AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15423 Items)

DIIV

Is the is are

Geschreven door

Twee jaar na het debuut , verschijnt van het uit Brooklyn, NY afkomstige DIIV rond Zachary Cole Smith , ‘Is the is are’. In hun sfeervolle indie/dreampop , die refereert aan 90s bands als Pale Saints , Slowdive , is de galm meer gedoseerd.
Resultaat van het indiepopkwartet , is fris , tintelend, hypnotiserend materiaal; gekenmerkt van twinkelende, extraverte gitaarmotiefjes , minder mysterieus, donker dan vroeger. We krijgen een pak songs geserveerd , beetje een overaanbod , gezien ze blijven rondhangen in dezelfde stijl , maar met “Under the sun”, “Valentine”, “Take your time” , “Mire” en de titelsong hebben we alvast een handvol intrigerende songs . Fijn plaatje dus!

Binic Folks Blues Festival 2016 - Schitterend festival met groeipijnen

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2016 - Schitterend festival met groeipijnen
Binic Folks Blues Festival 2016
Côtes d’Armor (Festivalkaai)
Binic (Bretagne)
2016-07-29 + 2016-07-30
Ollie Nollet

Na de editie van vorig jaar had ik me nochtans voorgenomen om het Binic Folks Blues Festival (BFBF) voortaan links te laten liggen. Het festival was teveel uit zijn voegen gebarsten. De immense drukte en de talloze mensen die er enkel en alleen waren om zich te bezatten konden me gestolen worden.
Maar zie, de organistoren wisten dit jaar zowat al mijn favoriete groepen te strikken zodat thuis blijven plots geen optie meer was. En hoewel ik er de zondag wegens dwingende familiale redenen moest afknijpen bleken twee dagen BFBF ruim voldoende om een rit naar Bretagne te rechtvaardigen.

BFBF blijft een uniek festival dat dit jaar 50 000 toeschouwers wist te lokken voor niets dan relatief onbekende groepen die anders altijd verbannen worden naar kleine, zweterige clubs. Dit jaar was de ‘grootste’ groep de Oblivians, die het enkele dagen voordien nog moesten doen in de DOKarena, niet meteen een muziektempel van formaat. Vanwaar dan dat overweldigend succes? Het is een gratis festival waar je bovendien de volledige vrijheid hebt om je drank zelf mee te brengen. Er wordt daar dan ook wat afgezeuld. Misschien vreemd in tijden van terrorisme maar hier wordt je nergens gecontroleerd wanneer je de festivalsite betreedt. Hoe wordt dit dan gefinancierd? 15% subsidies, 30% sponsoring en 55% eigen inkomsten (merchandising, drank,...). Nieuw dit jaar waren de drie festivalcampings maar ook dat bleek onvoldoende om alle kampeerders op te vangen. Ander pijnpunt was het schrijnend gebrek aan sanitair, zowel op het festivalterrein zelf als op de campings. Maar voor de rest was de sfeer er optimaal en de muziek beter dan ooit.

Ik begon mijn parcours aan de Scène Cloche, het kleinste van de drie podia. Mr David Viner (Norfolk, UK) werd ooit ontdekt door The Von Bondies, voor wie hij de merchandising deed tijdens hun Britse tournee. Iets wat hij later ook nog zou doen voor de Soledad Brothers. Alleen en op akoestische gitaar bracht Viner een aantal gesmaakte songs met wortels in de country, folk en blues. Songs die handelden over ‘murder, mystery en regret’ en spekende titels hadden als “I love you, I love you, I love you, I love to kill you” en waartussen ook één cover verscholen zat : “Mind your own business” (Hank Williams). Mooi!

Vervolgens zag ik het plaatselijke Buck (St Brieuc) op de Scène Pomellec. Een duo met een virtuoze bassist, die de zoon van Dave Wyndorf had kunnen zijn, en een obscene drummer die meestal ook de zang, die aardig in de buurt kwam van de Tuvaanse keelzangers, voor zijn rekening nam. Bij momenten was hun brutale, luide swamp bluesrock best genietbaar, vooral de cover van Blind Willie Johnson’s “John the revelator” was erg knap. Jammer dat de drummer zichzelf iets te graag degoutant bezig zag. Op het einde kregen ze nog versterking van een saxofonist die er enkele jazzy solo’s tussen manoeuvreerde.

Terug naar de Scène Cloche voor het eerste hoogtepunt van de dag : Gravel Route. Ik had “Electrically recorded”, hun plaat zonder hoes (enkel een binnenhoes) op Beast Records, reeds gekocht en was daar danig van onder de indruk. En ook in de Bretoense buitenlucht zag ik meteen dat dit goed zat. Men zou dit drietal uit Montréal meteen kunnen wegzetten als een banale bluesgroep zoals er dertien in een dozijn gaan. Maar wie wat meer geduld had hoorde fijne lo-fi garageblues met een intrigerende zanger, Patrick Bourbonnais, die niet altijd toonvast was maar wel de intensiteit had van een Skip James of een Jeffrey Lee Pierce! En ook op gitaar wist hij me te verbazen: nooit spectaculair maar altijd bijzonder fijnzinnig en de clichés telkens handig ontwijkend. Meer vintage rock-‘n-roll dan blues en uitstekend door bas en drums op de rails gehouden. “East bound west bound depot bound” en “Shetland pony blues” zijn nummers die zich nu al voorgoed in mijn hersenen hebben genesteld. Achteraf kwam ik te weten dat dit groepje niet zomaar uit de lucht kwam vallen. Bourbonnais was jarenlang één van de drijvende krachten achter het geweldige Demon’s Claws hoewel hij op het podium toen telkens de schaduw van zanger Jeff Clarke opzocht. Ik had hem niet eens herkend, dat in tegenstelling tot drummer Brian Hildebrand, ook al met een verleden bij Demon’s Claws, die me wel bekend voorkwam. Vreemde eend in de bijt was de klassiek geschoolde en de zich meestal in jazzkringen ophoudende bassist Fred Grenier. Momenteel zijn er nog geen tourplannen maar hou ze toch maar in de gaten : Gravel Route.

King Mud werd hier meteen op het grote podium (Scène Banche) neergepoot en ik was benieuwd of ze hun verpletterende prestatie van in Hoogstade nog eens konden herhalen. Overbodige vraag want vanaf het eerste nummer snoerden ze me de keel dicht: een dreigende en adembenemende interpretatie van Junior Kimbrough waarin een paar van diens nummers tot één geheel werden gesmeed. Nooit klonk Junior Kimbrough beter dan hier. Nogmaals bleek Freddy J IV de duivel zelf op gitaar, die tevens veel ruimte liet voor meesterdrummer Van Campbell. Wat is zijn respect voor die roffelaar groot en terecht. Ik zou haast Jaxon Lee Swain vergeten te vermelden. Bijzonder gretig op bas en daarbij voortdurend gaten in de lucht springend waarbij zijn zonnebril minstens één keer van zijn neus tuimelde. Naast eigen krakers als “Rat time” en “Smoked all my bud” was ook hier “Going down” (Don Nix) onweerstaanbaar. Het intussen flink aangegroeide publiek ging luidkeels tekeer terwijl de eerste crowdsurfers gesignaleerd werden. Grootse band!

Na King Mud had ik eerst wat moeite om de knop om te draaien voor de postpunk van Useless Eaters uit San Francisco. Maar uiteindelijk kon ik er me net als op Rock Zerkegem toch in vinden. De garageaanpak, de nodige agressiviteit en hier en daar wat The Fall-invloeden maakten veel goed.

The Shivas (Portland, Oregon) mochten afsluiten op de Scène Pomellec en dat werd geen onverdeeld succes. Nochtans begon de groep sterk met hun zonnige sixties pop/rocksongs, sterk gezongen door Jared Wait-Molyneux. Maar na een tijdje kwam de kwaliteit van de songs in een neerwaartse spiraal terecht. Melige pop werd ons deel en toen de anders wel ravissante drumster de leadvocals overnam werd het helemaal een ramp. Haar samenzang met Jared vond ik altijd één van de pluspunten, had ze het daarbij maar gehouden. Zaterdag zag ik The Shivas eerder toevallig nog eens terug en het leek wel een andere band. Fris, snedig en erg aanstekelijk zoals ik ze kende van Leffingeleuren en de Water Moulin. Hadden ze hier het slechtste deel van de set al achter de rug, deed het zonlicht hen deugd of was ik de avond voordien zelf in een mindere bui?

Nadat ik afhaakte bij The Shivas zag ik nog Hits uit het Australische Brisbane. Ik kon nauwelijks een vloek onderdrukken bij het horen van een eerste nummer. Kwam ik hier niet te laat? Dit was pure Stooges met donkere, slepende gitaren. Helaas bleef het bij die ene song waarna Hits wegzakte in eerder richtingloze hard(e) rock. De twee gitaristen waren van vrouwelijke kunne en ik vermoed dat The Runaways hen niet onbekend waren. Niets op tegen, alleen vraag ik me af waarom ze die vervelende leraar moraalfilosofie kozen als zanger?

Zaterdag, toen ik opnieuw stond te genieten van de strompelende lo-fi blues van Gravel Route, werd ik even de gelukkigste mens van de wereld toen het nieuws me bereikte dat het optreden van King Mud deze avond met een uur vervroegd werd! Zo moest ik geen hartverscheurende keuze maken tussen hen en de Oblivians en liep ik de rest van de dag op een wolk. En Gravel Route? Die hadden hun set totaal omgegooid zoals het een goede groep betaamt en klonken opnieuw erg verslavend.

Chicken Diamond is een one-man-band uit het Noord-Franse Thionville. Met zijn t-shirtje van T-Model Ford wist je meteen wat je kon verwachten. Rauwe stompende blues, hier gebracht met een scheurende gitaar, een tamboerijn om de ene voet gebonden terwijl hij met de andere een cimbaal torpedeerde. Knap gedaan maar ook nogal voorspelbaar.

The Intelligence (Los Angeles & Seattle) is vooral de groep van Lars Finberg, die een verleden heeft bij A-Frames en Thee Oh Sees. Waar hij aanvankelijk alle instrumenten zelf inspeelde is hij nu toch al een hele poos met een echte groep bezig. Waar hun postpunk op plaat nogal eens in eentonigheid durft te verzanden kwamen ze hier live veel vinniger voor de dag en durfde ik het bijna rock-‘n-roll noemen. Vooral de gitarist dan, nochtans niet meer van de jongsten, die zich achterwaarts van het podium liet vallen op de talrijk uitgestoken handen.

Na hen opnieuw een verzengende set van King Mud. De derde keer in één week tijd dat ik dit trio aan het werk zag en opnieuw was hier niets tegen in te brengen. Bloedstollende blues met een hoog rock-‘n-roll gehalte en een alles spijtende energie. Dit keer opnieuw met het beukende “ I can only give you everything”.

Hoewel ik de indruk had dat er hier nauwelijks iemand de Oblivians kende – het tegendeel zou verbazen – slibde het grote plein aan de Scène Banche zo goed als volledig dicht. “No reason to live” en “Bad man” waren de openers van een set die toch wel wat afweek van hetgeen ik enkele dagen ervoor in Gent hoorde. Het duurde even maar na een tijdje konden hun korte, strak gespeelde garagepunksongs voor de nodige beroering in de moshpit zorgen. Toen Greg aankondigde dat er twee drummers in de band waren en het drumstel een andere opstelling kreeg omdat hij linkshandig is , stuitte dat op enig onbegrip bij het publiek maar toen Jack de honneurs waarnam was dat oponthoud snel vergeten. Opvallend toch hoeveel wereldsongs dit drietal in hun korte bestaan neergepend heeft. Dit was puur genieten. Zelfs het drietal nummers uit hun ’nieuwe’ plaat, “Desperation” (2013), vielen niet uit de toon. Voor de bisnummers werd de opstelling opnieuw veranderd en sloot Greg verrassend af met het trage “Live the life”, een traditional die te vinden is op “Play 9 songs with Mr. Quintron”. Daarna werd er blijkbaar nog druk onderhandeld in de coulissen want ze kwamen toch nog een keer terug om een verzoekje te brengen : “Big black hole”, hier voor één keer met Greg in plaats van Jack op gitaar. De in bloedvorm verkerende Oblivians bewezen nog steeds relevant te zijn. Alleen vroeg ik me af waarom ze de kansen die ze nu, 19 jaar na de split, krijgen vroeger nooit gehad hebben.

Binic was weer mooi geweest en dan had ik James Leg, The Pullmen, Ausmuteants, Roy & The Devil’s Motorcycle, Kelley Stoltz en Ron S. Peno niet eens gezien.


Organisatie: Binic Folks Blues Festival  

Krankland

Wanderrooms

Geschreven door

Krankland is een heel interessant project van Thomas Werbrouck van Little trouble kids . Hij kon beroep doen op een handvol artiesten, Janko Beckers – Christophe Claeys – Thomas Mortier, die al hun sporen verdienden bij Faces On Tv, Ministers van de Noordzee, Amatorski, Sx en Yuko , en vrijgeleide kregen om zijn muzikale ideeën verder uit te werken . Op het gevoel af krijgen we een rits intieme, breekbare , meeslepende songs , met klankexperimentjes , o.m. op pedal steel , speelgoedkeys en zoveel meer , naast de basisinstrumentatie. Sing/songwriting in een duidelijke meerwaarde . Niet voor niks werd beroep gedaan op Pascal Deweze die waakt over het intens broeierige materiaal, over de klank en het experiment heen …

Info http://www.krankland.be

LaClaireau

Fate of the poet

Geschreven door

Het debuut van LaClaireau houdt het midden tussen sing/songwriting, rootspop en folk . In de sound is de lijn tussen verbeelding, verwondering en verlating flinterdun. Het materiaal klinkt sfeervol, ingenomen door een subtiel instrumentarium als gitaargepingel , bouzouki, dobro, piano, viool, mandoline, klarinet. Het kwintet brengt op die manier een ingenieus, intiem, spannend album af . Puik werk !
http://www.laclaireau.net

Skangoeroes

Condens

Geschreven door

Patchanka! Fiesta! Termen die van toepassing zijn voor Skangoeroes – even opwindend , dynamisch als de groepsnaam , huppelend, ritmisch . Het zevenkoppig gezelschap brengt ska , latin , pop , (dub) reggae te samen. Deels instrumentaal , deels gezongen  in verschillende talen als in ‘t Nederlands, Frans , Engels , Spaans (“Water”, “Wani magni” en “Wauw”). De uitgebreide ritmesectie zorgt voor een heupwieg, een swing , een friste en tintelt de dansspieren . De song zijn optimistisch, brengen het zonnetje in huis en zijn dus uitermate leuk . “Marcia Baila” van Les Rita Mitsouko wordt in hun mélange gedropt . Zweetdruppels verschijnen op het voorhoofd , een ‘Condens’  meer dan waard …

Info www.skangoeroes.be

From Whence We Came

Prisoner Of Low Frequency

Geschreven door

Wie wil weten hoe een lekkere, catchy metalplaat anno 2016 klinkt, hoeft niet verder te zoeken.  ‘Prisoner Of Low Frequency’ is het eerste full album van From Whence We Came en swingt bijna voortdurend als een tiet.
Deze Brugse formatie bestaat uit vijf jonge honden die er ongetwijfeld elk een zeer diverse muzieksmaak op nahouden.  FWWC toont zich namelijk een grootmeester in het combineren van diverse stevige genres als trash, alternative metal, metalcore, hardcore en zelfs een vleugje hardrock. Luister maar naar single “Eternal Rest” (leuke clip trouwens, jongens) waarbij vlammende hardcore, catchy metal en enkele fijne gitaarsolo’s mekaar afwisselen. Tijdens de openingsnoten van “Turn Our Back To The World” lijkt het dan weer of we naar een Maiden-song luisteren waarna het tempo plots de hoogte ingaat en we een  lekkere portie metalcore krijgen met een hoofdrol voor de screams en cleane vocalen.  Zowat de hele plaat zijn we trouwens diep onder de indruk van de stemmen van frontman Ward en bassist Ibe die het geheel tot een internationaal niveau tillen. 
Ook de gitaren zijn om van vingers en duimen af te likken en komen vooral op maximaal volume volledig tot hun recht.  Nog dit:  de West-Vlamingen nemen af en toe gas terug en opteren voor diverse akoestische passages.
Het niveau van ‘Prisoner Of Low Frequency’ blijft echter consistent. Soit, genoeg geschreven.  Snel surfen naar http://vi.be/fromwhencewecame .

Ray LaMontagne

Ouroboros

Geschreven door

We zijn ferm onder de indruk van de nieuwe plaat van Ray Lamontagne, die in de CD titel ‘Ouroboros’ al laat horen , dat we hier te maken hebben met een soort eeuwige muzikale kringloop , een kosmisch klinkende cyclus, een eindeloze luistertrip, die verdeeld wordt in twee werkstukken van telkens vier nummers, die op elkaar aansluiten .
Die atmosferische americana/70s psychedelica nestelt zich ergens tussen Pink Floyd en My Morning Jacket in. Niet voor niks werd de plaat opgenomen met Jim James van My Morning Jacket .
Op de nummers in Part One , “Hey no pressure” en “The changing man” schuurt een intens broeierige rootssound. Op de andere songs van de twee werkstukken klinkt het geheel meer ingehouden , en staat de piano en het (akoestische) gitaarspel naast z’n bedwelmende vocals voorop . Zijn muzikale ideetjes zijn op de plaat prima uitgewerkt. 
Ray Lamontagne verdient een ruimere respons . Al op de eerdere platen manifesteerde de singer/songwriter/ freefolky/hippie lookalike op z’n Devandra Banhart en Angus Stone, zich .  Hij is eigenlijk een laatbloeier in het genre; en brak ruim acht jaar terug definitief door met ‘Gossip in the grain’ , uitgekiend materiaal van rijkelijk gevulde arrangementen en een gevarieerde aanpak.
De songs zijn dromerig en kleurrijk door de subtiele aanpak en vallen op door een unieke  60s/70s rootsnostalgie.

Big Ups

Before a million universes

Geschreven door

Het NYse Big ups debuteerde sterk , twee jaar terug met ‘Eighteen hours of static’, die opereren in de oldskool van Fugazi , Shellac , Unsane en de oudjes Big Black en Slint. Samen met Eagulls en Metz zijn zij de nieuwe lichting noiserock , gruizig en woest als hard/zacht en ingehouden , wat we zeker horen op deze opvolger .
We houden van die snedig klinkende gitaren, diepe, grommende bas en hitsende drums; schreeuwerige, briesende vocals dwarrelen over de nummers. Dertien songs die een broeierige spanning , intense opbouw hebben, en durven te exploderen of net niet . Ze weten al die verschillende elementen zelfs allemaal in een nummer te verwerken . Een ruwe brok emotievolle energie .
Persoonlijk houden we die van Slint motiefjes die te horen zijn op “Contain myself”, “Meet where we are” , “Negative”, “So much you” en “Yawp” . Sterke opvolger.

Fat White Family

Songs for our mothers

Geschreven door

Ik denk nu niet dat onze moeders staan te springen op wat het Britse zootje ongeregeld weet te brengen . Een fucked up bende , die niet vies is van wat alcohol , drugs en vandalisme. Hun optredens brengen de nodige heisa mee. Soms geraken niet alle leden waar ze moeten zijn. En toch … zijn die optredens weird, geschift , schizofreen .
Muzikaal horen we een jengelende drogerende sound van garagerock’n’roll/indiepsychedelica/noise , (a)melodieus, zwevend , groovy, en ontregeld door het effectbejag . De single “Whitest boy on the beach” is een prélude van wat volgt . Live krijgt het materiaal een adrenalineboost en worden we verweven in een web van dynamische chaos. Waanzinnige gekte die niet altijd op z’n pootjes terecht komt … maar toch de moeite waard is te horen en te zien!

The Oblivians

Oblivians - Niet meer zó urgent, toch nog altijd een klasse apart

Geschreven door

Oblivians - Niet meer zó urgent, toch nog altijd een klasse apart
Oblivians
DOKarena
Gent
2016-07-26
Ollie Nollet

The Glücks hebben blijkbaar een patent op het openen van dit soort optredens. Het aantal keren dat ik ze zag bestaat intussen al uit twee cijfers. Ondanks het feit dat ik perfect weet wat me te wachten staat , kan hun overstuurde garagepunk overgoten met een Cramps galm me nog steeds boeien. Hun natuurlijke habitat zal zich eerder in dompige krochten situeren maar zelfs in de openlucht van de DOKarena wisten ze de vonk te laten overslaan.

Lange tijd waren de Oblivians één van de meest geciteerde namen bij de vraag naar invloeden. Daar lijkt nu een einde aan gekomen te zijn, ook al omdat het genre (garagepunk) compleet op apegapen ligt. Toch waren zij het die midden de jaren ‘90 samen met groepen als The Jon Spencer Blues Explosion de rock-‘n-roll nieuw leven wisten in te blazen. Net toen een doorbraak niet meer veraf leek , kwam abrupt een einde aan hun korte, tumultueuze bestaan.
Wat bleef waren drie schitterende, reguliere LP’s en talloze herinneringen aan sensationele optredens. In 2009 (na 12 jaar) gebeurde dan hetgene waar niemand nog van had durven dromen : een nieuwe Europese tour waarbij het oude vuur opnieuw hoog oplaaide. In 2013 verscheen zelfs een nieuwe en meer dan genietbare plaat, ‘Desperation’, maar optreden deden ze nog slechts met mondjesmaat.
En nu, zeven jaar na de vorige keer waren ze opnieuw in Europa en kon ik ze gaan zien in Gent, de stad waar ik ze samen met de Country Teasers destijds ook de allereerste keer zag. Toen in een perfecte zaal (Democrazy, Reinaertstraat), nu in de wat ongelukkig gekozen DOKarena.
De set kwam wat aarzelend op gang hoewel hun hit, “Bad man”, reeds als tweede nummer werd prijsgegeven. Het heilige vuur leek wat gedoofd maar gaandeweg kon ik er me toch steeds meer in vinden en werd nog maar eens duidelijk welk immens talent Greg Cartwright toch is. Wat een hemelse stem heeft hij terwijl zijn gitaarspel in de loop der jaren steeds verfijnder is geworden maar toch nog ruw genoeg blijft voor de ongepolijste garagepunk van de Oblivians. Naast hem kwam Eric Friedl als zanger maar bleekjes voor de dag. Maar dit hoort erbij : zij waren immers het groepje waarin iedereen zong, iedereen gitaar speelde en iedereen ook nog eens moest drummen. Alleen is Eric momenteel met geen stokken meer achter dat drumstel te krijgen.
Intussen werd het steeds beter met songs als “I’m not a sicko, there’s a plate in my head”, “Drill”, “Guitar shop asshole” en “Pil popper”. Toen Jack en Greg wisselden leek het erop alsof er een versnelling hoger werd geschakeld hoewel zijn prijsnummers, “Big black hole” en “The leather”, een net iets trager tempo hebben. Jack was bijzonder goed op dreef, voegde er een mespuntje blues aan toe en bewees in de wondermooie afsluiter “Never change” dat ook hij er als zanger een heel stuk op vooruit gegaan is.
Nadien volgden nog twee korte bisnummers waarna de avondklok er onverbiddelijk een einde aan maakte.

De euforie van vroeger was er niet meer bij maar het was mooi geweest. Er liep iemand voorbij met een t-shirt waarop stond ‘The Trashmen since 1962’ en ik vroeg me of er binnen dertig jaar t-shirts met als opschrift ‘Oblivians since 1993’ verkocht zouden worden.

Organisatie: Heartbreaktunes + Democrazy, Gent

The Sheepdogs

The Sheepdogs – Hedendaagse Rock’n’Roll met een nostalgisch randje

Geschreven door

The Sheepdogs - Mannen met weelderige haren, baarden, snorren en net geen volledige cowboy-outfit. Ze komen uit het ‘Wilde Westen’ van Canada en we horen dit al van de eerste noot. De bluesy rockende sound dito gitaarsolo’s en de diepe stem van Ewan Currie maakten van dit concert één groot rock’n’roll feest. Met maar liefst negentien nummers op de setlist liet de band ontroering, geluk en plezier horen voor z’n publiek.

Vorig jaar hadden we  de vijfde plaat ‘Future Nostalgia’. De band is al van 2006 bezig en eerder kwamen independent drie platen uit tot ze in 2011 op de cover van Rolling Stone verschenen, na het winnen van een wedstrijd. Snel strikten ze een groot platencontract en vanaf toen ging het enkel maar bergop voor de groep. De band wordt vaak vergeleken met The Black Keys en Kings Of Leon door die kenmerkende bluesrock. In thuisland Canada zijn ze een fenomeen, in Europa kan het nog komen.
“Who” is een rustige opener. We hebben vier stemmen, een hemelse klank samen, een bescheiden gitaarsolo en de toevoeging van een orgel dat een extra dimensie biedt.
Ze spelen in het begin vooral nieuwe nummers. De schwung moet nog in het concert komen. De frontman staat er in het begin wat ongelukkig bij. De steun van de nieuwe gitarist Jimmy Bowskill is onmiskenbaar; op ieder nummer schudt hij een geniale gitaarsolo uit zijn mouw. Die solo’s zijn een duidelijke meerwaarde voor het volledige concert. De band komt meer in het concert.
De virtuositeit en instrumentaliteit van de artiesten die op het podium staan, is fascinerend en slaat het publiek met verstomming. Op “Help Us All” komt de toetsenist even van zijn orgel en haalt zijn trombone boven. We krijgen een geniaal partijtje , gecombineerd met een rustig, laidback liedje. De dansspieren worden aangesproken. Twee powersongs van de vorige cd “Feeling Good” en “The Way It Is” , laten het publiek niet onberoerd. Op  “Take A Trip” staan zowel Currie als Bowskill vóór het podium het beste van zichzelf te geven op hun gitaar. Het publiek wordt gek en smijt zich nu volledig. Het spelplezier druipt er van af en de interactie met het publiek stijgt.
The Sheepdogs eindigen met enkele strakke nummers in een blues/rock’n’roll concept. Eén van de bisnummers , “Whipping Post”,  is een cover van The Allman Brothers, die eindigt in een samenspel van gitaren en orgel .  

The Sheepdogs beheersen perfect hun instrument. Ze respecteren de rock’n’roll regels en laten ze fris , jeugdig , hedendaags klinken. Dit bandje is er eentje voor de fijnproevers van het betere gitaarwerk.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

King Mud

King Mud - King Mud beukt het publiek murw

Geschreven door


Het Oostendse Saddle For Sale werd bereid gevonden om in allerlaatste instantie The Magick Godmothers, die het plots niet meer zagen zitten om naar deze verre uithoek af te reizen, te vervangen. Waarvoor hulde! Wegens andere besognes miste ik dit optreden grotendeels. Maar hetgeen ik zag was alvast veelbelovend. Stevige, lekker in het zadel zittende country met een overtuigende zanger (Damn Damn) en een immer boeiende gitaar van Slim Fab Schweiger. Jammer dat het merendeel van het volk blijkbaar net van de koffietafel kwam en nog niet was uitgekletst. Deze helden hadden beter verdiend.

King Mud is het nieuwe project van Freddy J IV  (zanger-gitarist van Left Lane Cruiser) en Van Campbell (drummer van Black Diamond Heavies), hier aangevuld met bassist Jaxon Lee Swain die zijn sporen verdiende in de liveband van rock-‘n-roll diva Wanda Jackson. Hun plaat , ‘Victory Motel Sessions’, is niet over de hele lijn overtuigend. Vooral de gastbijdragen van gitarist Parker Griggs (Radio Moscow) zijn eerder een stoorzender dan een verrijking. Gelukkig was hij er niet bij en ik had er alle vertrouwen in dat dit live een bom ging worden. En dat vertrouwen werd niet geschonden!

‘t Ateljeetje in het godvergeten Hoogstade is in feite een met een zeil overspannen binnenplaats, door Van Campbell treffend vergeleken met een juke joint. Qua akoestiek zeker geen topper maar uitermate passend bij dit soort broeierige rock-‘n-roll. Het talrijk opgekomen publiek geraakte meteen op temperatuur en moedigde de drie luidruchtig aan terwijl het bier bijzonder rijkelijk vloeide. De lage prijs (1.20€) zal daar niet vreemd aan geweest zijn. Al van bij het eerste nummer wist je dat dit niet meer stuk kon. De zoals altijd zittende Freddy J IV perste zijn slidegitaar als het ware uit in smeuïge, vette bluesriffs terwijl Van Campbell roffelde zoals geen ander dat kan (wat heb ik die man te lang moeten missen!). Bassist Jaxon Lee Swain viel misschien wat minder op (buiten zijn lange wapperende haren dan) maar was daarom niet minder efficiënt als hulpmotor bij de stuwende drums. Deze set bleek net zo overweldigend als de eerste optredens die ik zag van beide moedergroepen (Left Lane Cruiser en Black Diamond Heavies) en dat waren destijds ware mokerslagen. Hoogtepunten zat, mindere hoorde ik eigenlijk niet, maar ik wil er toch wel enkele uitpikken. “Rat time” met die geweldige intro voorzien van enkele schitterende drumexplosies. Het wat tragere, knap gezongen “Take a look” waarin de bas heerlijk swingde. Het beukend rockende “I can only give you everything”, gekend van Them en The Troggs, en hier ontdaan van die overbodige Parker Griggs. De verpletterende versie van het onverslijtbare “Going down” van Don Nix, ik denk zelfs dat ik dit nummer nooit eerder zo intens hoorde. Wilko Johnson’s “Keep it out of sight”, een Dr. Feelgood song is altijd mooi meegenomen. Zelfs bij het van Pink Floyd geleende “Fearless” liep het na een King Mud facelift niet fout.
Na een lange set zat het publiek duidelijk op zijn tandvlees, murw gebeukt, en er werd nauwelijks om een bisnummer geroepen. Maar de mannen van King Mud, die een autoreis van bijna dertien uur achter de kiezen hadden om hier te geraken, zaten nog vol adrenaline en klauterden het podium op om er nog een bisronde van een drietal songs aan toe te voegen! Fenomenale avond!

Terwijl Freddy J IV’s Left Lane Cruiser na het vertrek van drummer Brenn Beck bij optredens telkens voor gemengde gevoelens zorgde en Van Campbell zich onledig hield door wat bij te klussen bij Bonnie ‘Prince’ Billy lijken beide heren hier hun nieuwe adem gevonden te hebben. En wat nog mooier is : wat eerst leek als een eenmalig project blijkt nu plots een langer leven beschoren te zijn en is er voor februari zelfs een nieuwe tour in Frankrijk gepland!

Boomtown 2016 – van 19 t/m 23 juli 2016 – een overzicht

Geschreven door

Boomtown 2016 – van 19 t/m 23 juli 2016 – een overzicht
Boomtown 2016
All Areas
Gent
2016-07-19 t/m 2016-07-23
Administrator

De vijftiende editie van het Gentse Boomtown was en groot succes , van 19 juli t/m 23 juli 2016. Vijf dagen lang kregen de bezoekers er de keuze tussen een concert op het plein, in de Opera, of in de Handelsbeurs. Een formule die het goed blijft doen, want van mensen die wegblijven uit angst voor terreur, heeft Boomtown geen last.

Een overzicht van ons parcours
dag 1 – dinsdag 19 juli 2016 – Tindersticks, Opera, Gent :
Tindersticks – herfst in Gent
Tindersticks
is een bepaalde plek. Die plek vind je misschien niet zomaar op een zwoele juliavond in een feestend Gent, maar dat zal de gemiddelde fan die die plek altijd weer in zijn hoofd terug kan vinden royaal worst wezen. De Opera in Gent was daarentegen een fijne locatie om aan te geven waar de band zich nu bevindt en ook nog wel hoe ze tot hier zijn geraakt. Altijd een jaar of twintig timmeren ze aan hun melancholieke weg en dat geeft grijs haar en een status als ouder wordende artiesten, en dat zijn ook dingen die voor de meeste fans hier golden.
De laatste jaren treden ze misschien wat minder op de voorgrond, maar hun platen pakken nogal altijd wel, hoewel net iets minder dan vroeger. Zal de leeftijd zijn. Maar de echte fans vinden nog altijd dat het zoals een het dacht te moeten uitroepen de beste band ter wereld is. En als je er bent kan dat op het moment best wel eens kloppen.
Het eerste deel van het concert gleed soms wat te gelijkmatig voorbij, het was haast filmisch met de B-film verlichting en de suave pakken die aan film noir en nog een hoop andere connotaties refereerde. Vooral nummers uit hun latere platen, en met name van hun laatste worp ‘The Waiting Room’.  
Voor veel oude fans, mezelf incluis mocht er wel eens een oud nummer passeren, maar we willen hen dat niet euvel duiden. Teveel retro-nostalgie is ook iets. Pas op het einde pikten ze het ritme weer wat op wat in heviger versies resulteerde van “We Are Dreamers” and “This Fire of Autumn”. Dan waren we op een hete juliavond toch nog in de mist van november aanbeland, en wist op het einde niemand nog erg hoe je de weg terug kon vinden. (Dieter Nyffels)
dag 2 – woensdag 20 juli 2016 – Handelsbeurs , Gent: Warhaus – Flying Horseman – Vloed – Pics (Fleur Coevoet)

dag 3 – donderdag 21 juli 2016 - All areas: Alice on the roof – The Boxer Rebellion – Glints – Slow Magic - … - Pics (Wim Heirbaut)

dag 4 – vrijdag 22 juli 2016 – Gabriel Rios, Opera, Gent – FR review (Didier Deroissart)
http://musiczine.lavenir.net/fr/festivals/festival/boomtown-2016-vendredi-22-juillet/

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/boomtown-2016/
Org :
Organisatie: Boomtown, Gent  

La Muerte

Murder Machine EP

Geschreven door

Eind jaren tachtig maakten de Brusselaars van La Muerte overal brokken met hun zware cocktail van industrial, overstuurde hard-rock en smerige blues. Na jaren van volledige stilte kwam La Muerte in maart 2015 terug boven water en volgde er een verpletterende reünie tour waarbij de band nog even frontaal en bloeddorstig klonk als weleer. Het herboren zootje ongeregeld overtuigde met onder meer doortastende passages op het prestigieuze Roadburn festival (elke band die al eens een loodzware gitaar aanslaat wil daar zijn) en op Graspop. Hun verwoestende aanval van vorig jaar op de Brusselse AB werd zelfs voor de eeuwigheid vastgelegd op ‘EViL’.

Op Record Store Day is La Muerte nu met de release van deze nieuwe EP ‘Murder Machine’ op de proppen gekomen, het eerste nieuwe werk in zowat 20 jaren en het is verdomme straffe kost. Drie moordzuchtige songs die vuil, agressief en loeiend hard tegen de straatstenen worden gekwakt. Dit is vintage La Muerte, de band haalt even vernietigend uit als in hun hoogdagen. “Whack This Guy” is een brok gloeiende garage-metal, “Je Suis Le Destructeur” is een verschroeiende pletwals die zijn titel alle eer aandoet en ”Get Whipped” is een slepend monster die acht minuten aan een stuk dodelijk gif spuwt.
Gewelddadig EP’tje, laat het volgende maar komen.

Honeymoon cowboys

Still

Geschreven door

Bij diegenen onder ons die al een dagje ouder zijn en de muzikale jaren tachtig in levende lijve hebben meegemaakt moet Siglo XX ergens wel een lichtje doen branden (zij het maar een heel kleintje, ze hielden het graag donker in die tijd). Dit cold wave gezelschap ging door het leven als de Vlaamse Joy Division en was populair bij al wie zwarte tipschoenen droeg, het kapsel volledig op Robert Smith afstemde, de depri-look tot kunst verhief en de potten zwarte verf per lopende meter kocht in den Brico.
Siglo XX vormde de Belgische soundtrack bij die tijdsgeest, ze zijn er nooit mee vanuit de undergound naar boven geklommen maar verwierven met de jaren wel een heuse cultstatus die tot buiten de landsgrenzen reikte. Eind jaren tachtig verdwenen ze dan voorgoed in de diepe kerkers van de vergane new wave groepen, om er nu pas terug uit te klauteren onder een nieuwe naam Honeymoon Cowboys.
Wat hebben ze al die jaren zitten uitvreten ? Zal ik het u zeggen, ze hebben er het ganse oeuvre van Nick Cave (inclusief Birthday Party en Grinderman) tot in de puntjes bestudeerd, geanalyseerd en drie keer binnenstebuiten gedraaid.
‘Still’ is eigenlijk wel een sterk album waar een permanente dreiging van uit gaat, maar het geraakt niet echt van onder dat Cave juk vandaan. Er wordt iets te gretig gejat uit de grote Cave catalogus, als daar maar geen proces van komt. Opener “Time Is Not Our Friend” ruikt zodanig naar “Tupelo” dat het geen toeval meer kan zijn en “Still (A Song For V.) is een schaamteloos verkapte versie van “Nature Boy”. “Sea Without Mercy” heeft een hap flinke gebeten uit “The Mercy Seat” en ook “Closed Souls” en “No One Is Innocent” wandelen zonder te blozen door het donkere Caveland.
Geen idee of het de bedoeling was, maar elders neigt de band dan weer naar Editors (“Broken Men” en “When The Sky Paints Blue”). Eén en ander heeft natuurlijk te maken met zanger Tom Van Troyen die in zijn eigenste Ian Curtis-persiflage ook sterk tegen de bariton van Tom Smith aanleunt. Met dit verschil dat Honeymoon Cowboys hun Joy Division toch liever binnen vertrouwde kring houden (check “Up On The Hill”), terwijl Editors er eerder mee naar Plopsaland zijn getrokken.
Hoewel de invloeden er wel heel sterk op liggen heeft deze nieuwe plaat recht op pakken krediet en respect. Er staan immers een stel verdomd solide en uitstekende songs op. Honeymoon Cowboys verdienen hiermee zonder enige twijfel hun stekje tussen het inmiddels sterk aangedikte legertje van fijne eighties revival bands.


You Raskal You

Helm

Geschreven door

Het Antwerpse You Raskal You is al een pak jaren actief en zijn aan de derde cd toe , die opgedragen wordt aan de te vroeg overleden zanger Levon Helm van The Band. Die 70s rootspsychedelica is duidelijk te horen . Een rocksteady/ska /reggae inslag wordt toegevoegd en zorgt net voor dat iets meer en anders!
De songs hebben een verslavende werking in een lounge sfeertje . Het klinkt aangenaam , zwoel in de 8 nummers . Puike prestatie.

Aidan Knight

Each other

Geschreven door

Aidan Knight is een jonge , uit Canada afkomstige sing/songwriter en is al een paar jaar bezig. Hij krijgt hier in Europa de erkenning met de nieuwe derde cd ‘Each other’ . Hij beschikt over een unieke stem, die fluisterend als donker is , en met z’n begeleiding brengt hij een handvol interessante ontroerende als blije songs, die een intrigerende opbouw hebben , sober , spaarzaam als kleurrijk zijn door de toegevoegde keys en spaarzame blazers.
Iemand die een Damien Jurado , Bon Iver als Andrew Bird doet opborrelen .
In de kale, sobere aanpak hadden we finesse , subtiliteit, ingenomenheid en emotie. Check “St. Christina” als “Black dream” maar eens! Hij werd ontdekt door Ben Lovett , de Mumford & Sons accordeonist .
Een bredere omlijsting kregen de songs , die een sfeervolle , dromerige opbouw hadden , wat mystiek uitstraalden , durfden aan te zwellen, te exploderen en omgeven werden van galm en effects. “Funeral singers” en “What light (never goes dim)” vormen een hoogtepunt.
De warme samenzang injecteert de gevoeligheid ; introspectie en extravertie gingen hand in hand . Die Aidan Knight is een artiest die de wereld rondtrekt en zijn ervaringen , impressies graag deelt met z’n publiek.
Ergens is er een link naar Marble Sounds met hun eerlijke, melancholische popsongs van een ongebreitelde schoonheid , een gelaagde melodie , minutieus uitgewerkt ,  niet vies van een ruwer randje .
Dit is sing/songwriting met een onstuimig, ruw, rauw randje die ontroert en explodeert! Ultieme pracht in een schilderachtig decor.

Coldplay

A head full of dreams

Geschreven door

Kleurrijke pop in een suikerzoete trip horen we van het Britse Coldplay . Ze werden grootser en voorzagen hun melodieus broeierige pop van de nodige bombast en breed uitwaaierende arrangementen , koortjes en meezingbare refreintjes . ‘Viva la vida’ was daar het hoogtepunt van . 
Sindsdien ging het richting gevoelige droompop met de cd’s ‘Mylo Xyloto’ en ‘Ghost stories’. De breuk met Gwyneth Paltrow lijkt nu verwerkt , ‘A head full of dreams’ is een leuke , dromerige , sfeervolle plaat . Een afwisselend, meeslepend album , die ruimte laat voor wat disco , funk en r&b . Check maar eens “Adventures of a lifetime” , “Hymn for the weekend” (met Beyoncé) , “Fun” (met Love To ) en “Army of one”, met het toegevoegde “X-marks the spot”. Verder hebben we de ingetogen pianoballad “Everglow”, de pop van “Birds” en het orkestrale “Up&Up” , die voldoende overtuigen . Op zich een goed album , mooie liedjes , maar ook niet meer dan dat …

Dourfestival Dour 2016 – van 13 t/m 17 juli 2016 – Een overzicht - Een tocht door licht en donker!

Dourfestival Dour 2016 – van 13 t/m 17 juli 2016 – Een overzicht - Een tocht door licht en donker!
Dourfestival 2016
Plaine de la Machine au Feu
Dour
2016-07-13 t/m 2016-07-17
Kimberley Haesendonck en Masja De Rijcke

Ook dit jaar werd Dour voor 5 dagen weer even het centrum van België. Het festival ontving dit jaar een recordaantal bezoekers, 235000 op 5 dagen (37 000 woensdag, 48 000 donderdag, 48 000 vrijdag, 53 000 zaterdag en 49 000 zondag). Mooi wat er verwezenlijkt werd . En dat was niet voor niks. De affiche stond vol kleppers van formaat, het weer was goed en de sfeer zat er dik in.

dag 1 – woensdag 13 juli 2016
Dat de sfeer er van dag 1 onmiddellijk in zat , kwam ongetwijfeld door de buren van Salut c’est cool. Kluchtige muziek, niks anders dan amusement. De Vlamingen kenden dit fenomeen nog niet en  waren dus niet meteen mee. Logisch als je 4 heren, die in het Frans zingen over bloemetjes , er techno bovenop gooien , aangekleed zijn met plastiek zakken en kartonnen dozen, op een podium ziet staan. Onze Waalse vrienden daarentegen waren wel mee vanaf de eerste seconde. En voor een keer konden wij hen geen ongelijk geven hmhm. Salut c’est cool? Nee, nee, Salut c’est
Très cool!

The Vaccines kregen een uitgelezen kans het beste van zichzelf te geven. Al kwam hun performance precies toch niet altijd even goed over bij het publiek. Vooral op nummers van hun laatste plaat ‘English Graffiti’ zag je mensen wat verveeld kijken en die al gapend gingen zitten. Pijnlijk, maar misschien niet onterecht. The Vaccines is geen band om op een hoofdpodium te zetten, zeker niet op Dour waar de meerderheid van het volk gewoon zin had om aan het  podium te staan raven. Nummers als “Post Break Up Seks”, “If You Wanna” en “I always Knew”, maakten hun set wat opzwepender. Wij opteren zeker voor een herkansing volgend jaar, maar dan gewoon op een ander podium en een ander tijdstip!

Eindigen deden we met ons eigen Netsky. Enig optreden op een festival … op Doureeeeeeh! Zoals we van deze bescheiden jongen gewend zijn, maakte hij er weer een gigantisch feestje van.  Zijn grootse hits werden stevig door de boxen van de mainstage geramd. Het publiek wist dit hevig feestje te waarderen en was meteen opgewarmd.

dag 2 – donderdag 14 juli 2016

Eerste act op ons programma  was het Waalse BEFFROI. Klinkt al enorm op plaat, maar komt live nog 10 keer beter over. Donkere, melancholische elektronica van een duo dat duidelijk klaar is voor een doorbraak. De laatste single “Faint” kreeg in maart nog een première op het Britse magazine CLASH, wat een extra bevestiging betekent dat deze band klaar is om het te maken. Nog niet overtuigd? Ga op 27 augustus eens een namiddagje op uitstap naar Namen en ga deze band ’s avonds aan het werk zien in de Citadelle. De moeite!


Na BEFFROI was het tijd voor de sludgemetal van Steak Number Eight. De West- Vlaamse helden hebben de Cannibal stage in vuur en vlam gezet met hun laatste  ‘Kosmokoma’ die vorig jaar werd uitgebracht. “Gravity Giants”, “Return of the Kolomon” en “Cheating the Gallows” zorgden opnieuw voor een moshpit van jewelste; armen en benen vlogen kilometers ver de lucht in en er ontstond een rivier van menselijk zweet midden de tent.! Voldaan overleefden we dit optreden .

Rhye – altijd wel een kleine verrassing voor wie er van overtuigd was dat de wondermooie stem, te horen op de nummers van Rhye, van een vrouw komt! De vocals worden verzorgd door niemand minder dan Mike Milosh. Een man dus. Het optreden zelf was weinig spectaculairs. Het klonk allemaal wat eentonig, saai. Het publiek werd mee in dit bed gewiegd . Teleurstellend, gezien op plaat deze band nochtans enorm straf klinkt.

Na deze teleurstelling gingen we naar de Cannibal Stage waar KADAVAR stond. De Duitsers schotelden een potje psychedelische stonerrock voor die nauw verwant leek aan Black Sabbath. De stem van zanger Lupus had veel mee van onze oude Ozzy Osbourne. We zullen Black Sabbath’s performances missen maar met Kadavar is opvolging verzekerd.

Op het optreden van Wiz Khalifa werd mainstream Dour wakker, vooral met nummers “Black and Yellow”, “Young, Wild & Free” en “We Dem Boyz”. Meisjes in bikini met een petje, kropen op de schouders van hun vriendje. Je kent het fenomeen. Het optreden van Wiz Khalifa was doorsnee hiphop ; oké en amusant wanneer je gewoon even wilde gek meedoen en meezingen; voor de rest hadden we wel door …

De Canadese indie-god Mac Demarco overtuigde sterk! Het enthousiasme op het podium maakte het optreden gewoon al leuk om naar te kijken, en dan hebben we het nog niet gehad over de muziek. Muzikaal kan het best omschreven worden als ‘Slacker Rock’. Mac Demarco heeft ondertussen 4 platen uit en hij kan beschikken over een hele lijst nummers. De keuze viel onder meer op “Salad Days”, “Ode to Viceroy” en “Together”. De Mac sprong het publiek in  en crowdsurfte even naar zijn geluidsman om hem aan de PA ongegeneerd op de mond te kussen. Wat een liefdevolle man, die Mac Demarco!

Tijd om te crowdsurfen dus! Aankloppen op de Cannibal Stage waar op dat moment Band of Skulls bezig waren. Een band naar ons hart die ons deed smachten naar de live versies “The Devil Takes Care of His Own”, “Sweet Sour” en “Diamonds and Pearls”. Ook “Himalayan” was een voltreffer. We zagen band Of Skulls al verschillende keren, dit was alvast het best. We kregen genoeg rock ’n’roll in ons lichaam om de rest van de nacht stevig door te feesten!

Dag 2 van Dour afsluiten deed niemand beter dan Techno-baron Dave Clarke. De Jupiler Dance hall stond stampvol en terecht want iedereen wilt deze man aan het werk zien. Hij wordt op handen gedragen op Dour door de jaren , en ook nu kwam hij sterk voor de dag. Het publiek van Dour danste tot in de late uurtjes op de fantastische Techno beats. Tot op de volgende afspraak …

Op de Cannibal Stage hadden we nog de hardcore beats van Le Bask. Hevig baasje deze frenchcore dj maar op dit uur heb ik ongetwijfeld de tijd van mijn leven gehad!

dag 3 – vrijdag 15 juli 2016

Ooit al gehoord van Blondy Brownie? Wij ook niet, maar de naam klinkt zo amusant dat we het even gingen checken. Een Frans vrouwelijk duo die telkens een gastmuzikant uitnodigen als derde persoon. Voor Dour hadden ze niet één, maar meerdere gasten uitgenodigd. O.m. kwam Boris (Girls in Hawai) en Tim (BRNS) hen bijstaan op het podium. Muzikaal klonk de indie-band enorm goed, alleen verveelden de stemmen soms. Of de Franse muziek van Blondy Brownie ooit zou aanslaan in Vlaanderen betwijfelen we. Dat ze  groot kunnen worden in Wallonïe en Frankrijk, zijn we van overtuigd!

Een award voor het meest gestoorde optreden van Dour 2016 gaat ongetwijfeld naar Kenji Minogue. Of kent u andere groepen die met vis naar hun publiek gooien, of zichzelf een bloedneus slaan om hun fans te choqueren? Muzikaal misschien weinig omvattend, maar op visueel vlak en qua entertainment behoren ze tot Belgisch sterkste. Nummers als “Nom Nom”, “Naam Familienaam” en “Alwadamehetten” werden door de Vlamingen (vooral de West-Vlamingen dan) op Dour hitsig meegezongen. Minpunt: De irritante MC op zijn skateboard, die de bindteksten van de 2 Kenji’s tegenwoordig overneemt, mag volgende keer thuisblijven. Hij biedt geen meerwaarde …

La Jungle - Interessant Waals duo! Wij introduceren u Mat ( zang, keys, gitaar) en Rémy (drums). Niet eenvoudig om het duo muzikaal te omschrijven , maar we gokken op trance, noise en krautrock. Hun nummers hebben en behouden dezelfde groove ,  die steeds meer versterkt wordt door zwaardere gitaarmelodieën.  Ze lieten ons kennis maken met hun 5 uitgebrachte tracks “Ape in a Python”, “L’enfer”, “Caracala”, “Zimbabwe” en “Trance Hysteria”. Wij waren alvast fan en zullen deze jongens niet snel uit het oog verliezen.

Wie hoopte op een optreden van Roots Manuva werd teleurgesteld. Hij cancelde last minute zijn optreden op Dour. Dus over naar de Compact Disk Dummies, die eerst wat vreemd in de oren klonk om een hip-hop act op te vangen . Maar Dour kon zich niet beter voorstellen . De West-Vlamingen kwamen, zagen en overwonnen. We genoten van een schitterende portie live elektronica. Compact Disk Dummies stelden hun nieuwe cd voor en linkten het met oude opzwepende singles. Op die manier eindigden ze perfect met het nummer “F.E.E.R.S”. Wat een hoogtepunt. Chapeau!

Nog meer live elektronica kwam van het Britse Floating Points. De band kwam live hun debuutalbum, dat verscheen in november 2015, voorstellen. Er werd een ijzersterke set gespeeld; wondermooie visuals sleurden je mee. Floating Points combineert house, elektro, jazz en maakt er een eigen uniek genre van. Verbazingwekkend goed en adembenemend mooi. Een show die lang nazinderde.

Is een STUFF. introductie nog nodig? Wie deze band nog niet aan het werk zag, kan beter in een hoekje kruipen en zich schamen. Het Gentse vijftal is tegenwoordig overal te zien in clubs en op festivals. En terecht. STUFF. maakt een soort aparte world waarbij het bijna onmogelijk is er niet van te houden. Ook op Dour knalden ze, met een set die het publiek, op een uur tijd, volledig van zijn sokken blies. Nummers op de set waren “Event Horizon”, “Skywalker” en ons persoonlijk hoogtepunt “Tahtam”.

dag 4 – zaterdag 16 juli 2016

Misschien wel een van dé ontdekkingen op Dour 2016 is het Amerikaanse Protomartyr. Een opkomende post-punk band waarvan de zang vergeleken kan worden met die van Nick Cave.
En dat is een groot compliment. Nummers van het recente album (die vorig jaar in oktober verscheen) als van hun oudere plaat, werden gespeeld. Het was al enorm warm in Le Labo en Protomartyr slaagde er in ons nog meer te laten zweten. Een bandje om in het oog te houden. Zeg niet dat we u niet gewaarschuwd hebben!

In de Jupiler Dancehall konden we gezellig een dansje placeren op de reggea dub beats van Panda Dub. Althans dat dachten we. De tent zat zo vol dat we over de mensen heen moesten kruipen om een plaatsje te bemachtigen. Dit Franse project speelde met een live bezetting en wist er een gigantisch feest van te maken. Dit was een perfecte mix van electro, techno en reggea dub ritmes. Een uur lang werden we in betere sferen gebracht.

Django Django releaste vorig jaar ‘Born Under Saturn’. Een plaat die door heel wat blogs en magazines positief onthaald werd. Ook live werden wij op Dour enorm overtuigd van deze plaat. Django Django heeft duidelijk hun weg gevonden en staat er live meer dan ooit. Ze toonden overduidelijk aan dat ze meer in mars hebben dan hun hit “Default” , wat ons erg gelukkig maakte.

Het optreden van de hoogste verwachtingen was dit van Sigur Rós. De band kwam enkele maanden geleden met een nieuw nummer “Óveður” , die iedereen onder de indruk bracht. Ook live hadden we hetzelfde aanvoelen. Hun set bezorgde het publiek kippenvel van begin tot eind en zo zijn er niet veel die dat nog kunnen. Op de eerste twee nummers stonden ze achter een ledscherm. Wat bizar, vertwijfelend waren we. Maar zodra het scherm weg was , zetten ze het publiek volledig naar hun hand en namen ze iedereen mee op een betoverende trip. Niets dan magie die onze verwachtingen inloste.

Een spijtige indruk hadden we van het optreden van Underworld, hoewel … dat dit niet meteen door de band zelf kwam. Het geluid zat slecht en het publiek was niet goed mee waardoor het enthousiasme op het podium en bij het publiek deels uitbleef.  Songs van het nieuwe album ‘Barbara Barbara, we face a shining future’ overtuigden live onvoldoende. Na een half uur ervaarden we dat het publiek er eigenlijk maar gewoon stond om hun grootste hit “Born Slippy” te horen. Wanneer het nummer door de boksen galmde, werd ons gevoel bevestigd. Het publiek werd wakker en ging er de laatste 10 minuten voor! , wat teruggekaatst werd door Underworld zelf.

Lefto is gekend van z’n mishmash aan stijlen , die iedereen aan het dansen krijgt. Ook op Dour deed hij dit probleemloos. Hiphop, reggae, dubstep, deep-house, drum'n'bass, breaks , … alles werd door elkaar geklutst; al 10 jaar lang staat hij in voor het beste gemixte feestje op Dour. Kortom, Lefto staat garant voor een uiterst geslaagd feestje .

dag 5 – zondag 17 juli 2016

De laatste dag is er eentje van moshpits … We begaven ons al vroeg naar de weide om  Cocaine Piss te zien in de Cannibal stage. Wallonië deed het maar weer eens goed want Cocaine Piss is momenteel niet meer uit de muzikale media weg te slaan. Pokkeherrie op niveau en nummers die niet langer dan 1 minuut duren. Een schitterend show met een over sympathieke zangeres die het plezanter vond om haar performance in het magere publiek voort te zetten dan op het podium zelf. Onze trommelvliezen waren bijna al gesprongen maar met trots kunnen we zeggen dat we dit gekke gezelschap gezien hebben.

Wat een energie op het podium van het Amerikaanse H0990, spreek uit als Horror . Kan ook niet anders als je een mishmash brengt van hitsende rock, noise , punk , hiphop met snedige , verbeten raps . Wat groovende electro zoekt z’n weg in dit concept. Als losgeslagen buffels gaan ze tekeer . Te situeren binnen de groep van iconen Bad Brains , Black Flag , 90s 24-7 Spyz en de huidige rits Odd Future en Death Grips. (Johan Meurisse)
Erna gingen we even op verplaatsing naar Petite Maison dans La Prairie voor onze H09909 waar we de grootste en meest hevige moshpit meemaakten. We zagen deze hardcore punk/hiphop band al meerdere keren maar hun show blijft steeds verbazingwekkend goed. Loeihard en straight forward , door merg en been.

Daarna terug naar die Cannibal Stage voor Double Veterans. We moeten eerlijk toegeven dat we deze band al diverse keren zagen , en telkens met een rock ’n roll feestje van jewelste. Hun nieuwste ‘Baby Space Age Voyeurism’ werd op ons afgevuurd met de geslepen gitaarrifjes van “Leave Me Alone”, “Nicotine Girl” en “The Trip”. Maar ook “Steppin’ on the beach” ... De ‘oohoohs’ werden luidkeels meer gebruld op dit vurig optredentje.

Together
Pangea uit LA joeg er een pak korte , kernachtige songs door in hun 45 minuten durende set . Het kwartet laat twee gezichten zien , melodieus knappe popsongs en messcherpe gitaarrock , met een punkrandje . Het afwisselende materiaal zat dus knap in elkaar. Schitterende tempowisselingen in het stomend concertje.  Een heerlijke genietbare gitaartrip! (Johan Meurisse)

‘Back to England‘ - Slaves kwam de Cannibal stage onveilig maken. Slaves is een typisch Brits punk duo die hun song overladen met vettige baslijnen en loeiharde drums. En die kenmerkende punkattitude druipt van hen af ; hun lyrics laten niks aan de verbeelding over. Slaves speelde een feestje voor wie wou dansen en brullen een uur lang. En geloof me , ze zijn er zeker in geslaagd. Zij joegen er met hun tweeën bijna de volledige tracklist door van hun debuutalbum ‘Are You Satisfied?’  en lieten ons ondertussen even proeven van enkele nieuwe hapklare nummertjes die snel voor een 2de album mogen zorgen.

Een apart bandje is het Canadese Suuns , die net hun derde cd ‘Hold/still’ uithebben . Net als hun concert tijdens Les Nuits Bota,
slaagden ze erin een voortdurende suspense te realiseren, verbaasden , verrasten en fascineerden door de repetitieve, hotsende , botsende , dreinende stekelige groovy dansbare ritmes in een miezerig, donker, mistig decor te stoppen , met stoorzendergeluiden , ruis , die felle stroomstoten konden ondergaan. Een dwarse creativiteit die enorm werd gerespecteerd . Suuns stopt het allemaal in een mallemolen van gitaren, drums en keys . Suuns  tast muzikaal de grenzen af , combineert en daagt uit. Spannend Geniaal Gek dus! (Johan Meurisse)

Een wervelend concert hadden we van de LA punkrockers The Bronx  waar de zanger al van de eerste nummers bij zijn fans te vinden was … en bij hen bleef . In een snedig, gedreven concept hadden we van het kwintet een straight forward geluid van hardcore/punk, met een rauw bluesy randje. ‘Make some noise with me, my friends’, jawel hier was sprake van direct contact , waar de zanger en zijn band hoog de hemel werden ingeprezen . Met een knipoog naar Frank Carter , die andere die-hard punkrocker … Kortom , de essentie van punk! (Johan Meurisse)

Konono N° 1 - eerder de week konden ze er niet bij zijn als support van Tortoise in het Rivierenhof door paspoortproblemen . Maar kijk liefdevol stonden ze in één van de kleine tenten op Dour. Het combo uit Afrika biedt bezwerende , ritmisch groovende world pop , en in de intense jams horen we een eigen klankkleur . De band wordt alvast op handen gedragen door artiesten als Bjork , Deerhoof en Damon Albarn . Een arsenaal aan eigen gemaakte  instrumenten, allerhande onderdelen , enz in combinatie met een dreunende bas, percussieve ritmes en een mooie samenzang,  bieden een heerlijke sound die ons in trance brengt en de dansspieren aanspreekt . De vijf jaar stilte waren dus niet voor niks geweest . (Johan Meurisse)

De laatste band die we bezochten in de Cannibal Stage waren de Subways. Een punkbandje dat het publiek spontaan aan het dansen krijgt bij het eerste akkoord. Hun eerste drie platen zijn om van te snoepen en daaruit komt nog steeds de beste live songs. We wachten dus vol ongeduld op die onmisbare songs als “We Don’t Need Money to Have a Good Time”, “Its a Party”, “Oh yeah” en als laatste “Rock ’n Roll Queen”. Eén van deze nummer dwong zanger Bill ertoe om helemaal naar boven te klimmen op één van de stellingen, om  dan het publiek in te duiken. Dit truckje zorgt nog steeds voor kippenvel. Ook de gigantische circlepit is een weerkerend fenomeen. We kunnen niet ontkennen dat ze weer eens een feestje van gemaakt hebben.

De closing acts dit jaar waren om van te snoepen . En Dour mag dan een uitputtingsslag zijn , op de afsluitende avond werd er nog een tandje bijgegeven door de uit Boston afkomstige Pixies, die hun reünie zo positief ervaarden , dat ze zelfs  na al die jaren een nieuwe plaat uitbrachten, ‘Head carrier’ .
Graag proefden we de nostalgie van deze band .  Ze lagen aan de basis van de noisepop en de grunge eind de jaren ‘80. Samen met tijdsgenoten Sonic Youth , waren ze toen  nog te zien op gerespecteerde Furturamafestival als ontdekking, en bepaalden zij het geluid van een Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden.
De nieuwe bassiste Paz Lenchantin , veel jonger dan het drieluik Black Francis, Joey Santiago en David Lovering, doet het ander vrouwelijk fenomeen Kim Deal vergeten (en dat zeggen we eigenlijk niet graag …) Vocaal sluit ze perfect harmonieus aan , evenals de hijgjes en lachjes. “Where is my mind” was er zo eentje .
Black Francis , met brilletje en in beste pak  , is nu niet de eerste die het publiek animeert of het eerste beste gedicht voorleest . Hij laat zijn gitaar en stem gelden . Een stem die toch eerst wat gesmeerd moest worden . Vocaal zat hij er in het begin wat naast , maar OK er is die unieke sound die over ons heen rolt! Messcherp klinkt het niet direct meer , een meer slepend trager tempo sijpelt door , maar het is en blijft nog altijd heftig , hitsend , twinkelend.
Het kwartet liet een frisse indruk na , speelde een goede set en beleefde spelplezier . “Gouge away” , “Dead” en “River euphrates” waren meteen een juiste songkeuze . Goed , opwindend, dynamisch, overtuigend  met z’n tempowisselingen.
We werden wegwijs gebracht in hun oeuvre tussen 87 en 93 (remember die platen ‘Surfer Rosa & Come on pilgrim’ (‘87/’88), ‘Doolittle’, ‘Bossanova’ en ‘Trompe le monde’) met enkele nieuwe songs als “Um chagga lagga” en “Baal’s beck” , die veelbelovend zijn.
Dertig songs passeerden de revue ; een crème brûlée kreeg je met “Bone machine” , “Isla de encanta” , “Vamos”, “Break my body” , “Wave of mutulation” , “Rock music” , “Tame” en “Debaser”, classics in het snellere genre .
Pixies bracht hier alle leeftijden samen. Hun doorsnee subtielere hits “Velouria” , “Monkey gone to heaven” , “Here comes your man”; “La la love you” (met drummer Lovering aan de vocals) en “Where is my mind“ werden luidkeels meegezongen . In het tweede deel was het kwartet duidelijk op dreef,  “Caribou” was een hoogte punt , opbouwend en gierend; de adrenaline bleef door de aderen stromen door de venijnige speldenprikjes en explosies. Het tempo werd voortgestuwd door gitaarexplosies, pedaaleffects, diepe bas en opzwepende drums .
De eerste keer Pixies op Dour zien zal wel in het geheugen gegrift staan voor de jonge bezoekers . Spijtig genoeg geen “Gigantic”, hoewel dit een uitgelezen kans was aan Lenchantin om zich te profileren … 
De Pixies stonden garant oude herinneringen te koesteren; we konden ons uitleven, headbangen en springen, maar op onze gezegende leeftijd konden we ook genieten van hun broeierige songs. (Johan Meurisse)

Na het vele ‘gemosh’, ‘gestamp’ en ‘gepunk’ werden we naar de mainstage geleid om Boys Noize aan het werk te zien, om er nog een laatste keer een lap op te geven. De weide ging volledig uit zijn dak ,  wild op en neer voor de overweldigende beats van de Duitse electro/techno dj. Het was hard, stevig en op z’n minst uitputtend.
Maar nog niet uitputtend genoeg , want we gingen nog even een kijkje nemen in de Jupiler Dancehall bij Mr Oizo om z’n Electro track “Flat beat” te horen. Hier zijn we blijven plakken tot het allerlaatste campingfeestje.

Dour , wij hebben ruimschoots genoten van je festival en zullen volgend jaar er met plezier terug bij zijn. En nu , we zullen je missen! Doureeeeeeh!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/dourfestival-2016/
Organisatie: Dourfestival , Dour

Alan Vega , mede-oprichter van Suicide , overleden . Hij werd 78 jaar

Geschreven door

Alan Vega , mede-oprichter van Suicide , overleden . Hij werd 78 jaar
Een van de eerste boegbeelden van de punkmuziek is overleden. Alan Vega, mede-oprichter van de Amerikaanse groep Suicide is gisteren op 78-jarige leeftijd in zijn slaap overleden. Vega was ook een van de grondleggers van de elektronische muziek.
"Het is met de enorme droefheid en verslagenheid die alleen zo'n bericht kan teweegbrengen dat we jullie melden dat de grote artiest en scheppende kracht Alan Vega is overleden", staat te lezen in het overlijdensbericht dat door de familie is verspreid. Het nieuws werd meteen opgepikt en verspreid door die andere punklegende Henry Rollins.
Vega, die in 1938 in Brooklyn, New York, geboren werd als Boruch Alan Bernowitz, was naast muzikant ook schilder en beeldhouwer. In 1970 stichtte hij samen met toetsenist Martin Rev Suicide. Het duo werd naar eigen zeggen geïnspireerd door een Stooges-concert in New York in 1969. Suicide was de eerste groep die zichzelf omschreef met het predikaat "punk".
Vega had de term gelezen in een artikel van de bekende muziekjournalist Lester Bangs en vond dat het begrip "schooierachtig" hun muziek goed beschreef. Op de eerste posters van het duo stond als bijschrift "Punk Music". De term werd daarna geleidelijk aan ook overgenomen door andere bands.
Het eerste album "Suicide" verscheen in 1977 en wordt nog steeds beschouwd als een van de mijlpalen in de rockgeschiedenis. Vega oogstte in 1980 in Europa ook aardig wat succes met zijn soloalbum "Jukebox Baby". (Bron - De Redactie)

Gent Jazz Festival 2016 – Lianna La Havas – Jill Scott

Gent Jazz Festival 2016 – Lianna La Havas – Jill Scott
Gent Jazz Festival 2016
Bijlokesite
Gent
2016-07-14
Piet Clarysse en Lode Vanassche

Lianna La Havas -
Lianna brengt een heerlijke mix van Jazz en Wereldmuziek met een wel erg poppy tintje. Met verbazend gemak palmt ze met haar stem, gitaar, looks en orkest de ganse tent in. Green on gold ruikt naar Sade. We voelen ook Aretha Franklin ( “I say a little prayer”), en ga zo maar door. U merkt het al. La Havas is een prettig gestoord en polyvalent beestje met een enorme liefde voor muziek die moeilijk in een hokje te plaatsen valt. We zullen nog veel horen van haar. En meer dan haar versie van “For ever” die ons constant om de oren wordt geslagen. Een wondermooi optreden, maar met net iets te veel ‘I love you’s’.

Volgens Wikipedia mengt Jill Scott, R&B, spoken word en hiphop met andere genres en creëert zo muziek die neo soul genoemd wordt. Ze haalt moeiteloos hoge noten, waardoor men haar vaak met Minnie Riperton en Deniece Williams vergelijkt. So far so good. Op Gent Jazz is ze er niet in geslaagd om deze status waar te maken en mocht ze ons dermate ontgoochelen met een lauw, inspiratieloos concert waar er geen gedrevenheid te bespeuren viel. Haar werk heeft iets te vaak met liefde en seks te maken, en een zeldzame keer mag ook de Heer geprezen worden. “Gettin In the Way,” “A Long Walk,” “Cross My Mind,” “Hate on Me,” “God Bless The Child,” “Blessed,” “Fool’s Gold,” “Can’t Wait,” “So Gone,” “He Loves Me” kunnen hiervan getuigen.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent 
   

Pagina 277 van 498