logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...

Nick Cave

Nick Cave - Grandioos, al hadden we ook niet minder verwacht

Geschreven door


Nick Cave moet zowat de enige artiest zijn die in zijn lange carrière nog niet één ondermaats album heeft uitgebracht en die ook steevast zorgt voor uitmuntende live optredens. Wij hebben de man nu toch al een slordige 15 keren aan het werk gezien, en telkenmale waren wij danig onder de indruk dat wij het nodige vocht nodig hadden om vanuit al die verbazing terug met onze beide voeten op de begane grond te komen.
Cave legt de lat voor zichzelf steeds onnoemelijk hoog, en altijd springt hij erover, bekijk het als Tia Hellebaut die 20 jaar aan een stuk over 2,05 m springt, of Tom Boonen die 20 jaar op rij Parijs Roubaix wint.
Nu, Cave valt nooit van zijn fiets, dus daar heeft hij al een stapje voor. Onze verwachtingen voor zijn passage in het Koninklijk Circus waren bijgevolg alweer van een torenhoog niveau, en ja hoor, Cave loste die nog maar eens in met de vingers in de neus.

The Bad Seeds mochten dit keer niet mee op de affiche, maar het gros ervan stond wel degelijk op het podium. Het is een onmisbare bende klasbakken die mekaar, hun meester en diens songs blind aanvoelen en toch steeds een broeiende vorm van spontaniteit voor de dag leggen. Met natuurlijk weer een hoofdrol weggelegd voor de neanderthaler Warren Ellis, de laatste jaren niet meer weg te denken als rechterhand van Nick Cave, en ook vanavond weer groots op gitaar, viool en mishandeling van allerlei effectenpedalen. Alles wat Ellis aanraakt levert vuurwerk op, hij moet het zelfs niet aanraken, een blik alleen volstaat. Ware het niet dat Cave dat zelf al is, we zouden beweren ‘Warren Ellis is God’.

Een bijzonder goedgeluimde Nick Cave kon al heel snel het publiek uit zijn handen laten eten, hij ging van bij de start gemoedelijk met de fans om en danste zelfs tijdens “Brompton Oratey” een walsje met een dame uit de eerste rijen. De vleermuis in hem is al lang geleden in een diepe winterslaap gedommeld, hier stond in de eerste plaats een goedgemutste entertainer die zich na al die jaren totaal in zijn nopjes voelt op een podium en zijn publiek steevast trakteert op een schitterende live performance.
Cave had enkele van zijn songs in een ander kleedje gestoken, hij zorgde van achter zijn vleugelpiano voor kippenvel met een bloedmooie uitvoering van “The Weeping Song” en later in de set met een bijzondere fraaie naakte versie van “The Mercy Seat”, één van de absolute hoogtepunten van de avond. Andere ingetogen pareltjes als “Into My Arms”, “Love Letters”, “Black Hair” en “God Is In The House” hielden het dichter bij hun originele versie en zorgden stuk voor stuk voor verstilde prachtmomenten. Wij hoorden meermaals de spreekwoordelijke speld vallen en voelden aanhoudend de haartjes op onze armen rechtkomen.
Maar zoals we van Cave en zijn gevolg gewend zijn, mochten we tussen al die verfijnde pracht door ook wel geregeld een flinke uitbarsting ondergaan. Er werd fel en briesend tekeer gegaan op het onverslijtbare “From Her To Eternity”, het oppermachtige “Higgs Boson Blues” nam ons minutenlang in een wurggreep en de duivelsontbindingen van “Jack The Ripper” deden het bloed tegen de muren spatten. En dan hebben we het nog niet gehad over het onsterfelijke, immer dreigende en ultieme Cave-raspaard “Tupelo”, een niet te ontwijken constante in zijn optredens, de hel en de hemel in één song.
Verder werden wij compleet van onze stoel geblazen door de kracht en de furie van een fenomenaal “Jubilee Street” en waren we aangenaam verrast met “Up Jumped The Devil”, eentje die na jarenlange afwezigheid door Cave terug werd opgevist uit de kluis met het etiketje ‘Duivelsverzen en moordsongs’.
De setlist was dus nog maar eens om duimen, vingers en geslachtsorganen bij af te likken. Met een flinke greep alweer uit die laatste plaat ‘Push The Sky Away’, twee jaar geleden nog ons album van het jaar, dus ons hoorde u niet klagen. Hebben we trouwens nog nooit gedaan bij een Cave optreden.

God was alweer in the House, maar ook The Devil, Nick Cave is gewoon de verpersoonlijking van beide. Er uitgaan met ‘Push The Sky Away’, alleen Cave kan dat, mag dat en doet dat.

Organisatie: Live Nation

Les Nuits Botanique 2015 - Ghostpoet Against Whatever Ever

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2015 - Ghostpoet Against Whatever Ever
Les Nuits Botanique 2015
Botanique (Orangerie)
Brussel
2015-05-09
Jelle Berden

Het donkere universum van Ghostpoet kreeg op zijn laatste plaat een flinke krachtinjectie met de intrede van een volledige band. De hoekige beats en drops moesten wat plaats ruimen voor gitaar, bas en drum en dat zorgt voor meer diepte, zeker live. Shedding Skin, de titel van dat derde album, vat het eigenlijk al mooi samen.

De goeie songs, die ook live de moeite zijn, staan mooi verspreid over de drie platen, en worden samengebald in een anderhalf uur durende set. Nieuwere songs als “Better not Butter Off” en “Off Peak Dreams” passen perfect bij het oudere werk als “Survive It”, “Liiines”, “Meltdown” en afsluiter “Us Against Whatever Ever”.
Alle singles passeren dus de revue, al zitten die oudere songs vaak in een nieuw jasje, met wisselend succes. Ik was best een fan van de eenzame man met zijn vuilgebekte drum machine. Dat paste perfect bij zijn donkere, bezwerende wereld, waar de geest van Gill Scott-Heron nooit veraf was.
Een meer volwassen optreden dus, maar de vraag is of Ghostpoet dat allemaal wel nodig heeft om zijn boodschap over te brengen. Hij spreekt er alvast wel een groter publiek mee aan, en met de festivalzomer in het vooruitzicht is dat goed gezien van onze poëet. Al werd zijn keuze voor een heuse live band vooral ingegeven door de grote Brian Eno himself. Ik zag Ghostpoet eerder al aan het werk op enkele festivals, moederziel alleen met zijn drumcomputer en zijn ego om het grote podium te vullen en dat telkens voor een hele lege tent. De band zou dus wel eens goed van pas kunnen komen.
De drummer stuwt de set vooruit, de gitaar weent mooi mee en de geweldige dame achter de keyboards zorgde ook voor perfecte backing vocals, of zoals vaak bij Ghostpoet, het catchy refrein. De poëet zelf mende de bende met zijn lyrics over het leven en de liefde en ja, een vrolijke Frans zal hij nooit worden maar met een naam als Ghostpoet hoeft dat ook helemaal niet.
Domper op de feestvreugde was de elektrische panne tijdens het laatste nummer, net wanneer de sfeer er helemaal inzat en er wat meer mensen begonnen te dansen. Mooie symboliek wel, want die laatste song was “Us Against Whatever Ever”.
Wat volgde was een sneer naar de Botanique en een nukkige frontman. Ook tijdens het optreden was er volgens de frontman altijd wel iets mis met de monitors, de sound, de stemmen,… Alles moest wat stiller, wat luider en dan weer wat stiller, en dat de hele show lang. Na vijf minuten gênante stilte en het herprogrammeren van de synths werd de song, onder luide aanmoedigingen nog wel hernomen maar Ghostpoet had er duidelijk geen zin meer in, wat er volgens mij voor zorgde dat de band niet terugkwam voor de gebruikelijke, en door het publiek fel aangevraagde, bisronde. Een jammere valse noot om een mooie, sfeervolle show mee af te sluiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/ghostpoet-9-5-2015/

Andere pics Wild Classical Music Ensemble (Grand salon)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/wild-classical-music-ensemble-09-05-2015/
Organisatie : Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2015)

Exit Verse

Exit Verse - Eenvoudig gitaarvernuft voor een wel zeer select publiek

Geschreven door

Geoff Farina zal steeds door het leven gaan als een cultfiguur, een uiterst begaafde gitarist gevrijwaard van elke vorm van vedetten-allures. Zijn vorige band Karate zal bij enkelen wel een belletje doen rinkelen, maar de wereld heeft nooit aan zijn voeten gelegen. Met Karate maakte hij een stel mooie plaatjes waarop hij zijn gitaartalent etaleerde in sobere songs en zonder enige vorm van macho gedrag. Hij heeft de gitaarstiel veeleer geleerd door naar plaatjes te luisteren van Tom Verlaine in plaats van pakweg Van Halen. Na jaren achter de schermen te hebben vertoefd, is hij nu plots terug boven water gekomen met zijn nieuwe band Exit Verse én met een verse plaat waarop hij iets steviger rockt dan tevoren, maar waar alweer de heldere en efficiënte eenvoud van zijn gitaar de toon voert. Maar hoe cult kan je zijn ? zodanig cult dat er bijna geen mens komt opdagen ? Helaas was het zo, hier stonden amper een paart tientallen geïnteresseerden in de zaal, Farina verdiende dat niet, en de sympathieke 4AD ook al niet.

Nu goed, de drie bedreven muzikanten van Exit Verse lieten het niet aan hun hart komen en deden een uur lang hun ding, en dat zorgde voor een set puike songs met prachtige uit-de-losse-pols gitaarsolo’s van Farina. Ondanks de magere opkomst kreeg de band een warme en respectvolle respons en dat was al heel wat, want van een uitbundige menigte kon je moeilijk spreken. De sound van exit Verse leende zich trouwens niet tot overenthousiaste uitspattingen. Net als op hun fijne plaatje stond Exit Verse hier degelijk, spontaan en fijntjes te musiceren, maar uitzinnige rock’n’roll taferelen waren niet aan hen besteed. Gewoon eenvoudige indie-rock gespeeld door een stel ervaren en fijnbesnaarde rotten, meer moet dat soms niet zijn. Maar de volgende keer toch liever voor wat meer volk.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Posies

The Posies willen geen nostalgie, maar dat wou het publiek wel

Geschreven door

De Nijdrop was goed volgelopen met een ouder publiek voor The Posies. Het is dan ook al bijna 20 jaar geleden dat The Posies op hun hoogtepunt stonden met ‘Frosting on the beater’ (1993) en ‘Amazing Disgrace’ (1996). Wij volgden ze nog met ‘Success’ uit 1998, maar daarna verloren we ze toch een beetje uit het oog. Jon Auer en Ken Stringfellow wonen nu beiden in Frankrijk en niet meer in Seattle, en zijn bezig aan een nieuw album, het vervolg op ‘Blood Candy’ uit 2010, dat wisten ze ons toch te  vertellen. De rest van de band die wonen nog in Amerika, dus het werd vanavond een duo-bezetting voor The Posies. Laptop en keyboard moesten voor de begeleiding zorgen, maar dus geen bas en drums, wat betekende dat de headbangers er aan waren voor de moeite: het optreden zou meer een live radio-sessie worden voor een groot publiek.
The Posies beloofden om oude songs in een nieuw jasje te steken en ook een hele hoop nieuwe songs te brengen. Ken Stringfellow sukkelde vanavond met een verkoudheid, maar behalve dat de man tussen de nummers door thee dronk, was daar eigenlijk weinig van te merken, ook al omdat Jon Auer het grootste deel van de zang voor zijn rekening nam.

Ze begonnen er aan met een rist aan powerpopklassiekers zoals “Throwaway”, “Earlier than expected”, “World” , “Definite door” en “Burn and shine”, een mooie bloemlezing uit “Frosting on the beater” en “Amazing disgrace”, waarbij opviel hoe goed de stem van Jon Auer nog altijd is. Net toen we dachten dat we vertrokken waren voor een memorabel concert, kwam de band af met hele reeks nieuwe nummers, met hier en daar een popparel, maar toch veel songs die niet echt bleven hangen. De liefhebbers van de hardere rock trokken zich terug naar de toog, bestelden een goeie trappist en begonnen bij te praten, wat de intimiteit van het concert niet ten goede kwam, en onze aandacht verslapte, ook omdat Auer en Stringfellow ruim de tijd namen om de gitaren te stemmen tussen de nummers door.
We schoten terug wakker naar het einde van de set, toen de oude nummers weer van stal gehaald werden: “Lights out”, “Flavor of the month”, “Ontario”, “Start a life” en “Please return it”,dat een elektronisch remix jasje aangemeten kreeg uit de kleerkast van Falco’s “Jeanny”.  
In de bis werd Holly, het voorprogramma van de band, op het podium geroepen voor meer eightiesrevival a la Supertramp en werden we getrakteerd op “Dream all Day” en “Solar sister” in een elektronische remix.

Het was The Posies duidelijk niet om nostalgie te doen, het publiek dacht daar echter anders over. De oplossing voor The Posies: schrijf een nieuw album met enkel maar killers en geen fillers, of strooi de oudjes meer egaal door de hele set. Wie The Posies nog eens headbangend wil zien, moet deze zomer naar Spanje, want daar spelen ze op een festival in originele bezetting, en zullen ze wellicht een stuk steviger uit de hoek komen. Wie vooral de zangharmonieën kan smaken, had een goed concert achter de kiezen in de Nijdrop, de rockers bleven een beetje op hun honger zitten en gooiden het daarop maar in de drank, iets wat we eerder dit jaar ook al zagen bij het concert van Grant Lee Phillips van Grant Lee Buffalo.

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

And So I Watch You From Afar

And So I Watch You from Afar - De meest explosieve post-rock aan deze kant van het heelal

Geschreven door

Post-rock begint stilaan een beetje een belegen term te worden. Te veel bands trachten er hun weg in te vinden en op de duur zien we het bos door de bomen niet meer. Voor het gemak, en om een kind een naam te geven, wordt het Noord-Ierse And So I Watch You From Afar ook altijd in een post-rock vakje geduwd. Als u hierin wil volgen, is dat OK voor ons, maar gelieve hen dan wel te plaatsen aan de meest vinnige en energieke kant van het genre, daar waar bijvoorbeeld Russian Circles ook vertoeft.

ASIWYFA hun gloednieuwe plaat ‘Heirs’ is er alweer eentje waarop de groep bewijst dat ze niet stilstaan, er wordt wederom heftig tekeer gegaan maar net als bij de voorganger ’All Hail Bright Futures’ zit er ook wat borrelende elektronica tussen het gitaargeweld vermengd, wat hen dan weer in de buurt brengt van 65daysofstatic. Sedert die plaat zijn er ook al wat vocals aan hun sound toegevoegd, deze doen in de eerste plaats dienst om de boel nog wat meer op te hitsen, en live werkt dit perfect, getuige het vurige enthousiasme in een aardig volgelopen VK.
De bruisende binnenkomers van de nieuwe plaat, “Run Home”, “These Secret Kings I Know” en “Wasps” zijn ook de songs die hier het vuur aan de lont mogen steken. Al gauw staat de boel in lichtelaaie, een overactief en in het rond springend ASIWYFA gaat hier zo intens, fel en luid te keer dat wij geen tijd hebben om te ademen, de band laat dan ook nog eens quasi geen ruimte tussen de songs zodat wij niet anders kunnen dan ons laten meegaan op deze razende rollercoaster. Hebben wij geen probleem mee, het is gewoon heerlijk hoe die ziedende gitaren steeds weer uit hun voegen barsten en er een tomeloze energie op nahouden. De zeldzame momenten waarop de band eens inhoudt zijn er dan wel echt om stil van te worden. “Tryer, You” van de nieuwe plaat is er zo eentje om kippenvel van te krijgen, hier menen we bij momenten Mogwai in te herkennen, maar die worden dan wel op tijd en stond een geut straffe chillipeper-extracten in de aderen gespoten.
Qua podiumgekte en energie kunnen we ASIWYFA hun live act inderdaad op dezelfde hoogte van 65daysofstatic plaatsen, diezelfde gekheid, dynamiek en hyperactiviteit. De bandleden gaan allen volledig op in hun act, het lijken vier ontspoorde ADHD’rs die zich geen seconde stil kunnen houden. Dit gaat echter niet ten koste van hun talenten, want wat muzikale klasse en gitaarvernuft betreft vallen wij hier van de ene verbazing in de andere.
De elektronische tinten van de laatste twee platen zijn live wat naar de achtergrond geschoven, er zijn geen synths of keyboards te bespeuren, alleen maar brandende en constant openbarstende gitaren. Daardoor wordt de power nog een paar graden de hoogte in gestuwd, en vooral tijdens oudere songs als “A Little Bit Of Soildarity Goes A Long Way” en het weergaloze  “Set Guitars To Kill” (die titel alleen al) gaat het kot volledig uit zijn dak.
Ook de effectenpedalen draaien overuren, ASIWYFA gebruikt die gretig om er het ene moment een ziedende geluidsmuur mee te vormen en het andere moment dan weer een verstilde sfeer mee te creëren die dan uiteindelijk toch weer uitmondt in een briesende apotheose.
Deze band mag dan al sterke platen maken, het is pas live dat ze echt openbarsten en hun niet aflatende geestdrift volledig tot ontplooiing laten komen. Nog nooit hebben wij in het genre een band meegemaakt die zo krachtig, opwindend en overdonderend hun songs op het publiek afvuurt als And So I Watch You From Afar.

Dit, beste mensen, is de meest hete en kolkende post-rock die u zich kan voorstellen.
Wie vindt dat post rock een beetje duf en saai zou zijn, moet hier maar eens naar gaan kijken. De ultieme brainwashing !

Organisatie: VK, Sint-jans Molenbeek

Belle & Sebastian

Girls in peacetime want to dance

Geschreven door

De uit Glasglow opererende band rond Stuart Murdoch is al een goede twintig jaar bezig en probeert zoveel mogelijk breed de indiepopscene te bespelen . Op deze nieuwe hebben ze er een discokitsch aan gegeven .
Rode draad blijft natuurlijk de dromerige uitvalsbasis , en dat levert een reeks fijne , emotievolle songs op, die een lentegevoel ademen . De songs zijn sfeervol , zwierig , groovy en aangenaam . Op de single “The party line” en het zeven minuten durende “Enter Sylvia Plath” mag er zelfs gedanst worden; ze zijn niet vies van wat Pet Shop Boys- tunes. De titel ‘Girls in peacetime want to dance’ wordt hier alle eer aangedaan.
Belle & Sebastian overtuigt niet steeds op de nieuwe , maar de melodielijn is en blijft iets opvallends mooi en schoon. 

Archive

Restriction

Geschreven door

Het Britse Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, blijft creatief bezig; nog geen jaar na ‘Axion’ is er al nieuw werk , die terug gaat naar de Archive basis , een apart en uniek geluid van symfonische rock en triphop, die bombast en theatraliteit niet schuwen .
Een aanhoudende spanning ervaren we door de lagen repeterende, wisselende als zalvende , forsere  ritmiek. “Kid corner” en “End of our days” zijn twee puike songs . Af en toe kan er wat rust ervaren worden door de pianotunes in “Half built houses” en “Greater goodbye”, maar in de songopbouw is er de donkere klankkleur en de broeierige, dreigende sounds , die eroverheen zweven.
Heerlijk wegdromen en huiver blijven de centrale thema’s . Archive weet na al die jaren nog steeds te overtuigen en is een must see. Checken dat materiaal van Archive!

Slipknot

5: The gray chapter

Geschreven door

Deze metal band uit Iowa klinkt met de jaren melodieuzer , minder prettig gestoord , en behouden als status hun olievaten en maskers van vroeger .
Ze klinken als vanouds  krachtig , hard ; tribal drums en scratches vullen aan , maar ze denderen , donderden en pompen minder . De songs zijn toegankelijker , zijn aanstekelijk en mooi uitgekiend.
Hun materiaal is in het gebalde , harde genre gelaagd, goed gemusiceerd , en kan zelfs radiovriendelijk zijn . Venijnige, gedreven ‘old skool’ horen we op een “AOV” en “Cluster”; “The devil  in I” en “If rain is what you want” zijn op hun beurt aangenaam luistervoer voor de doorsnee rocker .
Slipknot brengt oud , nieuw samen en scoort nog steeds op die manier!

Taxiwars

Taxiwars

Geschreven door

Onze muzikale duizendpoot en nationale trots heeft nooit zijn liefde voor jazz en Beefheart onder stoelen of banken gestoken. Herinner u “Theme from Turnpike” en Barmans compilaties voor Blue Note en Impulse. Onze eeuwige hyperkineet heeft dus ook even tijd gehad om naast zijn zevenhonderd andere projecten Taxiwars op te richten. Wat een heerlijke naam, uit ‘Taxi War Dance’ van Count Basie uit 1929.  Het is niet frontman Tom Barman met een jazztrio als rugdekking - saxofonist Robin Verheyen, contrabassist Nicolas Thys, drummer Antoine Pierre, maar een heuse en (h)echte band.
Met de typische lichte arrogantie zorgt  Barman voor gedreven en gekunstelde zanglijnen  -luister naar zijn Kermit-de-kikker op “Questionsong”-  om je meteen naar de strot te grijpen. Het speelplezier druipt  er zo wat af. Vooral saxofonist Robin houdt de boel bij elkaar.
De nummers zijn eerder kort, maar zeer energiek en krachtig. En nu eens parlando, dan eens zingen en nog eens met stemvervorming deed je al snel vermoeden dat Don Van Vliet wel degelijk gereïncarneerd is.
Zonder Barman staat bijvoorbeeld ook het instrumentale “Your Soul or Mine” als een huis. Deze vrolijke, tijdloze en zeer hippe freejazz van Taxiwars zal ook wel aarde aan de dijk brengen. Er wordt danig geïmproviseerd en gegrooved dat stilzitten of onbewogen blijven uitgesloten is. En Taxiwars blijft heel subtiel zijn grenzen bewaken. Ze gaan niet overdreven improviseren en durven wel eens flirten met kitsch. Getuige hiervan het zwierige “Lets get killed”.
Onze kettingroker is met dit project in zijn nopjes en er hangt zeker een vervolg in de lucht. We kunnen dus  enkel maar hopen dat Tom en Co het niet bij een eenmalig project houden. Vlaanderen heeft nu ook zijn Jules Deelder.
Beste Tom Barman, vergeef me mijn grootsheidswaanzin en sta me toe u een tip te geven: zet alles wat je met dEUS gemaakt hebt opnieuw op plaat met uw jazzband Taxiwars en je zal verdomme veel potten breken.  

Seasick Steve

Sonic Soul surfer

Geschreven door

Sedert de doorbraak op zijn ouwe dag blijft Seasick Steve met de regelmaat van de klok nieuwe platen maken. Zijn laatste wapenfeit heet ‘Sonic Soul Surfer’ en de 74 jarige ouwe makker surft er verder op de gekende formule, rauwe blues en boogie gebouwd op de erven van John Lee Hooker en met af en toe een tedere ballad er tussenin.
Dat er weinig evolutie zit in de sound is in zijn geval alleen maar goed nieuws. Hij heeft hoegenaamd geen pogingen ondernomen om zijn blues op te schonen en blijft spelen op rammelbakken van gitaren die hij zelf met een hoop schroot in elkaar heeft geflanst. Aan de spontaniteit die uit deze plaat sprenkelt merken we dat Seasick Steve er nog heel wat plezier aan om de blues te verkondigen. Ons zal hij er in ieder geval niet mee vervelen, want hoezeer deze sympathieke baardmens ook blijft wandelen op de geijkte bluespaden, zijn songs komen steeds fris en potig voor de dag. Dat komt omdat die in zijn geval altijd rechtstreeks vanuit de onderbuik komen en niet uit één of ander berekend brein.
Wij zouden zelfs durven stellen dat deze ‘Sonic Soul Surfer’ één van zijn sterkste werkjes is, omdat er een handvol venijnige en straffe boogierockers opstaan (“Roy’s Gang”, “Sonic Soul Boogie”, “Barracuda ‘68”,…) waarin Steve zijn gitaar lekker smerig laat rammelen. Daarnaast kan de rustige swamp-blues van “We Be Moving” en vooral “Your Name” zich meten met het beste van Tony Joe White. Steve kan ook het op zijn akoestische eentje, het album eindigt heel stilletjes met een fraaie ballad, het veelbetekenende “Heart Full Of Scars”.
Seasick Steve is nog zo een trouwe kerel die de blues in de vingers, het hart en de nieren heeft en hij heeft geen virtuoze gitaaruitspattingen nodig heeft om dat aan de wereld te bewijzen. Moge hij nog lang plaatjes als deze ‘Sonic Soul Surfer’ maken.

Pagina 537 van 967