logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Crites

Crites

Geschreven door

Crites is een Gentse band die reeds twee jaar aan de weg timmert en die zopas zijn debuutalbum uitbracht bij Starman Records. Ze brengen lekker weerbarstige noiserock die soms hint naar postrock. Zet ze dus niet in het rijtje van andere recente noisebands als Brutus en Cocaine Piss.  Wel komt Crites in de buurt van ‘oudere’, meer Amerikaanse noisebands als Jezus Lizard, Shellac, Slint, Cop Shot Cop en Girls vs Boys.
De twaalf tracks op dit titelloze debuut hebben een ingehouden energie die maar weinig bands in de vingers hebben. Het gaspedaal wordt nooit helemaal ingedrukt. Als een fietsband die superhard staat, maar toch niet openknalt.
Mimi Van de Put legt bij momenten flink wat soul in haar bas-spel en biedt de luisteraar een houvast doorheen de songs als de twee gitaristen en soms ook de drummer buiten de lijntjes gaan kleuren. Mick Windey is geen natuurtalent als zanger, wat in dit genre doorgaans als sympathiek wordt ervaren, maar hij slaagt er wel in om je mee te nemen in zijn wereld van kleine en grote problemen en overpeinzingen.
Uitblinkers op dit debuutalbum zijn opener (en single) “Walls”, het van noise en fuzz naar pop uitwijkende “Run” en “Moan”, dat Pixies-ambities heeft. Op het einde van “Unrelenting” lijkt de fietsband het toch te gaan begeven, maar dan komt er weer een smoothe baslijn die meer zalft dan slaat. “Haywire” heeft een paar knappe, bijna psychedelische gitaarrifjes en afsluiter “Gimmick” zoekt nog een laatste keer de grenzen op van de ingehouden energie, om uit te monden in slotakkoord dat het midden houdt tussen Frank Zappa en Sonic Youth.
Een intrigerend debuut van een veelbelovende band.
www.vi.be/crites

Machine Mass

Machine Mass plays Hendrix

Geschreven door

U moet weten dat deze schijf is terechtgekomen bij een doorwinterde Hendrix fan. En Hendrix fans krijgen altijd een beetje argwaan wanneer een resem covers op hen af komt, want nobody plays Hendrix better than Hendrix. Oneindig veel bands hebben de songs van het gitaargenie gecoverd, maar de magie van het origineel werd nooit geëvenaard.
Bij het gezelschap Machine Mass lijkt echter de term ‘interpretaties’ beter gekozen, en dat is meteen het goede nieuws. Dit zijn allemaal volledig instrumentale versies van onsterfelijke songs waarin Hendrix een fusion jazz vestje krijgt aangemeten, en dit van een bende rasmuzikanten die hun virtuositeit per lopende meter tentoon spreiden zonder daarbij de groove uit het oog te verliezen. De gitaar is natuurlijk één van de hoofdrolspelers, het zou er nog aan mankeren. Die klinkt iets minder rauw maar net als bij de meester zijn de snaren constant op zoek naar avontuur. Machine Mass voegt er nog een extra kleurenpalet aan toe, er wordt uitvoerig aandacht besteed aan een omlijsting van glooiende keyboards, heerlijk roffelende drums en sexy basritmes. Dit is immers een fusion-jazzband, de klasse en virtuositeit gaan perfect samen met tonnen speelplezier en spontaniteit.
Het respect voor Zijne Gitaarhoogheid is alom tegenwoordig en er wordt uitvoerig gejamd, geëxperimenteerd en op ontdekkingstocht gegaan in diens avontuurlijke songs. Opener “Third Stone From The Sun” is een heerlijke lange opener waarin Machine Mass met de geest van Hendrix het heelal in trekt. “Little Wing” is voorzien van een zwevende intro die de song de eerste twee minuten quasi onherkenbaar maakt, maar wel uiterst boeiend. Ook “Voodoo Chile” wordt op een interessante manier binnenstebuiten gekeerd, de anders zo herkenbare intro heeft hier een soort beatbox injectie gekregen. Gedurfd, zeer zeker, maar het werkt, en hetgeen er na komt is een heerlijke jam die de spirit van Hendrix alle eer aan doet. Ook “You Got Me Floatin’” begeeft zich richting space langsheen een boeiende jamweg.
Het siert de uitmuntende muzikanten van Machine Mass dat zij niet gepoogd hebben om Hendrix klakkeloos te imiteren. Zij hebben daarentegen een reeks briljante songs van Jimi ter hand genomen en zijn daarmee op een hoogst creatieve manier aan de slag gegaan zonder ook maar één seconde het genie van de grootmeester onrecht aan te doen.

Dead Cross

Dead Cross

Geschreven door

Dead Cross werd uit de grond gestampt door gitarist Mike Crain en bassist Justin Pearson (beiden uit de band Retox) en drummer Dave Lombardo (ex-Slayer). Eerst zou Gabe Serbian zingen, maar na de eerste opnames verliet die echter de band. Dus belde Lombardo zijn Fantômas-maatje Mike Patton (van Faith No More). De nieuwe band is vooral een ode aan de agressieve en meestal ook politiek geladen hardcorepunk van de jaren ’80 en ‘90. Producer Ross Robinson (Sepultura, Slipknot, …) mocht de opnames in goede banen leiden.

Mike Patton mocht alle reeds opgenomen tracks opnieuw inzingen en herschreef ook de teksten. Maar voorts hield hij zich, net als de rest van de band, strak aan het uitgangspunt dat de opnames een ode moesten zijn aan de hardcorepunk van vroeger. Zonder dat concept waren ze vast uitgekomen bij experimentele jazz-noise, zoals bij Fantômas. Het is als vanouds smullen van Patton-songtitels als Grave Slave, Gag Reflex, Obedience School, Church Of The Motherfuckers en Divine Filth. Ook de teksten zijn Patton op z’n best.

Patton’s stem en teksten vormen op dit debuutalbum absoluut een meerwaarde. Samen met Lombardo geeft hij een soms onderhuidse, dan weer klare metal-injectie aan het groepsgeluid. Daardoor klinkt de hardcore-basis van de Retox-tandem Crain-Pearson net iets harder, sneller, brutaler en agressiever. Een beetje Black Flag die thrash-metal omarmt.

De Bauhaus-cover “Bela Lugosi’s Dead” is halfweg het album een welgekomen rustpunt. Een pauze die je als luisteraar nog eens doet beseffen hoe hard en diep deze muziek gaat. De heel directe en brutale muziek is een perfecte afspiegeling van Patton’s teksten, met heel wat onderhuidse en openlijke kritiek op het Amerika van president Trump.

Dat aspect kwam nog eens extra naar voor bij één van de eerste optredens van de band, waar Dead Cross samen met voormalig Dead Kennedy’s-zanger Jello Biafra de klassieker “Nazi Punks Fuck Off” omvormde tot “Nazi Trumps Fuck Off”.

De teksten op dit debuutalbum drijven vooral op woede en ontgoocheling over de politiek in Amerika. Als Trump dit kan oproepen bij getalenteerde artiesten als Lombardo en Patton, moeten we hem toch ergens voor bedanken.  

 

RabbitPunch

First Round Knock Out EP

Geschreven door

De Amerikaanse punkrockband RabbitPunch heeft zopas een leuke EP uitgebracht. De band uit Saint Louis (Missouri)  graaft met ‘First Round Knock Out’ naar de wortels van de Amerikaanse punkrock en komt zo uit bij the Stooges, the Groovy Ghoulies, de Ramones, Weezer en het vroege werk van Green Day.
Het viertal brengt zijn punkrock met veel slome energie en nam weinig moeite om te sleutelen aan de opnames. Als je dan toch een debuut opneemt in dit genre, levert die aanpak toch al enkele bonuspunten op en veel sympathie.
De onderwerpen zijn typisch voor de vroege Amerikaanse punkrock.  “Comic Books Kept Me Up All Night” had inzake songtitel zo op een album van de Ramones kunnen staan. Muzikaal zitten ze er ook dicht tegenaan, al hebben ze niet het strakke en supersnelle van Johnny en zijn makkers. “Admin Leaving Fun“ gaat over een saaie dag op het werk die toch nog goed komt en zit qua tekst in de richting van The Offspring, maar muzikaal is er minder power.
“Nightcrawler” gaat op een nonchalante uptempo-manier over X-man uit de Marvel-strips en het afsluitende “When Jimmy Talks“ gaat over een gewone sterveling die over goddelijke krachten blijkt te bezitten. Allemaal heel Amerikaanse onderwerpen.
Het blijft leuk en gezellig op deze debuut-EP, maar met een beetje meer punch en wat meer peper in deze punkrock zou RabbitPunch pas echt kunnen aanslaan.
https://www.facebook.com/rabbitpunchSTL/

 

Bill Callahan

Bill Callahan, de meester van de onderkoelde ironie

Geschreven door

Bill Callahan, de meester van de onderkoelde ironie
Bill Callahan
OLT Rivierenhof
Deurne
2017-09-02
Nick Nyffels

De afsluiter van dit seizoen OLT Rivierenhof (we laten Clement Peirens even buiten beschouwing), werd voor ons Bill Callahan. Die had eigenlijk geen concrete aanleiding voor zijn Europese tour, zijn laatste plaat ‘Dream River’ is immers al van 2013, maar toch was er verbazend veel volk afgezakt voor deze Americana-artiest.

Het voorprogramma werd verzorgd door de stand up comedian Alex Agnew, maar dat was niet echt een succes: hij koos er voor het grootste deel van zijn set in het Engels te doen, de afstand tot het zittende publiek was te groot, en de grappen ontlokten ten hoogste een lichte glimlach.

Callahan had gelukkig een volledige band meegebracht, zijn laatste platen zijn nogal minimaal van opzet, wat in een festivalsetting toch minder werkt dan in een intiem zaalconcert. Ook vestimentair had hij zijn best gedaan, deze jonge vader en vijftigplusser droeg een typisch Country & Westernpak met borduursels en glitters.

Als je de platen van Callahan kent, weet je wat je mocht verwachten, trage Americana die veel raakvlakken heeft met Lambchop en Spain, met Callahan die bijna parlando met een brommende bariton, denk aan Stuart Staples, zijn teksten declameert. Dit klinkt misschien niet echt uitnodigend, maar live ondergingen zijn nummers een ware transformatie: Callahan hield het gedurende heel het concert bij zijn akoestische gitaar, aangevuld met mondharmonica, maar zijn band tilde het allemaal naar een hoger niveau: country, maar met verdomd potige stukken elektrische gitaar en een ritmesectie die het tempo opdreef. Callahan’s band wist echt wel de sfeer van de jaren zeventig op te roepen, en legde zo een brug tussen Nick Drake en Ryley Walker.
Callahan putte uit zijn hele oeuvre, de songs van Smog ontbraken niet: zowel het ironische “Dress sexy at my funeral” als de mooie country tearjerker “ Rock Bottom Riser”. Dat Callahan de koning van de ironie is, bewees hij ten voeten uit op “America”, waarin hij puur door zijn intonatie, vele malen grappiger was dan Alex Agnew vanavond. Een ander Smog-nummer, “Cold blooded old times” swingde zowaar als een Amerikaanse brass-band. We moeten ook zeker de gitarist vermelden, die pareltjes van gitaarsolo’s rondstrooide.

Het Rivierenhof reageerde enthousiast, met een luid applaus dat Callahan wat van zijn stuk bracht. Niet voor lang echter, want “Riding for the feeling” was een prachtige afsluiter van een onvermoeid viersterren-optreden.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Walter Becker, gitarist Steely Dan , overleden

Geschreven door

Walter Becker, gitarist Steely Dan , overleden
De Amerikaanse gitarist Walter Becker, een van de oprichters van de groep Steely Dan, is zondag op de leeftijd van 67 jaar overleden, zo is op de officiële website van Becker bevestigd. De doodsoorzaak of andere details werden niet bekendgemaakt op de site.
Samen met Donald Fagen maakte Becker in de periode 1972-1980 zes albums onder de naam Steely Dan, waaronder “Aja”, “Black Cow”, “Do It Again” en “Rikki Don’t Lose That Number”.
Velen vonden dat de specifieke stijl van het duo een mengeling was van rock and jazz, maar Becker wees dat in een interview met het muziektijdschrift Rolling Stone van de hand. “Ik ben niet geïnteresseerd in een samensmelting van rock en jazz”, zei hij in 1974. “Dat soort huwelijk heeft tot dusver enkel logge resultaten gegeven. Wij spelen rock-’n-roll, maar we swingen wanneer we spelen.”
De Amerikaanse groep werd in 2001 in de Rock and Roll Hall of Fame opgenomen. Walter Becker was “een uitstekende gitarist en een groot songschrijver”, schreef Fagen in een in memoriam in Rolling Stone.
(Bron: Het Nieuwsblad)

Zimmerman

The afterglow

Geschreven door

Zimmerman - Nog een project van één van de bandkleden van Balthazar die naar buiten treedt in hun sabbatjaar. Simon Casier plaatste de bas even opzij en ontpopt zich op z’n soloalbum als een gerespecteerd multi-instrumentalist/componist/producer en zanger . We krijgen een rits sfeervol broeierige, breekbare en krachtige indiepoprocksongs. Zijn zeg-brabbelzang biedt een meerwaarde . Het doet wat denken aan de melodieuze dromerige grilligheid van Girls In Hawaii, Grandaddy en natuurlijk Balthazar zelf door de ritmiek , het gitaarspel en de melancholie die schuilen in de songstructuur . “Liar”, “Hard to pretend” en de soberheid van “Someday maybe” , “What will we do? And when?” en de titelsong zijn voorbeelden van zijn vakmanschap . Mooi debuut.

Barzin

Hamburg demonstrations

Geschreven door

Doherty is en blijft één van de kleurrijkste karakters die de Britse rockgeschiedenis voorbracht . De avonturen met Libertines , onlangs nog een reünie, en Babyshambles waren spraakmakend in de positieve en negatieve zin . Maar ok afgekickt of niet , de banden met vroeger zijn gelijmd en hij is toe aan een tweede solplaat , die ‘Grace/wastelands’ opvolgt . Aangenaam luisterplezier krijgen we , speels , spontaan en los uit de pols ; in z’n sing/songwriting worden diverse stijlen verwerkt en voelen we een lofi inslag . We hebben sfeervol ingetogen , breekbare en luchtige, extraverte nummers .
“I don’t love anyone (but you’ve not just anyone)” is er eentje om te koesteren . De muzikale vondsten en kunsten heeft hij in zich , het is genieten van Doherty’s brille van “Down for the outing” , “Flags from the old regime” en “Birdcage”, met een knipoog naar Amy Winehouse. Tja, Doherty zorgt voor een recept talentvol musiceren en vakmanschap, punk in hart en nieren, zeker?! …

Het Zesde Metaal

Calais

Geschreven door

Het gaat goed , erg goed met Het Zesde Metaal rond Wannes Cappelle , die het West-Vlaams, al een paar platen lang,  in ere houdt . “Ploegsteert” werd nog gekozen tot best Belgische popsong en met dit album kregen ze een MIA award . Optredens bij de vleet . “Naar de wuppe” is het uitgangsbord . Tekstueel en muzikaal sterk, oprecht , puur , persoonlijk, waar  Vriendschap , Liefde en Wereldproblematiek de thema’s vormen in melodieus goed uitgewerkt materiaal . “Liefde”, “Nie gezond” , de single en de titelsong zitten erg mooi in elkaar.
Deftig ingetogen , sfeervol broeierige nummers brengen ze , iets breder van opzet en door de elektronica is er meer doorstroom . Cappelle ontpopt zich als een groots performer en entertainer . Met z’n band , leden van Roosbeef, en multi-instrumentalist Tom Pintens wordt het niveau duidelijk hoog gehouden . Te koesteren !

The War On Drugs

A Deeper Understanding

Geschreven door

Wie had op voorhand kunnen voorspellen dat The War On Drugs zou uitgroeien tot de grote band die ze nu zijn? Ik in elk geval niet. Akkoord de muziek sprak mij altijd wel aan maar erg voor de hand liggende pop/rock muziek maken ze nu ook niet. Hun etherisch en weidse muziek is niet meteen gemaakt voor de hitparade. Maar zie de grote massa heeft hen toch ontdekt en in hun armen genomen. Het vorig album ‘Lost In The Dream’ deed het in de indie-scene maar ook daarbuiten erg goed. Het zorgde ervoor dat ze daarna op menig groot festival podium mochten optreden. Het album bevatte onder ander de singles “Red Eyes” en “Under The Pressure”. Nu drie jaar later is er de opvolger voor dit succes. Benieuwd of ze erin slagen om even goed of beter te doen als ‘Lost In The Dream’.
De opener “Up All Night” is een blauwdruk voor wat ons in de andere songs te wachten staat: een nog grootser geluid dan op hun vorige langspeler. Geschikt voor grote podia maar met de nodige diepgang. “Up All Night” schotelt ons stemmige piano, een uitwaaiende gitaar en wat spelerlei met een drumcomputer voor. En een heel effectieve en catchy zanglijn. “Pain” is vooral gitaar en vocals met de rest als ondersteuning. “Holding On” bevat een klokkenspel zonder erg op te vallen. De song begint in de intro als een jaren 80 synthpop nummer. Eenmaal op gang is het een prettige rocker. Bij momenten, zoals op “Thinking Of A Place”, doet zijn zang mij een beetje aan het gemurmel van Bob Dylan denken. En dat is absoluut als een compliment bedoeld. Tot en met afsluiter “You Don’t Have To Go” ,dat eerder mijmerend klinkt, krijgen we prachtige songs die je bij je nekvel grijpen. Alles klinkt heel naturel en zit netjes op zijn plaats alsof het geen moeite heeft gekost.
Zijn ze erin geslaagd om even goed te doen als hun vorig album? De tijd moet het uitwijzen, maar ik ben geneigd om te zeggen dat ‘A Deeper Understanding’ zelfs nog beter dan ‘Lost In The Dream’ is.

Tephrosis

Clouded Minds

Geschreven door

Tephrosis is een one-man band die zich focust op instrumentale muziek. Die muziek is een mengeling van post rock en post metal met een progressieve inslag. Kenji Olivier is de naam achter dit project en hij is afkomstig uit het West - Vlaamse Ieper. ‘Clouded Minds’  beschrijft aan de hand van vijf tracks de dag van een jongen die zich een weg weet te banen uit zijn depressie.
Wanneer ik zo de openingstrack “Clouded Minds” beluister lijkt het mij dat deze jongen onder andere goed naar acts zoals Pelican, Sólstafir, Cynic of Naïve heeft geluisterd. Dit vanwege de opbouw, de ritmesectie en de metal invloeden. Ook vanwege de warmte en de dikte van het geluid. Dat deze solist hierbij hetzelfde niveau haalt , is dan weer wat overdreven maar je hoort hier de veelzijdigheid die hij ons te bieden heeft. Het is vooral een gitaargerichte EP maar er wordt ook gebruik maakt van synths en pianosounds om de songs te kleuren. Zoals op “Downfall” waar rustig gestart wordt met een piano-gerichte intro om daarna de metal klinkende gitaren boven te halen. “Downfall” is een goede opgebouwde track dat de volle vijf minuten weet te boeien. Ook “Dream Walker” start op deze manier en is een korte, iets ingetogener song. Ze bloeit voorzichtig open als een bloem. “Beyond Darkness” bezit een donker sfeertje met hier en daar wat lichtpuntjes. De drumpartijen doorheen de EP zitten goed in elkaar en hebben die progmetal-touch meegekregen. We eindigen de EP met “Visions of Hope” dat staat voor de hoop op een betere toekomst en genezing. Het geheel doet mij heel vaag wat denken, qua gitaren en ritmiek, aan de jonge Metallica.
Een pluimpje voor deze kerel die alles alleen in elkaar heeft gestoken, want eigenlijk klinkt dit allemaal goed. Het is instrumentale en cinematografische muziek waar veel gevoel in zit. En zonder woorden weet hij ons toch iets te vertellen en ons te raken.

The Jesus & Mary Chain

Damage and Joy

Geschreven door

Het zag er aan te komen … Een nieuwe plaat van het Schoste Jesus & Mary Chain . Een eerste keer smeulde het vuur terug op het Coachella festival (2007) en twee jaar terug ondernamen ze een heuse tour met ‘Psychocandy’ , baanbrekend album , toen dertig jaar oud, eens op te stoffen . En van het een kwam het ander , de broers Jim & William Reid hadden de smaak te pakken . De voorbije tien jaar werd er al eens een song geschreven , en kijk nu is het resultaat er met ‘Damage and joy’.
Jesus & Mary Chain lagen medio de jaren 80 aan de basis van de shoegaze , hun muziek baadde in onstuimige gekte, gekunstelde slordigheid en onverschilligheid . Band die stekeligheid , smerigheid, emotie en gevoeligheid samenbrachten in heerlijk materiaal! Gaandeweg werd hun pop/rock in efficiënte melodielijnen gekoppeld aan feedbackgeraas en ander gitaarlawaai . De donkerte sluimert over het materiaal heen .
In hun voetsporen hadden we bands als My Bloody Valentine , Ride, Slowdive , Loop en The House Of Love. Met een knipoog naar The Chameleons. En je kan nog een enorme waslijst opnoemen van rockende psychedelica bands die ook aanklopten bij de Schotse broers . Check maar eens Brmc, The Raveonettes , The soft moon , Big pink of A place to bury strangers
Ook onze Newmoon heeft hen als voorname inspiratie.
Op de nieuwe cd is de band goed bezig , op dreef en in de juiste stemming in het genre .De zwierige melancho gitaarlicks en hun (noisy) effects zijn broeierig , sfeervol , dynamisch,  mooi verdeeld over de nummers . Backing vocaliste Bernadette Denning maakt het iets gevoeliger.
The Jesus & mary chain klinkt op de cd jeugdig , onbevangen, fris ,  goed. “Amputation” is een lekkere opener , “War on peace” en “All things pass” zetten ons op de rails . Het middendeel is ietwat slepender , sfeervoller , maar op “Presideci”, “Get on home” , “Facing up to the facts” ramt het combo lekker door . Sterke return . Het was het lange wachten waard!

Spoon

Hot thoughts

Geschreven door

Ze zijn al meer dan twintig jaar bezig en hebben zo hun plaatsje toegeëigend in de Amerikaanse indie. Spoon , de band rond sing/songwriter , zanger/gitarist Britt Daniel, is toe aan de negende plaat en speelt intens broeierige, strakke pop , met een roots/americana touch , gekenmerkt van z’n gruizige vocals .
Experimenteerdrift , toegankelijkheid en eenvoud zijn uitersten én liggen toch dicht bij elkaar. De catchy gitaarriffs en stuwende beats worden afgewisseld met donkere,  sfeervolle tunes . Innemend als ongedwongen , dwarrelend gaan we door de plaat heen . Af en toe sijpelt ergens een gekend retro geluidje door als op “Tear it down” , die ergens Nick Straker Band (“Walk in the park”) doet opborrelen .
Hobbelig, vlotjes  gaan we door het kwaliteitsvolle werk . Opnieuw eentje voor fijnproevers in het genre!

The Feelies

In between

Geschreven door

Betreffende het muzikale begrip indiepop, zijn The Feelies van Glenn Mercer en Bill Million uit New Jersey één van de meest bepalende. ‘Crazy Rhythmes’ (’80) en ‘The good life’ (’86) waren prachtplaten in het genre en staan in het geheugen gegrift door de twinkelende, onderkoelde en jangly gitaarpop en zweverige (anti) zang. ‘Only life’ (’88) en ‘Time for a witness’ (’91) zijn meer gewoontjes, maar nog steeds fijne platen.
En in 2011 , twintig jaar na de laatste cd was er de reünie met ‘Here before’ , die het geliefde oud Feelies recept afstofte : een heerlijk genietbare plaat, een comeback om u tegen te zeggen,  broeierige en dromerige indiepop, met een licht twinkelende swing of een semi-akoestische gevoelige kwinkslag , af en toe iets forser uithalend. Het is een gortdroge sound, met een zweverige, repetitieve , opbouwende ondertoon vol fijne, subtiele, geraffineerde melodieën en die typisch zeurderige, neuzelende (fluister)zang van Mercer .
Een goede vijf jaar later is er terug iets nieuws , op het elan van vroeger. De V.U.  is meer dan ooit present . In dit indieconcept popt en rockt The Feelies , elegant , rauw of sober door de semi-akoestische inslag . De reprise van de titelsong als afsluiter is om van te snoepen , tien minuten lang ; ook de tien nummers ervoor is het indie op z’n best. Die mannen weten hoe de gitaren in dit genre moeten klinken en waar emotionaliteit in verweven zit . Prachtplaat!

Pukkelpop 2017 thru the eyes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2017 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2017
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2017-08-30
Geert Huys

PUKKELPOP 2017 - Drie dolle dagen, 28 keuzes, 1 relaas

DAG 1 - 17 augustus 2017

TAMINO
(Club, **½)
Na meerdere Pukkelpop edities te hebben rondgedoold als anonieme toeschouwer werd hét godenkind uit de jongste Nieuwe Lichting nu ineens zelf op het podium in Kiewit gedropt. Het werd helaas een weinig comfortable landing op Limburgse bodem. De té verkrampte Tamino kon zijn overconcentratie en onwennigheid tegenover de grote massa amper verhullen, waardoor wereldsongs als “Habibi” doodjammer maar keihard op een koude steen vielen. Toegegeven, de wanhoopkreetjes van het massaal uit Camping Chill aangevoerde oestrogeen zaten daar wel voor iets tussen, want in de meer intieme setting van een radiostudio bewees de 20-jarige Antwerpenaar reeds eerder dat de Buckley-vergelijking wel degelijk kan opgaan.

INTERGALACTIC LOVERS
(Marquee, ***)
Een schoolvoorbeeld van een geluk bij een ongeluk: sinds Lara Chedraoui na een vingerblessure de gitaar noodgedwongen aan de wilgen heeft gehangen is het enkel maar crescendo gegaan met de live reputatie van Intergalactic Lovers. In Kiewit schoof de frontdame sierlijk over het podium met de zelfzekerheid en souplesse van een jonge Patti Smith, met vlak achter haar de boys-in-the-band die allen in een strak muzikaal pak staken. De rafelige gitaarpop songs van de onlangs opnieuw aan de oppervlakte verschenen Aalstenaars lijken door de jaren heen wel steeds meer inwisselbaar, dus na drie kwartier was de koek toch wel meer dan op.

RYAN ADAMS (Main stage, ****)
De Amerikaanse ex-punker en alt.country held is (nog maar eens) zijn lief kwijt, maar bracht ter compensatie zijn verzameling pluchen tijgers, een gehavende Amerikaanse vlag en vooral een erg potige classic rock band mee naar Pukkelpop. De blitse Adams (rode zonnebril, T-shirt én gympies) werkte zich in het zweet om te bewijzen dat zijn jongste breakup album ‘Prisoner’ zich uitstekend leent om festivalweides te komen wakker schudden met een portie onversneden rootsrock à la Tom Petty & The Heartbreakers. Helemaal aan het eind van de set kreeg het ongeleid projectiel in Adams toch even de bovenhand en moest het drumstel er aan geloven. “Do You Still Love Me?” vroeg Ryan zich af in het ontstuimige openingsnummer: wie deze rock’n’roll held zelfs geen heel klein beetje graag ziet mag nu oprotten.

PJ HARVEY
(Marquee, ****½)
Wie oudgediende Harvey afgelopen jaren wat uit het oog was verloren kreeg meteen lik op stuk. De pose waarmee de frêle Engelse vergezeld van een tienkoppige marching band het podium opstapte had veel weg van een aangekondigde veldslag. Als doelwit op haar kruistocht houdt Harvey alle geopolitieke shit in het vizier die tot de wereldwijde vluchtelingencrisis heeft geleid; het is dé rode draad doorheen Harvey’s redelijk onderschatte recentste worp ‘The Hope Six Demolition Project’ (‘16) én vormde de hoofdmoot van haar ‘return to form’ performance in Kiewit. Het publiek kreeg weinig hapklare brokken geserveerd in het eerste driekwart, wel een gebalde en meeslepende set waarbij Harvey de gitaar had ingeruild voor een sax met in haar kielzog een onwaarschijnlijke straffe selectie aan muzikale virtuositeit: John Parish, Mick Harvey en Alain Johannes anyone? Op het eind verkocht La Harvey ons nog een lekkere psychobilly uppercut met oudje “50Ft Queenie” en veegde ze de vloer aan met het legertje hersenloze popprinsessen die dit jaar massaal de weg naar de Kiewit podia bleken gevonden te hebben. Er achteraan kwam nog “To Bring You My Love”, ja zó moet een nummer over de liefde dus echt klinken!

STRAND OF OAKS
(Club, ****½)
We lieten zonder dralen de overbelichte Solange links liggen ten voordele van Timothy Showalter en zijn rechttoe-rechtaan rockende kornuiten -aka Strand Of Oaks- die reeds voor een tweede keer een retourtje Kiewit in de bus kregen. Showalter is een artiest naar ons hart met een erg zeldzaam profiel: authentiek, kwetsbaar, onbezonnen, én dankbaar. Predikant of charismatische frontman, toogfilosoof of stoere rocker: Showalter kan of wil niet kiezen en is het dus allemaal. Muzikaal leunt de band steeds nauwer aan bij early My Morning Jacket en Neil Young & Crazy Horse, maar mijn God, met welke epische grandeur werden persoonlijke favorieten als “Radio Kids” en “JM” (een ode aan wijlen Songs:Ohia brein Jason Molina) de tent ingeslingerd! Showalter en het Pukkelpop publiek, het waren vanavond twee handen op één buik en dat moest uiteraard eindigen in een rondje crowdsurfing door de 35-jarige Amerikaan.

INTERPOL
(Marquee, ****)
Financiële kater? Artistieke bloedarmoede? Een nostalgische bui? Eerlijk, het kan ons eigenlijk geen ene moer schelen waarom Interpol deze zomer de boer op gaat met een integrale reprise van hun gitzwarte debuutschijf ‘Turn On The Bright Lights’ uit 2002. Onder de bloedrode spots van het Marquee podium onderstreepten een stoïcijns voor zich uit turende Paul Banks en zijn vier in strakke zwarte maatpakken getooide metgezellen nog maar eens waarom precies dié plaat anderhalf decennium geleden het vuur aan de lont van de postpunk revival stak. Zwartgallige teksten gedeclameerd door een donkere bariton, messcherpe gitaren, lome baslijntjes en holle drums: de typische genre ingrediënten hadden hun houdbaarheidsdatum nog bijlange niet overschreden, maar kregen toch nauwelijks de helft van de tent gevuld. Gaten in de cultuur, je vond ze donderdagavond bij de vleet.

TY SEGALL
(Club, ****)
Met een beetje fantasie kon je ze zien staan, daar op het podium van de Club: The White Stripes met drie extra muzikanten én een veel betere drummer. Neh, in werkelijkheid betrof het Ty Segall en zijn Freedom Band die blijkbaar enkel rode en witte kleren in de reistas hadden geduwd, maar zich net zoals de ‘familie’ White in hun gloriejaren rijkelijk bedienen van rauwe psychblues en fuzzy garagerock. Als zanger solliciteerde de nasaal klinkende Segall naar de rol van Marc Bolan on speed, maar hell yeah, als gitarist stond hier een 30-jarig bastaardkindje van Johnny Winter.

MODERAT
(Marquee, ***½)
De wegen van dit Berlijnse electronica trio gaan binnenkort terug uiteen als Modeselektor en Apparat, en kijk, Pukkelpop kreeg de eer en het genoegen om die artistieke teraardebestelling niet onopgemerkt te laten voorbij gaan. Toegegeven, na een paar uur onophoudelijk gitaargeweld was het even acclimatiseren, maar uiteindelijk moesten lijf en leden toch zwichten voor de wonderbaarlijke chemie tussen stuiterende Warp beats en melancholische Notwist indietronica. We hebben ze niet onmiddellijk kunnen spotten, maar meerwaardezoekers die anders drie dagen kamperen in en rond de Dance Hall en de Boiler Room hadden hier ongetwijfeld een vette kluif aan. Dankeschön und auf wiedersehen!

THE XX
(Main stage, ****)
De enige headliner op PP17 die naam waardig kwam bewijzen dat een band ook zonder oorverdovende beats of gierende gitaren een festivaldag met een ace kan uitserveren op het hoofdpodium. Tis te zeggen: beats en gitaren waren er wel, maar dan van het subtiele en onderkoelde soort in een strakke regie van het electronische meesterbrein Jamie XX die anno 2017 prominenter dan ooit op de voorgrond treedt bij het Londense trio. Zo smokkelde hij zijn solo hitje “Loud Places” bijna onopgemerkt in de set, dat even later naadloos zou overgaan in “On Hold”. De anders zo timide Romy Madley Croft waagde zich zelfs aan een paar voorzichtige danspasjes en ging een paar keer voluit in een slow-motion paringsdans met bassist Oliver Sim. Dit was mainstream die recht naar de keel greep, een houvast voor zielen die hun gading niet vinden in de geluksindustrie, een bakje troost op het eind van een woelige werkdag, of gewoon een gedenkwaardige afsluiter van een eerste festivaldag.

DAG 2 - 18 augustus 2017

NORDMANN
(Lift, ***½)
Met okselfrisse concertjes van ondermeer GoGo Penguin en TaxiWars verwelkomde PP vorig jaar voor het eerst een nieuwe generatie hippe jazzcats, en die lijn werd op de recentste editie wijselijk doorgetrokken met de komst van o.a. de Gentse Rock Rally finalisten Nordmann. We doen het viertal echter geen eer aan door hen enkel in het jazz vakje te proppen, want in de Lift kwamen ze bewijzen ook niet vies te zijn van soundtrackachtige avant blues, psychedelische fusion en hypnotiserende krautrock. Liefhebbers van Zappa en X-Legged Sally houden dus beter de aanstaande release van de tweede Nordmann schijf ‘The Boiling Ground’ nauwlettend in de gaten.

PARQUET COURTS
(Club, ***½)
We vinden ze best wel charmant, die Amerikaanse indiebandjes die ongeacht hun gestaag groeiende populariteit het DIY principe hoog in het vaandel blijven houden, en dus maar zelf alle instrumenten het podium opsleuren en in de juiste (?) tune proberen te krijgen. Eén en ander maakte dat onze New Yorkse vrienden redelijk opgewarmd aan de start verschenen en dus meteen stevig op het gaspedaal konden duwen met uppercuts als “Borrowed Time” en “Master Of My Craft” uit hun weergaloze debuutschijf ‘Light Up Gold’ (‘12). Echter, net zoals op hun jongste plaat gingen Parquet Courts doorheen de set meer dan nodig op de rem staan en volgden er een paar dipjes die klonken als de flauwste B-kantjes van Pavement. Maar ach, volgende keer gewoon wat meer Feelies in de mix gooien, en alles is terug vergeven!

THE SHINS
(Marquee, ***)
‘Heartworms’, de nieuwe schijf van The Shins, verdween dit voorjaar wel erg snel in de luwte. Hetzelfde kan gezegd worden van hun doortocht op Pukkelpop: de tussen licht psychedelische gitaarpop en experimentele americana laverende set ging bijna onopgemerkt voorbij aan de amper halfgevulde tent. De hoge aaibaarheidsfactor van frontman James Mercer en zijn wat té bombastisch klinkende band zullen daar wellicht voor iets tussen hebben gezeten, of misschien werden de radiohitjes “Phantom Limb” en “Simple Song” wat te lang opgespaard tot de finale. Beetje tragisch eigenlijk, dat onze aandacht pas na drie kwartier werd aangescherpt toen een flard van de Tom Petty evergreen “American Girl” kwam voorbij gewaaid in slotnummer “Sleeping Lessons”.

PERFUME GENIUS (Club, **)
In de categorie ‘meest opmerkelijke artistieke gedaanteverandering van het jaar’ nomineren we graag Mike Hadreas aka Perfume Genius. Helaas, driewerf helaas, want de schichtige zielepoot die ooit verscholen achter zijn piano in “Mr. Peterson” het relaas deed over de ongewenste intimiteiten door zijn weedrokende leraar is niet meer. In de plaats daarvan heeft Hadreas zich getransformeerd tot een performance artiest die met de sierlijkheid van een gecastreerde oerang-oetan korte minimalistische avant-popsongs uitbraakt. Volgende keer dan toch maar terug die zielepoot.

THE FLAMING LIPS
(Marquee, ****)
De speciaal voor de gelegenheid gefabriceerde goudkleurige letterballon ‘Fuck Yeah Pukkelpop’ loog er niet om: de weirde bende uit Oklahoma city was maar wat blij om hun carnavaleske kunstjes nog eens te vertonen op een Belgisch festival. Het gevoel was wederzijds, want de ongekroonde koningen van de psychpop gimmick werden meteen als oude bekenden onthaald tijdens de met confetti ondergespoten über classic “Race For The Prize”. Een reusachtige opblaasversie van Yoshimi de roze robot? Een levensgrote witte eenhoorn die frontman Wayne Coyne door de meute liet paraderen? Yep, in de verkleedkoffer van de Lips stak weer heel wat fraais. En de muziek dan, hoor ik U denken? Wel ja, een schitterend zanger is de ontwapenende Coyne nog steeds niet, maar toch zorgde de sympathieke grijsaard weer voor een ferme krop in onze keel door vanuit zijn vertrouwde transparante ritsballon Bowie te saluteren met “Space Oddity”.

ELBOW
(Marquee, ****½)
Wie na de opeenvolging van kille plensbuien wat onderkoeld was geraakt kon zich in de Marquee onmiddellijk verwarmen aan de pretoogjes van Guy Garvey, de getroubleerde teddybeer die na een solo uitstapje terug stevig aan het roer van Elbow staat. Uitgezonderd de moedige opener “The Birds” groeide elk nummer op de setlist uit tot een pastorale hymne, sinds kort mét assistentie van twee backing vocalistes die ook overweg konden met een viool. Tijdens downtempo evergreens als “Lippy Kids” en “The Bones Of You” had de volksmenner in Garvey de talrijke pogingen tot vocal harmonies zomaar uit het publiek te plukken, maar evengoed stond de kersverse vader even stil bij de tragiek in Barcelona. Elbow en België, het blijft een onklopbare combinatie.

NEWMOON
(Lift, ****)
Na 10 jaar ploeteren in de marge kan dit Kempens vijftal haar ultieme droom om ooit een PP podium te halen voorgoed schrappen van de bucket list. Newmoon gooide zich dankbaar en onvoorwaardelijk in de strijd gewapend met breed uitwaaierende gitaren, een solide ritmetandem en een empatische frontman die graag dagdroomt bij de idee dat De Ideale Wereld een maakbaar iets is. We kunnen het alleen maar beamen: dit snedig setje was pijnlijk aan de nekspieren voor al wie Ride, Slowdive en A Place To Bury Strangers thuis in de platenkast heeft staan.

NICOLAS JAAR
(Marquee, ***½)
Een vreemde eend is ook een eend. Het voormalige brein achter Darkside mocht zijn soundlab neerpoten in de Marquee, niet meteen een habitat waar experimentele ambient spielerei en afgekloven elektro goed gedijen. Soit, we gaven de meerwaarde zoeker in ons volledig vrij spel en waanden ons daardoor al vrij snel back in time op Pinkpop ’94 waar The Orb een eye-opening show gaf. Mooi compliment toch voor de 27-jarige Jaar, alleen de spacecake van toen ontbrak.

STUFF.
(Club, ***½)
Wie door hippe recensenten tot meest opwindende Belgische live-act wordt gebombardeerd kan op onze aandacht rekenen, ook al moesten we ons daarvoor in een vlotjes volgelopen Club tent wringen. En ja, het virtuoze gezelschap heeft zijn reputatie niet gestolen. Neem nu de finesse en timing van Lander Gyselinck: het moet een afknapper zijn voor iedere amateur drummer om die gast aan het werk te zien en te beseffen hoe lang de af te leggen weg nog is. De vele tempowisselingen en scherpe bochten in de hoekige spacefunk en hyperkinetische fusion van STUFF. zijn niet onmiddellijk gesneden koek voor de radio, maar dat zijn Zappa, Material en X-Legged Sally ook niet dus vertoeft het frivole vijftal in uitstekend gezelschap.

DAG 3 - 19 augustus 2017

STEAK NUMBER EIGHT (Marquee, ***½)
De sludge trots van Wevelgem (en ver daarbuiten) moest tiellijk (lees: om 6u ‘s morgens) uit de veren om uiteindelijk zo rond de middag onze laatste festivaldag op gang te trekken, en love it or hate it, maar deze Westvlaamse kopstoot kon tellen als wake up call. Vanachter zijn pornosnor schreeuwde frontman Brent Vanneste zijn frustraties de tent en de wijde wereld in, terwijl zijn moaten een wall of sound optrokken uit massief graniet zonder te vervallen in de vormloze geluidsbrij die genregenoten wel eens durven uitbraken. Steak Number Eight deed beire veel pijn aan onze dierbare trommelvliezen, en het was heerlijk!

CULTURE ABUSE
(Lift, ***½)
De jongste aanwinst van Epitaph’s vermaarde punk stal voegt uiteraard niets wereldschokkends toe aan het genre, but who cares? Met hun compromisloos setje vintage punkrock flitsten de vijf Californische kerels ons zo terug naar het tijdperk waar Dead Boys en Richard Hell & The Voidoids alles en iedereen schuimbekkend op de korrel namen. Tegenwoordig heet het doelwit D.J. Trump, steevast voorzien van het voorzetsel ‘Fuck’ door mankende frontman David Kelling die met zijn bol buikje en fotocamera uit de kringwinkel rond de nek er nét dat tikkeltje minder gevaarlijk uitzag dan zijn soortgenoten uit het genre. De man liet zich op het eind zelfs van zijn meest openhartige kant zien: “If you got weed, we got money!”. Chokri’s narcotica brigade keek gewillig de verkeerde kant uit.

D.D DUMBO
(Club, ***½)
Gastvrouw Ayco Duyster was al fan, en ook wij houden op z’n minst een gevoel van sympathie en bewondering over aan het ontwapenende setje van deze Australische singer-songwriter en milieuactivist die offstage als ene Oliver Hugh Perry door het leven gaat. Zijn avontuurlijke melting pot van 12-string psychedelische pop, wereldmuziek en Mali blues laat zich niet meteen in één vakje duwen: de ene keer kwam er een juweel van een popsong bovendrijven (“Satan”), maar even goed sprongen Perry en zijn drie metgezellen wat te kwistig om met die ingrediënten zonder dat de mayonaise echt pakte. Dat de stembanden van D.D Dumbo als bijna twee druppels water op die van Sting leken moet voldoende zijn om jullie nieuwsgierigheid te prikkelen en ’s mans vorig jaar verschenen debuut ‘Utopia Defeated’ alsnog een luisterbeurt te gunnen.

CAR SEAT HEADREST (Club, ****)
We love the 90ies ... Spoiler alert: we hebben het voor alle duidelijkheid niet over de jaarlijkse hoogdag der marginale wegwerppop. ‘Onze’ 90ies blijken als twee druppels water te lijken op wat de schijnbaar ongeïnteresseerde anti-ster Will Toledo op zijn zolderkamertje tegenwoordig bijeen schraapt als Car Seat Headrest. Toegegeven, zijn recept (een scheutje Sebadoh, een slokje Pavement, en een wolkje Weezer) is weinig vernieuwend, maar wel onweerstaanbaar voor een nieuwe verloren gelopen generatie slackers, nerds en indie kids. In de übercatchy single “Fill In The Blank” legt Toledo meteen de vinger op de wonde van vele youngsters “I’m so sick of fill in the blank. Accomplish more, accomplish nothing”. De Club raakte in vervoering, highlights als “Destroyed by Hippie Powers” en “Drunk Drivers/Killer Whales” werden bijna woord voor woord meegelipt als betrof het onvervalste Oasis anthems. Het stond in schril contrast met de introverte cool die Toledo en zijn drie makkers tijdens hun triomftocht wisten te bewaren: blik op oneindig, scherp geslepen gitaren in de aanslag en een wel heel erg abrupt einde zonder enig afscheidswoord. Eigenzinnige jongeren, geef ze toch een kans.

THE PRETTY RECKLESS
(Marquee, *)
Sympathiek en opvallend was het wel, die “Give us back the Shelter” T-shirt actie opgezet door zware jongens en liefhebbers van het stevige werk die hun favoriete podium/toog combinatie in de uithoek van het festivaldorp voortaan moeten missen. De harde noten werden dit jaar dan maar gekraakt op andere podia, maar het New Yorkse post-grunge gezelschap The Pretty Reckless bewees in de Marquee dat zoiets niet zonder risico is. Indie kids kregen er plots een potsierlijke larger than life show in de maag gesplitst van een voormalige Gossip Girl actrice met foute Courtney Love fixatie gekoppeld aan drie stoere beren die zielloos gingen plunderen bij Soundgarden en Joan Jett: ja, het leven van een PP recensent kan hard zijn.

PREOCCUPATIONS
(Lift, ****)
Het Canadese postpunk combo Viet Cong laat zich tegenwoordig afficheren als Preoccupations, een transformatie waarbij de experimenteerdrang van welleer een stukje terrein heeft verloren ten voordele van de conventionele popsong. De relatief lichtvoetige 80ies pastiche “Anxiety” werd nog breedlachend en zichtbaar ontspannen afgehaspeld, maar snel erna werd de fun factor ingeruild voor het hoogste dreigingsniveau.  Zwartgallige synths en grimmige gitaren leidden het erg dun gezaaide publiek regelrecht richting “Death”, de apocalyptische afsluiter die maar nipt onder het kwartier afklokte. Viet Cong - Preoccupations: 1-1.

BADBADNOTGOOD
(Club, ***)
Kendrick Lamar, Ghostface Killah, Earl Sweatshirt en Tyler The Creator zagen een weekendje Kiewit niet zitten. Jammer, want het dak van de Club tent zou er ongetwijfeld zijn afgegaan indien het Canadese nu-jazz quartet het podium had gedeeld met één van deze hiphop helden waarmee ze afgelopen jaren de studio zijn ingedoken. Drummer Alexander Sowinski nam dan maar de honeurs op zich om het publiek op te zwepen, iets wat zeker nodig was tijdens die paar momenten waar hij en zijn maats dreigden af te glijden richting pure improvisatie. Gelukkig trokken de virtuoze jazzcats nu en dan ook eens de kaart van spacefunk en triphop, waardoor ons eindverdict toch eerder neigt naar ‘GOODGOODNOTGREAT’.

AT THE DRIVE-IN (Marquee, ****)
Hier hadden we dus drie dagen lang naar uitgekeken. Hét moment waarop de makers van het inmiddels 17 lentes tellende ‘Relationship Of Command’ - de holy grail van de emopunk - nog eens een paar are Belgische bodem zouden komen verschroeien. De eerste seconden na de ontstuimige aftrap van “Arcarsenal” vallen amper te beschrijven: adrenaline levels én decibels gingen tegelijk in het rood zodat een mens er een beetje ongemakkelijk zou van worden. Elk optreden is een beetje oorlog voor ATDI, en in het heetst van de strijd moet subtiliteit het dan wel eens afleggen van intensiteit. De hoofdmoot was tegelijk geniaal en brutaal, maar even goed waren er momenten waarop alles dreigde te verzanden in een vormloze geluidsbrij. Geheel in lijn met de eigen traditie moest en zou de set een tikkeltje chaotisch eindigen. De makheid van het achteruit geslagen publiek zinde brulboei en kattesprong kampioen Cedric Bixler niet, en na jaren van mishandeling weigerde de gitaar van Omar Rodríguez herhaaldelijk alle dienst en werd uiteindelijk onzacht bij het restafval gekeild. Genoeg frustratie dus bij de Texanen om er na een meedogenloos “One Armed Scissor” voortijdig de stekker uit te trekken. Genieten tegen de pijngrens aan, het kon in de Marquee ook zonder SM pakje.

MOON DUO
(Lift, ****)
“Pukkelpop, graag jullie aandacht voor de Nicole & Hugo van de psychedelische krautrock: hier is Moon Duo!” ... Heerlijk toch hoe AB baas Kurt Overbergh met één welgemikte oneliner vriend en vijand kan warm maken voor een obscure cultgroep uit San Francisco. Het duo in kwestie, Wooden Shjips gitarist Erik Johnson en zijn grote liefde Sanae Yamada, liet zich de verscherpte aandacht duidelijk welgevallen en bedankte met niets minder dan ‘a mindblowing experience’. Origineel was hun mix van elektronische drones en overstuurde fuzznoise zeker niet, daarvoor klonken de echo’s van Suicide, Spacemen 3 en Can immers te sterk door, maar al wie zich gewillig in trance modus liet wiegen maalde daar niet om. Moon Duo is een groep om te koesteren, want slechts weinigen komen zonder kleerscheuren weg met covers van “Jukebox Babe” en “No Fun”.

BAND OF HORSES
(Club, ****½)
Zonder verwachtingen de tent in, en een uurtje later behoorlijk euforisch de tent terug uit: het zijn zondermeer de mooiste PP herinneringen. Band Of Horses maakte zijn beste platen in het vorige decennium en lijkt sindsdien aan een chronische vorm van artistieke bloedarmoede te lijden, dus dat deze bende uit Seattle het licht mocht komen uitdoen in de Club kan je bezwaarlijk een evidente keuze noemen. Al snel bleek het tegendeel waar: hier stond een groep die haar identiteitscrisis had bezweerd en met opgestroopte mouwen kwam bewijzen dat er nog geen grammetje sleet zit op de ijzersterke live reputatie. Toegegeven, de opwarmertjes lonkten nog wat té nadrukkelijk naar Grandaddy, maar daarna kozen Ben Bridwell & co resoluut voor de vlucht vooruit. Ongeschoren americana, punchy SubPop indie en emotioneel zwaar beladen countryrock: het werkte gewoon allemaal even aanstekelijk waardoor de alles-of-niets set van Band Of Horses gaandeweg de allures kreeg van een ware triomftocht. De tocht eindigde in een adrenalin rush én een regelrechte aanslag op de plankenvloer van de Club, want het helpt als je anthems als “The Great Salt Lake”, “Is There A Ghost” en “The Funeral” opspaart tot diep in de finale.

Last but not least, onze highlights top 10:

 

1.        BAND OF HORSES

2.        PJ HARVEY

3.        STRAND OF OAKS

4.        ELBOW

5.        THE XX

6.        CAR SEAT HEADREST

7.        NEWMOON

8.        INTERPOL

9.        AT THE DRIVE-IN

10.    MOON DUO

Neem gerust een kijkje naar de pics (ism Damusic)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pukkelpop-2017/
Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2017/
Organisatie: Pukkelpop

Bozar Electronic Arts Festival 2017 - infos

Geschreven door

BOZAR ELECTRONIC ARTS FESTIVAL - latest infos
Het multidisciplinaire BOZAR Electronic Arts Festival (14 tot 30.09) palmt voor de zesde keer het hele Paleis voor Schone Kunsten in. Het meerdaagse festival geeft een zo breed mogelijke kijk op alle elektronische kunsten, op de cutting edge tussen kunst en technologie.

14 tot 30.09.2017

Met Jóhan Jóhannsson, componist van de soundtracks voor o.a. Arrival en de nieuwe Blade Runner, heeft het festival een minimalistische Oscar nominee als muzikale headliner. Tijdens het lange en bijzonder eclectische muziekweekend (26 tot 30.09) komt ook de veelzijdige Australiër Ben Frost z’n nieuwe plaat voorstellen, en de Amerikaanse componist William Basinski ziet de Belgische première van z’n emotionele eerbetoon aan David Bowie. Producer en shoegazer Pantha du Prince brengt een exclusieve show, en de Japanse avant-garde queen Phew komt na 20 jaar met een nieuw album. Onder de verschillende performances is er Space Time Helix, waarvoor kunstenares Michela Pelusio zelf een opto-akoestisch instrument creëerde.

De laureaten van de internationale wedstrijd voor innovatie, STARTS Prize 2017, onthullen hun winnende installaties, en zes vrouwelijke Belgische kunstenaars gaan aan de slag met technologie en wetenschap in de expo Tendencies. Estland, digitaal pionier in Europa, neemt het Europees Voorzitterschap over en toont, naast state of the art cybertheater met Demultiplexia (op 14.09), een selectie verbluffende digitale videokunst in The Archeology of the Screen. Estonian Example, de tentoonstelling die ook BOZAR Lab zal inhuldigen, de gloednieuwe ruimte voor mediakunst bij BOZAR.

PROGRAMMA BOZAR Electronic Arts Festival 14 - 30.09
MUSIC
Jóhann Jóhannsson (Is)
Ben Frost (Aus)
William Basinski (Us) “A Shadow in Time”.
Pantha du Prince (D) – AV show
The Bug vs Earth (Uk/Us)
Phew (Jap)
Black Rain (Us)
Ictus plays Fausto Romitelli’s “Index of Metals”
Sote with Tarik Barri
Holly Herndon (Us)

EXPO
The Archeology of the Screen. Estonian Example
Tendencies – Young Belgian Art in the Digital Age#2
STARTS PRIZE 2017
FEAT - Future Emerging Art and Technology
FaaS - Simon Denny

PERFORMANCE
Michela Pelusio “Space Time Helix”
NeuroTheatre Collective “Demultiplexia”

SYMPOSIUM
'Kunst, wetenschap en technologiesamenwerkingen in Europa'

PRAKTISCHE INFORMATIE
Data: 14 - 30.09.2017
Locatie: Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000
Brussel
Prijs:
16/09: 10€
26/09: 15€
28/09: 18€
29/09: 25€
30/09: 25€
WEEKEND PASS (29/09 & 30/09): 45€
FESTIVAL PASS (16/09, 26/09, 28/09, 29/09 & 30/09): 70€
Tentoonstellingen & performances  (14.09 – 30.09): gratis toegang
Openingsuren tentoonstellingen: 10:00.> 18:00, op donderdag en op
concertavonden tot 21:00

Andere events Bozar Wereldmuziek + Jazz 2017 - 2018 - zie info site

Info: +32 2 507 82 00 - www.bozar.be/electronic  -
www.facebook.com/electronic


Electric Wizard

Electric Wizard – Funeral-Polis

Geschreven door

Electric Wizard – Funeral-Polis
Electric Wizard – Wolvennest
Muziekodroom
Haaselt
2017-08-26
Masja De Rijcke

Het zal u waarschijnlijk wel al opgevallen zijn dat wij eerder fan zijn het zwaardere werk. Een optreden van Electric Wizard laten wij daarom niet zomaar aan onze neus voorbij gaan. Op 26 augustus werd de Muziekodroom dan ook omgetoverd in een kerker waar satanisme niet gevreesd wordt en de duivel in hoogsteigen persoon opnieuw herrezen werd.

Het was aan het Belgische Wolvennest om de kerkdeuren te openen en de show, die eerder een uitvaart leek te zijn, te starten. Deze donkere en ietwat psychedelische ambient rock gaf een mooi startschot van de avond en overtuigde met hun occult girtaargeweld het aanwezige headbangende publiek. Hun 1ste plaatje kwam pas in 2016 uit maar werd in Muziekodroom al mooi ontvangen door een rijkelijk gevulde zaal. De traag opbouwende scheurende  nummers en theatrale vocals van de zangeres Shazzula lieten de haren op onze armen het volledige halfuur rechtstaan en stoomden ons meteen klaar voor het volgend aankomend geweld van Electric Wizard.

Electric Wizard is ongetwijfeld één van de meest opmerkelijke doommetal bands present op deze muzikale planeet. Als sinds 1993, toen ze met hun eerste gelijknamige album ‘ Electric Wizard’ uit hun donkere kelder gekropen kwamen, trakteren zij de wereld op een beenharde combinatie van sludge , doom en stonermetal.
In de Muziekodroom werden deze metalen  sluizen opengezet met “Withcult Today” en daarna opgevolgd door “Black Mass”. De Sluimerende gitaren die gigantisch luid weerklonken namen ons mee in een één uurke durende trip waar achteraf terug moeilijk uit te gzraken viel. Met “Satanic Rites of Drugula” en “Dopethrone” werden we steeds dieper meegezogen met deze staalharde gitaren en de hypnotiserende vocals van zanger en frontman Jus Oborn. En ook de pikante visuals van twee halfnaakte dames die gedurende een volledig nummer speeksel aan het uitwisselen waren in een donkere SM kelder gingen niet ongezien voorbij.

Deze ‘ouwe’ rockers wisten maar niet van opgeven en lieten hun gitaren steeds harder werken door “Scorpio Curse”, “Return Trip”, en “Chosen Few” te laten passeren. Het afsluiten van dit kerkelijk gebeuren gebeurde met “Funeralpolis”. Toepasselijk!

Organisatie: Heartbreaktunes ism Muziekodroom, Hasselt

Die Krupps

Die Krupps - EBM Hoogmis

Geschreven door

Die Krupps - EBM Hoogmis
Front Line Assembly – Die Krupps
De Casino
Sint-Niklaas
2017-06-25
Hans De lee

Op vrijdag 25 augustus stonden 2 bands op het programma in zaal Casino,  Sint-Niklaas die behoren tot de pioniers van het genre Electronic Body Music, een muzikale stroming die vooral hoogtij vierde in de jaren 80 : Front Line Assembly (1986, Canada) en Die Krupps (1980, Duitsland).

Het zal niemand verbazen dat het publiek die avond overwegend bestond uit beginnend kalende of op zijn minst grijzende veertigers en zelfs vijftigers die hoofdzakelijk in het zwart waren getooid.  EBM was in België razend populair in de jaren 80, mede door toedoen van enkele bands van eigen bodem zoals Front 242, die mee aan de wieg stonden van EBM, en in iets mindere mate The Neon Judgement en A Split Second.
Het optreden bleek niet uitverkocht maar de zaal was toch behoorlijk gevuld met naar schatting zo’n 300 à 350 liefhebbers van de hardere elektronische beats.

Front Line Assembly  bracht een heerlijk ‘donkere’ set met hun typische industrial elektro, onder leiding van stichter Bill Leeb (voorheen actief bij Skinny Puppy) en met op de achtergrond een continue stroom aan felle projecties en beelden.  De fans werden door de legendarische Rhys Fulber (keys/programming) en live drums getrakteerd op een keihard, pompend spervuur aan opzwepende en donkere beats, die toch altijd vrij toegankelijk klonken en voldoende afwisseling en diepgang in zich hadden.
Oud werk (opener “Resist” uit 1990) werd afgewisseld met recentere nummers (“Killing Grounds”, “Blood en Exhale” van langspeler ‘Echogenetic’ uit 2013) waarbij logischer wijs de ‘klassiekers’ van vroeger op het meeste bijval konden rekenen en het publiek vooraan het podium moeiteloos in beweging bracht.
Met  het sfeervolle “Vanished” (2004) werd een beetje gas teruggenomen, hoewel frontman Leeb met zijn 51 jaar nog zeer energiek en fris op het podium stond.  Enkel zijn haarlijn is met de jaren duidelijk wat verder naar achter geschoven.  Het indringende en zalig beukende “Deadened” was wat mij betreft het hoogtepunt van de avond. 
Op het einde van de set werd oa. met succes “Mindphaser” bovengehaald (single uit 1992), een nummer dat me nog meer dan sommige andere songs die avond deed denken aan de sound van het machtige Front 242.
Een compliment voor het trio uit Canada dat een heel geslaagd optreden gaf en de fans een meer dan fijne avond bezorgde!

Het Duitse Die Krupps timmert al sinds 1980 onder leiding van Jurgen Engler aan de EBM-weg.  Nog steeds brengen ze nieuw werk uit en reizen ze de wereld af om hun, met gitaren doorspekte, industrial elektro live te brengen.  De hoogdagen uit de jaren 80 en 90 liggen al even achter de rug maar steevast kunnen ze bij elk optreden rekenen op een schare trouwe fans,  die voor het optreden in Sint-Niklaas zelfs overkwamen uit Nederland, Duitsland en Spanje!
Ook hier een evenwichtige mix van oud en recent werk en een setlist die (voorspelbaar maar succesvol) opbouwt naar de grootste successen van de band waaronder het meest gekende “Machineries of Joy”, vooral dan de herwerkte versie in samenwerking met Nitzer Ebb en het heavy “Bloodsuckers”.
Engler en zijn gevolg (live drums, gitaar en bas en de onmisbare Ralf Dörper, die er bij is van het prille begin) startten furieus met ondermeer “Kaltes Herz” en “Schmutzfabrik” om daarna met gouwe ouwe “Der Amboss” het echte ‘elektro’ publiek massaal in beweging te krijgen. 
Het duidelijke verschil tussen het oudere werk (opzwepende, ritmische old school EBM/elektro) en het recentere werk met iets meer gitaarinslag stoorde geen seconde doch bracht een verrijkende afwisseling in de set! 
Geen tijd om op adem te komen of om verveling toe te laten want daar kwamen parels als “Black Beauty White Heat” (heavy inzet) en “To the Hilt” al aangedonderd.  Jurgen Engler mag dan misschien niet beschikken over de meest begenadigde stem uit de sector,  de manier waarop hij elke show vol overgave en met veel energie brengt, geeft hem een sterk en geloofwaardig charisma dat hij ook vandaag , op 56-jarige leeftijd, nog steeds met kracht uitstraalt.  Regelmatig overschouwt generaal Engler tijdens de set zijn troepen in Sint-Niklaas en ziet hij grijnzend dat het in orde is.  Af en toe geselt hij intens het gekende ‘buizenstel’ dat elke Die Krupps fan ongetwijfeld kent en geeft hij het optreden die typische sound die de band onderscheidt van collega’s uit het genre.  “Metal Machine Music” is hiervan het beste bewijs.
Recente songs als “Robo Sapien” en “Nazis auf Speed” worden bijzonder enthousiast onthaald door de fans en leiden feilloos het anti-fascistische epos “Fatherland” in waarbij de frontman vocaal nog eens alles uit de kast haalt en het eerste deel van de set met veel bravoure afsluit.
De obligate ‘Zugabe’ bestond zoals reeds eerder aangekondigd uit 2 fantastische nummers die tot op heden de band het meeste succes en bekendheid hebben geschonken : het pur sang EBM volkslied “Machineries of Joy” luidkeels meegebruld door zowat gans de zaal en het ruigere en bombastische “Bloodsuckers” dat de Casino even deed daveren op haar grondvesten.

Heerlijk nostalgisch optreden!  Dikke merci aan de programmator van dienst die dergelijke bands naar Sint-Niklaas haalt!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/die-krupps-25-08-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/front-line-assembly-25-08-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/der-rest-25-08-2017/

Organisatie: Bodybeats ism De Casino, St-Niklaas

King Gizzard & The Lizard Wizard

Sketches Of Brunswick East

Geschreven door

En hop, daar zijn ze alweer, de geschifte kerels van King Gizzard & The Lizard Wizard, het ziet er naar uit dat ze zich zullen houden aan hun belofte om dit jaar maar liefst vijf platen uit te brengen.
Na de Oosterse uitstapjes van ‘Flying Microtonal Banana’ en de heavy gitaren van ‘Murder Of The Universe’ is dit al de derde release dit jaar. De opgefokte en extatische psych-rock van die twee voorgangers is even naar de kelder verwezen. Deze keer mag er lekker achterover geleund worden in een vintage relaxzetel uit de late sixties of vroege seventies. Filmische soundscapes, jazzy geluiden, lome funky baslijntjes, een fladderend orgeltje, tintelende gitaartjes en wederom een flinke portie gekte maken hier het mooie weer. ‘Sketches Of Brunswick East’ klinkt als een soundtrack van een vintage movie waarin VW busjes en minirokjes met fleurige bloemmotiefjes weelderig floreren. En overal sijpelt die herkenbare in psychedelica gedrenkte stijl door, dit is immers een band die als een gedrogeerde kameleon zichzelf steeds een ander kostuumpje kan aanmeten en daarbij steeds herkenbaar blijft klinken.
Ook deze keer is dit eigenlijk een soort van conceptplaat die als één lange trip over 13 bedrijven is uitgespreid. Alles vloeit vlotjes in elkaar en het geheel wordt, hoewel het deze keer doorheen luilekkerland fladdert, steeds spannend en avontuurlijk gehouden. King Gizzard & The Lizard Wizard presenteert zich op dit album als een stelletje neo-hippies die zich rot amuseren met al die fraaie hooks en grooves uit de late sixties en vroege seventies.
De plaat doet ons zowel qua artwork als qua sound ook wat denken aan ‘The Grand Wazoo’, één van onze favoriete Zappa platen. Iets luchtiger dat wel, maar met een gelijkaardige geschifte genialiteit en een fijne zin voor humor. Ook de grootstadsluiheid en de Hawaii-hemdjes van Fun Lovin’ Criminals komen ons voor de geest.
Dit is tegelijkertijd relaxen en plezier maken, een mens wordt hier blij van, en zelfs een beetje high. Te consumeren met een kloeke zomerse cocktail.

Prospekt

The Illuminated Sky

Geschreven door

Het Britse Prospekt is een progressieve metalact dat beïnvloed wordt door, zoals vele andere bands, Dream Theater, Symphony X, Opeth etc… Concreet houdt het in dat we hier korte en lange tracks terugvinden met bij momenten powervol gitaarwerk, melodieuze solo’s, sfeerrijke orkestratie en synths, een stevig en uitdagende ritmesectie. Iets wat je al kan horen in de openingstrack “Ex Nihilo”.
Met “The Illuminated Sky” krijgen we een eerste echte song met de bijhorende vocals. Meteen valt de ferme stem van Michael Morris op. Morris werd in 2015 binnengehaald om het werk naar een hoger niveau te tillen en dat is zeker een geslaagd zet. De song bezit daarnaast ook een catchy refrein en stevig maar technisch hoogstaand gitaarwerk. Een heerlijk eclectische outro sluit de song af. Een heerlijk nummer.
Op “Where Masters Fall” krijgen we een bijdrage van Marc Hudson (Dragonforce). Hij ondersteunt bij momenten de zang van Morris. Een cinematografisch klinkende intro neemt ons mee naar de track. Gedurende de elf minuten durende song krijgen we een afwisseling tussen zang en spel. Zo klinkt alles wat weemoedig en dan weer steviger. Een mooie afwisseling waarin het nummer toch vaart weet te behouden.
Op “Alien Makers of Dischord” neemt Greg Howe een aantal gitaarpartijen voor zijn rekening. Hier krijgen we een aantal fijne ritmische stukken voorgeschoteld maar toch wordt alles voldoende open gehouden zodat de details en de melodieuze stukken niet ondergesneeuwd worden. Uiteindelijk eindigen we met een gevoelige en rustige piano-outro. “Akaibara” heeft een Japanese toets in de pianolijnen en de orkestratie. Met veel gevoel gezongen door Michael Morris. Uiteindelijk krijgen we in totaal tien stukken muziek voorgeschoteld.

De productie en mixing werd gedaan in de Lionheart Studios door Oyvind Larson. Het moet gezegd dat alles werkelijk heel goed klinkt. Er werd gedurende heel 2016 aan het album gewerkt en dat is eraan te merken. Dit is een uitstekende metal plaat met progressieve, melodische en symfonische elementen.

Ugly Papas

Drunken Indians (EP)

Geschreven door

Wie de alternatieve scene in de Jaren 90 wat volgde zal zich zeker de Ugly Papas herinneren. Uit deze band ontstonden later twee andere bands: Two Russian Cowboys en ID!OTS. Meer dan 20 jaar na het laatste wapenfeit van Ugly Papas komen ze nu met een nieuwe single “Drunken Indians” en later op het jaar een nieuw album ‘Atomium Pluto’.
 Eigenlijk zijn het nummers geschreven en opgenomen in de bioscoop Bucksom Menen gedurende de periode 96/97. Er werd gemasterd aan de hand van de originele DAT tapes. En het moet gezegd dat de opnames een zekere frisheid bezitten. Ergens klinkt deze alternatieve rock met bluesrock en jazzy elementen nog erg relevant en misstaat ze niet tussen de huidige lichting bandjes.

Vandaar dat we ook een lans willen breken voor deze nieuwe single die je gemakkelijk kunt ontdekken op youtube of spotify. Luc Dufourmont, die in de tv serie Bevergem de rol van leider van de bende van de Roste speelde, schreeuwt en gromt dat het een lieve lust is. Daarnaast geeft Dr. Dekerpel gas met de gitaar. Hij wordt ondersteund door een energieke ritme sectie met op bas Dick Descamps en op drum Rick Debruyne. Daarnaast de gekke altsax van Peppie Pepermans.
Een fijne terugkeer van Ugly Papas. We kijken nu al uit naar het album. Hier kunnen we alvast de hoes ter onthulling meegeven.

Pagina 252 van 498