logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk – events

Wilde Westen, Kortrijk – events Concerten 2026 02/05 Spoetnik @Textielhuis 06/05 Alan Sparhawk (solo ‘with trampled by turtles’ / Low), camille camille 07/05 Brennt Vanneste, Pieter-Paul Devos 08/05 Scott McCloud ‘make it forever” album, Head on stone 09 +…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15423 Items)

Dilly Dally

Dilly Dally – Een ruw bootje in het wilde water

Geschreven door

Dilly Dally is een bandje van twee vrouwen en twee mannen, vanavond in kleurloze kledij op een donker podium . Vunzige gitaren en rauwe vocals tekenen voor een revival van het grunge genre. Dilly Dally komt niet uit Seattle maar uit het Canadese Toronto. De band bracht in 2015 de debuutplaat ‘Sore’ uit en tourt sindsdien de wereld rond. In La Péniche gaf de band een donkere set die perfect bij het onweerachtige weer paste.

Al van bij het eerste nummer is ’t duidelijk geen concert voor watjes. De gitariste jaagt een angstaanjagende hoge klank door haar instrument om het publiek helemaal wakker te krijgen. Niet veel later schreeuwt
Katie Monks alles uit wat ze in haar tengere lijf heeft. Het doet wat denken aan Kim Deal maar nog rauwer. Een spanning wordt opgebouwd en tijdens de refreinen wordt alles gegeven. Het publiek ervaart een explosieve sound die hen omver blaast.
Catchy gitaarmelodieën in een weerbarstig geluid, Dilly Dally zorgt dat het allemaal lukt. De bassist brengt een zwoel, donker geluid terwijl de gitariste altijd hoge noten op de gitaar speelt. De contradictie in klank blijft telkens opnieuw verrassen. Op “Purple Rage” gaat plots alles nog ruiger en sneller. De band tovert de boot om tot een zwart, angstaanjagend schip; Monks gilt to the bone. De snelheid waarmee ze spelen, doet het publiek schuchter dansen.
Een slordige dertig toeschouwers aanschouwen het indrukwekkende optreden , ze geven alles op deze pittige muziek. De nineties invloeden zijn nooit ver weg. Iedereen geniet. De band houdt er de snelheid in. Contact hoort er niet bij, de strakke sound staat voorop. Dilly Dally geeft alles en breit de nummers aan elkaar. De set vliegt voorbij en na 45 minuten zijn alle songs er doorgejaagd. Het meest poppy nummer “Desire” , al is dat slechts relatief, is de afsluitende track.

Dilly Dally is een speelse naam die misleidend kan zijn. Ze klinken donker, vuil en zijn vooral beïnvloed door de nineties grunge. Door het vrouwelijk gekrijs en het hoge tempo hebben we een strakke set , zware nummers , boordevol solo’s en diepe bassen …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Onbesuisde energie

Geschreven door

Zelf waren wij dit jaar niet op Pukkelpop aanwezig, maar als we onze betrouwbare bronnen mogen geloven (en dat doen we graag) dan waren Thee Oh Sees één van de absolute hoogtepunten op Chokri’s festivalletje (we hadden bijna geschreven alternatief festival, maar toen viel het ons terug in dat het verwaande wicht Rihanna daar aantrad).

Wij weten trouwens al langer dat het opzwepende bandje van John Dwyer een heuse belevenis is. Thee Oh Sees hebben ons enkele jaren terug al eens compleet omvergeblazen in de Antwerpse Trix en sedertdien verliezen wij dit energieke psych-garagerock-collectief nooit meer uit het oog. Met ‘A Weird Exits’ hebben ze in augustus hun zoveelste schitterende nieuwe album afgeleverd en dat amper een maand nadat ze een overweldigende live plaat ‘Live In San Francisco’ ter wereld hadden gedropt.
Een bloedhete Aeronef in Lille mocht dan niet helemaal zijn volgelopen, het kot zinderde en kolkte als nooit tevoren. De drive en de onbegrensde goesting van de waanzinnig spelende band (met twee drummers, dat kon tellen qua slagkracht!) sloeg al heel snel over op de zaal die menigmaal overkookte, er werd niet bepaald gekeken op een moshpit meer of minder.
Thee Oh Sees brachten een super-energieke set met een opeenvolging van uiterst opwindende motherfuckers van songs (“The Dream”, “Tunnel Time”, “Gelatinous Cube”, “Toe Cutter Tumb Buster”, “Ticklish Warrior”,…) met het tempo en de stootkracht van een kudde op hol geslagen bizons.
Extatische garagerock met een punkspirit van jewelste, meer hadden wij niet nodig om compleet uit de bol te gaan (of ’t was een dikke pint misschien, maar in de l’Aéronef duurde het alweer eeuwen om daar aan te geraken, dan bleven we toch maar wat liever op onze dorst zitten).
Pas met de superbe psychedelische sleper “Sticky Hulks” werd even het oververhitte gaspedaal losgelaten, maar daarna gingen de poppen al snel weer aan het dansen. De twee geestdriftige drummers zaten er zeker voor iets tussen, maar het was toch vooral de fantastische John Dwyer die telkenmale het boeltje deed ontploffen. Getooid in korte broek en met zijn gitaar op borsthoogte (een ander zou er niet mee wegkomen maar Dwyer is gewoon cool) manifesteerde hij zich wederom als een weergaloos gitarist die zijn instrument aan alle kanten liet piepen, scheuren en openbarsten (zelfs Thurston Moore zou zich zorgen mogen maken als er zo een concurrent aan de voordeur belt).
In de fenomenale afsluiter “Contraception”  (15 minuten lang, geen seconde te veel) mochten we Dwyer’s gitaargeseling uitvoerig en in vol ornaat aanschouwen. Een grandioze slotsong van een uitzinnig optreden.
We hebben gezweet als een rund en dorst geleden als een paard, maar genoten als een driftige reu in een kennel vol loopse teven.

Wat een geweldige band, het is geleden van Ty Segall & The Muggers in Le Grand Mix dat we nog zoveel onbesuisde energie op een podium mochten ervaren. Kan geen toeval zijn trouwens, Dwyer en Segall zijn goeie maatjes, ze gaan regelmatig samen op de lappen, trekken al eens dezelfde studio in en halen hun inspiratie uit dezelfde vruchtbare en vettige grond.

Organisatie: Aéronef, Lille

Mothxr

Mothxr – Een sensuele hittegolf!

Geschreven door

Mothxr komt uit Brooklyn en brengt aanstekelijke indiepop. De frontman van de band, Penn Badgley,  heeft z’n strepen verdiend als acteur in de serie ‘Gossip Girl’. Nu die serie ten einde is, was het tijd om een muzikale carrière uit de grond te stampen. Iets minder dan een jaar geleden kwam de debuutplaat ‘Centerfold’ uit. De elf nummers stellen ze nu voor in een kleine tour door Europa. In La Péniche viel meteen op dat de vrouwelijke fans van ‘Gossip Girl’ hun idool Penn Badgley maar al te graag van dichtbij wilden zien.

Al meteen weerklinkt een fel gegil door de kleine zaal. Vooraan staan jonge meisjes, die helemaal gek worden wanneer Mothxr op het podium verschijnt. De band begint rustig met enkele eenvoudige gitaardeuntjes en drums. De temperatuur stijgt in de warme zaal. Op sensuele wijze brengt Badgley iedereen in bezwering. De jonge meisjes zingen luidkeels alles mee waardoor het concert al van in het begin snor zit en erg sfeervol wordt.
Meer dan zijn sexy moves heeft Badgley ook niet nodig. Af en toe neemt hij wel eens een gitaar in de hand ; in het begin was dit schaars. De band bouwt ieder nummer op naar een soort climax, gitarist Simon Oscroft haalt een beste solo boven als op “Centerfold”. Soms neigt het wat naar Prince, qua sound , weliswaar niet direct op het niveau van het spel.
De band is wat vermoeid en probeert hun nummers er snel door te jagen. Meer dan een “merci” krijgt het publiek niet. Badgley tracht indruk te maken door passionele zangpartijen. Erg hoog gaat hij op “Victim” , met een knipoog naar de Bee Gees, maar dan zonder dat funkend dampend karakter .
Mothxr creëert door het gitaarspel een aanstekelijke sfeer, de meeste mensen komen om zich goed te amuseren en eventueel wat te dansen. Live is hun muziek iets steviger dan op plaat. Naar het einde valt dat nog meer op , wanneer de band crescendo’s uitbouwt door volle, gezamenlijke gitaarsolo’s; ook Badgley neemt hier de gitaar vast, vooral op “Easy” en het bisnummer “Touch” . Enkele epische uithalen maken hun indie wel erg stevig. Na iets meer dan drie kwartier zit de set er al op. De band boeide en verveelde niet.

Mothxr brengt aanstekelijke nummers door het gitaarwerk. Live maken ze een goeie indruk. Ze zijn meer dan die acteur uit ‘Gossip Girl’ en kunnen dus echt muziek spelen. Een verhitte zaal laten ze snikheet achter …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Rockonline – updates

Geschreven door

Rockonline – updates
Flotsam and Jetsam – Flotsam and Jetsam
Paradox – Pangea
Die Krupps – Live im Schatten der ringe
Richards/Crane – Richards/Crane
Black explosion – Atomic Zod War
Tanzwut – Schreib es mit blut
Kissin’ Dynamite – Generation goodbye
J.B.O. – 11
Asenblut – Berseker
Evergrey – The storm within
Solution .45 – Nightmares in the waking state – Part II
Madame Mayhem – Now you know
Letzte Instanz – Liebe Im Krieg
Serious black – Mirrorworld
Brainstorm – Memorial roots (Re-Rooted)
Iron mask – Diabolica
Eden’s Curse – Cardinal

http://www.therocktemple.nlhttp://www.eternalrock.nl

Soulwax

Belgica – original soundtrack

Geschreven door

Soulwax - De vraag van regisseur Felix Van Groeningen kwam als geroepen om Soulwax terug in het leven te roepen . Van Groenigen won in 2014 bijna een oscar  voor beste buitenlandse film met ‘The broken circle breakdown’ .
Hij kon nu niet omheen de broertjes gezien de film zich afspeelt in de Charlatan , aan de deur van hun eigen studio in Gent . Soulwax van Dewaele broertjes kwam ook naar Pukkelpop en werd aangekondigd als een project van ‘three staccato drums and analogue synths’ met een combo van (jawel) drie drummers ( metaldrummer Igor Cavalera btw!), een bassist en backing vocalistes. De broers zagen we rechtover elkaar , omgeven van immense elektronica. Die Cavalera is trouwens een van de bevriende muzikanten die op de soundtrack terug te vinden is . Op Pukkel verwerkten ze hun kenmerkende punkfunk in een potpourri van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals opgezweept door een diepe bas en drums. Ze gingen diep, rauw, knallend, schurend  en dreunend .
Op de soundtrack hebben we zestien tracks gespeeld door vijftien fictieve namen . Tweemaal staan ze hier onder The Shitz die rocken als Soulwax  in zijn  jaren van ‘Much against everyone’s advice’ . Muzikaal een ‘rock Soulwax’ als de ‘Soulwax Nite Versions’. Check de vette techno van White virgins of Erasmus eens, die het brede veld onderstreept van Stephen en David .
Niet verwonderlijk gezien Soulwax transformeerde van rock naar dance en zij hun ervaring van The Flying Dewaele Broers naar 2 Many DJs stopten in de soundtrack . Dit is een eclectisch geheel , waar Soulwax (nog maar eens) aantoont dat ze met iets gaafs, origineels naar buiten komen , die een club-/radio- of culthit herbergt. Het is een heel divers verzamelalbum en te beluisteren soundtrack , die ook tracks bevat die minder met Soulwax te associëren zijn , o.m. de indie-electro/neosoul “The best thing” (Charlotte) , de swingende world trance  van Kursat 9000 (“Colde kutup ayisi”) of de sfeervolle pop tussen Beck-Air van Robert Vanderwiel (“Nine Thousand Eyes”) tot stevige, snoeiharde hardcore van Burning Phlegm, met Cavalera. En zo kan je verder in de muzikale rijkte slalommen van Soulwax op de soundtrack .
Het is duidelijk , hun elektrorock is uniek en intrigeert -  Een mooi concept - Soulwax rules (again)!

Explosions In The Sky

The wilderness

Geschreven door

Explosions In The Sky uit Texas zijn één van de belangrijkste pijlers van de postrock. Zichzelf uitvinden in het genre is geen evidentie , maar ze wisten hun sound te verbreden een paar jaar terug met akoestische instrumenten en elektronica , wat nog meer een filmisch concept en een soundtrack gevoel ademde.
Explosions In The Sky brengt op ‘The wilderness’ een toegankelijk, avontuurlijk geluid, filmisch , broeierig, dat het experiment niet schuwt , maar zich blijft richten op atmosferische klanken die de luisteraar langzaam in trance brengen.
De songs zijn wel een stuk korter dan we van de band gewoon zijn. De elektronica ,  piano , cello sluipen naar binnen, en de Texanen weten ons naar hogere oorden te doen wegdromen.
We noteren sfeerschepping in een nevelig decor , opbouwende, dwarrelende klanken door de glooiende, aanwakkerende gitaren  en de andere instrumentatie , een aanhoudende spanning, intensiteit te creëren, zonder echt effectief te exploderen .
Rustpunten zijn “Logic of a dream” , “Losing the light” en het afsluitende “Landing cliffs”.
Een gloed in atmosfeer, schoonheid en melodie. Explosions in the sky staat weer definitief aan de top van het genre!

Damien Jurado

Visions of us on the land

Geschreven door

Was de vorige cd ‘Brothers & Sisters of the Eternal Son’ (2014) kort , krachtig , goed , dan is deze hier met zijn ruim 50 minuten even goed , intens spannend . De uit Seattle afkomstige sing/songwriter is al vele jaren bezig , maar wist pas door te breken hier met ‘Maroqopa’ (2012), melancholiedjes ergens te situeren tussen Bonnie Prince Billy en de zacht aanpak van My Morning Jacket en Neil Young.
Hij ging opnieuw in zee met producer Richard Swift . We horen een sterke plaat , een afwisselende combinatie van sing/songwriting, rootscountry en 70s neopsychedelica . De songs zijn warm , sfeervol , ontroerend , intiem, lief, levendig en extravert . De songs raken door de mooie arrangementen en opbouw . We houden van de sing/songwriterpop van het kaliber Damien Jurado …

Chris Isaak

First Comes The Night

Geschreven door

‘First Comes the Night’ is het eerste album van Chris Isaak sinds hij in 2011 enkele klassiekers opgenomen in de Sun Studio’s verzamelde op zijn Beyond The Sun. Het was toen voor het eerst toen dat hij op plaat voluit de kaart trok van de sixties-iconen die hij altijd al een beetje in zich had en zijn favoriete nummers coverde van o.m. Elvis, Johnny Cash, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis.

Tot dan kenden we Isaak vooral als een ietwat mysterieuze misantroop met de looks van James Dean en een stem als een klok. Geen andere artiest kon eind jaren ’80, begin jaren ’90 met een knik in de stem en met zoveel pathos het Gebroken Hart verkondigen zonder dat het camp werd. Het typische geluid van gitarist James Calvin Wilsey had daarin een groot aandeel, net als de bijhorende muziekclips op MTV. Het leverde de Amerikaan met de (nog steeds aanwezige) vetkuif wereldbekendheid op met de singles “Blue Hotel”, “Wicked Game”, “Dancin’” en “Lie To Me”.

Dat wereldwijde succes duurde tot het album ‘Wicked Game’. Daarna kwam onverwacht het frivolere album ‘San Francisco Days’, waarna gitarist Wilsey vertrok en vervangen werd door Hershel Yatovitz. Isaak veranderde Isaak het geweer van schouder. De volgende platen stonden vol van weinigzeggende countryriedels, fletse rootsrock en hapklare popdeuntjes. Alvast in Europa deemsterde het succes van Chris Isaak langzaam weg, hoewel hij in Amerika nog steeds volle zalen trok.

Het nieuwe ‘First Comes the Night’ eet van twee walletjes. Zowat de helft van het album is retro-pop die zo lijkt weggelopen uit de sixties en bouwt dus voort op de periode van ‘San Francisco Days’ tot ‘Beyond The Sun’, terwijl de andere helft tot op zekere hoogte weer aansluit op de ‘Wicked Game’-albums. Het is eigenlijk alleen nog de twang van de gitaar van Wilsey die deze songs net dat tikje meer zou kunnen geven, al komt Yatovitz soms aardig in de buurt op o.m. titeltrack “First Comes The Night” en vooral op “Please Don’t Call”, waarin ook Isaak zijn stem mooi laat vibreren. Nog in het ‘Wicked Game’-kamp zitten het weemoedige “Reverie” en het zo mogelijk nog weemoedigere “Kiss Me Like A Stranger” en de swingende preek “Insects”. De andere helft, het ‘Sun’-kamp, wordt aangevoerd door o.m. de Johnny Cash-rip-off “Down In Flames” (Isaak’s versie van “Ring Of Fine”, zo u wil), het Orbison-achtige “Perfect Lover”, “Running Down The Road” (de jonge Elvis?) en voorts “Don’t Break My Heart” en de slappe ballad “The Way Things Really Are”. Twijfelgevallen zijn “Baby What You Want Me To Do” en “Dry Your Eyes”. Maar ook als het camp dreigt te worden, blijft er een zweem van kwaliteit over de nummers hangen. Die knik in Isaak’s stem maakt nog altijd veel goed.

Wie de versie met de bonus tracks koopt of downloadt krijgt er nog het mysterieuze “Some Days Are Harder Than The Rest”, het redelijke “The Girl That Broke My Heart” en drie overbodige liedjes uit het ‘Sun’-kamp bovenop.

Samengevat kan je ‘First Comes The Night’ nog het makkelijkst aanbevelen aan de oude fans, die er zeker hun gading in zullen vinden, en tegelijk als inleiding laten dienen voor wie deze crooner uit Californië nog moet of wil ontdekken. Meer voor ieder wat wils dan de terugkeer door de grote poort.

Cocaine Piss

The Dancer

Geschreven door

In januari werd Cocaine Piss reeds getipt als één van de bands die dit jaar zouden doorbreken. Live is dat alvast gelukt, met passages in bv. de Charlatan en op Ieperfest, Rock Herk en Dour. Ook in het buitenland en met name Nederland kijken ze uit naar dit viertal uit Luik. In het najaar volgt een Europese tournee.
Fans kijken dan ook reikhalzend uit naar het debuutalbum ‘The Dancer’ dat eind deze maand verschijnt. Zij kunnen alvast met een gerust hart het album aankopen: dankzij producer Steve Albini klinkt Cocaine Piss op ‘The Dancer’ net zoals ze live spelen: goor, snel, met veel energie en grofkorrelig.
De band is sterk verwant met de crust punk-scene uit Luik en speelt een soort vuile old-skool punk zoals de Dead Kennedys, Fugazi en The Damned, met een prominente rol voor de bas, met daarover het hoge stemmetje van zangeres Aurélie Poppins. Sterke stellingnames over gelijkheid tussen de geslachten zitten vaak verborgen onder een laagje malle humor. Zo zijn nummers als “Cosmic Bullshit”, “Shiny Pants of Black Speedo” veel maar dan enkel een gekke titel.
In de paar rustigere nummers, zoals titeltrack “The Dancer” of “Average Romance”, komen ze in de buurt van The Pixies (met Kim Deal op zang dan) of Equal Idiots.
‘The Dancer’ is als album een perfecte weerspiegeling van wat Cocaine Piss live brengt.  

Vicious Rumors

Concussion Protocol

Geschreven door

Vicious Rumors, een oudgediende in de wereld van de powermetal, heeft met ‘Concussion Protocol’ een nieuw album uit. Het is het eerste studio-album met Nederlander Nick Holleman achter de microfoon en de Sloveen Tilen Hudrap op bas. Die twee waren ook al te horen op de live-registratie ‘Live You To Death 2’, de neerslag van de tour die ze met de band deden in 2013, en die twee hebben de band duidelijk een nieuwe adem gegeven. Meer dan hun andere recente albums is ‘Concussion Protocol’ voor Vicious Rumors de terugkeer naar de hoogste regionen van de powermetal en laten ze veel jongere bands een poepje ruiken.

De jongste jaren is deze Amerikaanse powermetalband uitermate productief. Vicous Rumours startte reeds in 1979 in Los Angeles. Hoewel hun debuut ‘Soldiers of the Night’ en opvolger ‘Digital Dictator’ hen indertijd wereldwijd heel wat bijval opleverden, was het toch vooral in Europa dat hun optredens aansloegen, omdat hier meer fans zijn van het genre. De band kende heel wat bezettingswissels, zodat vandaag enkel nog gitarist Geoff Thorpe overblijft als lid van de originele line-up. Daarnaast is drummer Larry Howe er al bij van 1985. Ondanks het wisselen van de bezetting en van label, geven Thorpe en Howe niet op en blijven ze albums uitbrengen en optreden.

De eerste single van het nieuwe album is “Chasing The Priest” en gaat over hoe iedereen naar religie teruggrijpt als het einde van de wereld nabij is. Het is een catchy song die meer verwant heeft met het oudere werk van Vicious Rumors van hun meesterwerk ‘Digital Dictator’ dan met het recentere.

Titeltrack en opener “Concussion Protocol” is een welgemikte slag in het gezicht die meer aanleunt bij albums als “Razorback Killers” en “Electric Punishment”, terwijl Holleman op andere nummers dicht in de buurt komt van Carl Albert als zanger. Het toont hoe veelzijdig de nieuwe zanger is en ook dat Vicious Rumors niet voor één gat te vangen is.

Met “Chemical Slaves” wordt het tempo de hoogte ingetrokken zonder aan subtiliteit in te boeten. Hier toont Vicious Rumors dat ze nog steeds bij de beste powermetalbands ter wereld horen. Het drammerige “Victims Of A Digital World” haalt jammer genoeg een beetje de vaart uit de plaat, maar het blijft leuk om de gitaristen Geoff Thorpe en Thaen Rasmussen die knappe solo’s en rifjes te horen brengen. Het “Chasing the Priest” en “Last Of Our Kind”, met opnieuw Thorpe als uitblinker, gaat het tempo daarna opnieuw de hoogte in. Het hoge tempo wordt aangehouden op “1000 years”, met deze keer Holleman die zijn hele stembereik mag showen.

“Circle Of Secrets” is een powerballad die opnieuw de vaart wat uit het album lijkt te gaan halen, maar met een spetterende finale wordt nog heel wat goedgemaakt. “Take It Or Leave It”, de tweede single, schakelt opnieuw een versnelling hoger en heeft bovendien een goede meezingfactor. Dit nummer zal het zeker en vast goed doen op de festivals en op de zaalshows. Het nummer levert, net als “Every Blessing Is A Curse”, ook weer een mooi muzikaal duel op tussen Thorpe en Holleman. “Bastards” en afsluiter “Life For A Life” zijn dan weer meer heavy en thrashy, met zelfs een lichte grunt erbij.

Met “Concussion Protocol” toont Vicious Rumors dat ze nog een tijdje meekunnen met jongere powermetalbands als pakweg Sabaton, Powerwolf of Dyscordia. De band mag dan ‘oud’ zijn, hij is nog lang niet oud genoeg voor het rusthuis, en daar kunnen de fans alleen maar blij mee zijn.

Jean-Marie Aerts

Jean-Marie Aerts - Gitarist en producer met wereldfaam - “Oh la la la, Jean-Marie est magnifique!”

Geschreven door

Jean-Marie Aerts of afgekort JMX is een invloedrijk gitarist en producer. Hij speelde bij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud maar kreeg vooral bekendheid door zijn rol bij TC Matic en Arno. Als producer scoorde hij internationaal met de debuutplaat van Urban Dance Squad.

Harelbeke ‘84. Na een stomend concert van TC Matic plassen Jean-Marie en ik broederlijk naast elkaar tegen de haag. Plots zie ik het tourbusje richting Frankrijk vertrekken… zonder hun gitarist. Al multitaskend en met open rits loop ik de camionette achterna om dit duidelijk te maken.

Jean-Marie lacht. Hij herinnert zich het voorval niet maar wel het concert. Dat was de ‘Choco’-tournee met Nacht und Nebel als voorprogramma. Tijdens de nachtelijke rit kwam bassist Ferre Baelen met de verzuchting dat hij uit de groep wilde stappen.

Als opwarmer: je bent van Zeebrugge. Kom je er soms?
Ik woon nu in Brabant en ga zelden naar de kust. Toegegeven, ik mis de zeelucht. Ik heb er nog contact met een goede kameraad.

Je vader was arts en je hebt ooit doktersstudies aangevat.
Aan de univ in Gent. Dat was totaal niks voor mij. Ik ben gestopt en verhuisd naar Brussel. Chance voor de mensen (lacht).

Midden jaren ’70 ging je de baan op met Raymond & Bien Servi. Heb je nog contact met je collega’s?
Mich Verbelen en Stoy Stoffelen kwamen onlangs naar een try-out. In Bien Servi verving Raymond me door Jean Blaute. De cirkel is rond, nietwaar. Jean zie ik geregeld.

Eind jaren ’70 speelde je bij Johan Verminnen. Was de overstap naar TC Matic een sprong in het ongewisse?
Ik had de groep gezien toen Paul Couter er nog bij was met Serge Feys al aan de toetsen. De band pakte me. Couter had er genoeg van. Bij hen voelde ik me als een vis in het water. Ik speelde bij Verminnen tot hij een nieuwe gitarist vond: Eric Melaerts. Voilà, de cirkel is opnieuw rond.
Begin ’80 ging de bal bij TC Matic stilaan aan het rollen met de dubbele single White rhythm opgenomen in Londen. Er was geen enkele platenfirma die ons wilde tekenen wegens oncommercieel. Onze toenmalige manager heeft dan zelf een label opgericht: Parsley (peterselie).

TC Matic heeft meer invloed op mij gehad dan The Beatles. Op welke van de vier TC Matic platen ben je het meest trots?
Het derde album: Choco. We waren uitstekend op elkaar ingespeeld en verlegden grenzen. Mijn favoriete nummer is Being somebody else.
De daaropvolgende cd Yé Yé leverde, afgezien van de single Elle adore le noir, leverde niet het gewenste resultaat op. We waren wat verward de productie door Howard Gray (Apollo 440). Hou er rekening mee dat het digitale tijdperk nog niet bestond. Welke nummers ervan hoor jij graag?
Afgezien van de single ben ik zot van Act like a dog en Get wet.

Choco
is de favoriet van Piet Goddaer (Ozark Henry). Alain Tant, zanger van Luna Twist, is verknocht aan je gitaarpartij op de single Willie.
(Hoorbaar tevreden) Ook Patrick Riguelle is te vinden voor de gitaar op Willie. Patrick en ik hebben later samen die single live gespeeld. Er zitten verschillende lijnen in het gitaarspel.

Waarom brak TC Matic internationaal niet door?
Ik vind dat we wel doorbraken. We toerden veel in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië… Een ervaren management op dat vlak bestond hier nog niet. Via een Engels agency deden we het voorprogramma van Simple Minds. PIL, de groep rond Johnny Rotten, was geïnteresseerd. Die haakten af omdat ze wellicht bang waren dat we hen naar huis zouden spelen.

Heb je nog contact met je TC Matic buddies?
Het meest met Rudy. We bellen wekelijks om bij te kletsen. Hij drumt nog iedere dag om zijn vorm te behouden. Ik zou begot niet weten waar Ferre uithangt. Met Serge sprak ik onlangs over het gebruik van muziek door Telenet. Met Arno heb ik niet veel contact. Ik kwam hem laatst tegen in 2009 op Theater Aan Zee. Hij was curator en ik mocht er spelen. But, no hard feelings.

Kan je leven van de royalties? Ik denk aan Putain putain, Elle adore le noir, Bathroom singer…
Je krijgt enerzijds royalties op de platenverkoop. Verwaarloosbaar vandaag. Je hebt anderzijds de auteursrechten omdat je iets geschreven hebt. Dat is oké. Daarmee word je niet rijk maar overleef je.

Hoe omschrijf je een producer?
Hij is verantwoordelijk voor het eindresultaat. Hij let op de performance van de groep. Hij zorgt dat er binnen het budget gebleven wordt. Hij moet plannen en problemen oplossen. George Martin, de vijfde Beatle, was zelfs meer dan een producer. Daarnaast was hij een begenadigd arrangeur.
Mijn belangrijkste productiewerk was ontegensprekelijk de debuut-lp van Urban Dance Squad. Dat was nu eens een superplaat. Er werd een stap gezet in de toekomst. Mental floss for the globe had een impact op de muziekwereld. Het nummer Deeper Shade of Soul werd een hit in Europa en Amerika. Hun crossover was een originele combinatie van rockmuzikanten met een rapper en een dj. Een frisse mix van hip hop, heavy metal, funk en soul. De lp won een Edison Award en werd door muziekblad Oor uitgeroepen tot beste Nederlandse album ooit. Omdat ze het eerst waren, had de plaat en de groep zonder twijfel een belangrijke invloed op Red Hot Chili Peppers en Rage Against The Machine. Ik ben nog altijd apetrots op mijn bijdrage.

In mijn top drie van jouw producties staan Sit On It van Big Bill, Concorde van Jo Lemaire en The Ship van Luc Van Acker.
Ik ben blij dat je Big Bill vermeldt. De plaat werd opgenomen in de befaamde Matrix Studio in Londen. Het titelnummer heeft een opgewekte reggae vibe. In het achtergrondkoortje zaten Liza Strike en Barry St.-John. Niet van de minste want ze verzorgden de background vocals op Dark Side of the Moon van Pink Floyd.
Vandaag is een productie moeilijk geworden. Er zijn geen budgetten meer. Nochtans heb je een goeie opname nodig. Ik erger me dood aan het ineenstorten van de cd-markt. Mensen betalen niet meer voor muziek. Bij de bakker betaal je toch je brood. Spotify is een oneerlijk systeem omdat de rechten belachelijk laag zijn. Gelukkig is de vinylmarkt aan een heropleving toe hoewel dat niet veel voorstelt. De klank is tenminste fantastisch.

Over naar de gitaristen.
Degene die me het meest beïnvloedde, was Jan Akkerman. Simpel, ik kon die man aan het werk zien. Een eigenaardig karakter, tot daar aan toe. In ‘73 werd hij door de lezers van het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Nota bene vóór Eric Clapton en Jimmy Page. Hij is niet alleen een technisch hoogstaande gitarist, maar ook eentje die blijft experimenteren met zowel apparatuur als spel.
Eric Clapton ten tijde van Cream vond ik straf. En natuurlijk het natuurwonder Jimi Hendrix. Niet alleen zijn gitaarspel, maar hoe hij een nummer maakte, hoe hij zong, zijn presence… De lp Electric Ladyland, da’s verplichte kost.
Verzamel je gitaren?
Dat is een misvatting. Ik bezit in totaal 13 stuks, waarvan 3 akoestische met nylon snaren, 2 bassen en 8 elektrische gitaren. Vroeger was zo’n instrument betaalbaar.

Naar het schijnt staat je versterker altijd op het maximum.
Dat is een andere miskleun. In mijn beginperiode had ik een kleine Fender versterker. Die moest je wel opengooien. Bij TC Matic stond mijn versterker maximum drie kwart open. Ik had wel extra speakers en veel pedalen. Dat zorgde voor power. Ik kan gerust tegenspreken dat ik last zou hebben van doofheid.

Wat is het grootste compliment dat je kreeg?
Je gelooft me niet: als de mensen ‘dank je’ zeggen na een optreden.

Hoe ben je bij Blaute & Melaerts geraakt?
In 2012 werd ik door Jean en Eric gevraagd bij Jazz Bilzen Tribute. Het klikte meteen. We repeteren in de living van Jean. Het is waarlijk een plezier om samen muziek te maken. Daarvoor doe je het. Het zijn aangename heren. We respecteren elkaar. We hebben een paar try-outs achter de rug. We amuseren ons en we worden beter en beter.

Ah ja, de beste Nederlandstalige song? Terug naar De Kust van Maggie McNeal. Ik word iedere maal week als ik het nummer hoor. Dat zijn mijn roots, zeker?

De topgitaristen Blaute, Melaerts en Aerts spelen in Gistel. Gelukkig staat er geen taxushaag aan de achterkant van de Zomerloos. De tijden gaan erop vooruit want er zijn voldoende toiletten backstage. Geen enkele muzikant zal het busje missen.

Bestaat toeval? Toen ik een paar dagen geleden een bericht op Facebook postte dat ik Jean-Marie Aerts geïnterviewd had, gebruikte ik het Oh La La La hoesje. Ik kreeg onverwacht volgend bericht: “De single hoes van Oh La La La heb ik in Berlijn gebricoleerd. Ik woonde er toen in met mijn ex. We waren naar een 3D-film gaan kijken, vandaar het idee. Achteraan staat een zwart-wit zelfportret van ons tweeën met brilletje op. Letters uit de Berliner Zeitung geknipt, logo getekend in Chinese inkt en klaar, 1981.” Danny Willems (fotograaf en Arno’s beste vriend)

Interview Dirk Ghys

Wat                concert Jean Blaute, Eric Melaerts & Jean-Marie Aerts
Wanneer        zaterdag 5 november – 20u
Locatie           cc Zomerloos Gistel
Info                059 27 98 71, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Toegang         € 15 – caféstijl

Leffingeleuren 2016 – van 9 t/m 11 september 2016 - Overzicht van het driedaags festival - Drie dagen feest voor de muzikale avonturier

Leffingeleuren mocht dit jaar veertig kaarsjes uitblazen, proficiat!, maar misschien nog belangrijker : dit was de tweede editie in de afgeslankte versie en ook dit jaar bleek dit de meest geknipte formule voor het festival. Het was bij momenten echt op de koppen lopen in het centrum van Leffinge voor het gratis gedeelte van het festival met zijn talloze dj’s, foodtrucks, kinder- en straatanimatie en het ‘Buskerstreet’ podium waar jonge artiesten hun ding mochten doen. Binnen (in de zaal, de kapel of het café) was het minder druk. Soms iets te weinig volk maar dat had dan weer het voordeel dat je als bezoeker altijd alles zonder problemen vanuit een comfortabele positie kon beleven.

dag 1 – vrijdag 9 september 2016
Het parcours begon in de zaal met de tongbreker, Hypochristmutreefuzz. Net als hun naam al liet vermoeden is dit Gentse vijftal niet van één markt thuis. Het ene moment kregen we strakke noise te horen waarna ze enkele nummers later zowaar in (best genietbare) progrock verzeild geraakten. Naast de gekke stemmetjes van Ramses Van Den Heede stonden vooral de synths van Thijs Troch centraal en die zorgden toch wel voor wat gemengde gevoelens. Soms spuuglelijk een andere keer voor een aangenaam warme gloed zorgend. Nu nog iets te wisselvallig maar het potentieel is er. (Ollie)

In de Kapel (een houten constructie in de schaduw van de kerk) zag ik vervolgens de uiterst sympathieke Louis Berry uit Liverpool. Ik had nog nooit van deze voormalige kruimeldief, die via zijn gitaar terug op het juiste spoor belandde, gehoord, maar zijn eerste drie songs behoorden tot het beste wat er dit jaar op Leffingeleuren te rapen viel. Dave Edmunds op de thee bij The Streets, zoiets. Daarna spatte de droom jammerlijk uiteen met een afknapper van formaat, een wansmakelijke popsong die ik eerder vond thuishoren in een circus. Na die monumentale misser liet Louis met dat bijzonder smakelijke accent (“verstaan jullie mij? In Engeland niet!”) het tempo zakken en gaf de rock-‘n-rollgitaar van het begin niet thuis. Maar naar het einde toe kwam middels nummers als “Cocaine” en “Rebel” de magie toch nog onverhoopt terug. (Ollie)

De sympathieke Brit Louis Berry bracht een fris mengelpapje van strakke rock’n’roll, folk en britpop. Wij moesten af en toe denken aan Miles Kane en The Strypes. Berry zijn songs waren misschien niet echt onvergetelijk maar zijn enthousiasme en bij wijlen stevig rockende begeleidingsband maakten veel goed. Laat die kerel nog wat harder werken en iets origineler uit de hoek komen en we gaan er in de toekomst nog  van horen. (Sam)

In het café was het stilletjes genieten van de akoestische mijmeringen en de teergevoelige stem van singer/songwriter Christopher Paul Stelling. Geen sentimentele rijstpap maar wel fijne folkrocksongs voor bij het haardvuur. (Sam)

Eagulls uit Leeds zijn begonnen als een post-punk band maar daar bleef zo te horen niet veel van over. Wat was het dan wel? Een indrukwekkende, dicht geplamuurde eighties sound die ik nog enigszins te verteren vond maar de ellendig pathetische zang van George Mitchell die daar bovenop werd gesmeerd , joeg me de gordijnen in. In het beste geval hoorde je een vage echo van The Cure maar meestal riep dit bijzonder nare herinneringen op aan de new romantics, net nu ik dacht dat die verwaarloosbare stroming uit de jaren tachtig definitief uit mijn geheugen was verbannen. (Ollie)

Eagulls
is een bandje die wij twee jaar geleden meteen in de armen sloten dankzij dat driftige debuut en een kwiek live optreden ergens in een bouwvallig zaaltje aan de Gentse dokken. Toen wij de heren een jaartje later op Best Kept Secret aanschouwden was onze euforie meteen een heel stuk gekoeld. De band ontgoochelde er met een stel overwegend nieuwe en deprimerende songs waarin het tempo serieus was afgeremd. De driftige punkrock had plaats moeten ruimen voor lauwe en oppervlakkige post-rock. Dit voorspelde al niet veel goeds voor de nieuwe plaat en helaas kwamen die lauwe verwachtingen met ‘Ullages’ ook uit, het is de weergave van een band die zich verlaagd heeft tot tweederangs Cure klonen die geen treffelijke song meer weten bijeen te schrijven. Die lijn trok zich zoals we al vreesden ook door in hun overwegend slappe act in Leffinge die te vergelijken was met de dooie boel van op Best Kept Secret. Bovendien legde de band weinig of geen enthousiasme aan de dag en gaven ze de indruk er helemaal geen zin in te hebben. Een optreden voor in de vergeetput. Jammer. (Sam)

Thurston Moore, de man waarop iedereen zat te wachten, begon zijn set met een ellenlang, repetitief en minimalistisch stuk dat slechts weerspannig zijn schoonheid prijsgaf. Klassiek opgebouwde songs hoef je bij hem niet te zoeken, wel grillige en immer boeiende gitaarexcursies, hier en daar voorzien van een flard tekst die de eeuwig jong ogende Moore toch moest aflezen van een statief. Rond hem een erg solide band waarin weliswaar geen Steve Shelley, maar een mij onbekende drummer met verder de uitstekende bassiste Debbie Googe en zijn ideale sparringpartner op gitaar, James Sedwards. Samen construeerden ze een epische sound die af en toe gedemonteerd werd voor experimentele reflecties en die momenten waren, wat mij betreft, de mooiste van de set. Daarnaast bleef het nieuwe en stevige “Cease fire” het langst in mijn hersenpan nazinderen.

Thurston Moore heeft met het legendarische gitaarnoise gezelschap Sonic Youth serieus zijn stempel gedrukt op de alternatieve muziekscene. Na zijn scheiding van Kim Gordon werd definitief het doek neergelaten over Sonic Youth, maar de geest van deze invloedrijke band hangt meer dan ooit rond in de sound en de songs van Thurston Moore. Moore stak furieus van wal met “Forevermore” en “Speak To The Wild”, twee ongeslepen pareltjes uit die ruwe diamant ‘The Best Day’. Als vanouds scheurde hij met zijn uitmuntende band de songs middendoor en de gitaren mochten heerlijk uit drie bochten tegelijk vliegen om dan telkens weer op hun poten terecht te komen. Moore trakteerde ons ook op fantastisch nieuw werk, bloedende songs waar de geest van Sonic Youth nog heviger in doordrong. En natuurlijk liet het zinderende combo de gitaren af en toe eens fel uitbarsten in een galm van distortion en feedback, some things never change. Het voelde gewoon aan als een heuse geruststelling dat een zeer levendige Thurston Moore met een stel energieke en weerbarstige songs trouw is gebleven aan de stomende en gruizige sound die hij zelf heeft uitgevonden.
Sorry, Lee Ranaldo en Kim Gordon, maar we hebben jullie vanavond geen seconde gemist.
Sonic Youth is dood, leve Thurston Moore! (Sam)

Met “Solicitor returns” maakte Matthew Logan Vasquez (Austin, Texas) één van dé americana platen van het jaar en die kwam hij in het café voor bedroevend weinig volk voorstellen. Jammer want dit was één van de beste optredens van Leffingeleuren 2016. Nadat ze vooraf met een flinke teug Jack Daniels de kelen spoelden , ging het drietal furieus van start met een trits driftige rock-‘n-rollsongs waartussen ze ook nog eens treiterig een Nirvana nummer inzetten. Even vreesde ik voor een rommelig onderonsje maar mits wat rustiger nummers kwam de onmiskenbare klasse bovendrijven. En met een lang Neil Young-achtig epos en het withete “Everything I do is out” kreeg ik de krop nog helemaal in de keel. Matthew Logan Vasquez, onthoud die naam.

dag 2 – zaterdag 10 september 2016

Ooit al gehoord van Mahler? Vanaf nu mag je deze naam niet meer vergeten, want België heeft er duidelijk een pronkstuk van een band bij.  Ze wonnen eerder dit jaar Verse Vis en stonden dus op het podium van Leffingeleuren. Volledig terecht, deze band heeft hét! Dromerige synths, een melancholie in de stemmen en hier en daar wat psychedelica in hun gitaarspel. Mahler klinkt catchy én strak tegelijkertijd. Onbegrijpelijk dat deze band tijdens Humo’s Rock Rally niet verder is geraakt dan 1 ronde. O.m. “Bout to go down”, “In my Head” en “Sheria” (gekenmerkt van een heel aanstekelijk refrein) zijn nummers van formaat, om nog maar te zwijgen over al de rest. Even kort gezegd: Mahler weet hoe een goed popnummer in elkaar zit, nu is het enkel nog aan jou om die goede popnummers te ontdekken! (Kimberley)

Ontzettend benieuwd waren we dan weer naar de eerste show van Felix Pallas. De finalisten uit De Nieuwe Lichting 2015 besloten al hun oude nummers in de kast te steken en naar buiten te komen met volledig nieuw
materiaal. Eerste twee singles “Rakata” en “Curse” klonken al enorm veelbelovend en we kunnen je verzekeren dat ook de rest van de nummers absoluut niet teleurstellen. Felix Pallas is gegroeid, heeft eindelijk de juiste sound gevonden en staat er meer dan ooit. Elektronica vermengd met melancholie en twee stemmen die perfect op elkaar inspelen. Dansbare muziek waar je tegelijkertijd kan bij wegdromen … (Kimberley)

Mike Krol (Milwaukee, Wisconsin) won vorig jaar de Vera concertpoll en als je de lijst winnaars daarvan (Dead Moon, Jon Spencer Blues Explosion (2x), Godspeed You Black Emperor!,...) bekijkt wil dat toch wat zeggen. De politie-uniformen van dat concert toen in Groningen werd ingeruild voor iets wat nog het meest leek op een gevangenisplunje. En het moet gezegd : Mike Krol gaf zowat alles wat hij in zich had. Hij begaf zich voortdurend in het publiek, zo ver zijn microfoonkabel toeliet. Spurtjes lopend, rollend over de grond, niets was hem teveel en er viel altijd wel wat te beleven. Maar (je voelt het al komen) al die energie stond niet in verhouding met de veel te brave garagepop die we hoorden. Slecht was het niet maar had dit een stuk ruiger geklonken dan kwam ik waarschijnlijk superlatieven tekort terwijl het nu bij een goedkeurend hmm bleef. (Ollie)

De
Chileense Föllakzoid tapte vervolgens in de zaal uit een totaal ander vaatje. Soundscapes, vakkundig en geduldig met diverse lagen loops opgebouwd door gitarist Domingo Garcia-Huidobro en van aanstekelijke ritmes voorzien door bassist Juan Pablo Rodriguez en de wonderlijke drummer Diego Lorca. Bleef het eerste nummer nog wat teveel hangen in gepingel, tijdens nummers twee en drie steeg Föllakzoid boven zichzelf uit en werden we meegezogen in een hallucinante trip vol psychedelische gitaren, hypnotiserende en soms etnisch klinkende drums en een stuwende bas. Adembenemend! (Ollie)

De Chileense krautrockband Föllakzoid‘s laatste album “II
I” dateert van 2015 en werd enorm goed onthaald. Ook live staat deze band er , en is elke show een hele sensatie om naar te kijken. Zowel nummers uit hun gelijknamig album ‘Föllakzoid’ als uit hun album “II” en “III” werden gespeeld. Ingrediënten voor hun muziek zijn hedendaagse elektronische muziek, de kraut en industrial-nalatenschap van Neu!, Kraftwerk en Can met daarbij antieke ritmes vermengd. Terwijl deze band op plaat niet altijd overtuigt, waren wij nu wel razend enthousiast. Dikke bal! (Kimberley)

Vervolgens kon Night Beats (Seattle) in de Kapel niet over de gans lijn overtuigen. Nochtans weet niemand beter dan D. Lee Blackwell sixties garagerock te combineren met de recente psychedelicagolf. Zwetend als een rund maar halsstarrig weigerend zijn hoed af te zetten toverde hij als vanouds de meest wonderlijke klanken uit zijn gitaar. Alleen hadden sommige nummers iets te weinig om het lijf of bleven ze steken in de tonnen gruis die kwistig werd uitgestrooid. Maar wie hield van uit de bocht scheurende psych gitaren, die ondanks alle distortion stijlvol bleven klinken, kwam hier ruimschoots aan zijn trekken. (Ollie)

Soldier’s Heart is nog een artiest uit De Nieuwe Lichting die hier vanavond stond op Leffingeleuren. Ze brachten dit jaar hun debuutplaat ‘Night by Night’ uit, waarmee ze enorm overtuigden . Vrolijke dansbare popsongs die je een gelukkig gevoel geven. En ze hebben een sterke uitstraling. Sylvie Kreusch is een frontvrouw met veel charisma en een schattigheidsfactor. Nummers tijdens de set waren o.a. “New Housie”, eerste single “African Fire” en de onlangs uitgebrachte single “Savage”. Opnieuw werd duidelijk dat Soldier’s Heart een vrij ondergewaardeerde band is in België , ondanks ze deze zomer niet van de festivalweides weg te slaan waren. Hoog tijd om daar verandering in te brengen! (Kimberley)

Na Terakaft vorig jaar stond er opnieuw een Touareg bluesband op het programma in de Kapel. Imarhan komt uit Tamanrassee, een stad uit het zuiden van Algerije en met zijn vijven op één lijn geposteerd , brachten ze aanvankelijk erg gedreven desert blues met de gebruikelijke hypnotiserende gitaren en een opjuttende kalebas. Naarmate de set vorderde probeerden ze wat afwisseling in hun sound te smokkelen door er elementen uit de funk en zelfs hardrock aan toe te voegen. Nobele bedoelingen, helaas met minder gelukkige gevolgen. Gelukkig trok het overwegend vrouwelijk, dansende publiek zich niets aan van mijn randbemerkingen maar (voorlopig) kan Imarhan toch niet tippen aan een Terakaft, laat staan Tinariwen, bij wie ze familieleden in de rangen zouden hebben. (Ollie)

Deze mooie zaterdag eindigde voor mij  in het café met een waar splinterbommetje, genaamd Wooden Indian Burial Ground, een drietal uit Portland, Oregon. Waar ik eerder dit jaar hun motor nog hoorde sputteren op het Stellar Swamp Festival werd ik hier totaal van de sokken geblazen. Wat een heerlijke razernij was dit. De gitaar hoog op de borst gedragen vond Justin Fowler zijn inspiratie in zowel surf, psychedelica als garage- en punkrock terwijl hij zong als een Jello Biafra in acute ademnood. En dat aan een moordend tempo, opgejaagd door een onwaarschijnlijke drummer, Dan Galucki, die niet voor niets in de frontpositie had postgevat, en bassist Sam Farell, die zich ook al niet aan de snelheidsregels hield. Opgefokte rock-‘n-roll waar toch even het gaspedaal werd gelost voor een magistrale cover van “Dead moon night”, een eerbetoon aan stadsgenoten Dead Moon.
Toen alle nummers erdoor gejaagd waren en het publiek nog meer wou speelden ze dan maar “Fight for your right” van de Beastie Boys om het feestje compleet te maken. Na afloop diende de drummer even plat op de grond te gaan liggen wat zeker niet onbegrijpelijk was na zo’n inspanning. (Ollie)


dag 3 – zondag 11 september 2016 (Ollie)

Fysiek verval verhinderde me zondag om van het ene naar het andere podium te spurten. Toch miste ik de belangrijkste afspraken niet zoals Aidan Knight (Victoria, British Columbia, Canada) in de zaal. Goed voor intieme, herfstige indiepop, spaarzaam maar mooi ingekleurd door twee bandleden (drums en keys) en zijn eigen melancholisch klinkende gitaar. Na een poosje besloot hij om alleen verder te gaan wat me een stuk minder beviel. De man mag dan al vergeleken worden met Bill Callahan, zijn bijna fluisterende stem raakte nooit in diens buurt. Toen zijn twee begeleiders terugkwamen en het meisje een trompet bovenhaalde werd het opnieuw bijzonder mooi.

Op basis van hun laatste plaat die geproduced werd door tUnE-yArDs’ baas Merill Garbus waren mijn verwachtingen voor Sonny & The Sunsets niet bijster hoog. Wat research achteraf leerde me dat dit reeds zijn zesde LP was en vooral dat hij bij de vorige hand- en spandiensten had gekregen van onder meer John Dwyer (Thee Oh Sees) en San Francisco music scene veteraan Kelley Stoltz.
Het eerste nummer bleek een fausse queue maar daarna werd steeds meer duidelijk dat Sonny Smith verdomd goed wist een song in elkaar te knutselen. Meestal vond hij zijn inspiratie in een ver verleden (doowop bijvoorbeeld) maar wist daar dan telkens boeiende dingen mee te creëren. Meestal klonk hij als Jonathan Richman op valium, waar niets mis mee is. Jammer genoeg waren het niet alleen zijn songs die loom klonken, zelf bleek hij ook enorm traag en zelfs slaperig. Na ieder nummer moest hij telkens ontzettend lang zijn gitaar stemmen wat één keer zelfs totaal niet lukte en hij dan maar een andere pakte. Het haalde de vaart, als die er al was, totaal uit de set. Jammer!


De laatste plaat van Daniel Romano, ‘Mosey’, vond ik een stuk minder dan zijn vorige twee maar na zijn passage in Leffinge klinkt die plots veel beter. Is dit nu net niet de kracht van de allergrootsten om een plaat via optredens aan importantie te laten winnen? En dat Romano een grote is, laat niemand daaraan twijfelen. Weg is het countrykostuum, tegenwoordig houdt hij het bij een leren jekker. Hij opende de set, net als op de plaat, met het Mexicaans klinkende “Valerie Leon” om dan resoluut, met een stem die steeds verder richting Bob Dylan opschuift, de forse rock-‘n-rolltoer op te gaan. Het paste hem uitstekend. Ongeveer halverwege de set wisselde elk van de vijf groepsleden Oblivians-gewijs van instrument en klauterde Daniel Romano net als Greg Cartwright achter het drumstel. Na precies één noot nam iedereen zijn vertrouwde stek terug in zonder dat iemand ook maar een krimp gaf. Hilarisch en toen iemand even later riep “Tell us a story” antwoordde hij kurkdroog “I don’t speak English”.
Ja, het draait hem om de muziek bij Romano en voor de tweede helft betekende dat vooral een geheel eigen interpretatie van wat country zou kunnen zijn. Deze schitterende band zorgde voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren!


Na Aidan Knight en Daniel Romano probeerde ik nog een derde Canadese groep : July Talk uit Toronto. Maar dat bleek een verkeerde keuze. Terwijl de Australische singer-songwriter, Julia Jacklin, het café muisstil hield, zag ik een band proberen belegen seventiesrock nieuw leven in te blazen via een paringsdans tussen Peter Dreimanis en Leah Fay wat niet meteen lukte.

Daarna was het uitkijken naar The Tubs op het Buskerstreet podium. Wat is deze band de laatste jaren toch gegroeid! Van een sympathiek rommelig garagebandje naar een volwassen eigentijdse countryrockgroep. De groep tourde onlangs in de USA en dat heeft hen blijkbaar deugd gedaan. De band speelde strakker dan ooit en zanger Simon lijkt zich nu helemaal onttrokken te hebben aan zijn Daniel Johnston-status. Opvallend ook hoeveel prachtige songs, die zich stuk voor stuk kunnen meten met hun ‘Byrds’-cover “You ain’t going nowhere”, deze band heeft. En die werden erg aanstekelijk en opgesmukt met een lapsteel voor het voetlicht gegooid terwijl er naar het einde toe al eens een scheurende Neil Young gitaar tussen gemoffeld werd. Schitterende groep!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge  

Violent Femmes

We can do anything

Geschreven door

De carrière van deze indie/folky/garagerock’n’roll helden verloopt al dertig jaar hobbelig . Het ene jaar uit elkaar , dan terug bijeen, toeren ze of is er een slaande ruzie . Hun grootste hit “Blister in the sun” werd nog in een rechtszaak besmeurd door de tandem Gordon Gano en Brian Ritchie . Een geschil dat uiteindelijk bijeen werd gelegd .
Na de EP ‘Happy new year’ is er nu na zestien jaar een nieuwe plaat , ‘We can do anything’, die ‘Freak magnet’ opvolgt . De ingrediënten van de twee zijn nagenoeg hetzelfde gebleven, rauw melodieuze excentrieke rootspop , met een folky semi-akoestische inslag , dat vertrouwd, leuk , grappig , speels, luchtig , vitaal klinkt en komisch - tragisch is. We ervaren in de eenvoud en speelsheid een samenhorigheidsgevoel in het materiaal . We hotsen, botsen in de tien nummers , de eerste twee “Memory”, “I could be anything” hebben een Kermit/Muppet show gehalte , de daaropvolgende “Issues”, “Holy ghost” en “What you really means” klinken intens broeierig. Het tweede deel van de cd brengt de verschillende invalshoeken van stampen en ontroering samen , energiek en introspectief, knap in elkaar, maar iets minder scherp dan vroeger , wat de slotsom  maakt van een degelijke comeback! Violent Femmes straalt een eeuwige jeugdigheid uit …

Poliça

United crushers

Geschreven door

Poliça , uit Minneapolis, Minnesota , en rond Channy Leaneagh , neemt een apart plaatsje in. Ze zijn toe aan de derde cd en de combinatie van indie/electro/trippop is iets speciaals . De sound intrigeert , heeft een sfeervolle, donkere touch en wordt nog geïnjecteerd door die indringende, licht galmende , gepassioneerde zang van Channy Leaneagh. Een trippy concept, de songs zijn spannend, bezwerend, bedwelmend , betoverend, waaroverheen een paranoïde sluier wappert . “Lime habit” is een prachtige single , die de rest van de cd kenmerkt,  zalvend, gejaagd , met een lichte dreiging . Muzikaal hobbelig bochtenwerk. “Wedding” rockt en is extravert . De percussie,  keys en de toegevoegde geluidjes zorgen net voor een broeierige (ondraaglijke) groove en spanning.
Poliça biedt iets unieks . Het materiaal bengelt tussen droom en zwaarmoedigheid, tussen  introspectie en extravertie, dat verrassende wendingen ondergaat en handig wordt verruimd. Die afwisseling geeft kleur en emotie aan de songs. Fijn plaatje opnieuw!

Underworld

Barbara, Barbara , we face a shining future

Geschreven door

Het Britse Underworld houdt ons stevig vast met heerlijk genietbare trips, waar we meegevoerd en -gezogen worden op de repetitieve ritmiek , de geraffineerde opbouw , de tempowissels , de lichtvoetige elektronica van pompende en zalvende, trancy beats en de soundscapes waarover de zanglijnen zweven.
De doorbraakkiller ‘Dubnobasswithmyheadman’ en zijn opvolger ‘Second toughest in the infants’ plaatsten hen in de frontlinie van de Britse dance horden . Underworld gaf samen met o.m. Chemical Brothers en Prodigy de dance een gezicht . Het vaste duo Karl Hyde (zang) en Rick Smith (knoppenfreak) zijn nu al een paar jaar aangevuld met Darren Price.
Twintig jaar later , wisselend succes , en een rewind van hun doorbraak, dringt positivisme diep door, wat de nieuwe plaat ‘Barbara Barbara, we face a shining future’ , een beetje gekke, omslachtige titel, wenst uit te stralen. Meteen raak is het met die single “Exhale” , die ons acht minuten lang in zijn greep houdt . Je geniet , golft , zwalpt, danst , hotst heen en weer  met de armen in de lucht of in allerlei bewegingen op die intrigerende repetitieve, opbouwende ritmes en grooves . Ook het daaropvolgende “If rah” met een (mompelende) praatzang op z’n Mark E Smiths van The Fall zet de trend (rustig, sfeervol ) verder. De aangename trance, dub, technobeats, de dwarrelende gitaarloops en de zweverige , nasale (vocoder) vocals doen hun werk . World (hier op “Santiago cuatro”), ambientstukken en  lounge eisen hun plaatsje op. “Ova nova” en “Nylon strung” zijn meeslepende deephouse,  rustpunten, die melancholisch aanvoelen en een hemelse zangpartij omvatten.
Elk nummer heeft zo wel zijn verhaal en hangt tussen toegankelijkheid , avontuur en experiment. De clubsfeer, de huiselijkheid en samenhorigheid … Underworld heeft het als hun motto. Straf!

Crammerock 2016 op 2 & 3 september 2016 - Topeditie en topaffiche

Geschreven door

Crammerock 2016 op 2 & 3 september 2016 - Topeditie en topaffiche
Crammerock 2016
Festivalterrein
Stekene
2016-09-02 & 03
Lode Vanassche

In 1991 begon het sympathieke jeugdhuis Cramme met een niet onaardige affiche met onder andere Pitti Polak, ‘Happy doing nothing’. Een kwart eeuw later staat Crammerock op de Belgische festivallandkaart met alweer een editie van jewelste. Een slordige dertig duizend mensen konden met volle teugen genieten met een programmatie van jong tot oud. En dat was ook het publiek.

dag 1 – vrijdag 2 september 2016

De West-Vlamingen Ertebrekers wisten na een wat flauwe Noëmie Wolfs het Stekense publiek danig te begeesteren. Mensen vergeten maar al te vaak dat onze Filip Kowlier een muzikant pur sang is.

Daan
, die enkele jaren geleden met zijn typische metier kwam revanche nemen na een in de pers breed uitgesmeerd stom akkefietje, poogde dit met de nodige vingers in de neus over te doen. Althans, dat zou de bedoeling moeten zijn. Helaas de haring bakte niet en we konden eerder getuigen van een routinematig optreden waarin het vuur en het enthousiasme eerder een theelichtje was.

De immer verlegen Vanlaere van Admiral Freebee was duidelijk in zijn nopjes en bracht een dijk van een concert. Minder kan je niet verwachten als je weet dat we hier te maken hebben met een van dé singer-songwriters én performers van de lage landen en daarbuiten.  Superlatieven en woorden zullen steeds te kort schieten. Hoe moet ik nou in godsnaam een stomende goed opgebouwde set met als climax een weergaloze “Darkness” beschrijven waar we in één klap het beste van Mick Jagger, Neil Young, Bob Dylan en Zappa in één band zien en horen …

Bazart
moet het doen van de hype die ze willens nillens hebben gecreëerd. Zeer begeesterd, maar net niet overtuigend genoeg. Groei maar rustig en zeker verder.

The Black Box Revelation
: Vettige rock nog steeds op zoek naar variatie. Nu met twee heerlijke vocalistes. Al van hun derde brachten ze hun nieuwe “Warhorse”, een veelbelovend lekker nummer waar je voor of tegen bent. “Set Your Head on Fire”, “I Think I Like You”,  “We Never Wondered Why”, “Never Alone / Always Together”:  al hun werk werd  met de nodige drive en discipline door dit duo /quattro gebracht. Beklijvend en om Paternostersgewijs in te kaderen.

Madness -
Reeds dertig jaar geleden richtten Suggs en zijn eeuwige vriend Chas Madness op. Vandaag lijken ze nog geen haar veranderd en hebben ze nog niets van hun pluimen verloren. Het beloofde feest is er gekomen en was letterlijk waanzinnig, zodat we alweer een hoogtepunt kunnen inschrijven in de annalen van Crammerock. Je kan natuurlijk bedenken wat ze uiteindelijk met de jeugd van Stekene  te maken hebben, zoals Suggs zelf opmerkte, maar laat u zich daardoor niet hinderen. Deze verbreding werkt wel degelijk prima. Madness was niet te betrappen op zwakkere momenten en bleef er de pees op leggen, ook met minder bekende en recentere nummers die trouwens waardig naast hun hits konden staan

dag 2 – zaterdag 3 september 2016

Jeroen Camerlynck van De Fanfaar heeft zijn serieus ei gelegd met de zogezegd parodieuze metalband Fleddy Melculy. Er zit meer metal in zijn linkerteen dan alle Larsen van alle Metallica’s samen. Ironie met een serieuze sneer naar hoe het nu echt moet. Volgend jaar later te programmeren.

Els en Danny van Vive La Fête hebben zichzelf niet gerecycleerd, maar gewoon gedaan wat in hun naam staat. Een feest bouwen. De West-Vlamingen zijn niet alleen in het publiek, maar ook op het podium legio.

De jeugd van tegenwoordig
was ideaal voor de leeghoofdige jongeren in het publiek, vandaar de overvolle tent. Sorry, maar boodschappen tegenover jonge snaken a la ‘ik kom klaar, zie je het niet aan mijn bult in de broek’ enzovoorts , kan me geenszins bekoren.

Sx
heeft een of ander overtuigend charisma en  slaagt daar met de ietwat alternatieve set  uitstekend in. Hun radiohit “Gold” is een verborgen pareltje tussen de andere pareltjes geworden. En zo te zien aan het publiek geen parels voor de zwijnen. Sx zorgde voor een warme beklijvende set waar oud met veel nieuw werd afgewisseld. Stefanie en co slaagde er met verve erin om met hun esoterische-indiepop en trance te brengen en te houden. Ze ontpopte zich met haar elegante ravissante slangenbewegingen andermaal tot een opzwepende, creatieve en vooral lekkere frontvrouw.

Hooverphonic
is wat mij betreft dé revelatie van Crammerock. Als gewoonlijk weet Carlier zich te omringen met de beste muzikanten, terwijl hij zich heel discreet op het podium stelt zonder het centrum van de aandacht te willen zijn. Met twee uitstekende zangeressen, een aantal strijkers en een percussie van jewelste laat Hooverphonic de muziek spreken. Heerlijke reprises en nieuwe versies van hun klassiekers “Mad about you”  en “Jackie Cane”. Om nooit te vergeten.

Over The Kooks kunnen we kort zijn. Deze gerecycleerde boysband was goed voor de jeugd en goed voor wij ouderen. Konden we even pauzeren in de drukke programmatie.

Balthazar
legde op een been en met de vingers in de neus de boel gewoon plat. En dit na uitverkochte concerten in Parijs, Hamburg , Berlijn en in een recordtempo tweemaal verkochte AB ! De klank zat zo goed als perfect en we kregen een set om duimen en vingers van af te likken. Less is more als grootste troef en geen poeha of moeilijkdoenerij. Hopen muziek hebben die gasten mee!  Na opener “Deceny” passeerden onder andere “Leipzig” “Boatman”,  “Oldest”, “Looked” en “Blood” de revue. Definitief neergeknuppeld na de bisronde met “True”, “Sinking” ,”Claim”.
Balthazar weet als geen ander verschillende genres door elkaar te spelen en er heel gelaagd doch fantastisch twee en meer stemmen in harmonie erover te draperen. Intensiteit en speelplezier zoals het hoort. Terwijl ze nu even gaan pauzeren en zich verrijken met allerhande nevenprojecten. En ja, Patricia is de mooiste violiste die er rond loopt. Zou niet misstaan in een of ander Velvet Underground Tribute Band …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/crammerock-2016/
Organisatie: Crammerock, Stekene

Sony Music news – Zimmerman - I Don't Want It That Bad

Geschreven door

Sony Music news – Zimmerman - I Don't Want It That Bad
Artist:  Zimmerman
Title:    I Don't Want It That Bad
Label:  Sony Music Belgium
Total Tracks:   2

Ontdek de nieuwe single van Zimmerman: 'I Don't Want It That Bad'. 
I'll back off, if you want me to. Fall in love, if you want me to. I don't want it that bad.
In het nummer doet hij alsof hij iets niet echt zo heel graag wil, maar eigenlijk wil hij dat juist wel.
Zimmerman speelde afgelopen weekend op Into The Great Wide Open en aanstaande zondag kan je hem live zien op Leffingeleuren.
Zijn album 'The Afterglow' komt uit op 25 november.
Op 30 november staat hij in de AB en op 7 december in Paradiso, Amsterdam.
http://www.zimmermantheband.com/

Lucius

Good grief

Geschreven door

Een heel interessant bandje is Lucius , uit Brooklyn, NY afkomstig,  die in hun sound ‘van-alles-wat’ proeven, van folkpop tot popelektronica . De twee blonde zangeressen, Jess Wolfe en Holly Laessig zijn het gezicht en vocaal zijn ze onmiskenbaar verbonden met First Ait Kid, Haim en Tegan & Sara .
Gezwind gaan we door de plaat , innemend , sfeervol of gekenmerkt van catchy, stuwende ritmes door de electrogrooves. “Madness” zet de toon voor een heerlijk genietbare trip , een klankenspectrum in de 11 nummers (+ 6 bonus) .
Toegegeven, het materiaal is zeerzeker inwisselbaar, beetje dromerig , beetje dansbaar , maar het klinkt goed, aangenaam en lekker in het gehoor .

Lapsley

Long way home

Geschreven door

De Britse Holly Lapsley Fletcher aka Lapsley was één van de vele UK artiesten die in de shortlist stonden van het toonaangevende ‘BBC Sound of 2015’. Ook al werd ze toen getipt , ze nam na de EP ‘Understudy’ , de tijd te werken aan haar debuut en balanceert tussen sfeervolle, slepende electropop en dreampop . Songs met lichte, forsere beats & grooves , popgevoelig en dansbaar . We krijgen zeemzoete, indringende nummers van een talentrijke jonge dame , die ergens London Grammar , Bat For Lashes , Jessie Ware , Adele en Jamie xx doet opborrelen.
Die droompop wordt vooral verwezenlijkt door haar warme, neuzelende soulstem , en kwetsbaar klinkt ze als ze een paar songs op piano inzet . Haar etherisch materiaal is meer introspectief, voert ons mee en nestelt zich een weg door de zachtmoedige elektrotunes en indringende , kletterende elektronische  percussie .
Het zijn goede songs zondermeer met “Hurt me” en “Love is blind” voorop . Ze brengt voldoende afwisseling  in de sound . Overwegend zijn het sfeervolle tracks , een “Cliff”  scherpt het tempo aan , “Operator” heeft zelfs een disco tune en met “Station” gaat ze freefolky/beatbox toer op van Cocorosie .
Dit debuut zorgt ervoor dat ze definitief doorbreekt naar een breed publiek.

Nuria Graham

Bird eyes

Geschreven door

Een opkomend talent uit Barcelona is de sing/songschrijfster Nuria Graham . Net als bands Hinds, Mourn kwam de Catalaanse sterk voor de dag op Eurosonic . Tien songs die een etherisch psychedelisch klanktapijt vormen , omgeven van soundscapes + een vleugje trippop en haar indringende stem .
Het gitaarspel van de negentienjarige is bepalend , en de keys, piano bieden kleur en elan aan het materiaal . Het is alvast een goed plaatje , met een sound die duidelijk in de lift zit , zeker met een Lapsley in het achterhoofd .

Pukkelpop 2016 thru thee yes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2016 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2016
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2016-08-30

DAG 1, donderdag 18 augustus 2016

WARHAUS (Club, ***½)
Net op het moment dat de singles van Balthazar iets te licht verteerbaar begonnen te worden komt één van de frontmannen, Maarten Devoldere, op de proppen met het minder hapklare soloproject Warhaus waar ook zijn muse en Soldier’s Heart gezicht Sylvie Kreusch op de loonlijst staat. Kenners wijzen direct richting Gainsbourg, wij hoorden en zagen minstens evenveel Cave en Cohen die een snelcursus trompet hebben gevolgd.

ROBBING MILLIONS (Wablief?!, **½)
Dit Brusselse psychpop vijftal bulkt van de virtuositeit maar heeft nog wat moeite om een eigen muzikaal smoelwerk te smeden uit de erfenis van haar evidente inspiratiebronnen MGMT en Yeasayer. Oorwormen genre “Electric Feel” of “O.N.E.” liggen misschien wel binnen handbereik, maar zolang  deze sympathieke gasten zich door teveel bochten tegelijk willen wringen blijven ze een goed bewaard vaderlands geheim.

TWIN ATLANTIC (The Shelter, ***)
We lopen doorgaans in een wijde boog omheen stadionrockacts, maar de anthemische highland rock van deze vurige bende Glaswegians konden we wel smaken. Net als stadsgenoten Glasvegas spatten de ongebreidelde passie en het heilig vuur van het podium, maar wordt Het Grote Gebaar wijselijk achterwege gelaten.

FENCE (Wablief?!, ***)
Het Limburgse indiepop combo is alweer terug van even weggeweest, en speelde reeds voor de vierde keer een thuismatch op de weide van Kiewit. Leuke vaststelling is dat hun ongedwongen crossover van Big Star en Pavement nu een funky twist heeft meegekregen, wat perfect pastte bij de zomerse vibe die zich op dat moment van Pukkelpop meester maakte.

CAGE THE ELEPHANT (Club, ***½)
We lieten Wolfmother zonder dralen links liggen ten voordele van dit wilde classic rock gezelschap uit Kentucky, want we hebben nu eenmaal een boontje voor hun frontman Matt Shultz. Met de punch van een jonge Mick Jagger en een bronstige David Johansen loodste hij zijn makkers doorheen een stomende (maar door technische problemen jammerlijk ingekorte) set vol knipogen naar de Stones en 60ies Nuggets garagerock, met “In One Ear” als vetste hoogtepunt.

BLUES PILLS (The Shelter, **)
We hadden wel wat meer verwacht van deze trip met de teletijdsmachine naar 1970 toen zompige bluesrock en psychedelische trips de orde van de dag uitmaakten. Verder dan een belegen en ongeïnspireerd afkooksel van het origineel kwam dit Zweedse gezelschap niet, en het hielp ook al niet dat zangeres Elin Larsson zich drie kwartier lang de zangeres van Heart waande.

THE KILLS (Marquee, ***½)
“Doing It To Death” heet de puike nieuwe Kills single, en warempel, op het podium doen ze hét tegenwoordig zowaar met vier. De snaren van Jamie ‘Hotel’ Hince en de rits van Alison ‘VV’ Mossheart (of was het nu omgekeerd?) staan iets minder strak gespannen dan voorheen, maar de op een kale beat drijvende minimale garagerock van deze Brits-Amerikaanse tandem behoort hoe dan ook tot het fraaiste die de achterbuurten van de liefde te bieden hebben.

THE LAST SHADOW PUPPETS (Main Stage, ****)
Misschien was Pukkelpop 2016 wel de laatste kans ooit om dit uit de hand gelopen hobbyproject van twee Engelse Britpopsterren op een Belgisch podium te zien pronken. Ondanks het feit dat een kwieke Miles Kane, een lichtjes benevelde Alex Turner en hun orchestraal 60ies pop gevolg één lange aaneenschakeling van catchy radiohits uit hun mouw schudden bleef het publiek onbegrijpelijk op de achtergrond. Hét hoogtepunt van de set vloeide zelfs niet eens uit hun eigen pen: Kane nam tijdens The Fall’s indie classic “Totally Wired” het risico om in de huid te kruipen van de onnavolgbaar arrogante Mark E. Smith en kwam er nog mee ruimschoots mee weg ook.

FLYING HORSEMAN (Wablief?!, ***)
Muzikale duizendpoot Bert Dockx en zijn vijf makkers lokten verrassend weinig liefhebbers van donkere en innemende doomfolk naar de Belgen tent. Wie zich ooit afvroeg hoe een kruisbestuiving tussen Woven Hand en Mogwai unplugged zou klinken moest hier op de afspraak zijn.

BATTLES (Club, ****)
Volgens Ian Williams, woordvoerder en gitarist/keyboardspeler van dit gezaghebbende Amerikaanse mathrock gezelschap waren hij en zijn twee maats maar wat blij dat ze eindelijk hun noodgedwongen forfait voor de dramatische PP editie van 2011 konden goedmaken. Voortgestuwd door de manische drumkunstjes van ex-Helmet tempobeul John Stanier kreeg het trio de tent langzaam maar zeker onder hypnose, en ook dit keer bleek een epische uitvoering van de postmoderne krautrock evergreen “Atlas” de absolute sterkhouder van de show.

BLOC PARTY (Marquee, ***½)
De bende van een fel aangekomen Kele hinkt tegenwoordig op twee benen. Wanneer uit de eerste twee albums wordt geciteerd sturen de Londenaars, zelfs met een nieuwe ritmesectie in de rangen, de nieuwe generatie Engelse gitaargroepjes zonder pardon huiswaarts met hitsige postpunk projectielen als “Hunting For Witches” en “Helicopter”. Bij het aanboren van recent materiaal bleek de band echter nauwelijks meer dan een schaduw van zichzelf. Vastroesten in het lucratieve golden years circuit of zelfontbranding, we zien momenteel weinig andere opties voor Bloc Party v2.0.

MASTODON (The Shelter, **½)
We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de Amerikaanse metalveteranen niet echt veel zin hadden om op de eerste festivaldag de luidste tent in Kiewit te sluiten. Qua demonstratie van hun gitaartechnisch vernuft en het aantal duizelingwekkende stemmingswisselingen tussen metal, hardcore en hardrock kon deze show uiteraard wel tellen, alleen leken de zware jongens uit Atlanta deze keer niet te beseffen dat een beetje publieksinteractie nooit kwaad kan.

DAG 2, vrijdag 19 augustus 2016

AMONGSTER (Club, ***½)
Ernstige mensen die op zoek waren naar ernstige muziek konden na een stevige ochtendkoffie al meteen terecht bij deze voormalige laureaten van De Nieuwe Lichting. Hun eigen muzikaal smoelwerk danken ze vooral aan de rauwe doorleefde Americana strot van frontman Thomas Oosterlynck  waarover ijle emotronica is uitgestrooid. Wie nog meer tegengif wil innemen tegen de alomtegenwoordige FFF (‘fake feelgood factor’) kan in het najaar terecht in de AB voor de debuut release show.

BEATY HEART (Lift, ***)
Dit piepjong Zuid-Londens trio haalde de meest poppy momenten van Vampire Weekend en euh... de meest toegankelijke momenten van Animal Collective door de mangel en brouwde er op het nieuwe kleinste podium van PP een zomerse electropop cocktail mee.

CASPIAN (The Shelter, ***½)
Wie de driedubbele gitaarmuur van dit gitzwarte vijftal uit Massachusetts  trotseerde kreeg een stevige portie epische post-rock als beloning. Liefhebbers van Explosions In The Sky en Mogwai hoorden hier op de afspraak te zijn.

HYPOCHRISTMUTREEFUZZ (Wablief?!, ***)
Na de éénmalige reunie van Evil Superstars vorig jaar staan de potentiële troonopvolgers al te trappelen van ongeduld. Meer zelfs, naast ongeschoren blueslicks en knetterende electronica gooien deze vijf tegendraadse Gentenaars ook nog een portie rap en hiphop in de mix. Muzikaal zat alles dus wel lekker averechts in elkaar, een geniaal gestoorde frontman lijkt dan ook het enige wat nog ontbreekt om in de voetsporen van Mauro & co te treden.

SHOW ME THE BODY (Lift, ***½)
Master of ceremony Ayco Duyster had ons een venijnig DIY groepje uit The Big Apple beloofd, en daar bleek geen wood van gelogen. Laverend tussen de primitieve hardcore van Minor Threat en Black Flag en de virtuoze cross-over metal van 24-7 Spyz en Prong verkocht dit trio ons een lekkere  oplawaai die nog lang zal blijven nazinderen. De scheldtirades en agressieve provocaties van frontman Julian Cashwan Pratt, die nota bene de gitaar had ingeruild voor een minstens even luidruchtige banjo, namen we met de glimlach op de lippen en pretoogjes in ontvangst.

GOGO PENGUIN (Club, ****)
Jazz: er is tegenwoordig echt geen ontkomen meer aan en dat hebben Chokri en Eppo maar al te goed begrepen. Temidden een horde hippe jazzcats zagen we dit ronduit virtuoze instrumentale trio uit Manchester alle clichés van het genre wegblazen: dit was tegelijkertijd opwindend, groovy en begeesterend, en kwam bij momenten zelfs aardig in de buurt van wat vooraanstaande labels als Mo’Wax en Ninja Tune tijdens de 90ies in de aanbieding hadden. Laat St. Germain hier een beat onderzetten en je krijgt niets minder dan een wereldgroep.

AMBER ARCADES (Lift, ***½)
Door het forfait van Blaue Blume kreeg dit jongste snoepje van de Nederlandse indiescene alsnog een een stekje op een festival onder de Moerdijk. De afwisseling van dromerige gitaarliedjes à la The Sundays en lichtvoetige shoegazepop uit de hoogdagen van Lush goot lekker binnen, ook al lieten we ons soms nodeloos afleiden door de ontwapenende verschijning van het frele frontmeisje Annelotte de Graaf. En ja, naast de juiste looks helpt het natuurlijk wel dat je zonder blozen wegkomt met een remake van Nick Drake’s “Which Will”.

SLEAFORD MODS (Club, ****)
De oerprincipes van punk worden door Sleaford Mods strikt nageleefd: deftig kunnen zingen of spelen zijn geen must, maatschappij kritiek spuien en provoceren zijn dat wel. Qua afspiegeling van de maatschappij kan de muzikale act van de Britten ook wel tellen: terwijl woordvoerder Jason Williamson  met een soort ‘spoken word on speed’  zich in het zweet vloekt staat zijn kornuit Andrew Robert Lindsay Fearn te niksen achter een laptop die repetitieve loops uitbraakt. Punk is 40 jaar jong en, getuige de set van dit onnavolgbare Britse duo, allesbehalve dood!

LOCAL NATIVES (Club, ***½)
Door de plotse stuiptrekking van de hemelsluizen liep de Club tent wel heel erg snel vol voor de zonovergoten close-harmony crossover pop van dit Californische vijftal. Er staan inmiddels drie albums op de teller, waarbij elke nieuwe schijf telkens een beetje minder interessant klinkt dan z’n voorganger. Live is er gelukkig weinig te merken van die muzikale bloedarmoede en klinken Local Natives als de ontstuimige achterneefjes van Fleet Foxes die zich te goed doen aan een batterij percussie instrumenten.

DOUBLE VETERANS (Wablief?!, ****)
Een nieuw jaar, dus een nieuw  groepje voor Lee ‘zoon van Guy’ Swinnen. Het feit dat debuutschijf ‘Spaceage Voyeurism’ zowat gans het voorjaar in onze stereo kampeerde creëerde hoge verwachtingen, en die werden oorverdovend ingelost. Toegegeven, in essentie plundert dit explosieve trio zowat de helft van de Nuggets catalogus, maar daar tegenover staan jeugdige branie en een lichtontvlambare podium presence die van Double Veterans één van de beste (garage)rockbandjes van het moment maken.

NOEL GALLAGHER’S HIGH FLYING BIRDS (Main Stage, ****)
Noel Gallagher had duidelijk z’n dagje niet: de Mancunian was niet arrogant, het aantal keer dat ‘fookin’’ in zijn bindteksten opdook was op één hand te tellen én hij trakteerde op drie Oasis evergreens waarvan het traditionele afsluitende anthem “Don’t Look Back In Anger” ons zowaar kippenvel bezorgde. Alleen dat complimentje aan het adres van de ferm over het paard getilde grootverdiener Kevin De Bruyne was er ver over, maar voor de rest was dit een onverwacht uurtje uiterst genietbare classic rock.

RÓISÍN MURPHY (Marquee, **½)
De doortocht van de Ierse disco diva Murphy was er één van te weinig pieken en te veel dalen. Dat het voormalige uithangbord van Moloko evenveel heeft met muziek als met mode wisten we al, maar een stuk of 20 keer van outfit veranderen op een uur tijd was misschien wel wat teveel van het goede. Die grote verkleedparade haalde onnodig de ‘flow’ uit haar show die soms wat te veel op een aaneenschakeling van half uitgewerkte ideeën leek. La Murphy wil duidelijk op een avontuurlijke manier de toekomst in zonder haar verleden zielloos te herkauwen, getuige de toch wel geniale banjo versie van “Overpowered”.

SOPHIA (Club, ****)
Na 7 jaren zonder enig teken van leven kwam Robin Proper-Sheppard opnieuw bewijzen waarom hij één van onze favoriete treurwilgen is. Hier stond een herboren coryfee uit de 90ies te blinken die naast wat nieuwe nummers ook, zoals hij ze zelf zo treffend omschreef,  een trits oldskool rock & sad songs op de setlist had staan. Met twee extra gitaristen in de rangen moet dit trouwens zowat de meest heavy reïncarnatie van Sophia zijn, waardoor zelfs breekbare Duyster pareltjes als “So Slow” en “Bastards” klonken alsof ze door The God Machine werden gehaald.

WHITNEY (Lift, ****)
Als één van de hipste bands van het moment wordt deze bonte bende uit Chicago nu zowat de helft van de aardkloot rondgevlogen ter promotie van ‘Light Upon The Lake’, een onvervalst breakup album vermomd als een luchtige verzameling zomerse meefluitliedjes dat steeds uitdrukkelijker solliciteert naar de top van de eindejaarslijstjes. De zingende frontman Julien Ehrlich loodste zijn vijf metgezellen doorheen een ongedwongen uurtje jazzy close-harmony pop met de nodige knipogen naar ex-bands van sommige groepsleden (Smith Westerns en Unknown Mortal Orchestra) maar ook naar 60ies helden als The Lovin’ Spoonful en The Zombies. Als deze indiekids zich niet al te rijkelijk gaan laven aan allerhande pills en thrills dan duurt deze triomftocht van het pure popliedje wellicht nog tot Rock Werchter 2017.

THEE OH SEES (Club, *****)
Ze zijn uiterst dun gezaaid, zo van die gigs waarvoor je achteraf wierook en superlatieven te kort komt om de adrenaline kick van het moment in woorden te vatten. Wie even na 1u ’s nachts de Club tent binnen strompelde gets the picture. Het vanuit San Francisco opererende psychedelische garagerock gezelschap Thee Oh Sees grijpt terug naar de primaire essentie van rock’n’roll: snoeihard, rauw en vol overgave raasden de heren als een ontspoorde pletwals over alles en iedereen heen. De motor achter die pletwals bestond uit twee synchroon meppende drummers die op aangeven van de manische frontman John Dwyer zich de ziel uit het lijf speelden. Hoezo, rock = dood & begraven? Koop of steel een plaat van Thee Oh Sees en u wordt met sprekend gemak van het tegendeel overtuigd.

DAG 3, zaterdag 20 augustus 2016

ANDRÉ BRASSEUR & BAND (Marquee, ***½)
Met dank aan Belpop kenner Jan ‘De Dikke’ Delvaux is onze vaderlandse Hammond maestro terug hip en mocht de veteraan met 76 lentes op de teller eindelijk debuteren op Pukkelpop. Vergezeld van een vijfkoppige begeleidingsband, met o.a. Mens drummer Dirk Jans in de rangen, kwam de man bewijzen dat hij naast veredelde kermisdeuntjes genre “Early Bird” ook een flinke brok acid jazz avant la lettre uit zijn orgel heeft geschud. Brasseur zelf genoot met volle teugen: ‘Vous êtes for-mi-da-ble!’. Van ons krijgt ie een 10 voor sfeer en gezelligheid.

VANT (Main Stage, ***)
Je bent als Engels groepje niet slecht bezig wanneer het tweede optreden op Belgische bodem al meteen op het hoofdpodium van PP blijkt door te gaan. We hoorden een flard sympathieke punkpop uit de back catalogue van Ash afgewisseld met rammelige indie uit dezelfde goot waar The Libertines ooit zijn aangespoeld, maar echt vonken deed het nooit.

WARHOLA (Castello, ***)
Sinds hun gouden plak op de Rock Rally editie ’14 heeft dit hippe vijftal in alle stilte de intussen alom beproefde dubstep formule van James Blake flink bijgeschaafd door nog meer ruimte te geven aan pathos en melodrama. Het voorlopige eindresultaat begint wel steeds meer naar Oscar & The Wolf te ruiken: een commercieel gunstig vooruitzicht heet zoiets.

ARBEID ADELT! (Wablief?!, ****)
Wie twijfelt aan de houdbaarheidsdatum van de avant-garde electro die het kolderieke trio sinds de prille 80ies uit haar mouw schudt kunnen we meteen gerust stellen: Ze Staan (nog steeds) Scherp! De gevatte woordspelletjes van de immer kwieke Marcel Vanthilt (‘Het systeem werkt op mijn systeem’, iemand?), de verschroeiende industrial noise injecties van enfant-terrible-op-leeftijd Luc Van Acker en de wulpse sax van Jan Vanroelen: het blijven beproefde ingrediënten van één van de weinig nog actieve eerste generatie Belpop bands. We starten nu al een nieuwe petitie voor hun generatie- en geestesgenoten: graag Aroma di Amore op PP ’17!

KING GIZZARD & THE LIZARD WIZARD (Club, ****)
Wie Tame Impala’s transitie van beloftevol psychedelisch rockbandje tot discopop supersterren met lede ogen heeft aanzien kan voortaan terecht bij deze landgenoten die vooralsnog geen ambitie hebben om radiovriendelijke 3’ popsongs uit te braken. Wel integendeel, de set van deze 7 virtuoze Aussies -inclusief twee drummers naar het voorbeeld van hun geestesgenoten Thee Oh Sees- leek meer op één lange jamsessie volgestouwd met geschifte tempoversnellingen en dito stemvervormingen. Tiens, de platen van Jethro Tull lijken plotsklaps niet meer zo oubollig.

GRANDADDY (Marquee, ****)
Onze Californische antihelden herhaalden hun truukje van PP editie 2012: zonder nieuwe plaat op zak toch maar weer lekker de Marquee doen vollopen voor een uurtje indiegeschiedenis. Wel nieuw leken ons de visuals waarin de groeipijnen van onze aardkloot zoals overconsumptie en overbevolking met de nodige ironie werden aangekaart. Geen enkele andere groep heeft zich met succes gewaagd aan de onwaarschijnlijke crossover tussen ELO en Neil Young, wat meteen ook de blijvende populariteit van Jason Lytle & diens mannen met baarden en/of baseball petten verklaard.

ERTEBREKERS (Wablief?!, ***½)
Als oangespoelde West-Vloaming móestn wulder vaneigens efkes passeern voorbie de veur de geleegenteid tot ‘Otel’ ommegebouwde Belgentente. En die zot hjèlehans vul, want da nie groepke va die drie giestiggoards mee Fluppe Kowlier es redelijk populeir ant komn. Uuk al waster in geel den omtrek gien Zjei of Oallkarre te bekenn, we vonden wieder die Westvloamse nummerkes geweunweg skitterend. Tot 'n noaste kji!

LCD SOUNDSYSTEM (Main Stage, ****½)
James Murphy & co verklaarden zichzelf in 2011 nog dood en begraven, maar tekenden toch maar lekker voor de meest welgekomen muzikale verrijzenis van PP16. Een pak jaren zijn intussen verstreken, maar toch doen de New Yorkers hun naam nog steeds alle eer aan door te zweren bij analoge apparatuur. Verscholen tussen een indrukwekkend aantal vierkante meter vintage synths leek de groep zich dan ook eerder in een opnamestudio dan op een festivalpodium te bevinden. Anderhalf uur lang regeerde een onweerstaanbare punkfunk groove over Kiewit, maar omwille van een te lage aai- en herkenbaarheidsfactor resulteerde dat jammer genoeg niet in een massaal dansfeestje.

TAXIWARS (Wablief?!, ***½)
Tom Barman heeft al menige tent mogen sluiten op PP, dit keer kreeg hij het gezelschap van drie jazz cats met wie hij onlangs een tweede schijf inblikte als TaxiWars. De hyperkinetische zegzang van de Antwerpse veteraan en de bijwijlen funky late nite groove van zijn virtuoze maats vormden een geslaagde blend, alleen een cocktail bar uit één van de Tarentino prenten ontbrak om het broeierige sfeertje compleet te maken. Wel jammer dat een groot deel van het publiek de Wablief?! tent had uitgekozen om tijdens deze acoustische set wel erg luidruchtig bij te praten. Een terechte reactie van de lichtontvlambare Barman bleef niet uit, maar de jeugd bleef hardleers.

MARKY RAMONE’S BLITZKRIEG (Shelter, ****)
In het jaar dat punk 40 veiligheidsspelden door lijf en leden mag prikken was PP het aan zichzelf verplicht om een dinosaurus uit het genre op te trommelen. ‘This set is dedicated to Joey, Johnny, Dee Dee, Tommy … and Lemmy’ orakelde ex-drummer Marky Ramone vooraleer hij en zijn drie maats de eerste van vele ‘1234’s op de meute afvuurden. Eén van die maats was trouwens een oude bekende in de persoon van Ken Stringfellow, voor eeuwig en altijd het halve brein van The Posies. Als een dolle veertiger verkende hij alle uithoeken van het podium met slechts één doel: een geloofwaardige tribute brengen aan de wat tragische figuur van Joey Ramone. Eén uur en 27 punk evergreens later leek die missie ruimschoots geslaagd. Leuk overigens dat Sinatra het laatste woord kreeg met “My Way”: weinig verjaardagsfeestjes worden beter dan dit.

Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands 2016
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2016/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 275 van 498