logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
giaa_kavka_zapp...

Clutch

Clutch – Vakmanschap – Finesse en Gecontroleerde Power

Geschreven door

De Amerikaanse, uit Germantown, Maryland afkomstige band Clutch heeft iets. Iets wat hen onderscheidt van het gros van de andere hedendaagse stoner bands en aanverwanten. Aan hun afkomst zal het wel niet liggen : Maryland, een staat ten Zuiden van New York is nu niet bepaald een broeinest van vernieuwende en of wereldschokkende rockbands (wie in Europa weet uberhaupt af van het bestaan van de Amerikaanse staat Maryland ?). De kracht en de authenticiteit van Clutch zit hem veeleer in de passie, bevlogenheid, eerlijkheid, ongecompliceerd vakmanschap, hun gecontroleerde power, en vooral het charisma van frontman Neil Fallon.

Een goeie 20 jaar lang al banen Fallon en de zijnen zich traag maar gestaag een weg in het wereldje van de zware rock en groeiden zo steeds verder uit naar bijna een soort cultstatus. In die 20 jaar bouwden zij –ook dankzij hun felle live reputatie- een beperkte maar fanatieke en immer groeiende aanhang op die weet waar Clutch voor staat. Getuige daarvan een goed volgelopen Vk*, vrijdag 1 februari laatstleden, voor hun enige Belgische show van hun ‘Earth Rocker’ toernee, ter promotie van hun nog te verschijnen 10e studio plaat (release maart dit jaar).
Anderhalf uur lang konden we ons te goed doen aan een sublieme selectie nieuw en ouder materiaal. De nieuwe nummers doen ons alvast halsreikend uitkijken naar de release van die nieuwe ‘Earth Rocker’ plaat, maar de set van vanavond focuste zich vooral op het werk van de laatste 10 jaar. Vanaf opener “The Mob Goes Wild”, ondertussen een ware Clutch classic uit meesterwerk ‘Blast Tyrant’ uit 2004, en het daaropvolgende recentere “50.000 Unstoppable Watts” was het meteen raak. Clutch had de Vk* vast in een wurggreep en liet die niet meer los. De band, al meer dan 2 decennia in dezelfde bezetting, stond op scherp en speelde uiterst strak en efficiënt : geen noot te veel en steeds ‘to the point’ ! Alhoewel op het podium de absolute tegenpool van zanger Neil Fallon, is het vooral gitarist Tim Sult die die machtige Clutch sound draagt. De man mag er dan wel uitzien als een doordeweekse loketbediende uit het postkantoor in Lotenhulle (als dat daar nog zou bestaan) en al evenveel bewegen, hij is het die de ene na de andere machtige riff uit zijn Gibson laat gieren. Enkele keren omgordt Fallon zelf de gitaar voor een potje vettige slide, die dan resulteert in smerige uitvoeringen van pareltjes als “Gravel Road” en “The regulator”, hun interpretatie van de Blues.
Maar liefst 6 tracks uit die magistrale ‘Blast Tyrant’ passeren de revue, waaronder “Profits of Doom” en hoogtepunt van de avond “Cypress Grove”, een schoolvoorbeeld van hoe funky een kick-ass rockband uit de hoek kan komen, ditmaal met de nodige credits voor bassist Dan Maines en drummer JP Gaster. Een 2e climax van de show en meteen ook afsluiter, was het duo “Electric Worry / One Eye Dollar” uit de ‘From Beale Street to Oblivion’ plaat (2007) : de keet op zijn kop ! In de bisronde eventjes gas terug –zowaar akoestisch- voor het nieuwe bluesy “Gone Cold” om er dan finaal uit vliegen met een oudje uit hun debuutplaat (1993) “A Shogun Named Marcus”.  Magistraal !

Volgende afspraak op Belgische bodem is Graspop. Mis ze daar niet, maar ik heb zo een sterk vermoeden dat hun ideale speelterrein veeleer het club-circuit is waarin ze momenteel vertoeven. Maar het is deze doorbijters –na al die jaren- uiteraard van harte gegund !

En voor de goede orde : Tijdens afsluiter “Shogun” werd de band bijgestaan door Jimbob Isaac van support act Hark. Verder willen we over deze jonge Welshe band niet veel kwijt.  Live één (te) dichte geluidsmuur, weinig echte songs ! Wel potentieel, dus binnen enkele jaren nog eens terug te verkennen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/clutch-01-02-2013/

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

The Joy Formidable

The Joy Formidable – Meteen raak

Geschreven door

Meer dan lovend zijn we over het optreden van de uit Wales afkomstige The Joy Formidable. Het was meteen raak en we zagen een formidabel concert dat hun naam alle eer aandoet. Ze zijn graag geziene gasten in de Bota, en ook op de festivals charmeert het sympathieke trio. Het nieuwe concertseizoen kon niet beter van start gaan .
 
De band van de blonde Ritzy Bryan dringt het meest tegen de vroegere Yeah Yeah Yeahs aan, met gevoelige broeierige , meeslepende , explosieve melodieuze indierockende shoewave; gecontroleerde chaos, strak, begeesterend, bezwerend en catchy, waarbij het trio alle registers kan opentrekken, wild tekeer gaan en sommige nummers lekker lang uitspint; ze krijgen kracht en sterkte door haar indringende vocals . Een intensiteit die gedoseerd klinkt , kan uitbarsten , ontploffen, door hypnotiserend, potig , gierend gitaargeweld , diepe ronkende basstunes en hitsende drums , zonder de popmelodie uit het oog te verliezen. Uiterst genietbare muziek, die raakt , overweldigt , en ondersteund wordt door visuals. Bruisend enthousiasme, kwaliteit en talent dus! Bijgevolg indrukwekkend concert !
De nieuwe plaat ‘Wolf’s law’ is net uit en volgt ‘The big roar’ op . Beide platen kwamen  vanavond voldoende aan bod . Het trio hield het publiek anderhalf uur lang in hun greep . Ze herinnerden hun vroegere optredens in de Bota nog , het onthaal van een warme publiek , de respons , de voorbijvliegende jonge diver … Leuk. Levenslust, optimisme, vertrouwelijkheid, het schept een nauwe band. Heerlijk dat dit allemaal kan opgenoemd worden .
De eerste single “Austere”  zat al vroeg in de set en werd voorafgegaan door het springerige nieuwe “Cholla” , een uppercut van een nummer . Continu zorgden ze voor een evenwicht tussen pop , shoewave en noise , o.m. de pulsaties en de uithalen op “This ladder is ours” , een snedig, scherp “Little blimp” en “Cradle”  of als op “The greatest light is like the greatest shade”, sfeervolle, ingetogen  tunes, die  crescendo gaan, harder, feller klinken en durven te ontsporen en ontploffen .
“Silent treatment” bood een adempauze en plaatste bassist Rhydian Dafydd in de spotlight, die hier voor de gelegenheid op akoestische gitaar speelde. Een pracht van een overtuigende eindrun werd ingezet,  “Maw maw song”, “I don’t want  to see you like this” en “The everchanging spectrum of a lie”. .De klassieker “Whirring” werd tot op het bot uitgediept, sloeg je helemaal murw en tekende voor een ongelofelijk formidabele live ervaring .

We hebben alle vertrouwen in het trio die een grootse doorbraak verdienen en hun spontaniteit , speelsheid , tonnen enthousiasme en gretigheid niet verliezen . Geweldig concert!

Een drietal songs hoorden we nog van de support We Are Animal , een Brits kwintet die we ook maar beter in het oog houden , de verrassende wendingen en de wisselende ritmiek in de dubbele percussie en synths zorgden voor een boeiend geheel. 

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/we-are-animal-01-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-joy-formidable-01-02-2013/

Organisatie: Botanique , Brussel

The Soft Pack

The Soft Pack - Beloftevol, maar nog niet spetterend

Geschreven door

 

In 2010 waren wij sterk onder de indruk van de titelloze tweede plaat van dit veelbelovende gitaargroepje uit San Diego. Met de kersverse nieuwe plaat ‘Strapped ‘ was ons enthousiasme echter een beetje geluwd. Niet dat het daarom een slecht album zou zijn, verre van, maar omdat The Soft Pack hierop een beetje te veel naar pop neigde, en dat ten koste van de venijnige gitaarrock.

Ook op het podium wist The Soft Pack ons niet zo bij het nekvel te grijpen als wij stiekem hadden gehoopt. Enerzijds hoorden we wel een fris en aanstekelijk geluid met beduidend knappe songs, anderzijds misten we een beetje de uitspattingen die we bijvoorbeeld bij een verwant groepje als  Cloud Nothings wel kregen enkele maanden geleden in De Kreun .
The Soft Pack is het iets breder gaan zoeken met luchtige en hitgevoelige songs als “Tall Boy” en “Bobby Brown”, waarin keyboards en alt sax een knappe rol speelden, maar we genoten vanavond toch nog altijd meer van door wilde en prikkelende gitaren aangestoken songs als “Parasites” en “Come On”, niet toevallig twee tracks uit de vorige plaat. Op hun beste momenten kwam The Soft Pack in de buurt van The Feelies en The Pixies, en dat is iets wat kan tellen. Elders misten ze dan weer een beetje de drive om constant te blijven boeien en leken ze een beetje onwennig, alsof ze bang waren te veel uit de bol te moeten gaan.

The Soft Pack is ook zo een typisch Amerikaans college bandje. Een uitgesproken rock’n’roll imago is hen totaal vreemd (zie ook weer The Feelies), ze menen het echt met hun muziek maar het ontbreekt hen nog  een beetje aan het nodige vuur, hoewel ze in de Trix een paar verdomd goeie songs lieten horen.
We hebben er dus het volle vertrouwen in dat het wel goed komt, want die jongens hebben nog zeker niet alles laten zien en horen.
Beloftevol groepje, noemen ze dat dan. Wordt vervolgd.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-soft-pack-31-01-2013/

Organisatie: Trix , Antwerpen

Dropkick Murphys

Dropkick Murphys, Frank Turner en The Agitators doen Deinze en de Brielpoort herleven

Geschreven door

“This City Is dead”, weerklinkt het in een nummer van London Bullet, een punkband uit Deinze. Het nummer is dik anderhalf jaar uit en het lijkt alsof het stadsbestuur sindsdien in actie geschoten is. Plots wordt de legendarische concertzaal De Brielpoort (The Clash, Sonic Youth, Ramones, AC/DC, Blur,…) opnieuw gebruikt voor optredens. Na geslaagde passages van Status Quo en Motörhead was het nu de beurt aan de peetvaders van de Celtic punk, de Dropkick Murphys.

Streetpunkers The Agitators mochten de aftrap geven. De voetbalmetafoor staat hier niet toevallig. Ze hadden songs als “4 Minutes” over de overwinning van De Rode Duivels tegen Nederland in ’85, maar ook R Antwerp FC, The Great Old, is een grote inspiratiebron. Bovendien werden de refreinen meegescandeerd met gebalde vuist door de fans op de eerste rijen, alsof ze een voetbalploeg stonden aan te moedigen.
De Britse invloed konden ze moeilijk verbergen. Het zat ‘m niet enkel in de muziek (invloeden: Sham 69, Cockney Rejects, Cock Sparrer,…) maar ook in de klederdracht, allemaal waren ze keurig uitgedost in een Fred Perry polo.
Je merkte wel dat dit niet de band’s natuurlijke habitat was, en als een zaal als De Brielpoort halfleeg is, gaat het geluid als snel tegen zitten. Ondanks alles deden The Agitators het voortreffelijk en betrapten we onszelf tegen het einde toe ook op het meezingen van de refreinen, mét gebalde vuist. “Oi! Oi! Oi!” Antwerp eerste klas.


Frank Turner is big in thuisland Engeland. Vorig jaar verkocht hij nog de Wembley Arena uit (dus niet het stadion, maar de aangrenzende zaal, waar toch ook een dikke dertienduizend man in kan).  Begeleid door The Sleeping Souls begon hij met “If I Ever Stray” en het zat meteen goed. Het werkt natuurlijk ook dat Frank Turner zo’n aimabele gast is. Hij straalt iets uit wat ook Brian Fallon (The Gaslight Anthem) heeft en Joe Strummer had: U en ik verschillen in wezen niks van elkaar. Ook al ben ik het die hier staat, het kon even goed uw buur, beste vriend of jijzelf geweest zijn.
De twee sterkste nummers waren “Photosynthesis” (“I won’t sit down, I won’t shut up and most of all I will not grow up) en het “I Still Believe”, dat staat voor alles waarin hij gelooft, naar eigen zeggen: The Beatles, The Stones, Black Flag, The Ramones, gitaren, drums en poëzie.


Voor iedereen die het nog niet wist: ondanks de kilts met tartanmotief, de shamrock in hun logo, de banjo’s en de occasionele doedelzakken, komen Dropkick Murphys niet uit Ierland of Schotland, maar uit Boston, Amerika.
Ieren of niet, sfeer met zich meebrengen doen ze wel. “The Boys are back and they’re looking for trouble”  klonk het in hun opener, dat het publiek in opgejaagd wild transformeerde, waarbij liters bier verloren gingen en ongeveer evenveel zweet de poriën verliet (“who needs going to the gym when you can go to The Murphys?!”). We kregen om de haverklap een crowdsurfer over onze hoofden heen. Waarvan sommigen in kilt, voor de gelegenheid mét onderbroek. Oef.
De wet van The Murphys met als formule: een beetje Pogues en een flinke scheut punk, werkt! En dat doet het al 17 jaar en 8 albums lang. De setlist teerde overigens vooral op materiaal uit het achtste album ‘Signed and Sealed in Blood’, dat eerder dit jaar uitkwam. Wat niet wil zeggen dat de fans de teksten nog niet kenden. Integendeel, ieder nummer werd gretig meegezongen, alsof het hun lijfliederen betrof.
Na zo goed als ieder nummer werd er trouwens “Let’s go Murphys” gescandeerd, alweer waanden we ons in een voetbalstadion.

“Johnny, I Hardly Knew Ya”, een herwerking van Clash nummer “English Civil War” en de indrukwekkende karaokeversie van “Shipping Up To Boston” (wat je letterlijk mag nemen, zanger Al Barr zong geen woord!) waren de hoogtepunten van de reguliere set.
De bisronde werd een nog groter spektakel: alle vrouwen werden op het podium gevraagd voor “Kiss Me, I’m Shitfaced”, tot ergernis en jaloezie van vele mannen die ook het podiumbeest wilden uithangen. Het is eens iets anders, dat de vrouw bevoordeeld wordt in deze patriarchale maatschappij. Frank Turner nam de lead voor zijn rekening tijdens de laatste nummers, waaronder een cover van AC/DC klassieker “TNT”, waarbij vooral bleek dat Turner een steengoede zanger is.

“After all, who would’ve thought, something as simple as rock’n roll would save us all?”, klonk het in “I Still Believe” van diezelfde Frank Turner.
Beter kunnen wij de avond niet omschrijven, en dat op de vooravond van gedichtendag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-agitators-30-01-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/frank-turner-30-01-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dropkick-murphys-30-01-2013/

Organisatie: Heartbreaktunes

Arno

Arno – Goud van oud en oud van goud

Geschreven door

Hij maakt platen om op te treden, liet hij zich onlangs ontvallen. Twee jaar voor zijn pensioengerechtigde leeftijd en nog minder dan twee na zijn laatste ‘Arno Brusseld’ is het weer van dat. Zijn cd ‘Future Vintage’ ligt er, Arno zelf staat er weer. Of het is wennen of het is nostalgie of het is dat zijn laatste schijfje wat doordeweekser is, maar het waren vooral zijn oudjes die het concert droegen.

Oudjes op en veel ‘bijna-oudjes’ voor het podium. Het gevolg was dat de vlam in de Kortrijkse Kreun niet in Bengaals vuurwerk ontstak. Het was nochtans een West-Vlaams thuispubliek (het eerste in zijn tour) voor de uitgeweken Oostendenaar, maar de volledige betovering beet maar toe bij zijn TC Matic-werk en enkele andere oude krakers.
Met de deur in huis viel hij binnen: ‘Content dat iedereen betaald heeft’ waarna hij opende met “We want more” en “Je suis fantastique”. Qua titel inhoudelijk allebei toepasselijk- zo zo achteraf blijken - , maar het was wat lauwtjes opwarmen waarna hij met een strak “Que Pasa” voor het eerst wat goud van oud opdiepte.
Arno is echter nog altijd een podiumaddict en de bühne blijft zijn terrarium. Vocaal belichaamt hij de schrapende passie en de absurdistische vertelsels die hij ertussen duwde kregen heel de zaal stil, wat niet van alle (soms ook intiemere) nummers kon gezegd worden. De tooghangers achteraan hadden soms - jammer genoeg - meer oor naar elkaars verhalen dan naar sterke en bij momenten melancholische ogenblikken à la “Lola” en “Dis pas ça à ma femme”.
Zijn tussenschuivers waren echter hilarisch surrealistisch. Over de tetten van zijn mémé waarmee ze een boer van zijn ‘pèrd’ kon slaan (“Lola”), zijn bijna-schoondochter, de coiffeuses van Abba, de soldenvibrator die fantastisch werkt als mixer voor ‘mousse de chocolat’, knipogende ‘mussels’ (“Comme à Ostende”), Johnny ‘Vacances’ Holiday en de lippen met twee merguezen, …
‘Future Vintage’ – een zalige titel trouwens – kon moeilijk op tegen de woordelijke zever en de muzikale traditie in het lijf van ons (inter)nationale rockembleem. En dat moet ook Hij geweten hebben, want hij mixte zijn set niet met een mousse-de-chocolat-vibrator zomaar ineen. Zijn kapstok hing vol haken uit de tijd, eindigend met “
O La la La” en “Putain Putain” en bissend met “Vive ma liberté” en het cimbalencircusnummer “Bathroom Singer”.

Hij had zich helemaal ‘gesmeten’, zijn publiek niet echt, al was het achter alles meer dan genietbaar. ‘Ik ben oud geboren en zal jong sterven’, zei Arno ooit. Wij hopen dat hij muzikaal niet te jong meer wordt. Geef ons maar goud van oud, al is die oude op een podium  nog altijd wel puur goud. Samen met de onvermijdelijke Serge Feys natuurlijk.

Setlist: 1. We Want More 2. Fantastique 3. Que Pasa? 4.  Elle pense quand elle danse  5. I Don’t Believe 6. Ratata 7. Ca plane pour nous 8. Lola 9. Die Lie 10. Je veux nager  11. The Parrot Brigade 12. Dis pas ça à ma femme 13. Quand les bonbons parlent  14. Black Dog Day 15. Comme à Ostende  16. Hot Head  17. Les yeux de ma mère  18. Show Of Live 19. With You  20. O La la La  21. Putain Putain  22. Vive ma liberté  23. Bathroom Singer

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-30-01-2013/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Conor Oberst

Conor Oberst – In alle eenvoud

Geschreven door

Wie is Conor Oberst ? Het is een sing/songwriter, een muzikale duizendpoot en multi-instrumentalist. Hij is de leader van Bright Eyes, een groep in wisselende groepsbezetting, in 1998 opgericht, en waarvoor hij 11 albums heeft uitgebracht. Hij werkt niet alleen mee aan verschillende projecten (Desaparecidos, The Mystic Valley Band, Monsters Of Folk, etc.), maar heeft ook een solocarrière. En het is in zijn eentje dat hij opnieuw naar Brussel kwam, een bezoekje brengen aan zijn trouw publiek, dat hij - ondanks zijn relatieve anonimiteit (althans binnen Europa) – wist te veroveren, onder andere dankzij zijn prachtige album ‘I’m Wide Awake, It’s Morning’ , in 2005 uitgebracht. En ondanks zijn relatieve onbekendheid was het concert van het kleine Amerikaanse genie van die indiefolkende stijl al geruime tijd uitverkocht…

De 33-jarige Amerikaan van Omaha City (geboren op 15 februari 1980) stelt ons een rijkelijk, diepgaand repertoire voor. Hij zit meestal neer en een akoestische gitaar vergezelt hem. Hij wordt ondersteund door twee assistenten, Ben Brodin en Simy Stone, die de viool, xylofoon, elektrische gitaar of piano voor hun rekening nemen en op die manier meer kracht geven aan de composities. We krijgen de mooiste parels uit zijn repertoire te horen; in het bijzonder “At the Bottom of Everything”, “Classic Cars” en het zeer ontroerende “First Day of My Life”. Aangezien hij zijn inspiratie haalt uit de traditionele folk, slaagt Conor erin om de kwaliteit van zijn uitzonderlijke stem in de verf te zetten. In aandoenlijke eenvoud keert hij terug naar de wortels van de folk, namelijk die van de grootste Amerikaanse songwriters (Léonard Cohen, Daniel Johnston, Townes Van Zandt, Elliott Smith, etc.).
De set kan oppervlakkig, een beetje monotoon en misschien zelfs stijf lijken, maar de interpretatie van de artiest uit de VS bezit dat beetje meer dat het verschil maakt. En dat is ruim voldoende om gecharmeerd te geraken. Hoe kan je inderdaad weerstaan aan klassiekers zoals “Lua”, dat als bisnummer wordt gebracht, als er zoveel intensiteit in zit. Je zou voor minder over je hele lichaam rillingen krijgen.

Alvorens terug te keren naar zijn vele gemeenschappelijke avonturen, heeft Conor Oberst ons een optreden bezorgd dat zowel mooi als intimistisch was, en dat evengoed in uw living of salon had kunnen plaatsvinden, bij een gezellig plekje aan het haardvuur…

Alexandre Ameloot – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Maudlin

Maudlin – interview nieuwe plaat ‘A Sign of Time’

Geschreven door

1# Maudlin wordt door Wiktionary verklaard als een Midden Engels woord voor Maria Magdalena. Als adjectief heeft het volgende betekenis : sentimenteel in een trieste of dwaze manier, voortkomend uit dronkenschap. Passen deze betekenissen bij jullie keuze voor de naam Maudlin?
Ons allereerste optreden kwam veel vroeger dan verwacht, maar mensen kregen te horen dat we met een nieuwe band bezig waren en deden ons het voorstel te openen voor The White Circle Crime Club. Een voorstel dat je niet weigeren kan. We hadden nog niet nagedacht over een naam, enkel over onze muziek en opeens moest het snel gaan. Het voorstel ‘Maudlin’ werd op tafel gegooid, niemand wist wat het precies betekende, maar het klonk wel leuk. En toen lazen we, na opzoekingswerk, dat het afkomstig was van de Oud-Engelse uitdrukking ‘maudlin eyes’. Dit beschreef de ogen van Maria Magdalena toen ze Christus van het kruis haalde, als “met bloed doorlopen door verdriet en sentiment”. Het uitgangspunt om Maudlin te starten was muziek creëren dat een gevoel oproept... de uitleg dekte de naam en Maudlin was onze definitieve keuze.

2# Het verhaal rond ‘A Sign of Time’ borduurt verder op de vorige cd. Hoe zijn jullie daar bij gekomen?
Ons vorig album ‘Ionesco’ had een open einde en een symbolische stilte. Die stilte reflecteerde de weg naar 'het witte licht' na een zelfmoordpoging van ons personage. Hoe de plaat eindigde dat lieten we open voor de luisteraar. ‘A Sign of Time’ is geen vervolg op dit verhaal. Wel is het een time-stretch van die stilte en ons vertrekpunt voor ‘A Sign of Time’ was de volgende deemoedige vraag:
Op welke trip laten we ons door onze geest leiden onderweg naar het witte licht die ons definitief de dood injaagt? Hoe we daar op kwamen, lang denken, veel overleggen, veel schrappen en veel opnieuw beginnen. Het was ongetwijfeld een uitdaging voor onszelf.

3# In welk personage herkennen jullie jezelf? In Doctor Freeman of de patiënt die zoekt naar genezing/heling?
Het logische antwoord zou zijn op de patiënt die zoekt naar genezing/heling. Wat we doen met Maudlin doen we om verschillende redenen. Het spreekt voor zich dat we bezeten zijn door muziek. Er zijn veel bands met die drijfveer, maar we onderscheiden ons door onze quasi existentiële zoektocht naar hoe we een brug kunnen creëren tussen verhaal, muziek, emoties, kunst en luisteraar. In die zin is Maudlin voor ons ongetwijfeld een genezing & heling.
Dr. Freeman was op ‘Ionesco’ eigenlijk niet meer dan een detail om ons verhaal te kaderen. Toch merken we dat we ons ook deels kunnen identificeren met Doctor Freeman. Vooreerst is de naam prachtig: 'free-man', we leggen ons muzikaal geen beperking op en elke plaat klinkt anders. En zonder pretentieus te willen klinken horen we na onze concerten vaak van toeschouwers dat we hun gevoelens zo mooi kunnen weergeven en dat dit hen sterkt dat ze niet alleen staan. In die zin is onze brug tussen muziek, emoties en luisteraar gebouwd voor die bepaalde persoon en zit Maudlin een stapje dichter bij zijn verworven bestaansrecht.

4# Wat vinden jullie het belangrijkste om het publiek mee te geven? Wat is jullie opzet tijdens een show?
Zoals ik daarnet reeds aangaf willen we die bruggen creëren. We doen dit door elk optreden opnieuw het beste te geven van onszelf, dit zowel op technisch niveau, intensiteit, geluid, overtuiging,... Het klinkt doodnormaal en naast het podium zijn we een olijke bende, maar eens we ons ding mogen doen is er iets onverklaarbaar die de kop op steekt. Het lachen vergaat en we komen in een soort trance waar we onze toeschouwers in willen mee sleuren. En als dat lukt zijn we bruggen aan het bouwen en staan we dichter bij onze, natuurlijk opgedrongen, missie.

5# Als je Maudlin in één beeld zou brengen, hoe zou dit eruit zien?
Gezien ik veel met fotografie bezig ben vind ik dit een uiterst moeilijke vraag. Net omdat ik er veel over nadenk. Een sterke foto is een momentopname die zonder woorden een verhaal vertelt. Ik ben er nog niet uit of ons beeld zwart-wit of kleur zou zijn. Maar het lijkt mij dat een combinatie van beiden in één beeld perfect passen om Maudlin weer te geven. Voorlopig beschrijf ik het beeld als volgt: een kronkelende rivier die het beeld in twee delen verdeelt. Aan de ene kant van de rivier is alles dor, zwart,... alsof er bosbrand huis gehouden heeft. De andere kant staat in bloei, is kleurrijk, levendig. En in de verte over die rivier zie je een brug. Dat is voorlopig het beeld, maar stel mij volgend jaar dezelfde vraag en het beeld ziet er ongetwijfeld anders uit.

6# Van welke show worden jullie stil?
Het journaal. Er is geen grotere show dan wat mensen anderen, de maatschappij, de wereld en vooral ook zichzelf aandoen. Naast leerrijk is het journaal ook vaak triest. Maar tot zover mijn maatschappijkritiek, laten we gaan naar de essentie van de vraag: Ik word stil van existentiële zaken, individuen die hun hart en ziel blootleggen op een manier die hen als het ware door een hoge kracht opgedrongen wordt. En of dit zich uit in schilderen, tekenen, graffiti, toneel, muziek,... al deze “shows” maken mij stil. Het vreemde is dat zaken die puur zijn vaak als “show” worden omschreven omdat de meerderheid van de mensen niet op zoek durft te gaan naar pure zaken, dat zit niet in onze cultuur, dat zijn waarden die niet meer belangrijk zijn,... Naar mijn aanvoelen is alles wat “show” is vaak veel puurder dan de realiteit.

7# Waar halen jullie inspiratie uit?
Dat is moeilijk om uit te leggen als je niet bij het schrijfproces van de nummers betrokken bent. Voor ‘A Sign of Time’ wisten we al welk verhaal we zouden vertellen. Alle hoogte en diepte punten uit het leven van ons personage, die hem maakten tot wie hij was gingen de revue passeren. Maar we konden niet gewoon de feiten vertellen, we moesten uitgaan van de trance waarin je je bevindt op weg naar 'het witte licht'. We kwamen al snel uit bij psychedelica en we voelden de nood om het verhaal op die manier te vertellen. Elk hoogte of dieptepunt werd gekoppeld aan een natuurelement, van dit natuurelement zochten we een bijhorende mythische god of godin die ons dichter bracht bij hoe het schilderij van ons nummer er moest uitzien. En rond dat schilderij dat we in gedachten hadden maakten we de nummers. Dus die oude mythische verhalen in combinatie met de natuurelementen waren onze grootste inspiratie bij ‘A Sign of Time’.

8# Met welke band/zanger/… zouden jullie nog een split willen doen?
Ik ben een grote fan van “in the fishtank”; een concept waarbij twee bands een week in een studio gegooid worden en met z’n allen samen een plaat mogen opnemen vertrekkend van nul. Gooi ons maar samen met Nick Cave & the Bad Seeds, Sigur Ros, Fantômas, Leonard Cohen, Tom Waits of... als het maar een band is die ook een meerwaarde zoekt en op zijn of haar manier een schilderij wil afleveren en een brug wil creëren. Zeer benieuwd trouwens naar de resultaten van alle genoemde samenwerkingen.

9# Wat zijn voor jullie momenten die jullie hebben geraakt?
Dat zijn er veel hoor, maar ik pik er enkele mooie uit.
*Op tour het enthousiasme van mensen voor Maudlin, hun vriendelijkheid en wil om ver te reizen om ons aan het werk te zien. Als je in Italië staat te spelen en iemand zit zes uur in zijn wagen omdat hij er tijdens de show in Spanje niet bij kon zijn, dat is té zot voor woorden. Aan de andere kant ben ik ook vaak die zot en heb ik dat ook over voor bepaalde bands, kunstenaars,... Het is gewoon surrealistisch en tegelijk enorm flatterend dat er mensen zijn die dat doen voor de band waar je zelf deel van uitmaakt.
*Een heroïne junkie die in Slovenië komt zeggen dat hij genoot van wat we deden en dat onze muziek hem deed inzien dat hij geen heroïne nodig had om in hogere sferen te komen. Hoe het afliep met die gast weten we niet, maar als je zo afhankelijk bent van een product als hij eruitzag, dan raakt dit je wel.

10# Waar zouden jullie graag een show spelen?
Makkelijkste vraag ooit, voor elk publiek die openstaat voor wat we doen en er ook een meerwaarde in gaat zoeken. Of dit nu in een kraakpand in Charleroi of op Coachella is, of er vijf of 100 000 man staat, zolang we een band voelen met de toeschouwer zijn we tevreden en uiteraard bereiken we liever meer mensen in één keer en spelen we graag met een uitstekend geluid... maar als we ons ding mogen doen, dan doen we dat met graagte!

Arno

Future Vintage

Geschreven door

Arno , nog net niet pensioengerechtigd, intrigeert al ruim dertig jaar als nachtburgemeester en (ongekroonde) peetvader van de Belpop. Samen met z’n vaste rechterhand Serge Feys is hij aan zijn zoveelste jeugd toe .
Als je de laatste tien jaar eens op een rijtje plaatst, hebben we hier nog steeds een hoop consistente platen , die hij op zijn eigen unieke manier volks en professioneel brengt; een uit de duizend herkenbare , meeslepende, maar evenzeer verrassende sound, met een aanstekelijk pleidooi voor een multiculturele samenleving.
‘Future Vintage’ volgt het twee jaar oude ‘Brusseld’ op . Een goed afwisselend plaatje in het Engels , Frans en een ‘Oostends Brussels’ dialect van aanstekelijke, frisse, dynamische, rauwe en intieme, ingetogen songs, gedragen door z’n grauwe, indringende, doorleefde stem.
Arno rockt op z’n TC Matics op “Show of life” , “Die lie” en “I don’t believe” , met die kenmerkende broeierige , hitsende ritmes; hij gooit er de zoveelste remix van “Olalala” tegenaan. Het toont nog eens de onmiskenbare invloed van die band door die smachtende explosieve bluesy , funkende ritmes en grooves aan.
Maar ook de ingenomen vaudeville overtuigt als vanouds , “Quand les bonbons parlent”, “Chanson d’amour” en  “Dis pas ça à ma femme” .
Arno is en blijft op dreef. Arno speelt tijdloze rock, boeit en heeft een recept in alle talen.

David Byrne & St. Vincent

Love this giant

Geschreven door

David Byrne & Annie Clarks St. Vincent - Twee eigenzinnige artiesten die elkaars muzikale ideeën uitwisselen, afwisselen en aanvullen . Het is niet de eerste keer dat deze twee elkaar vonden , met name hoorden we hen voor het goede doel bij het project ‘Dark was the night’ uit 2009. Een begin, een samenwerkingsproces dat wel eens navolging mocht krijgen .
Qua leeftijd is de ene wel twee keer zo oud , maar kijk, hier is sprake van magie als deze twee aparte artiesten samen zijn. De blanke en zwarte artrock van Talking Heads , de exotica , de bossanova en de indie zijn samengeperst  in een reeks uitbundige , opwindende en levendige popsongs die een groovy ritme hebben en verrassende wendingen ondergaan; er is ruimte voor experiment en de toegankelijkheid wordt niet uit het oog verloren .
Begonnen als klein ensemble, ging het crescendo en werd de band rond het duo steeds groter. Funk en blazers nemen hier een voorname plaats in naast de hoekige gitaarpartijen en sfeervolle kleurrijke synths en toetsen . Met een knipoog naar het 80ies project ‘My life in the bush of ghosts’ met Eno.
Op die manier hebben we enkele overtuigende songs die we koesteren als “Who” , “Weekend in the dust” en “Dinner for two” ; “Optimist” en “The one who broke your heart” zijn absolute hoogtepunten . Trouwens op deze laatste hielpen Antibalas en the Dap-Kings mee .  
Emotioneel sterke plaat die verschillende stijlrichtingen samenbrengt . Ohja, op de hoes zien we soort ‘Beauty en the Beast’ en dit kunnen we moeiteloos linken aan Campbell en Lanegan.

Micachu & The Shapes

Never

Geschreven door

Het trio onder Mica Levi heeft al een paar platen uit, maar komt pas nu in de spotlights met de cd ‘Never’. Geen makkelijke muziek trouwens! 14 songs – 35 minuten, schurend , te door worstelen én toch … talent. Ze zitten net als een Liars en het beëindigde Ween in het avantgarde hokje, rammelpunk, elektronica met wat Indiase/Japanse/world invloeden. Het geheel klinkt toegankelijk en experimenteel , is verrassend en heeft een lofi klank; een rauwe, schurende gitaar is graag ontregeld (tja die heeft ze zelf verbouwd!) en wordt aangevuld met distortion en pedaaleffects; verder bieden de synths huppelende, bruisende , stuwende ritmes.  Een eigentijds apart geluid dus, dat getuigt van muzikale vrijheid en gekte . En hun muziek wordt ondersteund door de aparte neuzelende, zweverige , dromerige, deels valse zang van Mica.
Lekker ontstemd, onvast, onstuimig, speels , jeugdig , aangenaam, leuk en groovy. Als je het hobbelig muzikaal parcours zo goed als volledig hebt afgelegd , komt daar op het eind de titelsong, ééntje die een aardige indiehit kan worden .

Pagina 664 van 966