logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_13
The Wolf Banes ...

Heirs

Heirs - Welcome to Psychoville

Voor de eerste maal stappen we de B52 in Eernegem binnen, een café die de tand des tijds heeft doorstaan en authenticiteit uitademt. De ruiten zijn geblindeerd, de prijzen eerlijk, de 'locals' die erheen trekken deel van het decor, muziek uit de glorierijke jaren ‘80 en het interieur weerspiegelt een soort outsider art invloed.
Meer underground dan deze club kan je niet zijn. Het is dan ook vreemd op te merken dat het bezoekersaantal voor deze duistere batcave betrekkelijk laag ligt. Zeker wanneer er een band als Heirs uit Australië de revue passeert. Waar vorig jaar nog meer dan 100 man (en vrouw) aanwezig was in Magasin 4 om deze band aan het werk te zien, blijken de enthousiastelingen nu maar met mondjesmaat toe te stromen.

Er was echter weinig promotie rond gemaakt, en de associatie van een fijne muziekclub in een uithoek van West-Vlaanderen wordt misschien niet zo snel gemaakt. Onterecht zo blijkt want de B52 heeft heel wat troeven in z'n mars. Om maar enkele op te noemen: ruime parkeermogelijkheid, oerdegelijke geluidskwaliteit, een psychoville atmosfeer, een ideale stek om netwerken op te bouwen, net groot genoeg om niet klein te zijn en een ziel die nooit sterft. Populair zal het misschien nooit worden, maar dat zou de sfeer dan ook verknallen. Toch is dit een club die ieder op z'n ‘must see and be in’ list dient te zetten. Want zeker is dat eenmaal je ingenomen bent door de sfeer, je terugkeert.

Ascetic mocht de debatten openen. Waar Ascetic vertaald kan worden als een oefening, training staat dit in contrast met de vertaling van Heirs; iets wat men krijgt, erft. Ascetic is eigenlijk Heirs – 1. De 3 bandleden (drummer Damian Coward, bassist/zanger August Skipper en gitarist Saxon Jorgensen) spelen allemaal bij Heirs, maar toch ligt de muziek van Ascetic en Heirs mijlen ver uit elkaar. Ascetic is –in tegenstelling tot Heirs- niet zuiver instrumentaal. Ze dompelen je onder in een newwave bad, waar het aangenaam vertoeven is. De zang is niet altijd even zuiver in de diepe stukken, maar geeft de muziek niettemin een meerwaarde. Het is echter in de instrumentale stukken, wanneer de gitarist zich volledig mag laten gaan, dat Ascetic weet te overtuigen. Ze spelen met een hele grote gedrevenheid, ondanks het beperkte publiek. Daardoor wordt het alleen maar nog beter. Beluister en download zeker hun album ‘Self Initiation’, gratis op http://oscl.bandcamp.com/album/self-initiation.

Toch keken we vooral uit naar Heirs, die op Europese doortocht is sinds de start van hun ‘Redemption’ tour in maart en vorig weekend nog op Dunk!festival te bewonderen was. Reeds twee maal wisten ze ons te overtuigen. En ook vanavond was dat geen enkel probleem. Wat valt er nog over te zeggen: veel te veel eigenlijk. Belangrijkste is dat je deze band live moet gehoord hebben om ze volledig te appreciëren. De sfeer die ze oproepen past perfect binnen de donkere kroeg waar ze deze avond spelen. Met hun effectpedalen vullen ze al bijna de helft van het podium in, de andere helft is voorbehouden aan Damian Coward, drummer van de band. Rond hem staat een scherm waar visuals op werden geprojecteerd. De belichting werd zo laag mogelijk gehouden en de zaal werd volgestoomd met rook. Ook de aromabranders waren opnieuw deel van hun decor, al weten we tot de dag van vandaag niet met welke aromatische geur ze ons willen bedwelmen. De logge bas en drum malen de hersenen plat en plaveien de weg voor de scheurende gitaren.
Heirs begint echter steeds met een vast, monotoon ritme die langzaam aan z’n weg zoekt naar de ultieme chaos die ze samen creëren. Ze weten overgangen perfect te timen zodat wanneer je op het punt staat de aandacht te verliezen en in de muziek op te gaan, ze je wakker slaan met een tegentel en je op het nieuw ritme verder kan stromen om dan bijna altijd te eindigen in een schroeiende odyssee van noise.
Heirs is individuele muziek. De bandleden zoeken nauwelijks contact met elkaar. Elk gaat zijn eigen weg binnen de lijnen van de song. En die lijn wordt doorgetrokken naar het publiek. Geen interactie, geen vraag om geklap, geen nood aan contact. Enkel een luisterend oor, meer is er niet nodig om je volledig los te laten gaan in de wereld van Heirs. Ze roepen een trance over het publiek af, waar slechts weinig bands in slagen. Het geeft ze een sacrale kracht. Alhoewel hun muziek niet echt katholiek te noemen is.
Twee maal dezelfde band zien in minder dan een week tijd en opnieuw volledig overdonderd zijn: dan weet je dat het goed was. Op 6 mei komen ze opnieuw naar België en verzorgen ze het voorprogramma van Chelsea Wolfe in de Trix in Antwerpen. Chelsea zal haar best mogen doen om niet van het podium te worden geblazen door Heirs. We kijken er alvast al naar uit! Voor zij die nog niet overtuigd zijn van hun kunnen: je kan ze beluisteren op http://heirs.bandcamp.com/. Doen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/heirs-05-04-2013/

Organisatie: B52, Eernegem

 

Popallure 2013 – Popallure Ontpopt

Geschreven door

Popallure 2013 – Popallure Ontpopt
Al enkele jaren houdt de Popallure organisatie vinger aan de pols aan Belgisch talent voor hun jaarlijks festival. Opnieuw stonden een paar aardige namen op de affiche
als Steak Number Eight, Coely en Maya's Moving Castle, aangevuld met opkomende bands als Londen Bullet, Delvis en Steven H en kon het dansminnend publiek terecht voor Redking & Mr . Noisy , Raving George en Sam De Bruyn.
De organisatie stelt al jaren de Eigen Kweek in de spotlights, en kreeg terecht de titel van de tweejaarlijkse Cultuurlaureaat in Nazareth-Eke . Loon naar werk dus!

Steven H(eyse) knalde meteen en probeerde het  aankomende publiek wakker te schudden met z’n aanstekelijke hiphopsounds .
Hij rapt en zingt snedig in een West-Vlaams dialect en swingt met een laagje humor , vergezeld van een voorgeprogrammeerde ritmebox. Hij maakte het uitermate creatief en opwindend , hotste heen en weer , en deed z’n lichaam afzien op de beats, alsof de de nieuwe cd ‘Pijn en Lijden ‘ hier letterlijk moest ervaren worden. Fris, speels en opzwepend. Groots entertainer en Artiest met een Feestneus!

Een beloftevolle ontdekking is Maya’s Moving Castle , die eerder al in de finale stonden van Humo’s Rock Rally en de Beloften in Gent . Het kwartet switch met invloeden van de onvolprezen trippop van Lowpass, en de ijle, koele elektronica van The Knife , Bel Canto  en ons eigen Sx , gedragen door de dromerige, melancholische zang van Ann-Sophie Claeys. Door het elektronisch vernuft dringt en presenteert zich een droomwereld als een grimmige, mysterieuze, koele leefwereld op; de slepende , onrustige, dreigende als zalvende, betoverende synths , beats en percussie, aangevuld met de nerveuze en ingehouden beheerste gierende gitaar van Nele De Gussum, die Ann-Sophie in de zangpartijen bijstaat, zorgen hiervoor. Bitterzoet materiaal , tussen toegankelijkheid en experiment, dat met “War” en “Next life” al twee sterke singles heeft. Door de finesse en subtiliteit was de livesound niet steeds een evidentie, net als de zang , die een nog meer krachtige uitstraling moet krijgen.

Steak Number Eight mag dan op jonge leeftijd de Humo’s Rock Rally hebben gewonnen , ze hebben in die tijd al drie cd’s uit en live staat hier een evenwichtige band te spelen, die postmetal , postrock , sludge, doom en noise laat versmelten tot sterke songs, zacht, filmisch, opbouwend, hard en exploderend, onder de hels dreigende, indringende zang en screamo’s van Brent Vanneste . Ook al komt de klemtoon nu op ‘meer song’, alle frustraties versplinteren bij de livegig. Ontketend kunnen ze zijn! En net als de andere bands in het genre word je door hun allesvernietigende ‘raw power’ meegevoerd , -gesleurd en -gezogen. Het is heerlijk genietend headbangen , welke song ze ook spelen . Behoorlijk indrukwekkend dus!

Tot slot een klein half uurtje Coely, de 18 jarige Antwerpse met Congolese roots , die in het najaar van 2012 al meteen een grote radiohit op zak had met “Ain’t chasing pavements”, een wilde , militante hiphop/r&b song, die live niet ontbrak en de meeste respons opleverde.  Gepassioneerd en zelfverzekerd gaat de jonge dame  te werk, interacteert met haar publiek,  en kan in sommige songs de  r&b van Lauryn Hill, Erykah Badu , Mary J Blige en The Fugees; Arrested Devolpment een ferme kopstoot geven . Er is dus ook die lieflijke kant van het genre en dan wordt het uitermate sober gehouden door haar heldere gospel zang . Voldoende variatie dus , al mag haar DJ nog wat meer dynamiek tonen . Coely, taai en soft tegelijk . Hiphop met knusse ballen!

De dansspieren werden al aangesproken bij Coely , de nacht kon worden ingezet met de DJ set van Redking & Mr . Noisy , Raving George en Sam De Bruyn.

Neem gerust een kijkje naar de pics op de site van Popallure http://www.popallure.be

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

Portico Quartet

Portico Quartet - Verfijnde elektronische jazz soundscapes

Geschreven door

Portico Quartet zijn vier jonge gasten uit London die zich voorgenomen hebben om te vertrekken vanuit de jazz en daar de avontuurlijke weg van de elektronica mee in te slaan. Met reeds drie interessante platen (‘Knee Deep in the North Sea’, ‘Isla’ en ‘Portico Quartet’) op hun conto hebben ze in de eerste plaats duidelijk gemaakt dat ze niet in één vakje zijn onder te brengen. Hun volledig instrumentale muziek leunt aan tegen The Cinematic Orchestra, Lamb, experimentele Radiohead, Sigur Ros en zelfs Aphex Twin en Caribou.

In de AB was een opvallend jong publiek aanwezig voor deze niet alledaagse band. Het bleek ook geen voer te zijn voor echte jazz puristen, deze zouden het trouwens op hun heupen gekregen hebben van te veel elektronische uitstapjes. Want live koos Portico Quartet nog een stuk meer de weg van de elektronica, hun overgave aan diverse elektro snufjes en knopjes bleek op het podium nog meer uitgesproken dan op hun platen.
Geheel beheerst en geconcentreerd controleerde Portico Quartet al die toestellen en haalde er opbouwende ritmes uit tevoorschijn die mede dankzij de knappe percussie van Duncan Bellamy en Keir Vine al eens uitmondden in voorzichtige drum’n’bass uitstapjes. Hieraan koppelden ze een knappe jazz toets die zich manifesteerde in de subtiele en bezielde instrumentenbeheersing van de cellist/bassist Milo Fitzpatrick en saxofonist Jack Wyllie. De sax bleek bij momenten een begeesterende free jazz improvisatie die zich nestelde achter de zwoele elektronica, een beetje zoals in “The man with the red face” van Laurent Garnier. Zo ontstonden vloeiende soundscapes waarin het lekker wegdromen was. Het kwartet wist het bevreemdende effect nog te verscherpen met het hemelse instrument de hang drum (the hang) waaruit Keir Vine vooral heldere, mooie en vaak oosters aandoende klanken toverde.

Zo kon Portico Quartet een aardig volgelopen AB Box anderhalf uur lang in de ban houden van hun verfijnde etnische en elektronische jazz interpretatie. Een hele knappe prestatie.
Het moet niet altijd rock’n’roll zijn.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Daughter

Bedwelmende trip van Daughter

Geschreven door

Het zag er aan te komen . Net als The xx is het Britse trio (live met vier) Daughter uit Londen afkomstig . Wisten ze vorig jaar al nieuwsgierigheid op te wekken met de EP’s ‘His young heart’ en ‘The wild youth’, dan is er nu het pas verschenen debuut ‘If you leave’ .
Op Pukkelpop hadden we hen reeds aangestipt als een ontdekking, gezien de beloftevolle band rond Elena Tonra ons uitnodigde op een heerlijk spannende rit van eerlijk intens broeierig, soms breekbaar, subtiel uitgekiend indiemateriaal, én die houdt van een donker randje , zinderend, scherp gitaargetokkel , opbouwende, aanzwellende drums en tromgeroffel, galmeffects en gedoseerde feedback, gedragen door haar etherisch dromerige, indringende , ontroerende, getormenteerde zang, die ergens hangt tussen Beth Orton, Florence Welch , Ritzy Bryan van The Joy Formidable en Romy Madley-Croft van The xx.

In november was het publiek al wild rond deze band , die optrad in de pittoreske Witloof Bar . Opnieuw afspraak vanavond in de Bota, de Orangerie deze keer, die zelfs te klein bleek! En ze hebben muzikaal veel te bieden .
Gedurende een klein anderhalf uur werd hun ganse catalogue voorgesteld . Daughter ging diep en zorgde voor voldoende wisselende stemmingen van zachte , minimale instrumentatie en intimiteit naar een meer extraverte, harde aanpak . Hun materiaal zat met finesse in elkaar en de snaren werden zalvend en strak aangeraakt . Een broeierige spanning en klankkleur werd verwezenlijkt door een Sigur Ros strijkstok, keys , percussie en drumbeats; effects die elan geven aan de song ‘an sich’ en het publiek moeiteloos in die aparte unieke sfeer van hen brengt. De eerste drie songs “Winter” , “Love” en “Amsterdam” lieten niks aan het toeval over . Daughter werd telkens sterk onthaald , ondanks de onwennige, schuchtere positie en licht gegiechel van onze Elena tussenin, die de vaart, spanning en intensiteit wat deden afnemen; een storende factor waaraan kan gewerkt worden.
Muzikaal werden alle kwaliteiten, troeven bovengehaald en namen ze alle kansen om het publiek te overtuigen . Het afwisselende materiaal werd goed verdeeld : de intense “Landfill”, middenin de set , “Candles” en “Smother”, die af en toe durfden te exploderen , de rauwere, directe  aanpak van “Lifeforms” en de sferische ijle “Still” en “Human”, die minimaal sterk overeind bleven .
Een wondere, betoverende én grimmige leefwereld creëerden ze, zelfs filmisch bezwerend met momenten . Onze Chemical Brothers  mogen na Beth Orton wel eens bij haar aankloppen als ze bij hun een nieuwe plaat een sfeervolle ,maar evenzeer onrustige song willen toevoegen.
Veel schoonheid noteerden we en voor wie nog niet voldoende meegevoerd werd in dit unieke beleven, was de eindrun meer dan geslaagd met “Shallow”, “Youth” en “Home”, drie puike songs, die een aanhoudende spanning hadden , schipperden tussen zacht en hard en net niet ontploften en je wisten te hypnotiseren, bedwelmen door de trippende melodie, de indie folk, de woelige donkere soundscapes en effects .

Een verdienstelijk concert! We hebben alle vertrouwen in het groeiend karakter en de lives van Daughter . Deze band heeft talent en ging goed doordacht te werk en krijgt na drie jaar die verdiende doorbraak .

Ook de support Bear’s Den wist al heel enthousiastelingen naar zich toe te trekken met hun ingetogen en broeierig indiefolkend materiaal . De songs zaten goed in elkaar  en hadden een goede opbouw; ze durfden te variëren in hun akoestisch en elektrisch gitaarspel, banjo en drums . Ook de meerstemmige zangpartijen gaven emotie, kracht en warmte. Knappe melodieën en elegante stemmenpracht . Talentrijke band die raakt!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/daughter-04-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/bears-den-04-04-2013/

Organisatie: Botanique, Brussel  

Matthew E. White

Matthew E. White - Kleurrijk klankenpalet

Geschreven door

Missionariszoon Matthew E. White hield halt in Brussel om zijn muzikale geloof te verkondigen. ‘s Mans debuut ‘Big Inner’ beschouwen velen met ons als één van de betere platen van de voorbije maanden. Hooggespannen verwachtingen dus. Niet elke verwachting werd ingelost (zie later), maar dat betekent allerminst dat we ons onze uitstap naar de AB Club beklagen! Op een goed uur tijd werden we immers getrakteerd op een spervuur van hoogtepunten.

Opener “Will you love me” werd door ons al vrij vlug beantwoord met een overtuigd hoofdknikken, het groovy “One of these Days” klonk lekker laid-back terwijl “Steady Pace” dan weer een heerlijke uptempo-behandeling kreeg om uiteindelijk uit te monden in stevige jam die illustreerde dat de muzikanten (White op gitaar, een bassist, een drummer, een veelzijdige percussionist en een even gekwalificeerde keyboardspeler) even doorwinterd zijn als ons huidige klimaat. Na “Ain’t that what Love is” (niet op ‘Big Inner’ maar wel op de B-kant van het als single uitgebrachte “One of these Days” te vinden) werd het tijd voor wat eerbetonen. Terwijl men een eigenzinnige, ingetogen interpretatie gaf van “Sail away” van Randy Newman, bleef het vijftal tijdens “Are you ready for the Country” meer trouw aan het origineel van Neil Young. Beide hommages waren gepast in die zin dat ze in de verf zetten over welk kleurrijk palet Matthew E. White beschikt: hij switcht moeiteloos van storyteller naar singer-songwriter naar countryrocker naar gloedvolle soulman. Het is echter net dat soulvolle aspect dat in Brussel niet uit de verf kwam en dat er dus voor zorgde dat bepaalde van onze verwachtingen niet ingelost werden. Om begrijpelijke logistieke en financiële reden is tijdens deze tour niks te merken van het gospelkoortje dat ‘Big Inner’ regelmatig naar hogere sferen stuwt. Ook van de met strijkers en blazers gelardeerde arrangementen was weinig te bespeuren, maar niet getreurd want ter compensatie viel er te genieten van extra scheuten rock’n’roll (soms zelfs neigend naar grunge) en pure funk. Tussen de twee vermelde covers werd het met erg veel schwung gebrachte “Big Love” verweven. Het reguliere deel van de set eindigde met drinking song “Hot Toddies” en het zich naar een machtige climax toewerkende “Brazos”.
Een uurtje was uiteraard veel te kort dus keerden de sympathieke hippie en zijn kompanen op algemeen verzoek terug om er middels “Gone away” voor te zorgen dat elk van de zeven parels van ‘Big Inner’ de revue gepasseerd hadden, waarvoor dank.  Als toetje volgde nog een splinternieuw nummer waarvan we u de titel moeten onthouden, waarvoor onze excuses.

Wat uzelf van deze recensie moet onthouden, is dat klasbak Matthew E. White zich live moeiteloos stand weet te houden.  Mocht het niet zoveel foute associaties oproepen, we hadden als titel boven deze tekst geopteerd voor “White supremacy”. Uiteindelijk is het dus het dus iets minder controversieels geworden, maar wel iets dat duidelijk maakt dat Matthew E. White weet hoe je royaal uit de juiste muzikale vaatjes moet tappen.

In het voorprogramma maakten we kennis met Night Beds, een groep die aardig wat in zijn mars bleek te hebben. Begeesterd bracht frontman Winston Yellen een zestal songs uit “Country Sleep”, hun debuut dat redelijk goed aftrok vond bij het aangenaam verraste publiek. Samen met de vocaal sterke Yellen maakte vooral de lapsteel-gitarist een erg goede indruk. Eén concertticket volstond donderdag 4 april 2013 dus om twee namen aan het werk te zien die de komende jaren hoogstwaarschijnlijk nog potten zullen breken.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Crime & The City Solution

American Twilight

Geschreven door

Na een winterslaap van meer dan 22 jaar zijn de vleermuizen van Crime and The City Solution terug aan de oppervlakte gekomen. De band van Simon Bonney is destijds geboren uit de assen van The Birthday Party en put zijn energie nog altijd uit dezelfde desolate voedingbodem, ergens in de omtrek van de spelonken waar ook andere Australische gruizige holbewoners als The Scientists, Hugo Race, The Drones, Grinderman en Beasts Of Bourbon zich schuilhouden.
De gejaagde grilligheid van “Goddess” en “Riven Man” contrasteert perfect met het sluipende onheil in de donkere ballads “Domino” en “The Colonel”. De bariton van Bonney bepaalt de donkere sfeer van het album en in het verslavende titelnummer dringt hij zich op als een declamerende preacher die het onkuise evangelie van Iggy Pop en Jim Morrison verkondigt.
Bronwyn Adams (violiste, tevens Madame Bonney) en gitarist Alexander Hacke zijn de andere overgebleven krijgers van de vorige generatie. Ondermeer Dave Eugene Edwards komt hier een handje toesteken en dat komt de sound van Crime zeer goed uit.
Crime and The City Solution klinkt nog even grimmig en indringend als vroeger. ‘American Twilight’ is dan ook een plaat die wederom sterk tot de verbeelding spreekt en die ons even hard kan raken als ‘Room of Lights’ uit ‘86.
Een come back plaat die nu al tot hun beste werk behoort.

Depeche Mode

Delta Machine

Geschreven door

De naam van het 13e album ‘Delta Machine’ is goed gekozen: ‘Delta’ verwijst naar het ‘blues’-aspect (de Mississippi-delta) en ‘Machine’, naar de keys van de band . Ook leuk: de initialen ‘DM’ komen overeen met die van de groep. Uitgebracht bijna vier jaar na ‘Sounds Of The Universe’, werd ‘Delta Machine’ vorig jaar in New York en Santa Barbara opgenomen. Het werd geproduced door Ben Hillier en gemixt door Flood.
Het is altijd moeilijk om een oordeel te geven over het nieuwe album van een zeer bekende band of artiest: je moet telkens de eigen verwachtingen en die van de marketing-machine en z’n boodschap overwegen .
We verplichten onszelf op de muziek te focusseren, en alleen muziek. En vanuit dit oogpunt, is ‘Delta Machine’ een zeer goed album: het is directer, meer electro, meer pop-gericht dan ‘Sounds Of The Universe’, dat eerder filmisch was. ‘Delta Machine’ doet de sfeer van 'Violator' (in het bijzonder van "Personal Jesus") en van ‘Songs Of Faith And Devotion’  herleven. Catchy melodieën dus ; bluesy tunes vullen aan en de hot items zijn sex, religie en liefde.
‘Welcome To My World’ begint traag, met dub accenten; je krijgt de indruk dat DM deze stijl wat meeneemt van Muse, maar nee, het is maar een knipoog naar hen, en het nummer ontwikkelt naar een typisch synth-pop nummer, met een mooie refrein, in harmonie gezongen door Gahan en Gore. We hadden al "Angel" vroeger gehoord, een lied met een gospeltint en scherpe synths/industrial structuur. "Heaven" is een van de mooiste composities van Martin L. Gore; een DM classic in wording die begint met een piano riff à la Lennon en dan evolueert naar een melodie die doet denken aan Radiohead ("Karma Police"). "Secret To The End" is hier de eerste compositie die door Dave Gahan in samenwerking met Kurt Uenala, een muzikant/geluidstechnicus uit Zwitserland, werd geschreven en het resultaat is overtuigend. Het is een typisch synth-pop juweeltje, een Depeche Mode hit.
Verandering van sfeer is er op  "My Little Universe", dat trip-hop klinkt, wat ons natuurlijk aan Portishead doet denken. De stem van Gahan is rustig, crooner-achtig en het nummer eindigt in experimentele 'minimal techno' sfeer: Fun! Nogmaals, een draai van 180 graden en je hoort de bluesy intro op gitaar van "Slow". Hier wordt het tempo overstag, erg sensueel en de woorden zijn openlijk seksueel: Hot!
In "Broken", toont Dave Gahan nogmaals aan dat hij perfect in staat is om klassieke Depeche Mode hits te componeren. Alles is er: ritme, harmonieën en melodieën. "The Child Inside" is de 'klassieke' rustig ballade gezongen door Martin Gore, hier versierd met prachtige synth geluiden. "Soft Touch / Raw Nerve" is direct en zonder opsmuk: een zeer clubby beat plus een schokkende zang en het resultaat is een potentiële hit. In “You Should Be Higher", ook van Gahan, word je direct gevat door de erg sensuele ritmiek, in de stijl van "Closer "van NIN en het refrein is gewoon subliem, zeer hypnotisch: geweldig!
De intro en de arrangementen van "Alone" herinneren aan John Foxx And The Maths, vooral in de synth-arpeggiato's en de etherische synths. Het lied begint zachtjes maar wordt geleidelijk sterker om dan te sluiten met een tapijt van analoge sequenties. Dan is het "Soothe My Soul", een absolute club hit. Een onweerstaanbare electro beat, gecombineerd met pakkende melodieën, en plotseling improviseer je een dans in je huiskamer... Dit nummer heeft al zijn plaats verdiend in de playlist van mijn volgende DJ set! Het album sluit op een bluesy toon met "Goodbye". Maar het refrein is een echte verrassing: het klinkt als een tune door de Beatles of de Stones ("Goodbye, Ruby Tuesday"?)! Ik zie al het publiek van Depeche Mode dit refrein oneindig zingen aan het eind van de concerten van de volgende tournee!
Als bonus op de dubbel-CD en de dubbel LP, vinden we de enige lied geschreven door Gore en Gahan samen: "Long Time Lie". Het is een langzaam stuk, gedomineerd door een betoverende melodie en een erg rauwe klank. "Happens All The Time", van Gahan/Uenala, is in dezelfde geest, maar hier is de programmering iets minder succesvol. "Always" is een andere ballade gezongen door Gore en het laatste nummer, "All That's Mine", die al op de EP ‘Heaven’ stond, bewijst nogmaals de kwaliteit van de composities van Gahan/Uenala; dit nummer had volgens mij perfect in de 'main tracklist' kunnen opgenomen worden.
We concluderen dat dit album een groots succes is. De composities zijn briljant, de arrangementen zijn inventief en het klinkt 100% modern. Na 30 jaar carrière, hebben de oude vrienden niets verloren van hun inspiratie en lijken ze erg blij op hun elan verder te gaan. Geen twijfel, Depeche Mode is steeds... ‘à la Mode’!

Tracklisting : 1. Welcome To My World 2. Angel 3. Heaven 4. Secret To The End 5. My Little Universe 6. Slow 7. Broken 8. The Child Inside 9. Soft Touch/Raw Nerve 10. Should Be Higher 11. Alone 12. Soothe My Soul 13. Goodbye
Bonus op de Deluxe 2CD en de 2LP 14. Long Time Lie 15. Happens All The Time 16. Always 17. All That’s Mine
De Deluxe-versies omvatten ook een prachtig booklet van 28 pagina's met foto's van Anton Corbijn

Philippe Blackmarquis – vertaling Johan Meurisse en Philippe Blackmarquis

The Virginmarys

King Of Conflict

Geschreven door

Ze komen uit Manchester maar Britpop is niet hun ding, The Virginmarys maken compromisloze no-nonsens rock, hard, wild, grungy en zonder veel omwegen. We zouden hen eerder een mooie toekomst voorspellen in de States, hun muziek leunt veel dichter aan tegen Foo Fighters en de betere (lees eerste) platen van Buckcherry dan tegen pakweg Kaiser Chiefs of Arctic Monkeys. De rauwe rasperige stem van Ally Dickaty zit de rechttoe-rechtaan rocksongs als gegoten, het helpt immers altijd als je wat schuurpapier in combinatie met een flinke scheut whisky naar binnen werkt vooraleer je aan het zingen slaat. De gitaren en de beukende ritmesectie doen de rest, namelijk wild om zich heen schoppen en ondertussen een paar rake klappen van songs uitdelen als “Dead man’s shoes”, “My little girl” en, het venijn zit in de staart, de geweldige afsluiter “Ends don’t mend”.
The Virginmarys gaan met ‘King Of Conflict’ niet de prijs der originaliteit winnen, maar ze rocken een flink eind rechtdoor, en veel meer moet dat soms niet zijn.

Chelsea Light Moving

Chelsea Light Moving

Geschreven door

Chesea Light Moving is het post Sonic Youth groepje van Thurston Moore en klinkt als euh… Sonic Youth. Nu goed, de man heeft die gruizige gitaarsound voor een groot deel zelf uitgevonden, waarom zou hij er dan niet mogen op verder borduren. Bovendien vonden wij die laatste solo plaat van Lee Ranaldo ook niet echt iets om over naar huis te schrijven en hetgeen Kim Gordon dezer dagen uitspookt in de ondergrond van de avant garde noise doet pijn aan onze oren.
Moore heeft trouwens zelf al eerder andere paden verkend, zijn singer songwriter uitstapjes ‘Trees outside the academy’ en ‘Demolished thoughts’ waren meer dan verdienstelijke platen, maar toch vinden wij het helemaal niet erg dat hij de distortion knoppen op zijn gitaren terug overuren laat draaien. En als dat dan klinkt als Sonic Youth, so be it, geen mens die het beter doet dan hem.

Moore zijn gitaar vuurt bij momenten heavy riffs af die zelfs al eens neigen naar de machtige stonerrock van Karma To Burn (in “Sleeping where I fall” en het lange imposante gitaarmonster “Alighted”) en in het tegendraadse punkertje “Lip” lijkt het alsof Mike Watt en zijn Minutemen hier een potje meespelen. Voor de rest is dit een plaat die eigenlijk alle ingrediënten van het betere Sonic Youth album in zich draagt. Het knarst, scheurt, is voorzien van de nodige stoorzenders en gaat geregeld uit de bocht maar bij momenten is het heel integer en breekbaar.
De plaat eindigt met een venijnig bommetje, afsluiter “Communist Eyes” is een korte brok snerende lo-fi punk die de jeugdige driften van een rebellerende Thurston Moore nog eens onderstreept.
In een post Sonic Youth tijdperk is dit het beste wat uit die nog smeulende resten is herrezen.

Traumahelikopter

Traumahelikopter

Geschreven door

Traumahelikopter is een Nederland trio uit Groningen die sterk voor de dag komt met deze  korte, krachtige, kernachtige plaat . Elf garagerockende songs in een nog geen dertig minuten, een heerlijke , snelle (risicoloze) rit en trip . En ze houden het uitermate boeiend , want we noteren rauwe , energieke , heftige , hitsige en spannend broeierige melodieuze rock’n’roll, grungy en punky gekruid , met een Jon Spencer en een jonge Blood Red Shoes in ons achterhoofd.

Pagina 651 van 966