logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Stereolab

Channel Zero

Leuk vertoeven bij Channel Zero

Geschreven door

Franky De Smet-Van Damme en de zijnen van Channel Zero waren in Luik begonnen aan hun 16-delig ‘In the City 2011’-tour programma, en lasten een tussenstop in op 09 december in de Factor (vroeger gekend als  Entrepot) te Brugge.

Als voorprogramma was het voor mijn onbekende, en later onbeminde Maudlin vastgelegd om de zaal op te warmen. Een klein halfuurtje mochten deze mannen hun best doen, maar het hoogtepunt van deze avond was uiteraard CZ, dus volgens de meeste aanwezigen mocht Maudlin het beste uit hun sloffen halen, veel verschil zou het toch niet maken.

Okay, metal was nu aan de beurt, en de openingstonen van “She Watch Channel Zero” van Public Enemy opende de helse rit van de avond…
“Fool’s Parade” werd direct daarna aan de man gebracht, en vooraan spatte het eerste gezellig samenzijn los! Franky DSVD, opnieuw met een zwarte handschoen en zijn haar rommelig op het eerste gezicht speelde een thuismatch, en dit was er aan te zien. Gepassioneerd, vol overgave en genietend van iedere crowdsurfer die op zijn podium belandde haspelde hij de songs op een uitstekende manier af.
Uiteraard stonden de shows in het teken van hun recentste album ‘Feed ‘em With a Brick’ en alle nummers, uitgezonderd “War is Hell” kwamen aan bod. Tracks als “Ammunition”, het 1e liedje van de nieuwe plaat die op de setlist stond, het krachtige “Angel’s Blood”, het niet zo uitstekende “Hammerhead”, “Capital Pigs”, het ultra hitnummer “Hot Summer” die luidkeels werd meegezongen, “Ocean”, het melodische “In the City”, de met stop-start riffs volgepropte track “Guns of Navarone” en de logische afsluiter “Electric Showdown”. Alle nummers werden op een goeie manier gebracht door de bandleden, en het publiek had klaarblijkelijk deze songs al ettelijk keren meegebruld in hun zetel of slaapkamer! Dat het nieuwe album aanslaat als een bom moge hierbij duidelijk zijn.
Er werd uiteraard ook gegrabbeld uit de oude doos, een must voor de die-hard fans, en het oude materiaal zorgde voor het meeste animo mijn inziens bij het publiek.
Uit hun debuutalbum ‘Channel Zero’ werd gekozen voor het nummer “ No light (at the end of their tunnel)”, uit hun plaat van 1993 “Unsafe” werden krakers als “Suck My Energy”, het harde “Dashboard Devils”, “Bad to the Bone” die beenhard werd gebracht en een ware crowdpit uitlokte, het titelnummer “Unsafe” zelf, en de meest gekende hit “Help” (tevens een bis-nummer) door de boxen geblazen.
Het album ‘Black Fuel’ mocht zeker niet ontbreken waardoor “Fool’s Parade”, “Call on Me” en “Black Fuel” de setlist vervolledigden! Van het album “Stigmatized for Life”, tevens hun 2e plaat die het levenslicht zag werd helaas niets gespeeld, en hiervan had ik toch ook wel degelijk een track willen horen. Tja, sommige keuzes zijn hard, en moeten aanvaard worden.

Het was een heftig feestje in de Factor, en tijdens het laatste bisnummer “Black Fuel” werden alle aanwezigen aangepord om de muzikanten te vergezellen on stage, een aanvraag die door de meesten met plezier werd ingewilligd, waardoor het leuk vertoeven was voor én achter het drumstel van Phil Baheux!!!

Nagenieten met de bandleden was nog mogelijk, want in het Brugs metalcafé ‘The Crash’ trakteerden de mannen nog enkele liters bier om hun show in schoonheid te eindigen. Uiteraard was ik aanwezig, een recensent moet nu eenmaal ook de euhm… minder leuke dingen ondergaan haha …

Pics van hun gig in Depot, Leuven http://www.musiczine.net/nl/fotos/channel-zero-08-12-2011/

Organisatie: Heartbreaktunes



Caribou

Caribou Vibration Ensemble zindert na van kop tot teen!

Geschreven door

Caribou aka Dan Snaith scheerde vorig jaar hoge toppen met zijn album ‘Swim’ en dwong hiermee heel wat respect af in de scene van elektronische dansmuziek. Dit jaar stond hij met zijn Vibration Ensemble slechts drie maal op een podium in Europa, waarvan twee keer in UK en één op het vasteland. Wij hadden het geluk dit exclusief gebeuren, met heel wat schoon volk op het podium, in onze Vooruit te mogen aanschouwen.
Als voorgerecht kregen we het kleurrijke en op zijn minst licht gestoorde Orchestra of Spheres voorgeschoteld. Een muzikale topavond vol hoge verwachtingen die voor ons ongetwijfeld werden ingelost.

Het futuristisch uitgedoste Nieuw Zeelandse viertal van Orchestra of Spheres brachten het publiek met een aantal bizarre instrumenten zoals de tin buiscuit guitar, gamelan en de theremin in een ander universum waar ze zelf ook leken vandaan te komen. In een half uurtje wist deze formatie ons toch te overtuigen met hun wel heel funky set.  Echter spijtig dat ze niet meer gebruik maakten van het prachtige instrumentje, de theremin.  Visueel en muzikaal, een heel verwarmend collectiefje dat zeker niet gemist mocht worden.

Dan Snaith kwam met zijn elfkoppige band Caribou Vibration Ensemble op het podium, allen in het wit gekleed, met daarbij heel wat bekende namen.  Kieran Hebden van Four Tet (elektronica) en James Holden (synth) fleurden de formatie op met hun analoge instrumenten, John Schmersal van Enon op gitaar en Dan Snaith himself op keybords, percussie en gitaar. Dit allegaartje werd nog aangevuld met twee fantastische drummers en een groepje blazers onder leiding van Marshall Allen (Sun Ra Arkestra).
De toon wordt meteen gezet met het nummer “Hannibal” dat net als alle andere nummers heel breed werden uitgesponnen, op het psychedelische af.  Gedurende hun performance werd er merkbaar heel wat ruimte gemaakt voor improvisatie en wordt er wel eens overgeschakeld op een ‘offbeat’ ritme.  We hoorden vooral nummers van het laatste werk, zoals “Bowls”,
“ Leave House”
, maar het nummer “Barnowl” uit het oudere album ‘The milk of human kindness’ kan wel het hoogtepunt van de avond worden genoemd. Dit prachtige nummer werd prachtig gearrangeerd met extra bleeps en beats.
Tot slot werd het publiek op zijn wenken bediend met de twee grote hits “Odessa” en “Sun” die alweer breed werden uitgesmeerd met psychedelische jams. Dan Snaith lijkt niet meteen de grootse zanger te zijn, maar dit stoorde ons helemaal niet gezien wij helemaal werden opgezogen door het zeer sterk opgebouwde visuele en muzikale totaalpakket.

Na “Sun” bleven we wat verweesd achter, snakkend naar meer van dit overweldigend spektakel. Spijtig genoeg geen ruimte voor een extra nummer, maar we konden terugblikken om op een geweldige en unieke avond die zeker nog even bleef nazinderen.  Dit smaakt naar meer en we kijken nu al reikhalzend uit naar een vervolg hierop!

Neem gerust een kijkje naar de pics van Caribou (en van Orchestra of Spheres)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/caribou-08-12-2011/

Organisatie: Vooruit Gent (ism Democrazy en Toutpartout)

The Horrors

The Horrors – Boeiende ‘80s heruitvinders

Geschreven door

 

De Britse The Horrors zijn toe aan de derde cd ‘Skying’. De zwart geklede heren hebben hier hun meest toegankelijke plaat uit trouwens. Van het debuut ‘Strange house’ is geen splinter meer over op de setlist … Spijtig, want we hielden van die zwartgallige mix van postpunk, waverock, shoegaze , psychedelica en geflipte garagerock in een web van noisy jengelende, fuzzende gitaren en pedaaleffects. Een mistig rookgordijn werd opgetrokken en een brabbelende, overstaanbare galmstem van Faris Badwan zweefde erover heen … Lekker rauw en rommelig ... Exit, in de prullenmand dus, wat betekent dat het materiaal afkomstig is van de vorige cd ‘Primary colours’ en het vrij poppy ‘Skying’, een logische stap die de Londenaren namen om het geheel boeiend te houden. Op die manier werden referenties als My Bloody Valentine en Jesus & Mary Chain omgebogen naar The Sound, The Cure, Psychedelic Furs , Echo & The Bunnymen, Chameleons, Simple Minds en sijpelen The Verve en Stone Roses door in het samenspel van bas, gitaar, drums en psychedelische synthesizerwolken. De electro van een Human League en Depeche Mode integreerden ze slim. Het graragerockende aspect is ook subtieler en gestroomlijnder geworden. De band heeft nu zelfs enkele integere, dromerige , broeierige songs klaar, “Still life” en “Endless blue” , een warmer geheel dan hun vroegere kille sound.

Stijlcitaten storen niet want we zagen een overtuigend straf optreden van de heren. Wat een broeierige intensiteit!
Als schimmen traden ze eerst aan , gehuld in een rookgordijn in een omgeving van spaarzaam gehouden blauwe, rode en paarse spotlights. Vroeger gunden ze hun publiek praktisch geen blik, nu porden ze hun publiek aan en bedankten hen voor de support.
We waren al meteen in de muzikale leefwereld met de aanstekelijke “Changing the rain” , ”I can see through you”, “Scariet fields” en “Who can say”.  Beheerst starten “Dive In” en “Endless blue” , bouwen op, zwellen aan en raken diep. “Sea within a sea” volgde, een lange bezwerende, verslavende psychotrip,  die alle wavestijlen in melodie en fuzz maar kan kruisen. Intrigerend en Adembenemend …Eén van de beste Horrors songs! Over naar de huidige gevoelige single “Still life”, een eerbetoon aan ‘From the lion’s mouth’ ( remember “Winning , “Sense of purpose”) van Adrian Borland en de Sound, die verrassend de laatste song was na vijfenveertig minuten .
Maar ze hadden nog een kerstcadeau klaar , want na het electro-minnende “Mirror’s image” en het snedige “Three decades”, overweldigden ze met “Moving further away” , één van de sterkhouders van de recente cd , die  hier lekker 15 minuten zweefde . Als vanouds gingen ze op het eind eens totaal loos, Sonic Youth meets My Bloody Valentine, heerlijk, horrorpunk als op de eerste plaat …  om ons dan verdwaasd achter te laten .

The Horrors bevestigden en behoren tot één van de meest interessante en creatieve club van de ‘80s heruitvinders .

Support was Cerebral Ballzy , een zootje ongeregeld uit Brooklyn, NY. Ze refereerden aan de oude Horrors , injecteerden het met flink wat hardcore/punk en zorgden voor een  rauwe, rammelende, energieke, chaotische sound …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-horrors-08-12-2011/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Battles

Battles: an all tomorrow’s party on mainland

Geschreven door

Het Belgische gezelschap The Sedan Vault mocht donderdag de feestavond in de Kreun openen. De groep bestaat uit drie broers en een dichte vriend wat voor een bloedband zorgt die net iets meer diepgang biedt dan een gewoon ‘onderonsje’. De heren brachten al twee albums uit: ‘Mardi Gras of the Sisypha’ (2006) en ‘Vanguard’ (2008) en zijn momenteel druk bezig aan een nieuw album. Sinds hun doorbraak op Eurosonic 2009 kregen ze ook de kans om op grotere podia hun eigenzinnige ding te doen: ze stonden al op Pukkelpop, Dour en Lowlands (Nl.). Hun muziek omschrijven, valt niet gemakkelijk: het leunt nog het dichtst aan bij The Mars Volta.
The Sedan Vault is ook gegroeid met de jaren waardoor hun geluid nog rijker werd met groovier beats, gevarieerder gitaarwerk en slimmere arrangementen. En dat kwam donderdag live zéér tot uiting. Een stevige band met een eigen geluid, dat allesbehalve Belgisch klinkt en live swingt als een tierelier. Een unieke aanwinst voor het al te homogene (Belgische) rocklandschap en ideale opener voor Battles!

De Amerikaanse experimentele rockgroep Battles uit New York City draait al bijna 10 jaar mee in het alternatieve circuit en bracht naast enkele EP’s, een compilatie-cd en een eerste full-album ‘Mirrored’, recent het schitterende album ‘Gloss Drop’ uit. Ze schitterden deze zomer al op LeffingeLeuren en moesten noodgedwongen hun optreden op Pukkelpop cancellen (we weten allemaal maar al te goed waarom). De groep moet het al een tijdje zonder Tyondai Braxton (gitaar, keyboards, zang) doen, daar hij vorig jaar besliste om zich op een solocarrière te richten. Bijgevolg is Battles een trio geworden met centrale kracht John Stanier (ex-Helmet, Tomahawk) op drums, Ian Williams (ex-Don Caballero) op gitaar en keyboards en Dave Konopka (ex-Lynx) op gitaar of bas.

En dat de heren ‘hot’ zijn, bewijst de vraag om medecurator van dienst te zijn van het prestigieuze ATP (All Tomorrow’s Party) festival in Minehead (Engeland) dat dit weekend (09-11 december) plaats heeft. Samen met de andere curatoren Les Savy Fav en Caribou halen ze daar onder de noemer ‘Nightmare Before Xmas’ bands als The Ex, Bitch Magnet, The Dodos, Silver Apples en legende Gary Newman naar het lokale Center Parks.
Dat deze laatste op de affiche staat, is duidelijk het werk van Battles, daar op hun nieuwste single “My Machines” uit hun laatste album, Gary Newman prominent aanwezig is. Live in de Kreun zagen we hem dan ook op een videowall meezingen met het drietal.
Een liveconcert van Battles is honderd maal intenser dan hetgeen we op hun platen te horen krijgen. Het werd dan ook van de eerste tot de laatste noot een memorabel concert. Aanstekelijke songs, die laag per laag werden opgebouwd en voorzien van driftig gesamplede tunes en een gemanipuleer van jewelste via de bakken effectenapparatuur, zorgden ervoor dat er in het publiek een dansstemming ontstond, die het ganse concert zou blijven hangen.
Ook de koelste kikker in de zaal kon onmogelijk onbewogen blijven bij dit geweld van swingende songs met rots in de branding drummer Stanier, die de songs telkens de ideale groove meegaf. We konden de beentjes op een bepaald moment ook niet meer stilhouden. Naarmate de set vorderde, ging het publiek volledig uit zijn dak. Het werd een dansfestijn met uitschieters “Atlas” uit het Mirrored-album en het opgefokte “Ice Cream” uit hun recentste cd.

Battles wonnen het publiek voor zich en kunnen tevreden terugkijken op een meer dan geslaagd concert. Het werd een ideale warm-up party voor hun doortocht op ATP. We gingen dansend en euforisch de Kortrijkse nacht in.
Wil je eens meedansen op de aanstekelijke muziek van de heren, check dan deze clip http://www.dailymotion.com/video/xin011_battles-ice-cream-featuring-matias-aguayo_music  en gooi alle remmen los: I scream - You scream - We All scream for Ice Cream!

Organisatie: Kreun, Kortrijk) 

Wu Lyf

Wu Lyf: aan flarden gescheurde Heavy Pop

Geschreven door

Wu Lyf is een viertal uit Manchester, die er van houden om een waas van geheimzinnigheid rond hun band op te trekken. De bandnaam staat voor World Unite Lucifer Youth Foundation, en ze koketteren met de beeldentaal van een satanische sekte (het Y-vormige kruis als logo voor de ingewijde fans). Hun debuutplaat ‘Go tell fire to the mountain’, namen ze op in een kerkgebouw, en ze verkozen dit album in eigen beheer uit te brengen. Eigenzinnige mannekes dus, we waren benieuwd of er ook muzikaal iets te beleven was bij deze Mancunische sektebroeders.

Na een eerdere passage op het Domino Festival, speelde Wu Lyf zijn exclusief concert voor Belgi
ë... in Tourcoing, Frankrijk. Achter het podium hing een WU Lyf-kruis, waarop het hele concert video-projecties getoond zouden worden. Toevallig stonden we naast de PA, en zo zagen we dat de geluidsman een micro nam en zo het concert aftrapte met een spookachtig gehuil.
Frontman  Ellery Roberts eiste al van het eerste nummer de aandacht op: hij zette  “LYF” majestueus in op zijn orgeltje, bijna een kerk-hymne zoals we die van Arcade Fire ten tijde van ‘Neon Bible’ kennen, die weldra overging in een van Tortoise geleende gitaarmelodie, om dan een wel heel merkwaardig stemgeluid uit zijn strot te persen: een abrasieve keelzang, ergens tussen Tom Waits en Stef Kamil Carlens, alsof hij zijn stembanden een beurt gegeven had met terpentijn en staalwol. Die grofkorrelige stem bracht dan ook nog dwingende zanglijnen voort zoals “ We can’t live this way” en “You know I love you forever”.
In “Cave song” was het Engels van Roberts onverstaanbaar, het klonk mij meer als Canadees-Frans in de oren, een beetje zoals de zangstem die Arno de laatste jaren live etaleert, om maar te zeggen dat je toch wel moet wennen aan het aparte stemgeluid van de man. Na een verwarrende bindtekst, waarin hij het Noord-Franse publiek opriep te blaffen als jonge hondjes, zette Roberts “Such a sad puppy song” in, een kubistische ballad zoals alleen Tom Waits die kan schrijven, en nu dus blijkbaar ook Wu Lyf.
In “Summa’s Bliss” klonk dan weer het geluid van Foals door:  orgel, vloeibare gitaarloopjes en drumsalvo’s wisselden elkaar af, en het viel op hoe slim de composities van Wu Lyf wel in elkaar zitten: ieder instrument mag eventjes in de schijnwerper staan, en gaat dan van het toneel af, om een ander aan de beurt te laten, waarna alles weer samen komt in de grote finale, waarin Roberts zijn zanglijnen blaft en spuwt, vanuit een vuur en overtuiging alsof het Wu Lyf’s laatste optreden ooit was.
“Spitting Blood”, dat je nog het best kon omschrijven als punk meets Stef Kamil Carlens meets Afrika, ging op dit dynamisch elan door: de rocksong als intentieverklaring : “volg ons of er zullen klappen vallen …”.
De absolute meezinger vanavond was de hymne “We Bross”, dat begon als een nummer van Mogwai of Explosions in the sky, maar dan op een of andere manier transformeerde tot iets heel anders, veel meer up-tempo, met percussie en Afrikaans aandoende gitaarriedeltjes a la Foals of Vampire weekend, en eindigde als een voetbalsupporters hymne: mochten ze bij KRC Genk “Bro Hymn” van Pennywise beu zijn, dan kunnen ze misschien dit nummer in de spionkop aanleren.

Was het dan een schitterend concert vanavond? Dat ook weer niet, de drummer gaf niet altijd een even soliede indruk, het drumgeluid zat af en toe te prominent in de mix, en na een tijdje klonk de schuurpapierzang van Roberts wel heer erg eenvormig. Laten we het er op houden dat het een goed concert was van een super gedreven band die duidelijk uit de band wil springen, maar die die tegendraadsheid nog beter moet kanalizeren.
Voor iedereen die ze in Belgi
ë aan het werk wil zien: volgende kans is begin maart (7 maart 2012!) in de Rotonde van de Botanique.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Great Mountain Fire

Great Mountain Fire – Brussel Feest!

Geschreven door

Great Mountain Fire – Brussel Feest!
Great Mountain Fire en Brns
Botanique (Orangerie)
Brussel
2011-12-02
Johan Meurisse

Brussel Feest! met twee opkomende bands , Brns en Great Mountain Fire

Great Mountain Fire ging vroeger door het leven als Nestor! Aan dynamiek en optimisme heeft het kwintet niks ingeboet . Ze houden van charmante, frisse, aanstekelijke electrorock met een vleugje discokitsch , eenvoudig, treffend en origineel; postpunk, punkfunk en pop versmelten. Referenties: Metronomy, Klaxons, The Rapture, Friendly Fires, Morning Parade, Franz Ferdinand en Phoenix  en een knipoog naar de KLF en het Brusselse Telex . De cd ‘Canopy’ moet de definitieve doorbraak betekenen, en moet een insteek zijn naar Vlaanderen. Tja, ze hopen alvast op een toekomst zoals die voor Intergalactic Lovers in het afgelopen jaar was weggelegd! In de zomer was de band al op Les Ardentes en op Dour en in de Botanique speelden ze een thuismatch, want de zaal zat afgeladen vol om hen en hun muzikale vriendjes Brns aan het werk te zien .

Een ontvlambare show wilden ze presenteren, en dat werd het ook! De groep toonde een sfeervolle, bitterzoete kant en  kon prettig gestoord klinken, met opzwepende ritmes. Er werd lustig heen en weer geswitcht. Onze Franstalige vrienden droeg de leden een warm hart toe, wat hen een tandje deed bijsteken …
De broeierige “Swans” , “Breakfast” en “If a kid” borrelden en de synths vulden mooi het indierockende geluid aan . De single “It’s allright”  en “Jeopardise” ( btw een oud nummer voor hen!) zijn  toegankelijk en klonken sfeervol , zweverig en psychedelisch. Een band met vele gezichten, want na een ingetogen versie van “Late light” trokken ze in het tweede deel van de set de kaart van een poppy punkfunk party . “Rrose sélary”, “Sudden hush” en de bijdrages van enkele guests (o.m. Alke, Les Japonaises, Dan Laxman en JP) op de opzwepende versie van “Late light”, “Devo”(?) en Telex’ “Moskow Diskow” . “The ark” kon dan concurreren met een Goose nummer door de swingende, gestoorde, neurotische synthloops . Een hoop attributen staken gaven nog wat meer show.

De andere single “Cinderela” en een meeslepende “Temporarty secretary”, op z’n beurt lekker uitgesponnen, kleurden de leuke, fijne set. Brussel  en Wallonië zijn alvast gewonnen … Het kriebelt alvast over de taalgrens …

Het Brusselse feestje kwam op gang met Brns , spreek uit Brains , met twee percussionisten. Een harmonieuze samenzang sierde de stevige, dansbare indierock  met tropische beats , catchy hooks, gepresenteerd met een zekere spontaniteit en coolness . Ook zij hebben een handvol optredens klaar in Vlaanderen en verdienen door te breken aan de andere kant van de taalgrens !

Neem gerust een kijkje naar de pics van Great Mountain Fire  (en deze van Brns)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/great-mountain-fire-02-12-2011/

Organisatie: Botanique, Brussel


Ben l'Oncle Soul

Ben l’ Oncle Soul – Peace, Love and (Ben l’ Oncle) Soul

Geschreven door

 

Het is het overgrote deel van het (Vlaamse) muziekpubliek ontgaan dat ene Benjamin Luterde, een Fransman van 27, begin december Vorst aandeed. U ook wellicht? Geen probleem, maar als u volgend jaar op een of andere affiche Ben l’ Oncle Soul ziet prijken, check it ! En stap een show binnen die je zo meetroont naar de zalige ‘fifties of soul’.

Het begon al lekker met het voorprogramma ofte ‘la première partie’. Hoe aanstekelijk grappig en opgewekt, die FM Laeti. Een witte man met een gitaar op een barkruk, een zwart vrouwtje achter een microfoon. Met leuke (soul) nummers als “Rise in the sun”, maar even goed covers als “Give me a ticket for an aeroplane” (Jefferson Airplane), gebracht met zwier en stijl en bijwijlen wat Sellah Sue-geluidjes. ‘Je reviendrai, het is hier gewoon zo tof’, kirde het zangeresje. ‘Maar nu maak ik plaats voor Ben l’ Oncle Soul.’

Ben l’ Oncle Soul : Voor ons een (nieuwe) ontdekking op Dranouter vijf maanden eerder, maar voor het overwegend Franstalige publiek in Vorst een gevestigde waarde, een datum die wellicht al lang aangestipt stond. Soul, mijn god! Nu nog? Soul in 2011?

Ja, toch wel, de zwart-Amerikaanse muziekstijl uit de jaren vijftig en zestig, geprocreëerd uit rhythm-and-blues en gospel maar door Ben opengetrokken naar nieuwe(re) muziek. Ja, toch wel, met grote namen als Ray Charles, Sam Cooke, James Brown, Aretha Franklin en Stevie Wonder maar nu ook met The White Stripes en Prince. Ja, toch wel, het groepsgevoel met ondersteuning van achtergrondzang en een band met ritmesectie en koperblazers, een wervelende retroshow als muikaal kapstok in een verzengende 21e eeuw.
En dat alles door een Fransman in een uitgeregend Brussel? Ja, toch wel ! Nonkel Ben kleedde het hele concept aan en bracht een aanstekelijke show, al hadden wij het – als Nederlandstalige Anglofiel – iets moeilijker met de Franse nummers, zoals bijvoorbeeld “Petite Soeur”. Niet dat we meer dan 530 dagen nodig hadden om in te zien dat het best te pruimen was, of lag dat aan het vrolijke vlinderdasje van de Nonkel?
Wervelend en overdonderend, zo was de hele show en een show was het. Het deed ons – en dat verraadt meteen onze leeftijd – denken aan Henk ‘Hallo met Henk’ van Montfoort van de seventies. Een beetje kitscherige bühne met verlichte trapjes en dieprood-bordeaux gedrapeerde hanggordijnen. En met het o zo klassieke rood toneelgordijn dat open en dicht gaat bij de aanvang en het slot van de voorstelling. Show dus in de ruimste betekenis van het woord. Met een overdaad van stapjes en dansjes die erbij horen.
Zo raasden Ben en co over en door Vorst heen. Eén brok energie waar de mannetjes van Nuon een lichtpunt kunnen aan zuigen. Lang geleden dat we zoveel beweging op een podium zagen. Hij stak als opener “Seven Nation Army” (The White Stripes) in een nieuw soulpakje en kleedde het meteen ook helemaal uit.
De Fransman zocht ook direct contact met zijn fans. Nadat hij zichzelf en zijn band (drie blazers, twee backings, één drummer, twee gitaristen en twee toetsenisten allemaal in perfecte outfits) voorstelde en de fans deed meebrullen dat bassist Olive (Olivier Carole, red) funky is, liet hij het publiek elk zijn eigen naam roepen. Voilà, de introductie zat erop, ‘on était amis’.
Ben l’ Oncle Soul is een grappige vent, die naar verluidt vroeger gepest werd om zijn uiterlijk, maar nu in zijn optredens zelfs imitatiefans met pruiken ziet opduiken. Hij heeft een sterke stem, het juiste (energetische) gevoel om een show neer te zetten en naast humor toch wel een heel sterk soulbuikgevoel. Resultaat: hij versierde na het eigen ‘Soul Wash’ (2009) een eerste studioplaat op Motown Records (2010) die simpelweg ‘Ben l’ Oncle Soul’ gedoopt werd.
En muzikaal zit het goed, al is er live tien keer meer te beleven dan op zijn schijf. Naast het visuele aspect wisselt hij bekende met – voor ons - minder bekende nummers af. En hij schrikt er niet voor terug om nieuw stuff in dat retro-soul-rokje te stoppen. Zo ging heel Vorst uit zijn dak toen hij “Crazy” van Gnarls Barkley helemaal uitspon. De blazers zijn nadrukkelijk aanwezig om zijn sterke stem te ondersteunen, maar alles hangt samen, ook de twee superenergetische backingmannen en die kregen op het einde ook hun eigen podium met “My Girl” van The Temptations en “Kiss” van Prince.
Toen zaten we al een stuk in de bisronde die haast even lang duurde als zijn eigenste set. Niet verwonderlijk, want daarin vertelt hij hoe hij ooit met soul in aanraking kwam. Dat zijn moeder een penpal had in de States en dat die toen op bezoek kwam en een hoop geschenken in de vorm van muziekplaten mee had: Marvin Gay, Sam Cooke, Billy Holiday, Ray Charles, The Temptations, Sly and The Family Stone, Aretha Franklin.

Pure Soul dus. Hij is er vol van, zijn publiek (en wij ook wel) evenzeer. We genoten van zijn knallende party waarin hij niet enkel met zijn orkest speelt, maar het orkest ook met hem. En met het publiek. Hij kreeg ‘les mains’ in heel Vorst vaak heen en weer en op en neer. Ook op “Superstition” van Stevie Wonder, ja. Toepasselijk eigenlijk, zo’n blind (bij)geloof in de Nonkel, zeker omdat hij er enkele keren de overdreven wereldboodschap ‘Peace, Love and Soul’ aan toevoegde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ben-loncle-soul-01-12-2011/

Organisatie: Greenhouse Talent

I Muvrini

I Muvrini - Muzikale rijkdom voor wie overdaad aan gepraat doorstaat

Geschreven door

Het bekendste exportproduct van Corsica tracht dezer dagen ons land te veroveren: maar liefst 16 (zestien!) concerten in evenveel Belgische steden op slechts 18 dagen tijd. En denk maar niet dat ze er zich tijdens die optredens vlug vanaf maken: bijna drie uur lang etaleerden de gebroeders Bernardini en hun muzikanten hun kunnen op de première in de Leuvense stadsschouwburg. Corsicaanse melancholie werd hierbij verweven met zowel Arabische, Afrikaanse als zigeunerinvloeden. Om hun eclecticisme in de verf te zetten werd er zelfs een scheut Schots geïnjecteerd, een dolenthousiaste fluitist mocht op een bepaald moment immers een tiental minuten loos gaan op zijn doedelzak. Niet alleen de muziek zelf maar ook het instrumentarium is bij I Muvrini gevarieerd te noemen. In éénzelfde nummer durft men traditionelere instrumenten bijvoorbeeld combineren met een moderne synthesizer, drum, bas en elektrische gitaar. Knap!

Het puur muzikaal genot werd spijtig genoeg al te vaak verbrod door frontman Jean-François die zich in Leuven iets te vaak in één van de voetbalstadia waande die I Muvrini bij onze zuiderburen vol doet lopen. Het was redelijk belachelijk om hem te pas en vooral te onpas zijn hand achter zijn oor te zien plaatsen alsof hij vanop een gigantisch podium met weidse gebaren aan de ver van hem verwijderde menigte wilde duidelijk maken dat hij hen wilde horen schreeuwen….dit terwijl het merendeel van het schouwburgpubliek op nauwelijks enkele meters van hem vandaan zat (de verst verwijderde toeschouwer bevond zich op het bovenste balkon op hooguit 30 meter van het podium).
Ook het feit dat hij het publiek om de haverklap wilde laten meezingen, kwam al te vaak wat geforceerd over. Daar waar in een stadion elk individu op zich collectief kan oplossen in massaal koorgezang, is het niet evident om onderuitgezakt in de schouwburgfauteuil op commando zijn stem te laten weergalmen. Men is er immers omringd door mensen die niet in staat zijn om letterlijk wat afstand te nemen wanneer iemands vocale kunsten wat te wensen overlaten. Ook het feit dat men urenlang verstokt blijft van vloeistof om de keel te smeren en de gêne weg te spoelen, is niet bevorderlijk voor de sfeer tijdens een schouwburgcantus. Terwijl we hem nog willen vergeven dat hij voor de show geboren lijkt, valt het ons veel moeilijker om zijn eindeloze gepalaver door de vingers te zien.
Tijdens het eerste uur laste hij om de drie nummers een preekpauze in, een frequentie die de daaropvolgende uren werd opgedreven zodat op het einde na bijna elk lied de muziek moest wijken voor het woord. Op die manier verloor de show telkens weer zijn flow. Niet dat Jean-François onsympathiek is of verkeerde ideeën heeft…..maar om die zo vaak en zo uitvoerig te moeten aanhoren? Neen, dank u! Temeer daar alles onmiddellijk herhaald werd door de vertaalster die vanuit de coulissen ten behoeve van de Fransonkundigen alles in het Nederlands declameerde. Best wel attent en politiek correct van onze Corsicaanse vrienden, maar als resultaat hiervan werd de schwung nog meer verbroken dan al het geval was door die langdradige intermezzo’s zelf.  Op den duur begonnen we te vrezen dat Music for Life dit jaar een paar weken te laat zijn apotheose zal kennen om de vele I Muvrini-concertgangers voor een gewisse diarreedood te behoeden. Maar bon, genoeg geklaagd.


Er viel tussen al dat gepreek door wel degelijk te genieten van de muzikale parels die gul uitgestrooid werden. We onthouden bijvoorbeeld de verschillende nummers waarin men zoals vanouds de polyfone toer opging, uitstekende versies van “Una terranova”, “Gaïa” en het nieuwe “Qui sin a l’umanita”, alsook het vocale solo-moment van de goedgemutste bassist (één van de weinige keren dat we wel spontaan begonnen mee te zingen, al zou het kunnen dat we hierbij een paar foutjes tegen het Ivoorkust-taaltje maakten). Ook een fel gewaardeerd “Le Port d’Amsterdam” (Jacques Brel) en een indrukwekkende versie van “No Woman, No Cry” (Bob Marley) illustreerden dat er vakmensen op het podium stonden.
Beide covers bevielen ons alleszins stukken beter dan die spiksplinternieuwe strontcover die enkel bestaansrecht heeft omdat de verkoop ervan het teveel aan shit moet tegengaan. Van ironie gesproken! Maar we wijken af….


I Muvrini heeft de voorbije decennia om verschillende redenen meer dan voldoende bewezen dat het een prominente plaats in de muziekgeschiedenis verdient. In Leuven werden we een tweetal uren muzikaal bevredigd.
Jammerlijk genoeg kampten we de rest van de tijd met het gevoel op een langdradige lezing beland te zijn. Terwijl de introverte Alain als absolute tegenpool van zijn broer de schijnwerpers zoveel mogelijk schuwt, zou iemand Jean-François Bernardini duidelijk moeten maken dat hij zijn eloquentie misschien best opspaart voor de presentaties van de regelmatig van zijn hand verschijnende boeken.
De wondermooie muziek van I Muvrini spreekt immers volledig voor zichzelf. Het was dan ook - althans dat mag ik hopen - voor de muziek dat het Leuvense publiek na afloop een langdurige staande ovatie gaf, één waarvan wij profiteerden om vlug de benen te nemen uit schrik opnieuw bestookt te worden met een zoveelste stichtend verhaal. Gaat dat dus zien en horen! Maar weze gewaarschuwd. (Wie geen risico wil nemen, schaft zich eventueel de dubbele ‘I Muvrine Live Olympia’-cd aan. Een cd-speler bevat immers een handige “next”-knop).

Pagina 285 van 386