logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Kreator - 25/03...

Tobias Jesso Jr

Goon

Geschreven door

De jonge Canadese sing/songwriter debuteert met fijne , elegante , dromerige balladpop. De songs zijn vooral geleest op zijn piano en zijn indringende, emotionele stem. Met de single “How could you babe” veroverde hij de jonge meisjesharten .
Die eenvoudigheid siert hem en hij tuimelt naar de vroege jaren McCartney/Lennon , Randy Newman en Elton John . “Can’t stop thinking about you”, “Without you”, “Hollywood” of “Bad words” zijn mooie voorbeelden hoe die eenvoudigheid , emotionaliteit en romantiek elkaar vinden. Of er zijn een paar op zijn sober gitaarspel.  Hij gaat breder op “Can we still be friends” , “For you” en een “Crocodile tears”.
Hij kon rekenen op enkele belangrijke namen als Chet JR White (Girls), Patrick Carney (Black Keys) en hitproducer Ariel Rechtshaid (Haim, Vampire Weekend) .
‘Goon’ is een gevoelige, nostalgische emotrip van allerhande avonturen die hij mooi verhaalt op dit debuut …

Primus

Primus - Virtuoos totaalspektakel

Geschreven door

Na een lange winterslaap van 12 jaren kwam het geniaal geschifte Primus in 2011 terug van onder de bloemkolen gekropen met het bijzonder fijne ‘Green Naugahyde’, een typische Primus plaat die zowel de gekte als de genialiteit van de beginjaren evenaarde en het begin van een tweede leven inluidde. De band kwam toen tot drie keer (2 maal AB en 1 keer Trix) toe zijn geduldige fans verblijden en trakteren op een set heerlijke nostalgische momenten afgewisseld met flitsende nieuwe songs en een portie heerlijke Primus-nonsens. We waren erbij, en telkenmale was het fantastisch.

In 2014 was het halfgare trio alweer klaar voor een nieuw specialleke, namelijk een eigen adaptatie van de soundtrack van ‘Willy Wonka & The Chocolate Factory’, een bizarre film uit 1971 gebaseerd op een Roald Dahl verhaal met de fabelachtige Gene Wilder in de hoofdrol. Primus heeft de soundtrack volledig naar zijn eigen knotsgekke hand gezet en heeft die voor het nageslacht op plaat gebrand onder de naam ‘Primus & The Chocolate Factory with The Fungi Ensemble’. De band heeft er een heus totaalspektakel rond gebouwd en trekt er nu de weide wereld mee rond. Maar vooraleer in deze bijzondere wereld te stappen zorgden ze eerst zelf voor de opwarming, kwestie van niets aan het toeval over te laten.

Support acts zijn uit den boze bij Primus, de band speelde hun eigen voorprogramma via een ‘greatest hits’- set om duimen en vingers bij af te likken. Beweren dat het voorprogramma beter is klinkt een beetje onnozel als het voorprogramma ook de hoofdact is, maar beter dan dit zou het bijna niet meer kunnen worden. In dat eerste uur was het trio ronduit briljant met ultrascherpe uitvoeringen van onsterfelijke pareltjes als onder meer “Those Damned Blue Colar Tweekers”, “Wynona’s Big Brown Beaver”, “Last Salmon Man” en “Groundhog’s Day”. Dat Les Claypool de Lionel Messi is onder de bassisten wisten we natuurlijk al lang, maar dat het ganse trio getuigt van een buitengewone virtuositeit kunnen we nooit genoeg in de verf zetten. Nog maar eens werd duidelijk hoe dat typische geluid van Primus grotendeels mee bepaald werd door de wonderlijke en spitsvondige uithalen van Larry La Londe, een unieke gitarist van dat zelfde zeldzame en bovennatuurlijke kaliber als Vernon Reid en Tom Morello.
Onder een sobere lichtshow en gans de tijd voor een gordijn postvattend had Primus hier zomaar eventjes voor het meest superieure uurtje gezorgd dat we het afgelopen jaar op concertniveau hebben mogen meemaken. En dit was nog maar het voorspel.

Na een half uurtje pauze ging dan dat fameuze gordijn open en loodste Primus ons binnen in een uitmuntend decor, een kleurrijke kinderdroomwereld met gigantische paddenstoelen, giant lolly’s en een drumstel die zich presenteerde als een immense snoepwinkel. Had u uw koters meegebracht, ze beleefden de tijd van hun leven op dat podium. Gedurig kwamen twee cartooneske heerschappen met een reusachtige kop het podium opgedwarreld om Claypool zijn “Oompa’s” van een gepast dansje te voorzien. De kostelijke humor en spitsvondigheid van Primus waren duidelijk in dit decor en deze performance ingeburgerd. Mafketel Wayne Coyne en zijn al even geschifte Flaming Lips hadden volgens ons in deze bizarre omgeving ook hun pret niet op gekund.
Nochtans waren wij op voorhand niet echt verlekkerd op die nieuwe musical-plaat van Primus, maar in combinatie met dit schitterende decor en de twee getalenteerde muzikanten van The Fungi Ensemble viel alles perfect in zijn plooi.
Het volledige combo had er een fonkelend staaltje theater van gemaakt. De flow van de film liet zich perfect verenigen met de absurditeit en de originaliteit van deze unieke band. De twee getalenteerde en klassiek geschoolde muzikanten Sam Bass (cello) en Mike Dillon (percussie) tilden het gehele schouwspel naar een hoger niveau.
In “Golden Ticket” mochten zij een eerste keer loos gaan en vormde hun muzikaal vernuft een prachtige symbiose met de maffe Primus capriolen. Het duo maakte ook van “I Want It Now” een hoogtepunt, dit in een glimmende interactie met Larry La Londe, die nu al een tijdje naar de achtergrond was verdwenen maar hier de vocals voor één keer op zich mocht nemen en onderwijl ook nog eens zijn gitaar in een psychedelische flow liet schitteren. Even dachten wij aan een geïnspireerde Pink Floyd, meermaals dachten wij aan de briljante nonsens van The Mothers Of Invention.
De vertoning van The Chocolate Factory was dus een geslaagd totaalspektakel de naam Primus waardig, origineel, virtuoos, gedurfd, geschift en met een flinke scheut humor. ‘Primus and The Chocolate Factory’ is een album die je moet gehoord én vooral gezien hebben.

En dan was het tijd om nog maar eens een blik onvervalste klassiekers open te trekken. Primus zette samen met de twee heren van The Fungi Ensemble een fenomenale bisronde neer met een lange opborrelende versie van “Southbound Pachyderm”, het pareltje uit ‘Tales From the Punchbowl’. De heren lapten er nog een paar grootse momenten achter met een sprankelend “Fisticuffs” en als ultieme toetje het opwindende “Here Come The Bastards”.
Toen ging onherroepelijk het doek dicht, en dat was jammer, waarmee we meteen toekwamen aan dat ene zweempje van kritiek die we uit onze mouw konden schudden. Ondanks bijna twee en een half uur luisterrijke zotheid, hadden wij honger naar meer, de set was naar onze mening nog te kort en wederom vertikten de klootzakken het om “Too Many Puppies” te spelen. Het minutenlange oorverdovende gejoel om een extra bisronde sprak boekdelen, iedereen wou meer en wou vooral die verdomde puppies, maar Primus bleef koppig achter de coulissen. Duidelijk geen hondjes toegelaten in de AB.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/primus-15-06-2015/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Black Mountain

Black Mountain – Hun ‘Future is ‘Retro’

Geschreven door

Heel productief kan men ze niet noemen : het Canadese kwintet Black Mountain: Amper drie full CD's in 10 jaar, waarvan de laatste alweer een 5 jaartjes oud is. Zonder nieuw werk op de planken is de band momenteel dan maar op de hort in Europa ter promotie van de re-release van hun titelloze debuut uit 2005. Een expanded version weliswaar, incl. de 4 tracks van de vroege EP 'Druganout' + nog een 4-tal onuitgegeven bonus tracks.

Waar de band in 2005 op dat debuut nog zoekende was en laveerde tussen indie rock en een rauwere psychedelische jaren 60/70 rocksound, viel de balans op meesterwerk 'In the future' uit 2008 duidelijk uit in het voordeel van dat laatste. “Tyrants” en “Stormy high” -2 songs van die plaat- getuigden hier vanavond van Black Mountain's voorliefde voor die heavy psychedelische rock. “Wucan” is dan weer een anders pareltje van diezelfde plaat, ééntje dat we vanavond niet wilden missen en gelukkig ook niet moesten missen : Een lekker voortkabbelende song gedragen door een lekkere groove met daar bovenop een subtiele keyboardlijn en het geheel ten gepaste tijde voorzien van een goed geplaatst gitaarexplosietje. 
Verrassend genoeg moest de Botanique het stellen zonder ook maar iets uit de 3e plaat 'Wilderness heart' (2010), maar enkele stevige nieuwe songs waren hopelijk wel de voorbode van nieuw plaatwerk.
Verder werd vanavond vooral geput uit die heruitgebrachte debuutplaat : Opener “Modern Music” was zo een indie-rock exploot hieruit, maar daarna was het vet rocken geblazen met een bijtend “Don't run our hearts around” en idem dito “Set us free”. In die soms lang (maar nooit te lang) uitgesponnen slepende psych rock voelde frontman en gitarist Stephen McBean zich thuis tot en met en waande zich een 40-tal jaren 'back in time'.
Doorheen de hele show was het ook vooral de heldere prachtige stem van Amber Webber die een aangename tegenpool vormde voor het brute snarengeweld van McBean. En laat ons gerust stellen dat het vooral Webber's stem is die mee die typische eigen sound van Black Mountain bepaalt, en die deze band onderscheidt van andere bands in het genre!. “No hits” bleek één van de toppers vanavond : Op plaat een vrij a-typisch -zowaar dansbaar- nummer in hun repertoire, hier omgebouwd tot een bijna 20 minuten durend lekker psychedelisch gitaar keyboard jam monstertje. Indrukwekkend !!
Afsluiter was “No Satisfaction”, niet de Stones classic, maar hun eigen 60's 'pop' song, sterk schatplichtig aan The Velvet Underground. Niet meteen hun 'pièce d'oeuvre', er was nog sterker materiaal over om eruit te gaan met een knal. Maar laat ons niet gaan miereneuken over details, in onze muzikale hersenpan zit alweer een meer dan geslaagd concertje bij opgeslagen.
En dat de heren en dame maar snel met nieuw materiaal komen aandraven, ons geheugen is bijlange nog niet vol!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-mountain-12-06-2015/
Organisatie: Botanique , Brussel

 

Senyawa

Senyawa + Hieroglyphic Being - Indonesische folkmetal en freejazz house in de Vooruit

Geschreven door

Senyawa + Hieroglyphic Being - Indonesische folkmetal en freejazz house in de Vooruit
Senyawa + Hieroglyphic Being
Vooruit (Balzaal)
Gent
2015-06-12
Nick Nyffels


We waren eigenlijk naar de Vooruit afgezakt voor Tyondai Braxton, de voormalige frontman van Battles, die er zijn ‘Album Hive1’ zou komen voorstellen, maar op het laatste moment besloot die om zijn kat te sturen. Wij stuurden onze kat niet, want er waren nog andere avantgarde bands om te checken.

Senyawa (zie foto homepag) bijvoorbeeld, een Indonesisch duo uit Yogyakarta. Voor iedereen in de Balzaal zal het wellicht de eerste keer geweest zijn om een Indonesische rockband aan het werk te zien. Senyawa is avant-garde tot het uiterste: ze bouwen hun instrumenten zelf: op een bamboe steel was een gitaarnek gemonteerd, en dit experimenteel instrument werd zowel als gitaar en als strijkinstrument gebruikt. Heel avontuurlijk dus, en dat bleek ook uit de zang. Zanger Rully Shabara zong in het Indonesisch, en gebruikte zijn stem evengoed als een instrument: hij varieerde tussen gekrijs, keelzang en grunts, maar ook zaten er rustige folkpassages tussen. Het geluid van dit duo klonk soms orientaals, dan was het weer schokkerig als een soort akoestische versie van System of a down, waarna er stukken waren die  heel duidelijk door metal geïnspireerd waren. De Indonesische variant van Rodrigo en Gabriela, maar dan gemixt met Diamanda Galas. Toegankelijk was het dus absoluut niet, maar het had wel iets. De bamboegitaar klonk in een nummer als een harp. Geef deze mannen gerust een plek op Graspop, ze zullen er niet misstaan.

De hoofdact vanavond was Hieroglyphic Being. Dat is het alter ego van Jamal Moss, een houseproducer uit Chicago, die hier vanavond samenspeelde met Marshall Allen, een krasse knar van 91 die nog bij Sun Ra Arkestra speelde.  Moss draaide aan de knoppen, terwijl Allen en een compaan zowel dwarsfluit, sax als iets wat op een melodica leek bespeelden. Heel duidelijk free-jazz dus, iets te druk voor mijn oren eigenlijk, het was bij momenten of er twee bands tegelijkertijd verschillende nummers aan het spelen waren. De dwarsfluit met beats composities klonken als St Germain door de gehaktmolen gedraaid werd. Het tweede deel van het concert vond ik beter, toen de kosmische groove het overnam van de stoorzender jazzhouse van het begin.

Geen Tyondai Braxton dus, maar we hadden in ieder geval twee avant-garde artiesten gezien die de uitersten van het melodisch spectrum opzochten.

Organisatie: Vooruit Gent

OBN III s

OBN III’s - Texaanse razernij

Geschreven door

We hadden er een tijdje op moeten wachten maar het zat er nog eens pal op in de Pit’s. Het begon al goed met Wild Racoon, een one-man-band uit het naburige Lille met bijna evenveel materiaal op het podium als de voltallige OBN III’s na hem. De man citeert namen als Bob Log III en Marc Sultan als invloeden maar ik vond hem toch vooral thuishoren in de nieuwe lichting psychedelische garagerockgroepen. Daarbij kwam vooral John Wesley Coleman III in gedachten : diezelfde lo-fi aanpak met talloze tempowisselingen.

Van een geheel andere orde was de razernij van OBN III’s uit Austin, Texas. Zanger Orville Bateman Neeley III zorgde voor die vreemde groepsnaam. Volkomen terecht want alles draait rond hem terwijl hij na vier woelige jaren het enige originele groepslid is. Neeley was overigens al eens te gast in de Pit’s met zijn andere groep, Bad Sports. Maar zo bleek als die toen voor de dag kwamen, zo overweldigend waren de OBN III’s nu. De compleet geschifte Neeley pootte samen met bassist Michael Goodwin, gitarist Tom Triplett en drummer Marley Jones een sound neer die nog het best te omschrijven viel als The Stooges na een shot adrenaline. Furieus en hard met als absolute hoogtepunt het hilarische en van Little Richard gekende “Keep a knockin’ (but you can’t come in)” waarbij Neeley ostentatief naar zijn blote kont wees.

OBN III’s heeft dus niet voor niets een nieuwe plaat, ‘Live in San Francisco’, uit op ‘Castle Face’, het label van John Dwyer (Thee Oh Sees). Maar dat is blijkbaar geen garantie op kwaliteit want mijn exemplaar is meteen de kromste plaat uit mijn collectie. Het lijkt erop alsof mijn naald telkens de honderd meter horden moet lopen.

Organisatie: Pit’s , Kortrijk

Merdan Taplak

Imperial Dancefloor Material

Geschreven door

Merdan Taplak, man met twee nationaliteiten , gooit zich echt op de dancefloor met deze nieuwe plaat . Hij viel vroeger op door op gezwinde wijze een mix van culturen samen te brengen. Hij heeft z’n muzikale ervaring als DJ op fuiven en festivals al mooi samengebundeld en tekent nu voor een eenduidiger geheel van zwierige, pompende, groovende en zweverige sfeervolle dancepop, waarin dubreggae en 90s house is verweven . Hij heeft heel wat gastvocalisten bij zich om het een mooi geheel te maken .
Een  heerlijk genietbare trip, die de dansspieren aanspreekt . Met “Troubles in my head” (ft Siam) en “Gravity” (ft Stellar en Sunday Rose) heeft hij twee sterke killers uit .
We vinden heel wat fijns terug of het pompt als op “Rip it” of “Nasty” , of lichter , sfeervoller klinkt , “Show your face”, “My love is yours” of donkerder is “I don’t like you” .
Opnieuw heeft hij op ingenieuze, boeiende en dansbare  wijze een overtuigende plaat in elkaar gebokst. Sjiek!

Ultimate Painting

Ultimate Painting

Geschreven door

We houden van die indie bands die lekker rammelende pop aanbieden . Ultimate Painting is een initiatief van Jack Cooper (van Mazes) en James Hoare van Veronica Falls . Ze zitten goed ingebed in dat wereldje en de tien songs leunen nauw aan bij geestesgenoten Parquet Courts en refereren graag terug naar de oerindie van de V.U. , The Feelies en The Chills , de zweverigheid van Galaxie 500 en de rauwheid van Guided By Voices, Pavement .
Op die manier hebben we van de twee Britten een reeks overtuigende songs die een dromerige tune hebben, soms slepend , traag of die kunnen rocken , steevast beheerst door die repetitieve ritmiek .”Central park Blues” , “Jane” , “She’s a bom” en de titelsong mag je alvast inlijsten.

Kate Tempest

Everybody down

Geschreven door

Een heel opmerkelijke plaat is ‘Everybody down’ van de Londense rapster/dichteres Kate Tempest , met een knipoog naar de mannelijke tegenhanger Mike Skinner van The Streets . Hier gaan rap , poëzie en spoken word samen ; emotioneel geladen teksten in een web van verbeten rhymes en grooves, voorzien van heel wat stijlvarianten. Ze noemt het ‘electronic narrative rap’ , rap met live instrumenten waar de zelfkant van het leven wordt ontleed. O.m. worden we meteen geraakt door “Chicken” , “The beigeness” en “A hammer”.
Hiphopartiesten en bands zijn meer dan enthousiast over deze coming lady en terecht . Puike plaat dus!

Booty Call

Booty Call EP

Geschreven door


De blues, over heel de wereld zijn er duizenden bandjes die zich er aan bezondigen, pijnigen, vergrijpen of toewijden. De blues is een gevoel, al dan niet aangeboren, en hoe ouder je wordt hoe meer het virus zich in je lijf nestelt. Het helpt natuurlijk ook als je zwart bent. Maar hoe kom je als Vlaamse bleekscheet dezer dagen nog met een verrassend geluid naar buiten in een genre waarvan alle paden quasi volledig platgetreden zijn ? Gewoon niets forceren, raden wij aan, want echt origineel klinken is in het genre sowieso niet meer mogelijk. Het komt er op aan de blues zo spontaan mogelijk te laten vloeien en die te laten klinken alsof ie rechtstreeks uit de onderbuik komt.
Booty Call doet dat best aardig en komt aanzetten met een Ep’ tje die elektrische bluesrock brengt met wat ranzige kantjes aan, zo is “Got My Eyes On You” een lekker smerig ding en doet opener “Bad Things” ons met heimwee terugdenken naar het fantastische Gentse Soapstone (ik weet het, geen bluesgroep, maar wel retro als de pest en cool as fuck!).
Akkoord, de onvermijdelijke genreclichés worden geenszins omzeild, maar een trage als “Lost That Girl” gaat er bij de liefhebbers van het genre altijd wel vlotjes in. ZZ Top hangt hier trouwens in de lucht, en dat is verdomme een compliment.
Een must in het bluesrock genre is natuurlijk een potige en onderlegde gitarist, deze hebben ze bij Booty Call in huis met de talentvolle Silas Van Laeken, die duidelijk de snotneus van de bende is (in bluesmiddens is deze jongeling nog een regelrechte baby, de beste bluesplaat van het moment is trouwens gemaakt door Leo Welch, een 84 jarige ouwe knar die zonet met ‘I Don’t Prefer No Blues’ zijn  -u leest het goed- tweede plaat heeft gemaakt, check it out).
Silas houdt het zootje draaiende en schudt onderweg een stel scherpe solo’s uit zijn houthakkersmouw, en dat zonder zich aan te stellen, het is fuckin’ Bonnamassa niet.
Booty Call brengt dus in geen geval de meest vernieuwende bluesrock, dat is ook hun betrachting niet, maar het is lekker voer voor streekbierliefhebbers en aanhangers van The Red Devils (de groep, niet de omhooggevallen voetbalbobo’s). Mogen we vragen aan Silas (en de zijnen) om nu ook niet te hard in de voetsporen van de legendarische Lester Butler te willen treden, de Red Devils frontman is immers bezweken aan een overdosis heroïne.

Meer info : http://www.bootycallband.be

Föllakzoid

Follakzoid - Chileense space-rock in kille Gentse loods

Geschreven door

Het gebeurt niet vaak dat een Chileense band het tot in Europa schopt, maar Follakzoid heeft zich na drie platen al duidelijk gesetteld in de nieuwe golf van psych- en spacerockgroepen die overal uit de grond rijzen, de band is een vaste klant geworden op diverse festivals die steevast graaien in de nieuwste trends in de alternatieve rockbusiness.

Bij hun bezoekje aan DOK Gent konden ze al meteen aan het grillige Belgische weer wennen. Ze vonden het naar eigen zeggen fijn om met het oog op de zonsondergang hun set te kunnen spelen maar hadden wel hun dikke jassen moeten aantrekken om in dat tochtgat een uurtje door te komen.
Dan moest de muziek maar het nodige doen om zichzelf en de meute op te warmen. Met hun lange en overwegend instrumentale songs, wat gemompelde vocals niet te na gelaten, slaagden ze daar maar half in.
Laat ons stellen dat Follakzoid het doorgaans moet hebben van spacy songs en jams die geleidelijk aan een vorm van trance opwekken. Moet best lukken in een verduisterde club met hallucinerende fluo projecties op de achtergrond (we hebben het genregenoten Wooden Shjips nog zien doen in de gruizige club Magasin 4), maar in een kille loods die leed onder nog te veel daglicht was dit niet zo evident.
Op plaat vinden wij hun songs zeer begeesterend klinken, maar live kwam de rek er een beetje in te zitten. Hoewel er in hun spaced out kraut-rock steeds een aangename trippy groove zat werd het soms toch een beetje te langdradig. De songs barstten net iets te weinig open en de ritmesectie bleef  iets te lang in dezelfde modus hangen. De gitarist zat duchtig aan zijn pedaaltjes te frunniken maar we betrapten hem er op dat hij toch steeds weer dezelfde gitaarriedeltjes aanhaalde, weliswaar in verschillende echo-standjes.
Halverwege had Follakzoid het begrepen en schakelden ze met steviger materiaal als “99” en “Trees” een tandje hoger en spatte er meer vuurwerk uit hun ruimtesongs. Maar in de bis kwam het repetitieve karakter dan weer te nadrukkelijk naar boven. Wij vinden dat een bisronde moet openbarsten in plaats van haast eindeloos uit te deinen, maar dat had Follakzoid anders begrepen.

Maar goed, dit was toch nog meer dan de moeite, Follakzoid had wel degelijk onze aandacht aangewakkerd maar bracht ons niet in extase. Was het vijftien graden warmer geweest en hadden we een knoert van een joint gesmoord, dan hadden we dit misschien helemaal anders ervaren.  

Probeer het vooral zelf eens, op Best Kept Secret (21/06) bijvoorbeeld.

Organisatie: Heartbreaktunes ism Democrazy, Gent

Pagina 532 van 967