logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Hooverphonic

Daughter

If you leave

Geschreven door
Vorig jaar wist het Britse Daughter uit Londen al enige nieuwsgierigheid op te wekken met de EP’s ‘His young heart’ en ‘The wild youth’, nu is er uiteindelijk het pas verschenen debuut ‘If you leave’ . Als we er de tien songs op nahouden , dan horen we hier een beloftevolle band . Daughter, rond Elena Tonra , nodigt ons uit op een heerlijk spannende rit van eerlijk intens broeierig, soms breekbaar, subtiel uitgekiend dromerig, melancholisch indiemateriaal, mét een donker randje door een zinderend, scherp gitaargetokkel , opbouwende, aanzwellende drums en tromgeroffel, galmeffects en gedoseerde feedback, gedragen door haar etherisch indringende , ontroerende, getormenteerde zang, die ergens hangt tussen Beth Orton, Florence Welch , Ritzy Bryan van The Joy Formidable en Romy Madley-Croft van The xx.

We horen voldoende wisselende stemmingen van zachte , minimale instrumentatie en intimiteit naar een forsere opbouw en een meer extraverte, harde(re)  aanpak .
Hun materiaal zit met finesse in elkaar en de snaren worden zalvend en strak aangeraakt . Een broeierige spanning en klankkleur wordt verwezenlijkt door een Sigur Ros strijkstok, keys , percussie en drumbeats; effects die elan geven aan de song ‘an sich’ en het publiek moeiteloos in die aparte unieke sfeer van hen brengt. Check nummers als “Winter”, “Smother” , “Youth” en “Shallows” maar eens.
Een wondere, betoverende én grimmige leefwereld creëren ze, zelfs filmisch bezwerend met momenten . Puike songs, die schipperen tussen zacht en hard en net niet ontploften en je weten te hypnotiseren, bedwelmen door de trippende melodie, de indie folk, de woelige donkere soundscapes en effects .
We hebben alle vertrouwen in het groeiend karakter van Daughter . Deze band heeft talent en gaat goed doordacht te werk en krijgt na drie jaar die verdiende doorbraak .

Eels

Wonderful, Glorious

Geschreven door

Mark E Everett, aka Eels, soigneert ons goed . Na het drieluik , waarvan ‘Hombre lobo’ het meest in de picture kwam , is hij er terug bij. Hij is één van die sing/songwriters die al veel ups en downs heeft gekend , maar telkens verhaalt hij het in uitstekend plaatmateriaal, en hij heeft altijd wel iets achter de hand bij de optredens. E zorgt steeds voor een prachtig muzikaal web .
Op ‘Wonderful, Glorious’ hebben we een rockende, rammelende , rommelende , knallende, dreunende Eels, die een lichte, zalvende klankkleur toelaat door de sfeervolle toetsen en piano. Eels balanceert op die manier tussen een rauwe - lofi– melodieuze, gevoelige sound. Inderdaad , ingetogen songs als “Accident prone” , “The turnaround” , “True original” houdt hij hoog in het vaandel naast de toegankelijke, gruizige rock’n’roll met een peperkoeken hart, die we geserveerd krijgen vol melodieuze wendingen en ritmische wisselingen, als “Bombs away”, “Kinda fuzzy”, “Peach blossom”, “New alphabet” en “Stick together”.
De keuze viel voor deze plaat dus duidelijk op een directe , strakke, intense en gevoelige aanpak, leuk , speels, ontspannend,  relaxt en emotievol!

Parquet Courts

Light Up Gold

Geschreven door


Heel interessant debuterend bandje is Parquet Courts uit Texas . Het kwartet komt aandraven met een rauw puntig lofi indierockend plaatje , die ergens hangt tussen The Feelies – The Fall – Morphine – Guided By Voices – Pavement en The Vaccines door de  neurotische, ophitsende ritmes en tics van gitaren en drums . 15 songs in nog geen 35 minuten en dan weet je het wel, zeker !
Bijna elke song weet onze aandacht te trekken door de rauwe emotie , buiten het tussendoortje middenin de set . “Gold record diamond minds” , “Borrowed thyme” en het vijf minuten durende “Stoned & starving” zijn alvast drie kleppers , die het uitgangsbord zijn van deze beloftevolle band .
Sterke songs of ze nu uptempo , opwindend, broeierig, lofi , mistig zijn, één zaak is duidelijk het is alvast een bandje om te koesteren . Fijn debuut dus!

Daan

Le Franc Belge

Geschreven door

Daan Stuyven is een muzikale kameleon . Met de cd ‘Manhay’ bracht hij z’n popsongs weer tot z’n essentie . Het sing/songwriterschap neemt hier de bovenhand en de klemtoon kwam op puur , sober materiaal, al/niet met (een beperkte) orkestratie(s) . De synth/electropop die we op ‘Victory ‘ en ‘The player’ hoorden,  zijn nu wel duidelijk op de achtergrond geduwd .
Ook op ‘Le Franc Belge’ spreekt de zanger/songschrijver/arrangeur met z’n grauwe, doorleefde stem en brabbelzang, sigaret in de hand  in de lijn van Cash- Gainsbourg – Brel – Arno .
De songs zijn in het Frans en in het Engels , houden van pop, country noir en de rokerige, bruine kroeg of ademen een ‘jeu de boule’ van Z-Frankrijk . Ze zijn sfeervol , kunnen aanstekelijk en georkestreerd zijn. “Mes etats unis” en “La vrai decadence” hebben de meeste orkestratie om zich, “Everglades”,  “The gates” en “The kid” zijn de popsongs , en met “Melodies paroles” en “La crise” ademt het Franse chanson; de andere nummers zijn eerder voor de  nachtraven (onder ons)!
Een knipoog blijft naar z’n vroegere Dead Man Ray . Hij beschikt over een geoliede band .
Daan schrijft de zaken van zich af . Hij onderstreept op ‘Le Franc Belge’ zijn voorliefde voor ons landje in zijn geheel , die hij koestert door de mix aan culturen !

Coeur de Pirate

Coeur de Pirate - Piratenhart verovert Brussel

Geschreven door

Coeur de Pirate is amper drieëntwintig maar behoort nu al tot het selecte kransje van wereldsterren aan het Franstalig popfirmament. De getatoeëerde schone – ze deelt de lakens met een tattookunstenaar – bracht vorig jaar haar tweede album ‘Blonde’ uit, een plaat waar poppy nummers en ballads elkaar afwisselen in een origineel retro-arrangement.

Het Koninklijk Circus is de laatste halte van een Europese tournee, getiteld ‘En tournée solo’, waarin ze gestripte versies van nummers brengt uit haar debuutelpee ‘Coeur de Pirate’ en ‘Blonde’.
Coeur de Pirate bevindt zich op de bühne voornamelijk achter een zwarte vleugelpiano en onder het zachte licht van een circuszeil van gloeilampen.  Met nummers als “Cap Diamant” en een akoestische versie van “Adieu” legt ze meteen haar hart op tafel, in zinnen zoals “Je crois bien que je suis seule à t'aimer, tes lèvres brûlent tant de mille mensonges”.
Het zijn vooral zielenroerselen die ze aanhaalt, met een stem die twijfelt tussen naïviteit en valse onschuld. Deze engelenstem leende zich ooit tot geschreeuw en getier in de post-hardcore band December Strikes First waarmee ze een aantal jaren geleden de straten van Montréal onveilig maakte. Niets van dat alles is echter nog van tel bij het aanhoren van “Ensemble”, een single die zelfs in de Verenigde Staten een bescheiden hit werd, en het bloedmooie “Saint-Laurent”.
Ze waagt zich even aan de akoestische gitaar voor de meezinger “Verseau” en de elektrische gitaar voor “Hôtel Amour”, maar hangt de instrumenten dan weer aan de haak om zich neer te vleien achter de toetsen voor onder meer “Ava”, “Francis” en “Place de la République”.
Onder de hoogtepunten van de avond tellen we de Engelstalige covers van “You Belong to Me” van Sue Thompson en de fantastische intieme versie van het experimentele “I Love You” van artistieke duizendpoot Woodkid.
Na een klein uurtje en twee bisnummers – waarvan er één een verplichte “Exercise de chorale” -  is het sprookje echter onherroepelijk voorbij.

De pianobegeleiding met eenvoudige akkoorden in mineur, die vaak doen denken aan het werk van Yann Thiersen, de vaak droefgeestige teksten en de wrange stem van Coeur de Pirate raken voortdurend nostalgische snaren, op gevaar van overbelasting.  Afzonderlijk zijn het allemaal pareltjes, maar na tien nummers kan je wel even naar adem happen.
Toch kan je alleen maar bewondering hebben voor deze moedige singer-songwriter uit Québec die in Brussel bewees over voldoende troeven te beschikken om zich ook zonder band muzikaal staande te houden.

Organisatie: Live Nation ism Botanique, Brussel  

Agalloch

Agalloch neemt ons muzikaal sterk vast

Geschreven door

Ieder zichzelf respecterend fan van atypische en atmosferische black metal kent de Amerikanen van Agalloch. Zij brachten ons landje een bezoek op maandag 22 april in Aalter. Die datum deed menig werkend of schoolgaand metalhart breken maar bleek ideaal te zijn, gezien het ervoor zorgde dat het toch wel eerder kleine zaaltje niet stampvol zat. Er was dus ruimte genoeg om van de muziek te genieten.

Het Britse Fen was opener van dienst (als je op een avond waar 2 bands spelen al van openers kunt spreken natuurlijk). Deze jongens brengen atmosferische black metal overgoten door een post-rock sausje om u tegen te zeggen. Ik was onder de indruk van hun albums tot nog toe , dus ik zag het zeker zitten om ze eens live te zien. Ze zetten de toon voor de avond al stevig in maar helaas niet zonder enkele probleempjes. Alhoewel Fen op zich vrij goed speelde , waren er doorheen de set enkele geluidsproblemen. De zang stond veel te luid waardoor de rest van de instrumenten naast de drum op sommige momenten amper hoorbaar waren.
Naast die kleine probleempjes slaagde Fen er wel in om een kanjer van een set neer te zetten. Er werden vooral songs gespeeld van hun laatste 2 full-CD’s ‘Epoch’ en ‘Dustwalker’, maar daar hoor je mij niet over klagen – het zijn namelijk excellente platen. Ze slaagden erin om mij zelfs min of meer in een soort van trance te krijgen tot op het moment dat bassist Grungyn even alleen mocht zingen. In dat korte stukje zaten helaas serieus wat valse noten. Naast dit euveltje was het een zeer goeie set en (hoewel ik al uitkeek naar Agalloch) mochten ze van mij toch iets langer spelen dan drie kwartier.

Als bands worden afgedaan als de beste van een bepaald genre ga ik er meestal van uit dat dit erg overdreven is. Dit was ook het geval bij Agalloch. Zelf was ik niet zo bekend met hun materiaal en had naast wat individuele songs nog nooit echt de moeite gedaan om een volledig album uit te luisteren. Toen ik van verschillende mensen hoorde dat dit zo ongeveer de beste Amerikaanse black metal band ooit moest zijn dacht ik dat het wel wat overdreven was. Wat heb ik mij gruwelijk vergist.
Al van bij de intro slaagde Agalloch er in om mij op mysterieuze wijze vast te grijpen en met open mond naar het podium doen gapen. Vervolgens werd ik bijna volledig onbewust van mijn omgeving en werd ik meegesleept in hun muziek. Ik kan met een gerust hart zeggen dat dit één van de beste shows was die ik al heb meegemaakt.
Doorgaans heb ik het concentratievermogen van een hamster – je mag het al een mirakel noemen als een band mijn aandacht een half uur lang volledig weet te behouden - , maar Agalloch slaagde erin om dit 2 uur lang te doen en mij dan nog hongerig achter te laten naar meer.
Enige storende factor waren enkele mensen in het publiek zelf die het blijkbaar nodig vonden om naast mij volledig vooraan te staan en bijna de gehele set door zaten te praten terwijl dit net het soort band is waarbij dit extreem storend is.
Ach, nu ben ik eigenlijk gewoon maar aan het muggenziften om iets negatiefs te vinden. Het was gewoon uitermate goed en ik zal ze zeker nog eens proberen te zien als ze ons landje nog eens aandoen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/fen-22-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/agalloch-22-04-2013/

Organisatie: JC Kadans , Aalter

Wolf Eyes

De wolfsklauwen en – klemmen van Wolf Eyes

Geschreven door

Het Amerikaanse noise core trio Wolf Eyes uit NY is al zo’n vijftien jaar bezig met hun DIY praktijken . Naast eigen werk , oneindige reeks lp’s , split lp’s , cassettes en de incheck op allerhande projecten, hebben ze nieuw werk uit, ‘No Answer’ .
Hun tegendraadse , chaotische , verdwaalde  noise terreur is hard, meedogenloos, oorverdovend , messcherp, destructief en geschift. De nummers lijken op hol geslagen en gaan compleet uit de bocht .

Wolf Eyes is live een beleven en ervaren, pijn en genot , afzien en gelukzaligheid. Indrukwekkend wat een spanning en variatie hun instrumenten en elektronica te verduren krijgen , net als de zang , de screamos en de vocodervocals. Af en toe klinkt een lome, verdwaalde klarinet door . Slepende , loodzware ritmes , knoppengefreak – effects, dissonantie en ronkende geluiden zijn een welig vertier. Wolf Eyes drijft ergens tussen de experimentjes van Big Black , Swans , Black Flag, het oude Sonic Youth, Godflesh , God , Pain Teens en ga zo maar door .
Hun sound blijft door de jaren nog even opzienbarend , hard en extreem. Het is en blijft een test op de toegelaten Dbs voor het gehoor .
Wolf Eyes doet zijn naam alle eer aan , is gejaagd , onrustig , wacht ongeduldig op zijn prooi, houdt van het donker en trekt zich op aan een mistig, nevelig decor . Wolf Eyes is duister, filmisch, duivels en hallucinant .
Hun wolfsogen zijn letterlijk wolfsklauwen en - klemmen,  houden je als een ‘big brother’ in de gaten, bespieden en laten je niet los; hun klauwen knijpen, krassen, schuren, scheuren en hakken. Een ideale soundtrack voor elke suspense tv serie, science-fiction en horrorfilm. Ze laten je verdwaasd en verweesd in het donker achter in een godvergeten verlaten dor bos .
Af en toe viel een toegankelijk randje van rave, beats en wave  te noteren, die de sound en het  lot verzachten , en zelfs in het tweede deel van de set uitnodigden tot een explosieve pogo . We laten in het midden welke songs ze voorstelden , gezien hun sound in zijn geheel moet gezien worden .

Na al die jaren zijn ze nog even indrukwekkend en extreem . Drone noise . Doe het hen maar na! 

Eerder werden we in een even aparte dissonante klankenwereld gedropt van André Stordeur die door een tweede persoon werd bijgestaan . In de voetsporen van een Pan Sonic , of is het omgekeerd - zo te zien aan de leeftijd van de twee heren! , hoorden we hier een huiverend elektronisch tapijt, een geluidsterreur van dreunende, donkere , neurotische , apocalyptische soundscapes , die het houdt op abstracte elektronica, avantgarde , drones  en ruis.
Ook hier flitsten beelden en suspense van talrijke science-fiction , horror films ons voor de ogen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Trix Antwerpen (met The Soft Moon op 18 april 2013!)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/wolf-eyes-18-04-2013/

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Roadburn 2013 – dag 3 – zaterdag 20 april 2013

Geschreven door

Roadburn 2013 – dag 3 – zaterdag 20 april 2013
Roadburn 2013
013 – Het Patronaat
2013-04-20
Tilburg

Zaterdag 20 april 2013 start zonnig en dat geeft ons zin om na het middageten een terrasje te doen. Dit blijkt achteraf iets uit te lopen waardoor we slechts rond 15h15 uit de zon gaan en de kleine, donkere Stage01 opzoeken om er Raketkanon te gaan zien. Het is wringen geblazen om een plaatsje te bemachtigen juist voor het podium maar het loont de moeite. Want de Belgen maken er 3 kwartier ongecontroleerde, stomende teringherrie die je brein in overdrive zet. Downtuned gitaargeweld (Jef Verbeeck), exploderend drumgeraas (Pieter Dewilde), weirdo spastische droney synths (Lode Vlaeminck) en last but not least de fucked-up vervormde voice van Pieter-Paul Devos (Kapitan Korsakov frontman) zorgen ervoor dat de kleine zaal voor de ene helft in rep en roer staat en voor de andere helft vol gapende mensen die geen enkel besef hebben waar ze zich bevinden. Noiserock met sludge-invloeden, experimentele gekheid en chaotische psychedelica zijn de basisingrediënten van Raketkanon (denk Melvins meet Tomahawk meet Butthole Surfers). Pieter-Paul kan het halverwege de set niet laten om het gapende gedeelte van de zaal wakker te gaan schoppen door er middenin een molenwiekende pogo in te zetten. Plots vallen er confetti en slingers uit de lucht. Kortom: een bizarre set maar wel eentje waar we pap van lusten. Check hun debuutplaat ‘RKTKN#1’ op de site en op Soundcloud en je begrijpt wat we bedoelen.

Ook vandaag is het terug kiezen of delen. Hierdoor missen we een groot stuk van de set van Camera en hebben we alle moeite om de Green Room binnen te geraken. Maar waar een wil is, is een weg en we bereiken zonder kleerscheuren het podium om er nog een half uur hun typische oer-Krautrock te ondergaan. En daar blijken de Duitsers uit het underground circuit van Berlijn heer en meester in te zijn. We laten ons dan ook gewillig meeslepen op een kosmische trip vol improvisatie. Heerlijk!

Als we buiten Shazzula Vultura en vriendin Regina Flaminica De Bestiis (van exotische namen gesproken) tegen het lijf lopen, kunnen we het niet laten om Shazz te feliciteren met het gave optreden van Kavadar (gisteren) en nemen wat sfeerfoto’s. Daarna trekken we nog samen richting Stage01 om er nog enkele nummers van Wo Fat mee te pikken. Lekker vettig swingende stoner rock waar je onmogelijk bij stil kan blijven staan. Luister eens naar “Lost Highway” uit hun The Black Code album van 2012 en shake those hips!

We zorgen dat we tijdig aan de main stage aanwezig zijn want we willen een 2de maal High On Fire door onze aderen laten stromen. In tegenstelling tot donderdag, waar ze hun debuutalbum volledig speelden, is deze set een mengeling van songs uit hun andere albums. Het wordt terug een uur martelen van de trommelvliezen met uitschieters “Devilution”, “Rumors of War” en “Frost Hammer”. Live is dit drietal nooit een teleurstelling. Een zee van langharig headbangende hoofden en opgestoken vuisten in een kolkende massa voor het hoofdpodium. Matt Pike amuseert zich terug te pletter en een lachende grijns komt meermaals te voorschijn op zijn bezweet gezicht. High On Fire was wederom fenomenaal en wij verlieten na een uur, volgepropt met adrenaline, met diezelfde grijns op ons gezicht, de hoofdzaal om aan ons avondeten te beginnen. Blijkbaar heeft dit wild optreden onze honger aangescherpt.

Godflesh willen we voor geen geld van de wereld missen. We waren al eens getuige van hun fenomenale set op Roadburn 2011, toen ze hun album ‘Streetcleaner’ volledig op ons los lieten. Vanavond is het de beurt aan een andere parel ‘Pure’, uitgebracht in 1992. Opener “Spite” wordt in onze gehoorgangen gespit en zet meteen de toon van de set. Industriële metal met de kracht van een dozijn bulldozers die na meer dan 20 jaar nog niets van kracht heeft ingeboekt. Hamer en aambeeld werken overuren en de trommelvliezen staan zo bol dat ze elk moment kunnen exploderen. Justin Broadrick & co laten het Roadburn-publiek een poepje ruiken en wil je jezelf eens onderdompelen in hun industrieel geweld: zet je hoofdtelefoon op en beluister ‘Pure’ op maximaal volume. Dan kom je ongeveer in de buurt van wat wij, zonder tegenzin, te verduren kregen op zaterdagavond. Pure klasse!

Bijna volledig gekraakt kunnen we het toch niet laten om het Schotse The Cosmic Dead nog te gaan checken in de Stage01. Nog een klein uurtje shaken op spacey stoner rock juist voor het slapengaan lijkt ons een goed idee! En deze band is daar het beste middel voor want we krijgen een trippy jam voorgeschoteld die ons brein alleen maar goede vibes bezorgt en zo trekken we rond 01h00 moe maar tevreden de donkere Tilburgse nacht in.

NAWOORD

Voor het derde jaar op rij terug deel te mogen uitmaken van dit bonte gezelschap was een godsgeschenk. We bedanken Walter en zijn crew van harte omdat we er terug mochten bij zijn en we kunnen nog altijd niet zwijgen over dit schitterend georganiseerd festival. We kijken nu al reikhalzend uit naar de editie van 2014. Voorlopig hebben we nog een beetje last van een Roadburnout, maar we kunnen niet wachten tot het terug zover is! Roadburn stole our heart again!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roadburn-2013/
Organisatie: Roadburn, Nederland
 

 

Roadburn 2013 – dag 2 – vrijdag 19 april 2013

Geschreven door

Roadburn 2013 – dag 2 – vrijdag 19 april 2013

Roadburn 2013
013 – Het Patronaat
2013-04-19
Tilburg

Op dag twee zijn we door de organisatie van Roadburn op de middag uitgenodigd voor een hapje en een drankje. Dit samen met zakelijk-gerelateerde vrienden van het festival: bookers, promotoren, hoofdjournalisten, vertegenwoordigers van record labels, festivalorganisatoren, managers, artiesten en bands met hun vertegenwoordigers. Kortom een bonte verzameling mensen die voor een informeel gesprek samen komen. Vooral de toespraak van artistiek directeur van Roadburn, Walter Hoeijmakers blijft ons bij. Het wordt één groot dankwoord aan de trouwe bezoekers die dit festival elk jaar weer mogelijk maken. We hebben later aan de bar nog een leuke babbel met Alexander Schulze, de manager van Kadavar, met wie we na dit onderonsje samen zijn band gaan checken in het Patronaat.

En Kadavar heeft er – ondanks het wegvallen van bassist Javier Mammut – duidelijk zin in.
Het Berlijnse trio kan het niet onder stoelen of banken steken dat ze de mosterd bij 70’s bands Black Sabbath, Hawkwind en Led Zeppelin gehaald hebben. Maar wie maalt hierom als al deze invloeden in een dergelijke mate worden omgebogen via een hedendaagse invalshoek tot nieuwe, fris klinkende songs die op geen enkel moment saai overkomen. Integendeel: het dwingt alleen nog meer respect af als je ziet hoeveel bloed, zweet en tranen dit gekost heeft.
Hoogtepunt van de set is ongetwijfeld het moment waar onze Brusselse Shazzula Vultura het drietal komt vervoegen bij “Purple Sage” uit hun titelloze debuutalbum, om er haar psychedelische kunsten op de theremin bot te vieren. Een schitterend begin van de dag!

We besluiten het Patronaat te verlaten en richting bar Cul-de-Sac te trekken waar het Nederlandse Radar Men from the Moon een thuismatch speelt. Deze driemans formatie bezorgt ons een instrumentale trip waarbij een groot stuk lokale spacecake bij verbleekt.
Lekker tijdloos wegdromen op de spacey songs van deze heerlijke band is een prikkeling voor alle zintuigen. Deze band – vorig jaar nog te bewonderen op Yellowstock Winterfest in Geel – laat ons telkens opnieuw met volle teugen genieten van hun magistrale sets en jullie krijgen ook de kans via deze opname van onze fotograaf: http://www.youtube.com/watch?v=dyTfIRhtnVE&list=UU0nJaZQLrAejGzcjVyktzRA

We moeten ons reppen naar de hoofdzaal van de 013 willen we Uncle Acid and The Deadbeats niet missen. We zijn juist op tijd binnen, want de ruimte stroomt in geen tijd vol nieuwsgierigen naar deze hippe Engelse band. Er valt letterlijk geen meter meer te bewegen. Opener “I’ll cut you down” hakt er meteen in en de hoge verwachtingen worden ingelost. Dat het podium voor het overgrote deel van de set verduisterd is, zal ons en de rest van het samengepakte publiek worst wezen. Als sardienen in een doosje worden we levend geroosterd door de opzwepende songs (“Death’s Door” uit hun debuut ‘Blood Lust’ om maar een voorbeeld te noemen) die van de main stage de zaal worden ingepompt. Na een uur kunnen we volledig uitgeput maar gelukkig na zoveel lekkers, terug naar lucht happen.

En dat doen we op een terrasje buiten waar we blijven plakken tot iets na negenen om dan plots het uurwerk in de gaten te krijgen en ons als de wiedeweerga naar Electric Wizard, de ‘must-see’ hoofdact van de dag te begeven. Opperhoofd, cultleider en curator van de dag Jus Oborn blijkt in goeden doen en samen met de ravissante gitariste Liz Buckingham aan zijn zijde, geruggensteund door ritmesectie Mark Greening (drums) en Glenn Charman (bass) worden klassiekers als “Return Trip”, “Witchcult Today” en “Satanic Rites of Drugula” ons om de oren gemept met een adembenemende kracht. We worden bijna verpulverd (letterlijk) in een te kleine hoofdzaal en halen met moeite verse zuurstof binnen. Maar alles voor de kunst natuurlijk. En Electric Wizard bewijst zonder moeite dat het met recht en rede de hoofdact in 013 is. Er volgen nog magistrale versies van een massaal meegebruld “Legalise drugs and murder”, een van acid doordrenkt “Dopethrone” en een orgastisch orgelpunt “Funeralopolis”.

Geradbraakt en nog volledig in trance verlaten we de 013 om nog vlug in het Patronaat een halfuurtje Goat mee te pikken. Dit is echter visueel buiten de waard (in dit geval buiten de security) gerekend. Ook deze zaal blijkt te klein voor de grote schare fans van de Zweedse alternatieve band. We horen dan ook enkel hun opzwepende voodoo-eske sound in de traphal. Jammer, want visueel blijkt Goat ook altijd verrassend uit de hoek te komen. Het geeft ons de gelegenheid om nog wat te bekomen van Electric Wizard. Een aangename bijkomstigheid bij de onaangename situatie waarin we ons begeven. Als je dan na het optreden ook nog eens de ‘big smiles’ op de gezichten ziet van de mensen die wel binnen geraakten, dan heb je alleen maar spijt dat je geen deel mocht uitmaken van dit hoogstwaarschijnlijk schitterend feestje. Het zal voor een volgende keer zijn…

Syndrome, het geesteskind van Mathieu Vandekerckhove, trad op in café Cul de Sac. Na een dag 013 brengt Syndrome een moment van bezinning. Syndrome roept een meditatieve staat op door aan te houden met een langzaam ritme waar minimale beweging het maximum uit dát moment haalt. Want het aanhoudend repetitieve ritme brengt je telkens terug naar het ‘nu’. Na dit enkele minuten vast te houden komt meer beweging in het nummer. Beweging wordt weergegeven in verschillende klankvormen die vanuit een voorgrond door andere klanken naar de achtergrond worden verdrongen om dan op het eind van de set samen te vallen als een implosie. De diepe bijna fluisterende stem van Mathieu kleurt het kader in met een levensadem en dit alles wordt versterkt door grauwe visuals die eenvoud uitademen. Het is mooi om te zien hoe Mathieu de trage, repetitieve bewegingen van het begin van de set aanhoudt doorheen de momenten waar er een hevig opbouw aan ritme is. (dank aan Fleur Coevoet)

Het Patronaat was de grond waar Amenra deze avond hun zwarte adem mocht uitblazen. De geschiedenis lijkt grotendeels uit de zaal te zijn verdwenen maar vlak naast het Patronaat straalt het zonlicht op de Sint Jozefkerk die een vreemde soort van bezieling rond zich heeft. Met de dualiteit van leven en dood, zon en schaduw nabij bewegen de zinderende tonen uit de instrumenten van dit tastbaar heiligdom dat Amenra werd gedoopt. Uit deze repetitieve stromen die je in leven bewegen als een moederschoot komt het geraas van zanger Colin H. Van Eeckhout alle evenwicht verstoren. De stroom wordt een vloed, het wordt harder, moedeloos zwaar tot de diepste diepte is betreden. Daar ontmoeten we het samenspel van licht en donker, daar, op de grens is het stil. Maar net voor die diepte wordt bereikt, worden we fysiek dooreen geschud door een daverende grond. Hoewel de fysieke ervaring een eigen dimensie kan geven aan een optreden houdt het eveneens het risico in dat de nadruk wordt gelegd op buiten en minder op binnen. Amenra stroomt het best van buiten naar binnen in een soort perfect evenwicht van het moment. Het publiek lijkt er klaar voor te zijn, en toch ook weer niet.  Het Patronaat was niet de meest idyllische locatie om een levensproject als Amenra te dragen. (dank aan Fleur Coevoet)

We besluiten dan ook in het Patronaat te blijven om er streekgenoten Amenra te bekijken. Beluisteren is het eerder want wat een zware set brengen de Westvlamingen. Swans + SunnO))) indachtig worden we vastgezet, gepijnigd en bijna vernederd door een volume waar de eleven-knop uit de versterker van Spinal Tap alleen maar kan van dromen. Al zal het eerder een nachtmerrie zijn. Beklijvend, beheerst, magistraal, begeesterd, sacraal zijn enkele woorden die spontaan in ons opborrelen bij het aanschouwen van dit vat vol ingehouden woede. En dit terwijl je achteraan in de zaal staat en je naast jou Matt Pike van High On Fire volledig uit zijn dak ziet gaan bij zoveel muzikaal geweld. Wat moet je nog meer hebben. De brandramen, voegen en bakstenen van het Patronaat zullen de doortocht van Amenra niet snel vergeten en wij zéker niet! Wat een afsluiter van dag 2! Een stevig slaapmutsje achteraf blijkt de beste remedie om alsnog de slaap te kunnen vatten!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roadburn-2013/
Organisatie: Roadburn, Nederland 

 

Roadburn 2013 – dag 1 – donderdag 18 april 2013

Geschreven door

Roadburn 2013 – dag 1 – donderdag 18 april 2013

Roadburn 2013
013 – Het Patronaat
2013-04-18
Tilburg

We kunnen terug ons geluk niet op, daar we voor het tweede jaar op rij als gast van het 4-daagse Roadburnfestival zijn uitgenodigd in de Nederlandse studentenstad Tilburg. Een stad die jaarlijks halverwege april door een 3000-tal fans vanuit alle windstreken wordt overspoeld en waar het straatbeeld voor enkele dagen verandert in een overload aan zwarte kledij, lange baarden, lange haren en tattoos. Het is donderdagmiddag als we in het Mercury Hotel vriendelijk worden verwelkomd door de persverantwoordelijke , die ons het polsbandje overhandigt: de sleutel tot het heiligdom van het beste uit de psychedelische, stoner, doom, sludge en avant-garde scene.

Vooraleer we richting festival trekken, besluiten we nog even te pauzeren op één van de zonovergoten terrasjes, die zij-aan-zij de weg tussen het Mercury Hotel en zaal 013 flankeren. Het blijkt een goede keuze daar we per toeval een gezellige babbel kunnen slaan met Matt Pike van High On Fire. Die staat doodleuk aan de toiletten wat darts te spelen met een cola-light in de hand. Blijkt het dat zijn rehab van enkele maanden terug dan toch zijn vruchten heeft afgeworpen? Nee, want bij een beetje doorvragen, moet hij toch toegeven dat hij al eens gezondigd heeft wat de inname van alcohol betreft (vooral bij jetlags en de daaraan gekoppelde slapeloosheid). We nemen nog vlug een foto, laten de man rustig verder zijn pijltjes gooien en trekken richting hoofdzaal.

We willen namelijk Pallbearer aan het werk zien. De gehypte band uit Arkansas (USA) die al potten brak als voorprogramma van het legendarische Enslaved maakt meteen duidelijk dat ze niet gekomen zijn voor een rozenkransje! Van de typische zangstijl van zanger/gitarist Brett Campbell zijn we niet echt wild maar wat dit 4-tal aan heavy doom op ons af laat komen is pure klasse. Een groot uur headbangen (zowel op als voor het podium) zorgt terug voor het aansterken van de hals- en nekspieren. Dat er geen koppen rollen blijft een groot vraagteken. Luister eens naar hun debuutplaat ‘Sorrow and Extinction’ en je zult begrijpen wat we bedoelen.

Op Roadburn is het elk jaar kiezen of delen door het overaanbod aan goeie bands. We kiezen voor Blues Pills in een samengepakte Green Room. Het wordt de ontdekking van de dag. De groep bestaat uit 2 Amerikaanse ex-bandleden van Radio Moscow die de ritmesectie vertegenwoordigen, een Franse gitaarvirtuoos en een Zweedse schone met een stem als een klok. Dit stel jonge wolven in schaapsvacht brengt een set waarvan onze haren terug overeind komen als we eraan terugdenken. Terwijl bassist Zack Anderson en drummer Cory Berry de zware en kollosale ondertoon verzorgen, zijn het vooral het vurige gitaarspel van Darian Sorriaux en de verleidende kreten van Elin Larson (de nieuwe Janis Joplin) die onze aandacht trekken. Dit is heavy psych met een bluesy ondertoon om duimen en vingers bij af te likken!

Gravetemple wordt onze volgende keuze, temeer Attila Csihar en Stephen O’Malley van SunnO))) deel uitmaken van dit collectief. Samen met Oren Ambarchi vormen ze een experimenteel trio dat het moet hebben van een resem effectpedalen die Attila’s akelige stem in alle mogelijke richtingen vervormen, terwijl O’Malley en Ambarchi de 013-zaal fileren met zware drone metal. SunnO)))-light is misschien de beste omschrijving van dit uurtje ‘trommelvliezen-jennen’.

En dan is het tijd voor de hoofdact van de dag: High On Fire met onze vriend Matt Pike in een glansrol. Het drietal laat iets op zich wachten waardoor de spanning in een overvolle hoofdzaal alleen maar stijgt. Op de banner achter het drumstel prijkt de originele hoes van ‘The Art Of Self Defense’: een middeleeuwse kruisvaarder rond een vuur van zee kijkt ons dreigend in de ogen. Het is dit – door legende Billy Anderson geproduceerde - debuutalbum uit 2000 dat High On Fire op ons loslaat. Eens op het podium en op kruissnelheid verandert dit drietal in een 3-koppig vuurspuwend monster dat onder geen enkel beding meer te temmen valt. We onthouden verschroeiende versies van “10.000 years” en “Blood From Zion” en een zinderend “Master of Fists”. Matt Pike rijgt de riffs aan elkaar alsof het de gemakkelijkste zaak van de wereld is, terwijl drummer Des Kensel zich volledig uitleeft op zijn drumkit. We krijgen zelfs nog de bonustracks uit de re-issue van 2001 voorgeschoteld: “Steel Shoe” en de Celtic Frost cover: “The Ursurper”. Het moet allemaal in een razende sneltreinvaart de revue gepasseerd zijn, want de heren klokken een kwartiertje vroeger af dan gepland. Maar wat wil je van een niet in toom te houden furieus beest. Pure klasse.

De innerlijke mens moet tijdens dit festival ook wat versterkt worden en daarom trekken we de stad in voor wat spijs en drank, nog hevig nakaartend over het sublieme optreden van High on Fire. Het is pas tegen de klok van elf als we terug onze opwachting maken in de hoofdzaal om er nog een schitterende afsluiter voor dag 1 mee te pikken: The Psychedelic Warlords met bassist Alan Davey van het legendarische Hawkwind in de rangen. We worden van bij de start meegezogen in de spacerock van Hawkwind’s ‘Space Ritual’ album dat exact 40 jaar geleden (1973!) het daglicht zag en nog niets van zijn kracht moet inboeten. We laten ons gewillig de donkere nacht inglijden op de spacey tonen van dit meesterwerk dat bol staat van authentieke psychedelische rock.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roadburn-2013/
Organisatie: Roadburn, Nederland

 

Pagina 647 van 966