen in deze battle, al was het maar om de jeugd te tonen dat het ook zo perfect lukt om een ‘vol’ geluid te brengen.  Hun set begon met “God See Ya” en liep via “Resistance” en “Love” naar “Master”. Insomnia leverde een prima performance, maar vele aanwezigen gunnen de podiumstek op Wacken blijkbaar eerder aan een ‘jonge’ band voor wie het nog allemaal moet gebeuren.
Stand For uit Bergen (Mons), is zo een jonge band. Zij brengen energieke heavymetal met een moderne twist. Leuk, energiek, heel professioneel,  en met veel overtuiging gebracht. Ze denken na over hun podiumoutfit, wat op zich geen slecht idee is, maar kiezen dan wel voor een gladde boysband-look. Opvallen lukt zo wel, overtuigen misschien minder. Hun eerder brave set bestond uit “dark Times”, “The Beast”, “No Matter” en het door de eigen fans luid meegebrulde “Stand For”.
Cathubodua staat te boek als een epic symphonic metalband en heeft met zangeres Sara en violiste Katrien twee dames in de rangen en dat is toch een welkome uitzondering in deze battle. De band klonk in Kruisem een stuk volwassener dan op hun debuutalbum ‘Opus I: Dawn’ uit 2016. Sindsdien kwam er (in 2018) nog maar één nieuwe single, maar ook die speelden ze niet. Wel kregen we vier nog niet eerder uitgebrachte songs: “Hydra”, “My Way To Glory”, “The Fire” en “Hero Of Ages”. Deze band is inmiddels geroutineerd in bandbattles en wist ook hier een innemende performance neer te zetten. Vooral frontvrouw Sara slaagt erin om het publiek uit haar hand te laten eten. Kenners zeggen al eens dat België een ‘moeilijke markt’ is voor female-fronted bands, terwijl de nipte nederlaag bewijst dat het wel kan, als de kwaliteit goed genoeg is. Wij kijken alvast uit naar dat volgende album.
De laatste band in Kruisem was Hudič, een symfonische black/deathband die al sinds de release van de EP ‘Ne Ergo Dimittas’  over de tongen gaat als band om in de gaten te houden. In dergelijke bandbattles is al vaker gebleken dat het niet altijd eenvoudig is om een hype om te zetten in een goede score. De band zette na een zenuwachtige soundcheck zijn set in met een stukje mysterieus toneel. Doorheen de show verborgen de gitaristen en de bassist hun gezicht in iets dat het midden houdt tussen een monnikskap en een hoodie. De rookmachine en belichting moesten het mysterie nog aandikken, maar deze band komt echt niet tot zijn recht in een competitie.

Scores: Primal Creation - 64 points; Cathubodua - 62 points; Stand For - 53 points; Hudic - 46 points; Hunter - 44 points; Insomnia - 39 points; The Curse Of Millhaven - 33 points; When Plagues Collide - 8 points

In 2020 is er voor het eerst sinds lang geen Belgische Wacken Battle. Om alle landen aan bod te laten komen in Wacken, moet ons land een jaartje overslaan. In 2021 is er opnieuw een kans voor Belgische bands om te strijden voor een stek op Wacken Open Air.

Organisatie: Vzw RTP

Pagina 325 van 966